Transcript raadsvergadering 9 februari 2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 9 februari 2023
1.
Opening De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, en welkom bij deze raadsvergadering. In het bijzonder welkom geheten aan onze luisteraars thuis en natuurlijk ook onze bezoekers op de tribune. Wij werken vanavond zoals altijd met spreektijd. De griffie houdt de spreektijd bij en op het scherm kunnen jullie zien hoe het verloop van uw spreektijd is. Ter herinnering, twintig minuten per fractie en veertig minuten voor het college. Wij hebben voor vanavond bericht van verhindering ontvangen van de heer Goetheer en we zijn daarom met zijn achttienen. Voor wie hier vaker komt, en zeker voor de raadsleden, wij hebben een changement toegepast hier in de raadzaal. Dus Esther Kaper van ChristenUnie en Nanne Roosenschoon van D66, die zitten nu aan die kant. Dus even wennen. Ja. Goed.
Bepalen volgorde stemming De voorzitter: Dan beginnen we met hoofdelijke stemming. Met de hoofdelijke stemming beginnen we. Ja. Ja, mijnheer Nienhuis, wie weet, het kan uw dag zijn. Nummer 4. De heer Den Hartog. Nou. 2.
Installatie commissielid Rob Koedijker (D66) (Het voorstel is bij acclamatie aangenomen) De voorzitter: Nou, wij beginnen deze avond met twee feestelijke gebeurtenissen, wij gaan een commissielid benoemen en ook de plaatsvervangende griffier. Wij beginnen nu met de installatie van een commissielid, de heer Koedijker. En ik vraag of u hiernaartoe wil gaan komen. Niet in het midden, mijnheer Koedijker maar hier omheen lopen. We hebben het iets anders gedaan nu. Ja. Ja, daar staan we weer. Ja. De heer Koedijker: Drie keer is scheepsrecht. De voorzitter: Ja, is de derde keer? De heer Koedijker: Ja. De voorzitter: Ja, kijk eens. Nou, mooi. Goed, wij gaan nu over tot het afleggen van de belofte. Mijnheer Koedijker. Ja, als u allemaal wil staan. Ik verklaar dat ik, om tot commissielid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als commissielid naar eer en geweten zal vervullen. De heer Koedijker: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Nou. Van harte gefeliciteerd. Nou, voor de derde keer.
Ik hoef het niet uit te leggen want u weet hoe het werkt allemaal. Maar goed, u krijgt desalniettemin de bloemen. Ja. En een doos chocolaatjes nog, wat lekkers. De heer Koedijker: O, heerlijk.
De voorzitter: En ik wens u ontzettend veel plezier en succes in de komende tijd als commissielid. Blijf maar even staan want we gaan gewoon door. 3.
Installatie raadsadviseur Shaunie de Zanger (Het voorstel is bij acclamatie aangenomen) De voorzitter: Ja, mevrouw De Zanger, wilt u naar voren komen? Ja. Ja, dames en heren, met ingang van 1 januari jongstleden is Shaunie De Zanger in dienst getreden als raadsadviseur. En zij zal wanneer nodig ook optreden als plaatsvervangend griffier. En daarom ligt vanavond het voorstel mevrouw Shaunie De Zanger aan te wijzen als plaatsvervangend griffier. En daar ga ik van uit dat we dit per acclamatie doen. Goed. En dan gaat u de belofte afleggen. Dat klopt? Oké. Ik verklaar dat ik, om tot plaatsvervangend griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welke voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plicht als plaatsvervangend griffier naar eer en geweten zal vervullen. Mevrouw De Zanger: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Nou, hartstikke mooi. Van harte gefeliciteerd. En ook de felicitaties aan uw raad met zo'n leuke plaatsvervangende griffier. Ik hoop op een goede samenwerking samen.
4.
Vaststelling agenda De voorzitter: Goed, we zijn aanbeland bij vaststelling van de agenda. Zijn er opmerkingen ten aanzien van de agenda? Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Ja, dank u wel, voorzitter. De Lokale Partij heeft heel laat vandaag, met excuus, een amendement ingediend bij agendapunt over het Rekenkamerrapport. En ik heb van diverse begrepen dat omdat het zo laat binnen is gekomen zij niet in de gelegenheid geweest zijn om dat even met de fractie te bespreken. En daarom mijn verzoek of het hele agendapunt van de Rekenkamercommissie naar volgende maand zou kunnen? De voorzitter: Ik kijk rond of er bezwaar is tegen het doorzetten van dit stuk naar de volgende raad. De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, wat ons betreft kunnen we het tijdens de vergadering al een beetje lezen. Ik kan er wel over stemmen want ik ben het wel met u eens. Dus ik … Voor mij hoeft het niet uitgesteld te worden. De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik heb al een fractieoverleg gehad en voor ons geldt hetzelfde, we kunnen gewoon … De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Arme tak, voorzitter. Wij vinden het wel prettig als het uitgesteld kan worden. We zagen het pas heel laat en wij hebben wel behoefte om nog even goed te kijken naar de stukken en naar de reactie. Dus heel graag wel uitstel.
De voorzitter: Oké. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, we hebben wel wat vragen over het amendement maar als die beantwoord kunnen worden dan is het wat ons betreft genoeg om het vanavond toch te doen. De voorzitter: De heer Roosenschoon, ja. De heer Roosenschoon: Wat ons beseft ook liever uitstel, voorzitter. De voorzitter: En mevrouw Hidding. Ja. Gaat u maar, mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ja, eveneens zijn wij van mening dat het prima uitgesteld kan worden, hebben we er meer tijd voor. De voorzitter: Ja, oké. En ik zie ook knikkende gezichten ook bij DorpsBelangen en het CDA. Dus dan schuiven we hem door naar een volgende, niet in de commissie, naar de volgende raadsvergadering. Ja. Oké. En daarmee vervalt punt 16 van de agenda. D66 heeft vragen aangekondigd voor het vragenhalfuur. Er zijn vier moties vreemd aan de agenda aangekondigd. Dat is agendapunt 18, M-V-1, vrachtwagenverbod Middenweg, ingediend door PvdA, GroenLinks. M-V-2, Nieuw-Loosdrechtsedijk naar fase 2-A, door DorpsBelangen. M-V-3, Nieuw-Loosdrechtsedijk naar fase 2-B, door DorpsBelangen. M-V-4, vul dat ondernemersloket, uitroepteken, door CDA, ChristenUnie, DorpsBelangen en D66. Zijn er nog andere opmerkingen of mededelingen ten aanzien van de agenda? Nee? Zo niet, dan stel ik de agenda vast. 5.
Vaststelling besluitenlijsten vergaderingen gemeenteraad (De besluitenlijsten zijn vastgesteld) De voorzitter: En gaan we naar de vaststelling van de besluitenlijsten van de vergadering van de gemeenteraad van 12 december en ook van 14 december. Er zijn geen wijzigingen ingediend bij de besluitenlijsten. Ik kijk voor de zekerheid nog rond. Ik zie geen reactie en hiermee zijn de besluitenlijsten van 12 december en 14 december vastgesteld.
6.
Raadsvoorstel verkiezen plaatsvervangend voorzitters (Het voorstel is bij acclamatie aangenomen) De voorzitter: Nou, nog een feestelijkheid op de agenda. Raadsvoorstel verkiezen van plaatsvervangend voorzitters. Voorgesteld wordt de heren J.W. Nienhuis als eerste plaatsvervangend voorzitter voor de gemeenteraad en de heer O. Goetheer als tweede plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad te verkiezen. En ik kijk rond en ik stel voor deze bij acclamatie aan te nemen. Kan het … Ja? En met applaus misschien ook voor de heren hè. Gefeliciteerd, mijnheer Nienhuis. Ja. En veel dank aan de heer Roosenschoon dat hij deze mooie taak op zich heeft genomen tot op heden en met verve ook heeft gedaan. Ja, zeer zeker. Ja.
7.
Mededelingen De voorzitter: Goed. Agendapunt 7, mededelingen. Zijn er mededelingen vanuit de raad? Nee? Dan zijn er twee mededelingen vanuit het college. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Kruijt. Wethouder Kruijt moet ik zeggen. Aan u het woord. Mevrouw Kruijt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan meedelen dat afgelopen dinsdag gestart is met het opschonen van de Joodse begraafplaats, dat wil zeggen van al het onkruid, de rommel, de weet ik het wat allemaal niet. Er is heel erg hard gewerkt. Er zijn meerdere collega's dinsdag actief geweest. En aan het eind
van dinsdag ziet die er weer uit als een plaatje. Ik ben er zelf woensdag gaan kijken om te zien of het ook werkelijk dat plaatje is want ik heb natuurlijk de beelden nog van afgelopen zomer. Keurig. Het moet nog wel ingezaaid worden maar daar wachten we even mee tot het weer net even ietsje beter is. De voorzitter: Er is een vraag naar aanleiding van uw mededeling. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder. Hartstikke fijn dat u dit zo heeft opgepakt. U heeft het nu over het opknappen van de begraafplaats, kunt u ook al iets zeggen over de toegankelijkheid van de begraafplaats of komt u daar later op terug? De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Daar kom ik op een later moment op terug. De voorzitter: Dank u wel. En wethouder Hoelscher. Aan u het woord. De heer Hoelscher: Dank u wel, voorzitter. Als het goed is heeft u een raadsinformatiebrief ontvangen aangaande de positie van de Tomingroep of die komt nog uw kant op. Maar in ieder geval, in die brief staat gemeld dat op grond van de derdekwartaalcijfers 2022 er een tekort verwacht werd van 750.000 euro. En vandaag heeft, als u de krant heeft gelezen, tenminste Gooieneemlander kunnen lezen dat dat inmiddels is omgebogen naar een kleine plus. Dus dat is mooi nieuws, dat wilde ik u vandaag niet onthouden.
En uiteraard zullen we er voortaan voor zorgen dat de cijfers eerst u bereiken en pas daarna ze in de krant staan. Dat is ook wel zo netjes. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ja. 8.
Lijst ingekomen stukken De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 8, dat is de lijst ingekomen stukken. Ik loop per pagina de lijst ingekomen stukken door voor opmerkingen bij deze lijst. Behandelverzoeken graag voor maandag 13 februari twaalf uur bij de griffie indienen. Dan begin ik bij bladzijde 1. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Sorry, voorzitter, even zoeken. Ja, wij hadden een verzoek eerder ingediend, vorige raad of de raad daarvoor dat wij graag de reacties zouden ontvangen die het college stuurt op de brief evenementenbeleid van Stichting Sloep. Deze reactie hebben wij nog niet gezien dus het verzoek vanuit de CDA-fractie om ons die reactie, en ik neem aan niet alleen ons maar de raadsleden die reactie te doen toekomen. En wij hadden willen bespreken brief 8 maar dat is even afhankelijk van wat er gebeurt met de motie van DorpsBelangen. Dus wellicht dat we dat weer intrekken na de vergadering maar dat zullen we dan melden bij de griffie. De voorzitter: Oké, onder voorbehoud. En mijn excuus dat u de brief of een reactie in elk geval niet hebt ontvangen. Bladzijde 2. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, brief nummer 19, de adviesraad sociaal domein. De voorzitter: Ja. Verder nog iemand bladzijde 2? Nee? Bladzijde 3. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Brief 22 over de Leeuwenlaan.
De voorzitter: Ja, dank u wel. En de heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Die wilde ik ook zeggen, brief 22. De voorzitter: Oké. Verder nog bladzijde 3? Nee? Bladzijde 4. 5. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Wij zouden graag willen bespreken brief 10 over de Tomingroep. Dat gaat over iets anders dan de wethouder net heeft aangegeven. En brief 11, voortgang van de Meenthof. De voorzitter: Ja. Verder nog bladzijde 5? Nee. Bladzijde 6? Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Brief 13, voorzitter, de beantwoording schriftelijke vragen met betrekking tot bespreking onderwerpen maatschappelijk en sociale zaken, daar zullen we een behandelverzoek voor indienen. De voorzitter: Oké. Ja, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank wel. Brief 16, de beantwoording van de CDA-vragen over geen nieuwe plannen meer Noordereinde 249. Ik heb even overleg gehad met de griffie, ik zoek even, ik had eigenlijk het vragenhalfuur willen gebruiken. Maar ik zou willen voorstellen dat wij aanvullende vragen stellen maar dan met het verzoek aan het college, want wij zijn echt van mening dat de beantwoording niet juist is en dat er dan wel eens onomkeerbare fouten gemaakt kunnen worden. Ik zal de vragen morgen indienen met het verzoek aan het college om die dan wel snel op te pakken in relatie met deze antwoorden.
En ik heb er alle respect voor dat het vanavond niet is maar of het college er alsjeblieft snel naar zou willen kijken. De voorzitter: Oké. Verder bladzijde 6? Nee. 7? Nee? Oké, hartelijk dank. 9.
Stand van zaken financieel herstelplan Wijdemeren De voorzitter: Dan agendapunt 9, een nieuw vast agendapunt op onze agenda. De stand van zaken financieel herstelplan Wijdemeren. In de bijzonderhedenmail van vanmiddag twee uur heeft u een raadsinformatiebrief ontvangen met de laatste stand van zaken met betrekking tot het financieel herstelplan. Ik vraag wethouder Zagt om naar voren te komen om daar een mondelinge toelichting bij te geven. Aan u het woord. De heer Zagt: Ja, voorzitter, dank u wel. Volgens mij heeft de raad verzocht om bij de raadsagenda een vast agendapunt, zeg maar mededelingen specifiek over het herstelplan. Eerder hebben wij vanuit het college aangegeven dat wij u ook, nou, op andere manieren willen informeren bijvoorbeeld met een rib. Nou, die is vanmiddag verzonden. Wij verwachten echt niet dat u dat allemaal al gelezen heeft. Maar de rib aan u gericht zeg maar, die verwijst alleen maar naar de brief die wij aan GS hebben gestuurd vandaag. Nou, daar wil ik even in hoofdlijnen van schetsen dat wij daar even, ja, zeg maar een beetje vastleggen de procesafspraken. Ook gelet op het eerste ambtelijk overleg dat 18 januari plaatsvond maar inmiddels heeft ook een tweede ambtelijk overleg plaatsgevonden. Daar is bijvoorbeeld ook afgesproken dat we elkaar, de diverse gremia, bestuurders, ambtenaren maar ook vanuit de raad, dat we weten wie wanneer wat gaat doen.
We hebben gemerkt dat dat wel wenselijk is, ook in relatie tot het proces toekomstgemeente. We hebben daar gisteren, ambtelijk is daar ook duidelijkheid gevraagd over hoe we nou het moeten zien de begroting ’22, zeg maar die het richtsnoer is voor wat we mogen uitgeven, hoe zich dat verhoudt tot de inflatie? Want er zijn, en de cao's, er zijn heel veel uitgavenposten die natuurlijk hoger zijn geworden. Denk alleen ook maar aan de
gemeenschappelijke regelingen. Nou, daar kon gisteren niet direct een antwoord op gegeven worden maar dat gaan wij ook ontvangen. Verder hebben wij in die brief, die u dan hoop ik thuis misschien nog even na gaat lezen, geschetst hoe het herstelplan eruitziet, het traject, de inhoud. En het laatste onderdeel betreft de procesafspraken. Nou, die ga ik niet duiden maar grootst gemene deler is dat wij daar graag vanuit de zijde van de provincie schriftelijk een reactie willen ontvangen hoe wij bepaalde dingen moeten duiden zodat daar geen misverstand over kan bestaan onderling in de komende maanden. Dat was het van mijn kant. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk rond, zijn er nog vragen? De heer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de brief wel gelezen en het is inderdaad de brief aan de raad waarin wordt geschreven dat er een brief is gestuurd aan GS. En ik heb daar wel een paar vragen over. En ik kijk heel even terug als het mag. We hebben een tijd geleden hier ook een keer gehad over de wijze waarop de wethouder communiceert over de begroting. En daarbij hebben wij, in ieder geval als DorpsBelangen kan ik me herinneren, het verzoek gedaan om dat via de raad te doen. En nu krijgen wij een brief die is aan het college van GS gestuurd waarin staat waarvan ik denk van, hé, of ik heb het gemist of ik heb een black out van een paar uur gehad.
Maar hier staat namelijk dat er in het college, dat het collegebesluit, en ik zet toch even de bril ermee op, in samenspraak met de gemeenteraad. Dat leek zo gericht om de begroting, de sluitende begroting van ‘23 niet in te dienen dit jaar. Mijn vraag aan de wethouder is, kunt u mij helpen herinneren wanneer dat die samenspraak heeft plaatsgevonden, wanneer die openbare discussie in de raad of in de commissie is gevoerd en op basis van welke stukken dan deze conclusie is getrokken? Want ik kan me dat niet herinneren maar nogmaals ik ben feilbaar. Dus dat vind ik wel heel erg belangrijk om te weten. En het andere wat ik heel belangrijk vind om te weten is, op 18 januari heeft u een gesprek gehad met drie ambtenaren van GS of van de provincie, sorry. En ik weet dat het drie waren omdat ik ze heel toevallig tegenkwam hier in de hal. En ik wil graag weten hoe men heeft gereageerd op uw klaarblijkelijk gedane mededeling dat er dit jaar geen sluitende meerjarige begroting komt? En in het stuk verderop staat bij deel 3 dat ook hier samen met de gemeenteraad scenario's worden uitgewerkt. Volgens mij is er min of meer raadsbreed bij de algemene beschouwing in december gevraagd aan u, portefeuillehouder, om het anders te doen. Namelijk de stelregel, het college stelt voor, de raad stelt vast.
Met scenario's te komen waaruit wij een keuze kunnen maken, dat is de wens in ieder geval van de raad. En eventueel in die keuze nog kunnen amenderen of anderszins met de begroting om te gaan. In eerste termijn, want ik wil graag op de antwoorden reageren als dat nodig is, voorzitter, mijn vragen tot nu toe. De voorzitter: Ik kijk rond of er ook … Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel. Dat lijkt dan bijna afgesproken werk maar dat is het niet. Ook de CDA-fractie heeft een paar vragen aan de wethouder. We zijn ook blij dat dit bewust het college of ik weet niet wie daarvoor gekozen heeft, dat dit geen mededeling is vanuit het college maar echt een gespreksonderwerp omdat we dat dan vaker in de openbaarheid terug zien komen. Het was eigenlijk ons eerste vraag aan de wethouder. We zien dat de brief vandaag verzonden is, wat wij wel een beetje ongelukkig vinden, en we vragen de wethouder waarom dat zo is gegaan? Is dat we er één of twee keer in beslotenheid over gesproken hebben over het herstelplan. Dit is de eerste keer dat het vanavond in openbaarheid op de agenda staat. Dit is de eerste keer dat u van de raad in de openbaarheid kunt horen wat wij eigenlijk van uw plannen vinden. En dan stuurt u voordat de raad geweest is de brief naar GS.
Dus de vraag is, waarom heeft u dat vandaag gedaan? En deze brief ook naar de raad terwijl we er vandaag voor het eerst over zouden praten. Dat is de vraag van de CDA-fractie. Dus de planning van de brief vinden wij een beetje ongelukkig, het tijdspad.
Daarnaast hadden wij ook de vraag, er staat duidelijk in de brief, ons college in samenspraak met de raad richt zich niet op het indienen van een besluitende begroting. We hebben een besloten sessie gehad, een beeldvormende sessie maar het kenmerk daarvan is dat het informatiesessie is. Het college heeft ons informatie gegeven maar het college heeft niet gevraagd wat wij daarvan vonden en of wij dat als raad daarmee eens zijn. En ik ben dus ook benieuwd waar de wethouder dan vandaan haalt dat wij het daarmee eens zijn of in samenspraak met de raad? Dus dat antwoord ook graag. Dan heb ik nog een vraag over, wij zijn als raad gevraagd straks om naar de provincie te gaan. We hebben een gesprek gehad met de provincie en we hebben nu de tweede uitnodiging gehad. Ik vind die best lastig omdat we het er in openbaarheid niet zo vaak over dit onderwerp gehad hebben nog dus wat gaan we daar bespreken? Maar hoe gaan we daarmee om als de gemeenteraad daar zegt, wij willen wel graag een begroting. Wat verwacht u van de raad in die sessie? Dat waren eigenlijk onze eerste vragen aan de wethouder. De voorzitter: Oké, dank u wel. En mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel. Ja, als ChristenUnie hebben we een paar vragen over de genoemde procesafspraken. En misschien komen we dan in een beetje een kip en een ei verhaal maar dat hoor ik dan ook graag van de wethouder.
Stap 1 staat eigenlijk dat er gevraagd wordt naar de goedkeuring betreft het mogen uitgeven van een totaalbedrag van ruim 55 miljoen, zoals dat terug te vinden is in de begroting van 2022 met eerste wijziging. En dan stap 2 staat, alle bedrijfsvoeringskosten worden wel geacht goedgekeurd te zijn. En eigenlijk wordt dan die verhouding benoemd van, wat voor invloed heeft dat op stap 1 hè, moeten alle bedrijfskosten dus goedgekeurd zijn voordat wij goedkeuring krijgen voor het bedrag van ruim 55 miljoen. Ja, mijn vraag aan de wethouder is, maar misschien is dat, moeten we daar ook bij de provincie zijn, is er al een deadline bekend voor de goedkeuring van het totaalbedrag van ruim 55 miljoen? Heeft de wethouder daar al informatie over gekregen? En verwacht de wethouder dan ook dat die bedrijfsvoeringskosten voor die tijd dan ook goedgekeurd zijn? Heeft hij daar al een inschatting van? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog rond. Zijn er verder nog vragen? Nee. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Even kijken hoor. De vragen van de heer De Kloet. De eerste vraag die ging over het punt zeg maar, de zinsnede, ik zal hem even oplezen, dat is voor iedereen makkelijk vooral als je de brief niet voor je hebt of kent.
Ons college, haakje openen, in samenspraak met de gemeenteraad, haakje sluiten, richt zich daarom niet op het indienen van een sluitende begroting 2023 maar op voorstellen die kunnen leiden tot een structureel sluitende meerjarenbegroting 2024-2027. Nou, het slaat natuurlijk ook terug op een deel van wat daarvoor in de brief staat maar dat ga ik niet allemaal voorlezen. Wij hebben inderdaad twee sessies gehad, één sessie met het college met de fractievoorzitters waar wij bij uitgenodigd waren en de tweede was met voltallige raad, mits men aanwezig of kon zijn, en fractieassistenten. Daar hebben wij ook op verzoek van de raad, mede ook op verzoek van de heer De Kloet 14 december, waar hij meen ik letterlijk zei, er is geen tijd te verliezen, we moeten zo snel mogelijk een plan en een aanpak hebben, hebben wij daar geschetst hoe wij dat traject voor ons zien, wat er toen al liep en wat er nog meer in de pen zit. Dat is in samenspraak met de gemeenteraad. En dat was niet in het openbaar, daar ben ik ook duidelijk in geweest, ook toen de pers mij daarnaar vroeg. Maar dit is wel het traject zoals het college dat voor zich ziet en zoals wij die plannen hebben neergelegd en waar hard aan wordt gewerkt. Dan 2, deel 2.
Hoe is … Vraag 2, hoe is 18 januari gereageerd in het gesprek van de drie medewerkers van de provincie? Die de heer De Kloet in de hal tegenkwam, dat hoorde ik ook dat dat het geval was. Daar is … Ik was daar niet bij maar ik weet wel dat men daar een stuk meer duidelijkheid heeft gekregen hoe de vork werkelijk in de steel zat. En dat het hier geen kwestie is van even één of twee of drie maanden, zoals de provincie Noord-Holland wel meerdere malen heeft meegemaakt naar hun
eigen zeggen, bij andere gemeenten om even zeg maar de knop om te zetten en daarmee een sluitende meerjarenbegroting te hebben. Daar is op het hoogste ambtelijk niveau mag ik wel zeggen gesproken over hoe zaken erbij staan, wat we weten, wat we niet weten. En daar is ook geprobeerd, en ik zeg nadrukkelijk geprobeerd, begrip te kweken voor het traject wat wij nodig hebben en wat wij toen al globaal voor ons zagen. Waarom zei ik, geprobeerd? Uiteindelijk heeft die ambtelijke top van de provincie dat uiteraard ook weer over moeten brengen naar het bestuur. En dat is een mooi bruggetje naar deze brief namelijk dat wij dat ook graag neer willen leggen naar het bestuur want wij willen er geen misverstanden over krijgen dat we op verschillende sporen zitten. En dat is ook de reden dat we over een aantal stappen op de achterkant echt schriftelijke reactie vragen. Want de brief van 22 december die was voor ons niet duidelijk genoeg wat we nou wel mogen en wat we niet mogen. Dan de laatste vraag van de heer De Kloet, moet ik kijken, daar had ik een drietje bijgezet. Ja, dat ging over die oplossingsrichtingen, die scenario’s. U heeft dat gezegd, mijnheer De Kloet, maar ik heb steeds gezegd namens het college, dus het college heeft steeds gezegd, we willen graag samen met de gemeenteraad ook deze exercitie voeren en we willen u betrekken bij al die keuzes.
Maar wij gaan niet werken aan een heel traject met allerlei toeters en bellen, waar we totaal de handen niet voor hebben, en dan kijken als het op enig moment in de besluitvorming komt, wat wel en wat niet. We willen graag de raad daarin meenemen met interactie op de momenten waar dat mogelijk is. En dat is bij deel 3 van die oplossingsrichtingen want dan hebben we deel 1 en 2 van het bureauwerk zeg maar hebben we dan afgerond. Dan de vragen van mevrouw Van Rijn. Waarom deze brief vandaag? En planning ongelukkig. Als je het zo bekijkt, met u eens. Maar aan de andere kant ook weer niet. Gisteren was het tweede ambtelijk gesprek en wij zagen op enig moment ook, via de griffie werden wij volgens mij geïnformeerd dat uw raad weer uitgenodigd is al op korte termijn. 24 februari, oké. Nou, en wij vonden het wel wenselijk om ook van de zijde van het bestuur, van het college, ons aan GS te richten gelet op de stand van zaken, het proces en de vraagtekens die wij hebben. Wij hopen, maar dat is misschien een … Nou, ik kan even niet op het woord komen, er is een mooie term voor. Wij hopen dat het u ook wat handvaten biedt om wellicht als raad uw verhaal vorm te geven wat u daar in het gesprek met gedeputeerde kan helpen. Want ik ben het met u eens dat wat u zei, en dan moet ik kijken waar dat aan de orde kwam, of de codering nog werkt. Ja.
Of dat tweede punt van u was, of de raad het wel eens was met deze gang van zaken. Nou ja, daar kunt u zich over uitspreken, dat mag u van mij hier ook maar daar gaat de voorzitter over. Maar dit is in ieder geval wel een moment dat wij van de zijde van het college u daar wat handvatten op papier meegeven. De voorzitter: Eén moment, is een interruptie of … Mevrouw Kaper: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik begrijp de heer Zagt op dit punt toch niet helemaal. Want u zegt, onze vraag was hè, in een brief schrijft u op dat u de beslissing heeft genomen in samenspraak met de gemeenteraad dat de begroting voor ‘23 niet wordt ingediend hè. Dat u zich richt op ’24 tot ’27. Dan zegt u als antwoord op onze vraag van, ja, ik snap wel, u heeft er als raad nooit over uitgesproken, misschien bent u het er wel niet mee eens dus dat is dan mooi om bij de provincie aan te geven. Maar u heeft eigenlijk deze brief al naar de provincie gestuurd waarin staat dat u dit in samenspraak met de raad heeft besloten. En dat is eigenlijk het punt wat ik aanhaal, ik vind het er dan weer zo knullig uitkomen als we bij de provincie zitten en moeten zeggen, ja, beste provincie, dat was niet in samenspraak of we zijn het er niet mee eens.
U heeft dat als college aan ons gepresenteerd in een informatiesessie, we hebben dat aangehoord, we hebben daar vragen over gesteld maar we hebben niet gezegd dat wij daarmee eens zijn. En in deze brief staat wel duidelijk, ons college in samenspraak met de raad richt zich niet op het indienen van een begroting ‘23. Dus eigenlijk heeft u het al voor ons besloten richting de provincie. Dus kunt u dat iets duidelijker uitleggen?
De heer Zagt: Ja, dat is niet waar, je kunt een discussie houden wat in samenspraak. Je kunt het ook lezen dat wij daarover gesproken hebben, wij hebben ons plan verteld. Dat betekent niet dat het een besluit is van de raad. Het is wel in samenspraak. Als wij dit hadden gedaan zonder u volledig te betrekken, dat is een ander verhaal. De voorzitter: Als u het debat hierover aan wil gaan, zullen we hem dan even vasthouden? Ja. Mevrouw Kaper: Nee, ik wil niet per se het debat aan gaan hoor, voorzitter. En die woordspelletjes dat is eigenlijk helemaal niks voor mij. Maar ik bedoel alleen aan te geven, het staat niet dat het een soort van vrije keuze is. De zin is gewoon, het college in samenspraak met de raad richt zich niet op het indienen van een sluitende begroting. Ik lees het heel helder. Ik snap de reactie van mijnheer Zagt maar het is niet heel, het klopt niet helemaal. Dan had er moeten staan, het college heeft dit medegedeeld aan de raad en die zal zich hierover beraden. Dat is het punt wat ik wil maken eigenlijk, voorzitter. De voorzitter: De heer De Kloet, hebt u een vraag ter interruptie op de heer Zagt? De heer De Kloet: O, ja, ik wil ook wel wachten tot de heer Zagt klaar is. De voorzitter: Ja, zullen we dat doen? De heer De Kloet: Ik dacht dat het was maar dan wacht ik even. Ik heb wel een paar vragen inderdaad namens ...
De voorzitter: Ja, want de vraag van mevrouw Kaper is nog niet beantwoord. De heer De Kloet: ‘…’. De voorzitter: De vraag van mevrouw Kaper is nog niet beantwoord dus ik wilde het even eerst laten doen. De heer De Kloet: Ik wacht. De voorzitter: Ja? Oké, dank u wel. De heer De Kloet: Eerste termijn. De heer Zagt: Ja, en de derde vraag van mevrouw Van Rijn is ook nog niet beantwoord want die vraag was, wat verwacht u in de raadsessie, het gesprek met de gedeputeerde? Nou, ik verwacht dat daar over de inhoud gesproken wordt. Want volgens mij stond er in het verslag van uw bezoek aan de gedeputeerde dat u op enig moment weer uitgenodigd zal worden voor een afspraak en dat de gedeputeerde dan wilde horen van, nou ja, hoe is het, wat voor traject is er gekozen, hoe wordt het aangepakt? Nou, daar hebben wij dus handen en voeten aan gegeven van de zijde van het college en daar hebben wij hier het een en ander ook over neergezet in een brief. De voorzitter: U heeft een vraag ter interruptie? Mevrouw Kaper: Ja. Ja, graag, voorzitter. De voorzitter: Ja? Oké.
Mevrouw Kaper: Dat begrijp ik hè, u heeft er handen en voeten aan gegeven, wij zien het toch als inkleuring maar dat laten we even terzijde. Maar ik vraag het omdat wij de uitnodiging hebben gehad van de provincie na uw mededeling. U bent op 18 januari naar de provincie gegaan en daar heeft u gezegd, we gaan het niet halen. We hebben vorige week een uitnodiging gehad om te praten over de stand van zaken van het herstelplan voor een begroting ’23. Dus of het is niet duidelijk overgekomen dat u zegt, deze gemeente maakt geen begroting ’23. Dat is waar wij over gaan praten met de provincie. Dus mijn vraag, verwacht u dat wij gaan zeggen, beste provincie, daar willen we het niet over hebben want het college maakt geen begroting of verwacht u dat wij handvatten krijgen om u alsnog die begroting te laten maken? Want de uitnodiging staat wel heel specifiek, praten over de stand van zaken begroting ‘23 en het is na uw overleg geweest dus vandaar de vraag. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja. Het overleg was niet van mij, het was op ambtelijk niveau. Ik heb … Ja, maar even voor de duiding. Ik heb nog een gesprek met de gedeputeerde ook, dat zit in de pen. Ik hoop heel erg dat wij, dat de gemeenteraad en het college elkaar hier kunnen vinden. Want wij kunnen van alles en nog wat willen maar het college moet ook kans zien om uit te voeren wat u wil.
Wij zien, en daarvoor, daar hebben wij moeite voor gedaan om dat al via de ambtelijke kanalen op 18 januari en volgens mij op gisteren met tweede gesprek met de toezichthouder ambtelijk, duiding aan te geven hoe dingen in elkaar zitten, begrip voor te kweken. Ik heb begrepen van onze mensen die ik daarna gesproken heb dat in ieder geval de problematiek waar het hier om gaat de provincie inmiddels ook een stuk duidelijker wordt. En dat het echt ingewikkeld is om hieruit te komen. En willen wij een degelijke sluitende begroting 2023 hebben, ook al zou dat verlangd worden, ja, die hebben wij gewoon niet op tijd rond. Als je kijkt naar het traject, want twee keer dertien weken, 26 weken, betekent ook nog in de termen van de provincie dat zij zelf binnen die termijn moeten besluiten. Nou, en teruggerekend, ik ben het kwijt maar dat betekent ongeveer dat wij begin april de routing hierin moesten van commissie, raad zodat de boel naar GS kan om daar in de routing te komen om dan op tijd te besluiten 26 weken na 15 december 2022. Dus ik hoop heel erg dat dit niet tot een verschil gaat leiden in waarneming. Ik zal daar zelf ook moeite voor doen bij de gedeputeerde om dit goed te duiden. En nogmaals, daarom staat dit ook op papier, om ook u handvatten te geven als leidraad hoe het college momenteel in dit traject zit. Ga ik naar de vragen van mevrouw Kaper.
Die stonden … Die werden met name gevraagd over stap 1 en 2. Ik moet even kijken hoor. Mijn eigen handschrift. U gebruikt het woord deadline, of er al … Ja, moet u me toch nog even helpen als dat mag. De vraag met het woord deadline. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ja, er staat bij stap 1, de goedkeuring betreft het mogen uitgeven van het totaalbedrag. Wanneer verwacht u die? En dan daaropvolgend, dan moeten dus alle bedrijfsvoeringskosten worden geacht goedgekeurd te zijn voor die tijd. Heb ik dat goed begrepen en verwacht u dan ook dat dat lukt? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, waar wij behoefte aan hebben, u ziet dat ook, o, dat staat erboven bij de procesafspraken, de laatste regel voor de stappen, met deze brief willen wij de werkwijze aan u voorleggen en hierover een schriftelijke reactie vragen. En stap 3 die sluit ook af dat we graag heldere afspraken willen maken over reactietermijnen. Wij willen … Wij hebben als gemeente heel erg behoefte aan dat we weten waar we aan toe zijn en ook weten hoe snel de provincie kan reageren. Wij hebben tot op heden gemerkt dat de provincie vrij
instrumenteel, volgens mij is dat het juiste woord, reageert. En dat kun je begrijpen in sommige situaties. Maar van de ambtelijke zijde van de provincie hebben wij inmiddels wel begrepen dat men er ook van overtuigd is dat het toch wel heel wat ingewikkelder in elkaar zit. En dat wij echt behoefte hebben aan goede duiding want we kunnen ons ook niet permitteren om hier stil te gaan staan. Ook de 55 miljoen, wat je wel en niet uit mag geven, ja, kun je op allerlei manieren uitleggen. Ik weet dat een van u 14 december als zei van, ja, we gaan het werk van 2022 niet nog een keer doen. Dat is natuurlijk logisch maar wat dan wel? En half werk houden we ook niet van. Dus het moet ook een beetje passen, je moet ook eind van het jaar uitkomen. Niet alleen financieel maar je kan ook niet zeggen, op 30 september sluiten we de deur want het geld is op. Dus dat is gewoon een ingewikkelde. Een deadline kan ik niet zeggen. We hadden kunnen zeggen, nou, zo pedant zijn we niet maar wij verwachten van u een reactie voor binnen tien dagen. Dat vonden we een beetje te. Maar ik hoop dat ik volgende week, meen ik dat ik een gesprek heb met een gedeputeerde of die week daarop. Maar dan breng ik dit ook ter sprake, dat wij daar echt behoefte aan hebben aan die duidelijkheid. Volgens mij heb ik dan beide vragen van mevrouw Kaper in één antwoord behandeld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
En ik kijk nog even rond. Is er behoefte aan een tweede termijn? Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Een reactie op de wethouder, is nog steeds eerste termijn wat mij betreft. Ja, dat lijkt me wel. De voorzitter: Nee. De heer De Kloet: Maar u bent de voorzitter. Ja, ik wil een flauwe grap maken maar laat ik dit keer dat maar niet doen. Ik heb namelijk als eerste vraag gesteld, dat ging over de communicatie van de wethouder. We hebben in het verleden al een paar keer een opmerking over gemaakt hoe de communicatie via de krant ging. En zelfs die wordt nu buiten schot gelaten dus waar zijn we mee bezig. Over deze brief, waarom is niet gewoon dit gesprek eerst met de raad gevoerd of ingebracht, of in commissie Bestuur en Middelen, een perfecte plek ervoor, dat dit eraan zat te komen? Ik heb daar geen antwoord op gekregen. Over dat samenspraak. Ja, die semantische discussie wil ik wel graag aangaan want dat suggereert namelijk, samenspraak is dat je met elkaar praat over dingen, het woord zegt het al. En dan vervolgens tot een conclusie komt en dan zo'n brief schrijft, nou, in samenspraak hebben we besloten dat er dit jaar geen begroting komt. Dat is dus niet gebeurd. Ten eerste is het niet gebeurd in de openbaarheid. Ik weet dat de heer Zagt, en vooral ook zijn partij, daar buitengewoon grote waarde aan hecht.
Dus nogmaals, hoe komt u erbij dat dit een, en dat is niet denigrerend bedoeld maar geïnteresseerde vraag, hoe trekt u de conclusie dat daar een samenspraak is geweest? Terwijl een beeldvormde sessie sowieso, dat hebben we met elkaar gesproken, daar helemaal niet voor bedoeld is. Daar wordt de raad geïnformeerd, we mogen vragen stellen. Maar nooit is daar een punt dat in een BVS, een beeldvormende sessie, iets besloten wordt of dat de raad zegt, nou, dan gaan we het zo doen. Sterker nog, je kan in die BVS dingen roepen, ook dat is wel eens in het verleden gebeurd, en vervolgens in de openbare vergadering van raad en commissie totaal iets anders omdat dat bedoeld is juist om dat beeld te vormen en dan trek je later die conclusie. Dus nogmaals, hoe komt u aan deze keuze van woorden? En ja, want u zegt, ook daar is geen antwoord op gekomen. Ik heb gevraagd van, hoe is nou erop gereageerd dat u zegt, er komt geen begroting voor ’23. Terwijl in de uitnodiging die we hebben gekregen van de gedeputeerde, mevrouw Zaal, we zitten er dus binnenkort als raad, staat namelijk dat een begroting 2023 er moet zijn volgens de geldende wet- en regelgeving, einde citaat. Daar wil ik graag wel de visie van de wethouder op hebben.
Ja, en ik vond het wel grappig eigenlijk dat u zegt, ja, een begroting met allemaal toeters en bellen en ingewikkeld gedoe en dan moeten wij een voorstel maken en dan komt de raad nog eens een keertje langs. Ja, dat kan de wethouder wel heel vervelend vinden maar dat is nou eenmaal hoe het werkt. De wethouder, het
college maakt een voorstel voor de begroting en daar vindt de raad iets van want dat is namelijk onze controlerende taak. Dus ook daar wil ik graag wat precisering van, is dit niet een scenario wat gewoon normaal is als je het hebt over het indienen en het maken van de begroting en de besluitvorming daarover? Dat is wat mij nog wel even interesseert. En even kijken, ik had veel opgeschreven uiteraard. Ja, u zegt, de problematiek is duidelijk. En dan refereer ik even terug aan mijn vraag van daarnet. Ja, dat begrijp ik dat het duidelijk is want het zal wel duidelijk worden uitgelegd. Maar wat is de reactie geweest bij dat ambtelijk overleg? En u zegt, ja, daar zat ik niet bij. Dat begrijp ik maar u bent wel bestuurlijk verantwoordelijk dus ik neem aan dat u op de hoogte bent van wat daar besproken is. En u zegt, ja, de provincie reageert instrumenteel. Misschien dat u daar nog even enige uitleg over kan geven want ik vind het een mooi woord maar in dit verband zou ik graag willen weten, wat bedoelt u daar nou precies mee? Tot zover. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Verder nog vragen? Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook nog twee vragen in de tweede termijn. En ik vond eigenlijk, ik heb het even opgeschreven wat mijnheer Zagt zei want ik vind het eigenlijk wel mooi. Ik hoop dat het college en de raad dit proces eensgezind in kunnen gaan.
En wethouder, dat is wat ons betreft ook zo. Ik stel de vragen niet om het het college lastig te maken in dit geval maar ik stel ze omdat ik het wel gevaarlijk vind wat er gebeurt. Als de provincie tegen ons zegt, beste wethouder, u heeft gelijk, er is meer tijd nodig, we vinden dat goed. Sla die begroting maar over. Dan wil het CDA daar best met de wethouder of met het college over meedenken en dan zijn we ook niet … Dan staan we niet lijnrecht tegenover elkaar. Maar we vragen het omdat wij de uitnodiging krijgen. In de uitnodiging ‘…’, we zijn inmiddels twee maanden verder en we willen weten hoe het staat met de begroting. Dus misschien om de vraag wat concreter te maken. Voordat wij als raad tegen u zeggen, wethouder, goed idee, vaart uw eigen koers en laat die begroting achterwege of dat we zeggen, maak die begroting wel. Is het handig dat u de raad kan vertellen, en misschien niet vanavond, wat zijn nou de gevolgen als we uw lijn volgen en geen begroting opleveren? Dat helpt ons in de discussie, dat helpt ook dat we niet lijnrecht tegenover elkaar staan. Maar het CDA wil hierbij wel aangeven dat als blijkt dat dat niet kan, dan zijn we dus al wel twee maanden kwijt omdat het college zegt, we gaan die begroting niet maken.
Dus hoe kunnen we daar nou achter komen wat het effect is van de keuze in dit geval van het college voordat we zeggen, dat steunen we of dat steunen we niet. En eens, nogmaals, met de heer Zagt dat het wel wenselijk is als we het proces gezamenlijk kunnen doen. Maar voor ons is dat essentiële informatie. Als wij nu zeggen, prima, bewandel uw eigen weg. En we komen in februari bij de provincie en die zegt, ja, beste raad, dat is allemaal leuk en aardig maar die begroting die ligt er en anders wordt u artikel 12. Dan denk ik dat we het niet eens zijn met het college. Dus dat willen wij echt wel heel graag weten, wat zijn nou de gevolgen? Dus als de wethouder daarachteraan wil gaan, heel erg graag. En de tweede vraag gaat ook over een beetje aanhakend bij mevrouw Kaper. Wat zijn bedrijfsvoeringskosten? Wat rekenen we hier onder de bedrijfsvoeringskosten? Is dat de 1,5 miljoen opplussen voor inhuur bijvoorbeeld, ziet u dat als bedrijfsvoering? Mag u ook later beantwoorden maar zou u daar nog een keer een specificatie op willen geven wat het college daaronder verstaat? Dat was mijn tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog rond. Nee, verder niemand. Ja, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Als ik een praktische vraag mag stellen. Er is al wat gezegd over de planning of over de datum van de brief. Dat deel ik wel, we hebben hem net gezien.
Waarbij ik dan wel weer denk dat 9 februari beter is dan 10 februari maar dat terzijde. Wij hebben ook een aantal vragen, zeker met het oog op de voorbereiding van het gesprek met de gedeputeerde. Ik vind het niet handig om die vragen nu opeens heel snel te bedenken zonder overleg met de fractie maar het gesprek van de 24e staat wel gepland. Ik weet niet of het reglement
van orde voorziet in een situatie waarin de gemeente onder preventief toezicht staat? Maar ik zou er eigenlijk wel behoefte aan hebben om op korte termijn het gesprek met de collega's te voeren over wat wij in Den, in Den Haag wou ik zeggen maar dat is een terugval voor mij, in Haarlem zouden willen voeren. In mijn beleving hebben we bij de begroting wel het nodige gezegd over hoe we aankeken tegen een hapsnapbegroting. Ik heb toen een ander woord gebruikt maar dat zal ik niet meer gebruiken. Maar hoe kijken we daarnaar met elkaar? Wat zouden we willen? Dan ook de reactie van het college te horen. Nou, we hebben geen raadsvergadering meer maar we moeten hier toch een praktische oplossing voor kunnen vinden. Want de vragen deel ik voor een deel wel, voor een deel niet. Maar dat is ook helemaal niet zo belangrijk, wij hebben wel weer andere vragen. Het moet allemaal naar Haarlem. Het busje staat voor op de 24e. En ik heb er behoefte aan om met de collega's af te stemmen en met het college. Dus misschien weet de griffier of ons reglement van orde voorziet in een oplossing voor deze vraag, situatie? Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel. U wilt hierop aanhaken? Ja, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank wel, voorzitter. Ik wou mevrouw Wind wat vragen.
Bent u het met het CDA eens dat de basisvraag die uitgezocht moet worden is, moet die begroting nou af of niet of kan je hem een jaar overslaan? Want wij kunnen met elkaar vergaderen, dat denk ik dat het best een goed idee is, dat gesprek voorbereiden. Maar we moeten wel weten of het überhaupt een optie is. Als de provincie zegt, het is geen optie, als u hem niet inlevert wordt u artikel 12, dan denk ik dat onze mening anders is dan wanneer dat niet het geval is. Ik zou zo graag alleen die vraag zo snel mogelijk beantwoord willen hebben. Ik zie mijnheer Roosenschoon knikken. Ik weet niet of ik dat mag zeggen maar … De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: De basisvraag, daar zou ik even een minuut over na moet denken. Maar dat het een buitengewoon belangrijke vraag is, die zeker aan de basis staat van andere vragen, ja, zeker. De voorzitter: En als voorzitter wil ik u meegeven, mevrouw Wind, dat een gesprek, een voorbereidend gesprek met alle fracties, dat lijkt mij uitstekend. Het staat los van een reglement van orde. Ik stel voor dat via de griffie dat wordt gefaciliteerd zodat u dan een voorbereidend gesprek met elkaar kan voeren, al dan niet in afstemming met het college. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, maar dan niet al dan niet maar met afstemmingsmogelijkheden voor het college.
Want vragen die gesteld zijn moeten denk ik voor een deel aan het college, door het college beantwoord worden. Maar ik denk dat iedereen daar nut en noodzaak van inziet dus daar komen we denk ik wel uit. De voorzitter: Ja, laten we de specificaties ervan later spreken. De vragen die wel nu beantwoord kunnen worden, daar vraag ik aan wethouder Zagt om die nu te doen. En wat nog open blijft staan kan dan eventueel meegenomen worden dan in een nader in te plannen gesprek. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Dan begin ik bij de laatste vragen die gesteld zijn door de heer De Kloet. Ik ga daar ook wat in samenvatten. Er is nogal wat discussie geweest over hoe die sessie, ik ben de datum kwijt, maar waar de bijna volledige raad en de fractie-assistenten aanwezig waren, hoe je die mocht heten. Ik heb nadrukkelijk aan de voorkant gevraagd of ik het goed begrepen heb dat dat in beslotenheid zou zijn. En dat gaat er niet om dat ik daarmee de zwartepiet ergens neer wil leggen maar daar waren we het over eens. Het zou in beslotenheid zijn. Dat was duidelijk. De heer De Kloet was er niet. Geeft ook niet. Ik begrijp wel, dan heb je wel wat gemist. Maar de ...
De heer De Kloet: Voorzitter? De voorzitter: Maar wethouder Zagt, volgens mij ging de vraag niet om het besloten karakter hoor. De heer De Kloet: Nee, nee. De heer Zagt: Jawel. Jawel. De heer De Kloet: Voorzitter, nee. De heer Zagt: Jawel, want het ging erom, de heer De Kloet ging het een beeldvormende sessie noemen. Het is, die naamgeving, het is maar een kwestie van naamgeving en het is weer met woorden. Maar het was geen beeldvormende sessie, het was een informatiebijeenkomst van het college. Zo moest die uiteindelijk gaan heten en zo is die ook gaan heten. De voorzitter: Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ja, ik wil de wethouder er graag op wijzen dat mijn afwezigheid inderdaad was. Maar dat hij daarbij dan de conclusie trekt dat ik heel veel heb gemist, die laat ik volledig aan hem. Wat ik wel of niet mis, nee, dat is een persoonlijke interpretatie waar ik niet van hou. En dat suggereert namelijk iets waar ik ook niet van hou. Ik ben volledig op de hoogte wat op die avond is besproken. Ik heb dat uit diverse bronnen, want ik kom uit een achtergrond waar je bronnen checkt, ik zou dat … Nou. Dus u kunt van mij op aan dat ik precies weet wat er besproken is dus ik heb weinig gemist. En het is inderdaad niet mijn vraag geweest.
Ik heb gevraagd van de sessie die geweest is, of je het nou een beeldvormende sessie noemt of niet, dat maakt niet zoveel uit, het gaat meer over de status van wat daar besproken is. En als je dat dan noemt, in samenspraak met, dan is dat gewoon een onjuiste weergave. Laat ik zelf die kwalificatie maar geven. Dus ik wil graag aan de wethouder vragen voor de vierde keer, hoe komt hij erbij dat hij vindt dat dat in samenspraak met de raad is terwijl gewoon daarover gesproken is? Dat klopt wel misschien wel maar dat is wat anders dan als je een brief stuurt aan GS, ons controlerende orgaan, dat je dan suggereert alsof er een soort overleg is geweest met de raad waaruit dit de conclusie is. Ik wil graag weten, hoe komt de wethouder dan erbij dat dat het geval is? Want die conclusie trek ik in ieder geval niet. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja. Eens, voorzitter, en ik zal daar ook niet verder op terugkomen, maar dat het woord gemist wat onhandig was. Ik bedoelde dat in de goede zin, met alle respect. En ik durf het daar … Ik durf het wel in samenspraak te noemen. Ik daag degenen uit die daar aanwezig waren om te zeggen, om te vragen of dat geen samenspraak was. En dan moet u dat nu zeggen. We hebben daar een geweldig gesprek gehad met elkaar. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn wil al wat zeggen. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter.
Als ik uitgedaagd word dan pak ik die handschoen op. Dat was inderdaad niet in samenspraak. U heeft een fantastische sessie neergezet, durf ik hier te zeggen. Dat die vertrouwelijk was, eens. Is ook niet de schuld van het college, is in samenspraak vertrouwelijk gegaan. Alleen wat ik daarbij aan wil geven is dat u, u zegt zelf, het was een informatiesessie van het college. Dat was het. U heeft uw tijdsplan gepresenteerd. Wij konden daar vragen over stellen. U heeft gezegd, we gaan het zo en zo
doen. Toen, voor mij persoonlijk was nog niet duidelijk dat we helemaal geen begroting ’23 gingen inleveren. Op die avond is gezegd, we halen het niet, we gaan het later doen. U heeft niet gezegd, we skippen het, dat staat wel in deze brief. Maar u heeft niet gevraagd aan ons, bent u het daarmee eens, raad? Hoe ligt de verhouding, wilt u wel of wilt u niet? Maar volgens mij moeten we daarmee ophouden en moeten we kijken van, kan er een antwoord komen op, mogen we überhaupt een begroting skippen of niet? En dan kunnen we daarna het gesprek verder praten want ik denk dat het anders … Ik ... Als het antwoord is, dat mag, dan hebben we misschien een heel ander gesprek met de wethouder. Dus het was niet in samenspraak maar laten we daarover ophouden en doorgaan naar de kern van het punt. Wilt u dat uitzoeken voor ons wat de provincie daarvan vindt en of dat mag? Ik heb het proberen te googelen, gemeente die geen begroting inlevert. Ik zie geen resultaat, dat betekent meestal niet veel goeds. Maar misschien weet u, heeft u een ander antwoord. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Nou, mijn ervaring, ik weet dat die gedateerd is, hij is van twaalf jaar geleden maar toen hebben we er een jaar over gedaan. En geen enkel raadslid en collegelid is in die tussentijd weggestuurd of op de vingers getikt. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn.
Mevrouw Van Rijn: Mijn laatste vraag op dit onderwerp, dat is dus wel iets anders want dat is ook in die sessie aan de orde gekomen. We gaan er langer over doen dan een half jaar, zeven, negen maanden. Maar dat is iets anders dan een begroting van een heel jaar overslaan, niet maken. Dat staat … De heer Zagt: Nee, ja. Mevrouw Van Rijn: … in uw brief. Dus u zegt, ik moet er een jaar over doen. Dus mijn vraag is, kan dat of niet? En u hoeft het ook echt niet nu te weten hoor want dat … De heer Zagt: Ja, maar ik weet het wel. De voorzitter: Wethouder Zagt, u weet het, kom maar. De heer Zagt: Nee. Er is een begroting 2023. Deze raad heeft een begroting 2023 vastgesteld. De provincie heeft de goedkeuring aan die begroting onthouden. Die discussie met de provincie gaat er nu over, wat mogen we wel uitgeven van de door de meerderheid van de raad goedgekeurde begroting 2023? Toen hadden we ook een goedgekeurde begroting 2010. Wij zijn toen bezig geweest om een sluitend meerjarenperspectief vast te stellen. Dat is in november 2010 besloten voor de jaren daarna. Nou, dat traject is het idee van het college waar we mee bezig zijn om nu ook te doen. Dat betekent niet dat we blind zijn voor ‘23 want ‘23 zit daar natuurlijk impliciet in.
Wij zullen wel moeten, op de centjes moeten passen gelet op de tekorten en de lage algemene reserve en het feit dat de provincie erop toeziet dat wij niet te veel uitgeven. Maar dat betekent iets anders dan dat je inhoudelijk de al vastgestelde begroting ‘23 door de raad, dat je daar een nieuwe, een aangepaste, een begrotingswijziging dus voorlegt aan de raad. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn.
Mevrouw Van Rijn: Ja. Ik zei dat het mijn laatste vraag was maar wel met de gedachte dat de wethouder eigenlijk ja of nee zou zeggen, kunt u dat voor ons uitzoeken. Wat u nu zegt, in de brief staat, het college in samenspraak met de raad richt zich daarom niet op het indienen van een sluitende begroting. We weten allemaal, er is een begroting, die is niet sluitend. De provincie nodigt ons uit om te spreken over de stand van zaken herstel begroting ’23. En dat was dus de vraag. Alles wat u zegt zal ongetwijfeld kloppen maar de vraag is, kan de provincie dus leven als wij zeggen, we komen niet met een herstelde begroting ’23. Daar … Dat is de vraag. En als u nu zegt, dat ga ik voor u uitzoeken, mevrouw Van Rijn, dan ben ik hartstikke blij met de wethouder en dan ga ik ervan uit dat hij daarop terugkomt. Maar dat is onze vraag, mag dat of mag dat niet? Niet langer, nou, et cetera, wat we allemaal nu horen. Gewoon het niet indienen van een sluitende begroting. Citaat van mijnheer De Kloet, de provincie wacht volgens wet- en regelgeving op die sluitende begroting. En dat is eigenlijk de kern van de vraag. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Nou, dan ga ik mevrouw Van Rijn blij maken want dat is nu wat wij hier hebben opgeschreven zodat wij … Wij verwachten ook een reactie zodat we daarover ook duidelijkheid krijgen.
En daarvoor ga ik ook binnenkort naar de gedeputeerde toe dat wij zeker willen weten dat dit een begaanbaar pad is. Mevrouw Van Rijn: Ja. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, u hebt het al drie keer gevraagd. Mevrouw Van Rijn: Ja, ik weet het. Nu mag u er mij … Hierna mag u mij er echt aan houden maar ik word er dus niet zo blij van want mijn vraag komt denk ik dan niet over. U heeft dat op 18 januari al gevraagd. U heeft op 18 … De heer Zagt: Nee, niet gevraagd. Sorry, ik mag niet interrumperen. De voorzitter: Nee. Mevrouw Van Rijn: Ik lees de brief dat u op 18 januari heeft aangegeven, wij gaan dat in een gesprek met de organisatie en de provincie, wij gaan dat niet redden, wij gaan dat niet indienen. Vervolgens krijgen wij vorige week de uitnodiging om te praten over de begroting ‘23. Dus ik ben … Ik snap dat u het hier vraagt maar wanneer verwacht u dan dat dat antwoord komt? Wat u kunt het wel opschrijven maar de provincie moet het ook nog goed vinden en daar gaat het om. En nu mag u mijn microfoon helemaal de stekker eruit. De voorzitter: Kon ik er maar bij. Nee hoor, mevrouw Van Rijn. Ik wil wel de heren op de pers slash overige tribune vragen om misschien niet zo hard te praten als ze in debat zijn. Het geluid dat reist, travels, zoals dat in het Engels is en enkele raadsleden hebben hier last van. Dus, ja, ja, sorry, mijnheer Nienhuis. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja.
Nou, dat is dus, die vraag van mevrouw Van Rijn die wil het college ook graag klip en klaar beantwoord hebben, door de provincie. De voorzitter: Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ja, poging vijf. Ik heb net gevraagd een paar keer, er is op 18 januari een gesprek geweest, daar was de wethouder niet bij, zal die zo meteen wel weer herhalen. Wat is de reactie geweest in dat gesprek van de drie hoge ambtenaren die hier in het bestuurlijk toezicht zijn geweest op die mededeling van, we gaan
het dit jaar niet halen. Ook refererend, mevrouw Van Rijn zei het ook al, aan, zoals de gedeputeerde zelf aan ons schrijft, ons in dit geval de gemeenteraad, dat er wet- en regelgeving is dat er gewoon een herstelplan begroting ‘23 moet zijn. U zegt, dat halen we niet. Populair gezegd, we hebben geen begroting ’23. Mijn vraag nogmaals is, en ik ga straks op andere vragen in die ik ook niet beantwoord heb gekregen maar ik doe nu maar één voor één voor de zekerheid. Wat is daar nu het antwoord van de ambtenaren op geweest? De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, ik raak de draad kwijt en dat is heel vervelend. Dus ik probeer even voor mezelf te doen. Volgens mij vroeg mevrouw Van Rijn, krijg ik binnenkort van de wethouder antwoord op de vraag of het überhaupt een optie is om geen begroting in te dienen of niet? Volgens mij zei de wethouder, zei het … Kijk, de fanfare komt binnen. Daar lijkt mij geen enkele reden toe. Volgens mij zei de wethouder daarop toen die de vraag goed begrepen had, ja, u krijgt daar antwoord op. Dus is het antwoord, ja, de wethouder geeft antwoord op de vraag of het überhaupt een optie is om geen begroting in te dienen, al dan niet hersteld of welke andere ondertitel dan ook.
En dan voeg ik daar de vraag aan toe, doet u dat dan zo snel mogelijk? En ik doe ook een suggestie voor het antwoord en het antwoord zou dan zijn, ja, dat doe ik zo snel mogelijk. De voorzitter: Nou, wethouder Zagt, u wordt geholpen door mevrouw Wind. Aan u het woord. De heer Zagt: Ja. Het lijkt me bijna vanzelfsprekend, gelet op de inhoud van de brief, dat dit het discussiepunt is als ik op gesprek ga bij de gedeputeerde. Daar gaat het natuurlijk om. Mevrouw Wind: Alleen met ja ben ik meer dan tevreden. Dank u wel, wethouder. Voorzitter. De heer Zagt: Ik mag verder? Oké. Ik ga kijken, de ambtelijke reactie op 18 januari 2023 van de provincie was dat zij er geen antwoord op konden geven. En daar zeg ik niets te veel want een dergelijke ingewikkelde situatie heb ik van mijn, van onze medewerkers begrepen, hebben zij nog niet meegemaakt. Dat wij bezig zijn en hard werken, want de heer De Kloet zei, heel vervelend wat er allemaal nu gebeurt. Ja, u mag van ons verwachten dat wij hard bezig zijn. Dat wij werken aan een voorstel wat uiteindelijk naar de begroting, naar de gemeenteraad komt. Dat gaat zo met de begroting, dat gaat met een herstelplan, dat gaat met een begrotingswijziging. Maar wij houden u wel, zoals afgesproken, op de hoogte van het traject. Dan kijk ik naar ...
Of ik … Volgens mij hoef ik tegen mevrouw Van Rijn niets meer te zeggen of niet meer te antwoorden maar ik wil wel even kijken of ik haar … Ja, de enige vraag, wat zijn bedrijfsvoeringskosten, van mevrouw Van Rijn staat nog open. Nou ja, ook daar is, daar willen wij duidelijkheid over. De provincie was daar ook niet duidelijk genoeg over in onze ogen en dat is ook de reden dat wij die vragen gesteld hebben bij stap 1, stap 2, stap 3 want dan weten we echt waar we aan toe zijn. Bijvoorbeeld de vraag die mevrouw Van Rijn stelde over de inhuur. Als je het inhuurbudget vergelijkt, nou, 1,6 miljoen in de begroting ‘23 die door de meerderheid van de raad is goedgekeurd. In de primitieve begroting 2022 zat 450.000 of 355 maar ik denk 450.000, dat is een wereld van verschil. Nou, als dat leidend is, nou, u weet de inhuur, dan schiet het wel heel erg op anno 9 februari 2023. Dan, mevrouw Kaper had geen vragen meer gesteld. Mevrouw Wind, ik kijk of het een vraag is. Het was geen vraag maar ik ben het wel heel erg mee eens, daar hecht ik wel aan, het samen optrekken en duidelijk weten van elkaar wie wat doet. En dat is ook waarmee ik begon, dat er procesafspraken gemaakt zijn dat alle gremia van elkaar weten wie wat wanneer doet. Zodat je, als er veel groepen zijn maar er zitten er steeds twee bij elkaar, dat je wel allemaal hetzelfde informatieniveau hebt. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Kloet.
De heer De Kloet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik dacht, ik laat de wethouder helemaal uitspreken. Want ik vind het wel, en daar ga ik toch wel weer even een opmerking over maken, dat zal wel weer kwalijk genomen worden, dat juist deze wethouder met deze achtergrond, en gezien zijn politieke verleden, het woord communicatie volledig negeert. Dat vind ik wel grappig. Mijn vraag was ... Mevrouw Rademaker: Interruptie, voorzitter? De voorzitter: O, mevrouw, lukt het u? Mevrouw Rademaker: Ja. De heer De Kloet: Niet goed horen. Mevrouw Rademaker: Mijnheer de Kloet, wat hebben we hier nou aan? Wat heeft de inwoner hieraan dat we hier nou op deze manier de discussie met elkaar voeren? Het is gewoon vrij duidelijk dat zowel bij de provincie er weinig bekend is over hoe om te gaan met deze situatie. Er is dus kennelijk geen spoorboekje wat uitgedeeld kan worden aan de raad, aan het college, stap 1 tot en met 100.000, weet ik het wat. Hè, we zoeken met elkaar allemaal de weg naar een zo goed mogelijk, snel mogelijke oplossing, met name voor de inwoners. Ik denk dat de inwoners er geen bal mee opschieten dat wij op deze manier hier nu met elkaar een discussie voeren eigenlijk over een idioom kwestie, het woord samenspraak. De voorzitter: Mijnheer De Kloet.