Transcript raadsvergadering 12 juli 2022
Tekst van het document
De voorzitter: Wethouder Zagt? De heer Zagt: Ja, als de accountant alsnog de verklaring niet afgeeft, en dan ga ik eerst voor het gemak maar even uit en ook alleen daarvan, dat die niet tijdig komt, dan zullen wij uitstel moeten vragen. Ik kan mij niet voorstellen dat gelet op de overleggen die er zijn geweest naar aanleiding van het accountantsverslag, met ondergetekende vorige week woensdag en met de auditcommissie afgelopen vrijdagmiddag, dat er geen verklaring komt. En het voert me te ver, ik kan een klein detail zeggen, maar vandaag moesten wij een papierenversie aanleveren. Dat heeft veel tijd gekost, u kent het LIA systeem. Om een papieren versie te maken voor een account, dat heeft heel veel tijd gekost. Dat was vandaag waar we druk mee geweest zijn. En die is … Het verzoek kwam ook pas van vandaag, dat vult de voorzitter terecht aan. En daar hebben wij in voorzien maar desalniettemin hebben wij de verklaring toch niet voor de sluitingstijd. En of dat vanmiddag vier uur of vijf uur was, dat weet ik niet, maar niet ontvangen. En morgen zijn we weer de eerste heb ik begrepen. De voorzitter: Ja, is dit voor u voldoende of hebt u nog een vraag? Mevrouw Abrahamse: Ik zou wel een aanvullende vraag hebben. De voorzitter: Ja. Mevrouw Abrahamse: Ik ben benieuwd wat de auditcommissie hierover denkt? Zij hebben ernaar gekeken.
En ook de mogelijkheid overwegen om dit punt te schorsen tot donderdag, tot die er echt is. En dat we dan alsnog positief kunnen reageren daarop. De voorzitter: U vraagt een aantal zaken. Mevrouw Abrahamse: Ja, klopt.
De voorzitter: U vraagt om een schorsing. U hebt ook een juridische vraag gesteld volgens mij ook van, als die, mocht die niet komen, wat doet het met het raadsbesluit? Volgens mij is dat ook een bestuurlijk juridische vraag. Dat zou nog tijdens de schorsing nog uitgevraagd kunnen worden voor u. Vindt u het goed, want u hebt de schorsing aangevraagd, dat we eerst inventariseren welke vragen er zijn en dat we de auditcommissie aan het woord laten en daarna schorsen? Ja. Oké. Prima. Mijnheer Nienhuis. O, oké. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen, ik kan me niet voorstellen dat het er voor vrijdag niet is. Maar volgens mij hebben we vorige week in de commissie ook iets gehoord van het zal voor de raadsvergadering worden toegestuurd. Toen kon die het zich ook niet voorstellen en nu weer niet dus ja, dat vind ik wel een aparte opmerking. Een tweede vraag aan de wethouder als het mag ter verduidelijking, is er al contact geweest met de toezichthouder? Want dit is een dagenkwestie terwijl volgens mij er al weken wordt gewerkt. En wat zou het betekenen als een aanvraag wordt uitgesteld, uitstel wordt aangevraagd? Ik draai de woorden om. Als er uitstel wordt aangevraagd, dat ze hem na 15 juli gaan inleveren. Tot zover. De voorzitter: Wethouder Zagt.
De heer Zagt: Nou, volgens mij zitten daar verder geen consequenties aan, we moeten dat tijdig aanvragen. De accountant heeft mij letterlijk nog verteld vorige week woensdagmiddag, dat kunt u donderdag de 14 e is dat dan, aanstaande donderdag nog doen. Dus daar staan geen termijnen voor. En temeer omdat ons, we hebben het niet zelf bedacht, sorry. Steeds is gezegd, nee, hij komt. Ja, dan gaan wij geen uitstel vragen als wij erop mogen vertrouwen dat die verklaring komt. En dat is vorige week ook nog weer bevestigd door de partner. De voorzitter: Nee? Oké. Ik kijk nog rond. Ja, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. We hadden een aantal technische vragen die als politiek werden gezien, is dat ook nu het moment om die te stellen? De voorzitter: Nee, hoor ik van de griffier. Mevrouw Kaper: Ja, oké. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dan kijk ik nog rond. Dan ga ik eerst, dank u wel, dan ga ik eerst naar de auditcommissie. Voorzitter van de auditcommissie is mevrouw Pronk. Wilt u nog een … Nou ja, dit overvalt u ook denk ik maar u hebt wel iets wat u mee wil geven toch, neem ik aan, aan de raad. Mevrouw Pronk: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben vrijdagmiddag inderdaad alle stukken, de conceptstukken doorgesproken en alle vragen die er leefden hebben we gesteld aan de accountant.
Ook daar is de vraag gesteld van, het is onder concept, zijn er nog verwachtingen dat er grote wijzigingen aankomen? Toen is ook aangegeven van, nee, dat is niet de verwachting. Dus ja, dit overvalt mij ook. Er zouden geen grote wijzigingen meer komen en ja. Dus het concept is akkoord, daar zijn we het helemaal mee eens. Dat is het gewoon. De voorzitter: Oké. Dit betreft, volgens mij heeft de wethouder het ook uitgelegd, dit betreft ook een administratief iets. Dus dit is weer een inhoudelijk iets wat voor oponthoud heeft gezorgd. Maar goed, ik wil niet op zijn stoel verder gaan zitten. Er is een schorsing aangevraagd. Ja, mijnheer De Kloet.
De heer De Kloet: Is het toegestaan om een verduidelijkende vraag te stellen aan de auditcommissie, aan mevrouw Pronk in dit geval? De voorzitter: Ja hoor, hebt u dat? De heer De Kloet: Want u zegt, ik ben overvallen. Bent u overvallen door vanavond of wist u hier al van als auditcommissie of hoe moet ik dat duiden? De voorzitter: Mevrouw Pronk. Mevrouw Pronk: Voorzitter, ja, vanavond overvallen. We hebben de voorbereiding allemaal getroffen. Ik heb een stuk voor me liggen wat ik zou willen verduidelijken inderdaad, dat alles is helemaal oké. Dus overvallen door de mededeling dat nu de verklaring er niet is inderdaad. De voorzitter: Dit is een heel actuele ontwikkeling, zal ik het zo noemen. Goed, hoeveel tijd denkt u nodig te hebben voor de schorsing? Mevrouw Abrahamse: Mag ik nog iets vragen, voorzitter? De voorzitter: Ja. Mevrouw Abrahamse: Ter verduidelijking. Want er zijn natuurlijk meerdere mogelijkheden om het overleg onderling te hebben namelijk nu schorsen, korte tijd, of schors het tot donderdag tot de verklaring er wel is. De voorzitter: Ik voel er weinig voor … Mevrouw Abrahamse: Dus dat is een … De voorzitter: … om deze raadsvergadering in zijn totaliteit te schorsen tot donderdag. Mevrouw Abrahamse: Nee, voor dit punt natuurlijk. De voorzitter: Ja. Mevrouw Abrahamse: Ja, dat betekent dat we gewoon verder alles afhandelen behalve dit punt.
En dit dan donderdag op het moment dat die er wel is, aan de voorzitter geven. De heer De Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Nou, misschien om mevrouw Pronk even aan te vullen, wij hebben als auditcommissie afgelopen vrijdag een goed gesprek gehad met de accountant. Naar aanleiding van het gesprek heeft mevrouw Pronk ook een tekst voorbereid. Misschien is het een voorstel om die tekst even te laten voorlezen door mevrouw Pronk om de raad misschien wat gerust te stellen. Ja, en leg ik even voor aan de raad maar is dat misschien een idee? De voorzitter: Dat lijkt mij prima. Ik zie nu twee, mijnheer Nienhuis.
De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, we kunnen er heel lang over praten. De wethouder heeft ook een schorsing nodig heb ik begrepen want ik wil ook inderdaad uitgezocht hebben wat er gebeurt als de accountant niet met een verklaring komt. En ik wil inderdaad de mogelijkheid onderzoeken of wij kunnen schorsen voor dit onderwerp tot de donderdag. Want iedereen is het hierover eens, in deze gemeenteraad hebben wij, in dit huis hebben we altijd gezegd, wij gaan pas iets goedkeuren als er een accountantsverklaring bij ligt en anders niet. Dat is mijn uitspraak, daar moet u het mee doen. De voorzitter: Ja, daar moet de raad het mee doen denk ik. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ja, ik ben geen voorstander voor het voorstel wat de heer De Kruijff doet, om hier iets voor te gaan lezen op basis van iets wat we niet hebben en waarschijnlijk niet eens komt. Dus ik zou mevrouw Pronk die moeite willen laten besparen. Dus … De voorzitter: Nou, het is een verzoek geweest van de heer De Kruijff. Mevrouw Pronk, doet u het maar want u hebt … De heer De Kloet: Maar voorzitter, ik mag toch reageren op een verzoek? De voorzitter: Ja, ja. De heer De Kloet: En dat doe ik bij deze. De voorzitter: Mag u op reageren. Ja, dat hebt u ook gedaan. Maar ik kijk naar mevrouw Pronk. U hebt een verklaring vanuit de auditcommissie klaar om voor te lezen? Of zegt u, het voegt nu niet zoveel toe. Het is aan u.
Mevrouw Pronk: Ja, ik had iets voorbereid inderdaad. Ik wil het met alle plezier voorlezen maar wat is de mening van … Nee, niet doen? De voorzitter: Toe maar, ja. Mevrouw Pronk: Oké. Goed. Het is dus wel een tekst die niet helemaal meer klopt. Goedenavond u allen, op de tribune, college en raad. Graag doe ik verslag namens de auditcommissie bestaande uit Patricia IJsbrandij van DorpsBelangen, Bo De Kruijff van de VVD en mezelf, Marjan Pronk van De Lokale Partij, waar ik de voorzitter van de auditcommissie ben. Afgelopen donderdag hebben de leden van de auditcommissie het concept jaarverslag 2021 ontvangen. Een dag later op vrijdagmiddag hebben we een vergadering gehad met de heren van de accountant BDO en de financieel verantwoordelijke ambtenaren. De accountant heeft in de vergadering het verslag gepresenteerd en de auditcommissie heeft gelegenheid gehad om vragen te stellen. Ik neem u graag op hoofdpunten mee door het verslag en de bevindingen. De accountant heeft een controleverklaring afgegeven, nou, dat klopt dus even niet maar, waarin gesteld wordt dat de jaarrekening 2021 getrouw is. Voor de rechtmatigheid heeft de accountant een verklaring met beperking afgegeven. Wat wordt daarmee bedoeld? De baten en lasten op de balans zijn in overeenstemming met de wet- en regelgeving.
Met de beperking van de posten die bestaan uit onder andere ouderen aanbestedingen, niet via Europese richtlijnen en langlopende ICT-contracten. De grondslagen van de jaarrekening zijn aanvaardbaar en het BBV wordt nageleefd. BBV, dat staat voor besluit, begroting en verantwoording. Het BBV zijn wettelijke regels die vastgesteld zijn om transparantie te bieden bij de verantwoording van de financiële positie van de gemeente. In het verslag wordt de positie van onze gemeente aangegeven in een aantal kerncijfers die de
meeste van ons inmiddels wel uit het hoofd kennen. Maar voor alle duidelijkheid, onze solvabiliteit is 22 procent. Solvabiliteit is een rekenformule waarmee we de financiële gezondheid van onze gemeente meten. Mocht u denken, wat is dan wel een gezond solvabiliteitspercentage? Dan hebben we het over tussen de 25 en 40 procent. Dus met 22 procent is er werk aan de winkel. We hebben te maken met een tekort van ruim 1,2 miljoen. De weerstandsratio van onze gemeente is 0.62 en moet naar boven de 1 procent. Vraagt u zich af wat de weerstandsratio is? Het percentage van alle risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen zijn en die een risico kunnen zijn voor de financiële positie. Bij onze gemeente betreft dit vooral de risico’s Porseleinhaven en het sociaal domein. Het sociaal domein is een lastig punt waar de gemeente weinig grip op heeft. We worden met hoge kosten geconfronteerd doordat het Rijk veel werk naar de gemeente heeft doorgeschoven. Nog niet duidelijk is hoe zich dit verder ontwikkelt. Voor beide onderdelen geldt dat het risico van optreden groot is. De accountant heeft ons in het verslag een aantal aandachtspunten gegeven. Eén, stabiliteit van de financiële kolom. Nou, dit punt hoef ik u niet meer uit te leggen. We moeten hard aan het werk om de financiële positie van de gemeente te verbeteren. Twee, het behouden van kennis binnen de organisatie.
Kort gezegd, op zoek naar meer vast personeel in dienst. Dus geen interim medewerkers meer die na betrekkelijk korte tijd met kennis naar een volgende baan verdwijnen. Hoe blij we ook zijn en zijn geweest met de inzet van die interim medewerkers. Drie, borging van het eigenaarschap. We moeten verantwoordelijkheden beter vastleggen en inregelen. Maar dit is pas volledig mogelijk bij voldoende personele bezetting. Vier, doorontwikkeling van een administratieve organisatie en interne controle naar rechtmatigheidsverantwoording. De teamleider financiën heeft helaas nog een dubbelfunctie, bij gebrek aan een concerncontroller die we nog niet hebben kunnen aantrekken. Die dubbelfunctie voor een teamleider financiën is niet wenselijk, qua verantwoordelijkheid en controle van de diverse bedrijfsprocessen. Ook voor de persoon in kwestie is het niet prettig werken omdat hij veel ballen in de lucht moet houden. In dit punt wordt controle naar rechtmatigheidsverantwoording genoemd. Rechtmatigheidsverantwoording, ja, één woord, 29 letters. Het betreft een nieuw wetsvoorstel wat recent naar de Tweede Kamer is gezonden en het moet per 1 januari ingaan. Als ik het vrij vertaal is het de verantwoording die de gemeente heeft voor het zorgvuldig en volgens de wet- en regelgeving uitgeven van gemeenschapsgeld.
Hier gaat van de gemeente nogal wat extra werk gevraagd worden qua ‘…’, ja, ik ga ervan stotteren, een plan van aanpak, controle en de bijkomende verslaglegging. Belangrijk dus dat we dit al in het vizier hebben en er voorbereidingen voor treffen. De gemeente heeft het inmiddels op de agenda staan. Ik maak even een klein zijsprongetje. In de raad zijn er vragen gesteld naar de verhoudingen qua inkomsten en uitgaven voor verschillende totaal onvoorziene omstandigheden. De voorzitter: Mevrouw Pronk, bent u er bijna? Mevrouw Pronk: Oké. Ja, ik zal mijn best doen. De voorzitter: Ja, oké. Mevrouw Pronk: Totaal onvoorziene omstandigheden, denkt u bijvoorbeeld aan de coronakosten en ook de kosten betreffende onze Oekraïense medeburgers. Alhoewel dit laatste natuurlijk bij de verantwoording van het jaar 2022 speelt. Het verslag over 2021 geeft een goed beeld van Tozo. En Tozo is de Tijdelijke overbrugging zelfstandig ondernemers. Dan hebben we het over de financiële steunmaatregelen van het kabinet aan onze door corona getroffen ondernemers. In het verslag is te lezen dat de gemeente Wijdemeren een bedrag van 1,9 miljoen vooruitbetaald heeft ontvangen van het Rijk. Daarvan is ruim 1,4 miljoen uitbetaald qua bedrijfskosten en levensonderhoud aan de ondernemers. Het resterende bedrag gaat of is inmiddels al teruggeboekt naar het Rijk.
Per saldo heeft de gemeente aan de Tozo coronasteun dus geen geld
ingeleverd, een geruststellende gedachte. De accountantsdienst vertelt ons in dit alles niks nieuws maar het is wel prettig om het concreet en helder op een rij te hebben. Aan ons allen de taak om hier zo goed mogelijk mee aan het werk te gaan. Met deze samenvatting ben ik inmiddels aangekomen bij de eindconclusie. De auditcommissie gaat akkoord en verleent decharge. Ik had nog een stukje maar dat laat ik. De heer Nienhuis: Voorzitter? De voorzitter: Ja, dat was een stukje. U bent echt in de leer gegaan bij uw voorganger, mijnheer Zagt, een klein stukje. Mevrouw Pronk: Is dat zo? De voorzitter: Ja. Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Voorzitter, ja, ik wil een eerste bezwaar maken, het feit, burgemeester, dat u echt sturend bent in dit verhaal. Niemand wilde, of de meeste partijen wilden niet dat de voorzitter van de auditcommissie een verhaal ging houden. Dat vind ik heel vervelend dat u daar sturend in bent. Ten tweede, dank u wel, met respect voor uw verhaal. De vorige keer dat de auditcommissie bij, of in ieder geval in de gemeenteraad verslag heeft gedaan was het van, we hebben met de account gesproken en de cijfers waren goedgekeurd. Dat is normaal het verhaal. En u kunt geen decharge verlenen, mevrouw. Als de auditcommissie is een vertegenwoordiger van de raad en de raad kan het alleen maar. Dus de auditcommissie heeft totaal wat dat betreft geen functie.
En in de toekomst moeten we toch dat op een andere manier gaan doen. En ik heb wel goed geluisterd naar uw verhaal en bedankt daarvoor. De voorzitter: Dank voor uw inbreng, mijnheer Nienhuis. Goed, ik kijk rond, ik stel voor dat we gaan schorsen. Ja, want er moeten nog wat antwoorden worden … Er zijn wat vragen gesteld en die moeten worden beantwoord. Ja. Mevrouw Abrahamse: Voorzitter, zou ik nog één vraag mogen stellen aan de wethouder wat de nadelen zijn om te schorsen tot donderdag? Omdat we dan alle gegevens in huis hebben die we nodig hebben, die we allemaal als raad graag zien. Wat is het nadeel daarvan? Dan kunnen we dat meenemen in de schorsing nu. De voorzitter: Die vraag nemen we mee in de schorsing. Ja, dan krijgt u na de schorsing daar beantwoording voor. Mevrouw Abrahamse: Goed, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja? Dan schors ik de vergadering voor tien minuten, hebt u daar genoeg aan? Ik kijk ook even ambtelijk, heeft men genoeg aan tien? Ja? We zijn afhankelijk van de bereikbaarheid van een aantal personen dus ik … Wilt u het horen, hoelang we gaan schorsen? Ja, oké. Wij gaan in principe schorsen voor tien minuten maar het kan iets uitlopen tot een kwartier. Dus voor de luisteraars thuis, dan weet u als we over tien minuten nog niet begonnen zijn, hoe dat komt. Dus ik schors nu de vergadering.
De heer …: Kwartier? Geen twintig minuten? De voorzitter: Tien minuten.
De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering met excuses aan onze bezoekers op de publieke tribune en de mensen thuis. Het was langer dan tien minuten en was ook langer dan een kwartier maar dat had men toch wel nodig. Goed, er zijn … Heb ik uw aandacht? Ja, goed. Er zijn wat vragen gesteld aan de wethouder en ik wil de wethouder uitnodigen om daar beantwoording op te geven. Met uw goedvinden, mevrouw Abrahamse, maar volgens mij wilt u eerst de beantwoording horen voordat u verder gaat. Ja. Goed. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, voorzitter, volgens mij zijn er feitelijk twee vragen, wat als de accountant niet met een verklaring komt? Nou, ik moest daar ook even over denken maar de accountant komt natuurlijk met een verklaring maar het gaat erom, is die goedkeurend met een beperking, wat we verwachten, of is die afkeurend? Dat zijn zeg maar de twee smaken. In beide gevallen zal uw raad een besluit moeten nemen. Het is voor mij ook nieuw maar ik heb me daar uiteraard over laten adviseren. Ook in het geval een afkeurende verklaring voor de accountant komt, zal de raad toch een besluit moeten nemen. Daar zal de raad natuurlijk wat van vinden, misschien ook wel vooral naar de wethouder toe. Het lijkt me logisch want daar moet natuurlijk iets over uitgesproken worden. Maar dat zijn zeg maar de twee opties.
Waar het nu om gaat, en dat is een puntje wat wij op dit moment helaas niet duidelijk krijgen, moet bij het uploaden of het aanleveren naar de provincie uiterlijk aanstaande vrijdag, daar moet natuurlijk de jaarrekening bij, daar moet natuurlijk het accountantsverslag bij, maar moet daar ook die verklaring direct bij zitten? Dat weten we niet. Donderdag is er overleg gepland, hoor ik net, met de teamleider financiën, met de provincie, dus we kunnen die vraag adresseren. Maar ik weet dat antwoord nu niet. Een tweede vraag was, wat zijn de nadelen om te schorsen tot donderdag? Nou, nog daargelaten denk ik dat het primair een vraag is aan de voorzitter van uw raad. Zouden er zeg maar voor de kant van financiën geen nadelen aan zitten. Want laten we hopen, maar ik durf het bijna niet meer te zeggen, u weet wat ik ga zeggen, dat die er dan wel is. Hetgeen waar mevrouw Pronk verslag van heeft gedaan is het accountantsverslag. Wij moeten, ik weet dat velen het precies weten maar om even helderheid te schetsen, je hebt het verslag en je hebt de verklaring. De verklaring is feitelijk niets meer dan dat de bevestiging met de handtekening en dergelijke, dat alles wat in het verslag staat en geconstateerd is in de jaarrekening correct is. Nou, alleen die verklaring ontbreekt momenteel. Het verslag is er.
U heeft alle bevindingen en dergelijke kunnen lezen of u bent daar zonet over bijgepraat. Wens van het college is echt om nu vanavond het besluit te nemen zoals dat voorligt. Het gewijzigde besluit zoals de griffie dat hedenavond heeft gewijzigd. Na aanvang van de vergadering maar wat u nu inmiddels volgens mij iedereen duidelijk zal zijn. En volgens mij, voorzitter, heb ik daarmee de vragen beantwoord en ook geschetst hoe het college het graag zou zien. Maar het is nadrukkelijk aan uw raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Zagt. Zijn er nog verhelderende vragen aan de wethouder? Nee. Oké. Ja, o, mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Even een vraag inderdaad aan de wethouder als het mag. Ik probeer nu even de chronologie een beetje te pakken te krijgen. Volgens mij is er vorige week, eind vorige week een vergadering geweest ook met de auditcommissie erbij. Net zei de wethouder dat er nog extra stukken zijn aangeleverd. Misschien kan die nog even verduidelijken wanneer dat nou precies was? Want hij zegt, ja, er ligt een verslag en dat is, nou ja, die verklaring zal ongeveer gelijk zijn. Maar als er in de tussentijd extra stukken zijn aangeleverd ben ik heel benieuwd waar de wethouder zijn mening op baseert, dat dan verslag en verklaring weinig zullen afwijken? Want er is nieuwe informatie voorzien dus dan ben ik even in eerste instantie benieuwd naar.
In eerste instantie, niet in eerste termijn.
De voorzitter: Ja, wellicht, wethouder Zagt, dient het wel een doel om iets meer inzicht te geven in datgene wat vanmiddag is gebeurd. De heer Zagt: Ja. Nou ja, nogmaals, het is heel basaal. U weet dat ik ook zo’n papierman ben. En ik moet helaas afscheid nemen in deze digitale maatschappij, van alle … Van mijn hele omgeving hier van, Gert, je moet veel meer digitaal doen. Maar de accountant verlangde vandaag van ons een papieren versie. En, nou, het is mij ook nog steeds niet gelukt om die uit te draaien uit het LIA, zoals het systeem hier heet. Dus er is vandaag letterlijk, nou ja, vergeef me de woorden, maar geknipt en geplakt. En ook de bijlages moesten nog eens een keer in één PDF gecomprimeerd of hoe het allemaal mag heten worden. Nou, dat was een gigantische job en toen dat uiteindelijk zover was, en of dat vier uur of vijf uur was, toen was in ieder geval de reactie, ja, maar het lukt ons niet meer om dat vandaag af te ronden. En dat was niet de reactie van de gemeente, dat was de reactie van de accountant. En die afronding zullen we morgen doen. De voorzitter: Mevrouw Abrahamse. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch nog een vraag aan wethouder Zagt. Het is een heel ingewikkelde situatie, ook voor onze raad een onbegrijpelijke situatie. We begrijpen heel goed waar u in verkeerd als college, dus het gaat er ook echt om, om mee te denken daarin.
Tegelijkertijd geeft een accountant vanuit zijn professionaliteit ook geen verklaring af als niet alle antwoorden op alle vragen zijn gekomen. Wij kunnen natuurlijk alleen maar beoordelen of kleine zaken kleine zaken zijn als die verklaring er ook is. We vragen ons af of het ook mogelijk is om onder voorbehoud goedkeuring te geven aan de stukken tot donderdag, onder voorbehoud dat dan de verklaring er is en dat wij ook uitsluitend de verklaring naar de provincie sturen als die verklaring er ook bij zit. Of dat we de stukken naar de provincie sturen als de verklaring er ook bij zit. Sorry. De voorzitter: Dat u het als voorwaarde verbindt binnen het besluit? Mevrouw Abrahamse: Ja. De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Abrahamse: Ja. En nog dank u wel voor uw nuancering over hoe de verklaring er wel of niet uit kan zien, positief of negatief. Ja. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Nou ja, dat is best een ingewikkelde. Ja, ik moet daar ook gewoon bijna een soort hardop over denken. Kijk, het beperkt, om maar even te schetsen het speelveld, het beperkt de mogelijkheid dat stel dat de provincie zegt, joh, we vinden het eerst oké dat de jaarrekening en het accountantsverslag is opgeleverd. En de accountantsverklaring, waarvan mij zonet in de schorsing ambtelijke te kennen gegeven is, dat is een administratieve handeling.
Als de provincie daarvan zegt dat die nagestuurd wordt, dan zouden we het zeg maar naar de toezichthouder redden en op tijd te zijn. Nou, dat vind ik, maar ik hoop vooral dat uw raad dat wel iets waard vindt. Ik snap ook het gevoel wat u zegt van, ja, we gaan niet onze … Onze toestemming is beperkt tot een termijn, dat gevoel begrijp ik heel goed. Maar of we daarmee voldoende uit de voeten kunnen, ja, dat is voor mij echt een vraag van hoe zwaar weegt bij de provincie dat de verklaring bij de stukken zit. Voor u weegt het zwaar. De inhoud zal er niet mee veranderen ben ik van mening, gelet op het accountantsverslag want daar zult u het mee moeten doen. En ja, het zou mij, en ik hoop dat ik namens het
college mag spreken, voorzitter, enorm verrassen als daar een afkeurende verklaring zou komen. Ik kan het me niet voorstellen. Maar goed, dat is heel glad ijs geloof ik, als je dat als nieuwbakken wethouder zegt. De voorzitter: Goed. Ik kijk rond. O, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ja, toch nog even als nieuweling mag dat nog even. Ik weet niet hoelang dat duurt, dat je als nieuweling vragen mag stellen. Maar, tot vrijdag, oké. Ja, u geeft aan, de accountantsverklaring geeft aan of het accountantsverslag en de jaarrekening correct is. Heb ik dat goed begrepen? De heer Zagt: Officieel zijn de termen of die een getrouw beeld geeft van de baten en de lasten en of sprake is van rechtmatigheid. Met betrekking tot de rechtmatigheid heeft de accountant aangegeven, daar komt een beperkende verklaring omdat op het gebied van met name aanbestedingen, langlopende contracten waar je niet zomaar af kon, vorig jaar hadden we al een beperking, en dat stapelt zich want de contracten lopen door, daar krijgen we een beperking op. Dat weten we, dat is een feit. Dat blijft binnen de marge voor een afkeurende verklaring want als je heel veel stapeling zou hebben van foute aanbesteding of niet rechtmatige, sorry voor het woord, niet rechtmatige aanbestedingen, dan zou er een afkeurende verklaring kunnen volgen. Nou, gelukkig zijn we zover niet.
Mevrouw Kaper: Ja, ik heb toch nog één aanvullende vraag als dat mag. De voorzitter: Ja, is goed. Mevrouw Kaper: Qua gewicht, hoe zwaar weegt die verklaring? Ik probeer het even te snappen. Dus hoe zwaar weegt die verklaring als die niet wordt afgegeven of toch anders wordt afgegeven, hoe zwaar weegt dat ten opzichte van de jaarrekening en het accountantsverslag? Is dat heel zwaarwegend of is het een formaliteit? De heer Zagt: Nou, ik zou als raadslid het zeer zwaarwegend vinden. U stelt, het geeft u … Ik ben zelf ook raadslid geweest, het gaf mij als leek, ik ga niet zeggen dat u een leek bent, maar het gaf mij als leek in ieder geval ook het vertrouwen, hier hebben deskundigen naar gekeken die de wet- en regelgeving exact weten en die dat er allemaal tegenaan houden en daar mag ik op vertrouwen. Dat is mijn antwoord. De voorzitter: Goed. Ik kijk rond. Mevrouw Abrahamse, u wilde nog iets zeggen, inbrengen? Mevrouw Abrahamse: Nou ja, ik zou wel iets kunnen zeggen over hoe we ernaar kijken nu de antwoorden zijn gegeven en de mogelijkheden geschetst. Ik denk dat het in de gegeven situatie die heel bijzonder is, uitzonderlijk hoop ik ook vooral, kan ik me ook voorstellen dat het wel een blamage is voor het oude college en ons nieuwe college en de raad als we dit niet met elkaar oplossen op tijd.
Dus in die zin zijn wij geneigd om daarin mee te gaan om het college tegemoet te komen om hem onder voorwaarden af te geven. De voorzitter: Maar dan verandert het besluit. Dus uw voorstel is ook om het besluit te veranderen als u zegt, ik wil daar voorwaarden aan verbinden. Mevrouw Abrahamse: Ja, dat is dan wat u kunt doen, ja. De voorzitter: Oké. Er ligt een raadsbesluit voor dus als het goed is dan wilt u een amendement daarop inbrengen.
Mevrouw Abrahamse: Nou, fijn als u mij even ondersteunt daarin want zo handig ben ik ook nog niet daarin. Dus daar vraag ik even ook assistentie van anderen bij. De voorzitter: Dat mag ook een mondeling amendement zijn, hoor ik van de griffier. Maar ik denk dat u meer ondersteuning nodig hebt vermoed ik zo. Maar goed, ik begrijp dat GroenLinks-PvdA graag het huidige raadsbesluit wat voorligt wil amenderen. Nee, u hebt het nog niet, ik hoor het, maar dat is uw wens. Dat is wat ik begrijp. Klopt dat? Mevrouw Abrahamse: Ja, laten we … Nou ja, ik wil graag ook nog horen hoe de anderen daarover denken omdat het heel uitzonderlijk is en dit voor ons ook een niet gebruikelijke situatie is. Dus ik hoor graag hoe de anderen daarin staan. De voorzitter: Oké. Mevrouw Abrahamse: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dus u hoort graag van de andere fracties of zij een dergelijk amendement kunnen ondersteunen. Mevrouw Abrahamse: Precies. De voorzitter: En dan kijkt u naar de haalbaarheid ervan en dan maakt u een afweging of u het wel of niet gaat doen. Oké. Ik begrijp het. Mevrouw Abrahamse: Fijn, dank u wel. De voorzitter: Ja. Helemaal goed. Ik kijk rond. De heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Dank u, vriendelijk, voorzitter. Ik vind het een moeilijke situatie, laat dat duidelijk zijn. En we hebben hier alleen maar verliezers. En dit is ook wel, het is politiek maar ook weer niet eigenlijk.
Dat is het vervelende in deze zaak. We hebben eerder geloof ik een jaar of vier geleden hebben wij uitslag gekregen van de provincie omdat we ook niet op tijd waren. En ik moet dan wel in de gedachten van mijnheer Zagt als oudraadslid, die was ook een groot voorstander van, ik trouwens ook, wij zijn allemaal consistent wat dat betreft, mijnheer Lachman ook, die zeggen van, ja, oké jongens, zonder verklaring gaan we gewoon de cijfers niet goedkeuren. En kijk, het is namelijk zo dat de accountant wordt door de gemeenteraad ingehuurd, de auditcommissie is daar de vertegenwoordiger van. En het geeft gewoon een beeld, die handtekening is belangrijk voor de rechtmatigheid, wat de wethouder al gezegd heeft. En daar hechten we gewoon grote waarde aan, voorzitter. Dus vandaar dat wij, ik mijn fractie adviseer om tegen het voorstel te stemmen om het nu goed te keuren en het uit te stellen totdat de verklaring er is. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Dus u voelt niets voor het voorstel van GroenLinks-PvdA? De heer Nienhuis: Als die, ik hoor alleen dat we de collega van GroenLinks-PvdA, dat voorstelt maar ik heb niet concreet gehoord wat het voorstel is. Alleen maar dat ze zeggen onder voorbehoud maar of dat juridisch kan dat moet nog getoetst worden natuurlijk neem ik aan. Een amendement wordt ook ambtelijk getoetst op dit moment. De voorzitter: Uiteraard. Oké. Mijnheer De Kloet.
De heer De Kloet: Ja, ik sluit me graag bij die woorden aan. Ik vind deze gang van zaken rondom een buitengewoon belangrijk stuk waar ook nog grote financiële consequenties aan verbonden zijn, laten we daar niet al te licht over denken, ja, ik vind niet dat we dan onder voorbehoud van iets wat misschien gaat komen, we hebben al een keer een toezegging gehad dat die zou komen, hij is er niet, dan gaan we nog een keer een toezegging. Ja, misschien donderdag, maar we gaan donderdagmiddag weer bij elkaar zitten. Ik vind het echt een, nou, het woord blamage heb ik net gezegd maar die kant gaat het wel op. Ik ben totaal geen voorstander van om onder voorbehoud nu iets te gaan goedkeuren zonder een goedkeurende verklaring. Terwijl er vanmiddag, eind middag misschien nog stukken wel of niet zijn doorgestuurd vanuit de printer. Nee, dit gaat echt mij veel te ver en ik vind dat we gewoon een normale procedure moeten volgen, dat doe ik altijd. Zoals u weet ben ik groot voorstander van. En in dit geval ook, is elke vorm van een lapmiddel en een tussenoplossing, zijn wij als DorpsBelangen geen voorstander van. De voorzitter: Goed, de heer De Kruijff, volgens mij, u had uw vinger opgestoken? Of had … Ja.
De heer De Kruijff: Nou, voorzitter, ik vroeg me … Ik begrijp uit uw reactie en ook uit de reactie van de wethouder dat het dus mogelijk is om een raadsvoorstel aan te nemen onder voorbehoud. Begrijp ik dat goed? Even een vraag aan zowel de voorzitter van de raad als de wethouder? De voorzitter: Nee, niet een raadsvoorstel onder voorbehoud aan te nemen maar in het raadsbesluit op te nemen dat u goedkeuring verleent aan de jaarrekening, de jaarrekening vaststelt onder verbindende voorwaarde dat die verklaring voor donderdag zes uur, acht uur, wat dan ook, binnen is. Mocht het dan niet binnen zijn, dan vervalt het besluit van de raad waarin de raad de jaarrekening heeft goedgekeurd. En dan is er geen goedkeuring van de jaarrekening en dan zal uitstel moeten worden aangevraagd. De heer De Kruijff: En dat kan dus? De voorzitter: Ja, en ja. Rustig. En de griffier heeft bij mij aangegeven dat dit kan juridisch, ja. Ik ga naar een andere partij nog, ja. Ik kijk naar de heer Goetheer. De heer Goetheer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ga nu toch een klein beetje twijfelen. Als eerst dacht ik van, oké, de verklaring en dan ook, pardon, wat DorpsBelangen net zei van, of iets wel komt of niet komt, er werd heel zwaar aangezet. Maar uiteindelijk is het gewoon een accountantsverslag.
En dat accountantsverslag gaat echt niet meer veranderen door het aanleveren van een papierenversie wat echt een administratieve handeling is, zoals ik het net de wethouder heb horen vertellen. Dus het accountantsverslag met alle feiten, de jaarrekening, dat gaat niet meer veranderen. Daar hebben we het nu niet over. Nu hebben we het dus over de laatste administratieve stap. En dan kunnen we het gaan hebben over of we de afgelopen jaren tevreden zijn geweest over onze huisaccountant of niet. Nou, dat laat ik buiten beschouwing op dit moment. Maar het gaat er dus om van dat dit de laatste administratieve handeling is en dat gegevens niet gaan veranderen die nu aan ons voorliggen. Op het moment zoals ik net begrijp dat het mogelijk is dat we er dus wel van uitgaan dat de accountantsverklaring voor, nou, eigenlijk vrijdag zou die hier dus pas hoeven te zijn, voordat we het opsturen, heb ik net ook de wethouder horen zeggen van, nou, misschien hoeven we zeg maar zo’n accountantsverklaring niet eens op te sturen naar de provincie en daar gaat de wethouder of in ieder geval de ambtenaren donderdag nog over hebben met de provincie. Dus er lopen een paar dingen. Ik ben eigenlijk nu wel gecharmeerd van het voorstel van Partij van de Arbeid-GroenLinks om toch die beperking erin op te nemen, mocht dat het geval zijn dat we hem nog niet voor vrijdag hebben.
Ik, wat ik net hoorde uit de woorden, ik ga ervan uit dat die morgenochtend er eigenlijk gewoon al is. Ja, dan is er niks aan de hand. En mocht dat niet het geval zijn dan, ja, moet er uitstel gevraagd worden. Hoe jammer dat ook is. Maar dat
verandert nog steeds niks aan wat in het accountantsverslag staat en is puur een administratieve handeling. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Goed, u had een interruptie op de heer Goetheer? De heer De Kloet: Jazeker. En ik heb even gewacht tot hij uitgesproken was natuurlijk. Wat ik dan graag zou willen horen, en dan maar niet van de heer Goetheer in dit geval als het mag maar van de wethouder als u mij toestaat, dat er dus een toezegging en een keiharde garantie is dat het verslag gelijk is aan de verklaring. Als de wethouder zegt, nee, het is gewoon een op een, dat is een ander woordje erboven en ik geef u nu op een briefje mee, om die term maar even te gebruiken, dat dat gewoon 100 procent hetzelfde is. Ja, dan weet ik niet waarom we hier nu een uur aan het praten zijn over dit onderwerp. De heer Goetheer: Voorzitter? De heer De Kloet: Dus als de wethouder die garantie kan geven en die toezegging doet, dan is het volgens mij klaar. De voorzitter: De heer Goetheer. De heer Goetheer: Ja, toch even interruptie want het raadslid wil toezegging van een wethouder. Nou, ik heb zeer vaak toezeggingen op die manier geprobeerd te krijgen en een garantie krijg je natuurlijk nooit voor iets waar iemand anders voor verantwoordelijk is, dat kan niet gegeven worden. Op het moment dat er het verslag en de verklaring, die hangen aan elkaar.
Dus op het moment dat het verslag gedeeld is, dat het gesprek met de auditcommissie is geweest, dat dat allemaal in kannen en kruiken is zoals het vandaag, nu het geval is, dan is het alleen nog een administratieve handeling. Dus dan kan daar niet nog heel veel lucht tussen zitten, of wellicht geen. De voorzitter: Ik zie u schudden maar … De heer De Kloet: Nou ja, ik reageer even op de reactie op mij. Wat u … De heer Goetheer, hij zwakt hem nu af dus ik ben inderdaad niet gerustgesteld. De voorzitter: Oké, mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, jammer dat we nou een discussie krijgen wat de rechtmatigheid, wat de belangrijkheid van een verklaring is, van een goedkeurende verklaring, dat is wel even duidelijk. Die is gewoon heel belangrijk, voorzitter. En daar willen we aan vasthouden. Een verslag, een verklaring. Nee, de verklaring is gewoon belangrijk. Die staat, die moet naar de provincie en de wethouder gaat het uitzoeken maar ik ben ervan overtuigd dat die naar de provincie moet. Dus daar gaat het om en je moet het niet bagatelliseren. Een verslag is wat anders dan een verklaring. Dank u vriendelijk.
De voorzitter: Goed, dan kijk ik nog naar de fracties van ChristenUnie en … Ja, mevrouw Kaper? Mevrouw Kaper: Ja, ik denk, ik kan me goed vinden in het amendement en met name als dat juridisch ook kan want dan is er eigenlijk geen man overboord, om het maar zo te zeggen. En mocht het dan toch niet komen, nou, dan is dat zo en dan trekken we dat besluit weer terug. Dus ik zie daar eigenlijk geen bezwaar. De heer Nienhuis: Voorzitter?
De voorzitter: De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, ook wij zijn akkoord met het amendement van de Partij van de ArbeidGroenLinks. Met name ook sinds de toelichting die u zelf heeft gegeven van dit voorbehoud. Dus als het eventueel niet op tijd aanwezig zal zijn, dat dan ook dit besluitpunt moet worden overgedaan, dus wordt afgewezen. Dus het voorbehoud lijkt me een bijzondere goede oplossing op dit ogenblik. De voorzitter: Goed. Dan mijnheer Nienhuis, u had nog een interruptie. De heer Nienhuis: Ja, ik heb nog een interruptie, voorzitter. Want we praten nu over een voorstel, een amendement wat er nog niet is. Dus ik wil graag het amendement graag … De voorzitter: Daar wilde ik naartoe. De heer Nienhuis: … hebben, inderdaad, dat we … Waar we op kunnen reageren. De voorzitter: Ja. De heer Nienhuis: Dank u wel. De voorzitter: Ik … Voor de vorm vraag ik nog … Mijnheer De Kruijff, u wilt nog iets. De heer De Kruijff: Ik had net al, dank u wel, voorzitter, ik had alleen net een vraag gesteld maar nog niet gezegd hoe wij er als fractie instaan. Maar wij zullen het voorstel, onder voorwaarde dat het amendement misschien eerst even gedeeld wordt met de raad, het voorstel van Partij van de Arbeid-GroenLinks steunen. Tot zover.
De voorzitter: Nou, voor de vorm vraag ik aan PvdA-GroenLinks, bent u van plan om een amendement in te dienen? Mevrouw Abrahamse: Nou, dat lijkt me heel verstandig gezien de reacties van iedereen. De voorzitter: Ja. Zal ik u even de tijd geven om met de griffier te kijken naar het dictum van de motie? Mevrouw Abrahamse: Dat lijkt me heel fijn. De voorzitter: Of amendement, sorry. Mevrouw Abrahamse: Dat lijkt me heel praktisch en fijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk naar de griffier, hoelang heeft de griffier nodig, vijf minuten? De heer …: Het is al klaar in tien minuten. De voorzitter: Tien minuten. Oké, nou ik schors de vergadering voor tien minuten en wij hervatten echt de vergadering om tien voor tien. De voorzitter: Ik heropen de vergadering, dank u allen voor uw geduld. Ook de luisteraars thuis en de mensen op de tribune. Er is een schorsing aangevraagd omdat er een amendement is opgesteld dus ik geef nu het
woord aan mevrouw Abrahamse. U kunt dan nu het amendement indienen. En als u dan het dictum wil voorlezen, dan heel graag. En ik geef nu even aan, ook bij de rest van de raadsleden, dat die, ik kijk naar de griffier, hij is inmiddels geüpload in NotuBiz dus als u ververst dan ziet u hem ook daarin terugkomen. Mevrouw Abrahamse, aan u. Mevrouw Abrahamse: Ja, het amendement vraagt als volgt aan besluitpunt 1 toe te voegen, onder voorbehoud van aanwezigheid van de verklaring van de accountant op donderdagmiddag 14 juli 2022 om vier uur, en als besluitpunt 2 op te nemen dat wanneer de accountantsverklaring niet op die tijd aanwezig is of afwijkend is van de bewoording van het accountantsverslag op donderdagmiddag 14 juli 2022 om vier uur, het raadsbesluit als niet genomen te beschouwen en besluitpunt 2 om te nummeren naar besluitpunt 3. Dank u wel. Ik zie enige vertwijfeling. De voorzitter: Ik dacht dat u zei 22 juli maar u zei 14 juli. Mevrouw Abrahamse: 14. De voorzitter: O, 14, ja. Heb ik het zelf verkeerd verstaan. Mevrouw Abrahamse: 2022. De voorzitter: ‘22, dank u wel. Goed, was dat een beweging van u, mijnheer Nienhuis, dat u het wilt ... Ja, goed, aan u het woord. De heer Nienhuis: Dank u vriendelijk, voorzitter. Ik heb in de schorsing inderdaad de dank voor het amendement zo snel geregeld door Partij van de Arbeid-GroenLinks, heel goed. Pragmatisch, daar hou ik ook van.
Maar ik heb wel duidelijk aangegeven dat wij wel die beperkende verklaring van de accountant op donderdagmiddag 14 juli willen hebben. Want hier staat, een verklaring, en dat kan ook de verklaring zijn dat die op vakantie gaat en dat is niet de verklaring waar wij op doelen. Dus vandaar dat ik dat wel gewoon graag toegevoegd wil hebben, dat heb ik ook meerdere malen aangegeven. Zover, voorzitter. De heer Goetheer: Voorzitter? De voorzitter: De heer Goetheer. De heer Goetheer: Ja, dan wil ik toch de heer Nienhuis van het CDA heel even helpen, als besluitpunt 2 op te nemen, dat is natuurlijk de accountantsverklaring die afwijkend dan zou moeten zijn van de bewoording vanuit het accountantsverslag. Dus het accountantsverslag wat wij ook kunnen lezen is dan leidend. Is dat onvoldoende? De heer Nienhuis: Ja, ik praat via de voorzitter. Mevrouw de voorzitter? De heer Goetheer: O. Oké. Voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Zoals ‘…’. Nou. Nee, we kunnen dit … Dit zijn woordspelletjes. Nee, gewoon, er moet een beperkte verklaring van de accountant komen, dat is waar het om gaat. En wat er onder staat, ik vind het ook allemaal prachtig, dat we dan terugtrekken, helemaal goed. Maar het gaat om die eerste zin, de verklaring van
de accountant. En de verklaring is niet van zijn vakantiefoto’s of van zijn vakantie. Het is gewoon de verklaring. Punt één, dat moet naar mijn idee gewijzigd worden in het amendement. De voorzitter: Goed, de heer Goetheer. De heer Goetheer: Ik wil gewoon voorstellen dat we hierover gaan stemmen en dan kunnen we het zien. De voorzitter: Ik kijk naar de indieners, houdt u het bij deze tekst? Mevrouw Abrahamse: We zouden kunnen toevoegen, de beperkende verklaring, want dat is de terminologie die erbij hoort. En als dat voor u een overweging is om akkoord te gaan ook met dit amendement, dan komen wij u graag daarin tegemoet. De heer …: Maar schriftelijk indienen. De heer Nienhuis: Voorzitter? De voorzitter: Goed, u … Ja, mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Nou, als dat gewijzigd wordt, voorzitter, dan stel ik mijn fractie voor om voor te stemmen. De voorzitter: Oké. Dan kijk ik naar de griffier, kan dat woordje toegevoegd worden? De griffier kan alles. Wat hebben wij toch een mazzel met zo’n griffier in Wijdemeren. Er staat wel iets raars maar goed, maakt niet uit. Ja hoor, wethouder, wilt u daar iets over zeggen? De heer Zagt: Ja, voor de duidelijkheid, lieve mensen, ik hoop dat het niet een beperkende verklaring wordt. Het is een goedkeurende verklaring qua getrouwheid en een beperking op de rechtmatigheid.
Dus als we het over woorden hebben, dan moeten we het heel nauwgezet formuleren. Ik … De heer Nienhuis: Voorzitter, ik kan niet mooier … Daar heeft de wethouder natuurlijk gelijk in. Een goedkeurende beperkende verklaring. De voorzitter: Een goedkeurende verklaring met een beperking op de rechtmatigheid. Wilt u dat zo aanpassen, mevrouw Abrahamse? Mevrouw Abrahamse: Ja, dank u wel, voorzitter en wethouder voor de correctie, dat is gewoon mijn onhandigheid nog en ik ben blij dat dat even nu rechtgezet wordt. Dank u wel. De voorzitter: Goed, ik hoor de griffier driftig typen. Ik wil echt niet gaan schorsen. We hebben nog een heel stuk van de agenda nog te behandelen en het is al tien over tien. Dus ik zie … Ik kijk nog even naar de griffier. De heer De Kloet: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Mogen we nog een vraag stellen of is dat … De voorzitter: Aan wie wilt u een vraag stellen?
De heer De Kloet: Nou, ik denk aan de wethouder ook. Ik ben even nu het spoor bijster al een tijdje op dit onderwerp. Maar die verklaring, is dat nou een, vraag ik dus via u aan de wethouder, goedkeurende verklaring even kort gezegd, is dat nou een punt waar we dan nog als raad het over zouden kunnen hebben of is het ongebruikelijk? Want normaal gesproken zit het gewoon bij de jaarrekening, zijn alle spullen compleet en op tijd. Dus dit wordt een verklaring waar we het als raad niet meer over kunnen hebben. Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Als u dit zo vaststelt en de verklaring ligt er, dan gaat u dat als raad niet meer behandelen. Tenzij u dat nu wilt behandelen. Dat kan bij dit agendapunt … De heer De Kloet: Nee, maar … De voorzitter: … want we hebben het tenslotte over de jaarrekening. De heer De Kloet: Ja. Ik wil niet vervelend doen maar ik vroeg het aan de wethouder, sorry. Maar waar het mij om gaat is dat we dus nu een besluit nemen en als dit besluit wordt aangenomen, en ik heb het gevoel dat het zo is, dat we dus de verklaring, omdat het hier niet in staat, verder niet meer gaan behandelen. Daar hebben we het als raad niet meer over. De voorzitter: Ja, dat kan ik wel aan de wethouder vragen maar het is eigenlijk een procesvraag wat u stelt. Wij gaan het dan niet meer over hebben want het is dan besloten. De heer De Kloet: Oké, dan is dat ook goed.
De voorzitter: Er komt geen … Maar u kunt het er wel nu over hebben als u dat wilt want het is tenslotte het onderwerp wat nu op de agenda staat, jaarrekening 2021. De heer De Kloet: Nee maar … Nee. Dat lijkt me, sorry dat ik het zeg, maar dat lijkt me sterk want de verklaring van de accountant heb ik begrepen is er niet. Daar ging het om. De voorzitter: Nee, maar het verslag wel waar dit in staat. De heer De Kloet: Ja, maar ik heb net gehoord van collega Goetheer dat daar een verschil in kan zitten dus. De heer Goetheer: Nee. De heer De Kloet: Waar ik het niet over heb. De heer Goetheer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Goetheer, als … Wij … Maar we moeten echt tot een afronding komen op dit onderwerp. De heer Goetheer: Precies, daar wil ik u graag naar vragen zonder weer te zeggen dat we het nu nog over de verklaring kunnen hebben. Hebben we het voldoende behandeld? Ja, er is een amendement, laten we daarover gaan stemmen. De voorzitter: Ja, ik wil er nu echt een einde aan breien als u het, met uw goedvinden. Goed, ik breng nu het amendement in stemming en daarna dan het raadsvoorstel. Is er behoefte aan een … Mijnheer Nienhuis?
De heer Nienhuis: Ja. Nee, nee, heel flauw maar ik wil echt exact nu weten wat wij nu besluiten. Kunt u dat voorlezen of iemand kan dat voorlezen? De voorzitter: Het staat in uw NotuBiz als u het opnieuw … De heer Nienhuis: O. Ik ga het bekijken. De voorzitter: Ja. Dus we geven u de tijd om dat even te verversen. En het enige dat gewijzigd is, is dus een toevoeging is gedaan zoals er is om verzocht door de indieners. Ja? Mevrouw Abrahamse: Voorzitter? De voorzitter: Ja. O, ja? Mevrouw Abrahamse: Deze wordt ook geprint en rondgedeeld dus er wordt aan gewerkt. De voorzitter: Ja, maar we gaan nu over tot stemming. Ja. Goed, is er behoefte aan een stemverklaring inzake het amendement? Nee. Wie is voor het amendement? En ik constateer dat dat unaniem is dus bij deze vastgesteld. En dan zullen we stemmen over het aangepaste raadsvoorstel, raadsbesluit jaarstukken ‘21. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het gewijzigde raadsbesluit? En ook unaniem, met dank. Gefeliciteerd, wethouder. 16. Voorjaarsnota 2022 De voorzitter: Wij gaan nu naar agendapunt voorjaarsnota 2022. Ik wilde u … Heren, heren, heren. Ik wilde u erop wijzen, het is bijna kwart over tien en ik wil toch echt heel graag de agenda afronden zo snel mogelijk. Probeer voor elf uur dus een beetje vergaderdiscipline met elkaar. Goed, voorjaarsnota.
Voorgesteld wordt voorjaarsnota 2022 vast te stellen en de begroting 2022 te wijzigen zoals aangegeven in het hoofdstuk begrotingswijzigingen met een financiële mutatie 2022 en in het hoofdstuk kredieten. Er is een amendement aangekondigd, A-16-1, ingediend door PvdA-GroenLinks, D66, De Lokale Partij en VVD gehete extra klimaatgelden. Ik geef eerst het woord aan wie van PvdA-GroenLinks? Mevrouw Abrahamse, gaat uw gang. Mevrouw Abrahamse: Dank u wel, voorzitter. Ik neem aan dat u graag wil dat ik het dictum voorlees. De voorzitter: Een toelichting geeft op … Ja, het dictum voorleest en een toelichting eventueel geeft op uw amendement. Mevrouw Abrahamse: Ja. Nou, we zijn natuurlijk heel blij dat de meicirculaire wat financiële ruimte biedt voor ons, waardoor wij even opgelucht adem kunnen halen. Er wordt … Een groot deel van het bedrag heeft een bestemming gevonden. Daar zitten gelden in die vanuit het Rijk bestemd zijn voor het uitvoeren van het Klimaatakkoord maar ze zijn niet geoormerkt. Dat is de basis van het amendement waarbij ik dan het dictum kan voorlezen, dat wij in de voorjaarsnota de vrij te besteden extra gelden van het Rijk voor het uitvoeren van het Klimaatakkoord te weten twee ton opnemen in de reserve duurzaamheid. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel.
Dan kijk ik naar de heer Roosenschoon, behoeft u nog verdere toelichting? De heer Roosenschoon: Het spreekt voor zich, voorzitter.
De voorzitter: Oké, dank. De Lokale Partij, aan wie … De heer Goetheer. De heer Goetheer: Sluit ik me bij aan, voorzitter. De voorzitter: Dank. En de VVD, wie … De heer De Kruijff: Hetzelfde, voorzitter. Sluit ik me bij aan. De voorzitter: Kijk. Mooi. Goed, dan kijk ik naar wethouder Zagt, u mag weer. Reactie vanuit het college. De heer Zagt: Ja, dank u wel, voorzitter. Het advies over het amendement mag ik geven. Nou, zitten twee kanten aan, zoals aan zoveel dingen. Als je kijkt in de geest van het coalitieakkoord plus, en waarom noem ik die plus? Nou, ik vind het dan wel leuk de breedheid die toch in ieder geval al in het amendement zit en misschien ook wel straks in de stemming. Als je daarnaar kijkt, dat we echt ons ook willen onderscheiden op het gebied van duurzaamheid en klimaat, dan is dit een heel logisch amendement. Als je aan de andere kant kijkt wat het amendement doet met de ratio van het weerstandvermogen voor de gemeente gelet op de presentatie van de cijfers in de voorjaarsnota, dan heeft dat natuurlijk een duidelijk effect. Want in plaats van afgerond 2,5 ton in de plus gaan we daarmee naar 50.000 euro in de plus. En dan nog met inachtname de risico’s die opgenomen zijn in het raadsvoorstel. Maar wat ik volgens mij in de commissie ook gezegd heb, waar nog ontbreekt de begrote grondopbrengsten. En er was nog een aspect maar dat ben ik even kwijt.
Maar in ieder geval, grondopbrengsten voor 350.000 euro zitten ook in dit saldo en dat moet nog wel waargemaakt worden. Dus positief of negatief adviseren, ertussenin, dat zou je zeggen, dat is geen vlees en geen vis. In de geest van het akkoord kunnen wij begrijpen als college en adviseren we positief. Maar we geven wel nadrukkelijk mee aan de raad dat we ons niet verkijken op de zeer welkome bedragen uit de meicirculaire want we zullen alle centjes nog heel hard nodig hebben om weer op enig niveau als gemeente Wijdemeren te komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verhelderende vragen aan de wethouder? Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, ik begrijp het hinken van de wethouder, laat ik het zo zeggen. Dat begrijp ik heel goed. Maar wij als gemeenteraad willen gewoon advies. En u zegt, oké, in het coalitieakkoord vind ik het een goed idee maar aan de andere kant ook weer niet. Dus ik wil gewoon concreet horen, het college is van mening dat we dit … Wij bevelen dit aan, of hoe heet dat, wij nemen het over of hoe het heet, dat vind ik beter dan een vaag verhaal. Ik wil gewoon duidelijk hebben, wat gaan we doen, wat adviseert u ons? De voorzitter: Positief of negatief adviseren bedoelt u? Wethouder. De heer Zagt: Ja, ik zal het herhalen. Overnemen, dat mag niet meer heb ik geleerd. Dat kan niet.
Positief heb ik al gezegd en dat zal ik heel duidelijk nog een keer herhalen. Positief, punt, komma. De voorzitter: Goed, punt, punt, we houden het bij punt. Verder nog verduidelijkende vragen? Nee. Is er behoefte, dank u wel, wethouder Zagt, is er behoefte aan beraadslaging hierover, over het amendement? Ja, de heer Nienhuis De heer Nienhuis: Dank u wel, dank u vriendelijk, voorzitter. Een sympathiek amendement en ook natuurlijk hebben wij het coalitieakkoord plus, zoals de wethouder het noemt maar wij noemen het gewoon het coalitieakkoord, gelezen. Maar er staat echt niks concreet in en dat is een beetje jammer, dat vinden we
jammer in dit geval. Wij zullen het amendement wel steunen maar wij verwachten ook dat er in de toekomst meer geld komt uit Den Haag voor duurzaamheid maar ga er dan ook echt wat mee doen. Dat is de oproep die wij doen. En wij gaan voor dit amendement stemmen. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Oké. Verder behoefte? De heer De Kloet. De heer De Kloet: Ja, eigenlijk met dezelfde argumentatie zullen wij niet voor dit amendement stemmen. We vinden eigenlijk dat de gelden zijn wel, komen voort zeg maar uit het Klimaatakkoord maar voor de goede beschrijving, het is naar aanleiding van. Het is niet zo dat het echt bestemd is, staat ook al in het amendement trouwens hoor maar daar wil ik nog even op wijzen. Dus we zien liever dat het gewoon in de algemene reserve verdwijnt en dan met een goed voorstel komen als het gaat over duurzaamheid en naar aanleiding daarvan de gelden die erbij horen ter beschikking stellen. De voorzitter: De heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Met precies dezelfde argumentatie als mijn voorganger zouden wij het graag in de reserve duurzaamheid opgenomen zien en wensen wij de wethouder zeer veel succes met de zeer goede bestedingen die vast al in zijn hoofd zitten. De voorzitter: Goed. Verder nog inbreng of kunnen we overgaan tot stemming? Ja. Ik zie knikkende … Ja.
Goed, dan brengen we amendement A-16-1, even kijken, extra klimaatgelden, gaan we in stemming brengen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het amendement? Dat is de fractie van het CDA, van VVD, van PvdA-GroenLinks, van De Lokale Partij, de ChristenUnie en D66. En dan constateer ik, VVD heb ik gezegd dus ik constateer dat het amendement is aangenomen met zestien stemmen voor en twee stemmen tegen. En dan gaan wij naar het gewijzigde raadsvoorstel, voorjaarsnota 2022. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor de voorjaarsnota 2022? Dat zijn de fracties van het CDA … O. Ja? O, dan is het unaniem zie ik. Bij deze aangenomen. Dan, ja, dat kan wel, mijnheer Nienhuis. Goed, die discussie gaan we nu niet voeren. Amendement OVERIG 17. Moties vreemd aan de agenda 18a. M-V-1 Visie recreatie toerisme 2040 De voorzitter: We gaan door naar de moties vreemd aan de agenda. En we beginnen met 18a, motie vreemd 1, visie recreatie en toerisme. De indieners krijgen drie minuten extra spreektijd voor het indienen van de motie. Wij beginnen met motie V-1 en dan geef ik het woord, dat is ingediend door PvdA-GroenLinks en de VVD. En dan, aan wie geef ik eerst het woord? Aan mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Dank u wel. De voorzitter: En ChristenUnie. En De Lokale Partij, dat stond niet in mijn stukken. Mevrouw Wind: Ja. Even verversen.
De voorzitter: Ah. Nee, die heb ik niet. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, mag ik u iets vragen? Misschien ken ik het Reglement van Orde niet hoor en dat gaat u vast uitleggen, maar ik vind het een beetje een vreemde constructie dat je voor het indienen drie minuten extra krijgt maar we worden ook geacht om daarop te reageren. Dat maakt niet uit, je krijgt alleen als je iets indient en als er dan geen tijd is om te reageren, dan is dat gewoon … Dat zou misschien een puntje om nog een keer te bespreken in het Reglement van Orde want ik neem aan dat u reactie wil. De voorzitter: Maar laten we dat op een ander moment doen, graag. Mevrouw Van Rijn: Ja, dat is prima maar ik neem aan dat er ook reactie … Het zijn er nu zoveel waar je op moet reageren maar van reageren krijg je dus geen extra tijd begrijp ik. Oké. De voorzitter: Nee. Mevrouw Van Rijn: Dat wist ik niet. Dank u wel. De voorzitter: Ja. Mevrouw Wind, gaat uw gang. Mevrouw Wind: Dank u wel. En ingediend dus door vier partijen, maar we hopen op meer steun. Voorzitter, we hebben de laatste tijd een aantal keren gezien dat vakantieparken waarop mensen, ook met een kleine beurs, al jarenlang prettig recreëren, vervangen worden door luxe villaparken. We zien het landelijk maar ook in onze gemeente.
Concreet, Mijnden, bungalowpark Nieuw Loosdrecht, binnenkort ook bij De Otter? Mijn collega Michiel Van Balen van de VVD heeft er diverse malen op gewezen en het spel op de wagen gezet. Voorzitter, het scenario is steeds als volgt, de locaties worden opgekocht door projectontwikkelaars of ze krijgen zeggenschap over de grond. De mensen, die wordt de huur opgezegd. Soms worden ze nog verplicht ook om hun huisje te verwijderen. Er komen super de luxe villaparken voor terug, in prijs variërend van zo een half tot anderhalf miljoen, recreatiewoning. Een en ander wordt op de markt gezet als beleggingsobject met een schitterend rendement. De projectontwikkelaar incasseert een jaarlijkse huur van zo’n vijfduizend euro, oplopend tot zo’n tienduizend euro. En het verdienmodel voorziet in nog wat andere inkomsten voor de projectontwikkelaar bijvoorbeeld in verhuurbemiddeling. En de mensen die daar recreëerden, die hebben het nakijken. En wij als raad ook. Natuurlijk, we kunnen een speldenprikje uitdelen af en toe maar daar helpen we die mensen niet mee. Voorzitter, dat kan allemaal, we staan erbij en we kijken ernaar en we gunnen iedereen het beste maar dit is ons een doorn in het oog. Temeer als het op grond gebeurt die openbaar eigendom is. Doe er wat aan, zou je denken. En dan blijkt dat binnen onze wetgeving je eigenlijk heel weinig kunt.
En dat is nou precies de reden waarom we deze motie indienen. Het is een aanscherping en poging tot versnelling van het coalitieakkoord waarin we hebben opgenomen dat we willen dat recreatiemogelijkheden in onze gemeente voor brede doelgroepen en welstandsklassen beschikbaar blijven. Meer kader, meer visie, meer opties voor de gemeente om kritisch te kijken en te handelen, dat is het doel van deze motie. En de tekst spreekt denk ik voor zich. Zodat recreatie op de parken mogelijk blijft voor brede groepen, ook voor mensen met een kleine beurs en ook voor Jan en Jannie Modaal. Tot slot, voorzitter, u weet, geen motie zonder financiële dekking. Er staat een budgetmogelijkheid in de motie maar tot mijn genoegen hoorde ik vandaag van onze ambtenaren, die we ook zeer erkentelijk zijn voor het intensieve denkwerk dat ze met en voor ons hebben verricht, dat het budget Omgevingswet voor dit jaar ook nog ruimte biedt. De circa 20.000 euro die met uitvoering van deze motie gemoeid is kan ook daaruit gedekt worden. Voorzitter, op dit onderdeel hebben wij geen scherpe opvatting.
De voorzitter: Zou u ook het dictum van de motie willen voorlezen? Ja. Mevrouw Wind: Het hele stuk? De voorzitter: Ja. Mevrouw Wind: Verzoekt het college. Ja, dat wil ik natuurlijk doen. Een programma recreatie en toerisme 2040 te ontwikkelen waarin uitgangspunten worden opgenomen die een concrete uitwerking krijgen als een programma onder de Omgevingswet voor het hele grondgebied van de gemeente. In dit programma kaders op te nemen die het mogelijk maken om beleidsafwegingen vorm te geven en plannen te beoordelen voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente. De kaders recht te laten doen aan de identiteit van de verschillende kernen van Wijdemeren. In dit programma rekening te houden met bestaand en toekomstig beleid zoals de omgevingsvisie, de economische agenda en het gebiedsakkoord. Bij het ontwikkelen van het programma de verschillende partners en belanghebbenden te betrekken bij de ontwikkeling en de uitvoering van het programma, zoals ondernemers en grote organisaties als Natuurmonumenten. In het programma rekening te houden met de potentiële doelgroepen en de toekomstige vraag, planologische voorwaarden en financiële haalbaarheid. Het programma kan kaders geven voor de afspraken, maatregelen en over de uitvoering. Het programma wordt niet in het omgevingsplan vastgelegd. De doelen uit het programma kunnen wel een op een in het omgevingsplan worden opgenomen.