Transcript Gemeenteraad 13.07.2023
Tekst van het document
Kortom, dat leidt er bij ons toe dat we een amendement hebben gemaakt waarin we zeggen, toevoegen als besluitpunt, in afwijking van de voorstellen in het financieel herstelplan tevens Kadernota, af te zien van extra investeringen in de organisatie van 1.290.000 euro in 2024 en 490.000 euro in 2025. Wij vinden het heel belangrijk een amendement omdat we zeggen, we willen het niet meegeven in de kaders want dan gaat iedereen aan het werk op een plan wat naar ons idee niet realistisch is. We weten ook dat het college hier anders over denkt. Mochten ze met een plan komen na het organisatieplan in oktober of november, waarin er een plan ligt waarvan wij zeggen, ja, natuurlijk heeft het college gelijk, dat we dat niet zelf bedacht hebben, dan gaan we met open vizier daarnaar kijken. Maar het kader is, doe het niet. Komt er een plan waarvan we overtuigd zijn, dan gaan we daar op die manier naar kijken. Maar maak geen plan waar alvast die 1.290.000 en 490.000 in zit. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Die is ingediend nu. Ik begrijp dat er in de mede-indieners, dat iedereen een eigen amendement. Er zijn drie amendementen, u gaat ieder een eigen amendement, een ander amendement toelichten. Mevrouw Wind: Er zijn drie amendementen van drie partijen en … De voorzitter: Elke partij gaat één amendement toelichten. Mevrouw Wind: U heeft het door. Dank u wel. De voorzitter: Ja.
Namens wie ja. Mevrouw Wind: O, ik dacht dat jullie het ook allemaal hadden. CDA, DorpsBelangen, PvdA-GroenLinks. De voorzitter: Helemaal goed. En volgens mij, blijft u ook nog even staan, volgens mij zijn ze geüpload nu in NotuBiz. Goed. Interruptie van de heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de indiener. Als het wettelijke taken zijn waarvoor de investeringen nodig zijn zoals die nu beschreven zijn, hoe wilt u daar dan mee omgaan? Want dan moeten we daar wel in investeren omdat het zijn wettelijke taken die we moeten uitvoeren. Maar u zegt, er is verbod eigenlijk op investeren, moeten we niet gaan doen nu. Hoe moet ik dat met elkaar rijmen dan? Mevrouw Wind: Wettelijke taken moeten uitgevoerd worden. Dat moest altijd al, dat zal in de toekomst ook moeten. Daar gaat dit amendement ook niet over. Het amendement gaat over de gevraagde extra bovenop de formatie die alsmaar niet ingevuld kan worden, extra geld 1.290.000 euro en 490.000 euro. Daarvan zeggen we, als je je geld al niet eens op krijgt, om het dan maar even heel duidelijk te zeggen, ondanks alle inspanningen, waarom moet je dan extra geld? Dus de wettelijke taken heeft er niks mee te maken.
De heer Goetheer: Ja, dus als de extra investering zoals die er nu in staat, in de kaders die we meegeven, gebaseerd zijn op wettelijke taken, wat zegt u dan? Mevrouw Wind: Dan zeg ik dat ik dat niet lees in de Kadernota herstelplan. Dat ik iets zie over een ecoloog en over een directiesecretaris. Dat het enige concrete wat ik zie is enorme bedragen zijn. Dat ik allerlei stukken heb waarin staat dat we het geld niet opgemaakt krijgen, de vacatures niet vervuld worden. En daar voegen wij aan toe, dan is het wel heel raar en niet realistisch om extra geld te vragen. Dank u wel.
De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. U brengt mij in verwarring want u gaat een interruptie, een vraag stellen aan een indiener van een motiewaar u mede-indiener van bent. Mevrouw Van Rijn: Nee, de heer Goetheer vroeg aan de indieners, waarvan wij er ook een zijn, wat we er dan van vinden dat het voor de wettelijke taken is. Dus daar wil ik antwoord op geven. En heb ik gelijk een vraag voor de heer Goetheer. Ik ben wel benieuwd of u zou willen opnoemen welke van deze functies voor de wettelijke taken zijn? Want ik kan er wel een paar opnoemen. Bestuursadviseur is niet wettelijk, ecoloog, niet wettelijk, mensen die het vastgoed gaan verkopen, geen wettelijke verplichting, plan sociaal domein maken, geen wettelijke verplichting. Wel een wettelijke verplichting, investering huisvestingsplan onderwijs, die wordt dan toevallig betaald door het schrappen van fte binnen het sociaal domein en de Omgevingswet, daar zit volgens mij voldoende ruimte voor in de formatie die overblijft. Dus welke wettelijke functionarissen, mijnheer Goetheer, kunnen wij nu niet financieren? De voorzitter: Ik denk dat u van uw microfoon … Mevrouw Van Rijn: Ik ga aan de kant. De voorzitter: Ja, gaat u aan de kant. Ja, gaat uw gang. De heer Goetheer: Ik denk dat uiteindelijk in het organisatieplan ik denk 50 procent minimaal wettelijke taken, zo niet meer, 80 procent. Ik durf dat niet uit mijn hoofd te zeggen.
Waar het om gaat is dat we nu een soort, ja, dit was voor verhelderende vragen maar oké. Wat u net aangaf, in het organisatieplan zullen er waanzinnig veel zitten. U noemde er net zelf eentje op wat al een wettelijke taak is. Waar het De Lokale Partij vooral om gaat, en ook in het amendement wat wij dan hebben meegegeven, is dat er nog extra naar gekeken moet worden. Dat we het nu gaan reserveren, dat de organisatie ermee aan de slag kan. Want die geven ons de best mogelijke inschatting van, wat gaan ze nodig hebben. En dat wij dat als uitgangspunt nemen in plaats van dat we nu zeggen, niks kan, ook niet als er wettelijke taken zijn, ook niet als er andere dingen die absoluut noodzakelijk gaan zijn. De Omgevingswet komt er volgend jaar aan. U zegt, er zit genoeg ruimte op die afdeling. Ik durf dat, oké, er zit genoeg ruimte in de formatie. Oké, er zit genoeg ruimte in de formatie. Ik vraag me dat af. Ik kan daar nu niet een zinnig iets over zeggen totdat ik het organisatieplan heb gezien. Maar de ambtelijke organisatie die geeft aan, college, dit hebben wij nodig, hier kijken wij naar. En dan is het dat dat de onderbouwing voor mij is om hierin mee te gaan en niet een amendement waar ik zeg maar de onderbouwing compleet in mis. De voorzitter: Maar er is geen vraag meer aan u gesteld dus ik denk dat dit het debat voor de tweede termijn is. Ja? Goed.
Wie gaat amendement A-7-4 toelichten? Ja. Dat is de heer Voigt. Gaat uw gang. De heer Voigt: Zou het overigens mogelijk zijn, voorzitter, dat u voor een volgende keer als wij weer hiervan af moeten spreken, dat u een ander ding neerzet. Want dit is heel onhandig, hij moet wat groter worden en hij moet meer horizontaal. De voorzitter: Ik heb er ervaring mee, ik leef met u mee. De heer Voigt: Maar u bent burgemeester en voorzitter van de raad, dat kunt u toch snel regelen? De voorzitter: O, u hebt heel veel vertrouwen in mij. We gaan kijken wat we kunnen doen.
De heer Voigt: Fijn. Het gaat over het amendement over het sociaal domein. U heeft hem allemaal ook kunnen lezen. Ik zal even kort toelichten. Formuleren van nieuw beleid, de strategische keuze van de raad om tot een bestuurlijke fusie te komen, dient te ondersteunen. De indieners vinden het niet efficiënt om te investeren in nieuw beleid, afgezien van wettelijke verplichtingen uiteraard, omdat we aansluiten bij het beleid van de toekomstige fusiepartner en dat we de beperkte financiële middelen beter anders kunnen inzetten. Voorts dat ten behoeve van het sociaal domein een nota beschikbaar is te weten, de maatschappelijke agenda samenleven, wonen, werken uit 2017 en het maatschappelijk veld input heeft gegeven voor mogelijke aanpassingen tijdens een beeldvormende sessie op 7 maart jongstleden. Wij stellen voor, en wij is CDA, PvdAGroenLinks en DorpsBelangen, om een beslispunt toe te voegen dat luidt, in afwijking van de tekst onder 3.3.1, 3.3.1 is dus in het herstelplan, af te zien van investeren in het opstellen van een nieuw integraal beleidskader sociaal domein. Nou, ik heb nu voorgelezen wat u zelf al gelezen had maar dan is het nog een keer duidelijk. De voorzitter: Voor de luisteraars. Goed. De heer Voigt: En voor de luisteraars en de mensen op de tribune. De voorzitter: Dank u wel. De heer Voigt: Graag gedaan. De voorzitter: Ja.
En dan mag ik denk ik mevrouw Van Rijn verzoeken om amendement A-7-5 toe te lichten, klopt dat? Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik wil hierbij het amendement indienen maar ik wil ook twee amendementen van het CDA intrekken. Dat is het amendement, nee, sorry, eentje over de scholen, die zullen wij op dit moment intrekken. Daar komt dit amendement soort van voor in de plaats maar we komen, ja, en we komen met een initiatiefvoorstel in september maar dan dienen we die nu niet in. Wat we nu wel indienen is de motie A-7-5, financieel herstelplan Kadernota lastendruk inwoners. Zal ik alleen het besluit voorlezen, voorzitter. Deze is ingediend bij mijn weten of dat moet gewijzigd zijn, dat mag natuurlijk ook hoor, maar door DorpsBelangen, Partij van de Arbeid, CDA, de ChristenUnie en D66. Ik kijk even naar de overkant. Ja, dat klopt, dus die logo's dus dat is ingediend door de vijf partijen. En dat uitgangspunt is OZB-verhoging. Ik lees het beslispunt voor. Uitgangspunt 6, OZB-tarieven als volgt te wijzigen, in het financieel herstelplan tevens Kadernota in ‘24 een verhoging OZB-tarief voor de inwoners met 5 procent door te voeren en de OZB-tarieven niet te verhogen in de jaren daaropvolgend, behoudend de jaarlijkse inflatie.
En dan geef ik namens het CDA mee dat het college dit kan vinden in de flinke investeringen die zijn opgenomen voor gebouwen, scholen en het onderhoud. Maar dat is aan het college zelf om dat te bepalen wat ons betreft. De voorzitter: Is er behoefte vanuit de ChristenUnie of D66 om nadere toelichting te geven? Nee? Oké. Dank. Dan kijk ik naar het college. Kunt u meteen reageren op deze amendementen of … Omwille van de tijd. Nee? Er is aangegeven niet nodig te zijn. U geeft een reactie op A-7-4? De heer De Haan: Nou ja, voorzitter, het gaat me even om het integraal beleidskader sociaal domein, voorzitter. Het is natuurlijk zo dat ik nu geen collegeberaad heb gehad en het is wel een heel ingrijpend amendement. Dus ik ben gewend vanuit mijn ervaring dat je altijd namens het college spreekt dus ik vind het wel wat ongemakkelijk maar ik …
De voorzitter: Maar dan schorsen we hoor, als u collegiaal beraad wil. De heer De Haan: Ik vraag schorsing aan, voorzitter, dank u wel. Ja. De voorzitter: Ja, ja. Tien minuten? Ik kijk even, tien minuten is voldoende. Dan, het spijt me, lieve mensen. Dan schorsen we de vergadering, nou, dan maken we er gewoon tien uur van. Maar graag een verzoek aan alle raadsleden ook, echt om tien uur hier zitten en dat we niet achter mensen aan hoeven te lopen. Ik schors de vergadering. De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan wethouder De Haan voor een reactie vanuit het college. De heer De Haan: Dank u wel, voorzitter. Ons college heeft zich natuurlijk opnieuw beraad om uw raad te overtuigen en mee te nemen met de gedachte dat de provincie Noord-Holland heel nadrukkelijk aan ons heeft meegegeven, het ontbreken van bestuurskracht en ook van voldoende basisformatie om de taken die we nu moeten uitvoeren naar behoren te kunnen verrichten. Daarover is in het begin al gememoreerd door collega Zagt, geen versterking van de organisatie op dit moment betekent dat we geen reëel herstelplan kunnen overleggen aan de provincie dat voldoet aan de richtlijnen die de provincie ons meegeeft om vertrouwen uit te spreken in onze gemeente. Dat is een hele serieuze dus daar moeten we echt goed nota van nemen.
De kaders die hier in het herstelplan worden gesteld en waarvoor we u vragen om ons te volgen in die reis, die leidt naar plannen en naar besluiten waarop u per beleidsdoel kunt meegaan, kunt amenderen en kunt afwijken van de gestelde ambities. Maar op dit moment stellen wij de kaders vast die de provincie moeten overtuigen dat wij de organisatie in control krijgen per direct. En dat kan niet vanuit de formatie die wij op dit moment tot onze beschikking hebben en daarvoor vragen wij versterking. En die versterking die is nodig om de begroting reëel en structureel sluitend te maken. De druk in de organisatie … De voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Wind. De heer De Haan: Pardon. Mevrouw Wind: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Wind: Ja. U zegt, per direct. Het gaat hier over bedragen voor 2024 en 2025 die we bij de begroting op zijn vroegst zullen afwijzen of vaststellen. Ik denk dat we bij hetzelfde gesprek met de provincie geweest zijn, daar is dit volstrekt niet gezegd. En als het een ander gesprek is dan ben ik daarover niet geïnformeerd maar dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Wethouder De Haan. De heer De Haan: Voorzitter, het verhaal blijft het verhaal.
Wij hebben nu mensen nodig om als het bijvoorbeeld, als ik dan een voorbeeld mag noemen, alleen al de wetswijziging op de ruimtelijke ordening gaat ons per 1 januari dwingen om zowel plannen die nog onder de oude wet op de ruimtelijke ordening in procedure zijn genomen te behandelen, als de aanvragen die per 1 januari vallen onder de nieuwe wet op de ruimtelijke ordening waarin 26 wetten worden samengebracht in de Omgevingswet. Dat legt een ongelooflijk
zware claim op de organisatie. Die opdracht kunnen wij onmogelijk vervullen naar ‘24 toe en verder vanaf 1 januari ‘24. Dit is één voorbeeld. De voorzitter: Ja, mevrouw Wind, een vraag. Mevrouw Wind: Voorzitter, als u het nou zo precies weet, dan vraag ik me af waarom het niet in de Kadernota staat? We hebben nog steeds niet het organisatieplan. Ik hoop dat u veel haast maakt met het organisatieplan, dan hebben we een beeld. U vraagt nu in feite een blanco cheque van 1.290.000 en het jaar daarop nog ongeveer een half miljoen. Dat is heel veel geld gevraagd, zeker als de lasten van onze inwoners omhooggaan en de dienstverlening niet verbetert. De voorzitter: Uw vraag, uw vraag? Mevrouw Wind: Mijn vraag is, hoe denkt u met dit verhaal dan de raad te kunnen overtuigen? De voorzitter: Wethouder De Haan. De heer De Haan: Voorzitter, ik denk dat ik van voldoende overtuiging getuig op dit moment. Ik wil uw raad delen in de ernst van de situatie. Als er op dit moment al boa's te kort zijn in onze organisatie om de handhaving naar behoren te kunnen vervullen, dan kunnen wij onmogelijk nu met uw raad delen dat we dan minder boa's gaan inzetten om die vervolgens dan op het onderwijshuisvestingsplan te gaan inzetten. Het ene is dan geen wettelijke taak en het andere is dan wel een wettelijke taak. Zo werkt dat gewoon niet in een ambtelijke organisatie.
Wij vragen u het vertrouwen om incidenteel geld in te zetten op de taken die nu per direct nodig zijn om de organisatie in control te krijgen. En de nieuwe budgetten zijn nodig om de taken die wij willen uitvoeren en die ook met u worden gedeeld aan de hand van de beleidsdoelen, om die vanaf ‘24 en verder naar behoren te kunnen verrichten. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, ik eindig met een vraag maar is de inleiding, het verhaal van de wethouder is ook gewoon volstrekt niet waar. De provincie heeft … Ik zou de vraag gelijk, wanneer heeft de provincie gezegd dat onze basisformatie niet op orde is? Dat er meer bij moet? Waar ik het wel met de wethouder mee eens ben, en dat is naar aanleiding van de brief en het gesprek wat de provincie heeft aangegeven dat ze het bijzonder vinden dat ze allemaal ambtelijke kosten, dat staat wel in een brief, extra formatie gaan opvoeren waar geen bezuinigingen tegenover staan. Dat was het gesprek met de provincie. Toen heeft de provincie gezegd, wij hebben gezegd, we hebben veertig vacatures openstaan, provincie, wat moeten we doen? U moet zich vooral niet laten tegenhouden door het bestuur om die niet te gaan invullen. Je moet direct gaan werven en die formatie die er gewoon is maar die niet ingevuld is, die moet je gaan werven.
Dus dat er direct wat moet gebeuren, dat klopt maar daar hing niet de opmerking aan dat de basisformatie te weinig is. En daarbij, in het herstelplan staat heel duidelijk, dus die vergelijking van boa's en het integraal huisvestingsplan, voorzitter, die wil ik uitgelegd hebben. Want in het herstelplan staat, we gaan opvoeren 0,5 fte voor huisvesting en 0,5 voor zorg en veiligheid want dat zijn wettelijke verplichte taken, en die loopt weg tegen 2 fte besparing in het sociaal domein. Dus we moeten nu geen appels met peren vergelijken dus ik wil graag een verheldering van de wethouder. De voorzitter: Wethouder De Haan. Ik hoor twee vragen.
De heer De Haan: Ja, ik kan alleen maar vragen terugstellen, voorzitter, op dit moment want ik kan mevrouw Van Rijn echt volstrekt niet volgen in haar betoog. Ik wil het eigenlijk ook wel graag begrijpen maar dat is waarschijnlijk nu op dit moment niet mogelijk. En dan blijven we gewoon zitten, via u, voorzitter, naar mevrouw Van Rijn, er zit geen rek in de organisatie om de wettelijke taken uit te voeren. De basisformatie zoals we die hebben is niet op orde, er zijn te veel vacatures en er zijn te veel mensen nu aan het werk die onder hun niveau werken en niet aan het werk zijn op het niveau waarvoor ze zijn aangesteld. Dat is heel slecht voor de organisatie. Daardoor stromen mensen uit, die gaan weg, die gaan ons verlaten. Als we nu niets doen, dan laten we de inwoners in de steek en dan krijgen we onvoldoende bestuurskracht. Dat is waar de provincie ons op heeft aangesproken. Daar acteren wij nu op en wij leggen u een herstelplan voor dat voorziet in het op orde brengen van de basistaken en de wettelijke taken. En het geeft u een perspectief om vanaf ‘24 en verder die gemeente te zijn die straks geschikt is om door te stromen naar een nieuwe bestuursvorm, samen met een andere partner of met andere partners. Dat is de strekking van dit kader wat u vanavond meekrijgt.
In het organisatieplan in oktober krijgt u de verdere uitwerking hiervan waarom dit kader op dit moment van u wordt gevraagd. En dan krijgt u daarna naar de begroting toe de kans om wel of niet in te stemmen met welke beleidsdoelen u dan op dat moment zou willen veranderen. En voorzitten, als ik dan een bruggetje mag maken naar het sociaal domein. De voorzitter: Ik vermoed dat er een vervolgvraag komt maar wel een vraag, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik vind het jammer dat de wethouder mij niet begrijpt. Om het beter voor mezelf te begrijpen ga ik dan maar vragen aan de wethouder, welke wettelijke formatie heeft u dan opgenomen in het herstelplan? Ik heb het opgeschreven in het lijstje maar ik hoor het graag van u. Waarom heeft u daar extra fte voor nodig? Dus ik wil echt horen, en u zegt, dit zijn de kaders. Als wij gaan lezen de uitleg van de budgetten, extra investering in personeel, dan zijn het functienamen. Dat zijn geen kaders, dat zijn ingevulde functienamen. 1 fte minder op HR, die compenseren we met een directieadviseur. Dat zijn geen kaders die bij de begroting wijzigen, u heeft het ingevuld. Dus voorzitter, de vraag, welke fte’s heeft u in dit plan opgevoerd met functienamen die we op moeten voeren voor wettelijke taken? De voorzitter: Wethouder De Haan.
De heer De Haan: Voorzitter, u krijgt vanavond, met alle respect, niet een overzicht van ons welke poppetjes bij welke wettelijke taken hoort. Dat is niet aan de gemeenteraad om daarin het college te bevragen. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, toch een interruptie want nu wordt het heel ingewikkeld. Dat krijgen we dus wel want als wij het herstelplan lezen, en ik vind het bijna stom om het voor te lezen, 1 fte inburgering, 0,5 om het huisvestingsplan onderwijs te maken, 0,5 voor zorg en veiligheid loopt weg tegen 2 fte in het sociaal domein. Min 1 fte op HR wordt gecompenseerd met een directieadviseur, min 1 fte op het archief … De voorzitter: Ik denk dat uw voorbeeld duidelijk is. Mevrouw Van Rijn: Een hele lijst dus we krijgen het wel. En mijn vraag is, wat zijn dan de wettelijke taken? We hebben veertig vacatures openstaan, die gaan we echt niet allemaal invullen. Het is een heel mooi verhaal. Wethouder, welke wettelijke taken heeft u nodig? Dan willen wij misschien daarin meegaan maar ik wil ze wel horen. De voorzitter: Wethouder De Haan.
De heer De Haan: Voorzitter, ik verschil gewoon van inzicht met mevrouw Van Rijn over dit punt. Mevrouw Van Rijn: Nou ja, dan laat ik het erbij, voorzitter want dit … De heer De Haan: Zo is het. Voorzitter, ik kan hier geen … De voorzitter: Gaat u … De heer De Haan: Ik kan hier geen beter antwoord geven dan dit. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder De Haan. De heer De Haan: Ik schakel door naar het sociaal domein, voorzitter, met uw goedvinden. Het amendement wat op het sociaal domein wordt ingediend, dat gaat eigenlijk nog wel een stapje verder. Dat is niet alleen schadelijk voor het herstelplan zoals we dat nu van u vragen om vastgesteld te worden, het is ook heel schadelijk voor de inwoners en het maatschappelijk middenveld van onze gemeente. Het is zeer onwenselijk. De kaders die u na 2012 niet meer heeft geüpdate aan de hand van de decentralisaties van de wetten die naar de gemeente zijn toegekomen. Ik noem ze nog een keer, de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet, die zijn niet verwoord in de agenda die u in 2017 heeft vastgesteld als richtlijn voor de inrichting van het sociaal domein. Alle gemeenten in Nederland, maar dan ook werkelijk alle gemeenten in Nederland zijn op dit moment koortsachtig bezig om beheersmaatregelen te nemen om met de inwoners, met hun raden een integraal beleidskader voor het sociaal domein vast te stellen.
Dat is exact de reden waarom u ook hier gevraagd heeft om daar gesprekstafels voor te openen en uw raad die beslisdoelen voor te leggen. De autonome groei van de druk op de Wmo en de jeugdzorg, de autonome groei waar je niet op kan sturen, dit zijn openeinderegelingen die maken dat iedere gemeente koortsachtig bezig is om de zwaardere trajecten in zowel de Wmo als de Jeugdwet te proberen te verlichten. In samenspraak met adviezen de sociale adviesraad, samen met de welzijnsorganisaties, samen met de professionals zoals de huisartsen. Die gesprekken die moeten gevoerd worden en u beslist daar als gemeenteraad over hoe die maatschappelijke doelen gesteld worden en welke ambities u daarin wilt bereiken. Ik heb u daar vanavond denk ik toch net als vorige week een heel uitputtend relaas over gedaan en u vindt het ook terug in het herstelplan. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Wat staat u in de weg om in gesprek te gaan met de huisartsen? De voorzitter: Wethouder De Haan. De heer De Haan: Er staat helemaal niets ons in de weg om dat te doen. Mevrouw Wind: Precies. Ik zou zeggen, doe het. Maar wat heeft dat met de rest van uw verhaal te maken? De heer De Haan: Maar wie zegt, via de voorzitter, mevrouw Wind, wie zegt dat wij dat niet doen? Ja. Mevrouw Wind: Nee, u geeft aan waarom u geld nodig heeft, daar heeft u een heel verhaal bij.
En nu zegt u, ik moet in gesprek met de huisartsen. Ik vraag u, wat staat u in de weg? Niks. Dan zou ik zeggen, ga dat doen. En waarom heeft u dan nog een heel nieuw integraal beleidskader nodig? Dat kan ik niet begrijpen. De voorzitter: Wethouder De Haan.
De heer De Haan: De impact … Mevrouw Wind: U kunt toch actie ondernemen zonder een nota. De voorzitter: Mevrouw Wind, het woord is aan wethouder De Haan. Mevrouw Wind: Zeker. De heer De Haan: De gesprekken die wij in september zullen voortzetten waarin de huisartsen en de professionals nadrukkelijk worden betrokken, ook al op dit moment natuurlijk worden bevraagd, de menskracht die wij nodig hebben om u dat beleidskader te geven heeft ook zijn doorwerking op het maatschappelijk vastgoed, op de inrichting en op de samenwerking daarvan. Op de kansen die wij kunnen pakken samen om op sport, op cultuur, op onderwijs, op jeugdzorg op al die domeinen waar het maatschappelijk domein over gaat, over de openbare ruimte, dat gaat veel verder dan alleen maar Wmo en jeugdzorgbeleid te verrichten of dat te beschrijven in een beleidsnotitie sociaal domein. Dat is een hele brede paraplu … Mevrouw Wind: Precies. De heer De Wind: … die over 22 miljoen euro uitgave gaat waar u per jaar verantwoordelijk voor bent.
En dat inzichtelijk maken met een taakstelling is nu nodig om te voorkomen dat die ongebreidelde groei en het, u vraagt, wij draaien verhaal of de ombudspolitiek of hoe je het allemaal wilt noemen, hoe dat in Nederland allemaal woorden gekregen heeft, om daar paal en perk aan te kunnen stellen zonder dat de kwaliteit van de dienstverlening aan de mensen die dat nodig hebben achteruitgaat. Juist om de mensen te beschermen zijn die maatregelen nodig door anders om te gaan binnen dat sociaal domein. Dat is de reden waarom dit amendement ten zeerste aan u wordt ontraden om daarmee akkoord te gaan. De voorzitter: Mevrouw Wind, hebt u een vervolgvraag? Mevrouw Wind: Dus nu kunt u weer … Nou, weet u, eigenlijk niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder De Haan, was u klaar met de beantwoording? De heer De Haan: Dan ben ik ook klaar met de beantwoording, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan nodig ik uit wethouder Zagt voor de reactie vanuit het college op amendement A-7-5. De heer Zagt: Dank u wel, voorzitter. Dat amendement ziet erop toe om de OZB-verhoging in 2024 wel door te voeren met 5 procent en daarna verder niet behoudens de inflatie. Ik zag een overweging was het volgens mij omdat de verhoging zou niet noodzakelijk zijn om de begroting 2024-2027 sluitend te krijgen. Nou, dat is die wel.
U kunt ook rekenen maar ik kan dat ook, 2026 en ‘27 zijn niet sluitend. Dus als u deze aanneemt dan zijn wij verzekerd van preventief toezicht en het college ontraadt dan ook dit amendement. De voorzitter: Blijft u even staan, wethouder Zagt, want ik vermoed dat er een vraag aan komt van mevrouw Van Rijn.
Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de wethouder helemaal gelijk heeft maar ik denk ook dat de wethouder de tweede opmerking bij het amendement niet heeft gemaakt. We hebben uiteraard niet gezegd, haalt u de OZB maar weg en laat al uw andere plannen maar in stand. Wij hebben gezegd dat u uiteraard dat bedrag wat u dan niet heeft moet zoeken in de investering scholen, gebouwen, et cetera. Of misschien heeft u formatie, we hebben het er net over gehad, wij vinden dat ook niet nodig. En hebben gezegd, het college moet kijken naar een andere oplossing daarvoor, een andere dekking. We hebben niet gezegd, streep het maar weg en laat ons onder preventief toezicht staan. Dat hebben we niet bedoeld. Dus wethouder, misschien kunt u daar nog een andere oplossing voor vinden? De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Nou, als u het amendeert dan is het ook gebruikelijk dat u daarvoor dan aangeeft wat moet vervallen. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. Ja. Mevrouw Van Rijn, hebt u nog een vervolgvraag? Mevrouw Van Rijn: Nou, ik heb geen vervolgvraag maar ik hoop alleen dat het bij het college dan duidelijk is dat we niet alleen de OZB-inkomsten zo laten maar dat we uiteraard andere dingen, personeel en investeringen dan niet gaan doen. De voorzitter: Goed. Was uw beantwoording compleet? De heer Zagt: De beantwoording is compleet. De voorzitter: Oké. Nou, dank u wel.
O, wethouder De Haan heeft nog een aanvulling. Op welk … Op de wettelijke taken. De heer De Haan: Voorzitter met dank aan de ambtelijke organisatie die ook in de grootste staat van paraatheid is om u in staat te stellen een weloverwogen afweging te maken en een zorgvuldig keuze. Het is echt heel spannend en ik geef u nog een paar gedachten mee. De inburgeringsstaken van onze gemeente is een wettelijke taak. De veiligheidsdomeinen zijn wettelijk opgelegd. Omgevingswet is een wettelijke taak. De ecoloog, vaak genoemd, een wettelijke taak. Wmo, Participatie en Jeugd, wettelijke taken. Dames en heren, zorgen dat subsidies transparant zijn op basis van gelijkheidsbeginsels, wettelijke taak. Zorgen voor onderwijshuisvesting, wettelijke taak. Dank u wel. De voorzitter: Blijft u maar even staan, wethouder De Haan. De heer De Haan: Ik was er al bang voor. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Rijn, een vraag hè? Ja. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ben heel blij dat de ambtelijke organisatie dit paraat heeft. Ik had het eigenlijk ook van de wethouder verwacht. Ik vind het dan helemaal jammer dat u het zo voorleest zonder ernaar te kijken want dat is precies wat ik heb aangegeven. Wettelijke taak, inburgering, wettelijke taak, onderwijshuisvesting, wettelijke taak, zorg en veiligheid en dat zijn de eerste drie die de wethouder opnoemt.
En er staat in uw eigen plan, deze investering loopt weg tegen de besparing van de fte’s die wij realiseren binnen het sociaal domein. Dus u heeft daar geen extra formatie voor nodig. Datzelfde geldt voor de andere taken die u noemt. En u noemt u allerlei taken, ik krijg er bijna een hartverzakking van, er komt nog
meer bij wat het college vraagt. Want dat u iets nodig heeft op Wmo en dat u iets nodig heeft op Jeugd, dat staat helemaal niet in het plan. U heeft een lijstje genoemd met fte’s, u heeft een lijstje genoemd wat u gaat schrappen, en nu noemt u daar allemaal dingen bij die niet in dat plan zijn. Ik hoop toch niet, voorzitter, dat we nog meer formatie moeten opplussen. Dan hoor ik het graag aan de voorkant. De voorzitter: Gaan we nog meer formatie opplussen, is de vraag. De heer De Haan: Voorzitter, de voorkant wordt het organisatieplan dat met de raad gedeeld gaat worden in oktober en daarin krijgt u een uiteenzetting van precies datgene waar we op kunnen verdienen, waar we extra moeten plussen en waar we zuinig op moeten zijn. En op dit moment is dit de opgave die ik met u deel aan de stand van zaken van dit moment. Wij moeten per direct aan de slag en de provincie Noord-Holland wil dit morgen van ons weten. Dat is het uitgangspunt van het herstelplan dat we nu vanavond aan u voorleggen. En daar zit geen rek in. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De heer De Haan: Daar zit geen rek in. De voorzitter: Een vraag hè? Want het wordt laat dus echt een vraag. Mevrouw Van Rijn: Ja, ik heb een vraag, voorzitter.
Het is echt niet zo, de provincie heeft er ons op aangedrongen dat wij als raad het college aan het werk zetten om die veertig vacatures in te vullen en te zorgen dat die op de website komen te staan. Dat is gewoon de formatie die we nu hebben, die we niet invullen. Dat moeten we per direct doen. Dus ik zou zeggen, doe dat ook. Als het college zegt, u krijgt pas het plan na de organisatie herstelplan, daar zijn we heel gelukkig mee. Dus de vraag aan de wethouder, kunt u dan die pagina's met al die fte’s plus en al die fte’s min schrappen? Want u vraagt ons daarmee in te stemmen. Dus dat hoor ik dan graag. Dan wordt onze overweging misschien anders, als de wethouder al die pagina’s schrapt want het plan ligt er al want het staat in het herstelplan. Dus bent u bereid om die pagina's waarin u zelf eigenlijk een organisatieplan neerlegt te schrappen? De voorzitter: Wethouder De Haan. De heer De Haan: Voorzitter, ik denk echt dat, ja, laat ik het zo zeggen, mevrouw Van Rijn en ik kunnen het gewoon niet eens worden over de kaderstellende vraag die wij vanavond aan u voorleggen en de uitwerking daarvan in een organisatieplan en naar een begroting toe werken. U wilt een andere volgorde dan het college en daar kunnen we de hele avond over blijven redetwisten.
Ik zeg u, er zit geen rek in de basisformatie, die is niet op orde, ook niet met nu en ook niet morgen en ook niet volgende week het invullen van de vacatures. Die worden niet vanaf volgende week ingevuld, dat weet mevrouw Van Rijn als geen ander. U heeft heel lang ook hier in een andere functie namelijk als bestuurder meegelopen. U kent de personeelskrapte op de markt. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, het wordt alleen maar erger, het wordt alleen maar erger. Dit is ons hele punt dat die formatie niet makkelijk in te vullen is. Voorzitter, ik laat het gaan. Ik ga er geen discussie meer over voeren. Ik wil alleen wel kwijt dat de wethouder geen idee heeft wat er in dat herstelplan staat en welke fte's die aan ons vraagt. De voorzitter: Nou, dat kunt u meenemen in de tweede termijn. Goed. Interruptie van mevrouw Kaper.
Mevrouw Kaper: Dank u wel. Ja, eigenlijk nog even aan de wethouder aan mijnheer Zagt, als dat nog mag? De voorzitter: Ja hoor. Mevrouw Kaper: Ja. Want wij hebben natuurlijk het amendement mede-ingediend over de OZB. Hij zegt terecht, ja, u geeft zelf geen optie om te kijken waar u dat dan vandaan gaat halen. Nou, dat vind ik ook wel een terecht punt wat die aangeeft. Wij hebben aangegeven, nou, we laten het aan het college, zou dit mogelijk kunnen zijn? U zegt dat het niet kan. Kunnen wij richting de begroting daar nog een voorstel van u over krijgen en dat wij dan kijken, blijft het bij die 5 of kan het echt niet? Ik ben nog een beetje zoekende want ik ga ook niet een amendement indienen als u zegt, het kan niet als wij niet met een voorstel komen om een dekking te vinden, vind ik dat lastig. De voorzitter: Wethouder Zagt. De heer Zagt: Ja, dat vind ik heel begrijpelijk, dat is ook lastig. Ik zou zeggen, geeft u ons de gelegenheid om de plannen uit te werken. En de eindafweging, de definitieve afweging te maken als u het complete plaatje, compleet met de dan voorgestelde verhoging. Waarvan we als kader uitgaan van 5 procent maar waarvan de komende maanden nog veel duidelijkheid op sommige dingen zal komen. Dan kunt u op dat moment aan wat u voorgelegd wordt, de eindafweging maken en dat eventueel amenderen als u daar anders over zou denken.
Mevrouw Kaper: Ja, dan trekken wij ons terug van dit amendement. De voorzitter: Nee, nee, nee, ik denk dat u dat zelf moet doen. Ja. De heer …: Dat was makkelijker geweest, voorzitter. Maar we hebben hetzelfde standpunt als de ChristenUnie. De voorzitter: Dus u trekt zich ook terug? De heer …: Yes, ja. De voorzitter: Uit amendement A-7-5. Beiden. Goed. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dan een korte opmerking. Dat vind ik erg jammer. Volgens mij had ik dit … De voorzitter: Maar … Mevrouw Van Rijn: Het is ook debat toch in de tweede termijn? De voorzitter: Nee, we gaan naar de tweede termijn maar ik wil even de interruptie afronden nu, de beantwoording van het college. Dus we gaan naar de tweede termijn toe en dan kunt u uw hele verhaal vertellen. Ja? Goed, ChristenUnie en D66 die zijn geen mede-indieners meer van A-7-5. Goed, dan gaan wij inderdaad naar een tweede termijn. Dan wil ik graag weten wie graag het woord wil voeren? Dan zal ik inventariseren. Dat is mevrouw Van Rijn. Is er verder nog iemand die het woord wil? Mevrouw Wind. Verder niemand? O, sorry, de heer Goetheer. Mevrouw Hidding. Verder nog? Nee? Goed, mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dank u wel. De tweede termijn zal kort zijn, wat vragen voor de overige raadsleden en wellicht dat daar dan een debat over ontstaat. Allereerst wil ik het zeggen dat ik het erg jammer
vind dat de ChristenUnie en D66 zich terugtrekken. En dat ik het ook wel een beetje, nou, slap is misschien niet het goede woord maar ik ga het toch zeggen, dat u zelf niet durft te kiezen. U zegt, ik wil die OZB niet omhoog. We hebben het er met elkaar over gehad, het gaat flink omhoog. Het is voor onze inwoners niet te financieren. En u zegt, ik wil eigenlijk niet zelf kiezen, ik wil geen keus maken in die kaders. Ik wacht op het college en dan ga ik het misschien goed vinden. U had toch niet verwacht dat als u de OZB zou verlagen, dat we dan geen alternatief idee zouden hoeven hebben? Dat vindt … Daar ben ik wel benieuwd naar. Dan, voorzitter … De voorzitter: Maar er is een interruptie van mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, eigenlijk een vraag terug want ik ben wel heel benieuwd hoe mevrouw Van Rijn de woorden weegt van de wethouder die heel duidelijk aangeeft, nu zien wij niet ergens ruimte om meteen mee te gaan in uw amendement en straks bij de begroting kunt u ook nog uw visie geven op de OZB. Hoe weegt u dat bericht? En wij zijn natuurlijk zelf niet met een heel concreet voorstel gekomen. We hebben dat juist aan het college ook gelaten, nou, kom met een idee. Mijnheer Zagt zegt, nu hebben we dat niet, straks komen we met voorstellen en in de begroting kunt u nog steeds dat bijstellen. Dat zijn we als ChristenUnie ook absoluut van plan, kan ik nu vast aankondigen.
En daar is dan de plek om daar verder over in debat te gaan. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, volgens mij is dat nou niet de plek. Dit is de Kadernota, wij geven de kaders mee aan het college. En als u wilt dat die OZB niet stijgt dan is volgens mij dit het moment om aan te geven, wij zouden liever zien dat die OZB niet stijgt en daarvoor in de plaats. Het CDA heeft alternatieven gegeven. De eerste was het makkelijkst, de 38 miljoen op schoolhuisvesting. Want de wethouder uit het college heeft zelf aangegeven dat die het zelf ook geen goed plan vindt, dat die daar nog allerlei kansen in ziet. Dus wij zouden zeggen, voer dat dan vooral niet op. Hij zei, 38 miljoen vind ik ook geen goed plan, we gaan verder kijken. Dat was onze suggestie. En die 250 miljoen investeringen in de komende tien jaar, wat opeens vijftien jaar kon worden. Ik weet niet of u overtuigd bent, we waren er allemaal bij. U heeft het ook gehoord, u heeft de discussie meegemaakt. Denkt u nu echt dat wij in vijftien jaar, waarvan we over drie jaar gaan fuseren, die 250 miljoen gaan aangeven? U heeft zelf gezegd, alle fusiepartners hou ik open, waaronder ook Amsterdam. Amsterdam heeft precies dezelfde aantekening als de gemeente Wijdemeren als het gaat over onderhoudsplannen. Gaan wij hier als kleine gemeente dat allemaal op orde brengen voor veertig jaar, terwijl we gaan fuseren.
U gelooft toch werkelijk niet dat we dat gaan doen? De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Nou, het kan zijn dat ik heel naïef ben en dat we straks een enorm overschot hebben, maar ik ga gewoon uit van de kunde van de ambtenaren die dit allemaal hebben doorberekend. Die ook echt niet voor de lol zeggen, het is 250 miljoen. Geen gemeente denkt, o, wat leuk, dat gaan we eens eventjes opvoeren. Dus ik vertrouw gewoon op de kunde van de ambtenaren dat dit er de komende tijd aan zit te komen. Alles wat meevalt, valt straks mee maar die luxe hebben we niet. En dat andere gemeenten hier ook mee zitten, dat gaat mij nu even niet aan. Het gaat over Wijdemeren, het gaat over de komende jaren, het gaat over een aanstaande fusie, daar moeten wij ons nu op voorbereiden. Mijn vraag is eigenlijk aan u, vertrouwt u erop dat de berekeningen die nu zijn gedaan, 250 miljoen euro, is dat een wassen neus, is dat uit de lucht gegrepen? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn.
Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dat zal ik beantwoorden. Nee, ik vertrouw niet daarop, ik zeg niet dat dat een wassen neus is. Ik zeg ook niet dat de ambtenaren het niet juist berekend hebben. Ik zeg daarbij wel dat daar heel veel plannen in zitten van het mobiliteitsplan, verbreding van het Noordereinde, ik noem maar wat. Maar daar gaat het niet om. Ik geloof dit best. Ik heb het nog niet gezien maar ik wil het geloven, 250 miljoen in vijftien jaar. Maar we moeten niet gaan boekhouden. Wij denken 250 miljoen in vijftien jaar, afschrijving. De klok loopt niet omdat het een antwoord is op een interruptie volgens mij. Maar 250 miljoen in vijftien jaar, dat geloof ik. Maar we moeten niet alleen boekhouden en dan denken, 250 miljoen delen door dit en dat moet in de begroting. Je gaat toch nadenken, wat van die 250 miljoen kunnen we de komende jaren realiseren? Als wij 150 miljoen opnemen, dat zou al ontzettend veel zijn. Dat zou fantastisch zijn als dat het college lukt. Wat is er nu gelukt? We zijn bezig met de Nieuw-Loosdrechtsedijk, dat kost op zijn hoogst in twee jaar 10 miljoen. We gaan het niet halen, 250 miljoen. En over drie jaar zijn we gefuseerd. Dus ik geloof de ambtenaren, ik geloof de cijfers, ik heb het nog niet gezien. Ik zie wel dat daar ook heel veel hobbyprojecten in zitten als het verbreden van het Noordereinde. Daar gaat het niet om.
En de Middenweg naar 30, daar gaat het ook niet om. Maar ik geloof niet dat je dan maar domweg dat moet opvoeren, daar moet je keuzes in maken en daarom denken wij dat daar ruimte zit. Dat u daar anders over denkt, is prima. Maar ik heb alleen aan u gevraagd van, dacht u dan dat u als u de OZB zou verlagen, dat u dan niet iets anders daarvoor in de plaats had moeten doen? Want dat had u dan wel een beetje kunnen weten toen u hieraan meedeed. Dat was de vraag. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Klopt, er zijn natuurlijk enkele punten waarvan u ze ook aangaf, die zouden we op kunnen voeren. Met die twee was ik het niet eens. Wat u zei, investeringsplannen en die 250 miljoen, om daar nu al op voorhand van te zeggen, nou, daar kunnen we ook wel wat van afhalen om die OZB te verlagen. Dus ik dacht, ik wacht gewoon de reactie van het college af. Komt de wethouder met een advies, nou, wij kunnen inderdaad wel kijken naar wat er nu mogelijk is, dan was ik daar heel blij mee geweest. Daar kwam de wethouder niet mee. Die zegt heel, die zegt van, nou, dat hebben we nu niet. Bij de begroting kunnen we daar opnieuw over met elkaar in debat. Maar dan vind ik het niet netjes om nu deze alsnog in te dienen als er nu geen dekking is. Dus dat is mijn motivatie. Dat is geen vraag inderdaad. De voorzitter: Maar goed, volgens mij is dit onderwerp afgerond.
Ja? Gaat u verder, mevrouw Van Rijn. Nou, er komt … Tenzij er nu ... Ja, de heer Goetheer. De heer Goetheer: Ja, dank u wel, voorzitter. Om te beginnen om even het antwoord te geven over die tien en vijftien jaar die aan mij gesteld was al een tijdje geleden. Het was wel volgens mij vandaag en niet gisteren maar een paar dingen. We hebben het daar absoluut over gehad en ik weet niet meer zeker of het tien, vijftien of twintig want volgens mij stelde ik zelfs voor dat ik het nog langer uitgespreid wilde hebben. Dus of het dan daarin precies, dat weet ik even niet. Had ik, wilde ik graag de berekeningen zien van hoever kunnen we het uitspreiden? Natuurlijk, maar uiteindelijk ben ik geen wegenbouwer, ben ik daar niet een expert op en hebben wij wel mensen hier die hier met een berekening zijn gekomen waar een bepaald bedrag uitgekomen is. En daarvoor wil ik de ChristenUnie en D66 juist waanzinnig bedanken met het betoog wat jullie net hebben gehouden. Uiteindelijk ben ik daar niet de expert op maar heb ik wel vertrouwen in onze ambtelijke organisatie en de expertise die ingehuurd wordt om met dit soort bedragen uiteindelijk uit te komen. En geef ik heel duidelijk de opdracht aan het college mee, help ons richting de begroting, zorg dat we de onderbouwing hebben.
En laten we dan op dat moment het daadwerkelijk gaan hebben, is die 5 procent OZBverhoging nodig of kan het 4 procent zijn of 3 procent.? Want geen van ons die hier zitten die willen de inwoners op extra kosten jagen, daarvoor zitten we hier niet. We willen een goed bestuur hebben, we willen
betrouwbaar zijn voor onze inwoners en ook betrouwbaar richting een toekomstige fusiepartner. Want daarin, als ik dan hoor over, ik schreef hem even op hoor en daarin heel vervelend dat ik hier moet staan en niet gewoon dat daar kan hebben, maar hobbyprojecten, Nieuw-Loosdrechtsedijk. Bij een hobbyproject denk ik echt aan projectjes die ik op mijn to-do lijst heb, niet aan dat soort infrastructurele grote projecten. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De voorzitter: Ja, ik wacht even nog even op de vraag van de heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Is mevrouw Van Rijn het ermee eens dat we gewoon eens moeten stoppen met het doorschuiven van zaken? De voorzitter: Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, om dat eerste te zeggen dat ik heb gezegd dat de Nieuw-Loosdrechtsedijk een hobbyproject is, dat is volstrekt niet waar. Ik heb aangegeven dat wij de komende twee jaar, afgelopen twee jaren, nou ja, een project van twee jaar, 10 miljoen in twee jaar voor de Nieuw-Loosdrechtsedijk wat hartstikke hard nodig is. Maar als je dit in dit tempo doet, dan haal je 250 miljoen in vijftien jaar niet. Dat heb ik aangegeven. Als u mij vraagt om hobbyprojecten, dan … De heer Goetheer: Maar mevrouw Van Rijn, ja, wat zei u dan precies als hobbyproject want dan heb je … Mevrouw Van Rijn: Ja, ik kom daar, ik kom daar. De voorzitter: Wacht even de beantwoording af.
Mevrouw Van Rijn: Ja, daar kom ik. Het mobiliteitsplan, daarvan hebben wij allemaal gehoord dat de heer Zagt heeft gezegd, daar zitten need to have in, zijn we het mee eens, maar er zit ook nice to have in. Dus ik vraag aan u, vindt u het dan een goed idee dat wij heel veel miljoenen opnemen, en daar wil ik echt een antwoord op, om het Noordereinde te verbreden? Het fietspad te verbreden omdat we een kleine subsidie kunnen krijgen van de provincie voor snelfietspaden. Volgens mij is daar geen ruimte voor. Vindt u het een goed idee om de hele Herenweg 30 te maken van het begin van het Noordereinde tot de Middenweg terwijl daar gewoon een fietspad naast ligt? En al die andere projecten die nice to have zijn, eigen woorden van de wethouder. De voorzitter: Maar volgens mij was er ook een andere vraag aan u gesteld door de heer Goetheer. Mevrouw Van Rijn: Die weet ik even niet meer. De voorzitter: Oké. De heer Goetheer: Zodra er een raadsvoorstel voorligt zal ik daar serieus naar kijken en zal ik op dat moment mijn afweging maken of wij er voor of tegen kunnen zijn. Ik kan nu niet, als er nul onderbouwing is, als ik geen voorstel voor me heb liggen, dan ‘…’. De voorzitter: Maar mevrouw Van Rijn, even één moment. Mijnheer Goetheer, uw vraag aan mevrouw Van Rijn want die is zij even kwijt.
De heer Goetheer: Stoppen met doorschuiven. De voorzitter: Stoppen met doorschuiven, heel goed. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dat vind ik nou zo mooi aan de heer Goetheer die zegt, ik kan het niet beoordelen of ik het een goed plan vind. Maar ik neem er wel vast heel veel geld voor op, ik ga ook de OZB verhogen en dan kijk ik later wel of ik het een goed plan vindt. Het begint toch andersom. We gaan toch kijken, wat gaan we alleen voor de need to haves, durven wij kiezen? Laten we de nice to haves achterwege omdat we het niet hebben? En dat doorschuiven, ik ben het helemaal met u eens, dat is al jaren zo. U heeft ook de accountsverklaring gezien die zegt, wat je begroot, het moet wel haalbaar zijn en dit is te optimistisch. Ik denk dat we niet moeten doorschuiven maar ik denk dat het wel heel mooi resultaat is als wij in vijftien jaar die 150 miljoen weggezet krijgen. Dan hebben we volgens mij al heel veel projecten ingehaald. 250 miljoen is gewoon niet realistisch en we gaan over drie jaar fuseren, allemaal niet. De voorzitter: Een vervolgvraag, mijnheer Goetheer? De heer Goetheer: Ten eerste, het ligt maar net wat de inflatie de komende jaren gaat doen of het 250 miljoen of 250 miljard gaat zijn dus ook dat weten we allemaal nog niet helemaal daarin.
Waar het me meer om ging om de onderbouwing en daar verschilt mevrouw Van Rijn, voorzitter, en ik echt van mening, is in het vertrouwen in de ambtelijke organisatie van wat er staat. Van ik heb de onderbouwing bij een bepaald, bij ook het herstelplan heb ik aangegeven in onze eigen bijdrage dat wij ook verdere onderbouwing op verschillende onderdelen hartstikke noodzakelijk vinden voordat we kunnen beoordelen, is het echt een goed plan. Maar de ambtenaren op dit moment vinden dat de meest realistische, dat is wat ze ons aangeeft. Zij geven ons de meest realistische inschatting volgens hun professionele kijk, die mij nog ontbreekt of die mij altijd zal ontbreken. En dat is een beetje ... Dus dat was de reactie. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, dat … De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Ik heb ook vertrouwen in de ambtelijke organisatie. Maar wat de heer Goetheer zegt is volgens mij niet juist want hij zegt, de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie, ik heb het zelf gevraagd, heeft een huisvestingsplan neergelegd omdat er geen opdracht is om het anders te doen. Dus wat is er gedaan? Alle scholen zeg maar vervangen, sloop, nieuwbouw. Daar had ook een opdracht kunnen liggen, dat gaan we niet doen, we gaan het terugverdienen met woningbouw of combineren met een sporthal en dan komt er dus een ander bedrag. Ze hebben niet gezegd, dit is het meest realistisch.
Ze hebben gezegd, als je alles zou slopen en zou vervangen, dan is dit het bedrag. Dan is het toch juist aan ons of aan het college, ik had liever dat het college dat gedaan had, om daarin keuzes te maken. Ik snap heel goed dat deze bedragen eruit komen en ik heb heel veel vertrouwen in onze ambtenaren. Maar als wij niet durven te kiezen over nice to haves, ja, dat soort keuzes moeten wij maken. En de ambtenaar die rekent uit wat het totaal zou kosten als we geen andere keuzes maken. Dan had ik nog één vraag, voorzitter. De voorzitter: Er is een interruptie. O, nog één vraag. Mevrouw Van Rijn: Nog een laatste vraag en dan is mijn … De voorzitter: Voor de heer Goetheer bedoelt u?
Mevrouw Van Rijn: Ik was bezig met mijn tweede termijn, toen kwamen er allemaal interrupties. De voorzitter: Nee, maar is ook weer een interruptie dus … Mevrouw IJsbrandij: Nee, maakt u vooral uw zinnen af. De voorzitter: Oké, gaat uw gang. Mevrouw Van Rijn: Ik heb nog twee of drie zinnen, voorzitter. Wij wilden graag nog weten van de overige collega's in de raad of zij het eens zijn met het standpunt dat al ons vastgoed kostendekkend zou moeten zijn? Die zou ik graag willen weten. En als laatste, voorzitter, wij vinden dit echt onduidelijke kaders, geen keuzes. Helaas zie ik al dat onze amendementen het niet gaan halen, dan hadden we misschien nog anders gedacht maar wij kunnen dit herstelplan niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Blijft u maar staan want er is een interruptie. Niet? Jawel toch? Mevrouw IJsbrandij: Ik heb een vraag aan de ouders die hier in de raad zitten en ooit … Ja, degenen die ooit een kind hebben gekregen. Volgens het Nibud. De voorzitter: O, maar mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Ik wil het even ter illustratie meegeven. De voorzitter: Ja, maar daar hebt u een tweede termijn voor en dit is geen interruptie. Mevrouw IJsbrandij: Nou, maar dan is het een interruptie op mijnheer Goetheer.
Even om te duiden dat je soms gewoon niet, je kijkt vooruit, vervolgens heb je bijvoorbeeld, je bent in verwachting, je verwacht een kind, u heeft het onlangs zelf meegemaakt. Volgens het Nibud hoor je dan een ton, 150.000 euro te reserveren voor de opgroei tot 18, 21 jaar. Dat is hetzelfde wat je nu hebt. Onderweg kun je sparen, je kan meer gaan verdienen. Er zijn allerlei mogelijkheden om uiteindelijk die anderhalve ton bij elkaar te krijgen. Krijg je twee jaar later nog een kind, dan komt er nog een ton bij. Heeft u geen 250.000 euro op uw bankrekening staan. Dat even ter illustratie dat die 250 miljoen echt nog alle kanten op kan en dat we, zoals mevrouw Van Rijn aangaf, het waarschijnlijk nooit gaan waarmaken. De voorzitter: Maar uw vraag aan de heer … Mevrouw IJsbrandij: Dat u het herkent en of u ook 250, of u heeft één kind, 150.000 euro op uw bankrekening had. De voorzitter: Ik denk dat dat niet relevant is. Maar de vraag is of u … Mevrouw IJsbrandij: Ik denk het wel. Mijnheer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw IJsbrandij heeft gedeeltelijk natuurlijk gelijk. Je hoeft niet al het geld wat je weet wat je in de toekomst gaat uitgeven, ik heb nu ook nog geen rollator bij me thuis staan omdat ik vermoed dat als ik later oud ben dat ik een rollator nodig heb. Nee.
Maar wat wel handig is, op het moment dat je erachter komt van hè, we willen samen kinderen gaan hebben, dat je dan afspraken maakt. Hoe ga je om met de opvoeding, hoe ga je om, waar ga je wonen, wat ga je doen voor kinderopvang, hoe denk
jij over een aantal normen en waarden hetzelfde? En dat soort dingen is heel belangrijk. En dan is het ook wel fijn, ga jij parttime werken of ik, redden we het financieel, moeten we ergens anders gaan wonen, hoe willen we de kinderkamer? 100.000 dingen waar je dan aan gaat denken. Ja, en nee, dat gaat dan niet dat ik al die 250 miljoen moet hebben maar wel dat ik er goed over nadenk met de dingen. En dat mogen we verwachten van de ambtelijke organisatie dat ze dat doen, dat het college dat doet en dat je dat als ouder ook doet. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar een tweede termijn. Mevrouw Wind. Ik bedoel tweede termijn van mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Voorzitter, wat een bedragen. Ik ben blij dat wij alleen maar katten hebben. Brengt ook zorgen met zich mee hoor. Ik ga een korte tweede termijn doen. En ik ga, en dat vind ik jammer, maar wel voor een groot deel mijn verhaal van gisteren herhalen. Wat is nou ons, aller, aller, allergrootste probleem met deze Kadernota? Dat is dat die volstrekt geen rekening houdt met het raadsbesluit tot fusie. Gisteren een aantal citaten gedaan, dat zal ik nu niet weer doen, maar het is een Kadernota die uitgaat van zelfstandigheid. En daar gaat die mis want we hebben te maken met een nieuwe realiteit en daar moet die nota op aangepast worden.
Ik heb gisteren ook gezegd, ik snap echt wel dat het college niet twee nachten door gaat typen. Het zou wel geholpen hebben. Daar zit voor ons een groot probleem. Omdat we die nieuwe realiteit hebben, is het echt niet verstandig om nog nieuw beleid te maken. Wat denken we nou wel niet? We gaan fuseren met een gemeente die groter zal zijn dan wij schat ik zo in. Staat in mijn glazen bol. En dan is het misschien een beetje arrogant om te denken, dit is ons beleid en we gaan nieuw beleid maken en dat nemen zij over. We moeten scherp hebben wat we willen, dat ben ik helemaal met mevrouw Kaper eens en met mijnheer Roosenschoon die ik nu even niet zie. Je moet weten wat je wil, dat moeten we helder krijgen, daarvoor is het debat prima. Maar om daar nou een nieuwe nota voor te maken. En waar zit nou de pijn, niet in de nieuwe nota maar in het enorme bedrag wat dat kost. Voorstellen moeten degelijk onderbouwd zijn. Nou, voorzitter, ik kan daar kort over zijn. De meeste voorstellen zijn niet degelijk onderbouwd en er zijn voorstellen zo gedetailleerd dat ik denk, wat doen die nou in een Kadernota? De lastenverzwaringen, de OZB, want daar gaat het om. Ik ga ervan uit dat we allemaal niet willen dat waar de dienstverlening van onze gemeente tekortschiet we wel de lasten voor de inwoners verhogen want dat is natuurlijk de kern. We doen nou vreselijk moeilijk.
Je kan ook zeggen, nou, als het voor ons niet zoveel geld is, is het voor die inwoners ook niet zoveel geld. Nou, daar ga ik niet in mee. 1 procent OZB is ongeveer 80.000 euro. We stellen voor om met 5 procent één keer te verhogen en af te zien van het ingroeimodel. We komen, tegen die tijd hebben we zicht waar we terechtkomen. En ik kan één ding wel beloven, waar we ook komen, de OZB zal daar lager zijn dan hier want we staan blijkbaar bijna op plek 1 in het COELO, zwaarste lasten. Dus laten we nou stabiel beleid voeren. De inflatie pakken we natuurlijk, dat staat vast. Daarnaast één keer 5 procent en vervolgens gaan we kijken waar we terechtkomen en haal hier het geld niet vandaan. Waar moet het wel vandaan komen? Nou, ik wil daar best wat over zeggen. Het kan heel erg goed komen uit die 250 miljoen aan investeringen. Het is geen discussie over vertrouwen of geloof, daarvoor zitten we hier ook niet. Hartstikke leuk om even over de kosten van kinderen te praten maar dat is echt een terzijde. Natuurlijk hebben wij ambtenaren die hun werk doen. We hebben er te weinig begrijp ik steeds maar ik ga ervan uit dat dit dan een afdeling is die goed voorzien is en waar goede mensen werken en die tot deze sommen komen. Ook wij gaan ervan uit dat die sommen dan kloppen. Is helemaal het punt niet. Met ongetwijfeld een forse marge want dat kan niet anders.
En als er ambtenaren die zeggen, ik weet precies hoeveel het kost, dan pas krijg ik wantrouwen dus so far so good. Het gaat hier niet om wat de ambtenaren uitrekenen want ze rekenen dingen uit op het verzoek van het college en dat is een politieke keus. En de politieke keus, dan moeten we niet doorverwijzen naar ambtenaren, dan moet het college zeggen wat ze willen doen en met wat voor fasering. We hebben een mobiliteitsplan toen goedgekeurd maar we hebben ook steeds gezegd, het college komt ermee naar de raad. Dus laten we stoppen met het debat over onze
ambtenaren. Ik denk dat we daar allemaal voldoende vriendelijke dingen over hebben gezegd. Het gaat om de politieke keuze. Dan kom je op een raming en dan ga ik verwijzen naar de accountant. Want behalve goede ambtenaren hebben we ook een hele goede accountant. En wat zegt die in zijn verslag? Over de investeringskredieten wordt opgemerkt dat er sprake lijkt te zijn van een planningsoptimisme, wat leidt tot een grote mate van onderbesteding. Daarnaast stelt de accountant de vraag of gelet op het lange openstaan van kredieten en de geringe voortgang van de realisatie, de investeringsplanning en daarmee de begroting nog reëel is, realistisch? Ja, daar ging het om. Immers, zegt de accountant, de opgenomen investeringsposten leggen een enorme claim op de begroting en daarmee op de bestedingsruimte. En daar zit het hem nou precies in. Dus de rekensommen zullen wel kloppen. Ik vind dat er een gebrek aan politiek keuzes gemaakt worden maar dat kan alsnog. Maar het gaat hier omdat je de bedragen wel kunt reserveren maar dat we er voortdurend niet in slagen om ze uit te geven. En dat de accountant daarmee een hele scherpe opmerking maakt namelijk, hebben we dan nog wel een reële begroting? De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Vraag aan mevrouw Wind. Welke periode controleert een accountant? De voorzitter: Mevrouw Wind.
Mevrouw Wind: Dit is niet één verslag, ik kan hier meerdere verslagen over laten zien. Het is ook niet een probleem van één jaar, het is ook niet een investering voor één jaar. U weet, het zijn heel langdurige investeringen, tien, vijftien of twintig jaar. Daar hebben we het al over gehad. Dit is een chronisch probleem en het is hetzelfde chronische probleem als we hebben met personeel. We hebben geld, we houden geld over, we krijgen de vacatures niet vervuld. De gedeputeerden zei, waarom zetten jullie dan in vredesnaam geen advertenties? Ik verbaas me daarover. Er is geld genoeg maar we krijgen het niet op. En dat vind ik nog niet eens een verwijt want we zijn een kleine gemeente hè, de argumenten komen ook ‘…’. De heer Goetheer: Voorzitter? De voorzitter: U mag nog één keer uw vraag stellen want er is geen antwoord op gekomen. De heer Goetheer: Welke periode controleert een accountant? Mevrouw Wind: Een accountant controleert over het afgelopen boekjaar. De heer Goetheer: Oké, dank u wel. Mevrouw Wind: Ja? De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Wind: En dit is niet iets over het afgelopen boekjaar, want ik hoor wel waar u naartoe wil. Dit is een chronisch probleem, hetzelfde als bij de personele invulling. Nog één opmerking. Wij hebben steeds gezegd, we zijn erop uit om het herstelplan te steunen. We vinden wel dat er boven de streep dingen moeten veranderen.
We hebben ons best gedaan in verschillende verbanden. Het is niet gelukt om dingen veranderd te krijgen, voorzie ik, ik was nog niet uitgepraat, voorzie ik. Daar kunnen we best mee leven maar u wilt vast
ook weten of wij dan toch zullen instemmen met dit herstelplan. Wij zullen er dan niet mee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Goetheer. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Als eerste wil ik nog even iets persoonlijks zeggen, naar aanleiding van wat er gisteravond gebeurd is zijn er ook een aantal artikelen verschenen op Rading Nul. Waarvan ik de strekking van de artikelen niet helemaal juist vond. Want als er al iemand is van De Lokale Partij die stellig is geweest in de afgelopen coalitieonderhandelingen, maar sowieso in bijna iedere vergadering waar ik heb gezeten, dan ben ik dat. En dat is niet dan een ander persoon. Verdere uitleg wil ik daar ook best over geven. Als je het plat slaat dan gaat het om een verschil van inzicht in het vertrouwen in het college, en dat blijkt ook wel vanavond. Mocht iemand verdere toelichting willen, wil ik dat best geven maar dat … De voorzitter: Misschien op een ander moment. De heer Goetheer: Ja. Wanneer we als Lokale Partij kijken naar de amendementen die voorliggen, dan zal het u niet verbazen dat wij met een drietal amendementen niet mee zullen gaan. Ik zal ze stuk voor stuk even behandelen. A-7-3. De indieners daarvan, die wil ik eigenlijk adviseren, ga met het ingediende amendement van D66, VVD en Lokale Partij mee.