CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 22 september 2022

gemeenteraad 22 september 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening29.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We hebben allemaal gelezen dat die niet op tijd gaat komen. Hoe gaan we dit verwerken in de begroting? Dat is dan toch een vraag. Dan een vraag aan De Lokale Partij. Ik lees van alles, allerlei maatregelen, maar ik mis er eentje uit uw coalitieprogramma. Dat is het autoluw maken van de Emmaweg en de Koninginneweg. Ervan uitgaande dat u er vier zit en dat het misschien daarna anders is, dat weten niet. Neem ik aan dat u dat binnen één en vier jaar wilt uitvoeren. Welke plek geeft u dat dan in het mobiliteitsplan? Dat was het voor de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Het is nog steeds de tweede termijn, maar dat maakt niet uit. Er is een vraag gesteld aan mijnheer De Kruijff. Er is ook een vraag stelt aan mijnheer Den Hartog. Dan kom ik daarna bij u, mijnheer De Kloet, met uw welvinden. Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, terechte vraag van mevrouw Van Rijn. Wij waren vorige week ook heel kritisch. Dat zijn we op zich ook nog steeds. Maar gehorende de wethouder, vorige week en ook vandaag, stel je nu een visie vast. Kaders, waar het huis mee aan de slag moet.

Ik kan u verzekeren, mevrouw Van Rijn, dat als via de begroting, of dat een prioriteitenlijst wordt van tien plannen of we moeten even kijken hoe we het amendement zo gaan vormgeven of zelfs al zouden ze wel allemaal, wat we liever natuurlijk niet hebben, gezien de ambtelijke capaciteit en de tijd en moeite die daarmee gepaard gaat, dan zouden ze zelfs allemaal individueel langs de raad komen, dat wij als VVD nog steeds heel kritisch blijven. Als over twee maanden blijkt in de begrotingsbehandeling, dat we hier gewoon geen geld voor hebben, dan snap ik inderdaad dat het moeilijk uit te leggen is aan inwoners dat als je nu een mobiliteitsplan vaststelt, dat daarmee inwoners het idee krijgen van, mooie plannen, het gaat gebeuren. Dan neemt de politiek over twee maanden het besluit van, het gaat toch niet gebeuren, want er is geen geld voor. Daarom willen we eigenlijk dat amendement indienen, om dat concreet in dat amendement te verwerken, dat het duidelijk is. Mevrouw Kaper stelde volgens mij in de beeldvormende sessie ook een hele terechte vraag van, kunnen we als gemeente ook naar buiten duidelijk communiceren via de weekbladen of zo van, er is een mobiliteitsplan vastgesteld waarin een visie staat, waarmee we op dit moment aan de slag gaan, maar dat het altijd onder voorbehoud is.

Dat als wij tijdens de begrotingsbehandeling hier een besluit over nemen en het blijkt dat er geen geld voor is, dat je wel altijd duidelijkheid hebt geschept naar onze inwoners. Maar ik snap de vraag heel goed. Als deze voorstellen langs de raad komen, dan zullen wij als VVD nog altijd heel kritisch blijven, bij iedere maatregel. De voorzitter: U hebt nog een vraag aan de heer De Kruijff?

Mevrouw Van Rijn: Ik heb in tweede termijn een debat eigenlijk. Je bent helemaal niet kritisch. U zegt, wij kijken heel kritisch. De vorige keer keek u kritisch en zei u, dit kan niet zonder meer onderbouwing. U bent het gaan opvragen en gaan zoeken in Laren, Gooise Meren en Hilversum. U heeft daarvan tegen mij gezegd, er zit wel een financiële onderbouwing bij. Nu zegt u, we volgen het. We stemmen er wel mee in. Dan zien we bij de begroting wel ... Denkt u, mijnheer De Kruijff, dat er bij de begroting van de eerstkomende 3 jaar ruimte is voor de 38 maatregelen die u van plan bent om vandaag vast te stellen, of misschien voor de helft? De voorzitter: Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Wat ik van wethouder Zagt het begrepen, het is vervelend dat hij er zelf nu niet is, mevrouw Kruijt het nog een keer kan herhalen, is dat er al potjes zijn en dat er ook subsidies zijn waar wel al mee aan de slag gegaan kan worden. De voorzitter: Laatste keer, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik hoor dat het de laatste keer eens. Natuurlijk is dat zo. Dat kunnen we allemaal zien. In het IP-plan staat namelijk, heeft mijnheer Zagt vorige keer uitgelegd, een bedrag opgenomen om de Middenweg op te knappen, te renoveren. Maar wat u vanavond gaat besluiten, is om die totaal te herinrichten, met het fietspad aan één kant bijvoorbeeld. Dat is een van de maatregelen.

Dat kan ik u zowel vertellen, dat past niet binnen het bedrag wat nu in het IP staat. We kunnen het wel steeds aan de wethouder vragen, maar ik vraag eigenlijk aan u, wat denkt u? Denkt u nu echt dat dit gaat lukken binnen één tot drie jaar? Of moeten we realistisch zijn en zeggen, best college, het plan is best wel goed, er zitten hele mooie dingen in, neem het terug, kom met een realistische planning, geef daarbij een prioriteitenlijst aan van nice to have en echt verkeersnoodzakelijk. Laten we er dan met zijn allen een klap opgeven. In plaats van nu in te stemmen, zodat we weten dat er gewoon geen geld voor is en dat het niet klopt. De voorzitter: Mijnheer De Kruijff, wilt u daar nog op reageren? De heer De Kruijff: Ja, voorzitter. Ik zal het kort houden. Dat weten we op dit moment niet. Als over twee maanden blijkt dat het geld er niet is, dan kunnen we er niet mee instemmen. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, er was ook aan u een vraag gesteld. De heer Den Hartog: Dat ging over het autoluw maken van de Koninginneweg en de Emmaweg. Wat in het coalitieakkoord zou staan, dat is niet de bedoeling geweest om dat zo te interpreteren. Volgens mij blijft iedereen op de Koninginneweg en de Emmaweg gewoon rijden, zoals nu gereden wordt.

Behalve dat er onderzocht gaat worden of het verstandig is om het stukje waar je de Smidsbrug opdraait, of juist van de Smidsbrug op de genoemde wegen komt, om dat niet meer mogelijk te maken, zodat de doorstroming beter wordt. Het geldt eigenlijk voor hele kleine stukjes waar het autoluw wordt. De voorzitter: Dat lijkt me voldoende beantwoord. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel. Ik hoor de heer De Kruijff een aantal dingen zeggen die waarschijnlijk misschien eerder in de ... De voorzitter: Stuk? Jammer. Scherven brengen geluk. De heer De Kloet: Dat wel, maar ik zou hier graag ook een financiële dekking bij zien van dit.

De voorzitter: Gaat u verder. De heer De Kloet: We blijven op de kleintjes letten. Maar even zonder alle gekheid. Ik hoor net allerlei argumenten om dit onderwerp niet nu te behandelen, omdat we totaal niet weten wat dit allemaal gaat kosten. Bovendien, als we dit vaststellen op deze manier worden er allerlei onderzoeken gedaan, want er zijn ideeën die toch ook uitgewerkt moeten worden, neem ik aan, om tot participatie dan wel een voorschot te komen. Dat zal ook niet gratis zijn. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van Rijn, om gewoon een nieuw voorstel te ontvangen, waarin inderdaad de prioriteiten goed worden gesteld. Mevrouw Van Rijn heeft goed opgeteld. 38. Ik vind 1 al te veel, gezien ook de brief die we hier nog een keer voor ons hebben. Ik refereer daar toch maar even aan, omdat we gewoon structureel geen sluitende begroting hebben, voor de komende 4 jaar. Dit plan, voor de eerste stap, is ook al 4 jaar. Ik vind het gewoon onverantwoordelijk, laat ik dat woord nog maar even gebruiken. Ik wil misschien een klein misverstand wegnemen, mocht dat er zijn, bij voorbaat al. Het is niet zo dat er dan niets meer aan de wegen gebeurt. We gaan uiteraard, neem ik aan, althans dat de wethouder dat zal beamen, gewoon onderhoud blijven plegen aan onze wegen en infrastructuur.

Wij zullen, om vast maar even dat voorschotje te nemen, in ieder geval de amendementen van D66 niet steunen. Na de schorsing komen we terug op het andere. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar mijnheer Roosenschoon. Wilt u nog reageren op het amendement van A-11-3, nog voor de schorsing? De heer Roosenschoon: Ja, zonder meer, voorzitter, want eigenlijk spreekt dat vanzelf, want dat is helemaal in de lijn met wat er was gezegd in de commissie ook. Want we stellen het vast en we stellen kaders vast. Alle voorstellen individueel moeten nog verder worden uitgewerkt en gepresenteerd. Deze motie lijkt mij volledig logisch, gezien alle ontwikkelingen van vorige week ook. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, wilt u nog iets kwijt voordat we gaan schorsen? Nee. Mevrouw Kaper, excuus. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ik zou er toch even iets boven willen gaan hangen. Want wat is eigenlijk een mobiliteitsplan? We hebben het gehad over, het is een visie. Een visie geeft richting. Een mobiliteitsplan, een visie, een richting. De voorzitter: Gaat u vooral door hoor, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: De bode. Dat is waar. Het plan wat nu voorligt, is een visie. Een visie hoort richting te geven. Dat was ook, denk ik, waar wij als ChristenUnie ...

Wat wij lastig vonden, hebben we in de commissie ook inderdaad gezegd, de status van de maatregelen en het plan, wat eigenlijk als een visie wordt neergelegd. Dat is verplicht voor elke gemeente. Gemeenten moeten een visie hebben. Wat is de reden? Op basis van die visie ga je nadenken over hoe deze gemeente de komende tijd eruit moet zien en welke maatregelen we zouden kunnen gaan nemen. Dan deel ik de zorg helemaal die hier verschillende partijen aangeven over, als we het gaan uitwerken, wat is er dan uiteindelijk nodig? Maar zonder visie, dan komen we helemaal nergens. Wat ons betreft moet er duidelijkheid komen over de status van die maatregelen. Het amendement vind ik daarin nog wat onduidelijk, omdat er inderdaad ook de participatie bij wordt betrokken. Dan deel ik ook de mening, als je dat bij elk plan moet gaan doen, zijn we in 2080 nog niet klaar. De ChristenUnie heeft ook de vraag om dat amendement eventueel aan te passen, als dat kan. Vooral te richten op de status van de maatregelen, zodat ook duidelijk is dat we dat later gaan onderzoeken. Maar dat de visie, zoals die er nu ligt, wel kan blijven staan. Dat is wat een visie is, richting bepalen en niet meteen concreet invullen. Dank u wel.

De voorzitter: Dan kijk ik nog eenmaal rond. Ik zie geen behoefte ... Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik had nog 2 vragen openstaan. Een aan de wethouder, hoe we beslispunt 2 moeten lezen. Dat het verwerkt wordt in de komende begroting. Aan de overige commissieleden, maar misschien komen ze straks nog aan de beurt, had ik dezelfde vraag gesteld als aan de VVD. Wat vindt u ervan dat u 38 maatregelen voorstelt met een planning van 1 tot 3 jaar, waarbij wel gewoon mee aan de slag gaan na dit vaststellen, wetende dat we er geen geld voor hebben. De voorzitter: Wilt u daar nog antwoord op geven, voor de schorsing? Ik zie niemand naar de microfoon grijpen. Goed, hoewel het ongebruikelijk is nog in tweede termijn het college aan het woord te laten, begrijp ik wel de behoefte aan beantwoording voor de duiding van beslispunt 2. Ik vraag wethouder Kruijt of u snel naar het andere tafeltje wil lopen. Dan zal ik niet de tijd vol praten, arme mensen thuis. U krijgt zo antwoord. Wethouder Kruijt, bent u eruit? U komt eraan. Mevrouw Kruijt: Is best een lastig onderwerp voor mij. Ik begrijp dat een deel uit de begroting komt. Nee, opgenomen is in de conceptbegroting. Een ander deel is opgenomen in het concept investeringsprogramma. Dat laatste heeft te maken met afschrijvingen, die natuurlijk op een langere termijn plaatsvinden.

Waar we het hebben over de begroting, dat zijn de korte dingen, de snelle dingen, maar die wordt weer gevoed vanuit de reserve verkeer. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Een verhelderende vraag. Ik begrijp dat de wethouder zegt, een deel is verwerkt in de conceptbegroting. Kijk, dat er een deel in het IP zit, snap ik, maar een deel is verwerkt in de conceptbegroting. Dat betekent dat u de extra kosten die dit mobiliteitsplan met zich meebrengt al in de begroting heeft verwerkt. U kon vandaag met een brief dat de begroting niet rondkomt. Heeft u daar de Middenweg in verwerkt, of welke maatregelen ... Dat is een beetje flauw om te zeggen, maar het is ook een beetje flauw om de raad een brief te sturen dat er flinke tekorten zijn en dan hier te vertellen, we hebben deze maatregelen al verwerkt. Ik bedoel, we moeten toch als raad prioriteiten stellen? Dat rijm ik niet met de brief van vanmiddag. De voorzitter: Ik denk dat het wel lastig is voor wethouder Kruijt om deze vraag te beantwoorden. Met uw goedvinden, dan ... Mevrouw Van Rijn: Ik begrijp het ook. Maar ik had het ook liever aan de heer Zagt gevraagd. Daarom is het helemaal niet zo gek om het van de agenda te halen. Maar het blijft staan. Dan is mevrouw Kruijt de aangewezen persoon. De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Kruijff.

De heer De Kruijff: Ik wil graag een vraag stellen aan mevrouw Van Rijn, want mevrouw Van Rijn en de heer De Kloet stellen aan het begin van deze vergadering voor om dit van de agenda af te halen. Misschien dat mevrouw Kruijt in dit punt, want ik snap de ongemakkelijk uit hoor, misschien wel kan helpen. Maar als we het nu van de agenda afhalen, dan moet dit ook uit de conceptbegroting gehaald worden, lijkt mij. Dan lopen we niet twee maanden vertraging op, maar dan over een jaar vertraging op, want dan komt het pas bij de volgende begroting aan de orde.

De heer De Kloet: Bij interruptie, voorzitter. De voorzitter: Goed, wethouder Kruijt, dank u wel. Mevrouw Kruijt: Dat lijkt me inderdaad een hele logische constatering. Daarom, doe het nu. Mevrouw Van Rijn: Sorry, voorzitter. Ik vind dit echt wel ... De voorzitter: Ik begrijp waar u tegenaan loopt. Mevrouw Van Rijn: Ik vind dit echt wel bijzonder. Wij krijgen een brief, de begroting is niet sluitend te krijgen. Dat heeft gevolgen voor naar de provincie. Nu zegt de heer De Kruit, sorry ... De voorzitter: Kruijff. Mevrouw Van Rijn: De heer De Kruijff zegt, maar dat kan allemaal niet, want dan moeten we ze uit de begroting halen. Als wij een aantal van een nice to haves uit de begroting moeten halen om hem dan sluitend te krijgen, alsjeblieft. Ik vind het een hele rare opmerking van de wethouder en van de VVD om te zeggen, dan moeten we ze ook uit de begroting halen. Als we het niet kunnen betalen en daardoor naar de provincie moeten, dan moeten ze er niet instaan. Zo duidelijk is het. De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik ga in herhaling vallen. Ik bedoel, we hebben hier een hele discussie over investeringen die we moeten gaan doen in de komende vier jaar, die we volgend jaar al moeten gaan doen. Ook onderzoeken gedaan worden. Er wordt een reserve erbij gehaald om de kapitaallasten te dekken. Prima.

Maar ik vind inderdaad, als er nu wordt gesproken over een conceptbegroting en we krijgen vanmiddag een brief van, die is er eigenlijk niet en we komen te laat en ... Wat zijn we aan het doen hier? Ik bedoel, wat is er nu werkelijk waar? Hebben we een conceptbegroting, ja of nee? Dan wil ik heel graag zien, in het kader van de Wet openbaarheid overheid. Ik wil gewoon nu weten van, doen we investeringen voor de komende vier jaar, terwijl we weten dat we structureel een niet sluitende begroting hebben? Ik wil gewoon duidelijkheid hebben. Hoe staan we financieel ervoor? Dit is toch geen discussie? We gaan hier 69 dingen besluiten, voor investeringen die allemaal leuk zijn en misschien ook heel noodzakelijk. Maar wat ik al zei, het wegenonderhoud zal gewoon doorgaan. Grosso modo hebben we het hier over een investering van 80 miljoen. Kom op even, ik wil gewoon duidelijkheid hebben, of van u als plaatsvervanger van mevrouw Kruijt, of mevrouw Kruijt zelf, als plaatsvervangend wethouder financiën. Ik wil daar gewoon nu een duidelijkheid over hebben.

Wat zijn de consequenties, in een conceptbegroting die er wel is, niet besproken in het college, maar waar wel mee wordt geschermd? Hoe verhoudt het zich tot het investeringsplan? Hoe verhoudt het zich tot de reserve die wordt genoemd? Hoe verhoudt het zich tot de totale investering die we hier aan het doen zijn? Wat voor consequenties heeft het voor de begroting 2023? Lijkt me een hele duidelijke vraag. De voorzitter: Voor de helderheid, er ligt geen conceptbegroting, als zodanig. Dat begrijp ik wel ... De heer De Kloet: Bij interruptie. Sorry, voorzitter, maar ik moet net weer ... De voorzitter: Maar ik wil het u heel graag uitleggen, waar het misverstand in zit. Ik wil het u heel graag uitleggen. Staat u mij dat toe?

De heer De Kloet: Vanzelfsprekend. De voorzitter: Dank u wel. Er is geen conceptbegroting, als zodanig. Wat er is, is dat er een inventarisatie is gemaakt vanuit het ambtelijk apparaat. Dat is bij elkaar gebracht. Er zitten Excellijsten in. Dat is heel plat uitgelegd nu. Daar wordt mee gerekend, met diverse scenario’s. Er is geen totaal conceptbegroting gegenereerd nog. Die ligt er niet. Die is niet in het college behandeld. Niemand heeft het gezien, want hij is nog niet opgemaakt. Wat wel is opgemaakt, zijn Excellijsten waar doorberekeningen op te zien zijn. Dat is wat er nu ligt. De verwoording van conceptbegroting, dat is verwarrend en misschien een beetje ongelukkig. Maar wat is bedoeld, denk ik, om te zeggen is, daar is rekening mee gehouden in de berekeningen als het gaat om ’23 en verder. Ik kijk voor de bevestiging hiervan naar mevrouw, wethouder Kruijt. Ik hoor ja. Om dat misverstand weg te nemen. Als het gaat om heel andere vragen, daar moet ik zeggen, daar ben ik niet bij machte om daar antwoord op te geven. Dat is mij te technisch. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter. Dat het te technisch is, dat juk draag ik dan maar eventjes. Maar u zegt nu dat er doorberekeningen in Excelsheets. Dat houdt in dat wat we nu op tafel hebben daar inzit, want er wordt in dit voorstel gezegd dat het voor 2023 consequenties heeft. Mevrouw Rademaker: Interruptie.

De heer De Kloet: Wil ik graag weten, zijn het berekeningen die daar dan inzitten? Kunnen die dan nog daar worden uitgehaald, om het leed nog enigszins te verzachten? De voorzitter: Daar kan ik geen antwoord op geven. Mevrouw Rademaker. Mevrouw Kruijt. Mevrouw Kruijt: Interruptie, ik kan daar bevestigend op antwoorden. Daar is inderdaad een deel van opgenomen in deze concept ... De voorzitter: De vraag is, kan het weer uit? Dat is de vraag. Mevrouw Kruijt: Dat kan ook, want u kunt ook nog besluiten, we doen helemaal niks met alles wat er ... De visie wordt dan vastgesteld, maar de uitvoering schuift u op, bij wijze van spreken. Dat zou kunnen beslissen. Vind ik niet zo verstandig, maar het is aan u. De voorzitter: Wethouder Kruijt. Want ik zie heel veel handjes. De heer De Kloet: Mag ik nog een verhelderende vraag stellen? De voorzitter: Ja, zeker. De heer De Kloet: U zegt, het is erin meegenomen, in het Excel, mag geen conceptbegroting heten. In de Excelsheets 2023, die moeten leiden tot een begroting met een structureel tekort, zitten maatregelen die nu worden voorgesteld. Mevrouw Rademaker: Voorzitter, ik ga nu echt om een interruptie vragen. We zijn een visie aan het vaststellen. Als mijn amendement van De Lokale Partij, VVD en PvdA-GroenLinks niet helder geformuleerd is, zal ik hem scherper formuleren. We stellen vandaag een visie vast.

We proberen met het amendement te verduidelijken, het zijn geen 38 maatregelen die we vaststellen, die uitgevoerd moeten worden in 3 jaar. Het

zijn 38 voorstellen die langs de raad gaan, voor een begroting, eventueel een participatieplan. Dat is wat we vaststellen. Er wordt geen euro uitgegeven met het vaststellen van een visie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rademaker. Ik zie mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper was eerder. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp wel de zorgen naar, hoe gaan we dat straks aan de inwoners uitleggen, als u dit vaststellen en daarna te zeggen, dit kan niet, dat kan niet en zus en zo kan niet. Maar dan denk ik, laten we daar gewoon eerlijk over zijn. Dit is een openbare vergadering. Iedereen kan deze discussie nu volgen. Als we deze visie vaststellen, kunnen wij er ook eerlijk over zijn dat gezien de situatie waarin de gemeente zich bevindt, we niet zeker weten of al die maatregelen uiteindelijk ook uitgevoerd kunnen worden. Maar we moeten wel een richting bepalen. Dat zijn we ook verplicht aan de inwoners. Waar willen we heen, in deze gemeente, met onze mobiliteit? Dan denk ik, wees daar eerlijk over. Zeg gewoon, dit stellen we vast. Dit is de richting voor 2040. Of het allemaal lukt, weten we niet. We gaan ons best doen. We zien hoe het verder gaat. Dan kunnen we gewoon dit plan, deze visie vaststellen, met dan wel inachtneming de status van de maatregelen. De voorzitter: Dank u wel. Goed, mevrouw Van Rijn, wilt u nog ... Mevrouw Van Rijn: Nee.

De voorzitter: Goed, ik stel voor dat wij gaan schorsen. Hoeveel tijd hebt u nodig, mijnheer Den Hartog. Een kwartier? Ja. Dan stel ik voor dat wij de vergadering schorsen tot kwart over negen. Schorsing De voorzitter: Goed, wij hervatten de vergadering. Dames en heren, veel geroezemoes. Voor de mensen thuis niet fijn. Ik wil mijn excuses aanbieden aan de mensen thuis. We hadden gezegd, we zouden een kwartier schorsen. Is het dubbele geworden. Het is een half uur. Mensen thuis kunnen niet zien wat we allemaal aan het doen zijn. Gezien de staat van onze geluidsinstallatie, hadden ze ook wel kunnen bedenken van, ze waren gestart, maar we hoorden niks. We waren niet gestart, we starten nu. Dank voor uw geduld. Goed, ik kijk naar de heer Den Hartog. U had een schorsing aangevraagd. Hoe bent u gevaren tijdens uw schorsing? De heer Den Hartog: Het amendement wordt nu getekend. Daar is een wijzigingen aangebracht, zodat we in ieder geval de boel werkbaar kunnen houden. Dat er niet kleine projectjes in de gemeenteraad voorbijkomen, maar vanaf € 500.000, zeg ik uit mijn hoofd. Ik heb de tekst nog niet voor me, wat het uiteindelijk geworden is. De voorzitter: Maar goed, wellicht is het goed dat u het dictum van het besluit voorleest. Daar kunt u dan een toelichting op geven. Hij is inmiddels ook weer geüpload voor iedereen In NotuBiz. De heer Den Hartog: Het dictum.

Toe te voegen na beslispunt 1, de maatregelen uit deel C, uitvoeringsprogramma, te zien als voorstellen. De voorstellen voor uitvoeringsprojecten boven € 500.000 worden inclusief een participatieplan en financiële paragraaf voorgelegd aan de gemeenteraad voor besluitvorming. De voorzitter: Dank u wel. De mede-indieners zijn nog dezelfde mede-indieners als de eerste versie? Ja. Is daar behoefte nog aan een toelichting op? Ik zie mijnheer De Kruijff nee schudden. Mevrouw Abrahamse ook niet. Vanuit het college, wil het college nog adviseren hierop? Wethouder Kruijt.

Mevrouw Kruijt: Het is een zodanige aanscherping dat hij volstrekt helder is. We kunnen hem op deze manier overnemen. De voorzitter: Of positief adviseren? Mevrouw Kruijt: Positief adviseren. Mevrouw Van Rijn: Mag ik een verduidelijkende vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Aan wie? Mevrouw Van Rijn: Maakt niet zoveel uit. De voorzitter: Hier in de ... Mevrouw Van Rijn: Over het amendement. De voorzitter: Is prima. Mevrouw Van Rijn: Even, begrijp ik dan dat alle voorstellen die minder dan € 500.000, dat u daar dan nu automatisch mee instemt? Want die komen niet meer langs de raad. Mevrouw Rademaker: Alles komt langs de raad. De voorzitter: Mevrouw Rademaker. Mevrouw Van Rijn: Sorry, ik begrijp alle ... De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dat is voor mij verwarring. Voorstellen boven de € 500.000 worden voorgelegd aan de gemeenteraad voor besluitvorming. Mijn vraag aan de fracties, zegt u hiermee automatisch dat de voorstellen onder de € 500.000, dat u daar bij deze mee instemt? Dat is eigenlijk een technische vraag. Want die komen niet meer naar de raad. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Tenzij er een participatietraject opgestart wordt, volgens mij, voor noodzakelijk is. De voorzitter: Mijnheer De Kloet.

De heer De Kloet: Kunt u dat verduidelijken? Een project onder de 500.000, met een participatietraject, dat komt wel naar de raad? Want dat lees ik niet terug in uw, wat is het, amendement. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Ik kijk even naar links, naar mevrouw Rademaker.

Mevrouw Rademaker: Het is heel eenvoudig. Het is een visie. Alles waar geld voor nodig is, komt langs de raad. Het enige wat wij willen wat uitgebreid besproken wordt, zijn de projecten boven de € 500.000, waar ook een heel participatietraject aan verbonden is. Kijk, over het vervangen van 5 verkeersborden, hoeven we geen participatietraject te starten met elkaar. Mevrouw Van Rijn: Dan nog een verhelderende vraag. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Daar ben ik heel blij mee hoor. Mevrouw Rademaker heeft daar gelijk in. Dat staat er alleen niet. U zegt, alle voorstellen komen alsnog naar de raad. Maar als het € 500.000 is, dan gaan we het er uitgebreid over hebben. Ik probeer gewoon te zoeken dat er eigenlijk gewoon staat ... Net zei u, mevrouw Kaper verwoordde dat heel mooi, het is een visie. We stellen die maatregelen niet vast. Ze komen allemaal nog naar de raad. Nu zegt u, in dit amendement, de voorstellen boven de € 500.000 worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Mijn vraag is, onder de € 500.000 stemt u bij deze mee in? Mevrouw Rademaker: Nee, dan hebben we het weer niet handig geformuleerd, maar dan moeten we daar wat aan doen. Alles komt langs de raad.

Alleen de projecten waar u ons zelf op attent maakte, het vervangen van 5 verkeersborden, daar hoeven we geen participatietraject voor op te starten en de raad mee lastig te vallen, tussen aanhalingstekentjes. Maar de projecten waarbij veel geld gemoeid is, boven de € 500.000, waar we een participatietraject bij vereisen, die zullen sowieso uitgebreid langs de raad komen. Voor het budget komt sowieso alles langs de raad. De voorzitter: Goed, dat lijkt me beantwoord. Wilt u nog iets zeggen, mijnheer De Kruijff? U denkt na. Toch wel. De heer De Kruijff: Ja, misschien dat ik, want ik ben hardop aan het nadenken ... Misschien dat het wel zo fijn is om dat te delen met mijn collega’s en ook met de mensen thuis. Ik snap de verduidelijking die mevrouw Van Rijn vraagt. Ik zit even hardop te denken. Ik hoor graag de mening van mijn collega’s. Als we een motie of een amendement indienen waarin we het college vragen om met een prioriteringslijst te komen, een bepaald voorstel, zodat ... De voorzitter: Gaat u vooral verder. De heer De Kruijff: Maar wat ik bedoel, is dat we wel dit vastleggen, zodat het huis daarmee aan de slag kan. Dat het college op een later moment met een lijst komt van een aantal projecten waarvan ze zegt, hier moet de raad nu een besluit over nemen. Ik zit even hardop na te denken.

Ik snap dat ik misschien wat ongemak brengen bij een aantal collega’s, want ik hoor ook het geroezemoes in de zaal. Maar ik zit even hardop te denken. Want ik snap ook dat als je het zo leest, dat je daarmee de voorstellen die onder de € 500.000 zijn niet langs de raad komen. Ik snap dat mensen dat wel zo interpreteren. Ik ben even hardop aan het nadenken. Ik neem aan dat mijn collega’s daar ook een mening over hebben. Maar ik snap het ongemak. De voorzitter: Ik ga eerst naar de mede-indieners. Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel, voorzitter. We hebben geprobeerd om met het amendement de gemeenschappelijkheid voor het vaststellen van het mobiliteitsplan te vergroten. Het bleek dat er een aanvulling en een aanscherping nodig was van het amendement. Dat hebben we net in voorliggende tekst

gedaan. Als PvdA-GroenLinks denken we dat dit het ook is. Dat we hierover onze mening moeten kenbaar maken. Dat we niet allerlei discussies weer opnieuw moeten gaan voeren. Dit is het. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ik sluit me aan bij de heer De Kruijff. Die sluit zich volgens mij weer aan bij de woorden van mevrouw Van Rijn. Ik zou willen voorstellen, althans dat leg ik aan de collega’s voor, om het college uit te nodigen, ik herhaal wat anderen hebben gezegd, maar goed, dan doe ik het ook eventjes, met een prioriteitenlijstje van wat echt moet, om daar de nadruk op ... Dat is wat anders dan wat er gewoon al gebeurt. Dat hebben we ook net uitgelegd. Wat echt moet uit dit plan. Daar willen we dan later, als dat lijstje er is, ook de financiën dan over bespreken. Ik heb me net al uitgelaten over de andere amendementen. Ook dit amendement zullen we op deze manier zeker niet steunen. De voorzitter: Maar gaat u een motie indienen, mijnheer De Kloet? De heer De Kloet: Nee, want ik doe een verzoek aan de collega’s om daarover te beraadslagen. Dat is wat ik vraag van, hoe denken we erover? Als iedereen zegt, dat lijkt ons geen goed idee, dan besparen we ons die moeite. Maar dat lijkt mij gewoon verstandig. Ik heb net uitvoerig uitgelegd hoe wij erover denken. We zitten steeds daar nu ... Komen er gewoon voorstellen over 5 ton.

Stel dat het er 10 zijn, zit je al op 5 miljoen. Ik bedoel, waar hebben we het over? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn was eerst. Mevrouw Van Rijn: Ik gebruik veel te veel spreektijd voor dit, met alle respect, toch nog steeds onduidelijk amendement. Ik hoop dat de heer De Kruijff met een motie komt, voor die prioriteitenlijst. Dan doen we graag mee. Ik wacht het even af. Ik vond het een goed voorstel van de heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Ik ga eerst naar mijnheer De Kruijff, daarna mevrouw Abrahamse. De heer De Kruijff: Wat ik bedoelde te zeggen, is dat we vanavond wel dit mobiliteitsplan vaststellen. Dat we bijvoorbeeld ... Maar ik ben even aan het zoeken. Ik wil graag ook, maar dan moet je weer zo meteen schorsen, dat wil ik eigenlijk voorkomen, omdat je graag advies wil ... Het is voor mij opnieuw, raadslid zijn. Ik probeer een beetje te zoeken, dat we wel vanavond een visie vaststellen, want dat is gewoon nodig. Dat we dan het college vragen om met een prioriteitenlijst te komen, zodat je dat half miljoen, wat nu in dit amendement staat, eruit kan schrappen. Dat er een prioriteitenlijstje komt. Dat je dat als kader gebruikt, eigenlijk ter vervanging van het dictum wat nu in dat amendement staat. Maar ik zie dat mevrouw kaper mij heel graag wil helpen. Heel graag.

De voorzitter: Ik vraag me af, iedereen wil iets, maar wie komt met een motie en hoe gaan we naar een afronding? Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik heb nog een technische vraag. Dan stop ik, want zeven minuten heb ik nodig voor de rest. Mijnheer De Kruijff vraagt om een lijstje met prioriteiten. Dat is precies waar ik mijn betoog mee begin. Als u hiermee instemt, dan is pagina, uit mijn hoofd, 111 tot 118 het prioriteitenlijstje waar u mee instemt. 38 maatregelen binnen 1 tot 3 jaar. Wilt u nu een ander lijstje ... U kunt niet en dit vaststellen,

inclusief de prioritering, want dat is wel zo, en vervolgens vragen om een nieuw lijstje met prioritering. Of u stelt dit vast, of u maakt iets nieuws. Maar je kan niet allebei doen. Je kan niet zeggen, vandaag stel ik vast 38 voorstellen binnen 1 tot 3 jaar uitvoeren en volgende week kom ik daarop terug en dan maak ik een nieuw ... Dat kan gewoon niet. De voorzitter: Goed, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ik wil het toch iets eenvoudiger maken eigenlijk. In dit amendement staat nu niet verwoord dat alle voorstellen sowieso langs de raad komen en daarna dat alle voorstellen boven de 5 ton met participatie et cetera. Zou het helpen als je die eerste zin, dat alle voorstellen sowieso nog langs de raad komen, ook meenemen in het amendement? Is het dan duidelijk voor mevrouw Van Rijn en mijnheer De Kloet? De voorzitter: Volgens mij is dat niet wat ze willen. Maar goed, mevrouw Van Rijn, u wordt uitgenodigd. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik wil helemaal niet 69 voorstellen naar de raad. Ik vind dat zelfs idioot. Dat kan feitelijk ... De ambtenaren moeten alles voorbereiden. Precies, die 5 verkeersborden, doe het lekker. Ik wil alleen een goed prioriteitenlijstje, dat we nu kunnen maken. Ik hoef die 69 voorstellen niet te zien. We moeten nu keuzes maken. Dat is ons idee. De voorzitter: Wilt u hierop reageren? Ja. Dan kom ik bij u, mevrouw Abrahamse.

Mevrouw ...: Volgens mij komt u met een compleet nieuw voorstel. Volgens mij hebben we het hier over het amendement wat duidelijkheid moet geven over welke plannen komen langs de raad en welke plannen niet? Volgens mij is dat het amendement wat hier voorligt. U komt nu met een heel nieuw voorstel, wat ik interessant vind. Ik ben ook voor zijn prioriteitenlijst. Maar volgens mij bespreken we nu een amendement. De voorzitter: Nog niemand heeft een motie ingediend, waarachtig. Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: In feite kan ik me ook voor een deel aansluiten bij de vorige spreker, omdat het hier gaat om de vaststelling van de visie. We hebben met elkaar gezien dat er grote gemeenschappelijkheid is over de visie. We hebben grote gemeenschappelijkheid over alle plannen die geformuleerd zijn, vanuit knelpunten en wensen. We hebben onduidelijkheid over de status van die maatregelen. Vandaar dat wij een amendement hebben ingediend om de verbinding te zoeken. Als dat amendement ... Dit is het. We hebben hem nog aangescherpt. Wat ons betreft hoeft er ook dan geen motie te komen, maar is dit waar we voor stemmen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. We moeten toch echt naar een afronding, dames en heren. Wil een partij nog iets, in het kader van moties, amendementen? Ik kijk rond. Zo niet, dan stel ik voor dat we overgaan tot stemming.

Dan gaan we over tot stemming. Dan zullen we eerst stemmen over amendement A-11-1, vervolgens A-11-2 en dan A-11-3 en dan het al dan niet geamendeerde raadsvoorstel van het mobiliteitsplan zelf. Goed, amendement A-11-1, D66, mobiliteitsplan sluiten of ontsluiten 1. Is er behoefte aan een stemverklaring? Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Voorzitter, de stemverklaring geldt eigenlijk ook voor ... Ik zal het in één keer doen. Ik zal niet elke keer bij die amendementen dat doen. Maar dat geldt ook voor het voorstel wat hier ligt. Ik refereer nog even aan mijn eigen woorden, dat we op dit moment iets aan het vaststellen zijn, er worden nu zelfs grote

bedragen genoemd, ik heb net even een klein rekenvoorbeeldje gegeven, dat hoort allemaal bij een stemverklaring, want ik vind het risico wat we hier aan het nemen zijn, in het licht van wat we vanmiddag hebben te horen gekregen, ik heb niet van de heer Zagt, maar via de pers wat verduidelijking gekregen hoe dat precies zit, vind ik het echt niet opportuun om het nu vast te stellen, op deze manier. Goed, ik heb een pleidooi gehouden voor uitstel. Is niet gebeurd. Wij zullen tegen de amendementen en ook tegen het raadsvoorstel stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Verder? Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik zal het ook in één keer doen. Wij zullen ook tegen de amendementen en tegen het raadsvoorstel stemmen. Niet omdat er geen goede dingen in staan, en staan fantastisch mooie dingen in, maar omdat de consequenties niet overzichtelijk zijn, omdat we het graag op een later stadium met meer informatie hadden willen bespreken. Dat is niet gebeurd. Daarom stemmen wij tegen. De voorzitter: Verder behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan breng ik amendement A-11-1 in stemming. Wie is voor het amendement? Dan zie ik de fractie van de VVD, fractie van de Partij van de Arbeid-GroenLinks, de fractie van De Lokale Partij. U hebt uw hand niet omhoog, mevrouw Kaper. De heer Roosenschoon. Dan moet ik heel snel tellen, want er zitten wat gaten nu tussen. Ik tel 6, 8, 10, 12 voor en 6 tegen.

Ik kijk naar de griffier. Klopt dat? We zijn met 18. Ik had het goed. Dank u wel. Daarmee is het amendement aangenomen. Dank u wel. Dan gaan we naar A-11-2, D66, mobiliteitsplan sluiten of ontsluiten 2. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het amendement? Dat is ook de fractie van de VVD, Partij van de ArbeidGroenLinks, De Lokale Partij en D66. Wederom 12 stemmen voor en 6 tegen. Is het amendement aangenomen. Dan gaan wij naar het derde amendement. Dat is het geamendeerde amendement. Dat kunt u zien in NotuBiz. Betreft A-11-3 van De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks, VVD, mobiliteitsplan. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het amendement? Dat is fractie van de VVD, fractie van de Partij van de Arbeid-GroenLinks, fractie van De Lokale Partij, de ChristenUnie en D66. Met 13 voor en 5 tegen is het amendement aangenomen. Dan het geamendeerde raadsvoorstel, mobiliteitsplan duurzaam, veilig en vooruit. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan zullen wij stemmen over het raadsvoorstel. Wie is voor het geamendeerde raadsvoorstel? Fractie VVD, Partij van de Arbeid-GroenLinks, De Lokale Partij, ChristenUnie en D66. Met 13 stemmen voor en 5 tegen is het geamendeerde raadsvoorstel aangenomen. 12.

Afgegeven Verklaring van geen bedenkingen Dammerweg 108-109 Amendementen A-12-1 Inspraakreacties Inspraakreactie de heer Kerklaan Inspraakreactie Vendrig VvgB Dammerweg 108-109 Inspraakreactie Van der Heijden VvgB Dammerweg 108-109 De voorzitter: Wij gaan gauw door naar agendapunt 12. Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Dammerweg 108-109. Voorgesteld wordt 1, in te stemmen met de nota van beantwoording op de ingediende zienswijzen op de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de bouw

van 14 woningen aan de Dammerweg 108-109 te Nederhorst den Berg. 2, een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de omgevingsvergunning voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan ten behoeve van de bouw van 14 woningen op het perceel Dammerweg 108-109 te Nederhorst den Berg. 3, voor deze planontwikkeling geen exploitatieplan te vaststellen, denk ik dat daar moet staan, of vast te stellen. Er is een amendement aangekondigd, A-12-1. Ingediend door Dorpsbelangen. Geheten Dammerweg 108-109. Aan wie kan ik het woord geven? De heer De Kloet: Aan mij. De voorzitter: Mijnheer De Kloet, gaat uw gang. De heer De Kloet: Dank u wel. Het heet inderdaad, sociale huur repareren. Wat wordt er gerepareerd? Dat is een besluit van de raad. Vorig jaar is er op 14 oktober een raadsbesluit geweest op dit onderwerp, als het ging over de conceptverklaring van geen bedenkingen. Toen is er een grote meerderheid een amendement aangenomen, waarin wordt vermeld, bij de besluitpunten, dat na de 14 woningen specifiek wordt vermeld, 5 sociale huurwoningen. Dat is niet in het besluit gekomen. Is ook niet in het voorstel gekomen. Dat willen wij bij deze repareren, zodat het besluit in dit amendement geldt, toe te voegen aan besluitpunt 2, na 14 woningen – waaronder 5 sociale huurwoningen. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel.

Hebt u het dictum voorgelezen? Besluit? De heer De Kloet: Dat heb ik zojuist voorgelezen. Ik wil het nog wel een keer doen. De voorzitter: Nee, sorry, ik was nog aan het zoeken naar het verkeerde. Excuses. Goed, zijn er nog verhelderende vragen aan de indiener hierover? Nee? Dan kijk ik naar wethouder Zandbergen. Is er een advies vanuit het college? Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Dank u wel, voorzitter. Dit was natuurlijk in de commissie ook al bekend. De griffie heeft ook voor u al het een en ander uitgezocht, hoe die vijf sociale huurwoningen verankerd is. Het is op drie manieren verankerd. In het raadsvoorstel staat het keurig netjes gezegd, alleen niet inderdaad bij het besluitpunt, maar wel dat het om vijf sociale huurwoningen gaat. In de ruimtelijke onderbouwing, wat door de indieners is aangereikt, staat het vermeld. In de anterieure overeenkomst staat het ook expliciet vermeld. Maar het college kan positief adviseren over dit amendement, is dit. Als dit is wat de raad wil, het is overbodig, maar het kan ook geen kwaad. Ik adviseer positief. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan beraadslaging hierover? Ik kijk rond. Nee. Ja, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Eigenlijk niet een beraadslaging.

Het is meer dat ik aan de wethouder zou willen vragen om de druk op de ketel te houden bij de ontwikkelaar, om nog even naar de sociale huurwoningen te kijken, of die echt niet wat groter kunnen dan die 40 vierkante meter. Het gesprek gaande wil houden of ze overgedragen kunnen worden aan de woningbouw. De voorzitter: Ik zie mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ik wil me daarbij aansluiting. Ook vooral die grootte vinden wij erg belangrijk. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, kunt u daar iets in betekenen?

Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ik kan u in ieder geval daarin aanduiden dat zelfs op de avond van de commissie, na de beraadslaging, we met de ontwikkelaar hebben gesproken over onder andere deze twee punten. Vanuit hier zijn de contacten inmiddels al met de corporatie gelegd, om te kijken of het overgenomen kan worden. Daarvan zijn de gesprekken gaande en is de uitslag niet helemaal definitief bekend. Berichten zijn wel dat de corporatie er niet heel erg om zit te springen om dat aantal op die plek over te nemen. Dat is ten aanzien van de overdracht van de sociale huurwoningen. Ten aanzien van de oppervlakte is er ook die avond al over gesproken. Het betreft inderdaad een oppervlakte van om en nabij 35 vierkante meter. Daar kunnen we met elkaar natuurlijk zeker iets van vinden, of we dat groot genoeg vinden of niet voor sociale huur. Deze raad heeft geen minimale groottes afgesproken voor sociale huur. Bij sociale koop is dat hier wel. Waar de ruimte zit, dat is namelijk het toevoegen van een dakkapel. Met een dakkapel zou de oppervlakte met 15 tot 20 vierkante meter vergroot kunnen worden, waardoor je daarmee uitkomt op een 50 vierkante meter. Dat is in ieder geval ... Komt er straks natuurlijk bij de vergunning van de bouwaanvraag ... Wordt duidelijk hoe het er precies uitziet.

Stel dat als er niet inzit, dan kan iemand die daar woont natuurlijk achteraf altijd nog een dakkapel doen. Daar zit qua ruimte over de oppervlakte van woningen. De voorzitter: Ik wil echt geen debat. Maar nog een keertje, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Heel kort. Als huurder van een sociale huurwoning juist gaan verbouwen, lijkt me een beetje een dingetje. Ik zou toch echt willen aandringen, 35 vierkante meter, kom op. Ik vind echt dat haar wel even wat meer druk opgelegd mag worden bij de ontwikkelaar, dat dat wat groter kwam. De voorzitter: Wethouder Zandbergen, heel kort. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Voorzitter, ik voel helemaal met u mee daarin. Ik ga daar zeker nog een keertje bij de ontwikkelaar op aandringen. Dat hebben we die avond ook gedaan, maar wellicht geeft dat iets meer rust. De voorzitter: Goed, ik kijk rond. Verder nog behoefte aan ... Nee. Dank u wel, trouwens, wethouder Zandbergen. Goed, dan stel ik voor dat wij het amendement in stemming gaan brengen en daarna het al dan niet gewijzigde raadsvoorstel. A-12-1, ingediend door DorpsBelangen, Dammeweg 108-109. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan gaan we stemmen. Wie is voor het amendement? Ik stel vast dat het unaniem is. Bij deze vastgesteld. Unaniem voor. Dan gaan we over tot stemming over het gewijzigde raadsvoorstel, geamendeerde raadsvoorstel.

Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Roosenschoon: Ja. De voorzitter: De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: We zullen voor het voorstel stemmen, maar inderdaad onder voorbehoud van een groter oppervlakte. Want ook, wat de wethouder zegt, een dakkapel van vijftien vierkante meter, dat lijkt me absurd. Dat is wel een heel erg grote dakkapel. De voorzitter: U kunt niet stemmen onder voorbehoud. De heer Roosenschoon: Goed, ik stem voor, maar ik maak dit wel als opmerking erbij, dat dat echt een misser is van het plan.

De voorzitter: Goed, verder nog? Nee. Wie is voor het geamendeerde raadsvoorstel? Ik stel vast in unanimiteit dat men hier voor is. Goed, dan gaan wij door. Hij is daarmee aangenomen. 13. Verkoop Dennenlaan Amendement A-13-1

De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 13, verkoop Dennenlaan. Voorgesteld wordt 1, stedenbouwkundige kaders vast te stellen luidend, sociaal bestemd voor woningcorporaties, met een bebouwingspercentage en bouwhoogten zoals ik bijlage 1 weergegeven. 2, deze kaders als leidend principe mee te geven bij de verkoop bij openbare inschrijving van de percelen bekend als Dennenlaan, kadastraal Loosdrecht, sectie C, nummer 3510, ter grootte van 1.800 vierkante meter en een gedeelte van het perceel, kadastraal bekend als Loosdrecht, sectie C, nummer 4860, ter grootte van circa 1.600 vierkante meter. Er is een amendement aangekondigd. Dat is A-13-1. Die is ingediend door De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks, VVD en D66. Dat heet, verkoop Dennenlaan. Dan, als het goed is, geef ik het woord aan de heer Steenkamp eerst. Gaat uw gang. De heer Steenkamp: Is het gewenst om eerst even een kleine toelichting te geven of ... De voorzitter: U mag een toelichting geven en dan het gewijzigde, of voorgestelde, gewijzigde besluit. De heer Steenkamp: Voorgesteld. Het doel van het amendement is om duidelijker te maken naar de ontwikkelaar, die straks de grond heeft gekocht, wat het kader is voor de verdere ontwikkeling van het ruimtelijk plan. Er was verwarring over de stedenbouwkundige studie, die heel precies was. Die was nodig om een goede bepaling van de grondprijs te kunnen bepalen.

Want de prijs van de grond is afhankelijk van het soort verbouwing wat je op die grond realiseert. Om daar eenduidigheid in te krijgen voor alle partijen, ook voor degene die het taxeert, maar ook voor degene die aanbieden, is die stedenbouwkundige studie noodzakelijk. Dit amendement voorziet erin om dat nog even duidelijk te scheiden. Dan stellen wij voor om het kader op te nemen in het dictum van het besluit. Want dat zat nu verstopt in die bijlage. Dat betekent dat het stedenbouwkundig kader ... Dat we dat vaststellen, luidende, sociaal bestemd voor woningcorporaties, de bouwvlakken hebben een bebouwingspercentage van 45 procent, waarvan minimaal twee vijfde gestapeld dient te worden, bebouwing van maximaal 3 lagen, het totaal van de te realiseren woningen is voor circa 60 procent sociaal en voor circa 40 procent in het middensegment. Een stedenbouwkundige studie is uitgevoerd, zoals weergegeven in bijlage 1. Deze studie is niet voorschrijvend, maar dient ter ondersteuning van het verkoopproces van de grond. Deze kaders als leidend principe mee te geven bij de verkoop bij openbare inschrijving van de percelen bekend als Dennenlaan, kadastraal Loosdrecht, sectie C, nummer 3510, ter grootte van circa 1.800 vierkante meter en een gedeelte van het perceel, kadastraal bekend als Loosdrecht, sectie C, nummer 4860, ter grootte van circa 1.600 vierkante meter. Tot zover.

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Wind. Wilt u daar nog een toevoeging op doen? Mevrouw Wind: Voorzitter, het is zo uitstekend toegelicht, dat ik geen enkele toevoeging meer kan verzinnen. Dank aan de heer Steenkamp.

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Hetzelfde geldt voor de VVD. Dank u wel. De voorzitter: De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Hetzelfde aan deze kant, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog verhelderende vragen vanuit anderen? Nee. Dan kijk ik naar de wethouder. Wilt u een advies geven vanuit het college? Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Dank u wel, voorzitter. Ik kan eigenlijk heel kort zijn. Het college kan positief adviseren op dit amendement. Ik denk dat dat ook recht doet aan de discussie in de commissie. Ik wil er alleen wel heel graag even erop wijzen, het besluit wat aangehaald wordt in het amendement, bij punt 1 ... Daarin wil ik er toch even op wijzen dat het niet helemaal het juiste citaat is wat overgenomen is. Want er staat in, met een bebouwingspercentage en bouwhoogten van maximaal 3 lagen. Zo stond het niet in het originele. Van maximaal 3 lagen, dat zou eruit moeten, uit dat eerste bullet. Dat is niet het juiste citaat van het originele raadsvoorstel. Begrijpt u wat ik bedoel? Er staat op het amendement, hier ... Wordt geciteerd inderdaad zoals het was. Voorgesteld wordt besluitpunt 1 en 2. Dat is het oude besluit wat u wil amenderen.

Er staat bij punt 1, stedenbouwkundige kaders vast te stellen luidend, sociaal bestemd voor woningcorporaties met het bebouwingspercentage en bouwhoogten van maximaal 3 lagen en zoals in de bijlage 1 weergegeven. Vooral de tekst van, na bouwhoogten, staat de tekst van maximaal 3 lagen en. Dat staat niet in het voorstel wat ingebracht is door het college. Die tekst zou er volgens mij voor de correctheid dan even uit moeten. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: het staat niet tekstueel in de tekst inderdaad, maar ik lees uit de bijlage, begane grond plus 1, plus 2, dat zijn 3 woonlagen. De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Voorzitter, het raadsvoorstel, zoals ingebracht, die heeft bij besluitpunt 1 na het woord bouwhoogten, zoals in bijlage 1 weergegeven. Dat is de tekst. Dat begrijp ik. Alleen als u een amendement, volgens mij, aangeeft en dan zegt wat het oude was, dan vind ik het fijn als er precies geciteerd staat, zoals het oude was. Volgens mij is dit gewoon even iets technischer. De voorzitter: Ik begrijp wat u ... Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Er staan per ongeluk een paar extra woordjes in. Maar het doet niks af aan, volgens mij, het besluit waar het naartoe gaat. De voorzitter: Volgens mij ... U kijkt mij vragend aan, mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Goed, ja.

De voorzitter: Ja? In de oorspronkelijke ...

Mevrouw ...: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: In het voorliggend raadsvoorstel, dat is volgens mij wat ik begrijp uit de woorden van wethouder Zandbergen, dan wel voorliggend raadsbesluit staat bij punt 1 niet de zinsnede maximaal 3 lagen in. Dat is wat ik hieruit begrijp. Mevrouw...: Ik zie dat er niet in terug, voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel, wethouder Zandbergen. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ik denk dat vanavond de avond is van de verduidelijkingen die niet verduidelijken. Dank wethouder voor uw scherpe lezen. We handhaven het amendement. De voorzitter: Goed, dank u wel. Is er verder behoefte aan beraadslaging? Ik kijk rond. Mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Ja, zeker. Ik had een vraag aan mijnheer Steenman. Heeft u het taxatie ... Sorry, Steenkamp. CDA-naam. Heeft u het taxatierapport ingezien bij de griffie? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Steenkamp: Nee, dat heb ik niet ingezien. Dat heb ik bewust niet ingezien, omdat ik het oordeel overneem wat het college daarin heeft genomen. Ik wilde het eigenlijk ook niet zien, omdat ik dacht, dan ga ik daarover nadenken. Er is een voorstel wat door het college is genomen. Dat neem ik over. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dat klinkt misschien een beetje onaardig, maar het is wel verstandig om als raadslid zelf na te denken en niet te kijken wat het college zegt.

Dat bedoel ik niet flauw, maar u stelt een voorstel voor om iets te wijzigen, of het college stelt dat voor. Dat kan. Ik vind het ook best een mooie invulling. Maar het is wel handig, zeker gezien de brief van vandaag, waar in staat dat er incidenteel ook tegenvallers zijn, dat u dan ook weet wat het verschil in opbrengst is voor dit plan en het vorige plan. Het verbaast mij dan dat u zegt, ik wilde dat eigenlijk weten. Want het totaalplaatje is wel het plan en de financiën die daarbij horen. Maar goed, dat is dan duidelijk, dat u dat niet weet. Ik had een paar vragen. Dank voor uw amendement, want het had een amendement van het CDA kunnen zijn. Het is precies wat ik de vorige commissie aangaf waarvan u zei, de kaders zijn alleen maar een indicatie. Dank voor het verduidelijken. De reden dat wij niet meedoen, is omdat wij toch graag van het college willen weten en de wethouder zegt, het college is positief. Ik ga ervan uit, dat wil ik dan hier bevestigd hebben, dat de wethouder financiën, onderdeel van het college, voldoende ruimte ziet om dit tekort te aanvaarden. Als de wethouder daar geen problemen mee heeft, dan moet ik dat ook doen met de cijfers die hij heeft. Dan kunnen we een afweging maken. Wat ik wel een gemiste kans vind, dat zei ik de vorige keer, we hebben een amendement aangenomen. Wethouder, gaat u nog eens terug en kom met een nieuw voorstel.

Ik had het fijn gevonden als wij daarin hadden opgenomen wat de mogelijkheden zijn. Misschien, nu gaan we best veel inleveren qua opbrengsten, als je gekozen had voor 100 procent middenhuur, waar we ook onwijze behoefte voor hebben, was dat verlies minder geweest. Maar we hebben maar 1 beperkt voorstel gezien. Wij nemen pas een besluit als het antwoord van het college er is, of de wethouder financiën voldoende ruimte ziet om dit bedrag te aanvaarden in mindering van de opbrengst. De voorzitter: Ik ga eerst naar mevrouw Wind. Mevrouw Wind.

Mevrouw Wind: Voordat er een verkeerde indruk ontstaat. Het amendement is ondertekend door vier partijen. We hadden taken verdeeld. Ik ben degene geweest die wel het taxatierapport heeft ingezien, namens ons vieren. Geen misverstand dat de heer Steenkamp dat verzuimd heeft. In het kader van een efficiënte taakverdeling hadden we dat zo verdeeld. Het tweede punt, de financiële ruimte. Ziet de wethouder financiële ruimte? Ik kan die vraag niet beantwoorden, maar ik kan wel aan u vragen, waarom stelt u hem precies? Ik begrijp de vraag niet zo goed. De voorzitter: Mevrouw Wind, er is een interruptie van de heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik begrijp de vraag van mevrouw nog wel, voorzitter, van mevrouw Van Rijn heel goed. U heeft één taxatierapport gelezen. Op basis waarvan dit voorstel is gemaakt. Heeft u ook de andere taxaties gezien? Mevrouw Wind: Ja, misschien helpt het, in het kader van de verduidelijkingen, waar we vanavond heel goed in zijn. U bedoelt dat er verschillende opbrengsten staan genoemd. Is dat de vraag? Want dan kan ik erop ingaan. De heer De Kloet: Nee, ik vraag of u de andere taxatiebedragen heeft gezien. Er staan inderdaad andere bedragen in. Dat is waar mevrouw Van Rijn op doelt, neem ik aan. Ik wil graag dan uw, zoals dat mooi heet, appreciatie daarover horen en uw motivatie, waarom u bereid bent, ook in het licht van de correspondentie van vandaag ...

Waarom uw fractie bereid is om dit verlies te nemen. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Is moeilijk om dan niet over taxatierapporten te spreken, want dat mag niet. De heer De Kloet: Nee hoor, dat ... Voorzitter, dat mag wel, bij interruptie. Mevrouw Wind: Maar in het algemeen ... De heer De Kloet: Nee, ik zal mijn vraag verduidelijken en toelichten. Dat is helemaal niet moeilijk. Het verschil is duidelijk. Ik heb dat in de commissie aangegeven, en nog een ander dingetje, maar dat zal ik zo wel benoemen, dat daar inderdaad een fors ander bedrag instaat, lager. We hoeven hier helemaal geen bedrag te noemen. Daar gaat het over. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Als het antwoord is ... Zijn we daarvan op de hoogte, hebben we dat geconstateerd, dan is het antwoord ja. De voorzitter: Dat is de beantwoording van uw vraag. De heer De Kloet: Dat is een antwoord op een vraag die door mij in ieder geval niet gesteld is. Mijn vraag was, wat is uw motivatie om dit verlies, wat fors en aanzienlijk is, te nemen. Hoe komt u tot die besluitvorming om in financieel opzicht, want er zit hier duidelijk een financiële component in, te nemen? Dat wil ik graag weten. De voorzitter: Mevrouw Wind.

Mevrouw Wind: Daar kan ik wel iets over zeggen. Dat we financiële problemen, dat weten we. Maar dat weten we al jaren. In die zin is er niet zoveel nieuws onder de zon. Hoe groot die problemen zijn, dat weten we niet. Dat gaan we horen binnenkort. Maar het is natuurlijk niet zo dat wij ontzettend verrast zijn door de brief van de wethouder of dat opeens blijkt dat we een begroting niet rond krijgen. Dat is niks nieuws. Het is wel heel erg. In die zin ben ik blij dat er geen begroting rondgemaakt wordt, als dat niet gaat. Maar daarover gaan we meer horen. Dat weten we niet op dit moment. Uw vraag interpreteer ik als, waarom wordt er met deze mogelijke opbrengst genoegen genomen? Want zo bedoelt u de vraag. Daarvan is het antwoord, wij vinden de sociale woningbouw ontzettend belangrijk voor de lage inkomens en ook de middenhuur, maar we maken hier heel nadrukkelijk een keuze voor de mensen die het in onze optiek het hardste nodig hebben. Dat heeft een prijs, in geld, maar die moeten we wel betalen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ik wilde even ter aanvulling geven, we zijn allemaal ons terdege bewust van de financiële situatie. Maar we hebben hier te maken met financiële consequenties versus ook maatschappelijke consequenties. Die kunnen we niet buitensluiten in deze beslissing. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk rond.

Mijnheer De Kloet, u had het erover dat u nog meer inbreng had, of als u nu klaar? De heer De Kloet: Ik reageerde ... Ik wil nog wel een paar andere dingen zeggen. Het is inderdaad waar dat er grote behoefte is een woningbouw in onze gemeente. Dat zal u allen bekend zijn. Dat laat onverlet dat het vorige vastgestelde raadsvoorstel wat hierover ging, daar ook in voldeed, althans voor een deel. Daar inderdaad ook de financiële component duidelijker was en een hogere opbrengst. Dan had je van beide werelden iets. Nu wordt er duidelijk gekozen voor een andere invulling, met een lagere opbrengst. Dat is één. Dat vinden we jammer. We zitten wel een beetje in een dilemma, omdat we aan de andere kant heel erg weten, ik zeker, zult u begrijpen, dat er ontzettend behoefte is aan woningbouw, we hebben woningnood. We zullen niet tegen het voorstel stemmen. Maar aan de andere kant verbaast het me wel dat er drie keer gevraagd wordt aan het college om duiding te geven aan de financiële consequenties. Die worden eerst gewoon ontkend. Die zijn er niet. Onzin natuurlijk, want het is een nieuw voorstel ten opzichte van een ander. De financiële consequenties heb ik net geschetst. Dat dit college, dat verbaast me echt, niets gedaan heeft een participatie in het begin. Want het is een duidelijk andere invulling dan wat er aanvankelijk is vastgesteld en dat de buurt van niks weet.

Na vanavond uiteraard en na de commissievergadering, maar dan dit college dan de participatie maar even overlaat aan de ontwikkelaar, dat verbaast mij. Dat wilde ik gewoon even nog zeggen, want dat is gek. De voorzitter: Mijnheer Steenkamp. De heer Steenkamp: Ik wil even reageren op de laatste opmerking, mijnheer De Kloet. Kijk, het amendement is zo ingestoken dat we helemaal de participatienota volgen. De participatienota begint met, de initiatiefnemer krijgt een kader mee. Dat is eigenlijk wat we hier doen. Degene die de grond verwerft, wordt de initiatiefnemer en hij start geheel volgens de procedure van de participatienota. Wat u voorstelt, is eigenlijk een beetje het kip en ei-verhaal. Je moet, in mijn denken, altijd beginnen met een kader voordat je de participatie in kunt. Wat u voorstelt, is om eerste participatie te doen om een kader vast te stellen. Dat is een discussie. Ik kies ervoor om eerst het kader vast te stellen met dit amendement. Zo zit het theoretisch in elkaar. Naar de bewoners toe, ik hoop dat ik dat ook voldoende uitgelegd heb, we geven een kader mee. Ik vind het ook de plicht van een gemeente dat je een kader meegeeft, want je wil richting geven aan wat je wil gaan bouwen. Dat vind ik eigenlijk heel normaal. Dat is mijn gedachtegang.

De voorzitter: Mevrouw De ... De heer De Kloet. Het wordt later op de avond. De heer De Kloet: Ik zal er niet op ingaan. Ik apprecieer uw gedachtegang uiteraard. Alleen wat er wel speelt, is dat er soms ... Ik vind het soms erg jammer dat u niet in de vorige raad zat, met deze gedachtegang. Maar we hebben het vaak ook anders gedaan. Kijk met de ‘...’ bijvoorbeeld, waarbij er uitgebreide participatie met drie extra participatie-avonden zijn georganiseerd, waar kaders zijn vastgesteld. Een dikke nota heeft hier bij uw raad gelegen. Vervolgens is dat hele pakket naar de ontwikkelaar gegaan van, dit zijn uw kaders. Er is uitgebreide participatie geweest van aanwonenden, omwonenden, maar ook ondernemers, niet te vergeten. Dit zijn de kaders die wij met elkaar hebben opgesteld naar besluitvorming in de raad. Zo had het, laat ik het zeggen, zwak uitdrukken, ook gekund. Ik ga niet in herhaling vallen, maar daarom verbaast het me een beetje dat nu deze route wordt gekozen, als je het helemaal technisch bekijkt, dat mag ik, geloof ik, als enige, is dat de initiatiefnemer, is in dit geval de gemeente, want wij hebben het initiatief genomen om de grond te verkopen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed, ik weet dat er nog een vraag uitstaat van het CDA, aan de wethouder. Ik kijk nog even rond. Is er nog behoefte aan inbreng. Ik zie van niet. Volgens mij was de vraag ...

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11883839/2