CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 22 september 2022

gemeenteraad 22 september 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening29.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Eigenlijk is de vraag van, spreekt het college met één mond, bij monde van de wethouder? Maar goed, die had ik ook natuurlijk kunnen beantwoorden. Gaat uw gang, wethouder Zandbergen. Mevrouw Van Rijn: Dat was niet helemaal de vraag. Excuus, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, want als ik het verkeerd heb begrepen, hoor ik het graag. Mevrouw Van Rijn: Dat was niet de vraag, want ik neem aan dat als mevrouw Zandbergen zegt, het college, dan zal zij dat ook bedoelen. Mijn vraag was, ziet het college, in het bijzonder de wethouder financiën, voldoende ruimte om dit financiële verlies, ik zeg expres financieel, want maatschappelijk betekent het wel wat. Maar om dit financiële verlies te nemen. Dat is eigenlijk de vraag. De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Het is inderdaad zo dat wij ... Het college heeft de afweging gemaakt. Wij realiseren ons du moment dat de raad een motie geeft aan het college om te zeggen, kom met een nieuw voorstel, niet meer het voorstel wat al eerder op tafel lag met vrije sector, maar nu te gaan naar betaalbare huur, of betaalbare woningen. Dat is evident dat dat minder gaat opbrengen. Zodra het college daarmee gaat uitwerken, betekent ook inderdaad van, kijken, is dat aanvaardbaar? Ja, dat is aanvaardbaar. Dat sluit ook wel aan, wat al eerder vanavond kwam. Dit is kiezen met consequenties.

Natuurlijk weten wij dat we er financieel niet rooskleurig voor staan, maar we weten ook dat we een hele grote opgave hebben ten aanzien van mensen die heel graag op zoek zijn naar betaalbare woningen. Dat is hetgeen waar dit besluit ook over gaat, om dat vlot te trekken, om daar iets aan te doen. De voorzitter: Goed, dat was, denk ik, voldoende, toch mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Ja. Ik had nog twee opmerkingen voor de tweede termijn. Dit was voldoende. De voorzitter: Gaat u maar.

Mevrouw Van Rijn: Dat is dan helder. Als wethouder Zagt aangeeft dat daar voldoende ruimte voor is, dan wie zijn wij om te zeggen dat dat niet zo is. Wij zullen ook niet tegen het voorstel stemmen. Ik wil ... De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, het college heeft geadviseerd in deze, het gehele college. Mevrouw Van Rijn: Zeker. Ik wil juist aangeven, complimenten voor de heer Steenkamp. Volgens mij is dit precies de participatie die we in de commissie hebben aangegeven te willen. U helpt de wethouder daarmee om meer kanten op te gaan met de omwonenden. Ik vind dat amendement helemaal niet raar. Dat is een goed amendement. De voorzitter: Is er verder behoefte aan beraadslaging? Nee. Dan wil ik het amendement in stemming brengen, met uw goedvinden. A-13-1, ingediend door De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks, VVD, D66. Verkoop Dennenlaan. Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Voorzitter, in het raadsvoorstel staat dat de raad unaniem heeft besloten op 15-4. Dat klopt niet. Ik heb tegen gestemd. Ik word nu geacht ook tegen te stemmen, want een raadsvoorstel of een ... Dennenlaan wordt al sinds 2010 geprobeerd te verkopen. Lukt gewoon niet, op een of andere manier. Ik weiger daar nog over te stemmen. Dank u vriendelijk. De voorzitter: U wordt geacht te stemmen. Maar goed. Verder behoefte aan een stemverklaring? De heer Nienhuis: Tegen te stemmen.

Dat is mijn verklaring. De voorzitter: Verder behoefte aan een stemverklaring? Ja. De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik herhaal even wat ik net zei, dat wij worstelen met dit voorstel. Aan de ene kant uiteraard moet er ongelofelijk nodig gebouwd worden. De gang van zaken rondom dit voorstel vinden we niet oké. Met alle consequenties van dien. Aan de andere kant wil ik wel mijn waardering uitspreken voor het werk wat de heer Steenkamp heeft gedaan voor het amendement. Dat geeft inderdaad wat meer ruimte om te bewegen, zal ik maar even zeggen. Daar zullen we in ieder geval dan ook voor stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan breng ik amendement A-13-1 in stemming. Wie is voor het amendement? Dan zie ik de fractie van D66, ChristenUnie, De Lokale Partij, PvdA ... 1 niet. PvdA-GroenLinks, VVD, DorpsBelangen en 2 leden van het CDA, 1 niet. Hiermee met 17 stemmen voor en 1 stem tegen is het amendement aangenomen. Dan zullen wij stemmen over het gewijzigde raadsvoorstel, verkoop Dennenlaan. Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer De Kloet: Zelfde als net, voorzitter. De voorzitter: Bij deze. Dan brengen we hem in stemming. Wie is voor het gewijzigde raadsvoorstel? Wederom de fracties D66, ChristenUnie, De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks, VVD, DorpsBelangen en 2 leden van het CDA en 1 tegen stem van het CDA.

Hiermee is het voorstel aangenomen met 17 stemmen voor en 1 stem tegen.

14. Afgeven VvgB Oud Loosdrechtsedijk 36A Inspraakreactie Kemp De voorzitter: Met uw goedvinden wil ik gelijk doorgaan naar agendapunt 14. Dat is afgeven verklaring van geen bedenkingen Oud-Loosdrechtsedijk 36A. Voorgesteld wordt 1, een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van een minicamping aan de Oud-Loosdrechtsedijk 36A te Loosdrecht. 2, de omgevingsvergunning voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan Loosdrecht landelijk gebied Noord-Oost 2012 ten behoeve van de realisatie van een minicamping te verlenen onder de voorwaarde dat de raad de verklaring van geen bedenkingen afgeeft. 3, de ingediende zienswijze conform de bijgevoegde nota van beantwoording van zienswijze af te doen. 4, na afgifte van een verklaring van geen bedenkingen door de raad de omgevingsvergunning 6 weken ter inzage te leggen. Er is aangekondigd, ondanks het feit dat er geen moties of amendement zijn, dat er behoefte is wel aan beraadslaging. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Hidding. Wie wil verder het woord voeren hierover? Mevrouw Kaper. De heer Steenkamp. De heer De Kloet. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Wind. Mis ik iemand? U toch, mijnheer Roosenschoon? Ja. Roosenschoon. Goed, wij beginnen met mevrouw Hidding. Gaat uw gang. Mevrouw Hidding: Dank u wel, voorzitter. Ik ben meestal kort en bondig.

Dit onderwerp vergt echter wat meer uitleg. De aanvraag van de minicamping is ingediend in oktober 2020, bijna twee jaar geleden. In de commissievergadering van 31 januari 2022 werd de concept omgevingsvergunning aan de raad voorgelegd. Bij de behandeling heeft de VVD destijds opgemerkt dat er in het raadsvoorstel, in paragraaf 1.3, gebiedsakkoord, over een seizoensgebonden camping werd gesproken. Dat terwijl het altijd de intentie was van de indiener om de minicamping jaarrond open te houden. Zowel ambtenaren als de wethouder hebben toen bevestigd dat jaarrond gebruik geen effect had op deze aanvraag. Het ging tenslotte om de functie in de bestemming. Er werd geopperd om een amendement in te dienen, alleen is hier geen gevolg aan gegeven, helaas. Opvallend is dat de hele commissie, unaniem, veelal met complimenten dit voorstel omarmde en naar de hamerstukkenlijst verwees. Toen de commissiebehandeling 15 september jongstleden. De VVD heeft duidelijk aangegeven dat het hier om een misverstand of fout ging. Die diende opgelost te worden. Aanvrager maakt het duidelijk dat het haar te allen tijde ging om jaarrond. Er was, buiten de fouten in de stukken in februari, nooit over seizoensgebonden gesproken met de ambtenaren. Werd ook niet in e-mails als zodanig beschreven.

Wat weten we echter zeker? In de originele aanvraag staat in vraag 7, seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken bij de vragen, gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk? Gaat het om een tijdelijk bouwwerk? Twee keer nee aangevinkt. In de bijlage, ingestuurd bij de aanvraag na tekening, staat eveneens nergens de benoeming seizoensgebonden. Terugkijkend naar de commissiebehandeling van 31 januari, weten we nu inmiddels dat het geamendeerd had moeten worden. Nu terug naar de commissiebehandeling van 15 september. Alle commissieleden, behalve de DLP, waren van mening dat het duidelijk ging om de wens van een jaarrond camping. Dat dit een impuls was voor de recreatie in de gemeente, in lijn met onze raadsbreed gesteunde recreatiemotie. Het probleem diende te worden opgelost, hetzij met een amendement. De indiener bevestigde dat er nooit over een seizoensgebonden camping is gesproken. Weer nergens terug te vinden in de e-mails. Geen vragen over gesteld. Dacht na de commissiebehandeling in januari dat het was opgelost. Vertelde dat participatie heeft plaatsgevonden. Geen problemen heeft opgeleverd. Schetst ons echter met verbazing de reactie van de wethouder. Zij stelt dat, ik citeer ‘ik begrijp wellicht dat u zegt dat het een misverstand is. Ik kan u zeggen dat er geen sprake is van een misverstand, ook gezien wat ze zelf hebben ingeleverd, dat het voor seizoensgebruik was.

Is klip en klaar dat het om een seizoensgebonden camping ging. Totaal geen onduidelijkheid.’ Later noemt ze het feit dat er geen participatie heeft plaatsgevonden. Dit vinden

wij nogal schokkend. Dat is zacht uitgedrukt. De wethouder was niet aanwezig tijdens gesprekken, evenals wij uiteraard. Waar wij met zijn allen bereid zijn om te praten over misverstanden, ambtelijke of politieke foutjes, geven de woorden van de wethouder aan, hetzij onbedoeld weliswaar, dat inspreker niet de waarheid sprak. Tast hiermee haar integriteit aan. Dit kan volgens ons echt niet zomaar. Dan de vraag aan de wethouder, waar staat dit? De wethouder verwijst naar de ruimtelijke onderbouwing. Inderdaad de verantwoordelijkheid van de indiener. Hier zien we een strijdigheid in de beleidskader, waaraan de beoogde ontwikkeling is getoetst. We begrijpen dat daar een misverstand uit kon ontstaan. Want het aanvraagformulier gaat niet uit van een seizoensgebonden camping. De beoogde ontwikkeling, paragraaf 2.2, is in lijn hiermee. Echter, op pagina 8, onder de ladder van duurzame verstedelijking, staat er, in dit geval gaat het om seizoensplaatsen voor stacaravans en een voorzieningsgebouw voor de camping met een maximale oppervlakte van 120 vierkante meter. Dit doet er echter niet toe. Want de ladder van duurzame verstedelijking is aangemerkt als niet van toepassing. Nogmaals, ik kan me voorstellen dat het voor de gemeente voor twijfel zorgt. Wat bedoel je hiermee? Echter, er is geen afstemming gezocht met aanvrager om deze onduidelijkheid weg te nemen. Dat had moeten gebeuren.

Er kan geen sprake zijn van de uitspraak dat het te allen tijde om een aanvraag ging voor een seizoensgebonden camping. Als laatste, de wethouder stelt dat er geen participatie heeft plaatsgevonden. De indiener heeft met haar inspreken duidelijk gemaakt dat het wel het geval was. Ik heb bewijzen gezien van contact met de communicatieafdeling van de gemeente Wijdemeren. Ze heeft alle aanbevelingen opgevolgd en is hier ook de burenbrief uit voortgekomen, die in bijlage 6 bij de stukken is gevoegd. Er is verder contact geweest. Omdat de zienswijze zorgen over stacaravans opmerkte, was overigens nooit de bedoeling geweest, is dit zodanig aangepast in de teksten, zoals we lezen in paragraaf 2.2. Verdere vragen zijn tot tevredenheid opgelost. Nu? Gisteravond werd de vraag rondom de juridische haalbaarheid van een eventueel amendement beantwoord door de griffie. Daarin werd duidelijk dat wij als raad een duidelijke onderbouwing voor een jaarrond camping moeten afgeven. Dat is in strijd overigens met de teksten die in de concept omgevingsvergunning staan. Hier wringt de schoen.

Gezien de korte tijd die voor handen lag om dit juridisch sluitend en vervolgens raadsbreed rond te krijgen, met alle risico’s van dien, dat na 2 jaar en € 25.000 verder eventueel het besluit van de minicamping teniet gedaan zou kunnen worden door juridische procedures, heeft de indiener ons duidelijk gemaakt dat ze dit risico niet wil en kan nemen. Met heel veel pijn in ons hart, want dit voelt gewoon niet goed. Moeten wij haar keuze beamen? Ook wij delen die zorg. Wij moeten haar keuze ondersteunen. Wij vragen de andere fracties ons daarin te volgen. De VVD zal daarom instemmen met het voorstel, zoals het nu voorligt. Zodat na twee jaar dit prachtige, nieuwe initiatief eindelijk van start kan gaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. We hebben het al in de commissie gezegd, deze minicamping is een waardevolle en nodige toevoeging aan het recreatieaanbod. De discussie spitste zich toe of het om een seizoensgebonden camping gaat of niet. Ik zal een klein beetje in herhaling vallen, maar voor de volledigheid. Inmiddels hebben we ook de aanvraag van de indiener ingezien. Zij heeft ingevuld, gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk? Nee. Dat is helder. Gaat het om een tijdelijk bouwwerk? Nee. Dat is wat ons betreft ook een logisch antwoord, want tenten en caravans zijn, wat wij bedenken, geen bouwwerken.

De wethouder liet weten dat de ambtenaren er vanaf het begin vanuit zijn gegaan dat het om een seizoensgebonden camping gaat. De indiener zegt van niet. Voor ons is het niet meer mogelijk om die gang van zaken te achterhalen. Toch ontbreekt ook in het raadsvoorstel het woord seizoensgebonden. In de ruimtelijke onderbouwing, op pagina 7, staat, het kampeerveld is bedoeld voor tijdelijk gebruik. Vaste kampeermiddelen, zoals stacaravans zijn niet toegestaan. Met tijdelijkheid wordt hier onzes inziens niet seizoensgebonden bedoeld, maar dat de kampeermiddelen geen blijvende bouwwerken zijn. Wat per definitie

inherent is aan kampeermiddelen. Voor ons is het duidelijk. Ik hoop dat wij vanavond een besluit zullen nemen waarmee de indiener in elk geval verder kan. We sluiten ons ook aan bij de VVD en zullen instemmen met die voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel. Dank u wel, vorige insprekers. We sluiten ons daar volledig bij aan. Daarbij onderstreep ik ook de woorden die mevrouw Hidding heeft gesproken over de wellicht onbedoelde opmerking van de wethouder, want het ging nog wel inderdaad redelijk ver. Ik denk ook dat de indienster, in dit geval, blij is met een besluit van de raad überhaupt. Heeft ze ook aangegeven. Ook al is het dan seizoensgebonden, wat niet de bedoeling was, maar iets is beter dan niets. De kans op allerlei procedure is inderdaad ... Zegt ze, laten we dat niet doen. Ook wij zullen instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woorden met betrekking tot de houding van de wethouder richting de initiatiefnemer. Ik denk dat hier alleen iets anders speelt. We moeten niet door elkaar halen, dat tijdelijk staat er inderdaad, seizoensgebonden bouwwerk. Dat klopt. Dat heb ik ook gelezen. Alleen dat is logisch dat het geen seizoen ... Want het gaat niet over de tenten, dat gaat over het toiletgebouw.

Het toiletgebouw is niet seizoensgebonden. Dat blijft er gewoon staan. Dat zegt onzes inziens nog niets over de camping en de tenten. Dat gaat over het toiletgebouw. Maar de wethouder, ik heb het nagekeken, omdat de wethouder daar zo stelling van overtuigd was, zei in de ruimtelijke onderbouwing van de initiatiefnemer staat dat het gaat om een seizoensgebonden camping. Ik heb dat nagekeken of die ladder van duurzame verstedelijking van toepassing is of niet. Daar staat, hij is inderdaad niet van toepassing, dat het gaat om seizoensgebonden plaatsen. Waar het volgens mij fout gaat, is wat is seizoensgebonden? Ik heb dat opgezocht. Dat is eigenlijk heel makkelijk. Seizoensgebonden is, gekoppeld aan een bepaald seizoen. Waar het fout gaat, is dat wij helemaal geen regels hebben over, wat is dan een bepaald seizoen? Wij zeggen tegen de ene camping ... Dat is ook de vraag aan het college, zijn er campings die jaarrond open zijn in Wijdemeren? De andere vraag is, waarop baseert u dat seizoensgebonden? Winter is ook een seizoen. Als het straks gaat vriezen, dan is het misschien wel hoogseizoen in Loosdrecht. Waarop is gebaseerd dat seizoensgebonden plaatsen gaat over het seizoen april tot oktober? Dat is wel van belang, ook bij ... Wij sluiten ons erbij aan dat de initiatiefnemer zich niet gelukkig voelt bij een besluit wat juridisch niet correct is.

Maar wij vragen wel de wethouder, waar in het beleid staat wat dan ons campingseizoen is? Op basis waarvan zet u dat in de vergunning? Dat voor nu. Dan mogelijk een tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, dank u wel. Er zijn de nodige vragen gesteld. Ik zal er geen nieuwe aan toevoegen. Het feit dat mevrouw Hidding zegt dat in overleg met de aanvrager de keuze is gemaakt om in te stemmen met het concept besluit. Wij hebben die bevestiging ook gehad van de aanvraagster. Wij zullen dat straks ook doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, er is een heleboel al gezegd. Zeker wat betreft het seizoen. Ik vind het dan wel vreemd trouwens dat bij een ruimtelijke onderbouwing een tijdsbesef gebruikt wordt en het jaar wordt gebruikt. Dat is wat mij betreft helemaal geen ruimtelijk begrip. Wel de aanduiding van het seizoen, april-

oktober, zoals het vermeld staat, dat is natuurlijk ook heel erg arbitrair. Het is gebruikelijk om dat te beschouwen voor zomerseizoen, maar er wordt niet gesproken over zomerseizoen. Er wordt alleen gesproken over seizoen. Inderdaad, wat dat betreft volg ik de opmerking van mevrouw Van Rijn, want er zijn zoveel seizoenen op te noemen dat dit ... Je hebt ook nog tussenseizoenen, mijnheer Nienhuis. Ook niet vergeten. Maar kijk, nogmaals, ik denk dat deze formule wat eigenlijk terugkomt naar het nu legaliseren van het misverstand. Als dat de wens is ook, of de mogelijkheid voor de aanvraagster, dan zullen wij daar uiteraard mee instemmen. Maar tegelijkertijd denk ik ook, dat mocht er nog een wijziging komen in de toekomst, dat we dan ook als raad daarvoor moeten zorgen dat die uitbreiding wel mogelijk zal zijn. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar wethouder Zandbergen. De heer Steenkamp: Voorzitter, ik mocht ook nog wat zeggen? De voorzitter: Mijnheer Steenkamp, mijn excuses, natuurlijk mag u iets zeggen. De heer Steenkamp: Ik denk dat dat ... Ik vind het ook heel spijtig voor de initiatiefnemer dat er zo’n langdurig misverstand heeft bestaan. Ik ben natuurlijk ook nieuw als raadslid. Ik heb hier onbevangen tegenaan gekeken. Het oorspronkelijke raadsvoorstel gelezen, waarin duidelijk gesproken werd over een seizoenscamping, een seizoensgebonden camping.

Ook de maanden werden genoemd. Ik heb de band afgeluisterd, hoe dat behandeld is in de commissie in januari van dit jaar. Daar wordt inderdaad duidelijk gesproken dat het een seizoensgebonden camping is. Er werd inderdaad gezegd, als dat jaarrond moet worden, dan moet er een motie, of een amendement worden ingediend. In zoverre heeft mevrouw Hidding dat ook precies verteld. Voor De Lokale Partij is dit ... Wat belangrijk is voor De Lokale Partij, is dat dit ter inzage heeft gelegen, met de bepaling dat het een seizoensgebonden camping was. Daarom stellen wij voor om dat proces nu af te ronden en dat te besluiten. Wij stemmen ook in met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Nu ga ik wel naar u toe, mevrouw Zandbergen, wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Dank u wel hiervoor. Ik heb jullie inderdaad, u gehoord. Ik denk dat het goed is om even nog bij een paar punten stil te staan die benoemd zijn. Mocht ik de indruk hebben gewekt dat ik heb gezegd in de commissie dat er geen participatie is geweest, dat is niet bedoeld als zijnde geen participatie bij dit stuk. Dat was bedoeld participatie op het jaarrond, waar ik aangaf, bedoelde in ieder geval, er is wel participatie gedaan op de stukken die ter inzage zijn gelegd. Waar in de wereld gebracht is waar een seizoensgebonden situatie geschetst wordt en niet op het jaarrond.

Mijn excuus als dat verkeerd is overgekomen. Dat is helemaal niet mijn bedoeling. Het is ook helemaal niet mijn bedoeling geweest om als wethouder een inspreekster op die manier wellicht misschien van iets te beschuldigen. Dat was ook helemaal niet mijn bedoeling. Het enige wat ik gedaan heb, is aangegeven wat in het raadsvoorstel staat. Daarin is in ieder geval netjes aangegeven dat het over die seizoensperiode gaat. Ik ben het met u eens dat dat ... Dat is ook een beetje de discussie die gaande is van, waar hebben we dat allemaal vastgelegd? In andere dossiers is daar ook weleens een keertje onenigheid geweest. Ik zou inderdaad ook graag de raad willen oproepen om daarin, straks als we met het omgevingsplan voor de recreatievisie, dat we daar ook goede, duidelijke uitspraken over doen. Op dit moment is dit wat voorligt. Het zou fijn zijn als we daar, gezien de POV-termijn, een besluit op kunnen nemen. Het verdient, in die zin, met de verwarring die op de lijn was, niet de schoonheidsprijs. Daar wilde ik het even bij laten. Of als ik nog dingen mis die mensen beantwoord hadden willen hebben, hoor ik het graag. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn.

Mevrouw Van Rijn: Ik had nog wel de vraag openstaan, dat lijkt niet relevant, maar uiteindelijk is het natuurlijk niet zo dat de initiatiefnemer even weer een aanvraag indient. Dat kost leges, dat kost tijd, et cetera. Dat is gewoon heel erg vervelend. Maar mevrouw Zandbergen zei, er staat in de aanvraag dat het gaat om een seizoensgebonden camping. Ik heb alleen kunnen vinden dat het seizoensplaatsen zijn. Ik heb even bij andere campings gekeken, als ik boek, kan ik boeken in het hoogseizoen en in het laagseizoen. Zegt nog niks. Maar de vraag was, hebben wij beleid, anders misschien een oproep om dat te gaan maken. Wat is dan het campingseizoen hier? Dat is goed om mee te nemen in het plan wat mevrouw Kruijt gaat maken rondom recreatie. Dan de andere vraag, zijn er campings in de gemeente die wel het hele jaar open mogen? Op basis waarvan wordt dan dat verschil gemaakt? De voorzitter: Wethouder Zandbergen.

Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Die laatste vraag vind ik een technische vraag. Die kan ik hier op dit moment niet beantwoorden daarin. We hebben, naar mijn weten, niet een specifiek beleid over die seizoensopening. Er staan in diverse bestemmingsplannen regels over de tijden van gebruik daarin. Ondersteuning in die zin wel dat daar gewoon duidelijkheid in kan komen wat heden ten dage van toepassing is. De voorzitter: Goed, ik kijk rond. Dank u wel, wethouder Zandbergen. Is er nog behoefte aan beraadslaging? Nee. Dan stel ik voor om dit raadsvoorstel in stemming te brengen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het raadsvoorstel? Ik constateer dat alle fracties voor zijn. Hiermee is het voorstel unaniem aangenomen. OVERIG 15. Vragenhalfuur De voorzitter: Er zijn geen vragen voor het vragenhalfuurtje. 16. Moties vreemd aan de agenda De voorzitter: Dan zijn we aanbeland bij agendapunt 16, moties vreemd aan de agenda. M-V-1 DorpsBelangen, ChristenUnie, D66, PvdA-GroenLinks, VVD, CDA De Otter De voorzitter: Eerst 16A, motie M-V-1, ingediend door DorpsBelangen, ChristenUnie, C66, PvdA-GroenLinks, VVD, CDA, met als titel De Otter. Ik heb hem hier voor me. Goed, ik heb begrepen dat de hoofdindiener mijnheer De Kloet is. Aan u het woord. De heer De Kloet: Ik niet persoonlijk eigenlijk, als het ware, maar de fractie van DorpsBelangen, vanzelfsprekend.

We hebben in de commissie gesproken over de Otter, naar aanleiding van een brief die was gestuurd door het college. Dat was weer naar aanleiding van eigenlijk twee gesprekken, waarvan de laatste op 26 juli jongstleden heeft plaatsgevonden. Daar heeft de wethouder, of het college, verslag gedaan, waarbij de kwalificatie werd gegeven dat de wethouder heel erg blij was met dat gesprek. Wel apart dat dan twee dagen later een brief bij de betrokkenen van de bewoners van de Otter ligt, dat men zo snel mogelijk weg moet wezen. Zo blij is zij waarschijnlijk als enige. Desalniettemin vind ik wel dat, dat hebben we ook gezegd, wij voortdurend alert ...

Mevrouw ...: Voorzitter, ik zou echt aan mijnheer De Kloet willen vragen om niet dit soort insinuerende manier met het onderwerp om te gaan. U doet aannames die ik echt heel onplezier vind richting een persoon. De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Wat ik zojuist gedaan heb, ik citeer uit een brief van het college. Ik snap niet waar het probleem ligt. Maar goed, maakt niet uit, ik zal inderdaad in andere bewoordingen vervatten. Want wellicht, omdat het onderwerp ons hoog zit, dat ik me zo uitdruk. Dat is niet mijn bedoeling. Maar wel dat het nodig op de agenda moet blijven. Er is ook gevraagd door de inspreker, die bij de commissie was, om scherpere kaders te stellen. Daar gaat deze motie vreemd over. Ik zal het laatste stukje nog even voorlezen, als het gaat over die motie. Dat is, zo spoedig mogelijk een brief op te stellen, met een voorstel aan de raad, waarin de kaders scherper worden gesteld, was ook het verzoek van de inspreker, met als voorbeeld de bijlage bij deze motie. De bijlage waar we aan refereren, is de tekst die is ingeleverd bij het inspreken. Bij toekomstige gesprekken met de ontwikkelaar, daar zal ik dan verder niet op ingaan, al dan niet met een vertegenwoordiging van bewoners, vast te leggen in een gespreksverslag. Ik denk dat het wel essentieel is dat we allemaal kunnen terugzien wat er dan echt besproken is. Tot zover, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar mevrouw Kaper. Is er behoefte aan nadere toelichting? Mevrouw Kaper: Ik sluit mij volledig aan bij de heer De Kloet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Nog even een ding. Want we hebben al ... Een heel tijdje zijn we bezig geweest met deze ontwikkelaar. Iedere keer komen we toch weer tot de ontdekking dat hun woord, zoals het gegeven wordt, de volgende dag in feite niks meer waard is. Iedere aanscherping van de criteria van de kaders is welkom. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Helemaal eens met collega Roosenschoon. De Kloet had het vorige week al aangekondigd, dat hij met hoge alertheid dit proces zou volgen. Voordat je het weet, ligt er een motie, die we van harte mee ondertekenen en alles doen wat binnen onze macht ligt. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ik kan het kort houden. Ik denk dat het duidelijk was. In de commissie heb ik uitgesproken hoe de VVD hier echt mee in de maag zit. Vandaar dat wij van harte meedoen met deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. De heer Nienhuis: Nienhuis. Maakt niet uit. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ik sluit me aan bij de woorden van mijn collega’s, ook van de woorden van mijnheer De Kloet, minus de beschuldiging aan de wethouder.

Die heeft met een ondernemer gesproken. Vervolgens als de ondernemer anders handelt, daar kan de wethouder ook in principe niet zoveel aan doen.

De voorzitter: Goed, ik kijk naar ... Het is echt helemaal uw avond, vanavond, wethouder Zandbergen. Het is sowieso lady’s night, dat wel. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Beste raad, wat ik al vaker heb uitgesproken, deze wethouder voelt zich heel erg gesteund door u, in dit hele dossier. Ik ben heel erg blij met de kaders die al een keer eerder zijn neergelegd. De ontwikkelingen die er geweest zijn natuurlijk, is dat zodra wij hier in huis hebben gehoord dat er een opzegging was gedaan, heb ik inderdaad direct gehandeld door de, hoe noem je dat, ontwikkelaar, initiatiefnemer een brief te sturen om hem heel duidelijk te zeggen, kom naar kantoor hier om mij uit te leggen op welke wijze u nu rekening heeft gehouden met de belangen van de bewoners, want dat had u mij meegegeven. Dat gesprek heeft plaatsgevonden. In dat gesprek heb ik de wens, die mij ook duidelijk was, van de bewoners van de woonschepen ... Die hadden mij verteld, wij zouden zo graag eens een keertje met de ontwikkelaars in gesprek willen, met zijn allen. Dat kregen ze niet voor elkaar. Dat heb ik voorgesteld om dat te gaan doen om ... Dat initiatief heb ik genomen. Ik heb dat gesprek gefaciliteerd. Dat gesprek heeft hier inderdaad plaatsgevonden. Ik kan u zeggen, ik vond dat natuurlijk ook wel spannend, wetend hoe de emoties allemaal opliepen.

Daarin heb ik u een raadsinformatiebrief over doen toekomen, wat daarin is gewisseld. In die zin heb ik daar ook aangegeven, iedereen heeft zich ook uitgesproken, we zijn blij wat er op dat moment over tafel ging. Ik kan mij best voorstellen dat als er een paar dagen later een andersoortige juridische advocatenbrief op de deurmat ligt, dat men denkt, wat heeft dat ... Was dat allemaal ... Maar dat is inderdaad hetgeen wat buiten mijn macht heeft gelegen. Ik denk dat ik ook aan u allen toch heel duidelijk heb gezegd wat ik daarvan vind. Onlangs nog in een interview, samen met mevrouw Kaper, op GooiTV. Dat even daarin terzijde. Dan komt u inderdaad hier met een onderwerp wat ons allemaal aangaat, ook het college. We zitten daar, volgens mij, enorm op dezelfde lijn. Alleen om u heel eerlijk te zeggen, ik vind het heel moeilijk om met de verwoordingen die zo benoemd zijn in deze motie, om uit te voeten te kunnen. Het heeft iets als een initiatiefvoorstel, want er liggen nu kaders een veertien aanvullende kaders naast het bestemmingsplan, wat ook een kader is, is er een sterke behoefte om kaders aan te scherpen. Er wordt een voorstel gedaan, in een bijlage. Die bijlage kreeg ik inderdaad om zes uur nog aangeleverd daarin. Die bijlage, mijnheer De Kloet, u gaf net aan, dat is het lijstje wat de inspreker ook heeft uitgedeeld toen hier bij de commissie.

Maar als u punt 2 neemt, behouden van ligplaatsen met aanlegsteigers, dan komt het verzoek bij ons college om dan dat kader aan te scherpen door erachter te schrijven, met inachtneming van hetgeen het bestemmingsplan Plassengebied 2013 hierin voorziet. Ten eerste begrijp ik de zin niet. Ik begrijp niet met welk doel en waar ik dan daar naar moet kijken. De heer De Kloet: Voorzitter. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Dat zou ik graag uitgebreid ... De voorzitter: Ter interruptie? De heer De Kloet: Ja, ter interruptie. Ik wil hier niet verzanden in een semantische discussie. Maar in de motie staat dat de bijlage die is geleverd, dat is inderdaad de inbreng van de inspreker destijds, dat dat als voorbeeld geldt. Er staat niet van, u moet dit letterlijk overnemen. Dat hebben we meegegeven ter inspiratie voor het scherper stellen van de kaders. Dat is de bedoeling geweest. Het was een voorbeeld en niet van, u moet deze tekst overnemen. Dat is niet de bedoeling. De voorzitter: Wethouder Zandbergen, gaat u verder.

Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ik ben blij dat u dat zegt, want dat is precies het probleem wat ik ervaar. Want ik zoek richting. Wilt u mij in deze motie meer richting geven, welk kader ... Wat moet ik precies aanscherpen? Want de aanscherpingen die ... Dan wil ik toch even een voorbeeld noemen over de woningen behouden voor de huidige bewoners. U weet ook dat wij met ruimtelijke ordening-kaders niet op dat niveau ... Ik kan wel zeggen, ik wil een winkel, maar ik kan niet zeggen of het een Albert Heijn of een Jumbo of welke snoepjes er verkocht worden. Zover kunnen wij niet gaan. Ik zou haast u willen oproepen, kom alstublieft met een initiatiefvoorstel. Laten we met elkaar, met ambtelijke ondersteuning kijken ook wat juridische en de financiële consequenties hiervan zijn. Want ik wil u er ook op wijzen dat du moment dat wij aanscherpende kaders gaan doen, die negatief zijn ten opzichte van de ontwikkelingen die op dit moment er zijn, dat de initiatiefnemer aan de deur klopt, mag ik even planschade claimen. Dat moet u zich realiseren. Hier staat een wethouder die u dolgraag wil helpen met aanscherping van de kaders, maar wat precies moet het zijn? Want anders soebatten we daar straks over. De voorzitter: De heer De Kloet en daarna mevrouw Van Rijn. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Misschien is het handig om een voorstel te doen, eventjes.

De motie blijft gewoon, zoals hij is. Maar als de wethouder het op prijs stelt, dan kunnen we daar gewoon misschien samen een keer naar kijken, om een tekst te maken en kijken van, welke kaders hebben we het precies over? Planschade, dat is een woord wat in dit verband niet geldt. Er ligt volgens mij nog niet eens een plan. Dat kan niet. Planschade gaat dan eigenlijk over iets anders. Maar ik snap wat u bedoelt. Maar om even nog te duiden wat er in de tekst staat. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Nee. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Daarnaast zou ik ook heel even toch willen aanstippen, het tweede bullet van het verzoek. Bij toekomstige gesprekken met de ontwikkelaar, al dan niet met de vertegenwoordiging van bewoners, vast te leggen in een gespreksverslag. Ik denk dat dit komt, omdat inderdaad van dat gefaciliteerde gesprek door ons hier geen gespreksverslag is gemaakt. Dat heb ik ook met de mensen aangegeven dat wij dat als gemeente niet deden daarin, omdat wij puur de facilitator waren. Dat was helder op dat moment. Maar u begrijpt dat hier in dit huis, mochten er inderdaad zaken zijn waar we duidelijke afspraken maken, daar worden gewoon gespreksverslagen van gemaakt. Hier staat een wethouder die graag toeziet. We noemden het inderdaad, we zijn op scherp gesteld dat wij zaken gewoon goed gaan vastleggen in dit proces. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Mevrouw Kaper.

Mevrouw Kaper: Even kort ter verduidelijking. U zegt net, destijds is er geen gespreksverslag gemaakt, in overleg ook met de mensen daar en omdat het gefaciliteerd werd. Maar u zegt, hier in het huis wordt ... Kunt u ervan op ... Hoe zeg je dat? U kunt ervan op aan, dank u wel, dat er wel altijd verslagen worden gemaakt. Maar begrijp ik het goed, als er nog een keer een gesprek zou zijn tussen de inwoners, de ontwikkelaar en de gemeente, dat er dan geen gespreksverslag wordt gemaakt? De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Nee, zo hoeft u dat niet op te vatten. Dit was een gefaciliteerd gesprek, omdat het onderwerp over een privaatrechtelijke zaak ging, waarin de gemeente al heeft aangegeven in principe daarin geen partij te zijn. Ik denk dat het wijs is geweest dat we op dat moment ons daar niet in gaan

mengen, want anders had ik, denk ik, continu op dat verslag, de ene partij zegt, dit is verkeerd erin gekomen en de andere partij ook. Ik denk dat dat niet wijs is, want u kent een beetje hoe het verloop is gegaan. De voorzitter: Verder behoefte? Ja, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Ik heb even een verduidelijkende vraag aan de wethouder. Begrijp ik u nu goed als u zegt, als wij dit amendement aannemen, of motie aannemen, helpen wij u eigenlijk achterop. Begrijp ik dat goed? U wilt liever een motie waarin wij puntsgewijs het college vragen om het lijstje met aanscherpingen over te nemen. De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Voorzitter, als ik het nog goed heb begrepen, heeft de raad een heel mooi instrument, dat is het initiatiefvoorstel, waarin inderdaad de raad een eigen voorstel daarin kan maken om ... Want dit is een motie, is een amendement. Deze motie ... Hoe moet ik dat netjes zeggen? Ik weet niet zo goed wat ik nu moet vragen aan mijn ambtenaren om te doen, omdat de voorbeelden die aangedragen worden geen stand houden of ... Bijvoorbeeld, er staat ook in van, voldoende parkeergelegenheden passend bij de bestemming en overeenkomstig gemeentelijke parkeernormen voor bewoning. Dat is het nu al. Dat is geen aanscherping van een kader waar meer mensen bij geholpen zijn. Dat is nu al van toepassing.

Ik zit heel erg t zoeken, raad, welke aanscherping waar precies? De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ik kijk met name even naar De Kloet, want dat is natuurlijk de opsteller van de motie. Maar ik denk, er staat in, verzoekt het college zo spoedig mogelijk een brief op te stellen met een voorstel aan de raad, waarin de kaders scherper gesteld worden, met als voorbeeld de bijlage. Ik begrijp uw opmerkingen. Maar ik denk, het is een motie, we kunnen dat niet helemaal uitdiscussiëren. Zet dat in een brief. Zet in een brief, we zouden graag dan met uw raad in gesprek aan. Als het gaat om, bij toekomstige gesprekken met het gespreksverslag, het is een verzoek. Er zijn natuurlijk situaties waarin u kunt zeggen, in deze situatie is er in overleg met bewoners, of om wat voor reden dan ook, geen verslag gemaakt, want dat zou contraproductief zijn. Ik zou het wel prettig vinden als er toch een antwoord komt. Dat antwoord kan ook zijn waarom u iets in deze motie niet zo handig vindt. Dat kan, wat mij betreft. De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Wind: Ik snap, het is geen opdracht, het zijn verzoeken. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Het is een verzoek, maar kijk, de kaders worden door de raad vastgesteld. Dat doe je niet per brief. Dan kan ik u een brief sturen, maar dat is niet hetgeen waar u eigenlijk naar op zoek bent.

U wil eigenlijk een raadsvoorstel, waarin de raad aangescherpte kaders vaststelt. Want anders heb ik niks in handen. Met een brief heb ik niks in handen. De voorzitter: De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Voorzitter, het is, raadsbreed erkennen we dit probleem. We zitten allemaal hiermee in onze maag. Dit is voor de wethouder juist weer een duwtje in de rug, waarmee ze aan het werk kan. Probeer dan met een voorstel te komen richting de raad, want je hebt gewoon eigenlijk een geweldige leidraad

meegekregen om een voorstel te maken. Ik denk dat u er te moeilijk over denkt. Ik denk dat gewoon wij u een handvat meegeven, maar voor de rest, kom met een voorstel. De voorzitter: Met een raadsvoorstel, bedoelt u? Volgens mij hoor ik de wethouder zeggen, u kunt ook met een initiatiefvoorstel komen. Maar goed, wethouder Zandbergen. De heer De Kloet: Mag ik erop reageren? De voorzitter: Ja. De heer De Kloet: Is dat een ja of een nee? De voorzitter: Ja. De heer De Kloet: Dat is een nou ja. Voor deze ene keer. Ik sluit me aan bij de heer Nienhuis. We willen hier juist de wethouder een steun in de rug geven. Het is een signaal van de raad. Het is raadsbreed. Om mee te geven van, kom met iets wat inderdaad scherpe kaders biedt. U heeft hier de kennis in de huis. Inmiddels heeft u zelf veel ervaring met dit onderwerp. Ik denk dat u wel weet wat het over gaat. Waarom wordt er gevraagd naar een voorstel, omdat de brief die de raad heeft gestuurd ook via een raadsvoorstel is gegaan. Dat is gewoon via een procedure, neem me niet kwalijk. Het is positief bedoeld, juist om de wethouder te helpen. Kom met iets en dan hebben we het erover. Als de wethouder van mij nog, buiten deze vergadering om, input wil, dan ben ik altijd bereid om het erover te hebben. De voorzitter: Goed, wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ik denk dat we helemaal niet ver van elkaar zitten.

Sterker nog, ik denk dat we helemaal naast elkaar staan daarin. Ik omarm wel het voorstel wat de heer De Kloet doet, want ik ga echt heel graag ... Op dit moment zie ik ... Laat ik zo zeggen, ik sta open voor alle aanscherpingen die er mogelijk zijn. Hetgeen wat nu in de motie staat, is inderdaad daar niet genoeg. Maar ik snap de intentie van de motie. Daar zitten wij absoluut, volgens mij, met elkaar ... Spreken we dezelfde taal daarin. De voorzitter: Mevrouw Wind, uw microfoon staat open. Wilt u nog? Nee? Dank u wel, wethouder Zandbergen. Of wilt u nog iets ... U kijkt ... Wilt u nog iets zeggen? Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Nee, ik heb over de constateringen, waar ik me niet zo heel gelukkig bij voel, al iets geduid. Daar laat ik het bij. De voorzitter: Goed, wij gaan over tot stemming. Tenminste, ik kijk rond en ik zie geen behoefte aan beraadslaging. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor motie M-V-1? Ik kijk goed rond. Het is unaniem. Hiermee is motie M-V-1 aangenomen. M-V-2 Alle fracties lokaal inkopen De voorzitter: Wij gaan door naar motie M-V-2. Dat is lokaal inkopen, ingediend door CDA, ChristenUnie, De Lokale Partij, DorpsBelangen, PvdA-GroenLinks, VVD, D66. Het betreft wel mijn portefeuille. Is het wenselijk dat ik word vervangen door de heer Roosenschoon? Nee. Wie wil M-V-2 toelichten? Mijnheer Nienhuis.

De heer Nienhuis: Dank u vriendelijk, voorzitter. Voor de mensen thuis en voor de mensen op de tribune, het gaat erom dat wij bootjes als relatiegeschenken weggeven aan relaties van de gemeente Wijdemeren. Maar die bootjes komen niet uit Wijdemeren, die komen uit Ridderkerk. Dat is iets wat ons als volledige raad, want als ik naar het amendement, of de motie kijk, dan is dat een volledig raadsbreed gedragen stuk. Daar hebben wij wat problemen mee. Ik zal het voorlezen wat het verzoek is aan het college. Zo snel mogelijk te stoppen met het relatiegeschenk uit Ridderkerk en te kiezen voor lokaal ingekochte relatiegeschenken. De raad te voorzien van een informatiebrief over de stand van zaken rondom de lokale inkoop in de gehele organisatie, bijvoorbeeld de catering, kantoorartikelen et cetera. Gaat over tot de orde van de dag. Dat is het verzoek aan het college. De voorzitter: Wil iemand anders dit verder toelichten? Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Heel kort. Wij willen gewoon de lokale ondernemers steunen waar dat kan. Dit is zo’n voorbeeld waarbij dat eigenlijk heel makkelijk kan. Een persoonlijk feit. Mijn broek en mijn topje en mijn oorbellen zijn van een lokale ondernemer. Mocht iemand denken, dat ziet er leuk uit, dan na de raadsvergadering kunt u vragen waar ik dat precies heb gekocht. Dank u wel. De voorzitter: Maar u ziet er altijd leuk uit, mevrouw Kaper.

Dan krijgt u elke dag dan die vraag. De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ik dacht even dat mevrouw Kaper ging zeggen van wat ik aan heb, is allemaal van chocola. Maar dat is even ... Zegt meer over mij dan over mevrouw Kaper, neem me niet kwalijk. Is lokale chocola. Het is inderdaad, we hebben in onze gemeente een, volgens mij, onderscheiden chocolatier, heet het, geloof ik. Ik noem geen namen en ik zeg ook niet over wie het gaat. Maar die heeft zelfs de prijs gewonnen voor de jonge ondernemer. Ik denk dat die het uitstekend kan. Inkopen en aankopen in onze eigen gemeente, dat moet echt gebeuren, zeker door de gemeente. Dank u wel. De voorzitter: Verder nog? Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Kleine aanvulling. Niet als het tien keer duurder is dan een kilometer verderop, want we zitten in een situatie. Dat automatisme, daar moeten we toch terughoudend in zijn. Uw partij heeft net een heel punt gemaakt over de financiën, moeten we hier ook scherp zijn. Het tweede wat ik zou willen toevoegen is, maak er anders een prijsvraag van om lokaal een leuk relatiegeschenk te verzinnen. Ik bedoel, ik vind het ook, we mogen best goed de lokale ondernemers inzetten. De voorzitter: Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: De VVD heeft toentertijd het ondernemersloket ondersteund. Draagt ondernemers in Wijdemeren een warm hart toe. Dat mag duidelijk zijn. Wij kunnen hier niet op tegen zijn.

Maar we delen wel de opmerking van mevrouw Rademaker, dat we wel ons goede verstand erbij moeten houden als het gaat om de kosten, maar daar gaan we vanuit. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Weinig aan toe te voegen. Als het ook maar uit een warm hart komt, zou ik zeggen.

De voorzitter: Goed, u hebt de informatiebrief met de beantwoording van de schriftelijke vragen ontvangen, maar ik wil het nog een keer met u doornemen. Wij hebben lokale ondernemers hiervoor benaderd. Die wilden niet. Het is niet een kwestie van dat het college geen warm hart draagt naar ondernemers toe, sterker nog, heel graag. Vandaar ook de gerichte uitvraag. Ik begrijp, want dat staat dan in de overwegingen, meen ik, over die sticker, want dat vond ik echt verschrikkelijk ook. Daar baalde ik ook enorm van toen ik daarop geattendeerd werd. We hebben ook met de leverancier afgesproken dat in de nazendingen ... Want wij hebben een bepaalde hoeveelheid afgenomen. Die wordt in tranches geleverd, vanwege de houdbaarheid van chocola. Dat in de volgende leveringen daar geen sticker meer op zit. Dat is ambtelijk met hen afgesproken en ambtelijk aan mij bevestigd dat die afspraak er ligt. Dat. Intern hebben wij ook wel, al enige tijd geleden, gesproken over het feit dat wij inderdaad willen naar een herijking van de relatiegeschenken. Om u een illustratie te geven, ik heb de bootjes, ik heb tien vlaggen, vier voetballen, een handjevol bidons en een paar oordoppen die over zijn van de vorige verkiezingen. Dat is waar ik het mee doe, waar wij het mee doen, nu op dit moment. We zijn nodig aan een herijking toe van de relatiegeschenken.

Het is inderdaad de bedoeling, ik kan u allemaal geruststellen, dat wij inderdaad dat willen doen samen met lokale ondernemers om te kijken, wat is mogelijk en kunnen we wellicht inderdaad de hoofdmoot, wel rekening houden met kwaliteit en prijs uiteraard, want dat is wel een belangrijke, om dat uit te werken. Echter, wij zitten met een organisatie die enorm omhoog zit. Dat gaat morgen niet gebeuren, dat gaat volgende week niet gebeuren, dat gaat over twee maanden niet gebeuren en ik denk over een half jaar dat we er misschien ook nog niet zijn. Dat is het eerlijke verhaal naar u toe. Wanneer er ruimte is in deze organisatie en tijd om deze exercitie te doen, gaan we met alle liefde en met een warm hart naar onze lokale ondernemers dit in gang zetten. Tot die tijd ben ik voornemens om staand beleid gewoon vast te houden, omdat daar het minste energie in zit. Dat kunt u misschien niet zo leuk vinden, maar dat is wel het eerlijke verhaal hierin. Als u vraagt aan mij om een informatiebrief over de stand van zaken rondom de lokale inkoop in de gehele organisatie te verzorgen, ik zal eens vertellen, wij hebben een halve fte op inkoop. Die man moet alle inkoop regelen. Wij hebben een aanwijzing gehad vanuit de accountant, als het gaat om ons inkoopbeleid. Daar moet die beste mijnheer zich ook mee bezig houden. Ik ga dit niet aan hem voorleggen. Dit is geen raadsbevoegdheid.

Dit is een collegebevoegdheid. Als ik keuzes moet maken, als wij keuzes moeten maken over waar onze ambtenaren voor worden ingezet, dan valt hier niet de keuze, voor een lijstje van dingen, met alle respect, waar de raad niet over gaat. U kunt het aannemen. Ik vind het prima. Maar in het kader van verwachtingen wordt het niet uitgevoerd. Dat geef ik bij deze aan. Niet omdat ik dat niet wil, maar omdat ik hier een ambtenarenapparaat heb die omvalt. Elke vraag wat u stelt, hoe klein u het zelf vindt, is te veel. Wij krijgen een nieuwe gemeentesecretaris, die begint volgende week, of die is er volgende week. Die is voornemens ook om u binnenkort mee te nemen in het wel en wee van deze organisatie. Maar ik ga u waarschuwen, u gaat dit verhaal vaker horen vanuit het college. Het is geen raadsbevoegdheid, wij maken keuzes. Het is te veel voor de organisatie, wij maken keuzes. Het zijn keuzes met consequentie. Motto van onze nieuwe gemeentesecretaris. Dat gaat u voelen. Dat is een waarschuwing vooraf. Nogmaals, graag met de lokale ondernemers, wanneer daar tijd en ruimte is binnen deze organisatie. Ik hoop dat ik duidelijk ben daarin. Dank u wel. Goed, tweede ronde. Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Voorzitter, dank u vriendelijk. Als we geen bootjes in Wijdemeren kunnen kopen, dan doen we maar geen bootjes. Dan doen we wat anders. Daar gaat het mij om.

Uw verhaal is duidelijk hoor, laat dat even ... Daar heb ik geen twijfel over. Maar u zegt nu, het is een collegebevoegdheid. Dat zal best. Maar de raad roept u op om dat te doen. Daar mag u mee doen wat u zelf wil. Dat is uw eigen keus. U kunt de raad ook uitdagen, dat is ook goed. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat wij onze lokale ondernemer willen ondersteunen. Zoals u weet ben ik betrokken bij meerdere activiteiten in het dorp, in de dorpen. Wij gebruiken altijd ondernemers uit het dorp. Altijd. Als je eenmaal die relatie hebt, dan kunnen die ondernemers

juist die ambtenaar ook helpen. Je kunt het ook andersom draaien. Het is een verzoek van de raad. Doe ermee wat u wil, maar kijk wel uit, zou ik zeggen. De voorzitter: Ik het kader van verwachtingen scheppen. Goed, verder, wie? Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Het is natuurlijk geenszins de bedoeling om de ambtenaar hier over de klink te jagen om een lijst met artikelnummers en leveranciers te maken. Dat moge duidelijk zijn. De strekking van de motie is duidelijk, denk ik, voor alles en iedereen. Probeer zoveel mogelijk lokaal te betrekken. Als ze geen bootjes kunnen maken, dan nemen we ronde chocolaatjes. Het is eigenlijk een herhaaloproep, want wij hebben dit al een keer gedaan, over bloemen die ergens vandaan kwamen, behalve Wijdemeren. Probeer gewoon alles lokaal te betrekken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel ook voor het eerlijke verhaal, want dat helpt ons ook weer. Ik denk dat de intentie van de motie voor iedereen blijft staan.

Wat ik me nog wel afvraag, want daar heb ik dan net iets te weinig inzicht in, zou het helpen als bijvoorbeeld de ondernemersvereniging of inderdaad ondernemers zelf hulp aanbieden? Of zitten daar toch zoveel processen nog achter, waardoor dat niet gaat helpen? Ik kan me voorstellen dat er echt voldoende ondernemers in onze gemeente zijn die denken, wij willen een keer om de tafel, kunnen wij iets doen om dit toch mogelijk te maken? Of zegt u, dan nog zit daar zoveel extra werk aan vast, wat de organisatie nu niet aan kan? De voorzitter: Kijk, er is een verschil tussen ondernemers die zich aanbieden, of je moet als ambtenaar een heel proces gaan oprichten om ondernemers te gaan betrekken. Daar zit natuurlijk wel een verschil. Als een ondernemer morgen op de stoep staat en die zegt tegen mij, weet je, ik wil die bootjes wel maken, of ik wil weet ik veel wat maken, dat maakt me niet zoveel uit, ik vind dat prima, mits het past binnen de kwaliteit en de financiën, waar we het over hebben. Maar een heel project optuigen, waarbij we dan een heel nieuw beleid gaan uitrollen ten aanzien van relatiegeschenken ... De heer Nienhuis: Interruptie, voorzitter. Dat is niet wat wij vragen, voorzitter. Ik denk dat het duidelijk is wat de gemeenteraad wil. We hoeven geen nieuw beleid. Wij willen gewoon ondernemers ondersteunen. Dat is wat wij willen.

De voorzitter: Maar dat deel ik met u, als portefeuillehouder. De heer Nienhuis: Maar u heeft het over beleid. Ik heb het niet over beleid, voorzitter. Ik heb het ... Mevrouw Hidding: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Wie? Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Bij deze een oproep aan alle ondernemers die denken hier een rol in te kunnen spelen, meldt zich graag bij de gemeente. Dank u wel. De heer Nienhuis: Die liggen om elf uur allang op bed, voorzitter. Mevrouw ...: Maar niet bij die halve ambtenaar, want dan ga ik het daar toch een beetje voor opnemen. Ik denk dat we het wel eens zijn. Ik bedoel, we hebben een motie van koop lokaal en denk internationaal, voeg ik

er dan even aan toe. Maar dat staat niet in deze motie. Volgens zegt de burgemeester, dat doen we zoveel mogelijk. Zullen we gewoon zeggen dat we het eens zijn? Kijk, tsjakka. De voorzitter: Dat durf ik ook niet te zeggen, dat het lokale bitterballen zijn. Maar goed, het zou kunnen. Wilt u nog de motie in stemming brengen? Ik zie nee. Goed. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor de motie? Unaniem vastgesteld, bij deze. 17. Sluiting De voorzitter: We zijn aan het einde gekomen van deze beraadslagingen. Ik dank u voor uw geduld, ook de luisteraars thuis. Het is toch eerder geworden dan we hadden gedacht, dat scheelt alweer. Ik wens u een fijne avond nog. Tot de volgende keer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11883839/2