CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-07 Bijlage 7. Ruimtelijke onderbouwing Windpark ZEBRA inclusief alle bijlagen.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Concept advies inzake ontwikkeling windpark ZEBRA39.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

3.

In afwijking van het eerste lid kunnen nieuwe windturbines geconcentreerd worden toegelaten op gronden die zijn gelegen buiten de in bijlage 4 aangegeven windenergie concentratielocaties indien: a. er sprake is van een ligging langs een grootschalige infrastructuurlijn, of;

4.

b. er sprake is van een ligging op of aangrenzend aan een grootschalig bedrijventerrein. In de toelichting bij het bestemmingsplan waarin nieuwe windturbines op concentratielocaties worden toegelaten buiten de in bijlage 4 aangegeven windenergie concentratielocaties wordt aannemelijk gemaakt dat omgevingskwaliteiten zich niet tegen de nieuwe concentratielocatie verzetten en de windturbines zijn gesitueerd in een cluster of een lijnopstelling van ten minste 3 windturbines.”

Windpark ZE-BRA wordt gerealiseerd binnen windenenergie concentratiegebied Kreekraksluis/ScheldeRijnkanaal waardoor wordt voldaan aan artikel 2.8 lid 1. Toetsing aan lid 2 en 3 is daarmee ook niet meer aan de orde. Het plan past binnen de provinciale verordening. De invulling van het plangebied past binnen 21

Vastgesteld op 21-09-2018. Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl planidentificatie NL.IMRO.9929.OVOmgVer2018-VA01

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 18

de provinciale strategie voor windenergie, zeker omdat het gebied door opschaling, vernieuwing en uitbreiding zo maximaal mogelijk wordt ingevuld. De provinciale verordening voorziet in afdeling 3.3 ook in regels voor de bescherming van rust en stilte als intrinsieke waarde in gebieden die zijn aangewezen op de bij de verordening gevoegde kaart. De in de verordening opgenomen milieubeschermingsgebieden zijn feitelijk de in Zeeland aangewezen stiltegebieden en het voor de milieubeschermingsgebieden opgenomen beschermingsregime heeft dan ook betrekking op het voorkomen of beperken van geluid(hinder) in deze gebieden. Ter bescherming van de omgevingskwaliteit rust en stilte worden de volgende gebieden onderscheiden (artikel 3.24 Richtwaarden voor activiteiten binnen milieubeschermingsgebieden, lid 1): a. gebieden waarvoor een richtwaarde geldt van maximaal 40 dB(A), die zijn gelegen binnen de gebieden als bedoeld onder b, en waarvan de grens wordt gevormd door de binnengrens van de gebieden als bedoeld onder b; b. gebieden waarvoor een richtwaarde geldt van maximaal 48 dB(A), die grenzen aan de gebieden als bedoeld onder a, en een breedte hebben van 250 meter, te rekenen vanaf de grens van de gebieden als bedoeld onder a; c. gebieden waarvoor een richtwaarde geldt van maximaal 48 dB(A).

Artikel 3.24, lid 4 bepaalt onder d dat de richtwaarden van de milieubeschermingsgebieden niet gelden voor concentraties van windenergielocaties als bedoeld in het Omgevingsplan Zeeland, zoals windpark ZE-BRA. Eén windturbine is gepland in een gebied aangewezen als ‘bestaande natuur’. Artikel 2.23 bepaalt het volgende ten aanzien van ‘bestaande natuur’: “Artikel 2.23 Bestaande natuur 1.

In een bestemmingsplan wordt voor de in bijlage 9 aangegeven gebieden met de aanduiding Bestaande natuur, primair de bestemming Natuur, Bos, Beschermde of Waardevolle dijk aangewezen.

2. 3.

Bestaand gebruik en bestaande bebouwing mogen positief worden bestemd. In afwijking van het eerste lid worden binnendijken zoals aangegeven in bijlage 9 voor zover deze samenvallen met binnendijken, in bijlage 8 aangeduid als regionale waterkering, primair bestemd voor Waterstaat-waterkering en secundair voor Natuur, Bos, Beschermde- of

4.

Waardevolle dijk. De wezenlijke kenmerken en waarden van de in bijlage 9 aangegeven gebieden met de aanduiding Bestaande natuur zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied. De natuurdoelen zijn vermeld in het Natuurbeheerplan Zeeland 2016 zoals dat luidt op de datum van vaststelling van deze verordening.

5.

In een bestemmingsplan worden geen bestemmingen aangewezen of regels gesteld die, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, mogelijk maken dat de wezenlijke kenmerken of waarden van de in bijlage 9 aangegeven gebieden met de aanduiding Bestaande natuur per saldo significant worden aangetast. Ook mag de bestemming niet leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van de gronden of tot een significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Zeeland. In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, nieuwe bebouwing of nieuwe vormen van grondgebruik worden toegelaten

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 19

wordt aannemelijk gemaakt dat de in de vorige volzin bedoelde aantasting en vermindering zich 6.

niet voordoet. Het eerste en het vijfde lid zijn niet van toepassing op het aanwijzen van bestemmingen of het geven van regels waarbij: a. sprake is van een groot openbaar belang en b. er geen reële andere mogelijkheden zijn en c. de negatieve effecten op de in het vierde lid bedoelde wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang zoveel mogelijk worden beperkt door het treffen van mitigerende maatregelen en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd volgens de

7.

in bijlage F beschreven voorwaarden. Tot een groot openbaar belang wordt in ieder geval gerekend de veiligheid, de drinkwatervoorziening, inrichtingen voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie of de plaatsing van installaties voor de opsporing, winning, opslag of het transport van olie en gas.”

Lid 5 bepaalt dat in een bestemmingsplan geen regels mogen worden gesteld die de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied per saldo significant aantasten. Daarbij geldt volgens lid 6 een nee, tenzij beleid. Als er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële andere mogelijkheden zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd dan is een ontwikkeling mogelijk binnen bestaande natuur. Realisatie van windenergie is volgens lid 7 een groot openbaar belang. In paragraaf 5.6.2 wordt de ligging van NNZ geduid met bijbehorende beheerdoelen en wordt ingegaan op de effecten van het windpark op NNZ en in paragraaf 5.6.3 wordt de nee, tenzij toets en compensatie beschreven. Artikel 2.28 is relevant vanwege de aanwezigheid van landschapselementen in het plangebied. Artikel 2.28 luidt als volgt: “Artikel 2.28 Landschap en erfgoed 1.

In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor landschappen, landschapselementen, cultuurhistorisch waardevolle boerderijen of cultuurhistorische elementen vermeld in bijlage G en aangegeven in bijlage 12 wordt inzicht gegeven in de landschappelijke respectievelijk cultuurhistorische waarden van de gronden, boerderijen of elementen.

2.

In een bestemmingsplan worden geen bestemmingen aangewezen of regels gesteld die, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, mogelijk maken dat de in het eerste lid bedoelde landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden of elementen significant worden aangetast. Ook mogen de bestemming en de regeling niet leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van de gronden of tot een significante aantasting van de samenhang tussen de gronden of elementen. In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, nieuwe bebouwing of nieuwe vormen van grondgebruik worden toegelaten wordt aannemelijk gemaakt dat de in de vorige volzin bedoelde aantasting en vermindering zich niet voordoen.

3.

Het tweede lis is niet van toepassing op cultuurhistorisch waardevolle boerderijen zoals vermeld in bijlage G en aangegeven in bijlage 12.

4.

Het tweede lid is niet van toepassing op het aanwijzen van bestemmingen of het geven van regels waarbij:

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 20

a. sprake is van een groot openbaar belang b. en er geen reële andere mogelijkheden zijn en c. de negatieve effecten op de in het eerste lid bedoelde landschappelijke en cultuurhistorische waarden, oppervlakte en samenhang van de gronden of elementen zoveel mogelijk worden beperkt door het treffen van mitigerende maatregelen en de overblijvende effecten 5.

gelijkwaardig worden gecompenseerd volgens de in bijlage F beschreven voorwaarden. Tot een groot openbaar belang wordt in ieder geval gerekend de veiligheid, de drinkwatervoorziening, inrichtingen voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie of de plaatsing van installaties voor de opsporing, winning, opslag of het transport van olie en gas.”

Er zijn enkele cultuurhistorische elementen aanwezig in het plangebied waar mogelijk rekening mee gehouden dient te worden. In paragraaf 5.7.2 wordt het effect op cultuurhistorische waarden beschreven. De Schor van Ossendrecht schor is naast element van landschappelijke waarde ook Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) en daarvoor geldt dat in paragraaf 5.6.2 de ligging van NNZ geduid met bijbehorende beheerdoelen en wordt ingegaan op de effecten van het windpark op NNZ en in paragraaf 5.6.3 wordt de nee, tenzij toets en compensatie beschreven. Er worden met het windpark geen landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden of elementen significant aangetast.

2.3 Provinciaal beleid provincie Noord-Brabant 2.3.1 Energieagenda van Noord-Brabant 2019-2030 Provincie Noord-Brabant heeft in december 2018 een nieuwe Energieagenda vastgesteld met als horizon het jaar 2030. Dat is een tussendoel op weg naar 2050. De agenda stippelt de provinciale koers uit in de energietransitie en vormt met enkele leidende principes de leidraad voor het handelen van de provincie. Dit met het doel om in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO2uitstoot ten opzichte van 1990 te bereiken. Hiervoor is, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk. De drie strategische hoofdlijnen voor de Brabantse energietransitie zijn als volgt: •

mobiliseren van de samenleving voor de energietransitie;

•

selectief en slim stimuleren van koplopers;

•

slim integraal combineren.

En worden via verschillende transitiepaden beschreven, waaronder het transitiepad elektriciteit. De provinciale is om in 2030 de benodigde energie voor 50% te betrekken uit duurzame bronnen betekent een omvang van 120 Petajoule per jaar. Voor het transitiepad elektriciteit geldt dat de doelstelling is opgebouwd uit duurzame elektriciteit uit wind en zon in Brabant (88 PJ); duurzame warmtebronnen (25 PJ) en wind op zee (7 PJ). Windpark ZE-BRA draagt direct bij aan de productie van duurzame elektriciteit uit wind en het naderbij brengen van de klimaatdoelstellingen.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 21

2.3.2 Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023 Dit Uitvoeringsprogramma Energie (oktober 2019) is de uitwerking van de Energieagenda 2019-2030. In het Uitvoeringsprogramma wordt via vijf transitiepaden gewerkt aan een aantal dwarsdoorsnijdende thema’s voor het realiseren van de provinciale ambities en doelstellingen. De provincie heeft een belangrijke rol in de energietransitie. Zo heeft de provincie de wettelijke taak om omgevingsbeleid op te stellen (omgevingsvisie, omgevingsverordening). En is de provincie bevoegd gezag voor coördinatie en vaststelling van plannen/vergunningen voor windprojecten tussen 5 en 100 MW. Daarnaast is de provincie als gelijkwaardige partner betrokken bij de vier Brabantse Regionale Energie Strategieën (RES’en). In de RES’en worden afspraken gemaakt over onder andere grootschalige duurzame opwek en de energieinfrastructuur. De RES’en zijn zodoende cruciaal voor de strategie en de keuzes ten aanzien van gebieden voor grootschalige opwek van zonne-energie en windenergie. Cruciaal in de energietransitie is het vergroten van het draagvlak en de draagkracht voor de energietransitie. Voor grootschalige opwek van windenergie stuurt de provincie op uitvoering afspraken 6000 MW wind op land in 2022 (470,5 MW in Brabant) en techniekneutrale verdubbelingsopgave gereed in 2023.

Windpark ZE-BRA draagt direct bij aan de realisatie van de opgave van 6.000 MW aan wind op land.

2.3.3 Omgevingsvisie Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld door Provinciale Staten om voorbereid te zijn op de komst van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie zoals in de Structuurvisie ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie ziet als hoofdopgave het ‘werken aan de Brabantse energietransitie’ met de doelstelling dat in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO 2-uitstoot ten opzichte van 1990 is gerealiseerd. De provincie stelt dat hiervoor, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk is. Hiervoor is de doelstelling gesteld om in 2030 50% van de energieopwekking uit duurzame bronnen te halen en een reductie van 50% in de uitstoot van CO 2 ten opzichte van de uitstoot in 1990. Windpark ZE-BRA draagt bij aan de Brabantse CO2-reductie.

2.3.4 Structuurvisie ruimtelijke ordening Provinciale Staten hebben in 2014 de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010, partiële herziening 2014 vastgesteld, waarin wordt beschreven welke ruimtelijke doelen de provincie wil bereiken en op welke manier. Op 19 maart 2014 trad de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking. Dit is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Het geeft de hoofdlijnen voor het beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De hoofdgedachte in de structuurvisie is ‘samenwerken aan kwaliteit’. Dit doel moet gerealiseerd worden door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, beschermen en stimuleren.

Ruimtelijke structuren De provincie heeft een indeling gemaakt in vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor ieder van deze structuren zijn specifieke

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 22

doelen opgesteld en is aangegeven met welke instrumenten deze doelen behaald dienen te worden. De structuurvisie vertaalt de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant naar het ruimtelijk domein, en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. In de Agenda van Brabant zijn de opgaven voor de provincie voor de komende jaren en de rol die de provincie daarin neemt beschreven. Het plangebied maakt deel uit van de ‘groenblauwe structuur’ volgens de structurenkaart uit de structuurvisie. Voor de groenblauwe structuur heeft de provincie de volgende doelen gesteld: 1. een positieve ontwikkeling van de biodiversiteit: De achteruitgang in de ontwikkeling van de biodiversiteit wordt omgebogen in een positieve ontwikkeling. De natuur- en watersystemen in de gebieden zijn daarom beschermd en worden verbeterd door deze goed met elkaar te verbinden; 2.

Een robuuste en veerkrachtige structuur: Natuur en water moeten toekomstige ontwikkelingen in Noord-Brabant kunnen opvangen of daar tegen bestendig zijn. De provincie wil de groenblauwe structuur daarom vanuit ecologisch oogpunt robuust en veerkrachtig maken.

3.

De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken: De gebieden in de groenblauwe structuur versterken de identiteit van de verschillende landschappen in Noord-Brabant. Daarom wil de provincie de natuurlijke basis en de landschappelijke contrasten versterken en ontwikkelen.

4.

De gebruikswaarde van natuur en water verbeteren: De gebieden in de groenblauwe structuur zijn ook belangrijk vanuit economische en sociaal–culturele belangen. De provincie wil de samenhang daartussen verbeteren en de mogelijkheden voor gebruik en beleving van deze gebieden verbeteren. Dit biedt ook kansen om het toeristisch-recreatieve product in Noord-Brabant te versterken. Binnen de groenblauwe structuur liggen ook mogelijkheden voor de ontwikkeling van agrarische functies die passen in de groene omgeving.

Duurzame energie Door allerlei ontwikkelingen en wensen gaat de provincie meer dan voorheen duurzaam en zorgvuldig om met de ruimte. Eén van de trends die genoemd wordt in de Structuurvisie is de toenemende behoefte aan duurzame energie. Duurzame alternatieven waarop wordt gedoeld zijn onder andere windenergie, warmtekrachtkoppeling, zonne-energie, biomassavergisting en geothermie. Duurzame energie biedt op een veelheid van terreinen kansen, maar vraagt om een goede ruimtelijke visie. De landschappelijke impact van windenergie en windturbines leidt tot het dilemma op welke schaal dit kan plaatsvinden: een beperkt aantal grootschalige locaties, vele kleinschalige oplossingen of een combinatie van beide. De ontwikkeling en opwekking van duurzame energie, zoals uit wind, zon, bodem, biomassa-, (co)vergisting en geothermie wordt door de provincie ondersteund. Windenergie wordt ondersteund onder voorwaarden, zodat het past bij de ruimtelijke visie voor het landschap. Geclusterde opstellingen bij grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied dragen bij aan het voorkomen van de versnippering van meerdere kleine initiatieven. Clusteropstellingen zijn daarnaast mogelijk in landschappen die daarvoor geschikt zijn qua schaal en maat. Daarnaast wordt het belang van sanering na afloop van de gebruiksperiode benadrukt.

De provinciale doelstelling is om in 202022 470,5 MW aan vergund vermogen windenergie te hebben opgesteld. Deze doelstelling is tot stand gekomen in het Interprovinciaal Overleg in 2013, tussen de twaalf provincies en het Rijk. Windpark ZE-BRA draagt bij aan het realiseren van de provinciale doelstelling.

22

Zie paragraaf 2.4.2 voor update: is 2022 geworden in Uitvoeringsprogramma.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 23

2.3.5 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019) Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de nieuwe Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte die vanaf 2014 in werking was. In de Verordening is het plangebied (voor wat betreft het Brabantse deel van het windpark) aangeduid als ‘Landelijk gebied’. Het gebied ten oosten van de A4 is gelegen in ‘Groenblauwe Mantel’ en ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’ Met het vervallen van windturbines ten opzichte van het voorkeursalternatief zijn er echter geen windturbines meer gepland in deze gebieden. Om sturing te kunnen geven aan de ruimtelijke inpassing en de landschappelijke impact te beperken is in de Interim Omgevingsverordening regelgeving opgesteld voor het plaatsen van windturbines.

Het plangebied is gelegen in ‘Landelijk gebied’ waardoor artikel 3.37 van de Interimverordening van toepassing is voor de vestiging van de windturbines. Artikelen 3.9, 3.29 en 3.32 van de Interimverordening zijn daarbij relevant voor de invulling van de planvorming op het gebied van landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit. Hieronder wordt worden de relevante artikelen uit de Interimverordening per lid geciteerd (schuin gedrukt en “tussen aanhalingstekens”) en toegelicht in relatie tot het project.

“Artikel 3.37 Windturbines in landelijk gebied Lid 1 In Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter, gemeten van de bovenkant van de fundering tot aan de wiekenas, als: a. b.

de windturbines inpasbaar zijn in de omgeving; er sprake is van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines;

c.

de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project;

d.

de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving.

Lid 2 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a.

de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;

b.

na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning

c.

bestaande toestand hersteld en worden de windturbines verwijderd; voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.”

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 24

De beoogde windturbines hebben een bouwhoogte van meer dan 25 meter. De windturbines zijn inpasbaar in de omgeving (zie paragraaf 5.2), er is sprake van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines (want 2 windturbines in de provincie Noord-Brabant en nog eens 13 in de provincie Zeeland (zie paragraaf 4.1), maar ook cluster met windpark Kabeljauwbeek). De ontwikkeling geeft een maatschappelijke meerwaarde (zie paragraaf 7.2). en voor wat betreft financiële participatie wordt een bijdrage gedaan in een gemeentelijk duurzaamheidsfonds (zie paragraaf 7.2), dit is nader geregeld in de anterieure overeenkomst. De ontwikkeling is op regionaal niveau afgestemd in onder andere de RES-en (zie paragraaf 2.4) en met de netbeheerder (zie paragraaf 4.1). De aanvraag omgevingsvergunning wordt gedaan voor maximaal 25 jaar en de sanering van de windturbines na deze termijn als ook voorwaarde financiële zekerheid wordt door middel van een voorwaarde in de omgevingsvergunning vastgelegd. Voldaan wordt aan artikel 3.37 Interim omgevingsverordening.

“Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a.

dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of

b.

de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.

Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. b.

de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;

c.

het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;

d. e.

het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing;

f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;

g.

het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.” Het verbeteren van landschappelijke kwaliteit kan worden onder meer worden gedaan door het slopen van (ontsierende of overbodige) bebouwing. Met realisatie van windpark ZE-BRA worden tegelijkertijd een tweetal windparken, als ook een solitaire windturbine nabij Woensdrecht, gesaneerd. Met name sanering

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 25

(sloop) van de solitaire windturbine levert voor het Brabantse deel van het plan een aanzienlijke fysieke bijdrage aan landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast wordt aanvullend een financiële bijdrage door initiatiefnemers gedaan ter verbetering van landschappelijke kwaliteit. De bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap is verder uitgewerkt in paragraaf 5.2.2 Geplande sanering van de bestaande windturbines wordt als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen ter borging van maatregelen voor landschappelijke kwaliteit. De financiële bijdrage wordt vastgelegd via de anterieure overeenkomst. Voldaan wordt aan artikel 3.9 Interim omgevingsverordening.

“Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a.

is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart;

b.

stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Dit belang hangt nauw samen met het provinciaal ruimtelijk belang. Het provinciaal belang is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft. De kaartlagen ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ en ‘complexen van cultuurhistorisch belang’ zijn ook opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Deze goede ruimtelijke onderbouwing is voorzien van een beschrijving van cultuurhistorische waarden (zie paragraaf 5.7.2). De cultuurhistorische waarden van het gebied worden niet aangetast omdat er geen windturbines in Cultuurhistorisch waardevol gebied worden geplaatst. Voor ontwikkelingen in Natuur Netwerk Brabant (NNB) is het volgende artikel van toepassing: “Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a.

strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en

b.

kenmerken; bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte,

c.

cultuurhistorische waarden en kenmerken; staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe.

Lid 2 Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 26

Lid 3 Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid.” Wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) kan dit aantasting geven van de ecologische waarden van het NNB. In paragraaf 3.1.4 wordt de ligging van NNB geduid. De windturbines zijn niet gepland in NNB, wel wordt er een toegangsweg voor een windturbine door NNB gerealiseerd. De effecten van de toegangsweg, de benodigde ‘nee, tenzij’-toets en compensatie op grond van artikel 3.18 tot en met artikel 3.24 Interim Omgevingsverordening wordt beschreven in paragraaf 5.6.2. Voor overdraai van windturbines over Natuurnetwerk Brabant (NNB) is het volgende artikel van toepassing: “Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig Artikel 3.22 Compensatie.

Lid 2 Op de overdraai van de wieken van een windturbine die buiten het Natuur Netwerk Brabant staat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Lid 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water.” Ook wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt buiten het Natuur Netwerk Brabant (NNB) kan dit aantasting geven van de ecologische waarden binnen het NNB. Dit is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding. Voor de overdraai van de wieken van windturbines die buiten het NNB staan, is expliciet bepaalt dat hiervoor de compensatieregels gelden voor verstoring. De omvang daarvan is maatwerk. In paragraaf 3.1.4 wordt de ligging van NNB geduid. De windturbines liggen op zodanige afstand van NNB dat effecten zijn uit te sluiten (zie ook paragraaf 5.6.2). De provincie Noord-Brabant kent naast NNB ook gebieden aangewezen als ‘groenblauwe mantel’. In deze gebieden streeft de provincie naar samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem beter kunnen worden opgevangen. Er zijn geen windturbines gepland in de groenblauwe mantel.

De groenblauwe mantel heeft ook geen externe werking waardoor effecten op die gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 27

2.4 Regionaal beleid 2.4.1 Regionale energiestrategieën (RES) Vanuit het klimaatakkoord is de Regionale Energie Strategie (RES) voortgekomen. De nationale doelen en afspraken vragen om regionaal maatwerk. Hoe passen hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit in de leefomgeving van mensen en dieren? Zowel boven als onder de grond? Ruimte is schaars. De nationale doelen zijn alleen te halen door regionaal samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. Ook op regionaal niveau hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties elkaars vakkennis, kunde of wettelijke bevoegdheden nodig. In het Interbestuurlijke Programma (februari 2018) spraken de overheden af een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende regionale energiestrategieën. Nederland is voor de uitwerking verdeeld in 30 ‘energieregio’s’. Afgesproken is dat de uit te werken strategieën uiteindelijk ruimtelijk geborgd worden via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en via het beleid van de waterschappen. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord, die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving.

Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt per energieregio gekomen tot een regionaal gedragen RES. De RES geeft inzicht in: •

mogelijkheden voor regionale opwek en besparing;

•

die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning;

•

een bod aan het rijk met de bijdrage aan de 35 TWh hernieuwbaar op land;

•

de afstemming omtrent warmtebronnen;

•

de gevolgen voor de energie-infrastructuur;

•

al gerealiseerde projecten en plannen.

De RES is een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. De samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. De samenwerking kan daarnaast ook helpen bij het formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In het omgevingsbeleid van met name gemeenten vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Bedrijven en burgers krijgen meer zekerheid voor het doen van investeringen door de integrale besluitvorming. De RES is ten slotte een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij wil halen, op welke termijn en welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen. De concept-RES-sen dienden landelijk voor 1 juni 2020 te zijn vastgesteld en definitieve vaststelling van de RES 1.0 door individuele gemeenteraden was gepland voor 1 maart 2021.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 28

De gemeente Reimerswaal valt in de energieregio Zeeland, de gemeente Woensdrecht valt in de energieregio West-Brabant. De RES Zeeland en de RES West-Brabant worden hierna apart nader toegelicht.

2.4.2 Regionale energiestrategie Zeeland (Zeeuws Energieakkoord) De gehele provincie Zeeland vormt één regio binnen de regionale energiestrategie (RES). In de Zeeuwse RES staat welke gebieden qua infrastructuur geschikt zijn voor de opwek van zonne- en/of windenergie. Ook staat in de RES welke infrastructuur nodig is om het opwekvermogen aan het net te koppelen en wat daarvan de consequenties zijn (ruimtelijk, financieel, planmatig en voor de besluitvorming). Op 10 maart 2020 publiceerde de RES-regio Zeeland als eerste regio de RES 1.0. RES-regio Zeeland staat achter de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en wil evenredig bijdragen aan het bereiken van deze doelstellingen. RES-Regio Zeeland wil in de gebouwde omgeving 400 kiloton (Kton) CO2 reduceren en in 2030 minstens 11 petajoule (3 TWh) hernieuwbare energie opwekken. De Zeeuwse ambitie voor mobiliteit is een CO2-reductie van 49%. De RES Zeeland is het resultaat van overleg aan drie sectortafels: Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. De RES Zeeland bevat een aantal belangrijke punten voor elektriciteit, specifiek voor windenergie zijn de onderstaande punten het meest relevant23: •

Zeeland wekt 3 TWh (11 PJ) aan hernieuwbare elektriciteit op in 2030.

•

Landschappelijke kwaliteiten, biodiversiteit en een fijne leefomgeving zijn leidend bij het inpassen van wind en zonprojecten.

•

Voor windenergie wordt een concentratiebeleid met aangewezen locaties gehanteerd.

•

De Zeeuwse gemeenteraden en provinciale staten hebben altijd het laatste woord als het gaat om de ruimtelijke ordening. Per gemeente is specifiek beleid voor wind en zon opgenomen in de RES.

Indicatief doel voor 2030 is 700 MW windenergie. Verwacht wordt dat er eind 2020 in Zeeland 570 MW aan opgesteld vermogen windenergie zal zijn. De turbines staan gepland op concentratielocaties die in de provinciale Omgevingsvisie zijn aangewezen (zie Figuur 4.2). Locatie 203 is de locatie voor windpark ZEBRA. Zeeland kent al een lange geschiedenis in het ontwikkelen van windenergie en het bestaande beleid wordt in de RES voortgezet. Kern van de RES-strategie is dat op de concentratielocaties in geval opschaling, vernieuwing of uitbreiding aan de orde is, de locaties worden zo optimaal mogelijk ingevuld. In de provinciaal Omgevingsvisie wordt bovendien ruimte geboden om extra locaties toe te voegen. Op basis van plannen en initiatieven die nu bekend zijn bij verschillende gemeenten, wordt geraamd dat er tot 2030 extra ruimte is voor realisatie van windprojecten binnen een bandbreedte van 100 tot 170 MW. Dit zou voldoende moeten zijn om het doel van 700 MW in 2030 daadwerkelijk te realiseren. Besluitvorming en afweging vindt plaats in de separate procedures per project, en volgt niet automatisch uit de RES.

23

De punten die niet relevant zijn voor windenergie zijn hier niet weergegeven.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 29

Figuur 2.2 Plankaart RES Zeeland

Bron: Figuur 2.2 van bijlage 1 MER

Indicatief doel voor 2030 is 700 MW windenergie. Verwacht wordt dat er eind 2020 in Zeeland 570 MW aan opgesteld vermogen windenergie zal zijn. De turbines staan gepland op concentratielocaties die in de provinciale Omgevingsvisie zijn aangewezen (zie Figuur 4.2). Locatie 203 is de locatie voor windpark ZEBRA. Zeeland kent al een lange geschiedenis in het ontwikkelen van windenergie en het bestaande beleid wordt in de RES voortgezet. Kern van de RES-strategie is dat op de concentratielocaties in geval opschaling, vernieuwing of uitbreiding aan de orde is, de locaties worden zo optimaal mogelijk ingevuld. In de provinciaal Omgevingsvisie wordt bovendien ruimte geboden om extra locaties toe te voegen. Op basis van plannen en initiatieven die nu bekend zijn bij verschillende gemeenten, wordt geraamd dat er tot 2030 extra ruimte is voor realisatie van windprojecten binnen een bandbreedte van 100 tot 170 MW. Dit zou voldoende moeten zijn om het doel van 700 MW in 2030 daadwerkelijk te realiseren. Besluitvorming en afweging vindt plaats in de separate procedures per project, en volgt niet automatisch uit de RES. Bij het inpassen van hernieuwbare energieopwekking is behoud, versterken en benutten van de meest kenmerkende kwaliteiten en waarden in Zeeland belangrijk. Dit komt overeen met het vigerende provinciale omgevingsbeleid en de geldende wetgeving.

Door te kiezen voor concentratielocaties voor windenergie worden deze waarden beschermd.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 30

Figuur 2.3 Concentratielocaties windenergie en bestaande windturbines (RES Zeeland)

Bron: Figuur 2.3 van bijlage 1 MER

De RES Zeeland biedt gemeenten de ruimte om locatiekeuzes te maken en op een lokale manier in te vullen, passend bij gebiedskenmerken van de streek. De 13 Zeeuwse gemeenten hebben in de RES hun eigen ambities en beleid vormgegeven, waarmee het Zeeuwse doel van 11 PJ in 2030 haalbaar is. Over windenergie in gemeente Reimerswaal staat er in de RES: “Op dit moment staat er in de gemeente Reimerswaal 98 MW opgesteld vermogen aan windenergie. Er wordt gekeken om het verouderde windpark Anna-Mariapolder aan de zuidoostzijde van het ScheldeRijnkanaal en enkele solitaire verouderde windmolens (windpark Bath) te upgraden en te integreren in het verlengde van het windpark Kreekraksluizen. Dit project draagt bij aan de doelstelling voor 2030. Nieuwe windenergie locaties worden in de gemeente niet toegevoegd evenals dat solitaire windmolens worden uitgesloten in het bestemmingsplan.” Windpark ZE-BRA voorziet, geheel volgens de intentie van de RES en het specifieke beleid voor de gemeente Reimerswaal, in een optimale benutting van de concentratielocatie. De sanering van de

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 31

bestaande opstelling Anna-Mariapolder biedt de mogelijkheid om de locatie optimaal in te vullen (en dus meer elektriciteit te produceren).

2.4.3 Regionale energiestrategie West-Brabant In de Regionale Energie Strategie (RES) West-Brabant maken 16 gemeenten24, de twee waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland, de provincie Noord-Brabant en Enexis afspraken over het opwekken van duurzame elektriciteit in 2030, de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving en de ontwikkeling van de regionale energie-infrastructuur. Daarnaast is samengewerkt met maatschappelijke partners, bedrijven en inwoners. De RES gaat over onderwerpen die om regionale afstemming vragen. Individuele gemeenten blijven verantwoordelijk voor definitieve locatiekeuzes, noodzakelijke procedures en eventuele extra kaders. De RES volgt uit de afspraken uit het nationale Klimaatakkoord. De concept-RES West-Brabant is vastgesteld door de gemeenteraden in de regio in juni 2020 en geeft de hoofdlijnen en bestuurlijke keuzes. De stukken zijn vervolgens naar het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving gegaan. Het Nationaal Programma RES heeft vervolgens een kwalitatieve analyse van alle plannen van de regio’s gemaakt waarop het Rijk heeft gekeken of de voorgestelde strategieën genoeg bijdragen aan het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit op land (35 TWh). Nu, na de beoordeling door het Rijk zijn de energieregio’s verder aan de slag en werken aan de definitieve versie, de RES 1.0. Daarin worden plannen concreet gemaakt.

De regio heeft de RES 1.0 op 1 februari 2021 opgeleverd. In 2030 wil de regio 2,0 TWh elektriciteit duurzaam en grootschalig opwekken uit wind en zon en 0,2 TWh uit innovatieve technieken. De regio draagt dan substantieel meer bij aan de landelijke opgave van 35 TWh in 2030 dan wat mag worden verwacht op basis van het regionale energieverbruik. De regionale bijdrage kan worden geleverd omdat er de afgelopen jaren al flinke stappen zijn gezet, de fysieke kenmerken van de regio goede kansen voor opwekking biedt en omdat de regio de eigen ambities voor 2050 op tijd wil waarmaken. De regio zal met de verduurzaming van de elektriciteitsproductie elk jaar 1,0 Mton minder CO2 uitstoten. Rekening houdend met het afvallen van wind- en zonprojecten of vertraging in het planningsproces, heeft de regio gekozen voor een ‘overprogrammering’ van projecten om de ambitie van 2.0 TWh waar te maken. De grootschalige projecten en plannen in de RES komen uit op 2,3 TWh duurzame elektriciteit (exclusief innovaties). De RES richt zich op de grootschalige productie van duurzame elektriciteit met zon- en wind. De WestBrabantse gemeenten hebben afgesproken dat, voor wat betreft zon, iedere gemeente een deel van de zon-opgave voor zijn rekening neemt. Er worden geen zoekgebieden voor zonne-energie aangewezen.

Voor windenergie wijst de RES drie nieuwe zoekgebieden in de regio aan voor 9 tot 12 nieuwe windturbines. Daarnaast gaat de RES ervan uit dat er 25 bestaande windturbines vernieuwd worden (repowering) en dat de geplande windturbines, zoals Windenergie A16, windparken bij industrieterrein Moerdijk en Woensdrecht binnen een aantal jaar gerealiseerd zijn. In de energiestrategie zorgt de regio voor afstemming tussen windprojecten met gevolgen over gemeentelijke grenzen heen. Buiten de

24

De gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen Steenbergen, Woensdrecht en Zundert

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 32

(repowering van) bestaande windturbines, de harde plannen voor wind en de drie zoekgebieden zullen er tot 2030 geen andere windparken worden gebouwd.

Opgave gemeente Woensdrecht De RES West-Brabant bevat per de gemeente de wind- en zonopgave. Voor de gemeente Woensdrecht geeft de RES een opgave van 50 GWh op grond van bestaande en harde plannen. Tot 2030 geldt als extra opgave voor wind een opgave van 36 GWh.

Zoekgebieden tot 2030 De gebieden voor nieuwe windturbines tot 2030 liggen vooral in het midden en noorden van de RES-regio West-Brabant. In het midden en noorden is op korte termijn de meeste ruimte op het elektriciteitsnetwerk en zijn nu de meeste initiatieven. Voor de omvang en inrichting van windparken wordt gekozen voor clusters van minimaal 3 windturbines: •

langs weginfrastructuur: windturbines zijn hier landschappelijk relatief goed in te passen. Hier worden hinderzones benut die minder geschikt zijn voor andere doelen;

•

langs grote waterwegen: de schaal van dijken en grote waterwegen leent zich relatief goed voor de inpassing van wind. Netinpassing vormt hier een aandachtspunt;

•

op bedrijventerreinen: deze lenen zich goed voor de ruimtelijke inpassing en de netinfrastructuur is er vaak geschikt. Ze kunnen zich ontwikkelen tot ‘energieknooppunt’, door een rol te spelen bij energieopslag en warmteproductie.

De aanpak past bij de landschappelijke structuur in het midden en noorden van de regio (een open landschap met stedelijke gebieden) en sluit aan bij het provinciale beleid.

Figuur 2.4 Elektriciteitskaart RES 1.0 West-Brabant

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 33

Bij het bepalen van de zoekgebieden is rekening gehouden met milieu- en veiligheidseisen en met natuuren landschapswaarden. De keuze voor de zoekgebieden sluit aan bij lokale plannen en initiatieven voor windparken en bij inzichten over bestuurlijke en maatschappelijke acceptatie uit het participatieproces. Voor het zoekgebied Woensdrecht (zie ook Figuur 4.2) is in de RES West-Brabant rekening gehouden met 3 à 5 windturbines, het betreft hier alleen posities in de provincie Noord-Brabant. De RES noemt voor de uitvoerbaarheid van de strategie ook een aantal cruciale bijdragen van het Rijk. Eén van deze voorwaarden is het beschikbaar stellen van voldoende subsidie voor lage turbines en/of erkennen van het nationale belang van de radarzones van vliegbasis Woensdrecht zodat de geplande en extra windturbines met radarbeperkingen (technisch-financieel) haalbaar zijn.

2.5 Gemeentelijk beleid 2.5.1 Gemeente Reimerswaal Structuurvisie Buitengebied 2012 Het gemeentelijke ruimtelijke beleid van Reimerswaal voor het plangebied is vastgelegd in de Structuurvisie Buitengebied 2012. De Structuurvisie Buitengebied geeft een actueel beleids- en toetsingskader voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. De structuurvisie benoemt dat energiebesparing en het gebruik van duurzame energie een belangrijk thema is in het klimaatbeleid. Het uitvoeren van een duurzaam energiebeleid is niet alleen een taak voor de overheid en de grote energiebedrijven. In alle lagen van de samenleving bestaan mogelijkheden om op duurzame wijze energie te produceren en worden initiatieven gestart. Een deel van de initiatieven worden opgelegd, zoals in wetgeving voor de realisatie van nieuwe woningen. De provincie heeft tevens locaties aangeduid voor de realisatie van windmolenparken. Andere initiatieven worden door private partijen vanzelf aangedragen. Dat kunnen grote energieconcerns zijn met plannen voor een windmolenpark maar ook lokale agrariërs die een biovergistingsinstallatie willen realiseren.

Door in te spelen op met name de initiatieven vanuit de markt kunnen goede (markt)plannen worden gefaciliteerd en eventuele nadelen (zoals bijvoorbeeld grote aantrekkende werking van vrachtwagens met mest ten behoeve van biovergistingsinstallaties) worden voorkomen. Grootschalige uitbreidingen van de bestaande windparken maken geen deel uit van het gemeentelijke ruimtelijke beleid, maar worden op basis van een concreet projectvoorstel afgewogen.

Ambitiedocument Energie- en klimaatbeleid voor Reimerswaal (2020) In oktober 2019 heeft het college van B&W besloten om een energie- en klimaatvisie te gaan opstellen. Er is gekozen voor een aanpak in twee fasen. Fase 1 richt zich op het bepalen van de ambitie en de doelen en fase 2 omvat de uitwerking van het ambitiedocument in een uitvoeringsgericht energie- en klimaatbeleid. Het ambitiedocument is het resultaat van fase 1. Het totale energiegebruik in de gemeente Reinerswaal bedraagt 6.659 TJ (Klimaatmonitor, peiljaar 2017). Meer dan de helft van de gebruikte energie bestaat uit brandstof voor het weg- en scheepsverkeer (3.803 TJ). Daarnaast vormt het gas- en elektriciteitsgebruik in de industrie (1.262 TJ) en de landbouw (884 TJ) een substantieel deel. Kenmerkend voor Reimerswaal is dat de sectoren waar het Rijk de belangrijkste rol ziet voor de gemeentelijke overheid - namelijk het verduurzamen van het elektriciteitsgebruik en de

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 34

transitie van de warmtevraag van huishoudens en gebouwde omgeving (aardgas) – minder dan een kwart (22,5%) uitmaken van de totale energievraag in de gemeente. De gemeente heeft de afgelopen jaren al belangrijke stappen gezet naar 2050. Deze stappen waren vooral gericht op het opwekken van energie door de plaatsing van windturbines en zonnevelden. In totaal wordt in de gemeente 989 TJ hernieuwbare energie jaarlijks duurzaam opgewekt (circa 15% van de energievraag in de gemeente). Hiervan bestaat 876 TJ uit hernieuwbare elektriciteit en 76 TJ uit hernieuwbare warmte en een gering deel uit biobrandstoffen voor het vervoer. De hernieuwbare elektriciteit bestaat hoofdzakelijk uit opwek middels windenergie. De energietransitie is een veel omvattende opgave. Taakstellingen vanuit hogere overheden en verzoeken van initiatiefnemers vragen om een gemeentelijk antwoord. Het “moeten” is dus bekend. Het ambitiedocument schetst de mogelijkheden (“kunnen”) en de ambities (“willen”), zodat de gemeente onderbouwd en gericht haar inbreng kan leveren in het regionale planproces. Tegelijkertijd biedt het duidelijkheid aan inwoners en bedrijven over de koers die de gemeente gaat varen. De ambitie is vertaald naar leidende principes en maatregelen op hoofdlijnen. De geformuleerde hoofdmaatregelen zijn als volgt: •

clustering van nieuwe grootschalige duurzame opwekking;

•

inzet op ‘no-regret’ maatregelen;

•

goede voorbeeld geven als gemeente;

•

faciliteren verduurzaming industrie & landbouw;

•

inzet op elektrificatie van mobiliteit.

2.5.2 Gemeente Woensdrecht De Beleidsnotitie Windenergie gemeente Woensdrecht Op 26 juni 2002 heeft de gemeenteraad van Woensdrecht de intentieverklaring “Regionale Ontwikkeling Windenergie West-Brabant” ondertekend. Nadat de intentieverklaring is ondertekend is een beleidsnotitie Windenergie opgesteld. In het document 'Beleidsnotitie Windenergie gemeente Woensdrecht' is een integraal afwegingskader toegevoegd over ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente tot het realiseren van windturbines. Verschillende partijen (Gemeente Reimerswaal, ZLTO afdeling Woensdrecht, Stichting Brabantse Wal, Stad Antwerpen, Gemeente Stabroek, Benegora, Brabantse Milieufederatie, en Namiro) waren vertegenwoordigd in een klankbordgroep bij de totstandkoming van de beleidsnotitie. Op 29 april 2004 is de beleidsnotitie door de gemeenteraad vastgesteld.25 In de notitie Windenergie stelt de gemeente een aantal aanvullende randvoorwaarden waarbij het uitgangspunt is dat de locaties voor windenergie zo goed mogelijk worden benut. De voorwaarden zijn onder andere: •

initiatiefnemers dienen de landschappelijke effecten van de windturbines in beeld te brengen door middel van een doelmatige visualisatie van de beoogde locatie. Visualisaties dienen vanuit een aantal, in nader overleg met de gemeente en de initiatiefnemer te bepalen gezichtspunten gemaakt te worden;

•

bij de beoordeling van nieuwe initiatieven wordt niet alleen gekeken naar de locaties, maar zal ook een landschappelijke afweging plaats vinden in samenhang met naburige projecten. De plaatsing van meerdere windprojecten in eenzelfde gebied kan de draagkracht van het landschap

25

Rho adviseurs (2018); Windturbinepark Kabeljauwbeek 2018 https://www.woensdrecht.nl/document.php?m=28&fileid=133339&f=cc70ea8f1ff98a8a6ce10dcddd69ba2e&attachment= 1&c=152125

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 35

aantasten. In het geval de landschappelijke beoordeling negatief is zal geen medewerking worden verleend aan de initiatieven. In paragraaf 5.2 wordt verder invulling gegeven aan de landschappelijke effecten en afwegingen.

Uitvoeringsagenda duurzaamheid De gemeente Woensdrecht wil in 2035 alleen nog energie uit hernieuwbare bronnen. De gemeente wil daarmee onafhankelijk zijn van beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. Door energie waar mogelijk lokaal op te wekken, wil de gemeente onafhankelijk zijn van invloeden van buitenaf. De gemeente wil dit bereiken door enerzijds het energieverbruik terug te dringen en anderzijds energie duurzaam op te wekken.

Duurzaamheidsvisie 2017-2035 De gemeente heeft de ambitie om in 2035 alleen nog energie uit hernieuwbare bronnen te gebruiken. De huidige stand van zaken is beperkt. Volgens de cijfers van de gemeente (2015) is het aandeel duurzame energieproductie zo’n 3%. Nieuwe ontwikkelingen zoals windpark Kabeljauwbeek en Windpark ZE-BRA kunnen helpen de gemeentelijke ambitie te verwezenlijken.

2.6 Conclusie beleid De ontwikkeling van Windpark ZE-BRA past binnen en geeft uitvoering aan het Rijksbeleid, het provinciale beleid van zowel Zeeland als Noord-Brabant en het gemeentelijke beleid van zowel de gemeente Reimerswaal als de gemeente Woensdrecht. Windpark ZE-BRA levert een bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en nationale doelstellingen voor duurzame energie. Vanuit de beleidskaders gelden er een aantal randvoorwaarden en verplichtingen waaraan onderhavig plan moet voldoen. De meeste worden in detail verder uitgewerkt in de diverse onderzoeksparagrafen zoals landschap, natuur en waterhuishouding. In onderstaande Tabel 2.1 wordt een overzicht gegeven. Tabel 2.1 Samenvatting belangrijkste randvoorwaarden en verplichtingen vanuit beleid

Kader

Rarro

Voorwaarde/verplichting voor onderhavig

wijze van

plan

verwerking

Locatie is gelegen binnen toetsingsgebied defensieradar Woensdrecht en de beoogde

Zie toetsing par. 5.9

tiphoogte is meer dan 113 meter. Toetsing radarhinder dient plaats te vinden. Rarro

Voor buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen dient het

uitgangspunt voor ontwerp windpark

voorkeurstracé uit de Structuurvisie Buisleidingen 2012 - 2035 gevrijwaard te blijven van nieuwe bebouwing (ter plaatse van het plangebied met een breedte van 50 meter). Barro

Rekening dient te worden gehouden met een vrijwaringszone van 25 meter aan

uitgangspunt voor ontwerp windpark

weerszijden van de Rijksvaarweg (ScheldeRijnkanaal). Barro/Rarro

Rekening dient te worden gehouden met

uitgangspunt voor

vastgelegde reserveringsgebieden langs

ontwerp windpark

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 36

Kader

Voorwaarde/verplichting voor onderhavig

wijze van

plan

verwerking

rijkswegen. (NB. de A4 tussen Bergen en op Zoom en de Belgische grens heeft geen aangewezen reserveringsgebied). Zeeuwse Omgevingsverordening

Ter bescherming van de omgevingskwaliteit

Zie toelichting par.

rust en stilte zijn milieubeschermingsgebieden 5.3 aangewezen met een richtwaarde voor geluid. De richtwaarden gelden niet voor concentraties van windenergielocaties, zoals windpark ZE-BRA. Zeeuwse Omgevingsverordening

De wezenlijke kenmerken of waarden van

Zie toelichting en

gebieden met de aanduiding bestaande

onderbouwing par.

natuur mogen niet significant worden

5.6.2 en 5.6.3.

aangetast. Tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële andere mogelijkheden zijn en de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt door het treffen van mitigerende maatregelen en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Nieuwvestiging van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter is

-

mogelijk als: 1) de windturbines inpasbaar zijn in de omgeving;

Zie toelichting en onderbouwing par. 5.2.2.

2) er sprake is van een geclusterde opstelling

uitgangspunt voor

van minimaal 3 windturbines;

ontwerp windpark

3) de ontwikkeling een maatschappelijke

Zie toelichting par.

meerwaarde geeft, waaronder de

7.2.

mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; 4) de ontwikkeling op regionaal niveau is

Zie toelichting par.

afgestemd met omliggende gemeenten en de

2.5 en 4.2.

netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

1) de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar

geborgd in omgevingsvergun-

bedraagt;

ning en anterieure

2) na het verstrijken van de termijn wordt de

overeenkomst

vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 37

Kader

Voorwaarde/verplichting voor onderhavig

wijze van

plan

verwerking

hersteld en worden de windturbines verwijderd; 3) voor het gestelde onder 2) wordt financiële zekerheid gesteld. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Een plan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat

Zie toelichting par. 5.2.2.

die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (ruimtelijke kwaliteitsverbetering) Interim Omgevingsverordening

Voor overdraai van windturbines (= externe

Zie toelichting par.

Noord-Brabant

werking) over Natuurnetwerk Brabant (NNB) geldt dat de negatieve effecten waar mogelijk

5.6.2 en 5.6.3.

worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. Interim Omgevingsverordening

De ecologische waarden en kenmerken van

Zie toelichting par.

Noord-Brabant

NNB mogen niet significant worden

5.6.2 en 5.6.3.

aangetast. Tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen andere oplossingen voorhanden zijn en de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en het verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt gecompenseerd.

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 38

3 Huidige situatie 3.1 Functionele structuur 3.1.1 Agrarisch gebruik, wonen, bedrijvigheid en sport/recreatie Agrarisch gebied Het huidige gebruik van het plangebied is (overwegend) agrarisch (zie ook Figuur 3.1). In en om het plangebied bevinden zich verschillende bestaande windparken en/of windturbines (zie Figuur 1.1) en andere relevante functies en objecten (zie Figuur 3.1). Deze zijn hierna toegelicht. Figuur 3.1 Bestaand gebruik gronden in het plangebied

Bron: Figuur 10.7 van bijlage 1 MER

(Agrarische bedrijfs-)woningen In het plangebied liggen een beperkt aantal (agrarische bedrijfs-)woningen. In Figuur 3.2 zijn de woningen in en in de omgeving van het plangebied weergegeven. Ossendrecht is de dichtstbijzijnde woonkern. Ossendrecht ligt op ongeveer 1 kilometer van de rand van het plangebied (gemeten vanaf de rand van het plangebied tot de “rand” van de woonkern).

Goede ruimtelijke onderbouwing 717149 | Windpark ZE-BRA, gemeenten Reimerswaal en Woensdrecht | Definitief v7.0 | 3-6-2021 Pagina 39

Figuur 3.2 Woningen in en in de omgeving van het plangebied (gele stippen)26

Bron: Uitsnede van Figuur 4.8 van bijlage 1 MER

Bedrijvigheid Aan de noordzijde van het plangebied is een rioolwaterzuivering (RWZI) Bath van het waterschap Brabantse Delta aanwezig (paars vlak noordwest hoek in Figuur 3.1). Op het terrein van de RWZI is ook een zonneveld aanwezig. Naast windpark Kabeljauwbeek is voor zonnepark Kabeljauwbeek eind 2020 een omgevingsvergunning verleend. Dit zonnepark wordt ontwikkeld aan de noordzijde van de weg Nieuwe Dijk en ligt ingesloten tussen het Schelde-Rijnkanaal en de A4, ter hoogte van de grens tussen Nederland en België. Naar verwachting wordt het zonnepark in 2022 gerealiseerd. Beide geplande zonneparken staan ook weergegeven in Figuur 3.4. Direct ten oosten van de A4 tegen de Belgische grens bevindt zich een uienschilbedrijf (paars vlak in de uiterste zuidoosthoek van het plangebied in Figuur 3.1). Ten zuiden van het plangebied in België begint het Antwerpse havengebied met grootschalige industrieën, waaronder het bedrijfsterrein van BASF. In de Antwerpse haven, op de rechter Scheldeoever langs de Schelde-Rijnverbinding, is een nieuw wachtplaats gepland voor binnenvaartschepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=261b19d6-f9a4-449e-a32e-eb0c03352b70