Bijlagen bij toelichting - Verzamelplan Wijk bij Duurstede 2023
Tekst van het document
vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven
uitgewerkt voor de volgende fysieke gebieden: het Veenweidegebied,
gemeente Wijk bij Duurstede houdende regels omtrent Water- en
en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering
Rivierengebied, Stad, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei en
rioleringsplan 2020-2024, deze is echter op dit moment nog niet in werking
zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het
Randmeren.
getreden. In deze paragraaf wordt toch aan dit beleidsstuk getoetst
kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke
aangezien het besluit positief was.In het Water- en rioleringsplan 2020-
inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven.
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden - Waterkoers 2016-2021
2024 staat opgenomen dat perceeleigenaren in principe op eigen terrein
Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft zijn digitale
het hemelwater bergen of verwerken. Hierin wordt de volgorde
rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van
waterbeheerplan, getiteld 'Waterkoers 2016 - 2021', vastgesteld. Hierin
‘vasthouden-bergen-afvoeren’ gevolgd.
watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte
legt het Hoogheemraadschap zijn koers voor de periode 2016 - 2021 op
geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en
hoofdlijnen vast. De Waterkoers 2016 - 2021 is een omslag in denken. Het
waterkwaliteit.
is niet meer vanzelfsprekend dat het Hoogheemraadschap alles wat met
Provinciaal beleid - Bodem-, en Waterprogramma
4.8.2
Onderzoek
water te maken heeft, zelf oppakt, bepaalt of betaalt. Het motto is van
In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat het
'zorgen voor' naar 'samen doen'.
bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een plan daarbij overleg pleegt met onder andere de waterschappen. In artikel 3.1.6 (Bro)
Op 9 februari 2022 heeft de provincie het Bodem- en Waterprogramma vastgesteld. Het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027
De waterkoers is een middel om het gesprek aan te gaan met partners in
is aangegeven dat in de toelichting van een plan is beschreven op welke
(BWP) bundelt het provinciaal bodem- en waterbeleid in één programma.
het gebied. Het Hoogheemraadschap werkt samen met medeoverheden,
wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de
Het vervangt de bodem- en wateronderdelen uit het Bodem-, Water- en
belangen- en maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners aan
waterhuishouding.
Milieuplan 2016-2021. In het programma wordt invulling gegeven aan het
een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Maatschappelijke
wettelijk verplichte Regionaal Waterprogramma en worden ambities en
ontwikkelingen bepalen de prioriteiten in het werk. De Waterkoers is
Oppervlaktewater
beleid uit de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht uitgewerkt.
opgesteld aan de hand van een zogenaamde piramide. Daarin wordt de
In navolgende afbeelding is een uitsnede van de legger van het
relatie gelegd tussen de maatschappelijke behoeften en het
waterschap weergegeven. Rondom het plangebied is oppervlaktewater in
De provincie heeft in het plan de volgende thema’s uitgewerkt:
Ruimtelijke onderbouwing Gooyerdijk 9, Langbroek
de categorie ‘tertiair’ aanwezig. Dit zijn kleine watergangen die niet primair
19
of secundair zijn. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op deze
Het dakwater en terreinwater wordt via oppervlaktewater afgevoerd.
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet
watergangen.
Daarnaast wordt een watertank toegevoegd aan de voorzijde van de
is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De
schuur wat ervoor zorgt dat de opslag van water mogelijk wordt. Deze
bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in
Verhard oppervlak
waterbuffer draagt bij aan de watervoorraden van de omgeving en sluit
situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de
Met het planvoornemen wordt geen extra verhard oppervlak aangebracht.
aan bij de visie van de gemeente Wijk bij Duurstede betreffende het
verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer
De nieuwe schuur blijft immers van even grote oppervlakte (84 m2) als de
uitbreiden van wateropslag (Omgevingsvisie Kromme Rijngebied, 2016).
archeologische resten in situ behouden.
Advies waterschap
Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld
In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan het
of archeologische en cultuurhistorische waarden in het geding raken.
bestaande schuur. Gezien er geen sprake is van een toename aan verhard oppervlakte zijn mitigerende maatregelen niet noodzakelijk. Afvalwater
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Zij adviseren voor deze
Het mogelijk maken van de agrarische bedrijvigheid heeft, gezien de
ontwikkeling hemelwater zoveel mogelijk te laten afstromen richting het
kleinschaligheid, weinig tot geen effect op het afvalwater. Wanneer er een
omliggende groen, waar het kan infiltreren in de bodem. Tevens raden zij
lozingstoestel in de schuur komt, wordt deze aangesloten op de
aan geen gebruik te maken van uitlogende materialen, zoals zink om
Archeologie
gemeentelijke drukriolering.
vervuiling van het (grond)water te voorkomen. Bij de uitwerking van de
Voor het grondgebied van de gemeente Wijk bij Duurstede is een
plannen zal hiermee rekening gehouden worden.
gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische inventarisatiekaart
4.9.2
Onderzoek
opgesteld. Deze gebieden zijn ook opgenomen in het vigerende 4.8.3
Conclusie
Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
4.9.1
Toetsingskader
bestemmingsplan. Het plangebied ligt op de gemeentelijke archeologische maatregelenkaart in een Archeologisch waardevol gebied 5: Verwachtingswaarde archeologie - laag. In deze zone zijn alle bodemingrepen vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in
ontwikkeling aangezien er geen bodemingrepen worden uitgevoerd.
de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving
Ingeval archeologische resten worden aangetroffen dient dit op grond van artikel 5.1 van de Ergoedwet onmiddellijk te worden gemeld aan de Minister van OC&W, door tussenkomst van gemeente.
gaan naar de Omgevingswet die in 2024 van kracht wordt. Voor deze Figuur 12 Uitsnede legger, schuur globaal rood omcirkeld
onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling
Hemelwater
opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing Gooyerdijk 9, Langbroek
De vondst dient gedurende 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld of gehouden voor wetenschappelijk onderzoek.
20
4.11.2
Onderzoek
Cultuurhistorie
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de gebruiksfase en de
Voor de toetsing is de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie
aanlegfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee
Utrecht geraadpleegd. De locatie ligt binnen “CHS – historische
kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden
Bij onderhavig planvoornemen is geen sprake van een ‘nieuwe stedelijk
buitenplaatszone”. Het feit dat het gebied is aangeduid als “CHS –
vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
ontwikkeling’, gezien er maar beperkt wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Mede gelet op de jurisprudentie van de Afdeling en
historische buitenplaatszone” heeft geen invloed op de herbouw van de schuur. 4.9.3
Conclusie
Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de
diverse rechtbanken, kan daarom gesteld worden dat het initiatief niet kan
ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er
worden aangemerkt als een ‘’stedelijk ontwikkelingsproject’’ als bedoeld in
van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn,
categorie D11.2 van het Besluit m.e.r.. Er is geen m.e.r.(beoordelings)-
geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.
procedure noodzakelijk. Er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit
De aspecten ‘Archeologie’ en ‘Cultuurhistorie’ zorgen niet voor belemmeringen voor onderhavige omgevingsvergunning.
4.10 4.10.1
genomen te worden. Daarbij zijn in voorgaande paragrafen van dit 4.10.3
Conclusie
Het aspect ‘Stikstof’ vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan.
Stikstof
hoofdstuk zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling inderdaad geen sprake zal zijn van nadelige milieugevolgen.
4.11
Toetsing besluit m.e.r.
4.11.1
Toetsingskader
Toetsingskader
4.11.3
Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State bepaald dat het Programma
Conclusie
Er is geen m.e.r.(beoordelings)-procedure noodzakelijk.
Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis voor toestemming mag worden
Een milieueffectrapportage-beoordeling (m.e.r.-beoordeling) is een toets
gebruikt voor het onderdeel Natura 2000 (gebiedsbescherming) van de
van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke
Wet natuurbescherming. Per plan dient aangetoond te worden dat er geen
nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat
toename is van de stikstofdepositie.
er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen.
Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese
In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is omschreven in
natuurbeschermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
welke gevallen een m.e.r. (beoordelings)procedure gevolgd moet worden.
van State heeft daardoor geconstateerd dat de bouwvrijstelling niet meer
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten
gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Hierdoor dient naast de
opgenomen waarvoor respectievelijk een m.e.r.-procedure of m.e.r.-
gebruiksfase ook de aanlegfase berekend te worden.
beoordelingsprocedure doorlopen moet worden. Met betrekking tot stedelijke ontwikkelingsprojecten moet op grond van D11.2 bij het
4.10.2
Onderzoek
ruimtelijk plan een plan-MER opgesteld worden bij de stedelijke
Een stikstofdepositieonderzoek is uitgevoerd (d.d. 17 mei 2023). Dit
ontwikkelingsprojecten als de activiteit betrekking heeft op:
onderzoek is opgenomen in de bijlagen. Hieronder worden de
een oppervlakte van 100 hectare of meer;
belangrijkste resultaten beschreven.
een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer;
een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Ruimtelijke onderbouwing Gooyerdijk 9, Langbroek
21
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1.1
Omgevingsdialoog
Het plan is met de buren besproken. Zij zijn akkoord met de plannen en zien het vervangen van de verouderde schuur als kwalitatieve impuls.
Ruimtelijke onderbouwing Gooyerdijk 9, Langbroek
22
6
Conclusie
Het initiatief beoogt een bestaande oude schuur van 84 m2 te amoveren en een nieuwe schuur te bouwen om lokaal geteelde voedselproducten te verwerken met een bijbehorende kleinschalige kantoorruimte op de Gooyerdijk 9 te Langbroek. Het initiatief zal juridisch planologisch mogelijk worden gemaakt in het Verzamelplan 2023. Er is beoordeeld of de ontwikkelingen passen in het beleid van het rijk, de provincie en gemeente. Voorts is gekeken of de ontwikkeling op de locatie passend is en of er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van waarden, functies en belangen in de omgeving. Uit deze afwegingen blijkt dat er geen belemmeringen zijn om het initiatief te realiseren.
Ruimtelijke onderbouwing Gooyerdijk 9, Langbroek
23
Bijlage 1 - Quickscan flora en fauna
Ruimtelijke onderbouwing Gooyerdijk 9, Langbroek
24
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek datum 14 februari 2024 projectnummer P06422 opdrachtgever Gemeente Wijk bij Duurstede BRO projectleider RFe opgesteld door RBO interne controle RdM bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
2
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
Planbeschrijving
5
2.1 2.2 2.3 2.4
5 5 7 7
Huidige situatie Toekomstige situatie Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
3
Toetsing beschermde houtopstanden
4
Toetsing soortenbescherming
9
4.1
10
Vogels 4.1.1
4.2
4.2.1
4.3
5
Toetsing
14
7
Geraadpleegde bronnen
15
8
10
10 10
11 11
11 11
11 12
Toetsing
12
12 12
Vaatplanten
12
4.8.1
12
Toetsing
Conclusie 5.1
Samenvatting
12
Ongewervelde diersoorten 4.7.1
4.8
Toetsing
Vissen 4.6.1
4.7
Toetsing
Amfibieën 4.5.1
4.6
Toetsing
Reptielen 4.4.1
4.5
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren 4.3.1
4.4
Toetsing
Vleermuizen
6
13
Vervolgtraject en advies
13
5.1.1
13
AERIUS-berekening
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de verbouwing van een schuur, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 13 juni 2023 tussen 12.00 – 14.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 27,5°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een oost-noordoos-
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
ter wind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Utrecht geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Gooyerdijk 9 te Langbroek. Met name groen en agrarische percelen omringen het plangebied. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit een vervallen schuur, behorende bij de naastgelegen woning. De schuur wordt met name gebruikt voor opslag. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie zal de huidige schuur verbouwd worden, hierbij
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
zal een gedeelte van de schuur omgebouwd worden tot een kleinschalig kantoor. Ook zal de binnenzijde van de schuur worden ingericht als een kleine HACCP ruimte. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
5
Figuur 4: Voorzijde schuur gezien vanuit het zuidoosten
Figuur 5: Voorzijde schuur gezien vanuit het noordoosten
Figuur 6: Zijkant schuur gezien vanuit zuidelijke hoek
Figuur 7: Achterzijde schuur vanuit zuidwestelijke hoek
Figuur 8: Zijkant schuur gezien vanuit noordelijke hoek
Figuur 9: Binnenzijde schuur
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
6
2.3
Wettelijke gebiedsbescherming
werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische
2015’. Voorliggend bestemmingsplan zorgt voor een zeer beperkte toe-
begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het
name aan bouwoppervlakte ten opzichte hiervan, namelijk 9 m2. Hierbij
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Het
geldt dat de bestaande bebouwing al een oppervlakte heeft van gelijke
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-
netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden
omvang. Deze (beperkte) uitbreiding bevindt zich volledig binnen het erf,
richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd
en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met
en hierbij gaan redelijkerwijs geen natuurwaarden van het NNN verloren.
als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-
elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten
jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-
in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten
Door de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities
den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-
hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen wor-
redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waar-
jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op
den tegengegaan met mitigerende maatregelen.
den van het NNN niet worden aangetast.”
de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is gelegen binnen het NNN (zie figuur 11). De woning is in Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
1725 gebouwd. De voornemens te renoveren schuur is in 1975 bijge-
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
bouwd, ver voordat het gebied als NNN is aangemerkt. De bestemming
2000-gebied, “Kolland & Overlangbroek”, bevindt zich op circa 1 kilometer
van het perceel betreft daarnaast “wonen”. In artikel 6.3 lid 2 van de Inte-
afstand ten zuiden van het projectgebied (zie figuur 11). Indien er sprake
rim Omgevingsverordening 2021 van de provincie Utrecht is daarnaast op-
zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van sto-
genomen dat onder de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland niet
ringsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede
bestaande legale bebouwing, erven en verhardingen wordt bedoeld. De
gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van
begrenzing lijkt daarmee foutief te zijn.
aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Er is binnen het Natuurbeheerplan 2024 van de provincie Utrecht geen haGezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stik-
bitattype toegewezen aan het terrein van de Gooyerdijk 9 (figuur 10). Er
stofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde,
zijn daarmee geen doelstellingen aan het perceel gekoppeld. De ontwikke-
waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een
ling bevindt zich volledig in de achtertuin van het woonperceel. Deze be-
Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect
staat uit de te slopen schuur, met hier omheen licht verruigd grasland wat
stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS
regelmatig wordt gemaaid. Het gebied heeft nooit een natuurbestemming
Calculator.
gehad, noch heeft hier gericht beheer op plaatsgevonden. De kenmerken
2.4
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedepu-
en waarden zijn daarmee zeer beperkt, aangezien het gebruik zich richt op de woonfunctie. De functie voor het naastgelegen NNN (N10.02 Vochtig hooiland) is eveneens beperkt. Dit beheertype is niet aanwezig.
teerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net
De mogelijkheid tot het exploiteren van een bedrijf-aan-huis is reeds (binnenplans na verlening van een omgevingsvergunning) toegestaan binnen de bestaande woonbestemming tot een grootte van 75 m² in vrijstaande bijgebouwen. Zie hiervoor artikel 23.3.3 bestemmingsplan ‘Buitengebied
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
Figuur 10: Natuurbeheerplan kaart met het plangebied (rood), te ontwikkelen natuur (bruin en geel) en N10.02 Vochtig hooiland (groen)
7
3
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien er geen (onderdelen van) houtopstanden verwijderd worden in de toekomstplannen is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
Figuur 11:
Ligging NNN (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
8
4
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie
Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil bin-
de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht
nen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met
houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade
een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen.
aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen
kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-
bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt
ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(artikel 3.5 Wnb)
(artikel 3.10 Wnb)
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit
gen Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
lingen per regime weergegeven.
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-
-
de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en
fende vogelsoort
de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In
-
het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
9
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
rond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en rans-
de schuur. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen aangetroffen die
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
uil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst,
wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen zoals de gewone grootoor-
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen.
vleermuis in de vorm van vraatsporen en/of ontlasting (figuur 11 t/m 13).
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
De bomen binnen en rond het plangebied bevatten geen holten, kieren of
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
4.1.1
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een
verblijfplaats van een boombewonende vleermuissoort. Wel kan dit op-
den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden
jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel
gaand groen rond het plangebied mogelijk dienen als (niet-essentieel) foe-
op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-
nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-
rageergebied en/of vliegroutes.
standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-
fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand
fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen
4.2.1
overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de
De schuur bevat geen potentiële rust- of verblijfplaatsen voor vleermuis-
4.1
Vogels
Toetsing
loshangede stukken schors, waardoor de aanwezigheid van een rust- of
Toetsing
Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het
soorten. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen
Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-
broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot
sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of
terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-
half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid
verblijfplaatsen. Wel kan het opgaande groen rond het plangebied moge-
lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-
van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de
lijk dienen als een vliegroutes en/of foerageergebied voor een of meerdere
ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode
aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld
soorten vleermuizen. Licht gericht of uitstralend hierop dient te worden
in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw
voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat
bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de
veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-
functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-
standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-
4.2
Vleermuizen
doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,
Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-
zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,
De schuur op het terrein heeft meerdere kieren/gaten in het dak. Echter
rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis,
ontbreken bij de schuur dakbeschot of spouwmuren. Verder zijn er geen
franjestaart en watervleermuis.
nesten of resten van een nest aan de binnenzijde van de schuur en tussen de steunbalken aangetroffen. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten
Bij de schuur ontbreekt dakbeschot onder de dakpannen. Bovendien is er
als huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. Binnen de schuur zijn
geen spouwmuur aanwezig. Hierdoor zijn er geen geschikte ruimtes in de
daarnaast geen sporen, zoals braakballen of krijtsporen, aangetroffen die
schuur die kunnen dienen als verblijfplaatsen voor vleermuizen. Daarnaast
wijzen op het gebruik van de schuur door een uilensoort. In de opgaande
ontbreken alle ruiten, missen er gedeeltes van de gevels en is er veel
beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaar-
ruimte tussen de dakpannen, waardoor er geen bufferende werking van temperatuur aanwezig is. Door deze openingen is er tevens tocht binnen
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
Figuur 12:
Noordelijk overzicht binnenzijde schuur
10
vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als in de toekomstige situa-
begroeide oevers. Dit habitat is binnen het plangebied eveneens niet aan-
tie, om verstoring te voorkomen.
wezig waardoor het geen geschikt leefgebied vormt voor deze soort. Dit is
4.3
Grondgebonden zoogdieren
ook de reden dat de aanwezigheid van de bever redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondge-
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-
bonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of
dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-
het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.
den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-
4.3.1
geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van
vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-
niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-
plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-
bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-
doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name
stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-
een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen
treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is
kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-
worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-
teel) aanwezige individuen.
Toetsing
legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaFiguur 12:
Zuidelijk overzicht binnenzijde schuur
ten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst
4.4
Reptielen
naar buiten het werkgebied.
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm, levendbarende ha-
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-
gedis, ringslang en zandhagedis. De waarnemingen hebben betrekking op
gebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, wezel, boommarter,
de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe om-
steenmarter, eekhoorn, das, waterspitsmuis en bever voor. Gezien de be-
geving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen er-
perkte omvang, het feit dat de schuur wordt gebruikt als opslag en er geen
van binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
sporen, zoals uitwerpselen, prooiresten of nesten, zijn aangetroffen, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterach-
4.4.1
tigen. Er zijn tevens geen holen of nesten binnen de bebouwing, in de
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op
grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil-
voorhand uitgesloten.
of nestplaats voor boommarter of steenmarter. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig
4.5
Toetsing
Amfibieën
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker,
Figuur 133: Overzicht binnenzijde schuur gezien vanuit het oosten
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
11
heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor
4.7.1
de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde onge-
redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend
wervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten
individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.
4.8
Toetsing
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten be4.5.1
kend als dennenorchis, glad biggenkruid, kartuizer anjer, korensla en
Toetsing
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-
wolfskers. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun
bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat
standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de
van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook
aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitge-
uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-
sloten.
lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. 4.8.1
4.6
Vissen
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan
planten zijn op voorhand uitgesloten.
deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. 4.6.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
4.7
Ongewervelde diersoorten
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, sleedoornpage, teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel en rivierrombout. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
12
5
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden;
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
5.1
Vervolgtraject en advies
5.1.1
AERIUS-berekening
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan, graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW). Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanlegfase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personenauto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie.
Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
13
6
Samenvatting
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 1 km
Mogelijk
AERIUS-berekening
Uitvoering mogelijk indien
gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatrege-
uitkomst onder 0,00
len noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor
mol/ha/j
bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 3 km
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Jaarrond be-
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp
Globale broedseizoen loopt van maart tot
maken of controle vooraf
half augustus
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Ja
Te voorkomen
Verlichting gericht of uitschijnend op op-
Verlichting kan een negatief effect hebben
Vliegroutes
Ja
Te voorkomen
gaand groen vermijden
op foerageer- en vliegroutefuncties
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de ge-
schermd Vleermuizen
wone pad Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
14
7
Geraadpleegde bronnen
https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/natuurbeheer (natuurbeheerplan Utrecht)
Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.
huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming) Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Provinciale bronnen https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/natuurnetwerk-nederland-nnn / (NNN Utrecht)
Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
15
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Gooyerdijk 9 te Langbroek
16
Bijlage 2 - Stikstofdepositieonderzoek
Ruimtelijke onderbouwing Gooyerdijk 9, Langbroek
25
notitie
projectnaam AERIUS-berekening Verzamelplan 2023 Wijk bij Duurstede datum 17 mei 2023 projectnummer P04585 opdrachtgever MAS Architectuur B.V. Opgesteld door EBa
1. Inleiding Aan Gooyerdijk 9 te Langbroek en aan de Nachtdijk 1a te Cothen wor-
Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11
den twee ontwikkelingen beoogd. Aan de Gooyerdijk wordt de
van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient vol-
sloop/nieuwbouw van een schuur beoogt voor de verwerking van lokale
doende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder
agrarische streekproducten, ondergeschikt aan de woonfunctie. Aan de
meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel moge-
Nachtdijk wordt de bouw van een nieuwe woning in een bestaande hooi-
lijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kun-
schuur, de splitsing van een boerderij in 2 woningen. Hiermee zullen
nen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet
drie nieuwe woningen worden gerealiseerd. Tevens zal er extra berging
natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten be-
worden gerealiseerd in een schuur. Deze plannen worden gezamenlijk
vat om schadelijke handelingen in Natura 2000-gebieden te beperken.
in het Verzamelplan 2023 in procedure gebracht. In verband met be-
Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoorde-
stemmingsplanwijziging is het van belang om inzicht te hebben of met
lijkheid vast te leggen, die eenieder heeft voor een zorgvuldige omgang
onderhavige ontwikkeling sprake is van stikstofdepositie in zowel de
met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.
aanleg als de gebruiksfase op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Doorwerking plangebied
2. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden
Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
Wettelijk kader
aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura
Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuur-
2000-gebieden van het projectgebied ‘Gooyerdijk 9’ is ‘Kolland & Over-
gebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna,
lagbroek’ op circa 1,2 km afstand en ‘Rijktakken’ op circa 2,8 km af-
door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelricht-
stand. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden van het projectge-
lijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de
bied ‘Nachtdijk 1a’ is ‘Rijntakken’ op circa 7,3 km afstand en ‘Kolland &
aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied in-
Overlangbroek’ op circa 7,9 km afstand. De ligging van de locatie is
standhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats
weergegeven in figuur 1 (volgende pagina).
vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is
Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99 info@bro.nl www.bro.nl
het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te
Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zo-
verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Na-
als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de
tura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats
afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uit-
van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect
gesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van wo-
kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ver-
ningen en overige bouwwerkzaamheden betreft, kan een significante
der geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plan-
toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op
nen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura
omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op
2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden in-
voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstof-
dien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuur-
depositieberekening benodigd.
bescherming).
1/8
3. Het planvoornemen Ter plaatse Gooyerdijk 9 wordt een bestaande schuur gesloopt van 84 m2 en opnieuw opgebouwd. De schuur zal worden gebruikt voor het verwerken van lokale streekproducten en is ondergeschikt aan de woonfunctie van het huis. Ter plaatse de Nachtdijk 1a te Cothen wordt een bestaande boerderij gesplitst in twee woningen. In een bestaande schuur en de hooiberg worden ook elk een woning gerealiseerd. Tevens zal er een nieuwe kapschuur ter behoeve van berging voor de woningen worden gerealiseerd van maximaal 200 m2.
Plangebied Gooyerdijk Plangebied Nachtdijk
Figuur 1 Ligging plangebed ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS-calculator)
AERIUS-berekening Verzamelplan 2023 Wijk bij Duurstede
2/8
4. AERIUS-berekening
nieuwe schuur/opslag gerealiseerd. Bij het planvoornemen wordt ge-
Hierin is “B” het brandstofverbruik in [L/u], volgens de relatie op basis
Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege
bruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeers-
van het AUB rapport van TNO2 en is “Pmax” het maximale vermogen van
stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit
bewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emis-
het werktuig [kW]. Voor de inzet van mobiele werktuigen is gerekend
deze berekening blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase
sie is berekend. Het bouwproces neemt naar verwachting minder dan
met Stageklasse V die ten tijde van de realisatie gemiddeld 5 - 6 jaar
géén rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen is de
een jaar in beslag voor de bouwfase. Er is uitgegaan van een het bouw-
oud zijn. Mogelijke elektrische werktuigen worden niet meegenomen in
door AERIUS gegenereerde rapportage voor de aanlegfase en ge-
jaar 2023.
de AERIUS-berekening omdat ze niet leiden tot een depositie van stikstof. Zie hiervoor tabel 1 (volgende pagina) en bijgevoegde AERIUS-
bruiksfase opgenomen. In het voorliggende document worden de inge(Mobiele) werktuigen
voerde gegevens kort toegelicht.
rapportages.
Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld Aanlegfase Ter plaatse van de Gooyerdijk 9 wordt een schuur van 84 m2 gesloopt en een nieuwe schuur gebouwd. De sloop van de schuur zal grotendeels handmatig gedaan worden. Ter plaatse van Nachtdijk 1a wordt
gebruik van mobiele werktuigen bij bouw van een verblijfsgebouw van
Verkeer sloop, bouw en aanleg
soortgelijke grootte. Gezien de ontwikkelaar geen gegevens met betrek-
Ten behoeve van de herontwikkeling vinden ook verkeersbewegingen
king tot de aanlegfase beschikbaar heeft, is uitgegaan van kencijfers en
plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale
ervaringscijfers uit referentieprojecten uitgevoerd door BRO. Het brand-
verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 2.
stofverbruik is berekend aan de hand van de volgende formule uit het
een boerderij gesplitst tot 2 woningen en een woning wordt gerealiseerd in een bestaand gebouw. Tevens wordt er een woning gerealiseerd in
“Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022” (januari 2023,
Gooyerdijk 9
BIJ12):
De eerste lijnbron loopt over de Gooyerdijk richting het westen, tot aan
de oude hooiopslag. Dit zijn grotendeels interne verbouwingen waarvoor
de kruising met de langbroekerweg, waar het verkeer verder kan gaan
(weinig) mobiele werktuigen noodzakelijk zijn. Ten slotte wordt er een
richting de N227 en de kern Langbroek. De tweede lijnbron gaat over de
Tabel 1 Mobiele werktuigen aanlegfase Vermogen (kW)
Draaiuren
Brandstofverbruik per uur1
Tot. Brandstofverbruik (liters)
AdBlue
Totale emissie (kg NOx/j)
Totale emissie (g NH3/j)
Diesel
80
16
8,14
130
-
4,4
31,2
va 2015
Diesel
60
16
6,24
100
-
3,4
24
Heftruck
va 2015
Diesel
60
36
6,24
225
-
7,6
54
Hoogwerker
va 2015
Diesel
80
16
8,14
130
-
4,4
31,2
Verreiker
va 2015
Diesel
100
16
10,04
161
-
5,4
38,6
Werktuig
Bouwjaar
Brandstof
Graafmachine
va 2015
Shovel
Gooyerdijk 9 te Langbroek
Nachtdijk 1a te Cothen
1 2
Berekend aan de hand van formule uit hoofdstuk 8.4 van: BIJ12 in opdracht van RIVM, ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022’ (januari 2023), p. 44. Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305, p. 26
AERIUS-berekening Verzamelplan 2023 Wijk bij Duurstede
3/8
Tabel 2 Bouwverkeer aanlegfase (totaal) Bouwverkeer
Gooyerdijk 9
Nachtdijk 1a
(Mvt./jaar)
(Mvt./jaar)
Bedrijfsbusjes (licht verkeer)
80
300
Middelzwaar verkeer
30
80
Zwaar vrachtverkeer
4
60
Gebruiksfase
ningen. Tabel 3 weergeeft de verkeersgeneratie van de beoogde situa-
Gooyerdijk 9
tie. De verkeersgeneratie komt uit op maximaal (afgerond) 34 verkeers-
Ter plaatse van Gooyerdijk 9 wordt een bestaande schuur vervangen
bewegingen per etmaal.
voor een nieuwe schuur ter behoeve van de verwerking van lokaal geteelde agrarische producten. De nieuwbouw zal gasloos worden ontwik-
De verkeersbewegingen zijn als lijnbron over de aanliggende wegen ge-
keld. Deze bebouwing zorgt dan ook niet voor een emissie van stikstof.
modelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn in-
Er is geen sprake van een verkeersaanrtekkende werking. Volledig-
gevoerd tot de dichtstbijzijnde grotere doorgaande weg.
heidshalve zijn er twee verkeersbewegingen per etmaal opgenomen in Gooyerdijk 9
de AERIUS-berekening voor mogelijk.
De eerste lijnbron loopt over de Gooyerdijk richting het westen, tot aan
Gooyerdijk richting het oosten tot de kruising met de Amerongerwetering waar het verkeer verder in de richting van de kern Leersum en de N225
Nachtdijk 1a
de kruising met de langbroekerweg, waar het verkeer verder kan gaan
kan gaan. Hier is het verkeer is opgegaan in het heersend verkeers-
De nieuwbouw zal gasloos worden ontwikkeld. Deze bebouwing zorgt
richting de N227 en de kern Langbroek. De tweede lijnbron gaat over de
beeld.
dan ook niet voor een emissie van stikstof. Wel zorgt de bouw van ver-
Gooyerdijk richting het oosten tot de kruising met de Amerongerwetering
groting van de verkeersgeneratie. De toename van de verkeersgenera-
waar het verkeer verder in de richting van de kern Leersum en de N225
Nachtdijk 1a
tie zorgt zodoende voor een stikstofemissie. Er is er voor de gebruiks-
kan gaan. Hier is het verkeer is opgegaan in het heersend verkeers-
De eerste lijnbron loopt over de Nachtdijk richting het noorden, tot aan
fase is uitgegaan van het rekenjaar 2024.
beeld.
Tabel 3: Verkeersgeneratie toekomstige situatie
Nachtdijk 1a
de kruising met de Tuurdijk, waar het verkeer verder gaat richting de N229 en de kernen Cothen en Leebrug. De tweede lijnbron gaat over de Nachtdijk tot de kruising met de Kapelleweg. Bij deze kruisingen is het
De eerste lijnbron loopt over de Nachtdijk richting het noorden, tot aan
Type
Aantal
Norm (maximaal)
Verkeersgeneratie
2
8,2 / woning
zal gaan.
Grondgebonden twee-onder-een-kap woningen
16,4 mvt/etmaal
2
8,6 / woning
17,2 mvt/etmaal
verkeer opgegaan in het heersend verkeersbeeld. Het is de verwachting
Conclusie
Grondgebonden vrijstaande woning
Het rekenresultaat is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j voor beide fases. De
Totaal
4
33,4
zal gaan.
verkeer opgegaan in het heersend verkeersbeeld. Het is de verwachting dat het grootste aandeel van het verkeer via de noordwestelijke route
de kruising met de Tuurdijk, waar het verkeer verder gaat richting de N229 en de kernen Cothen en Leebrug. De tweede lijnbron gaat over de Nachtdijk tot de kruising met de Kapelleweg. Bij deze kruisingen is het dat het grootste aandeel van het verkeer via de noordwestelijke route
aanlegfase zorgt dan ook niet voor negatieve effecten op Natura 2000gebieden. Hoewel de berekening uitkomt, kan worden gekozen om de
De nieuwe woningen zorgen voor een vergroting van de verkeersbewe-
Volledigheidshalve is 100% van het verkeer over beide routes gemodel-
mobiele werktuigen op diesel te voorzien van 6% AdBlue om de stikstof-
gingen. De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de kencij-
leerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk
dioxide (NOx) uitstoot te verlagen en/of elektrische mobiele werktuigen
fers van de CROW-381 publicatie. Hierbij is uitgegaan van de zone ‘Bui-
plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de be-
in te zetten.
tengebied’ en een stedelijkheidsgraad van ‘Niet stedelijk’ (CBS 2016).
wegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar
Tevens is er, worst-case, uitgegaan van de maximale generatie van
de bijgevoegde AERIUS-rapportage.
twee vrijstaande koopwoningen en twee twee-onder-een-kap koopwo-
AERIUS-berekening Verzamelplan 2023 Wijk bij Duurstede
4/8
Conclusie Het rekenresultaat met de ingevoerde verkeersbewegingen is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De gebruiksfase zorgt dan ook niet voor negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.
5. Resultaten en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de gebruiksfase en de aanlegfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.
AERIUS-berekening Verzamelplan 2023 Wijk bij Duurstede
5/8
Bijlage 1 - AERIUS-stikstofberekening aanlegfase
AERIUS-berekening Verzamelplan 2023 Wijk bij Duurstede
6/8
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.