CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 9 februari 2023

gemeenteraad 9 februari 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening33.100 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Maar mevrouw Van Rijn, we gaan nu een andere motie behandelen die we nu aan het behandelen zijn. Dus nu wil ik … Dit wil ik echt afkappen. Dus ik laat aan het einde van uw tweede termijn laat

ik heel kort, heel, heel, heel kort de wethouder aan het woord of hij daar iets in kan betekenen in die compensatie. En dan naar aanleiding daarvan kan er al dan niet een motie worden ingediend daartoe en dan kunt u dan met zijn allen daar weer over vergaderen. Terug naar de motie die is ingediend door DorpsBelangen. De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel. En ook dank aan mevrouw Van Rijn voor al die complimenten. Dat is altijd goed. Ja, die wel, één compliment die vier keer herhaald werd dus dat is altijd wel leuk, herhaling is altijd goed. De motie die nu voorligt, en dan ga ik toch met uw toestemming, voorzitter, een beetje naar de motie die misschien nog gaat komen. Maar ik kan me op zich wel vinden in de woorden die al zijn gezegd. Er staan een aantal dingen in de motie waarvan ik zeg, ja, weet je, het gebied van veiligheid. Nou, mevrouw IJsbrandij geeft aan, veiligheid wordt zo, het wordt ervaren als onveilig, het zou kunnen beteren. Maar ja, dan ga je de discussie voeren van, wanneer is iets veilig, wanneer is iets onveilig. Ik … Wij zullen deze motie niet steunen maar wij gaan zeker in op het aanbod van mevrouw Van Rijn. Dat is ook het hele betoog geweest van vorige week. Dat is ook de reden waarom we samen ook met DorpsBelangen de vragen hebben gesteld dat die ondernemers geholpen moeten worden.

Die hebben, nou, bij mij maar ook bij meerdere raadsleden aan de telefoon gezeten. Die zeggen, ik sta op omvallen, dit kan zo niet langer. De gemeente zou iets moeten doen of kan de gemeente iets doen? En dat is de aanleiding geweest om die vragen te stellen. Er is net een discussie hieraan voorafgegaan van, joh, motie nodig, toezegging nodig. Ik zou heel graag van de wethouder willen horen, en daar komen we zo, volgens mij komt de wethouder aan het woord of hij een reflectie kan geven op hetgeen wat net is gezegd. Wat is mogelijk met die compensatieregeling, wat is mogelijk met compensatie? Qua informatievoorziening voor wat betreft met dat aanspreekpunt. Hè, dat er een aanspreekpunt bij de gemeente is waar gemeentes naartoe kunnen, die kunnen bellen of mailen en dat daar ook op gereageerd wordt. Want ik herhaal nog even hetgeen wat ik vorige week ook heb gezegd is dat er brandbrieven inderdaad zijn gestuurd en daar is gewoon niet op gereageerd door de gemeente. Dus ik zou ook van de wethouder in zijn betoog willen horen dat dat serieus wordt genomen. En nou ja, dat zou opgelost kunnen worden met dat aanspreekpunt dus ik hoor heel graag zijn reflectie daarop. En dan hou ik nog even in het midden of het nodig is om te schorsen om een motie samen met het CDA dan wel en alle andere partijen in te dienen, of dat dat niet nodig is. Maar dat horen we zo meteen van de wethouder.

De voorzitter: Ja, maar beantwoording vanuit de wethouder zo direct gaat alleen maar over de vindbaarheid en ondersteuning ten aanzien van de vindbaarheid van een compensatiefonds en niet een hele reflectie vragen van hetgene wat zojuist is gezegd. Ja. De toezegging, daar draait het om. Ja. Oké. Dan ga ik naar mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Mevrouw Rademaker wou eigenlijk nog even aanvullen dat we de motie niet zullen steunen. Want dat had ik nog niet gezegd omdat die wat ons betreft overbodig is. En ik snap, wachten duurt altijd zo lang. En ik snap heel erg voor de aanwonenden en de ondernemers dat het vervelend is. Maar geduld is een schone zaak en straks hebben jullie een prachtig stuk dijk liggen. Ja, voor wat hoort wat. Het is even zuur maar het kan gewoon niet in 24 uur geregeld zijn. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ja, dit is voor niemand leuk. Ik denk dat we allemaal uitzien naar het resultaat van deze werkzaamheden. Ik zie de motie echt als een signaal weer naar de wethouder maar in de beantwoording, ja, ben ik wel tot het vertrouwen gekomen dat daar oog voor is en dat de wethouder daarmee bezig is. Dus wij zullen de motie ook niet steunen en we zien uit naar de toezegging, hopelijk, zo direct.

De voorzitter: Goed. Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ja, dank u wel. Nou, u zult begrijpen dat ik enigszins teleurgesteld ben door deze antwoorden. En de vibe vind ik niet vastgehouden, ik vind hem helemaal niet vastgehouden. Waar die weg is geëbd, ik weet het niet. Want ik hoor in principe tussen de woorden door van, maar dat doen we al en dat is niet aan mij of ik blabla, hoor ik toch zeker dezelfde zorgen. Dat de communicatie goed moet zijn, maar de communicatie is niet voldoende. Er worden brieven ook vanuit huis hier niet beantwoord of er wordt niet teruggebeld. Men herleeft deze zorgen. En buiten de fysieke communicatie om, daar geeft de wethouder zelf al aan dat een gedoe is met een boom en een stoplicht en borden die ontbreken en noem maar op. Nou, gelukkig zegt hij hier dan toe dat inderdaad de borden onderweg zijn of in de maak of over nagedacht wordt. Dat is al heel erg fijn. Maar die communicatie is niet op orde. Ik wil ook nog even mijn eigen raad hier rondkijken want jullie zijn, we zijn niet met zijn negentienen langs alle informatiebronnen gegaan waar DorpsBelangen langs is gegaan of waar wellicht ook de VVD. U hobbelt nu achter een wethouder aan die zegt dat alles naar behoren gaat en dat het goed gaat en dat men tevreden is. Maar u hoort de geluiden van de ondernemers, wellicht ook van de hulpdiensten want ook daar komen geluiden vandaan.

Bejegeningen op social media heeft u zelf kunnen zien van de werknemers daar. Een brandweerauto die wegzakt. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Nee, ik wil even … Mevrouw Van Rijn: Mag ik heel even … De voorzitter: Ja, u mocht uw zin afmaken maar u bent zelf gestopt. Mevrouw Van Rijn, ter interruptie. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, ik weet niet of er andere lampjes branden maar ik voel toch wel in dit geval even de behoefte om de wethouder te verdedigen. Want ik heb dat niet gehoord. Ik heb niet gehoord dat de wethouder heeft gezegd, alles gaat goed daar. Dat, u zegt, u hobbelt erachteraan. Nou, als we ergens niet van houden is het erachteraan hobbelen. Maar ik heb dat oprecht, ik heb dat niet gehoord van, alles gaat goed. Het kan beter, dat heb ik gehoord maar niet, alles gaat goed. Dus ik voelde even de behoefte, en als een ander dat ook had willen doen, prima, maar ik vind dit eigenlijk niet echt zoals het gezegd is. De voorzitter: Ik zie knikkende gezichten. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Oké. De voorzitter: Mevrouw Wind, u wil echt … Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Ja, maar mevrouw Wind, wilde u nog een bijdrage hieraan leveren? Mevrouw Wind: Nou, ik wil dit betoog van mevrouw Van Rijn ondersteun.

Ik heb ook andere dingen gehoord en ik denk dat we ook niet, als we elkaars moties niet steunen, niet moeten gaan zeggen dat we achter wie dan ook aanhobbelen. Maar dat heeft u vast niet zo bedoeld. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Nou, zeker.

De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Heb ik helemaal zo bedoeld want … Mevrouw Wind: Nou, dan is het voor uw rekening. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel. Mevrouw Rademaker: Nou, daar ga ik dan wel even tegen ageren, voorzitter. De voorzitter: O, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Interruptie. De voorzitter: Ter interruptie. Mevrouw Rademaker: Interruptie, voorzitter. Ja, daar wil ik dan wel even tegen ageren. Ja, nee, dat soort woorden is gewoon niet handig om te gebruiken. We zijn allemaal weldenkende mensen, we kennen allemaal de ondernemers en de aanwonenden. We weten ook allemaal wel hoe werknemers daar onheus bejegend zijn op de meest vreselijke manier, hè? Het is niet zo dat u hier met zeventien niet geïnformeerde collega's aan tafel zit die niet hun licht opgestoken hebben. Dus dat vind ik gewoon ongepast. En ik sluit me aan bij mevrouw Van Rijn, ik heb een wethouder ook nooit horen zeggen dat het daar één groot paradijs is maar het is wel werk in uitvoering op alle fronten. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel. Dat ik hier zou hebben gezegd dat u geheel onwetend bent, dat heb ik niet gezegd. Ik heb alleen gezegd dat we natuurlijk niet met zijn negentienen naar dezelfde informatiebronnen zijn gehobbeld, individueel, achter mekaar aan en noem maar op.

Eigenlijk vraag ik hier om een beetje vertrouwen in dat er informatie bij ons terecht is gekomen, bij de VVD is terechtgekomen en wellicht ook bij u. Maar ik heb het niet gehoord. Ik heb u niet gehoord dat u … Dat er mensen naar u toe zijn gestapt. En ik geloof het dat u mensen kent aan die dijk. Natuurlijk, we kennen ze allemaal want we wonen hier met elkaar. Maar we hebben niet dezelfde informatie dus een beetje vertrouwen zou hier ook heel fijn zijn. Ik hoor de wethouder toch echt zeggen, en ik heb niet gezegd dat hij heeft gezegd dat alles helemaal goed gaat, want ik hoor hem zelf ook zeggen dat er ruimte is voor verbetering. Daardoor maakt deze motie niet overbodig, deze roept op tot verbeteren. En hier staat ook in de motie, kijk, als er onveiligheid wordt ervaren, ik zeg niet dat het onveilig is maar er wordt onveiligheid ervaren, dan moet er verbetering optreden. Dat moet je ook willen want je, net wat de wethouder zegt, je wil dat het veilig wordt uitgevoerd. En dat heeft u net zelf ook aangegeven. Maar er is dus ruimte voor verbetering, die moet je dan ook willen pakken. Het moet veilig zijn als mensen onveiligheid ervaren. Dan de planning moet gecommuniceerd worden. Er zijn mensen, natuurlijk zegt de wethouder, ja, dat doen we ook. We gaan in gesprek en dan, we laten de planning zo snel mogelijk weten. Er graaien mensen in het ongewisse hoe dingen verlopen.

Dan moet je dus wel beter communiceren met een planning. En de planning loopt nu uit, dat heeft de wethouder ook in december al laten weten, qua financiën maar ook qua planning. Sterker nog, in die brief staat dat er wellicht een derde fase nodig is. Dat is naar mijn idee toch best zorgwekkend. Dan erbij, zijn die geluiden teruggegeven? Derde fase, zitten we zo meteen dus drie jaar met dit probleem? Dat soort dingen leven er. En of dat nou wel of niet terecht is, dan moet er dus beter over gecommuniceerd worden. Dan, één bereikbaar aanspreekpunt staat

hier. U vraagt nu met zijn allen om een compensatie voor de ondernemers. Dat zou hartstikke mooi zijn. Die regeling is er, hartstikke mooi. Dat moet dan duidelijk gecommuniceerd worden. Uiteraard, de ondernemers moeten hem dus weten te vinden. Vorige week zei de wethouder dat die dat niet in de krant wilde zetten. Maar bij deze, nu weet iedereen het gewoon duidelijk en clear te vinden. Gelijke monniken, gelijke kappen, zoals mevrouw Rademaker zegt. Dan is er … De voorzitter: O, er is een interruptie. Mevrouw IJsbrandij, er is een interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter. Ik ben wel een beetje verbaasd over het betoog van mevrouw IJsbrandij. Natuurlijk staat zij achter haar motie maar wij zijn over ondernemers begonnen en nu hoor ik mevrouw IJsbrandij over de ondernemers. Ik snap niet waarom u het er niet in heeft gezet? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Nou, als u me nou uit laat praten. Mevrouw Van Rijn: Ik snap niet waarom dit … En dan nog een vraag want dat was niet mijn intentie hè. Dus voor de duidelijkheid, of ik straks de motie indien of niet, het gaat mij niet om het op de website te zetten. Dat zei mevrouw Rademaker ook. Maar dan, mijnheer Zagt is een slimme man en die zei vorige week, ja, er is een compensatie mogelijk maar ja, dat is wel vreselijk ingewikkeld.

En dan zou ik als ondernemer denken waar het water aan mijn lippen staat, o nee, waar ga ik beginnen? Het gaat me er dus om het actief helpen of ondersteunen, niet van op pagina dat en dat vindt u het formuliertje, nee, actief ondersteunen. Organiseer bij wijze van spreken zelf een informatieavond voor de gedupeerde ondernemers. Maar niet alleen op de website zetten want … De voorzitter: Maar nu hebt u het over uw eigen motie weer? Mevrouw Rademaker: Nee. Nee. Ik reageer op mevrouw IJsbrandij die zegt van, we moeten het op de website zetten. Maar daar ging het mij niet om. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Fijn. Als ik nu mag uitpraten. De voorzitter: Laten we komen tot een afronding. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Het gaat erom dat ik bij dit aanspreekpunt ben aanbeland en als datzelfde aan… Kijk, een aanspreekpunt van het KWS, dat snap ik, die gaat alle technische dingen vertellen van hoe dat zo'n project gaat en waarom staat die daar en daar. Overigens, mevrouw Wind, maar de Dixi staat niet in mijn motie. Die staat er zeker niet in. Daar ga je voor naar het aanspreekpunt van de KWS. Maar in mijn motie vraag ik om een aanspreekpunt voor al deze ondernemersvragen, bewonersvragen en noem maar op hier op het gemeentehuis. Er moet iemand zijn buiten de KWS want die gaat al die vragen niet beantwoorden, die die vragen beantwoordt.

En dit maakt dus het enige aanspreekpunt. Heb ik het niet over de meneer van de KWS want daar ga ik niet over, ik ga over het aanspreekpunt van de gemeente. En dan is het opgelost ook voor de ondernemer, waar kan ik terecht met mijn aanvragen voor compensatie, waar kan ik terecht met wat dan ook? Dus dan is gelijk de motie van mevrouw Van Rijn overbodig. Dat er wordt … Zou moe… De heer Nienhuis: Voorzitter? De voorzitter: Dat is niet onze afspraak. Wat wilt u zeggen, mijnheer Nienhuis?

De heer Nienhuis: Ja, vroeger hadden wij in deze gemeenteraad een heel ervaren raadslid die zei altijd, voorzitter, misschien kunnen we gewoon gaan stemmen? Dus is dat misschien een idee, dat we gewoon dit in stemming brengen? Dan gaan we het merken wat er gaat gebeuren. Dat is mijn voorstel. De voorzitter: Volgens mij komt mevrouw IJsbrandij tot een afronding. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel, heer Nienhuis. Ik wilde graag nog reageren op de heer Roosenschoon die zegt dat er in de motie staat dat er dan gewijzigd moet worden van aanpak. Dat staat er niet. Want als je evalueert en je komt tot inzichten en je hebt het over de ervaringen, dan kom je wellicht tot de conclusie dat het een klein beetje aangepast moet worden of helemaal niet. Dan evalueer je. En dat staat … Is niet per definitie dat er dan iets gewijzigd moet worden. Ik zeg dat er naar inzicht en ervaring wijzigingen aangebracht moeten worden. Nou ja, goed, dat is naar mijn idee een heel ander verhaal. Maar goed, het is hoe je het leest denk ik. Ik laat het hierbij. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja. Ik ga eerst naar wethouder Zagt om te vragen of hij heel kort antwoord kan geven op de vraag die is gesteld ten aanzien van de vindbaarheid van het compensatiefonds. En dan kom zo direct bij u terug, mevrouw IJsbrandij, over de motie.

De heer Zagt: Oké, dus dan gaat het dus toch over de motie die er nog niet is? Ik hoorde iemand zeggen, vorige week zei de wethouder dat hij het niet in de krant wilde zetten. Nou, ik betwijfel of ik het zo gezegd heb maar dat zal de discussie niet moeten zijn. Ik weet in ieder geval wel dat ik geduid heb dat het niet eenvoudig is om voor nadeelcompensatie heet het meen ik, in aanmerking te komen. En dat het dus ingewikkeld is om zeg maar een schema in de krant te zetten dat als je hier begint, u weet hoe die dingen werken, dat je onderaan in dat ene vakje terechtkomt van, ik kom in aanmerking. Ik weet alleen dat het er is. Ook waar mevrouw Rademaker aan refereerde. Vanuit een ondernemer die vlak bij mij thuis woont op dat deel van de Oud-Loosdrechtsedijk en dat het niet eenvoudig is om in aanmerking te komen. Waarom? Je moet heel veel dingen aantonen. Ook met onafhankelijke accountantsverklaringen over je omzet en dergelijke. Dat heb ik geprobeerd te zeggen. Ik wil met alle plezier de ondernemers, de vindbaarheid, dat is niet het juiste woord, ze wijzen op de mogelijkheid dat die er is. Maar ik wil ervoor waken dat er een verwachting geschept wordt dat het … Ja, en dan zoek ik het juiste woord. De voorzitter: Wethouder Zagt, volgens mij gaat het om de toegang tot informatie met betrekking tot het compensatiefonds, dat mensen makkelijk kunnen vinden. De heer Zagt: Ja, precies.

De voorzitter: Kan dat georganiseerd worden? De heer De Kruijff: Voorzitter? De heer Zagt: Dat kan zeker georganiseerd worden alleen dat gaat geen uitslui… Je kunt niet zelf tot een conclusie komen in mijn beleving … Ik weet trouwens geen eens of het in mijn portefeuille valt maar dat maakt niet uit. Als ik lieg, dan lieg ik in commissie hoop ik. Ik weet, dat gaat zeker niet leiden dat je zelf tot een conclusie kan komen of je in aanmerking komt. Het zal beoordeeld moeten worden door de gemeente. Dat weet ik er wel van. De voorzitter: Nee, maar volgens mij …

De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: … is dat niet hetgene wat deze raad van u vraagt. Wat de raad aan u vraagt is, kan het bewerkstelligd worden dat de vindbaarheid van die regeling … De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: … en aanvraagprocedure, dat die wordt vergemakkelijkt … De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: … voor mensen. Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, sorry, en als ik het niet goed zeg moet mevrouw Van Rijn echt ingrijpen, maar dat is volgens mij niet wat mevrouw Van Rijn bedoelt en wat de andere partijen ook bedoelen. Het gaat erom dat er een aanspreekpunt bij de gemeente wordt aangesteld die die ondernemers gaan helpen bij het indienen van zo’n verzoek tot comp… De voorzitter: Mijnheer De Kruijff, volgens mij helpt het iedereen als iedereen het bij zijn eigen motie houdt als het gaat om duiding. De heer De Kruijff: Ja maar voorzitter, u legt het niet goed uit. De voorzitter: Nou, mevrouw Van Rijn, gaat uw gang. Wat is de vraag aan de wethouder Zagt? Mevrouw Van Rijn: Ik hoop dat het zonder motie kan, dat was inderdaad het geval. Ik snap heus dat we niet kunnen zeggen, iedereen krijgt compensatie, maar help die ondernemers. Er is een aanspreekpunt, ik wil vast hinten naar het volgende onderwerp, de ondernemersmanager zou dat bijvoorbeeld kunnen doen. Maar in elk geval, help die ondernemers, laat ons die motie niet indienen.

Mijnheer Zagt heeft gezegd, ik ga daarmee aan de slag. Of die nou een informatieavond, of die koffiedrinkt bij niet alleen de buurman maar bij iedereen, dat zou ik gewoon doen en help die ondernemers. En u zei daarbij, dat is de laatste, de gemeente moet dat toetsen. Dan wil ik wel oproepen, het water staat echt, het zit ondernemers echt hoog, dan kan het geen argument zijn, we hebben geen capaciteit dus over vier maanden gaan we dat eens toetsen. Daar moet dan ook een beetje kracht achter zitten. De voorzitter: Oké. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja. Ja, ik ben bereid om de ondernemers te wijzen met de middelen die ons ter beschikking staan om ze erop attent te maken. Ik weet dat er een geringe capaciteit is bij juridische zaken want er zijn aanvragen binnengekomen en die worden beoordeeld. En vaak is het dan van, wilt u nog dit en dat en dat aanleveren. Dus als we het hebben over rechtsgelijkheid, ja, dan denk ik niet dat we van de gemeente kunnen verlangen dat wij heel erg individueel gaan assisteren bij het indienen van een aanvraag. En ik weet dus ook niet of het een landelijke regeling is, of wij echt een specifieke Wijdemeerse regeling hebben. Weet ik echt niet. Ik weet alleen dat het bestaat in algemene zin, dat je voor nadeelcompensatie in aanmerking kunt komen. En de bereidheid om de ondernemers daarop te wijzen en ze aan de hand te nemen, die is er.

Maar u weet ook, en dat zeg ik er nadrukkelijk bij, dat wij geen ijzer met handen kunnen breken en dat we niet iedereen tegelijktijdig kunnen behandelen. Dus wij zullen daar keuzes in moeten maken, wat we dan wellicht

niet doen. Want de deskundigheid die hiervoor nodig is die ligt ook niet voor het opscheppen bij ons in de organisatie. De voorzitter: Oké. Maar ik hoor u zeggen dat u graag ondernemers erop wil wijzen dat die compensatiefonds bestaat. Goed, laten we teruggaan naar, en dan kan u er, mevrouw Van Rijn, even over nadenken over uw motie, motie M-V-2. Mevrouw IJsbrandij, wilt u hem tot stemming laten komen of gaat u hem ... Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ik ga hem helemaal full monty in stemming brengen. De voorzitter: Oké. Dan stel ik voor dat we overgaan tot stemming. Ja? Goed. Ja, mevrouw Van Rijn? Oké. Motie M-V-2, Nieuw-Loosdrechtsedijk naar fase 2-A. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor deze motie? En dat is de fractie van DorpsBelangen. En met twee stemmen voor en zestien stemmen tegen is de motie verworpen. Dank u wel. Wij gaan wel doorstomen, dames en heren, het spijt me maar ik wil toch wel … De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, ik zou toch een vijf minuten schorsing willen aanvragen. Omdat ik even met een aantal collega's wil overleggen over een … Ja, ik … Nou ja, dank u wel, mijnheer Nienhuis. Ik wil vijf minuten schorsing aanvragen. De voorzitter: Is vijf minuten genoeg voor u? Goed, dan schors ik de vergadering met vijf minuten en we hervatten de vergadering om tien minuten over tien.

De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Ik verzoek u te gaan zitten en ik geef de heer De Kruijff het woord. De heer De Kruijff: Voorzitter. Ja, ik krijg een camera in beeld. Voorzitter, dank u wel voor de ruimhartigheid om even vijf minuten te schorsen. Het CDA en de VVD hebben overlegd, zij gaan geen motie indienen. Wij hebben de wethouder duidelijk gehoord, wethouder heeft aangegeven dat die de vindbaarheid voor wat betreft die nadeelcompensatieregelingen, mochten die er zijn, dat hij die gaat vergemakkelijken op de kanalen van de gemeente. En dat vinden wij voor nu voldoende om het met die toezegging af te doen. Dus dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij verder met de agenda en dat is 18 C M-V-3, Nieuw-Loosdrechtsedijk naar fase 2-B. Ook ingediend door DorpsBelangen. En dan geef ik de heer De Kloet het woord denk ik. De heer De Kloet: Ja, ik denk het wel. Even verrassend want het zou mevrouw IJsbrandij zijn die dat doet en ik denk dat zij er nu aankomt als wij één seconde hebben. Nee, dat is de gemeentesecretaris, die mag het ook doen. Een beetje ingewikkeld. Nee, maar goed, ja, ‘…’ maar dit gaat duidelijk over de financiële consequenties en … Ik heb hem uiteraard gelezen. Was een interruptie, sorry, voorzitter. Nou ja, daar hoeven wij weinig woorden aan vuil te maken verder.

En gezien ook de lange discussie van hiervoor denk ik dat dit een motie is die wij denk ik raadsbreed verder kunnen aannemen. De voorzitter: Nou, zo makkelijk ga ik het u niet maken want ik verzoek u ook het dictum van de motie voor te dragen als indiening daarvan, draagt het college op.

De heer De Kloet: Ik gaf u de gelegenheid om mij wat te vragen. Een financiële stand van zaken te overleggen aan de raad, in ieder geval voor de volgende commissievergadering Ruimte en Economie van 9 maart 2023. En bullet 2, een update van deze financiële stand van zaken te overleggen aan de raad na afronding van fase 1 begin april 2023. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Verhelderende vragen aan de indiener? Nee. Dan ga ik naar de wethouder. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ik zal het ook proberen dan kort te houden, voorzitter. Ja, in algemene zin zijn er regels waarbij het college overschrijdingen moet melden. Nou, ik zou willen dat ze zo ruim waren als in deze motie staat. 10 procent van deze aanneemsom is een enorm bedrag. Maar de marche is veel kleiner wanneer wij, veel lager wanneer we ons bij u moeten melden met overschrijdingen. Ik heb al in de raadsinformatiebrieven van november één keer en twee keer in december aangegeven dat wij verwachten dat we niet binnen het budget blijven. Maar dat we er nu binnen blijven is nog heel makkelijk. Want ja, de klus is nog maar, nou, wat zullen we zeggen, 40 procent misschien ongeveer en het beschikbaar gestelde krediet is natuurlijk voor het hele project. Dus dan kunnen we makkelijk nu net doen als, we zijn nog binnen de grenzen maar dat is wel het feit.

Waar het om gaat is natuurlijk dat we een goed beeld straks hebben van hoe we uit denken te gaan komen in zijn geheel. Nou, daar zijn we mee bezig, heb ik u ook gewacht van gemaakt in die raadsinformatiebrieven. En dat om kort te gaan als ik kijk naar wat het college opgedragen wordt, dat gaat ons zeker niet lukken om voor, om een financiële stand van zaken te overleggen aan de raad voor de commissievergadering Ruimte en Economie van 9 maart 2023. We zitten dan in de laatste maand van de eerste fase. Plus dat er nog grote discussiepunten zijn met de aannemer. Ik heb dat vorige week ook gezegd. En je legt je kaarten niet op tafel voordat je dingen beslecht hebt. En de tweede is een update van de financiële stand van zaken te overleggen aan de raad na afronding van fase 1 begin april 2023. Nou, dat we die update u voorleggen, dat heb ik al eerder toegezegd, ook in die brieven maar ook vorige week. Maar het college laat zich niet vastpinnen op begin april om redenen die ik zo net bij de eerste bullet al zei. Dus het college ontraadt deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verhelderende vragen naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder? Nee. Dan gaan we naar een tweede termijn. Wie wil het woord voeren? Mevrouw Van Rijn. Verder nog iemand? De heer De Kruijff. Roosenschoon. Oké. En dan mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter.

Sorry dat ik vanavond steeds aan het woord ben. We hadden het verdeeld zodat u het niet alleen met mij hoeft te doen. Maar als al die agendapunten dan van de agenda worden gehaald of weggeschoten dan heeft u helaas met mij te stellen en niet met de heren naast mij. Maar overigens … De voorzitter: Maar eentje hè, maar eentje. Niet allemaal. Mevrouw Van Rijn: De motie Middenweg is ingetrokken en het agendapunt van. Maar daar gaat het niet om, daar gaat het niet om, ik ga gewoon deze motie doen. Dit vind ik een heel ander verhaal dan wat hiervoor voorlag. Volgens mij is het niet zo, of ik vraag de wethouder dat nog een keer uit te leggen, dat de wethouder pas hoeft te melden als die overschrijding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Volgens mij is de afspraak dat als je zeker weet, hè, de verwachting dat je dat gaat overschrijden met een bepaald percentage, dat je dat de raad moet melden. Het klopt dat de wethouder heeft gezegd in november en in december was ons ook bekend, we gaan het budget overschrijden en er stond een forse overschrijding. Nou, als we weten wat het totaalbudget is van dit project dan is een forse overschrijding geen 100.000 euro dus dat kunnen we allemaal

narekenen. Als ik de heer Zagt dan hoor zeggen, er zijn nog flinke discussies met de aannemer. Nou, u heeft in het vorige agendapunt de naam genoemd met het KWS, dan kunt u wel voorstellen wie ik gebeld heb. En die zei, daar gaan we weer, daar gaan we weer. De gemeente tegen de ondernemer bij zo'n groot project. En ik hoorde mijnheer Zagt in de commissie en toen hebben wij ons mond gehouden, heb ik nog even over nagedacht, praten over bijvoorbeeld, de kosten zijn gestegen door slecht weer. En toen vroeg ik me af, ja, wie is daarvoor verantwoordelijk? We hebben dit aanbesteed. Is het dan zo dat als het is aanbesteed en het is slecht weer dat de gemeente per definitie betaalt of is dat de verantwoordelijkheid voor een ondernemer? U zei ook, en het staat ook in de brief, inflatie is een grote reden voor de overschrijding. Dan vraag ik me af, hoe regel je dat bij aanbesteding? Ik weet dat er wel uitzonderingen voor zijn maar het kan toch niet zo zijn dat we iets aanbesteden, daarvoor moet het gebeuren, maar vervolgens elke tegenvaller komt op het bordje van de gemeente. Dus wij zouden toch willen horen, wij gaan de motie ook steunen, waar zitten nu de problemen? Als het de inflatie is dan is het heel makkelijk. Mijnheer Zagt is goed in rekenen, dan rekenen we dat uit en dan weten we het totaalbedrag.

Dan kunnen we dat ook niet compenseren in de tweede termijn want ik verwacht niet dat de inflatie lager is voor het tweede deel dan het eerste deel. Dus ik vind dat iets te makkelijk om te zeggen, we wachten het hele project af en dan zien we het wel. Dus wij zijn het volledig eens met deze motie om zo snel mogelijk de financiële stand van zaken met ons te delen. En ook dit termijn en volgens mij is dat mogelijk. Wij zouden daar nog bij willen voegen. En waar zitten die tegenvallers dan? Dat zijn onze vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, ik kan wel kort zijn. De VVD-fractie zal deze motie niet steunen omdat wij het betoog van de wethouder volgen. Het lijkt ons echt onmogelijk om voor 9 maart een financiële stand van zaken te overleggen terwijl in ieder geval de eerste fase van dit project nog loopt. Ik zou misschien de wethouder willen vragen, want ik begreep net ook het hele project, of het misschien wel mogelijk is een financiële stand van zaken na de eerste fase te sturen naar de raad? Maar dat zal dan later zijn. Sorry. Ik hoor wat geroezemoes. Maar dat zal dan in ieder geval later zijn dan 9 maart. Maar zoals die er nu staat kunnen wij hem niet steunen. Tot zover. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Voorzitter, het probleem is inderdaad van deze motie, die datum van 9 maart. Ik denk dat, ik volg de wethouder volledig als die zegt dat op dat ogenblik nog niet alle feiten boven tafel zijn. En het misschien heel moeilijk is om dan echt een financiële stand van zaken te overleggen waar je enig, waar je op kunt bouwen in ieder geval, waar je op kunt vertrouwen. Het is een, dan zal het een momentopname zijn waarvan we bij voorbaat weten dat die niet compleet en niet correct is. En het lijkt een beetje op de cijfers voor de begroting eigenlijk. Dus 9 maart is niet haalbaar. Als die datum eruit was hadden wij die motie kunnen steunen zonder enig problemen. Want ik denk dat een update van de financiële stand van zaken begin april wel mogelijk is. Maar in dit geval dus die 9 maart vind ik, vinden wij een probleem. Tot zover. En als zodanig, als het erin blijft staan dan kunnen we helaas deze motie niet steunen. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Met dezelfde argumentatie als D66 zullen wij ook deze motie niet steunen. Ja, als die datum verandert zou je het kunnen overwegen maar dan is die motie weer overbodig want de wethouder heeft toegezegd dat het inzicht komt. Dus een senior-raadslid zei straks, stemmen. Ik vond dat een briljante gedachte. Misschien moeten we dat hier ook maar doen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. U wilt nog een beantwoording door de wethouder op uw vragen, mevrouw Van Rijn? Ik zou graag het debat in een tweede termijn willen maar goed, gaat u verder, wethouder Zagt. De heer Zagt: De kosten zijn niet gestegen door het slechte weer, de planning heeft gevolgen gehad door het slechte weer. Over inflatie, daar kun je heel veel van vinden. Vind ik ook. U ook. Maar we hebben al veel meegemaakt met allerlei inflatiecijfers, bouwinflatie. Nou, ik weet niet hoeveel indexen er wel niet zijn. En je schrikt ervan hoe enorm gevarieerd die zijn. Het varieert van 2 tot 35 zo ongeveer. Ik weet niet welke hier van toepassing is maar ik weet wel dat er wettelijke regels zijn dat ook al heeft een aanbesteding plaatsgevonden en ook al zijn er afspraken en zijn ontwikkelingen van zodanige omvang die niet toerekenbaar zijn aan tekortkoming van wie dan ook, dan word je gewoon gehouden om daar elkaar te vinden. Nou, daar gaat de discussie over en die discussie is nog niet uitgekristalliseerd. Het is dan ook niet wat mevrouw Van Rijn zei, en ik citeer, we wachten het hele project af en dan zien we het wel. Nee, ik heb u op 12 december laten weten dat zo gauw de eerste fase, dat eerste half jaar afgerond is, dat wij het wenselijk vinden om dan naar u toe te komen en met een volledig voorstel.

En een volledig voorstel, dat betekent dat wij ook die evaluatie hebben gedaan, lering getrokken hebben uit alle ontwikkelingen, met alle partijen, met KWS in gesprek geweest te zijn om te kijken, hoe kunnen we dat tweede half jaar, wat 1 oktober moet beginnen, eerst hopen dit jaar, aanpakken? En wellicht zijn er andere werkwijzen mogelijk. Ik ga niet zeggen welke want er zijn wel gedachten over maar dan krijg je daar weer allerlei verhalen over, om het anders te doen, op een andere manier. Eentje is bijvoorbeeld, die kan ik wel zeggen, 24 uur doorwerken zeven dagen in de week, om maar eens wat te noemen. Maar daar zullen ongetwijfeld kosten aan zitten. Nou, wat heer De Kruijff zei, ja, dat ondersteunt eigenlijk wat ik zonet aangaf. Wat ik ook heb toegezegd dat zeker na die eerste fase van het project, dat eerste half jaar, wij komen met een financiële stand van zaken waarin ook dat tweede half jaar verwerkt is. Ik wil trouwens, dat schiet me nu te binnen, ik hoorde straks iemand zeggen dat het nog maar de vraag was of er 1 april gestopt zou worden. Dat is wel degelijk het geval want dat hebben we afgesproken met de ondernemers, voordat daar verhalen over gaan. En begin april, mijnheer Roosenschoon, begin april zegt u, dan kan het wel duidelijk zijn. Het is begin april niet duidelijk.

Wij willen goed in gesprek als dat eerste half jaar afgerond is, met alle leermomenten, alle ervaringen en die kunnen verwerken om met een gedegen voorstel naar u toe te komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat allemaal gehoord hebbende geef ik het woord aan de heer De Kloet of mevrouw IJsbrandij? Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Nou, dank u wel voor deze uitzondering en excuus voor mijn late aanhobbelen. Ja, even denken hoor want ik wil even duidelijk horen van de wethouder, maar hij zal het wel gezegd … Die … We hebben een budget, dan is er toch per fase duidelijk hoeveel budget voor elke fase nodig is? Een beetje aansluitend op mevrouw Van Rijn die zegt van, dan hebben we aan het einde van, bij fase, de laatste fase ineens een groot gat of zo. Of komt elke keer van, dit was fase 1, hier heb ik zoveel te weinig of anders maar goed. Dat wil ik graag even horen. En als … Oké, dan hebben ze … En ik dacht dat in december was gezegd dat er een bepaald, hoe de financiën erbij stonden. Dus ik wilde gewoon eigenlijk daar weer mee, een nieuwe update daarvoor. Dus ik denk, dan hebben we dat nu en dan hebben we dat over anderhalf, twee maanden weer. Maar ik begrijp nu dat die in december er helemaal niet was en dat dat echt aan het einde van het traject wordt bekeken van deze fase. Dat zijn eigenlijk mijn twee vragen, even voor de verduidelijking.

Dank u wel. De voorzitter: Ja. En dan beslist u aan de hand daarvan wat u wilt doen met de motie? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ja. Dank u wel.

De voorzitter: Oké. Wethouder Zagt. Er is nog zes minuten op de teller voor het college en er komt nog een motie. En ik denk dat uw collega wethouder Kruijt ook wil wat zeggen tegen de raad qua advisering. Dus probeert u het kort te houden dan, beantwoording graag. De heer Zagt: Wat is tactisch? Mevrouw Kruijt? Het antwoord op die vraag is heel makkelijk, ik heb al, nou, nu al vanavond al drie keer en vorige week al en al in december toegezegd dat dat voorstel er komt, dat overzicht na dat eerste half jaar. Dus ja, ik heb daar niks aan toe te voegen. Het is naar de bekende weg vragen. De voorzitter: Oké. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Nee, nou nee, het was even ter verduidelijking van, goh, u was er dus … U houdt het dus niet gaandeweg bij en u had het in december nog niet op een rijtje en nu dus ook nog niet. Gaat u echt pas doen na fase 1. Duidelijk. Dan, ja, zou ik de motie aan kunnen passen en de eerste datum er uithalen zoals de heer Roosenschoon heeft voorgesteld. De voorzitter: Wat wilt u doen, wilt u schorsen en de motie aanpassen of … Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ik heb even een minioverleg, mag dat? De voorzitter: Een minioverleg. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Twee minuten schorsing. De voorzitter: Twee minuten. Nou, dan blijven we even zitten met zijn allen. Twee minuten schorsen we. Ik heropen de vergadering. Mevrouw IJsbrandij.

Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, kijk DorpsBelangen hecht gewoon heel veel aan dat financiële overzicht en dat het ook duidelijk wordt en dat we zo goed mogelijk in de tang houden, dat we weten wanneer we uit de pas lopen. Vandaar deze motie. Als we een toezegging inderdaad kunnen hier onderstrepen van de wethouder dat zo snel mogelijk na deze eerste fase dat overzicht er komt, dan neem ik de motie terug. We, sorry. De voorzitter: Knikt de wethouder? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: DorpsBelangen neemt dan de motie terug. De voorzitter: O, de wethouder gaat staan. De heer Zagt: Daar hebben we het nou zo lang over gehad. Ik heb dit in december al toegezegd. De voorzitter: Ik denk dat een ja, men graag een ja wil horen maar ik begrijp .... Wethouder Zagt, wilt u gewoon duidelijk aangeven? De heer Zagt: Ja. De voorzitter: Dank. Dus mevrouw IJsbrandij, ik begrijp dat u de motie intrekt? Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ja.

De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Duidelijk, ja. De voorzitter: Dan gaan we naar 18D, M-V-4, ingediend door CDA, ChristenUnie, DorpsBelangen, D66, vul dat ondernemersloket, met uitroepteken. Ik geef het woord … Mevrouw Van Rijn, geef ik u eerst het woord over het indienen van de motie? Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja? Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Vorige week in de commissie duidelijke inspraak gehad rondom het ondernemersloket en het niet bezetten van het ondernemersloket. Vanuit de commissie hebben wij duidelijk de wens gehoord dat dit zo snel mogelijk wordt ingevuld, dit ondernemersloket. De wethouder was naar ons inziens niet, nou ja, wij vonden de beantwoording niet bevredigend. Het kwam er bij ons op neer, eigenlijk word ik een beetje teruggefloten. Het voelde een beetje als, ik word teruggefloten door het herstelplan, ik wil het wel maar ik mag het niet. De wethouder heeft allerlei ambities op het gebied van recreatie, toerisme, et cetera. Vraag aan de wethouder, hoeveel capaciteit heeft u over zonder dit ondernemersloket voor economische zaken? En wij vragen ons af, ja, hoe kan een wethouder zo passievol praten over alles wat zij wil gaan oppakken en het oké vinden dat het ondernemersloket onbemand blijft? Onze ondernemers zijn de motor van de samenleving.

En nou pik ik een citaat van mijnheer Zagt dat die gebruikte aan het begin van onze vergadering toen we spraken over het herstelplan. Toen zei mijnheer Zagt, we kunnen het ons niet permitteren om stil te staan. Nou, voorzitter, het niet invullen van het ondernemersloket voelt als stilstaan. Het voelt als voorsorteren. Al zouden we zelfstandig willen blijven, of welke keuze we ook maken, als we al die plekken niet gaan invullen, er is ook niet gezegd, ik ga hem interim invullen, we gaan hem gewoon niet invullen, ja, wat vinden onze ondernemers dan van onze dienstverlening? Hoe kunnen wij ze helpen? Echt, wij kunnen niet begrijpen dat dit het voorstel is van het college. Kan ook niet begrijpen, en de vraag is niet aan de wethouder want dat standpunt weet ik al hè, de wethouder laat het ondernemersloket leeg. Dus wat mij betreft hoeft de wethouder ook helemaal niet te reageren op die ene vraag na van het aantal fte's. Maar ik heb wel een vraag aan mevrouw Hidding. Tijdens de presentatie van het coalitieakkoord was het hoogtepunt van de VVD het ondernemersloket. De VVD had ervoor gezorgd dat het ondernemersloket in het programma kwam. Dat vonden wij een beetje mager. We dachten, er komt nog wat achter maar dat viel een beetje tegen. Maar hier zou VVD voor strijden.

We hebben de VVD uiteraard gevraagd van, doet u mee dit ondernemersloket te laten vullen? U ziet het, het logo van de VVD staat er niet op. Ik zou willen vragen of het nut heeft om nog even te schorsen zodat de VVD deze vergissing misschien kan herstellen en alsnog mee wil doen aan deze motie. Ik kan niet begrijpen dat een partij die zo voor het strijden is voor het ondernemersloket, dat als hoogtepunt in het coalitieakkoord laat zetten, het accepteert van de wethouder dat het ondernemersloket leeg blijft. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Maar u ging de motie toelichten en indienen dus … Mevrouw Van Rijn: Ik heb de motie … Ja, volgens mij is het heel duidelijk. De voorzitter: Draagt het college op.

Mevrouw Van Rijn: Ja, wij dragen het college op zo snel mogelijk uiterlijk voor juni invulling te zoeken voor het ondernemersloket en daarbij ook in gesprek te gaan met ondernemers over hun wensen. De voorzitter: Dank. En dan kijk ik naar mevrouw Kaper. Hebt u nog een toevoeging? Mevrouw Kaper: Ja. Nou ja, als ChristenUnie hebben we begrip voor nieuwe plannen die niet kunnen maar dit is gewoon een bestaand loket. Dus het verbaast ons dat daar niet actief wordt geworven voor een nieuwe ondernemersmanager. Dus vandaar dat wij deze motie mede indienen. Ik wil toch wel even een opmerking maken aan het CDA want volgens mij is deze motie naar alle partijen gegaan en heeft de VVD ook de kans gekregen om wel of niet mee te doen. Ja, om ze dan nu zo voor het blok te zetten vind ik een beetje apart. Ik snap uw doel daarmee, ik begrijp ook waar het vandaan komt maar ik vind het niet helemaal wenselijk om het maar even zo te zeggen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel. Weinig aan toe te voegen alleen ik sluit aan bij de woorden van mevrouw Kaper inderdaad, het stond gewoon in de begroting ’22. Dus wat dat betreft, het lijkt me geen enkele blokkade als het gaat over herstelplan of verder kijken.

Als je de commissievergadering nog even terugluistert dan wordt er ook gesproken, daar zal ik nu niet op ingaan maar dat wil ik wel even genoemd hebben, dat we in een, nou, dik anderhalf jaar geleden in deze gemeente lang hebben gesproken met de ondernemers als het gaat over de recreatiesector. Daar zou de bezetting van het ondernemersloket een buitengewoon grote rol in kunnen gaan spelen weer om het op te pakken. Ik geef het maar even mee als tip aan de wethouder. En vooral die tweede zin of het laatste deel van de zin van het dictum, dat is wel heel belangrijk want de ondernemers, via Ondernemend Wijdemeren, hebben echt een noodkreet geplaatst aan onze gemeente. Dus vandaar dat er echt een grote urgentie achter zit en niet zomaar wordt ingediend. Sowieso nooit als DorpsBelangen een motie indient trouwens. Dus wat dat betreft wil ik dat nog maar even één keer onderstrepen. Dit is echt heel belangrijk voor heel veel ondernemers, voor alle ondernemers in onze gemeente. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. En mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, het is een vrij eenvoudige motie, het is een voortzetting van beleid. Het is urgent, ik heb er verder niks meer aan toe te voegen want het spreekt vanzelf. De voorzitter: Oké. Zijn er verhelderende vragen aan de indieners? Nee. Dan nodig ik mevrouw Kruijt uit voor een reactie vanuit het college.

Mevrouw Kruijt: Ja, dank u wel. Ik heb me vorige week denk ik niet helemaal helder uitgedrukt in de commissievergadering. Dus ik heb nog eens heel goed nagedacht, ook na de woorden van de ondernemers, en indachtig ons coalitieakkoord, als mede een van de speerpunten van de VVD. Ondernemers zijn zeer belangrijk voor het economisch welvaren van de gemeente. Hoewel we nu gelukkig wel een beperkte, qua tijd dan, invulling hebben op het terrein van economie, gaan we zo snel mogelijk aan de slag met een nieuwe invulling. Wij beraden ons op wat de beste of de juiste manier is qua invulling, we betrekken daar de ondernemers bij en we leggen verbinding met relevante thema's. En ik streef er dan naar om eind juni een invulling te hebben voor het ondernemersloket 2.0. De voorzitter: Ja. En de vraag over de fte's, is die … Kan nu niet beantwoord worden.

Mevrouw Van Rijn: Maar oké, maar de wethouder kan toch wel aangeven of er buiten dit ondernemersloket voldoende capaciteit is om hiermee aan de slag te gaan? De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Als deze invulling geschied is dan gaan we de verbinding leggen met de andere deelgebieden, met de andere domeinen. Dat betekent dus inderdaad dat we gewoon per saldo meer capaciteit hebben omdat je het veel integraler gaat benaderen. De voorzitter: Oké. Mevrouw Kaper: Voorzitter? De voorzitter: Zijn er nog verhel… Wie riep voorzitter? O, ja. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Het is even wennen op deze plek. De voorzitter: Ja. Mevrouw Kaper: Maar komt goed. Ja, de invulling van het ondernemersloket en dat gaat u bespreken met de ondernemers en de, hè, in de zes wekelijkse overleggen geloof ik die u al heeft. U gaat dat intern denk ik bespreken. Maar volgens mij hebben de ondernemers heel duidelijk aangegeven wat ze willen. En dat is gewoon dat er weer iemand bij het ondernemersloket is waar ze naartoe kunnen gaan, die ze kunnen bellen. Dus het verwondert mij een beetje, kunt u die invulling, ja, misschien moet u dat dus nog onderzoeken terwijl volgens ons, en ik spreek denk ik namens mijn mede-indieners, is de wens al heel duidelijk. Dus ik begrijp even niet wat u met dan de invulling bedoelt? De voorzitter: Wethouder Kruijt.

Mevrouw Kruijt: Wat ik vorige week in de commissie ook heb gezegd is dat we het eigenlijk veel breder willen gaan trekken. Dat we niet alleen maar zeg maar het ondernemersloket zoals we dat tot nu toe hadden gaan voortzetten maar dat we die verbreding zoeken met thema's als recreatie en toerisme bijvoorbeeld. Dat we ook meekijken, hoe kunnen we het vanuit planologie en de invulling van diverse bedrijfslocaties beoordelen. Met andere woorden, het is, daarom noem ik het ook een 2.0 loket, maar niet meer in de oude setting en we betrekken daar de ondernemers bij. We raadplegen ze niet maar we betrekken ze erbij van, wat vinden jullie nou dat nodig is? De voorzitter: Goed, zijn er verder nog verhelderende vragen? De heer De Kloet: Ja. De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ja, ik hoor het de wethouder zeggen. Het ligt op het puntje van mijn tong om te vragen van, kunt dat even uitleggen als u zegt, het is een integrale aanpak met de nieuwe invulling eind juni ondernemersloket 2.0. Dat zijn heel veel woorden die ik allemaal afzonderlijk begrijp maar in samenhang niet. Ik wil echt verduidelijking want de noodkreet die geslaakt is door onze ondernemers is niet zomaar. Als u zegt, ja, eind juni heb ik een nieuwe invulling. Nou, dat is dan net voor het zomerreces. Met een beetje pech, gezien

ook de bezetting in het huis, wordt dat september, oktober, dan zijn we bijna een jaar verder zonder begroting. Ik wil echt verduidelijking hebben en wat de wethouder hier nou precies mee bedoelt en wat de consequenties zijn? Een aanpalende vraag is, de ondernemers hebben een suggestie gedaan dat ze het zelf gaan invullen volgens mij, of in ieder geval daar een actie in willen ondernemen. Hoe denkt de wethouder daarover? En ik ben heel benieuwd naar het antwoord want wat er nu wordt gezegd dat geeft me een beetje kriebels. De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Op dit moment is er één dag per week iemand beschikbaar om aanspreekpunt te zijn voor ondernemers. Die is ook aanwezig bij allerlei overleggen die we hebben met de diverse ondernemersverenigingen, de diverse ook recreatie-, toerismeondernemers. En dat betekent dat er in ieder geval een bezetting is dus ondernemers kunnen bij ons terecht. We hebben een e-mailadres, ondernemen@wijdemeren, ook dat is gewoon in de lucht. Dat wordt bekeken, wordt beoordeeld. Daar komen op dit moment geen vragen binnen. Mensen kennen mij intussen. Ik heb rechtstreekse contacten met ondernemers dus alle signalen die vanuit ondernemers komen, die komen ook gewoon bij ons binnen. Zowel via Ondernemend Wijdemeren maar ook via een HISWA-RECRON, net zo goed als via de Koninklijke Horeca Nederland.

Ik heb niet het gevoel dat hier iets op dit moment wordt gemist maar het is wel een beetje beperkt. Nou, we gaan kijken, kunnen we niet die combinatie in een wat bredere zin leggen met meer recreatie- en toerismeverhaal omdat daar ook echt wel wat meer economische potentie inzit dan we op dit moment eigenlijk eruit halen. Nou, daar willen we de inzet op gaan richten. De voorzitter: Goed, dank u wel. Mevrouw Van Rijn of was het … Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, even een verduidelijkende vraag. De wethouder zegt, het is een beetje beperkt, ik ga kijken wat … Was het beperkt of is de situatie nu beperkt? Ik snap niet helemaal wat u bedoelt. Mevrouw Kruijt: Op dit moment is er zeg maar één dag per week een bezetting. En onder de oude ondernemersmanager die we hadden was dat, nou, ik denk een 0,7 fte. Mevrouw Van Rijn: En u bedoelt met uw 2.0 invulling dat u voor juni weer dat ondernemersloket volledig bezet of bedoelt u dat … Heb ik dat goed? De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Mijn streven is om eind uiterlijk, uiterlijk eind juni weer een goede bemensing te hebben op dit loket. Die dan niet alleen zeg maar puur even de vragen van ondernemers binnenhaalt maar die ook de verbinding legt met andere domeinen. En ik wil graag even een beetje ruimte hebben om te zorgen dat we ook de juiste persoon binnenhalen die die volle breedte kan oppakken. Dus economie breed.

Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dan heeft de wethouder toch wel een heel verkeerd beeld van wat de ondernemersfunctie heeft ingehouden de afgelopen jaar. Het was niet puur ophalen van de vragen, het was juist de ondernemers horen, verbinding leggen met bijvoorbeeld ruimtelijke ordening op het moment dat iemand met

uitbreidingsplannen vastloopt. Dat is niet nieuw. Dus 2.0 zou best kunnen maar wat de wethouder zegt, het ondernemersloket alleen heeft het puur vragen opgehaald, dat is gewoon niet waar. Dat is gewoon niet zo. De voorzitter: ‘…’. Mevrouw Hidding, u had ook een … Oké. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Helemaal goed. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, als ik u goed begrijp, wethouder, we hadden dus 0,7 fte zegt u. We hebben nu één dag per week, als ik het goed begrijp is dat 0,2 fte. Dus bent u van plan om naar boven te gaan van 0,2 naar 0,7 gaat u verder. Op dit ogenblik, kijk, als je het hebt over 0 of 2.0, we zitten nu op 0, hoe zeker bent u dat u 2.0 haalt? De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: De heer Roosenschoon … Sorry. De voorzitter: Ja. Nee, gaat uw gang. Mevrouw Kruijt: Oké. De heer Roosenschoon weet natuurlijk precies wat ik bedoel met een 2.0 namelijk het op een wat andere leest schoeien. De heer Roosenschoon: Dat dacht ik eerst. Mevrouw Kruijt: En ik bedoel daar niet een 2.0 formatie. Nee, laat dat duidelijk zijn. De heer Roosenschoon: Dat was ook niet mijn suggestie. De voorzitter: Nee. Mevrouw Kruijt: Ik denk aan een nog wat eigentijdsere en vooral in een wat verbrede functie voor economie. En niet alleen maar het ondernemersloket maar gewoon economie breder neerzetten.

De voorzitter: Goed, deze motie gaat over de invulling van het loket en niet zozeer hoe. Dat kunt u misschien op een ander moment met de raad over in gesprek. Dank u wel voor uw beantwoording. Tweede termijn, wilt u met elkaar in gesprek? Mevrouw Hidding. Wie nog meer? Mevrouw Hidding: Dank u, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer … O, oeh, wacht, ik ben aan het inventariseren. Mevrouw Hidding: O, sorry. De voorzitter: Sorry. Ja, de heer Goossen, mevrouw Abrahamse. Verder, ja, en dan de indieners, Roosenschoon, Kaper, Van Rijn. Oké, dan begin ik met mevrouw Hidding Mevrouw Hidding: Dank u wel alsnog, voorzitter. Het mag duidelijk zijn dat de VVD ondernemers zeker een warm hart toedraagt. Om die reden waarom we tijdens het vorige college initiatief nemen van het

ondernemersloket, stond het ook in ons verkiezingsprogramma en is het geborgd in het coalitieakkoord. Dat klopt, mevrouw Van Rijn. Gezien het feit dat deze positie na het vertrek van de ondernemersmanager nog niet was ingevuld, hebben we inderdaad tijdens de commissie vragen hierover gesteld. Met het doel met name duidelijkheid te scheppen voor onze ondernemers. We hebben verheugd geluisterd naar de woorden van de wethouder. Die bevestigt niet alleen dat ze met de invulling aan de gang gaat maar zoals ik het goed begrijp gaat ze ook naar de effectiviteit daarvan kijken. Gezien de uitleg lijkt het ons inderdaad dat ondernemers hierbij alsnog goed zullen worden geholpen. En daarmee kunnen we alleen heel blij mee zijn. Het blijkt bij nader inzien niet erg … De voorzitter: Interruptie, mevrouw Hidding. Mevrouw Van Rijn: Nou, laat maar afmaken. De voorzitter: Nee? Oké. Gaat u verder. Mevrouw Hidding: Het blijkbaar nader inzien niet erg dat mevrouw Van Rijn mij niet gebeld heeft over deze motie want ik neem aan dat zij eveneens blij is met de toezegging van de wethouder en de motie terugtrekt, aangezien het ons inziens nu volledig overbodig is. We zullen het dan ook logischerwijze niet steunen. Dank u wel. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel.

Ik heb u inderdaad niet gebeld, ik heb u gemaild dus dat maakt volgens mij niet zo heel veel uit. Ik vind het een beetje apart, voorzitter. Ik vind het zeer terecht dat wel mijn vraag waarom de VVD niet meedoet, juist omdat ze pleitbezorger zijn. En nu leest mevrouw Hidding een keurig uitgetypte, van tevoren uitgetypte tekst voor dat ze blij is met de antwoorden van de wethouder. Hoe kan dat nou? We horen ter plekke in de vergadering, u wist nog helemaal niet dat de wethouder dit zou gaan voorstellen. Wij hebben gevraagd, invulling van het ondernemersloket. Precies wat in deze motie staat om uiterlijk voor juni dat ondernemersloket in te vullen. Dan komt de wethouder hier staan die zegt, beste raad, wij gaan uiterlijk voor juni dit ondernemersloket invullen, precies zoals u wil, dit is overbodig. En dan leest mevrouw Hidding hier een van tevoren uitgeschreven tekst, ik kan het niet anders maken, dat het allemaal zo fijn is dat de wethouder zo keurig antwoord heeft gegeven en dat dat de reden is dat u niet meedoet. Hoe kan dat nou? Of de wethouder heeft u van tevoren gebeld. Dan had ik het prettig gevonden, wat ik heel fijn vind hè, als de wethouder ook het CDA had gebeld. Dan had mij dit hele motie maken weer gescheeld. Dat had heel veel belletjes met alle oppositiepartijen gescheeld. Heel de oppositie, heel de coalitie staat er niet op.

Mijn vraag, wethouder, heeft u van tevoren aan de oppositie of aan de coalitie medegedeeld dat dit een overbodige motie zou worden? Ik vind dit … De voorzitter: Maar dit is een vraag aan mevrouw Hidding denk ik? Mevrouw Van Rijn: Nou, de vraag aan mevrouw Hidding, hoe kan u dat nou weten? Want u zegt, ik doe niet mee omdat de wethouder dat heeft toegezegd. U had gewoon mee moeten doen als u het zo belangrijk vond. De voorzitter: Mevrouw Hidding.

Mevrouw Hidding: Het klopt dat we inderdaad kort voor de vergadering van vanavond deze informatie hebben ontvangen. Dat klopt. De voorzitter: Oké. Dan ga … Ja, mijnheer … Mevrouw Hidding: Maar even ter verduidelijking, mijn tekst was niet vooraf van de vergadering helemaal uitgetypt. Ook dat mag duidelijk zijn. De voorzitter: Dat hoeft u niet toe te lichten. Mijnheer De Kloet. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? O. De heer De Kloet: Ja. Ik mag nog reageren om ‘…’ of niet? De voorzitter: Ja hoor. De heer De Kloet: Oké. Ja, u zegt van, ik ben zo blij dat, verheugd zegt u zelfs, ik heb het even opgeschreven, dat de wethouder aan de slag gaat om de effectiviteit te verhogen. Dan heb ik aan u de vraag van, ondanks alle positieve berichten, zowel in deze raad als commissie als bij geloof ik alle ondernemers zo’n beetje, was die effectiviteit prima. Op welk terrein denkt u dan dat die effectiviteit nog beter is of anders moet? Want blijkbaar was dat niet goed genoeg. De voorzitter: Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ik reageer … Hier reageer ik echt op de woorden van de wethouder die tijdens de sessie zijn uitgesproken en niet vooraf aan mij medegedeeld. Ik begrijp dat zij wil kijken naar een nog bredere impact van de bezetting. Dus daar reageer ik op. Ik begrijp dat zij de effectiviteit nog wil verhogen door het manier van doen. De voorzitter: Dank u wel.

Dan ga ik door naar de heer Goossen. De heer Goossen: Dank u wel, voorzitter. Ja, volgens mij is het verhaal wel duidelijk. De manager is in mijn beleving weggegaan hè, die heeft ontslag genomen. Daar heeft mevrouw Kruijt niet voor gekozen, dat komt op je pad. Er is een invulling gedaan hè, dus er is alle moeite gedaan om de ondernemers toch te helpen. Zij gaat zelf in gesprek met ondernemers en zij heeft nu het plan aangepakt om voor juni een wat breder ondernemersloket toerisme in te gaan vullen. Ja, ik denk dat wij daar met zijn allen blij voor moeten zijn en haar moeten steunen om dit zo snel mogelijk te gaan bewerkstelligen. En over effectiviteit, ik heb ook wel eens met de vorige ondernemersmanager gemaild, ik moet tot op heden nog de reactie krijgen. Dus dat gaat niet altijd helemaal vanzelf. Ik ben blij met deze invulling en de ondernemers hebben het echt nodig, daar ben ik me van bewust. Ik ben zelf ook ondernemer en we moeten door hè, het is een heel belangrijk onderdeel in onze maatschappij. Dus ik hoop dat ze het zo snel mogelijk goed in kan vullen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, ook mijnheer Goossen doet niet mee met deze motie en is heel blij dat de wethouder zo voortvarend dit gaat invullen.

Wij … Bent u ook van tevoren geïnformeerd over het plan dat de wethouder dit gaat doen? Want u heeft om die reden ook niet … Bent u daar ook over geïnformeerd?

De heer Goossen: Ik ben niet van tevoren geïnformeerd want ik ben overdag gewoon aan het werk, ik heb geen lijntje met deze wethouder. Maar ik hoor dat nu op dit moment, ik heb het ook niet voorbereid maar ik ben wel blij als ze een invulling kan geven aan dit onderwerp want het is een belangrijk onderwerp. Daar bent u zelf ook van overtuigd. Dus als daar volop ingezet wordt en met alle tijd die er nu beschikbaar is gegeven wordt aan de ondernemers, dan zijn wij als partij heel gelukkig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Goossen. Goed, mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben met elkaar eerder besloten tot een ondernemersloket en we hebben ook gehoord dat het heel erg goed functioneert. De ondernemers hebben dat tijdens de commissie bij de inspraak ook aangegeven. En ik denk dat het ook als gemeente belangrijk is om ondernemers als inwonersgroep goed aan ons te verbinden en dichtbij ons te houden. Dat loket wordt nu heel erg gemist. Zelfs zo dat ondernemers de suggestie deden om zelf in natura of met een financiële bijdrage hier invullingen aan te geven. Nou, dat geeft maar aan hoe belangrijk ze het ervaren. Nou, u kan zich wellicht voorstellen dat we als PvdA-GroenLinks daar niet voor zijn. Ik vind dat we op geen enkele manier ook maar zelfs de schijn van belangenverstrengeling zouden moeten faciliteren.

Het betekent wel dat we ons als gemeente aan de afspraak moeten houden die we eerder met elkaar hebben gemaakt. Er is een vacature in een bepaalde omvang en die dient gewoon ingevuld te worden. En wij zijn blij dat de wethouder terugkomt op haar opmerkingen van vorige week in de commissie. En we kunnen alleen maar steunen als dat in een breder kader wordt gezet waardoor het nog effectiever wordt voor de ondernemers en voor ons als Wijdemeren. Dus wij zijn blij met deze toezegging waarmee voor ons dan de motie ook overbodig is geworden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Dan de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik was blij met het begin van het betoog van mevrouw Abrahamse. Want ze zegt, ja, we hebben, we hadden een systeem, dat functioneerde goed, mensen waren tevreden. We moeten zo snel mogelijk het hele systeem, het hele ondernemersloket weer goed bemand terugkrijgen. Ik was ook blij met het begin van het betoog van de wethouder. De eerste zinnen waren begrijpelijk. Verder werd het warrig. En dat is een beetje het probleem wat ik nu heb. Je kunt … Je hebt twee mogelijkheden. Of wat onze wens is en wat de wens is van de ondernemers, dit ondernemersloket zoals die bemand was van tevoren weer volledig is stand zetten. Of je gaat uit van een wensbeeld waarvan je dan zegt voor juni. Oké.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12457742/2