CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B Toelichting herontwikkeling Hoogstraat, De Heul en Langbroekseweg

Raadsvergadering 19 april 2022, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Bestemmingsplan Herontwikkeling Hoogstraat, De Heul en Langbroekseweg28.615 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Uitwendige diameter

Werkdruk

Invloedsgebied

aardgasleiding W-519-08

6,61 inch

Invloedsgebied

Afstand tot ontwikkellocatie

100%-

1%-

letaliteitsgrens

letaliteitsgrens

50 meter

80 meter

40,00 bar

 150 meter

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkellocatie buiten het invloedsgebied van de buisleiding valt, een nadere beschouwing is derhalve niet noodzakelijk. Dit type risicobron vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Transport over spoor Binnen een straal van 1,5 kilometer van de ontwikkellocatie bevinden zich geen risicobronnen in de vorm van spoortrajecten. Een nadere beschouwing naar spoortrajecten is derhalve niet noodzakelijk. Dit type risicobron vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

18

Dit gasdrukregel- en meetstation kent volgens de risicokaart geen risicoafstanden, derhalve zijn hiervoor volledigheidshalve de afstanden van de bijbehorende gasleiding opgenomen.

19

Conform de Afstandentabel propaanreservoirs (RIVM, 24 juli 2006) en TNO-rapport Technologieverkenning Mijden Groot Gevaar: BLEVE (februari 2012) geldt voor warme BLEVE bij een tankauto een effectafstand van 190 meter. 60

Transport over water Binnen een straal van 1,5 kilometer van de ontwikkellocatie bevindt zich één watertraject waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Aan de hand van de Regeling Basisnet Water en de risicokaart is de nabije vaarroute verkend. Hierbij is tevens de Handreiking Risicoanalyse Transport (HaRT) gebruikt om aan de hand van de aanwezige stofcategorieën te kunnen bepalen wat het invloedsgebied van de vaarroute is. Navolgende tabel geeft weer welke stofcategorieën vervoerd worden over het traject. Corridor Amsterdam - Rijn  1.400 meter tot de ontwikkellocatie Stofcategorie LF1

Invloedsgebied (m)

Aantal schepen

35

8.303

LF2

35

9.063

LT1

600

0

LT2

880

0

GF2

65

n.v.t.

GF3

90

332

GT3

1.070

0

Invloedsgebied per stofcategorie voor de modaliteit spoor (Bron: Handreiking Risicoanalyse Transport)

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkellocatie buiten het invloedsgebied van watertraject Corridor Amsterdam – Rijn ligt, een nadere beschouwing is derhalve niet noodzakelijk. Dit type risicobron vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Transport over weg Binnen een straal van 1,5 kilometer van de ontwikkellocatie bevindt zich één wegtraject. Aan de hand van de Regeling Basisnet Weg en de risicokaart zijn de omliggende wegen verkend. Hierbij zijn tevens de Lijst wegvakken datatellingen & basisnet (2018/07) en de Handreiking Risicoanalyse Transport (HaRT) (zie navolgende tabel) gebruikt om aan de hand van de aanwezige stofcategorieën te kunnen bepalen wat het invloedsgebied van iedere weg is. Wegtraject N229 Bunnik – Wijk bij Duurstede Afstand tot de ontwikkellocatie

 1.250 meter

Stofcategorie

Invloedsgebied (m)

Aantal wagens

LF1

45

805

LF2

45

821

LT1

730

0

LT2

880

0

LT3

>4.000

0

LT4

n.v.t.

n.v.t.

GF1

40

0

GF2

280

0

GF3

355

131

GT2

245

0

61

Wegtraject N229 Bunnik – Wijk bij Duurstede Afstand tot de ontwikkellocatie

 1.250 meter

Invloedsgebied (m)

Aantal wagens

GT3

560

0

GT4

>4.000

0

GT5

>4.000

0

Stofcategorie

Invloedsgebied per stofcategorie voor de modaliteit weg (bron: Handreiking Risicoanalyse Transport).

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkellocatie buiten het invloedsgebied van wegtraject N229 ligt. Een nadere beschouwing naar wegtrajecten is dan ook niet noodzakelijk. Dit type risicobron vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Conclusie Uit de quick scan blijkt dat de ontwikkellocatie niet binnen een plaatsgebonden risico-6 contour (PR 10 ) en/of het invloedsgebied voor groepsrisico en/of plasbrandaandachtsgebied van een risicobron ligt. Een nadere beschouwing c.q. een verantwoording conform Bevi en/of Bevt is derhalve niet vereist. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.7

Water Rijksbeleid – Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:  Nederland blijft de veiligste delta in de wereld.  Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater.  Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.  Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement.  Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen.

Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke ge-

62

bied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Provinciaal beleid - Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 Op 7 december 2015 heeft de provincie het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) vastgesteld. Dit plan legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021.

Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. Vanaf 2016 is al het bodem-, water en milieubeleid in één integraal plan opgenomen. De opgaven vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van dit plan. De provincie heeft in het plan de volgende doelen geformuleerd:  Wij streven naar een robuust bodem- en watersysteem. Dit houdt in dat onder normale omstandigheden alle functies goed uitgevoerd kunnen worden en dat extreme situaties goed opgevangen kunnen worden.  Wij streven naar bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied.  Wij streven naar een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving, zodat de mogelijkheden die het natuurlijk systeem ons biedt ook in de toekomst gebruikt kunnen worden.  Wij streven naar een gezonde leefomgeving, die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio.

Om hierin een focus aan te brengen zijn vier prioriteiten benoemd: 1 Waterveiligheid en wateroverlast 2 Schoon en voldoende oppervlaktewater 3 Ondergrond 4 Leefkwaliteit stedelijk gebied Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden - Waterkoers 2016-2021 Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft zijn digitale waterbeheerplan, getiteld 'Waterkoers 2016 - 2021', vastgesteld. Hierin legt het Hoogheemraadschap zijn koers voor de periode 2016 - 2021 op hoofdlijnen vast. De Waterkoers 2016 - 2021 is een omslag in denken. Het is niet meer vanzelfsprekend dat het Hoogheemraadschap alles wat met water te maken heeft, zelf oppakt, bepaalt of betaalt. Het motto is van 'zorgen voor' naar 'samen doen'.

63

De waterkoers is een middel om het gesprek aan te gaan met partners in het gebied. Het Hoogheemraadschap werkt samen met medeoverheden, belangen- en maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Maatschappelijke ontwikkelingen bepalen de prioriteiten in het werk. De Waterkoers is opgesteld aan de hand van een zogenaamde piramide. Daarin wordt de relatie gelegd tussen de maatschappelijke behoeften en het waterschapwerk. De Piramide geeft symbolisch de prioriteiten van het waterschapwerk weer. De behoeften van de samenleving veranderen. Ook verandert het klimaat. Daardoor is het waterbeheer continu in beweging. Thema’s als ruimtelijke ordening, beheer openbare ruimte, landbouw, natuur en milieu spelen daarbij een belangrijke rol. De vraag verschuift daarmee van ‘wat moet?’ naar ‘wat heeft de samenleving nodig’ om het werk goed te doen. Gemeente Wijk bij Duurstede De gemeente heeft het Gemeentelijk Rioleringsplan Wijk bij Duurstede 2014-2018 vastgesteld in november 2013. In december 2019 is er een positief besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede houdende 20 regels omtrent Water- en rioleringsplan 2020-2024, deze is echter op dit moment nog niet in werking getreden. In deze paragraaf wordt toch aan dit beleidsstuk getoetst aangezien het besluit positief was.

In het Water- en rioleringsplan 2020-2024 staat opgenomen dat perceeleigenaren in principe op eigen terrein het hemelwater bergen of verwerken. Hierin wordt de volgorde ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ gevolgd. Bij alle nieuwbouw wordt de onderstaande tabel toegepast per neerslaggebeurtenis. Neerslaggebeurtenis

Eis

Uitleg

Bui 08 uit de kennisbank

Er staat geen water op

Op deze bui is het rioolstelsel van Wijk bij Duur-

stedelijk water (19,8 mm in

straat.

stede ontworpen, deze hoeveelheid water moet

één uur)

dus door het stelsel verwerkt worden.

Zware bui (40 mm in één

Maximaal 4 uur sprake

Het ondergrondse stelsel heeft niet voldoende

uur)

van overlast, bijvoor-

capaciteit om al het water te verwerken. Een

beeld omdat wegen

deel van het water moet bovengronds een plek

slecht of niet toeganke-

krijgen, daarom richten we de openbare ruimte

lijk zijn.

zo in dat we de kans op grote overlast beperken. We streven ernaar om belangrijke wegen toegankelijk te houden.

Bui van 60 mm in één uur

Geen water in panden.

We willen geen schade in panden. Het water mag wel op straat en in groen en tuinen staan, waar het voor minder schade zorgt.

20

10 december 2020. 64

In het Water- en rioleringsplan 2020-2024 staat verder opgenomen over nieuwbouw dat bij alle nieuwbouw panden er een toekomstbestendig systeem wordt aangelegd, door te voldoen aan:  nieuwbouw wordt aangesloten op een gescheiden stelsel. Afvalwater en hemelwater wordt apart ingezameld en verwerkt;  kleinschalige nieuwbouw (tot 5 panden in bestaand bebouwd gebied) wordt aangesloten op het aanwezige stelsel. Eigenaren moeten hun afvalwater en hemelwater gescheiden aanleveren op de perceelgrens, ook wanneer aangesloten wordt op een gemengd stelsel. Zo kan bij toekomstige verandering van het stelsel gemakkelijk worden aangesloten op een gescheiden stelsel;  in het buitengebied worden nieuwe percelen aangesloten op drukriolering, tenzij de kosten hiervan hoger zijn dan de aanleg van een IBA;  bij nieuwbouw adviseren we het vloerpeil 30 cm hoger aan te leggen ten opzichte van het straatpeil om de kans op wateroverlast te verkleinen;  bij nieuwbouw moet hemelwater binnen het projectgebied worden verwerkt of als dat niet mogelijk is vertraagd worden afgevoerd. Hiervoor volgen we de eisen van het hoogheemraadschap voor de aanleg van waterberging;  vervuiling van afstromend hemelwater proberen we te voorkomen.

Uitlogende materialen zijn daarom niet toegestaan;  in de bestemmingsfase wordt rekening gehouden met grondwater om te bepalen waar gebouwd kan worden en hoe gebouwd kan worden. Deze toetsing vindt plaats door het toepassen van de watertoets en het maken van een inrichtingsplan. Toetsing Locatie Hoogstraat 21 Voor onderhavig plan is de digitale watertoets doorlopen. Uit deze toets volgt dat voorliggend plan geen groot waterbelang heeft. Dit betekent dat een (informeel) vooroverleg met het waterschap niet benodigd is voor de verdere planvorming. Bestaande situatie In de huidige situatie is het plangebied voor circa 100% verhard. Het perceel bestaat volledig uit een supermarkt en verharde (geasfalteerde) parkeerplaats. Er is geen mogelijkheid om water te laten infiltreren. In de omgeving van de supermarkt ligt een gemengd rioleringsstelsel, daar is de supermarkt ook op aangesloten. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn), bevindt het maaiveld van de Hoogstraat zich op een hoogte van circa +6,5 m NAP. Het plangebied zelf ligt lager op circa +5,3 m NAP. Het plangebied ligt volgens de digitale bodemkaart van Nederland (BRO) in het bebouwd gebied. In de omgeving van het centrum liggen bodemtypes geclassificeerd als poldervaaggronden. Deze typologie bodem is volgens Stichting voor Bodemkartering voornamelijk opgebouwd uit zavel en lichte klei.

De boormonsterprofielen in de omgeving geven echter zandgronden aan. Naar waarschijnlijkheid zal de bodem derhalve

21

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (2020). Digitale Watertoets. Wijk bij Duurstede, Hoogstraat. Dossiercodes: 20201214-14-25033. 14 december 2020. 65

bestaan uit een combinatie van klei en zand. Water zal gematigd tot goed kunnen infiltreren in de bodem. Uit DINOloket blijkt dat in de omgeving van het plangebied enkele grondwaterpeilputten gelegen zijn met actuele informatie. Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 3,5m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 3 m mv bevinden. Uit de legger van het Hoogheemraadschap blijkt dat een belangrijk oppervlaktewater, een zogenaamde primaire watergang, in de nabijheid van het plangebied is gelegen. Deze grenst echter niet direct aan het plangebied. Een uitsnede van de legger is te zien in navolgende afbeelding.

Uitsnede legger Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden met plangebied in zwart (Bron: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden).

Beoogde situatie In de nieuwe ontwikkeling zal het verharde oppervlakte afnemen. Binnen het plangebied zijn 10 grondgebonden woningen en/of een maatschappelijke voorziening beoogd. De woningen worden voorzien van een voor- en achtertuin, waarbij er vanuit wordt gegaan dat deze gemiddeld voor 60% verhard zullen worden. Wanneer ter plaatse een maatschappelijke voorziening wordt gerealiseerd, mag het bebouwd op2 pervlak niet meer dan 950 m bedragen, waarmee er voldoende ruimte voor o.a. groen resteert. Zodoende zal de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van het plangebied per saldo niet verslechteren. Daarmee wordt geacht dat geen nadere maatregelen noodzakelijk zijn met betrekking tot watercompensatie. Het hemelwater wordt net als in de bestaande situatie afgekoppeld op de nabij gelegen watergang ‘Langs de Rijn’. Zowel bij een transformatie naar woningbouw als naar maatschappelijke voorzieningen wordt ook in beperkte mate groen toegevoegd. Daarbij wordt de mogelijkheid bekeken om (een deel van) het groen in te zetten voor het vasthouden van water. Ook wordt gekeken of groendaken kunnen worden toegepast voor een vertraagde afvoer van hemelwater en het tegengaan van hittestress.

66

Afwatering verhard oppervlak Hoogstraat Op gemengd stelsel

Totaal

Direct

Op wadi/ groen

Bij overstort

Op oppervlaktewater

Bestaande situatie

3.857

0

0

0

3.857

Nieuwe situatie

3.857

0

0

0

3.857

0

0

0

0

0

Toevoeging

Volgens het beleid van de gemeente, gericht op klimaatadaptatie, dienen nieuwbouwwoningen aangesloten te worden op een gescheiden stelsel. Afvalwater en hemelwater wordt apart ingezameld en verwerkt. Waar geen gescheiden stelsel ligt moeten eigenaren hun afvalwater en hemelwater gescheiden aanleveren op de perceelgrens, ook wanneer aangesloten wordt op een gemengd stelsel. Zo kan bij toekomstige verandering van het stelsel gemakkelijk worden aangesloten op een gescheiden stelsel. Nieuwbouwwoningen dienen in basis afgekoppeld te worden. Hier dient in de nadere planuitwerking verder naar gekeken te worden of het mogelijk is om hierbij het water binnen eigen perceelgrenzen te verwerken. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een kleine toename in het aanbod van vuilwater op het riool aangezien er tien woningen op worden aangesloten. Voor de aansluiting op de riolering zal een vergunning aangevraagd moeten worden. Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het Hoogheemraadschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Hier wordt binnen het plangebied ruim aan voldaan.

Hier bovenop adviseert de gemeente om de huizen 30 centimeter hoger te leggen dan het straatpeil. Hierdoor wordt bij water-op-straat water tegen en in de woningen voorkomen. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Locatie De Heul 22 Voor onderhavig plan is de digitale watertoets doorlopen. Uit deze toets volgt dat voorliggend plan geen groot waterbelang heeft. Dit betekent dat een (informeel) vooroverleg met het waterschap niet benodigd is voor de verdere planvorming.

22

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (2020). Digitale Watertoets. Wijk bij Duurstede, Karolingersweg. Dossiercodes: 20201214-14-25030. 14 december 2020. 67

Bestaande situatie In de huidige situatie is het plangebied voor circa 90% verhard. De percelen bestaan uit gebouwen en parkeerplaatsen en trottoirs. Circa 10% van het plangebied is onverhard. Hier zijn bomen en kleine struiken aanwezig. Voor een groot gedeelte is dit groen opgesloten in opsluitbanden welke hoger liggen dan de weg. Dit betekent dat regenwater afkomstig van het parkeerterrein hier niet kan infiltreren. In de omgeving van het winkelsupermarkt ligt een gemengd rioleringsstelsel, daar zijn de supermarkt en de andere bedrijven ook op aangesloten. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn), bevindt het maaiveld van winkelcentrum De Heul zich op een hoogte van circa +4,7 m NAP. Het plangebied ligt volgens de digitale bodemkaart van Nederland (BRO) op de grens van het bebouwd gebied en een kalkloze poldervaaggronden (Rn67C). Deze typologie bodem is volgens Stichting voor Bodemkartering voornamelijk opgebouwd uit zavel en lichte klei. De boormonsterprofielen in de omgeving geven aan dat er deels kleigronden deels zandgronden in het gebied gelegen zijn waarbij de eerste meter uit klei bestaat. Water zal gematigd kunnen infiltreren in de bodem. Uit DINOloket blijkt dat in de omgeving van het plangebied enkele grondwaterpeilputten gelegen zijn met actuele informatie.

Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 2,9m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 1,8 m -mv bevinden. Uit de legger van het Hoogheemraadschap blijkt dat er geen belangrijke oppervlaktewateren in de nabijheid van het plangebied gelegen zijn. Een uitsnede van de legger is te zien in navolgende afbeelding.

Uitsnede legger Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden met plangebied in zwart (Bron: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden).

68

Beoogde situatie De huidige Jumbo zal verdwijnen uit het plangebied. Hiervoor komt een grotere Lidl in de plaats. Op de verdiepingen boven de supermarkt en andere bedrijvigheid komen 96 appartementen en 8 studio’s. Op dit moment is een groot deel van de deellocatie De Heul verhard en wordt hemelwater afgevoerd via het bestaande gemengde stelsel. De gebouwen en verharding in De Heul nemen met circa 3% toe ten opzichte van de huidige situatie. De 2 2 hoeveelheid openbaar groen neemt af van 6.403 m naar 5.000 m (circa min 22%). De gebouwen worden echter voorzien van groene binnentuinen met een oppervlak 2 van 1.055 m . Water van de binnentuinen wordt vervolgens vertraagd afgevoerd op de infiltratievoorziening onder het parkeerterrein. Het oppervlak groen waarin water 2 2 kan worden vastgehouden en/of geïnfiltreerd neemt af van 6.403 m naar 6.055 m (min 5%). Op dit oppervlak wordt echter veel meer hemelwater van omliggende verharding gebracht dan op dit moment het geval is. Hemelwater wordt verder zoveel mogelijk ter plaatse geïnfiltreerd. Voor de gebouwen (na vertraagde afvoer vanuit de binnentuinen) en de parkeerplaatsen wordt geinfiltreerd onder de verharding van de parkeerplaatsen. Dit infiltratiesysteem kent een overstort naar het gemengde stelsel voor die situaties dat de infiltratie en berging onvoldoende zijn.

De verharding aan de westzijde van het grotere bouwblok watert af op de ernaast gelegen groenstrook. De parkeerplaatsen en speelplaats nabij de toekomstige school watert deels af op het omliggende groen en deels op het gemengde stelsel. Afwatering verhard oppervlak De Heul Totaal

Op gemengd stelsel Direct

Bestaande

Bij overstort na

Op wadi/

Met vertraging

infiltratie / ber-

groen

via binnentuin

ging

water

17.577

17.577

0

0 0

0

18.189

1.950

1.785

13.419

1.035

0

612

-15.627

1.785

13.419

1.035

0

situatie Nieuwe situatie Toevoeging

Op oppervlakte-

absoluut

Volgens het beleid van de gemeente, gericht op klimaatadaptatie, dienen nieuwbouwwoningen aangesloten te worden op een gescheiden stelsel. Afvalwater en hemelwater wordt apart ingezameld en verwerkt. Waar geen gescheiden stelsel ligt moeten eigenaren hun afvalwater en hemelwater gescheiden aanleveren op de perceelgrens, ook wanneer aangesloten wordt op een gemengd stelsel. Deze ontwikkeling in het winkelcentrum De Heul is dusdanig groot dat in overleg met de gemeente overlegd kan worden over het aanpassen van de riolering ter plaatsen. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een flinke toename in het aanbod van vuilwater op het riool aangezien er 104 woningen op worden aangesloten. In overleg met de gemeente Wijk van Duurstede zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten

69

kan worden op de riolering nader besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het Hoogheemraadschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). In het terrein van het projectgebied komt een aantal hoogteverschillen voor. Bij het ontwerp van de openbare ruimte en het bepalen van het peil van de gebouwen wordt hiermee rekening gehouden. Enerzijds is het belangrijk om er zeker van te zijn dat het winkelcentrum “droge voeten” houdt. Anderzijds moet voorkomen worden dat rond het projectgebied wateroverlast ontstaat. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben).

Hittestress Op dit moment beperkt de hittestress in het gebied zich vooral tot het speelterrein met naastgelegen tijdelijke parkeerplaats midden in het gebied en de Karolingersweg voor het winkelcentrum. Dit is voornamelijk een gevolg van de forse groenpartijen in de rest van het gebied. Deze worden zo veel als mogelijk weer terug gebracht. De grote groenstructuur aan de west- en zuidzijde van het projectgebied (langs de Karolingersweg) worden daarvoor opnieuw ingericht met bomen die op het moment van aan2 plant al een behoorlijke hoogte hebben. In totaal is circa 348 m (circa 5%) minder groen aanwezig in de nieuwe situatie. Een toename van hittestress lijkt daarmee logisch. Deze wordt zo veel mogelijk beperkt door in aanvulling daarop nog enkele aanvullende maatregelen te nemen. 2  De binnentuinen beslaan met een oppervlak van 1055 m een omvangrijk groen ingericht gebied waar ook water wordt vastgehouden. Dit is een verbetering ten opzichte van de grote donkere daken zonder begroeiing van het huidige winkelcentrum en sporthal/zwembad.  Boven een groot deel van de zuidoostelijke parkeerplaats worden carports met gedeeltelijk doorzichtige PV panelen geplaatst. Lokaal onder deze PV panelen wordt daarmee opwarming beperkt door schaduwvorming. Tegelijkertijd kunnen op dit deel van het parkeerterrein geen grote bomen en maar beperkt ander groen worden geplaatst.

Dat maakt dat er in totaal wel sprake is van opwarming op dit deel van de locatie.  De blinde gevel van de supermarkt die aan de zuidoostelijke parkeerplaats 2 grenst, wordt voorzien van een groene gevelbedekking van circa 232 m . Daarvan wordt alleen zeer plaatselijk een verkoelend effect verwacht.  De grotendeels blinde plint aan de zuidzijde wordt voorzien van een groene 2 gevelbedekking van circa 165 m . Ook daarvan wordt alleen zeer plaatselijk een verkoelend effect verwacht.  Een grotere bijdrage aan verkoeling wordt geleverd ter plaatse van de noord-

70

oostelijke parkeerplaats waar enkele grotere bomen worden geplaatst. Ook in het verblijfsgebied tussen de gebouwen zijn vier bomen voorzien om de kwaliteit van deze verblijfsruimte te vergroten en hittestress tegen te gaan. Verdere mogelijkheden om hittestress binnen de gegeven situatie verder te beperken worden niet gezien. Locatie Langbroekseweg 23 Voor onderhavig plan is de digitale watertoets doorlopen. Uit deze toets volgt dat voorliggend plan geen groot waterbelang heeft. Dit betekent dat een (informeel) vooroverleg met het waterschap niet benodigd is voor de verdere planvorming. Bestaande situatie Op dit moment is de deellocatie Langbroekseweg volledig verhard met uitzondering 2 van de beoogde uitbreiding. Dit deel (1.600 m ) is vrijwel volledig onverhard. De verharding is water passerend uitgevoerd waardoor ter plaatse wordt geïnfiltreerd. Het dakoppervlak watert af op een wadi in het openbaar gebied. Ook de verharding watert daar op af, in die situaties dat de infiltratie en berging onvoldoende zijn. De wadi in openbaar gebied is niet verbonden met de riolering of oppervlaktewater. Het vuilwater is aangesloten op het drukriool. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn), bevindt het maaiveld van het plangebied zich op een hoogte van circa 4,8 m NAP. Het plangebied ligt volgens de digitale bodemkaart van Nederland (BRO) in een terp.

Op de rand van het plangebied is een boormonsterprofiel genomen. Hieruit blijkt dat de grond uit de bovenste meter uit klei bestaat, daarna een meter zand, fijne categorie en vervolgens weer klei. Water zal gematigd tot goed kunnen infiltreren in de bodem.

Booronderzoek bij locatie Langbroekseweg (Bron: BRO).

23

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (2020). Digitale Watertoets. Wijk bij Duurstede, Langbroekseweg. Dossiercodes: 20201214-14-25029. 14 december 2020. 71

Uit DINOloket blijkt dat in de omgeving van het plangebied enkele grondwaterpeilputten gelegen zijn met redelijk actuele informatie. Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 2,6m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 2,2 m -mv bevinden. Uit de legger van het Hoogheemraadschap blijkt dat er geen belangrijke oppervlaktewater, zogenaamde primaire watergang, in de nabijheid van het plangebied gelegen zijn. Wel zijn er wadi’s gelegen waar het hemelwater op afstroomt. Een uitsnede van de legger is te zien in navolgende afbeelding.

Uitsnede legger Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden met plangebied in zwart (Bron: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden).

Beoogde situatie 2 De beoogde uitbreiding wordt voor 750 m bebouwd. Het dakoppervlak watert af op 2 de bestaande wadi in het openbaar gebied. Circa 700 m verharding wordt waterpasserend uitgevoerd waardoor ter plaatse wordt geïnfiltreerd. Het systeem wordt gekoppeld aan de bestaande terreinriolering die verbonden is met de wadi in het openbaar gebied. De capaciteit van de wadi is hiervoor ruimschoots voldoende. Aangezien het bestaande maaiveld beduidend hoger ligt dan de omliggende percelen is het afwateren op een nieuw te maken greppel geen optie. Afwatering verhard oppervlak uitbreiding Langbroekseweg Op gemengd stelsel

Totaal

Direct Bestaande situatie

Op oppervlakte-

Op wadi/groen

water

Bij overstort

0

0

0

0

0

Nieuwe situatie

1.600

0

0

1.600

0

Toevoeging

1.600

0

0

1.600

0

2

Een strook van circa 250 m wordt gebruikt om de uitbreiding landschappelijk in te passen. Ter plaatse is ook ruimte voor infiltratie in de bodem.

72

Volgens het beleid van de gemeente mogen uitbreidingen in het buitengebied aangesloten worden/blijven op het drukriool. In dit geval betreft dit enkel het vuilwater. Het hemelwater wordt zoals hierboven geschreven afgevoerd naar de wadi. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling niet zorgen voor een wijziging in het aanbod van vuilwater op het riool. De supermarkt zal uitbreiden, maar dit zal niet zorgen voor een toename van vuilwater. Immers enkel het personeel zal zorgen voor het vuilwater. De aansluiting zal door de uitbreiding waarschijnlijk ook niet wijzigen. Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het Hoogheemraadschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Hier wordt binnen het plangebied ruim aan voldaan. Hier bovenop adviseert de gemeente om de panden 30 centimeter hoger te leggen dan het straatpeil. Hierdoor wordt bij water-op-straat water tegen en in de panden voorkomen. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen.

Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. De plangebieden zijn niet gelegen in de directe nabijheid van watergangen van het Hoogheemraadschap. Een (informeel) vooroverleg met het waterschap is niet benodigd voor de verdere planvorming. De plannen aan de Hoogstraat en het plan voor De Heul zorgen voor een afname in het verhard oppervlakte. Het plan aan de Langbroekseweg zorgt wel voor een toename van het verhard oppervlakte. Het hemelwater wordt afgekoppeld en kan ter plaatse infiltreren. Bij overvloedige regenval dient een wadi als overstort.

4.8

Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen.

73

Soortenmanagementplan Op 2 februari 2021 heeft de provincie Utrecht de gemeente Wijk bij Duurstede een gebiedsgerichte ontheffing verleend voor ruimtelijke ingrepen in de bebouwde omgeving voor de duur van 10 jaar in de kernen Wijk bij Duurstede, Cothen en Langbroek. De ontheffing is verleend onder het wettelijk belang 'bescherming van flora en fauna'. Om dit belang recht aan te doen verwacht het bevoegd gezag dat er voor de betrokken soorten een 'plus' wordt gegenereerd. Per project moet worden gekeken of er een plus kan worden gerealiseerd. Vervanging van verblijfplaatsen die verloren gaan tellen nadrukkelijk niet mee. Het uitgangspunt van het Soortenmanagementplan is dat er voortaan natuurinclusief wordt gebouwd en gerenoveerd in de gemeente Wijk bij Duurstede. Dat betekent dat bij alle projecten waar dat mogelijk is, een ecologische plus moet worden gerealiseerd. Toetsing 24 Met een quick scan flora en fauna is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aanwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet.

Soortenbescherming In en nabij het plangebied kunnen soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiele elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom de plangebieden vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Locatie Hoogstraat en Langbroekseweg Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig bij de plangebied Hoogstraat en Langbroekseweg. De bescherming van beschermde soorten staat de ontwikkeling in deze locaties niet in de weg. Locatie De Heul Mogelijk zijn in het plangebied de Heul nestplaatsen aanwezig van roek, sperwer, ransuil of boomvalk. Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen en nesten van eekhoorns aanwezig in de bomen.

Nestplaatsen en verblijfplaatsen van deze

24

SAB (2021). Quick scan natuur ‘Wijk bij Duurstede, herontwikkeling drie locaties’. Projectnummer: 190478.01. 1 november 2021. 74

soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen is een winter25 check uitgevoerd . Uit de wintercheck blijkt dat nesten van eekhoorn en jaarrond beschermde nesten van roek, sperwer en boomvalk niet aanwezig zijn in het plangebied. Het voorkomen van deze soorten hoeft dan ook niet nader onderzocht te worden. Er werden wel andere nesten gevonden, van ekster, merel en houtduif. Deze nesten zijn niet jaarrond beschermd maar zijn alleen beschermd wanneer ze in de broedtijd als broedlocatie worden gebruikt. De periode waarin de meeste vogelsoorten broeden, loopt globaal van half maart tot half augustus, maar ook broedgevallen buiten deze periode zijn gewoon beschermd. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Ook zullen vogels in en direct rond het plangebied geen nest bouwen, omdat te veel verstoring aanwezig is. Uit de wintercheck blijkt verder dat er vier holtes aanwezig zijn waarbij het onduidelijk is hoe ver deze doorlopen in de boom. Boomtotaalzorg heeft deze holtes daarom aanvullend onderzocht met behulp van een endoscope, zaklamp en ladder. Uit dit onderzoek is gebleken dat de holtes ondiep zijn (max. 10 cm) en dus niet doorlopen in de boom.

Daarnaast blijkt dat er geen sporen van vleermuizen werden gevonden. Met dit onderzoek kan dan ook uitgesloten worden dat boombewonende vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Nader soortgericht onderzoek is dan ook niet nodig. Andere essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn in dit plangebied niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Aanbrengen voorzieningen voor beschermde soorten Voor de omgang met beschermde soorten binnen de kernen van de gemeente Wijk bij Duurstede is recent een Soortenmanagementplan (SMP) opgesteld. In het kader van dit SMP, dienen in de nieuwbouw op de drie locaties voorzieningen voor beschermde soorten te worden gerealiseerd. Voor plangebieden De Heul en Hoogstraat wordt geadviseerd nieuw leefgebied te creëren voor huismussen. Ook wordt geadviseerd in nieuwbouw bij De Heul en de Hoogstraat voorzieningen voor gierzwaluwen aan te brengen, wanneer hier bebouwing wordt gerealiseerd die meer dan drie verdiepingen hoog is. Verder wordt voor alle drie de locaties geadviseerd voorzieningen voor vleermuizen aan te brengen. Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 0,3 kilometer van het plangebied.

Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de dit Natura 2000-gebied is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. SAB heeft daarom een onderzoek stikstofdeposi26 tie uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat een toename van de stikstofdepositie in 25

SAB (2022). Wintercheck vogels, vleermuizen en eekhoorn inclusief aanvulling boomtotaalzorg. Projectnummer: 190478.01. 15 februari 2022.

26

SAB (2022). Onderzoek stikstofdepositie Wijk bij Duurstede, herontwikkeling locatie De Heul. Projectnummer: 190478.01. 4 februari 2022. 75

Natura 2000-gebieden door deze ontwikkeling is uitgesloten. Doordat de stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkeling niet toeneemt, zijn ook negatieve gevolgen door stikstofdepositie ten gevolge van deze ontwikkeling uitgesloten. Nader onderzoek in de vorm van een ecologische voortoets of Passende Beoordeling is daarom niet nodig. Houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Op basis van de uitgevoerde wintercheck is geoordeeld dat geen nader onderzoek benodigd is naar beschermde soorten. Wel dienen in het kader van het Soortenmanagementplan faunavoorzieningen en leefgebied voor beschermde soorten te worden gerealiseerd. Voor wat betreft het effect van de ontwikkeling op de nabij gelegen Natura 2000gebieden, kan gesteld worden dat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten. Gelet op het voorgaande vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Archeologie Algemeen Het Verdrag van Valletta was geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988 en de Wet op de monumentenzorg, tot de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. In het proces van ruimtelijke ordening moet tijdig rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor de overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke plannen. Toetsing In dit bestemmingsplan is ter bescherming van (eventuele) archeologische waarden de ter plaatse geldende archeologische dubbelbestemming overgenomen. Navolgend wordt ingegaan op de archeologische verwachtingswaarden op de drie locaties. Locatie Hoogstraat 14 Ten behoeve van de ontwikkeling is het geldende bestemmingsplan geraadpleegd, waarin regels met betrekking tot eventuele archeologische waarden zijn opgenomen. Het plangebied is grotendeels gelegen in een gebied dat is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie -2’.

Met deze dubbelbestemmingen is geregeld dat

76

archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte die 2 meer bedraagt dan 100 m en/of waarvan de bodemingrepen dieper reiken dan 50 centimeter onder het bestaande maaiveld. Daarnaast is een gedeelte van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 3’. Hier is een archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen met een oppervlakte die meer 2 bedraagt dan 500 m en/of waarvan de bodemingrepen dieper rijken dan 50 centimeter onder het bestaande maaiveld. Het plandeel ligt in de nabijheid van het kadastraal perceel 7133. Dit is één van de drie terreinen die om onduidelijke en niet meer te achterhalen redenen niet in het Kadaster is ingeschreven als zijnde archeologisch monument, ondanks zeer hoge archeologische waarde. Ten noorden, noordwesten, westen en oosten van de locatie liggen respectievelijk de monumenten 7217, 7134, 11516 en 1658 die eveneens terreinen vormen met daarop resten van de handelsnederzetting Dorestad. Ten noorden van het plangebied ligt de waarneming 26786. Hier zijn bij opgravingen voorafgaande aan het bouwrijp maken van het terrein in de vijftiger jaren van de vorige eeuw resten van palen aangetroffen in een oude rivierbedding. De paalresten zijn geïnterpreteerd als resten van steigers in het havengebied van Dorestad.

De overige waarnemingen in de omgeving van het plangebied liggen op grotere afstand maar betreffen vrijwel allemaal resten van het middeleeuwse Dorestad. Bij onderzoek ter plaatse van de nabijgelegen locatie Hoogstraat 75-85 is een één meter dikke donkere bovengrond waargenomen die vergraven vondstmateriaal uit de vroege-middeleeuwen bevat. Op basis hiervan worden resten van bewoning van het voormalige Dorestad verwacht. Dit tezamen maakt dat voor het plangebied aan de Hoogstraat de verwachting is dat hier nog restanten van het havengebied van Dorestad aanwezig kunnen zijn. Juridisch is toentertijd niet aan alle stappen voldaan en feitelijk zijn de terreinen daarom nooit wettelijk beschermd als archeologisch monument. Bovendien zijn deze feitelijk ook nooit voor de eigenaren als zodanig herkenbaar geweest, omdat de terreinen niet in het Kadaster zijn ingeschreven. Nadat dit gegeven bij het project Actualisering Monumenten Register duidelijk werd, zijn de betreffende terreinen dan ook verwijderd uit Archis, de databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen vanaf de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd in Nederland zijn opgeslagen.

Daarbij hebben de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de gemeente wel gezamenlijk de wens uitgesproken om deze terreinen toch – opnieuw – wettelijk te beschermen, omdat de terreinen van te groot archeologisch belang zijn. Echter hanteert de verantwoordelijke minister al enige tijd een beschermstop voor het aanwijzen van monumenten en een nieuw beschermingsregime is daarom van rijkswege niet vastgelegd. In overleg tussen de RCE en de gemeente is zodoende besloten om voor deze drie terreinen via een andere weg tot een passend beschermingsregime te komen. Er is voor gekozen om de bescherming via de ter plaatse geldende bestemmingsplannen vorm te geven, door toekenning van de zwaarste archeologische dubbelbestemming die de gemeente hanteert. Dit is de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 2’. Deze handelwijze is door de gemeente voorgelegd aan de RCE en in oktober 2015 door de RCE akkoord bevonden.

77

Locatie De Heul 2 Een gedeelte van ongeveer 1.150 m aan de oostzijde van de locatie De Heul is voor2 zien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 2’ (grenswaarden: 100 m / 50 centimeter). Voor het overige deel van het plangebied is reeds sprake van bebouwing, bestrating en groen, waardoor hier geen archeologische verwachtingswaarde geldt. In de nieuwe situatie is voor de gehele bestemming ‘Waarde - Archeologie - 2’ sprake van bestrating en groen. Hierbij vindt wel een herinrichting plaats maar zijn geen graafwerkzaamheden voorzien die dieper reiken dan 50 centimeter onder het bestaande maaiveld, incidentele leidingtracés uitgezonderd. Het beoogde plan kent geen bebouwing op deze bestemming. Geconcludeerd wordt dat de archeologische grenswaarden niet worden overschreden en dat archeologisch onderzoek niet benodigd is. Locatie Langbroekseweg Op de locatie Langbroekseweg geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ 2 (grenswaarden: 100 m / 50 centimeter). Er is op dit moment sprake van een hoogteverschil van circa 70 centimeter tussen het vloerpeil van de uitbreiding en het bestaande maaiveld. Daarmee is het mogelijk om zowel het bouwplan als de openbare ruimte/landschappelijke inpassing voor het overgrote deel te realiseren op een diepte die minder is dan 50 centimeter onder het bestaande maaiveld.

Geconcludeerd wordt dat de archeologische grenswaarden niet worden overschreden en dat archeologisch onderzoek niet benodigd is. In algemene zin geldt dat Burgemeester en wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen door een of meer bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2’ geheel of gedeeltelijke te verwijderen, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. Ook in het vrijgegeven deel van het plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.10

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.

78

Toetsing Locatie Hoogstraat 14 In of rondom het plandeel Hoogstraat 14 zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig, zoals op navolgende afbeelding te zien is. Wel bevinden zich langs de Singel enkele Monumenten Inventarisatie Project Objecten (MIP-objecten).

Uitsnede welstandsbeleidskaart met daarop de locatie Hoogstraat 14 globaal groen omcirkeld (Bron: Gemeente Wijk bij Duurstede).

Gezien de ligging van de locatie Hoogstraat 14 in de oksel van twee ‘plus-linten’ (belangrijke wegen die vanuit het buitengebied naar de kern Wijk bij Duurstede lopen) geldt bovendien het plus niveau. Hiervoor is een beeldkwaliteitplan opgesteld dat is opgenomen in de bijlagen. Voorliggend plan zal in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen worden getoetst aan de voorgaande criteria uit het welstandsbeleid. Op voorhand is er geen strijdigheid met de genoemde criteria. Locaties De Heul en Langbroekseweg In of rondom de plandelen De Heul en Jumbo Langbroekseweg zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. De plandelen bevinden zich in planmatig aangelegde (woon)wijken. Gezien de aard van het initiatief blijven de ruimtelijke structuren rondom het plangebied ongewijzigd. Dit maakt dat eventuele aanwezige cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Daarnaast geldt voor De Heul dat een stedenbouwkundig plan is opgesteld, waarbij is gekeken naar de ruimtelijke inpassing van de beoogde bebouwing in de omliggende ruimtelijke structuur (zie paragraaf 2.2). Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

79

4.11

Verkeer en parkeren Locatie Hoogstraat 14 Verkeer 28 Sweco heeft voor de locatie Hoogstraat 14 een verkeersprognose opgesteld, welke is bijgevoegd als bijlage aan deze toelichting. De verkeersgeneratie in de huidige situatie bedraagt 960 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm). Om tot een worstcasescenario te komen is van drie mogelijke maatschappelijke functies een prognose opgesteld van de parkeerbehoefte (op basis van de Wijkse parkeernota) en is in het verlengde daarvan de verkeersgeneratie met de CROW2 kentallen berekend. Uitgangspunt voor de berekeningen is maximaal 1.500 m bvo per maatschappelijke functie. Als worstcasescenario voor de verkeersgeneratie is de fitnesstudio/sportschool maatgevend, maar heeft - evenals een fitnesscentrum - een te grote parkeerbehoefte i.r.t. de beschikbare parkeercapaciteit op het terrein en valt daarmee af als worstcasescenario. Een tandartsenpraktijk of kinderdagverblijf ontlopen elkaar niet zoveel qua maximale verkeersgeneratie. Echter de tandartsenpraktijk zal altijd een combinatie worden met andere (para)medische functies. De theoretische verkeersgeneratie van een dergelijk cluster zal dan lager uitvallen dan wanneer sprake is van alleen een tandartsenpraktijk van gelijke omvang. Maatgevend is dan een kinderdagverblijf met een verkeergeneratie van 506 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde werkdag.

Bij omrekening van gemiddelde werkdag naar een gemiddelde weekdag wordt de (hoge en dus veilige) CROW-omrekenfactor 0,9 toegepast. Dit geeft voor een kinderdagverblijf dan een gemiddelde weekdagintensiteit van 0,9 x 506 = 456 motorvoertuigbewegingen per weekdag. Indien op de locatie aan de Hoogstraat gekozen wordt voor woningbouw, dient rekening te worden gehouden met een verkeersgeneratie van 80 motorvoertuigbewegin29 gen per weekdag . Ingeschat wordt dat 50% van het verkeer van/naar het kinderdagverblijf aanrijdt vanuit /vertrekt in zuidelijke richting van de Hoogstraat en 50% van het verkeer in noordelijke richting. Hiermee nemen de verkeersintensiteiten op de Hoogstraat af ten opzichte van de huidige verkeersintensiteiten, waarbij zich een supermarkt in het plangebied bevindt. Zodoende wordt gesteld dat het verkeer eenvoudig kan worden afgewikkeld op het bestaande wegennetwerk.

28

Sweco (2021). Verkeersprognose maatschappelijke voorzieningen bij verdwijnen Lidl Hoogstraat t.b.v. geluidsberekeningen. Projectnummer: 374506. 25 maart 2021.

29

Sweco (2021). Verkeersprognose t.b.v. geluidsberekeningen bij verdwijnen Lidl Hoogstraat. Projectnummer: 374506. 22 februari 2021. 80

Parkeren Bij het verdwijnen van de Lidl op de Hoogstraat zijn op deze locatie 10 grondgebonden woningen (twee-onder-één-kap) en/of een maatschappelijke voorziening beoogd. Twee-aaneengebouwde woningen kennen een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning volgens de Wijkse parkeernormen. Daarmee bestaat de parkeerbehoefte voor de woningen uit 23 parkeerplaatsen. Voor de maatschappelijke voorziening is worst-case uitgegaan van een kinderdagver2 blijf. Bij een Wijkse parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per 100 m brutovloeroppervlak is de parkeerbehoefte van een kinderdagverblijf eveneens 23 parkeerplaatsen (niet rekening houdend met kort parkeren/kiss-and-ride). Hoeveel parkeerplaatsen specifiek nodig zijn in de toekomstige situatie is afhankelijk van de uiteindelijke invulling van het plangebied. Voor woningen (en de verschillende woningtypen) en maatschappelijke voorzieningen gelden immers andere parkeernormen. De toekomstige parkeerbehoefte binnen deelplan ‘Hoogstraat 14’ is dan ook afhankelijk van het definitieve programma en de stedenbouwkundige uitwerking. Omdat het beoogde bouwplan nog onvoldoende is uitgekristalliseerd, is in de (algemene) regels van dit bestemmingsplan een dynamische verwijzing naar het gemeentelijke parkeernormenbeleid opgenomen. Daarmee is de realisatie van voldoende parkeergelegenheid te allen tijde gewaarborgd.

Locatie De Heul 30 Adviesbureau stedelijk verkeer bv heeft de parkeerbalans voor het plan De Heul uitgewerkt en op basis daarvan ook de omvang van de verkeersgeneratie in beeld gebracht. Parkeren In het rapport is te lezen dat de toekomstige parkeerbehoefte van winkelcentrum De Heul is berekend op 229 parkeerplaatsen. Uit het onderzoek blijkt dat naast detailhandel (met name de supermarkt) ook de woonfunctie een zwaar accent legt op het aantal benodigde parkeerplaatsen. Op werkdagen is de parkeerbehoefte het grootst in de avonduren, een combinatie van bewonersparkeren met enige parkeerdruk vanuit de overige functies. Op zaterdag is het gecombineerde effect van parkeren voor zowel de woningen als de supermarkt het grootst aan het einde van de ochtend. De parkeerdruk op zaterdagmiddag (met een vergelijkbare samenstelling) ligt op bijna op hetzelfde niveau. Navolgend is de parkeerbehoefte per dagdeel inzichtelijk gemaakt.

30

Adviesbureau stedelijk verkeer bv (2020). Parkeervraag en verkeersgeneratie. Revitalisatie winkelcentrum De Heul. Projectnummer: onbekend. December 2020. 81

Overzicht parkeerbehoefte per dagdeel (Bron: Adviesbureau stedelijk verkeer bv).

In totaal zijn voor winkelcentrum De Heul 250 autoparkeerplaatsen beoogd. Geconcludeerd wordt dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd om in de benodigde parkeerbehoefte (229 parkeerplaatsen) te voorzien. De aanleg en instandhouding van tenminste 229 parkeerplaatsen is als voorwaardelijk verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. Verkeer De CROW-kengetallen voor verkeersgeneratie geven de verwachte waarde voor een gemiddelde weekdag. Om daaruit het beeld van een gemiddelde werkdag te vinden is 11 een vermenigvuldigingsfactor van 1,11 toe te passen. Daaruit kan vervolgens ook de waarde voor een gemiddelde weekenddag worden herleid. Op deze wijze is de navolgende raming van de verkeersgeneratie, behorend bij de zojuist berekende parkeervraag, opgesteld.

Raming verkeersgeneratie: toekomstige situatie (Bron: Adviesbureau stedelijk verkeer bv).

In de uitgangsituatie bestond het winkelcentrum De Heul uit een (kleinere) supermarkt, aanvullende detailhandels- en horecavoorzieningen, en een sporthal annex zwembad. Ook voor die situatie is op analoge wijze de verkeersgeneratie te ramen. De resultaten daarvan zijn in navolgende tabel weergegeven.

82

Raming verkeersgeneratie: historische uitgangssituatie (Bron: Adviesbureau stedelijk verkeer bv).

Ten aanzien van de verkeersgeneratie wordt geconcludeerd dat er op een werkdag een verkeersgeneratie van 2.534 motorvoertuigen per etmaal te verwachten is. Dit zijn ongeveer 930 extra motorvoertuigen ten opzichte van de uitgangssituatie. 31

Sweco heeft middels een verkeersstudie naar de effecten op het kruispunt van de Karolingersweg met de Zandweg inzichtelijk gemaakt dat de verkeerstoename goed kan worden verwerkt en op gaat in het heersende verkeersbeeld. Sweco doet de aanbeveling om een verkeersplateau toe te passen op de volgende plekken:  tussen de kruispunten met de Birkastraat en Rorikstraat in;  ter hoogte van het nieuwe plein van het winkelcentrum;  ter hoogte van het nieuwe parkeerterrein aan de westzijde van de Karolingersweg. Door het toepassen van verkeerplateaus op deze locaties ontstaat een evenwichtige verdeling van snelheidsremmende maatregelen op de Karolingersweg bij het verdwijnen van de huidige verkeersplateaus. Het verkeersplateau bij het winkelcentrum dient tevens als oversteeklocatie voor voetgangers van en naar het plein van het winkelcentrum. Het verkeersplateau bij het nieuwe parkeerterrein dient ook als oversteeklocatie voor overstekende ouders/kinderen (breng- en haalverkeer) in de looproute vanaf het grote parkeerterrein bij het winkelcentrum naar de toekomstige basisschool (en vice versa). Hierbij wordt het nieuwe parkeerterrein aan de westzijde van de Karolingersweg ondergeschikt aangesloten door middel van een uitritconstructie.

Verder beveelt Sweco aan de kruisingsvlakken van de ‘verlegde’ Karolingersweg en de Bonifatiusstraat vorm te geven met een afwijkende kleur conform overige kruispuntlocaties op de Karolingersweg om zo het attentieniveau te verhogen en de gelijkwaardigheid (verkeer van rechts voorrang) te benadrukken.

31

Sweco (2021). Verkeersstudie naar effecten. Winkelcentrum De Heul. Projectnummer: 374506. 2 februari 2021. 83

Geconcludeerd wordt dat – met de voorgestelde herinrichting van het plangebied met ontsluitingswegen naar de Zandweg en Karolingersweg - de wegen de relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen eenvoudig kunnen verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt dan ook niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Locatie Langbroekseweg Verkeer Onderhavige ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een Jumbo supermarkt aan 2 de Langbroekseweg met 350 m winkelvloeroppervlak (wvo). Op basis van de CROW-publicatie 381 ‘toekomstbestendig parkeren’ is het plangebied aan te merken als ‘matig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. Voor de toekomstige situatie is gekeken naar de kencijfers voor een supermarkt (‘grote supermarkt XL’). De verkeersgeneratie voor deze functie bedraagt maximaal 135,3 verkeersbewegingen 2 (per 100 m bvo) per etmaal. Gelet op het voorgaande leidt de voorgenomen ontwikkeling tot maximaal 280 verkeersbewegingen per etmaal. Het plangebied wordt ontsloten op de Langbroekseweg en de Graaf van Lynden van Sandenburgweg. De wegen rondom het plangebied kunnen de relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen eenvoudig verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt dan ook niet tot een onacceptabel verkeerstoename.

Parkeren Op basis van de Nota Parkeernormen 2016 dient voor een supermarkt (‘fullservice supermarkt (middelhoog en hoog), rest bebouwde kom’) een parkeernorm van 5,2 2 parkeerplaatsen per 100 m bvo aangehouden te worden. Daaruit volgt een parkeer2 behoefte van 39 parkeerplaatsen (uitgaande van 751 m bvo). In het plangebied is voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte te voorzien. Daarmee is het aspect ‘parkeren’ voldoende in dit plan gewaarborgd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. De regels van dit bestemmingsplan stellen zeker dat ook daadwerkelijk in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.

84

5 5.1

Wijze van bestemmen Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012 en de Wabo. Daarnaast is zoveel mogelijk aangesloten bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Woongebieden Wijk bij Duurstede 2016’. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11267252/1