Transcript gemeenteraad 12 mei 2021
Tekst van het document
En dan de laatste, werk aan de woning, nou dit lijkt voor ons nou typisch iets voor de bewoners zelf om op te lossen. Het gaat de raad, hóe gaat de raad bepalen, waar en hoe extra ruimte moet komen in de huidige of toekomstige bewoners van ons dorp. Is er in de nieuw te maken woonvisie ruimte om een zin op te nemen die een beetje als volgt zou kunnen luiden. Ik ging hem formuleren en toen dacht ik hé hij staat als eerste zin in het
raadsvoorstel, dus dat eerste kader dat wat het raadsvoorstel heeft aangegeven maakt deze motie totaal overbodig. Nou dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Hennis. Dan ga ik naar de heer Roosenschoon. Ja. De heer Roosenschoon: Dank u wel voorzitter, ik zat even te zoeken naar die eerste zin van mevrouw Hennis, dus ik keek eventjes niet naar mijn scherm. Ik ga ook eventjes alles doorlopen voorzitter. Amendement één is duidelijk. Twee, ik had er in eerste instantie wat moeite mee omdat er ook toch een zekere mate van realiteitszin moet zijn en ik kan me heel goed voorstellen dat als je het hebt over 10 woningen en ze zouden gestapeld zijn, dat daar geen enkel probleem zou zijn om die sociale component verplicht te stellen of zelfs meer verplicht te stellen. Maar als je het hebt over grondgebonden woningen met meestal een behoorlijk hoge grondprijs, dan is het niet altijd zeker dat het überhaupt mogelijk is om daar nog een derde sociaal te kunnen realiseren. Dus we hadden even onze twijfels over, daar zijn we nog niet helemaal uit voorzitter, hoe we daar, of we meegaan. Uiteraard vanaf die vier woningen is het al duidelijker, dus dat kan nog een kantelpunt zijn voor ons.
Amendement 10.3 waar we eigenlijk oorspronkelijk probleem mee hadden is dat laten we zeggen de zin betreffende dus die ‘...’ om milieuvriendelijker te bouwen uit de wijziging was verwijderd, maar inderdaad er staat als voorbeeld en tussen haakjes, dus wat dat betreft, we gaan er vanuit dat er voldoende handvatten zijn in die woonvisie die betrekking hebben op duurzaamheid en milieuvriendelijkheid, dat het toch wel via de voordeur of de achterdeur in wordt opgenomen. Dus die kunnen wij waarschijnlijk dan toch wel steunen. 10.4, dus de zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding, daar staat uitdrukkelijk in de raad de uitwerking voor te leggen, dus wij zijn in tegenstelling tot wat mevrouw Hennis zei, betekent niet dat we hier absoluut de termijn moeten stellen zoals die bijvoorbeeld in het Hilversum ligt, maar je moet kijken wat de verschillende voorwaarden zijn bij zo’n anti- speculatiebeding of zelfbewoningsplicht. Er zijn allerlei instrumenten voor, een aflopende boete bijvoorbeeld, het niet belasten als het mogelijk maken om door te verkopen als gaat om aankoop van een andere hoofdbewoning, het kan ook gaan van het verhuizen naar een andere regio, dat zijn allemaal uitzonderingen en dat zijn juist de kaders die het college dan ons zal voorleggen.
En het kader juist van die anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht, dus dat behoeft uitwerking en om nu te zeggen alleen maar een termijn eraan stellen, dat is niet voldoende, dat is echt iets wat verder moet worden uitgezocht door de wethouder en wij wachten dus wat dat betreft de voorstellen van het college af. Nou verder het schrappen van punt twee uit motie M 10.1 dat is duidelijk, daar waren wij ook voorstander van dus dat is helemaal goed. Ik wil nog even terugkomen op M 10.2. Ja inderdaad had de wethouder contact gehad met woningcoöperaties en dat heeft ze me ook laten weten, dat ging dan met name over eventuele fysieke aanpassingen of andere rekenmethodes bij toewijzing, maar dat heb ik juist in deze motie niet willen benoemen, het gaat erom dat we willen kijken op welke wijze er hoe dan ook aandacht kan worden besteed in het kader van de woonvisie aan het fenomeen werken thuis. De wethouder heeft inderdaad contact gehad met woningcorporaties en dergelijke, maar voor zover ik weet niet met werkgeversof werknemersorganisaties, die toch ook van enig belang zijn hierin.
Dus wat dat betreft, juist omdat deze motie zo open is gesteld om te kijken op wélke wijzen er aandacht aan kan worden besteed en het niet gaat om fysieke aanpassingen of toewijzingsregeling denken wij dat het toch wel nuttig is om deze te handhaven en we hopen juist op grond daarvan toch steun van de collega’s. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan geef ik het woord aan de heer Poels. De heer Poels: Dank u wel voorzitter. Ik moet u zeggen toen bij alle moties en amendementen lazen voorzitter toen hadden wij toch het idee ‘wat willen wij veel regelen in die woonvisie’ en dat staat ook al in de duurzaamheidsnotitie en het staat ook in het woon- en beleidsplan en het staat ook in de omgevingsvisie, dus
wij hebben best wel wat moeite gehad met het ambitieniveau om ook, óók zou ik willen zeggen van de woonvisie wel een heel dik document te maken. Dus door die ogen hebben wij ook naar het verhaal gekeken. Desalniettemin en dat heeft ook met discussie, de beperkte discussie die we tot nu toe gevoerd hebben en de reactie van de wethouder erop zullen wij ons ruimhartig opstellen vanavond voorzitter, want we hebben er zin in vanavond kan ik u aangeven. Dus wij zullen de amendementen even langslopen, maar weet dat we onszelf ook eens moeten beperken, en dat zeggen we ook tegen onszelf voorzitter over wat je allemaal in zo’n woonvisie wil realiseren want volgens mij hoef je daar duurzaamheid niet te realiseren, want daar heb je al een duurzaamheidsnotitie voor, et cetera. Dus daar wil ik even mezelf en mijn collega’s voor waarschuwen. Ik ga naar amendement 10.1. Oorspronkelijk zouden wij die niet ondersteunen maar met de uitgebreide toelichting en ook de positieve instemming van mevrouw Van Rijn zullen wij die ondersteunen. A 10.2, nou dat moge duidelijk zijn, met de aanpassing van die vier zullen wij die ondersteunen, daar hoef ik verder geen woorden aan vuil te maken. Voorzitter, A 10.3 dat valt voor ons echt onder de categorie van moet je dat nou op deze manier regelen.
Zit ook een stukje toewijzing in naar mijn mening, maar desalniettemin zullen wij dit amendement ondersteunen, ook omdat nog om een stukje uitwerking vraagt. De hardheidsclausule zijn we voorstander van. Ik begrijp de twijfel van mevrouw Hennis over die 325 en de onbeperktheid maar we gaan mee in het verhaal van de heer Roosenschoon en volgens mij ook in het verhaal van de wethouder, dat is een uitwerkingspunt. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat zo’n anti-speculatiebeding tot 325 tot in de lengte van dagen is, want dan blokkeer je inderdaad iemand zijn wooncarrière. Dat kan nooit de bedoeling zijn, maar voor een eerste periode een anti-speculatiebeding op dat soort woningen, daar kunnen we met het amendement van mevrouw Rooimans van het CDA instemmen, in de veronderstelling dat er ook een uitwerking komt waar we dan uiteindelijk ja tegen moeten zeggen. Dus in die zin ben ik niet zo bang voor waar mevrouw Hennis bang voor is. A 10.5 voorzitter ik zeg het maar, vinden wij nog vlees noch vis, dus die zullen wij niet ondersteunen. M 10.1 met de aanpassing van punt twee zoals u zostraks heeft aangegeven zullen wij die uiteraard ondersteunen en wij verheugen ons op de eerste 3D-printwoning in Wijdemeren op nog niet te definiëren locatie voorzitter.
Ik vind ze prachtig, ik vind ze fantastisch mooi, dus ik hoop echt dat we die gaan realiseren en dan mag de wethouder wat mij betreft de knop van de 3D-printer aanzetten. M 10.2 als de heer Roosenschoon hem handhaaft voorzitter, dan zullen wij daar ook in meegaan. We begrijpen ook wel de twijfels maar het is een punt wat je naar mijn mening annex nu, annex corona niet meer los kunt zien, je moet toch op de een of andere manier, en dat is waar de heer Roosenschoon voor pleit volgens mij, op de een of andere manier aandacht aan besteden. Het hoeven geen integrale beleidsnotities te zijn, dat hoeven geen concrete locaties te zijn, maar dit onderwerp laat ons niet meer los. Dat wou ik het bij laten, dus als de heer Roosenschoon handhaaft, dat zou ik hem adviseren, dan zullen wij deze motie ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel en dan ga ik naar mevrouw Rooimans. Mevrouw Rooimans: Ja dank u wel voorzitter. Ja ik wil even reageren op alles wat er gezegd is en gedaan is. Amendement één vinden wij een prima aanvulling en ook dat de link wordt gelegd naar de omgevingsvisie. Dus daar kunnen wij prima mee leven. Amendement twee zullen wij niet steunen en dat heeft met name ook te maken dat er toch wel ja in de lijn van wat de wethouder heeft geconcludeerd uit het rapport en de woonwensen aanstuurt op de 50%.
Ja ik begrijp ook wel de angst die er is voor gestapeld bouwen, maar ja er zijn zoveel voor mijn hè. Kijk als ik denk aan maisonnettes of ik denk gewoon aan een eengezinswoning, als je dat voor je ziet dan kan dat ook een gestapelde woning zijn. Dus wat dat betreft zijn wij daar toch wel erg voorstander van om aan die 50% te hangen. Daarmee steunen wij ook niet amendement numero vijf, motie één zullen wij niet ondersteunen en motie twee ook niet. Dat heeft met name te maken dat we graag daarin de wethouder willen volgen en de tiny houses zijn er ook nu gekomen zonder dat dat geregeld is specifiek en uitgewerkt is in de motie en in de woonvisie bedoel ik. Dus ...
De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Poels. Mevrouw Rooimans: Ja. De heer Poels: Mevrouw Rooimans? Mevrouw Rooimans: Ja. De heer Poels: Als ik het goed begrepen heb is de wethouder voorstander van de eerstgenoemde motie als we onderdeel twee eruit halen. Dus als u uw wethouder wilt volgen dan kunt u gewoon met eens meestemmen. Mevrouw Rooimans: Dan wil ik daar graag een antwoord op van de wethouder. De voorzitter: Dan kan ik zo meteen even naar de wethouder? Mevrouw, wethouder van Rijn. Mevrouw Rooimans: Ja nee de heer Poels heeft helemaal gelijk. Als punt twee erin zou blijven staan ben ik geen voorstander, nu die eruit is kunnen wij daar prima mee leven. De voorzitter: Oké, mevrouw Rooimans, gaat u verder. Mevrouw Rooimans: Dan zullen we daarin de wethouder volgen, dus dan gaan we met dat amendement mee. De heer Poels: Dank u wel. Mevrouw Rooimans: Ja. En even kijken. Ja ik heb even getwijfeld of het amendement met betrekking tot het anti-speculatiebeding of dat dat wel of geen motie zou moeten zijn. Ik heb daar ook met de heer Zagt over gesproken al van de week. Ja en ik wil toch graag vasthouden aan dat amendement en omdat ik denk dat het goed is, wat ook de heer Roosenschoon al aangaf, dat daar uitgebreid gewoon naar gekeken moet worden en onderzocht moet worden.
Een en ander moet toch uiteindelijk resulteren in een verordening en die verordening wordt ons als raad gewoon voorgelegd. Ja, dus daar spelen zoveel zaken in mee, dat wil ik toch eigenlijk, en ik wil het graag overeind houden omdat het uiteindelijk wel moet leiden tot een zekere mate van bescherming voor deze categorie. En daar wil ik het even bij laten voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan geef ik nu het woord aan de heer Van Balen. Mijnheer Van Balen. De heer Van Balen: Voorzitter dank u wel. Ik loop ook even alle moties en amendementen door. Het is nogal veel allemaal weer hè. We doen ons best zie ik. Amendement één, ja dat spreekt een beetje voor zich, maar we zullen het steunen. Leuk, goed amendement. Amendement twee die zullen we niet steunen, dat is omdat het toch, kijk ja wij dienen amendement vijf in en wij vinden dat er ruimte is voor een zekere nuancering en voor de rest vinden wij toch dat we ons teveel op zaken vastleggen, dus die gaan we niet steunen. Dan hebben we het derde amendement en dan komen we toch aan op een voor de VVD belangrijk punt. Natuurlijk, het is heel belangrijk dat er veel ruimte komt voor senioren om door te stromen, maar wij vinden ook dat het centrum zeg maar niet echt alleen maar voor senioren moeten zijn maar ook voor jongeren.
Dus wij vinden dat mensen door elkaar heen moeten wonen en dat is de reden waarom wij dat niet zullen steunen. Dan hebben we amendement vier, de gedachte over, kijk als het gaat over een anti-speculatiebeding voor sociale koop dan vindt het CDA zich ons aan zijn zijde, maar die woningen tot € 325.000, tot de NHG-grens, dus van de sociale koop naar de NHG-grens, dat zijn woningen die koop je gewoon in de vrije markt en ja de gedachtegang, het gaat nu goed in de onroerend goed markt maar we hebben ook heel wat slechte jaren
achter de rug. En het zal je maar overkomen dat je net een huis hebt gekocht, je omstandigheden veranderen, de markt in elkaar stort en je mag het niet eens verhuren ofzo. Wij kunnen daar niet voor zijn. Wij willen toch graag wat je in de vrije markt koopt, daar moet je gewoon volkomen vrij mee zijn. Dat is een van onze uitgangspunten. Nou ja amendement vijf hebben we zelf ingediend. Dat wil toch nog, die nuance, we zijn het niet eens met de wethouder dat het vlees noch vis is, dat wil ik toch graag die nuance bij u aanbevelen. Dan hebben we motie één. Moet ik weer even snel naar de raadsvergadering, anders ben ik het er even kwijt. O die hebben we zelf ingediend, ja puntje twee is eruit, dus dan denk ik dat iedereen daar voor kan stemmen. Motie twee die zullen we ook steunen. En dan, dat is geloof ik de motie drie geworden als ik me niet vergis, ik ben een beetje het overzicht kwijt voorzitter, o nee dat is onze eigen motie. De voorzitter: Ik ga u zo direct helpen ermee. De heer Van Balen: Ja, maar het is, maar goed. Dan van die andere motie ziet u ook hoe wij stemmen, dat overleggen we dan nog even. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Is goed. Ik kijk naar u. Is er nog verder behoefte aan beraadslaging? Zo niet dan kunnen wij overgaan tot stemming. Ja? Ik wil u op een aantal zaken wijzen. Ten eerste waar ik u eerst op heb gewezen. Ja, mijnheer Nienhuis.
De heer Nienhuis: Ja voorzitter, het is wel goed gebruik in dit huis dat wij een reactie van het college krijgen op de wijzigingen die in de moties gesteld zijn, voorzitter. Ik weet niet waar ik nu op moet stemmen. Want er zijn wijzigingen aangebracht. Daar moet het college wat van vinden. De voorzitter: Het zijn volgens mij minimale wijzigingen, maar op uw verzoek, dan ga ik naar wethouder Van Rijn. Wilt u daar nog op reageren, mevrouw, wethouder Van Rijn? Mevrouw Van Rijn: Nou, ik denk niet dat het veel zin heeft want de dingen die opgemerkt zijn in de eerste termijn, die zijn gewijzigd. Dus we kunnen het er nog een keer over hebben, maar we komen op exact hetzelfde neer als in de eerste termijn. Dus ja ik weet even, ja nu even de draad kwijt wat nu de bedoeling is dat ik ga doen, maar dat kan iemand mij vast bij helpen. De voorzitter: Nou mijnheer Nienhuis wil een reactie ... De heer Nienhuis: Ik wil weten wat u vindt van punt twee. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis wil een reactie vanuit het college op de wijziging van amendement 10.2 waarin op punt vier de toevoeging ‘vanaf vier’ is gedaan. En hij wil een reactie op de wijziging van motie 10.1, dan moet ik even bladeren waarin ... Deel twee is weggehaald, dus punt twee is weggehaald en punt drie punt twee is geworden.
Mevrouw Van Rijn: Ik geef reactie op A 10 net als in eerste termijn dat ik, dat het college ervoor is om het te houden zoals het is, dus vanaf vier woningen, dus als dat nu is toegevoegd dan zijn wij daar nog steeds voor. En bij 10.2 heb ik al aantal keer aangegeven dat als punt twee eruit gaat dat het college er dan mee kan instemmen. En motie 10.1. De voorzitter: Ja, dank u wel. Goed zijn er nog vragen over? Nee. Kunnen we dan overgaan tot stemming? Ja? Goed, aantal zaken nog, voordat we gaan stemmen. Het is nog steeds zo dat mocht A 10.2 worden
aangenomen dat A 10.5 punt twee daarin gewijzigd wordt, mits A 10.5 wordt aangenomen. Daar wijs ik u nog op. Vervolgens wil ik u nog op wijzen dat hetzelfde amendement waar het zojuist over hadden A 10.2 dat is in uw NotuBiz, dan moet u eerst verversen, dan krijgt u de nieuwe versies, dat is motie A 10.6 geworden in de nummering. Als u mij niet volgt dan doet u het gewoon zeggen. Wij zullen wel amendement A 10.6 in de volgorde nog steeds als tweede amendement behandelen in de stemming, omdat daar eerst over gestemd moet worden voor we over vijf stemmen. Dus wij stemmen eerst over A 10.1, vervolgens over A 10.6, dat is de vorige A 10.2 en dan vervolgens de rest gewoon volgens volgorde. En motie 10.1 dat is in de nummering M 10.3 geworden. De heer Poels: En voorzitter, is motie één vervallen? De voorzitter: Ja. De heer Poels: O maar u neemt ze straks nog een keer door hè? Want dat begin kon ik niet helemaal volgen. De voorzitter: Ja, is goed. Wat, welk deel volgde u niet? Misschien is het goed om dat nu even helder te krijgen. De heer Poels: Ik volgde nieuwe nummering niet, maar ik neem aan dat ik die kan volgen als ik gewoon naar NotuBiz ga. De voorzitter: Ja, A 10.2 is ingetrokken dat is A 10.6 geworden. Maar in de stemronde behandelen we A 10.6 nog steeds als tweede amendement waarover gestemd wordt.
Is dat nu helder mijnheer Poels? De heer Poels: Hij heet nog steeds A 10.2 voorzitter in NotuBiz. De voorzitter: Er is een A 10.6. Mevrouw ...: Je moet een beetje doorlezen. De voorzitter: Ja, hebt u hem nu mijnheer Poels? Mijnheer Poels ik vraag voor de zekerheid nog een keer aan u, is het ...? De heer Poels: Voorzitter ik heb het ververst, ik heb een A 10.1, een A 10.2, een A 10.3, een A 10.4, een A 10.5 en een A 10.6. De voorzitter: Ja, A 10.2 is ingetrokken. De heer Poels: Oké, die staat er nog wel steeds op? De voorzitter: Ja. De heer Poels: Oké. De voorzitter: Ja en dat is A 10.6 geworden. De heer Poels: Ik ben bij voorzitter, dank u wel.
De voorzitter: Oké. Goed. Zijn er verder nog vragen over de stemming? Nee? Dan beginnen wij met de stemming over A 10.1. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dan is de stemming geopend voor A 10.1. Mevrouw Vermeulen lukt het om te stemmen? Met negentien voor is amendement A 10.1 aangenomen. Dan gaan wij nu stemmen over amendement A 10.6. Dat is het gewijzigde A 10.2, dat heet nu A 10.6 in uw NotuBiz. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dat is de stemming op A 10.6 geopend. Mevrouw Vermeulen: Voorzitter? De voorzitter: Ja mevrouw Vermeulen? Mevrouw Vermeulen: Even voor de zekerheid A 10.6 is de oude A 10.2 hè? De voorzitter: Ja, is die aangepaste A 10.2. Dat klopt. Mevrouw Vermeulen: Oké. De voorzitter: Lukt het om te stemmen mevrouw Vermeulen? Mevrouw Vermeulen: Ja hoor. De voorzitter: Met twaalf voor en zeven tegen is amendement A 10.6 aangenomen. Dan gaan wij naar amendement A 10.3. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dan is de stemming over A 10.3 geopend. Met twaalf voor en zeven tegen is amendement A 10.3 aangenomen. Dan gaan we naar amendement A 10.4. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dat is de stemming over A 10.4 geopend. Met negen voor en tien tegen is amendement A 10.4 verworpen. Dan gaan we naar A 10.5. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dat is de stemming voor A 10.5 geopend.
Met vijf voor en vijftien tegen is A 10.5 verworpen. Dan zullen wij nu gaan stemmen over het aangepaste, gewijzigde dus, raadsvoorstel. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dan open ik de stemming inzake het gewijzigde raadsvoorstel. En met negentien voor is het gewijzigde evaluatie woonvisie aangenomen. Dan gaan wij nu stemmen over de moties. Wij zullen eerst stemmen over motie 10.3. Die heeft motie 10.1 vervangen. Is er behoefte aan een stemverklaring inzake motie 10.3? Nee? Dan open ik de stemming. En met negentien voor is motie 10.3 unaniem aangenomen. Dan gaan wij naar motie 10.2. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dan open ik de stemming. En met elf voor en acht tegen is motie 10.2 aangenomen. Ik verzoek nu de griffie om een foto te maken van de resterende spreektijd, die krijgt u via de app beschikbaar. 11. Corona herstelplan ondernemers De voorzitter: En dan gaan wij door naar agendapunt 11 en dat betreft de corona herstelplan voor ondernemers. Omdat het een lang besluit is zal ik ook deze niet voorlezen, daar kunt u kijken op de website, lieve kijkers. Er is één motie ingediend. Die is raadsbreed ingediend. Ik wil wel de fractie is de gelegenheid geven om de motie toe te lichten. Ik denk dat dat ook voor de kijkers fijn is dat zij begrijpen waar het over gaat. Dus ik zoek wel even de motie zelf, ja die heb ik niet bij de hand. Er zit geen volgorde op.
Ja wel. Ik geef eerst het woord aan de heer Torsing van het CDA. De heer Torsing: Ja. Dank u wel voorzitter. De motie zoals ik het nu kan zeggen, spreek ik nu namens negentien raadsleden, het is rondgegaan, er is veel aan gewerkt ‘...’ hele raad, dus ik spreek niet namens het CDA maar ik denk dat ik ook namens iedereen spreek. Alhoewel ik net voor de vergadering begon de heer
Roosenschoon en de heer Poels hoorde vragen of die mevrouw Vermeulen nog gesproken had. En dus zegt mijnheer Poels ‘ja over het herstelplan’, dus ik weet niet wat me te wachten staat, maar dit is de informatie die ik heb via de mails vanmiddag en wat afgesproken is, maar het blijft altijd spannend en het is leuk. Ja deze motie overstijgt de partijen. Geeft ook heel erg aan dat het heel belangrijk is en wil ook iedereen die eraan meegedacht heeft ook bedanken voor de inzet. Uiteindelijk is er op het begin waar we vandaan vertrokken vanuit de commissie zijn hier er en daar wat nuances aangebracht en iedereen heeft wel zijn piketpaaltje neergezet en dat is mooi en uiteindelijk is er een compromis uitgekomen waar we hiermee staan. Het verhaal in de commissie van de insprekers, van de ondernemers, van ‘...’, van Rozemarijn, van Michel, van Rob, van Steven, van de voorzitter, Dick van de ondernemersvereniging en vooral ook de brief van Angela, van die dorpen, waarin staat dat de pensioenen, spaargeld, de investeringen verdampt zijn. Zijn allemaal verhalen van ondernemers die ongewild in deze vreselijke situatie zijn terechtgekomen. Allen met een verschillende situatie, allen strijdvaardig, allen creatief en allen oplossingsgericht. Voorzitter het raakt me. Het raakt me diep. Al deze trieste verhalen van die mensen. Eindelijk, maar toch te laat, staat dit op onze agenda.
Eindelijk aandacht van de volksvertegenwoordigers, van de politiek, maar toch te laat. Eindelijk horen onze zwaar gedupeerde ondernemers. En we hebben ze gehoord en dat deed hun goed. Waar wordt dan om gevraagd? Eigenlijk niet om geld. Het eerste als belangrijkste wat ze vragen is de informatievoorziening, over de terrassen, over regels, over handhaving. Dat moet gelijkmatig zijn, dat moet gelijk zijn over heel Nederland, over de gemeentes. Het moet duidelijk zijn. En als we dan horen in dezelfde vergadering over de terrassen dat er gevraagd wordt ‘kunnen er meerdere terrassen’ en wij zeggen, of er wordt gezegd, nee dat kan niet en de volgende dag staat er in de krant van Hilversum dat er een bedrijf is waar drie terrassen opengesteld mogen worden voor vijftig. Dat kan niet, dat moeten we niet hebben, dus er moet één duidelijke informatie. Daar wordt duidelijk om gevraagd door deze ondernemers. Waar ze ook om vragen is vertrouwen. Boa’s, handhaving, verhalen, soms tenenkrommend. Ze weten wat ze doen die ondernemers. Geef de bedrijven vertrouwen en reageer op excessen. Niet op kleine onvolkomenheden. Uiteindelijk is het heel erg zelfregulerend. Een voorbeeld: mijn moeder of mijn vrouw gaat niet naar een zaak die het niet op orde hebben, die gaan daar niet eten.
Dus nogmaals heb vertrouwen in die ondernemers en doe de boa’s, natuurlijk zijn ze nodig, natuurlijk mogen er geen excessen plaatsvinden, maar daar zijn ze voor en die verhalen die we gehoord hebben, inderdaad soms tenenkrommend. Waar ze ook om vragen is gelijkheid. In het raadsvoorstel staat natuurlijk dat er huur OZB et cetera. Kijk goed, zeg ik tegen mijn collega’s straks in de uitvoering en luister goed naar de gelijkheid. Wees creatief in steun. Help met oplossingen. Het kan niet zo zijn dat wij, ten tweede, vanwege onze financiële situatie onze ondernemers anders behandelen dan in de rest van het land. Dan vragen ze ook om een voorloper te zijn. Ondernemers komen met nieuwe oplossingen. Voorbeeld: het virusdeactiveringssysteem. Ga in overleg met ondernemend Wijdemeren en de ondernemer. Pak dit aan. Het zijn geen grote investeringen. Zoek een oplossing en wees, nogmaals, creatief. Uiteindelijk concreet naar de motie. Wat vragen ze? Een uitbreiding, tijdelijk, van het ondernemersloket. En dan hoofdzakelijk in deze extreme situatie en als dekking vragen wij aan het college om het te doen uitvoeren binnen de formatie. Ten tweede is het noodfonds om de koelkast en de vriezer te vullen. Om de eerste lonen te betalen. Om het restaurant uit te breiden, om terrasvoorzieningen aan te schaffen. De kas is leeg, het pensioen is op, de bank wil niks, investeringen verdampen.
Een lening, het kost uren, een lening kost niks in de begroting, het zijn wel de uren. Ik zeg nogmaals, als het niet anders kan haal het uit de algemene reserve. Het kan nooit veel zijn. Er is een bijlage bijgevoegd waar al heel veel concrete voorbeelden staan hoe je het aan kunt pakken. Waag er een paar telefoontjes aan, maar ik zou zeggen dit staat in de motie. Wees creatief, geef vertrouwen en tot zover en ik ben benieuwd wat de overigen er nog van vinden, maar ik hoop dat dit met weinig tijd er doorheen komt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan ga ik naar mevrouw Vermeulen. Hebt u nog een aanvulling hierop?
Mevrouw Vermeulen: Nee voorzitter. Ik heb geen aanvulling op het hartstochtelijke verhaal van mijnheer Torsing. Nee. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roosenschoon? De heer Roosenschoon: Geen grote aanvullingen voorzitter. We hadden allemaal gehoopt dat meer konden doen, maar dit is het maximum dat we met zijn allen kunnen bereiken denk ik. Overigens bijzonder blij met het persbericht van vanavond, over steunmaatregelen voor maatschappelijk vastgoed, sport en cultuur. Dat hadden we ook graag mee willen nemen, maar dat is een heel mooi punt. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Voigt. De heer Voigt: Ja, de heer Torsing heeft in zijn enthousiaste verhaal zich met name gericht op de motie voorzitter. Maar we hebben natuurlijk ook nog hetgeen het college ons heeft voorgelegd, het corona herstelplan ondernemers en daar staan natuurlijk ook goeie dingen in om de ondernemers te ondersteunen. Ik vond het toch belangrijk om daar ook nog even op te wijzen, dat het college ook met een goed voorstel richting de raad gekomen is. En de motie is daar aanvullend op. Dat was het voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Zagt. De heer Zagt: Nou voorzitter, dank u wel. Ja de heer Voigt haalt terecht ook het raadsvoorstel erbij wat vanavond ook gewoon op de agenda staat.
Ja wij vonden dat wel wat magertjes, dat is nogal een kwalificatie, maar dat betekent nog niet een diskwalificatie. Wij hebben sterk de indruk dat er ook door het college echt heel degelijk gezocht is wat kunnen wij als overheid? En dat zie je eigenlijk ook een beetje terug, dan maak ik het bruggetje naar de motievoorzitter, die motie hoe die uiteindelijk tot stand is gekomen, daar hebben ook veel mensen de heer Torsing zei het al, tijd en aandacht aan besteed, over nagedacht, want het is echt niet zo eenvoudig voor een gemeente om tegemoet te komen waar je nodig ziet. Als particulier of ondernemer kun je dat wat makkelijker dan als een overheid die ook een publieke verantwoording natuurlijk heeft. Het illustreert zich denk ik ook behoorlijk voorzitter door de bijlage, de richtlijnen die meegegeven zijn, deels als suggestie maar ook grotendeels als ga nou alsjeblieft gebruikmaken van wat elders in den landen al bekend is. Niet allemaal zelf het wiel uitvinden. En dan nog voorzitter, wij hopen dat hier iets uitkomt, maar de voorzichtigheid die wij ook bemerkt hebben bij de wethouder in overleggen en ook bij de collega’s, ja dat zal toch een punt van aandacht ook blijven gelet op onze positie als lokale overheid. Wij denken overigens voorzitter, de heer Torsing zei het volgens mij ook al een beetje, insprekers, ja dat was nogal horeca-achtig.
Er is natuurlijk veel meer aan de hand op het gebied van effecten door corona en lang niet alles is helder in beeld. Deze mensen hebben in ieder geval de nood durven tonen, dat is ook een stap die je moet durven en kunnen maken. Maar als de nood hoog is dan gaat het stond heel ver. En dat hebben we kunnen zien. Ja wij zijn natuurlijk heel benieuwd voorzitter wat hier uit gaat komen en of het nood kan ledigen. Sterker nog, of het de doorzetting, de weder opstand als je het zo mag noemen van bedrijven kan betekenen. Dat zou mooi zijn. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan ga ik naar de heer Poels. De heer ...: Dank u wel voorzitter. Dat ben ik vanavond. De voorzitter: Ja u bent niet mijnheer Poels, u bent mijnheer Lachman dan geef ik u het woord.
De heer Lachman: Mag ik ook vanavond wat zeggen, neem ik aan. De voorzitter: Excuus. De heer Lachman: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, het is een heel goed voorstel en ja tuurlijk wij zijn ook blij dat alle fracties binnen deze gemeente hierachter zit. Het wordt heel breed gedragen. Voorzitter, achter elke ondernemer zit een mens een persoon achter die met hart en ziel betrokken zijn bij hun onderneming. Ze hebben van het begin af opgebouwd en buiten hun schuld nu komen ze in een situatie dat ze zelf niks kunnen doen. Daarom voorzitter zijn we blij, elke gemeente probeert ook iets te doen voor deze mensen, voor de ondernemers en zo doen wij hier binnen gemeente Wijdemeren ook. En dat zegt wat. Dat de hele fractie, alle fracties daarbij betrokken is en betrokken voelt. Andere kant voorzitter, in de raad ook vanaf het begin, toen deze ellende begon eigenlijk vorig jaar, rijksoverheid heeft heel veel gedaan voor de ondernemers, gemeenten hebben gedaan. Maar dat zal ook niet genoeg zijn, dat weten we ook allemaal. Collega Zagt zei ook al dit zal ook niet alle nood ledigen. Dat snappen wij. Maar elke bijdrage die de ondernemers nodig hebben kunnen ze krijgen en kunnen ze best in deze tijd gebruiken, voorzitter. Daarom staan wij ook hierachter, mijn fractie. Wij wachten af met wat voor voorstel het college komt en we zullen dan kritisch naar kijken.
We hopen dat er een goed voorstel komt zodat de ondernemers iets aan hebben. Dank u wel voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Goed dan ga ik naar wethouder Kea van Economische Zaken voor een reactie vanuit het college. Wethouder Kea. De heer Kea: Sorry voorzitter ik worstel wat met mijn camera. Ben ik nou zichtbaar of niet? De voorzitter: Ik zie u nog niet. Maar misschien dat als u even doorpraat dat u dan in beeld komt. De heer Kea: Oké nou voorzitter, we hebben natuurlijk tijdens de commissie allemaal van de insprekers gehoord waarmee ze in de huidige situatie worstelen, ik denk dat Torsing dat nog een keer heel goed verwoord heeft en ook waar ze behoefte aan hebben. En dat is heldere communicatie, heldere informatie en creatieve instelling waar het gaat om oplossingen en ja soms ook financiële ondersteuning. Ik wil toch even naar het voorstel zoals het er nu ligt, toch even iets over uitweiden, want we hebben natuurlijk al een aantal lopende acties. We hebben de TONK regeling die naast de TOZO ook al voor een € 2500 de woonlasten vergoed. We hebben uitstel van lokale belastingen en we hebben de COVID-korting via de verlaagde taxatie van de WOZ-waarde die ook al € 13.000 bedroeg. En we stellen nu een voorstel, een herstelpakket voor van € 55.000 voor dit jaar, bestaande uit kwijtschelding van huurpenningen, gemeentelijke panden en terrassen voor 20-21.
Nog eens 26.000 voor hetzelfde over vorig jaar en € 30.000 voor een impuls voor economisch klimaat. En daarnaast werken we verder aan het verbeteren van onze dienstverlening, aan het faciliteren, aan het verruimen van terrassen, intensievere communicatie met onze ondernemersmanager en bijvoorbeeld en webinar voor onze ondernemers over huurrecht. En extra capaciteit bij onze ondernemersmanager zou daarbij helpen. Als het gaat om verdere financiële ondersteuning kunnen ondernemers gebruikmaken van de Kleine Krediet Corona-regeling van maximaal € 50.000 en de TOZO kredietregeling van maximaal € 10.000. En sedert de start, de start van die TOZO kredietregeling is er in Wijdemeren al 38 keer gebruik van gemaakt. Daarnaast is er nog, maar dat is een andere richting, de mogelijkheid om tot € 25.000 euro te lenen vier credits. De gedachte achter het herstelfonds is dat we als gemeente het geld goedkoop gaan lenen en dan doorlenen aan ondernemers. Maar de heer Zagt zegt ook al, ja dat moet wel zorgvuldig gebeuren want er zijn als gemeente geen particulieren, geen bedrijf, wij moeten ook de uitgaven van dat geld verantwoorden naar onze andere inwoners. En dat betekent dat als we dit gaan optuigen, en ja natuurlijk gaan kijken hoe anderen het doen, en de criteria zelfs die nu liggen komen gewoon vanaf hoe Amstelveen de criteria vastgesteld heeft,
maar toch gaat er in de opzet en de uitvoering van zo’n fonds gaat capaciteit en kennis zitten. Die hebben we niet en die zullen we dus moeten gaan inkopen. En dan heb ik het nog niet over het risico dat deze leningen niet terug betaald gaan worden. Het probleem voorzitter in de vorige motie die, hoe sympathiek ook, is dat u raad niet aangeeft hoe we dit moeten gaan, uit welke dekkingen we dit moeten gaan halen, nog de ondernemers ‘...’ We kunnen zeggen het moet uit bestaande capaciteit, maar je zult toch iemand met juiste ervaring, met de juiste instelling moeten kunnen vinden en die zul je daar toch voor moeten inschakelen, dat kan je niet gewoon met iemand uit de organisatie. We vragen wel iets specifieks. Datzelfde geldt, wat ik net al zei, voor het opzetten van zo’n herstelfonds. Dus als ik nu naar de punten één en twee kijk, ik zeg weer, hoe sympathiek ook, als we daar niet de dekking bij zetten dan kan ik niet anders als wethouder van financiën om deze motie te ontraden, deze punten te ontraden. We zullen daar dekking bij moeten vinden. En uiteraard punt vier, dat hebben we overigens al gedaan in een eerder stadium, we blijven natuurlijk gewoon Wijdemeren aandragen als mogelijke locatie voor fieldlabs of andere experimenten, dat is verder uiteraard geen probleem. Maar de punten één en twee, zonder dat we daar op dit moment dekking voor vinden wordt erg lastig.
Tot zover voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Torsing. Voor ik u het woord geeft de heer Torsing zal ik wel vanuit mijn portefeuille PNO nog een hele kleine toevoeging hieraan doen waar het gaat om de formatie. U raad hebt heeft een begrotingsbehandeling van 2021 alle restcapaciteit wegbezuinigd en de huidige formatie die wij nu hebben binnen het ambtelijk apparaat dat lijkt dus ook onvoldoende te zijn om de huidige taken, maar goed hebben we dan straks een gesprek met elkaar over, over een paar maanden. Dus de toevoeging die is gedaan door de heer Torsing om die te dekken binnen de huidige formatie, dat zal niet lukken naar mijn PNO-pet. Maar die doe ik nu af, ik ben weer uw voorzitter en ik geef nu de interruptiemicrofoon aan de heer Torsing. De heer Torsing: Ja, dank u wel voorzitter. Uitermate teleurstellend. Je zou het maar horen. Heel simpel gedacht, ik zie vanavond op de televisie zie ik mijnheer Pechtold, oud D66. Die heeft het over de tweede kamer als het hoogste orgaan. Wij als gemeenteraad zijn het hoogste orgaan van de gemeente Wijdemeren. Wij vragen breed aan u om te kijken wat andere gemeentes doen. We geven een oplossing en uiteindelijk als er dekking moet zijn over die voorstellen uit de algemene reserves vind ik het goed.
Aan de andere kant, moet ik u gaan vertellen om creatief na te denken? Moet ik u de voorbeelden gaan geven hoe we dingen op kunnen lossen? Ik word hier, je zou maar ondernemer zijn en je zou het maar horen. Het gaat niet alleen en we hebben TONK en we hebben TOZO en het is allemaal prachtig mijnheer Kea wat u zegt, maar er zijn ook mensen die tussen wal en schip vallen. Ik heb aan mijnheer Van ‘...’ gevraagd, u hebt ook die tijd gehad, u wist dat dit kwam, van hoeveel zou je gebruik van maken? Mijnheer Van ‘...’ zegt ‘ze zijn al blij dat je ze gehoord hebt’. Een ondernemer zit niet te wachten op een lening, want die moet je terugbetalen. Alleen, er zullen er misschien een paar zijn en dan zullen we een weddenschapje achteraf doen, we hebben nu een app van de gemeenteraad, hoeveel er gebruik van maken, dan zou u schrikken hoe weinig dat zijn. En het zijn leningen, daar hoeven we niet helemaal speciaal geld te zoeken in de begroting, alleen die uren. Dan denk ik, en ik wil het hier niet doen. Wij vragen aan u om het te regelen, wij vragen u om deze motie uit te voeren en dat is eigenlijk alles wat ik zeg. Ik wil met u meedenken en er zijn zat die mee willen denken, maar zulke botte antwoorden als zijnde we gaan het niet in deze formatie want u heeft restcapaciteit bezuinigd, nou dank je de koekoek in deze tijd, in deze noodsituatie.
Ik vind het echt in- en intriest, en koud koud ijskoud. Sorry dat ik het zeg. De voorzitter: Nou mijnheer Torsing, ik begrijp dat u ontzettend veel emotie voelt bij dit onderwerp. Ik vind het jammer hoe u u uitgedrukt naar het college toe en specifiek naar wethouder Kea toe. Kijk, u als
gemeenteraad bent ook verantwoordelijk om die financiële kaders mee te geven, dat is ook uw taak en als vanuit het college wordt gevraagd om die aan ons mee te geven, als college zijnde, dan is dat helemaal niet zo’n gekke vraag. Als u van mening bent als raad dat deze inspanningen gedekt dienen te worden uit de algemene reserve, dan kunt u dat als beslispunt meenemen in uw motie. Dat kan. Maar het is ook uw taak als raad, daar wil ik u toch echt op wijzen dat u dekking vindt, benoemd, voor de voorstellen die u doet aan het college, waarvan u vindt dat het college daar uitvoering aan moet geven. Goed. Dat gezegd hebbende. Is er behoefte aan verdere beraadslaging? Over dit agendapunt. Ja ik ga er vanuit dat de heer, wethouder Kea is klaar. Goed, mijnheer Lachman zie ik staan. Is er verder behoefte aan inbrengen? Mevrouw Vermeulen, ik ga gewoon weer even de opsomming doen. Ik zie een heer Zagt. Ik heb staan: de heer Lachman, mevrouw Vermeulen, de heer Zagt. Ja? Goed. Dan begin ik met de heer Lachman. Mijnheer Lachman uw microfoon staat niet aan. De heer Lachman: Eerste keer, sorry voorzitter. Emotie. Dank u wel voorzitter. Ik wil even aansluiten op wat de heer Torsing net gezegd heeft. Het is inderdaad zo, kijk deze crisis wist niemand vorig jaar dat dit zou komen. Dit soort zaken gebeuren gewoon eenmaal.
En zeker ondernemers zijn onze hart van de economie eigenlijk en ze verschaffen ook werkzaamheden voor onze mensen. Dus de ondernemers zijn heel belangrijk en deze crisis is niet veroorzaakt door de ondernemers. Dit is gewoon gekomen dat weet iedereen. Dus we kunnen niet zeggen van ja wij hebben geen budget, dat konden we ook niet zien in de raad. Ik snap ook wel dat dat de financiële positie van de gemeente ook niet zo sterk is dat wij heel veel kunnen permitteren, dat snappen wij ook. Maar we kunnen ook niet zeggen, ondernemers het is jullie probleem, los het maar zelf op. Dat kunnen ze niet doen in deze situatie. Dus ik denk, ik sluit me helemaal aan bij wat mijnheer Torsing zegt ook, laten we met zijn allen kijken of we wel een oplossing zoeken. Maar elkaar met de vingers wijzen dan komen we niet verder. Dus als er echt een probleem is, wil ik ook meedenken, kunnen we iets voor ze betekenen? Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan geef ik nu het woord aan mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen: Dank voorzitter. Ja wat mijnheer Kea al heel terecht zei. De gemeente heeft al aardig wat gedaan, een plan was hiervoor ligt van € 55.000, ja dat is in lijn met de financiële mogelijkheden die het college aangeeft te hebben op dit moment.
Dat neemt niet weg dat de hele raad zich voltallig heeft uitgesproken over het feit dat wij willen toch graag en dat is ook waar ondernemend Wijdemeren om gevraagd heeft, een tweede ondernemersmanager zodat er in ieder geval een goede communicatie is, nog betere communicatie, laat ik het anders zeggen, want de huidige ondernemersmanager, nou ik mag wel zeggen die wordt op handen gedragen door de ondernemers. Alleen ze heeft te veel werk om dat allemaal in haar eentje aan te kunnen, dus dat daar iemand bijkomt dat onderschrijven wij volledig. Dat neemt niet weg dat u als burgemeester en portefeuillehouder PNO burgemeester gelijk heeft als u wijst op de formatie op dit moment en dat die formatie het niet aan kan om deze taak, het opzetten van een noodfonds, erbij te doen. Mijnheer Kea zegt heel terecht dat hiervoor een speciale expertise nodig is om dit te doen. Dit kun je niet zomaar iemand laten doen, daar heb je echte kennis voor nodig en dus wat dat betreft onderschrijf ik zijn woorden. En ik moet zeggen dat ik vind dat u wethouder Kea wel tekort doet, ik weet hij is nog maar heel kort in functie, maar de tijd die hij al besteed heeft met en aan ondernemers om ze te ondersteunen en met ze in contact te blijven en te kijken waar hij ze kan helpen, dat vind ik dat hij hier wel een beetje erg tekort wordt gedaan.
Ik zou toch, ja mijnheer Torsing zit al te knikken, maar ik ben het niet met hem eens ... De voorzitter: Ja ik laat het u even afmaken. Mevrouw Vermeulen: Ja, ik ben het niet met u eens. En dan wil ik nog even op de motie ingaan. De VVD is ...
De voorzitter: Mevrouw Vermeulen, als u het goed vindt dan laat eerst even mijnheer Torsing interruptie plegen. Mevrouw Vermeulen: Ja. De heer Torsing: Ja, ik heb een hele simpele vraag aan mevrouw Vermeulen, want er worden nu allerlei dingen gesuggereerd over formatie en die vraag wil ik stellen. U zegt er is geen ruimte. Ik hoor de laatste tijd en de burgemeester roept nou iets van ik kom eerdaags met een ander verhaal, u weet misschien meer dan dat ik weet, maar wij hebben ‘...’ uitgegeven voor de organisatie op orde te brengen, dus. En alle vragen die daarvoor zijn geweest is dat het eigenlijk allemaal redelijk goed ging en nu is er in één keer helemaal geen ruimte meer. Simpele vraag, vraag ik aan u hoe kan dat? Mevrouw Vermeulen: Voorzitter, wij hebben dat geld beschikbaar gesteld inderdaad om de basis op orde te brengen. Dat was 8 ton, maar dan moet je niet voorbijgaan aan het feit dat er sindsdien ook heel veel taken bij zijn gekomen en we hebben te maken met een corona situatie die van de ambtenaren toch meer tijd vergen. Het werken, het onderling communiceren is moeilijker. Maar dat niet alleen, de ambtenaren hebben ook extra taken gekregen in het kader van corona en als u zegt dat de formatie zodanig is dat hier geen invulling aan gegeven kan worden, dan geloof ik u.
Bovendien, en dat zei ik ook, mijnheer Torsing, of mijnheer Kea die zij terecht dat als je iemand in wil zetten om dat noodfonds om het maar even zo te zeggen op te tuigen, daar heb je expertise voor nodig en dat kun je niet zomaar iemand vragen om te doen, want wat wij willen, wij willen een gedegen fonds hebben, een gedegen opzet waarbij we als gemeente zo weinig mogelijk risico lopen. En wat nu voorligt is een motie waar de criteria in zijn bijgevoegd waaraan een aanvrager, een ondernemer moet voldoen om een aanvraag in te dienen. Dat is wat in de motie vermeld staat. Wat er niet in vermeld staat, en dat is het werk wat nog moet gebeuren, het fonds moet opgezet worden. Het moet uitgezocht worden, er moeten contracten gemaakt worden en daar heb je nu net iemand voor nodig die daar verstand van zaken van heeft. En wij, nogmaals raadsbreed hebben wij deze motie ondersteund, de VVD ondersteunt deze motie ook, maar ik zou een voorstel willen doen. Eigenlijk geven wij, en ik heb hier niet echt eerder echt over nagedacht, maar eigenlijk zou je kunnen zeggen dat wij als raad het college een blanco cheque geven om dit maar uit te voeren, maar dat is niet onze taak. Wij zijn als raad verantwoordelijk een krediet ter beschikking te stellen ... De heer Torsing: Voorzitter mag ik ... Mevrouw Vermeulen: ... en mij verzoek aan de ...
De voorzitter: U krijgt zo het woord van mij mijnheer Torsing. De heer Torsing: Ja, maar dit gaat maar, dit blijft maar doorgaan. De voorzitter: Nee, laat mevrouw Vermeulen even haar zin afmaken. Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen: Mijn voorstel is, kijk de criteria liggen hier waarvoor je een aanvraag moet doen, maar uiteindelijk moet er nog heel veel achter de schermen gebeuren om dit op te zetten. Daar is dekking voor nodig en die dekking moet gegeven worden vanuit de raad en ik zou het voorstel willen doen dat vanuit het college een voorstel komt naar deze raad op zo kort mogelijk termijn, want we kunnen echt niet nog een keer een extra cyclus wachten, maar op een zo kort mogelijke termijn wat het kost aan de gemeente om dit op te zetten en wat voorstel is, want wat is het totaalbedrag wat we ter beschikking willen stellen aan de
ondernemers? Wat is het totale budget wat we daarvoor beschikking hebben? En op basis daarvan kunnen wij dan als raad een besluit nemen. En ik denk dat we dan het plaatje compleet hebben. En daar zou ik graag een antwoord van het college op willen hebben. De voorzitter: Goed dan ga ik eerst naar de heer Torsing, want u wilde nog interruptie plegen. Mijnheer Torsing. De heer Torsing: Naja kijk. Ik heb een motie gemaakt, ik heb verhaal gehouden, en ik heb gevraagd om nou niet, daarom hou ik naar zoveel van mijnheer Poels, om nou niet zo diep in de materie en de plannen en het zo dicht, dichtspijkeren. Ik heb duidelijk gezegd: ga creatief nadenken, ga met de dingen aan de gang en ook die ondernemersloketten. Mijnheer Van Henk heb al aangeboden om dit gratis te doen voor de gemeente, d’r zijn zoveel voorbeelden. Ga het nou niet dichttimmeren. Ga het nou nog niet moeilijker maken dan het is. Steun dit en geeft het college de gelegenheid zoals het hoort om het uit te voeren. De voorzitter: Maar wat is uw vraag aan mevrouw Vermeulen? De heer Torsing: Dat ze, ik vind waarom moet mevrouw Vermeulen altijd alles zo dichtspijkeren? De voorzitter: Nou, mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen: Nou, dan zou ik graag voorbeelden willen hebben, maar dat terzijde, daar hebben we het niet over, we hebben het nu over een plan voor de ondernemers. Mijnheer Torsing heeft het over creatief zijn.
Creatief nadenken. Kan hij mij een voorbeeld geven wat hij bedoelt met creatief nadenken? De voorzitter: Nou mijnheer Torsing, u wordt uitgedaagd. De heer Torsing: Nou ik zou voor kunnen stellen dat we met de ondernemersraad, of de ondernemersvereniging, gaan kijken. Er zijn heel veel bedrijven die het heel goed gedaan hebben tijdens de corona, die gewoon hun werk uit hebben kunnen voeren. Ga eens in een overleg met supermarkten of die een horecaondernemer willen adopteren voor een lening, van ten hoogste € 20.000. Maar ik heb helemaal geen zin om dit allemaal hier vanavond uit te leggen. Ik vraag u of u wilt steunen deze motie, dat heeft u gedaan, ik wil dat er gewoon gestemd wordt en dat het college dit gaat doen. Ik heb gezegd over die ondernemersloketten, mijnheer Van Henk heeft al aangegeven aan mijnheer Kea ik wil twee dagen in de week voor u samen naast de ‘...’ wil ik komen werken voor twee maanden lang, gratis, voor niks. Dat had mijnheer Kea ook kunnen zeggen. Het maakt mij niet uit, want u daagt me uit, u krijgt deze antwoorden. Maar ik los het zo voor u op en ik doe het ook. Graag zelfs. De voorzitter: U hebt het natuurlijk over wethouder Kea, neem ik aan? Goed mevrouw Vermeulen was dit voldoende voor u? Mevrouw Vermeulen: Ja het is, ik heb antwoord, ik ben in discussie geweest met mijnheer Torsing.
Ik heb mijn voorstel gedaan en ik hoor graag van het college hoe zij daartegenover staan. En ook van de andere collega’s. Wat uiteindelijk, waar gaat het om? We hebben raadsbreed dienen we deze motie in, raadsbreed willen we een oplossing, maar raadsbreed zullen we ook een krediet ter beschikking moeten stellen. En daar gaat het om, dus ik hoor graag de reactie van de collega’s en ook van het college.
De voorzitter: Ik zal zo meteen naar wethouder Kea gaan, maar ik maak eerst de ronde af. Mijnheer Zagt, u wilde ook nog iets zeggen. De heer Zagt: Ja voorzitter dank u wel. Het is verleidelijk om op heel veel dingen in te gaan maar dat ga ik zeker niet doen. Ik zal proberen een beetje de Torsing-lijn vast te houden. Voorzitter de heer Torsing zei ‘maar eindelijk maar toch te laat staat het op de agenda’. Nou, te laat is het gelukkig nog niet, maar het is wel laat, maar niet te laat. Als we het voorstel van mevrouw Vermeulen volgen dan wordt het in ieder geval nog later. Die tijd voelen velen van ons volgens dat we die niet hebben. Wat mist het college om met deze motie aan de slag te gaan? Een budget. Dan moeten wij als raad het lef hebben om hier vanavond een budget vrij te geven en als wij zeggen, ik noem maar iets, we geven nu een ton want dan kan het college tenminste wat doen. Als het dat ons waard is om dit in te zetten, want of er werkelijk wat uit gaat komen, we hopen dat wel, maar er zitten veel randvoorwaarden en dingen bij. Het college zal zelf absoluut ook met dingen komen, ook indachtig wat de heer Kea zei.
Maar dan vind ik dat de kortste klap en daar kunnen we heel lang over praten, maar het gaat nu alleen nog om het budget en dan is er bereidwilligheid en ook de kans om er wat mee te doen, want het heeft helemaal geen zin om te zeggen, nou ik ga dat niet herhalen wat dat voegt niet toe wat er uitgewisseld is naar elkaar toe, want wat ieder voor zich heeft gesteld is waar vanuit zijn eigen optiek. En daar sta je ook voor, maar we moeten juist elkaar vinden. En dat mist het budget in deze. Dat is het enige volgens mij. Als we ons daarover uitspreken voorzitter, of mijnheer door Torsing, via de voorzitter dan, maar ook de andere collega’s, als dat helpt ja laten we dat dan doen, want in ieder geval moet het opgezet worden, en dat kost ook geld. En dan weten we pas daarna of er ook werkelijk wat verstrekt kan worden aan krediet aan leningen. De voorzitter: Mijnheer Torsing. De heer Torsing: Nou, ik ben heel blij met mijnheer Zagt. Ik denk dat die de spijker op de kop slaat ik ben het eens met hem. Ik durf ook de vraag aan de collega’s om een ton vrij te geven, want ik denk dat het dik genoeg is om dit verder te brengen. De voorzitter: Goed. Is r nog behoefte aan inbreng op dit moment? Want zo ja dan wil ik daar gelegenheid voor verbieden. Zo niet dan wil ik gelegenheid bieden aan wethouder Kea vanuit zijn rol. Kijk, mijnheer Lachman. Uw microfoon staat niet aan.
De heer Lachman: Sorry voorzitter, vanavond gaat niet goed. Voorzitter ik ben, ik heb ook al eerder gezegd, ik ben ook bereid om naar te kijken. Precies wat collega Zagt zegt ook. Tuurlijk moet een budget komen, dat is nu eenmaal zo. Dus we moeten vanavond iets vinden om dit op te lossen en ik sluit me aan bij mijnheer Zagt. De voorzitter: Oké, mijnheer Roosenschoon. Mijnheer Roosenschoon uw microfoon. Ja. De heer Roosenschoon: Oké. Ik sluit me inderdaad ook aan bij de woorden van mijnheer Torsing, de heer Zagt en de heer Lachman. En dan wil ik toch nog benadrukken ook wat de heer Torsing zei, dat maak gebruik van alle creatieve mogelijkheden die er denkbaar zijn. En dat kan heel snel gaan. Dat neemt even tijd, dat kunnen wij ook van onze kant doen, dat kan ook via de ondernemerskring gaan, maar laten we inderdaad vaart maken en niet langer aarzelen. Tot zover. De voorzitter: Goed. Dan ga ik naar wethouder Kea. Een reactie van het college.
De heer Kea: Ja dank u wel voorzitter. Ja nou, ik kan heel kort of heel lang erover doen. Ik ben blij dat de raad inderdaad inziet dat we toch echt wat geld nodig hebben om dit op te tuigen en dat we dan ook snel aan de gang kunnen. Ik wil nog even toch terugkomen naar de opmerking eerder gemaakt. Er is een verschil tussen niet willen en niet kunnen. En er zit hier een wethouder die absoluut wil, maar die dan ook wel de tools moet hebben en die krijg ik nu om ermee aan te gang gaan. Dat is eigenlijk nog even wat ik toe wilde voegen aan de opmerking eerder gemaakt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan vraag ik aan u is er behoefte aan een schorsing? Om de motie aan te passen? Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen: Ja ik wil wel even schorsing hebben ja. De voorzitter: Oké. Is goed. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Mevrouw Vermeulen: Even overleggen met mijn fractie. Nou zeg vijf, tien minuten. De voorzitter: Dan maken we er tien minuten van. Ik schors de vergadering en wij hervatten de vergadering om 22:35 uur. Ik schors de vergadering. Goedenavond, ik heropen de vergadering. Het heeft iets langer geduurd omdat de griffie iets meer tijd nodig had om administratief de zaken af te handelen. Mevrouw Vermeulen heeft om een schorsing gevraagd, dus ik geef haar eerst het woord.
Zij is aan de telefoon met de griffie begrijp ik nu, dus als u een moment geduld hebt ... Ja? Oké ik denk dat mevrouw Vermeulen wel weer beschikbaar is. Mevrouw Vermeulen, bent u er weer? Mevrouw Vermeulen? Is mevrouw Vermeulen nog in de vergadering? Ja toch? Mevrouw Hidding: Voorzitter, u spreekt met mevrouw Hidding. Dat klopt, wij zaten even in een andere Teamsmeeting, ik ben er uit gegaan en ik heb ze ook via de app nu verteld dat ze meteen in moeten komen. De voorzitter: Oké, dan wachten we nog heel even tot ze er zijn. Mevrouw Hidding: Ja, ik zal even bellen ook voor de zekerheid. De voorzitter: Goed, ik kan u wel alvast vertellen voordat mevrouw Vermeulen nog terugkomt dat motie 11.1 is gewijzigd. Dat is motie 11.2 geworden. Motie 11.1 is ingetrokken. Als u NotuBiz ververst dan kunt u dat zien. En wij wachten nog even op mevrouw Vermeulen. Één moment. Nou het was niet een raadsvergadering van de gemeente Wijdemeren geweest als niet iets ongebruikelijks nu was gebeurd. Dat was mevrouw Vermeulen, zij geeft aan nog tien minuten tijd nodig te hebben voor de schorsing. Dus het is nu 22:45 uur. Wij zullen de vergadering hervatten om 22:55 uur. Mijnheer Nienhuis: Voorzitter, voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Nienhuis. Mijnheer Nienhuis: Ja, voordat we weer, maar ik zie in de motie die gewijzigd is het plaatje van de VVD niet bij.
De voorzitter: Ja? Mijnheer Nienhuis: Dat klopt ook?
De voorzitter: Daar kan mevrouw Vermeulen straks wat over vertellen. De heer Torsing: Daar hebben we toch geen 10 minuten voor nodig? Mijnheer Nienhuis: De naam staat er wel bij, onder, maar geen logo. Voordat we weer moeten schorsen voorzitter, wil ik alleen helpen. Dat is wat ik ... De voorzitter: Mijnheer Torsing? U hebt ook nog iets. De heer Torsing: Ja ik vind het jammer dat het zo lang duurt, want ik denk als ik het zo zie dan is er een meerderheid. Dan kan mevrouw Vermeulen een verklaring afleggen, maar waarvoor moeten we nog tien minuten wachten? De voorzitter: Mijnheer Torsing, als een fractie vraagt om schorsing of een verlenging van een schorsing, dan hebben ze alle recht daartoe. Ook uw partij of u, als u daartoe een verzoek indient, dus die honoreer ik en wij hervatten de vergadering 22:55 uur. Tot zo. Ik schors nu de vergadering. Beste allen, we wachten nog heel even af want er zijn twee raadsleden uit het systeem en wij doen nu, de griffie is nu heel hard bezig om ze weer in het systeem te krijgen. En die gelegenheid wil ik bieden. Dus ik wacht nog maximaal vijf minuten nog. De heer Nienhuis: Is er ook een maximale schorstijd eigenlijk? Want spreektijd is er wel, maar schorstijd niet volgens mij. De voorzitter: Ja mijnheer Nienhuis, we zijn heel druk bezig. De heer Nienhuis: Ik stop om elf uur. De voorzitter: We ... Laat me even mijnheer Nienhuis.
We zijn drie raadsleden, ah wacht, we zijn nu twee raadsleden kwijt. Het waren er drie, mevrouw Vermeulen is terug, maar we missen nog twee raadsleden. Mevrouw Vermeulen: Voorzitter, heel veel excuus, maar ik heb alles geprobeerd hier ... De griffie: Nou loopt ze weer vast. Nou ‘...’ de verbinding. De voorzitter: Ja. Nou. Ik wil nog één ultieme poging doen met de griffie om te kijken of wij de drie raadsleden in de vergadering kunnen krijgen. En zo niet dan kom ik met een ordervoorstel. Dus ik vraag nog maximaal vijf minuten geduld van de. Lukt het niet dan kom ik met een ordervoorstel. Ja? Goed, dan schors ik nog steeds de vergadering. Mevrouw ...: Voorzitter ik ben dankzij Elske er weer in. Ik had zelfs mijn laptop opnieuw opgestart, maar ik kwam er niet in, maar nu heeft Elske me ingebeld. Dank je wel Elske. De voorzitter: Oké, dan hebben we er nog eentje. Ik schors nu nog steeds de vergadering en dan, het duurt nog maximaal vijf minuten. Dank voor alle geduld. Wij waren drie raadsleden kwijt zoals het heet, die waren uit de vergadering. We hebben twee raadsleden weer in de vergadering kunnen krijgen, dankzij inzet van de griffie. Het lukt ons niet om mevrouw Wijnen weer in de vergadering te krijgen. Ik heb zojuist overleg gevoerd met de heer Zagt als fractievoorzitter van De Lokale Partij en hij is akkoord met het doorgaan met de vergadering zonder mevrouw Wijnen in deze.
Dat is jammer, maar ik denk niet dat het ons gaat lukken om dit technisch nog rond te krijgen op een acceptabele tijd en om een nieuwe raadsvergadering weer uit te
schrijven lijkt wat veel van het goede, dus het voorstel is nu om door te gaan. Er was geschorst. Het verzoek tot schorsing was gedaan door mevrouw Vermeulen van de VVD en ik geef nu het woord aan mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen: Dank u voorzitter. Ja voor de schorsing is gesproken over het ter beschikking stellen van een bedrag van € 100.000 om, en ik hoop dat ik het goed verwoord, om te onderzoeken, of om een corona noodfonds in te stellen en een tweede ondernemersmanager aan te stellen. Als fractie hebben wij hierover overleg gevoerd en wij vinden dat wij onze kaderstellende en controlerende rol goed moeten uitvoeren en wij vinden dan ook dat daar echt een plan van het college aan ten grondslag moet liggen. Dat wil niet zeggen dat daar vertraging in is, want dat proef ik aan alle kanten bij de collega raadsleden, dat is niet het geval, want net zo goed als wij de noodzaak of de urgentie van de situatie zien, ziet ons college dat ook, dus wat onze motieinhoud zal ik voorlezen. ...: Ik stel voor dat we hem zelf even lezen. De voorzitter: Ja, ik wilde eigenlijk vragen aan iemand van de VVD om het verder over te nemen om hem voor te lezen. De heer Van Balen, kunt u dat doen? De heer Van Balen: Ja voorzitter ik moet hem er even bij pakken. Hier hebben we hem al.
Kijk voorzitter, eigenlijk is de motie ongeveer hetzelfde, alleen is één verschil, het draagt het college niet op, maar we verzoeken het college 1) te onderzoeken hoeveel geld er gemoeid is met het aanstellen van een tijdelijke, tweede ondernemersmanager, 2) te onderzoeken hoeveel geld er gemoeid is met het instellen van een herstelfonds voor ondernemers voor het verstrekken van leningen, en dan willen we ons gewoon houden aan de richtlijnen die ook bij die andere motie zit, en 3) een en ander in de eerstvolgende commissie bestuur en middelen aan de raad voor te leggen. En that’s it, dan gaan we over tot de orde van de dag. Dank u wel. De voorzitter: Ja, en de eerstvolgende commissie bestuur en middelen is niet de eerstvolgende, maar de eerstvolgende daarop denk ik dat u bedoeld? De heer Van Balen: Nee de komende. De voorzitter: Oké, nou, de wethouder krijgt zo het woord. Die motie van de VVD, dat wordt motie 11.3. Ik heb ook begrepen dat motie 11.1 is aangepast, wie kan daar een toelichting op geven? Is dat mijnheer Torsing? De heer Torsing: Ja, ik vind het goed voorzitter. Ja het is heel simpel. Er werd een budget ‘...’ door mijnheer Zagt ook aangegeven, die 100 K en dat hoeft helemaal niet op. Er staat nu in de motie dat wij een budget vrijgeven van 100 K uit de algemene reserves, de toevoeging, doe ik even uit mijn hoofd. Dat was ‘m voorzitter. De voorzitter: Oké.
Die motie, motie 1 is motie 11.2 geworden en motie 11.1 die is ingetrokken. Als u NotuBiz ververst dan ziet u dat. Dus motie 11.1 is ingetrokken, dat is motie 11.2 geworden en de motie van de VVD is motie 11.3. Dan ga ik naar de portefeuillehouder. Wethouder Kea, wilt u een reactie geven vanuit het college? De heer Kea: Ja voorzitter, dank u wel. Voorzitter, zoals iedereen weet heb ik twee petten, ik ben wethouder Economische Zaken en ik ben wethouder Financiën. Als wethouder Economische Zaken ben ik blij dat ik in welke vorm dan ook, of er eerst een onderzoek is, maar ook daar zal wel een budget uit vrijkomen, we weten