Transcript raadsvergadering 22 september 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 22 september 2022
1.
Opening De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Welkom bij deze raadsvergadering. In het bijzonder welkom ook de luisteraars thuis en onze bezoekers hier op de publieke tribune. Wij werken vanavond met spreektijd, zoals gewoonlijk. Twintig minuten per fractie en veertig minuten voor het college. De griffie houdt de spreektijd bij. Op het scherm, ik kijk voor de zekerheid achterop, jawel, kunt u zien hoe het verloop van de spreektijd is. Voor vanavond is bericht van verhindering ontvangen van de wethouders Zagt en Poel. Ik kijk om me heen. Poels. Ik zie dat alle raadsleden aanwezig zijn. Dan ga ik de volgorde van de ... De heer ...: Voorzitter, wij missen een raadslid. Marjan Pronk. De voorzitter: Die komt nog? De heer ...: Nee, die heeft afgemeld. De voorzitter: Goed, dan hoor ik dat er toch nog een bericht van verhindering is van mevrouw Pronk van De Lokale Partij. Bepalen volgorde stemming De voorzitter: Dat betekent ook voor de luisteraars thuis, dat wanneer er gestemd wordt, dat we uitgaan van het totaal aantal van achttien stemmen. De hoofdelijke stemming. Spannend. Dat is altijd uw onderdeel, mijnheer Nienhuis? Ja. De heer Goossen, in geval drie. In geval van hoofdelijke stemming, dan beginnen we bij u.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter: Dan gaan we over tot het vaststellen van de agenda. De agenda voor vanavond bevat, naast de vaste agendapunten en hamerstukken ook enkele bespreekstukken. Verschillende fracties hebben moties en amendementen ingediend. Dat is bij de volgende onderwerpen. Bij agendapunt 11, mobiliteitsplan Wijdemeren 2025, Duurzaam, Veilig en Vooruit. A-11-1 is ingediend door D66, mobiliteitsplan sluiten of ontsluiten 1. A-11-2, ook ingediend door D66, mobiliteitsplan sluiten of ontsluiten 2. A-11-3, De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks en VVD hebben het amendement mobiliteitsplan, net als het stuk zelf, ingediend. Bij agendapunt 12, is een Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Dammerweg 108-109. Daar heeft DorpsBelangen A-12-1 ingediend, geheten Sociale huur repareren. Agendapunt 13, verkoop Dennenlaan. A-13-1, ingediend door De Lokale Partij, PvdA-GroenLinks, VVD en D66. Geheten Dennenlaan. Bij agendapunt 16, moties vreemd aan de agenda, zijn er twee moties vreemd ingediend. M-V-1, ingediend door DorpsBelangen, ChristenUnie, D66, PvdA-GroenLinks, VVD, CDA, De Otter. M-V-2, ingediend door CDA, ChristenUnie, VVD, DorpsBelangen, De Lokale Partij, D66, PvdA-GroenLinks, lokaal inkopen. Agendapunt 14 is wel vanuit de commissie aangekaart als een bespreekstuk. Daar zijn geen moties of amendementen voor ingediend.
Ik vraag of er nog behoefte is aan beraadslaging over dit onderwerp? Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ja, graag.
De voorzitter: Ja? Mevrouw Hidding: Wij willen dit nog steeds als bespreekstuk behandelen. De voorzitter: Ik kijk rond. Dat wordt gedragen? Ja? Oké. Dan blijft hij op de bespreekstukkenlijst. Er zijn geen vragen ingediend voor het vragenhalfuur. Ik kijk rond. Nee? Oké. Zijn er nog opmerkingen ten aanzien van de agenda? De heer De Kloet. De heer De Kloet: Jazeker, voorzitter. Even in het kader van ... Misschien dat ik twee agendapunten door elkaar haal, maar ik wil het dan nu alvast zeggen bij de agenda. We hebben vanmiddag een brief gekregen van onze wethouder financiën. Ik zal hem even zwak uitdrukken. Dat was nogal, om het woord maar eens te gebruiken, brisant. Dat heeft enorme implicaties voor onze gemeente. Op allerlei terrein. Uiteraard vanzelf in eerste instantie op financieel gebied. Wat die precies zijn, dat is onduidelijk, want dat wordt namelijk niet in de brief medegedeeld. Maar dat er implicaties zijn, is wel duidelijk. In de ligging daarvan wilde ik onze raad voorstellen om twee agendapunten, omdat daar nogal grote financiële consequenties aan vastzitten, vanavond niet te behandelen. Dat is agendapunt 11, dat gaat over het mobiliteitsplan, en agendapunt 13.
Dan zult u zeggen, agendapunt 13, waarom? Ik heb nu al een aantal keren aangegeven dat door dit op deze manier voor te stellen in relatie tot een raadsbesluit wat we al genomen hebben over de Dennenlaan, dat we daar echt een flink bedrag mislopen. Ik mag niet zeggen hoeveel dat is, maar dat is echt veel. Ik wil eigenlijk in de discussie later met de wethouder weten, waar zijn we aan toe en kunnen we nu al allerlei besluiten gaan nemen die ons veel geld gaan kosten? Goed, ik kan hier nog een uur over praten, want dat verdient het ook wel, maar dat ga ik niet doen. Mijn voorstel is om 11 en 13 vanavond niet te behandelen in ieder geval. De voorzitter: U doet een ordevoorstel? De heer De Kloet: Zeker. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik wilde me daar volledig bij aansluiten, wat betreft deze onderwerpen. De voorzitter: Ik dacht, u wilt vast wel weten wat het college hiervan vindt. Maar u mag ... Kan ik wethouder Kruijt uitnodigen om iets te zeggen over het mobiliteitsplan, bij afwezigheid van ... De heer De Kloet: Voorzitter? De voorzitter: Ja? De heer De Kloet: Ik zit hier niet zo heel lang in de raad nog. Even een informatieve vraag, als het mag. Volgens mij wordt er een ordevoorstel gedaan door de raad. Wat ik wel weet, is dat de raad haar eigen agenda bepaalt. De voorzitter: Zeker. De heer De Kloet: Wat gaat de wethouder ons mededelen dan?
De voorzitter: Hoeveel implicaties het heeft als het niet wordt behandeld vanavond. Ik begrijp dat men graag input wil hebben van de wethouder hierin. Het lijkt mij verstandig dat u nu integraal een afweging of iets van de agenda af wordt gehaald, dat u weet of daar consequenties aan verbonden zijn. De heer De Kloet: Dank u wel voor deze toelichting. De voorzitter: Wethouder Kruijt, bij afwezigheid van wethouder Zagt. Mevrouw Kruijt: Inderdaad, bij afwezigheid. Ik vind het toch niet zo’n goed idee om het ... Maar goed, het is uiteraard aan u om het ordevoorstel ... Laten we zeggen, om het plan van de agenda te halen. Dat heeft te maken met een paar zaken. We willen verder met een aantal projecten. Dan zegt u wel van, we hebben niet zoveel centen. Dat blijkt uit de brief natuurlijk die u vanmiddag heeft ontvangen. Maar er staan wel een aantal zaken in de pijplijn, die zouden we kunnen gaan blokkeren. Dat mobiliteitsplan is een toetsingskader waaraan we van alles en nog wat gaan afwegen, ook andere ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan ‘...’ plannen die we hebben, de energietransitie. Op het moment dat wij nu niet het mobiliteitsplan vaststellen, dan zouden we knel komen te zitten met andere zaken. Het uitvoeringsprogramma wat bij het mobiliteitsplan zit, komt terug in de begrotingsbehandeling. U gaat daarover bepalen wat u wel of niet doet.
Ik denk dat dat eigenlijk het moment is om de afweging te maken. Nu gewoon te zeggen, laten we alsjeblieft he wel vaststellen. Er zitten nog geen financiële consequenties aan. Die kunt u dan in, wat is het, november, wanneer we de begrotingsbehandeling ... Dan gaat u op dat moment het besluit nemen over de financiële kant van het verhaal. Nu stelt u het beleid vast. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Als het mag, heb ik een verhelderende vraag. Ik zal hem kort houden. Niet zoveel centen is natuurlijk een beetje een understatement. Maar ik begrijp niet zo goed, de wethouder suggereert dat het niet behandeld wordt, helemaal niet meer. Maar de vraag is om het nu van de agenda te halen. Ik snap dat het consequenties heeft als het nooit meer terugkomt. Maar de vraag was eigenlijk, wat voor consequenties heeft het dan als het over een maand of over twee maanden terugkomt, als ook inzichtelijk is wanneer de begrotingsbehandeling is. Onze bedoeling is in elk geval niet geweest om het helemaal nooit meer terug te laten komen. De voorzitter: Ik zie u een beweging maken. De heer De Kloet: Dat heeft u goed gezien, omdat ik iets wil zeggen. Ik vraag niet om het helemaal nooit meer te behandelen, ik vraag alleen om het nu niet te behandelen, in het licht van de mededeling die vanmiddag is gedaan.
Ik hoor de wethouder een aantal argumenten aandragen waarom het wel zou kunnen. Maar juist daarom zou ik zeggen, doe het nu niet, want het heeft vergaande implicaties, ook het hele beleidsplan en de investeringen die erbij horen. Dat heb ik de wethouder, toen hij er wel was, horen zeggen. Vandaar mijn voorzichtigheid, of onze voorzichtigheid. Neem me niet kwalijk. De voorzitter: Wethouder Kruijt, kunt u aangeven wat vertraging van de behandeling dan voor consequenties heeft? Best lastig, want u valt in. Mevrouw Kruijt: Dat is inderdaad een hele lastige vraag. Je zult echt je beleid moeten gaan vaststellen. Dat is je toetsingskader. Daar kunnen andere zaken tegen afgewogen worden. Als we dit nu opschuiven naar een ander moment, dan ligt een aantal zaken stil, want die kunnen we niet goed afvinken. Ik stel voor, althans ik
zou u in overweging willen geven, laat ik het zo netjes formuleren, om toch nu wel dit plan vast te stellen en dan bij de begrotingsbehandeling het vervolg, namelijk de financiële kant te gaan beoordelen. Dan heeft u nog alle mogelijkheden om te zeggen, dit doen we niet of dat doen we niet, maar we hebben wel het plan vastgesteld wat voor ons een leidraad is om dingen af te weten. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Rademaker, hebt u een verhelderende vraag? Mevrouw Rademaker: Een verhelderende vraag en een verhelderende opmerking. We zijn nu twee jaar al bezig met dat mobiliteitsplan. Daar hebben enorme investeringen in gedaan. Daar hebben honderden inwoners aan meegewerkt. We zijn wettelijk verplicht om een mobiliteitsplan te hebben. We hebben het nu niet. Mijn vraag aan de wethouders, wat zijn de consequenties als we ook aan deze wettelijke verplichting niet meer kunnen voldoen, namelijk het niet hebben van een mobiliteitsplan? De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Een verhelderende vraag aan de wethouder. U heeft geantwoord op het punt 11, het mobiliteitsplan, maar nog niets gezegd over uitstellen van nummer 13, Dennenlaan. De voorzitter: Maar dat komt nog. Ik kijk even naar de ambtelijke ondersteuning. Kan daar kort ondersteund worden? Eén minuutje schorsen. Niet weggaan, want het is echt één minuutje.
Schorsing De voorzitter: Ik hervat de vergadering. Wethouder Kruijt, gaat u verder. Mevrouw Kruijt: Als wij het mobiliteitsplan niet aannemen, dan hebben wij ook geen basis voor het investeringsplan. Ik denk dat dat een van de belangrijkste argumenten is. Los daarvan, als wij het mobiliteitsplan niet aannemen, kunnen wij bijvoorbeeld ook niet verder met concessies voor buslijnen. Dat lijkt me ook nog wel essentieel voor deze gemeente. De voorzitter: Dat is relevant voor nu? Mevrouw Kruijt: Voor nu, ja. De voorzitter: Behandeling? Mevrouw Kruijt: Ja. De voorzitter: Ik kijk ook naar de ambtelijke ondersteuning. Dat is relevant voor nu. Goed, dat is het antwoord wat u krijgt. De heer ...: Mogen we daarop reageren? De voorzitter: Hebt u nog een vraag aan de wethouder, of wilt u gewoon discussiëren hierover?
De heer ...: Ik denk dat die vraag tot discussie leidt, want ik hoor nu dat wij hier gaan over concessies voor buslijnen. Ik dacht dat dat een provinciale taak was, maar dat even terzijde. Maar wat de wethouder zegt, dat is een verhelderende vraag, u heeft het over het investeringsplan. Nu is dat inderdaad wat er aan de orde is. Maar alle investeringen die we doen, hebben gewoon financiële consequenties. De brief die er vandaag uit is gegaan, blijkt dat we totaal geen inzicht hebben hoe die begroting überhaupt eruitziet en wat erin zit. Om hier iets vast te gaan stellen wat investeringen vereist en vrijgeeft, dat lijkt me een buitengewoon onverstandig besluit. De vraag is dan, want dat gaat u mij vragen, bent u dat met me eens? De voorzitter: Volgens mij weten we het antwoord, maar wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Dat ik het niet met u eens ben. Als wij namelijk eerst de begrotingsbehandeling hebben, met een investeringsplan, en we hebben geen mobiliteitsplan, hebben we ook niet de relatie met elkaar. Dan wordt het investeringsplanprogramma een stuk ingewikkelder, omdat we het nergens aan kunnen ophangen. Dat betekent dat de volgorde gewoon moet zijn, eerst het mobiliteitsplan vaststellen, daaruit vloeien een aantal zaken voort die u graag met elkaar wil oppakken, die komen in de begroting, die komen vervolgens in het investeringsprogramma. Dat lijkt mij de juiste volgorde.
Maar uiteraard is het aan u. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik doorgaan met ... U mag weer gaan zitten. Dan kijk ik naar wethouder Zandbergen. Zijn er consequenties verbonden aan het uitstellen van besluit met betrekking tot de Dennenlaan? Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Jazeker. Ik begrijp de zorgen over de financiën, maar we hebben een andere grote zorg en dat is inderdaad ook het voorzien van woningen voor mensen die een betaalbare woning zoeken. Ik zou heel graag zien dat dit stuk behandeld wordt, zodat het college door kan handelen om op die manier iets moois te creëren op de Dennenlaan. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk rond. Zijn daar nog vragen over, verhelderende vragen? Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ik geef de wethouder volkomen gelijk dat het buitengewoon belangrijk is dat wij betaalbare woningen bouwen in onze gemeente. Niet alleen in het sociale segment, maar ook in het middensegment. Maar ik kan de wethouder geruststellen, daar hebben we, als ik mezelf even tot raad bereken, al een besluit over genomen, wat betreft de Dennenlaan, wat gewoon uitgevoerd kan worden. Er ligt een raadsbesluit. Dat kan meteen worden uitgevoerd. Mijn referentie die ik u steeds doe, is aan de opbrengst van de grond. Die is dan nog aanzienlijk. Dan zit er een extra element sociaal bij, een extra element middensegment ... De voorzitter: U bent nu een betoog aan het houden.
De vraag is, hebt u ... De heer De Kloet: Maar ik probeer uit te leggen bij de wethouder dat er al een besluit ligt. Dat is, vind ik, heel belangrijk. De voorzitter: Maar wat is uw vraag dan nog aan de wethouder? De heer De Kloet: Mijn vraag is van, kunnen we dit überhaupt uitstellen, van mij hoeft het helemaal niet te gebeuren, zoals u weet, maar prima. Maar om op dit moment dit nu te doen, er is geen echte noodzaak om het nu te behandelen, ook dat kan in oktober. De voorzitter: Wethouder Zandbergen.
Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ik nodig u graag dan uit om dat amendement wat u wil dan voor te stellen. Bij de behandeling, als u iets anders wil, kunt u dat per amendement aangeven. Behandeling kan naar mijn idee doorgaan. De voorzitter: Goed. De vraag is beantwoord. Is er behoefte aan beraadslaging hierover, voor we overgaan tot stemming? Nee? Dan breng ik eerst het ordevoorstel in stemming met betrekking tot de behandeling van het mobiliteitsplan. Als u het mobiliteitsplan van de agenda wil afhalen, dan verzoek ik u uw hand omhoog te steken. 5. Ik tel 5. 5 voor het afhalen en 13 tegen het afhalen. Dat betekent dat het mobiliteitsplan op de agenda blijft. Dan breng het volgende ordevoorstel in stemming. Dat betreft agendapunt 13, de Dennenlaan. Wie wil de Dennenlaan van de agenda afhalen? Ik zie 5 stemmen voor het afhalen van de Dennenlaan, 13 tegen. Dat betekent dat de Dennenlaan op de agenda blijft. Dank u wel. Dan hebben we, ik kijk nog rond, de agenda bij deze vastgesteld. Ik kijk voor de zekerheid. Ja, bij deze. 3.
Vaststellen besluitenlijsten De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 3. Dat betreft vaststelling van besluitenlijsten van de gemeenteraad van 12 juli en 7 september, allebei 2022. Er zijn geen wijzigingen voorgesteld. De heer Nienhuis: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ik wil graag met u gaan naar pagina 3, onderaan, beslispunt 14. Dat is te mooi om waar te zijn. Een voorstel is aangenomen met 12 stemmen voor en 6 tegen. Voor stemden CDA, D66, ChristenUnie en DorpsBelangen. Tegen, de rest. Dat is verkeerd om. De voorzitter: Dat is fijn als u dat eerder aangeeft bij de griffie. Dan kunnen wij dat alvast corrigeren. De heer Nienhuis: Ik heb het net pas gezien, mevrouw. Ik heb het vandaag pas gezien, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor uw correctie. De heer Nienhuis: Prima. De voorzitter: Dit wordt genoteerd door de griffie? Bladzijde? De heer Nienhuis: Bladzijde 3. De voorzitter: 3. De heer Nienhuis: Maar dat wordt toch nagelezen, neem ik aan? Dat hadden andere mensen toch ook kunnen zien. De voorzitter: Goed, verder nog wijzigingen? Nee? Aldus vastgesteld.
4.
Mededelingen De voorzitter: Dan de mededelingen. Ik kijk naar de raad. Zijn er nog mededelingen vanuit de raad? Nee? Ja. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: We hebben, goed, ik ga niet in herhaling vallen, vanmiddag een brief gekregen van onze wethouder financiën. Ik weet dat er in die brief staat dat er begin oktober een beeldvormende sessie, of iets wat daarop lijkt, wordt gehouden om ons bij te praten. Maar ik zou, ook vanwege zijn afwezigheid op dit moment, willen voorstellen aan onze raad, ik kijk even rond, om eerder al een extra raadsvergadering te beleggen om dit onderwerp uitvoerig te bespreken, in de openbaarheid. Dat zal wel weer restricties geven, maar ik vind wel dat onze inwoners het recht hebben om ook daarin meegenomen te worden. Ik stel voor een extra raadsvergadering op korte termijn. De voorzitter: Ik vind het wat lastig, want het valt niet onder de sfeer van mededelingen. Het had misschien wel apart opgevoerd moeten worden als een agendapunt, want u doet een verzoek en geen mededeling. De heer De Kloet: Ik deel mede dat ik dat graag wil. De voorzitter: Wilt u echt dit spel aangaan met mij? Nee toch? Nee. De heer De Kloet: Goed, daar ga ik niet op in. Maar ik vind wel, laten we even gewoon serieus hierover praten, want ik vind wat ons mede is gedeeld per brief, er staan nog een paar dingen in, ik vind dat gewoon super ernstig.
Daarom vind ik dat we op elk moment daar zeer uitgebreid met elkaar moeten praten. Ik had het misschien vanavond willen doen, maar dat lukt niet. Dan liever op een ander moment. De voorzitter: Dan wil ik het volgende voorstel doen. Want er zijn geen vragen voor het vragenhalfuurtje, maar we hebben wel dit agendapunt. Is het goed als wij dit behandelen tijdens dat agendapunt? Dan kunt u uitvoeriger daarover spreken. Dan kunnen wij doorgaan met de agenda, zoals hij hoort. Is dat wat u betreft akkoord? De heer De Kloet: U stelt voor om tijdens het vragenhalfuurtje dan die brief te gaan behandelen? Is dat het? De voorzitter: Nee, om een vraag te stellen hierover en eventueel dan nog eens ... De heer De Kloet: Aan wie gaan we die vraag stellen? De voorzitter: Dat kunt u aan mij stellen. Ik vervang de heer Zagt vanavond, voor dit onderwerp. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De heer De Kloet: Nee, goed, ik hoor graag de collega’s erover. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ik denk dat we het allemaal niet moeilijker moeten maken dan dat het is. Of dat nu gevraagd wordt of in het vragenhalfuur, ik proef een verzoek van de heer De Kloet, wat ik kan begrijpen en ik denk nog meer mensen uit de raad, om een extra raadsvergadering ... Ik zie vingers bij de perstribune, dat ze het ook begrijpen. Maar om een extra raadsvergadering. Volgens mij staat in onze verordening, ik heb het
even opgezocht, dat we twintig procent nodig hebben van de raad. Laten we gewoon kijken of er twintig procent is. Dat niet helemaal in het vragenhalfuur. Zie ik ook persoonlijk echt geen meerwaarde in. Dan gaat het ook een beetje sneller. Dat kunnen we naar de agenda toe. De voorzitter: Dit gaat me wel een beetje snel, want u vraagt verder niets hierover. Maar goed, ik zie mevrouw Wind, u hebt uw hand opgestoken? Mevrouw Wind: Ja, ik ben ook wel voor de pragmatische aanpak hoor. Ik lijkt me niet heel zinvol, want als er informatie was, dan zouden we die nu moeten hebben. Dan zou ik denken, als het punt is dat de informatie er wel is, dan krijgen we die onmiddellijk en hoeven we de begroting ook niet uit te stellen. Het feit dat die informatie er niet is, leidt volgens mij tot de afweging dat die begroting wel uitgesteld moet worden. Ik vind het niet zo zinvol. Maar als vijf mensen dat willen, los van het reglement van orde, denk ik, daar gaan we niet met elkaar moeilijk over doen toch? De voorzitter: Ik kijk rond. Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Ik sluit me aan bij mevrouw Wind.
Ik vind het wel een beetje ingewikkeld van, wat gaan we dan bespreken op die extra raadsvergadering? Gaan we het dan hebben over het proces wat we nu ingegaan zijn en de technische vragen die we daarover hebben? Want ik denk, inderdaad wat mevrouw Wind zegt, de cijfers zijn er niet, daar hoeven we het ook niet over te hebben. Maar ik begrijp heel goed het sentiment dat er allerlei vragen leven en dat het bijzonder ongelukkig is dat de behandelend wethouder hier vanavond niet is. Als er vijf mensen zijn, die daar die extra raadsvergadering aan willen besteden, dan hoor ik het. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij de laatste twee spreekster. Ik denk dat er zeker ook behoefte is, in ieder geval van mijn kant, om wel iets over het proces te horen. Wat zijn de gevolgen? Wat kan de wethouder daar wel over zeggen alvast? Ook richting inwoners vind ik het goed om in ieder geval zo’n moment met elkaar te hebben. De voorzitter: Goed. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ik steun het voorstel van de heer De Kloet om toch zo snel mogelijk een extra raadsvergadering te hebben. De voorzitter: Goed, als de ... Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: We kunnen niks anders doen dan dat te ondersteunen. We begrijpen de zorgen van onze collega’s.
We delen ook wel de punten die mevrouw Rademaker heeft genoemd. Maar uiteraard gaan we daarin mee. De voorzitter: Ik moet u zeggen, ik begrijp ook uw zorgen. Wij hebben dat allemaal. Daarom is ook een beeldvormende sessie georganiseerd, voor over twee weken. Dan is meer informatie beschikbaar. Was die
eerder geweest, meer informatie, dan was hij eerder georganiseerd geweest. Ik wil uw verwachtingen ten aanzien van een openbare raadsvergadering temperen, want ik vraag me af wat u denkt daar te gaan halen. Maar als u dat in meerderheid wil, dan organiseren we dat. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Volgens mij hoeft dat niet in meerderheid. Volgens mij kan dat met twintig procent van de raad. De voorzitter: Ik hoor hier een meerderheid voor. Mevrouw Van Rijn: Wat zegt u? De voorzitter: Ik hoor hier een meerderheid voor. Mevrouw Van Rijn: Alleen ik denk als ik de brief gelezen heb, staat daar niet dat er geen informatie beschikbaar is. De begroting is in eerste keer al in het college besproken. Er is informatie. Ik vond eigenlijk mevrouw Rademaker en mevrouw Wind misschien wel de beste vraag hebben, die we zo kunnen bespreken. Welke informatie mist dan nog? Want we zeggen steeds, er mist informatie. Maar het gaat echt om het proces. Het gaat ook niet om de wethouder dingen te laten zeggen die hij niet mag zeggen. Maar gewoon over het proces, wat mist er nog, wat kunnen we doen, hoe werkt dat dan? Ik denk dat dat onwijs zinvol is, ook voor het vervolgproces. De voorzitter: Het is prima. Als men het wil, dan organiseren we dat. Om een misverstand weg te nemen, de begroting is niet besproken in het college, want de begroting ligt er niet.
Mevrouw Van Rijn: Dat begrijp ik voorzitter, maar er staat in de brief dat de eerste aanzet en de problemen zijn besproken in het college. Dat lijkt mij al een mooie basis voor de informatie. Dat u de begroting niet heeft, dat was mij inmiddels volkomen duidelijk. De voorzitter: Ik kijk naar de griffie. Dat wordt geregeld? Goed. Vragen. Zijn er mededelingen vanuit de raad? Nee? Goed. Ik heb een tweetal mededelingen. Gisteren heeft de algemene vergadering van de MRA plaatsgevonden. In een eerdere vergadering van u, bij monde van de heer Nienhuis, is mij gevraagd om hier aandacht te besteden, of in ieder geval dat te agenderen, de begroting, de P&C-cyclus. Ik heb dat gedaan, op uw verzoek. Ik heb aangegeven dat in ieder geval onze raad, maar ik vermoed ook meer raden, meer behoefte is om meer grip te hebben als het gaat om de uitgaven. Goed, de vierjaarlijkse begroting is er wel, maar de tussentijdse verantwoording over uitgaven, dat hebben raden nodig. Dat heb ik neergelegd. Ik heb na de formele vergadering ook nog de portefeuillehouder financiën gesproken. Wat nader toegelicht. Of het nou heel veel gewicht in het weegschaaltje legt, weet ik niet. Dat kan ik u niet beloven. Ik twijfel daaraan zelf. Maar goed. Maar wellicht komen er wel wat meer instrumenten vrij om daar wat meer grip bij te krijgen. Ik heb ook gesproken met de directeur van de MRA.
Ook aangegeven dat er een wens ligt vanuit uw raad om een sessie te hebben met de MRA, om te kijken, wat gebeurt er eigenlijk precies? Er is mij toegezegd dat zij heel graag meewerken aan een dergelijke sessie. Wij koersen op, ik denk, het eerste kwartaal, uit mijn hoofd, om dat voor u te regelen. Dat. Verder stond er een motie open van uw raad, inzake de Molukse gemeenschap. Dat was nog uit de vorige raad. Ik heb een gesprek gevoerd met de vertegenwoordigers van de Molukse gemeenschap. Zij zijn akkoord met ons aanbod, als het gaat om de overname van de kosten van de grafrechten. Ik meen dat in de motie stond dat de grafrechten zouden worden overgenomen. Dat kan niet. Dat is ook buitengewoon onwenselijk om grafrechten over te nemen. We hebben de kosten ervan overgenomen tot 2050. Daar waar mensen ook vooruit hebben betaald, krijgen zij die gelden teruggestort.
Verder hebben wij afgesproken dat zij nadenken of zij een herdenkingsbijeenkomst ook willen. Daar willen wij in niet organiseren, maar wel faciliteren en ondersteuning bieden. Daar denken ze nog over na. Daar horen wij dan nog over. Daarmee denk ik dat ik die motie voldoende heb teruggekoppeld, hoop ik. Dan weet ik dat wethouder Zandbergen ook een mededeling heeft. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Een verzoek of hier een normaal tafeltje een keer kan komen. Ik kan het niet laten, sorry. Geen laptop meer? Kom een beetje digitaal. Ik heb eigenlijk wel goed nieuws uit Haarlem. Het gaat inzake de Loodijk. Ik heb bericht van de provincie namelijk ontvangen inzake het dossier Loodijk 9, of het oostelijk deel nu wel of geen sprake zou zijn van bestaand stedelijk gebied, zoals bedoeld in de PRV. Daar was nogal wat discussie over. De provincie ziet geen aanleiding vast te houden aan eerder ingediend bezwaarschrift, wanneer de gemeente de vergunning wijzigt naar een vergunning voor 21 woningen in de vorm van tiny houses. Ik wil heel erg ook mijn vorige portefeuillehouder bedanken dat mevrouw Van Rijn daar ook erg hard aan meegewerkt heeft om dit goed op de wagen te krijgen. Ik ben ook bij dat we het tot een goed einde hebben kunnen krijgen. Wat nu gaat gebeuren, is dat het college moet nog een beslissing nemen op bezwaar, zo’n hoorbezwaarcommissie is geweest. Dat wordt nu voorbereid.
Dat zit in de pijplijn. Ik wilde u dat niet onthouden. Dat is mooi nieuws uit Haarlem. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dat was het dan voor de mededelingen. 5.
Lijst ingekomen stukken De voorzitter: Dan gaan wij naar de lijst ingekomen stukken. U wel bekend. Ik loop per pagina de lijst ingekomen stukken door, voor de opmerkingen bij de lijst. Behandelverzoeken graag voor maandag 26 september twaalf uur bij de griffie indienen. Pagina 1? Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Nummer 1 en nummer 8. De voorzitter: Bladzijde 2? Bladzijde 3? Bladzijde 4? Bladzijde 5? Bladzijde 6? Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Het staat er niet bij, maar ik denk dat het hier thuishoort. Wij willen toch wel heel graag zo snel mogelijk de antwoorden van de beschoeiing van de Horstermeer, want dat duurt nu, volgens mij, al drie maanden, waardoor we het steeds ook niet kunnen agenderen. Als die antwoorden er zijn, dan vragen wij om de mogelijkheid om dat alsnog in de eerstvolgende commissie te kunnen agenderen, al dan niet. De voorzitter: Zijn die aanstonds? Mevrouw ...: Jazeker. De voorzitter: Ja. Ik hoor dat die aanstonds zijn. Dan kunt u wellicht al uw verzoek indienen voor de agendacommissie. Mevrouw Van Rijn: Hartelijk bedankt. De voorzitter: Verder, bladzijde 6? Nee? Bladzijde 7? Nee. 8? Nee? Dank u wel.
HAMERSTUKKEN De voorzitter: De hamerstukken.
6.
Vaststelling bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II, Moleneind 23-25 (Het voorstel is zonder stemming aangenomen) De voorzitter: Hamerstuk, nummer 6. Agendapunt 6. Vaststelling bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II, Moleneind 23-25. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten.
7.
Aanpassing geschillenregeling Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (Het voorstel is zonder stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 7. Aanpassing geschillenregeling Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Aan stemming? Nee. Besloten.
8.
Wijziging statuten Stichting Basisonderwijs Gooi en Vechtstreek (Het voorstel is zonder stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 8. Wijziging statuten Stichting Basisonderwijs Gooi en Vechtstreek. Is er behoefte aan een stemverklaring, of aan stemming? Nee.
9.
Raadsvoorstel vergaderschema 2023 (Het voorstel is zonder stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 9. Vergaderschema 2023. Is er behoefte aan een stemverklaring? Aan stemming? Nee.
10. Jaarrekening 2021 (Het voorstel is zonder stemming aangenomen) De voorzitter: Agendapunt 10. Jaarrekening 2021. Behoefte aan een stemverklaring? De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Wil u voortaan beter luisteren naar mijnheer Lachman en ondergetekende. Dank u wel. De voorzitter: Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. BESPREEKPUNTEN De voorzitter: Dan gaan we naar de bespreekstukken.
11. Mobiliteitsplan: Duurzaam, Veilig & Vooruit Amendementen A-11-3A A-11-1 A-11-2 A-11-3 A-11-3A Inspraakreacties Inspraakreactie Nelissen Inspraakreactie Kuijper Inspraakreactie Haverkamp Inspraakreactie Rootinck Inspraakreactie Van Zanten Inspraakreactie Nipshagen De voorzitter: Nummer 11. Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045, duurzaam, veilig en vooruit. Zoals eerder gezegd, wethouder Kruijt vervangt vanavond op dit onderwerp wethouder Zagt. Voorgesteld wordt 1, duurzaam, veilig en vooruit, inclusief de reactienota zienswijzen vast te stellen. 2, bij de komende begrotingsbehandeling te besluiten over de financiële consequenties. 3, duurzaam, veilig en vooruit uiterlijk in 2033 te actualiseren. Er zijn drie amendementen aangekondigd. A-11-1, A-11-2 en A-11-3, heb ik genoemd in mijn inleiding. Ik nodig uit, ik denk, mijnheer Roosenschoon van D66. Nodig ik u uit om het dictum voor te lezen van A-11-1 en uw toelichting erop te geven. De heer Roosenschoon: Ik ga ze eigenlijk een beetje tegelijkertijd behandelen, want ze zijn wel samenhangend natuurlijk. De voorzitter: Dat is prima. De heer Roosenschoon: Niet alleen maar dezelfde titel natuurlijk. De voorzitter: Maar als u maar allebei de dictum ... De heer Roosenschoon: Absoluut. Dit gaat om de toevoeging van een voorstel van onderzoek naar mogelijk aanvullende ontsluitingswegen.
In 1 gaat het om te onderzoeken of het mogelijk is om een ontsluitingsweg te maken tussen de Herenweg en De Boomgaard, de N236. Noodzaak daarvan, of noodzaak, de menselijkheid daarvan is gedeeltelijke ontlasting van de kern van Ankeveen en van het noordelijkste gedeelte van het Noordereinde. Dat is ook in samenhang trouwens met de rest van het mobiliteitsplan, met name wat betreft
de ontsluiting van de Middenweg. Het besluit is toe te voegen aan de lijst in deel C van het mobiliteitsplan maatregelpakket, uitvoeringsprogramma onder paragraaf 9. Tevens wordt voorgesteld een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar een verbindingsweg tussen de Herenweg en de N236 ter hoogte van industrieterrein De Boomgaard. Dat was nummer 1. Nummer 2. Het is hetzelfde principe. Het gaat hier ook over het onderzoeken naar de mogelijkheid van een tweede verbindingsweg. Dit keer aan de, even kijken, oostkant van de Kortenhoefse Polder. Dat wil zeggen, een verbindingsweg, noord-zuidverbinding ook weer, achtergelegen aan de Emmaweg. Gebruikmakend ook van de ontwikkeling van Groenewoud/Vlek. Een van de redenen daarvan, is dat er een heel groot probleem is wat verkeersafwikkeling over de Emmaweg, wat nu al overbelast is en zeker niet veilig voor voetgangers en fietsers. Maar wat erbij komt, is dat de raad al had vastgesteld, in het vorig jaar, dat nieuwe woningbouwprojecten niet kunnen worden gerealiseerd, tenzij er sprake is van een goede verkeersafwikkeling. Die is er niet, op het ogenblik. We willen graag onderzoeken, of laten onderzoeken, of deze tweede ontsluitingsweg mogelijk is en of die in dit geval soelaas biedt voor de ontlasting van het verkeer op dit ogenblik. De tekst daarvan lijkt heel erg op de eerste.
Tevens wordt voorgesteld een haalbaarheid uit te voeren naar achterliggende verbindingsweg tussen het woningbouwplan Groenewoud/Vlek en de Zuidersluisbrug, met aansluiting op de N201. Dat is was respectievelijk de toevoeging van de maatregelen 70 en 71, in de bijlage van het mobiliteitsplan. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Den Hartog, als het gaat om amendement A-113. De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. De Lokale Partij heeft twijfels of deze ontsluitingswegen mogelijk zijn, dan wel de oplossing zullen vormen voor de verkeersproblemen. Maar die zijn wel gebaseerd op aannames. We zien bezwaar ... Sorry, ik denk dat ik moest reageren op ... Constaterende dat het mobiliteitsplan vanaf de start met het uitgebreide participatie en inspraak tot stand gekomen is, de kaders en langetermijnvisie vastgelegd worden, de gewenste infrastructuur met aandacht voor verkeersveiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid geschetst worden en geprioriteerd uitvoeringsprogramma opgesteld is. Overwegende dat de gekozen maatregelen in het uitvoeringsprogramma niet per situatie voor behandeling, inspraak en, of participatie behandeld zijn. Besluit toe te voegen, na beslispunt 1, de maatregelen uit deel C, uitvoeringsprogramma, te lezen als voorstellen.
Deze voorstellen telkens voor uitvoering, inclusief participatieplan en financiële paragraaf, worden voorgelegd aan de gemeenteraad voor besluitvorming. Gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen vanuit de raad, technische vragen ten aanzien van de amendementen? Zo niet, dan vraag ik de portefeuillehouder, wethouder Kruijt, om een advies te geven inzake de amendementen. Mevrouw Kruijt: Ik start eventjes met de ontsluitingen van D66. De heer Roosenschoon: Laten we zeggen, ontsluitingsweg. Mevrouw Kruijt: In beide gevallen vraagt u om een onderzoek, om te kijken of er een route mogelijk is vanaf, even voor het gemak, de Herenweg in de richting van De Boomgaard en vanaf Zuidsingel naar de N201. Voor wat betreft de noordelijke route, ik denk dat je eigenlijk al bijna kunt zeggen dat de uitkomst een bepaald teken zal vertonen. Ik denk dat die niet heel positief zal uitvallen, eenvoudigweg omdat je door allerlei beschermende gebieden gaat rijden. Het is Natura 2000-landschap. We weten allemaal dat daar buitengewoon kritisch op gereageerd gaat worden. Dan is het natuurlijk zo dat, op het moment dat we onderzoeken gaan doen, we daarvoor ook middelen moeten hebben. Ik heb in het voorstel geen dekking
gezien. U weet allemaal hoe ingewikkeld het is, op dit moment, bij de gemeente. Het lijkt me dat ... Dat is sowieso al een probleem. We zitten ook nog een klein beetje met de handjes, want ook als je onderzoek doet, moet er ook nog wel ambtelijk worden meegekeken. Slotsom is dat we sluiten of ontsluiten 1 afraden. Ontraden heet dat, geloof ik. Ontraden. Dan amendement nummer 2. Daar ga ik hetzelfde op adviseren. Ook ontraden. Dat heeft ook weer te maken met het feit dat we het bureau Goudappel Coffeng al onderzoek hebben laten doen, vrij uitgebreid onderzoek, naar de ontwikkelingen aan de Zuidsingel. Ook daar zit je met eigenlijk al een negatief advies op grond van provinciaal beleid. Wij verwachten niet dat dat anders zal zijn. Ik denk eigenlijk dat je dat wel achterwege kunt laten. Ook daar praat je over kosten van € 25.000 tot € 30.000. Wij hebben hem niet. Er is geen dekkingsvoorstel. Het klinkt misschien hartstikke sympathiek, maar het lijkt niet verstandig om dit te doen. De heer Roosenschoon: Voorzitter, mag ik daarop reageren? De voorzitter: Niet zozeer reageren, maar als u een vraag hebt aan de wethouder? De heer Roosenschoon: Eigenlijk een vraag en een opmerking. Want ik heb net de wethouder horen zeggen dat het mobiliteitsplan geen financiële consequenties had. De 69 punten hebben geen financiële consequenties. 70 en 71 ook niet, want er is nog niet over gestemd.
Het is alleen maar dat ze worden opgenomen in de lijst. De voorzitter: Uw vraag is, of er inderdaad wel financiële consequenties aan verbonden zijn? Wethouder ... Mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Ja, ik had ook een verduidelijkende vraag, maar dat kan ook na het antwoord hoor. Mevrouw Kruijt: We hebben bij geen van die 68 punten een financiële consequentie opgenomen. Het enige, we weten het gewoon nog niet. Ik weet wel dat als we deze onderzoeken gaan doen, dat we daar gewoon behoorlijk veel geld aan kwijt zijn. Ik denk dat dat er gewoon niet bij kan. Het lijkt me niet verstandig, maar uiteindelijk, u besluit erover. De voorzitter: Gaat uw vraag over amendementen 1 en 2? Mevrouw Van Rijn: De vraag gaat over de antwoorden van de wethouder om hem ... De voorzitter: Precies. Mevrouw Van Rijn: Ik snap namelijk dat de wethouder invalt voor mijnheer Zagt. Ik wil ook een beetje lief zijn. Maar u weet wel, er komt een vraag hoor, echt met twee maten. Want u verwijt, ik voel het toch een beetje als een verwijt, mijnheer Roosenschoon dat de ontsluiting door NNN-gebied gaat. U stelt zelf een maatregel voor om een ontsluiting te maken tussen de Sniplaan en de Kerklaan, wat dwars door natuurgebied gaat. Of u dan het een onderzoekt of het ander, ik probeer te onderzoeken, wat maakt het verschil? Dat is vraag één. Daarnaast zegt u, er is geen dekking.
Maar ik kan me toch niet voorstellen dat mevrouw Kruijt, toen zij deze portefeuille van mijnheer Zagt ... De portefeuille niet overnam, maar dit voorstel. Niet heeft gezien dat er in het hele voorstel van het college bij geen een maatregel een dekking zit en u wel van mijnheer Roosenschoon vraagt om de dekking te maken. Mevrouw Kruijt zegt, ik weet niet of het financiële consequenties heeft. Ik weet het wel. Dat heeft ontzettend veel financiële consequenties. Dat onderzoek van mijnheer Roosenschoon,
wat ik daar ook van vindt, erbij of niet, maakt op die miljoenen niet zo heel veel uit. Waarom meet u met twee maten, met uw eigen voorstellen en die met van D66? Dat zou ik wel graag willen weten. De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Eigenlijk helemaal niet zo vreselijk ingewikkeld. Die route die we willen aanleggen van de Sniplaan naar de Kerklaan, dat is om te beginnen een fietsroute. Die staat opgenomen in het gebiedsakkoord van de OVP. Daar is zelfs Natuurmonumenten een van de dragers van. Die begrijpt ook dat we iets moeten doen met toerisme. Dat gaat namelijk echt om de versterking van onze toeristisch, recreatieve karakter. Dat is van een totaal andere orde. Daar is zelfs ook, meen ik, maar ik moet even uit mijn hoofd praten, enig budget voor. Dat is een afwijkend verhaal ten opzichte van het plan, of de motie, het amendement wat nu voorligt. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: De tweede vraag met betrekking tot de dekking? Mevrouw Kruijt: De dekking? Die moeten we gaan zoeken. U komt gewoon met allerlei voorstellen in de begroting, als het goed is. Dan gaan wij kijken naar een dekking. Als we het natuurlijk hebben over allerlei onderzoeken, lijkt mij niet verstandig om dingen toe te voegen, tenzij u vindt dat het een geweldige prioriteit heeft.
Maar voor de zuidkant van de gemeente weten we eigenlijk al, er ligt een onderzoek van Goudappel, dat is al negatief, moet je dan nog een onderzoek gaan doen om een onderzoek te bevestigen? Lijkt mij een beetje zonde van de tijd en de energie en met name van het geld. Voor de noordkant zit je gewoon dat je met het Natura 2000-gebied iets zult moeten gaan doen. Dat lijkt me ook een utopie. De voorzitter: Laatste vraag. Mevrouw Van Rijn: Het was mijn vraag niet. Het was best een mooi antwoord, maar de vraag was ... Misschien wil mijnheer Roosenschoon zelf hoor, ik laat ... Volgens mij willen wij hetzelfde vragen. Als u dat wil doen, dan mag dat ook hoor. De voorzitter: Mijnheer Roosenboom. De heer Roosenschoon: Dat zijn inderdaad twee aspecten. Er zijn een aantal projecten, laten we zeggen 69 of 71, dat is aan de raad te beslissen, waarvoor dekking moet worden gezocht en waar ook de prioriteit voor moet worden vastgesteld. Als we dit toevoegen aan de lijst van 71, dat betekent niet dat hij absoluut in het investeringsplan moet komen voor 2023 of ’24. Dat is aan de raad naderhand te beslissen, op grond van de beschikbare middelen en ook het beschikbaar investeringsplan op dat ogenblik. Ik meen dat het rapport Goudappel Coffeng hoofdzakelijk betrekking had op Zuidsingel 8 en niet zozeer op een ontsluiting van Groenewoud/Vlek.
We weten allemaal dat woningbouwprojecten in Kortenhoef alleen mogelijk zijn als er gezorgd wordt voor een goede ontsluiting. Het lijkt me meer dan wenselijk om althans die mogelijkheid, in welke vorm dan ook, toch te gaan zoeken. De voorzitter: U vraagt of zij dat ... De heer Roosenschoon: De vraag is of op grond hiervan de wethouder nog steeds zegt dat het niet toegevoegd kan worden aan deze lijst. Het heeft niet de allereerste prioriteit op het ogenblik. Daar, laten we
zeggen, komt u dan maar met een voorstel voor. Maar op dit ogenblik vindt u het erg noodzakelijk om het niet op te nemen in het plan. De voorzitter: Kijk, we gaan geen debat voeren met het college nu. De bedoeling is dat het college dan richting geeft, een advies geeft op de amendementen. Dat wordt gedaan. Er worden verhelderende vragen gesteld. Maar een debat tussen raadsleden en wethouders wil ik nu voorkomen. Een mag wel met de andere raadsleden debatteren. Kijk, dat gaat je straks al doen. Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Mijn instelling is altijd, als je voorstellen inbrengt die eigenlijk op voorhand min of meer onmogelijk zijn, gelet op de aanduiding van de gebieden, Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland, noem het maar op, moet je dan überhaupt geld en tijd spenderen aan dat soort oplossingen? De voorzitter: Maar goed ... Mevrouw Kruijt: Ik ga er niet over, maar dat is mijn persoonlijke mening. Het is aan u om te beslissen of u hem wil opvoeren of niet. De voorzitter: Dat is een advies van u vanuit het college? Mevrouw Kruijt: Ja. De voorzitter: Bedoelt u, goed, vast. Wil advies met betrekking tot amendement 11-3? Mevrouw Kruijt: Ga ik ook ontraden. Dat heeft te maken met het feit dat we natuurlijk in de voorfase heel veel inspraak hebben gehad, erg veel participatie. Die is weldegelijk geweest met dit onderwerp.
Als je het overneemt, zoals het nu is geformuleerd, dan verlies je wel een flink deel van je slagkracht, want niet iedere maatregel hoeft te worden ingebracht voor participatie. Denk aan buslijnen of aan dingen die je met de brandweer wil gaan doen. Je gaat een extra laag inbouwen. Dat kost veel tijd en veel capaciteit. Het is volgens mij ook niet de intentie. Maar zoals het nu geformuleerd is geldt het generiek, terwijl je het eigenlijk misschien op incidentele gevallen bedoelt. Vandaar mijn afraden. De voorzitter: Goed, zijn daar verhelderende vragen over? Zo niet, dan wil ik wethouder Kruijt bedanken voor het advies vanuit het college. Ik had zojuist verzuimd om mevrouw Abrahamse en de heer De Kruijff ook te vragen of zij een toelichting wilden geven op het amendement. Mijn excuses daarvoor. Ik moest er ook nog even inkomen. Ik wilde u dan wel alvast als eerste dan het woord geven. Is dat een goede tegemoetkoming dan voor u? Ja? Dan kijk ik rond. Is er nog verder behoefte aan inbreng in de eerste ronde? Nee? Verder niemand die wil debatteren in de eerste, tweede termijn, moet ik zeggen? Nee? Mevrouw Van Rijn, ja. Verder nog? Mijnheer De Kloet, wilt u ook iets zeggen? Nu niet. Ik inventariseer nu. Ik inventariseer. De heer De Kloet: Ik geef antwoord op uw vraag. Dat geeft verwarring, want als u mij iets vraagt, geef ik antwoord.
Zullen we het zo afspreken? U vraagt aan mij, wilt u iets zeggen? Dan zeg ik, ja. De voorzitter: Heel goed. Verder nog iemand? Nee. Dan ga ik naar mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Fijn, dank u wel, voorzitter. Ik zal een toelichting geven op het amendement dat we mede hebben ingediend, met De Lokale Partij en met VVD. We hebben natuurlijk in de commissievergadering uitgebreid al benoemd dat wij in feite integraal akkoord gaan met het mobiliteitsplan, zoals het er ligt. Redenen ook genoemd waarom. Ook aangegeven langs welke lat bij allerlei uitvoeringsprogramma’s zullen
beoordelen, als ze voorkomen bij de raad. Tegelijkertijd hebben we natuurlijk ook heel goed geluisterd naar alle inbreng van inwoners, die er was, en de sentimenten die er in de raad waren, waarbij wij beluisteren dat er toch wel zorgen waren over het ontbreken van duidelijke formulering rond participatie, bijvoorbeeld. De zekerheid dat ... Sorry, dat ben ik, denk ik. De zekerheid dat dingen terugkomen in de raad. Nou is het zo dat daar gewoon wettelijke kaders voor zijn. In die zin zou het niet nog extra benoemd moeten worden. Maar in het kader van verbinding met elkaar en samen verder kunnen rond dit plan, hebben wij er geen enkel bezwaar tegen. Sterker nog, hebben we dit amendement mede ingediend om nog wat verheldering te geven over de status van deel C en ook van de proceduregang. Dank u wel. De voorzitter: Wilt u nog ook reageren op amendementen 1 en 2? Dat u meteen door pakt? Mevrouw Abrahamse: Is dat nu de bedoeling? De voorzitter: Ja, mag u doen. Mevrouw Abrahamse: Op zich zijn we natuurlijk voor het toevoegen, als het zinvol is, aan lijst C, die er al ligt. Als daar belangrijke zaken aan toegevoegd kunnen worden, denk ik ook dat we dat met elkaar moeten doen. Daar hebben we het natuurlijk in de commissie ook uitgebreid over gehad.
Op basis van het verhaal van de wethouder kun je natuurlijk twijfel hebben over de inhoudelijke haalbaarheid, omdat er al allerlei onderzoeken liggen. Tegelijkertijd is dit niet het moment waarop we daarover spreken, want dat komt dan op een later moment aan de orde. We spreken nu over de langetermijnvisie en de accordering daarvan. In die zin kunnen we de amendementen ondersteunen van D66 en toevoegen aan de lijst. Dank u wel. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn?’ Mevrouw Van Rijn: Nee, ik wilde een technische vraag stellen over de toelichting van de Partij van de Arbeid. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Ik begrijp het best. Uw uitleg is ook op zich heel helder. Maar even, voordat wij een oordeel kunnen vormen over het amendement. U zegt, we hebben een amendement gemaakt om het duidelijker te maken. Maar het is voor ons als CDA-fractie nog niet helemaal duidelijk. Want u schrijft op, we lezen het als voorstellen. Dan denk ik, je kunt het op zich lezen zoals je wil, maar wat bedoelt u dan? Stelt u ze dan nu wel vast, of stelt u ze niet vast? Dat is de eerste vraag, los van hoe je het leest. Dat kan op allerlei manieren. U schrijft in uw amendement, ik weet niet zeker of u dat bedoelt, dat deze voorstellen, alle voorstellen, telkens voor de uitvoering, inclusief participatieplan, financiële paragraaf, worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Ik kwam mijnheer Zagt, niet toevallig, maar kwam hem tegen in de gang van de week, hier op het gemeentehuis. Ik zei, ik hoop toch niet dat u straks al die 69 voorstellen, ook de ieniemienie voorstelletjes, inclusief participatieplan en uitvoering, moet voorleggen aan de raad. Bedoelt u alle 69 of ... Dat is mij niet duidelijk. Dat lijkt me namelijk echt heel veel werk voor iedereen hier. De voorzitter: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Ik begrijp uw vraag. De toelichting is dat het gaat om de verduidelijking van de wettelijke kaders. Daar waar het wettelijke kadergebied om de raad dingen of zaken voor te leggen, inplannen, dat willen we wat explicieter benoemen. Het gaat er niet om dat als het niet nodig is om de participatie daarvoor te vragen, dan hoeft het ook de raad niet te passeren.
De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dat is me dan toch nog niet helemaal helder hoor. Want volgens mij bepaal je de wettelijke kaders. Je kunt alles in het IP ... Een klap erop geven en dan zeggen, wethouder, gaat u aan de slag. Je kunt ook als raad een amendement indienen, wethouder, zorg dat al die voorstellen hier op tafel komen. Omdat u aangeeft, ik wil het verduidelijken en wij willen er ook serieus over nadenken, is dan toch nog de vraag, wilt u al die 69 plannen, want er staat, deze plannen? Als u dat niet bedoelt, dan is het misschien wel goed om te verduidelijken welke plannen u hier wilt hebben en welke plannen niet. Want dat wordt echt voor de ambtenaren, denk ik, onwerkbaar. De voorzitter: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Duw voor uw vraag. Dank u wel, voorzitter. Maar dat is niet voor dit moment. Dat soort zaken komen natuurlijk later, op het moment dat de plannen die voorliggen en die aan wettelijke kaders gehouden zijn, om aan ons als raad voor te leggen. Dat is de bedoeling van dit amendement. Het is niet de bedoeling om de ambtenaren met nog meer werk op te zadelen dan ze nu al hebben. Het gaat om verduidelijking en verbinding. We hoorden vorig keer in de commissie veel twijfels van mensen over de status van deel C. Waar hadden er behoefte aan om de verbinding met iedereen ze zoeken om verder te kunnen.
Dat te doen door verduidelijking van de tekst in de inleiding. Dank u wel. De voorzitter: Hebt u een nieuwe vraag hierover? Mevrouw Van Rijn: Ja, ik heb wel een nieuwe vraag. Ik wil niet zo technisch worden. Daar is mijnheer De Kloet meer van. Maar ik denk echt, ook om uzelf te helpen, u schrijft namelijk, deel C, de maatregelen uit deel C. Dat zijn 69 maatregelen. Telkens voor de uitvoering, inclusief een participatieplan en een financiële paragraaf, voor te leggen aan de gemeenteraad. Ik begrijp eigenlijk dat u dat niet bedoelt. Misschien kunt u daar nog even over nadenken in de termijn. Want telkens is echt voor 69 plannen wel heel erg veel. De voorzitter: Goed. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Een opmerking misschien. Als ik mevrouw Abrahamse goed begrijp, gaat het inderdaad niet over alle voorstellen. Maar als u bijvoorbeeld deze voorstellen vervangt door de relevante voorstellen, dan bent u er, volgens mij. De voorzitter: Goed, dat laat ik aan u over. Hebt u een vraag, mijnheer De Kloet, aan mevrouw Abrahamse? De heer De Kloet: Ja, eigenlijk aan mijnheer Roosenschoon en mevrouw Abrahamse, als het mag. De heer Roosenschoon relevante. Ik zou heel graag van de heer Roosenschoon horen, kunt u mij nu even de definitie van relevant geven. De heer Roosenschoon: U mag ook zelf ‘...’ straks.
De heer De Kloet: Via de voorzitter alstublieft. Ik sluit aan bij mevrouw Van Rijn dat er inderdaad staat telkens, wat inhoudt dat alle voorstellen gewoon hier langskomen en een participatie- en een financieringsplan hebben. Goed, verder gaan we het ‘...’ behandelen. Maar ik laat het hier even bij. De voorzitter: Maar dat was geen vraag. Ik zie mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Ik denk dat we het een beetje praktisch moeten houden. Als er een bord geplaatst moet worden, dat we daar niet daar in de raad over hoeven te beslissen. Misschien is het een idee om heel even te schorsen en dan kijken of we het zo kunnen aanscherpen dat we het beter kaderen, zodat het werkbaar blijft? De voorzitter: Wilt u nu schorsen of wilt u nog een stukje van de tweede termijn afmaken? Wellicht dat er nog meer inbreng is op de amendementen. De heer Den Hartog: Laten we dat maar even afmaken. De voorzitter: Doen we dat. Dan ga ik naar mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter, ik moet zeggen, nu de eerste discussie in de tweede termijn, zitten we nu, gehoord te hebben, begin ik zelf ook te twijfelen. Want ik vind het eigenlijk een hele terechte vraag die mevrouw Van Rijn en de heer De Kloet stellen. Waarom de VVD dit medeondertekend heeft, is ook, er was een pittige discussie vorige week in de commissie.
Wat voor ons gewoon niet duidelijk was, is wat de gevolgen zijn voor deze maatregelen, zoals het er nu nog in staat, als wij dit mobiliteitsplan vaststellen. Wat ik van de wethouder heb begrepen, is dat die maatregelen nog langs de raad komen, met daarbij een financiële paragraaf. Dat vinden wij ongelooflijk belangrijk. De heer De Kloet heeft er natuurlijk net ook al naar verwezen, maar er is vandaag een brief naar buiten gekomen. Het geld is op. Wij kunnen ons zo voorstellen dat als deze maatregelen langskomen bij de raad, dat dat een afweging kan zijn voor de politiek om toch niet mee in te stemmen. Daarom dachten wij dat het verstandig was om deze maatregelen als voorstellen te lezen, zodat ook duidelijk is, qua communicatie naar onze inwoners, dat als we deze visie vaststellen, want wij begrijpen als VVD heel goed dat we wel een visie moeten vaststellen ... Je hebt als gemeente een visie nodig op mobiliteit. Wethouder Kruijt zijn net ook al, er moet een aantal projecten in gang gezet worden. Het huis moet aan de slag. Er zijn ambtenaren die hiermee bezig moeten, die hiermee aan de slag moeten gaan. Dat begrijpen we heel goed. Daarom dachten wij, als VVD, dat het verstandig was om zo’n amendement in te dienen.
Maar ik kan me inderdaad ook heel goed voorstellen dat dit juist voor de ambtenaren averechts werkt als ieder plan telkens voor uitvoering met een participatieplan, financiële paragraaf vinden wij als VVD overigens wel heel belangrijk, weer langs de raad moet. Ik zou eigenlijk, als straks de andere partijen ook aan het woord zijn geweest, toch het voorstel van de heer Den Hartog willen volgen. Dat we even schorsen, zodat we kunnen kijken hoe we dit, misschien ook met advies van de griffie en advies van de ambtenaren, toch duidelijk voor alle partijen kunnen ... De voorzitter: Dat het amendement meer naar u komt met uw bedoeling? De heer De Kruijff: Precies, ja. De voorzitter: Wilt u nog reageren op de amendementen die ingediend zijn door D66? De heer De Kruijff: Ja. Eigenlijk, als je het amendement van ons leest, maatregelen te lezen als voorstellen, als daar de voorstellen van de heer Roosenschoon aan toegevoegd worden, kun je dat gewoon lezen als
voorstellen. Dan komen ook de voorstellen van de heer Roosenschoon langs. Dan hoef je daar eigenlijk nu qua dekking nog niet eens wat van te vinden. Wij kunnen eigenlijk, als VVD, instemmen met de twee amendementen van D66. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Vorige keer hebben wij al aangegeven dat we grote moeite hebben met het mobiliteitsplan, met name met deel C. Als zit deel C ook wel best verweven in deel B. Dat is voor ons een beetje een lastigheid. Weest u niet bang, we hebben getwijfeld, gaan we al die voorstellen amenderen? Nee, is volgens mij niet te doen. Is ook niet de bedoeling van de politiek. Maar dat verandert niet dat wij er grote moeite mee hebben. Ik ben oprecht verbaasd, dat klinkt misschien heel flauw, maar er ligt vandaag een brief van onze wethouder financiën met wel heel vergaande gevolgen. In de commissie, vorige week donderdag, was dit natuurlijk al lang duidelijk voor het college. Het CDA heeft gevraagd naar de financiën en de gevolgen van dit plan. Het antwoord was daar een beetje ontwijkend van, het komt allemaal nog in het komt in de begroting en het is een visie tot 2045. Wie weet is er dan wel geld. Dat snap ik allemaal. Wij waren blij met de VVD die aangaf dat het eigenlijk niet kan, zo’n plan, zonder de financiën te weten.
Had ook keurig opgezocht dat in Laren en in Gooise Meren en in Hilversum in elk geval een globale onderbouwing zit van de financiën. Toen ging ik er nog eens over nadenken. Toen dacht ik, dat is eigenlijk een vraag aan de partijen die dit op de agenda willen houden, wij kunnen wel zeggen, het is een visie tot 2045, nu niet snel gaan opzoeken, maar weet u hoeveel van deze 69 voorstellen op de planning staan voor nu en drie jaar? Ik weet niet of iemand daar een gokje voor wil doen? Ik zie weinig enthousiasme. 38 van deze maatregelen staan op de planning voor nu en drie jaar. Wat ik wel weet, is dat als de wethouder een brief schrijft dat de begroting niet sluitend is, dan hoeven niet alle jaren sluitend te zijn, maar een aantal en zeker de laatste. Dat betekent dat hij meer jaren niet sluitend is. Dan neem ik aan, de eerstkomende drie jaar. Dan gaan wij hier 38 maatregelen, want zo is het feitelijk gewoon ... We zeggen, we gaan door met dit plan, zodat de ambtenaren aan de slag gaan. Gaan we 38 maatregelen vaststellen, die binnen nu en drie jaar op de agenda moeten komen. Terwijl we weten dat er geen geld is. Er zitten een aantal hele mooie in, voor het CDA. Ik zie een oversteekplaats op de Overmeerseweg. Snap ik allemaal. Wij willen daar ook zeker niet voor gaan liggen.
Maar wij vroegen als CDAfractie aan de wethouder, kunt u ons een lijstje verschaffen met de noodzakelijke punten, de verkeersonveilige punten en de nice to haves, wat is leuk om te hebben? Toen zei de wethouder, dat maakt niet zoveel uit, want ook de nice to haves zijn nodig om het goed te doen. Maar als ik dan kijk, dan staan er in de plannen van één tot drie jaar behoorlijk wat nice to haves. We gaan die Sniplaan onderzoeken. We gaan het fietspad verbreden, op de Molenmeent. Zo vind ik er nog veel meer. Ik heb hier een lijstje staan, maar ik wil het niet allemaal voorlezen. Wij kiezen er vandaag bewust voor om ermee in te stemmen dat we binnen nu en ... Van één tot drie jaar voorstellen krijgen, die heel veel financiële consequenties hebben. Als ze allemaal hadden gestaan, voorzitter, over tien tot vijftien jaar, vond ik het een ander verhaal. Want wij gaan ervan uit dat dit college zijn best doet en dat de financiën op orde komen, maar daar zullen we later meer over vertellen. Maar wij kiezen er bewust voor om 38 maatregelen vast te stellen die binnen nu en drie jaar worden uitgevoerd. Waarom vind ik dat zo belangrijk? Ik zie een mevrouw op de tribune zitten. Ik vond haar inspraak over de Leeuwenlaan ontzettend mooi. Dat is typisch zo’n voorbeeld, verlichting aanbrengen op de Leeuwenlaan.
Ik zou wel willen weten, zit dat nu in de begroting of in het IP of niet, of is dat iets extra’s? Dan weet ik het nu al, dan is er waarschijnlijk geen geld voor. Wij houden mensen wel een beetje een worst voor, waarvan wij bang zijn dat die er gewoon niet gaat komen. Ik ben dan ook heel benieuwd wat de VVD, die met name hamerde op de financiën, dat is een vraag aan de VVD, waaronder dit opeens een goed idee vindt en zeggen van, we lezen het dan maar als voorstellen. Hoe je het leest, dat gaat niemand u vragen, hoe heeft u dit gelezen? De inwoners gaan nu vragen, heeft u dat vastgesteld of niet? Want daar gaat het om. Ik ben ook
benieuwd naar de andere fracties, wat vindt u daarvan? Ik heb de afgelopen twee dagen niks anders gehoord dan vertrouwen in de politiek. Nou wil ik het niet heel zwaar maken, maar wij doen er bewust aan mee om 38 maatregelen op de planning te zetten binnen één tot drie jaar, terwijl we weten dat er geen geld voor is. Ik noem er nog één. Dat is helemaal niet zo’n ingewikkelde. Ik dacht er meteen aan toen mevrouw Kruijt zei, dat voorstel van mijnheer Roosenschoon is praktisch onhaalbaar. Ik heb mij een beetje laten informeren. Het verplaatsen van het fietspad naar de Middenweg en de auto’s richting de damwand sturen, aan de andere kant van de Middenweg, schijnt technisch ook onhaalbaar te zijn, maar gaan we wel doen binnen één tot drie jaar. We hebben er geen geld voor. Ik wil heel graag in de eerste termijn horen wat u daarvan vindt, dat u dat bewust zo aanpakt. Dan willen wij nog heel even .. De voorzitter: Tweede termijn. Mevrouw Van Rijn: Dan willen wij graag straks nog even schorsen om na te denken over het amendement, of dat nog beter wordt of niet. Als dat zo blijft, zullen we daar in elk geval niet mee instemmen. Ik heb nog een vraag aan De Lokale Partij. Is nog even een punt, beslispunt 2, dat is een vraag aan het college. Hoe moeten we dat lezen? Er staat, de financiële consequenties worden meegenomen in de begroting.