CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 12 juli 2022

gemeenteraad 12 juli 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Opening32.521 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voor de financiering middelen te oormerken vanuit de decentralisatie-uitkering van het Rijk die is aangekondigd in de septembercirculaire 2022 voor de invoering van de Omgevingswet. En ik gaf dus net die andere mogelijkheid. Het is nodig om het zo te formuleren om er als raad, als gemeente wat aan te hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan kijk ik nog naar de VVD, mevrouw Hidding? Mevrouw Hidding: Dank u wel, voorzitter. Mijn collega heeft het al heel mooi omschreven dus excuses als ik wat in herhaling val maar toch, het is erg belangrijk. De laatste jaren zien we dat een aantal recreatieparken voor een beperkte groep, vaak vermogende recreanten, herontwikkeld worden. De VVD vindt dit al jaren een zorgelijke ontwikkeling en wij willen voorkomen dat er uiteindelijk enkel recreatiemogelijkheden zijn voor de happy few. Vanuit dat gedachtegoed hebben wij toentertijd en nu weer een motie ingediend die aangeeft dat wij de recreatieparken voor alle inkomensgroepen willen behouden. Dit ook in lijn met het coalitieakkoord waarin staat dat we recreatieparken voor alle inkomensgroepen willen behouden. Deze motie strekt ertoe een visie te ontwikkelen die meer sturing op dit punt zal moeten geven. Wij bevelen u uiteraard van harte deze motie aan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Dan kijk ik naar De Lokale Partij, is er behoefte aan een nadere toelichting? Mevrouw …: Ik kan heel kort zijn. Wijdemeren heeft behoefte aan een visie op het gebied van recreatie en toerisme om het zo breed mogelijk te houden. De voorzitter: Goed. En mevrouw Kaper van de ChristenUnie? Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik val ook wat in herhaling maar het is inderdaad belangrijk. Als ChristenUnie zien we ook die trend dat gewone recreatieparken worden opgekocht door de ontwikkelaars en deze transformeren in luxe vakantieparken. Dat is landelijk al heel lang aan de gang waardoor huidige huurders ook niet in staat zijn om op deze plek te blijven recreëren en er zijn ook nog eens enorme winsten mee gemoeid. Tijdens mijn periode als commissielid in de provincie Noord-Holland merkte ik hoe weinig

middelen de provincie heeft om hier grip op te krijgen, hoewel het probleem echt werd gezien. De nieuwe woningen die worden gebouwd zijn dus bedoeld voor het hogere segment waardoor recreëren voor de gewone recreant op deze parken niet meer haalbaar is. En de huidige huurders ook niet terug kunnen keren naar de plek waar ze vaak al generaties lang staan en ik heb daar hele schrijnende verhalen over gehoord. De ChristenUnie is van mening dat we hier als gemeente echt snel meer grip op moeten krijgen zodat we niet overlopen worden door deze ontwikkelaars. En daarom zijn we dus mede-indiener van deze motie. Ook in de provincie Noord-Holland is maandag een motie aangenomen waardoor de gedeputeerde met de gemeente in gesprek moet gaan over deze ontwikkeling en gemeente moet aansporen om voldoende recreatiemogelijkheden te houden voor recreanten met een kleine portemonnee. Laten we in Wijdemeren dit gesprek niet afwachten maar hier nu al proactief mee aan de slag gaan. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Mevrouw Van Rijn, u hebt een vraag aan de indieners? Mevrouw Van Rijn: Ja, ik heb eigenlijk, ik denk een verduidelijkende vraag. Als u zegt, dat is niet zo dan doe ik hem in de eerste termijn maar misschien kan de wethouder het dan ook meenemen.

Ik probeer de link te leggen tussen het constateren, en dan staat er op dit moment, de ontwikkelingen, dat er steeds meer jachthavens en parken, dat daar dure woningen, daar gaat het eigenlijk om bij constaterende. En dan verzoekt het college een programma recreatie en toerisme te ontwikkelen. Mijn vraag aan de indieners, maakt niet zoveel uit wie het beantwoordt, maar wat lost dat dan op? Want we kunnen een … Wat is het technische verband? Dat is eigenlijk de vraag. Volgens mij is het namelijk wat er … Ik ben het met het verhaal eens, ik vind het een mooi pleidooi maar met een visie recreatie en toerisme bepalen we niet hoe duur de vakantiehuizen worden. Dus volgens mij lossen we het probleem niet op wat u constateert. Dus dat was even mijn vraag aan de indieners, kunt u mij aangeven wat uw verzoek bijdraagt aan de dure huisjes op de parken? En dan misschien om het voorbeeld wat duidelijker te maken, als wij een camping toestaan in het bestemmingsplan, dan bepalen wij dat daar een camping komt maar wij bepalen niet of die tent honderd of tweehonderd euro per nacht is. Dus wat lost u hiermee op? En dan de andere vraag, als we dit maken hebben we dan een juridisch handvat richting deze ontwikkelaars? Die twee vragen. Ik kan me voorstellen dat de indieners het misschien niet weten, dan kan de wethouder het beantwoorden.

Maar het is wel van belang om hier voor of tegen te stemmen. De voorzitter: Dan stel ik voor dat we eerst naar de wethouder gaan en daarna dan een tweede termijn, dat daar antwoord op gegeven wordt. Vindt u dat goed, mevrouw Van Rijn? Ja? Oké. Dan vraag ik wethouder Kruijt? De heer De Kloet: Voorzitter? De voorzitter: O? De heer De Kloet: Ik had … Mag ik nog een verhelderende vraag stellen aan de indieners? De voorzitter: Uiteraard. De heer De Kloet: Het gaat even over die laatste bullet, over die financiering. Ik bedoel, ik vind het een sympathieke motie hoor maar er werd net gezegd dat er eigenlijk een andere financiering mogelijk is. Kunnen de indieners daar iets meer over zeggen of kwam er nog iets bij dat er dan eventueel uit het bestaande budget al iets gehaald wordt of hoe moet ik dat zien? Is mijn vraag.

De voorzitter: Mevrouw Wind, kunt u dat nogmaals toelichten? Mevrouw Wind: Ja, zal ik alleen de vraag van … De voorzitter: Mijnheer De Kloet. Mevrouw Wind: Wij dachten in goed overleg dat het uit het budget Omgevingswet van volgend jaar zou moeten maar er blijkt nog een ton beschikbaar te zijn voor dit jaar. Ja, soms zijn er meevallers. De heer De Kloet die kijkt, als ik dat geweten had. Maar dat schijnt zo te zijn. Voor de uitvoering van deze motie is zo’n 20, 25.000 nodig. En nogmaals, we hebben als indieners van deze motie een uitgesproken opvatting over wat we zouden willen in Wijdemeren maar het moet gedekt zijn, zijn we ook uitgesproken over met elkaar. Maar uit welk budget, ja, daar mag de wethouder ons in adviseren. En misschien heeft u er een opvatting over, dan hoor ik die ook graag. De voorzitter: Maar zullen we die even bewaren tot de tweede termijn wat u er inhoudelijk van vindt en dan gaan we eerst naar de wethouder, met uw goedvinden. Ja? Mevrouw Kruijt: Dank u wel. Ik word gelukkig, nee, wij worden gelukkig van deze motie. Eindelijk gaat er wat gebeuren.

Er is geen wetgeving op dit moment die afdoende zaken afdekt die we nu constateren met elkaar namelijk het, sorry, soms is mijn stem niet helemaal in orde, maar het opkopen van allerlei parken waar nu laten we zeggen de gewone man recreëert ten gunste van allerlei hele dure, luxe objecten, dat is ons, inderdaad, wat je zegt, een doorn in het oog. En we zouden graag een instrument willen hebben om daar ons eigen beleid op los te laten. Wij denken inderdaad dat je met een, laten we zeggen, een programma recreatie en toerisme voor de wat langere termijn, daar allerlei handvatten en beleid in kunt ontwikkelen. Daar waar het Rijk ons niet die handvatten geeft of de provincie niet, moeten we het zelf gaan doen. En wij denken dat met deze impuls, met een budget van rond de 20.000 euro, denken dat die waarschijnlijk uit de reserve, nee, we weten eigenlijk wel zeker dat die uit de reserve Omgevingswet kan komen, dat is ook waar die uiteindelijk thuis in gaat horen, dat we daarmee voldoende mogelijkheden hebben. De voorzitter: Kunt u aangeven of dat nou uit ‘21 moet of uit ‘22 want daar was wat onduidelijkheid over. Mevrouw Kruijt: Mogen we daarop terugkomen? Oké, hoeft geen jaar bij, hoor ik net. De voorzitter: Oké.

Mevrouw Van Rijn, heeft u een verhelderende vraag aan de wethouder? Mevrouw Van Rijn: Ja, ik heb eigenlijk wel een verhelderende vraag omdat ik het antwoord niet gehoord heb. U zei, we vragen de wethouder om het antwoord maar ik hoor van de wethouder, wij denken dat we met het programma recreatie en toerisme voldoende in huis hebben om te zorgen dat die parken niet opgekocht worden. Nou kan ik me een aantal uitzendingen bij Radar en bij Kassa en bij weet ik veel wat herinneren waar eigenlijk heel duidelijk is dat het Rijk met beleid moet komen voor een huurbescherming. En wij kunnen visies schrijven en beleidsnota’s. Kijk, wat we daarin kunnen opschrijven is dat wij het niet wenselijk vinden dat we recreatie omzetten naar wonen. Dat hebben we in de hand, dat is een onderdeel. Maar volgens mij kunnen wij in de visie niet opnemen dat mijnheer Jansen zijn camping niet mag verkopen aan mijnheer De Vries en dat die dan tweehonderd euro meer vraagt voor … Dus mijn vraag aan het college, ik wil niet weten wat u denkt, ik wil weten hoe het zit, als we dit maken, is dit dan het instrument wat voorkomt dat die parken verkocht worden? Zo niet, dan zou ik naar de indieners willen kijken want ik begrijp wat u wilt, ik ben het ook best wel met u eens. Ik weet niet wat mijn collega’s vinden. Trek dit dan terug, laten we hier een onderwerp van maken en

laten we dan kijken met elkaar hoe we wel antwoord geven op die vraag. Want ik ben bang dat we heel veel beleid gaan maken en niet het antwoord hebben op deze vraag. Dat vind ik ook geen recht doen aan de intentie van dit verhaal. Maar ik wacht nog even het antwoord van de wethouder af hoor. De voorzitter: Wethouder Kruijt? Mevrouw Kruijt: Wij hebben in ons coalitieprogramma gezegd dat wij gebruik gaan maken van de kennis en kunde van inwoners. Die gaan we betrekken bij dit verhaal. Je mag ervan uitgaan, ja, je mag ervan uitgaan dat we enerzijds beleid gaan ontwikkelen op wat kun je wel, wat kun je niet. Dat de slimmigheid van onze inwoners een toevoeging zal zijn aan datgene wat wij aan beleid willen gaan formuleren en willen gaan opnemen in de volle breedte in zo’n programma voor recreatie en toerisme. En dat we daar op dit moment nog geen volledig antwoord hebben, nee, dat is logisch, daar gaan we mee aan de gang juist. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Kruijt: Als ‘…’ … Mevrouw Van Rijn: Ja. De voorzitter: Nog één keer. Mevrouw Kruijt: … klaar was geweest. Mevrouw Van Rijn: Ja, sorry, voorzitter, dat vind ik nou helemaal niet logisch.

De vraag is, brengt deze motie wat de coalitiepartijen in dit geval en de indieners, laat ik het zo zeggen, wat die willen? Klopt het als we dit gemaakt hebben, we gaan straks heel veel werk stoppen en dan zegt u, we hebben slimme inwoners die zullen meedenken. Ja, kan dit nu, is dit nu een juridisch antwoord of niet? En ik geloof dat we heel veel slimme inwoners hebben, die mogen van mij aan allerlei beleid meeschrijven. Ik ga straks opschrijven wat ik van al dat beleid vind, of in tweede termijn. Maar de vraag is niet of we slimme inwoners hebben, de vraag is, als we dit maken wat in al deze bullets staat, hebben we dan een antwoord op die dure campings of kunnen we dan beter zeggen, we steken de koppen bij elkaar, we gaan proberen als raad te acteren om dit probleem op te lossen. En dan denk ik dat het evengoed heel moeilijk is want we hebben echt het landelijke erbij nodig. Maar goed, we hebben een aantal landelijke partijen dus die kunnen ook wel een tandje harder lopen misschien. De voorzitter: Maar nu … Mevrouw Van Rijn: Nou, de vraag … De voorzitter: Er zijn verschillende dingen. Maar uw vraag is gewoon van … Mevrouw Van Rijn: Mijn vraag is, is wat hier gevraagd wordt het antwoord op wat het amendement constateert? Kunnen we hiermee voorkomen, al is het maar een beetje, dat die parken duur verkocht worden of duur verhuren? De voorzitter: Wethouder Kruijt.

Mevrouw Kruijt: Deze motie geeft ons de mogelijkheid en de handvatten om verder uit te werken wat we nodig hebben om te zorgen dat die parken niet alleen maar voor de happy few gaan worden. En u kunt schudden tot u een ons weegt maar het gaat erom dat we … Mevrouw Van Rijn: Dat duurt heel lang. Mevrouw Kruijt: Dat duurt heel lang. Goed. Wij hebben stellig de indruk dat er allerlei mogelijkheden zijn om wel degelijk hier, laten we zeggen, kaders te stellen en oplossingen te bedenken om ze niet ten prooi te laten vallen aan de ontwikkelende partijen zoals we dat nu zien. En al was het maar een symbool, bij wijze van spreken, dat we er nu met elkaar heel hard mee aan de gang gaan. Dat ze al denken van, nou, let nog eens even op. Misschien is het bij de buurgemeenten net wat makkelijker te realiseren. Je moet ergens een start maken, die doen we met dit verhaal. En of u het er wel of niet mee eens bent, we willen dit gewoon gaan aanpakken. En we hopen dat u over twee jaar een heel duidelijk signaal heeft gekregen door dit wat we nu gaan doen van, jongens, in Wijdemeren is het voor iedereen recreëren. En niet alleen maar voor de mensen met een dikke portemonnee. De voorzitter: Goed, dat is twee keer gevraagd, twee keer beantwoord, dat lijkt mij voldoende. Zijn er nog meer verhelderende vragen aan de wethouder? Zo niet, dan wil ik heel graag naar een tweede termijn gaan.

Nee? Dank u wel, wethouder Kruijt. En we gaan nu naar een tweede termijn. Wie wil nog het woord voeren hierover? Graag handen zien, alstublieft. Ja. Mevrouw Wind: U had nog een vraag aan mij geloof ik of moet ik dat nu niet beantwoorden? De voorzitter: Ja, ik kom zo bij u. Ja. Mevrouw Van Rijn, u wilt nog … Nog verder iemand? Ja, de heer Roosenschoon. De Kloet. Ja. Mevrouw Kaper. Nee? Oké. Dan ga ik eerst naar mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dat vind ik goed maar wellicht is het wel handig dat mevrouw Wind eerst het … Want die heeft nog een vraag van mij openstaan, dan kan ik daarop reageren. De voorzitter: Ja, maar u gaat geen vragen meer stellen aan haar? Mevrouw Van Rijn: Jawel, maar ik denk dat het handig is als zij eerst het antwoord geeft uit de eerste termijn en dan kan ik mijn betoog verder … De voorzitter: Oké. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja. Helpt dit tegen alles wat we zouden willen? Nee. Is het een belangrijke stap? Ja. En dat is ook precies waarom deze motie misschien best wat ingewikkeld geformuleerd is, tenminste, toen ik het eerste concept besprak met een aantal mensen die er meer verstand van hebben dan ik, had ik wel even zoiets, kan dat ook in gewone mensentaal. Ja, dat kan wel maar dan krijgt die iets minder kracht. En wat we natuurlijk willen is met de beperkte mogelijkheden die we hebben wel alles doen om iets meer handvatten te krijgen.

Dat is het doel. Kunnen we tegen een particulier die zijn camping verkoopt aan een bepaalde groep, ‘…’ nee zeggen. Nou, dat zou ik niet durven beloven maar we kunnen wel met meer grond dan nu bestemmingsplanwijzigingen tegenhouden. Kortom, het is het beste wat we kunnen. Er is erg goed naar gekeken door beleidsmedewerkers, door juristen. Ik ben niet zo van nog meer onderzoeken. Dus ik zou willen zeggen, laten we dit vooral met elkaar gaan doen. Er is door zeer deskundige mensen naar gekeken en aan de slag ermee.

De voorzitter: Goed, dank u wel. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben het met mevrouw Wind eens dat dit voorstel best kan bijdragen aan dat je in bestemmingsplannen een aantal dingen regelt. Maar dan de bestemming regel je daarin. Maar ik ben nog steeds niet van overtuigd, ik zie mijnheer Roosenschoon knikken, die heeft hier ongetwijfeld meer verstand van. De bestemming kun je regelen maar we kunnen nog steeds niet met elkaar regelen wat de prijs is van die camping. En of daar nou dure villa’s of tenten of tipi’s, weet ik veel, komt, dat regelen we niet. Dus ik ben zo bang dat we de ambtenaren een hele hoop werk bezorgen om beleid te maken zonder dat we nou bij het punt komen waar we eigenlijk willen zijn. En dat vind ik gewoon zonde omdat u wel een terecht punt heeft. Wat de wethouders zegt vind ik ook totaal, nou ja, totaal niet aan de orde. Die zegt, nou, als wij dit hebben, misschien kunnen de buren daar dan van leren dat ook daar de campings niet ontruimd worden. Jongens, dit is landelijke wetgeving die aangeeft dat je geen huurbescherming hebt. Gelukkig zijn ze er mee bezig. Ik zou zeggen, ik steun uw initiatief maar kijkt u nog eens eventjes, ga wellicht met elkaar in overleg of dit nou echt is wat u wil? En dan heb ik nog één bullet die ik aan wil halen. U geeft aan, laten we dat beleid maken met belanghebbenden en met ondernemers.

Nou, ik kan me nog een aantal ondernemers voor de verkiezingen herinneren die wij stellig beloofd hebben dat we nou niet weer beleid gaan schrijven op recreatie en toerisme maar dat we aan de slag gaan met alles wat er al is. Dus dat vind ik ook wel een ingewikkeld puntje. Maar ik hoop dat u er nog over nadenkt en anders zijn wij misschien geneigd om toch tegen te moeten stemmen omdat het zijn doel niet bereikt. Dus wellicht kunt u daar nog over nadenken. Bedankt wel voor het initiatief en het onderwerp, partijen aan de overzijde en naast mij. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, ik geloof dat we met zijn allen dezelfde doelen nastreven wat betreft recreatie en toerisme. Dat is op zich natuurlijk wel belangrijk, dat we dat raadsbreed lijken te dragen. En dan is natuurlijk de vraag, deze motie die geeft inderdaad een kader aan. Het is eigenlijk meer een indicatie van waar willen we heen gaan, wat zijn onze achterliggende ideeën erover? Is deze motie voldoende, zoals mevrouw Van Rijn ook zei, om het doel te bereiken wat we allemaal nastreven? Zeker niet. Het is iets wat een richting aangeeft maar het is zeker geen doel op zich. Het is meer een kaderstelling van wat we moeten gaan doen in de toekomst.

En dat is het belangrijkste punt, wat mevrouw Van Rijn ook al zei, het gaat om de huurbescherming en het gaat om het kunnen afdwingen of niet van prijsstellingen, of het dan huurprijzen zijn of koopprijzen, dat wordt hier niet mee gedekt. En dat is het knelpunt eigenlijk van de hele sector recreatie en toerisme en van onze doelstelling, wat is de toekomst van de recreatie en toerisme in onze gemeente? Dat zijn de belangrijkste punten. En daar voldoet deze motie niet aan. Wij zullen hem wel steunen wat dat betreft want het gaat om de kaderstelling, het gaat om de intentie die we hebben voor de toekomst. Maar het is zeker niet compleet en ik denk dat als we deze motie hebben aangenomen, als we hem zullen aannemen, dat we dan echt met zijn allen heel hard aan het werk moeten gaan, met alle betrokken partijen, om te kijken op welke manier we de doelstelling, die uiteindelijke doelstelling kunnen verwezenlijken. En dat is, zal de eerste urgentie zijn denk ik. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel. Er was mij net een vraag gesteld die ik mocht beantwoorden in tweede termijn. Dat ging over de financiën en u zegt, nou, als u een goed idee hebt. Nou, u gaf zelf eigenlijk al het antwoord van, er is een budget op dit moment al. Dus daarmee, ja, de laatste bullet, het is een motie dus die nemen we dan maar voor lief.

We zullen dit ook steunen, juist omdat het volgens mij bedoeld is in het kader van de

Omgevingswet, als ik het goed lees. En daar kan je inderdaad zo’n programma maken en daarmee aan de slag gaan in ieder geval. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u, voorzitter. Ja, ik sluit me aan bij de woorden van mijn buurman, mijnheer Roosenschoon. En wat ik eigenlijk wil zeggen, dit is al zo’n langlopend dossier. En de provincie en ook landelijk hebben natuurlijk deze ontwikkelingen gezien maar heel lang hebben we het laten lopen. Dat is even mijn mening. We hebben het heel lang laten lopen. En nu zie je eigenlijk dat er zowel landelijk beweging is rond die huurbescherming. Provinciaal hebben we er echt mee geworsteld, als ik nog even terugdenk aan die tijd, dat we geen instrumenten in handen hadden, dat we het gewoon zagen gebeuren, dat we ernaast stonden en niks konden doen. Ik zie dit echt als een startpunt dat wij als gemeente grip gaan krijgen op deze ontwikkeling. En het is inderdaad geen garantie dat we hier, nou, wat mevrouw Van Rijn zegt, daar sluit ik bij aan, die garantie kunnen we niet geven, ook niet met deze motie. Maar we moeten ergens beginnen en we moeten ook als gemeente zeggen, wij laten dit niet meer lopen, we trekken het naar ons toe, we gaan ermee aan de slag en dat is hard nodig. En het is al … Het heeft al veel te lang geduurd. Tot zover. De voorzitter: Oké. Mevrouw Hidding.

Mevrouw Hidding: Ja, ik zal het even heel kort houden. Niet geschoten is altijd mis. Niets doen is geen optie. Alles wat we nu kunnen doen om te kijken welke instrumenten er zijn om wel het beleid zodanig aan te passen zodat we de problematiek kunnen aanpakken is de moeite waard. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Goed, lijkt … O, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Nabrander. Waar het om gaat, mevrouw Van Rijn, ik hoor wat u zegt en dit is ook geen enkele garantie. Maar het is wel zo, als wij nu niet aan de slag gaan, als wij nu niet over onszelf gaan bepalen waar de kaders liggen en hoe we het graag ingericht zouden willen zien. En we moeten daar nog mee gaan opstarten op het moment dat het landelijk wel mogelijkheden biedt om daarmee aan de gang te gaan, dan zijn we weer te laat. Laten we nu gewoon eens een keer proberen om mee te marcheren en zodra de mogelijkheden er zijn er meteen op in te springen. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Ja, een korte opmerking, ik begrijp het ook wel maar mijn intentie is meer, laten we dan beginnen bij het belangrijkste en dat staat nu niet in deze motie, dat we aanpakken die huurbescherming. Maar wij zullen voor stemmen met een stemverklaring dus maakt u zich niet ongerust maar het punt moet wel gemaakt zijn in dit geval. De voorzitter: Goed.

Dan wil ik, gaan we tot een afronding van dit agendapunt met uw goedvinden. Wij brengen de motie M-V-1, visie recreatie en toerisme 2040 in stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, wij zullen wel voor deze motie stemmen maar wel met de opmerking dat dit geen enkele oplossing is voor het probleem van de steeds duurder wordende recreatieparken en de verkoop daarvan. Dank u wel.

De voorzitter: Verder behoefte aan een stemverklaring? De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Ja. Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Onze stemverklaring zal identiek zijn aan die van het CDA. Deze motie zal geen probleem oplossen zoals we hebben gezien bij De Otter bijvoorbeeld, en ook in de toekomst zal het geen directe oplossing kunnen geven. Maar we zullen verder voor stemmen voor de motie. De voorzitter: Oké. Dan breng ik nu de motie in stemming. Wie is voor de motie? En ik constateer dat de motie unaniem is aangenomen. Goed. Ik … Mevrouw …: Het staat niet in het reglement. De voorzitter: Het staat niet in het Reglement van Orde. Goed. Dames en heren, het is bijna tien voor elf. Wij hebben nog vier moties te gaan. Ik kijk rond, wilt u die afmaken, die vier moties? Ja? Ik zie knikkende gezichten. Dan gaan wij door maar laten we een beetje vlotter, een beetje tempo. 18b. M-V-2 Hoe schoon zijn onze Plassen De voorzitter: Goed. M-V-2, hoe schoon zijn onze plassen? Die is ingediend door D66 en DorpsBelangen. Ik geef het woord aan de heer Roosenschoon? Ja. De heer Roosenschoon: Voorzitter, we zijn … We worden eigenlijk ieder jaar geconfronteerd met vervuiling van het zwemwater in de plassen en de kwaliteit van het water. Het is al jarenlang verboden om vuil water te lozen op het oppervlaktewater.

Dit gebeurt uiteraard stilluikend toch en we hebben niet de mogelijkheden om 100 procent handhavend te kunnen optreden. En dat is ook een verplichting voor jachthavens om met een bepaalde capaciteit van vijftig kajuitjachten, om een, laten we zeggen, een vuilwater afzuiginstallatie te hebben. Een aantal jachthavens hebben die, sommige hebben dat niet maar die werken dan weer samen met andere jachthavens. Maar waar het hier om gaat eigenlijk is dat, we hebben geen openbare installaties. En we hebben zeker met mooie zomermaanden toch heel veel recreanten die via de Vecht de plassen op komen, vaak blijven liggen op recreatie-eilanden en dan maar als de tanks te vol zijn stilzwijgend te lozen op onze plassen. En we hebben ook toch een bepaalde functie, we hebben een rol. We willen als een toprecreatie gemeente zijn, we willen daar als nummer 1 staan, zoveel mogelijk. Maar dat betekent ook dat we schoon water moeten hebben. We hebben ook te maken met onze wettelijke verplichtingen. Die zijn er dus niet voor het openbare gedeelte. Dus wat het onderwerp van deze motie is, om daarin te kunnen voorzien, en ik zal direct overgaan tot het verzoek tot het college. En dat is de mogelijkheid onderzoeken of één of meerdere vuilwater afzuiginstallaties ingericht kunnen worden op daarvoor geschikte locaties, zoals de Porseleinhaven, Werkhaven, Plassenschap en op recreatie-eilanden.

Te onderzoeken of drijvende alternatieve inname installaties, zoals voorzien op de Marrekrite in Friesland, in onze gemeente mogelijk zijn. Het zal wel mogelijk zijn maar daar zit wel een prijskaartje aan. Hierover in gesprek te gaan met de watersportbedrijven en Platform Recreatie en Toerisme. De kosten van de installatie in kaart te brengen en deze mogelijk te dekken vanuit de reserve recreatie en toerisme, dan wel vanuit de opbrengst van de watertoerismebelasting. De raad binnen zes maanden te rapporteren over de financiële en planologische mogelijkheden. Dus het gaat nadrukkelijk om dan te kijken, wat zijn de bijbehorende kosten. Maar ook, je hebt het over met name ook gehad over de watertoerismebelasting. Want toen we het hebben gehad vorig jaar over de verhoging van die

belasting, was ook de reactie, ja, er wordt wel watertoeristenbelasting geheven maar wat wordt ermee gedaan? Nou, dit is een van de mogelijke toepassingen om deze watertoerismebelasting ten nut te laten zijn van de waterkwaliteit en de toeristische kwaliteit van onze plassen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Weinig aan toe te voegen, behalve dan dat in de gesprekken die we hebben gevoerd, in een vorig bestaan zal ik maar even zeggen, met de ondernemers maar ook daarbuiten, is juist een kwaliteitsimpuls voor het gebied. En we hebben het nu over de Loosdrechtse Plassen specifiek. Zeer gewenst dus ik denk dat dit een goede kwaliteitsimpuls is voor de bezoekers en de toeristen. Dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog verhelderende vragen aan de indieners? Nee. Dan … O, ja, mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, dank u vriendelijk. Ik heb een verhelderende vraag aan mijnheer Roosenschoon want die had het over wettelijke taken. Wat bedoelt u met die wettelijke taken? Want die is mij niet helemaal helder. De heer Roosenschoon: Het is de wettelijke verplichting dat er geen vuilwater mag geloosd worden op het oppervlaktewater. Het is ook een wettelijke verplichting voor jachthavens van een bepaalde capaciteit om te voorzien in dergelijke installaties.

Dat wordt door sommige gedaan omdat voordat zij jachthaven misschien te klein of hebben ze te weinig ruimte. Er wordt dan vaak gewerkt met collega’s. Maar het gaat hier in dit geval over recreanten die niet een vaste ligplaats kunnen hebben of niet kunnen aansluiten bij bepaalde jachthavens. De voorzitter: Ja? Mijnheer Nienhuis. De heer Nienhuis: Dus de wettelijke verplichting van de recreant zelf, niet van de gemeente, dat is even wat ik helder wil hebben. Ja, prima, dank u. De voorzitter: Ja. Goed, ik kijk rond. Nee, verder geen … Ja, mevrouw Wind? O, oké. Dan wethouder Kruijt nodig ik uit om advies vanuit het college te geven. Mevrouw Kruijt: De microfoon. Een hele sympathieke motie moet ik zeggen, maar er zit een maar aan en die hoorden jullie natuurlijk al. Het is zo dat we op dit moment aan het onderzoeken zijn of we iets kunnen doen met een vuilwater afzuiginstallatie bijvoorbeeld bij de Porseleinhaven maar we hebben nog geen idee wat dat eventueel gaat kosten. Dus dat is inderdaad een onderzoek wat we aan het doen zijn. Als we kijken naar de drijvende alternatieve inname installaties, zoals ze in Friesland kennelijk op dit moment in gebruik zijn, is op zichzelf interessant maar ook dat moeten we gaan onderzoeken, wat zijn de consequenties, wat zijn de kosten? Dus daar zit ook weer een aspect in van nader onderzoek.

Ja, als je in gesprek moet gaan met het Platform Recreatie en Toerisme is het de vraag of dat helemaal het juiste gremium is om dat te doen. We zijn natuurlijk nu met zoveel organisaties in gesprek over de forensen- en de toeristenbelasting, misschien is dat wel de nieuwe club waar we het gesprek mee zouden moeten aangaan. Daar moeten we over denken, het is nog maar net zeg maar eigenlijk goed in beweging. En ik vind het wat prematuur om daar nu al van te zeggen, laten we dat op die manier gaan doen. Dan stelt u voor om de kosten van de installatie, waarvan we niet eens weten wat dat bij elkaar betreft, te dekken uit de reserves recreatie en toerisme. Ja, de vraag is, kan het eruit, waar hebben we het eigenlijk over? Dus eigenlijk vinden wij deze motie te vroeg.

De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Zullen we eerst even wachten? De heer Roosenschoon: Nee, ik wil … De voorzitter: Bent u klaar met uw beantwoording? Mevrouw Kruijt: Ja, ik denk dat we het gewoon beter deze nog eens even, laten we zeggen, een half jaar kunnen laten liggen. En dan kunnen kijken van, hoe zit het dan? Dan weten we ook veel meer. Dan hebben we ook een onderzoek gedaan van, hoe zit het met bijvoorbeeld die vuilwater afzuiginstallatie eventueel bij de Porseleinhaven? En dan kunnen we een vervolgstap wellicht gaan maken. Nu vind ik hem echt iets wat ik zou moeten ontraden. De voorzitter: Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, ja, wat mij opvalt is dat de laatste bullet is juist de raad te rapporteren op de financiële en planologische mogelijkheden. Dus niet, ja, je moet dit nu doen op die en die locatie en het moet voor dat en dat budget gaan. Nee, het gaat erom juist te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. En daar vragen we over te rapporteren over zes maanden en dan kunnen we een besluit nemen over de realisering daarvan. De voorzitter: Maar uw vraag aan de wethouder is dan? De heer Roosenschoon: Het was niet zozeer een vraag, het was wel een opmerking. De voorzitter: Ja, maar … De heer Roosenschoon: Omdat … De voorzitter: Spelregels, mijnheer Roosenschoon.

De heer Roosenschoon: Voorzitter, de wethouder heeft het erover juist dat het gaat om te onderzoeken en dat is juist een van de onderwerpen van deze motie. Dus wat bedoelt de wethouder daarmee dat uitstel nodig is? De voorzitter: Ja, oké. En ik zie … Gaat u het maar even verzamelen want ik zie nog een paar vingers. Mijnheer De Kloet, dan ga ik naar de heer De Kruijff. De heer De Kloet: Ja, als mede-indiener wel even een opmerking want volgens mij gaat de wethouder precies in op deze motie. En denk ik dat zij met een positief advies naar de raad kan want alles wat zij zegt staat hierin. Inderdaad, die termijn van zes maanden is inderdaad goed, breng in kaart wat het zou kosten en geef ons een beeld van waar het zou kunnen en wat de financiële consequenties zijn, en waar eruit gefinancierd kan worden. En neem daar zes maanden de tijd voor. Dus … De voorzitter: En uw vraag is?

De heer De Kloet: Of ik het goed heb begrepen dat de wethouder eigenlijk heel positief staat tegenover deze motie? De voorzitter: Goed, de heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Nou, voorzitter, het was eigenlijk mijn vraag aan de wethouder want ik hoorde dat de wethouder zei, dat onderzoek wordt nu al uitgevoerd. Dus mijn vraag zou eigenlijk zijn, als de wethouder een toezegging kan geven dat ze de raad binnen zes maanden rapporteert over dat onderzoek, dat de motie eigenlijk niet ingediend hoeft te worden. Dat die daarmee overbodig is. Dus misschien daar nog een reactie op van de wethouder? De voorzitter: Nou, ik ga eerst naar de wethouder. Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Omdat zij natuurlijk toch al bezig zijn met het onderzoek naar de kosten en die afzuiginstallatie denk ik dat het goed is om terug te koppelen aan u van, wat is de stand van zaken, wat betekent dit, waar kunnen we hem aanleggen, wat zijn de consequenties, zijn er meerdere plekken, hoe zit dat eventueel met de budgetten, et cetera. Geef ons daar de tijd voor want onze ambtenaren zijn natuurlijk ook hartstikke druk.

Maar ik denk, als we het dan zo kunnen draaien dat u zegt van, wij gaan akkoord met een verslaglegging van dit onderzoek wat we toch al kennelijk nu aan het uitrollen zijn, is dat dan waar u van zegt, dat is acceptabel of … De voorzitter: Nou, ik denk dat, ik ga nu even voorsorteren, ik denk dat de vervolgvraag is van, doet u een toezegging? Dat is de vervolgvraag die nu gaat komen. Dus doet u nu een toezegging of zegt u, wat … Ik schep even wat helderheid. Mevrouw Kruijt: Ja, begrijp ik. Ik denk dat wij erop terugkomen, laten we zeggen globaal het eerste kwartaal van volgend jaar, wat de resultaten zijn van het onderzoek waar we nu mee bezig zijn. En ik denk dat we dat als uitgangspunt moeten gebruiken voor, hoe gaan we verder. Dus over, laten we zeggen kwartaal één, dan is dat een goed half jaar, dan hoort u de resultaten van dit onderzoek. De voorzitter: Goed. Ik hoor een toezegging van de wethouder. Goed, ik kijk rond. Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, het is eigenlijk een beetje rond elkaar heen draaien. Dan zie ik van die twee rondjes voor me neus. Weet je wel, die rond elkaar heen draaien. Die blijven doorspelen en ze komen niet verder. Het probleem is dat de wethouder exact hetzelfde zegt zoals de heer De Kloet ook al zei, van wat wij vragen in deze motie.

Het gaat er alleen om, omarmt u deze motie of omarmen wij de toezegging van de wethouder? De voorzitter: Nou, omarmen doen colleges niet meer, dat is positief of negatief adviseren. Dus u hebt het gehoord. De heer De Kloet, ik ga eerst naar de heer De Kloet en dan naar u, mijnheer Nienhuis. De heer De Kloet: ‘…’. We hebben in het, even een kleine terugblik, we hebben in het verleden wel vaker moties in de raad gehad die na een toezegging van de wethouder dan ingetrokken werden. Ik ben er zelf geen voorstander van, ik zit nu op een iets andere plek. Dus ik zou mede door de bemoedigende woorden van de wethouder de motie heel graag in stemming brengen. De voorzitter: Oké, helder. Mijnheer Nienhuis.

De heer Nienhuis: Dank u vriendelijk, voorzitter. Ik vraag mij echt daadwerkelijk af wat wij hier met deze motie oplossen? Ik heb een kaartje, wij hebben tien plekken in deze gemeente waar vuil water kan worden opgehaald. Of in ieder geval kan worden geloosd door recreanten. Dus waarom moeten we er nog een openbaar bij hebben? Ik zie het probleem niet. Kijk, als ik met de ondernemers praat, de recreatieondernemers, die zeggen, jongens, doe nou wat een keer aan de toiletvoorzieningen op de eilanden. Dat is iets wat we nou concreet nodig hebben. Maar niet het toilet, de toiletten is niet het grote probleem, echt niet het grote probleem. En er wordt gezegd over de Marrekrite, de Marrekrite ken ik heel goed, dat is de provincie Friesland met 21 gemeenten, dat is 38 keer zo groot als Loosdrecht en daar hebben ze twee van die boten liggen. En dat moeten we niet in Loosdrecht helemaal niet willen jongens. Dus het is een overbodige motie, ik vind hem heel sympathiek, dat wel, maar hij is echt overbodig. We hebben het gewoon niet nodig. We hebben tien van die plekken in de gemeente. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Goed, we zijn zo de tweede termijn ingerold. Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, ik zie dat de heer De Kloet ook nog wil reageren. Ik begrijp volgens mij van de indieners dat ze de motie toch in stemming willen brengen.

Dus mijn vraag aan de wethouder is wat haar advies dan is op deze motie? Want dat hebben we nog niet helemaal gehoord, of ze hem dan ontraadt of positief beoordeelt. Dus dat zou ik even willen horen van de wethouder. De voorzitter: Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Ik ontraad de motie maar ik kom wel bij u terug met de stand van zaken in het eerste kwartaal volgend jaar van wat betreft alleen het onderzoek waar we mee bezig zijn. De voorzitter: Oké. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, voorzitter, ik heb het idee dat hier een woordenspel aan de gang is en ik wil het eigenlijk nog wel wat complexer maken. Als u een onderzoek doet, we hebben jaren geleden volgens mij, mijnheer Nienhuis zal het beter weten dan ik, jachthavens hier gehad die keurig zich aan de wet hielden en met van die stinkbakken noemden wij dat, waar mensen dan hun potje konden lozen of hun cassettes konden lozen. Ik zal er verder niet over uitweiden. Maar dat was over zwart water ging dat. En het is heel belangrijk dat het niet op de plassen geloosd werd. Dat is nu eigenlijk wat de indieners van de motie vragen. Ik vond het toen een heel erg probleem omdat de booteigenaren op de een of andere manier niet loosden in die daarvoor bestemde, ik wou dat mijnheer Nienhuis heeft het nette woord daarvoor. De voorzitter: Voorziening. Mevrouw Wind: Ja, voorziening, dat zocht ik, precies.

En die dingen, die stonden er dus maar. En die jachthaveneigenaars die dachten van, ja, ik haal dat ding weer weg. En eigenlijk vallen we nu in een herhaling. Het probleem is niet opgelost, daarom ben ik het ook zo eens met de vraag van D66 en de ChristenUnie, maar als het gedrag van mensen … De voorzitter: DorpsBelangen. Mevrouw Wind: Sorry. DorpsBelangen. Sorry. Als het gedrag van mensen niet verandert, dan helpen die voorzieningen niet en daar zit een beetje mijn aarzeling. Dus ik zou zo graag, ik zal daarom, wij zullen daarom niet voor deze motie stemmen maar we steunen wel enorm waar u om vraagt. Nou, ik ga nu u niet adviseren

wat u met uw motie zou kunnen doen maar als de gedachte om ook hier nog eens goed naar te kijken door de wethouder nog wat meer uitgesproken zou kunnen worden, zouden wij daar blij mee zijn. En voor vanavond ook tevreden. De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder al aangegeven hoor, wat zij voornemens is. Dus om herhaling te voorkomen. Ik kijk rond, is er nog behoefte aan beraadslaging? Nee. Dank u wel, wethouder Kruijt, overigens. Dan wil ik deze motie in stemming brengen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan breng ik motie M-V-2, hoe schoon zijn onze plassen, in stemming. Wie is voor deze motie? Dat zijn de fracties van D66, ChristenUnie, DorpsBelangen en dat is het, ja, oké. Dan tel ik er vier. Met veertien stemmen tegen en vier stemmen voor is deze motie verworpen. 18c. M-V-3 Woonbehoefte De voorzitter: Dan gaan wij snel door naar motie M-V-3, woonbehoefte Wijdemeren. Die is ingediend door het CDA en ChristenUnie. Daar geef ik mevrouw Van Rijn het woord. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij krijg ik er drie minuten bij dus daar ben ik heel blij mee. En mocht ik het niet redden, kijk ik even naar de overkant. Vorige periode had De Lokale Partij altijd, dat krijg je als je in de oppositie zit, tijd te kort en dan deelden we wel eens. Ik ga gewoon beginnen. Volgens mij is het een hele goede motie die iedereen zou kunnen omarmen.

Want volgens mij is dit nou precies wat elke wethouder ruimtelijke ordening en elke wethouder wonen wil weten voordat die aan zijn periode begint. Dus met deze motie helpen wij eigenlijk het college, met name de wethouder ruimtelijke ordening en de wethouder wonen, om inzicht te krijgen voordat we allerlei plannen gaan maken. En we zijn ervan overtuigd dat dit college dat best goed gaat doen maar dan moeten we wel even weten hoeveel woningzoekenden hebben we nu. En we hebben gemerkt dat in de afgelopen jaren er elke keer discussie over ontstond, zijn het er nou duizend, zijn het er nou vijfhonderd, zijn het er nou zeshonderd, zijn ze nou sociaal, middenhuur, weet ik veel wat. Eigenlijk vraagt deze motie niet meer dan, geef ons als raad inzicht in het aantal woningzoekenden, dat hoeft geen onderzoek te zijn. Ik benadruk even, geen nieuw onderzoek. Maar voeg alle cijfers samen die er zijn. En waarom in oktober, dat lijkt snel maar in november komt het college natuurlijk met de begroting en daar zullen vast allemaal mooie bouwplannen in staan en dan kunnen wij ook beoordelen of dat ook echt nodig is en hoeveel en wat we daar nog aan kunnen doen.

Dus eigenlijk is het niet meer en niet minder dan een hulpstuk voor het college en voor ons als raad, hoeveel woningzoekenden hebben we nou, waar gaan we de komende jaren voor bouwen? Dus volgens mij zou iedereen dit kunnen steunen maar dat wachten we even af, voorzitter. De voorzitter: Dictum? Mevrouw Van Rijn: O ja, dat was voor oktober met een onderbouwde brief te komen over het werkelijk aantal woningzoekenden in de gemeente Wijdemeren en hierbij te kijken naar het brede speelveld van sociaal, middenduur en duur. En dan wil ik nogmaals benadrukken, geen nieuw onderzoek maar voeg de cijfers samen, alles is al onderzocht en breng die brief naar de raad. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ik heb helemaal niets aan te vullen op dit betoog. De voorzitter: Dank u wel. Dan nodig ik wethouder Poels uit voor een advies vanuit het college.

De heer Poels: Ja, u hebt allemaal enorm zin in bier en kroketten natuurlijk net zoals ik maar zoals u weet, ik kan ontzettend snel praten. Nou, ik moet zeggen, ik ben ontzettend blij dat het CDA ons als college zo enorm ondersteunt met deze motie. Dat wil ik maar even aangeven. Een paar kleine opmerkingen want we kunnen hiermee instemmen maar eigenlijk, als ik u heel eerlijk zeg, ik vind dit geen motie. Dit zijn schriftelijke vragen. Als u wilt weten wat het werkelijk aantal woningzoekenden is, dan stuurt u een brief en daar krijgt u binnen dertig dagen een antwoord op. Maar dat eventjes, ik vind dit geen motie of wij vinden dit geen motie. Desalniettemin vinden wij het heel sympathiek. Voorzitter, er is inderdaad heel veel, de voormalig wethouder heeft het aangegeven. Ik heb hier een aantal documenten die we de afgelopen jaren met elkaar geproduceerd hebben, waaronder de woonvisie Wijdemeren 2021-2024, wat een heleboel handvatten biedt over hoe wij de komende periode met woningen en woningbouw en allerlei speerpunten aan de slag gaan. Er zijn WiMRArapporten, er zijn zoveel rapporten dus in die zin heeft de wethouder volstrekt gelijk dat er heel veel is. Ik had gehoopt dat ze zou zeggen … De voorzitter: De voormalige wethouder bedoelt u? De heer Poels: Ja, sorry, ja. Ja, ik had gehoopt dat ze zou zeggen, u moet er een onderzoek naar doen.

Dan had ik namelijk kunnen zeggen, wethouder, u zegt dat wij zoveel onderzoeken moeten doen. Heel flauw grapje, er staat oktober in, er staat geen jaartal in. Ik zou u adviseren om daar oktober ‘22 aan toe te voegen. Voorzitter, alle gekheid op een stokje, wij zullen dit ondersteunen. We hadden liever schriftelijke vragen gehad. Ik kan u overigens de antwoorden al geven. In 2020 hadden we 818 woningzoekenden en in 2021 is dat met 10 procent gestegen naar 908. Dus het getal 1000 wat hier een aantal keer genoemd, dat zijn de cijfers van de regio. We zullen dat ook in een brief nog even aangeven. Voorzitter, wij ondersteunen dit verhaal. Wij zullen in een keurig opzetje met bestaand materiaal komen over woningzoekenden, woonruimteverdeling, noem het allemaal maar op. En dan kunnen we daar in oktober of richting de begroting, kunnen we daarover met elkaar van gedachten wisselen. Dus positief advies, voorzitter. De voorzitter: Nou, kijk eens aan. Mevrouw Van Rijn, Hebt u toch nog een verhelderende vraag? Mevrouw Van Rijn: Nee, mijnheer Poels heeft gelijk. Nu ik ernaar kijk, denk ik dat het ook schriftelijke vragen hadden kunnen zijn. En ik ben eigenlijk ook wel blij met het antwoord want dat constateert toch dat de negenhonderd dichter bij de duizend is dan bij de vijfhonderd dus dat we keihard moeten bouwen. De heer Poels: Daar zijn wij ook in dit college volledig van overtuigd.

Dus de getallen hebt u al maar u krijgt ze … De voorzitter: Wethouder Poels. De heer Poels: O, sorry, voorzitter. Sorry, voorzitter. Ja, ik ben zo blij dat ik nog wat mag zeggen, voorzitter. Dus ik zit de hele avond … De voorzitter: Ja, u hebt de hele avond op gewacht. De heer Poels: Ik zit de hele avond op te wachten en ik heb zo ontzettend zin om hiermee door te gaan. De voorzitter: Vooruit, vooruit, maakt u maar af. De heer Poels: Dat was het, voorzitter. Ja.

De voorzitter: Goed, zijn er nog verhelderende vragen aan de wethouder? Ja. Gaat uw gang, mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ja, dat moet even, heer Nienhuis, dank u wel. Voorzitter, fijn dat die getallen gelijk op tafel komen en een soort bevestiging dat die duizend toch wel bijna aangetikt worden. Is daar dan ook tegelijkertijd een onderscheid te maken in de soorten? Ja, ik zie u al knikken. De heer Poels: Ja, die analyse die komt … Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: De soorten, het type woningzoekenden. Mevrouw IJsbrandij-van Kerkhof: Ja. Sorry, voorzitter, ik zeg het weer, ja. De voorzitter: Wellicht gaat het terugkomen in de brief. Maar ik help u even. Ja. De heer Poels: Het antwoord is ja, die is helemaal uitgesplitst, woning in zijn inkomens, wat ze zoeken, het zijn geweldige overzichten van de regio dus dat zullen we allemaal in die korte brief u aangeven. En ook u aangeven met welke link u nu kunt doorklikken wat je kunt oneindig doorklikken op dit soort gegevens. Het antwoord is dus ja. De voorzitter: Goed, dank u wel, wethouder Poels. Is er behoefte aan beraadslaging? Nee. Kunnen wij dit in stemming brengen? Ja, is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor deze motie? Ja, kom, ja. Unaniem. Goed, en bij deze is het vastgesteld. 18d. M-V-4 Verzilveren en vergroenen De voorzitter: M-V-4, verzilveren en vergroenen. Die is ingediend door D66.

De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, wij hebben gelukkig in onze gemeente het systeem van de Verzilverlening, die beantwoordt aan bepaalde behoeften. En het gaat dan met name over mensen toch vanaf wat vastgesteld is, vanaf 55 of beter gezegd, inmiddels 57, waarbij de mogelijkheid bestaat voor mensen met een bepaald bezit maar met relatief weinig inkomen, om gebruik te kunnen maken van een Verzilverlening via de Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Daar hebben we een mooie verordening voor maar nou blijkt in feite dan die verordening een aantal condities geeft die het maakt dat sommige dingen gewoon niet voorzien zijn. En dan kijk ik bij de maatregelen bijvoorbeeld waar het dus voor gebruikt kan worden, en dan hebben we het over de energiebespaarmaatregelen en verduurzaming. Daar staat namelijk dat is mogelijk, maar dat is alleen mogelijk als tegelijkertijd minimaal twee andere maatregelen worden uitgevoerd. Ja, dan kan je denken, goed, waar gaat het over, het vervangen van tegels, het aanpassen van de kozijnen, het weghalen van drempels. Maar bijvoorbeeld als iemand alleen maar bijvoorbeeld een gedeelte verduurzamingsmaatregelen wil nemen, dan is hij dus verplicht om twee andere maatregelen van woningverbetering ook uit te voeren. Nou, dat is een beetje een vreemde gang van zaken.

En als je kijkt wat er staat in de regelgeving van het Stimuleringsfonds, dan worden verduurzamingsmaatregelen gelijkgesteld met woningverbeteringen. Dus het is zonder meer een feit dat het mogelijk is. Het staat bij ons niet in de verordening. Een ander probleem is gekoppeld bij ons aan het modale jaarinkomen. Dat geeft vaak een probleem voor mensen die een lening aanvragen bijvoorbeeld, maar waarbij de grens van het modale inkomen te laag wordt gesteld als mogelijk voor het aanvragen van een lening. Daarom denken we ook dat op dit ogenblik worden een aantal aanvragen afgewezen vanwege deze hele lage inkomensgrens. Die overigens niet bestaat in het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting, daar is geen

inkomensgrens bepaald. Maar we denken dat het beter is om deze grens, althans bij ons, te verhogen tot maar blijvend in de sociale sector, tot de grens voor het kunnen aanvragen van hypotheken voor een sociale koopwoning. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste punten daarvan. Verder, als we zien wat de inflatiepercentages op het ogenblik, dan vinden we wel dat de grens die op het ogenblik gesteld is aan 40.000 euro, ook bepaald van werkzaamheden, mogelijke werkzaamheden, laat die in ieder geval aangepast kunnen worden met de inflatiecijfers. Wat vragen wij in deze motie. Ik zal het punt even direct oplezen. De verordening Verzilverlening Wijdemeren 2021 zo spoedig mogelijk te actualiseren waarbij in artikel 2.3 de inkomensgrens wordt gekoppeld aan het plafond gehanteerd voor sociale koopwoningen, momenteel vastgesteld op 50.000 euro. Artikel 3.1 wordt uitgebreid met een 3.f, verduurzaming en of energiebesparende maatregelen, dus toevoegen aan het normale besluitpunt. En 3.3 wordt toegevoegd dat de bedragen jaarlijks worden bijgesteld aan het inflatiepercentage. Het is een enigszins technische motie inderdaad, het blijft een motie. Er werd verzocht aan het college om de Verzilverlening te actualiseren met in aanname van een aantal uitgangspunten. Maar het blijft een motie dus we zien eigenlijk een geactualiseerde verordening tegemoet. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel.

Zijn er verhelderende vragen aan de indiener? Nee. Dan vraag ik wederom wethouder Poels voor een advies vanuit het college. Wethouder Poels. De heer Poels: Voorzitter, dank u wel. Dank u wel voor de motie. We hebben er ook even telefonisch contact over gehad, de heer Roosenschoon en ik, en mijn, de opmerking van het college is, kijk, die Verzilverlening die moet geëvalueerd worden, zijn we het over eens. Ik heb onlangs een bijeenkomst bijgewoond van de energie coöperatie waarin ook het gebruik of eigenlijk het niet gebruik van de Verzilverlening werd toegelicht. En toen hebben we tegen elkaar gezegd, het is goed dat die Verzilverlening wordt geactualiseerd. Wat D66 op dit moment doet, is een mix maken van een amendement en een motie. Want als je een amendement uitspreekt, en dat doet u feitelijk, D66, dan geef je aan, nou, die regeling wil ik daar en daar en daar gewijzigd hebben. Daar gaan we niet in mee. Of u vraagt aan het college van B&W om de verordening Verzilverlening 2021 te actualiseren of u dient een amendement in over de dingen die u aangepast wil hebben in inkomensgrens, in twee of meer woningverbeteringen, noem het allemaal maar op. Dus wij zullen een positief advies geven aan deze motie als draagt het college het eerste bolletje, de verordening Verzilverlening Wijdemeren 2021 te actualiseren, daar komt een punt. Ja.

Dus al die andere dingen, met alle respect voor de inzet van D66, dat zijn aanpassingen die je in een amendement regelt en niet in een motie. We willen als college niet zo gestuurd worden in een motie. U vraagt aan ons om het te actualiseren, dat gaan we doen. Dus wij adviseren positief als u na actualiseren een dikke streep zet over het hele eerste bolletje en we adviseren negatief als u dat niet doet. De heer Roosenschoon: Voorzitter? De voorzitter: Goed. De heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Graag één vraag, u heeft zowel het woord evalueren als actualiseren gebruikt. Wij hebben het gehad over actualiseren. En u heeft de bevestiging dat, u gaat akkoord met actualiseren. De heer Poels: Actualiseren, waarbij je ook evalueert. De voorzitter: Gaat uw gang.

De heer Poels: Dank u wel. Je kunt niet actualiseren als je ook niet evalueert. Je moet even terugkijken, wat is het huidige gebruik, tegen welke inkomensgrens en op basis daarvan actualiseren. Dus het is wat ons betreft een eeneiige tweeling. De voorzitter: Dat lijkt me helder toch? Mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dat lijkt inderdaad helder, als het zo wordt uitgelegd. Nou, wat ons betreft, wij gaan ermee akkoord met het punt van de wethouder. Nou, u heeft gevraagd om een punt, u krijgt een punt. De voorzitter: Ja. Nou ja, het is uw motie hè. De heer Roosenschoon: Het is mijn motie. De voorzitter: Dus u hoeft niet akkoord ermee te gaan maar ik begrijp dat u hem wil aanpassen, uw motie. De heer Roosenschoon: Ik wil hem aanpassen als de collega’s dat inderdaad ook gewoon stellen. Ja, dat … We gaan hem in ieder geval indienen als motie. De voorzitter: Ja, dat is aan de indiener. Goed, dus u wilt nu een aangepaste motie indienen. Waarbij na, bij de eerste bullet na actualiseren een punt komt en de rest vervalt en de tweede bullet blijft overeind. De heer Roosenschoon: Ja. De voorzitter: Ik kijk naar de griffier, kan dat snel worden aangepast? Ja. Goed, dank u. Verder nog verhelderende vragen aan de wethouder? Nee, dank u wel, wethouder Poels. Is er behoefte aan beraadslaging over deze motie? Dan, ja, ik moet eerst wachten, mijnheer Nienhuis, tot die is aangepast.

U doet het mij niet aan. Hij is geüpload heb ik begrepen, dat is M-V-4a. Als u ververst, dan als het goed is dan is die weer te zien in NotuBiz. Ik kijk rond, klopt dat? Ja? Goed. Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Het klopt dat er nu twee moties zijn. De voorzitter: Eentje is M-V-4, dat was de oude motie. De heer De Kruijff: Dus we stemmen voor motie M-V-4a? De voorzitter: 4a. De heer De Kruijff: Oké, dank u wel. De voorzitter: Goed. Dan breng ik motie M-V-4a in stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor deze motie? Dat is unaniem en bij deze dus vastgesteld. Dank. 18e. M-V-5 Meer bekendheid voor energietoeslag De voorzitter: En dan gaan wij naar M-V-5, meer bekendheid voor energietoeslag. Die is ingediend door de ChristenUnie. Mevrouw Kaper, aan u het woord.

Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ja, de energietoeslag is denk ik bij ons allemaal bekend dus ik zal daar niet een uitgebreid verhaal over gaan vertellen, staat ook in de motie. Maar meer even waarom wij deze hebben ingediend. Het is algemeen bekend dat kwetsbare ouderen niet altijd gebruik maken van inkomensvoorzieningen en dat bleek ook weer uit het onderzoek van de Nationale ombudsman daarnaar. Soms leven ze daardoor onnodig onder het sociale minimum. Bovendien zijn inwoners met een AOW niet altijd optimaal digitaal geletterd en ook niet altijd hebben zij een sociaal vangnet die voor hen zo’n toeslag bijvoorbeeld aanvragen. Nou, de deadline nadert ook want tot het einde van het jaar kunnen mensen een vraag indienen. Hebben ze dat niet gedaan, dan is de kans groot dat ze hem mislopen. En achthonderd euro, met misschien nog iets daarbij, is een enorm fors bedrag voor mensen in de inkomensgroep waar wij het over hebben. Toegezegd is natuurlijk de communicatie via Wijdemeren Informeren, op de website en ook de Rijksoverheid geeft bekendheid. Maar wij als ChristenUnie vinden dat we nu toch nog even nog een stap extra zouden moeten zetten. En ons best moeten doen om echt iedereen die recht heeft op deze toeslag te bereiken. Nou, we hadden eerst het verzoek om de AOW’ers aan te schrijven en ik begreep na ambtelijke toetsing dat dat niet mag vanwege de privacywetgeving.

En het tweede idee was om, ja, wat meer te doen aan de bekendheid van de energietoeslag, bijvoorbeeld door flyers neer te leggen, posters op te hangen op allerlei plekken waar mensen komen. Nou, nu kregen wij van de … Na de ambtelijke toetsing door dat de capaciteit ook wat ontbreekt om inwoners heel erg actief te gaan opzoeken. Ja, toch hebben wij dus de motie iets aangepast om die reden en willen wij nu vragen te onderzoeken, en dat is ook meteen het dictum, op welke wijze inwoners naast de huidige communicatie actief benaderd kunnen worden met informatie over de energietoeslag, bijvoorbeeld in samenwerking met de energiecoöperatie Wijdemeren, de kerken, de kinderopvang, de bibliotheek, kledingbank, huisartsen en verenigingen, en de raad hierover zo spoedig mogelijk te informeren. Dank u wel. De voorzitter: En ik zie dat deze motie is mede-ingediend door D66 en VVD. De heer Roosenschoon, wilt u nog een nadere toelichting geven? De heer Roosenschoon: Nee, ik heb er heel weinig aan toe te voegen. De motie is duidelijk. De voorzitter: Oké. En de VVD? Mevrouw Hidding. Mevrouw Hidding: Ja, weinig aan toe te voegen. Wij verzoeken inderdaad het college om te kijken welke actieve pragmatische mogelijkheden er zijn om in te zetten naast de huidige? Want elk kwetsbaar persoon die bereikt kan worden om gebruik te maken van deze voorziening is er één en dus de moeite waard. Dank u wel.

De voorzitter: En is er een vraag aan de indieners, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, ik heb een vraag of een suggestie om ons over te halen om ook mee te doen. Ik begin al met de eerste bullet te lezen, te onderzoeken. Dan denk ik, daar gaan we weer op Onderzoeksbureau Rading 1. Maar dit is natuurlijk, wij willen best meedoen dus de vraag aan de partij is, ik vind het echt onzinnig om te concluderen dat er geen ambtelijke capaciteit is om die folders of wat dan ook daar neer te leggen of uit te leggen aan onze partijen met wie we samenwerken. Omdat dat niet kan gaan we onderzoeken hoe we het moeten doen. En vervolgens is er nog steeds geen capaciteit om het te doen. Als u ervan maakt, we gaan dit gewoon doen, dan steunen wij u want laten we alsjeblieft niet gaan onderzoeken hoe we ergens een folder neer moeten leggen of hoe we mensen moeten informeren. Ik vind het echt, dat vind ik echt zonde. Dus als u ervan maakt, iedere inwoner is er één, we gaan dit gewoon doen, dan heeft u ons helemaal mee en dan haalt u dat onderzoeken eruit en dan gaan we … Kunnen we dat gewoon gaan doen.

De voorzitter: Wacht even, zal ik eerst even naar de wethouder gaan? Advies vanuit het college. Is dat … Ja. Goed. En dan kunt u zelf beslissen wat u ermee doet. Wethouder Poels. De heer Poels: Voorzitter, last but not least. Dank u wel uiteraard voor deze motie. Het moge duidelijk zijn dat die volledig is in de geest van zoals wij ook als college naar dit onderwerp kijken. Ik maak even van de gelegenheid gebruik omdat er destijds bij de beantwoording van de technische vragen wat onduidelijkheden waren over de aantallen die reeds zijn aangevraagd. Ik heb dat ook met u aangegeven. Het is misschien goed om even te melden dat op dit moment, dat wil zeggen, dat was gisteren, zijn er 250 ambtshalve energietoeslagen toegekend, 153 zijn er via een aanvraag toegekend, dus mensen die het zelf hebben ingediend, en er zitten er nog 78 in de pijplijn waarvan we niet precies weten. Dus vierhonderd en daar komen er een aantal nog bij want ik hoor van onze ambtelijke organisatie dat er elke dag weer bijkomen. En op het moment dat ik hoor, het is wel heel erg druk, dan ben ik er heel erg blij mee. Dat zult u wel begrijpen. Goed om te horen dat ook op Rijksniveau het is aangekondigd dat dit eigenlijk niet voldoende is. U heeft dat ook al in uw inleiding aangegeven. Er zit een behoorlijke kans aan dat er nog een keer vijfhonderd euro toeslag bijkomt, nog voor dit jaar.

Hopelijk dat we dat allemaal gaan regelen. Maar goed, ook dat is een zeer waardevol bedrag. Ik ben het eens met mevrouw Van Rijn dat, wij gaan niks onderzoeken. En we gaan ook niet rapporteren, we gaan het gewoon doen. En we doen het namelijk ook al en we zijn op allerlei manieren bezig met het onder de aandacht brengen van de energietoeslag. Een van de voorbeelden ervan is het project wat we bij de energiecoöperatie lopen, die hebben, dat project heet, eerste hulp bij energielasten. Het is maar een titel waar je wat van vindt en die hebben informatieavonden waarin ze enerzijds kijken naar, je kunt die aanvraag indienen voor die energietoeslag maar, want we willen ook een beetje aan de preventieve kant gaan zitten, we willen ook kijken in hoeverre we die energierekening ook omlaag kunnen brengen. Dus we praten met die mensen ook over het aanpassen van woningen op duurzaamheid en het helpen daarbij door de energiecoöperatie. Ik heb u, u heeft misschien al gelezen, er is momenteel een aantal partijen dat in een pand gaat huisvesten of eigenlijk is gehuisvest aan de Dodaarslaan. Daar hebt u misschien wel van gelezen, dat is overigens een initiatief van die partijen zelf geweest. Maar daarmee breng je allerlei partijen samen, namelijk ook de Kledingbank, u welbekend uit andere discussies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11714833/2