CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Circulaire Economie - def. versie

Raadsvergadering 19 april 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Visie Circulaire economie18.529 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25

Visie Circulaire Economie

.

4 CIRCULAIRE KANSEN PAKKEN

26

Visie Circulaire Economie

4. Circulaire kansen pakken Voor het bepalen van het gemeentelijk handelingsperspectief op het gebied van circulaire economie, dient bekeken te worden op welke terreinen de invloed zit. Waar kan de gemeente aan de slag en waar liggen de grootste kansen om van een lineaire naar een circulaire economie te gaan, waarmee de kringloop van grondstofstromen gemaakt kan worden. In dit hoofdstuk gaat het over generieke kansen voor lokale overheden. Hoofdstukken 5 en 6 gaan in op wat dit betekent door Wijk bij Duurstede.

4.2 Grondstoffenketen consumenten en bedrijven

4.1 Inleiding

In het landelijke programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) hebben de VNG, het ministerie van IenM en de branchevereniging NVRD zich gecommitteerd aan de ambitie om het restafval terug te dringen. Een effectieve maatregel die door gemeenten is doorgevoerd, betreft het verstrekken van de extra container voor PMD inzameling.

In hoofdstuk 2 zagen we dat de gemeente verschillende rollen heeft en/of kan aannemen om de circulariteit te stimuleren. Naast aanbieder / producten van materiaalstromen en aanjager hebben met name de rollen van regelgever en inkoper veel impact. Als regelgever kan de gemeente dwingende kaders stellen bij initiatieven en ontwikkelingen die door anderen worden gedaan, bijvoorbeeld via het omgevingsplan, verordeningen en andere afdwingbare beleidskaders. Met een groot inkoopbudget kunnen de gemeente en andere overheden een bepalende rol spelen in hun eigen inkopen en aanbestedingen die gedaan worden voor het verkrijgen van een werk, levering of dienst. Onder ‘Werken’ vallen alle bouwkundige en civieltechnische constructies zoals de bouw van een brug, een kantoorgebouw of de aanleg van een weg. Onderhoudswerkzaamheden die verder gaan dan het enkel in stand houden van het werk en verbouwingswerkzaamheden vallen veelal ook onder Werken. Leveringen omvatten aankoop, huur, lease en huurkoop van producten. Onder Diensten vallen alle inkopen die niet onder Werken of Leveringen vallen.

Terugdringen restafval Op grond van de Wet milieubeheer (art. 10.21 t/m 10.29) hebben gemeenten de wettelijke zorgplicht voor het huishoudelijk afval (HHA). Hoewel het afval gescheiden wordt ingezameld (papier, GFT), was het aandeel restafval lange tijd hoog te noemen.

Bijna de helft van de Nederlandse gemeenten heeft de afvalheffing opgesplitst in een vast tarief en een variabel tarief voor het aanbieden van restafval (diftar). Hierbij worden consumenten geprikkeld om beter te scheiden. Een groep gemeenten heeft ook de stap gezet naar omgekeerd inzamelen waarbij consumenten nog eens extra worden gemotiveerd door de grondstoffen eenvoudig bij huis in de eigen containers te scheiden en het restafval op afstand weg te brengen naar een ondergrondse container.

In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de sectoren waar met de (gemeentelijke) regelgeving en inkoop veel verschil kan worden gemaakt de op de reductie van CO2 en (her)gebruik van grondstoffen. Dit is binnen de bebouwde omgeving (via aanbesteding van Werken en regelgeving) en binnen de eigen organisatie met de verkrijging van producten.

Grondstoffenketen consumenten 27

Visie Circulaire Economie

Milieustraat en demontagehal Gemeenten hebben als eigenaar van een afvalbrengstation (gemeentewerf, milieustraat) een fysieke plek om bij te dragen aan het sluiten van de kringloop van grondstoffenstromen. Door dit slim in te richten wordt een milieustraat veel meer dan een plek waar consumenten hun grofvuil kwijtkunnen. Het wordt een plek waar producten en grondstoffen worden gebracht, verwerkt, gedemonteerd en verhandeld. Dit biedt kansen voor circulair ondernemerschap en lokale werkgelegenheid. De gemeente Wijk bij Duurstede heeft vooral op het sluiten van de grondstoffenketen van consumenten stappen gezet en in voorbereiding. Deze staan in paragraaf 6.1 beschreven.

4.3 Woningbouw en utiliteitsbouw De bouwsector bestaat uit de burgerlijke en utiliteitsbouw (B&U), met name woningbouw (burgerlijke bouw) en allerlei gebouwen voor het openbare en zakelijke leven (utiliteitsbouw). Een andere tak van de bouwsector is de grond-, weg- en waterbouw (GWW). De bouwsector (B&U en GWW) is in Nederland verantwoordelijk voor ongeveer 50% van het totale grondstofverbruik. Ook gebruikt de gebouwde omgeving zo’n 40% van de totale energie en 30% van al het water. Naast nieuwbouwprojecten moet er de komende jaren ook in de bestaande bouw veel gebeuren, onder meer om de gebouwde omgeving energieneutraal te maken. Vanuit die grote opgave liggen er in de bouw veel kansen om met het circulaire gedachtegoed aan de slag te gaan. Er zijn verschillende soorten circulaire maatregelen mogelijk in de bouw. Een eerste stap is om te kijken wat voor materiaal er al beschikbaar is, bijvoorbeeld hergebruik van elementen uit het casco of van een installatie. Een volgende stap is om hernieuwbare materialen te gebruiken. Vervolgens kan worden gekeken hoe de milieubelasting kan worden geminimaliseerd, bijvoorbeeld door efficiënt gebouwontwerp. Ook een belangrijk element is de verlenging van de levensduur van bouwwerken of onderdelen daarvan. Tot slot kan worden gekeken hoe het bouwwerk zo goed mogelijk herbruikbaar is aan het einde van zijn levensduur.

Dit kan bijvoorbeeld door demontabel te bouwen. Hergebruik, levensduur en milieubelasting zijn mede afhankelijk van de wijze waarop de gebouwde omgeving is ontworpen, is geassembleerd en welke materialen er gebruikt zijn.

Voorbeeld van een demontagehal (Duurzaamheidsplein Oss)

28

Visie Circulaire Economie

Circulair ontwerp en assemblage

Stuff

De zes schillen van een gebouw Een gebouw bestaat uit verschillende lagen of schillen. Deze schillen zouden van elkaar te scheiden moeten zijn op basis van (eigen) functionaliteit en levensduur.

Spullen: de zaken die we in ons huis plaatsen en vaak meenemen als we verhuizen. Denk aan meubels, apparaten, en persoonlijke bezittingen. Er is zelden een gebouw in gebruik zonder ‘Stuff’. Deze spullen kennen een (relatief) kortere levensduur.

Het antwoord op de vraag hergebruik versus nieuwe materialen kan binnen een (ver)bouwopgave steeds anders uitvallen. De vraag dient niet voor het totale gebouw te worden bekeken maar keer op keer voor elk van de zes schillen. Ontwerpstrategie In het ontwerp van een gebouw zijn er verschillende circulaire strategieën die kunnen worden toegepast. Afhankelijk van het type gebouw, de opgave en soms de ‘schil’ van een gebouw kan je daarbij inzetten op een bepaalde strategie: Levensduur

De zes schillen van een gebouw (six S’s)

Site Skin

Structure

Services

Spaceplan

Grond: de locatie en omgeving waarin het gebouw zich bevindt. Deze omgeving is oneindig aanwezig. Gevel: de façade wat je van de buitenkant ziet. Het beschermt de ‘Structure’ en voorziet in isolatie en veiligheid. Heeft vaak ook een esthetische functie. De levensduur ligt tussen de 20-40 jaar. Constructie: de fundering en gewichtsdragende elementen. Deze vormen de kern van het gebouw, kennen een lange levensduur (30-300 jaar) en zijn moeilijk te vervangen. Installatie: verwarming, elektra, riolering, waterleidingen en ICT. Meestal verstopt achter de ‘Skin’ en de ‘Services’ komen tevoorschijn in de vorm van stopcontacten, kranen etc. Deze kennen een middellange levensduur van circa 7-15 jaar. Interieur: het ruimtelijk plan dat wordt bepaald door tussenmuren, plafonds, deuren en ramen. Zij bepalen hoe de ruimte binnen de ‘Structure’ wordt gebruikt.

Standaardisatie

Onderhoud

Aanpasbaarheid

Demonteerbaar

Bij ‘design for durability’ is sprake van ontwerp voor een lange levensduur. Door gebruik van robuuste materialen is tijdens de levensduur nauwelijks nieuw materiaalverbruik nodig. Met ‘design for standardization’ kunnen aanpassingen relatief eenvoudig kunnen worden doorgevoerd vanwege het ontwerp dat gebruik maakt van een standaard-maatvoering, bijvoorbeeld in het toepassen van standaard maat balken en pilaren. Door in het ontwerp te kiezen voor ‘design for repairability’ is gekozen voor het makkelijk kunnen onderhouden en repareren van elementen in het gebouw, hetgeen de levensduur van gebouwen kan verlengen, bijvoorbeeld door het toepassen van goed toegankelijke verbindingen. In het ‘design for flexiblity’ is het eenvoudig om aspecten in het gebouw tussentijds aan te passen, bijvoorbeeld door ruime maten te hanteren tussen pilaren en met flexibele tussenwanden. Tenslotte wordt er met het ‘design for disassembly’ in het ontwerp al rekening gehouden met de toekomstige demontage: onderdelen zijn dan eenvoudig los te halen, bijvoorbeeld door het toepassen van droge verbindingen.

29

Visie Circulaire Economie

Circulaire materiaalkeuze Materiaalkeuze is een belangrijk aspect bij circulair bouwen. Daarbij zijn er verschillende mogelijkheden voor ‘circulair materiaal’: − Hergebruikte producten (zoals hergebruikte deuren, sanitair of raamkozijnen); − Hergebruikte materialen, of producten met gerecyclede content (zoals beton met hergebruikt betongranulaat of tussenwanden van geperst resthout); − Toekomstig herbruikbare materialen of producten (zoals een in elkaar klikbaar gevelpaneel of demontabel skelet van een gebouw); − Biobased producten (bijvoorbeeld gevelelementen van accoyahout of bamboe-vloeren).

GPR (Gebouw) meet de duurzaamheid van bestaande gebouwen, nieuwbouw en grootschalige renovatie van woning- en utiliteitsbouw. Het is toepasbaar in iedere fase van het duurzaam bouwen: van beleid, ontwerp, realisatie tot renovatie van een gebouw. GPR Gebouw beoordeelt op basis van vijf verschillende thema's: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Slopen De bouw van woningen gebeurt niet alleen op braakliggend terrein. Op inbreidingslocaties moeten vaak eerst oude opstallen gesloopt worden om de grond vrij te maken voor nieuwbouw. Op grond van het bouwbesluit (art. 8.8.) moet bij alle bouw- en sloopwerkzaamheden het vrijkomend bouw- en sloopafval deugdelijk worden gescheiden.

Milieubelasting van materialen Voor het bepalen van de milieuprestatie zijn in Nederland regels en afspraken vastgelegd in de ‘Bepalingsmethode: Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’. De levenscyclusanalyse (LCA) is een methode om de milieueffecten te berekenen van een dienst, levering, werk of geheel contract, verdeeld over bepaalde levensfasen: de productiefase, bouwfase, gebruiksfase, sloop- en verwerkingsfase en de fase van hergebruik, terugwinning en recycling. De uitkomst van een LCA studie is het milieuprofiel van alle levensfases van een product, dienst of werk. Rekeninstrumenten milieubelasting Voor de berekening bestaan verschillende meet- en rekentools. Gevalideerde rekeninstrumenten binnen de B&U sector zijn MPG, BREEAM, GPR (gebouw) en Greencalc. Binnen de GWWsector wordt gewerkt met MKI en DuboCalc. De MPG (MilieuPrestatie Gebouwen) is een maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw: het geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik, per 1 juli 2021 geldt voor nieuwe woningen een MPG met een maximum grenswaarde van 0,8. Als objectief hulpmiddel kan de MPG gebruikt worden in het ontwerpproces en in een Programma van Eisen om het resultaat van een ontwerpproces vast te leggen. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht.

BREEAM is een certificeringsmethode waarbij projecten worden beoordeeld op integrale duurzaamheid. Hiervoor zijn vier verschillende keurmerken: nieuwbouwprojecten, bestaande gebouwen, sloopprojecten en complete gebieden.

Urban mining: niet slopen maar oogsten

30

Visie Circulaire Economie

Materialenpaspoort Een stap verder gaat de toepassing van het zogenoemde materialen- of grondstoffenpaspoort (naar schatting verplicht vanaf 2023 bij nieuwbouw). Zo’n paspoort geeft inzicht in de materialen en (bouw)elementen waaruit een object (gebouw, infra-kunstwerk, etc.) bestaat, op welke plaats deze materialen en componenten zich bevinden, en hoe deze onderling te demonteren zijn. Met behulp van dergelijke paspoorten is duidelijk welke materialen er in de gebouwde omgeving zijn gebruikt, hoe lang ze nog meegaan en of, en zo ja wanneer, ze voor hergebruik beschikbaar komen bij de sloop (ook wel urban mining genoemd) van een object (het oogsten). Het opstellen van een leidraad voor het circulaire slopen kan hierbij een handig hulpmiddel zijn.

Hergebruik van gedemonteerde onderdelen vergt wel een goede planning: wanneer zijn ze beschikbaar en wanneer zijn ze nodig bij de nieuwbouw. Verder kost het circulair demonteren meer tijd en arbeid dan de traditionele sloopkogel. Het netjes uit elkaar halen zorgt er wel voor dat materialen hun waarde beter behouden. Inmiddels wordt het urban mining een groeiende bedrijfstak. Circulair slopen is een nieuw economisch model en levert hoogwaardig hergebruik van bouwmaterialen op.

Aanpasbaarheid op de lange termijn is daarom een belangrijk principe om de functionele levensduur van objecten te kunnen verlengen. Dit geldt vooral voor kunstwerken zoals bruggen en viaducten. Om de aanpasbaarheid te verhogen is bijvoorbeeld een set met standaardverbindingen ontwikkeld voor (beweegbare) bruggen en sluizen. Voor dit Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen (IFD-bouwen) is een Nederlandse Technische Afspraak (NTA) ontwikkeld. Hierin zijn standaardafmetingen gegeven voor de verbindingspunten tussen verschillende onderdelen van een brug of sluis, zodat deze eenvoudig te vervangen zijn en onderdelen in de toekomst op andere bruggen of sluizen toe te passen zijn. Circulaire principes in de GWW richten zich vaak op het materiaalniveau. Denk daarbij aan het hergebruik van bestaand materiaal, het verlengen van de levensduur van objecten of materialen, of aan toekomstige demontage. Het kan voorkomen dat er een tijdelijke behoefte ontstaat voor een bepaald werk, zoals een brug (zie voorbeeld Bruggenbank.nl), fietspad of een viaduct. Ook kan er een wens zijn om een product in de toekomst weer te kunnen demonteren. Er worden daarom steeds meer circulaire GWW-concepten ontwikkeld die aansluiten op die behoeften. Hierbij valt te denken aan het gebruik van een grote hoeveelheid bouw- en sloopmateriaal dat gebruikt werd voor de aanleg van een circulair fietspad.

Of denk aan een circulair viaduct dat na de gebruiksperiode weer kan worden gedemonteerd en elders neergelegd.

4.4 Grond-, weg- en waterbouw De grond-, weg- en waterbouw (GWW) is een van de grootste materiaalverbruikers van Nederland. Ieder jaar wordt meer dan 20 miljoen ton materialen ingezet om onze wegen, kanalen, kunstwerken (bruggen, sluizen e.d.) en ondergrondse infrastructuur uit te breiden en te verbeteren. Vaak zijn objecten technisch niet heel complex en liggen deze er voor een langere periode (20-100 jaar). De meest gebruikte materialen zijn asfalt, beton en staal. Zo’n 90% van de kunstwerken (de verzamelnaam voor onder andere bruggen, viaducten en sluizen) worden gesloopt omdat ze functioneel verouderd zijn. Ze bevinden zich echter niet aan het einde van hun technische levensduur.

Een tweedehandsbrug beschikbaar via Bruggenbank.nl

31

Visie Circulaire Economie

Binnen de grond-, weg- en waterbouw (GWW) bestaat voor aan te besteden projecten de CO2prestatieladder. Dit instrument dwingt opdrachtnemers om steeds verantwoorder te opereren. Inmiddels staan er steeds meer bedrijven ‘hoog op de deze ladder’ waardoor het instrument minder een gunningscriterium is maar wel voorwaarden-stellend (als eis) kan worden ingezet. Andere instrumenten zijn Dubocalc en het Moederbestek, gebaseerd op Levenscyclus Analyse gebruikmakend van de MilieuKostenIndicator.

Asfalt, beton en staal De Nederlandse ketenpartners voor asfalt werken aan een hoge mate van recycling, maken langer gebruik van asfalt en kennen een lokale asfaltproductie. Verbeterde samenwerking tussen ketenpartners zorgt voor meer efficiëntie in de keten en ook dat zorgt voor het naar beneden brengen van de CO2-emissies. Het zwaartepunt van CO2-emissies in de betonketen ligt duidelijk bij de cementproductie. Nieuwe technologieën die bij kunnen dragen aan de vermindering van de CO2-emissie in de cementproductiefase bestaan vooral uit cementmengsels op basis van andere mineralen. De recycle mogelijkheden van beton zijn tot dusver beperkt. Andere mogelijkheden om beton langer te gebruiken is om ontwerpen te maken waarbij demontabel gebouwd kan worden of door levensduur toepassing van levensduur verlengende technologieën, zoals zelfhelend beton. De winning en productie van staal zijn verantwoordelijk voor het overgrote deel van de CO₂-emissies in de staalketen. Vrijwel al het staal in de bouw wordt hergebruikt als component of gerecycled (omgesmolten) tot nieuw staal.

Circulaire principes Rijkswaterstaat heeft een set met circulaire ontwerpprincipes ontwikkeld die ze hanteert bij het ontwerpen, beheren en onderhouden van de infrastructuur (GWW) met drie lagen: −

Preventie: het voorkomen van materiaalverbruik. Relevant bij zowel aanleg als bij vervanging van infrastructuur. Is er een materiaalloze of efficiëntere oplossing beschikbaar? Bijvoorbeeld door te kiezen voor betere OV-of fietsverbindingen in plaats van de keuze voor een wegverbreding.

−

Waardebehoud: het benutten van de waarde in bestaande infrastructuur voor een volgende levenscyclus. Dit is vooral relevant bij aanpassing, vervanging of renovatie van infrastructuur. Dit kan bereikt worden met twee ontwerpprincipes: levensduurverlenging van objecten en hergebruik van reeds beschikbare onderdelen / materialen;

−

Waardecreatie: het creëren van zoveel mogelijk waarde voor de langere termijn met zo min mogelijk materiaal. Hiervoor zijn vijf ontwerpprincipes: ontwerp voor meerdere levenscycli, ontwerp toekomstbestendig, ontwerp voor optimaal beheer en onderhoud, ontwerp voor duurzaam materiaalgebruik en ontwerp voor minimaal grondstof- en energiegebruik in de aanleg- en gebruiksfase. Hierbij valt te denken aan het voorkomen van onnodig transport van grond; door aanpassing van de projectfasering kan mogelijk een gesloten grondbalans worden bereikt.

De kringloop van asfalt

32

Visie Circulaire Economie

VOORBEELD CIRCULAIRE WEG N739 HENGELO De Provincie Overijssel en Dura Vermeer tekenden eind 2019 een samenwerkingsovereenkomst om te komen tot een circulaire ‘weg-as-a-service’. Hiervoor is de N739, een weg van zo’n 10 km van Haaksbergen naar Hengelo, uitgekozen. In dit pilotproject wordt Dura Vermeer voor een periode van vijftien jaar – van 2020 tot 2035 – economisch eigenaar van

de wegverharding. Gedurende die periode voeren zij alle benodigde werkzaamheden (vervanging, beheer en onderhoud) uit. De Provincie blijft juridisch eigenaar van de weg. Deze scheiding van economisch en juridisch eigenaarschap belegt de verantwoordelijkheden bij de juiste partij: de Provincie draagt zorg voor de doorstroming en veiligheid; Dura Vermeer draagt zorg voor de beschikbaarheid van de weg en het waarde-behoud van de materialen.

De lessen van het pilotproject worden gedeeld in het tweejarig partnerprogramma ‘De Circulaire Weg’, waarbinnen drie provincies en drie gemeenten samen met Dura Vermeer en de TU Delft leerprojecten uitvoeren.

33

Visie Circulaire Economie

4.5 Producten voor eigen organisatie Voor de eigen organisatie is een aantal productclusters te onderscheiden waarbij de wijze van inkoop aangewend kan worden voor het realiseren van circulariteit, meer duurzaamheid en het voorkomen van negatieve effecten op milieu en sociale aspecten. Kantoorfaciliteiten en diensten Voor werkzaamheden op kantoor wordt er gebruik gemaakt van meubilair, papier, drukwerk, kantoorartikelen, automaten voor warme dranken, catering, bedrijfskleding en de reiniging daarvan, schoonmaak en externe vergader- en verblijffaciliteiten. De grote verscheidenheid aan faciliteiten en diensten en het dagelijkse gebruik ervan, maken dat er tijdens de aanbesteding kansen liggen om een grote impact te hebben op circulariteit. Dit cluster kan, door de grote zichtbaarheid ook bij medewerkers bijdragen aan bewustwording. Bij kantoorwerkzaamheden, catering en reiniging worden apparaten gebruikt en bij elk van die apparaten geldt dat er resultaat kan worden behaald op het punt van (zuinig) energiegebruik. Daarnaast is het goed om te kijken naar de herkomst van deze producten en de schadelijkheid van gebruikte grondstoffen. In sommige gevallen is er de beschikbaarheid van producten met biobased materiaal (bekers in drankautomaten, disposables en behuizing van hardware). Tenslotte liggen hier ook kansen voor apparaten en verpakkingen die geschikt zijn voor hergebruik.

Kantoormeubilair Kantoormeubilair of -inrichting is een van de meest genoemde productgroepen wanneer het gaat over circulair inkopen. Dat komt mede omdat de eigenschappen van meubilair (maar ook vloerbedekking) relatief goed geschikt zijn voor een circulair model: het is technisch een relatief eenvoudig product, en heeft een economische levensduur van 7-15 jaar. Daarmee is het zowel technisch als organisatorisch mogelijk om de keten te sluiten. De meeste leveranciers in deze branche zijn actief met circulariteit bezig, en de ontwikkelingen gaan vrij snel. Dit is mede het gevolg geweest van verschillende ambitieuze publieke aanbestedingen. Wanneer de vraag gesteld wordt, kunnen zij vaak een aanbieding doen die goed aansluit op de gestelde ambities. Bij kantoormeubilair spelen de volgende circulaire principes een rol: − Circulair ontwerp: losmaakbaarheid, gemak van herstel en standaardisatie; − Levensduurverlenging van meubilair of componenten d.m.v. onderhoud, reparatie of refurbishing activiteiten; − Circulair hergebruik van onderdelen en materialen.

Deze producten lenen zich goed voor contractvormen zoals koop-terugkoop (zie ook het voorbeeld van het Stadskantoor Venlo, huur of het afnemen van meubilair als dienst. Bij het circulair inkopen van kantoormeubilair dient de uitvraag zich niet te beperken tot het leveren van meubilair, maar ook op het meerjarig (preventief en correctief) onderhoud. Op die manier heeft een leverancier een prikkel om meubilair te leveren dat kwalitatief goed blijft functioneren. Ook worden de onderhoudskosten verlaagd, doordat de partij die het meubilair geleverd heeft, bij het onderhoud weet wat er staat. Het gaat dan niet alleen om de aanschafkosten, maar om de totale kosten voor het gebruik (TCO) voor een bepaalde periode (zie paragraaf 5.1). ICT Een steeds groter deel van de producten in eigen organisatie bestaat uit ICT-apparatuur: mobiele telefoons, laptops, tablets en servers, maar ook uit kopieerapparaten (inclusie tonercartridges) en audiovisuele apparatuur. ICT-middelen bestaan uit zeer hoogwaardige grondstoffen en zijn kansrijk omdat er met circulariteit veel impact is te realiseren. Tegelijkertijd zijn de ketens van ICT-producten lang, internationaal en daarmee complex. Zo bestaat een normale mobiele telefoon of laptop uit tientalen metalen en kritische grondstoffen en bestaat de productieketen uit verschillende landen.

Toeleveranciers van componenten van ICT-apparatuur hebben vaak zelf die keten ook niet inzichtelijk, en weten weinig over de herkomst van de materialen in hun producten. Het gebrek aan transparantie en samenwerking in deze keten maakt dat het vaak lastig is om kringlopen hoogwaardig te sluiten. Daarnaast is het inzetten op internationale sociale voorwaarden (ISV) een belangrijk aandachtspunt in deze productgroep. Bij het toepassen van circulaire principes in de ICT zijn zes aspecten relevant: energieprestaties, reduceren van materiaalgebruik, circulaire ontwerpprincipes, toxiciteit, transparantie van (afkomst van) materialen en data- en softwaregebruik en de levensduurverlenging. Door de jarenlange focus op energiebesparing en toenemende functionaliteiten zijn nieuwe modellen elkaar steeds sneller op gaan volgen. Hierdoor is minder nadruk komen te liggen op waarde-behoud en levensduurverlenging. Naast de inkoop van ICT wordt er ook veel ICT afgevoerd. De meest duurzame optie is iets nieuws niet kopen of later kopen door de levensduur van het bestaande product te verlengen. Als dat geen optie (meer) is, dient gekeken te worden naar een zo verantwoord mogelijke afvoer. Die voorkomt dat onbedoelde export van afgedankte apparatuur naar landen gaat waar geen adequate afvalverwerking is. De WEEE-richtlijn geeft daar duidelijke richtlijnen voor.

Voorbeelden van partijen met ervaring op dit vlak zijn Weee Nederland en Recover-E. Bij maatwerk-elektronica liggen er kansen om leveranciers uit te dagen om circulaire principes toe te passen.

34

Visie Circulaire Economie

Energie De Rijksoverheid wil dat in 2020 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komt en in 2030 minimaal 37%. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Door inkoop van duurzame energie wordt het gebruik van fossiele brandstoffen voorkomen. Bij de opwekking van energie geldt dat zonnepanelen en windmolens bestaan uit hoogwaardige materialen. Om een circulaire economie te bevorderen, is het belangrijk om hergebruik van deze materialen te stimuleren. Vervoer Met het verduurzamen van de eigen mobiliteitsbewegingen, het wagenpark en het maken van de juiste keuzes bij dienstreizen speelt de overheid een grote rol om milieubelasting te verlagen. Door grenswaarden te stellen aan de CO2-uitstoot van voertuigen, kan de klimaatimpact worden beperkt. Uitlaatemissies van voertuigen kunnen worden tegengegaan door inzet van Zero Emissie Voertuigen en het gebruik van alternatieve brandstoffen te bevorderen. Ook als opdrachtgever is er invloed uit te oefenen op de duurzaamheid van doelgroepenvervoer en andere transportdiensten, zoals post- en verhuisdiensten.

35

Visie Circulaire Economie

5 ORGANISATIE: ANDERS WERKEN

36

Visie Circulaire Economie

5. Organisatie: anders werken Dit hoofdstuk gaat over het inpassen van een andere manier van denken en over de positionering van circulariteit in de organisatie van Wijk bij Duurstede. Ook de externe samenwerkingspartners horen daarbij. Dit zijn integrale kansen over de disciplines heen.

resultaten te komen. Binnen de circulaire economie is veel kennis beschikbaar en tegelijkertijd komen dagelijks nieuwe initiatieven en ontwikkelingen op. Medewerkers kunnen die kennis opdoen via trainingen, scholing en bijhouden van aanpassingen en innovaties in hun vakgebied.

De transitie van lineair naar circulair is niet alleen een technische exercitie. Het komt ook aan op het ‘meenemen’ van de medewerkers en afdelingen binnen de eigen gemeentelijke organisatie en van de externe partijen waarmee Wijk bij Duurstede relaties heeft en zaken mee doet. Het vraagt om een andere manier van denken en handelen waarbij niet alleen wordt gekeken naar ‘oude uitgangspunten’ en werkwijzen. Nieuwe contractvormen en de snelle ontwikkelingen vragen soms om een sprong in het diepe met mogelijk tegenslagen tot gevolg. Ook zijn andere financiële prikkels nodig om te sturen op zaken als levensduurverlenging en waardebehoud. Een standvastige koers met heldere doelen op het gebied van circulariteit helpt de eigen organisatie om stappen te zetten en in de samenwerking met de gemeentelijke partners en leveranciers.

Betrokken disciplines bij inkoop en aanbesteding Op dit moment is de inkoop binnen de gemeente decentraal georganiseerd en is er een centrale ondersteuning en advisering. De afdelingen en teams zijn zelf budgetverantwoordelijk en daarmee ook verantwoordelijk voor hun inkopen en aanbestedingen. Hierbij wordt meestal gegund op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV). Met het nieuwe inkoopbeleid (december 2021) wordt steeds meer ingezet op aanbestedingsvormen die ruimte geven voor innovatieve oplossingen. Ook is circulair inkopen expliciet als doel opgenomen.

5.1 Mindset, kennis en inkoop Mindset en kennis MVI, LCA, MKI en BREAAM. Het zijn stuk voor stuk termen die samenhangen met circulariteit maar zonder kennis en beklijving in de eigen organisatie komt het circulaire werken niet op gang. Zeker niet wanneer dit top-down wordt opgelegd. Waarom zou je met de organisatie circulair gaan werken, wanneer ga je circulair inkopen en wat verstaan we er eigenlijk onder? Als medewerkers niet voelen waarom het noodzakelijk is, zullen ze op de oude manier blijven werken. Het is dus van belang om het eigen personeel door middel van bijeenkomsten en brainstormsessies te inspireren hoe zij kunnen bijdragen aan de opgave om grondstoffen zo veel mogelijk te hergebruiken, verspilling en weggooien tegen te gaan waarmee een schone en veilige leefomgeving voor de toekomstige generaties kan worden behouden. In de stap naar circulair werken is creativiteit nodig uit elke laag van de organisatie, immers: op elk niveau liggen kansen die gezien moeten worden. Door open te staan voor de aangedragen mogelijkheden en drempels weg te nemen, ontstaat ruimte om ideeën en oplossingen te bedenken en die ook tot uitvoering te laten komen. Naast een creatieve en kritische blik op het eigen handelen is er ten aanzien van de circulaire economie ook kennis nodig om tot goede

Bij GWW-projecten moeten materialen voldoen aan minimale kwaliteitseisen. Deze eisen zijn technisch van aard en voor iedereen gelijk. Bij zeer technische bestekken wordt de opdracht gegund aan de partij die de laagste prijs aanbiedt. In die gevallen speelt prijs nog steeds een dominante rol in de gunning. Om circulaire ambities te realiseren, is het belangrijk om ook naar kwalitatieve aspecten te kijken zoals de prestaties over de levensduur van producten. Dat vraagt een andere kijk op kosten. Het sturen op een Total Cost of Ownership (TCO) of levenscycluskosten (LCC) ligt daarom meer voor de hand.

De verschillende kostensoorten als gunningscriterium

37

Visie Circulaire Economie

Die andere kijk op kosten vraagt ook om een bredere blik in de eigen organisatie en de wijze waarop de interne afdelingen worden betrokken om tot een geslaagd inkoopproces te komen. In het circulaire inkooptraject zijn verschillende afdelingen, expertises en mensen betrokken. Uiteraard is circulaire economie belegd op bestuurlijk niveau, daar ligt het ambassadeurschap binnen en buiten de organisatie. De bestuurder kan helpen om circulariteit op strategisch niveau op de agenda te zetten en voldoende ruimte te bieden om te experimenteren. Bij eventuele tegenslagen, zoals een uitlopende planning of tijdelijk hogere kosten, kan de bestuurder helpen om dit intern te verdedigen.

Dit vraagt om expertise op het objectief kunnen meten en beoordelen van de aanbiedingen op circulariteit. Tenslotte is het binnen de organisatie ook nodig om de circulaire ambities op lange termijn te borgen. Binnen de organisatie wordt het draagvlak van een circulair inkooptraject vergroot door een goede interne communicatie. Een communicatieprofessional helpt daarnaast om externe activiteiten te organiseren, zoals een markconsultatie en andere berichtgeving om marktpartijen te interesseren en voor te bereiden op het aankomende inkooptraject.

In de organisatie ontstaat er een inkoopbehoefte als er bijvoorbeeld een fietspad moet worden aangelegd, als er intern wordt nagedacht over het al dan niet verlengen van het contract met de leverancier van kopieerapparaten of als er een overeenkomst met een projectontwikkelaar moet worden opgesteld voor de bouw van woningen. Dit zijn allemaal aangrijpingsmomenten om de circulaire doelen in te kunnen vullen. Van belang hierbij is om intern na te denken wat de daadwerkelijke vraagstelling / inkoopbehoefte is en hoe deze functioneel gespecificeerd kan worden. Voor het nastreven van een circulaire economie zijn bruggen nodig, die een daadwerkelijke verbinding aanbrengen tussen verschillende disciplines in de organisatie: economie, duurzaamheid, fysiek domein, inkoop, financiën, juridische zaken, communicatie, etc. Dit vergt een interdisciplinaire aanpak die hand in hand gaat met een bestuurlijke steun. Waar vanuit economie wordt ingespeeld om de kansen voor het bedrijfsleven te benutten, zal vanuit duurzaamheid worden gekeken op welke wijze de ambities van circulariteit op peil kunnen blijven of kunnen worden versterkt. Het fysieke domein (wonen, verkeer) is de sector waar van oudsher een grote inkoopbehoefte aanwezig is voor ‘Werken’ en ‘Leveringen’ buitenshuis. Daarnaast liggen hier ook de kansen voor circulaire afspraken met ontwikkelaars door middel van regelgeving.

Twee denkstappen: is iets nodig? Zo ja: hoe kan dit zo klimaatneutraal en circulair mogelijk?

Vanuit de inkoop en het contractenbeheer zal een keuze gemaakt moeten worden in de procedure om tot een optimale circulaire aanbesteding te komen. Dit vraagt om het zoeken van de balans tussen concurrentie en samenwerking met leverancier-partners in circulariteit. Dit leidt soms tot andersoortige contracten (zie ook paragraaf 3.2 onderdeel a) die afwijkend in elkaar zitten dan een traditionele overeenkomst. Met het vroegtijdig betrekken van een juridisch adviseur worden contractueel de circulaire intenties van het inkooptraject op een juiste manier vastgelegd. Daarnaast zal een goede businesscase voor het inkooptraject doorgerekend moeten worden, bijvoorbeeld door een financieel expert die open staat voor het in kaart brengen van andere, niet-financiële vormen van waarde voor een lange-termijn business case. 38

Visie Circulaire Economie

5.2 Samenhang binnen de duurzaamheidsopgave De circulaire economie is één van de onderdelen binnen de duurzaamheidsopgave. In de fase na vaststelling van de visie wordt bekeken hoe de verschillende uitwerkingsplannen voor circulariteit passen binnen het Programma Duurzaamheid van Wijk bij Duurstede. De duurzaamheidsopgave valt uiteen in verschillende aandachtsgebieden. Energie In het Nationale Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland in 2030 een reductie van 49% op CO2 uitstoot moet hebben gerealiseerd ten opzichte van de uitstoot in 1990. Met deze opgave ligt er ook voor Wijk bij Duurstede de taak om naar CO2-neutraal te gaan. Dit betekent allereerst dat het gebruik van fossiele brandstof moet dalen en uiteindelijk zal moeten stoppen. De snelste manier om die daling in gang te brengen is door middel van energiebesparing. Immers: als de energie niet nodig is, hoeft het ook niet opgewekt te worden. Het isoleren van de woning, het gebruik van energiezuinige lampen, warmtepompen, het zijn voorbeelden van het verlagen van het energiegebruik en dus van het gebruik van fossiele brandstof waarmee de CO2uitstoot beperkt wordt. Voor de bouw van woningen geldt dat nieuwbouw vanaf 2020 (bijna) energieneutraal (BENG) moet zijn. Dat wil zeggen dat een gebouw evenveel energie opwekt als verbruikt. Om dit te bereiken wordt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) geleidelijk verlaagd.

Als er toch energie nodig is, dient deze zo schoon mogelijk te zijn om de CO 2-uitstoot terug te dringen. Met de energietransitie wordt de overgang gemaakt van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen naar een energiesysteem gebaseerd op duurzame en CO2neutrale energiebronnen. Dit betekent allereerst de opwekking van schone energie. Denk hierbij aan zonne-energie via PV-panelen op daken of zonnevelden, windenergie op zee of land, geothermie, riothermie, waterkracht, kernenergie, etc. Naast de opwekking van schone energie valt onder de energietransitie ook het stoppen van het gebruik van aardgas voor de verwarming van onze woningen en kantoren: de gebouwen worden aardgasvrij en moeten overgaan op een duurzame warmtevoorziening: de warmtetransitie. De wijze waarop dit gebeurt wordt vastgelegd in een (wijk)warmteplan.

Circulaire economie Zoals reeds in hoofdstuk 1 is beschreven is circulaire economie een economisch systeem waarin waarde behouden blijft of ontstaat door producten en grondstoffen te hergebruiken en vernietiging van grondstoffen te minimaliseren. Het uitgangspunt is om zo min mogelijk grondstoffen te gebruiken. Binnen de circulaire economie is een grote rol voor circulair bouwen weggelegd. Daarin wordt vaak het verminderen en verduurzamen van de energie meegenomen die nodig voor het winnen van grondstoffen, produceren van bouwmaterialen, transport en op de bouwplaats. Klimaatadaptatie Met het veranderende klimaat hebben we vaker te maken met weertypen zoals flinke regenbuien of juist aanhoudende perioden van droogte en hitte. Veranderingen dit ook de biodiversiteit onder druk zetten. Door onze ruimte aan te passen waarbij meer ruimte voor water en groen wordt gecreëerd, ontstaat een grotere biodiversiteit en wordt onze gemeente klimaatbestendig. Met minder verharding (bijvoorbeeld via operatie steenbreek) en meer groen wordt een betere ‘sponswerking’ bereikt voor het opvangen van hevige regenbuien, meer verkoeling tijdens hitte en een betere en gezondere leefomgeving voor mens, dier en plant. Duurzame mobiliteit & luchtkwaliteit Het Rijk wil dat vanaf 2030 alle nieuw te verkopen auto’s emissievrij (EV) zijn.

Voor deze emissievrije personenauto’s is een goed dekkend netwerk (grid) van laadpalen nodig. Voor het zwaardere (vrachtvervoer is de vraag of de techniek van elektrische aandrijving toereikend is of dat moet worden gekozen voor waterstof. In beide gevallen zal een infrastructuur aanwezig moeten zijn om de overstap te kunnen maken. Met emissievrij vervoer en een groter aandeel van schoon vervoer zoals de fiets wordt de uitstoot stikstof (NO2), fijnstof (PM10) en ultrafijnstof (PM2,5) teruggedrongen zodat de luchtkwaliteit wordt verbeterd. Het gemotoriseerd verkeer is echter niet de enige bron van luchtverontreiniging. Ook mobiele werktuigen (bij de bouw of werk aan de weg), houtstook, roken en de aanwezigheid van (pluim)veebedrijven dragen bij aan de kwaliteit van de lucht – op macro- en op microniveau.

39

Visie Circulaire Economie

5.3 Samenwerkingspartners In de stap naar de circulaire economie is er op drie aspecten6 een verandering nodig. Allereerst de technisch-inhoudelijke aspecten: de mate waarin het product circulaire eigenschappen heeft Daarnaast zijn er de financieel-economische aspecten: leveranciers en partners dienen een economische prikkel te krijgen om de circulariteit na te streven. Tenslotte zijn er de procesmatige en organisatorische aspecten: de mate waarin de belangrijkste ketenpartners betrokken zijn bij het project en het proces georganiseerd is zodat het circulariteit én circulair gebruik in het gehele proces faciliteert. Opdrachtgever en opdrachtnemer In de vorige paragraaf is gesproken over de interne samenwerking tussen afdelingen. Voor een geslaagd circulair project is coöperatie het sleutelbegrip tussen opdrachtgever en -nemer als tussen ketenpartners. Het circulaire inkopen vraagt om een lange samenwerking tussen partijen en daarmee ook om een andere verhouding. Indien er tegengestelde belangen zijn, dienen die op tafel te komen zodat gezamenlijk kan worden toegewerkt naar een constructieve relatie die bijdraagt aan een circulaire economie. Als opdrachtgever zul je marktpartijen moeten betrekken om te weten waartoe men technisch in staat is en hoe het verdienmodel in elkaar zit. Hoe meer met onderling over elkaar weet, des te kleiner de kans op aannames, misverstanden, etc.

welke rol de opdrachtgever kan spelen, wordt duidelijk welke disciplines relevant zijn om het product zo circulair mogelijk te maken. Er zijn diverse samenwerkingsplatforms waarin marktpartijen en overheden met elkaar kennis uitwisselen en ervaringen opdoen in pilotprojecten. Voor laag-complexe producten met een kortere levensduur zoals bedrijfskleding kunnen marktpartijen helpen om de keten te sluiten, zoals met onderhoud of recycling. Voor hoog-complexe producten met een middellange levensduur zoals ICT zijn toeleveranciers nodig om de circulaire ambities dieper in de keten te laten doordringen. Voor hoog-complexe producten met een lange levensduur zoals gebouwen zijn partijen nodig die verschillende perspectieven vertegenwoordigen, bijvoorbeeld een architect, een installatieadviseur en een aannemer. Het grootste innovatiepotentieel ligt hier namelijk op het raakvlak van disciplines. Participatiematrix De gemeente zal in diverse projecten en rollen met externe partijen te maken krijgen op weg naar een circulaire economie. Dit gaat om het stimuleren van inwoners en bedrijven om hun steen bij te dragen maar ook een andere manier van samenwerking met partners. Bij het opstellen van de uitwerkingsplannen wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Wijkse Participatiematrix7.

Het gaat er hierbij om welke rol de gemeente kiest bij ontwikkelingen, initiatieven of projecten op het gebied van circulaire economie met of vanuit de samenleving.

De beste manier om die aannames te voorkomen is om een marktconsultatie te houden. Bijvoorbeeld door het schriftelijk bevragen van de markt (een request for Information -RFI), door één-op-één-gesprekken met marktpartijen of via een plenaire markconsultatie, of concurrentiegerichte dialoog in aanwezigheid van verschillende partijen. Ketenpartners Naast de relatie opdrachtgever en -nemer is ook de samenwerking tussen ketenpartners van belang om tot een circulaire aanbieding te komen. Hiervoor is inzicht nodig in de wijze waarop de keten werkt, welke partijen hierbij betrokken zijn en hoe ze invloed uit kunnen oefenen op de circulariteit van het product en het circulaire gebruik. Door te achterhalen hoe het huidige businessmodel van de verschillende ketenpartners werkt, men elkaar wellicht tegenwerkt en

6 Van Oppen, C. en Eising, K. 2012. “Grenzeloos werken leidt tot grenzeloze ambities”

7

In de Participatiematrix worden de volgende gemeentelijke rollen onderscheiden: zelf presterend/uitvoerend, opdrachtgever, regisseur, coproducent, supporter, toeschouwer. 40

Visie Circulaire Economie

5.4 Enkele aanpakken uitgelicht In hoofdstuk 2 zijn rollen en instrumenten van de gemeente beschreven. Hoofdstuk 4 introduceerde de gemeentelijke taken waarbinnen veel circulariteitswinst te behalen is. Deze benoemen we als de speerpunten voor het vervolg: grondstoffenketen van consumenten, nieuwbouw, GWW, en inkoop eigen organisatie. Voordat we in hoofdstuk 6 nader op de uitwerking van ieder van deze speerpunten ingaan, beschrijven we enkele kansen voor circulair werken die een integraal karakter hebben, dat wil zeggen over de vier speerpunten heen. Inzamelen herbruikbaar materiaal Met het inzamelen van door consumenten gebruikt materiaal en met het produceren van (snoei)hout en bermgras via beheer van de openbare ruimte, wordt herbruikbaar materiaal verkregen. Er zal nader moeten worden verkend of de circulariteit kan worden vergroot en of er ook andere gebieden zijn waarop de rol van producten van herbruikbaar materiaal kan worden vergroot. In samenwerking met andere partijen komt een grondstofstroom op gang via de geplande bouw van de demontagehal. Deze stroom kan via een nader uit te werken business plan circulair worden gesloten. Met een gebiedsgerichte samenwerking kunnen grondstofstromen zoveel mogelijk op locatie worden gesloten. Hierdoor kan afval worden ingezet als nieuwe grondstof met minimale transportafstand.

Kennis opbouw Circulair inkopen en circulaire gebiedsontwikkeling vraagt om een gedegen basiskennis bij alle betrokken medewerkers. Om dit te bereiken wordt ingezet op training en coaching van medewerkers. Op deze manier wordt gewerkt aan meer draagvlak voor circulair denken en doen in de eigen organisatie. Naast de opbouw van basiskennis dient ook juridische kennis te worden opgebouwd over de verschillende circulaire contractvormen. Er zal eerst naar toepassingsgebied moeten worden gekeken, daarna zullen de huidige inkoopcontracten tegen het ‘circulaire’ licht aangehouden moeten worden. Het ontwikkelen van deze kennis gaat gelijk op met een andere kijk op (inkoop)kosten. De hiervoor benodigde financiële kennis zal ook budgettair zijn weerslag krijgen als er niet alleen op inkoopprijs maar op total cost of ownership of op levenscycluskosten wordt gestuurd. Informatievoorziening Zodra de eigen informatiepositie op orde is, kan de circulaire economie als gemeentelijk beleid breed gedeeld worden zodat inwoners en bedrijven ook gaan meedoen. Dit betekent het

opzetten van een voorlichtingscampagne, informatieloket, nieuwsbrieven, etc. Dit instrument zal langdurig gebruikt moeten worden voordat er een zichtbare gedragsverandering zal optreden. Het verdient de aanbeveling om uitingen te doen via kanalen die nu reeds bij het publiek bekend zijn. Op die manier ontstaat er eerder ‘tractie’. Ook binnen de gemeentelijke organisatie is communicatie belangrijk om circulariteit zichtbaar en concreet te maken voor de diverse disciplines. Netwerken en ketensamenwerking opbouwen Circulaire economie floreert goed indien er sprake is van een goede samenwerking. Dat begint met elkaar kennen via de uitwisseling van kennis en informatie. Door netwerkbijeenkomsten of kenniskringen te houden met partijen binnen een bepaalde keten, bijvoorbeeld die van de bouw kunnen ideeën, ontwikkelingen, innovaties en andere relevante informatie worden uitgewisseld. Dit kan als lokale overheid zelf maar kan ook in provincieverband, via de Alliantie Cirkelregio Utrecht of één van de andere bovenregionale verbanden. Vanuit de afdeling Economie dienen dit soort netwerken gesignaleerd en onderhouden te worden. De verwachting is dat hiermee gezamenlijk nieuwe circulaire business cases worden ontwikkeld. Verder moet nauw overleg/ samenwerking worden opgebouwd met de EBU en OMU om inzicht te krijgen in de verschillende investeringsfondsen.

Dit opent de weg voor opschaling van circulaire initiatieven. Convenanten en regelgeving Deze netwerken krijgen gewicht als de gemeente zichzelf ook committeert aan circulaire afspraken met derden. In paragraaf 2.2. zijn legio ‘green deals’ en ‘city deals’ waar de gemeente kan laten zien welk beleid men nastreeft. Het biedt tevens een goed netwerk van ‘kennissen en kennis’ met partijen die ook circulariteit nastreven. Zo biedt het landelijke Betonakkoord en het (in paragraaf 2.2 genoemde) regionale convenant Duurzaam Bouwen met een leidraad voor invoering van afspraken in bouwprojecten een goede stapsteen voor circulariteit bij de gemeentelijke woningbouwopgave. Hier kan ook worden ingezet op afdwingbare kaders en borging binnen de ruimtelijke ordening via omgevingswet en omgevingsplan. Het is aan te bevelen om ervaringen op te gaan doen met materialen- of grondstoffenpaspoorten voor hergebruik van bouwmaterialen. Ook kaders op het gebied van duurzaamheid in de Woonvisie zijn ondersteunend aan de circulaire doelen. Op dit moment is te zien dat de markt al meer kan en wil dan de landelijke regelgeving voorschrijft. Dit betekent dat het been bijgezet moet worden om circulair bouwen en ondernemen verder te stimuleren. Zo kan een hogere ambitie worden afgesproken tussen de gemeente en betrokken marktpartijen zoals projectontwikkelaars, hun leveranciers, financiers et cetera.

Iedere privaatrechtelijke overeenkomst biedt dan ook kansen voor meer circulariteit. 41

Visie Circulaire Economie

Inkoop Recent is het inkoop- en aanbestedingsbeleid herzien. De doelen zijn ingedeeld in doelmatig & doeltreffend, mens & milieu, innovatie aanmoedigen en goed opdrachtgeverschap. Het nieuwe inkoopbeleid bevat het volgende subdoel: ‘wij kopen circulair in: waar mogelijk sluiten wij grondstoffenkringlopen en beperken wij het gebruik van vervuilende of schaarse (grond)stoffen. Wij reduceren zoveel mogelijk ons energieverbruik en onze CO 2-uitstoot.’ Afhankelijk van de aanbesteding worden eisen opgenomen of krijgen aanbieders de kans zich te onderscheiden op het gebied van duurzaamheid in brede zin. De gemeente houdt hierbij de lokale aannemers in het oog. Sommige innovaties zijn alleen in handen grote landelijke partijen.

Nadere stappen worden gezet op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Na de kennisopbouw zal verder worden geëxperimenteerd met circulair inkopen. Het is verstandig om in het begin te kijken naar het laaghangend fruit dat zich leent voor een pilotproject en waar snel resultaat kan worden behaald: recyclebare koffiebekertjes, duurzaam geproduceerd printpapier, etc. In paragraaf 4.5 is een opsomming gegeven van productgroepen waarbij de wijze van inkoop voor de eigen organisatie aangewend kan worden voor het realiseren van circulariteit. Concrete kansen en de stap naar uitwerkingsplannen per speerpunt worden in Hoofdstuk 6 beschreven.

De gemeente voert steeds vaker marktconsultaties uit om als start van het inkooptraject de mogelijkheden te verkennen. Voor het selectieproces worden aanbestedingsvormen gebruikt, waarbij dialoog met marktpartijen mogelijk is. Sinds een paar jaar biedt de aanbestedingswet meer ruimte voor concurrentiegerichte dialoog, mededinging met onderhandeling en innovatief partnerschap. De gemeente gebruikt steeds vaker onderdelen vanuit de inkoopmethodiek ‘Best Value Procurement’ ofwel Prestatieinkoop. Een voorbeeld is de aanbesteding van de demontagehal waar de strategie van mededinging met onderhandeling inzet (zie paragaaf 6.1). Deze nieuwe vormen worden ingezet ter ondersteuning van de circulaire economie. Ook zijn er nog stappen mogelijk in professioneel contractmanagement na gunning. Denk hierbij aan het in gesprekken met leveranciers en uitvoerders nagaan of gemaakte circulariteitsafspraken werkelijk nagekomen worden. Ook binnen lopende contracten kan ruimte zijn voor verbeteringen mits de opdracht niet wezenlijk wijzigt.

42

Visie Circulaire Economie

.

6 AAN DE SLAG!

43

Visie Circulaire Economie

6. Aan de slag! Dit hoofdstuk geeft voorbeelden van wat de gemeente Wijk bij Duurstede al doet aan circulariteit aangevuld met enkele concrete kansen voor de komende periode. Afgesloten wordt met een doorkijk naar de uitwerkingsplannen die deze visie handen en voeten gaan geven. Steeds vormen de speerpunten uit hoofdstuk 4 de rode draad: A. Grondstoffenketen consumenten en bedrijven; B. Woning en Utiliteitsbouw; C. Grond-, weg- en waterbouw (aanbesteding en uitvoering); D. Producten voor de eigen organisatie.

6.1 Wat doen we al? In deze paragraaf benoemen we diverse voorbeelden van de wijze waarop de gemeentelijke organisatie de afgelopen periode met circulariteit aan de slag is gegaan. Veel van deze voorbeelden vallen binnen het speerpunt ‘grondstoffenketen consumenten en bedrijven’. Met inzamelen en verwerken van afval heeft de gemeente natuurlijk al veel ervaring. Deze paragraaf start met de andere drie speerpunten en sluit af met de grondstoffenketen. Speerpunt Woning en Utiliteitsbouw De gemeente houdt rekening met circulariteit in de nieuwe Woonvisie: − Binnen duurzaamheid wordt een energieprestatie neergelegd maar ook een gemiddelde GPR score. Die score bevat een deelscore voor materiaalgebruik. Bovendien is circulair en conceptueel bouwen genoemd als van belang bij de realisatie van flexwoningen. De gemeente haalt kennis binnen en werkt samen in de regio, onder andere: − Regio Overleg Duurzaam Inkopen; − Regionale Convenant Duurzaam Bouwen.

Bij besluitvorming van de raad over De Geer III is circulariteit in voorwaarden opgenomen, samen met de andere elementen van duurzaam bouwen. Ook andere partijen gaan aan de slag met circulair bouwen zoals Viveste met de ontwikkeling van het Wijkhuis (houtbouw en modulair bouwen). Speerpunt Grond-, weg- en waterbouw inclusief Groen Enkele voorbeelden van uitgevoerde projecten: − Voorkeur voor hergebruik van complete producten zoals de klinkers van De Markt; − Materialen uit De Engk zijn via tussenopslag op de gemeentewerf opnieuw aangeboden; − Bij aanbesteding van openbare verlichting: LED en waar mogelijk helemaal geen verlichting (buitengebied), eisen aan verwerking vervallen materialen; − Groensector: er worden proeven gedaan met innovatieve materialen, (boom)soorten worden bewust gekozen (dit bepaalt de levensduur, mate van onderhoud, noodzaak bestrijdingsmiddelen), versnipperen van kerstbomen in Langbroek (in plaats van verbranden). In algemene zin is bij aanleg en onderhoud van de openbare ruimte vooral het moment van aanbesteden van groot belang voor circulariteit. Daar gaan de meeste materialen in om. Daarna, binnen het lopende contract, is nog enige ruimte voor wijzigingen in samenspraak met de leverancier. Meer over de doelen en werkwijze van het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid is beschreven in paragraaf 5.4.

Speerpunt Producten voor de eigen organisatie Een voorbeeld van circulaire inkoop: − Kleding voor medewerkers van de buitendienst bevat een terugname- en hergebruikverplichting voor de leverancier. In de aanbestedingsprocedure waren er extra punten te verdienen voor méér gerecycleerde vezels bij de aangeleverde kleding en hoogwaardiger hergebruik bij teruggenomen kleding. De herkomst van aangeleverde kleding én bestemming na teruglevering moet worden aangetoond.

44

Visie Circulaire Economie

Speerpunt: Grondstoffenketen consumenten (inwoners en bedrijven) Eind 2014 heeft de gemeenteraad ingestemd met een aantal maatregelen voor afvalinzameling. Dit heeft onder meer geleid tot de invoering van een extra vuilcontainer voor PMD inzameling in 2015. Vanaf dat moment is een daling te zien van de omvang van het ingezamelde ongescheiden afval (zie grafiek). Met het onderschrijven van de VANG-ambities (zie raadsmemo / tussenrapportage afvalplan van 6 december 2016), is de verdere aanzet gegeven om de omvang van het restafval terug te dringen. Die VANG-doelstellingen zijn: maximaal 100 kg restafval in 2020 (30 kg in 2025) en een scheidingspercentage van 75%. Daarnaast stimulering van verdere afvalreductie en het stimuleren van het hergebruik van secundaire grondstoffen. In het Gemeentelijk Afvalbeleid Plan zijn deze doelen opgenomen en is onder andere de beleidsrichting van het ‘omgekeerd inzamelen’ aangegeven.

Milieustraat en demontagehal Met het in 2017 beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet is een haalbaarheidsonderzoek gestart naar de mogelijkheden van verplaatsing van de huidige gemeentewerf en milieustraat aan de Middelweg Oost naar de Vogelpoelweg op bedrijventerrein Broekweg Noord. Deze geplande verplaatsing is aangegrepen om te komen tot realisatie van ‘een milieustraat nieuwe stijl, waar mensen grondstoffen (voorheen grof afval) kunnen brengen gecombineerd met het verwerken, demonteren en verhandelen van grondstoffen.’ Het neerzetten van een demontagehal en een innamepunt kringloopgoederen (onderdelen van een circulair ambachtscentrum) geven hier invulling aan. Op 9 maart 2021 heeft de gemeenteraad een voorbespreking gehad over het voorstel ‘Vervolg project demontagehal (circulair ambachtscentrum)’. Naast het terugdringen van afval(stoffen) door hoogwaardig hergebruik van materialen en grondstoffen, moet het inrichten van kringlooppunt c.q. demontagehal ook bijdragen aan werkgelegenheid, onder meer door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten (vanuit de Participatiewet). Verder liggen er kansen voor (nieuwe) ondernemers om circulair te ondernemen door gebruik te maken van lokale reststromen als grondstof. In het voortraject hebben meerdere regionale en lokale partijen aangegeven een bijdrage te willen leveren aan dit project.

De besluitvorming over de verplaatsing van de gemeentewerf / milieustraat zal in 2022 plaatsvinden, de uitvoering start naar verwachting in 2023. Een circulair ambachtscentrum in de vorm van een kringlooppunt / demontagehal wordt voorbereid.

Ingezameld afval Wijk bij Duurstede periode 2012-2020 (kg/inwoner)

Op 12 mei 2020 is de gemeenteraad akkoord gegaan met het voorstel voor het Grondstoffenplan Wijk bij Duurstede 2020, inclusief de bijbehorend strategienota. Met dit besluit is ingestemd met de strategie “omgekeerd inzamelen met een prijsprikkel (diftar) op restafval”. Met ingang van april 2021 worden in Wijk bij Duurstede per huishouden gedifferentieerde tarieven (diftar) gehanteerd. Des te frequenter restafval wordt aangeboden, hoe hoger de afvalstoffenheffing zal zijn. Omgekeerd levert betere afvalscheiding en het aanbieden van minder restafval een lagere variabele afvalstoffenheffing op (het vastrecht is voor ieder huishouden gelijk gehouden).

Bij de aanbesteding van nieuwe gemeentewerf en de milieustraat zijn duurzaamheid en circulariteit als gunningscriteria opgenomen. Aanbieders moeten opnemen welke mogelijkheden en kansen zij zien voor duurzaamheid en circulariteit (bij de bouw, installaties, gebruiksfase en onderhoud), welke oplossingen ze voorstellen in hun ontwerp, welke ervaringen ze hiermee hebben, en de impact van de door hen aangeboden oplossingen op de kosten, planning en ontwerp. Daarnaast zijn op het gebied van levensduurverlenging diverse mogelijkheden in Wijk bij Duurstede: repaircafé, weggeefwinkel, Kunstkwast voor oude meubels, kringloop en een winkel met tweedehands kleding.

45

Visie Circulaire Economie

6.2 Kansen voor de komende periode Deze paragraaf geeft voorbeelden van kansen voor meer circulariteit in het scala aan gemeentelijke activiteiten. Dit zijn nadrukkelijk slechts voorbeelden. Zoals paragraaf 6.3 beschrijft, is per speerpunt een uitwerking nodig van doelen en activiteiten en de extra menskracht en middelen die daarvoor nodig zijn. Speerpunt Woning- en Utiliteitsbouw Circulariteit bij gebouwen is vooral haalbaar op het moment van de bouw. Voorbeelden van enkele specifieke kansen voor de komende periode (niet limitatief): − Realisatie woningbouw De Geer III; − Uitbreiding bedrijventerrein; − Realisatie bouw van brede school. Maar ook bij bestaande gebouwen liggen er kansen: − Warmtetransitie: aandacht voor natuurlijke of herbruikbare isolatiematerialen; − Richtlijn circulair slopen opstellen: zorgvuldig slopen zodat grondstoffen beschikbaar komen.

De gemeente streeft naar het neerleggen van concrete ambities bij gebiedsontwikkeling: − Ambities voor de gebouwen zelf én voor (her)aanleg van de openbare ruimte opnemen in Programma’s van Eisen en in afspraken met de betrokken (bouw)partijen; − Gebruikmaken van handvatten vanuit het regionale Convenant Duurzaam Bouwen; − Ambitie vastleggen in prestatieafspraken, onder andere op het gebied van: MPG Gebouw, minimaal percentage niet-primaire grondstoffen, toekomst van de materialen ná deze gebruiksperiode, losmaakbaarheid. Speerpunt Grond-, weg- en waterbouw inclusief groen Bij deze gemeentelijke taak speelt een grote stroom aan materialen. Er liggen kansen voor circulariteit bij diverse projecten voor aanleg en onderhoud. Een belangrijk startpunt is het analyseren van de grondstofstromen en processen waarbij de grootste winst te behalen is binnen de gemeentelijke GWW.

Bij bijna ieder GWW project liggen kansen voor meer circulariteit. We noemen hierbij twee voorbeelden: − Pilot: een concrete wegreconstructie kiezen (bijvoorbeeld: Groenewoudseweg) waarbij vanaf het ontwerp wordt onderzocht welke mate van circulariteit haalbaar is; − Lichtmasten: verlengde levensduur door middel van trekproeven. In deze sector is een sterke relatie tot het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente. De volgende ‘kansen’ liggen op het vlak van het inkoopproces en contractafspraken: − Gebruikmaken van externe kennis van ketenpartijen en hun businessmodel, en de platforms waarin overheden en de markt in nieuwe stijl met elkaar samenwerken; − Circulariteit vanaf het ontwerp meenemen; − Minimum aan niet-primaire grondstoffen eisen; − Meer nadruk op herbestemmen vervallen materialen, hoogwaardige verwerking vereisen want ‘erkende verwerkers’ sturen niet automatisch op het hoogste niveau van hergebruik; − Sturen op Total Cost of Ownership (TCO) of levenscycluskosten (LCC) zodat verlengde levensduur en reparatie wordt gestimuleerd; − Per opdracht een inkoopstrategie overwegen die waardering van kwaliteit mogelijk maakt en marktpartijen uitdaagt tot een hogere kwaliteit en innovatie; − Gebruik maken van voorbeeldformuleringen voor bestekken; − CO2: een betere MKI is mogelijk dan de landelijke vereisten.

Om kansen te kunnen verzilveren in de uitvoering, wordt circulariteit opgenomen in, voor zover relevant, nieuw beleid, handboeken en gemeentelijke richtlijnen, zoals: − Beleidsplan voor speelruimte; − Beleid en uitvoeringsplannen groensector: onderzoeken welke extra bijdrage mogelijk is aan circulariteit binnen inkoop, onderhoud en restromen; − Handboek Inrichting Openbare Ruimte (van ‘hergebruik’ naar circulair’, slooprichtlijn). Speerpunt Producten voor de eigen organisatie In algemene zin kan circulariteit worden meegenomen in raamcontracten met leveranciers. Een voorbeeld is in de afspraken met RID over de ICT middelen (levensduurverlenging, waardebehoud grondstoffen, zie paragraaf 4.5).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11250127/1