CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2025-2028 Wijk bij Duurstede (1)

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Besluitvorming Begroting36.677 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Cybercriminaliteit

De afgelopen jaren zien we een sterke verschuiving van de meer zichtbare criminaliteitsvormen (zoals woning- en bedrijfsinbraken, autokraken en fietsdiefstallen) naar minder zichtbare en ondermijnende vormen van criminaliteit (zoals fraude, witwassen en digitale criminaliteit). Bij deze vormen van criminaliteit is de meldingsbereidheid van slachtoffers vaak laag, waardoor de geschatte omvang veel groter is dan terugkomt in de cijfers. Het is dan ook van groot belang dat zowel interne medewerkers als externe partners kennis en ervaring hebben op dit thema, zodat cybercriminelen kunnen worden aangepakt en slachtofferschap kan worden voorkomen. Hier zetten we ons, in samenwerking met andere gemeenten en externe partners, gezamenlijk voor in. Crisisbeheersing Op basis van de Evaluatie Wet veiligheidsregio’s wordt een doorontwikkeling gemaakt op regionale taken van Bevolkingszorg. In gezamenlijkheid met 26 andere gemeenten werken we toe naar Bevolkingszorg 3.0. De doorontwikkeling zal in 2025 ook bij ons lokaal doorgevoerd worden. Met deze doorontwikkeling realiseren we een kleinere crisisorganisatie met beter opgeleide medewerkers en inzet van expertise vanuit een regionaal team. De financiële effecten hiervan zijn op dit moment nog onduidelijk. Overzicht mutaties begroting 2025-2028 In de bijlage bij de Begroting worden de onderstaande maatregelen verder toegelicht. bedragen x € 1

Product 8.1 Openbare orde en veiligheid Totaal 8.1 Openbare orde en veiligheid Eindtotaal

Omschrijving OOV

2025 3.221

2026 3.221

2027 3.221

2028 3.221

3.221

3.221

3.221

3.221

3.221

3.221

3.221

3.221

Bestuurlijke risico’s Risico’s

Beheersmaatregel Voortgang Ontwikkeling

VRU: Indien vrijwillige brandweer gelijkgesteld wordt aan de waardering van beroepskrachten dan vormt dit een financieel probleem.

Landelijke aandacht en bestudering van het Europese standpunt.

Kans

Naar aanleiding van Europese afspraken is er 3 een landelijk onderzoek uitgevoerd naar het gelijktrekken van de bezoldiging van vrijwillige en beroepsbrandweerlieden. Naar aanleiding daarvan kan er sprake zijn van een forse stijging van de (loon)kosten van de gemeentelijke bijdrage aan de VRU.

Impact

6

-51-

Reorganisatie crisisbeheersing in brede zin door landelijke aanpassingen kan zorgen voor extra interne kosten door de aanpassing van onze eigen crisisorganisatie (bijvoorbeeld wijziging van kanspiket naar hardpiket). De VRU heeft vanuit de handreiking bluswatervoorziening de aanwezige en noodzakelijke bluswatervoorzieningen geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie kan naar voren komen dat de gemeente Wijk bij Duurstede te weinig bluswatervoorzieningen heeft en moet worden bijgeplaatst.

Evaluatie Wet veiligheidsregio’s is landelijk uitgevoerd. Opvolging in regionale kernteams.

8

5

De inventarisatie heeft plaatsgevonden, maar de uitkomsten hiervan zijn nog niet gedeeld met de gemeente. We verwachten deze begin 2025, waarna kan worden gekeken wat de eventuele effecten zijn.

8

5

Beleidsindicatoren 2022

Beleidsindicator

Eenheid

8.01 8.02 8.03 8.04 8.05

per 1.000 inw., 12-17 jr per 1.000 inwoners per 1.000 inwoners per 1.000 inwoners per 1.000 inwoners

Verwijzingen Halt Winkeldiefstal Gewelds- en seksuele misdrijven Diefstal uit woning Vernieling en misdrijven openbare orde

WBD 10,0 0,4 1,3 1,3 3,6

2023 NL 8,0 2,3 4,5 1,4 6,0

WBD 7,0 0,4 0,8 1,0 3,5

2024 NL 9,0 2,5 4,3 1,3 5,8

WBD nnb nnb nnb nnb nnb

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Financiën bedragen x € 1.000 8 Veiligheid en Handhaving

Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028

Saldo van baten en lasten Lasten 8.1 Openbare orde en veiligheid Totaal Lasten

- 2.728 - 2.728

- 2.701 - 2.701

- 3.360 - 3.360

- 2.709 - 2.709

Baten 8.1 Openbare orde en veiligheid Totaal Baten

1 1

1 1

1 1

1 1

- 2.727

- 2.700

- 3.359

- 2.708

Mutatie reserves Toevoegingen

- 87

- 128

- 128

- 128

Onttrekkingen

33

8

677

27

Mutatie reserves

- 54

- 120

549

- 101

- 2.781

- 2.820

- 2.810

- 2.809

Saldo van baten en lasten

Resultaat

-52-

NL nnb nnb nnb nnb nnb

2.9 Programma 9 – Bedrijfsvoering en Financien Inleiding De middelen voor dit programma worden met name vanuit het Rijk ontvangen, waarbij gemeenten een onbalans ervaren tussen de taken die het Rijk hen geeft en de middelen die hiervoor ontvangen worden. Ook in Wijk bij Duurstede merken we de druk die dit op de organisatie legt. Deze druk wordt naar verwachting de komende jaren alleen maar groter; zo komt er nieuwe (extra) regelgeving aan met betrekking tot informatievoorziening en -veiligheid, en met betrekking tot de Woo (Wet Open Overheid) waardoor het balanceren tussen het op peil houden van dienstverlening en verzorgingsniveau, en de lasten voor inwoners steeds spannender wordt. Daarnaast zijn er voortdurend grote maatschappelijke vraagstukken zoals opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne, het asielbeleid, de energietransitie, het woningtekort en met name de toenemende hulpvraag. Het vraagt veel van de organisatie om zowel op trends als op actuele ontwikkelingen in te spelen. Het anticiperen op actuele onderwerpen is vaak adhoc en vraagt veel van een kleine gemeentelijke organisatie. Er is dan ook voortdurend inzet nodig om de medewerkers hun werk goed en met plezier te kunnen laten verrichten. Niet alle factoren werken positief mee, weliswaar is er een goede cao afgesloten, maar daar tegenover staat dat de arbeidsmarkt bijzonder krap is en blijft.

In onderstaande wordt ingezoomd op een aantal ontwikkelingen binnen het programma Bedrijfsvoering en Financiën. 9.1

Communicatie en inwonersparticipatie

Communicatie richt zich meer onder meer op het geven van een gezicht aan de mensen in onze organisatie. Dat vergroot de betrokkenheid van inwoners bij de gemeente en kan het beeld versterken dat we een aantrekkelijke gemeente zijn om te komen werken en/of wonen. Een goede werk-privé balans en korte reistijd maakt ons een aantrekkelijke werkgever voor mensen uit onze gemeente en nabije regio. We zetten extra in om onze doelgroepen gerichter te bereiken. We willen de participatie van inwoners bij maatschappelijke onderwerpen verbeteren door goed te luisteren en planmatig, met duidelijke doelen en afspraken, gesprekken te voeren. In 2024 heeft een grote groep medewerkers de opleiding ‘Het Relevante Gesprek’ afgerond en is er een participatieadviseur aangesteld. In 2025 zetten we dit voort, participatie blijft een essentieel onderdeel van ons dagelijks werk. 9.2

Publieksdiensten / KCC

Het aantal aanvragen voor paspoorten en identiteitskaarten stijgt omdat deze documenten sinds 2014 10 jaar geldig zijn. Daarvoor was dat 5 jaar. Vanaf 2024 moeten veel inwoners hun documenten vernieuwen. Deze piek zal ongeveer 5 jaar duren. Vanaf oktober 2026 verwachten we ook meer aanvragen voor rijbewijsvernieuwingen door de ‘rijbewijscyclus’. Rijbewijzen zijn sinds 1986 10 jaar geldig, wat zorgt voor een piek elke 10 jaar. In veel gevallen kunnen rijbewijzen online worden verlengd. We zien dat inwoners hier steeds meer gebruik van maken. We verwachten onze online diensten de komende jaren verder uit te breiden, zodat we onze dienstverlening op hoog niveau houden.

-53-

In 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen en in 2027 verkiezingen voor de Provinciale Staten en het waterschap. Mogelijk wordt dan een nieuw model stembiljet gebruikt. 9.3

Bedrijfsvoering inclusief P&O, organisatieontwikkeling, facilitaire zaken, ICT, gemeentelijk vastgoed

Door toenemende mobiliteit, vergrijzing en ontgroening en een stijgende personeelsvraag bij gemeenten vanwege extra taken, concluderen we dat personeelskrapte een constante factor is en in de komende jaren of zelfs decennia ook zal blijven. We blijven werken aan nieuwe manieren om onze zichtbaarheid te vergroten en om een aantrekkelijke werkgever te zijn waar je met plezier en vertrouwen je werk doet. Voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden wegen voor mensen daarin zwaar, naast een goede beloning en werkplezier. Met een aansprekend introductieprogramma geven we nieuwe collega’s een goede en warme start bij ons. Ook zetten we in op doorstroom binnen de organisatie en goede uitstroom voor collega’s die elders gaan werken. We zoeken naar manieren om anders te werven met de middelen die beschikbaar zijn. Ook blijven we, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk kiezen voor vaste medewerkers in plaats van tijdelijke inhuur. Informatievoorziening vormt een essentieel onderdeel van zowel de dienstverlening als de bedrijfsvoering binnen gemeenten, en speelt een sleutelrol bij het stimuleren van veranderingen. We hanteren steeds vaker een data-gestuurd beleid en verwachten dat deze benadering in de toekomst alleen maar zal toenemen. Dit houdt in dat besluitvorming wordt onderbouwd met concrete data en statistische analyses.

Met het oog op de implementatie van nieuwe Europese wetgeving die de informatievoorziening en -veiligheid zal verbeteren, maken we van dit thema een prioriteit in onze samenwerking met andere gemeenten. Zodra de impact van deze nieuw wetgeving bekend is (naar verwachting medio 2025) wordt ook duidelijk welke aanvullende middelen hiervoor nodig zijn. Het werken op verschillende locaties – thuis, onderweg en op kantoor – is tegenwoordig de norm. Hoewel plaats-onafhankelijk werken talrijke voordelen biedt, gaat het ook gepaard met risico’s. Cybercriminelen hebben het ook gemunt op gemeenten. Daarom zetten we, naast het implementeren van technische maatregelen, ons de komende jaren sterk in voor het verhogen van het bewustzijn onder onze medewerkers over deze risico’s. Voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is een traject gestart naar aanleiding van een provinciaal programma waarbij kleine gemeenten ondersteund worden bij het verduurzamen van hun maatschappelijk vastgoed. Een vijftal gemeentelijke gebouwen maken hier onderdeel van uit en het project bevindt zich in een afrondende fase. Dit kan een opmaat zijn om het gemeentelijk vastgoed verder te verduurzamen. Dit hangt af van de integrale afweging met betrekking tot de financiële effecten. 9.4

Financiën en belastingen

De Meicirculaire 2024 is financieel meegenomen in kadernota 2025-2028. In de Meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het accres was voorheen gebaseerd op de ‘trap-op-trap-af’-systematiek. In de nieuwe systematiek wordt het accres gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO accres (Loon en prijs accres) voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%. Door deze gedeeltelijke compensatie in 2025 is het “ravijnjaar” vervroegd van 2026 naar 2025. De rijksbegroting lost de (financiële) zorgen van de gemeenten nog niet op en de grote onzekerheid voor 2026 en verder is nog steeds aanwezig. -54-

Naast het Gemeentefonds zijn de gemeentelijk belastingen een wezenlijk onderdeel van de inkomsten van een gemeente. De toelichting op de gemeentelijke belastingen is opgenomen in hoofdstuk 3.1 Lokale heffingen. 9.5

Bestuur

Onder Bestuur vallen diverse zaken zoals Kabinetszaken, organisatie van diverse bijeenkomsten zoals veteranen dag, dodenherdenking, Bevrijdingsdag en de organisatie van verkiezingen. Binnen Kabinetszaken zien we een stijging in het aantal aanvragen voor koninklijke onderscheidingen. Dit komt onder andere door de manier en invulling waarop deze onderscheidingen worden uitgereikt (Lintjesregen) en de aandacht die hiernaar uit gaat. Dit wordt zeer positief ontvangen en werkt aanstekelijk (mond tot mond reclame). 9.6

Incidentele ontwikkeling

Incidentele ontwikkeling bevat budgetten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden zoals kosten voor opvang van vluchtelingen etc. Deze budgetten hebben een incidenteel karakter. Opvang Oekraïense ontheemden Inmiddels duurt de grootschalige invasie van Rusland in Oekraïne al meer dan2,5 jaar. We zien dat de instroom van oorlogsvluchtelingen onverminderd door blijft gaan en dat dit niet op korte termijn lijkt te wijzigen. Op 13 augustus 2024 waren er 92.167 opvangplekken gerealiseerd in Nederland. Op basis van de huidige prognose zullen er per 1 januari 2025 120.000 gemeentelijke opvangplekken nodig zijn. Dat is een toename van ruim 30%. Op dit moment vangen wij in Wijk bij Duurstede 75 Oekraïense ontheemden op en zetten we in op het volledig benutten van alle plekken. Onze huidige opvanglocaties zijn: Doornseweg 67 in Langbroek, Sluis Noord en de flexwoningen aan het Kleine Ros in Wijk bij Duurstede en enkele chalets op recreatiepark Den Deel in Cothen. Hoewel de gehele regio Utrecht in absolute aantallen de meeste vluchtelingen opvangt, is de verwachting dat er medio 2025 een beroep zal worden gedaan op het realiseren van extra opvangplekken in de regio. We zetten in 2025 onze aanpak en ondersteuning van de Oekraïense ontheemden voort. We bieden naast tijdelijke huisvesting, ondersteuning bij het vinden en behouden van werk, scholing en participatie.

We stimuleren de ontheemden die hier al langer verblijven om hun landgenoten te ondersteunen op eerder genoemde gebieden, wanneer zij hier net arriveren. Vanaf 1 januari 2025 is het wettelijk verplicht een eigen bijdrage te innen van € 105 per ontheemde Oekraïner (van 18 jaar of ouder, die betaald werk heeft én in een gemeentelijke opvang verblijft) voor gas, water en elektriciteit, tot een maximum van € 210 per gezin.

-55-

Overzicht mutaties begroting 2025-2028 In de bijlage bij de Begroting worden de onderstaande maatregelen verder toegelicht. Naast de maatregelen is ook inkomensverhoging opgenomen middels een verhoging van de OZB naast de prijsindex zoals genoemd in de uitgangspunten van de begroting in hoofdstuk 1.2. bedragen x € 1

Product 9.2 Publ i eks di ens ten / KCC Totaa l 9.2 Publ i eks di ens ten / KCC 9.3 Bedri jfs voeri ng en gemeentel i jk va s tgoed

Omschrijving Di ens tverl eni ng Rei s documenten correctie

Ontwi kkel l oca tie - a fs toten Bes pa ri ng onderhoud - Ka rel de Grotes tra a t 32 (oud pos tka ntoor) Extra verhuur rui mten i n Gemeentehui s Woni ngen Status houders verzekeri ngs premi e l a ger Fri ctie i nvul l i ng FTE en bel ei d

Totaa l 9.3 Bedri jfs voeri ng en gemeentel i jk va s tgoed 9.4 Fi na nci ën en Verhogen OZB - extra verhogi ng bel a s tingen Totaa l 9.4 Fi na nci ën en bel a s tingen 9.6 Inci dentel e Res ul taa t Oekra ïne ontwi kkel i ng Totaa l 9.6 Inci dentel e ontwi kkel i ng Eindtotaal

2025 -93.007

2026 -93.007

2027 -93.007

2028 -93.007

-93.007

-93.007

-93.007

-93.007

19.908

19.632

19.356

19.080

25.000

25.000

25.000

25.000

13.409 15.000 675.000 748.317

12.698 15.000 675.000 747.330

21.664 15.000 675.000 756.020

21.294 15.000 675.000 755.374

158.700

158.700

158.700

158.700

158.700

158.700

158.700

158.700

200.000

200.000

-

-

200.000

200.000

-

-

1.014.010

1.013.023

821.713

821.067

Bestuurlijke risico’s Risico’s

Beheersmaatregel

Voortgang Ontwikkeling

Kans

Schaarste op arbeidsmarkt, waardoor mogelijk extra middelen nodig zijn.

We zetten in op de instroom van talent door te investeren in grotere zicht-baarheid van de gemeente op (social) media.

De arbeidsmarktcommunicatie wordt 8 geïntensiveerd. We maken sinds 2024 continu gebruik van gesponsorde vacatures via LinkedIn en zullen dit nog verder moeten gaan uitbouwen. Op een krappe arbeidsmarkt moet je blijven opvallen en hiervoor is steeds nieuw beeldmateriaal en content nodig. Daarnaast focussen we op het binnenhalen van lokaal/regionaal talent en we zullen de succesvolle pilot van de Gemeente Groei Avond jaarlijks een vervolg geven.

Impact 5

-56-

Beleidsindicatoren

2022

Beleidsindicator

Eenheid

9.01 Formatie

Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner % van totale loonsom + kosten inhuur externen % van totale lasten dzd euro % euro euro

9.02 Bezetting 9.03 Apparaatskosten 9.04 Externe inhuur

9.05 9.06 9.07 9.08 9.09

Overhead WOZ-waarde woningen Demografische druk Woonlasten éénpersoonshuishouden Woonlasten meerpersoonshuishouden

2023

2024

WBD 5,9

NL nb

WBD 6,5

NL nb

WBD 6,71

NL nb

5,50

nb

5,60

nb

5,91

nb

367,20 4,4%

nb nb

424,10 4,6%

nb nb

382,80 3,4%

nb nb

11,80% 357 77,7 984 1.011

nb 317 70,3 823 905

12,30% 419 79,6 1.027 1.063

nb 368 70,3 860 942

13,30% 437 81,5 1.080 1.109

nb 379 70,4 nnb nnb

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Financiën bedragen x € 1.000 9 Bedrijfsvoering en Financiën

Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028

Saldo van baten en lasten Lasten 9.1 Communicatie en inwonersparticipatie 9.2 Publieksdiensten / KCC 9.3 Bedrijfsvoering en gemeentelijk vastgoed 9.4 Financiën en belastingen 9.5 Bestuur 9.6 Incidentele ontwikkeling Totaal Lasten

- 66 - 1.094 - 9.941 274 - 1.676 - 864 - 13.367

- 66 - 1.094 - 9.806 249 - 1.676 - 564 - 12.958

- 66 - 1.094 - 10.096 227 - 1.676 - 39 - 12.744

- 66 - 1.094 - 10.183 167 - 1.676 - 39 - 12.891

Baten 9.2 Publieksdiensten / KCC 9.3 Bedrijfsvoering en gemeentelijk vastgoed 9.4 Financiën en belastingen 9.5 Bestuur 9.6 Incidentele ontwikkeling Totaal Baten

474 480 49.487 1.025 51.466

474 480 47.298 725 48.977

474 480 47.629 48.583

299 480 47.902 48.681

38.099

36.019

35.839

35.790

Mutatie reserves Toevoegingen

- 531

- 795

- 795

- 977

Onttrekkingen

699

484

1.228

1.399

Mutatie reserves

167

- 311

433

422

38.266

35.708

36.272

36.213

Saldo van baten en lasten

Resultaat

-57-

3

Deel II Paragrafen

3.1 Lokale heffingen 3.2 Financiering 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen 3.5 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 3.7 Grondbeleid 3.8 Openbaarheid – Wet open overheid

-58-

3.1 Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van gemeenten en zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De lokale heffingen bestaan uit belastingen (bijvoorbeeld Onroerende Zaakbelasting (OZB) en toeristenbelasting), bestemmingsheffingen (Rioolheffing en Afvalstoffenheffing) en rechten (bijvoorbeeld Leges en Begraafrechten). Voorlopige tarieven 2025

2024

2025

Lastenstijging (%)

Onroerende zaakbelasting • Eigenaar woning, percentage van de WOZ-waarde • Eigenaar niet-woning, percentage van de WOZ-waarde • Gebruiker niet-woning, percentage van de WOZ-waarde

0,145% 0,292% 0,171%

0,1523% 0,3066% 0,1796%

5,0% 5,0% 5,0%

Toeristenbelasting • Overnachting campings en passanten in de jachthaven • Overige overnachtingen (onder andere hotels en B&B's)

€ 1,50 € 3,00

€ 1,54 € 3,08

2,6% 2,6%

Afvalstoffenheffing • Eén- en meerpersoonshuishouden • Reinigingsrechten (excl. btw)

€ 311,00 € 0,00

€ 347,00 € 0,00

11,6%

Rioolheffing • Meerpersoonshuishouden • Bebouwde percelen zonder aansluiting riool

€ 246,45 € 96,17

€ 252,86 € 98,67

2,6% 2,6%

Precariobelasting • Terrassen per m2

€ 20,70

€ 21,23

2,6%

Leges • Voltrekken van een huwelijk, vanaf * • Afgifte paspoort, vanaf ** • Afgifte Nederlands identiteitskaart, vanaf ** • Afgifte rijbewijs, vanaf **

€ 436,00 € 63,42 € 40,92 € 44,50

€ 447,34 € 65,70 € 42,35 nnb

2,6% 3,6% 3,5%

Tarieven lokale heffingen

* Voor deze lokale heffingen geldt dat deze kostendekkend moeten zijn en dat het % lastenstijging kan fluctueren ** Voor deze lokale heffingen zijn tarieven wettelijk vastgesteld.

Lokale lastendruk Naast de informatie die we krijgen via de website www.waarstaatjegemeente.nl gebruiken wij sinds 2019 de lokale lastenmeter (https://www.wijkbijduurstede.nl/inwoners/lokale-lastenmeter.html) waarop ook informatie is ontsloten over de lokale lasten van Wijk bij Duurstede en ook benchmark mogelijk is zowel landelijk als met vergelijkbare of omliggende gemeenten.

-59-

Gemeentelijke woonlasten OZB-lasten voor gezin bij gem. WOZ-waarde *1) Rioolheffing voor gezin Afvalstoffenheffing voor een gezin Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

2024

2025

Lastenstijging (%)

€ 494 € 246 € 311 € 1.051

€ 519 € 253 € 347 € 1.119

5,0% 2,6% 11,6% 6,4%

*1) Gemiddelde WOZ waarde 2024 is € 437.000 (voorlopig cijfer bron 'Waar staat je gemeente')

Onroerende zaakbelasting (OZB) Voor het belastingjaar 2025 wordt de OZB gebaseerd op de nieuwe getaxeerde WOZ-waarden. Deze worden verwerkt bij het vaststellen van de definitieve tarieven. Ter dekking van de stijgende lasten van de gemeente is jaarlijks het uitgangspunt voor OZB indexatie de MEV (meerjarig economische verwachting vanuit het centraal planbureau). Voor 2025 bedraagt dit 2,6%. Daarnaast zijn we geconfronteerd met verminderde inkomsten uit het Rijk. Hierdoor zijn we genoodzaakt naast bezuinigingen ook extra inkomsten te verkrijgen. Door de beperkte mogelijkheden binnen het gemeentelijk belastinggebied stellen we een extra verhoging van 2,4% voor. Kwijtschelding Op 17 september 2022 is de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking getreden. De raad heeft op 13 december 2022 de verordening kwijtschelding voor de door de BSR geheven gemeentelijke belastingen Wijk bij Duurstede 2023 vastgesteld. De regeling en verordening zijn nog steeds geldig en worden conform toegepast. De verordening in hoofdlijnen: Berekeningswijze kosten van bestaan 1. Bij de kwijtschelding van de door de BSR geheven belastingen wordt het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100% procent (in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990).

2 Voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden wordt in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd (overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden). Nettokosten kinderopvang De nettokosten van kinderopvang (bedoeld in artikel 28, derde lid van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990) worden als uitgaven in aanmerking genomen. (Uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). Extra toegestane financiële middelen Het totale bedrag aan financiële middelen (de vermogensnorm) is verhoogd met: a. het maximale normbedrag van € 2.000 bij gehuwden/samenwonenden b. het maximale normbedrag van € 1.800 bij alleenstaande ouders c. het maximale normbedrag van € 1.500 bij alleenstaanden (In afwijking van artikel 12, 2e lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990) Kwijtschelding aan ondernemers Ondernemers kunnen geen kwijtschelding krijgen van rijksbelastingen. Met betrekking tot belastingen, geheven door lagere verheden, bestaat sinds 1 april 2011 de mogelijkheid om ook kwijtschelding voor ondernemers mogelijk te maken, mits het verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingheffing in de privésfeer.

-60-

Lokale heffingen

bedragen x € 1.000 Lokale heffingen

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028

Belastingen Onroerende zaakbelasting woningen Onroerende zaakbelasting niet-woningen Precariobelasting Hondenbelasting Totaal Belastingen

4.990 1.608 19 6.617

5.257 1.606 19 6.881

5.108 1.606 19 6.733

5.108 1.606 19 6.733

5.108 1.606 19 6.733

Heffingen Rioolheffing Marktgelden Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Totaal Heffingen

2.667 12 3.133 5.812

2.737 12 3.617 6.366

2.737 12 3.617 6.366

2.737 12 3.617 6.366

2.737 12 3.617 6.366

Leges en rechten Begraafplaatsrechten Leges burgerzaken Leges procedures Leges omgevingsvergunningen Veergelden / concessiegelden Overige leges en rechten Totaal Leges en rechten

189 436 50 529 30 183 1.417

191 354 51 543 30 172 1.341

191 354 51 543 30 172 1.341

191 354 51 543 30 172 1.341

191 179 51 543 30 172 1.166

Totaal lokale heffingen

13.846

14.589

14.440

14.440

14.265

-61-

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten Ter dekking van de afvalbeheerkosten wordt afvalstoffenheffing in rekening gebracht. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast basistarief per aansluiting plus een variabel deel op basis van het aantal aanbiedingen van de grijze kliko en het aantal inworpen in een ondergrondse restafvalcontainer. Afvalkosten De afvalkosten zijn in 2025 hoger dan in 2024, gemiddeld € 347 in plaats van gemiddeld € 311 per aansluiting. Deze kostenstijging van 12% is hoger dan de algemene index van 2,6%. Dit heeft te maken met de indexering van de inzamel- en verwerkingscontracten. Daarnaast zijn er externe omstandigheden zoals het risico op afkeur van PMD waardoor we een deel van de vergoeding verwachten mis te lopen. Ook leidt de crisis op de textielmarkt ertoe dat we minder vergoeding voor textiel ontvangen. Een ander deel van de verhoging wordt veroorzaakt door de nieuwbouw van de nieuwe milieustraat, hiervan is het rentedeel van de kapitaallasten opgenomen in de afvalstoffenheffing van 2025. Opbrengst PMD onzeker De Ketenovereenkomst Verpakkingen tussen VNG en Verpact (namens het verpakkende bedrijfsleven) is in 2024 door de VNG opgezegd. Dit naar aanleiding van een aangenomen motie tijdens de VNG ledenvergadering (motie Losser). Er vinden onderhandelingen plaats tussen VNG en Verpact om tot een nieuwe overeenkomst te komen.

Op het moment van het opstellen van de begroting is er nog geen onderhandelingsresultaat bekend. In de begroting is uitgegaan van de vergoeding per ton die wij in 2024 ontvingen. Een eventueel voor- of nadeel naar aanleiding van het resultaat van de onderhandeling wordt verrekend met de voorziening reiniging. Bedrag aanbieding restafval gewijzigd Sinds de invoering van het betalen per keer dat er restafval wordt aangeboden (in 2021) is het eenheidsbedrag niet gewijzigd. Dat verandert in 2025: Het aanbieden van een restafvalcontainer van 240 liter wordt €9,00 (was €8,00), het bedrag voor een 140 liter wordt € 6,20 (was € 5,50). Het bedrag voor het aanbieden van een restafvalzak wordt € 1,70 (was € 1,50). Door het verhogen van het variabele deel stijgt het basisdeel minder en wordt € 287 (was € 256). Hierdoor hebben inwoners de mogelijkheid door nog beter te scheiden de verhoging van de afvalstoffenheffing te dempen. Met de verhoging zorgen we ervoor dat de verhouding tussen het vaste en variabele deel van de afvalstoffenheffing in stand blijft.

-62-

bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Begroting 2024

Begroting 2025

Bedrag

%

Bedrag

%

- 2.227 311 - 1.916

71,1% -9,9% 61,2%

- 2.695 345 - 2.350

74,5% -9,5% 65,0%

- 290 - 110 - 437 - 380 - 1.217

9,3% 3,5% 13,9% 12,1% 38,8%

- 305 - 113 - 459 - 390 - 1.267

8,4% 3,1% 12,7% 10,8% 35,0%

Totale kosten heffing

- 3.133

100,0%

- 3.617

100,0%

Totale opbrengsten heffing

3.133

Dekkingspercentage heffing

-

Kosten heffing Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente Verkeer en vervoer Capaciteit BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld

3.617 100,0%

-

100,0%

*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten in het kader van heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing.

Rioolheffing In de begroting 2025-2028 wordt uitgegaan van het Water en Rioleringsplan 2020-2024 (WRP). De gemeenteraad heeft op 2 juli 2024 ingestemd met het verlengen van de planperiode van het Water- en Rioleringsplan met één jaar tot 1 januari 2026. Daarbij is aangegeven dat de rioolheffing voor het begrotingsjaar 2025 zal worden berekend en vastgesteld op basis van de uitgangspunten uit het huidige Water- en Rioleringsplan 2020-2024. Hierin is vastgelegd om de rioolheffing gelijk te houden en deze alleen jaarlijks met de optredende inflatie te indexeren. Berekening kostendekkendheid riolering

Begroting 2024

Begroting 2025

Bedrag

%

Bedrag

%

- 1.727 7 - 1.720

64,7% -0,3% 64,4%

- 1.781 8 - 1.773

65,0% -0,3% 64,7%

- 255 - 118 - 310 -9 - 258 - 950

9,6% 4,4% 11,6% 0,3% 9,7% 35,6%

- 268 - 121 - 312 -9 - 256 - 966

9,8% 4,4% 11,4% 0,3% 9,3% 35,3%

Totale kosten heffing

- 2.670

100,0%

- 2.739

100,0%

Totale opbrengsten heffing

2.670

Dekkingspercentage heffing

-

Kosten heffing Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente Verkeer en vervoer Capaciteit Tractie BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld

2.739 100,0%

-

100,0%

-63-

*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten in het kader van heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing.

Omgevingsvergunningen De leges die de gemeente hanteert voor omgevingsvergunningen vloeien voort uit de legesverordening. Jaarlijks wordt in december de bijbehorende tarieventabel aangepast en vastgesteld. Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunningen Kosten heffing Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente Overige taakvelden BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld Totale kosten heffing

bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Begroting 2024 Bedrag

%

Bedrag

%

- 890 16 - 874

74,4% -1,3% 73,1%

- 1.033 16 - 1.017

77,4% -1,2% 76,2%

- 166 - 128 - 28 - 322

13,9% 10,7% 2,3% 26,9%

- 161 - 131 - 25 - 317

12,1% 9,8% 1,9% 23,8%

- 1.196

100,0%

- 1.334

100,0%

Totale opbrengsten heffing

553

Dekkingspercentage heffing

- 643

567 46,2%

- 767

42,5%

*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten in het kader van heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing.

-64-

3.2 Financiering In deze paragraaf beschrijven we de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie. De financieringsfunctie zorgt ervoor dat voldoende geld beschikbaar is zodat aan alle financiële verplichtingen kan worden voldaan. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen en garanties en het beheersen van financiële risico’s. Wet- en regelgeving De kaders voor financiering staan vooral in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Gemeentewet. In de Wet financiering decentrale overheden staan de regels voor het financieringsbeleid voor decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat we bedachtzaam om moeten gaan met publieke middelen. Risicobeheersing is van groot belang. Het beheersen van renterisico’s gebeurt enerzijds door het toepassen van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Daarnaast zorgen wij ervoor, bij het uitzetten van liquide middelen, dat we voldoen aan een aantal eisen op gebied van treasury. Het verstrekken van leningen evenals het verlenen van garanties en borgstellingen is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige dienen liquide middelen in ‘s rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren) aangehouden te worden.

In de Wet houdbare overheidsfinanciën zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van gemeenten in een jaar. Beleid Treasury heeft als doel om een optimaal resultaat te bereiken tussen rentelasten en rentebaten, rekening houdend met de risico’s. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Het beleid voor de treasuryfunctie van de gemeente Wijk bij Duurstede is vastgelegd in het treasurystatuut (Treasurystatuut Gemeente Wijk bij Duurstede 2024), dat in 2023 is herzien en door de raad is vastgesteld op 12 december 2023. De rente is conform de Notitie Rente 2023 verwerkt in deze begroting. De rente wordt toegerekend aan de taakvelden via het taakveld Treasury. Hiertoe worden alle rentelasten en rentebaten in eerste instantie op het taakveld Treasury geboekt. We berekenen geen rentevergoeding over het eigen vermogen en voorzieningen en belasten deze dus ook niet door aan de taakvelden.

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) In de Notitie Rente 2023 van de commissie BBV wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en de jaarstukken. Het doel van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige en transparante wijze waarop gemeenten de (verwachte) rentelasten en –baten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Hoe met de rente moet worden omgegaan bij de grondexploitatie, is beschreven in de Notitie Rente 2023. Onderstaand schema geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De omslagrente voor 2025 is, afgerond, berekend op 1,0%. De toerekening van rente aan de taakvelden is gebaseerd op dit percentage.

-65-

bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)

(+) (+)

Saldo rentelasten en rentebaten

- 943 13 - 930

c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

(+)

-

(+)

- 620

(+)

19

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

- 1.531

d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)

(+) (+)

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

- 1.531

e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

(-)

f. Renteresultaat op het taakveld treasury

- 1.546 15

Leningenportefeuille De opgenomen leningen hebben per 1 januari 2024 een nominale waarde € 24,94 miljoen. Met vaste rentepercentages variërend van 0,23% tot 4,97%. Van dit bedrag is € 2,3 miljoen doorgeleend aan de woningbouwcorporatie Woonin en € 1,1 miljoen doorgeleend aan Stichting Wijksport voor de bekostiging van de sportvelden. bedragen x € 1.000 Opgenomen leningen

2024 2025 2026 2027 2028

Boekwaarde 1 januari

Opname

Aflossing

Boekwaarde 31 december

Rentelast

Rente %

24.942 40.270 39.043 37.796 36.528

16.000 -

- 672 - 1.227 - 1.247 - 1.268 - 1.290

40.270 39.043 37.796 36.528 35.238

984 1.190 1.152 1.113 1.073

3,90% 3,00% 3,00% 2,90% 2,90%

Kasgeldlimiet en renterisico Zowel binnen de renterisiconorm als kasgeldlimiet is er voor 2025 ruimte om geld aan te trekken. Dit wordt hieronder verder toegelicht.

-66-

Kortlopende financiering: kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een limiet aan het renterisico op korte termijn financiering. Vooral voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen in de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. Wij mogen in totaal niet meer dan 8,5% van de begrotingsomvang (totale lasten) aan leningen van korter dan 1 jaar hebben. Hieronder vallen dus de rekening courant bij de BNG (rood staan) en de aangetrokken kasgeldleningen. Dit maximum is wettelijk vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. De gemeente mag in 2025 maximaal € 5.712.000 aan kortlopende leningen aantrekken. Langlopende financiering: renterisicoberekening Om te voorkomen dat er jaarlijks grote wijzigingen zijn in de rentelasten, schrijft de Wet financiering decentrale overheden de renterisiconorm voor. De jaarlijkse aflossingen en wijzigingen in de rente (bijvoorbeeld bij een rentevastperiode) mogen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal zijn. De renterisiconorm voor het jaar 2025 is bepaald op € 13.439.000 Financieringsbehoefte Begin 2025 bedraagt het totaalbedrag aan opgenomen leningen € 40,3 miljoen. Tekorten in de exploitatie worden gefinancierd met kasgeldleningen. Wanneer de financieringsbehoefte hoger is, trekken we langlopende leningen aan.

Hoe hoog de financieringsbehoefte daadwerkelijk wordt, is afhankelijk van het tijdstip waarop de uitgaven plaatsvinden en van de opbrengsten die we realiseren. Langlopende leningen gaan we in principe aan voor 10 jaar. Als er sprake is van een gunstig rentepercentage, onderzoeken we of een langere looptijd gewenst is.

-67-

Geprognosticeerde balans

Prognose meerjarenbalans Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa

bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo 2023 2024 2025 2026 2027 2028

4.897 52.620 4.266 61.783

4.965 54.571 4.061 63.597

4.797 71.998 3.853 80.648

4.627 93.308 3.642 101.577

4.441 90.128 3.430 97.999

4.259 87.054 3.215 94.528

- 79 2.755 460 1.246 4.382

753 2.828 460 279 4.320

753 2.828 460 279 4.320

753 2.828 460 279 4.320

753 2.828 460 279 4.320

753 2.828 460 279 4.320

Totaal activa

66.166

67.917

84.968

105.897

102.319

98.848

Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden van één jaar of langer Totaal vaste passiva

14.275 12.488 24.952 51.716

11.592 12.691 22.251 46.535

11.406 13.053 39.377 63.836

7.937 13.415 64.485 85.837

3.459 13.776 67.222 84.458

- 61 14.138 66.592 80.669

9.485 4.520 14.005

10.986 10.396 21.382

12.059 9.073 21.132

12.383 7.677 20.060

10.300 7.561 17.861

10.479 7.700 18.179

65.720

67.917

84.968

105.897

102.319

98.848

Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

Vlottende Passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva

EMU-saldo Het EMU-saldo is in 1992 door de Economische en Monetaire Unie ingevoerd om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden mogelijk te maken. Het EMU-saldo (ook wel begrotingssaldo genoemd) is de optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden. Volgens de regels van de EMU, zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort (het EMU-saldo) van een land niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden. Het EMU-saldo wordt dus vooral op landelijk niveau gebruikt. De gemeente is een decentrale overheid. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten in hun begroting ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken. Het EMU-saldo is voor de individuele gemeente echter geen sturingsvariabele. Dat komt omdat bij het EMUsaldo wordt gekeken naar het saldo van de begroting volgens het kasstelsel, naar welke geldstromen er in een jaar binnen komen en welke er uitgaan. De gemeente werkt echter met een baten-lasten stelsel, waarbij gestuurd wordt op een structureel sluitende (meerjaren)begroting. Door het verschil in gehanteerde stelsel kan het voorkomen dat bij een sluitende begroting, een gemeente toch een negatief EMU-saldo heeft. -68-

Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. bedragen x € 1.000 Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) 1.

(+)

2. 3.

(-) (+)

4.

(-)

5.

(-)

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

Berekend EMU-saldo

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

- 107

- 119

- 1.102

- 1.739

- 1.321

7.329 203

20.470 362

- 1.214 362

- 3.181 362

- 3.074 362

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

7.425

20.712

- 1.955

- 4.559

- 4.033

-69-

3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheer Deze paragraaf beschrijft de voor de gemeente Wijk bij Duurstede relevante financiële risico’s, uitgaande van de actuele situatie, zowel in- als extern. Risicomanagement is een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Hierdoor is het mogelijk om bij besluitvorming eventuele risico’s op een juiste wijze te wegen. Deze paragraaf start met een toelichting op het doel van risicobeheer. Daarna wordt het risicoprofiel uiteengezet door de benodigde weerstandscapaciteit te relateren aan de beschikbare reserves. Vervolgens worden de belangrijkste risico’s weergegeven. Doel van risicobeheer Risicobeheer is gericht op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid ten aanzien van de realiseerbaarheid van de gemeentelijke doelstellingen, de beheersing van risico’s in bedrijfsprocessen en projecten, de betrouwbaarheid van de financiële verslaglegging en de naleving van relevante wet- en regelgeving. Bij het nemen van belangrijke beslissingen met een onzekere uitkomst worden de risico’s overwogen alvorens tot een besluit te komen. Hierbij wordt dus expliciet de mate van risicoacceptatie bepaald en worden de financiële risico’s die van invloed zijn op de beleidsuitvoering inzichtelijk en beheersbaar gemaakt.

Door het inzicht in de risico’s worden de raad, het college en de organisatie in staat gesteld om op een verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige ontwikkelingen/ investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Niet alle risico’s laten zich financieel vertalen. Er zijn diverse risico’s die geen financiële gevolgen hebben, maar wel belangrijk zijn om in beeld te hebben. In deze paragraaf ligt de nadruk op de financiële risico’s omdat aan de hand daarvan het weerstandsvermogen wordt bepaald. Dit is een wettelijke verplichting die uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) komt. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te verkrijgen, is een risico-inventarisatie uitgevoerd die twee keer per jaar wordt geactualiseerd. Hierbij worden alle organisatieonderdelen betrokken en de (financiële) risico’s besproken. Dit zorgt niet alleen voor een goede inschatting van kansen en gevolgen, maar tevens voor bewustwording over de risico’s bij de betrokken medewerkers. Met de financiële risico’s worden vervolgens risicosimulaties gemaakt die de basis vormen voor het bepalen van de benodigde weerstandcapaciteit.

De uitgangspunten voor de risico analyse en simulatie zijn; • Veel risico’s worden opgevangen binnen bestaande exploitatie en begroting; • Risico’s inschattingen zijn netto (restrisico), dus met inachtneming van bestaande en werkende beheersmaatregelen • Grote impactrisico’s zijn vaak nog verder weg in de tijd en maken geen onderdeel uit van het risico profiel omdat er voldoende tijd is om (extra) maatregelen te treffen en het risico te verkleinen • Grote crisis en rampen van nationale omvang maken geen onderdeel uit van het risicoprofiel omdat het Rijk daarvoor aanvullende maatregelen (compensatie) treft • Risico’s in alle kans klasse en gevolgen (klein kans met grote gevolgen en grote kans met kleine gevolgen) worden meegenomen in de risicogesprekken • Risico inschattingen worden structureel vastgelegd ter vergroting van de kennis en inzichten omtrent de risico’s • Het risicoprofiel is een momentopname van een periode voorafgaand aan de rapportage, tussentijdse wijzigingen in risico (inschattingen) zijn mogelijk niet meegenomen

-70-

Tot slot zijn hierbij alleen risico’s meegenomen waarbij: • de kans dat het risico zich in werkelijkheid voordoet groter is dan 10%; • de kans maal de financiële impact minimaal € 50.000 bedraagt.

Risico-inventarisatie In de onderstaande tabel is een weergave opgenomen van de 10 meest financieel impactvolle risico’s van de gemeente. Deze top 10 is tot stand gekomen door het uitvoeren van een risicosimulatie waarbij 100.000 verschillende scenario’s zijn doorgerekend op de financiële impact. In de tabel is tevens aangegeven in hoeverre het risico impact heeft op het totaal benodigde weerstandsvermogen van de gemeente. Het volledig overzicht van de risico’s is opgenomen in de bijlagen; hoofdstuk 5.5 Risico’s. Nr.

Invloed (%) Risicogebeurtenis

1

31,40% Onderwi js hui s ves ting ni euwbouw

30%

Financieel maximum € 3.000.000

2

14,03% Pri js voor ui tvoeri ng onderhoud hoger l i gt da n begroting

80%

€ 500.000

3

10,55% Cybera tack, ha cki ng, i nbreuk i nforma tiebevei l i gi ng

20%

€ 1.500.000

4

7,33% Stijgende ui tga ven jeugdhul pverl eni ng na a r a a nl ei di ng va n compl exe s peci a l i s tis che tra jecten 6,83% Ga ra nts tel l i ngen en l eni ngen

70%

€ 300.000

10%

€ 1.900.000

5,26% Onderhoud gebouwen (i ndexa tie te l a a g, a a nvul l ende ei s en en wens en duurza a mhei d, kwa l i tei t etc.) 3,99% Bei nvl oeden va n gebrui k- en kos ten ges peci a l i s eerde jeugdhul p compl exer da n voorzi en 3,03% Onvoorzi ene s tijgi ng per 1-4-25 Gemeente CAO t.o.v. meegenomen i ndex 2,79% Te l a te i mpl ementatie fi na nci eel model Ni euwe Stra tegi s che ka ders RDWI 2024-2027 2,60% Projectri s i co's rui mtel i jke fys i ek projecten

30%

€ 500.000

15%

€ 751.000

30%

€ 290.000

80%

€ 100.000

30%

€ 250.000

5 6 7 8 9 10

Kans

Toelichting op de risico’s: 1. Voor onderwijshuisvesting nieuwbouw is gerekend met landelijke normeringen. In het aanbestedingsproces speelt de marktwerking mee. Hierbij is in de bouwsector sprake van schaarste, zowel op het gebied van materialen als personeel, wat gevolgen kan hebben voor uiteindelijke bouwkosten. Door de wens van de raad op de locatie Noorderwaard de opgave van onderwijshuisvesting te combineren met woningbouw, ontstaat er een langere doorlooptijd in het project. Hierdoor neemt het prijsrisico van bouwkosten toe. 2. Periodiek terugkerende onderhoudswerkzaamheden voor het onderhoud van de openbare ruimte besteden wij grotendeels uit aan derde partijen. Wij sluiten (meestal na een aanbesteding) met deze partijen contracten af voor de uitvoering van deze diensten. In deze contracten is het gebruikelijk om de tarieven na een jaar/jaarlijks te kunnen indexeren, bijvoorbeeld vanwege loon-/kostenstijgingen. Contracten hebben verschillende looptijden en het moment waarop deze opnieuw moeten worden afgesloten zijn verschillend. De huidige marktontwikkelingen zijn grillig, ook personeelstekorten zorgen dat aannemers selectiever worden. De prijsindexaties van specifieke werkzaamheden zullen naar verwachting voor 2025 fors hoger uitvallen dan de standaard indexatie zoals gehanteerd bij de begroting.

Bij nieuwe aanbestedingen houden we hier uiteraard rekening mee en versoberen we waar mogelijk de onderhoudsopgave en zetten we in op een goede werkrelatie. Bij bestaande meerjarige onderhoudscontracten is dit lastiger. Dit kan betekenen dat opdrachtnemers contracten niet -71-

willen verlengen, er nieuwe aanbestedingen gedaan worden of dat er überhaupt geen of te weinig inschrijvers komen die binnen het beschikbare budget de onderhoudswerkzaamheden kunnen of willen uitvoeren. Dit kan betekenen dat we niet de beeldkwaliteit of dienstverlening of opgaven die we in de beleidskaders hebben opgenomen kunnen halen. We zorgen er echter wel voor dat er op gebied van een veilige openbare ruimte geen concessies worden gedaan. 3. De verschillende vormen van cybercriminaliteit brengen de informatieveiligheid in gevaar. De heeft gevolgen van op de continuïteit van dienstverleningen en kosten voor herstel en vervanging van identiteitsfraude. 4. De kosten van dit type hulp vormen in beginsel niet de basis van onze reguliere begroting. Het gaat immers om incidentele situaties, die nauwelijks door ons zijn te beïnvloeden zijn en daarmee buiten ons beleidskader vallen. De gemiddelde kosten bedragen bijna € 100.000 per client. Ondanks dat een strakke regie op deze hulptrajecten wordt gevoerd bestaat het risico dat er gedurende het jaar een nieuwe aanmelding volgt en/of een tijdige goede uitstroom niet lukt. 5. De gemeente staat garant voor een aantal leningen zonder WSW-achtervang. De gemeente heeft een waarborg op een financieringsovereenkomst van een geprivatiseerde sportinrichting verstrekt. Dit betreft een langlopende lening.

De gemeente heeft een aantal langlopende leningen verstrekt ten behoeve van sportorganisaties. Bij het bepalen van het risico houden we rekening met de bedrijfsvoering/continuïteit van de sportfaciliteiten. 6. Voor het gebouwenonderhoud is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) aanwezig waarin alle geplande onderhoudswerkzaamheden zijn opgenomen. Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en geïndexeerd. Voor deze kosten is een onderhoudsreserve. Jaarlijks zijn (vaste) bedragen toegevoegd aan deze reserve, welke niet standaard zijn geïndexeerd. Als het gemeentelijk vastgoed in de toekomst verduurzaamd gaat worden, zijn hier ook kosten aan verbonden. Deze duurzaamheidmaatregelen zijn tot op heden (nog) niet begroot. Het risico is aanwezig dat deze reserve niet toereikend is om alle bovengenoemde kosten te kunnen betalen. 7. Er zijn concrete maatregelen uitgewerkt op aanbiederniveau waarmee in totaal € 751.000 wordt bezuinigd op jeugdhulp. Het merendeel van deze bezuinigingen zal landen op de zorgvorm begeleiding, behandeling, GGZ en zware hulp (landelijk ingekocht). Het realiseren van de maatregelen om de groei te keren en tot minder inzet van gespecialiseerde jeugdhulp te komen wordt bemoeilijkt door de jeugdwet, de complexiteit van de zorg en niet hebben van directe invloed van de gemeente. Daarom wordt er gericht gestuurd op zorgvormen waar relatief veel invloed op is. 8.

Voor de lonen en salarissen is de prijsindex vanuit MEV augustusraming meegenomen. De onderhandeling over de nieuwe CAO per april 2025 zijn gaande. Mogelijk dat het percentage hoger is dan in begroting is voorzien. 9. Nieuwe strategische kaders RDWI 2024-2027 kunnen leiden tot meer kosten. Inzicht en sturing op de inzet van het budget van de RDWI is hierbij nodig. Vanaf 2023 is er sprake van een gewijzigde financieringssystematiek met een andere verdeelsleutel. 10. Binnen de ruimtelijk fysieke projecten kunnen er onvoorziene omstandigheden voordoen waar in de analyse van project vooraf geen rekening mee is gehouden of buiten de inschatting van regulier onvoorzien wordt meegenomen.

-72-

Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren, wordt gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. bedrag x € 1 Zekerheids percentage 10%

Bedrag € 418.833

25%

€ 658.668

50%

€ 1.085.125

75%

€ 1.996.138

80%

€ 2.273.261

90%

€ 3.030.580

95%

€ 3.534.766

99%

€ 4.480.517

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gevormd door de niet-geoormerkte, en dus vrij besteedbare reserves. Voor de vaststelling van het weerstandsvermogen neemt de gemeente Wijk bij Duurstede de algemene reserve als uitgangspunt. De bestemmingsreserves worden niet meegenomen in de berekening. De onbenutte belastingcapaciteit en de posten onvoorzien worden wel meegenomen in de berekening. Deze laatste vormen een additionele reserve om mogelijke structurele risico’s op te vangen binnen de begroting, wanneer dit nodig blijkt. bedragen x € 1.000 Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve Post onvoorzien Onbenutte capaciteit OZB Beschikbare weerstandscapaciteit

5.256 75 524 5.855

4.158 75 340 4.573

3.034 75 593 3.701

Benodigde weerstandscapaciteit

3.443

3.930

3.030

Weerstandsvermogen

1,70

1,17

1,23

Weerstandscapaciteit

Voor de kwalificatie van bovengenoemde ratio van het weerstandsvermogen wordt bij veel gemeenten onderstaande tabel gehanteerd: Waardering weerstandsvermogen A B C D E F

Ratio > 2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

-73-

Kengetallen Om de horizontale verantwoording te versterken zijn gemeenten verplicht om een basis set van vijf financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in haar beoordeling van de financiële positie moet betrekken om daar een verantwoord oordeel over te kunnen geven. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan hun kaderstellende en controlerende rol. Het gebruik van kengetallen heeft geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincies of het Rijk. Het gaat om de volgende kengetallen: • Netto schuldquote • Solvabiliteitsratio • Grondexploitatie • Structurele exploitatieruimte • Belastingcapaciteit; woonlasten meerpersoonshuishoudens Kengetallen

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028

Verplichte kengetallen 1. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

52,4% 46,2% 21,7% -0,1% 0,0% 119,6%

59,3% 53,6% 17,1% 1,1% 0,0% 111,2%

84,8% 79,3% 13,5% 1,1% 0,4% 123,7%

125,0% 119,6% 7,5% 1,2% -1,3%

127,5% 122,4% 3,4% 1,2% -2,9%

128,1% 123,3% 0,0% 1,2% -2,8%

Overige kengetallen 6. Weerstandsratio

1,7

1,2

1,2

nnb

nnb

nnb

Beoordeling van de kengetallen Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld niet per se een nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is daardoor niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. De kengetallen zijn daarom gezamenlijk opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Omdat de kengetallen in hun onderlinge relatie moeten worden bezien in de beoordeling van de financiële positie, worden deze voorzien van een toelichting. Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen (baten exclusief mutaties in de reserves) en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Objectief gezien is de netto schuldquote van de gemeente Wijk bij Duurstede niet hoog (een netto schuld van maximaal 90% wordt als aanvaardbaar gezien).

-74-

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Overigens zegt dit kengetal niets over de looptijd, courantheid en risico’s van de betreffende grondexploitaties. In de paragraaf grondbeleid wordt daar nader op ingegaan. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit; woonlasten meerpersoonshuishoudens Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing). Bij de heffingen wordt gestreefd naar kostendekkende tarieven.

Het staat de gemeente vrij om bij de inkomsten te opteren voor een lagere heffing dan wettelijk is toegestaan.

-75-

3.4 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat over het onderhoud van de kapitaalgoederen in gemeentelijk bezit. Kapitaalgoederen zijn onderdelen van de openbare ruimte waarvoor langlopende investeringen nodig zijn. Het beheer en onderhoud hiervan is gericht op de duurzame instandhouding. Inleiding De gemeente Wijk bij Duurstede heeft een groot deel van haar vermogen geïnvesteerd in voorzieningen voor haar inwoners, zoals wegen, verlichting, riolering, groen, speelplaatsen en straatmeubilair. Het onderhoud van deze zogenaamde ‘kapitaalgoederen’ is van cruciaal belang voor het functioneren van de gemeente op diverse gebieden. Ook voor de inwoners is de kwaliteit van hun leefomgeving van groot belang; teruglopende kwaliteit kan leiden tot kleine ergernissen, klachten of zelfs serieuze ongelukken. Team Beheer Openbare Ruimte (BOR) werkt sinds 2020 met een lange termijnplanning voor het onderhoud van de openbare ruimte. De werkwijze, kosten en kwaliteit zijn vastgelegd in het “Beheerkwaliteitsplan 2020-2025 Gemeente Wijk bij Duurstede” en geeft inzicht in de huidige en de gewenste (beeld)kwaliteit van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte inclusief het gemiddeld jaarlijks benodigde budget.

In het Beheerkwaliteitsplan (verder BKP) gaan we uit van een ambitieniveau dat is vastgesteld op beeldkwaliteitsniveau B (voor het onderdeel wegen op C) en waarbij de planhorizon voor investeringen 50 jaar is. Het BKP is verder uitgewerkt in het Integraal Uitvoerings Plan (IUP). Dit IUP omvat de geplande werkzaamheden voor het groot- en vervangingsonderhoud (investeringen), integraal afgestemd tussen de verschillende beheerdisciplines en beleidsplannen en gedetailleerder weergegeven met de bijbehorende kosten en (uitgevlakte) planning van de eerstvolgende 10 jaar. Het BKP heeft een relatie met de overige beleidsplannen zoals het Gemeentelijk Verkeers en Vervoer Plan (GVVP), Water en Rioleringsplan (WRP) en Groenstructuurplan. Het IUP wordt afgestemd met de vigerende beleidsplannen en wordt jaarlijks geactualiseerd. Beide plannen (BKP en IUP) zijn in werking vanaf 1 januari 2020 en lopen door tot en met 2025. Hieronder vindt u de verschillende kapitaalgoederen en het jaar van vaststelling van het betreffende beheerplan en de hoofdlijnen van de uit te voeren werken/investeringsprojecten in 2025. Kapitaalgoederen

Beheerplan

Jaar van vaststelling

Wegen Kunstwerken Verkeer Riolering Openbare verlichting Groen Watergangen Gebouwen Beschoeiingen, duikers en stuwen

IN BKP en IUP IN BKP en IUP IN BKP en IUP Gemeentelijk Water+Rioleringsplan (WRP I) IN BKP en IUP IN BKP en IUP IN BKP en IUP Beheerplannen Gebouwen IN BKP en IUP

2019 2019 2019 2019 2019 2019 2019 2004 2019

In 2025 worden zowel het BKP/IUP als het nieuwe WRP opgesteld die allen op 1-1-2026 in werking treden.

-76-

Indexatie-systematiek In de beheersystemen zijn alle arealen opgenomen van de verschillende beheeronderdelen. De benodigde budgetten worden berekend op basis van landelijke kentallen, verwachte levensduur en vastgestelde beeldkwaliteit. Hiermee worden de benodigde onderhoudsbudgetten berekend maar ook de vervangingskosten voor als de beheeronderdelen het einde van hun levensduur hebben bereikt. In onze beheersystemen worden deze onderhoudsbudgetten en vervangingskosten jaarlijks geactualiseerd. Hierbij maken wij gebruik van de CBS index Grond-, Weg en Waterbouw. In 2024 bleek deze GWW-indexatie voor onze onderhoudsbudgetten 11,5%, de verwachting voor 2025 is eveneens 11%. In de begrotingssystematiek van onze gemeente wordt echter de lange termijn indexatie toegepast van het CPB. Deze was in 2024 gemiddeld 3,5% en in de begroting 2025 zijn de budgetten 2,6% geindexeerd. Dit houdt in dat er jaarlijks een impliciete bezuiniging wordt doorgevoerd op de onderhoudsbudgetten van een kleine 8%. Voor 2024 bedroeg deze impliciete bezuiniging € 295.000 op de onderhoudsbudgetten.

Door werkzaamheden zoveel mogelijk te bundelen, integraal uit te voeren, voor een goede samenwerking met de opdrachtnemers te zorgen, scherp aan te besteden en de planning zoveel mogelijk op te rekken, zijn de afgelopen jaren veel kosten bespaard waardoor deze impliciete bezuinigingen zo goed als mogelijk zijn opgevangen. Voor de komende jaren zijn deze mogelijkheden uitgenut Maatregelen Door de maatregelen van de afgelopen jaren (bosplantsoen, maatwerk voor inwoners), voorgestelde maatregelen voor 2025 (maatwerk voor inwoners, buurtschouwen) en de lage indexatie (zie tekst hierboven) komt de (beeld)kwaliteit onder druk te staan. Bij een aantal contracten waar nieuwe aanbestedingen moeten plaatsvinden zien we de knelpunten verschijnen. Het gaat dan om inschrijfprijzen die hoger zijn dan de budgetten die beschikbaar zijn. We constateren dat opdrachtnemers steeds minder personeel kunnen vinden en hierdoor minder projecten of contracten kunnen uitvoeren. We versoberen waar mogelijk de onderhoudsopgave. Maatschappelijk opgaven. Met het opstellen van het nieuwe BKP in 2025 zullen ook keuzes gemaakt moeten worden over hoe de verschillende maatschappelijke opgaven/beleidskaders in het nieuwe BKP gaan landen. Denk hierbij aan klimaat, circulariteit, verkeer en vervoer, toegankelijkheid, archeologie, participatie, schone lucht die impact hebben op de openbare ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588132/1