CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-07 Bijlage 7. Ruimtelijke onderbouwing Windpark ZEBRA inclusief alle bijlagen.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Concept advies inzake ontwikkeling windpark ZEBRA39.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 67

De toepassing van een mix van twee turbine-klassen binnen windpark ZE-BRA leidt in eerste instantie tot een negatieve impact op de landschappelijke beleving. Deze mix van turbine-klassen draagt namelijk niet bij aan de gewenste visuele rust. De onrustige positionering van de turbines binnen het windpark en de mate van interferentie met de bestaande windparken (Kreekraksluizen, Kabeljauwbeek en België) leiden reeds tot een vrij onsamenhangend cluster. Een onderlinge afwijking van turbinetypes in windpark ZE-BRA is dan een factor die extra bijdraagt aan de visuele onrust. Echter, in het geval van het scenario ‘mix’ ligt de verschijningsvorm van de turbineklassen erg dicht bij elkaar. De verhoudingswaarde ashoogte en rotordiameter tussen de twee turbinetypes wijken circa 11% van elkaar af. Landschappelijk gezien is een afwijking tot 15% acceptabel, omdat enkel de geoefende kijker dit verschil zal opmerken. Geoordeeld wordt dat een zeer beperkte afwijking tussen de turbinetypen niet leidt tot een significant negatief effect op het landschap, er van uitgaande dat er sprake is van een beperkt effect op het landschappelijk beeld wanneer er sprake is van een mix van verschillende turbinetypes binnen windpark ZE-BRA, indien: •

er sprake is van een maximale afwijking van 15% in de verhoudingswaarde ashoogte en rotordiameter;

•

de kleinste ashoogte van turbines niet meer dan 7% kleiner is dan de grootste ashoogte;

•

de gondelvorm van de turbines binnen dezelfde categorie valt (zie voor nadere illustratie ‘bijlage 5’ in bijlage 3 van bijlage 2 Aanvulling MER);

•

de hoofdvorm van de masten gelijk is (zie voor nadere illustratie ‘bijlage 5’ in bijlage 3 van bijlage 2 Aanvulling MER);

•

en de kleurstelling van de turbines gelijk is.

Er worden geen regels gesteld aan verdeling van windturbines van verschillende afmetingen over verschillende posities of aan aantal verschillende windturbines qua afmetingen wanneer rekening wordt gehouden met bovenstaande uitgangspunten. Voorgesteld wordt hierover een voorschrift op te nemen in de omgevingsvergunning. Alle drie de scenario’s hebben een negatief effect op het landschap voor dit criterium vanwege de afwijkende positionering van windturbine 8 ten opzichte van de totaalopstelling van het windpark. Het scenario met de grootste rotordiameter en dus de sterk afwijkende turbine-klasse scoort het meest negatief en voor de scenario’s grootste ashoogte en mix geldt dat in mindere mate. 5. Invloed op de visuele rust (en obstakelverlichting) Windpark ZE-BRA voegt een nieuw formaat turbines toe aan het energielandschap. Tegelijkertijd verdwijnen er een drietal windturbinetypes in de te saneren windparken en solitaire windturbine. Na realisatie van windpark ZE-BRA is er dus sprake van een minder groot aantal afzonderlijke (deel)windparken met bijbehorende verschillende windturbines en draaisnelheden. Daarnaast is er tussen de gekozen turbine-klassen sprake van een minimaal verschil in draaisnelheden. Doordat door zogeffecten windturbines sowieso nooit gelijk draaien zal dit kleine verschil nauwelijks opgemerkt worden.

Het windpark dient vanwege de tiphoogte te worden voorzien van obstakelverlichting. Deze markeringslichten veroorzaken gezien de afstanden tot woningen geen lichthinder in de gangbare zin, waarbij woonruimtes in woningen door inschijnen worden opgelicht. In dit verband kan eerder worden gesproken van landschappelijke invloed, door het zichtbaar zijn van de windturbinelocatie in de nachtelijke uren. Vanuit luchtvaartveiligheid is het toepassen van obstakelverlichting weliswaar verplicht, voor de windturbines een verlichtingsvoorstel uitgewerkt gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 68

Het totale effect van het windpark ZE-BRA op de visuele rust wordt als neutraal beschouwd. Locatiekeuze en inpassing inkoopstations Er zijn twee mogelijke locaties voor het inkoopstation in beeld: 1) direct ten zuiden en grenzend aan de RWZI Bath, gekoppeld aan windturbine 1, en 2) gelegen aan de Sint Martijnsweg gekoppeld aan windturbine 11. Landschappelijk gezien heeft de locatie gekoppeld aan de waterzuivering minder invloed op het landschapsbeeld wat wordt bepaald door het lege polderlandschap. De inkoopstations worden als een eenheid en ondergeschikt aan het landschap ontworpen. Het gebouw krijgt een terughoudende vormgeving met ingetogen kleurgebruik en is daardoor inpasbaar. De definitieve aanvraag omgevingsvergunning voor de inkoopstations dient voorzien te zijn van een landschappelijke inpassing.

Ruimtelijke kwaliteitsverbetering (Provincie Noord-Brabant) De verbetering ruimtelijke kwaliteit kan gezocht worden in een landschappelijke kwaliteitsverbetering van het plan zelf, een landschappelijke inpassing van het project, dan wel landschappelijke maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in een ruimere omgeving, dan wel een financiële bijdrage voor verbetering van ruimtelijke kwaliteit. De bijdrage aan landschappelijke kwaliteit kan ook het slopen van bebouwing omvatten. De belangrijkste maatregel ter verbetering van de landschappelijke kwaliteit is het saneren van de solitaire windturbine nabij de boerderij van Hopmans aan de Grindweg te Woensdrecht. Vanuit Zeeland bezien is het zicht op de Brabantse Wal en Hoogerheide in de huidige situatie beïnvloed door deze solitaire windturbine. Daarnaast bepaalt de windturbine ook vooral de voorgrond van het zicht vanuit richting Woensdrecht. Door de sanering van bestaande windturbines en realisatie van windpark ZE-BRA verdwijnt het zicht op windturbines vanuit Woensdrecht naar de achtergrond (zie Figuur 5.4). Naast sanering van de windturbine aan de Grindweg worden ook de bestaande windparken Anna-Maria polder en windpark Bath gesaneerd.

Er ontstaat een meer samenhangend beeld in zijn algemeenheid door sanering twee bestaande windparken en een solitaire windparken en realisatie van één nieuw windpark daarvoor in de plaats. De grootste verbetering ruimtelijke kwaliteit wordt dus al bereikt door sanering van de bestaande windturbines en realisatie van één meer samenhangend windpark daar voor in de plaats, die ook beter aansluit op de aanwezige en niet te saneren windparken. Figuur 5.9 Visualisatie standpunt 9 (Woensdrecht) – links: bestaande situatie met windturbine Grindsweg en rechts: windpark ZE-BRA bestaande uit windturbines met een rotordiameter van 160 meter en een ashoogte van 120 meter

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 69

Er zijn verder geen mogelijkheden binnen het windpark zelf ter verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Inpassing van een windpark is geen optie zoals hiervoor beschreven in deze paragraaf omdat windturbines gezien hun omvang een nieuwe laag in het landschap betekenen. Herpositionering van windturbines als aanvulling ter verbetering van ruimtelijke kwaliteit heeft ook niet de voorkeur. De positionering van de windturbines wordt feitelijk ingestoken om het windpark vanuit het aspect radarverstoring mogelijk te maken, waarbij het aspect landschap weliswaar belangrijk is maar niet leidend voor de opstelling. In de voorgaande paragraaf is al aangegeven dat windturbine 8 wat uit lijn van de opstelling staan. Voor windturbine 8 geldt dat deze uit lijn is gesitueerd vanuit ecologisch oogpunt. Een verschuiving meer in lijn is vanwege andere relevante aspecten dan landschap dus niet aan de orde. De ruimtelijke kwaliteitsverbetering van windpark ZE-BRA (voor wat betreft het deel van het plan in Brabantse) wordt primair gerealiseerd door sanering van bestaande windturbines, daarnaast is een financiële bijdrage kwaliteitsverbetering landschap conform de provinciale verordening vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

5.2.3 Conclusie Landschappelijk beeld en beoordeling van de windturbines Vanwege de aanwezigheid van te saneren windturbines in het plangebied heeft de realisatie van windpark ZE-BRA op de beoordelingscriteria naast negatieve effecten ook een aantal positieve effecten. Tegelijkertijd verdwijnen er een drietal types in de windparken en solitaire windturbine die worden geamoveerd. In de eindsituatie is er dus sprake van een minder groot aantal afzonderlijke windparken met bijbehorende verschillende draaisnelheden. Alleen daarom al is windpark ZE-BRA landschappelijk aanvaardbaar. Het toepassen van verschillende afmetingen in windpark ZE-BRA heeft een negatief effect op het landschappelijk beeld. Uit landschappelijke effectbeoordeling blijkt echter dat een kleine afwijking tussen de turbinetypen slechtst een beperkt effect heeft op het landschappelijk beeld. De gemeente Reimerswaal en Woensdrecht, als ook de provincies Zeeland en Noord-Brabant, hebben elk hun eigen doelstelling op het gebied van windenergie. Het plangebied is een aangewezen concentratielocatie waar nu al windparken aanwezig zijn van verschillende formaten. Vanuit de concentratiegedachte is het wenselijk de locatie zo optimaal mogelijk te benutten binnen de mogelijkheden en beperkingen.

Ook wanneer windpark ZE-BRA met windturbines van gelijke afmetingen wordt gerealiseerd veranderd dat niets aan het feit dat er al windparken met verschillende formaten windturbines in de omgeving aanwezig zijn. Vanuit het aspect radarverstoring geldt de beperking dat er voor een optimale benutting en inpassing van het windpark er mogelijk windturbines van verschillende afmetingen dienen te worden gekozen op het moment van windturbinekeuze. De windturbineposities liggen vanuit het aspect radarverstoring min of meer vast, er is weinig ruimte voor schuiven van posities. Dat het windpark op landschappelijk vlak niet het optimale beeld geeft wordt in het kader van de doelstellingen en radarbeperkingen aanvaardbaar geacht: meer aspecten dan alleen landschap spelen een rol bij de afweging van een aanvaardbaar windpark. Het eventueel toepassen van verschillende afmetingen windturbines binnen de (beperkte) bandbreedte is landschappelijk acceptabel, mits de verschillen in afmetingen beperkt blijven.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 70

Ruimtelijke kwaliteitsverbetering (Provincie Noord-Brabant) De bijdrage voor ruimtelijke kwaliteit als gevolg van het Brabantse deel van het windpark wordt gerealiseerd door de sanering van de bestaande windturbines en met name de solitaire windturbine aan de Grindweg. Sanering van bestaande windturbines is een aanzienlijke bijdrage waardoor een aanvullende bijdrage niet noodzakelijk wordt geacht.

5.3 Geluid 5.3.1 Toetsingskader Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de wind ‘zoeven’. Het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) is het kader voor de toetsing van geluid door windturbines. Specifiek voor windturbines geldt dus een afzonderlijke normstelling, die onafhankelijk van ander optredend geluid (industrielawaai, verkeer, etc.) wordt beoordeeld. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden34 en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan L night om de verstoring van nachtrust te voorkomen. Voor onderhavig plan wordt getoetst aan Lden 47 dB en Lnight 41 dB als ruimtelijk aanvaardbare norm voor geluid (zie ook Kader 5.2). Kader 5.2 Ruimtelijke aanvaardbaarheid Lden 47 dB en Lnight 41 dB

De geluidsnorm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen op de grens van dit terrein, is een op zichzelf staande, algemeen toepasselijke norm, die gericht is op herhaalde toepassing op niet van te voren te bepalen locaties en niet van te voren te bepalen inrichtingen. Het zijn normen die voor iedere windturbine tijd- en plaatsonafhankelijk gelden. De geluidnormering voor windturbines is door een transparante regelgevingsprocedure, met inspraak, tot stand gekomen op basis van een afweging tussen het te verwachten percentage hinder en de noodzaak om meer duurzame energie op te wekken. Uit het TNO rapport "Hinder door windturbines, nr. 2008-D-R1051/b" uit oktober 2008 blijkt dat bij de gekozen norm van 47 dB Lden en 41 Lnight circa 8% ernstige hinder mag worden verwacht. De omvang van dit aanvaardbare percentage ernstige hinder komt overeen met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd. Het hanteren van een geluidsnorm van L den 47 dB en Lnight 41 dB wordt daarmee ruimtelijk aanvaardbaar geacht, een beperkt percentage potentieel ernstig gehinderden is gezien het belang van de ontwikkeling acceptabel.

Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB aanvaardbaar zijn voor de toetsing van windturbinegeluid.

34

Woningen van derden zijn niet bij het initiatief van het windpark betrokken. Op deze woningen dient voor geluid, slagschaduw en veiligheid voldaan te worden aan het Activiteitenbesluit.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 71

Cumulatie met nabij gelegen windturbines Cumulatie van verschillende windturbines kan leiden tot een hogere geluidsbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen of op de grens van gevoelige terreinen dan wenselijk wordt geacht. Als er sprake is van cumulatie van geluid als gevolg van een andere windturbine of een combinatie van windturbines dan kan volgens artikel 3.14a lid 2 het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift normen met een lagere waarde vaststellen ten aanzien een van de windturbines of een combinatie van windturbines. De geluidsbelasting van bestaande windturbines waarvoor voor 1 januari 2011 een vergunning in werking en onherroepelijk was of een melding was gedaan, wordt hierbij niet meegerekend (artikel 3.14a lid 5 Activiteitenbesluit).

Cumulatie met andere bronsoorten Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer35 Bijlage 4). In het geval van dit project zijn dat wegverkeer, industrielawaai en een ander windpark. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid.

Laagfrequent geluid Daarnaast wordt ingegaan op laagfrequent geluid. Onder hoorbaar laagfrequent geluid worden geluiden met een frequentie tussen circa 20 en 100 Hertz (Hz) verstaan. In het besluit 'wijziging milieuregels windturbines' (2010)36 is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden= 47 dB. Bij deze normen is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is.

Stiltegebieden De Omgevingsverordening Zeeland 2018 heeft gebieden aangewezen als milieubeschermingsgebied. Voor stiltegebieden geldt als richtwaarde voor het maximale achtergrondgeluid een geluidniveau van 48 dB(A), conform artikel 3.24 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Er moet bij besluitvorming rondom activiteiten die van invloed kunnen zijn op de rust en stilte binnen stiltegebieden rekening worden gehouden met de voorgenoemde richtwaarde. Dit geldt op grond van de provinciale verordening, echter niet voor “concentraties van windenergielocaties als bedoeld in het Omgevingsplan Zeeland”. Windpark ZE-BRA ligt in een ‘windenergie concentratielocatie’. Derhalve hoeft er bij de besluitvorming geen rekening te worden gehouden met eventuele overschrijdingen van de 48 dB(A) richtwaarde voor achtergrondgeluid. Volgens de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant geldt voor geluidbronnen gelegen buiten, en op meer dan 50 meter vanaf de grens van, het stiltegebied een streefwaarde van de geluidbelasting op de grens van het stiltegebied van 50 dB(A) LAeq, 24u37. De geluidbelasting dient op een hoogte van 1,5 meter boven het maaiveld te worden bepaald.

35

Activiteitenregeling milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415. Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010 (dit betreft tevens bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer). 37 Equivalente geluidmaat die wordt gebruikt bij de beoordeling van stiltegebieden. In deze geluidmaat worden alle geluidniveaus over de periode van een etmaal gemiddeld. De niveaus tijdens de avond- en nachtperiode tellen even zwaar als tijdens de dag.. 36

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 72

5.3.2 Onderzoek Ter bepaling van de maximale akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek (zie bijlage 1 van bijlage 2 Aanvulling MER) gerekend met twee windturbinetypes. Er is gerekend met een representatieve luide (realistische worst-case) windturbine Siemens Gamesa SG145 5.0MW op een ashoogte van 127,5 meter en een representatieve gemiddelde windturbine Enercon E138 EP3 E2 4.2MW op een ashoogte van 130 meter. Beide passen binnen de maximale tiphoogte van 200 meter. De resultaten zijn in Tabel 5.1 weergegeven. In het akoestische model zijn 21 referentietoetspunten met geluidgevoelige objecten (woningen) opgenomen. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus L den en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •

Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;

•

Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;

•

Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.

Tabel 5.1 geeft de geluidbelasting Lden 47 dB en Lnight 41 dB weer van windpark ZE-BRA op de toetspunten, in Figuur 5.10 is de contour Lden 47 dB opgenomen. Tabel 5.1 Rekenresultaten geluidbelasting windpark ZE-BRA [dB(A)] (zonder en met mitigatie) toetspunt nummer (nr.)

adres

Gemiddelde windturbine

Luide windturbine

Enercon E138

SG145

zonder mitigatie

zonder mitigatie

met

Lnight

Lden

Lnight

Lden

Lden

A

Armendijk 3, Ossendrecht

34

40

37

43

40

B

Plaatsluis 1, Ossendrecht

22

28

26

32

30

C

Zandvlietseweg 19, Ossendrecht

21

27

25

31

29

D

Oude Dijk 11, Ossendrecht

28

35

32

38

36

E

Nieuwe Dijk 1, Ossendrecht

41

47

44

50

47

F

Nieuwe Dijk 2, Ossendrecht

40

47

44

50

46

G

Nieuwe Dijk 3*, Ossendrecht

41

47

44

50

47

H

Nieuwe Dijk 4*, Ossendrecht

41

47

44

51

47

I

Havenweg 1, Ossendrecht

41

47

44

50

47

J

Vijdtpolder1*, Woensdrecht

46

52

49

55

53

K

Zuidpolderdijk 1, Ossendrecht

35

41

38

45

42

L

Anna Mariaweg 2*, Rilland

41

47

44

50

50

M

Grensweg 19, Rilland

39

46

42

49

47

N

Kreekrakweg 2, Rilland

30

36

33

39

39

O

Volckerweg 1, Rilland

35

41

38

44

44

P

Volckerweg 3, Rilland

35

42

38

45

45

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 73

toetspunt nummer (nr.)

adres

Gemiddelde windturbine

Luide windturbine

Enercon E138

SG145

zonder mitigatie

zonder mitigatie

met

Lnight

Lden

Lnight

Lden

Lden

G

Sint Martijnsweg 10*, Rilland

44

51

48

54

54

R

Sint Martijnsweg 26*, Rilland

46

52

50

57

56

S

Martinushoeveweg 9, Woensdrecht

37

43

42

48

47

T

Langeweg 10, Ossendrecht

28

34

32

38

36

U

Langeweg 40, Ossendrecht

31

37

34

40

38

40

46

43

49

47

V

S

Havenweg 2 , Ossendrecht

*: Molenaarswoning windpark ZE-BRA S: huisvesting voor seizoenarbeiders

Figuur 5.10 Geluidcontour Lden 47 dB windpark ZE-BRA voor de worst case windturbine SG145 met mitigatie

Bron: bijlage 50 van rapport akoestisch en slagschaduw (in bijlage 1 van bijlage 2 Aanvulling MER)

Het windpark ZE-BRA geeft een extra geluidbelasting in het gebied. De gemiddelde windturbine voldoet overal zonder mitigerende maatregelen aan de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Zonder mitigerende maatregelen wordt de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB op vijf toetspunten overschreden bij de worst case-windturbine. Door middel van het treffen van geluidvoorzieningen bij de windturbine (aanpassen bedrijfsinstellingen windturbines, zodat de windturbine onder omstandigheden minder dan wel niet draait om de geluidsproductie te verminderen) kan voldaan worden aan de geluidsnormen. Ook het kiezen van

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 74

een stillere windturbine kan gezien worden als mitigerende maatregel, waarbij deze stillere windturbine met minder of geen geluidvoorzieningen kan draaien (zoals bijvoorbeeld de gehanteerde gemiddelde windturbine). In bijlage 1 van bijlage 2 Aanvulling MER worden de te nemen maatregelen nader getoond. Aangezien de windturbines altijd moeten voldoen aan de normering uit het Activiteitenbesluit omdat deze normering rechtstreeks werkend is, is het treffen van voornoemde voorzieningen in beginsel ook afdoende geborgd op basis van het Activiteitenbesluit. Er kan in ieder geval altijd worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. Er wordt hier echter (ook) getoetst aan de ruimtelijk aanvaardbare geluidnorm van L den 47 dB en Lnight 41 dB. In het besluit omgevingsvergunning/de beschikking (vaststellingsbesluit) dient derhalve te worden bepaald dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst aan de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB voor het gehele windpark en dat hiervoor een voorschrift opgenomen moet worden in de omgevingsvergunning, dit voorschrift is ook bindend. Voor de real case geldt geen productieverlies omdat er geen mitigatie nodig is. Er is derhalve sprake van een uitvoerbaar plan. Molenaarswoningen Hoewel er ter hoogte van de molenaarswoningen niet aan de normen voor geluid getoetst hoeft te worden, is de geluidsbelasting bij deze woningen wel onderzocht.

Bij vier molenaarswoning is er (worst-case) sprake van een hogere geluidbelasting dan de gehanteerde norm van Lden 47 dB na toepassing van mitigerende maatregelen. Een hogere geluidbelasting op deze woningen, dan de wettelijke norm, wordt in beginsel geaccepteerd omdat de woningen betrokken zijn bij het windpark. De bewoners van deze woningen hebben een bijzondere functie (en taken) als toezichthouder in relatie tot het windpark, waarbij de functie en taak ook is gekoppeld aan de woning door middel van een kettingbeding. Daarnaast hebben deze bewoners ook (economisch) profijt van het windpark. Hierdoor wordt de geluidbelasting als minder hinderlijk ervaren. Of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en klimaat wordt verder beoordeeld onder cumulatie met andere bronnen omdat dat meer zegt over de algehele geluidbelasting in de omgeving en dus het woon- en leefklimaat. Huisvesting seizoenarbeiders Op het adres Havenweg 2 is er sprake van een omgevingsvergunning voor het huisvesten van seizoenarbeiders. Er mogen maximaal 8 seizoenarbeiders voor een duur van 6 maanden ter plaatse gehuisvest zijn. Een dergelijke huisvesting is volgens de Wet geluidhinder geen geluidgevoelig object maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel de geluidbelasting in beeld gebracht in Tabel 5.1 (toetspunt V).

Voor de huisvesting van seizoenarbeiders geldt dat er gezien de ligging nabij woningen bij derden er na verplichte mitigatie sprake is van een maximale geluidbelasting van 47 dB Lden en er dus aan de geluidnorm voor woningen van derden wordt voldaan. De geluidbelasting op Havenweg 2 voldoet daarmee aan de geluidsnorm zoals voor woningen en andere geluidsgevoelige objecten geldt. Er is derhalve sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 75

Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013)38. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig boven op de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL (2013)39. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (2014) 40. Op grond van de brief van de staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid41.

Tweeëndertig (peer reviewed42) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden heeft. Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen43 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Uit de update literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan "gewoon" geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder 44. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich basis van bovenstaande studies in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a.

ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616

38

"Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden", GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Geraadpleegd van: http://www.rivm.nl/ 39 "Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines", LBP Sight in opdracht van Agentschap NL (tegenwoordig Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; RVO), projectnummer DENB 138006 september 2013. Geraadpleegd van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-311813.pdf 40 Kamerbrief over "Laagfrequent geluid van windturbines", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kenmerk IENM/BSK2014/44564, 31 maart 2014. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2014/04/01/laagfrequent-geluid-van-windturbines 41 “Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound”, RIVM and GGD Amsterdam, 2018. 42 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 43 “Health effects related to wind turbine sound: an update”, oktober 2020, RIVM rapport 2020-0150. Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0150.pdf 44 RIVM heeft in augustus 2020 een factsheet uitgebracht over laagfrequent geluid in zijn algemeenheid, niet specifiek voor windturbines.

Ook daarbij wordt geconcludeerd dat er nog veel onbekend is over de gezondheidseffecten die kunnen optreden bij blootstelling aan laagfrequent geluid. Anders dan bij geluid in het algemeen zijn alleen hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan laagfrequent geluid.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 76

(Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen). Het is dan ook niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het windpark ZE-BRA. Met naleving van de geluidsnormering is ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie.

Cumulatie met nabij gelegen windturbines In de nabijheid van het windpark zijn al twee windparken gerealiseerd die niet worden gesaneerd, dit zijn windparken Kreekraksluizen en Kabeljauwbeek. Op basis van de geluidgegevens van de bestaande windturbines is de geluidemissie van de bestaande windturbines berekend en zijn de cumulatieve effecten inzichtelijk gemaakt met windpark ZE-BRA (zie bijlage 1 van bijlage 2 Aanvulling MER). In Tabel 5.2 zijn voor de referentietoetspunten de geluidbelastingen weergegeven van de cumulatieve geluidbelasting van windpark ZE-BRA weergeven met de bestaande windturbines (exclusief te saneren windturbines) voor zowel de luide als de gemiddelde turbines. Tabel 5.2 Jaargemiddelde cumulatieve geluidniveaus voor windpark ZE-BRA met bestaande windparken [dB(A)] nr.

adres

met E138 (geen mitigatie nodig)

met SG145 met mitigatie

Lnight

Lden

Lnight

Lden

A

Armendijk 3****, Ossendrecht

40

46

40

46

B

Plaatsluis 1, Ossendrecht

27

33

28

34

C

Zandvlietseweg 19, Ossendrecht

27

33

27

34

D

Oude Dijk 11, Ossendrecht

31

37

31

38

E

Nieuwe Dijk 1, Ossendrecht

42

48

39

47

F

Nieuwe Dijk 2, Ossendrecht

42

48

38

46

G

Nieuwe Dijk 3**, Ossendrecht

43

50

43

50

H

Nieuwe Dijk 4**, Ossendrecht

44

50

43

50

I

Havenweg 1, Ossendrecht

42

48

40

47

J

Vijdtpolder1*, Woensdrecht

46

52

46

53

K

Zuidpolderdijk 1, Ossendrecht

36

43

36

43

L

Anna Mariaweg 2*, Rilland

41

48

43

50

M

Grensweg 19, Rilland

40

46

41

47

N

Kreekrakweg 2***, Rilland

51

58

51

58

O

Volckerweg 1, Rilland

42

49

43

49

P

Volckerweg 3, Rilland

40

46

41

48

G

Sint Martijnsweg 10*, Rilland

45

51

47

54

R

Sint Martijnsweg 26*, Rilland

46

53

50

56

S

Martinushoeveweg 9, Woensdrecht

37

44

41

47

T

Langeweg 10, Ossendrecht

31

37

31

38

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 77

nr.

U

adres

Langeweg 40, Ossendrecht

met E138 (geen mitigatie nodig)

met SG145 met mitigatie

Lnight

Lden

Lnight

Lden

34

40

34

41

*: Molenaarswoning windpark ZE-BRA (= molenaarswoning) **: Molenaarswoning bij zowel windpark ZE-BRA als windpark Kabeljauwbeek (= molenaarswoning) ***: Molenaarswoning bij windpark Kreekraksluizen (= woning van derden) ****: Molenaarswoning bij windpark Kabeljauwbeek (= woning van derden)

De cumulatieve toetsing van bestaande en toekomstige windturbines zegt niet direct veel in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat omdat er voor de berekening van de geluidbelasting door windturbines geen rekening wordt gehouden met achtergrondgeluid. Een cumulatieve overschrijding van de niet cumulatieve norm hoeft niet een directe aanleiding zijn om maatwerkvoorschriften op basis van het Activiteitenbesluit voor te stellen of om gebruiksregels in de omgevingsvergunning op te nemen. Echter, in die gevallen waar de cumulatieve geluidbelasting op woningen van derden onaanvaardbaar toeneemt kan er aanleiding zijn maatwerk voor te stellen dan wel regels op te nemen. Op tien toetspunten van woningen van derden (A, B,C, D, E, F, K, M, P, S, T, U) is er cumulatief geen sprake van overschrijding van de niet-cumulatieve normen. Cumulatieve geluidbelasting met nabij gelegen windparken is op deze toetspunten hoe dan ook aanvaardbaar. Op één toetspunt van woningen van derden (P) is er cumulatief sprake van een overschrijding van de nietcumulatieve norm Lden 47 dB, alleen voor de luide windturbine, maar wordt wel voldaan aan Lnight 41 dB. Omdat geluid van windturbines ’s nachts meer hinderlijk is wordt deze belasting cumulatief acceptabel geacht en zijn geen nadere maatregelen noodzakelijk.

Op één toetspunt (I) van woningen van derden is er cumulatief sprake van overschrijding van de niet-cumulatieve norm van zowel Lden als Lnight, deze overschrijding geldt dat alleen voor de gemiddelde turbine dat Lden en Lnight met 1 dB wordt overschreden. Het is algemeen bekend dat een toename van 1 dB in geluid door het menselijk oor niet of nauwelijks wordt gehoord waardoor ook hier geen noodzaak bestaat maatregelen te treffen. Voor toetspunt N geldt dat de cumulatieve geluidbelasting met bestaande windturbines (aanzienlijk) hoger is dan de nietcumulatieve norm. Toetspunt N is nabij windpark Kreekraksluizen gelegen. Voor toetspunt N geldt dat deze woning molenaarswoning is bij windpark Kreekraksluizen en daardoor al een hogere geluidbelasting heeft. Bij cumulatie met ander geluidbronnen wordt aangetoond dat windpark ZE-BRA geen geluidbelasting toevoegt op toetspunt N waardoor het ook niet doelmatig is om hier een nader voorschrift te stellen. Voor toetspunt O geldt dat er met windpark ZE-BRA ruimschoots aan de norm Lnight 41 dB en Lden 47 dB wordt voldaan. De bijdrage in de cumulatieve geluidbelasting wordt niet of nauwelijks door windpark ZE-BRA veroorzaakt (zie Tabel 5.1) waardoor het ook niet doelmatig is om hier een nader voorschrift te stellen.

Desgewenst kan het bevoegd gezag in het kader van Activiteitenbesluit een aanvullende afweging maken en maatwerkvoorschriften voorstellen, bijvoorbeeld als het concrete te realiseren windturbinetype bekend is, vooralsnog wordt dat niet nodig geacht.

Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht. Met de cumulatieve rekenmethode uit

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 78

het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen: Windturbine L*WT = 1,65 * L WT - 20,05 dB Wegverkeer L*VL = 1,00 * L VL + 0,00 dB = LVL Industrie

L*IL = 1,00 * L IL + 1,00 dB

Scheepvaart L*SV = 0,975 * LSV – 0,7 dB De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in L den, met uitzondering van industrielawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt. Voor zowel de bestaande situatie als de toekomstige situatie, waarbij de windturbines van Windpark ZEBRA zijn gerealiseerd en de bestaande windparken Anna-Mariapolder en Bath en de solitaire windturbine Grindweg zijn gesaneerd, is de cumulatieve geluidbelasting berekend ter plaatse van de (referentie)toetspunten. In Tabel 5.3 zijn de geluidbelastingen weergegeven voor omrekening via de Reken- en meetvoorschrift windturbines voor gecumuleerde geluidbelasting. In zijn vervolgens de geluidbelastingen weergegeven (na omrekening met bovenstaande formules) als ook de energetische optelling (Lcum). Voor de te realiseren windturbines in windpark ZE-BRA is uitgegaan van windturbinegeluid na mitigatie. Een gangbare en geaccepteerd methodiek om cumulatieve geluideffecten vervolgens te beoordelen is de 'Methode Miedema'. In deze methode wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving bepaald voor en na toevoeging van een nieuwe geluidbron. Hiermee kan de leefomgeving objectief worden beoordeeld (zie ook Tabel 5.5).

Tabel 5.3 Berekende geluidbelasting (in dB) van alle geluidbronnen (vóór toepassing rekenregels voor cumulatieve geluidbelasting) (vetgedrukt: hoogste waarden zonder rekening te houden met mate van hinderlijkheid) IL (Letm)

SV (Letm)

RL (Lden)

WT ref

WT’s met E138

WT’s met SG 145

Nr.

adres

VL (Lden)

A

Armendijk 3****, Ossendrecht

57

54

55

18

46

46

46

B

Plaatsluis 1, Ossendrecht

38

50

47

15

34

33

34

C

Zandvlietseweg 19, Ossendrecht

36

50

47

15

34

33

34

D

Oude Dijk 11, Ossendrecht

46

50

48

21

36

37

38

E

Nieuwe Dijk 1, Ossendrecht

52

53

54

21

43

48

47

F

Nieuwe Dijk 2, Ossendrecht

52

53

54

21

44

48

46

G

Nieuwe Dijk 3**, Ossendrecht

51

54

56

20

48

50

50

H

Nieuwe Dijk 4**, Ossendrecht

50

55

57

20

49

50

50

I

Havenweg 1, Ossendrecht

45

57

56

22

47

48

47

J

Vijdtpolder1*, Woensdrecht

43

58

56

23

50

52

53

K

Zuidpolderdijk 1, Ossendrecht

64

51

51

21

40

43

43

L

Anna Mariaweg 2*, Rilland

44

48

53

30

41

48

50

M

Grensweg 19, Rilland

37

51

59

30

39

46

47

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 79

IL (Letm)

SV (Letm)

RL (Lden)

WT ref

WT’s met E138

WT’s met SG 145

Nr.

adres

VL (Lden)

N

Kreekrakweg 2***, Rilland

46

40

61

41

59

58

58

O

Volckerweg 1, Rilland

44

42

57

37

50

49

49

P

Volckerweg 3, Rilland

44

42

55

36

46

46

48

G

Sint Martijnsweg 10*, Rilland

41

52

55

28

42

51

54

R

Sint Martijnsweg 26*, Rilland

40

55

57

26

48

53

56

S

Martinushoeveweg 9, Woensdrecht

45

52

53

26

42

44

47

T

Langeweg 10, Ossendrecht

45

50

48

19

36

37

38

U

Langeweg 40, Ossendrecht

47

51

50

18

39

40

41

*: Molenaarswoning windpark ZE-BRA (= molenaarswoning) **: Molenaarswoning bij zowel windpark ZE-BRA als windpark Kabeljauwbeek (= molenaarswoning) ***: Molenaarswoning bij windpark Kreekraksluizen (= woning van derden) ****: Molenaarswoning bij windpark Kabeljauwbeek (= woning van derden)

Tabel 5.4 Cumulatieve geluidbelasting huidige situatie (Lcum ref) en toekomstige situatie (Lcum met E138 en Lcum met SG145) [dB(A)] (VL: verkeersgeluid, IL: industriegeluid, SV: scheepvaartgeluid, RL: railverkeersgeluid) L*IL (Letm)

L*SV (Letm)

L*RL (Lden)

L*WT ref

Lcum ref

L*WT E138

L*WT SG14 5

Lcum met E138

Lcum met SG 145

Nr.

adres

L*VL (Lden)

A

Armendijk 3****

57

55

43

16

54

60

56

56

61

61

B

Plaatsluis 1

38

51

34

13

33

51

35

36

51

51

C

Zandvlietseweg 19

36

51

34

13

33

51

34

36

51

51

D

Oude Dijk 11

46

51

36

18

36

52

41

42

53

53

E

Nieuwe Dijk 1

52

54

41

19

49

57

59

57

61

60

F

Nieuwe Dijk 2

52

54

42

19

49

57

59

56

61

59

G

Nieuwe Dijk 3**

51

55

44

18

57

60

62

62

63

63

H

Nieuwe Dijk 4**

50

56

45

18

59

61

63

63

64

64

I

Havenweg 1

45

58

44

19

55

60

60

58

62

61

J

Vijdtpolder1*

43

59

44

20

59

62

67

68

67

68

K

Zuidpolderdijk 1

64

52

39

19

43

64

50

51

65

65

L

Anna Mariaweg 2*

44

49

41

27

44

52

59

62

59

62

M

Grensweg 19

37

52

47

27

43

54

56

58

58

59

N

Kreekrakweg 2***

46

41

49

38

75

75

75

75

75

75

O

Volckerweg 1

44

43

44

34

59

60

60

61

61

62

P

Volckerweg 3

44

43

43

32

54

55

56

58

57

59

G

Sint Martijnsweg 10*

41

53

43

25

47

55

64

68

64

69

R

Sint Martijnsweg 26*

40

56

45

23

57

60

67

73

67

73

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 80

L*IL (Letm)

L*SV (Letm)

L*RL (Lden)

L*WT ref

Lcum ref

L*WT E138

L*WT SG14 5

Lcum met E138

Lcum met SG 145

Nr.

adres

L*VL (Lden)

S

Martinushoeveweg 9

45

53

40

24

47

55

52

58

56

60

T

Langeweg 10

45

51

36

17

36

52

41

42

52

53

U

Langeweg 40

47

52

38

16

42

54

46

47

54

54

*: Molenaarswoning windpark ZE-BRA (= molenaarswoning) **: Molenaarswoning bij zowel windpark ZE-BRA als windpark Kabeljauwbeek (= molenaarswoning) ***: Molenaarswoning bij windpark Kreekraksluizen (= woning van derden) ****: Molenaarswoning bij windpark Kabeljauwbeek (= woning van derden)

Tabel 5.5 Waardering kwaliteit akoestische omgeving volgens Methode Miedema Kwaliteit van de akoestische

Geluidklasse

omgeving

(cumulatieve geluidbelasting)

Goed

≤ 50 dB Lden

Donker groen

Redelijk

≤ 55 dB Lden

Licht groen

Matig

≤ 60 dB Lden

Geel

Tamelijk slecht

≤ 65 dB Lden

Oranje

Slecht

≤ 70 dB Lden

Roze

Zeer slecht

> 70 dB Lden

Paars

Toegepaste kleurcode

In de bestaande situatie, zonder windpark ZE-BRA, maar wel met de te saneren windturbines, wordt de akoestische omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten bepaald door het scheepvaartverkeer, industriegeluid en in mindere mate het wegverkeer wanneer geen rekening wordt gehouden met de mate van hinderlijkheid van het geluid. Rekening houdend met de mate van hinderlijkheid wordt de bestaande akoestische omgeving vooral bepaald door industriegeluid en in mindere mate geluid van bestaande windturbines. Op één toetspunt is wegverkeer het meest bepalend. De bestaande akoestische kwaliteit van de omgeving (L cum ref) varieert van redelijk (≤ 55 dB Lden) tot tamelijk slecht (≤ 65 dB Lden) en op één punt zeer slecht (> 70 dB Lden). In de toekomstige situatie met het windpark na mitigatie ter voldoening aan de geluidsnorm L den =47 dB wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten in meerdere mate bepaald door windturbines en deels ook nog steeds door industriegeluid. Op één punt blijft wegverkeer bepalend. De toekomstige akoestische kwaliteit van de omgeving (L cum met E138 en SG145) varieert van redelijk (≤ 55 dB Lden) tot zeer slecht (> 70 dB Lden) op twee toetspunten in de worst-case situatie en één in de ‘real-case’ situatie.

Cumulatieve geluidbelasting op woningen van derden Er vindt bij woningen van derden ‘gemiddeld en/of ‘worst case’ een cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats op 8 van de 15 gehanteerde toetspunten, allemaal met één stap op de schaal van Miedema (van redelijk naar matig en matig naar tamelijk slecht). Voor de overige 7 toetspunten bij woningen van derden blijft de akoestische kwaliteit gelijk (5 toetspunten redelijk, 1 toetspunt tamelijk slecht en 1 toetspunt zeer slecht). De cumulatieve verslechtering is deels inherent aan het realiseren van een windpark in een agrarische omgeving waar de bestaande geluidbelasting vooral wordt bepaald door infrastructuur en industrie en

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 81

bestaande windturbines die een kleiner gebied beslaan dan in de nieuwe situatie. Daar waar cumulatief in de bestaande situatie een relatief goede situatie is neemt de geluidbelasting cumulatief toe maar er ontstaat geen slechte akoestische situatie. Daar waar in de huidige situatie een slechtere akoestische situatie bestaat, treedt vrijwel geen extra verslechtering op. Een cumulatieve geluidbelasting voor woningen van derden van maximaal 65 dB (tamelijk slecht) wordt in zijn algemeenheid bij de ontwikkeling van windparken acceptabel geacht, zeker omdat er op de woningen van derden ook nog aan de norm L den 47 dB voldaan dient te worden. Bij een cumulatieve geluidbelasting van maximaal 65 dB (akoestische kwaliteit tamelijk slecht volgens Miedema) is er dan zonder meer nog sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Voor de woning Kreekrakweg 2, waar de cumulatieve geluidbelasting zeer slecht (>65 dB) is en blijft, draagt windpark ZE-BRA niet bij aan een verslechtering van de akoestische situatie (niet in de ‘real’ case, als ook niet in de worst-case situatie). De geluidsbelasting wordt hier al bepaald door de bestaande windturbines, omdat er geen verslechtering optreedt wordt de situatie derhalve aanvaardbaar geacht.

Gezien het belang van het realiseren van het windpark als bijdrage aan de gemeentelijke provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling en de samenhang met de beleidsmatige keuze om het plangebied aan te wijzen als concentratielocatie voor windenergie, wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie bij woningen van derden acceptabel geacht. In de berekeningen is uit gegaan van een realistische en worst-case situatie. Wanneer met de definitieve windturbine keuze gekozen wordt voor realisatie van een 'stillere' windturbine (niet worst-case) neemt in zijn algemeenheid ook de cumulatieve geluidbelasting af. Cumulatieve geluidbelasting op molenaarswoningen Hoewel er ter hoogte van de molenaarswoningen niet aan de normen voor geluid getoetst hoeft te worden, is de geluidsbelasting bij deze woningen wel onderzocht, zo ook de cumulatieve geluidbelasting. De cumulatieve geluidbelasting op molenaarswoningen geven, meer dan bij vergelijking met de norm, meer inzicht in een aanvaardbaar woon-en leefklimaat bij deze woningen. Al hoewel er bij molenaarswoningen niet aan normen getoetst hoeft te worden en niet dezelfde uitgangspunten als voor woningen van derden gehanteerd dienen te worden dient er nog steeds sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voor woningen van derden wordt cumulatief ‘tamelijk slecht’ (maximaal 65 dB) aanvaardbaar geacht, voor molenaarswoningen is ‘tamelijk slecht’ dus ook zonder meer acceptabel en wordt een stap slechter op de ladder van Miedema gezien de specifieke omstandigheden en functie van de woning ook nog acceptabel geacht. Een verslechtering van één stap op de schaal van Miedema voor molenaarswoningen wordt ook zonder meer acceptabel geacht omdat dat inherent is aan de ligging van molenaarswoningen in of direct nabij een windpark. Bewoners van molenaarswoningen hebben ook (economisch) profijt van het windpark waardoor de aanvaardbaarheid anders kan liggen dan bij woningen van derden. Door het profijt wordt de geluidbelasting als minder hinderlijk ervaren 45. Er vindt bij molenaarswoningen ‘worst-case’ een cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats op 5 van de 6 toetspunten. Op 1 woning één stap op de schaal van Miedema en bij de overige woningen 2 of 3 stappen ‘worst-case’, naar tamelijk slecht tot zeer slecht. Bij de molenaarswoningen wordt de cumulatieve geluidbelasting in de huidige situatie ook al grotendeels bepaald door windturbinegeluid. Het plangebied maakt onderdeel uit van concentratiegebied voor windturbines wat een hogere 45

Op basis van wetenschappelijk onderzoek is geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks dat zij hetzelfde geluidniveau ondervinden als andere respondenten (“Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different living environments”, Pedersen et al., 2007); zie ook paragraaf 5.9.6.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 82

cumulatieve geluidbelasting in het plangebied rechtvaardigt. De molenaars hebben daarnaast economisch profijt bij realisatie van het windpark en hebben ook een hogere geluidbelasting aanvaard. Het cumulatieve geluidniveau op de molenaarswoningen van windpark ZE-BRA is ook lager dan het (geaccepteerde) geluidniveau op de molenaarswoning van het bestaande windpark Kreekraksluizen. Met alle molenaars is daarnaast door de initiatiefnemers de afspraak gemaakt dat bekeken gaat worden of door middel van maatregelen, zoals bijvoorbeeld isolatie en suskasten, het binnengeluidniveau van de woning verbetert kan worden. Deze aanvullende afspraken dragen extra bij aan het accepteren van een hoge cumulatieve geluidbelasting op de gevel bij molenaarswoningen. De initiatiefnemers hebben in de molenaarsovereenkomst afspraken met de toekomstige molenaars gemaakt om een aanvaardbaar binnenklimaat te borgen, dit geldt met name voor de woningen Sint Martijnsweg 10 en 26. De initiatiefnemers gaan de verplichting aan om, passend binnen de bedrijfsvoering van het windpark en in overleg met de molenaar, de mogelijke optredende effecten van geluidshinder, die additioneel wordt veroorzaakt door het windpark bovenop het reeds aanwezige achtergrond geluid, in de woning tot een minimum te beperken, zodat een aanvaardbaar binnen niveau voor geluid wordt bereikt op grond van de norm in art. 3.3.

lid 1 Bouwbesluit 2012. Het zwaartepunt ligt hierbij op, maar is niet beperkt tot, de slaapkamers om in eerste instantie in ieder geval verstoring van nachtrust te voorkomen. De kosten van onderzoek en de te nemen maatregelen worden gedragen door de initiatiefnemers. De concreet te nemen maatregelen worden in afstemming met de molenaar bepaalt en uitgevoerd. In Tabel 5.6 staat de aanvaardbaarheid van de cumulatieve geluidbelasting op molenaarswoningen per molenaarswoning samengevat. Tabel 5.6 Samenvatting aanvaardbaarheid woon- en leefklimaat molenaarswoningen op basis van cumulatieve geluidbelasting en Miedema Adres

Lcum in dB

samenvatting

huidig

realcase

worstcase

real-case

worst-case

Nieuwe Dijk 3, Ossendrecht

60

63

63

Akoestisch klimaat ‘tamelijk slecht’ voor molenaarswoning zonder meer aanvaardbaar.

Akoestisch klimaat ‘tamelijk slecht’ voor molenaarswoning zonder meer aanvaardbaar.

Nieuwe Dijk 4, Ossendrecht

61

64

64

Akoestisch klimaat ‘tamelijk slecht’ voor molenaarswoning zonder meer aanvaardbaar.

Akoestisch klimaat ‘tamelijk slecht’ voor molenaarswoning zonder meer aanvaardbaar.

Vijdtpolder 1, Woensdrecht

62

67

68

Verslechtering akoestisch klimaat 1 stap zonder meer acceptabel. Akoestisch klimaat ‘slecht’ voor molenaarswoning aanvaardbaar.

Verslechtering akoestisch klimaat 1 stap zonder meer acceptabel. Akoestisch klimaat ‘slecht’ voor molenaarswoning aanvaardbaar.

Anna Mariaweg 2, Rilland

52

59

62

Akoestisch klimaat ‘matig’ voor molenaarswoning zonder meer aanvaardbaar.

Akoestisch klimaat ‘tamelijk slecht’ voor molenaarswoning zonder meer aanvaardbaar.

Sint Martijnsweg 10, Rilland

55

64

69

Akoestisch klimaat ‘tamelijk slecht’ voor molenaarswoning zonder meer aanvaardbaar.

Akoestisch klimaat ‘slecht’ voor molenaarswoning aanvaardbaar.

Sint Martijnsweg 26, Rilland

60

67

73

Akoestisch klimaat ‘slecht’ voor molenaarswoning aanvaardbaar.

cumulatieve geluidniveau op de molenaarswoning is lager dan het reeds geaccepteerde cumulatieve geluidniveau op

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 83

Adres

Lcum in dB huidig

samenvatting realcase

worstcase

real-case

worst-case de molenaarswoning van het bestaande windpark Kreekraksluizen. Derhalve in deze specifieke situatie toch aanvaardbaar.

Stiltegebieden Windpark ZE-BRA ligt in een ‘windenergie concentratielocatie’. Derhalve hoeft er bij de besluitvorming geen rekening te worden gehouden met eventuele overschrijdingen van de 48 dB(A) richtwaarde voor achtergrondgeluid van de provincie Zeeland. Het dichtstbijzijnde stiltegebed in de provincie Noord-Brabant is gelegen op een afstand van ruim 4,5 kilometer. Gezien de afstand kan op voorhand met zekerheid gesteld worden dat voldaan wordt aan de streefwaarde van de geluidbelasting op de grens van het stiltegebied van 50 dB(A) LAeq, 24u.

5.3.3 Conclusie Er kan op woningen van derden worden voldaan aan de (ruimtelijk aanvaardbare) geluidnorm L den 47 dB en Lnight 41 dB. In de omgevingsvergunning dient hiervoor een voorschrift opgenomen te worden. Ook voor cumulatief geluid is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gezien het belang van het realiseren van het windpark in het licht van de doelstellingen, en aanvullende afspraken met molenaars. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.4 Slagschaduw 5.4.1 Toetsingskader De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De frequenties van de lichtflikkeringen van de voorbeeldwindturbines liggen, gezien hun afmetingen, tussen de 0,24 en 0,95 Hz en worden daarmee niet als extra hinderlijk ervaren en zijn niet schadelijk. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor het optreden en de duur van de periode waarin slagschaduw plaatsvindt (slagschaduwduur).

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 84

Kader 5.3 Ruimtelijke aanvaardbaarheid toetsnorm maximaal 6 uur slagschaduw per jaar

De (ruimtelijke) aanvaardbaarheid van de slagschaduwnorm dat maximaal 17 dagen per jaar de hinderduur van slagschaduw meer dan 20 minuten mag bedragen is bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) aan de orde geweest in het kader van het inpassingsplan voor windpark De Drentse Monden-Oostermoer (ECLI:NL:RVS:2018:616, overweging 132): “Voorts volgt, zo staat in het verweerschrift, uit onderzoek dat in 1999 in Duitsland is verricht, dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving. Naar aanleiding van dat onderzoek is in 2000 laboratoriumonderzoek verricht. Volgens dat laboratoriumonderzoek kan in de eerste 20 minuten dat harde slagschaduw optreedt een fysieke reactie worden veroorzaakt, die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost, zo is in het verweerschrift toegelicht.

(…) Volgens de ministers worden, gelet op de conclusies uit deze onderzoeken, met de norm waarbij slagschaduw is beperkt tot maximaal 17 dagen gedurende maximaal 20 minuten per dag binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter, gezondheidsklachten voorkomen en wordt de hinder in voldoende mate beperkt”. De conclusies uit de wetenschappelijke onderzoeken over de gevolgen van hinder door slagschaduw die door de ministers zijn genoemd, zijn niet gemotiveerd betwist. Aangenomen mag dat op basis van het aangehaalde onderzoek de norm uit het Activiteitenbesluit op zich ruimtelijk aanvaardbaar is. Maximaal 6 uur slagschaduw door een windpark op woningen van derden, binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter, is een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens de Activiteitenregeling. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat het hanteren van een slagschaduwnorm van 6 uur per jaar ten gevolge van een windpark aanvaardbaar is. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) geeft in haar deskundigenadvies in het kader van Windpark De Drentse Monden-Oostermoer (d.d.

17 februari 2017, kenmerk StAB -40218) aan dat “de streefwaarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar voorziet in (veel) geringere aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden dan de normering in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ten eerste tellen nu ook de dagen mee waarop de slagschaduw minder is dan 20 minuten. Ten tweede worden alle minuten meer dan 20 minuten ook meegeteld.”

De Activiteitenregeling milieubeheer stelt dat windturbines voorzien moeten worden van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, waaronder woningen van derden en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen worden verstaan, voor zover: •

de afstand tot woningen of andere gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt;

•

en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden.

In het slagschaduwonderzoek is de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer vertaald naar een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens de Activiteitenregeling milieubeheer omdat volgens de norm op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 85

dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar. Voor onderhavig plan wordt getoetst aan maximaal 6 uur slagschaduw per jaar als ruimtelijk aanvaardbare norm voor geluid (zie ook Kader 5.3).

5.4.2 Onderzoek Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie bijlage 1 van bijlage 2 Aanvulling MER). Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van turbines met een maximale rotordiameter (160 meter) en maximale tiphoogte (200 meter), en daarom met een ashoogte van 120 meter. Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel de eerste twee geometrische eigenschappen van belang. Figuur 5.11 Slagschaduwcontour windpark ZE-BRA, zonder mitigatie

Bron: Bijlage 67 van rapport akoestisch en slagschaduw (in bijlage 1 van bijlage 2 Aanvulling MER) (bewerkt)

De grens waarbinnen slagschaduwduur van 6 uur wordt overschreden kan met een contour op een kaart aangegeven worden. In Figuur 5.11 is met een groene, rode en grijze iso-lijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 5 of 15 uur bedraagt. Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan optreden bij de woningen binnen de rode 5-uurscontour. Bij woningen buiten de rode 5-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. Voor een uitleg over het hanteren van een 5-uurscontour voor de 6-uurs streefwaarde als benadering van de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer wordt verwezen naar Kader 5.4.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 86

Kader 5.4 Toelichting weergave slagschaduwcontouren op kaart

Voor de weergave van contouren op kaart wordt door het rekenprogramma uitgegaan van een te definiëren rekenraster (fijnmazig tot grof) waarop per rasterpunt de schaduwduur wordt berekend op een beperkt oppervlak. Daardoor kan het voorkomen dat het lijkt dat een woning welke net binnen de 6 uurscontour is gelegen, toch zal voldoen aan de voorgestelde streefwaarde van 6 uur slagschaduwduur per jaar. Immers, voor de berekeningen op de toetspunten wordt uitgegaan van een groter belast verticaal oppervlak van 8,0 x 4,5 meter. Daarom wordt op kaart de 5 uurscontour gebruikt om met zekerheid te kunnen zeggen dat woningen binnen deze contour niet meer dan de voorgestelde streefwaarde van 6 uur slagschaduwduur ontvangen. Er wordt tevens een 15 uurscontour gepresenteerd om een indruk te verkrijgen van het belaste gebied of toetspunten dichterbij de turbine(s). De kaart is dus nadrukkelijk niet geschikt voor het toetsen aan normen maar kan worden gebruikt voor een visuele beoordeling van de schaduwduur op de omgeving.

De resultaten van de berekeningen op basis van de voorbeeldwindturbine zijn weergegeven in Tabel 5.7. Hierin is de verwachte hinderduur voor slagschaduw per jaar gegeven. Voor woningen die niet in onderstaande tabel staan is de duur van slagschaduw gelijk of lager dan de resultaten gegeven in de tabel op representatieve toetspunten. Tabel 5.7 Slagschaduwduur windpark ZE-BRA [uu:mm per jaar] Toetspunt nr.

adres

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar]

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar]

voor mitigatie

Na mitigatie

A

Armendijk 3, Ossendrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=261b19d6-f9a4-449e-a32e-eb0c03352b70