Transcript raadsvergadering 12 juli 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE WIJDEMEREN d.d. 12 juli 202
1.
Opening De voorzitter: Goedenavond allemaal en welkom bij onze raadsvergadering van 12 juli. Excuses, wij beginnen vijf minuten later. Met name excuses aan de trouwe luisteraars thuis, ook een bijzonder welkom geheten aan hen. Wegens omstandigheden zijn we dus iets te laat begonnen. Ook een mededeling aan de luisteraars thuis, wij weten dat het geluid van slechte kwaliteit is thuis, wij kunnen helaas er nu niets aan doen. We hebben alles geprobeerd wat kan maar helaas het systeem is vrij oud dus sommige dingen lukken niet meer. Het spijt ons. We hopen snel tot een betere oplossing te komen. Een verzoek aan de mensen bij de publieke tribune, als het geluid toch te slecht is voor u, steek dan een hand op of spreek de bode aan maar liever niet gillen want dat werkt heel verstorend. Ja? Heel mooi. Goed. Ja. Wij werken vanavond met spreektijden, dat bent u gewend. Voor de fracties ieder twintig minuten en voor het college veertig minuten. De griffie houdt de spreektijd bij met de raadsklok en geeft na elk agendapunt aan wat de stand van zaken is. Bepalen volgorde stemming De voorzitter: Wij gaan nu hoofdelijke stemming, orde bepalen met de ... O, hier. Nou, nummer 19. Mevrouw Wind. De eer is aan u, ja. Het is toch prachtig de reacties van mensen. Ja, goed.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt 2, vaststelling van de agenda. Ik heb wel een aantal zaken die ik met u moet afstemmen. Dus graag uw aandacht. De agenda voor vanavond bevat naast een aantal vaste agendapunten en hamerstukken ook enkele bespreekstukken. Het CDA heeft gevraagd agendapunt 10, zienswijze begroting MRA, te behandelen als bespreekstuk dus die zullen we als eerste bespreekstuk behandelen dan. Ik heb een vraag aan u als raad. Er zijn geen moties of amendementen ingediend voor de agendapunten 12 en 13. Dus ik kijk rond, is er behoefte aan bespreking van agendapunt 12? Want zo niet, dan wordt het een hamerstuk. Nou bij deze, agendapunt 12, dat wordt een hamerstuk. En agendapunt 13, is er behoefte aan bespreking? Nee. Dan wordt dat ook een hamerstuk. Goed, dank u wel. Er zijn twee amendementen en vijf moties vreemd ingediend. Amendement 14-1 betreft een amendement ingediend door het CDA, ChristenUnie en D66, Middenweg 100. Amendement 16-1, ingediend door PvdA, GroenLinks, D66, De Lokale Partij en VVD, extra klimaatgelden. Motie vreemd 1, PvdA, GroenLinks en VVD, visie recreatie toerisme 2000 … O, motie vreemd 1 is ook met de ChristenUnie, excuus. Motie vreemd 2, D66, waar was ik nu? Motie 2. Ja, goed. Motie vreemd 2, D66 en DorpsBelangen, hoe schoon zijn onze plassen? Motie vreemd 3, CDA en ChristenUnie, woonbehoefte.
Motie vreemd 4, D66, verzilveren en vergroenen. Motie vreemd 5, ChristenUnie, D66 en VVD, meer bekendheid voor de energietoeslag. Klopt dat? Ik kijk rond. Ja, dat klopt. Goed, dan heb ik verder nog, en er zijn geen vragen ingediend voor het vragenhalfuur, daarmee komt agendapunt 17 te vervallen. En dan heb ik nog een mededeling over de jaarrekening, dat is agendapunt 15. Wij hebben … De verwachting was dat wij de accountantsverklaring zouden hebben ontvangen voor deze raadsvergadering, dat is niet het geval. Wij hebben afstemming gezocht en we hebben intern overleg gevoerd waarbij de mogelijkheid is geboden in technische zin dat het raadsbesluit wordt aangepast en dat er wordt verwezen dan naar het accountantsverslag waarin de verklaring met beperking is opgenomen. En dan kan de accountantsverklaring worden nagezonden. Ik snap dat ik u hiermee overval maar dan weet u meteen ook dat die accountantsverklaring er niet is. Ik wil voorstellen dat we hem op de agenda houden, bespreking van de
jaarrekening. En dan als we bij punt 15 zijn aanbeland, dat eerst de wethouder, wethouder Zagt, een nader toelichting zal geven. Maar dan hoeft u zich geen zorgen te maken dat u iets mist in uw stukken want het is er niet. Ja? Oké. Goed. Dan, kunt u zich vinden in de voorgenoemde wijzigingen ten aanzien van de agenda? Ja. Bij deze vastgesteld. 3.
Vaststellen besluitenlijsten De voorzitter: Dan zijn we naar agendapunt 3, vaststellen besluitenlijsten vergadering gemeenteraad van 23 juni ‘22. Er zijn geen wijzigingen voorgesteld en ik kijk rond, ik zie ook geen handjes dus de besluitenlijst van 23 juni 2022 is vastgesteld.
4.
Mededelingen De voorzitter: Mededelingen. Zijn er mededelingen vanuit uw raad? Nee. Er zijn geen mededelingen vanuit het college.
5.
Lijst ingekomen stukken De voorzitter: Agendapunt 5, lijst ingekomen stukken. Ik loop per pagina de lijst ingekomen stukken door voor de opmerkingen bij de lijst ingekomen stukken. Behandelverzoeken graag voor maandag 15 augustus, wat krijgt u een tijd daarvoor, voor maandag 15 augustus voor twaalf uur bij de griffie indienen. Ja. Goed, bladzijde 1. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Nummer 9, gezond Wijdemeren. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw Rademaker? Mevrouw Rademaker: Precies hetzelfde, voorzitter. De voorzitter: Oké. Mevrouw …: Wij hadden ook dezelfde, voorzitter. De voorzitter: Oké. Verder nog bladzijde 1? Nee. Bladzijde 2? De heer De Kloet: Voorzitter? De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Nummer 3. De voorzitter: RIB jachthaven De Otter. Ja? En mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Nummer 20, de subsidie VNG verkeersveiligheid. De voorzitter: Ja. En mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Nee, sorry, het is de volgende pagina.
De voorzitter: Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Brief nummer 14. Voorzitter, ik wil geen behandelverzoek maar ik zou graag schriftelijke reactie van het college willen. De voorzitter: Oké. Geno… Een reactie. Ja. Genoteerd. Verder nog op bladzijde 2? Nee. Bladzijde 3. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Brief nummer 4 over de lokale inkoop van het relatiegeschenk. De voorzitter: Ja. Verder? Nee. Goed. Dank u wel. HAMERSTUKKEN 6.
Ontwerp-vvgb Bloklaan 22A De voorzitter: En dan zijn we aanbeland bij de hamerstukken. Goed. De eerste betreft agendapunt 6, ontwerp verklaring van geen bedenkingen Bloklaan 22A. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Aldus besloten.
7.
Bestemmingsplan ontsluiting Eilandseweg 32 De voorzitter: Agendapunt 7, bestemmingsplan ontsluiting Eilandseweg 32. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Aldus besloten.
Inspraakreacties 8.
Verlenen vvgb Slotlaan 4 De voorzitter: Agendapunt 8, verlenen verklaring van geen bedenkingen Slotlaan 4. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Aldus besloten.
9.
Gunning aanbesteding accountant De voorzitter: Agendapunt 9, gunning aanbesteding accountant. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Aldus besloten.
10. Zienswijze begroting MRA (Op verzoek CDA bespreekstuk) De voorzitter: Nummer 10 is een bespreekstuk geworden. 11. Budgetten subsidies De voorzitter: En dan agendapunt 11, budgetten subsidies. Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer De Kloet. De heer De Kloet: Aangekondigd in de commissie. We zullen niet tegen stemmen maar wel willen we nog even aangeven dat in onze stem, bestemming was waarvoor. Maar dat we de gang van zaken buitengewoon ongelukkig vinden. Dat als de raad iets zegt van, dit gaan we doen, dat er vervolgens via een achterdeur toch aan gemorreld wordt. En dat wil ik gewoon even meegeven.
De voorzitter: Oké. Is er behoefte verder door iemand aan stemming? Nee. Dan is alles besloten. BESPREEKPUNTEN 10. Zienswijze begroting MRA (Op verzoek CDA bespreekstuk) De voorzitter: Goed, agendapunt 10, zienswijze begroting MRA. Dat is door de heer Nienhuis, is om behandeling gevraagd dus ik geef het woord aan de heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Dank u vriendelijk, mevrouw de voorzitter. Nou, wat ligt er voor ons, dat is normaal niet zo’n heel spannend stuk, dat is de MRA, de begroting van de MRA. Wij gaan … Wij willen in gemeenschappelijke regeling, dat is dit niet overigens hoor, willen wij minder gaan betalen steeds maar de MRA wordt steeds meer. Dus ik heb gevraagd om de jaarcijfers van de MRA, voorzitter, via de griffie, en die zijn er niet. De jaarcijfers worden niet meer gemaakt. Dat is een overgangsjaar waarschijnlijk en dat verbaasde mij enorm. En daar wil ik even dus in deze raad aandacht voor vragen. Ik heb ook onze collega-raadslid in Amsterdam gebeld van het CDA toevallig, want Wijdemeren heeft natuurlijk minder te vertellen in de MRA. En ik heb met hem ook besproken dat … Voor hem was het ook een grote verrassing. Dus ik wil hier even aandacht voor. Ik kan geen amendement indienen want het gaat niet over de jaarstukken maar ik wil er wel aandacht voor vragen. En ik ga op de achterkant ga ik een beetje, gaan we lobbyen om dit wel voor elkaar te krijgen.
Want iedereen, van elke partij willen wij jaarcijfers hebben en van de MRA blijkbaar niet en dat vind ik een beetje gek. Dus zover de mededeling wat mij betreft, voorzitter. Ook een soort stemverklaring. De voorzitter: Oké, prima. Is er nog een reactie hierop? Nee. Ja, mevrouw IJsbrandij. O, de heer De Kloet? Mijnheer De Kloet, ja? De heer De Kloet: Ik wil ook aandacht. Ja, nou, ik sluit me aan bij de woorden van de heer Nienhuis uiteraard. En later denk ik dat het goed is om eens een avond te beleggen in een beeldvormende sessievorm over de MRA. Want we hebben ook in de technische vragen gezien dat er wat vragen waren. De beantwoording vond ik nou niet echt supersterk. Maar ik denk dat het goed is om eens even te kijken van, wat gaat het weer allemaal kosten de komende tijd en ook, wat krijgen we ervoor terug? Want dat was geloof ik de vraag. Dat kondig ik dan even bij deze aan in aansluiting op wat de heer Nienhuis heeft gezegd. De voorzitter: Ja, en vanuit mijn portefeuille lijkt het me uitstekend idee om daar een beeldvormende sessie aan te wijden. Ja? Dus, maar u dient het verzoek in denk ik. Ja, dat is prima. Verder nog iemand? Nee. Oké. Dan gaan we over tot stemming. Het was geen formele stemverklaring. Wilt u nog een formele stemverklaring doen, mijnheer Nienhuis? De heer Nienhuis: Nee, dat kan niet want het gaat natuurlijk om de begroting dus vandaar. Dank u wel.
De voorzitter: Nee, oké. Verder iemand een stemverklaring? Nee? Behoefte aan stemming? Nee. Goed, dan is deze besloten. O, ik heb eigenlijk twee hamerstukken overgeslagen. Nou. 12. Ontwerp-vvgb Nieuw-Loosdrechtsedijk 178 De voorzitter: Agendapunt 12, mijn fout, ontwerp verklaring van geen bedenkingen Nieuw-Loosdrechtsedijk 178. Dat was een hamerstuk geworden. 11 hebben wij gedaan. Ja. Ja. Ik had deze moeten doen voor de MRA,
ja. Goed, is er behoefte aan een stemverklaring wat betreft ontwerp verklaring van geen bedenkingen NieuwLoosdrechtsedijk 178? Nee. Is er behoefte aan stemming? Nee. Aldus besloten. 13. Afgifte vvgb Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 De voorzitter: En agendapunt 13, afgifte verklaring van geen bedenkingen Nieuw-Loosdrechtsedijk 2. Is er behoefte aan een stemverklaring? Mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. De Lokale Partij zal voorstemmen nadat zij begrepen heeft dat de wethouder inmiddels een afspraak in de planning heeft met de buurman en de betreffende ambtenaren voor wat nadere tekst en uitleg en bespreking. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog behoefte aan een stemverklaring? Is er behoefte aan stemming? O, mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, de ChristenUnie zal ook voor stemmen maar ja, we kunnen als gemeente geen mediator zijn maar wij willen toch wel even onze zorg uitspreken dat wij nog niet helemaal overtuigd zijn dat de partijen nader tot elkaar komen. Maar daarin zien wij ook wel dat wij als gemeente daarin geen mediatorrol vervullen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Verder nog behoefte aan een stemverklaring? Nee. Behoefte aan stemming? Nee. Dan is deze besloten. Dank u wel. Excuses voor die warrigheid. Inspraakreacties 14.
Weigering vvgb Middenweg 100 De voorzitter: We zijn aanbeland bij agendapunt 14, weigering verklaring van geen bedenkingen Middenweg 100. Voorgesteld wordt, één, kennis te nemen van de ingekomen zienswijze tegen uw voornemen om geen ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de realisatie van twee woningen aan de Middenweg 100 te Nederhorst Den Berg. Twee, de afgifte van een verklaring van geen bedenkingen te weigeren voor de realisatie van twee woningen aan de Middenweg 100 te Nederhorst Den Berg omdat het toestaan van extra bebouwing in het buitengebied in het kader van een goede ruimtelijke ordening ongewenst is vanwege de verdere verstedelijking van het landschap en de verdere aantasting van landschappelijke waarde, openheid en zicht op karakteristiek verkavelingspatroon. Ja, fijn. Voor dit deel aan de Horstermeer wordt ingezet op een transformatie van het agrarisch buitengebied in relatie met de aanwezige bodemdaling. Hierbij past geen verdere bebouwing maar juist een vermindering van bebouwing en op bodemdaling aangepaste vormen van extensief agrarisch grondgebruik. En het toevoegen van een tweede burgerwoning, naast de omzetting van een bedrijfswoning naar burgerwoning eventueel mogelijk is als er sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst. Hiervan is er sprake als er minstens 1500 vierkante meter aan agrarisch bedrijfsbebouwing wordt verwijderd.
Daarvan is hier geen sprake. Goed, er is een amendement aangekondigd, A-14-1. Die is ingediend door het CDA, ChristenUnie en D66, getiteld Midden 100. Ik vraag de indieners om een toelichting te geven op het amendement en ik begin bij mevrouw Van Rijn, klopt dat? Mevrouw Van Rijn: Dat klopt, voorzitter. En voordat die vraag straks mijn kant op komt denk ik, ik zal er zelf kort maar wat over zeggen. U zat toch in het college destijds en dit voorstel lag daar toen, dat is helemaal waar. En ik ben er ook van uitgegaan bij de collegestukken die wij krijgen, ruimtelijke ordening was overigens niet mijn portefeuille, dan doe ik het met de informatie die ik heb en dat die informatie was zoals die is en
toen heb ik mijn beoordeling gemaakt. Echter, op dit moment ben ik onderdeel van de fractie van het CDA en hebben wij de … En heb ik zelf ook de inspreker van de vorige commissie gesproken en wat nader onderzoek gedaan. En heb ik toch mijn twijfels of wij dat destijds goed dat besluit genomen hebben en vandaar dat dit amendement daar ligt. Ik ga proberen, het is een technisch amendement, ik weet dat u daar meestal niet zo’n fan van bent maar ik ga proberen dat zo makkelijk mogelijk uit te leggen. Het gaat er namelijk om dat dit raadsvoorstel aangeeft dat het gevraagde, de woningen, in strijd zijn met de Provinciale Ruimtelijke Verordening en dat het daardoor niet mogelijk is. En een van de belangrijkste argumenten is dat er dan sprake moet zijn van 1500 vierkante meter bebouwing die wordt gesloopt en dat dat hier in dit geval niet zo is. Echter, het raadsvoorstel bevat niet het artikel waar zich dat op baseert. En heb ik dat zelf uitgezocht, dat zou artikel 5 kunnen zijn of artikel 17. Daarin staat heel duidelijk dat er inderdaad sprake moet zijn, bij artikel 5 is er kleinschalige bebouwing, dat je 1500 vierkante meter sloopt en daar nieuwe woningen kan bouwen. Dat is hier niet het geval. Volgens mij is dat ook geen discussiepunt, kunnen we allemaal lezen, dat is niet aan de orde. Alleen er is nog een artikel in de verordening van de provincie en dat is artikel 16.
En artikel 16 dat is een uitzondering op artikel 5. Dus in artikel 5 staat, even om het samen te vatten, er staat meer maar er moet 1500 vierkante meter bebouwing zijn. Maar artikel 16 zegt, dit is Ruimte voor Ruimte regeling en dat artikel 16 is een uitzondering op 5. Dus ik heb nergens kunnen vinden, en dat is ook mijn eerste vraag aan de wethouder, ik heb nergens kunnen vinden, waar staat dan dat als wij ons beroepen op die Ruimte voor Ruimte regeling artikel 16 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, waar staat dan dat het 1500 meter moet betreffen? Want als ik dat lees, lid 1, in afwijking met het bepaalde in artikel 5c kan een bestemmingsplan voorzien in een mogelijkheid van nieuwe woningen ter compensatie van de sloop van storende agrarische bebouwingen in het landelijk gebied als door deze ontwikkeling een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd. Nou, dat is waar we het allemaal in de commissie over eens waren. Ik vind het ook jammer dat de andere partijen geen mede-indieners zijn maar die zullen dat straks toelichten. Wij zeiden allemaal, dit is storende bebouwing en het gaat de ruimtelijke kwaliteit, komt het ten goede.
Daar heb ik ook contact gehad vanmiddag met de ambtelijke organisatie en die geven aan, ja, maar wij hebben nooit geconstateerd dat het storende bebouwing is en op die grond hebben we er niet naar gekeken en op die grond is het ook niet aangevraagd. Nog een vraag voor de wethouder is dan, maakt dat dan uit waarop de inwoner dat aanvraagt? En om hem dan even makkelijk te maken, volgens mij staat artikel 16 dus toe dat dit wel kan. Ik kan nergens vinden, tenzij de wethouder dat kan aangeven, dat er 1500 meter bebouwd moet zijn. Dan is alleen nog de vraag, is dit storende bebouwing? Als ik dan in de uitvoerregeling, uitvoerregels kijk, en dat is sorry, excuus, dames en heren, is een beetje technisch, maar daar staat, wat is storende bebouwing? En dan is het niet passend in het landschap of bebouwing, agrarische bebouwing die in verval is geraakt. Ook dit heb ik vanmiddag besproken met de ambtelijke organisatie en daarvan kreeg ik terug, nee, maar voor voormalige agrarische bouwpercelen geldt artikel 17. En hier gaat het om, dus dit is misschien het belangrijkste. Ons inziens gaat artikel 17, en dat heb ik ook in de beleidsregels gelezen, voormalige agrarische bouwpercelen over niet storende bebouwing. En artikel 16 gaat over storende bebouwing.
Dit is wat de initiatiefnemer continu naar voren heeft gebracht, en wat wij ook gezegd hebben, het is storende bebouwing en dan geeft de provincie ruimte om dit aan te pakken, om in gesprek te gaan met de ruimtelijke adviescommissie van de provincie en om dit toe te staan. En dan ga ik het nu snel afronden want die klok tikt door. Toen heb ik gedacht, nou ja, dan zal het wel niet passen in wat voor CDA het afschuwelijke Bijzonder Provinciaal Landschap heet. Maar in het Bijzonder Provinciaal Landschap staat de Horstermeer en de Middenweg met naam en toenaam genoemd. En daarin staat, er mag niet gebouwd worden, lintbebouwing, et cetera, in de Horstermeer als dat leidt tot een verslechtering van de kwaliteit maar verdichting naar voren aan de kant van de Middenweg mag wel. En dat is wat hier gebeurt. We gaan niet verder naar achter, we gaan naar voren. Dat was mijn toelichting. En ik weet niet of mevrouw Kaper en de heer Roosenschoon daar nog
iets over hebben. Maar wij hebben ernstig onze twijfels of het op basis van artikel 16 wel kan en dat zouden we graag van de wethouder horen. De voorzitter: Goed. En dan het dictum van het amendement. Mevrouw Van Rijn: Ja, u kunt het al raden denk ik, dat we dus de weigering, de … Nou moet ik het even goed … Nou ga ik het voorlezen anders ga ik het fout doen. Dat gaat erom dat wij kennisnemen van de ingekomen zienswijze en het tweede punt, de wijziging, een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van twee woningen aan de Middenweg 100. Omdat het toegestaan is extra bebouwing in het buitengebied in het kader van goede ruimtelijke ordening gewenst is om een verbetering van de kwaliteit van het gebied. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Ka… O, mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ik heb er heel weinig aan toe te voegen want het is zo grondig uitgezocht door mevrouw Van Rijn. Het is wel zo dat dit weer een schoolvoorbeeld is eigenlijk van de muren waar bewoners tegenaan lopen. Ja, je komt met een plan aan en er wordt getoetst aan het meest voor de hand liggende regeltje. Maar er wordt niet gekeken, zijn er misschien andere mogelijkheden of andere regelgeving waardoor zo’n project wel mogelijk zou zijn, al of niet gewijzigd. Dus het gaat weer dit keer ook om maatwerk.
En kijk, wat is de beste ruimtelijke ordening die we op dit punt, op deze locatie kunnen wensen. Dus vandaar dat wij inderdaad voorstander zijn van het afgeven van deze verklaring van geen bedenkingen. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, ik sluit me zoals verwacht aan bij de voorgaande sprekers. In de commissie waren we het inderdaad met elkaar eens, het voorstel dat het ruimtegebruik verbetert, verrommeling wordt opgeruimd, asbest wordt opgeruimd, vervuilde grond wordt gesaneerd. Wat wil je nog meer zou ik dan zeggen. En de ChristenUnie verwacht ook wel wat meer creativiteit en inzet van het college om zo’n voorstel nader te onderzoeken. De overheid moet dienstbaar zijn aan de samenleving. En ik heb een kleine aanvulling want ik zal niet nog meer artikelen gaan voorlezen. Nou, één dan, als u mij toestaat. In de uitvoeringsregeling Ruimte voor Ruimte, artikel 3, staat namelijk over storende bebouwing, een bestemmingsplan kan voorzien in compensatiewoningen mits niet meer woningen mogelijk worden gemaakt dan dat het noodzakelijk is om de kosten voor het verwijderen van de storende bebouwing te compenseren.
En de ChristenUnie wil heel graag van de wethouder weten, is dat met de initiatiefnemer besproken? Ja, wij hebben toch de indruk, waarom bent u niet samen gaan zitten met de initiatiefnemer, meegedacht, meegekeken, die Ruimte voor Ruimte regeling verder onderzocht en uitgegraven om te kijken of er een mogelijkheid is deze ontwikkeling toe te staan. En dan door gebruik te maken van de afwijking die mevrouw Van Rijn ook noemt. Ja, tot zover. Wij denken dat er nog even een stap extra moet worden gezet en vandaar dit amendement. De voorzitter: Goed, ik kijk rond, is er verder … Zijn er verduidelijkende vragen, verhelderende vragen aan de indieners? Nee. Dan ga ik, kijk ik nu naar wethouder Zandbergen voor een reactie vanuit het college. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: ‘…’ hopen we anno tegenwoordige tijd met onze spullen te kunnen. Dank u wel, voorzitter. Hoop ik wel dat mijn papieren blijven liggen. Ik waardeer enorm de creativiteit en de inzet die gepleegd wordt om te kijken hoe je toch op creativiteit, ja, toch iets mogelijk kan maken. Daar absoluut waardering voor. Alleen het college heeft inderdaad vanmiddag, nou ja, een beetje halverwege de middag dit amendement gehad. En ja, wij komen, laat ik maar in ieder geval aangeven, met het advies dat, nou ja, wij het
amendement negatief advies geven. En dat baseren wij op, en dat raakt ook de vragen die gesteld worden. De aanvraag, ja, is gebaseerd, en dat noemde mevrouw Van Rijn ook al inderdaad in het overleg wat met de ambtenaren geweest is, wij zijn van mening dat het inderdaad op basis van artikel 17 is, dat deze aanvraag is. Want het gaat over een voormalige agrarische bebouwing. En er is sprake dus van bedrijfsbeëindiging. Dat is de situatie die aangebracht is, dat is de situatie waarop beoordeeld is. En ja, daar zit inderdaad de 1500 vierkante meter in die dus niet ingeleverd wordt. Ik denk dat het ook goed is om nog even bij stil te staan dat, er wordt inderdaad aangespoord om van, denk creatief mee. Dat is gebeurd in de zin van dat ze mee hebben gedacht over wat er mogelijk is onder de huidige bestemming op dat pand. En dan inderdaad, de een vindt iets een storend gebouw. De ander zegt, dat is een subjectief kwalificatie wellicht denk ik daarin. Maar waar het om gaat is dat er in de huidige bestemmingsplanregelingen, zijn er ook mogelijkheden om ook daar de boel op te knappen. Even ter voorbeeld, het huidige pand is 150 vierkante meter wat er staat. En de bebouwing voor een woonhuis, als we het omzetten van bedrijfsbestemming naar een woonbestemming, dan kun je daar een huis van 200 vierkante meter neerzetten met alle opties en regels die daar nog allemaal in mogelijk zijn.
Dus in die zin heeft de gemeente wel daarin meegedacht. Heeft ook aangegeven dat het geen bouwen in de aanvraag, ja, in opzet was. Dat daar dus niet aan wordt voldaan. En vandaar dat wij negatief advies geven op dit amendement. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Dit is een interruptie dus ik kijk even, niet indrukken want ik heb al zo weinig tijd. De voorzitter: Nou, interruptie, een verhelderende vraag aan de wethouder bedoelt u. Mevrouw Van Rijn: Ja, een verhelderende … Ja, of een interruptie eigenlijk want de wethouders zegt, het is aangevraagd onder artikel 17 maar dat is helemaal niet aan de orde. Als ik naar uw eigen stukken kijk, daar staat aanvraaggegevens en dan staat er, projectomschrijvingen, dit is van de indiener zelf, de bestaande agrarische opstallen te slopen en een woning toe te voegen. De huidige kavel, nou ja, dan komt er een getalletje, en dan staat er, de bestaande en een extra woning voor de sloop van storende bebouwing, zie bestemmingsplan artikel 3.7. Dat is onze eigen bestemmingsplan Horstermeer, dat gaat over storende bebouwing. Dus ik kan niet met het college eens zijn met het antwoord dat ik ook vanmiddag heb gekregen, dat deze indiener een aanvraag heeft gedaan voor artikel 17. Er staat heel duidelijk, een aanvraag voor een extra woning voor de sloop van storende bebouwing.
En storende bebouwing is echt artikel 16. De voorzitter: Maar, mevrouw Van Rijn, u gaat niet in debat. Mevrouw Van Rijn: Dus mijn vraag is, ja, de vraag aan de wethouder is, hoe komt u daarbij dat de indiener heeft verzocht om artikel 17, en sinds wanneer is dat dan een grond om iets af te wijzen? En denken we niet mee met de inwoners? Het staat op het aanvraagformulier. De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, u moet mij ook vergeven dat ik inderdaad niet de historie weet die al in 2020 is begonnen, welke gesprekken er precies en welke zaken daarin precies besproken worden. U gaf al van tevoren aan, omdat het best wel een vrij technisch verhaal is en ik, ja, daar op die manier niet naar gekeken heb. Dus daar kan ik op dit moment niet een antwoord op geven. De aanvraag is opgebouwd zijnde dat er van toepassing is artikel 17 omdat er sprake is van bedrijfsbeëindiging van het
agrarisch, van de agrariër. En op die manier wordt artikel 17, op die manier is het ook beoordeeld en op die manier is ook tot de conclusie gekomen dat wij hier niet in mee kunnen gaan. Mevrouw Van Rijn: Ja. Voorzitter. De voorzitter: Maar … Ja? Mevrouw Van Rijn: Toch nog een verduidelijkende vraag want ik verwijd mevrouw Zandbergen uiteraard helemaal niets. En dat u hem vanmiddag heeft gezien vind ik jammer want ik heb hem vrijdag ingediend, juist omdat het technisch is en daar kunt u ook niks aan doen. Maar ik verwijt u wel een beetje dat u klakkeloos heeft overgenomen dat de aanvrager zich beroept op artikel 17. Want het is alleen maar het raadsvoorstel openmaken, aanvraaggegevens pagina 1. Ik heb dat ook op deze manier gevonden en daar staat gewoon heel duidelijk op welke grond hij hem aanvraagt. En dat vind ik wel vervelend. U zegt, we hebben er uitgebreid overleg over gehad en de uitkomst is, de indiener beroept zich op artikel 17. Nou, met één druk op de knop is echt te vinden dat de indiener zich beroept op storende bebouwing artikel 16. Dus dat verwijt ik het college wel, dat vind ik echt te gemakkelijk. Ik denk dat het andersom is geweest. De indiener heeft zich hier beroepen op storende bebouwing. Wij zijn uitgegaan van artikel 17, daar past het niet in en daarmee kan het dus niet. En we hebben niet verder gekeken.
De voorzitter: Maar uw vraag aan de wethouder, want daar zitten wij hier nu. Mevrouw Van Rijn: Nou, nogmaals de vraag, u zegt van, wij hebben het er vanmiddag uitgebreid over gehad. Ik ben benieuwd waarom het college zich baseert op dat deze aanvrager artikel 17 wenst en geen storende bebouwing. Dat vind ik wel belangrijk voor het hele antwoord van de wethouder en het college. De voorzitter: Oké, laatste keer, deze vraag naar de wethouder. Ja. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ja, het enige wat ik u kan aanbieden is om daar even over te schorsen om dat na te vragen. Want u vraagt me nu iets heel concreets over iets wat gebeurd is in 2020 op basis van waar het al in 2021 een hamerstuk was. Waarin de hele raad het al heeft bekeken en beoordeeld en nog een keer heeft beoordeeld. En u komt hier nu vanavond een paar uur van tevoren confronteert u mij iets hiermee. En dan spijt me, daar kan ik u geen antwoord op geven. Mevrouw Van Rijn: Nee, voorzitter … Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Hoe graag ik het ook zou willen. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, daar maak ik toch een klein beetje bezwaar tegen want dit heeft helemaal niks te maken met wat hier allemaal voorafgegaan is. Ik heb u ook uitgelegd, als fractie zijn we daar ook opnieuw gaan kijken.
Maar het antwoord van het college is, dit kan niet, we hebben het vanmiddag nog allemaal nagekeken na dit amendement, dit kan niet want de aanvrager doet de aanvraag op artikel 17, dat is het hoofdargument. En dan zeg ik, dat is niet oké want op pagina 1 van de aanvraag staat, slopende bebouwing. Dus uw antwoord heeft niks te maken met wat er al drie jaar geleden gebeurd is maar met het antwoord wat het college nu geeft. En het gaat mij er niet om dat het een welles nietes spelletje wordt, coalitie, oppositie. Maar als dit kan vind ik het wel kwalijk dat we dit op dit moment, als we nee zeggen, dan krijgt deze aanvrager dat ook nooit meer voor elkaar.
De voorzitter: Maar ik hoor herhaling. Dus ik ga nu naar mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, dank u wel, wethouder, voor de toelichting. Ja, wat mij dan toch verbaast is in de commissievergadering vorige week hebben we het eigenlijk … De voorzitter: Maar dit is nu de verhelderende vragen. Mevrouw Kaper: Ja, een verhelderende vraag. De voorzitter: Naar aanleiding … Ja, naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder. Dus geen debat meer met de wethouder. Dat vindt plaats in de commissie. Dus antwoorden … Wethouder heeft een aantal vragen beantwoord. Als er dan onduidelijkheden zijn naar aanleiding van de beantwoording, nu is de gelegenheid om die te verhelderen. Maar geen debat meer met de wethouder. Mevrouw Kaper: Ik heb nog één vraag, nou hoop ik dat die binnen de criteria valt. De voorzitter: Ja, kom maar, kom maar. Mevrouw Kaper: Ja, mijn eenvoudige vraag is eigenlijk, heeft u in de tussentijd, want u zegt, dit is er uitgekomen en het is niet mogelijk. In de commissie was eigenlijk iedereen daar verbaasd over. Heeft u daar in de tussentijd nog navraag naar gedaan? De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Dank u wel voor deze vraag. Zeker, en eigenlijk bent u ook degene geweest die mij toch nog wel wat meer onderzoek heeft laten doen wat onder andere aan de gang is in de provincie.
Om te zoeken inderdaad wat we graag willen naar de creativiteit en de mogelijkheden die er mogelijk wel zijn. En toen stuitte ik inderdaad op een motie van ChristenUnie in de provincie die dus inderdaad aanvraagt van, goh, bekijk nog eens eventjes die Provinciale Verordening die ons toch best wel moeilijkheden maken, of we iets anders kunnen doen met de agrarische bestemmingen, of we daar creatiever mee om kunnen gaan. En het enige wat ik u kan stellen is dat Provinciale Staten op dit moment daar nog geen opvolging van heeft gemaakt. Maar dat kijken we natuurlijk, ja, heel graag tegemoet van wat daar uit gaat komen en of dat voor Wijdemeren wellicht meer mogelijkheden biedt dan dat. En ik denk dat het misschien ook handig is om nog even te vermelden, mevrouw Van Rijn noemt een aantal keren dat er overleg is geweest met de ambtenaren. Ik heb in ieder geval doorgekregen dat er technisch zeg maar een toets is geweest maar niet op de inhoud de toets is geweest. Dus we vragen altijd van, is er een ambtelijke toetsing? Ik denk dat dat handig is om daar nog even notie van te hebben. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, is dit een nieuwe verhelderende vraag? Mevrouw Van Rijn: Nee, het was een verhelderende vraag die nog niet beantwoord is.
En dat ging erover, los, de eerste vraag ging over wat de grondslag is en de tweede vraag is, als het van artikel 16 wel erin had gestaan, had het dan wel gekund? Dat was de tweede vraag. En de laatste is een interruptie op wat mij ook zeer bevreemd want ik kreeg antwoord op dit amendement, dat dien je in om te toetsen en dan is het, het is wel technisch getoetst maar niet inhoudelijk. En ik vraag me wel af, dat ben ik niet gewend want we dienen iets in zodat een ambtelijke organisatie kijkt of het technisch en inhoudelijk klopt. En politiek is dan aan
onszelf maar ik snap het verschil niet. Hoeft u niet op te antwoorden, is voor een later moment. Maar nog wel graag op artikel 16, of het dan wel had gekund? De voorzitter: De technische toetsing is op basis van financiële haalbaarheid, juridische haalbaarheid, dat soort zaken. Ja. Mevrouw Van Rijn: Maar dit is dan toch juridisch haalbaar? Dus het klopt dus dat, in het amendement zeggen wij, het is artikel 16 wat geldt. U zegt, hij is technisch getoetst en het antwoord was, er zijn geen bezwaren. Dus dan is het juridisch haalbaar of niet? Ik probeer het te begrijpen hè. De voorzitter: Ja. Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ja, dank u wel. Inderdaad, over die toets. Ja, dat is een toets van of het amendement inderdaad een besluitwaardig iets kan zijn. En vervolgens dan … Ja. Dus wat dat nagaat denk ik dat ik het hou bij de uitleg die de burgemeester daar ook over gaf. Mevrouw Van Rijn vraagt, wat als artikel 16. Dames en heren, wat als ligt nu hier niet voor ter besluitvorming. En ja, ik denk dat dat een hele moeilijke is om op in te gaan op dit moment. De voorzitter: Goed, ik kijk rond. Zijn er nog … Mijnheer De Kloet, u heeft nog een verhelderende vraag aan de wethouder? De heer De Kloet: Ja, want iets anders mag toch niet nu? De voorzitter: Nee, dat klopt. Heel goed, heel goed. De heer De Kloet: Vandaar. Ja, ik let wel op.
Ik had een vraag aan de wethouder, want er wordt gesproken over wat hier voorligt, het raadsvoorstel. Nou goed, daar zal ik verder niks over zeggen maar mevrouw Van Rijn heeft het over de aanvragen maar is het nou zo, de vraag is dan, wat is nou leidend? Want de aanvrager kan iets aanvragen op basis van een artikel in de PRV in dit geval, maar dat hoeft natuurlijk niet te kloppen. Kunt u daar iets meer over zeggen? Want ik neem aan dat er een aanvraag komt waarin artikelen worden genoemd en dan vervolgens komt er een ambtelijke toetsing van, kan dit nou wel of niet? Omdat cruciaal in dit geval ook het woord bedrijfsbeëindiging is, wat weer een ander licht op de zaak werpt. Kunt u daar iets meer over zeggen? De voorzitter: Wethouder Zandbergen. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Ik meende toch net ook weer een wat als te horen. Dat wat als het niet duidelijk is, helpt de gemeente dan daarin verder? Kijk, dat … Ik heb daar niet aan het loket gezeten. We mogen ervan uitgaan dat als, dat is ook de instelling van, moeten we het hier van de gemeente hebben, dat als iemand komt met een aanvraag dat je uitlegt hoe het werkt en wat wel en niet kan. En ik mag erop vertrouwen dat dat hier ook gebeurd is. En, nee, dat ga ik niet zeggen hier. De voorzitter: Nee, ik help u een beetje.
Ik meen dat de vraag was, ik meen dat de vraag was, iemand dient een aanvraag in onder bepaalde, die noemt een bepaald artikel. Wat is die toetsingsgrond? Wordt de toetsingsgrond, vindt dat alleen plaats op dat ingediende artikel of kijkt men breder? Volgens mij is dat de vraag. Mevrouw Zandbergen-Hanewald: Nou, je …
De voorzitter: Klopt dat, mijnheer De Kloet? De heer De Kloet: Nou, ik zeg het om die reden, voorzitter, als het mag, omdat er nu het argument wordt aangedragen dat er in de aanvraag een artikel staat. Maar ik neem aan, die ervaring heb dan inmiddels, dat als de aanvraag niet helemaal honderd procent past op wat er aangevraagd wordt, nu word ik zelf een beetje ingewikkeld, dat inderdaad vanuit de ambtelijke organisatie vaak een, dat zegt mevrouw de wethouder ook van, ja, dan is het vaak dat we het gesprek aangaan van, nou, laten we een andere mogelijkheid … De voorzitter: Maar volgens mij bent u uw eigen vraag aan het beantwoorden. De heer De Kloet: Helaas is dat soms nodig als … De heer …: Hoe weet jij dat, van het college? De heer De Kloet: Interruptie? De heer …: Nee. De heer De Kloet: O. Dus helaas is dat soms nodig alleen ik wilde die verduidelijking graag van de wethouder horen zonder dat ik zelf mijn vraag ging beantwoorden. Maar als het in de toekomst vaker moet dan doe ik het graag, mijn eigen vragen beantwoorden. De voorzitter: Dan denk ik dat we het even hierbij laten. Ik kijk nog één keer rond, zijn er nog verhelderende vragen? Nee. Dank u wel, wethouder Zandbergen, voor uw toelichting. Dan gaan we over naar de tweede termijn. Wie wil iets zeggen in de tweede termijn? Ik inventariseer even. Nee. Ik zie nog geen handjes. Ik inventariseer nu. Oké.
Ja? Sorry, mijnheer? Oké. Dan … O, en Wind. Goed. Dank u wel. Dan begin ik hier bij de heer De Kruijff, die zag ik als eerst. Mijnheer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel. Nou, om te beginnen complimenten aan de indieners voor dit hele technische amendement. Als beginnend raadslid leer ik over ruimtelijke ordening nog iedere dag, dus ook hier. Mevrouw Van Rijn die vroeg, die verwees naar de commissie waarin alle partijen op zich, en dat was mijn idee ook, best positief waren. Of in ieder geval horende de indiener als inspreker. Dat klopt. Toch hebben we het amendement niet mede ingediend en wij zullen het amendement ook niet steunen. En wel om het volgende. Tussen de commissie en de raad hebben wij als VVD-fractie contact gehad met meerdere Horstermeerders. Horstermeerders die soortgelijke plannen hebben ingediend waar de gemeente, ja, nee tegen heeft gezegd omdat ze de provincie wilde volgen. En los van het hele technische aspect wat mevrouw Van Rijn net aanhaalt, hebben wij als VVD de afweging gemaakt dat als wij instemmen met dit amendement, dat dat inconsequent beleid is. Daar zijn wij geen voorstander van en daarom zullen we het amendement niet steunen en wel met het voorstel van het college meegaan. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik naar de heer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter.
Ja, hoe sympathiek het ook allemaal klinkt, ik denk dat ik de woorden, ik ga het niet herhalen, maar de woorden van de heer De Kruijff zijn juist. We moeten oppassen dat we hier niet iets gaan creëren wat we vervolgens niet meer kunnen terugdraaien. Ik vertrouw erop dat de informatie die we hebben gekregen klopt en dat is, nou ja, volgens die provinciale regels dan. Aan de andere kant is het natuurlijk wel zo dat DorpsBelangen altijd heeft gestreefd naar zo goed mogelijke ruimtelijke
ordening en woningbouw, als het even kan. Dus we hinken hier op twee gedachten, aan de ene kant zijn de regels en de procedures dusdanig dat je zegt, dat kan niet want de provincie gaat er gewoon voorliggen, dat zie je gewoon aankomen. We willen de indiener ook niet blij maken met een dode mus. Aan de andere kant hebben we ook een soort moreel gevoel van, ja, eigenlijk moeten we hier wel woningbouw plegen. Een extra woning is altijd nog een extra woning. Nou, de verrommeling en alles wat er genoemd is. Dus op die twee gedachten hinken wij en wij zullen dan ook verdeeld stemmen over dit amendement. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik ga eerst naar de andere partijen. De heer Goossen. De heer Goossen: Dank u, voorzitter. Ja, De Lokale Partij sluit zich eigenlijk aan bij wat de heer De Kruijff zegt. Je hebt een bijzondere situatie op de Middenweg. Als je dit gaat toestaan, dan zijn er zeker nog andere mensen die dit ook zouden willen. En eigenlijk, ik ben … Ik heb het gespreksverslag gelezen van de ambtenaren en daar staat dit dus gewoon beschreven dat het niet kan. Iets wat niet kan, moet je niet willen. Wat wij wel aan de wethouder zouden willen meegeven, ga kijken wat de mogelijkheden zijn in de toekomst om dit soort problemen te voorkomen. De voorzitter: Dank u wel. En dan geef ik nu het woord aan mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja, dank u wel, voorzitter.
Om nou te zeggen dat we heel erg tevreden zijn over de behandeling van dit dossier, nee, dat zijn wij niet. En dat wil ik ook maar klip en klaar duidelijk maken. En ik koppel er ook gelijk de vraag aan, aan de wethouder, om er alles aan te doen dat dit soort onduidelijkheden in de toekomst voorkomen worden. En ik herhaal toch ook het verzoek aan de wethouder om eens gauw koffie te drinken in, hoe heet het daar, Haarlem, om eens te kijken of er aan de verhoudingen wat te doen is. Ik denk dat het hard nodig is. We steunen het amendement niet. En we hebben er goed over nagedacht en ik wil ook graag zeggen waarom we het niet steunen. In twee colleges waarin bijna alle partijen in de raad vertegenwoordig waren, als twee colleges gemeend hebben dat dit rijp is voor deze besluitvorming, wie zijn wij dan. Hoop op betere tijden. De voorzitter: Goed, dan geef ik het woord aan mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik schrik hier toch wel een beetje van. De commissie was vrij unaniem, die gaf de wethouder de opdracht, ga alstublieft naar Haarlem. Ik hoor mijnheer Voigt nog zeggen, als de provincie dit niet wil, dan zijn het echt, wat was het, koekenbakkers of weet ik wat die ervan maakte maar het leek er in elk geval heel goed op. Maar ik vind het toch wel vreemd.
En als mijnheer Goossen van De Lokale Partij dan zegt, ja, we hebben het gehoord van de ambtenaren, als het niet kan, kan het niet. Nou, ik durf het bijna niet voor te lezen maar ik vind het best wel storend hoor. Mijn vragen aan de ambtelijke organisatie, er is gewoon van uitgegaan dat hier plaats of dat hier gebruik gemaakt wordt van artikel 17 omdat er een bedrijfsbeëindiging plaatsvindt. En dan staat er, er is nooit sprake geweest van het slopen van storende bebouwing op grond waarvan een extra burgerwoning … De aanvraag heeft een andere grondslag. Die aanvraag heeft geen andere grondslag, is vanaf dag één en minuut één aangevraagd op slopende bebouwing. Ik vind het echt best wel erg dat iedereen daar achteraanloopt. Ik vind ook de opmerking van de wethouder, verzoek om creativiteit. Ik vraag helemaal niet om creativiteit, ik vraag gewoon om de regelgeving die bestaat, artikel 16 toe te passen. Hoeft helemaal niet creatief, hoeft niks te verzinnen. Het staat in de regels van de provincie. En iedereen is hier stellig aan deze tafel van overtuigd dat de provincie toch wel nee zou zeggen. Nou, daar ben ik in dit geval niet zo van overtuigd en ik heb ook nog wel een vraag aan de coalitie. U had allemaal mooie plannen op woningbouw. Het waren er niet zoveel maar een daarvan was, het splitsen en het mogelijk maken van bebouwing op agrarische bestemming.
Dit is het eerste voorbeeld wat er ligt van
agrarische bestemming. Mijnheer De Kruijff geeft aan in zijn bijdrage, ik ben heel blij met het amendement van mevrouw Van Rijn, zo leer ik nog eens wat. Als u echt wat had willen leren, dan had u voor de vergadering gebeld om te vragen, hoe zit dat? Dan had u zich daar op die manier in verdiept. Ik ben dan ook wel benieuwd wat u hiervan vindt dat we nu de eerste kans om op agrarische bebouwingen twee woningen neer te zetten laat lopen. Ik snap het werkelijk waar niet en ik vind dit echt een gemiste kans. En, nou, daar laat ik het voor nu even bij. De voorzitter: Raadsleden, probeer via de voorzitter te spreken. Was dit een vraag die u aan iemand wilde stellen? De coalitie is zo lastig hè. De heer De Kruijff: Voorzitter, interruptie. Mevrouw Van Rijn: Ja, ze mogen zelf kiezen, voorzitter, maakt mij niet uit. Maar mijnheer De Kruijff wil ik wel graag horen. De voorzitter: Nou, vooruit. Mijnheer De Kruijff, een reactie op. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel. Een reactie op mevrouw Van Rijn. Kijk, wij als VVD vinden ook, iedere woning is er één. En dit is nou, dat was mijn eerste, onze eerste reactie op dit plan was dat ook, dit zou een verbetering van het woon- en leefklimaat kunnen zijn. Dit zou voor extra woningen kunnen zorgen die keihard nodig zijn in Wijdemeren. Maar er waren ook nieuwe ontwikkelingen.
Ik heb met een aantal Horstermeerders gesproken, die luisteren nu mee. Die hebben gezegd, ja, ik heb toch eens naar die commissie geluisterd en ik vind het toch wel een beetje een rare gang van zaken. Dat we hier als commissie nu, of dat u als commissie hier nu wel in mee wil gaan. Tegen mijn plan is gewoon keihard nee gezegd door de gemeente. Nou ja, u bent blijkbaar voor inconsequent beleid, wij als VVD niet. Wij zijn voor bouwen, absoluut, maar dat mag niet ten koste gaan van het beleid wat we de afgelopen jaren hebben gevoerd. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Rijn, u wilt een reactie. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, ik vind dat heel treurig om te horen, dat blijkbaar nog meer gevallen gebruik hadden kunnen maken van deze regeling volgens de heer De Kruijff. En er is volgens mij een spreekwoord, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. U zegt dus eigenlijk, we hebben het al die tijd fout gedaan maar ja, dat is heel vervelend voor de nieuwe aanvraag dus laten we het volgende voorstel ook maar fout doen. Ik hoor geen ander argument anders dan, het is niet eerlijk. Ik ben met u eens, we moeten niemand benadelen. Maar door dit toe te staan benade… We kijken naar dit plan en die andere plannen komen dan wel als u daarvan overtuigd bent dat het ook niet klopt.
Maar we kunnen niet zeggen, we hebben het al die tijd verkeerd gedaan dus doen we het nu ook nog maar weer verkeerd. Dat is toch een hele rare opmerking? De voorzitter: Goed. Ik kijk nog of er behoefte aan een reactie op … Ja, mijnheer Goossen. De heer Goossen: Ja, in mijn beleving kan het er steeds gebouwd worden. En wat ik al aangaf, het zou natuurlijk mooi zijn als er vanuit de provincie meegewerkt wordt aan oplossingen. En dan kunnen we in de toekomst nog veel meer van dit soort projecten realiseren. En ik denk dat dat de kern is van deze zaak. En niet om … Deze persoon heeft natuurlijk op tijd wat ingediend en zo zijn er nog veel meer en die zijn niet meer op tijd. Ik denk dat we moeten waken om niet één persoon te helpen maar de rest van de personen die ook graag meerdere woningen zouden willen. Als het gaat, wij willen graag bouwen maar het moet wel volgens de provincie kunnen en het moet wel passen in de omgeving dan.
Mevrouw Van Rijn: Ja. De voorzitter: Laatste keer, mevrouw. Ja. Mevrouw Van Rijn: Een laatste … Dat vind ik goed hoor, voorzitter. Een laatste opmerking. Maar ik hoor de heer Goossen zeggen, deze mijnheer was op tijd maar er waren er heel veel die waren niet op tijd, dan kunnen we deze niet toestaan. Als je niet op tijd bent, ben je niet op tijd, dan hebben we geen voorstel. We praten over dit voorstel wat wij moeten beoordelen en niet over al die voorstellen die mogelijk niet op tijd zijn ingediend. Daar gaat het nu toch niet over? De voorzitter: Goed. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zit dit allemaal zo eens aan te horen. Mijn belangrijkste vraag nog steeds, en daar ben ik echt wel benieuwd ook naar hoe de andere partijen daarover denken. Wij hebben gezien dat artikel 16 ruimte biedt en dan denk ik, ik vertrouw ook op de ambtenaren, ik vertrouw dat zij hun werk goed doen. Dat zij niet zomaar met een raadsvoorstel komen want ik denk dat de mede-indieners dat met mij delen. Maar als wij dan in artikel 16 iets lezen en denken, ja, maar daar zou het wel onder kunnen vallen, heeft het dan wel te maken met dat het van de provincie niet mag of heeft het te maken dat we even een stap verder moeten zetten en mee moeten denken met een inwoner en even een middagje moeten gaan zitten om al die artikelen door te spitten en toch te kijken wat er mogelijk is.
Kan het dan alsnog niet, dan hoor ik ook heel graag een argumentatie waarom het dan bijvoorbeeld onder artikel 16 als afwijking niet kan. En die argumentatie heb ik niet gehoord op dat betreffende artikel. En dan denk ik, gaan wij wel tot het uiterste om te kijken wat er mogelijk is. Of ligt dat weer aan de provincie? Want ik vind dat eerlijk gezegd een beetje makkelijk. De voorzitter: Ja, mijnheer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, dank u wel. Ja, het is eigenlijk, ik vind het een beetje vreemd, als ik de partijen hoor die tegen dit amendement zijn dan is eigenlijk de algemene toon, ja, het is nu een beetje laat maar laten we in de toekomst kijken of het beter kan. En we zitten nu net op dat punt. Er zijn een aantal projecten geweigerd in het verleden. We hebben nu, wat er gezegd wordt, een project wat actueel is, wat nu speelt. En je kunt je toch niet aan de indruk onttrekken dat wellicht we ook vanuit de gemeente meer hadden kunnen doen om deze aanvrager te sturen in de richting van een regelgeving waarbij het wel mogelijk was. Dat is eigenlijk een van de punten. Het is natuurlijk ook te gemakkelijk om iedere keer weer af te schuiven op de provincie zoals mevrouw Kaper al zei. Dan is de provincie de grote boosdoener terwijl we in feite niet hebben gekeken of voldoende hebben gekeken of het in samenspraak met de provincie misschien wel mogelijk was geweest.
Misschien onder een andere regelgeving, onder een ander artikel, wat al eerder gezegd is. Maar die mogelijkheden zijn er. Bovendien hebben we het hier over een verklaring van geen bedenkingen dus als deze wordt ingediend is er ook nog steeds de mogelijkheid voor het indienen van zienswijze. En dat komt nog een keer terug, ook in de raad, naar aanleiding van die zienswijze. Dus wat dat betreft lijkt het ons toch echt nuttig om, en ik wil toch een oproep doen aan de andere fracties, om dit amendement te steunen. Dat we inderdaad alles op alles zetten om te kijken of we tot een juridisch aanvaardbare oplossing vinden en in overeenstemming met de provincie. En laten we proberen inderdaad in het vervolg meer te denken aan maatwerk en meer ons te richten op wat er mogelijk is in plaats van wat er niet mogelijk is. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Mevrouw Kaper heeft een vraag gesteld aan de andere fracties. Is er behoefte aan een reactie op die vraag van mevrouw Kaper? Mijnheer De Kloet.
De heer De Kloet: Ja, dank u wel. Ik wil ook graag reageren op de heer Roosenschoon als het mag. Ik ben er zelf nooit zo’n voorstander van om hier de woorden makkelijk te gebruiken. Ik weet dat het in bepaalde sportomgevingen wel gebeurt om zeg maar een simpele paas te geven en dat is een beetje makkelijk te doen. Maar hier in deze arena vind ik dat echt niet. U weet ook dat dit het voorstel in het concept al een keertje voorgelegen heeft bij de raad waarbij volgens mij de raad gewoon unaniem heeft voor gestemd. Dus zo makkelijk was dat dan blijkbaar in dat geval ook. En u zei iets wat inderdaad een opening biedt voor verdere behandeling namelijk de zienswijzeperiode die gaat lopen als dat besluit hier genomen is. En in die periode kunnen er ook tegen het besluit, hoe dan ook, bezwaren worden ingediend. Dus ik zou willen zeggen, laten we die procedure gewoon netjes volgen met zijn allen, dat heb ik al vaker gezegd, en op dat appel laten we iedereen acteren. De heer Roosenschoon: Voorzitter, per interruptie. Ik ben het helemaal met u eens maar het gaat erom wat we doen met deze zienswijze. Dus worden zienswijze voor of tegen de vvgb ingediend. Dat is wel een wezenlijk verschil. De voorzitter: Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ja, maar dat volgens mij het karakter van een zienswijze dus. De voorzitter: Oké. Geen reactie op de vragen van mevrouw Kaper. Ik kijk rond.
Ja, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Ja hoor, want als de oppositie ons uitdaagt op een heel reëel punt, dan vind ik dat ze ook een antwoord moeten krijgen. Nou dacht ik dat ik mijn antwoord al gegeven heb. Wij hebben gezegd van, er zijn duidelijker onderbouwingen nodig. Ik heb gezegd, ik zou het erg op prijs stellen, en dat gaat de wethouder vast nog toezeggen, om toch eens een keer in de zomer naar Haarlem te gaan en hier nog eens over door te praten. En ik heb ook gezegd dat als er twee colleges lang geconstateerd wordt, waar we allemaal inmiddels in gezeten hebben of in zitten, dat dit voldoende rijp is voor besluitvorming, dan vind ik het niet getuigen van behoorlijk bestuur om op een laatste dag opeens met iets te komen wat we dan ook weer niet zeker weten en wat nog uitgezocht moet worden. Ik vind het trouwens wel heel prettig dat het uitgezocht wordt en een deel van de vragen herken ik ook. Maar ik denk dat we nu wel in een fase van de besluitvorming zitten waarin we moeten zeggen, we volgen het concept besluit, we gaan de komende weken nog eens even heel goed kijken wat er nu gebeurt als het ter inzage ligt. En ik denk ook dat we met elkaar nog wel wat te doen hebben als het gaat om dit soort zaken. Maar dat staat los van dit voorgelegde besluit, evengoed als dan vragen en alle overige dingen ook los staan van dit besluit.
We moeten nu een besluit nemen, we gaan er consequent in zijn, met begrip voor de opmerkingen en met grote behoefte aan de antwoorden op de vragen. Maar niet aan de hand van het voorgenomen besluit dat er nu ligt op de laatste dag van de raad voor de zomervakantie. Dus we steunen het besluit zoals het college het voorgelegd heeft. En ik denk dat ik de redenen nu twee keer genoemd heb. De voorzitter: Goed, ik kijk rond en ik zie dat er verder geen animo is. Dus dan, ik kijk ook rond of er geen verdere behoefte is aan beraadslaging ook. Ik zie dit … Ja. Dan stel ik voor dat wij overgaan tot stemming. Wij zullen eerst stemmen over het amendement en daarna over het raadsvoorstel. Er is één raadslid niet aanwezig vanavond, dat had … Dat kunnen wij allemaal hier zien, dat is de heer Den Hartog, die is ziek. Bij deze ook van harte beterschap. Maar voor de luisteraars thuis, als we straks dan de resultaten van de stemming uitbrengen, dan denkt u niet, o, goh, ze hebben verteld, er zijn achttien raadsleden aanwezig dus daar gaan we dus nu de stemming op baseren. Goed. Amendement A-14-1, Middenweg 100. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Dan breng ik nu het amendement in stemming. Wie is voor het amendement? Dat is de fractie van het
CDA, dat is mevrouw IJsbrandij, dat is de fractie van ChristenUnie en fractie van D66. Dan tel ik zes stemmen voor en twaalf tegen en hiermee is het amendement verworpen. Dan zullen wij gaan stemmen over het raadsvoorstel, verklaring van geen bedenkingen Middenweg 100. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee. Wie is voor het raadsvoorstel? Dat zijn, dat is de heer De Kloet van DorpsBelangen, de fractie van de VVD, fractie PvdA-GroenLinks, fractie Dorps, ja, fractie DorpsBelangen en hier … O, sorry, De Lokale Partij. Ik raak in de war. Mijnheer Goetheer had zijn hand niet omhoog. De Lokale Partij. En dat betekent dat met, als ik het goed heb geteld, twaalf stemmen voor en zes stemmen tegen, dat het voorstel is aangenomen. Amendement 15. Jaarstukken 2021 De voorzitter: Goed, dan zijn we aanbeland bij agendapunt 15, dat betreft de jaarstukken 2021. Ik heb een korte mededeling hierover gedaan aan het begin van de vergadering. En ik nodig wethouder Zagt uit, bij wijze van uitzondering want we gooien het een beetje om, maar het is wel goed als hij eerst even een toelichting geeft op wat nou precies de gang van zaken is. En kunnen we daarna het reguliere deel vervolgen als het ware. Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, voorzitter, excuus dat ik nog even bij de griffie wat op moest halen maar daar zal ik zo op terugkomen.
Ja, we zijn gewend als we een jaarrekening vaststellen in de gemeenteraad, dat er een accountantsverslag is en ook een verklaring van de accountant. Nou, het verslag is er wel maar de verklaring is er nog niet. Weer niet, zou ik misschien ook kunnen zeggen want volgens mij heeft de griffie ook al een paar keer gecommuniceerd naar uw raad dat die zou komen. Volgens mij ook vandaag nog. Maar ook wederom vandaag, en ik zeg bewust wederom, hebben wij nog weer enige stukken zeg maar aan de accountant aan moeten leveren. Nou, er wordt gesteld van, maakt u zich geen zorgen, die verklaring gaat komen. De accountant is ook zich zeer bewust dat wij de stukken aanstaande vrijdag in moeten leveren bij de provincie want anders zouden we zelfs nog uitstel moeten vragen. Nou, toen hebben wij kort voor deze vergadering nog bij elkaar gezeten van, ja, wat nu, wat zou kunnen? Ik weet niet, voorzitter, of ook al gedeeld is in het raadsinformatiesysteem? Het is gedeeld, ofwel in de raadsinformatie en zeg maar aangepast besluit is gedeeld maar dat is het geval. Met dank aan de griffie. Ik lees dat even voor, voor het gemak, ook om zelf weer even zeg maar op lijn te komen.
Het voorgestelde besluit is nu dat ondanks het ontbreken van de accountantsverklaring, maar onder verwijzing naar het accountantsverslag, waarin is aangegeven dat een verklaring met beperking op de rechtmatigheid zal worden gegeven, de jaarstukken 2021, inclusief erratum vast te stellen. Nou, nu ik dat uitspreek heb ik volgens mij ook langs zien komen dat er geen erratum is. Er is wel een erratum. Oké. Dan hebben we dat gelijk afgetikt dat het er wel is. De jaarrekening, en dat wist u al, de jaarrekening sluit met een nadelig resultaat van 1.201.000 euro. En het voorstel is om dat bedrag te onttrekken uit de algemene reserve ter dekking van dit nadelige resultaat. Nou, u begrijpt dat ik als portefeuillehouder, die wel misschien wat weet van cijfertjes en dingen, wel gevraagd heb, ja, kan dit zo? Nou, van de griffie begrepen maar nadrukkelijk leg ik de verantwoordelijkheid daarvoor niet bij de griffie want die is volgens mij aan het college, voorzitter, die verantwoordelijkheid. Dat het eerder voorgekomen is, bij mijn weten niet in de gemeente Wijdemeren. We hebben wel eens meer op een bijzondere wijze een jaarrekening vastgesteld, ook wel eens na het zomerreces. Maar dit zou een bereikbaar, of een bereikbaar, ik weet niet of dat het goede woord is, een pad zijn wat we zouden kunnen volgen met uw raad.
Doen we dat niet, want het is uiteindelijk aan uw raad, ja, dan is het een optie, om er maar eens een te noemen, als de verklaring morgen zou komen. Nou, wie weet kunnen we dan nog wat met een extra raad maar er zullen ook weer termijnen aan zitten qua uitnodigingen en dergelijke. En we zouden het met elkaar denk ik wel fijn kunnen vinden als we
toch de stukken op tijd aanstaande vrijdag bij de provincie kunnen hebben. Misschien een beetje uitgebreide toelichting, voorzitter, maar … De voorzitter: Dat geeft helemaal niets, wethouder Zagt. De heer Zagt: Oké. Mag ik het hierbij laten? De voorzitter: Nou, ik kijk even rond of er nog vragen zijn aan de wethouder. De heer De Kruijff: Ik heb een verduidelijkende vraag. De voorzitter: Ja, de heer De Kruijff? De heer De Kruijff: Wat stelt de wethouder nou precies voor? De heer Zagt: Ik stel voor, mijnheer De Kruijff, hetgeen wat ook op het raadsinformatiesysteem nu staat, het gewijzigde besluit, dat heb ik net voorgelezen, om dat door uw raad te laten besluiten. En nadrukkelijk is dat dus, dat zal bevestigd moeten worden in die verklaring van de accountant, maar nadrukkelijk is dat een beperking op de rechtmatigheid, u bent daar eerder volgens mij over geïnformeerd, dat heeft met de aanbestedingen onder andere te maken, en een goedkeuring, goedkeurende verklaring op de getrouwheid van de stukken. De voorzitter: Ik kijk rond. Zijn er verder nog vragen? Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ik zit naarstig te zoeken in het raadsinformatiesysteem. Waar staat dan in het besluit wat u nu zegt? Want ik kan er niks van terug vinden. De voorzitter: Hebt u ververst? De heer De Kloet: Nou, ik heb een half uur geleden gelogd dus.
De voorzitter: O, nee, u moet uw … Nog één … De heer De Kloet: Het is tijdens de vergadering veranderd. De voorzitter: Ja. Ja. De heer De Kloet: Oké. Dat is wel niet zo … De voorzitter: Dit is zo actueel dat dat … De heer De Kloet: Ja, dat kan wel wezen maar … De voorzitter: Overigens is de, staat erratum er ook bij. De heer De Kloet: ‘…’. De voorzitter: Ja, dan … Hebt u hem of niet?
De heer De Kloet: Nee, ik kan hem niet vinden maar maakt niet uit, ik … De voorzitter: Ja, dan ga ik nu even naar … De heer De Kloet: Ik ga hem nog een keer … De voorzitter: … mevrouw Abrahamse want dan … Ja? Gaat uw gang. Mevrouw Abrahamse: Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben tijdens de commissievergadering uitgebreid gesproken over de jaarstukken. De wethouder heeft ook heel duidelijk antwoord gegeven op alle schriftelijke vragen die gesteld zijn. En daarmee heeft PvdA-GroenLinks ook afgegeven van, wij gaan akkoord met de jaarstukken mits de accountantsverklaring er ligt. We hebben ook die avond een helder beeld geschetst, niet alleen voor de commissieleden maar ook voor de inwoners die luisteren naar de commissievergadering, een helder beeld geschetst van hoe de situatie ervoor staat met alle cijfers nog even duidelijk op een rijtje. En dat betekent ook dat wij toen hebben gezegd van, gezien de situatie vinden we het heel belangrijk en essentieel dat die accountantsverklaring er is. Ik hoor van de wethouder dat er redenen zijn om het op een andere manier voor te leggen aan ons. Ik zou daar graag nog even beraad over willen, dus een schorsing daarover willen vragen als dat kan. En ik zou graag de vraag beantwoord zien, stel dat de accountant alsnog de verklaring niet afgeeft, wat zijn dan de consequenties? Dank u wel, voorzitter.