2024-07-04 Bijlage VG - BP Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
in het ene geval is uitgegaan van een waarde van € 100 (conform het afsprakenkader i.r.t.
een directe woonbestemming) en in het andere geval van € 50 (conform eerdere plannen
binnen de gemeente waarbij sprake was van een bestemming ‘woongebied’). Omdat het overgrote deel van de bestemming ‘woongebied’ in onderhavig bestemmingsplan ook daadwerkelijk zal worden uitgegeven, is het realistisch om hier uit te gaan van de waarde zoals die in het afsprakenkader wordt genoemd met betrekking tot de woonbestemming.
Door Bosch en Slabbers is een STIKA / investeringsraming opgesteld voor het landschappelijk gebied (de bestemming Groen). Deze is ook opgenomen in Bijlage 25.
Het blijkt dat (voor beide varianten) de investering die wordt gedaan, (royaal) boven de
gevraagde bijdrage voor Kwaliteitsverbetering uitkomt. Daarmee voldoet het plan aan deze vereiste. Zelfs als de aanleg van bijvoorbeeld het karrespoor buiten de berekening wordt gehouden.
B.
Landschapsstructuur en relatie stad – land
De (oorspronkelijke) landschapsstructuur wordt weer herkenbaar en beleefbaar gemaakt.
Hiermee wordt de lokale landschapsstructuur versterkt. Ook vindt er een natuurlijke
verweving van stad en land plaats en een zorgvuldige afhechting van het stedelijk gebied. Hiervoor zijn heel concrete en stringente regels opgesteld in het vast te stellen beeldregieplan. Aan de huidige abrupte en ruwe overgang van stad naar land komt een
einde door de voorziene transformatie. Een en ander is in Bijlage 18 (Aanvullende toelichting) nader uitgewerkt en onderbouwd. C. Cultuurhistorische waarden
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
29
De cultuurhistorische waarden van het gehele gebied worden weer teruggebracht en
ervaarbaar en beleefbaar gemaakt. In hoofdstuk 3 van de Aanvullende toelichting (Bijlage 18) is dit onderdeel uitvoerig onderbouwd en uitgewerkt. D. Wegnemen van verharding De grootschalige bebouwing en verharding die de huidige situatie kenmerkt, zal worden
verwijderd. Hiervoor in de plaats komt kleinschaliger verharding met een landschappelijk karakter. E.
Slopen van bebouwing
De bestaande grote loodsen en schuren zullen worden verwijderd. In plaats daarvan komen
veel kleinschaliger, zorgvuldig in het landschap ingepaste woningen. De bestaande bebouwing heeft geen toekomstwaarde meer. De woningen daarentegen wel. F.
Realisatie Natuur Netwerk Brabant
Het oostelijke deel van het plangebied (ca. 30% van het totale planoppervlak) blijft
openbaar toegankelijke natuur met een vernatte zone langs de historische beek. Hiermee ontstaat een uitloper van de Noordpolder richting de dorpskern van Woensdrecht. G. Recreatie Op de onder f genoemde zone komt een pad. De pad creëert wandelmogelijkheden voor de dorpsbewoners en legt de Noordpolder direct aan het dorp.
Tevens wordt de huidige agrarische functie gestopt. Daarmee wordt de emissie van
milieuhinderlijke stoffen (o.a. mest) sterk gereduceerd. Ook zullen de asbest bevattende loodsen worden gesloopt, waardoor ook hier sprake is van het elimineren van milieuhinderlijke stoffen.
3.2. 3
Co nc lu s i e
Het provinciaal beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling
voldoet aan
de
uitgangspunten
zoals verwoord
Omgevingsverordening en draagt bij aan de doelstellingen ervan.
in
de
(Interim)
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
30
3. 4 G em ee n tel i j k b el e i d In deze paragraaf wordt het voor de ontwikkeling relevant gemeentelijk beleid getoetst aan het plan.
3.4. 1 O m g e vi ng sv is i e W o e ns dr e ch t Op 2 februari 2023 is de Omgevingsvisie Woensdrecht door de raad vastgesteld. De leefomgeving willen we graag bruikbaar en geschikt laten zijn en blijven voor een veranderende samenleving waarin steeds nieuwe vragen, problemen en mogelijkheden
ontstaan. Daarom is er actueel beleid nodig om in te spelen op initiatieven uit de samenleving en om initiatieven aan te zwengelen. De omgevingsvisie is een instrument dat
zowel uitnodigend als kaderstellend wil zijn. In het kader van de Omgevingswet (verwachte ingangsdatum: 1 januari 2024) moet iedere gemeente voor haar gehele grondgebied een visie opstellen met daarin de doelen voor de verschillende beleidsvelden bij elkaar gebracht.
De Omgevingsvisie bouwt voort op eerder vastgesteld beleid. Zo zijn onder andere de sectorale duurzaamheidsvisie, detailhandelsvisie, maar ook de Toekomstvisie mede het vertrekpunt voor de Omgevingsvisie geweest.
De Omgevingsvisie start met het zoeken naar het DNA van de gemeente. De meest relevante elementen hieruit zijn de ‘sterke dorpen’ en de ‘Brabantse Wal’.
De prettige maat en schaal en de goede dorpse sfeer, de kwaliteit van de woonomgeving,
zowel in de dorpen zelf als met de Brabantse wal binnen handbereik, is goed. Het brede aanbod aan voorzieningen en de goede bereikbaarheid ervan, maken het prettig wonen in
Woensdrecht. Voldoende mogelijkheden om elkaar te ontmoeten (zowel fysieke plekken als via het actieve verenigingsleven) dragen bij aan de kwaliteit van leven.
De Brabantse Wal is in Woensdrecht in optima forma aanwezig en herkenbaar. Het is een prachtig natuurgebied met een bijzonder landschap. De schitterende omgeving biedt tal
van belevingsmogelijkheden voor onze inwoners maar ook voor bezoekers van buitenaf. Er
wordt veel gewandeld, gefietst en op andere manieren gerecreëerd. De overgang van de Wal naar de polders vormt een fraai contrast in het landschap.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
31
Uitsnede kaart Omgevingsvisie Woensdrecht
In de Omgevingsvisie wordt gestreefd naar Excellent wonen in de sterke dorpen. Het streven bestaat uit het zoeken naar een hoge kwaliteit van dorps leven in een groene omgeving door:
• De ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van de woonomgeving in de Sterke Dorpen in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren.
• De woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief af te stemmen op de behoefte (de vastgestelde woningbouwafspraken zijn hierin leidend voor nieuwe initiatieven). • De aanwezige sociale cohesie te behouden en te versterken.
• Het gehele voorzieningenpakket voor iedereen bereikbaar te houden. Ieder plan moet daarom bijdragen aan de doelen die worden nagestreefd of daar in ieder geval geen afbreuk aan doen. Voor ruimtelijke kwaliteit betekent dit dat de initiatiefnemer
duidelijk maakt hoe het initiatief bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Die
bijdrage kan betrekking hebben op de uiterlijke verschijningsvorm (welstand), maar ook op de aansluiting op de openbare ruimte, verkeersafwikkeling, biodiversiteit, voorkomen van hittestress en dergelijke.
Woningbouw dient in principe te voorzien in de behoefte via herstructurering en
inbreiding. Als dat niet mogelijk is, is woningbouw op binnenstedelijke locaties mogelijk.
Denk daarbij aan locaties waar nu al stedelijke voorzieningen aanwezig zijn, zoals sportvelden en andere functies aan de randen van de kernen. Als dat niet mogelijk is, komt
woningbouw op locaties buiten bestaand stedelijk gebied in beeld. Dit past niet in de omgevingsvisie. Het is aan de gemeenteraad of en onder welke voorwaarden de gemeente hieraan mee willen werken.
De Brabantse Wal vormt een belangrijk recreatiegebied voor zowel de bewoners van Woensdrecht als voor toeristen. Daarvoor wil de gemeente: o De belevingswaarde voor natuur versterken;
o De bereikbaarheid van het gebied verbeteren; o Recreatieve routestructuren versterken;
o Kwaliteitsverbetering van de verblijfsrecreatie. Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
32
De natuur van de Brabantse Wal is een samenhangend natuurgebied met bijzondere ecologische kwaliteiten, als integraal onderdeel van een groter, grensoverschrijdend natuurgebied. Bij nieuwe ontwikkelingen dient aangetoond te worden dat de
natuurwaarden niet geschaad worden. Bij ontwikkelingen dient de ecologische kwaliteit per saldo toe te nemen.
Uitsnede kaart Omgevingsvisie Woensdrecht (in groen de begrenzing van het plangebied)
Toets aan de Omgevingsvisie Woensdrecht Het voorliggende plan ligt aan de rand van het bestaand stedelijk gebied van Woensdrecht. Het oostelijke deel van het planologisch plangebied (op bovenstaande afbeelding in
groene contour) valt buiten het bestaande stedelijk gebied. Dit is precies het deel waar
binnen het plan de landschappelijke waarden zullen worden hersteld (bestemming GroenLandschap).
Het plan draagt sterk bij aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd door het weghalen van de loodsen en schuren. Er
is sprake van de ‘eerste trede’ op de woningbouwladder: door herstructurering van niet-
passende en niet-toekomstvaste functies wordt woningbouw mogelijk gemaakt in
bestaand stedelijk gebied. Ook neemt de belevingswaarde sterk toe door een groot deel van het plangebied openbaar toegankelijk te maken. In de huidige situatie is het gehele gebied privaat en niet toegankelijk. Door de zorgvuldige overgang van het dorp naar de
Brabantse Wal neemt de belevingswaarde toe. Ook ontstaat er vanuit het dorp een directe
verbinding naar het achterliggende wandelgebied van de Noordpolder. Het gebied wordt
goed bereikbaar en op verschillende plekken met de bestaande omgeving verbonden voor
zowel auto’s als voetgangers / recreanten. Natuurwaarden zijn in de huidige situatie
nauwelijks aanwezig. In het plan worden ingebracht, passend bij de oorspronkelijke aardkundige situatie. Met bovenstaande past het plan naadloos bij de doelstellingen van de Omgevingsvisie Woensdrecht.
3.4. 2
W o o nv is i e W o e n sdr e c ht 2 021 -20 25 Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
33
Op 17 december 2020 is de Woonvisie Woensdrecht 2021-2025 door de raad vastgesteld. ‘Wonen’ omvat meer dan alleen woningen: het gaat ook om omgevingskwaliteit en kwaliteit van leven.
In deze woonvisie worden ontwikkelingen en trends op het gebied van wonen in beeld
gebracht en worden de opgaven voor de toekomst benoemd. De woonvisie helpt de gemeente om regie te voeren over de woningbouwontwikkeling en de ontwikkelingen in
de bestaande woningvoorraad. Ook wordt ingegaan op de kwalitatieve behoefte naar
woningen binnen de gemeente. De kwaliteit van de woningmarkt vindt de gemeente belangrijker dan de precieze omvang er van. Immers, er kunnen nog zo veel woningen in
de gemeente staan: als de kwaliteit van de woningen niet aansluit bij de markt, dan zal de
woningmarkt nog steeds aan sommige huishoudens geen plaats kunnen bieden.
De tendens die de visie beschrijft is als volgt. In de gemeente is er een afname van gezinnen.
De vraag van deze gezinnen richt zich op de eengezinswoningen. Voor een deel worden /
blijven deze woningen door ouderen gebruikt. Hiermee stagneert het aanbod. Ook is er vraag naar (betaalbare) woningen voor starters en ouderen. Ook hier geldt dat als de
doorstroming meer op gang komt, er ruimte ontstaat in deze segmenten van de lokale
markt. Deze doorstroming blijft echter vooralsnog achterwege. De gemeente wil deze door verschillende initiatieven bevorderen.
Mede in het kader van de Woonvisie en de woningmarkt, heeft de gemeente regionale afspraken gemaakt, waar de verschillende opgaves voor de toekomst in zijn opgenomen.
Toets aan de Woonvisie Woensdrecht 2021-2025 Het onderhavige initiatief voorziet in ruime vrijstaande woningen op de grens van een
landelijk gebied. Het projectgebied zal stevig investeren in de kwaliteit van de groene bufferzone die de stedelijke kernen van Woensdrecht en Hoogerheide van elkaar scheidt.
Hoogkwalitatieve architectuur met ruime aanwezigheid van een groene component dragen
zorg voor kwaliteit. Blijkens de woonvisie voorziet het onderhavige initiatief daarmee in de kwalitatieve behoefte van woningen in Woensdrecht.
Kwantitatief (en ook qua typologie) maken de 14 woningen al sinds de vorige regionale woningbouwafspraken deel uit van de te realiseren voorraad (2016). De Woonvisie gaat in
de basis derhalve uit van realisatie van deze woningen. De 14 woningen zijn ook opgenomen in de recent vastgestelde Woningbouwplanning 2025.
Het voornemen om deze 14 (naar verwachting duurdere) woningen te realiseren sluit op
het eerste gezicht misschien niet naadloos aan bij de huidige woningmarktsituatie. Echter,
gezien de gewenste landschappelijke inpassing en de publieke toegankelijkheid van de gronden, is een andere typologie hier niet haalbaar en ook niet wenselijk. Ook heeft de
initiatiefnemer afgesproken dat de percelen als eerste zullen worden aangeboden aan Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
34
lokale geïnteresseerden. Daarmee wordt het gebied bewoond door mensen met een lokale verankering en verbinding. Ook ontstaat hierdoor de situatie dat inwoners van de
gemeente een huis verlaten. Dit huis kan dan weer worden ingenomen door een ander type woningzoekende. Daarmee komt de zo gewenste lokale doorstroming op gang.
3.4. 7 Co n c lu si e Het gemeentelijk beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen
ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Omgevingsvisie en de
doelstellingen van de Woonvisie.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
35
Hoofdstuk 4 Onderzoek Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de
gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de
wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde
(boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een
belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en de ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid
beschreven. Het betreft de thema’s bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie en verkeer en vervoer.
4. 1 Mi l i e ua s p ec te n
4.1. 1 B o d em Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het
bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied
inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's
daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat
betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de
voorgenomen functie(s). Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar zijn.
Een bodemonderzoek is niet nodig als: -
-
Er geen bodemwerkzaamheden worden verricht (bijvoorbeeld het
bouwen van een dakkapel of het plaatsen van een extra verdieping op een gebouw);
Het gaat om een verandering of vergroting waarbij geen grond wordt verzet en het gebruik hetzelfde blijft;
Er al voldoende actuele en bruikbare onderzoeksresultaten bij de gemeente beschikbaar zijn, waarop de bodemtoets kan worden gebaseerd.
Onderzoek plangebied Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
36
Het plangebied is onderzocht door Inpijn Blokpoel (zie bijlage 1, ‘Verkennend bodemonderzoek nabij ’t Marktje te Woensdrecht’, dd. 26 februari 2021).
Het onderzoek toont aan dat de bodemkwaliteit in eerste instantie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Echter: delen van het plangebied konden niet worden onderzocht vanwege de aanwezige bebouwing. Ook zijn delen van de bodem niet analytisch onderzocht omdat hier sprake is van ‘puin’ in plaats van ‘bodem’.
Omdat de sloop van de bestaande bebouwing nog wacht op de resultaten van het nadere onderzoek naar aanwezige beschermde flora en fauna, zal het definitieve
bodemonderzoek plaatsvinden voordat het bestemmingsplan kan worden vastgesteld.
Wel is – op basis van het uitgevoerde onderzoek – de verwachting dat de bodemkwaliteit in de basis geschikt is voor wonen. De eventuele verontreinigde delen zijn of later
toegevoegd (puin) en zullen weer worden afgevoerd of zijn restanten van de aanwezige bebouwing (asbestdaken) die t.z.t. zullen worden gesloopt.
In algemeenheid geldt het volgende. Bij eventuele graafwerkzaamheden mag licht
verontreinigde grond op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone. Als de grond buiten de locatie wordt
gebracht dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit
bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
Conclusie Het plan wordt vooralsnog belemmerd vanuit het aspect bodem. Nader onderzoek naar
de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem is nodig en de nog niet onderzochte,
bebouwde delen zullen later worden onderzocht voordat er grondwerkzaamheden plaatsvinden.
4.1. 2 B edr i jv en e n m il i euz o n er in g Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede
kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een
voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen
enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen
milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn
naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
-
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
37
-
het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en
Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de
uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is.
Onderzoek plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van veertien vrijstaande woningen en de sloop van stallen en loodsen. De bedrijfsbestemming binnen het plangebied wordt gewijzigd in een woonbestemming. Het plan voegt geen milieubelastende activiteiten toe. In de nabijheid van de planlocatie zijn geen bedrijven en/of (agrarische) veehouderijen gevestigd. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering, nader onderzoek op het gebied van bedrijven en milieuzonering is daarom ook niet nodig.
4.1. 3 G e urh in d er ve e h o ud er ij Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet is het beoordelingskader voor geurhinder bij milieuvergunningen en
bestemmingsplannen. Ruimtelijke ontwikkelingen binnen geurcontouren zijn eventueel mogelijk, op voorwaarde dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Inzichtelijk moet worden gemaakt dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
Onderzoek plangebied De voorgenomen ontwikkeling ligt niet in de geurcontour van een veehouderij. Ook zijn er geen veehouderijen in de verdere nabije omgeving van het plangebied aanwezig of toegestaan. De 14 woningen worden direct achter bestaande woningen gerealiseerd.
Conclusie
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
38
Er is sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat t.a.v. eventuele geurhinder vanwege veehouderij. Het plan bevindt zich niet in de nabijheid van een veehouderij.
4.1. 4 G e lu id hi nd er De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van
geluidsgevoelige functies. Er wordt onderscheid gemaakt tussen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij
vaststelling of herziening van een bestemmingsplan waarbij een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd een akoestisch onderzoek te worden ingesteld.
Wegverkeerslawaai: geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat
betrekking heeft op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) de
grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Bij het voorbereiden van de vaststelling van zo’n bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek worden gedaan naar die geluidsbelasting.
Op grond van artikel 74 Wgh heeft iedere weg van rechtswege een geluidzone, met uitzondering van: -
-
wegen die liggen binnen een tot woonerf bestemd gebied;
wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur.
De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in binnen- of buitenstedelijk gebied.
In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: -
-
wegen met een of twee rijstroken: 200 meter;
wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter.
Voor een weg buiten de bebouwde kom én voor een auto(snel)weg: -
-
voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter
voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 meter
voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 meter
Wanneer woningen worden geprojecteerd binnen een geluidzone moet akoestisch
onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van die woningen.
De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48dB. Bij een hogere geluidsbelasting moet worden
gekeken of er maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidbelasting te reduceren. Indien maatregelen onvoldoende effect geven en/of onmogelijk zijn en de
geluidsbelasting niet hoger is dan de maximale grenswaarde van 53dB (Lden, inclusief Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
39
aftrek ex artikel 110g Wgh) kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde
vaststellen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten in een akoestisch onderzoek ook de wegen zonder geluidzone worden beschouwd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de kaders van de Wgh.
Onderzoek plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van veertien vrijstaande woningen
(geluidsgevoelige objecten) en de sloop van stallen en loodsen. Aan de westzijde van het plangebied ligt het Marktje, dit is een weg waarop een wettelijke snelheid geldt van ten
hoogste 30 kilometer per uur. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Onderstal, ook
dit is een weg waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur. Deze wegen hebben geen geluidzone. Op grond van de Wet geluidhinder hoeft er dan ook geen onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting vanwege deze wegen. Toch is hier een advies over uitgebracht. Zie hiervoor Bijlage 12. Hieruit blijkt dat de intensiteit van het (min of meer doodlopende) Marktje dusdanig laag is dat er geen sprake zal zijn van enige geluidsbelasting boven de normering.
Ten zuidoosten van het plangebied ligt de (onverharde) Braakseweg. Deze sluit aan op
het (min of meer doodlopende) einde van het Marktje. Hier is een snelheid van 60 km/h
toegestaan. Daarom is in het advies uit Bijlage 12 over deze weg een advies uitgebracht. Hier geldt dat de intensiteit op deze weg nog weer lager zal liggen dan op het Marktje
zelf. Daarom zal ook hier geen sprake zijn van enige vorm van te hoge geluidsbelasting vanwege wegverkeer.
Luchtvaartlawaai Het plangebied bevindt zich in de buurt van de IT Fokker – Vliegbasis Woensdrecht. De
aanvliegroutes kunnen daarom een rol spelen op de geluidbelasting ter plaatse. Het plangebied is echter ruim buiten de zone gelegen. Geluid hiervan vormt dus geen belemmering. Zie ook bijlage 12.
Industrielawaai Het plangebied valt binnen de 50 dB(A) contour van IT Fokker – Vliegbasis Woensdrecht.
Gezien de grote afstand tot de 55 dB(A) contour zal de geluidbelasting ter plaatse van het
plangebied ten hoogste 51 dB(A) zijn. Voor industrie geldt dat een geluidbelasting tot 55 dB(A) is te vergunnen, middels een Hogere Waardeprocedure. Deze procedure zal dus
ook worden opgestart.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
40
Voor industrie geldt dat het binnenniveau in een verblijfsgebied ten hoogste 35 dB(A) mag bedragen. Het Bouwbesluit stelt dat de geluidwering minimaal 20 dB(A) dient te
bedragen. Er wordt zonder maatregelen, met standaard dubbelglas en enkele kierdichting 23 tot 26 dB(A) behaald.
Met een geluidbelasting van de 51 dB(A (worst-case) kan dus eenvoudig met de
tegenwoordige bouwwijze worden voldaan aan de eisen voor het ten hoogste toegestane binnenniveau. Een en ander is nog opgenomen in Bijlage 12.
Geluid van het industrieterrein behoeft dus geen nadere aandacht, behalve het doorlopen van een Hogere Waardeprocedure.
Conclusie Het plan wordt – na het doorlopen van een Hogere Waardeprocedure - niet belemmerd vanuit het aspect geluid vanwege wegverkeer, luchtverkeer of industrie.
4.1. 4 L u ch tk w al it e it Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden.
Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin
staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad
heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden.
Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit
hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de
AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een
toename van maximaal 1,2 Rg/m3, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt
beschouwd. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Onderzoek plangebied Er worden met de voorgenomen ontwikkeling veertien extra wooneenheden toegevoegd in het gebied. Voor deze extra wooneenheden wordt geen gas gebruikt. Voor woningen geldt een gemiddelde van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
41
verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling bedraagt (14 x 8,2 =) 114,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtkwaliteit vastgesteld kan worden. De bijdrage van het extra verkeer is bij het voorliggend plan in niet betekende mate.
Wat betreft de toets ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden bij woningen, op grond van de regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007, mensen
blootgesteld aan luchtverontreiniging gedurende een significante periode ten opzichte van een etmaal. De Atlas Leefomgeving geeft een goede indicatie van de achtergrondconcentraties ter plekke.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
42
Achtergrondconcentratie PM10 in 2017 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)
Achtergrondconcentratie PM2,5 in 2017 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
43
Achtergrondconcentratie Stikstofdioxide in 2017 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)
Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties luchtvervuilende stoffen ter plaatse van het plangebied relatief laag te zijn. Ook liggen ze ver onder de grenswaarden. De cijfers zijn van 2017. Fijnstof PM 10
Fijnstof PM 2,5 Stikstofdioxide
Achtergrondconcentratie 2017
Grenswaarde
10-11 ug/m3
25 ug/m3
15-17 ug/m3
18-20 ug/m3
40 µg/m3 40 ug/m3
Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties luchtvervuilende stoffen ter plaatse van het plangebied relatief laag te zijn. Ook liggen ze ver onder de grenswaarden. Een
algemene trend is evenwel dat de emissiefactoren van wegverkeer en de concentratie fijn stof al jaren afneemt. Het RIVM verwacht dat dit ook in de komende jaren het geval zal zijn. De blootstelling aan luchtverontreiniging in het plangebied is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's.
Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect luchtkwaliteit, nader onderzoek op het gebied van geluid is daarom ook niet nodig.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
44
4.1. 5 E xt e rn e v e il ig h ei d Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport
ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware
ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote
chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als lpg-tankstations en opslagen
van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt.
Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen
burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij
besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke
ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar
onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt.
Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De
oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een
ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Inrichtingen
Het externe veiligheidsbeleid voor inrichtingen heeft vorm gekregen in de
risicobenadering. Op grond van deze benadering worden in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) grenzen gesteld aan de risico's, waarbij gelet wordt op de
kwetsbaarheid van functies in de omgeving. De risico's worden daarbij in twee maten
gemeten: een plaatsgebonden risico (voor individuen) en een groepsrisico (voor groepen mensen).
Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg)
Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is door het
ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgelegd in het Basisnet (Bevt). Het doel van het Basisnet is het creëren van een duurzaam evenwicht tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en veiligheid.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
45
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen
Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door
buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan
weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.
Onderzoek plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van veertien vrijstaande woningen en de sloop van stallen en loodsen. In het plangebied is er geen sprake van het toevoegen van gevaarlijke functies. De risicokaart geeft aan dat er in de omgeving van het
plangebied, binnen een straal van 750 meter, geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn.
In of nabij het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd.
Het plangebied ligt binnen de zone van vervoer van toxische stoffen via de weg (snelweg A4) en het spoor (Vlissingen – Roosendaal). De afstanden zijn echter dusdanig groot dat
er geen sprake is van enig risico voor de planlocatie. De afstand van de planlocatie tot de snelweg bedraagt meer dan 1200 meter en tot de spoorlijn meer dan 1500 meter.
Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl)
Conclusie
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
46
Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect externe veiligheid, nader onderzoek op het gebied van externe veiligheid is daarom ook niet nodig.
4. 2 Wa te rh ui s ho ud i n g Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is
gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de
waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke
weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren,
adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Beleid
Met het Waterbeleid 21e eeuw spelen de waterbeheerders in op de huidige situatie en toekomstige ontwikkelingen, die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het gaat
hierbij om onder meer de klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelrijzing. Het
Waterbeleid 21e eeuw heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd. Dit zijn de tritsen: -
-
Vasthouden, bergen en afvoeren;
Schoonhouden, scheiden en zuiveren.
De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in
bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd.
Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk
gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterschap Brabantse Delta
Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de
waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer.
Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2010-2015, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten
uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie. Het Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
47
waterschap heeft in een toetsingskader RO “De ruimte blauw geordend” aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen
met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke
afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’
waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde
infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp
van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel hydraulische randvoorwaarden 2009’.
Watertoets
Het doel van de watertoets is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders.
Onderzoek plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van veertien vrijstaande woningen met bijgebouw en de sloop van stallen en loodsen.
Door WIHA Grondmechanica is een geohydrologisch grondonderzoek uitgevoerd voor
het voorliggend plan (zie Bijlage 5 en Bijlage 23). Het onderzoek heeft tot doel inzicht te
geven in de hydrologische situatie van het terrein en de invloed van het nieuwbouwplan op de grondwaterstanden en -stromen.
Realisatie van het plan zal in meer of mindere mate effect hebben op de waterhuishouding van het plangebied en de omgeving. Op basis van grondwatermodelberekeningen wordt verwacht dat: -
Ophoging van het terrein een geringe verhoging van de
grondwaterstand zal veroorzaken, maar wel over een substantieel gebied.
Er zal geen verhoging plaatsvinden.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
48
-
Realiseren van kelders in het plangebied een significante verhoging van
de grondwaterstand kan veroorzaken, echter zeer lokaal. Het betreft een verhoging van 0 tot 25 cm in de directe omgeving van de kelders. Deze effecten strekken zich naar verwachting niet of nauwelijks uit buiten de grenzen van het plangebied.
Het realiseren van kelders wordt in het plan uitgesloten. -
Lokaal verplaatsen van de langs het gebied aanwezige watergang naar het westen naar verwachting een grondwaterstandsdaling tot gevolg
heeft van 5 tot 25 cm dalen. Dit effect reikt tot voorbij het Marktje. De effecten ten oosten van de oosten van de watergang zijn relatief klein (slechts enkele centimeters stijghoogteverschil).
De bestaande watergang zal niet worden verplaatst. -
Volledige demping van de watergang, de grondwaterstand op de
planlocatie zal doen stijgen met circa 60 cm en in de omgeving tot mogelijk 7 m. Het effect zou merkbaar zijn tot circa 1 km vanaf de watergang.
De watergang zal niet worden gedempt. Zonder ingrepen aan de watergang is de invloed van het plan op de waterhuishouding
naar verwachting dus beperkt. Dit omdat de aanwezige watergang langs de oostrand van het plangebied (incl. het deel ten noorden en zuiden) vrijwel allesbepalend is voor de
grondwaterstand in het plangebied. Substantiële ingrepen aan deze watergang dienen
derhalve te worden voorkomen of met de grootste voorzichtigheid te worden benaderd.
De watergang blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie.
De planvorming heeft in overleg en afstemming met het waterschap Brabantse Delta
plaatsgevonden. Bij nadere detaillering en uitwerking zal dat ook het geval zijn. Mocht een watertoets nodig blijken, dan zal deze worden uitgevoerd.
Het regenwater zal afgekoppeld worden en geïnfiltreerd in de bodem en via de bodem richting de beek / watergang worden afgevoerd. Qua hoeveelheid m2 verharding is de
verwachting dat dit zeker niet meer zal zijn dan de huidige situatie. In de huidige situatie zijn de opstallen zeer groot en de verharding er omheen is fors qua oppervlakte. In de toekomstige situatie zal alleen het karrespoor worden verhard en de woningen zelf.
Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect water, nader onderzoek op het gebied van water is daarom ook niet nodig.
4. 3 E col o gi e
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
49
De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt per 1 januari 2017 de Boswet, de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Er mogen geen ontwikkelingen
plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Gebiedsbescherming
De Wet natuurbescherming biedt de grondslag voor de aanwijzing van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Deze gebieden worden tezamen Natura2000-gebieden genoemd. Ter bescherming van deze Natura2000-gebieden voorziet de Wet
natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van
projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura2000-gebied kunnen aantasten. Soortenbescherming
De Wet natuurbescherming voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten
binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een
vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor o.a. reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de bouw van woningen, geldt de volgende vrijstellingsregeling: -
-
een algemene vrijstelling voor algemene soorten;
een vrijstelling voor beschermde soorten en vogels op voorwaarden, dat gehandeld wordt volgens een door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode.
Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens
ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen.
Onderzoek plangebied Door BEC is een quickscan ecologie uitgevoerd. Deze is te vinden in bijlage 2 (‘Quickscan
Wet Natuurbescherming Herinrichting Marktje’, dd. 25 februari 2022). Uit deze quickscan
blijkt dat vanwege de ontwikkeling geen negatieve effecten te verwachten zijn op
beschermde gebieden. De aanwezigheid van beschermde flora is niet geconstateerd en wordt ook niet verwacht.
De aanwezigheid van beschermde fauna kan echter niet worden uitgesloten. Er zijn o.a. sporen van de kerkuil aangetroffen. Hier is nader onderzoek naar uitgevoerd. Dit is te
vinden in Bijlage 15 (‘Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten’, 23 januari 2023).
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
50
Uit dit nadere onderzoek blijkt het volgende: Voor de voorgenomen ontwikkeling is het noodzakelijk om een ontheffing
soortbescherming Wet natuurbescherming aan te vragen, voor de soort gewone
dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kerkuil, huismus en bunzing. Voor overige vleermuissoorten, gierzwaluw, en overige jaarrond beschermde vogels, marterachtigen en amfibieën zijn geen beschermde functies binnen het plangebied aangetoond.
Om de weg te vallen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kerkuil en bunzing te compenseren dienen alternatieve
verblijf-/nestplaatsen te worden gerealiseerd. Hiervoor is inmiddels een kast- nestplan opgesteld.
Ook zal in het plan aandacht noodzakelijk zijn voor functies die behouden blijven
(vliegroute gewone dwergvleermuis, essentieel groen huismus en de nestplaats van
ransuil buiten het plangebied). Overigens vormen deze elementen in de meeste gevallen de grenzen van het plangebied (o.a. bestaande erfafscheidingen) die onaangetast zullen
blijven. Ook is aandacht nodig voor zorgvuldig handelen bij opruimwerkzaamheden voor
overige soorten (o.a. vos).
Bevoegd gezag zal bepalen onder welke voorwaarden zij hiervoor een ontheffing Wet
natuurbescherming, onderdeel soortbescherming wil verstrekken.
Stikstof
In het kader van de te verwachten wijzigingen in de stikstofdepositie is onderzoek
uitgevoerd naar de te verwachten depositie in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase (zie Bijlage 3, door Kubiek ruimtelijke plannen). De depositie blijkt, zowel voor
gebruiksfase als de realisatiefase niet boven de grenswaarde van 0 uit te komen. Mede omdat de woningen via kaveluitgifte zullen worden verkocht, is het nog niet precies duidelijk wanneer feitelijke realisatie zal plaatsvinden en hoe lang deze zal duren. De
berekeningen voor de realisatie zijn daarom voor een worstcase situatie (realisatie in 1 jaar) uitgerekend. Conclusie Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde fauna is uitgevoerd. Er is een
ontheffing nodig in het kader van de soortbescherming Wet natuurbescherming. Hieraan zal in nauw contact met het bevoegd gezag aandacht worden gegeven. Ook zullen mitigerende maatregelen worden getroffen.
Voor wat betreft de te verwachten stikstofdepositie is er voor voorliggende planologische wijziging geen belemmering.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
51
Voortoets NNN Vanwege enerzijds de verandering van stikstofdepositie en anderzijds vanwege de ligging
nabij natuurgebieden (o.a. Natura2000 gebied Brabantse Wal en het als NNN benoemde
maar nog niet ontwikkelde NNN gebied) is een toetsing uitgevoerd naar eventuele negatieve effecten op omliggende gebieden. Deze toetsing is te vinden in Bijlage 21. In het kader van het opstellen van deze Voortoets zijn enkele aanvullende onderzoeken
uitgevoerd. Dit betreft een onderzoek naar het wegverkeerslawaai op de locatie zelf (Bijlage 22) en een aanvulling op het eerder uitgevoerde geohydrologische onderzoek, teneinde uit
te sluiten dat er op dit gebied negatieve effecten zijn te verwachten op de omliggende natuurgebieden (Bijlage 23).
In de Voortoets zijn alle relevante aspecten opgenomen. Denk aan verlichting, geluid,
visuele verstoring, stikstof, trilling, etc. etc. Uit de Voortoets blijkt dat de plannen geen
negatief effect zullen hebben op de NNN gebieden. Waar dat nog van toegevoegde waarde was, is in het bestemmingsplan aanvullende verankering opgenomen. Bijvoorbeeld met betrekking tot verlichting is in het Beeldregieplan een nieuwe paragraaf opgenomen.
4. 4 Ar che ol o gi e e n cu l t uu rhi s to ri e De modernisering van de monumentenzorg (MOMO) heeft erin geresulteerd dat per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening is aangepast. Met deze aanpassing is cultureel erfgoed ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in
bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het
initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar
nodig dient de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het bestemmingsplan.
In 1992 is het Europese Verdrag van Valletta/Verdrag van Malta gesloten. Bedoeling van het verdrag is om de archeologische waarden in de bodem zoveel mogelijk te
beschermen door ze in de bodem (in situ) te behouden. Het verdrag heeft in Nederland
geleid tot de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die in 2007 van kracht
is geworden. De wet verplicht gemeenten om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met belangrijke archeologische waarden die zich in de bodem kunnen bevinden. De belangrijkste uitgangspunten van de wet zijn: -
archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ)
-
archeologie moet tijdig worden meegenomen in de ruimtelijke
-
worden bewaard; planvorming;
de veroorzaker betaalt de kosten van archeologisch onderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voor zover die kosten
redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
52
Onderzoek plangebied | archeologie Omdat de aanwezigheid van archeologische waarden niet op voorhand kan worden
uitgesloten, is een bureau-onderzoek uitgevoerd door Artefact!. Zie hiervoor bijlage 6
(‘Woensdrecht ’t Marktje, Archeologisch Bureauonderzoek’, dd. 14 januari 2021). Uit dit
onderzoek blijkt dat er op meerdere niveaus een lage tot hoge verwachting geldt. Om het plan tot uitvoer te kunnen brengen is daarom aanvullend archeologisch onderzoek nodig. Dit inventariserend veldonderzoek is inmiddels uitgevoerd (zie bijlage 7). Het blijkt dat
het gebied nog niet vrijgegeven kan worden. Dit heeft te maken met het feit dat er nog opstallen aanwezig zijn. Deze kunnen pas worden gesloopt als het onderzoek naar
beschermde flora en fauna is afgerond en aanvullende mitigerende maatregelen zijn getroffen. Ook is nader onderzoek in de vorm van sleuven nodig. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd op het moment dat de bebouwing is verwijderd. Alvorens een
omgevingsvergunning kan worden verleend, zal hierover duidelijkheid moeten bestaan. Onderzoek plangebied | cultuurhistorie en aardkundige waarden Ook de eventueel aanwezige cultuurhistorische waarden dienen in beeld te worden
gebracht en de effecten van de planvorming daarop. Tevens geldt voor deze locatie dat er sprake is van aardkundige waarden. Wat deze waarden inhouden en waar deze uit bestaan, was niet op voorhand inzichtelijk. Daarom is bij het onderzoek voor de
landschappelijke inpassing ook het onderdeel cultuurhistorie meegenomen (zie Bijlage 16). Het onderdeel aardkundige waarden is onderzocht en te vinden in Bijlage 17. Een nadere onderbouwing met betrekking tot beide aspecten is te vinden in Bijlage 18.
Om herhaling te voorkomen, verwijzen we voor beide onderdelen naar voorgaande
paragrafen van deze toelichting (Provinciaal beleid, (Interim) Omgevingsverordening).
Hier is uitgebreid beschreven welke waarden eventueel in het geding zijn en hoe het plan hierop reageert.
Conclusie Het plan wordt belemmerd vanuit het aspect archeologie. Nader onderzoek op het
gebied van archeologie is uitgevoerd (verkennend booronderzoek), maar ook aanvullend
onderzoek middels sleuven is nodig. Dit zal worden uitgevoerd zodra het onderzoek naar beschermde fauna is afgerond en de gebouwen kunnen worden gesloopt en zodra aanvullend onderzoek naar niet-gesprongen-explosieven zal zijn uitgevoerd.
Voor wat betreft de aspecten cultuurhistorie en aardkundige waarden geldt dat het plan
de aanwezige waarden versterkt en niet meer ervaarbare waarden terugbrengt. Vanuit die optiek is er dus geen belemmering voor het plan.
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
53
4. 5 Ve r kee r en p a r k er en Bij de aspecten verkeer en parkeren gaat erom dat het plangebied goed bereikbaar is, er
geen onveilige verkeerskundige situaties ontstaan en er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied aanwezig is. Voor het bepalen van de effecten van het plan op de
verkeerssituatie te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 317, oktober 2012)' van het CROW. De
kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest
betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie. Voor
het bepalen van de parkeernorm wordt gebruik gemaakt van het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP). Verkeer
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van veertien vrijstaande woningen en
de sloop van stallen en loodsen. Het landschap speelt de hoofdrol in de ontwikkeling van dit stukje Woensdrecht, wat o.a. is terug te zien in de materiaalkeuze. De woningen
worden gesitueerd aan een zogenaamd ‘karrespoor’ waar enkel de rijsporen geheel
verhard zijn uitgevoerd. Door toepassing van grasdoorgroeitegels is de toegankelijkheid gewaarborgd en is het mogelijk dat twee auto’s elkaar passeren. Dit ‘karrespoor’ is de
ontsluitingsweg voor de woningen en takt op een centraal punt aan op de bestaande
ontsluitingsweg ’t Marktje. Vanuit de middenzone loopt een spoor naar het zuiden en
naar het noorden. Aan het einde van deze sporen komt een gelegenheid voor keren
(keerhamer) voor personenauto’s. Voor calamiteitenvoertuigen en vrachtwagens komt er een in graskeien uitgevoerde draaicirkel / uitrijroute. Overigens worden alle openbaar
toegankelijke gronden in mandeligheid uitgegeven.
Er worden met de voorgenomen ontwikkeling veertien extra wooneenheden toegevoegd in het gebied. Tegelijkertijd worden de bestaande bedrijven en loodsen en
landbouwvoorzieningen verwijderd. Op het ‘Marktje’ rijden in de huidige situatie naar
verwachting zo'n 150 / 200 voertuigen per etmaal (bron: verkeersmodel 2020, afgeleid van 500 bewegingen op de Dorpsstraat). Voor nieuwe woningen (van een dergelijk
kaliber) geldt een gemiddelde van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling bedraagt (14 x 8,2 =) 114,8
motorvoertuigbewegingen per etmaal. De huidige toegestane bedrijvigheid genereerde Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
54
in het verleden naar verwachting zo’n 10 x 2 verkeersbewegingen per loods (inschatting) per etmaal. Dat is ca. 80 verkeersbewegingen per dag. Voor een deel was dit zwaar
vrachtverkeer, voor een deel busjes en aanverwante voertuigen. Per saldo is er dus naar verwachting sprake van een lichte toename. Wel is het zo dat het type voertuig
nadrukkelijk minder belastend is qua geluid en trilling (personenauto’s i.p.v. vrachtauto’s). Het ‘Marktje’ is gecategoriseerd als een erftoegangsweg. De wegcapaciteit per
erftoegangsweg verschilt, maar in dit geval zullen de 14 woningen op 1 punt aantakken
op deze erftoegangsweg. Parkeren gebeurt op eigen erf en niet op de rijbaan. Dergelijke 'obstakels' leveren daarmee geen beperking op aan de doorstroming (en daarmee beperking aan de wegcapaciteit).
Daarom is de toename van verkeersintensiteit acceptabel. Problemen op het ‘Marktje’
worden daarom niet verwacht: deze toename kan binnen het heersende verkeersbeeld worden opgenomen, zonder dat aanvullende maatregelen nodig zijn.
Parkeren
In het GVVP is uitgangspunt bij woningen dat bij realisatie van appartementen, twee
onder één kap en vrijstaande woningen minimaal één parkeerplaats op eigen terrein wordt gerealiseerd. Ten aanzien van vrijstaande woningen dient ernaar gestreefd te worden, gezien de grotere omvang van deze kavels, dat er minimaal twee
parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd. In het voorliggend plan vindt parkeren plaats op eigen terrein, er is minimaal ruimte voor twee auto’s op eigen terrein.
Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect verkeer en vervoer.
4. 6 Mi l i e u eff ec tra p p o rta g e ( M E R) Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de
bijbehorende m.e.r.- procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit
is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Er zijn drie onafhankelijke sporen die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: -
Uit toetsing aan de hand van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) blijkt dat het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor,
activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is
aangegeven welke activiteiten planMER-plichtig, besluit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit
m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor (bestemmings)plannen dient te
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
55
worden getoetst aan de activiteiten en drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage bij het besluit m.e.r. In het geval de activiteit genoemd
wordt in onderdeel D, maar die onder de drempelwaarden vallen, dan is een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' nodig. Bij de 'vormvrije m.e.r.-
beoordeling' dient te worden getoetst of belangrijke nadelige gevolgen
voor het milieu kunnen worden uitgesloten. De toetsing dient te worden gedaan aan de hand van de criteria uit Bijlage III bij de Europese richtlijn
m.e.r. (kenmerk project, plaats project en kernmerk potentieel effect). Zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten, dan is niet alsnog een -
(plan)m.e.r. (-beoordeling) op grond van het Besluit m.e.r. noodzakelijk. In het geval van een (bestemmings)plan: indien een 'passende
beoordeling' op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor dit plan verplicht is vanwege de in het plan opgenomen activiteiten. Een
passende beoordeling is verplicht indien significante negatieve effecten -
op Natura 2000 gebieden niet zijn uit te sluiten;
Wanneer Provinciale Staten in haar provinciale milieuverordening
activiteiten hebben aangewezen, aanvullend op de activiteiten in het Besluit m.e.r., die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht.
Onderzoek plangebied Het plan maakt planologisch gezien het toevoegen van veertien woningen mogelijk. Woningen zijn een activiteit die is genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2 'Stedelijk
vernieuwingsproject', relevante drempelwaarde: 2.000 woningen). Daarom moet worden
beoordeeld of het plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Gelet op de
omvang van het plan (dat qua woningaantallen zeer ruim onder de drempelwaarde blijft)
en de ligging van het plan, worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu
verwacht. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling brengt geen zodanige productie van afvalstoffen, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen met zich mee op basis waarvan belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. Er is een zgn. Aanmeldnotitie M.E.R.
opgesteld. Zie bijlage 13. Hierin worden bovenstaande verwachtingen bevestigd.
Conclusie Voor de planontwikkeling is een Aanmeldnotitie M.E.R. opgesteld. Hieruit blijkt dat er geen significante nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de plannen te verwachten zijn.
4. 7 Ka b el s en l ei di n g en
Toelichting – Bestemmingsplan ’t Marktje Woensdrecht
Vastgesteld Mei 2024
56
In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen
(hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Aardgastransportleidingen
In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen
In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen
De riolering (stamriool) bevindt zich langs/onder ‘t Marktje. Voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Het vuilwaterriool zal hier – via een pompput – op worden
aangesloten.
Watertransportleidingen
In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Kabels en niet-planologisch relevante leidingen
Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt de wettelijk verplichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netbeheerders van kabels en
leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de
hand van de melding sturen netbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het