CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2024-2027 Wijk bij Duurstede

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Raadsvoorstel en -besluit Ontwerpbegroting 202436.595 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

-

-

-

-

Eindtotaal

-

-

-

-

Overzicht mutaties begroting 2024-2027 In de bijlage bij de Begroting worden de onderstaande maatregelen en de eventuele alternatieven verder toegelicht. Product Omschrijving 7.1 Energietransitie Energiearmoede Totaal 7.1 Energietransitie 7.5 Circulaire Demontagehal economie Totaal 7.5 Circulaire economie

2024 49.000 49.000 49.000

2025 -

2026 -

2027 -

49.000

-

-

-

Eindtotaal

98.000

-

-

-

Bestuurlijke risico’s Schaal van 1 tot 10 Risico's

Beheersmaatregel

Voortgang ontwikkeling

Kans

Impact

De duurzaamheidsopgave wordt steeds groter en vraagt steeds meer inspanningen van gemeenten, zonder dat hier voldoende budget van het rijk tegenover staat. Ook op andere onderdelen wordt inzet gevraagd, zoals circulaire economie, duurzame mobiliteit en klimaatadaptatie. Dit brengt veel veranderingen met zich mee dat vraagt om extra middelen en goede communicatie met inwoners en bedrijven. Hoewel 2030 of 2050 ver weg lijken, hebben ruimtelijke projecten een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd is er nog veel onzekerheid omtrent de energietransitie. Zo zijn er zorgen over de betaal-baarheid, zullen er in de toekomst goedkopere en efficiëntere energie-technieken beschikbaar zijn en is het onduidelijk wat het draagvlak is voor bijvoor-beeld grootschalige opwek. Deze factoren kunnen leiden tot vertraging en uitstel waardoor de gemeente Wijk bij Duurstede het risico loopt haar ambities niet te halen.

We maken op alle duurzaamheidsthema’s duidelijke plannen en keuzes over de rol en de (financiële) inzet van de gemeente en bundelen dat tot integraal en samenhangend programma. Daarbij besteden we tevens veel aandacht aan communicatie en participatie.

Extra maatregelen zijn nodig om op koers te blijven voor de energietransitie. Voor de overige duurzaamheidsambities zijn plannen in voorbereiding.

8

8

8

8

We zetten bij de verschillende ontwikkelingen rond duurzaamheid nadrukkelijk in op communicatie en participatie. We gaan in gesprek met de raad, We gaan in gesprek met de inwoners en ondernemers. raad hoe we inwoners het De energietransitie gaat verder beste kunnen betrekken bij de dan de eigen grenzen, opgaven die er voor ons samenwerken met de liggen. gemeenten in de regio is daarom belangrijk. Gemeente en burgers kunnen participeren in duurzame projecten.

-50-

Beleidsindicatoren

Beleidsindicator

Eenheid

7.01 Hernieuwbare elektriciteit

%

2021 WBD nnb

2022 NL

WBD nnb

2023 NL

WBD nnb

NL

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Financiën bedragen x € 1.000 Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

- 506 - 180 - 90 - 19 - 10

- 491 - 248 - 90 - 19 - 59

- 189 - 248 - 90 -9 - 59

- 189 - 248 - 90 -9 - 59

- 806

- 908

- 596

- 596

435 -

439 -

-

-

435

439

-

-

- 371

- 469

- 596

- 596

Onttrekkingen

18

18

18

18

Mutatie reserves

18

18

18

18

- 353

- 451

- 578

- 578

7 Duurzaamheid Saldo van baten en lasten Lasten 7.1 Energietransitie 7.2 Warmtetransitie 7.3 Klimaatadaptatie, waterkwaliteit 7.4 Duurzame mobiliteit en schone lucht 7.5 Circulaire economie Totaal Lasten Baten 7.1 Energietransitie 7.2 Warmtetransitie 7.5 Circulaire economie Totaal Baten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves

Resultaat

-51-

2.8 Programma 8 – Veiligheid en handhaving Openbare orde en veiligheid Uit objectieve en subjectieve gegevens blijkt dat de gemeente Wijk bij Duurstede relatief gezien een veilige gemeente is. De criminaliteit daalt de laatste jaren gestaag. Inwoners voelen zich meestal veilig en dat wil de gemeente Wijk bij Duurstede graag zo houden of verder verbeteren. Want ook al worden we gezien als een veilige gemeente, elk delict is er één teveel en heeft grote impact op inwoners en ondernemers. Voor de veiligheid in onze gemeente – en daarbuiten – werken we nauw samen in de regio. Door samen te werken maken we gebruik van elkaars capaciteit en expertise. Voor de periode 2023 – 2026 is het gezamenlijk Integraal Veiligheidsplan (IVP) van kracht voor de gemeenten Wijk bij Duurstede, Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal. Hierin is aangegeven welke (gezamenlijke) prioriteiten de gemeente Wijk bij Duurstede hanteert, hoe de samenwerking met andere partijen is georganiseerd en welke resultaten de gemeente wil behalen. Vijf gemeenten op de Heuvelrug slaan de handen ineen om samen met de politie en het Openbaar Ministerie de gestelde ambities te bereiken. De vijf gemeenten hebben allen het IVP vastgesteld met als gezamenlijke prioriteit de aanpak van ondermijnende criminaliteit en maatschappelijke onrust. Daarnaast zetten de 5 gemeenten zich in voor digitale veiligheid.

Dit sluit aan op de landelijke en lokale ontwikkeling van het aantal gevallen van gedigitaliseerde criminaliteit. Naast de gezamenlijke prioriteiten ligt de focus in Wijk bij Duurstede op de volgende lokale prioriteiten: • Verkeersveiligheid • Inwonersparticipatie • High Impact Crimes en veel voorkomende criminaliteit • Aanpak van overlast veroorzaakt door personen met onbegrepen gedrag • Terugdringen van alcohol- en drugsgebruik onder jongeren Om inwoners over de gezamenlijke en lokale prioriteiten te informeren is door de 5 gemeenten de website https://wehoudenhetveilig.nl/ ontwikkeld. Hier is ook het IVP en het Uitvoeringsprogramma Wijk bij Duurstede 2023-2024 terug te vinden. Begin 2025 worden de uitvoeringsplannen voor de jaren 2025 en 2026 vastgesteld. In 2026 wordt gestart met de ontwikkeling van een nieuw Integraal Veiligheidsplan voor de jaren 2027 – 2030. Cybercriminaliteit De afgelopen jaren zien we een sterke stijging van het aantal cybercrime delicten, landelijk en lokaal. Deze ontwikkeling past bij de landelijke verschuiving van de meer zichtbare criminaliteitsvormen (zoals woning- en bedrijfsinbraken, autokraken en fietsdiefstallen) naar minder zichtbare, ondermijnende vormen van criminaliteit (zoals fraude, witwassen en cybercriminaliteit).

In onze intergemeentelijke samenwerking heeft de bestrijding van ondermijning en het versterken van de digitale veiligheid prioriteit, want criminaliteit houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Een veilig Wijk bij Duurstede in een veilige regio is voor ons van groot belang.

-52-

Crisisbeheersing Op basis van de Evaluatie Wet veiligheidsregio’s wordt een doorontwikkeling gemaakt op regionale taken van Bevolkingszorg. De voorbereidingen en gesprekken daarover worden gevoerd in regionale kernteams. De doorontwikkeling zal uiteindelijk ook bij ons lokaal doorgevoerd worden. Het is op dit moment nog onduidelijk of dit tot extra kosten gaat leiden. In de aanpak van de vluchtelingencrisis werken we samen met de gemeenten in onze veiligheidsregio en met de VRU (Veiligheidsregio Utrecht). Op dit moment loopt er een verkenning naar de mogelijkheid voor het aanmeren van een schip om 80 tot 100 asielzoekers meerdere jaren op te kunnen vangen op het water. Vergunningen, toezicht en handhaving De gemeente Wijk bij Duurstede wil samen met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de verantwoordelijkheid nemen voor een schone en veilige woon-, werk en leefomgeving. Daarom hebben we in 2023 de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2023-2026 vastgesteld. Op basis van deze strategie wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. Boa-capaciteit Vanuit het rijk is vanaf 2023 structureel geld vrijgemaakt voor extra boa-capaciteit. Voor Wijk bij Duurstede gaat het om een bedrag van € 33.000 per jaar, goed voor 0,5 fte. Inmiddels hebben we deze extra boa kunnen toevoegen aan het team. Hiermee heeft Wijk bij Duurstede 3 boa’s in dienst.

Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Bouwen Per 1 januari 2024 worden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) ingevoerd. De Wkb zal gevolgen hebben voor vergunningverlening en de manier waarop toezicht wordt ingericht. Op dit moment wordt onderzocht hoe dit er precies uit gaat zien.

Goedgekeurde voorstellen kadernota 2024-2027 Product

2024

2025

2026

2027

Bijdrage VRU ivm aankoop brandweerkazerne CothenLangbroek Begrotingswijziging VRU obv andere verdeling deelnemersbijdrage kap. lasten ivm aankoop brandweerkazerne CothenLangbroek Totaal 8.1 Openbare orde en veiligheid

- 74.000

- 74.000

- 74.000

- 74.000

- 87.000

- 87.000

- 87.000

- 87.000

74.000

74.000

74.000

74.000

- 87.000

- 87.000

- 87.000

- 87.000

Eindtotaal

- 87.000

- 87.000

- 87.000

- 87.000

8.1 Openbare orde en veiligheid

Omschrijving

-53-

Overzicht mutaties begroting 2024-2027 In de bijlage bij de Begroting worden de onderstaande maatregelen en de eventuele alternatieven verder toegelicht. Product 8.1 Openbare orde en veiligheid

Omschrijving VRU (Veiligheids Regio Utrecht) Brandkranen Openbare orde en veiligheid, handhaving en crisisbeheersing Totaal 8.1 Openbare orde en veiligheid Eindtotaal

2024 15.000 - 2.030 - 2.000

2025 29.027 - 1.988 - 2.000

2026 29.027 - 1.946 - 2.000

2027 29.027 - 1.904 - 2.000

10.970 10.970

25.039 25.039

25.081 25.081

25.123 25.123

Bestuurlijke risico’s Risico’s

Beheersmaatregel

Voortgang Ontwikkeling

VRU; Indien vrijwillige brandweer gelijk gesteld wordt aan de waardering van beroepskrachten dan vormt dit een financieel probleem.

Landelijke aandacht en bestudering van het Europese standpunt.

Naar aanleiding van Europese afspraken is er 8 een landelijk onderzoek uitgevoerd naar het gelijktrekken van de bezoldiging van vrijwillige en beroepsbrandweerlieden. Naar aanleiding daarvan kan er sprake zijn van een forse stijging van de (loon)kosten de gemeentelijke bijdrage aan de VRU. Evaluatie Wet veiligheidsregio’s is landelijk 8 uitgevoerd. Opvolging in regionale kernteams.

6

De inventarisatie vindt plaats. Uitkomsten eind 2023 of begin 204

5

Reorganisatie crisisbeheersing in brede zin door landelijke aanpassingen kan zorgen voor extra interne kosten door de aanpassing van onze eigen crisisorganisatie (bijvoorbeeld wijziging van kanspiket naar hardpiket) VRU is vanuit de handreiking bluswatervoorziening de aanwezige en noodzakelijke bluswatervoorzieningen te inventariseren. Hieruit kan naar voren komen dat er te weinig bluswatervoorzieningen zijn en er bijplaatsing moet plaatsvinden

Kans

Impact

5

8

Beleidsindicatoren

Beleidsindicator

Eenheid

8.01 8.02 8.03 8.04 8.05

per 1.000 inw., 12-17 jr per 1.000 inwoners per 1.000 inwoners per 1.000 inwoners per 1.000 inwoners

Verwijzingen Halt Winkeldiefstal Gewelds- en seksuele misdrijven Diefstal uit woning Vernieling en misdrijven openbare orde

2021 WBD 14,0 0,2 1,3 1,7 5,0

2022 NL

WBD

2023 NL

WBD

nnb nnb nnb nnb nnb

nnb nnb nnb nnb nnb

Bron: waarstaatjegemeente.nl

-54-

NL

Financiën bedragen x € 1.000 Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Saldo van baten en lasten Lasten 8.1 Openbare orde en veiligheid Totaal Lasten

- 2.651 - 2.651

- 2.590 - 2.590

- 2.566 - 2.566

- 3.122 - 3.122

Baten 8.1 Openbare orde en veiligheid Totaal Baten

1 1

1 1

1 1

1 1

- 2.650

- 2.589

- 2.565

- 3.121

Mutatie reserves Toevoegingen

- 74

- 87

- 128

- 128

Onttrekkingen

142

31

8

574

Mutatie reserves

69

- 56

- 120

446

- 2.581

- 2.645

- 2.685

- 2.675

8 Veiligheid en Handhaving

Saldo van baten en lasten

Resultaat

-55-

2.9 Programma 9 – Bedrijfsvoering en Financien Inleiding Dit is een omvangrijk programma, waarvoor met name middelen vanuit het rijk ontvangen worden Gemeenten vinden dat er een onbalans is in de taken die het rijk hen geven en de ontvangen middelen. Ook in Wijk bij Duurstede merken we de druk die (hierdoor) op de organisatie staat. Zo wordt het balanceren tussen het op peil houden van dienstverlening en verzorgingsniveau en de lasten voor inwoners spannender. Daarnaast zijn er grote maatschappelijke vraagstukken zoals de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne, het asielbeleid, de energietransitie, het woningtekort en de toenemende hulpvraag. Het vraagt voortdurend veel van de organisatie om zowel op trends als op actuele ontwikkelingen in te spelen. Er is dus voortdurend inzet nodig om de medewerkers hun werk goed en met plezier te kunnen laten verrichten. Niet alle factoren werken positief mee, weliswaar is er een goede cao afgesloten, maar daar tegenover staat dat de arbeidsmarkt bijzonder krap is en blijft. In onderstaande wordt ingezoomd op een aantal noemenswaardige ontwikkelingen binnen het programma Bedrijfsvoering en Financiën. Communicatie en inwonersparticipatie De gemeente wil zoveel mogelijk naast haar inwoners staan, hoe complex de vraagstukken ook zijn. Dat betekent dat wij luisteren naar wat onze inwoners zeggen.

Ook bereiden we medewerkers voor om met onze inwoners op te trekken in participatietrajecten. Een uitgebreid opleidingsprogramma is al gestart en zal expertise op dit gebied verbreden en vergroten. In 2024 integreren we participatie meer in ons dagelijks handelen en maken we er een vast onderdeel in het werk van de gemeente. Een zichtbare en benaderbare gemeente zijn, maakt het voor buitenstaanders aantrekkelijk zich bij ons aan te sluiten. Bijvoorbeeld door in onze gemeente of zelfs voor onze gemeente te komen werken. Publieksdiensten / KCC Er worden meer reisdocumenten aangevraagd, er wordt meer getrouwd en we ontvangen meer bezoekers in het Huis van de Gemeente. Ook zien we dat inwoners onze digitale diensten steeds beter weten te vinden. Vooral rijbewijzen worden vaker online aangevraagd. Met al deze ontwikkelingen lukt het ons om de dienstverlening op het hoge niveau te houden dat we nastreven. In 2024 staan de verkiezingen voor het Europees Parlement gepland. De verwachting is dat er 1 dag gestemd kan worden.

-56-

Bedrijfsvoering inclusief P&O, organisatieontwikkeling, facilitaire zaken, ICT, gemeentelijk vastgoed Door toenemende mobiliteit, vergrijzing en ontgroening en een stijgende personeelsvraag bij gemeenten vanwege extra taken, concluderen we dat personeelskrapte een constante factor is en in de komende jaren of zelfs decennia ook zal blijven. De extra formatie die we hebben ingezet voor recruitment levert resultaat op en is hard nodig om bijvoorbeeld zichtbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten. Tegelijkertijd doen alle ‘concurrenten’ dat ook en vissen we allemaal in dezelfde vijver. Naast het vergroten van onze zichtbaarheid op de arbeidsmarkt spannen we ons in om een aantrekkelijke werkgever te zijn waar je met plezier en vertrouwen je werk doet. Voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden tellen voor mensen daarin zwaar, naast een goede beloning en werkplezier. Met een aansprekend introductieprogramma geven we nieuwe collega’s een goede en warme start bij ons. Ook zetten we in op doorstroom binnen de organisatie en goede uitstroom voor collega’s die elders gaan werken. We houden het wervingsbudget in stand en we zoeken naar manieren om anders te werven met de middelen die beschikbaar zijn. Hoe we de draagkracht van de gemeentelijke organisatie, en daarmee onze dienstverlening, de komende jaren op peil houden is een zorgelijk vraagstuk.

Werken op diverse plekken (thuis, onderweg en op kantoor) is inmiddels al enkele jaren realiteit. Het plaats onafhankelijk werken brengt (naast de voordelen) ook risico’s met zich mee. Cybercriminelen laten ook gemeenten niet ongemoeid. Naast technische maatregelen blijven we de komende jaren volop aandacht besteden aan het programma i-bewustzijn. Iedereen in de organisatie is getraind en zich bewust van het feit dat menselijk gedrag van invloed is op de kwetsbaarheid van de organisatie. Door te weten waar we op moeten letten verkleinen we die kwetsbaarheid. Informatievoorziening is een onmisbaar onderdeel van de dienstverlening en de bedrijfsvoering van de gemeenten en drijft veranderingen. Er wordt veel meer data gestuurd gewerkt en dat in de toekomst alleen maar toenemen. Om aan wet- en regelgeving te blijven voldoen en onze organisatie goed te faciliteren investeren we de komende jaren in ons samenwerkingsverband met andere gemeenten en het up-to-date houden van onze lokale organisatie. Voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is onlangs een traject gestart n.a.v. een provinciaal programma waarbij kleine gemeenten ondersteund worden bij het verduurzamen van hun maatschappelijk vastgoed. Dit is de opmaat om ook ons eigen vastgoed verder te verduurzamen. De financiële effecten worden betrokken bij de integrale afwegingen bij de begroting 2024-2027.

Financiën en belastingen De meicirculaire 2023 is financieel meegenomen in de berekening van de cijfers. Deze is omvangrijk in onderwerpen en aanpassingen. Vanuit het rijk komen tot aan 2025 meer bedragen binnen voor de taken die door onze gemeente uitgevoerd moeten worden. De ontvangsten vanuit het gemeentefonds zijn echter onvoldoende voor compensatie van de gestegen prijzen. Hierdoor is direct grote druk ontstaan op de begroting van 2024 en 2025. De Rijksbegroting lost op dit moment de (financiële) zorgen van de gemeenten nog niet op en de grote financiële onzekerheid voor 2026 en 2027 is nog steeds aanwezig. De financiële verwachting voor 2026 werd al aangeduid als " het ravijn" en daar is nu 2027 bijgekomen. Deze voorziene meerjarige daling zal forse impact hebben op grote financiële opgaven in onze gemeente.

-57-

Naast het gemeentefonds zijn de gemeentelijk belastingen een groot onderdeel van de inkomsten van een gemeente. De toelichting op de gemeentelijke belastingen is opgenomen in hoofdstuk 3.1 Lokale heffingen. Bestuur Onder Bestuur vallen diverse zaken zoals Kabinetszaken, organisatie van diverse bijeenkomsten zoals veteranen dag, dodenherdenking, Bevrijdingsdag en organisatie van verkiezingen. Incidentele ontwikkeling Incidentele ontwikkeling bevat budgetten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden zoals kosten voor opvang van vluchtelingen etc. Deze budgetten hebben een incidenteel karakter. Oekraïne Op 30 oktober 2022 waren er 86.850 Oekraïense vluchtelingen geregistreerd bij alle gemeenten in Nederland. Op 8 september 2023 waren dat er 98.440. Dit is een toename van 13% en als deze lijn doorzet zal er in 2023 een toename van 18% zijn. De gemeente Wijk bij Duurstede vangt op dit moment circa 67 vluchtelingen op. Dat zijn bijna uitsluitend gemeentelijke opvangplekken (GOO). We zien dat de eerder genoemde thema’s zoals (juiste) scholing, werk en participatie en dagbesteding goed zijn (in)geregeld. De aantallen om te huisvesten in Wijk bij Duurstede stabiliseren op dit moment. De regio Utrecht vangt ten opzichte van het Landelijke gemiddelde een bovengemiddeld aantal Oekraïense vluchtelingen op.

De landelijke instroom blijft wel onverminderd hoog, het valt te verwachten dat er op termijn een beroep zal worden gedaan op extra opvang in de regio.

-58-

Goedgekeurde voorstellen kadernota 2024-2027 Product

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

9.3 Bedrijfsvoering (inclusief P&O, organisatie ontw., facilitaire zaken, ICT en gemeentelijk vastgoed)

Externe proceskosten JZ

- 5.000

- 5.000

- 5.000

- 5.000

Geen externe doorbelasting meer personeel informatie voorziening.

- 92.000

- 92.000

- 92.000

- 92.000

Werving en selectie personeel

- 40.000

- 40.000

- 40.000

- 40.000

Nieuw financieel systeem

- 120.000

- 30.000

15.000

15.000

Personeel; 0,22 FTE extra voor Bestuursadvies Personeel; 0,5 FTE extra personeel BOR voor 2023 en 2024 Personeel; 0,5 FTE extra security officer en Ensia Personeel; 2 trainees

- 25.000

- 25.000

- 25.000

- 25.000

- 45.000

-

-

-

- 38.290

- 19.145

-

-

- 118.000

- 80.000

-

-

- 1.140.187

- 1.140.187

- 1.140.187

- 1.140.187

- 30.494

28.315

3.415

-

- 55.000 - 18.508

- 110.000 - 18.508

- 110.000 - 18.508

- 110.000 -

30.000

30.000

30.000

30.000

- 1.697.479

- 1.501.525

- 1.382.280

- 1.367.187

- 221.000

- 223.000

- 226.000

-

111.000

- 201.000

648.000

- 830.000

- 40.000

- 40.000

- 40.000

- 40.000

Totaal 9.4 Financiën en belastingen

- 150.000

- 464.000

382.000

- 870.000

9.5 Bestuur

Budget voor instellen rekenkamer

- 30.000

- 30.000

- 30.000

- 30.000

Extra kosten voor raad; budget voor Notubiz en overige kstn raad Personeel; CAO Gemeenten verhoging 2023 Raad; budget voor abonnementen

- 20.000

- 20.000

- 20.000

- 20.000

- 19.813

- 19.813

- 19.813

- 19.813

- 25.000

- 25.000

- 25.000

- 25.000

verhoging raadsvergoedingen

- 66.120

- 66.120

- 66.120

- 66.120

Personeel; CAO Gemeenten verhoging 2023 Personeel; FTE voor verschillende projecten INF, saldo WOO Personeel; structureel functie wonen Realisatie van het integraal ruimtelijk perspectief in U10 verband Regionale inkoop Totaal 9.3 Bedrijfsvoering (inclusief P&O, organisatie ontw., facilitaire zaken, ICT en gemeentelijk vastgoed) 9.4 Financiën en Gemeentefonds decembercirculaire belastingen Gemeentefonds septembercirculaire Overige correcties gemeentefonds

Totaal 9.5 Bestuur Eindtotaal

- 160.933

- 160.933

- 160.933

- 160.933

- 2.021.412

- 2.139.458

- 1.174.213

- 2.411.120

-59-

Overzicht mutaties begroting 2024-2027 In de bijlage bij de Begroting worden de onderstaande maatregelen en de eventuele alternatieven verder toegelicht. Product 9.3 Bedrijfsvoering (inclusief P&O, organisatie ontw., facilitaire zaken, ICT en gemeentelijk vastgoed)

Omschrijving Diverse uitgaven

2024 4.000

2025 4.000

2026 4.000

2027 4.000

ICT middelen Huisvesting gemeentehuis - laadpalen ICT middelen

-22.000 5.000 -107.000

-22.000 5.000 -

-22.000 5.000 -

-22.000 5.000 -

Software

-41.700

-21.700

-21.700

-21.700

Gegevensbeheer (BAG, BGT, Archief) Bedrijfsvoering personeel - opleiding Ontwikkellocaties Bedrijfsvoering financiën/Overige belastingen

-21.784 42.220 1.975 15.000

-21.784 42.220 -231 15.000

-21.784 42.220 -231 15.000

-21.784 42.220 -231 15.000

Informatiebeveiliging en privacy

-7.000

-7.000

-7.000

-7.000

Ondernemingsraad Facilitair Bedrijfsvoering personeel - Werving & Selectie

3.550 30.000 40.000

3.550 40.000

3.550 -

3.550 -

- 57.739

37.055

- 2.945

- 2.945

120.000

120.000

120.000

120.000

218.000 338.000 9.500

218.000 338.000 9.500

218.000 338.000 9.500

218.000 338.000 9.500

Raad en raadsbijeenkomsten Griffie Vrij besteedbare budgetten van B&W

10.000 5.000 10.000

10.000 5.000 10.000

10.000 5.000 10.000

10.000 5.000 10.000

Interne kosten toerekenen aan SPUK

34.500 500.000

34.500 100.000

34.500 -

34.500 -

500.000 814.761

100.000 509.555

369.555

369.555

Totaal 9.3 Bedrijfsvoering 9.4 Financiën en belastingen

Herinvoering hondenbelasting

Indexatie OZB Totaal 9.4 Financiën en belastingen 9.5 Bestuur Rekenkamercommissie.

Totaal 9.5 Bestuur 9.6 Incidentele ontwikkeling

Totaal 9.6 Incidentele ontwikkeling Eindtotaal

Bestuurlijke risico’s Risico’s

Beheersmaatregel

Schaarste op arbeidsmarkt, Inzet op instroom waardoor mogelijk extra middelen jong talent, nodig zijn. zichtbaarheid van de gemeente op de arbeidsmarkt ook via social media en samenwerking met andere gemeenten.

Voortgang Ontwikkeling

Kans

Impact

Er is in 2023 een adviseur werving&selectie aangenomen waarbij verschillende wervingsacties zijn gestart en worden uitgevoerd.

8

5

-60-

Beleidsindicatoren Beleidsindicator

Eenheid

9.01 9.02 9.03 9.04

Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner % van totale loonsom + kosten inhuur externen % van totale lasten

Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur

9.05 Overhead

2021 WBD 5,6 5,07 312,89 4,6%

2022 NL

WBD 5,6 5,30 345,26 2,0%

14%

2023 NL

14%

WBD 5,6 5,3 345 2,0%

NL

14%

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Financiën bedragen x € 1.000 Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

- 66

- 66

- 66

- 66

- 1.051 - 10.105 150 - 1.363 - 1.650

- 1.051 - 10.376 146 - 1.521 - 300

- 1.051 - 10.237 101 - 1.522 -

- 1.051 - 10.283 53 - 1.522 -

- 14.086

- 13.169

- 12.776

- 12.870

556 482 47.567 1.650

556 482 47.355 300

556 482 44.079 -

556 482 43.505 -

50.255

48.693

45.116

44.543

36.169

35.523

32.341

31.673

Toevoegingen

- 503

- 540

- 804

- 804

Onttrekkingen

589

799

1.211

1.190

Mutatie reserves

86

258

407

386

36.255

35.781

32.748

32.059

9 Bedrijfsvoering en Financiën Saldo van baten en lasten Lasten 9.1 Communicatie en inwonersparticipatie 9.2 Publieksdiensten / KCC 9.3 Bedrijfsvoering en gemeentelijk vastgoed 9.4 Financiën en belastingen 9.5 Bestuur 9.6 Incidentele ontwikkeling Totaal Lasten Baten 9.2 Publieksdiensten / KCC 9.3 Bedrijfsvoering en gemeentelijk vastgoed 9.4 Financiën en belastingen 9.5 Bestuur 9.6 Incidentele ontwikkeling Totaal Baten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves

Resultaat

-61-

3

Deel II Paragrafen

3.1 Lokale heffingen 3.2 Financiering 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen 3.5 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 3.7 Grondbeleid 3.8 Openbaarheid – Wet open overheid

-62-

3.1 Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van gemeenten en zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De lokale heffingen bestaan uit belastingen (bijvoorbeeld Onroerende Zaakbelasting (OZB) en toeristenbelasting), bestemmingsheffingen (Rioolheffing en Afvalstoffenheffing) en rechten (bijvoorbeeld Leges en Begraafrechten). Voorlopige tarieven 2024

Tarieven lokale heffingen Onroerende zaakbelasting • Eigenaar woning, percentage van de WOZ-waarde • Eigenaar niet-woning, percentage van de WOZ-waarde • Gebruiker niet-woning, percentage van de WOZ-waarde

2023

2024

Lastenstijging (%)

0,136% 0,275% 0,161%

0,141% 0,284% 0,167%

3,5% 3,5% 3,5%

Hondenbelasting • Eerste hond • Tweede en volgende hond(en) • Kennel

€ € €

74,00 121,00 331,00

€ 1,80

€

1,86

3,5%

Afvalstoffenheffing • Eén- en meerpersoonshuishouden • Reinigingsrechten (excl. btw)

€ 307,00 € 0,00

€ €

311,00 -

1,3%

Rioolheffing • Meerpersoonshuishouden • Bebouwde percelen zonder aansluiting riool

€ 238,12 € 92,92

€ €

246,45 96,17

3,5% 3,5%

Precariobelasting • Terrassen per m2

€ 20,00

€

20,70

3,5%

Leges • Voltrekken van een huwelijk, vanaf * • Afgifte paspoort, vanaf ** • Afgifte Nederlands identiteitskaart, vanaf ** • Afgifte rijbewijs, vanaf **

€ 412,00 € 58,89 € 37,99 € 41,60

€ € € €

436,00 63,42 40,92 44,50

5,8% 7,7% 7,7% 7,0%

Toeristenbelasting • Overnachting

* Voor deze lokale heffingen geldt dat deze kostendekkend moeten zijn en dat het % lastenstijging kan fluctueren ** Voor deze lokale heffingen zijn tarieven wettelijk vastgesteld.

Lokale lastendruk Naast de informatie die we krijgen via de website www.waarstaatjegemeente.nl gebruiken wij sinds 2019 de lokale lastenmeter (https://www.wijkbijduurstede.nl/inwoners/lokale-lastenmeter.html) waarop ook informatie is ontsloten over de lokale lasten van Wijk bij Duurstede en ook benchmark mogelijk is zowel landelijk als met vergelijkbare of omliggende gemeenten.

-63-

Gemeentelijke woonlasten

2023

2024

Lastenstijging (%)

OZB-lasten voor gezin bij gem. WOZ-waarde *1) Rioolheffing voor gezin Afvalstoffenheffing voor een gezin Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

€ 398 € 238 € 307 € 943

€ 411 € 246 € 311 € 969

3,5% 3,5% 1,3% 2,8%

*1) Gemiddelde WOZ waarde 2022/2023 is € 322.000

Onroerende zaakbelasting (OZB) Voor het belastingjaar 2023 wordt de OZB gebaseerd op de nieuwe getaxeerde WOZ-waarden. Deze worden verwerkt bij het vaststellen van de definitieve tarieven. Daarnaast is er een indexatie van 3,5%. Voor de OZB ligt dit in de lijn met 2023 en passen we het indexpercentage toe, wat we ook voor onze contracten en verplichtingen gebruiken (voor 2024 is dit percentage 3,5%). Kwijtschelding Op 17 september 2022 is de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking getreden. Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente Wijk bij Duurstede is daarom aangepast. De raad heeft op 13 december 2022 de verordening kwijtschelding voor de door de BSR geheven gemeentelijke belastingen Wijk bij Duurstede 2023 vastgesteld. De verordening in hoofdlijnen: Berekeningswijze kosten van bestaan 1. Bij de kwijtschelding van de door de BSR geheven belastingen wordt het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100% procent (in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). 2 Voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden wordt in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd (overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden).

Netto kosten kinderopvang De netto kosten van kinderopvang (bedoeld in artikel 28, derde lid van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990) worden als uitgaven in aanmerking genomen. (Uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). Extra toegestane financiële middelen Het totale bedrag aan financiële middelen (de vermogensnorm) is verhoogd met: a. het maximale normbedrag van € 2.000 bij gehuwden/samenwonenden b. het maximale normbedrag van € 1.800 bij alleenstaande ouders c. het maximale normbedrag van € 1.500 bij alleenstaanden (In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990) Kwijtschelding aan ondernemers Ondernemers kunnen geen kwijtschelding krijgen van rijksbelastingen. Met betrekking tot belastingen, geheven door lagere verheden, bestaat sinds 1 april 2011 de mogelijkheid om ook kwijtschelding voor ondernemers mogelijk te maken, mits het verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingheffing in de privésfeer.

-64-

Lokale heffingen Lokale heffingen - Begroting 2024

1,3%

Onroerende zaakbelasting (46,5%)

10,7% 46,5%

19,3%

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (22,3%) Rioolheffing (19,3%)

22,3%

Leges en rechten (10,7%) Overig (1,3%) bedragen x € 1.000

Lokale heffingen

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027

Belastingen Onroerende zaakbelasting woningen Onroerende zaakbelasting niet-woningen Precariobelasting Toeristenbelasting Hondenbelasting Totaal Belastingen

4.662 1.515 19 46 6.241

4.865 1.568 19 46 120 6.617

4.889 1.568 19 46 120 6.641

4.741 1.568 19 46 120 6.492

4.741 1.568 19 46 120 6.492

Heffingen Rioolheffing Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Totaal Heffingen

2.577 3.118 5.695

2.667 3.084 5.751

2.667 3.084 5.751

2.667 3.084 5.751

2.667 3.084 5.751

Leges en rechten Leges burgerzaken Leges procedures Leges omgevingsvergunningen Veergelden / concessiegelden Overige leges en rechten Totaal Leges en rechten

250 50 529 127 567 1.523

436 50 529 30 433 1.478

436 50 529 30 433 1.478

436 50 529 30 433 1.478

436 50 529 30 433 1.478

Kwijtscheldingen Kwijtscheldingen Totaal Kwijtscheldingen

- 69 - 69

-

-

-

-

Totaal lokale heffingen

13.389

13.846

13.870

13.722

13.722

*Kwijtschelding vanaf 2024 opgenomen onder de afvalstoffenbegroting

-65-

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten Ter dekking van de afvalbeheerkosten wordt afvalstoffenheffing in rekening gebracht. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast basistarief per aansluiting plus een variabel deel op basis van het aantal aanbiedingen van de grijze kliko en het aantal inworpen in een ondergrondse restafvalcontainer. Afvalkosten De afvalkosten zijn in 2024 iets hoger dan in 2023, gemiddeld € 311 in plaats van gemiddeld € 307 per aansluiting. Deze kostenstijging van 1,3% is lager dan de algemene index van 3,5% vanwege minder restafval, een hogere landelijke vergoeding voor PMD en een nieuw gunstig contract voor de inzameling en verwerking van textiel. De ingeschatte in te zamelen tonnages afval 2024 en de samenstelling naar soort afval zijn gebaseerd op de tonnages tot met juni 2023. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Begroting 2023

Begroting 2024

Bedrag

%

Bedrag

%

- 2.289 219 - 2.070

72,5% -6,9% 65,6%

- 2.227 311 - 1.916

71,1% -9,9% 61,2%

- 200 - 108 - 350 - 429 - 1.087

6,3% 3,4% 11,1% 13,6% 34,4%

- 290 - 110 - 437 - 380 - 1.217

9,3% 3,5% 13,9% 12,1% 38,8%

Totale kosten heffing

- 3.157

100,0%

- 3.133

100,0%

Totale opbrengsten heffing

3.157

Dekkingspercentage heffing

-

Kosten heffing Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente Verkeer en vervoer Capaciteit BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld

3.133 100,0%

-

100,0%

*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten in het kader van heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing.

Rioolheffing In de begroting 2023-2026 wordt uitgegaan van het Water en Rioleringsplan 2020-2025 (WRP). Bij het opstellen van dit plan heeft naast de aangepaste manier van toerekenen, het verlengen van de technische levensduur van de riolering invloed op de kosten voor de rioolheffing. Riolering die in een stabiele omgeving ligt, zoals bij Wijk bij Duurstede, gaat langer mee dan verwacht. De technische levensduur van de riolen na 1970 is om die reden verlengd van 60 jaar naar 80 jaar. Verder had de verlaging van de rente, de inflatie en de toename van de heffingseenheden invloed op het tarief. Jaarlijks wordt in december de bijbehorende tarieventabel aangepast rekening houdend met de gemeentelijke prijsindex en vastgesteld.

-66-

Berekening kostendekkendheid riolering

Begroting 2023

Begroting 2024

Bedrag

%

Bedrag

%

- 1.698 8 - 1.690

65,9% -0,3% 65,6%

- 1.727 7 - 1.720

64,7% -0,3% 64,4%

- 203 - 114 - 299 -9 - 262 - 887

7,9% 4,4% 11,6% 0,3% 10,2% 34,4%

- 255 - 118 - 310 -9 - 258 - 950

9,6% 4,4% 11,6% 0,3% 9,7% 35,6%

Totale kosten heffing

- 2.577

100,0%

- 2.670

100,0%

Totale opbrengsten heffing

2.577

Dekkingspercentage heffing

-

Kosten heffing Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente Verkeer en vervoer Capaciteit Tractie BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld

2.670 100,0%

-

100,0%

*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten in het kader van heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing.

Omgevingsvergunningen De leges die de gemeente hanteert voor omgevingsvergunningen vloeien voort uit de legesverordening. Jaarlijks wordt in december de bijbehorende tarieventabel aangepast en vastgesteld. bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunningen Kosten heffing Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente Overige taakvelden BTW *1) Toe te rekenen kosten taakveld Totale kosten heffing

Begroting 2023

Begroting 2024

Bedrag

%

Bedrag

%

- 856 16 - 840

74,2% -1,4% 72,8%

- 890 16 - 874

74,4% -1,3% 73,1%

- 159 - 118 - 37 - 314

13,8% 10,2% 3,2% 27,2%

- 166 - 128 - 28 - 322

13,9% 10,7% 2,3% 26,9%

- 1.154

100,0%

- 1.196

100,0%

Totale opbrengsten heffing

553

Dekkingspercentage heffing

- 601

553 47,9%

- 643

46,2%

*1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten in het kader van heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing.

-67-

3.2 Financiering In deze paragraaf beschrijven we de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie. De financieringsfunctie zorgt ervoor dat voldoende geld beschikbaar is zodat aan alle financiële verplichtingen kan worden voldaan. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen en garanties en het beheersen van financiële risico’s. Wet- en regelgeving De kaders voor financiering staan vooral in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Gemeentewet. In de Wet financiering decentrale overheden staan de regels voor het financieringsbeleid voor decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat we bedachtzaam om moeten gaan met publieke middelen. Risicobeheersing is van groot belang. Het beheersen van renterisico’s gebeurt enerzijds door het toepassen van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Daarnaast zorgen wij ervoor, bij het uitzetten van liquide middelen, dat we voldoen aan een aantal eisen op gebied van treasury. Het verstrekken van leningen evenals het verlenen van garanties en borgstellingen is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige dienen liquide middelen in ‘s rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren) aangehouden te worden.

In de Wet houdbare overheidsfinanciën zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMUtekort van gemeenten in een jaar. Beleid Treasury heeft als doel om een optimaal resultaat te bereiken tussen rentelasten en rentebaten, rekening houdend met de risico’s. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Het beleid voor de treasuryfunctie van de gemeente Wijk bij Duurstede is vastgelegd in het treasurystatuut, dat in 2010 is herzien en door de raad is vastgesteld. Het huidige statuut wordt in 2024 geactualiseerd. De rente is conform de Notitie Rente 2017 verwerkt in deze begroting. De rente wordt toegerekend aan de taakvelden via het taakveld Treasury. Hiertoe worden alle rentelasten en rentebaten in eerste instantie op het taakveld Treasury geboekt. We berekenen geen rentevergoeding over het eigen vermogen en voorzieningen en belasten deze dus ook niet door aan de taakvelden.

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) In de Notitie Rente 2017 van de commissie BBV wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en de jaarstukken. Het doel van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige en transparante wijze waarop gemeenten de (verwachte) rentelasten en –baten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Hoe met de rente moet worden omgegaan bij de grondexploitatie, is beschreven in de notitie grondexploitatie die vanaf 2019 van toepassing is. Onderstaand schema geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De omslagrente voor 2024 is, afgerond, berekend op 1,5%. De toerekening van rente aan de taakvelden is gebaseerd op dit percentage.

-68-

bedragen x € 1.000 Begroting 2024

Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)

(+) (+)

Saldo rentelasten en rentebaten

- 964 14 - 950

c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

(+)

-

(+)

- 588

(+)

19

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

- 1.519

d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)

(+) (+)

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

- 1.519

e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

(-)

f. Renteresultaat op het taakveld treasury

- 1.413 - 106

Leningenportefeuille De opgenomen leningen hebben per 1 januari 2024 een nominale waarde € 23,591 mln. Met vaste rentepercentages variërend van 0,23% tot 4,00%. Van dit bedrag is € 3.438.000 doorgeleend aan de woningbouwstichting Volksbelang en € 865.000 doorgeleend aan Stichting Wijksport.

bedragen x € 1.000 Opgenomen leningen

2023 2024 2025 2026 2027

Boekwaarde 1 januari

Opname

Aflossing

Boekwaarde 31 december

Rentelast

Rente %

18.169 24.942 24.269 23.576 22.863

7.415 6.000 6.000 6.000 6.000

- 642 - 6.673 - 6.693 - 6.713 - 6.734

24.942 24.269 23.576 22.863 22.129

691 984 694 672 650

3,21% 4,00% 2,90% 2,89% 2,89%

-69-

Kasgeldlimiet en renterisico Zowel binnen de renterisiconorm als kasgeldlimiet is er voor 2024 ruimte om geld aan te trekken. Dit wordt hieronder verder toegelicht. Kortlopende financiering: kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een limiet aan het renterisico op korte termijn financiering. Vooral voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen in de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. Wij mogen in totaal niet meer dan 8,5% van de begrotingsomvang (totale lasten) aan leningen van korter dan 1 jaar hebben. Hieronder vallen dus de rekening courant bij de BNG (rood staan) en de aangetrokken kasgeldleningen. Dit maximum is wettelijk vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. De gemeente mag in 2024 maximaal € 5.502.000 aan kortlopende leningen aantrekken. Langlopende financiering: renterisicoberekening Om te voorkomen dat er jaarlijks grote wijzigingen zijn in de rentelasten, schrijft de Wet financiering decentrale overheden de renterisiconorm voor. De jaarlijkse aflossingen en wijzigingen in de rente (bijvoorbeeld bij een rentevastperiode) mogen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal zijn. De renterisiconorm voor het jaar 2024 is bepaald op € 12.946.000. Financieringsbehoefte Begin 2024 bedraagt het totaalbedrag aan opgenomen leningen 24,9 miljoen.

Tekorten in de exploitatie worden gefinancierd met kasgeldleningen. Wanneer de financieringsbehoefte hoger is, trekken we langlopende leningen aan. Hoe hoog de financieringsbehoefte daadwerkelijk wordt, is afhankelijk van het tijdstip waarop de uitgaven plaatsvinden en van de opbrengsten die we realiseren. Langlopende leningen gaan we in principe aan voor 10 jaar. Als er sprake is van een gunstig rentepercentage, onderzoeken we of een langere looptijd gewenst is. Geprognosticeerde balans

Prognose meerjarenbalans Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal activa

bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo 2022 2023 2024 2025 2026 2027

4.916 51.879 4.199 60.994

4.915 54.571 4.266 63.752

4.749 65.598 4.061 74.408

4.580 77.133 3.852 85.565

4.409 90.445 3.642 98.496

4.236 88.984 3.430 96.650

- 132 10.618 198 718 11.402

398 2.755 460 1.246 4.859

398 2.828 460 279 3.965

398 2.828 460 279 3.965

398 2.828 460 279 3.965

398 2.828 460 279 3.965

72.396

68.611

78.373

89.530

102.461

100.615

-70-

Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden van één jaar of langer Totaal vaste passiva Vlottende Passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva

16.567 12.104 24.179 52.850

14.349 12.290 26.465 53.105

14.805 12.493 28.620 55.918

14.794 12.854 40.426 68.074

11.176 13.216 60.093 84.484

6.126 13.578 62.872 82.575

13.375 6.171 19.546

10.986 4.520 15.506

12.059 10.396 22.455

12.383 9.073 21.456

10.300 7.677 17.977

10.479 7.561 18.040

72.396

68.611

78.373

89.530

102.461

100.615

EMU-saldo Het EMU-saldo is in 1992 door de Economische en Monetaire Unie ingevoerd om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden mogelijk te maken. Het EMU-saldo (ook wel begrotingssaldo genoemd) is de optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden. Volgens de regels van de EMU, zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort (het EMU-saldo) van een land niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden. Het EMU-saldo wordt dus vooral op landelijk niveau gebruikt. De gemeente is een decentrale overheid. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten in hun begroting ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken. Het EMU-saldo is voor de individuele gemeente echter geen sturingsvariabele. Dat komt omdat bij het EMU-saldo wordt gekeken naar het saldo van de begroting volgens het kasstelsel, naar welke geldstromen er in een jaar binnen komen en welke er uitgaan. De gemeente werkt echter met een baten-lasten stelsel, waarbij gestuurd wordt op een structureel sluitende (meerjaren)begroting. Door het verschil in gehanteerde stelsel kan het voorkomen dat bij een sluitende begroting, een gemeente toch een negatief EMU-saldo heeft.

Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo.

bedragen x € 1.000 Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) 1.

(+)

2. 3.

(-) (+)

4.

(-)

5.

(-)

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

Berekend EMU-saldo

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

- 107

456

27

- 3.580

- 5.012

7.329 197

16.926 203

17.551 362

- 1.760 362

- 3.437 362

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

7.419

17.585

17.939

- 4.979

- 8.087

-71-

3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheer Deze paragraaf beschrijft de voor de gemeente Wijk bij Duurstede relevante financiële risico’s, uitgaande van de actuele situatie, zowel in- als extern. Risicomanagement is een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Hierdoor is het mogelijk om bij besluitvorming eventuele risico’s op een juiste wijze te wegen. De afgelopen periode zijn we gestart met doorontwikkeling van ons risicomanagement. Tijdens de themasessie op 29 augustus 2023 is dit nader toegelicht aan de gemeenteraad. Voor deze begroting zijn de risico’s nog in kaart gebracht volgens de ‘oude’ werkwijze. Er is wel een actualisatie uitgevoerd. We gaan komend jaar verder met het verder ontwikkelen van ons risicobeheer. Deze paragraaf start met een toelichting op het doel van risicobeheer. Daarna wordt het risicoprofiel uiteengezet door de benodigde weerstandscapaciteit te relateren aan de beschikbare reserves. Vervolgens worden de belangrijkste risico’s weergegeven. Het kader is vastgelegd in nota Weerstandsvermogen 2006 en de Financiële verordening gemeente Wijk bij Duurstede 2020.

Doel van risicobeheer Risicobeheer is gericht op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid ten aanzien van de realiseerbaarheid van de gemeentelijke doelstellingen, de beheersing van risico’s in bedrijfsprocessen en projecten, de betrouwbaarheid van de financiële verslaglegging en de naleving van relevante wet- en regelgeving. Bij het nemen van belangrijke beslissingen met een onzekere uitkomst worden de risico’s overwogen alvorens tot een besluit te komen. Hierbij wordt dus expliciet de mate van risicoacceptatie bepaald en worden de financiële risico’s die van invloed zijn op de beleidsuitvoering inzichtelijk en beheersbaar gemaakt. Door het inzicht in de risico’s worden de raad, het college en de organisatie in staat gesteld om op een verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige ontwikkelingen/ investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Niet alle risico’s laten zich financieel vertalen. Er zijn diverse risico’s die geen financiële gevolgen hebben, maar wel belangrijk zijn om in beeld te hebben. In deze paragraaf ligt de nadruk op de financiële risico’s omdat aan de hand daarvan het weerstandsvermogen wordt bepaald. Dit is een wettelijke verplichting die uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) komt.

Om inzicht in de risico’s van de gemeente te verkrijgen, is een risico-inventarisatie uitgevoerd die twee keer per jaar wordt geactualiseerd. Door een risicosimulatie wordt het benodigde weerstandsvermogen berekend. De weerstandsratio geeft de verhouding weer tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit is een optelling van de algemene reserve, de post onvoorzien en de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit. Op basis van het risicobeleid is het gewenste weerstandsvermogen bepaald door de risico’s te kwantificeren naar hun maximale financiële impact maal de kans dat het risico zich voor kan doen. Hierbij zijn alleen risico’s meegenomen waarbij: • de kans dat het risico zich in werkelijkheid voordoet groter is dan 10%; • de kans maal de financiële impact minimaal € 50.000 bedraagt.

-72-

Voor de beoordeling is de onderstaande schaalindeling gehanteerd: Kans op risico Zeer klein Klein Middel Mogelijk Groot

Waardering 10% 30% 50% 65% 80%

Risico-inventarisatie In de volgende tabel zijn de gekwantificeerde risico’s samengevat per onderwerp en ingedeeld per type risico. De risico's worden aansluitend toegelicht. bedragen x € 1.000 Benodigde Toe- of weerstands afname capaciteit

Financieel gevolg (maximaal)

Kans

Bedrijfsrisico's 01. Kwetsbaarheid omvang gemeentelijke organisatie 02. Informatieveiligheid 03. Weerstandsvermogen verbonden partijen

500 300 500

Middel Mogelijk Klein

250 195 150

Gelijk Gelijk Gelijk

Eigendomsrisico’s 04. Huisvesting onderwijs

500

Zeer klein

50

Gelijk

Beleidsrisico’s 05. Rampen en Calamiteiten 06. Omgevingswet (implementatie en uitvoering) 07. Participatie, ontschotting RDWI 08. WSW, Rijks bezuiniging in takenpakket 09. Indexatie onderhoudscontracten / projecten 10. Onderhoud gebouwen 11. Risico uitvoering bezuiniging 12. Risico uitvoering bezuiningen jeugdzorg

1.000 300 200 500 1.000 1.000 1.700 700

Klein Klein Zeer klein Zeer klein Groot Mogelijk klein Mogelijk

300 90 20 50 800 650 510 455

Gelijk Gelijk Gelijk Gelijk Toename Gelijk Toename Toename

Aansprakelijkheidsrisico’s 13. Garantiestellingen leningen 14. Leningen sportfaciliteiten

3.000 1.098

Zeer klein Zeer klein

300 110

Gelijk Toename

3.930

-

Risico's

Benodigde weerstandscapaciteit

Toelichting op de risico’s: 01. Kwetsbaarheid omvang gemeentelijke organisatie Een kleine organisatie is relatief kwetsbaar. Bij ziekte en uitval van medewerkers is het lastig de continuïteit te waarborgen. De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en daarmee een voortdurende stroom van personeelsverloop leidt onder andere tot uitdagingen bij het handhaven van onze dienstverlening en een hoge mate van inhuur van extern personeel en expertise. 02. Informatieveiligheid Informatieveiligheid goed op orde brengen is een van de grote opgaves die voor ons ligt. Door vormen van cybercriminaliteit, maar ook uitvoering van de WOO heeft hier impact op. Goede veilige -73-

en structurele data geeft beter inzicht in de veiligheid, maar is ook beter geschikt voor gedeeltelijke automatisering van WOO verzoeken.In het lopende proces van risicomanagement zullen het bedrag en de kans nader worden geïnventariseerd. 03. Weerstandsvermogen verbonden partijen De in onze gemeente gebruikte verbonden partijen zijn zelf ook aansprakelijk voor risico’s. De risico’s die effect krijgen worden gedeeld door de deelnemers van de verbonden partij. Een hoog weerstandvermogen bij een verbonden partij is belangrijk om als deelnemer een lager risico te lopen, maar dit vermogen wordt gervormd door de bijdrage van een deelnemer. Blijft per partij een afweging hoeveel vermogen de verbonden partij mag aanhouden. Een aantal verbonden partijen hebben daarnaast geen weerstandscapaciteit opgebouwd; eventueel verlies wordt door de deelnemers afgewikkeld. 04. Huisvesting onderwijs Voor de huisvesting onderwijs is de verordening van toepassing. Door sterk stijgende bouwkosten voldoen de landelijke normeringen niet langer. In de bouwsector is sprake van schaarste zowel op het gebied van materialen als personeel. Het rijk en de VNG hebben gemeenten indringend geadviseerd om hier rekening mee te houden. 05. Rampen en Calamiteiten Door zowel natuurrampen als andere calamiteiten loopt ook de gemeente Wijk bij Duurstede een (financieel)risico.

We zien ook bij voorgaande jaren en bij andere gemeenten dat het rijk in voorkomende gevallen bijspringt. De kans dat een ramp of calamiteit zich voordoet is altijd aanwezig. De kwalificatie is gebaseerd op de financiële impact. 06. Omgevingswet (implementatie en uitvoering) Met ingang van 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De invoering heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering, met name op het gebied van personele bezetting, ICT, voorzieningen, legesopbrengsten en verbonden partijen. Van de totale financiële omvang is op dit moment nog geen compleet beeld beschikbaar. 07. Participatie, ontschotting RDWI De uitvoering van de Participatiewet is uitbesteed aan het RDWI waarbij door de samenwerkende gemeenten een vorm van risicodeling van toepassing is. Bij wijzigingen in de in-en uitstroom kunnen de verhoudingen tussen de gemeenten veranderen. Dit kan voor ons van invloed omdat er regionaal een vorm van risicodeling (ontschotting) is afgesproken. 08. Wet sociale werkvoorziening (Wsw), Rijksbezuiniging in takenpakket Het rijk voert een (oplopende) bezuiniging door op de Wsw-gelden. Het risico is aanwezig dat de kosten minder snel dalen dan de ingevoerde bezuiniging van het rijk. 9. Indexatie (onderhouds)contracten / projecten Periodiek terugkerende onderhoudswerkzaamheden voor het onderhoud van de openbare ruimte besteden wij grotendeels uit aan derde partijen.

Wij sluiten (meestal na een aanbesteding) met deze partijen contracten af voor de uitvoering van deze diensten. In deze contracten is het gebruikelijk om de tarieven na een jaar te kunnen indexeren, bijvoorbeeld vanwege loon-/kostenstijgingen. Contracten hebben verschillende looptijden en het moment waarop deze opnieuwe moeten worden afgesloten zijn verschillend. De huidige marktontwikkelingen zijn grillig, we verwachten dat prijsindeces voor 2024 fors hoger uitvallen dan de standaard indexatie zoals gehanteert bij de begroting. Uiteraard blijven we scherp aan de wind zeilen en houden we de marktontwikkelingen scherp in beeld.

-74-

10. Onderhoud gebouwen Voor het gebouwenonderhoud is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) aanwezig waarin alle geplande onderhoudswerkzaamheden zijn opgenomen. Het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd en geïndexeerd. Tot en met 2020 was hiervoor een voorziening groot onderhoud gebouwen aanwezig (in de Najaarsnota 2020 is deze omgezet in een reserve). Jaarlijks zijn (vaste) bedragen toegevoegd aan deze voorziening. Deze bedragen zijn in tegenstelling tot het MJOP echter niet jaarlijks geïndexeerd. Als het gemeentelijk vastgoed in de toekomst verduurzaamd gaat worden, zijn hier ook kosten aan verbonden. Deze duurzaamheidmaatregelen zijn tot op heden (nog) niet begroot. Het risico is vrij groot dat deze reserve niet toereikend is om alle bovengenoemde kosten te kunnen betalen. 11. Uitvoering bezuinigingen Voor 2024 wordt er voor ruim € 2,4 mln bezuinigd, waarvan € 700.00 op jeugdzorg. Het risico op bezuinigingen jeugdzorg hebben we separaat opgenomen, omdat de risico’s verschillend gekwalificeerd zijn. Het bezuinigingen op budgetten brengt risico’s met zich mee met betrekking tot uitvoerbaarheid en onvoorziene ontwikkelingen. Dit kan verschillen per maatregel. 12. Uitvoering bezuinigingen jeugdzorg Het risico van de bezuiniging voor de Jeugdhulp is als kans ‘mogelijk’ gezet.

Reden hiervoor is dat er binnen de jeughulp sprake is van een open einde regeling, daarnaast is de complexiteit toegenomen en neemt de duur van de zorg ook toe. 13. Garantiestelling leningen De gemeente staat garant voor het garantievermogen inzake de Wet Sociale Woningbouw (WSW). Daarnaast staat de gemeente garant voor een aantal leningen zonder WSW-achtervang. De gemeente heeft een waarborg op een financieringsovereenkomst van een geprivatiseerde sportinrichting verstrekt. Dit betreft een langlopende lening. 14. Leningen sportfaciliteiten De gemeente heeft een aantal langlopende leningen verstrekt ten behoeve van sportorganisaties. Bij de het bepalen van het risico houden we rekening met de bedrijfsvoering/continuïteit van de sportfaciliteiten. Gemeentefonds; te weinig middelen Deze is komen te vervallen. Met het vastzetten van het Accres op het niveau van 2022 voor 2026 is er een financieel ravijn gecreëerd. Daarnaast is de opschalingskorting die tot en met 2025 is bevroren nog niet van tafel, hetgeen voor 2026 ook een forse impact heeft. Dit lagere accres en de opschalingskorting zijn echter al verwerkt in de hoogte van de uitkering van het gemeentefonds van 2026 en 2027. Verontreinigingsincident riolering Deze is komen te vervallen. Saneringsdeel waarvoor de gemeente mogelijk een risico liep, is uitgevoerd.

Verdere sanering en kosten hiervan worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de provincie. Planschadeclaims Deze is komen te vervallen. Dit risico wordt opgenomen in de projectenontwikkeling. Jeugdzorg, volumestijging door open-einde-regelingen Deze is komen te vervallen. Dit risico is opgenomen onder het risico Bezuinigingen jeugdzorg.

-75-

Risicokaart Kans Zeer klein 10%

klein 30%

kleiner dan € 100.000

4,7,8

6, 7

€ 100.000 - € 250.000

13

3

€ 250.000 - € 500.000

14

Financieel gevolg (maximaal)

€ 500.000 - € 1.000.000

middel 50%

Mogelijk 65%

1

2

groot 80%

12 11

10

9

groter dan € 1000.000

Weerstandscapaciteit bedragen x € 1.000 Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve Post onvoorzien Onbenutte capaciteit OZB Beschikbare weerstandscapaciteit

6.319 75 519 6.913

5.012 75 704 5.791

4.158 75 340 4.573

Benodigde weerstandscapaciteit

3.859

3.875

3.930

Weerstandsvermogen

1,79

1,50

1,17

Weerstandscapaciteit

Voor bepalen van het benodigde weerstandsvermogen zijn alleen de nu bekende risico's meegenomen. Indien er nieuwe projecten worden gestart, kan het risicoprofiel veranderen en daarmee dus ook het benodigde weerstandsvermogen. Voor de kwalificatie van bovengenoemde ratio van het weerstandsvermogen wordt bij veel gemeenten onderstaande tabel gehanteerd:

Waardering weerstandsvermogen A B C D E F

Ratio > 2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

-76-

Kengetallen Om de horizontale verantwoording te versterken zijn gemeenten verplicht om een basis set van vijf financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in haar beoordeling van de financiële positie moet betrekken om daar een verantwoord oordeel over te kunnen geven. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan hun kaderstellende en controlerende rol. Het gebruik van kengetallen heeft geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincies of het rijk. Het gaat om de volgende kengetallen: • Netto schuldquote • Solvabiliteitsratio • Grondexploitatie • Structurele exploitatieruimte • Belastingcapaciteit; woonlasten meerpersoonshuishoudens

Kengetallen Verplichte kengetallen 1. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Overige kengetallen 6. Weerstandsratio

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 53,2%

58,1%

72,9%

93,8%

127,9%

134,7%

46,5%

51,7%

66,9%

87,9%

121,9%

129,0%

22,9% -0,2% 0,0% 119,6%

20,9% 0,6% 0,0% 111,2%

18,9% 0,6% 4,1% 107,2%

16,5% 0,6% 2,0%

10,9% 0,7% -5,9%

6,1% 0,7% -9,1%

1,79

1,49

1,15 nnb

nnb

nnb

Beoordeling van de kengetallen Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld niet per se een nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is daardoor niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. De kengetallen zijn daarom gezamenlijk opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Omdat de kengetallen in hun onderlinge relatie moeten worden bezien in de beoordeling van de financiële positie, worden deze voorzien van een toelichting. Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen (baten exclusief mutaties in de reserves) en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Objectief gezien is de netto schuldquote van de gemeente Wijk bij Duurstede niet hoog (een netto schuld van maximaal 90% wordt als aanvaardbaar gezien).

-77-

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Overigens zegt dit kengetal niets over de looptijd, courantheid en risico’s van de betreffende grondexploitaties. In de paragraaf grondbeleid wordt daar nader op ingegaan. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit; woonlasten meerpersoonshuishoudens Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing). Bij de heffingen wordt gestreefd naar kostendekkende tarieven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13267166/1