Transcript raadsvergadering 9 februari 2023
Tekst van het document
De heer De Kloet: Ja, ik, vind ik ook mooi om te zeggen, ik hoor wat u zegt maar daar gaat het helemaal niet over wat ik nu wil gaan zeggen. Dat van de samenspraak hebben we inmiddels geconcludeerd met elkaar, die is er niet geweest. Oké. Nou, punt, eindelijk heb ik daar een duidelijk antwoord op. Wat de ambtenaren hebben gezegd op 18 januari, ambtenaren provincie, heb ik ook een duidelijk antwoord op dus dat is duidelijk. Mijn eerste vraag, want daar begon ik mee van, laat ik hem vragend stellen in plaats van constaterend. Want constateringen zijn duidelijk, er wordt een brief gestuurd aan de provincie zonder dat de raad dat weet waarin de raad wordt genoemd, een rol toebedeeld. In eerdere stadia hebben wij al schriftelijke vragen gesteld over de wijze van communiceren via de krant. Dat is nu niet eens gebeurd, heb ik al gezegd. Dus mijn vraag is, en laat ik een vraag stellen aan de wethouder, zou het de wethouder mogelijk zijn, laat ik het zo zeggen, dat hij in het vervolg op dit superbelangrijke punt, en mevrouw Rademaker onderstreept het ook, de juiste gang van zaken in de communicatie met de gemeenteraad willen respecteren door dit soort dingen op een goed moment in de openbaarheid te bespreken. Zodat, voordat er wordt gecommuniceerd waar de raad in wordt genoemd wij daar weet van hebben.
En dat we gewoon dat gesprek hier voeren daar waar het thuishoort, in deze politieke arena op een heel belangrijk punt namelijk de begroting 2023. Dat is een oproep aan de wethouder. Ik stel die vraag, ik constateer nu even niks. Het is geen waardeoordeel. Mijn vraag is alleen, kunnen we in het vervolg gewoon de normale route van communicatie met elkaar hanteren? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Daar heb ik geen enkel probleem mee. De voorzitter: Dank u wel. Goed, uw microfoon mag uit. Er is duidelijk antwoord gekomen. De heer De Kloet: Ja, en ik wil graag daar de wethouder hartelijk voor danken.
De voorzitter: Mooi. Dan kijk ik rond. Kunnen we dit agendapunt afsluiten voor nu? Ja. Ja? De klok. Nee, is prima. Goed, dank u wel. Dank u wel, wethouder Zagt. U krijgt allemaal een cadeautje vanavond, wat vindt u er nou van? Nou, kijk, hoe leuk. De heer De Kloet: Voorzitter, een soort vraag van de orde, mag dat? De voorzitter: Ja hoor. De heer De Kloet: Hebben we dit punt volgende maand weer op de agenda? De voorzitter: U … Wij hebben afgesproken met elkaar dat dit een vast agendapunt is op de raadsvergadering. De heer De Kloet: Ik verheug me er nu al op, dank u wel. De voorzitter: Ja, mooi. Hamerstukken 10. Vaststellen bestemmingsplan Dodaarslaan 2-16 te Kortenhoef (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: We gaan nu naar de hamerstukken. Agendapunt 10. Vaststellen bestemmingsplan Dodaarslaan 2 tot 16 te Kortenhoef. Voorgesteld wordt het bestemmingsplan Dodaarslaan 2 tot en met 16 te Kortenhoef met planidentificatienummer, ik laat het aan u allen om dat zelf te lezen, vast te stellen dat voorziet in een planologisch uitsluiten van een woonfunctie in de betreffende panden. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten 11. Indienen zienswijze Huisvestingsverordening (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 11. Indienen zienswijze Huisvestingsverordening.
Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen ten aanzien van voorstel 6 van de bouwstenennota Huisvestingsverordening 2023. Dat gaat over langdurige inwoning en daarbij voor te stellen de bestaande tekst aan te vullen als volgt, en ik citeer, en de beschikking had over zelfstandige woonruimte. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. 12. Actualisatie overzicht geheime stukken (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 12. Actualisatie overzicht geheime stukken. Voorgesteld wordt, één, kennis te nemen van het overzicht geheime stukken, twee, voor de documenten betreffende informatiebeveiliging, besluit 8 juli 2021, uit het overzicht de geheimhouding op te heffen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. 13. Vaststellen Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wijdemeren 2023 (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 13. Vaststellen Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wijdemeren 2023. Voorgesteld wordt de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wijdemeren 2023 vast te stellen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Dat is besloten.
14. Integraal veiligheidsplan 2023-2026 (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 14. Integraal veiligheidsplan 2023-2026. Voorgesteld wordt het nieuwe integraal veiligheidsplan 2023-2026 en de daarin genoemde prioriteiten vast te stellen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. 15. Zienswijze regionale veiligheidsstrategie (Het voorstel is zonder hoofdelijke stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 15. Zienswijze regionale veiligheidsstrategie. Voorgesteld wordt geen zienswijze op de regionale veiligheidsstrategie 2023-2026 in te dienen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. 16. Rekenkameronderzoek inkoop en aanbesteding van projecten (Niet Behandeld) (Agendering volgt in de raadsvergadering van 16 maart 2023) De voorzitter: Zoals gezegd, agendapunt 16 is komen te vervallen. 17. Vragenhalfuur De voorzitter: En zijn we aanbeland bij het vragenhalfuur. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik de vraag eventjes lees zoals de meeste van u hebben ontvangen. Het gaat, betreft de gevolgen van de ramp in Turkije, dat zal iedereen duidelijk zijn. De vraag is als volgt opgesteld. De ramp in Turkije en Syrië heeft iedereen aangegrepen.
Het aantal slachtoffers en de vernielingen en verwoestingen alom zijn haast onvatbaar. Solidariteit en steun zijn dan ook onmisbaar. Veel gemeentes hebben besloten een bijdrage en steun voor ons te storten ter hoogte van één euro per inwoner. Onze eigen financiële situatie is precair maar niet vergelijkbaar met de noodsituaties in Turkije en Syrië. Hebben wij de juridische en financiële mogelijkheid om als gemeente een dergelijke bijdrage te leveren, te weten ongeveer 25.000 euro? Dat lijkt onmogelijk in onze situatie. Maar, dat was in feite de vraag, wat kunnen wij dan wel doen als gemeente om onze solidariteit en steun te betuigen? Dat is een vraag die ik wil stellen aan de collega's en aan het college. De voorzitter: Goed. Voordat ik vanuit het college antwoord op geef kijk ik rond of men graag met elkaar nog in gesprek wil gaan over dit onderwerp? Ja? Ja, maar wie zou dit willen? Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Rijn: Misschien om het eenvoudig te houden. Volgens mij is het zo bij het vragenhalfuur dat de vraag gesteld wordt, dat er dan, want het is eigenlijk een vraag aan het college, dat er dan antwoord komt en dat we het er dan over kunnen hebben. Want ik kan er nu wel wat over zeggen maar als u zegt, het kan niet of het kan wel. De voorzitter: Nou, ja.
Mevrouw Van Rijn: Dus ik zou het liefste voor mijzelf of voor onszelf, voor het CDA, graag uw antwoord eerst hebben voordat ik mijnheer Roosenschoon antwoord kan geven. De voorzitter: Is goed, dat mag wel. Ja. En u hebt ook technisch gelijk maar omdat dit een andersoortige vraag is dacht ik van, we halen eerst op met elkaar. Maar dat geeft niet, ik doe het wel eerst. Ik kan die vraag ten aanzien van de juridische beperking of eventueel juridische beperkingen, kan ik niet beantwoorden. Dat weet ik niet. Er is intern wel nagevraagd maar dat, daar is de tijd te kort voor geweest om daar een uitsluitend antwoord op te kunnen geven. Kijk, vandaag is ook een brief gestuurd vanuit de VNG aangaande deze noodtoestand waarbij de mogelijkheid wordt aangeboden inderdaad om geld te storten, te verzamelen. Ook via de VNG International, die heeft ook een aparte rekening hiertoe, en dat gemeenten dat kunnen doen. Waar het feitelijk om draait is natuurlijk dat er een verschrikkelijke ramp is gebeurd in Turkije en Syrië en het aantal van 20.000 doden is al ruim gepasseerd, zojuist is bekendgemaakt. En wij hebben natuurlijk allemaal de verwachting dat het hoger zou zijn. Het leed is daarmee niet, alleen daarmee beslecht hè. Velen hebben familie, vrienden, kennissen verloren of die zijn op straat komen te staan in de kou zonder enige vorm van voorziening.
De noodhulp bereikt Turkije langzaamaan maar in Syrië is natuurlijk de situatie veel ernstiger. En ik begrijp, en ik waardeer ook die oproep nu van de heer Roosenschoon, dat wij als gemeente ook ons daar wat van aantrekken. Onze wereld is veel groter dan Wijdemeren en het siert ons om daarover na te denken en daar waar we kunnen hulp te bieden aan mensen in nood. Dus in die zin denk ik dat wij als gemeente aan de lat staan om in ieder geval te laten zien wat we waard zijn. En dat kunnen we ook heel erg goed in Wijdemeren want dat bewijzen we keer op keer dat wij daar zeer goed in staat zijn. En dan denk ik, ja, dan gaat het niet alleen maar om de euro's die van de ene bankrekening naar de andere bankrekening over kan maken. Ik denk dat we heel goed gebruik kunnen maken van ons maatschappelijk middenveld. Wij hebben een hele goede ondernemersvereniging, Ondernemend Wijdemeren. We hebben de Lions ook bij ons in de gemeente. Je zou kunnen denken bijvoorbeeld aan een benefietmaaltijd of een benefietconcert waarbij je dan ook nog donaties kan ophalen. En via die weg, nou, het gezicht, het warme gezicht van Wijdemeren laten zien en dat dan storten op de rekening van VNG International, bijvoorbeeld. Nou, ik heb dat besproken met de dorpscoördinatoren. Nou, ze zouden daar contacten voor kunnen onderleggen.
Ik kan geen belofte doen daarin hè want waar het gaat om andere organisaties dan kan je niet namens hen spreken. Maar ik kan, als men dat wil, kan ik wel de toezegging doen dat wij dan gesprekken aangaan met het maatschappelijk middenveld bij ons in de gemeente om te kijken, wat is mogelijk in dat kader. En dat wij in gezamenlijkheid zoals ik zeg ons warm hart laten zien hierin. Overigens hebben we ook voor zover we konden contact opgenomen met de Syrische gemeenschap in onze gemeente en een aantal personen van Turkse afkomst. Tot op heden lijken er geen slachtoffers te zijn onder hun families. Wel onder vrienden en kennissen van hen, wat net zo zeer doet natuurlijk als een familielid die dan het overkomt. Dus het is … Het leeft ook echt bij ons in de gemeente, het is niet een abstract gegeven, dat wou ik ermee zeggen. Goed, dat is mijn beantwoording. Mevrouw Wind, u wilde zojuist eerst het woord. Ja. Mevrouw Wind: Ja. Nou, ik had eigenlijk dezelfde vraag als mevrouw Van Rijn, misschien goed om eerst te reageren. Ik zou eigenlijk nu ook wel weer behoefte hebben aan de reactie van mijnheer Roosenschoon zonder dat iedereen hier het rondje over moet maken. Misschien vindt mijnheer Roosenschoon dit een goed plan en gaat hij hier verder met u over in gesprek en steunen we hem allemaal van harte daarbij. Ik weet het niet. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon.
De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, ik vind het, uw suggestie bijzonder waardevol. Het gaat erom dat we dit doen in gezamenlijkheid, zoals u zegt, als gemeente en als gemeenschap. En ik geloof dat dat belangrijker is dan inderdaad het opsturen van een één, twee of 25.000 euro's. Het gaat erom dat we als gemeenschap laten zien dat wij dit, dat we hen steunen en dat we er alles aan doen om daaraan een bijdrage te leveren. Dus als u hiervoor de contacten zou willen ondernemen, dan heel graag wat mij betreft. De voorzitter: Ja, dat zeg ik u toe. Ja? De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik had een vraagje naar aanleiding van de laatste zin in het stukje tekst. Had de heer Roosenschoon zelf misschien al suggesties? Of is dat een vraagteken van. De heer Roosenschoon: Nee, dat was in feite een volledig open vraag. De heer De Kloet: Oké. De heer Roosenschoon: Omdat, het was juist de bedoeling dat we gezamenlijk ergens uitkomen tot een standpunt wat algemeen gedragen wordt. De voorzitter: Ja, voldoende zo? O, mevrouw Snel. Mevrouw Snel: Ja, dank u wel, voorzitter. We kunnen ook allemaal individueel activiteiten ondernemen. Ik heb gisteren contact gehad met de lokale supermarkt in Nederhorst en zij gaan nu alle emballage doneren voor Giro 555. Er wordt daar ook op de infobalie een bus neergezet waar iedereen geld aan kan doneren. Het lokale restaurant gaat de fooien doneren aan 555.
Zo kunnen wij allemaal zelf de ondernemers of winkeliers benaderen met ideeën. Dank u wel. De voorzitter: Heel goed. Allemaal waardevolle initiatieven. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, mooi die initiatieven en ik denk dat ook heel veel inwoners die het kunnen doen ook al hebben gegeven dus dat hoor ik in ieder geval om me heen. Nou, dat vind ik ook heel goed om te doen. Is het nog mogelijk als mensen een initiatief hebben, misschien zijn er kinderen die cakejes gaan bakken of allerlei acties, scholen misschien die iets gaan doen, om als gemeente daar bijvoorbeeld op social media aandacht aan te geven door gewoon zo'n bericht te delen bijvoorbeeld. De voorzitter: Ik zal verzoeken of wij dat mogelijk kunnen maken. Ik kan het u niet toezeggen nu omdat ik dat niet heb kunnen afstemmen. Maar ik zal het in ieder geval doorgeven dat het wenselijk zou zijn, als we daarin zouden kunnen faciliteren. Ja? Oké. Dank u wel. Ja. En dan is het wat ongemakkelijk hè om van zo'n onderwerp over te gaan naar de volgende onderwerpen op de agenda. En ja, heb ik ook last van. En toch zullen we door moeten met elkaar. 18. Moties vreemd aan de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar de moties vreemd aan de agenda en we beginnen bij 18a, M-V-1, vrachtwagenverbod Middenweg. En ik geef het woord aan, is dat mevrouw Wind? Ja, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, voorzitter, dank u wel.
En alle leed is relatief en het is natuurlijk voor iedereen volstrekt duidelijk dat alle motie die hierna komen, die van ons als eerste, in het niet valt bij andere problemen. Nou, dat gezegd hebbende ga ik er toch aandacht aan besteden. En ik zal proberen om aan het eind van … Nee, ik
ga aan het eind van mijn betoog vragen aan de wethouder of die een toezegging wil doen en de motie in wil trekken? Het is geen avond om grote debatten te doen wat ons betreft. De Middenweg staat in het mobiliteitsplan, dat weet iedereen. Het hele project staat erin. Nou, dat we onder toezicht staan, dat weten we ook allemaal. En één en één is twee dus de kans dat dit hele grote project met grote spoed ter hand genomen wordt is niet zo heel erg groot. Nou, tegelijkertijd is het zo dat de mensen aan de Middenweg erg veel last hebben, het oostelijk deel moet ik dan zeggen, erg veel last hebben van vrachtwagens. Het staat in de motie uitgelegd op welke uren van de dag de effecten op hunzelf en op hun huizen. En aangezien er toch al in het mobiliteitsplan staat dat het goed zou zijn om daar maatregelen te treffen, willen we eigenlijk vragen om dat stukje van het stuk uit het mobiliteitsplan naar voren te halen. Tegelijkertijd is ons volstrekt duidelijk dat er ook andere geluiden zijn, ook andere zorgen zijn. Bijvoorbeeld zorgen van mensen in Nederhorst omdat vrachtwagens een andere route gaan kiezen. Nou blijkt uit onderzoek dat de meeste vrachtwagens naar de N201 gaan en dat de route langs de scholen nou niet heel erg druk wordt. Maar het is een vrees die er is en die ook aandacht verdient.
Tegelijkertijd heb ik van collega's begrepen dat er ook zorg is over de participatie die heeft plaatsgevonden in coronatijd, waar ondernemers last van hebben. Nou, die laatste zorgen zijn niet onze grote zorgen maar dat wil niet zeggen dat ze er bij anderen niet zijn. En ik denk dat het mooi zou zijn als we tot iets kunnen komen waardoor de mensen op de Middenweg, die echt heel veel last hebben van die vrachtwagens, de zekerheid, voor zover je zekerheden hebt, kunnen krijgen dat het vrachtwagenverbod op het oostelijk deel zo snel mogelijk wordt ingevoerd zodat zij, dat hun zorgen een stuk verminderd worden. En het niet op de lange baan schuift door alle zorgen waar de gemeente in zit. Dat is eigenlijk heel concreet mijn vraag. Ik zou denken, daar moet een toezegging op kunnen volgen die voor dit moment voldoende zou kunnen zijn zodat we niet een hele avond over moties hoeven te praten. En het zou mooi zijn als daar eerst een antwoord op kan komen. Dank u wel. De voorzitter: Maar u dient hem formeel nu wel in? Mevrouw Wind: Ja. De voorzitter: Dus mijn verzoek aan u is of u nog dit stukje, verzoekt het college, wil ... Mevrouw Wind: Ja. Dat moet ik voorlezen hè? De voorzitter: Ja. Mevrouw Wind: Het … Ik ga voorlezen.
Verzoekt het college in 2023 een vrachtwagenverbod aan het oostelijk deel van de Middenweg in te voeren, hiervoor 30.000 euro ter beschikking te stellen en de kosten te dekken uit de reserve verkeer. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan vraag ik wethouder Zagt of hij wil reageren vanuit het college? Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, dank u wel. Ja, ik vond de beeldspraak die mevrouw Wind gebruikte wel mooi, op de lange baan schuiven of voorsorteren bij wijze van spreken. Het is een onderdeel van de hele potentiële renovatie van de Middenweg, de aanpak eventueel met fietspaden, snelfietspaden. Dus wat dat betreft begrijp ik de wens wel. Ik heb ook best veel begrip voor verwachtingen die vind ik gewekt zijn. Er is een uitgebreid proces gelopen. Zelfs, nou, ik heb het eigenlijk alleen maar het sampletje mogen zetten zou je kunnen zeggen, de laatste 5 procent. De 95 procent daarvoor was allemaal al gedaan door, ik heb zijn naam toen ook genoemd, wethouder Boermans die dit project heeft getrokken. De mobiliteitsvisie. Er is flink aan participatie gedaan en
toch constateerde je toen aan het eind met de vaststelling, dat is vaak zo, dat er dan ook weer geluiden komen van mensen die zeggen, joh, ja, we zijn niet gehoord of we hebben het niet gehoord, we willen graag ons zegje nog doen. Nou, precies wat mevrouw Wind schetst. Neemt niet weg, want ik zei dat er verwachtingen zijn geschetst en dat ik daar begrip voor heb. Er is natuurlijk wel wat bijgekomen. Dat slaat op het agendapunt waar ik zo even hiervoor lang stond. Van dit soort zaken vindt onze toezichthouder ook iets. Deze is vrij helder. Dit is nieuw beleid, als je het heel erg instrumenteel bekijkt, en dat is alleen toegestaan als het aantoonbaar, ik heb de woorden even opgezocht, aantoonbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar is. Nou, daar kunnen we lang over discussiëren maar ik denk dat we met zijn allen wel kunnen bedenken wat het antwoord is, dat dit … Dat je op dit moment niet kan zeggen dat dit absoluut geen uitstel kan bevelen. Dus die hobbel die zal het niet halen. Ondertussen zijn wij natuurlijk bezig, wat mogen we wel, wat kunnen we wel? Nou, de plannen Middenweg staan voor ‘23 in het investeringsplan, uitvoering ’24, afschrijving ‘25. Dus ik zie toch ook wel wat licht in de tunnel. En ik wil dit wel ter hand nemen, die toezegging wil ik doen.
En ter hand nemen betekent voor mij ook dat ik contact op wil nemen, ook gelet op de discussie toen gehoord hebbende in de commissie en in de raad over dit eventuele vrachtwagenverbod. Dat daar toch misschien nog wel wat te masseren is, te verduidelijken. Misschien wel medewerking vragen van ondernemers die daar zitten, of ze daar meer de hand aan willen houden zodat er toch een beweging kan ontstaan. En ik in ieder geval u toe wil zeggen, mevrouw Wind, dat wij wel gaan proberen dit op enige wijze ter hand te nemen en niet volledig van tafel schuiven. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, sommige dingen gaan in drieën, misschien hebben we even een paar rondjes nodig want ik zie dat u welwillend bent. Het feit van die 30.000 euro is natuurlijk gewoon zo, daar kunt u niks aan doen, daar kan ik niks aan doen. Dat begrijpen de mensen op de Middenweg ook. Ik hoor u zeggen, ik ga mijn uiterste best doen om wel in 2023 duidelijkheid te geven en een stap te zetten waarbij de omwonenden van dat deel van de Middenweg ook echt geholpen worden. Maar dat is ook omdat ik het wil horen en u zegt het nog niet helemaal. Dus als u daar wat helderder in zou kunnen zijn, dan komen we er helemaal uit en dan kunnen we ons een hele ronde besparen. Wilt u nog eens naar uw formulering kijken? U formuleert heel zorgvuldig maar iets meer welwillendheid. De voorzitter: Wethouder Zagt.
Mevrouw Wind: Als dat zou kunnen zou dat fijn zijn. De voorzitter: Wat beknopter. Ja. De heer Zagt: Nog beknopter. Nee, nee, zo beknopt ga ik niet zijn. Kijk, ik wil me eerst richten op de gesprekken met de ondernemers daar, vooral degenen die met vrachtwagens actief zijn, of we daar al aan de voorkant wat, een beweging kunnen bewerkstelligen die meehelpt. Want alleen een bord neerzetten, het is toen ook gezegd door commissieleden, dat is allemaal leuk en aardig maar een politieagent erbij zetten gaan wij niet over. Een extra boa erbij zetten misschien wel maar die kunnen we niet betalen. Dus het moet ook wel ergens toe leiden. En soms helpt het meer om ergens over te praten met mensen, zeker als het lokale ondernemers zijn. En als je zegt, joh, ik heb je weer zien rijden, we weten allemaal hoe dat voelt. En als het eentje is die van buiten de gemeentegrenzen komt dan is het vaak weer bestemmingsverkeer. Nou ja, bestemmingsverkeer uitgezonderd, u weet hoe dat gaat dus het moet ook wel effect hebben. Daar wil ik me voor inzetten. En uiteindelijk willen we het goede bereiken. Ik heb, het mobiliteitsplan is vastgesteld, daar is dit onderdeel van. Ik heb toen al gevoeld dat dit wat gevoelig ligt dus ik denk dat raad het laatste woord er nog niet over gezegd heeft. Er is toen ook een afspraak gemaakt, je bent de drempel kwijt. Die was geen 30.000
hoor maar boven een bepaald niveau wil u de plannen, de investeringen hier op tafel hebben. Het heeft ook by far de voorkeur van ons om zeg maar zo'n project in zijn geheel aan te pakken. Dat heeft allerlei combinatievoordelen dus dan komt het toch hier op tafel. En ik heb ook niet de pretentie … Mevrouw Kaper: Voorzitter? De heer Zagt: … dat ik me dit kan permitteren om zomaar even tussendoor te doen. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, dank u wel. Dat was eigenlijk een vraag die ik aan de Partij van de Arbeid-GroenLinks wilde stellen maar nu noemt de wethouder het ook dus dan stel ik hem toch even aan de wethouder. De ChristenUnie heeft begrepen dat eigenlijk alle plannen die in het mobiliteitsplan genoemd staan stuk voor stuk nog bij de raad voorbij zouden komen. Klopt dat? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Dat klopt, met dien verstande, maar ik had die avond een bruiloft en ik heb het echt niet meer in geheugen, ik was er niet. U weet dat nog wel. Met dien verstande dat het volgens mij de raad besloten heeft een bepaalde ondergrens of waarboven, als het duurder is dan 4 ton, 5 ton, 5 miljoen, een half miljoen bedoel ik. Een klein verschil. Kon het maar. Nee, dus … Maar daarom zeg ik ook, ik weet dat dit gevoelig ligt dus misschien moeten we het er nog wel even over hebben.
Maar als ik de ruimte krijg om het gesprek aan te gaan eerst eens even daar, om het pad wat te effenen, weer een beeldspraak, dan denk ik dat we op de goede weg gaan. Ja, ik kan er niks aan doen. Ik zet de microfoon uit want anders dan komen er nog meer. Mevrouw Wind: Het gaat me te langzaam en dan zal ik niet presencieren wat me te langzaam gaat. Maar als u nou toezegt dat u zo snel mogelijk het gesprek aangaat met de ondernemers met de bedoeling om te komen tot een goede oplossing voor de oostelijke Middenweg, dan laat ik hem even zitten. Maar dan denk ik wel dat ik over een maand of twee een terugkoppeling heb over hoe dat gesprek gelopen is en de stand van zaken en dan kunnen we dan verder. Zou dat een optie zijn? De heer Zagt: Ja. De voorzitter: Wethouder Zagt. O, hè. Mevrouw Wind: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Trekt u hiermee, mevrouw Wind, wat doet u met de motie? Mevrouw Wind: Ik zou eigenlijk even willen schorsen. Ik trek hem in. De voorzitter: Goed, dank u wel. En … De heer De Kloet: Voorzitter? Mevrouw Windt kan hem ook nog even parkeren misschien. De voorzitter: Wat zegt u? De heer De Kloet: De motie even parkeren.
De voorzitter: Goed, motie M-V-1 wordt hierbij ingetrokken. Dan gaan wij ... Nee, nog geen pauze, we zijn er bijna. Wij gaan naar motie M-V-2, die is ingediend door DorpsBelangen. Dat heet, de Nieuw-Loosdrechtsedijk naar fase 2-A. En ik geef mevrouw IJsbrandij het woord. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wilde eigenlijk zeggen, goh, wethouder, hou deze vibe vast. Ja, kort gezegd, als men alle informatie onder elkaar zet zou je bijna denken, wat een janboel is het op dit moment daar. De ergernissen zorgen voor uitingen en gedragingen die soms niet van de lucht zijn maar er wordt tegelijkertijd ook hard en goed gewerkt gelukkig. Je kunt als gemeente, portefeuillehouder en gemeenteraad niet wegkijken, fingers crossed houden en hopen dat het nog wel een paar fases zo goed zal gaan als deze fase 1. Bij alle fracties kwamen volgens mij wel zorgelijke geluiden binnen van aanwonenden, ondernemers, de uitvoerder of hulpdiensten. Tijd dus om nog iets meer te doen dan we tot nu toe deden. Deze twee moties zijn bedoeld om de welwillende portefeuillehouder, mijn buurvrouw links noemde het net ook al, ik kan me namelijk niet voorstellen dat hij dat niet zou zijn, daadwerkelijk zoekt naar mogelijke verbeteringen op alle vlakken in dit project. De vinger aan de pols houden, nodige gesprekken voert, evalueert en bijstuurt als de situatie dit vraagt.
En daar zijn we nu aangekomen. Niet niks doen, dat kan niet hè. Dat heb ik meegenomen uit de commissie vorige week. Creatief en wellicht out of the box denkend. Het project duurt nog lang genoeg en is nog mogelijkheden genoeg om dat te doen. Het is ook gewoon een leuk en mooi project waar we van mogen genieten. Want mede omdat het vrijwel ons enige project op dit moment is. Dan moet je er toch ook een beetje van genieten. De eerste motie betreft voor een belangrijk deel de communicatie. Zorg ervoor dat iemand met kennis als aanspraakpunt altijd goed bereikbaar is en antwoord geeft. Het tweede, dat de financiën helder en bij voorkeur onder controle zijn en wij als raad daar inzicht in hebben. Als er zoveel als mogelijk aan gedaan is om dit project zo goed en vlot mogelijk te laten verlopen en wij als raad nu extra met deze moties onze verantwoordelijkheid hebben genomen, willen wij als DorpsBelangen buiten deze moties om tot slot aan alle betrokkenen vragen om geduld en respect op te brengen voor elkaar. Help elkaar gewoon een beetje, waar kan, dan is alles veel minder ellendig. Met straks een prachtig resultaat om aan te wonen, ondernemen en recreëren en dan hebben we dit toch maar mooi met elkaar tot stand gebracht. Maar nu mijn vraag aan de wethouder natuurlijk en aan jullie om voor deze moties te stemmen zodat er actie wordt ondernomen daar. Dank u wel.
De voorzitter: En dient u … Kunt u nu M-V-2 nu indienen? Alleen draagt het college op. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Even kijken hoor. Zit ik nu bij één. Ja. M-V-2, draagt het college op de communicatie op alle fronten te verbeteren door één bereikbaar aanspreekpunt voor ondernemers en aanwonenden aan te stellen, de contactgegevens van deze persoon duidelijk te communiceren en de nodige aanpassingen in de fysieke ruimte ook door te voeren. Bullet 2, om na evaluatie met alle betrokken partijen van fase 1 het plan van aanpak voor fase 2 te wijzigen aan de hand van de opgedane inzichten, ervaringen, draagvlak en haalbaarheid. Bullet 3, zo spoedig mogelijk een actuele planning en tijdspad aan alle betrokkenen te sturen. Zal ik gelijk ... De voorzitter: Zullen we eerst gewoon deze doen? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: O, oké. De voorzitter: Ja? Voor overzicht. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Prima.
De voorzitter: Wethouder Zagt. Het is uw avond vanavond. De heer Zagt: Ik zal proberen de vibe vast te houden. Dat is best lastig als er gezegd, wat een janboel is het daar. En we moeten niet wegkijken, want dat is nou net wat we niet doen. Ik ben blij dat u woorden wijt aan de gedragingen. En op het laatst wat u ook nog zei over op dat gebied want de bejegening van onze mensen, nou, daar weten we ook van alles van. En, nou, ik zal me netjes uitdrukken, daar vinden we allemaal wat van. U zegt, zoeken naar verbetering op alle vlakken van dit project. Niet niks doen. Wij doen niets anders. Wij zijn voor 1 oktober al begonnen met verbeteringen en na 1 oktober, en tot op de dag van vandaag, vallen de verbeteringen over elkaar heen want al doende leer je. Het is een super ingewikkeld project. Leuk vind ik het niet. Mooi wordt het denk ik pas als het klaar is. Dat hoor ik van iedereen, het wordt ook wel mooi. Maar je doet het niet gauw goed en dat kan ook bijna niet anders op zo'n ingewikkelde plek met weinig ruimte, geen alternatief voor een korte omrijroute, een grondslag die er niet om ligt hè, de veenbodem en allerlei dingen die we daar tegenkomen. Dus wat dat betreft echt elke dag grote zorgen daarover en ook over de mensen van ons die zich daarmee bezighouden. En ik heb toch behoefte, voorzitter, om wat over de overwegingen te zeggen en ook over, het is van mening dat.
Ik kan dat niet weersproken laten wat daar staat. Als daar staat dat de informatievoorziening rondom de werkzaamheden aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk, Boomhoek-Muyeveld, onduidelijk is, zowel op papier als in de fysieke ruimte. Nou, daar ben ik het gewoon niet mee eens. Dat het beter kan, elke dag beter, dat heeft u me net al horen zeggen. Ik kan u ook vertellen dat collega Els Kruijt mij ook deze week gezegd heeft, Gert, we zijn bezig met bebording voor specifieke locaties. We hebben dat eerder op een andere, bij een ander werk ook gehad, dat je echt kon zien, ondernemer die of ondernemer die is wel bereikbaar. Maar dat is een verbeterpunt. Maar bereikbaarheid is ook iets wat, hoe mensen het zien. Als je daar een locatie hebt waar mensen graag voor de deur uit willen stappen, gasten, en dat lukt niet altijd. Of je moet door een werk heen, ja, dat is niet eenvoudig. En dat maakt soms ook de keus voor de mensen dat ze zeggen, nou, daar gaan we dan niet naartoe. De voorzitter: Wethouder Zagt, er is een interruptie. De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, dank u wel. Positief dat de wethouder zegt dat er in samenspraak ook met wethouder Kruijt bebording nu geplaatst gaat worden om aan te geven welke ondernemers nou wel of niet bereikbaar zijn. Ik denk dat dat echt nodig is.
Mijn vraag zou, subvraagje zou zijn, op welke termijn kunnen die borden geplaatst worden? Maar mijn interruptie ging eigenlijk om de mededeling of de opmerking van de wethouder dat de informatievoorziening … Nou ja, hij is niet eens met de bullet overwegend dat de informatievoorziening onduidelijk is, zowel op papier als in de fysieke ruimte. Nou hebben mevrouw IJsbrandij maar ook ik zijn daar geweest met de auto en dan staat daar een stoplicht, en dan sta je daar met je auto en dat stoplicht staat op rood. Maar dat stoplicht dat blijft op rood staan, tien, vijftien minuten en dat stoplicht gaat niet op groen. En mijn vraag aan de wethouder is dan, is de wethouder het met mij eens dat dat qua informatievoorziening in de fysieke ruimte gewoon onduidelijk is? Want mensen wachten op een groen stoplicht, dat stoplicht gaat niet op groen en die mensen blijven daar staan. En uiteindelijk, nou, mevrouw IJsbrandij zei het vorige week ook, loopt er dan een bewoner naar je auto toe die zegt van, ja, rij maar door want het stoplicht gaat niet op groen. Dus ik ben het helemaal eens ook met mevrouw IJsbrandij en de wethouder dat er sommige mensen zijn daar die zich niet helemaal aan de regels houden en ook zich niet echt netjes gedragen in deze omstandigheden.
Maar je kan het ook mensen niet kwalijk nemen dat ze dit soort acties gaan uitvoeren als het niet duidelijk is wanneer zo'n stoplicht op groen staat. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk.
De heer De Kruijff: Dus mijn vraag is aan de wethouder of de wethouder het met me eens is dat die informatievoorziening in de fysieke ruimte onduidelijk is? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, ik snap dat het heel onduidelijk overkomt dat het stoplicht op rood staat en de slagbomen open en ook een tien minuten moet wachten. Het ingewikkelde daar weer van, dan gaan we wel diep de techniek in, maar mensen die daar aan het werk zijn kunnen bellen dat die slagboom opengaat. Waarom doen ze dat? Omdat er ook werkverkeer is die er soms weer uit moet. Op dat moment blijft die slagboom, is mij verteld, een kwartier openstaan. Die teller of dat zit nou eenmaal in het systeem. Ja, kun je dat misschien tien minuten van maken of vijf minuten maar dan ga je natuurlijk net weer zien dat die vrachtauto niet leeg gekiept is of die tractor die daar met die kraan staat nog niet klaar is. Ja en dat is het nadeel. Een van de nadelen op zo'n groot werkvlak en dat geeft ook veel ongenoegen, zeker als je daar staat te wachten en je hebt niet het beeld, je ziet niet wat de achtergrond ervan is. Plus dat ook nog mensen die daar aan het werk zijn mogelijkheden hebben om zeg maar weer te resetten of terug te zetten. Ja, nou ja, je mag bijna overal misschien wel een mannetje bijzetten. Ja, dat wordt ook heel ingewikkeld.
Maar daar spreken wij, de uitvoerder, de aannemer, ook op aan, op dit soort dingen. Het signaal van mevrouw IJsbrandij van vorige week was daar ook superduidelijk over. Dan staat erbij, van mening dat. Ik ga echt niet alles behandelen, voorzitter, want ik voel het wel. Maar de veiligheid en communicatie per direct moet verbeteren. Veiligheid is vanaf het begin af aan van het college leidend geweest bij dit alles. Geadviseerd door de hulpdiensten, veiligheid van degenen die daar aan het werk zijn, van de verkeersregelaars als ze er zijn, van de mensen die daar met wat voor vervoermiddel of te voet ook zijn. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voorzitter? De heer Zagt: Veiligheid stond daar bovenaan en blijft bovenaan staan. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Natuurlijk begrijpen we dat, dat veiligheid van tevoren wordt bekeken in overleg met hulpdiensten en uitvoerende en verkeersdeskundigen en noem de hele bubs maar op. Natuurlijk staat bij u en bij iedereen veiligheid voorop. Alleen er wordt onveiligheid ervaren. Dus dan moet je toch weer de veiligheid onder de loep nemen. Kunnen we hier verbeteringen in aanbrengen? De voorzitter: En uw vraag is? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Nee, het was een interruptie, sorry. De voorzitter: Ja, nou, volgende keer een vraagje. Gaat u verder, wethouder Zagt.
De heer Zagt: Nou, ik heb al gezegd, veiligheid heeft continu de aandacht. En dat heeft ook gemaakt dat wij regelmatig aanpassingen hebben gedaan op dat gebied. Ook op advies van de hulpdiensten. Dan de laatste, van mening dat er mogelijkheden zijn om op andere manieren te werken en deze mogelijkheid op haalbaarheid verkend kunnen worden. Nou, dat zijn we met u eens, dat er op andere manieren gewerkt kan worden. Maar we hebben al heel veel verkend. Sterker nog, we hebben vooral in die eerste twee maanden op dat gebied ook aanpassingen gedaan. En je kan maar niet, als die trein even op enig moment draait, de kar weer omgooien. Kom ik bij het dictum, voorzitter. Drie punten. Draagt het college op de communicatie op alle
fronten te verbeteren door één bereikbaar aanspreekpunt voor ondernemers en aanwonenden aan te stellen, de contactgegevens van deze persoon duidelijk te communiceren. Nou, die persoon was er al. Die was er al voordat het project begon. Dat heeft uzelf ook in het kader van de keuze die we gemaakt hebben, ik ben de term kwijt maar dit is een nieuwe vorm, dit is allemaal weggelegd bij de aannemer. Ik weet ook wie deze persoon is die hiervoor aangesteld is. En ik weet ook dat de mensen die daar betreft, ondernemers en aanwonenden deze meneer, want het is een meneer, heel goed kunnen vinden en dat die ook volop beschikbaar is. Dus dat is er al. En dan vraagt u ook om de nodige aanpassingen in de fysieke ruimte door te voeren. Nou, ik zei u al, dat doen we continu. Ik heb u net een voorbeeld gegeven waar collega Kruijt mee bezig is. De tweede bullet is om na evaluatie met alle betrokken partijen enzovoort, enzoverder. Ik heb dat vorige week al gezegd dat we dit doen, hè, daar zijn we al mee bezig. Want als je wil evalueren moet je ook goed bijhouden waar je kunt verbeteren, hoe je eventueel in fase 2, hè, in dat tweede half jaar vanaf 1 oktober ‘23 aan zou kunnen pakken. En dan is het handig als je dat tussendoor een beetje bijhoudt om straks goed je mind op te kunnen maken en daar met alle partijen die daarvoor zijn rond de tafel te zitten.
Dus doen we al en ook nogal logisch want daar hebben we echt als college geen opdracht voor nodig om dat te doen. En laatste is, zo spoedig mogelijk een actuele planning en tijdspad aan alle betrokkenen te sturen. Nou, heb ik even nagekeken. Dat hebben we 22 december gedaan in een bewonersbrief. Ik heb u ook geïnformeerd met een raadsinformatiebrief, die ligt daar achter me, maar die hoef ik er niet bij te pakken. Maar in de laatste bewonersbrief hebben wij precies gezegd wat zij nog kunnen verwachten tot 1 april. En op die lijn zitten wij nog steeds. Misschien is het ook handig, ik weet niet of raadsleden daarmee bekend zijn, maar we hebben een projectpagina op de website van de gemeente. Die is gelukkig voor dit project super actueel, zeer interessant. Kun je al die informatie ook vinden. Ook de KWS-app downloaden. Ik mag geen reclame maken. En de bewonersbrieven staan daarop, ontwikkelingen, noem maar op. Dus ja, als ik mag samenvatten, en dan ben ik nog steeds in de goede vibe, in de prettige vibe, deze motie is echt volledig overbodig. Het is al gedaan, we doen het al of we zijn ermee bezig. De voorzitter: Ja, wilde u, mevrouw Van Rijn? Nee. Tweede termijn. Zijn er nog verhelderende vragen naar aanleiding van de beantwoording? De heer De Kruijff: Nou, ik ga het dan toch maar hier doen. En als het niet goed is dan kapt u me maar af, voorzitter. Twee dingen.
De wethouder zegt bij bullet 1 van, draagt het college op, nou, de nodige aanpassingen in de fysieke ruimte door te voeren, dat doen we al en we zijn er ook over in gesprek met de aannemer. Nou is mij bijvoorbeeld ook ter ore gekomen dat er veel materialen, veel werkspul van de aannemer in de buurt van de, nou ja, hoe heet het, opritten of aan de voorkant van zo'n perceel waar zo'n onderneming gevestigd zit, dat het daar staat zoals bijvoorbeeld een toilet hè. Nou ja, die mensen die daar werken moeten ook naar het toilet dus dat is volkomen begrijpelijk. Maar dat die wel, nou ja, in beeld staan van die ondernemingen. Gaat de wethouder ook met de aannemer in gesprek om te kijken of dat soort spullen verplaatst kunnen worden zodat ondernemers daar geen last van hebben? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, met alle respect. Nee, de wethouder gaat daarover niet in gesprek. Daar zijn mensen van ons die zich daarvoor inzetten om dat zo goed mogelijk te doen, om mensen zo min mogelijk te belasten. De voorzitter: Goed. De heer De Kruijff: Voorzitter?
De voorzitter: Ja, mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: En met mensen bedoelt de wethouder, mensen van de gemeente? Klopt dat? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Vooral mensen van de aannemer. Het project is in de markt gezet, die zijn in construct. Nou herinner ik het me weer, dat is een nieuwe manier van aanbesteden. Wij hebben als gemeenteraad, toen we dat budget destijds beschikbaar stelden, daar heel veel uit handen gegeven hoe de aannemer die dat project daar moest gaan realiseren, handen en voeten moest geven aan al dit soort dingen. En ik heb gezien dat ze daar ook echt niet buiten de lijnen gaan want ze hebben ook een heel terrein, ze huren daar ook van ondernemers plekken waar ze hun spullen hebben staan. Maar ja, sommige dingen moet je ook dichtbij het werk hebben. En sommige dingen worden regelmatig verplaatst, die schuiven mee met het werk. De voorzitter: Goed, eerst mevrouw Wind en dan mevrouw Kaper. Mevrouw Wind: Ja, kijk, ik bedoel, iedereen heeft zo zijn eigen probleem en ik wil daar ook niks aan afdoen. Maar ik wil toch wel een opmerking maken. Er werken mensen met dit takkeweer. Het is hartstikke koud, het is zwaar werk. Er zijn niet zo heel erg veel automobilisten die groeten en zeggen, goh, toppie dat jij voor mij hier in de grond staat te graven.
Het is vrij gebruikelijk dat als je met deze kou buiten werkt, en die mensen zijn erop gekleed hoor, dat je een keer vaker naar de wc moet. En ik vind eigenlijk, als iemand zich dan ergert aan die toiletten, dat die gewoon even de andere kant op moet kijken. Nogmaals, alle begrip voor die motie maar de mensen die dat werk doen moeten toch ook een beetje bediend worden. Ze worden niet goed bediend, ze worden niet goed behandeld in onze normen, dat hoeven de uwe niet te zijn. Ik snap echt dat het heel vervelend is voor de Loosdrechtsedijk-bewoners en ik begrijp ook echt dat het een probleem is voor de ondernemers. Maar laten we een beetje op het niveau blijven zitten wat we met elkaar moeten doen, en dat is niet de plee van de werklui. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Nou, hoe ga ik dit overtreffen? Dit was … Nou, ik denk dat er gewoon ook twee verschillende belevingen zijn hè. Want ik hoor de wethouder zeggen, communicatie is op orde, het gaat allemaal goed. Er is van de aannemer een meneer die hoort alle klachten aan, dat gaat ook goed. En DorpsBelangen geeft natuurlijk aan van, nou, wij horen eigenlijk hele andere geluiden dus daar gaat iets qua beleving is dat een verschil. Nou zegt de wethouder, het contact met mensen, de omwonenden, mensen die vragen hebben en klachten hebben mogelijk, dat ligt bij de aannemer.
Daar is een meneer beschikbaar. U kent ook zijn naam. Ja, ik weet niet of deze meneer een soort EO-nazorgfunctie heeft? Maar ik ben wel even benieuwd naar, wat krijgt die meneer voor telefoontjes, voor mailtjes? Zijn dat er tien per dag van omwonenden die boos zijn of klagen, is dat er één per dag? Is dat inderdaad een klacht over een toilet of is dat iemand die een kwartier voor het stoplicht moet staan? Zou de wethouder daar een soort terugkoppeling van kunnen geven van, wat zijn nou de klachten die bij de aannemer binnenkomen? En correspondeert dat dan ook met hè, het gevoel en de signalen die DorpsBelangen krijgt van, nou, wij horen echt heel veel klachten. Komt dat met elkaar overeen of ligt dat ook heel erg uit elkaar? Want dan weten mensen ook blijkbaar deze meneer niet te vinden. De voorzitter: Oké. Ik kijk nog even rond want ik wil graag de eerste termijn gaan afsluiten. Is dit een verhelderende vraag naar aanleiding van de beantwoording wat u wilde stellen?
Mevrouw Kaper: Het is een verhelderende vraag voor de eerste termijn maar niet aan de wethouder maar aan de indiener. De voorzitter: Oké. Komt u maar, gaan we eerst dat doen. Ja. Mevrouw Kaper: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk niet zozeer een vraag aan het college maar wel aan de indiener. Laat ik beginnen met dat ik een motie mis. En dan denkt u, er zijn er toch twee over de Loosdrechtsedijk. Maar ik vond vorige week, met complimenten aan de VVD-collega, mijnheer, nou haal ik Kruijff en Kruijt door elkaar maar dat lijkt ook hè, met de complimenten aan de VVD. Een fantastisch betoog over onze ondernemers en dat zij compensatie verwachten, dat ze de deur niet open kunnen houden, dat er van alles speelt. Daar was een heel mooi betoog over. Ik lees het ook in deze motie, ondernemers, zoals het nu gaat, ervaren gedupeerd te zijn. Vraag aan de indiener en eigenlijk ook gelijk aan de VVD, waar is die motie? Wij wilden het onderwerp niet van u afpakken, dat hoort niet, maar waar is die motie voor de ondernemer? En dan nog een vraag aan het … Nee, laat ik de tweede termijn daarvoor pakken anders wordt het onduidelijk. Maar dit mis ik, in die hele motie mis ik dit dus dat even een vraag. De voorzitter: Dan sta ik toe dat het door de indiener wordt beantwoord dan. Ja. Ja? Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel. Waar is de motie van de ondernemer.
In de commissie is gevraagd inderdaad of er compensatie mogelijk is. Daar is beantwoord dat het mogelijk is maar dat het niet in de krant werd gezet. Dat was het antwoord, ongeveer de strekking van de wethouder toen. En daarom heb ik hem eruit gelaten op deze manier. Maar met liefde zet ik het er weer in. En in ieder geval, het leek mij verstandiger dat dat een aanzet was van de wethouder, het is er en de ondernemers die hoorden dat en kunnen het opzoeken hoe dat moet gebeuren. De voorzitter: Oké. Mijnheer Roosenschoon, had u een vraag naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder? De heer Roosenschoon: Nee, tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Tweede termijn? Oké, dank u wel. Zijn er nog meer vragen naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder? Nee. Dan ga ik nu, wethouder Zagt. Ja. De heer Zagt: Volgens mij heb ik alleen mevrouw Kaper te beantwoorden. Mevrouw Kaper: Ja, ja. De heer Zagt: Ja, de … Wat deze … Wat dit aanspreekspreek punt allemaal ontvangt, daar heeft u hier veel van gehoord. Wat vorige week verteld is, ik weet niet of u erbij was? Oké. Dus dat hoef ik niet te herhalen.
Maar dat, wat bijvoorbeeld een groot punt is, en daar hebben wij vandaag ook weer KWS op aangesproken, dat planbare afsluitingen … Want het komt ook voor dat het een tijdje volledig afgesloten is vanwege het werk en dat er op het wegdeel waar je nog op kunt staan naast diepe gaten van de riolering, dat je er gewoon niet door kunt. Planbare volledige afsluitingen moeten een aantal werkdagen van tevoren doorgegeven zijn. En de verrassingen die er soms zijn dat het toch volledig wordt afgesloten zonder dat dat is aangegeven, nou, dat is een hele nare. Als dat gepland is vinden wij dat gewoon niet acceptabel. Daar hebben wij ook vandaag weer van de zijde van de gemeente de aannemer op aangesproken. En ik zei, er is één aanspreekpunt, dat is ook zo. Maar wij hebben hier ook een emailaccount speciaal voor dit project. Wij hebben een medewerker, zoals
velen van u weten, nou, die bijna dag en nacht daar op het project loopt maar hier intern ook nog een aantal mensen. Heel veel telefoontjes en mailtjes komen bij ons binnen en die sturen wij echt niet naar het aanspreekpunt van KWS. Want van het kastje naar de muur, daar vind ik wel wat van, en u ook. Als het kan gelijk antwoorden en als het antwoord er niet gelijk is, dan zoeken we het uit en dan komen we erop terug. En ja, wat de ervaring is, is dat van de antwoorden de ontvanger vaak niet gelukkig wordt en dat wij als zender van het antwoord het ook vaak niet mooier kunnen maken dan het is. Want het is gewoon een enorme klus op een lastige plek, en dan val ik in herhaling, maar die voor heel veel overlast zorgt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Zagt. En dan gaan we naar een tweede termijn. Wil … Mevrouw Van Rijn, ik inventariseer. De heer Roosenschoon, de heer De Kruijff, mevrouw Rademaker. U komt sowieso aan het woord aan het eind. Verder nog iemand? Nee. Dan geef ik eerst het woord aan mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Sorry. Ja, dank u wel, voorzitter. We willen een paar opmerkingen maken over de motie. Om te beginnen bij het woord veiligheid. De motie, dat gaf de wethouder ook al aan, daar staat dat het niet veilig is.
De kennis die wij hebben zijn er al verschillende maatregelen genomen omdat het eerder ook niet veilig was voor de mensen die het verkeer regelden, de weg afsluiten. Die werden ook voor de sokken gereden, er moest ingegrepen worden voor de veiligheid. Als fractie hebben we er moeite mee als er in een motie staat dat het niet veilig is omdat wij geen verkeerskundigen zijn en we gaan ervan … Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Met uw permissie. De veiligheid en communicatie per direct moet verbeteren. Daar staat niet dat het onveilig is, het moet beter, maar het staat niet dat het onveilig is. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Volledig onveilig is. Dank je wel. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Daar heeft mevrouw IJsbrandij gelijk in. Ik geef alleen aan dat wij dat soort termen lastig vinden, wij zijn geen verkeerskundigen. Wij gaan ervan uit dat per definitie de gemeente de meest veilige manier kiest voor de medewerkers, de omwonenden. En dat de wethouder heeft aangegeven dat dat onderwerp van gesprek is. En dan willen wij als raadslid ons niet bemoeien met wat dat dan is want wij zijn daarin geen verkeerskundigen. Dan kijkend naar, draagt het college op. Daar vind ik een aantal lastige punten in zitten.
Nou, dat communicatie, één communicatiekanaal, dat vond ik een goed idee maar dat is er. Sluit misschien wel aan bij mevrouw Kaper die zegt, dat zou dan nog wat duidelijker kunnen. Maar goed, dat vraagt aandacht. Maar bullet 2 geeft al aan om te evalueren met alle betrokken partijen, dat heeft de wethouder eerder al toegezegd dat die dat gaat doen na fase 1, en dan de aanpak te wijzigen. Ja, als dat nodig is. Maar als dat niet nodig is dan, deze motie draagt op om de aanpak per definitie dan te wijzigen. En ik denk dat we dan de afweging moeten maken of de betrokkenen gelijk hebben ten opzichte van, wat kost dat dan en dat je dan een totaalplaatje moet maken. Maar om nu te zeggen naar aanleiding van de evaluatie te wijzigen, dat vinden wij lastig dus daar volgen wij de lijn van het college. Tuurlijk moet er geëvalueerd worden, grote kans dat het misschien anders gaat maar niet per definitie zeggen, nou, die evaluatie is leidend en zo gaan we het doen. En die laatste, ja, voorzitter, met dit soort projecten zo spoedig mogelijk een actuele planning. Ik denk dat als de wethouder die vandaag stuurt dat er volgende week al wel iets, misschien niet de einddatum maar iets veranderd is. Dus dan gaan we weer de hele tijd de discussie krijgen over, wat is de
meest actuele planning en waarom had ik die niet gister en niet volgende week? Het zijn hele grote projecten, volgens mij is het wel goed te plannen maar niet zo gedetailleerd dat we dat iedereen moeten doen toekomen. Dus deze motie volgen we eigenlijk wel het college in dat dit gewoon voor ons niet de juiste weg is. Wel zou ik de VVD willen uitdagen, wij hebben het niet … In elk geval, hè, daar was een fantastisch betoog voor ondernemers. Wat wij niet vinden kunnen is dat er gezegd wordt, en die geluiden horen wij ook, ondernemers houden het niet meer vol, het duurt nog twee maanden. Nou, inmiddels hebben we ook begrepen dat het wellicht wel langer gaat duren nog dan twee maanden. Er is wel compensatie mogelijk maar dat is niet te vinden. En de wethouder gaf aan, ik zet het niet in de krant of niet op de website. Wij zouden wel behoefte hebben aan één aanspreekpunt waar de ondernemers terechtkunnen die geholpen worden, hoe kom ik nou aan die compensatie of niet? Als het er is, dan moeten we het niet ingewikkelder maken. Je kunt het krijgen of je kunt het niet krijgen. En niet vaag niet opschrijven zodat mensen het hopelijk niet kunnen vinden, dat vind ik geen stijl. Bij de Oud-Loosdrechtsedijk is er een compensatie geweest. Volgens mij ook jaren eerder in Nederhorst Den Berg toen de ondernemers daar last van hadden.
We moeten fatsoenlijk de ondernemers bedienen en helpen, niet laten verzuipen in al die regelgeving. Dus wij zouden willen vragen, wij hebben geen motie gemaakt omdat wij eigenlijk verwacht hadden dat die motie er zou liggen. Wij zouden daar dan toch een motie voor willen maken met degene die mee willen doen. Sorry, op het laatste moment, maar we hadden echt verwacht na het betoog van vorige week dat daar wat over gezegd zou worden. Dus wij zouden nog wel even van de commissie willen horen, wat vinden jullie van dat idee om die ondernemer gewoon te begeleiden en niet in al die regelgeving te laten verzuipen? De voorzitter: Goed, dan ga ik naar de heer Roosenschoon en dan mag u ook … Ik geef u straks dan het woord, is dat goed? Kunt u ook gelijk reageren. En neem de suggestie van mevrouw Van Rijn mee. Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, in ieder geval, het zal duidelijk zijn dat dit ik denk een van de moeilijkste klussen is in deze hele gemeente. En ik denk ook dat het een nachtmerrie is voor een heleboel aannemers om dit te moeten doen in de best mogelijke toestanden. En dat is geen pretje voor de aannemer, geen pretje voor de omwonenden en geen pretje voor de gemeente. De wethouder heeft al gezegd dat we het hebben over deze nieuwe manier van aanbesteden.
En als ik me goed herinner had die tot doel om juist de meest efficiënte bedrijfsvoering van de aannemer te bewerkstellen en ook de meest kostenbesparende. Nou, kostenbesparend blijkt het niet te zijn. Het meest efficiënte, dat moeten we maar afwachten. Maar in ieder geval, dat zijn wel de problemen. Het verwachtingspatroon dat we hadden met deze vorm van aanbesteding, en dat toch blijkbaar toch niet tot de gewenste resultaten heeft geleid. Even terug te komen op, draagt het college op. Nou, zoals de wethouder zei, er zijn een aantal toezeggingen gedaan ook van gesprekken die er gaan komen om te kijken wat er eventueel verbeterd kan worden. In de motie staat, er mogelijkheden zijn om op andere manieren te werken. Uiteraard, iedere wijze van werken, daar zijn andere varianten op mogelijk. Er is ook gesproken in het commentaar van, het plaatsen van materiaal, van wc's en dergelijke en dat dat niet een taak van de gemeente was. Maar de gemeente is wel opdrachtgever dus de gemeente kan kaders stellen aan de aannemer om te zorgen dat die bouwplaats en de bouwlocatie er zo goed mogelijk uitziet en zo min mogelijk overlast zorgt. Mevrouw Van Rijn heeft heel terecht gezegd na evaluatie te wijzigen.
Dat is een veel te sterke zin want dat betekent inderdaad, zoals u zegt, dat u de wethouder de opdracht geeft om het bouwproces te wijzigen terwijl we niet weten of andere oplossingen betere resultaten kunnen boeken en tot minder problemen zouden leiden voor de omwonenden. Dus als erbij zou staan, eventueel te wijzigen of indien noodzakelijk te wijzigen, dan zou het al veel duidelijker zijn. Maar om nu te zeggen, het moet gewijzigd worden, zonder te weten op welke manier en wat daar de consequentie van zijn, dat lijkt me echt niet mogelijk wat dat betreft. Er staat ook in, op basis van draagvlak. Nou, ik denk dat we allemaal wel kunnen
constateren, er zal pas draagvlak zijn als het hele baantraject is opgeleverd. Er is ook een punt actuele planning en tijdspad. Ik denk dat het zo langzamerhand mogelijk is inderdaad een planning te voorzien voor dit eerste seizoen maar zeker niet voor het tweede seizoen. En dat is weer afhankelijk van de wijze van opereren van de aannemer voor het komende jaar, dus voor het seizoen inderdaad ’23-’24. Dus die planning die we voor dat ogenblik kunnen hebben zal afhankelijk zijn van de besprekingen tussen gemeente en aannemer over de wijze van werken. En bovendien de wijze van starten en de hele consequenties voor aanwonenden, voor de bedrijven en dergelijke. Verder de suggestie die gedaan is voor een toevoeging in die motie voor de compensatie van bedrijven. Ik denk dat inderdaad de enige, het enige wat de gemeente zou kunnen doen om de pijn te verzachten, want die is er en die zal echt niet verdwijnen op welke manier van werken dan ook, is dat er gezorgd wordt voor een redelijke mogelijkheid van compensatie voor de bedrijven. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dat was niet de vraag van mevrouw Van Rijn. Volgens mij was de vraag van mevrouw Van Rijn om een aanwijsbaar punt te realiseren waarbij de ondernemer daarin gefaciliteerd wordt. Maar u mag het zelf ook toelichten, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Nee hoor, dat heeft u goed toegelicht.
En het is ook niet onze bedoeling om de motie toe te voegen want wij zijn niet voor deze motie maar om er een aparte motie voor in te dienen. En dan kijk ik ook even naar de VVD want eigenlijk hebben zij daar een prachtig pleidooi voor gehouden dus het is geheel terecht ook aan hun zijde. De voorzitter: De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Daar ben ik het inderdaad helemaal mee eens. Het gaat niet om deze motie aan te passen maar het gaat om een aparte motie. De voorzitter: Oké. De heer De Kruijff. O, mevrouw Wind, ter interruptie? Mevrouw Wind: Ja, nou ja, het is eigenlijk een verduidelijkende vraag. Als er een motie komt voor de steun, gaat het dan het idee om steun te verlenen aan die ondernemers of gaat het om te verwijzen naar hoe ze zo goed mogelijk de informatie kunnen vinden over hoe dat moet en ze uit de wirwar en het oerwoud te helpen? Dat was … Loopt nu volgens mij door mekaar heen. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Rijn, een toelichting op een nog niet ingediende motie. Komt u maar. Mevrouw Van Rijn: Nee, voorzitter, u zag mij al typen dus ik denk, dat scheelt straks in de schorsing weer een hoop tijd. Volgens mij gaat het om beiden. De wethouder heeft aangegeven dat er compensatie mogelijk is dus als dat mogelijk is en de ondernemer voldoet aan die voorwaarden, die ken ik ook niet, ja, dan zullen we dat moeten uitkeren.
Dus dan gaat het om het fysiek uitkeren van die compensatie. Maar aan de voorkant gaat het over dat ondernemers, we hebben het gehoord hè in de pleidooi vorige week, brandbrieven schrijven, het hoofd niet meer boven water te houden, geen antwoord krijgen. Laten we gewoon één ingang, één aanspreekpunt die die ondernemers helpt. Wat is er aan de hand, die aanvraag doorloopt, ernaar kijkt en wel of geen compensatie indien dat nodig is. Dat is eigenlijk het punt dus het is tweeledig. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Mag ik dan een suggestie doen of moet ik daarmee wachten? Zegt u het maar.
De voorzitter: Nou, ik stond dit toe omdat ik dacht dat mevrouw Van Rijn het badwater aan het voelen was. Maar nu dat ze toch bezig is met een motie denk ik dat we de motie dan maar gewoon moeten behandelen als die ingediend wordt. Mevrouw Wind: En dat ik mijn vraag even opspaar? De voorzitter: Ja, ja. Mevrouw Wind: Dank u wel. Mevrouw Kaper: Voorzitter? De voorzitter: Goed. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, dat is misschien, moet het met een motie of mag het ook met een toezegging? De voorzitter: Ja, dat is aan mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Nee, voorzitter, daarom vroeg ik ook in de termijn van, wat vinden mijn collega's ervan? Want als iedereen tegen mij zegt, dat is geen goed idee, ja, dan ga ik hier natuurlijk niet zitten tikken. Dat zou een beetje onzinnig zijn. Maar als iedereen zegt, ik vind het een fantastisch plan, dan lijkt me dat prima om dat zo af te doen. Dus de meest praktische weg maar het gaat me erom dat die ondernemers dan geholpen worden. De voorzitter: Nou, ik begrijp van u dat u zegt van, nou, als blijkt dat er behoefte is dan kunnen we ook eventueel naar de wethouder kijken of daar een toezegging uit voort kan komen. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, dan ga ik toch mijn vraag stellen want ik denk dat iedereen die pijn van die ondernemers ook wel voelt.
Maar het aardige in dit land is nou juist dat we het MKB hebben en het VNO en het verstandigste wat de gemeente dan kan doen is vragen of die een keer een informatiebijeenkomst geven. Want ik ben er echt van overtuigd dat de informatie die daar is, nou, dat durf ik wel te zeggen, aanmerkelijk beter is dan de informatie die bij onze gemeente voorhanden is. Dus als u dat meeneemt, laten we niet proberen het MKB of het VNO na te doen, dat gaat ons niet lukken, maar laten we daar dan een bemiddelende rol in spelen. Dank u wel. De voorzitter: Dan … Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Ja. Ik denk dat er even wat verwarring is. Er is een compensatieregeling voor ondernemers geweest, al bij de Oud-Loosdrechtsedijk. Ik denk, gelijke monniken, gelijke kappen. Wat voor de Oud-Loosdrechtsedijk geldt voor de Nieuw-Loosdrechtsedijk. En we hebben het er al vaak genoeg over gehad, informatie moet voor inwoners en ondernemers gewoon makkelijk vindbaar zijn. En of dat nou via de website gaat of via de projectpagina of de Wijdemeren Informeren. Ik denk dat we raadsbreed ervoor zijn dat die compensatieregeling gewoon ook openstaat voor inschrijving van de ondernemers van de NieuwLoosdrechtsedijk en dat we gewoon even duidelijk moeten zijn hoe de inwoners bij die informatie kunnen komen. Dan hoeft er volgens mij geen motie gemaakt te worden. De voorzitter: Goed.