CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-07 Bijlage 7. Ruimtelijke onderbouwing Windpark ZEBRA inclusief alle bijlagen.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Concept advies inzake ontwikkeling windpark ZEBRA39.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

1:33

0:00

B

Plaatsluis 1, Ossendrecht

0:00

0:00

C

Zandvlietseweg 19, Ossendrecht

0:00

0:00

D

Oude Dijk 11, Ossendrecht

0:00

0:00

E

Nieuwe Dijk 1, Ossendrecht

60:54

2:38

F

Nieuwe Dijk 2, Ossendrecht

68:40

5:10

G

Nieuwe Dijk 3*, Ossendrecht

73:43

2:58

H

Nieuwe Dijk 4*, Ossendrecht

48:34

3:52

I

Havenweg 1, Ossendrecht

80:44

5:31

J

Vijdtpolder1*, Woensdrecht

245:05

3:05

K

Zuidpolderdijk 1, Ossendrecht

10:09

2:36

L

Anna Mariaweg 2*, Rilland

49:08

5:20

M

Grensweg 19, Rilland

41:12

4:02

N

Kreekrakweg 2, Rilland

1:20

1:20

O

Volckerweg 1, Rilland

5:35

5:35

P

Volckerweg 3, Rilland

2:08

2:08

G

Sint Martijnsweg 10*, Rilland

128:43

5:00

R

Sint Martijnsweg 26*, Rilland

158:12

2:47

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 87

Toetspunt nr.

adres

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar]

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar]

voor mitigatie

Na mitigatie

S

Martinushoeveweg 9, Woensdrecht

26:27

5:58

T

Langeweg 10, Ossendrecht

2:09

2:09

U

Langeweg 40, Ossendrecht

4:45

4:45

*: Molenaarswoning windpark ZE-BRA

Bij de woningen van derden waarvan de verwachte hinderduur vetgedrukt is, treedt jaarlijks meer dan 6 uur slagschaduwhinder op. Normoverschrijding is daar mogelijk. Eventuele overschrijding van de norm zal worden weggenomen door een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de ruimtelijk aanvaardbare slagschaduwnorm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. In Tabel 5.7 is een voorbeeld gegeven van de slagschaduwduur na het toepassen van een stilstandsregeling. In het besluit omgevingsvergunning/de beschikking (vaststellingsbesluit) dient derhalve te worden bepaald dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst aan de slagschaduwnorm van 6 uur per jaar. De benodigde mitigerende maatregelen die nodig zijn om voor het windpark aan de slagschaduwnorm te kunnen voldoen wordt maximaal ingeschat op 0,9 % productieverlies. Met een dergelijk productieverlies is de uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding. Voor slagschaduw bij molenaarswoningen wordt verder verwezen naar cumulatieve slagschaduw.

Cumulatie slagschaduw De cumulatieve hinderduur voor slagschaduw van windpark ZE-BRA met de bestaande windparken wordt gegeven in Tabel 5.8 en Figuur 5.12. Omdat de gegevens van de bestaande windturbines niet beschikbaar zijn gesteld zijn deze opnieuw berekend in het rekenmodel voor windpark ZE-BRA. De werkelijke ingeregelde stilstand van de bestaande windturbines is ook niet beschikbaar maar is voor een globaal beeld ingeschat op maximaal 6 uur op woningen van derden voor Windpark Kabeljauwbeek. Slagschaduw van windpark Kreekraksluizen wordt vooral ontvangen door de woning Kreekrakweg 2, omdat deze woning molenaarswoning is bij dat windpark is er van uit gegaan dat er geen stilstandvoorziening is als gevolg van windpark Kreekraksluizen. In Tabel 5.8 is een berekening gegeven van de bestaande windparken voor mitigatie en met een inschatting na mitigatie. Tabel 5.8 Slagschaduwduur windpark ZE-BRA cumulatief [uu:mm per jaar]

nr.

adres

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar] windpark ZE-BRA

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar] cumulatief met andere windparken

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar] cumulatief met andere windparken

Na mitigatie

voor mitigatie

Na mitigatie

A

Armendijk 3****, Ossendrecht

0:00

30:07

28:35

B

Plaatsluis 1, Ossendrecht

0:00

0:00

0:00

C

Zandvlietseweg 19, Ossendrecht

0:00

0:00

0:00

D

Oude Dijk 11, Ossendrecht

0:00

0:00

0:00

E

Nieuwe Dijk 1, Ossendrecht

2:38

67:01

9:48

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 88

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar] windpark ZE-BRA

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar] cumulatief met andere windparken

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar] cumulatief met andere windparken

nr.

adres

Na mitigatie

voor mitigatie

Na mitigatie

F

Nieuwe Dijk 2, Ossendrecht

5:10

73:34

11:08

G

Nieuwe Dijk 3**, Ossendrecht

2:58

138:23

66:36

H

Nieuwe Dijk 4**, Ossendrecht

3:52

121:34

76:18

I

Havenweg 1, Ossendrecht

5:31

107:00

32:02

J

Vijdtpolder1*, Woensdrecht

3:05

255:52

15:59

K

Zuidpolderdijk 1, Ossendrecht

2:36

10:09

2:36

L

Anna Mariaweg 2*, Rilland

5:20

49:08

5:20

M

Grensweg 19, Rilland

4:02

41:12

4:02

N

Kreekrakweg 2***, Rilland

1:20

28:22

28:22

O

Volckerweg 1, Rilland

5:35

33:24

33:24

P

Volckerweg 3, Rilland

2:08

12:02

12:02

G

Sint Martijnsweg 10*, Rilland

5:00

128:43

5:00

R

Sint Martijnsweg 26*, Rilland

2:47

158:12

2:47

S

Martinushoeveweg 9, Woensdrecht

5:58

26:27

5:58

T

Langeweg 10, Ossendrecht

2:09

2:09

2:09

U

Langeweg 40, Ossendrecht

4:45

7:34

7:34

*: Molenaarswoning windpark ZE-BRA (= molenaarswoning) **: Molenaarswoning bij zowel windpark ZE-BRA als windpark Kabeljauwbeek (= molenaarswoning) ***: Molenaarswoning bij windpark Kreekraksluizen (= woning van derden) ****: Molenaarswoning bij windpark Kabeljauwbeek (= woning van derden)

Woningen van derden Er zijn 8 toetspunten bij woningen van derden waar cumulatief de norm voor slagschaduw wordt overschreden, windpark ZE-BRA draagt hier zeer beperkt aan bij. De initiatiefnemers zijn voornemens windpark ZE-BRA cumulatief geen slagschaduw te laten toevoegen op woningen van derden. Het windpark zal derhalve ook cumulatief voldoen aan de norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar op woningen van derden. Het treffen van dergelijke stilstandvoorziening heeft een zeer beperkte invloed op de elektriciteitsproductie en daarmee geen invloed op de haalbaarheid van onderhavig plan. Door het nemen van de maatregel is er ook vanuit het aspect cumulatieve slagschaduw sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het besluit omgevingsvergunning/de beschikking (vaststellingsbesluit) dient te worden bepaald dat windpark ZE-BRA, met uitzondering van slagschaduw in te tijd die nodig is om af te schakelen, vanuit een goede ruimtelijke ordening geen slagschaduw mag toevoegen op een al met slagschaduw belaste woningen van derden.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 89

Figuur 5.12 Cumulatieve slagschaduwcontour windpark ZE-BRA met bestaande windturbines, zonder mitigatie

Bron: Bijlage 68 van rapport akoestisch en slagschaduw (in bijlage 1 van bijlage 2 Aanvulling MER) (bewerkt)

Molenaarswoningen Hoewel er ter hoogte van de molenaarswoningen niet aan de normen voor slagschaduw getoetst hoeft te worden, is de (cumulatieve) slagschaduwduur wel onderzocht. De cumulatieve slagschaduwduur op molenaarswoningen geven, meer dan bij vergelijking met de norm, meer inzicht in een aanvaardbaar woon-en leefklimaat bij deze woningen. Al hoewel er bij molenaarswoningen niet aan normen getoetst hoeft te worden dient er nog steeds sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze bewoners hebben ook (economisch) profijt van het windpark waardoor de aanvaardbaarheid anders kan liggen dan bij woningen van derden. Door het profijt wordt de slagschaduw als minder hinderlijk ervaren. Voor de molenaarswoningen Sint Martijnsweg 10 en 26 en Anna Mariaweg 2 geldt dat de cumulatieve slagschaduwduur volledig wordt bepaald door windpark ZE-BRA. Op de adressen Vijdtpolder 1 en Nieuwe Dijk 3 en 4 wordt de cumulatieve slagschaduwduur gedeeltelijk bepaald door windpark ZE-BRA maar ook door de bestaande parken Kabeljauwbeek en Kreekraksluizen. De grootste cumulatieve slagschaduw is ruim 255 minuten per jaar op de woning Vijdtpolder 1. Er is sprake van een aanzienlijke slagschaduw bij molenaarswoningen, maar gezien het economisch profijt van de molenaars wordt dit toch aanvaardbaar geacht.

Mocht in praktijk blijken dat er toch sprake is van onaanvaardbare hinder dan bekijken de initiatiefnemers in overleg of nadere maatregelen (bijvoorbeeld mitigatie, afscherming of zonnewering) mogelijk, dan wel wenselijk, zijn. Zo is er voor molenaarswoningen de afspraak gemaakt een regeling te treffen, waarmee bij hinderlijke slagschaduw de turbines stilgezet kunnen worden.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 90

Desgewenst kan het bevoegd gezag in het kader van Activiteitenbesluit een aanvullende afweging maken en aanvullende maatwerkvoorschriften voorstellen voor cumulatieve slagschaduw. Het treffen van dergelijke stilstandvoorziening heeft beperkte invloed op de elektriciteitsproductie en daarmee geen invloed op de haalbaarheid van het plan. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Zonneveld RWZI De windturbines hebben mogelijk beperkt effect op het aanwezige zonneveld op de RWZI Bath, dit wordt op voorhand acceptabel geacht. Verwacht wordt dat het effect van slagschaduw op de energieopbrengst van zonnepanelen beperkt zal zijn. Een eventuele opbrengstverlies is ingecalculeerd in de planvorming.

5.4.3 Conclusie Vanuit schaduwhinder op woningen is het plan ruimtelijke inpasbaar en haalbaar. In de omgevingsvergunning dient een voorschrift opgenomen te worden voor toetsing aan de (ruimtelijk aanvaardbare) slagschaduwnorm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Ook voor cumulatieve slagschaduw dient een voorschrift te worden opgenomen dat windpark ZE-BRA ook cumulatief de 6 uur slagschaduw niet overschrijdt bij woningen van derden. Rekening ook houdend met de voorschriften is er is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect slagschaduw.

5.5 Veiligheid 5.5.1 Toetsingskader Voor de ruimtelijke inpassing van een windturbine speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van de windturbines op de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid. Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines. De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie van windturbines. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen ten behoeve van het voorkomen van risico's voor de omgeving. Interne veiligheid is verder niet ruimtelijk relevant en derhalve niet meegenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving.

Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine automatisch stilgezet worden. Daarnaast is gezien de aard en functie van het terrein (agrarische percelen en lokale wegen met zeer geringe verkeersintensiteiten) waar de turbines geplaatst worden de kans dat een persoon aanwezig is precies onder de locatie van het rotorblad tijdens de specifieke weersomstandigheden waarbij gevaarlijke hoeveelheden ijsafglijding op kan treden, zodanig klein dat het risico voor personen (passanten) verwaarloosbaar is.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 91

Tabel 5.9 Beoordelingskader veiligheid46 Toetswaarde van risico

Vergunningsafstand

Beoordelingscriterium

Effectbeoordeling

Bebouwing – Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten

Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de maximale ligging van de plaatsgebonden risicocontour

Verkeer – (Water)wegen

Rijkswegen binnen toetsafstanden

max IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen

Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat

Beleidsregels van Rijkswaterstaat

Verkeer – Spoorwegen

Spoorwegen binnen toetsafstanden

max. IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen

11 meter vanaf het hart van het spoor

Beleidsregels beheerder (ProRail)

Industrie en risicovolle inrichtingen

Risico-inrichtingen en installaties binnen toetsafstanden en 10% toets voor significantie van effect

10%verwaarloosbaar toets en kwalitatieve effectbeoordeling

n.v.t

Onder- en bovengrondse transportleidingen

Toetsing aan effect op buisleiding en bijbehorend risico voor omgeving

Risicotoevoeging voor omgeving en trefkans van buisleiding

Adviesafstand uit de handleiding en handreiking risicozonering windturbines 2020)

Toetsing aan effect op hoogspanning

Trefkans van hoogspanningsnetwerk

Adviesafstand uit de handleiding en handreiking risicozonering windturbines 2020)

Hoogspanningslijnen

Dijklichamen en waterkeringen

Toetsing aan effect op waterkering

max. PR 10-6 en max. PR 10-5

Trefkans van waterkeringen

Afkomstig uit

Activiteitenbesluit

Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat of Waterschap

Waterschap/ Rijkswaterstaat

Voor externe veiligheid is per 1 januari 2011 het Besluit wijziging milieuregels windturbines 47 in werking getreden. Daarin wordt onder meer geregeld dat met betrekking tot veiligheidsafstanden in grote lijnen wordt aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)48 en dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6-contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van maximaal 1 op 100.000 en PR 10-6 een kans van 1 op 1.000.000. Voor de bepaling van deze contouren wordt verwezen naar het De 'Handreiking Risicozonering Windturbines' (v1.1, 20 mei 2020) en 'Handleiding Risicoberekeningen Windturbines' (versie oktober 2019) (hierna: Handboek risicozonering), 46

Voor een toelichting over specifieke veiligheidsafstanden wordt verwezen naar de tekst in hoofdstuk 12 van bijlage 1. Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines). 48 Besluit externe veiligheid Inrichtingen, Geldend op 21-05-2018. 47

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 92

als vervanger van het 'Handboek Risicozonering Windturbines' (2014). Ook wordt voor de bepaling van de effecten op infrastructuren en objecten aansluiting gezocht bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)49. Daarnaast hebben beheerders van infrastructurele werken randvoorwaarden voor situaties van uitval van belangrijke infrastructurele werken zoals grote gasleidingen en elektriciteitsvoorzieningen. Om hier rekening mee te houden is gekeken naar de invloed van plaatsing van windturbines op de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de nabije infrastructurele werken. In het Handboek wordt ook verwezen naar de beleidsregel van Rijkswaterstaat (2002)50 voor de beoordeling van effecten op (vaar)wegen. Deze beleidsregel geldt enkel voor rijks(vaar)wegen, voor provinciale en lokale wegen gelden geen (beleids)regels. In juli 2020 is ‘Richtlijnen Vaarwegen 2020’ uitgekomen voor de beoordeling voor vaarwegen. De richtlijn is van toepassing is verklaard op provinciale en lokale vaarwegen, eerder was er enkel een toetsafstand voor Wijksvaarwegen. Nu is dezelfde toetsafstand van toepassing voor alle vaarwegen (dus ook recreatievaart etcetera)51.

In de beleidsregel “Windturbines langs auto-, spoor-, en vaarwegen: beoordeling van veiligheidsrisico’s”52 staan de richtlijnen gegeven ten aanzien van de beoordeling van het individueel passentenrisico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) om het effect op overige wegen te beoordelen. In Tabel 5.9 staat het beoordelingskader voor veiligheid samengevat.

5.5.2 Onderzoek Het Handboek risicozonering (HRW) adviseert een identificatieafstand waarbinnen het veiligheidsrisico voor objecten en infrastructuren onderzocht dient te worden. Deze afstand is gebaseerd op de maximale generieke werpafstand die plaatsvindt als windturbines tweemaal het nominale toerental draaien (ook wel 'overtoeren'). Objecten buiten deze afstand ondervinden geen risico en worden verder buiten beschouwing gelaten. Om de maximale effecten goed weer te geven wordt de werpafstand gehanteerd van een windturbine met een maximale werpafstand van 168 meter bij nominaal toerental en 443 meter bij overtoeren. Er wordt voor het te werpen blad uitgegaan van de maximale bladlengte (dus 80 meter). Hiermee wordt een worst-case situatie inzichtelijk gemaakt voor momenteel beschikbare windturbinetypes. Voor de achterliggende berekeningen bij de hier genoemde afstanden wordt verwezen naar de externe veiligheidsanalyse in bijlage 8 van bijlage 1 MER en de oplegnotitie in bijlage 5 van bijlage 2 Aanvulling MER.

Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten De plaatsgebonden risicocontouren liggen volgens de vuistregels uit het HRW nooit verder dan de volgende afstanden: •

De PR10-5 contour ligt maximaal op een afstand van een halve rotordiameter (hier: 80 meter) en;

•

de PR10-6 contour ligt maximaal op de grootste afstand van of de tiphoogte of de werpafstand bij nominaal toerental (hier 200 meter).

49

Besluit van 24 juli 2010, houdende milieukwaliteitseisen externe veiligheid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen) en aanvulling tot d.d. 01-05-2016. 50 “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken”, 15 mei 2002/Nr. HKW/R 2002/3641 51 De toetsafstand zelf blijft: een halve rotordiameter afstand vanaf de rand van de vaarweg met een minimum van 50 meter. Naar verwachting wordt half 2021 deze toetsafstand aangepast naar: een halve rotordiameter + 30 meter vanaf de rand van de vaarweg. 52 P.H. de Joode, S. Onnink, B.A. van den Horn, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Bouwdienst (RWS, BD), NS Railinfrabeheer, 1999

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 93

Figuur 5.13 Weergave maximale ligging PR-contouren voor windpark ZE-BRA

Voor de bepaling wat (beperkt) kwetsbare objecten zijn is aangesloten bij de definities uit artikel 1 lid 1 uit het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi). Zo worden woningen met een plaatsingsdichtheid van meer dan 2 woningen per hectare gezien als kwetsbare objecten. Ook ziekenhuizen, scholen en andere gebouwen voor minder zelfredzame personen of gebouwen bestemd voor grote groepen langdurig aanwezige personen met een hoge persoonsdichtheid zijn te definiëren als kwetsbare objecten 53. Andere objecten waar personen in aanwezig kunnen zijn beperkt kwetsbare objecten. Beperkt kwetsbare objecten Bij de opstelling is één object aanwezig binnen de PR10-05 contour. Dit betreft een vloeistofbassin van de zuiveringsinstallatie. Dit is geen gebouw waar personen in aanwezig kunnen zijn. Het is daarmee een ‘niet-kwetsbaar object’. Er zijn geen beperkt kwetsbare objecten aanwezig binnen de maximale ligging van de PR10-05 contour van de opstelling. Er is ook geen reden anders te toetsen dan op basis van het Activiteitenbesluit en het Handboek wordt voorgeschreven. Kwetsbare objecten Bij de opstelling zijn meerdere objecten aanwezig binnen de PR10 -06 contour van de windturbines. Bij windturbine 1 zijn circa 8 installaties van de rioolwaterzuivering aanwezig binnen de PR10 -06 contour en één bedrijfsgebouw met een oppervlakte van maximaal 53 m2.

De installaties zijn niet-kwetsbare objecten omdat er geen personen in aanwezig kunnen zijn en het enkele bedrijfsgebouw is gezien het formaat met

53

Kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2 zijn kwetsbare objecten. Dit is daarmee een beperkt kwetsbaar object.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 94

zekerheid een beperkt kwetsbaar object. Bij windturbine 1 zijn geen kwetsbare objecten aanwezig binnen de maximale ligging van de PR10-06 contour. Bij windturbine 9 (en windturbine 8) is een zonnepark aanwezig binnen de PR10 -06 contour. Tevens staat hier een bij het zonnepark behorend gebouw met een oppervlakte van 190 m 2. De zonnepanelen zijn nietkwetsbare installaties en het bedrijfsgebouw is maximaal een beperkt kwetsbaar object. Bij windturbine 9 zijn geen kwetsbare objecten aanwezig binnen de maximale ligging van de PR10 -06 contour. Bij windturbine 14 zijn vier gebouwen aanwezig binnen de maximale ligging van de PR10 -06 contour. Dit betreft een bewoond sluishuis, een agrarische schuur, een tuinhuisje en een tuinschuur. De dichtstbijzijnde woning vanaf het bewoonde sluishuis is gelegen op een afstand van meer dan 350 meter. Dit betreft daarmee een losliggende woning (minder dan woningen per hectare) en is conform het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) te definiëren als een beperkt kwetsbaar object. Bij windturbine 14 zijn dus geen kwetsbare objecten aanwezig binnen de maximale ligging van de PR10 -06 contour. Voor de overige windturbines geldt dat er geen kwetsbare objecten aanwezig zijn binnen de maximale ligging van de PR10-06 contour.

Ruimtelijke mogelijkheden Naast invloed op bestaande objecten kunnen windturbines een invloed hebben op de mogelijkheden van bestemmingen in de nabije omgeving. Bij windturbine 5 ligt de bestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ binnen de maximale ligging van de PR10 -06 contour te liggen. Dit terrein is momenteel in gebruik als gasinstallatie. Gezien het formaat van het terrein en de bestemmingsplanmogelijkheden kunnen er geen kwetsbare objecten op dit terrein worden gerealiseerd. De komst van de windturbine levert derhalve geen beperking van de ruimtelijke mogelijkheden op als het gaat om de kwetsbaarheid van bebouwing. Bij windturbine 14 komt één van de drie ter plaatse aanwezige agrarisch bouwvlakken binnen de PR10 -05 contour te liggen. Dit betekent dat er binnen deze zone (rode cirkel in Figuur 5.14) geen gebouwen, die kwetsbaar of beperkt kwetsbare objecten zijn, mogen worden gerealiseerd. Kwetsbare objecten laat het geldende bestemmingsplan niet toe (want een verspreid liggende woning is niet kwetsbaar). Het deel buiten de rode cirkel blijft beschikbaar voor de bouw van beperkt kwetsbare objecten zoals een losliggende woning. De woningdichtheid dient daarbij lager te zijn dan maximaal 2 woningen per hectare (want anders kwetsbaar). Slechts op de meest oostelijke van de drie bouwvlakken mag een woning aanwezig zijn.

Een concentratie van meer dan 2 woningen per hectare is niet mogelijk. De komst van de windturbine levert derhalve geen beperking van de ruimtelijke mogelijkheden op als het gaat om de kwetsbaarheid van bebouwing.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 95

Figuur 5.14 Weergave windturbine 14 van het in relatie tot bouwvlakken in het bestemmingsplan

Bij windturbine 7 ligt de maximale ligging van de PR10-06 contour over Belgische grondgebied. Binnen deze zone zijn geen objecten aangetroffen die gezien zouden kunnen worden als kwetsbare objecten of in Vlaanderen zogenoemde ‘schadereceptoren’. De objecten aangewezen als kwetsbare objecten komen overeen met de Vlaamse schadereceptoren zoals woonzones, kwetsbare locaties (scholen etcetera) en andere objecten. Er zijn geen bestemmingen of aanduidingen geïdentificeerd die de bouw van beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten mogelijk maken. De windturbines veroorzaken door hun komst geen additionele belemmering voor geldende bestemmingen en aanduidingen. Er is ook geen reden anders te toetsen dan op basis van het Activiteitenbesluit en het Handboek wordt voorgeschreven. De PR 10 -05 contour van de windturbines, en eventueel de PR 10-06 contour, kan desgewenst opgenomen worden in het ‘veegplan’ voor het Buitengebied bij wijze van signaleringsfunctie voor de toetsing van nieuwe ontwikkelingen.

Wegen Het HRW stelt dat Rijkswaterstaat een vergunning moet afgeven indien windturbines worden geplaatst op, in of over rijkswaterstaatwerken. Voor het verlenen van de vergunning hanteert Rijkswaterstaat een afstandseis van ten minste 30 meter of een halve rotordiameter indien deze laatste groter is. Ook dient bij plaatsing binnen een afstand van de werpafstand bij nominaal toerental (168 meter) het individueel passanten risico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) te worden berekend. Rijkswaterstaat hanteert in hun beleidsregel de maximale grenzen van 1 x 10 -06 voor het IPR en 2 x 10-03 voor het MR. Voor alle wegen die geen eigendom zijn van Rijkswaterstaat maar bijvoorbeeld van de provincie, waterschap of de gemeente, zijn geen algemene externe veiligheidsnormen van toepassing.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 96

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=261b19d6-f9a4-449e-a32e-eb0c03352b70