Transcript gemeenteraad 10 februari 2022
Tekst van het document
straks, motie vreemd aan de agenda nummero 1, om te kijken of er extra tiny houses kunnen worden gerealiseerd in en rondom de Dennenlaan. Maar woningnood, voorzitter, is volgens de PvdA-GroenLinks nooit de enige reden waarom u voor een woningbouwplan zou moeten zijn. Als dat zo zou zijn, voorzitter, als altijd de woningnood het argument zou zijn, dan zou je voor ieder woningbouwplan moeten zijn. Dan kunnen we Nederland als het ware helemaal gaan volbouwen. De woningnood moet altijd worden afgewogen ten aanzien van andere grote maatschappelijke belangen die er zijn. Ik noem natuur en biodiversiteit. Ik noem de bescherming van cultuurhistorische waarden. Ik noem een bijzondere leefomgeving, waar onze mensen kunnen recreëren en ontspannen en niet, ten laatste, het belang van landschapsbehoud en het behoud van groen. Voorzitter, die belangenafweging moet je altijd maken als politicus. Dat hebben wij als fractie gedaan. U kent de uitkomst. Voorzitter, de provincie Noord-Holland heeft die belangenafweging al eerder gemaakt en kwam tot dezelfde conclusies. Het gebied is een beschermd weidevogelleefgebied. Het is beschermd als UNESCO-erfgoed in verband met de stelling van Amsterdam en die nieuwe Hollandse Waterlinie. Voorzitter, al deze argumenten hebben wij samengevat in het amendement wat nu bij u voorligt.
Wat wij inderdaad in innige samenwerking met de heer Verbruggen en de heer Zagt aan de keukentafel van de heer Zagt hebben uitgewerkt. Ik dank de beide heren daar enorm voor. Het was inderdaad een uitputtingsslag, maar het was ook fijn om met elkaar toch samen te werken. Voorzitter, dit is het amendement. Daar staan wij achter. Wij willen niet achter een kansloos plan aanlopen, maar wij willen juist aan de slag gaan naar geschiktere locaties waar wel die belangenafweging in het voordeel van de woningbouw uitvalt. Voorzitter, ondanks dat het een gevoelig onderwerp is, dat weten we allemaal, stel ik dit onderwerp toch nog maar een keer ter discussie. Laten we niet achter een kansloos plan aanlopen, waarvan de provincie allang gezegd heeft, dit gaat hem niet worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog verduidelijkende vragen aan de indieners? Zo niet, dan geef ik het woord aan wethouder De Kloet voor een reactie vanuit het college. Wethouder De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter. Staat u mij toe dat ik iets uitgebreider reageer op een punt wat inderdaad de gemoederen nogal bezig heeft gehouden de laatste tijd. Ik vind wel dat we ook moeten wijzen op inderdaad de woningnood. Ik ga niet getallen noemen, want dan is dat weer een discussie. Maar we zijn er allemaal van overtuigd dat die zeker aanwezig is.
In het kader van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, want daar hebben we het hierover, dat feit wil ik wel even onderstrepen, zijn er inderdaad wel mogelijkheden om alternatieve locaties te zoeken als u zegt van, dit plan is het niet en het andere plan kan het wel worden. Maar die zijn er niet. De heer Verbruggen heeft in de commissie er een lang betoog over gehouden, maar als je 150 woningen wil bouwen in de kern Nederhorst den Berg, laten we die getallen maar eventjes aanhouden, dan daag ik hem uit om die nu aan te wijzen. Want ik kan u verzekeren, die toekomstvoorspelling kan ik wel doen, die zijn er namelijk niet. Het is inbreien. Het zijn postzegelplannetjes, waar je misschien 3 of 4 huizen kan neerzetten. De locatie van het kasteel is wel een ander verhaal, maar daar zijn we al mee bezig. Ook niet in plaats van, want die suggestie werd nu weer gedaan. We zijn al bezig met heel veel dingen die nog net wel kunnen in de kern Nederhorst. Als u het kaartje van het Bijzonder Provinciaal Landschap erbij pakt, dan ziet u, ik heb dat in een veel eerder stadium al een keer gezegd, is ook de kern Nederhorst den Berg volledig ingeklemd in Bijzonder Provinciaal Landschap. Inderdaad de PRV is nog de regeling waar wij nu mee bezig zijn. Er zijn twee dingen die daar wel op van toepassing zijn. 1. Het grotere algemene belang. U hebt er net al even aan gerefereerd.
Wij vinden dat woningnood dat zeker wel is. Daar staat in de PRV zeker een aantal zinssneden over dat je dat kan toepassen. Het zoeken van een alternatieve locatie voor dit plan is er niet. Dat kunt ook met me eens zijn. Als de heer Verbruggen zegt dat als het raadsvoorstel, zoals het college het voorstelt, wordt aangenomen er zienswijzen komen, dan voel ik de suggestie dat als het amendement wordt aangenomen er dan geen zienswijzen komen. Ik denk dat dat zeker niet zal gebeuren. Die illusie wil ik graag
wegnemen, want uiteraard komen daar wel zienswijzen op. Dat er een kansloze strijd wordt gevoerd, die woorden worden herhaald door de raadsleden, dat is toekomst kijken. Daar zal ik niet op ingaan, want wij vinden dat er wel mogelijkheden zijn. Het is ook niet dat in de mail, die heb ik voor de transparantie uiteraard bijgevoegd bij de stukken, wordt gezegd dat het plan, zoals het nu voorligt, bij de GS al is afgekeurd. De heer Loggen geeft inderdaad zijn motivatie. Maar het is een verzoek om een gesprek. Dat is de reden van mijn mail geweest die ik vlak voor Kerstmis heb gestuurd. Niet om een oordeel te vellen. Sterker nog, ik heb aan de heer Loggen gevraagd van, laten we in gesprek gaan, zodat we jullie overwegingen, jullie in de zin van de provincie Noord-Holland, kunnen meenemen in de voorstellen waar we mee bezig zijn. Dat lijkt me een hele mooie open manier van met elkaar communiceren. Kwalificatie over het weidevogelleefgebied, daar hebben we het in de commissie uitvoerig over gehad. Dat ga ik niet nog een keer herhalen. Inderdaad, wij zien zeker wel kansen. Ik zal geen rijmpje gaan doen, zoals de heer Zagt dat doet. Dat is me eerder niet zo goed bevallen. Maar goed, u zult begrijpen dat het amendement zoals het nu voorligt … Het is zeer uitgebreid, dat moet ik wel toegeven. Waarvoor in ieder geval complimenten, want het is goed gedocumenteerd.
Ik ben het er niet mee eens, maar het is goed gedocumenteerd. Zullen wij ontraden, het amendement. Tot zover mijn inbreng. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Voordat ik start met een tweede termijn wilde ik De Lokale Partij erop wijzen dat er nog 4,5 minuut spreektijd over is. Dan weet u dat. Zijn er verhelderende vragen aan de wethouder? Zo niet, dan wil ik starten met een tweede termijn. Wie wil het woord voeren? We doen het gewoon weer, zoals gebruikelijk, met de handjes. U kunt uw handjes weer weghalen. Dat is makkelijker met de interrupties. Dan geef ik eerst het woord aan de heer Voigt. De heer Voigt: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil beginnen om een misverstand weg te nemen. Nederhorst Noord is geen plan van wethouder De Kloet. Het is een voornemen van de coalitie, maar het is opgenomen in het bestuursakkoord. Het is uitgevoerd door de wethouder. Dat klopt wel. Maar de laatste tijd lees je heel veel in publicaties dat het een plan van wethouder De Kloet is. Dat is niet juist. Mijn tweede opmerking. Nederhorst Noord is de enige locatie in Wijdemeren waar een dergelijk bouwplan kan worden gerealiseerd, zonder infrastructurele maatregelen. Een derde opmerking. Nederhorst Noord is opgenomen in onze Omgevingsvisie. Die hebben we nog niet zo lang geleden vastgesteld. Dat was in september vorig jaar.
We moeten ons als raad houden aan wat wij hebben vastgesteld. Dat is een zin, wie heb ik die zin vaker horen uitspreken? Volgens mij zit er bij De Lokale Partij iemand. Dan nog, wat vinden wij inhoudelijk? DorpsBelangen vindt dat het plan Nederhorst Noord in procedure moet worden gebracht. Waarom het een goed plan is? Die argumenten staan allemaal in het raadsvoorstel. Die hoef ik niet hier te gaan herhalen. Wij steunen het voorstel van het college en we steunen het amendement niet. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Voorzitter, de heer Voigt heeft al geschetst wat de situatie is van dit plan. Het is inderdaad een onderdeel van ons coalitieakkoord. Coalitieakkoord, getekend door alle vier de coalitiepartijen. Dat betekent ook dat we daar uiteraard een bepaald verwachtingspatroon van hebben. De positie uiteraard van De Lokale Partij en de PvdA-GroenLinks verbaast ons niet. Die is nooit veranderd. In deze laatste vier jaar zeker niet. Ze zijn altijd tegenstander geweest van deze uitbreiding. Hun positie is ongewijzigd. Als je de argumenten ziet die gebruikt zijn bij het amendement, dan draait eigenlijk alles om twee dingen. Wat is algemeen belang en wat is niet algemeen belang? Aan de ene kant heb je de taakstelling van de vele woningzoekenden, zoals we dat weten, zoals we dat kennen.
Het gebruik aan ruimte, wat we ook allemaal kennen. We hebben het hier over een plan wat jarenlang al in voorbereiding is. Lang voordat deze coalitie
trouwens tot stand was gekomen. Daar zijn we op aan het voortborduren, wordt verder uitgewerkt. Dat komt uit tot een plan wat misschien niet honderd procent voldoet aan alle eisen, dan heb ik het over bepaalde hoogtes, maar wel aan de noodzaak van extra bouwplannen binnen onze gemeente. Ik wil toch nog eventjes terugkomen op een aantal argumenten. Bijna bij alle punten die opgenomen zijn in de argumentatie bij het amendement zijn uitzonderingsposities mogelijk. Dan gaat het erom, kies je voor het zoeken naar de uitzonderingen en de mogelijkheid om toch nog dit plan tot stand te komen, of ga je uit van de basisargumenten die, zal maar zeggen, de tegenstanders daarvan direct omarmen? Want dat komt uiteraard beter uit met hun verzoek. Ik wil toch eventjes wijzen op de noodzaak van het bouwen van woningen, zoals het ook nationaal is vastgesteld. Een paar dagen geleden heeft onze nieuwe minister, Hugo de Jonge, opgeroepen voor het bouwen aan de rand van de kernen. Wat doen wij nu? Wat proberen wij te bewerkstelligen? Dat is juist het bouwen aan de rand van de kernen. Een gebied wat zich daartoe leent … Het is, wat ik ook in de commissie al zei, nauwelijks twee procent van de totale oppervlakte van de polder. Is dat een te grote aantasting van het open natuurgebied? Wij denken van niet.
Wij denken dat in dit geval, voor dit kleine gedeelte van de open ruimte, een woningbouwproject zeker tot de mogelijkheden behoort. Dan toch eventjes de vogels. Er is beargumenteerd, op pagina 6 van de overwegingen van het amendement, dat er onderzoek gedaan is naar het aantal broedparen in de polder. Er werd geconstateerd dat er weinig tot geen weidevogels aanwezig zijn. Dit rapport is onder de aandacht gebracht van de provincie. Dan staat er, zonder de kwaliteit of juistheid van dit onderzoek in twijfel te trekken, constateren wij dat in diverse overleggen van en met de provincie het rapport besproken is. Maar de provincie heeft kenbaar gemaakt niet terug te komen op het besluit om dit eventueel te heroverwegen. Dat betekent dat de argumenten tegen de aanwijzing weldegelijk bestaan, ook verderop in datzelfde stuk van de gebrekkige communicatie en de fouten die gemaakt zijn bij de terinzagelegging van het besluit van de provincie. Iedere keer wordt gezegd, het is niet aangevochten, maar de provincie heeft er niets mee gedaan. Dan krijg je de laatste zin. Dat is het antwoord op het mailtje van onze wethouder. Ik zie ook geen aanleiding om over de voorgelegde locatie verder in overleg te treden. Dat is wel heel erg kort door de bocht van een provinciaal bestuurder, om een constructief overleg met het bestuur van een gemeente te weigeren.
Dat vind ik eigenlijk absoluut niet door de beugel kunnen. Dan ga je uit, wat is dan het probleem? Is het probleem dat, zoals de indieners van het amendement zeggen, je moet niet trekken aan een dood paard? Gaan zij ervanuit, het is niet haalbaar, waarom zouden we dan verder er ambtelijke capaciteit aan besteden? Als je dat verder draait, dan zeg je, goed. Mijnheer Loggen zegt, het mag niet. Wij zijn gehoorzaam en wij doen het niet. Dat is niet in het belang van onze gemeente. Ons belang van onze gemeente is te beantwoorden aan het aantal woningzoekenden. Op het ogenblik is de petitie … Je kunt je afvragen wat daar de achterliggende gedachte van is, wie dit heeft in zich gekeerd, of dat de ontwikkelaar is of iemand anders, dat doet er niet toe. Er zijn wel meer dan 800 positieve antwoorden geweest op die petitie. Dat is niet niks. Die woningzoekenden zijn er. Eigenlijk heb je nu het geval dat om de afweging te maken tussen het eventueel vinden van 3 verdwaalde vogels in het gras, of 150 woningzoekenden die zich willen nestelen aan de rand van het dorp. Ik geloof dat dat eigenlijk het punt is. Geef deze mensen de mogelijkheid om een woning te vinden als starter, als doorstromer, als oudere om hier een goed leefklimaat te vinden voor hun eigen toekomst en voor de toekomst van onze gemeente. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Vermeulen.
Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ik moest even mijn microfoon aanzetten. Voorzitter, dank u wel. Nederhorst Noord. Met het afgeven van een ontwerp-verklaring stelt de raad de procedure in werking om inwoners en belanghebbenden de mogelijkheid te bieden om hun zienswijze over een voorgenomen bouwplan in te dienen. Dat kunnen zowel voor- als tegenstanders zijn. Het is nadrukkelijk geen goedkeuringsinstrument. Aan de hand van door inwoners en belanghebbenden ingediende zienswijzen wordt het plan eventueel aangepast.
Vervolgens neemt de raad het definitieve besluit over het wel of niet goedkeuren van de verklaring van geen bedenkingen. Ik begin hier mijn betoog mee, voorzitter, omdat de afgelopen week duidelijk is geweest dat niet iedereen altijd precies weet hoe de procedure van een verklaring van geen bedenkingen verloopt. Tijdens de commissievergadering, vorige week, bevestigde de heer Voigt van DorpsBelangen de procedure die ik zojuist benoemde. Dit deed eveneens de heer Nienhuis van het CDA. Hij zei letterlijk, ik citeer: “Wij vinden het belangrijk als CDA dat inwoners aan het woord komen. Dat wordt ons gevraagd. Laat de inwoners maar zeggen wat ze ervan vinden. Wij leggen dit plan graag ter inzage.” In dat geval ging het over Moleneind 2A in Kortenhoef. Hoe anders was de opstelling van mijnheer Verbruggen, die bij de behandeling van de ontwerpverklaring over Nederhorst Noord de dag ervoor zei dat … Deze opstelling van de heer Verbruggen was compleet tegenovergesteld aan die van zijn fractiegenoot Nienhuis. Het CDA is ineens, zonder enige voorwaarschuwing, tegen dit bouwplan. Anders is het, zoals mijnheer Roosenschoon al vermeldde, met De Lokale Partij en de PvdA-GroenLinks. Die hebben altijd al aangegeven dat zij niets in dit plan zagen. Dat kan. Maar je weet dan ook wel waar je als partij aan toe bent.
Dit is bijzonder merkwaardig, dat het CDA nu ineens tegen is, omdat het CDA altijd heeft aangegeven voorstander te zijn van het plan. Tot drie weken geleden was dat ook nog steeds het geval. De mededeling aan de coalitiepartners dat het CDA tegen het plan zou stemmen, kwam dan ook als een donderslag bij heldere hemel. Het argument hierbij was dat de provincie bij monde van de gedeputeerde in december in een mail van anderhalve regel had aangegeven dat de provincie geen medewerking zou verlenen. Het was volgens het CDA trekken aan een dood paard. De voorzitter: Mevrouw Vermeulen, ik zie mijnheer Verbruggen. Mijnheer Verbruggen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Voorzitter, ik dacht dat het niet de bedoeling was dat in de termijn interrupties kwamen, maar ik vind het prima hoor de interruptie van mijnheer … De voorzitter: Hij mag u een vraag stellen. Mijnheer Verbruggen. De heer Verbruggen: Ik weet niet of er echt een vraag achteraankomt, dat ga ik misschien nog wel even verzinnen. Maar het feit dat de CDA-fractie opeens er anders inzit, laat ik dat zo maar zeggen, is dat wij hebben altijd aangedrongen op dat plan. Wij hebben ook het bestuursakkoord of het coalitieakkoord ondertekend. In beginsel staan wij er positief tegenover. Maar op het moment, dat is dan ineens … Ineens komt er een raadsvoorstel waaruit blijkt dat er gewoon dingen niet op orde zijn.
Waaruit blijkt, het belangrijkste is dat de provincie niet meegaat. Gisterenavond hebben we een raadsvoorstel gehad, waar een weigering zal plaatsvinden. Waar geen enkele bebouwing bijkomt. Daar staat één regel, we doen het niet, omdat de provincie het er niet mee eens is. Dat hebben we gelukkig kunnen omkeren. Er komt geen bebouwing bij. Als je nu 150 woningen neer gaat zetten buitenstedelijk, als je keer op keer een dichte deur hebt gekregen van de provincie, zowel Gedeputeerde Staten als Provinciale Staten, dan vraag ik aan mevrouw Vermeulen, bent u dan nog steeds verbaasd dat de CDA-fractie hier geen medewerking aan kan verlenen? Ik hoop dat bij u dan ook een keertje de ogen opengaan, dat dit echt een kansloze weg is. Dat we veel beter onze tijd kunnen besteden aan andere, kansrijkere woningbouwprojecten. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Voorzitter, een uitgebreide interruptie. Ik kies ervoor om daar op dit moment niet op in te gaan, omdat het straks wel duidelijk is, in mijn betoog, hoe de VVD-fractie daar verder instaat. Ik ga graag verder. Dan was ik volgens mij gebleven bij de mededeling van het CDA dat het trekken was aan een dood paard. Ook speelde een rol dat de procedure heel veel ambtelijke tijd in beslag zou nemen.
Voor de luisteraars wil ik hierover opmerken dat de uren die het ambtelijk apparaat aan het bouwplan besteedt voor rekening van de projectontwikkelaar zijn. De gemeente kan gewoon de kosten op de projectontwikkelaar verhalen. Nu doet het CDA net of het standpunt van de provincie nieuw is. Dat is niet het geval. De
gedeputeerde heeft zich al eerder in die zin uitgelaten. Dit was bekend bij de raad en ook bij het CDA. Dat wist het CDA ook toen zij voor de Omgevingsvisie stemde, waarin de ruimtelijke visie op Wijdemeren werd vastgesteld. Dat wist het CDA ook toen ze in september vorig jaar een motie indienden en het college opriep, komt hij, om bij voortduring druk uit te oefenen en creatieve wegen te zoeken om met de provincie ruimte voor wonen te creëren aan de randen van de dorpen. De VVD had de motie graag ondersteund, maar omdat de VVD een verschil van mening heeft met het CDA over de noodzaak tot vernatting van veengebieden, moesten wij onze steun aan deze motie onthouden. U zult misschien denken, waarom begint de VVD over deze motie? Want de verwijzing naar deze motie lijkt niet relevant. Maar ik wil hier toch even bij stilstaan, want het CDA maakt nu een heel opmerkelijke draai. Want waar het CDA ons nu wil doen geloven dat zij opkomt voor de leefomgeving van de weidevogels door het bouwplan Nederhorst Noord af te wijzen, ging het CDA in de motie van september vorig jaar hier volledig aan voorbij. Iedereen die er een beetje verstand van heeft weet dat weidevogels alleen kunnen gedijen in een vochtig gebied en niet in een droge polder, zoals de Horn- en Kuijerpolder. Een polder die het CDA droog wil houden om te kunnen blijven genieten van het Hollandse landschap met koeien.
Waarom is het CDA dan nu ineens tegen dit bouwplan? Wij kunnen geen andere reden bedenken dan dat dit te maken heeft met de verkiezingen in maart. Dat het CDA denkt meer stemmen van de kiezers binnen te halen dan wanneer zij voor Nederhorst Noord zou stemmen. Met andere woorden voorzitter, het CDA stelt het eigen partijbelang boven het belang van de vele woningzoekenden in Wijdemeren. Dat voor een partij die al vier jaar lang tot vervelens aan toe heeft geroepen, bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Niet onbelangrijk, het CDA gaat ook voorbij aan het bestuursakkoord dat zij in 2018 heeft gesloten met DorpsBelangen, D66 en VVD. Voor de VVD geldt, belofte maakt schuld. Voor het CDA speelt dit blijkbaar niet. Het CDA stelt dat het trekken aan een dood paard is. Wij vinden dat het CDA zich laat overrulen door de provincie. De beslissing om op deze plek te bouwen, moet toch ten principale op lokaal niveau worden genomen. Wij zijn de volksvertegenwoordigers. Wij komen op voor onze inwoners. Laten we een ding vooral niet vergeten, dat de provincie bang is voor precedentwerking, want Wijdemeren is niet de enige gemeente waar de provincie problemen heeft. Over het plan Nederhorst Noord is veel te doen in de media. Ook de projectontwikkelaar heeft zich niet onbetuigd gelaten.
Hij heeft huis-aan-huis in heel Wijdemeren een folder verspreid, een campagne op Facebook gestart en een online petitie uitgezet. De laatste stand van zaken vanmiddag was dat ongeveer 800 mensen hun stem voor het plan hebben uitgebracht. Statistisch gezien is dit heel veel, zeker als je bedenkt dat de petitie ongeveer een week heeft opengestaan. Voorzitter, ik wil afronden. Er ligt een mooi bouwplan voor de bouw van 150 woningen, met compenserende maatregelen op een gebied van 3 hectare. Daardoor voldoet het project aan het etiket natuurinclusief bouwen. Een plan dat voorziet in een grote woningbehoefte van Bergers en inwoners van de andere kernen van Wijdemeren. Dat blijkt wel uit de resultaten van de petitie. Door de ontwerp-verklaring niet af te geven, lopen 150 inwoners de kans mis op een woning die juist voor hen bedoeld is. Ik roep de raad dan ook op om een positieve reactie op de ontwerp-verklaring af te geven. Dan wil ik nu ook gelijk reageren op het amendement, voorzitter. Ik moet u zeggen wij hebben het heel laat … De voorzitter: Mevrouw Vermeulen, voordat u dit doet, ik dacht dat er een interruptie was van de heer Verbruggen. Klopt dat? Ja. U hebt een vraag? De heer Verbruggen: Ja, ik heb een vraag. Want mevrouw Vermeulen gaat nu weer alle pijlen op het CDA Wijdemeren richten. Dat vind ik prima. Daar zal ik straks op reageren.
Maar ik wil ook graag vragen wat mevrouw Vermeulen heeft gedaan om haar provinciale fractie en haar gedeputeerde te bewegen om tot een ander besluit te komen. Want volgens mij heeft ze het hele land door gebeld. Ik ben door iedereen gebeld waar mevrouw Vermeulen achter zat. Maar wat heeft ze gedaan in haar eigen fractie, provinciaal en haar gedeputeerde?
De voorzitter: Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Daar wil ik graag op reageren, voorzitter. Natuurlijk hebben wij contact gehad met onze vertegenwoordigers in de provincie. Mijnheer Verbruggen weet net zo goed als ik dat de VVD in een coalitie zit met GroenLinks. Dat heeft een grote invloed op de houding van de gedeputeerde over bouwen in Noord-Holland. Dat is precies de reden waarom wij er niet in geslaagd zijn om onze vertegenwoordigers te overtuigen van het nut en de noodzaak van bouwen in de Horn- en Kuijerpolder. De voorzitter: Mijnheer Verbruggen. De heer Verbruggen: Ik wil daar een ding aan toevoegen. Prima dat u het geprobeerd heeft, maar ik zou me kapot schamen met zo’n provinciale fractie. Dank u wel. De voorzitter: Dat was geen vraag. Maar goed, mevrouw Vermeulen u wilt nog een reactie geven op het amendement. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ik vind de opmerking van mijnheer Verbruggen niet ter zake doende. Ik ben trots op onze fractie in de provincie. Alleen op het gebied van bouwen ben ik dat niet. Dat mag duidelijk zijn. Maar voor de rest kan ik me daar prima in vinden, in de standpunten die ze innemen. Net wat ik zeg, het amendement is heel laat binnengekomen, pas om 17.30 uur. Ik had meer dingen te doen. Ik heb het amper kunnen bekijken. Ik ga het toch proberen om daaropin te gaan. Dan begin ik over artikel 5A.
Daarin staat als conclusie van de indieners dat de provincie Noord-Holland tot op heden in verschillende gremia heeft aangegeven niet zijn medewerking te verlenen aan de ontwikkeling Nederhorst den Berg Noord. Ik zou graag willen weten van de indieners van het amendement, wanneer is dat geweest en waar is dat geweest, bij welke gelegenheden? Dan kom ik op artikel 22. Ik zal best nog wat … Hoewel, dat is artikel 5A. Ga ik nu naar 22. Daar is al eerder aan gerefereerd, maar ik doe het toch ook nog maar een keer. Er kan een afwijking van artikel 22 zijn wanneer er sprake is van een groot openbaar belang. De VVD-fractie is van mening dat dat weldegelijk het geval is. Wij hebben het hier over 150 woningen in de kern Nederhorst den Berg. Voor ons betekent dat het enige gebied wat in Nederhorst den Berg nog van die omvang bebouwd kan worden. Het is een aansluiting op de wijk die er al is. Er is altijd al sprake geweest van uitbreiding daar. Nieuw is het niet. Dan wordt er gesteld dat er voldoende maatregelen moeten worden getroffen om de nadelige effecten van een ontwikkeling op het behoud of de versterking van de uitgewerkte kernkwaliteiten te mitigeren of te compenseren. Dat plan is er. De ontwikkelaar heeft een plan van 3 hectare plas-dras, wat tot in de eeuwigheid, zoals ik begrepen heb, beschikbaar is. Die mitigerende maatregelen zijn weldegelijk genomen.
Heeft de provincie hier kennis van genomen? Dit is aangegeven bij de provincie dat die maatregelen genomen worden. De provincie wilde er niet eens naar kijken. Wat dat betreft vinden wij de houding van de provincie niet juist, zeker omdat de gedeputeerde in een gesprek bij aanvang van deze coalitieperiode van de provincie heeft aangegeven, als gemeenten met een goed plan komen, dan ben ik bereid om daarnaar te kijken. Er ligt een goed plan. Een plan voor 150 woningen. Er worden compenserende maatregelen genomen. De provincie wil er niet naar kijken. Wij vinden dat volstrekt niet door de beugel kunnen. Dan kom ik op artikel 25, het weidevogelleefgebied. Het is al tig keer gezegd, maar ik zeg het nog maar een keer, het is op oneigenlijke manier tot stand gekomen. De tellingen, daar wordt niet naar gekeken. De uitgangspunten daarvoor wordt gewoon opzijgezet. Wij denken dat door het nemen van de compenserende maatregelen de weidevogels weldegelijk gecompenseerd worden. Dat was het, denk ik, tot nu wat ik wilde aangeven, voorzitter. Ik heb nog een vraag. Ik dacht dat mijnheer Verbruggen dat gezegd heeft. Maar die had het over een kansenkaart voor Nederhorst den Berg. Ik zou graag willen weten welke locaties dan op die kansenkaart zijn? Want er zijn een paar locaties inderdaad. We hebben een paar woningen op de Vaartweg gebouwd, de Vlindertuin. We hebben het kasteel met 35 woningen.
Zijn
allemaal al goedgekeurd. Vlindertuin is al gerealiseerd. We krijgen, ik dacht, 14 woningen op de Dammerweg. Maar dan is het wel zo’n beetje op. Eerlijk gezegd, ik ben een Berger, geboren en getogen, ik zou niet weten waar wij nog meer inbreiplannen hebben. Want ook daar zijn wij voorstander van. Wij vinden die 150 woningen, dat moet het zijn en dat moet het blijven en meer niet. Als mijnheer Verbruggen meer weet van de kansenkaart dan de VVD-fractie, dan hoor ik dat graag van hem. Dat was onze bijdrage. Voorzitter, het zal u duidelijk zijn dat wij dit amendement niet zullen steunen. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn wel een aantal vragen gesteld door mevrouw Vermeulen aan de indieners. Eentje concreet ook aan de heer Verbruggen. Ik kijk naar in de indieners. Mijnheer Verbruggen, u bent rechtstreeks gevraagd over de kansenkaart. Hoe gaat u die beantwoording verder verdelen van de vragen van mevrouw Vermeulen? De heer Verbruggen: Ik denk dat ik mijn best ga doen. Als misschien de andere twee indieners denken van, daar heeft hij onvoldoende op geantwoord, dat zij mij aanvullen, met welnemen van de twee heren. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Verbruggen: Dank u wel. Mevrouw Vermeulen vraagt in welke gremia de provincie over Nederhorst den Berg Noord gesproken heeft.
Waarschijnlijk heeft ze dat nog niet gezien, maar ik heb … Op het laatste moment zag ik dat onze bijlages niet toegevoegd waren. Daarin is een notitie over discussielocaties, waaronder Nederhorst den Berg Noord ook genoemd wordt. Gedeputeerde Staten geeft aan daar als besluit en advies aan de Provinciale Staten, om dat niet op te nemen als afwijking in de nieuwe provinciale verordening. Daar geven zij aan dat ze daar geen medewerking aan willen verlenen. Er zit ook nog een bijlage bij over de motie van het CDA samen met Forum voor Democratie om wel deze locatie op te nemen. Die is verworpen in de Staten. Dat vind ik een gremia. Er zijn diverse mailwisselingen, heb ik gezien, waarin ook elke keer wordt gezegd over dat groot openbaar belang … Kijk, natuurlijk, daar ben ik mee begonnen, er zijn heel veel woningen nodig. We weten allemaal, op het moment dat de Dennenlaan ingeschreven wordt dat dat echt tig keer wordt overschreven, voor de inschrijvingen. Dat erkennen we allemaal. Maar het groot openbaar belang heeft u, ik spreek nu u aan, maar dat moet ook de initiatiefnemer zijn en de gemeente, nog niet kunnen overtuigen dat dit alleen het groot openbaar belang is. Daar gaat het mij om. Ik kan er best wel anders over denken. Dat is ook over bijvoorbeeld dat UNESCO gebeuren.
Maar de provincie geeft elke keer aan dat zij daarvoor geen reden zien om een andere mening toegedaan te zijn om daar wel te bouwen. Hetzelfde geldt voor de weidevogels. Ik hoor u in de raad al drieënhalf jaar over dat dat besluit helemaal niet goed genomen is. Wat heeft u bereikt? Helemaal niks. Niet dat ik het u kwalijk neem hoor, maar het is wel een feit. Daarom zeg ik, jongens, we moeten dit gevecht niet aangaan met die provincie, want dit gaat je zoveel ambtelijke capaciteit kosten. U kan wel zeggen, dat wordt allemaal betaald, maar we hebben wel de praktijk gezien de afgelopen jaren. Kansrijk, volgens mij zijn er twee buitenstedelijke projecten in Wijdemeren die wel opgenomen zijn in de RAP, in het Regionaal Actie Programma, dat is Ter Sype. Volgens mij heb ik in de eerste periode dat ik in de raad zat al gehoord, we gaan niet die zeshonderd woningen bouwen, maar we beginnen met 60 of 70. Daar zijn we ook 10, 12 jaar verder. Dan denk ik, die capaciteit is blijkbaar allemaal gestoken in niet kansrijke projecten Zuid Singelvaart 8 en nu de Nederhorst den Berg Noord. Dan denk ik, jongens, dit moeten we stoppen. We krijgen weer tig zienswijzen. Natuurlijk, er zullen nu ook zienswijzen binnenkomen. Dat zei volgens mij iemand anders, mijnheer Voigt. Dat voorkom je niet. Maar wel veel minder. Die kan je ook veel beter pareren, denk ik.
Maar goed, laat me eens even kijken, wat hadden we nog meer staan? Mevrouw Vermeulen-Franssen: Was dat een interruptie? Mag ik daarop reageren, voorzitter?
De voorzitter: Hebt u zelf een interruptie hierop? Dat is de vraag. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Dat heb ik. De heer Verbruggen: Het was geen interruptie van mij, volgens mij. De voorzitter: U was gewoon aan het woord. Daarom vraag ik aan mevrouw Vermeulen of zij … Mevrouw Vermeulen-Franssen: Ik wil graag reageren op dat wat mijnheer Verbruggen zegt. Mijnheer Verbruggen heeft het over de weidevogels en dat de provincie daar niet op ingaat. Maar wat het probleem is en wat deze ontwerp-verklaring van geen bedenkingen wel de gelegenheid toe geeft, de provincie heeft nog nooit schriftelijk met goed onderbouwde argumenten een standpunt gegeven. Het is alleen een mondeling en een paar mails geweest waarin de provincie aangeeft dat ze niet erop ingaan. Juist nu door het aannemen van die ontwerp-verklaring van geen bedenkingen geven we de provincie de mogelijkheid, ik zou het nog anders willen formuleren, dagen we de provincie uit om in ieder geval een formeel standpunt in te brengen. Want het kan toch niet zo zijn dat het belang van 150 woningen in een kern Nederhorst den Berg wordt afgedaan met een mail van 1,5 regel door de gedeputeerde. Dat kan toch niet waar zijn. Dat moet u toch niet geloven. Waarom doet de provincie dit? Dat kan ik u ook vertellen. Er zijn genoeg gemeenten in Noord-Holland die met hetzelfde probleem spelen. Kijk Opmeer, die heeft het bedrijventerrein De Veken.
Heel vergelijkbaar met Nederhorst Noord. Maar wat doet die gemeenteraad en wat doet de wethouder, een CDA wethouder overigens en een VVD burgemeester, die zeggen gewoon, wij komen op voor ons bedrijventerrein. Wij komen op voor onze inwoners. Wij geven gewoon die ontwerp-verklaring van geen bedenkingen af. Dan kom ik nog even op wat mijnheer Verbruggen nu zegt over het feit dat hij ziet dat het gewoon geen haalbare kaart is. Maar u bent toch wel heel snel van mening veranderd. Want u heeft wel de Omgevingsvisie aangenomen in september 2021. Daar stond Nederhorst Noord in. In een motie, waar ik zelf ook naar refereer net, gaat u nog een keer letterlijk oproepen, ik heb het letterlijk opgeschreven. U roept het college op om bij voordeur druk uit te oefenen en creatieve wegen te zoeken om met de provincie ruimte voor woningen te creëren aan de randen van de dorpen. Dan vraag ik me af, wat is er tussen half september en half januari gebeurd? Dat moet u me eens vertellen. Niks. Want het standpunt van de provincie was allang bekend. Dat weet u ook. Dan zeg ik, dan vind ik dat u onvoldoende opkomt voor de belangen van onze inwoners. Daag die provincie uit. Laat ze een verklaring van geen bedenkingen, of laat ze een zienswijze indienen. Dan weten we waar we aan toe zijn. Dan hoeven we er geen ambtelijke capaciteit meer aan te besteden, of wel als het doorgaat.
Want wij denken dat er voldoende argumenten zijn om het door te laten gaan. Maar dan hebben we die discussie gevoerd. Maar wat u doet, u trekt u gewoon terug en u zegt, die provincie, ja hoor, die geloven we wel. Maar nogmaals wat ik zei, wij maken de beslissing voor onze inwoners en niet de provincie. De voorzitter: Volgens mij is uw vraag, wat is er veranderd? Mijnheer Zagt, u wilt ook een interruptie plegen? Ik denk op mevrouw Vermeulen? Ik laat eerst de heer Verbruggen reageren op de vraag van mevrouw Vermeulen. De heer Verbruggen: O, ik kan precies vertellen wat er gebeurd is. Kijk, die motie hebben wij in de raad, u heeft hem niet gesteund om uw redenen, maar goed … Maar vindt u dan dat dit een creatief raadsvoorstel is? Vindt u dan dat er druk gelegd is op de provincie, zodat wij kunnen constateren dat de provincie hieraan mee wil werken? Wat vindt u hier creatief aan? Het is gewoon onvoldoende onderbouwd. Het is onvoldoende met de provincie afgestemd. Dat is de kansloze weg die ik zeg. Daarom kunnen we veel beter onze tijd besteden aan kansrijke projecten. Ik ga dit even afronden en dan kan de heer Zagt misschien een motie doen.
Mevrouw Vermeulen-Franssen: Mijnheer Verbruggen, ik reageer daar graag op. U zegt dat er onvoldoende druk op uitgeoefend is. U heeft zelf meerdere malen van de wethouder gehoord dat hij geprobeerd heeft om met de provincie in gesprek te gaan, met de gedeputeerde. Gedeputeerde heeft het geweigerd. De gedeputeerde heeft geweigerd om het plan met die compenserende maatregelen te bespreken. Dan zegt u van, dan gaan we aan een dood paard trekken. Je moet de provincie dwingen om een formele uitspraak te doen. Dat is wat we willen. Dan weten we waar we aan toe zijn. Dan weten we waar onze inwoners aan toe zijn. Als ik dan nog even op de petitie mag ingaan. Ik ben erdoor gelopen. Er zijn heel veel mensen die anoniem hebben ingeschreven. Ook veel mensen die hun naam … Het zijn allemaal Bergers. Oude Bergers die gewoon in hun dorp willen blijven wonen. Bergers die gewoon in een appartement willen wonen. Die dicht bij de dorpskern is. Ideaal daarvoor. U neemt dan genoegen met een mail van de provincie van anderhalve regel. U zegt niet van, wij willen een formele uitspraak hebben. Dat is wat wij willen. Een formele uitspraak van de provincie. Laat ze het maar zeggen. Maar niet met een mail van anderhalve regel. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Zagt. Mijnheer Zagt.
De heer Zagt: Ik ben zo blij, voorzitter, met de laatste woorden van mevrouw Vermeulen, want ik wil het net over die mail van die anderhalve regel hebben. Daar sloeg ik op aan. Mevrouw Vermeulen, u chargeert enorm. Kent u al die andere uitingen van de provincie, in welk verband dan ook? Ken u die niet? U doet nu net of we buigen voor die ene mail van die anderhalve regel van uw eigen gedeputeerde Loggen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Nee hoor. De voorzitter: Mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Graag het woord, voorzitter. Dan gaat u chargeren, mijnheer Zagt. Ik buig niet voor die ene mail van de provincie. Het gaat erom dat het CDA, de hele raad al wist dat de provincie geen voorstander was van dit plan. Maar ze hebben zich nog nooit formeel uitgesproken. Dat is gewoon het hele punt. Dan kom ik ook nog even terug op mijnheer Verbruggen, dat vergat ik net. Het mooie is, van deze regering, waar de VVD samen met het CDA inzit, ook met D66 en de ChristenUnie, dat we nu een minister van volkshuisvesting hebben. Een minister van het CDA. Mijnheer Roosenschoon die vermeldde het al. Wat heeft minister De Jonge een paar dagen geleden gezegd? Dat hij wil bouwen aan de rand van de kernen. U heeft het zelf gezegd in september in uw motie. De minister bevestigt hem nog een keer, een CDA minister. U zegt als CDA, nee hoor. U zegt 4 jaar bouwen, bouwen, bouwen.
Bij 150 woningen, als we daar plannen voor hebben, als we daarin willen zetten, dan geeft u niet thuis. Ik begrijp het niet. Echt niet. De voorzitter: Ik denk dat u wel voldoende antwoord hebt gegeven op de heer Zagt. Een reactie gegeven op de heer Zagt. Mijnheer Poels, u heeft een interruptie naar mevrouw Vermeulen misschien? De heer Poels: Naar mevrouw Vermeulen. Voorzitter, goed verwoord betoog van mevrouw Vermeulen natuurlijk. Maar de heer Zagt zei het ook al, ik heb hier in mijn hand een bijlage bij de omgevingsverordening Noord-Holland 2020. De bijlage heet, discussie locaties omgevingsverordening. Is een officieel voorstel van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten. Daar staat de hele geschiedenis van het gebied Nederhorst Noord in, plus het voorstel van de GS aan PS. Ik kan hem voor u voorlezen, mevrouw Vermeulen. Dat zal ik niet doen. Gaat over dit gebied. Staan op dezelfde lijst als Zuidsingel fase 8. Dezelfde argumentatie wordt gebruikt. Dit stuk is in Gedeputeerde Staten, in Provinciale Staten vastgesteld. Dit is gewoon vastgesteld, dit stuk. U doet net alsof wij reageren op één mailtje. Wij reageren op een langlopende mailwisseling, briefwisseling, besluitvorming. Hoe vaak ik het al met mijn collega’s van GroenLinks Noord-Holland hier over dit onderwerp
heb gehad. Die zijn nooit op een ander standpunt geweest sinds de omgevingsverordening dan dat dit gebied niet gebouwd gaat worden. Dat is waar wij in deze discussie steeds aandacht aan proberen te besteden, mevrouw Vermeulen. U moet niet net doen alsof het één mailtje is van de Loggen. Wat me overigens heel erg verbaast, voorzitter, nu word ik heel erg kwaad, de heer De Kloet reageert terecht als hij zegt van, het is een plan van de heer De Kloet. Nee, het is een plan van het college. Voorzitter, dit is niet het plan van de heer Loggen. Dit is het plan van de provincie Noord-Holland. Een provincie Noord-Holland met een Gedeputeerde Staten, waar een aantal van de partijen die hier aan tafel zitten ook onderdeel van uitmaken. Wat ik een beetje mis, dat mis ik ook bij de heer Roosenschoon, is heel fijn dat GroenLinks in Provinciale Staten NoordHolland een groen imago krijgt opgeplakt. Maar wat dacht u van D66, ook onderdeel van Gedeputeerde Staten Noord-Holland. Die hebben diezelfde linksige kleur. We moeten niet net doen alsof het Loggen met een mailtje. Het is de provincie Noord-Holland, Gedeputeerde Staten, afgetikt door Provinciale Staten die hebben gezegd, dit gebied gaat niet bebouwd worden. Daar wilde ik even op reageren, voorzitter, want anders gaan we denk ik de verkeerde kant op. Straks, in de reactie, wil ik nog heel even ingaan op de petitie, als u dat goed vindt.
Dank u wel. De voorzitter: Dat is goed. Mijnheer Verbruggen, u wilde ook nog reageren op de inbreng van mevrouw Vermeulen? Dat was eigenlijk een interruptie op uw verhaal, maar goed. De heer Verbruggen: Volgens mij lag er nog een vraag van mevrouw Vermeulen over wat er gebeurd is, of niet? Daar heb ik op geantwoord, denk ik? Mevrouw Vermeulen-Fransen: Flauwtjes. De heer Verbruggen: Kijk, over die creativiteit, daar wil ik het dan wel over hebben. Blijkbaar is dat ook de wethouder niet gelukt. Kijk, ik denk toch ook … Ik ga mijnheer De Kloet, de wethouder, niks verwijten, maar het lijkt me toch ook heel bijzonder dat als jij echt formeel een verzoek doet van, joh, ik wil heel graag bestuurlijk overleg over Nederhorst den Berg Noord en kunnen we nu even alles afkaarten, dat je dat niet krijgt. We zijn toch geen kwajongen hier in de provincie. Kom op zeg. Maar zo dicht zit die deur. Hoe formeel is het geweest? Mijnheer De Kloet heeft in de commissie gezegd, maar ik heb mijnheer Loggen ook verschillende keren gesproken, informeel. Maar het is gewoon niet gelukt. Die deur is dicht. Daarom zeggen wij gewoon, jongens, hier moet je mee stoppen. Waarom wij dan opeens daar anders over denken, dat kan ik heel goed uitleggen, want dat komt gewoon omdat wij ervan uit zijn gegaan dat het college c.q.
de wethouder wel op pad was gegaan en wel met een goedkeuring van de provincie onder zijn arm, met een raadsvoorstel komt. Dan heb je een goed onderbouwd verhaal. Maar dat is gewoon niet de realiteit. Dat moet u ook zien, mevrouw Vermeulen. U haalt Hugo de Jonge erbij en u haalt de gemeenteraad erbij, het Rijk en de gemeente. Daar zit een hele belangrijke speler tussen. Die hebben we gewoon niet mee. We gaan kijken of Hugo de Jonge zo flink is om provincies te gaan overrulen. Dat gaan we dan wel afwachten. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Zou ik er nog een keer op reageren, voorzitter? De voorzitter: Heel kort. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Kijk, mijnheer De Jonge moet wel 1 miljoen woningen bouwen. Daar heeft hij de provincies en ook de gemeenten voor nodig. U kunt misschien denken dat hij niet richting Noord-Holland zou komen. Ik hoop van wel, want anders wordt er hier helemaal niks meer gebouwd. Wat de creativiteit betreft, er ligt een plan, een heel creatief plan met ook een natuurcompensatie. Als je dat niet creatief vindt van de projectontwikkelaar, dan weet ik het niet meer. U vraagt welke contacten mijnheer De Kloet heeft
gehad. Mijnheer De Kloet heeft herhaaldelijk gezegd dat hij contacten heeft gehad. Dan nogmaals, als u zegt dat we het niet wisten, u heeft in september de Omgevingsvisie goedgekeurd, u heeft in september een motie ingediend, u wist het toen al en nu ineens draaien. Mijnheer Verbruggen, u heeft mij niet kunnen overtuigen. De heer Verbruggen: Hier maak ik ernstig bezwaar tegen, want dit is geen draaien. Mijnheer Voigt wil een time-out. Ik weet niet waarvoor. De voorzitter: Wij gaan eerst even deze discussie afwachten. De heer Verbruggen: Heel goed. Maar wij zijn van mening veranderd, omdat wij er altijd vanuit gegaan zijn dat wij, als dit raadsvoorstel aan de orde komt, dit is ook de eerste keer in deze periode, de allerlaatste vergadering van deze periode dat dit aan de orde komt, dat wij erover kunnen spreken. Als je dan met zo’n voorstel komt, snapt iedereen dat je hier niet mee in kan stemmen. Dit is een kansloze weg. De voorzitter: Wacht. Er is ook een interruptie van de heer Roosenschoon, eigenlijk al een tijdje. Mijnheer Roosenschoon, op wie wilde u interrumperen? De heer Verbruggen of mevrouw Vermeulen? De heer Roosenschoon: Eerlijk gezegd, gezien de discussie, weet ik ook niet meer precies op wie ik wilde reageren. In ieder geval een ding is duidelijk, dat als er wordt gezegd, we reageren op het laatste mailtje van Cees Loggen, daar gaat het uiteraard niet om.
We reageren op de hele tendens van de afgelopen vier jaar. Op de hele periode dat de gedeputeerde niet wilde onderhandelen, niet wilde meepraten, niet wilde overleggen. Die taakstelling is er weldegelijk. Die is afgehouden door de provincie. Mijnheer Verbruggen heeft gezegd, de deur zit dicht, zit op slot. Maar daar heb je sleutels voor. Je moet alleen zorgen dat je de goede sleutel vindt. Daar moeten we aan werken. Deze verklaring van geen bedenkingen is juist een van de middelen om druk uit te oefenen op de provincie, want de provincie moet daarop reageren. De provincie kan niet reageren zonder overleg en zonder gemotiveerde argumentatie. Daar gaat het om. Bovendien, als we het hebben over het algemeen belang, daar wil ik toch nog eventjes op indraaien, de laatste jaren hebben we het inderdaad gehad, het laatste jaar zelfs, over die taakstelling van die 1 miljoen woningen. Die taakstelling wordt steeds urgenter. Uw eigen minister, Hugo de Jonge, is daar aanwezig. Die moet daar ook aan werken. Maar vier jaar geleden was die taakstelling veel zachter dan nu. Als het algemeen belang nu spreekt, dan hebben we het over de huidige taakstelling van die 1 miljoen woningen en niet over de doelstellingen die er waren en afwegingen die er waren vier jaar geleden. De urgentie is op dit ogenblik vele malen hoger.
De voorzitter: Mijnheer Verbruggen, u was nog bezig met een beantwoording, volgens mij. Ik zag ook een handje van de heer Poels. Mijnheer Poels, wilt u nog echt een interruptie plegen? De heer Poels: Voorzitter, een korte interruptie op de heer Roosenschoon, als u dat goed vindt. De voorzitter: Ja. De heer Poels: Daarna stop ik hoor. Ook op mevrouw Vermeulen. Daar zijn we weer, voorzitter, het 1 miljoen woningen getal. Bouwen, bouwen, bouwen. Misschien is het toch wel heel goed om te weten dat we sinds dit kabinet twee nieuwe ministers hebben. Een minister van duurzaamheid en die minister van stikstof. Voorzitter, dat is de belangenafweging die de komende periode continu gaat plaatsvinden. Kunnen we bouwen? Wat zegt dat over de duurzaamheid? Wat betekent dat voor de stikstof? Dat is continu de belangenafweging waar we mee te maken hebben, voorzitter. Dat is waar we volgens mij … We kunnen de hele avond met elkaar praten, maar daar worden wij het niet met elkaar eens, omdat we de belangenafweging
anders leggen. In die zin begrijp ik de time-out van mijnheer Voigt wel. We gaan elkaar niet overtuigen, voorzitter, van dit onderwerp. We leggen andere accenten. We leggen andere belangen. Dat is ook het mooie van politiek, voorzitter. Daar zijn we ook voor aangenomen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Verbruggen was nog bezig om vragen te beantwoorden die zijn gesteld. Is die beantwoording afgerond? Wel of niet? Mijnheer Voigt u heeft een interruptie, maar ik denk … Is het een interruptie op de heer Verbruggen, mijnheer Voigt? De heer Voigt: Voorzitter, wilt u mij het woord geven, of niet? De voorzitter: Nee, u had uw handje opgestoken. Ik vroeg, is dit een interruptie op de heer Verbruggen of niet? Want ik wil toch wel de tweede termijn afronden. De heer Voigt: Eigenlijk is het meer een interruptie op allemaal, want, kijk, de bedoeling van een debat is ook dat je elkaar overtuigt. Niet gewoon om lekker te wauwelen en elkaar de maat te nemen, maar wel dat je elkaar overtuigt. Ik zie geen enkele beweging bij het CDA. Ik zou mevrouw Vermeulen willen vragen van, stop gewoon met proberen het CDA te overtuigen, want het trekken aan een dood paard. De voorzitter: Ik kijk nog even naar mijnheer Verbruggen. Zijn er nog vragen die openstaan bij u? De heer Verbruggen: Volgens mij, door de vele interrupties zijn er denk ik geen vragen meer over.
Eentje denk ik nog over de kansenkaart. Of ik meer weet dan mevrouw Vermeulen? Nee, op dit moment weet ik niet meer. Wij hebben daar verschillende keren naar gevraagd. Volgens mij heeft de wethouder toen gezegd van, nee, nadat we die projecten hebben behandeld in de kansenkaart. Dit is het ook. Uiteindelijk bleek dat er veel meer was. Volgens mij is het zelfs ook nog niet openbaar, die kansenkaart. Maar ik ben daar heel benieuwd naar. Ik weet zeker dat daar ook hele goede ideeën zijn voor Nederhorst den Berg, ook om in te breien. Ik kan ze zo verzinnen. Ik denk dat dat heel goed is om dat niet hier zo vanavond te roepen. Maar ik denk dat het heel goed is om daar eens een keertje misschien wel met de raad, jammer genoeg gaat dat niet meer deze raad worden, maar eens door Nederhorst den Berg heen te lopen, door die kern, om te kijken wat er mogelijk is. Ik weet zeker dat ik minimaal 100 woningen tevoorschijn tover. U kan lachen, maar dat ga ik echt doen. De voorzitter: Ik wil ook de gelegenheid bieden aan de heer Poels en de heer Zagt, als mede-indieners, nog iets kwijt te kunnen, als laatste in de tweede termijn. Bent u klaar met uw tweede termijn, mijnheer Verbruggen, ook, of … De heer Verbruggen: Ja, daar wil ik dan nog als laatste aan toevoegen dat net bij het voorlezen van het amendement, zag ik dat er een kleine fout zat in beslispunt 2.
Heb ik opgenomen met de griffie en heeft de griffie dat gelukkig al aangepast. Als iedereen ververst is het ene amendement ingetrokken en het andere amendement wordt hierbij ingediend door de drie partijen. De voorzitter: Dat betreft amendement A-23-1A. De wijziging, zoals ik het zie, is dat het zit in de eerste drie woordjes. Er stond de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen. Er staat nu dit ontwerpbesluit. Klopt dat? De heer Verbruggen: Ja, dat betekent, het ontwerpbesluit is de weigering. In de andere motie leek het alsof wij dan de verklaring af te geven ter inzage leggen. Maar dat moge duidelijk zijn dat wij dat niet willen.
De voorzitter: Die is bij deze ingediend. Als u die inderdaad ververst, dan kunt u hem zelf ook zien. Dan ga ik naar de heer Poels. De heer Poels: Voorzitter, ik had al gezegd, ik heb verder geen opmerkingen meer. Ik heb al kunnen reageren op de opmerkingen van alle collega’s. We hebben de discussie uitgebreid met elkaar gevoerd op twee avonden. Daar wilde ik het even bij laten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Zagt. De heer Zagt: Ik denk nog twee korte opmerkingen, voorzitter. Mijnheer Voigt zei nog iets over De Lokale Partij, in de zin van, we moeten ons houden aan wat de raad heeft vastgesteld. Mee eens. Maar bij de Omgevingsvisie is juist er iets in geamendeerd waar wij het niet mee eens waren. Onder andere Nederhorst Noord op de kaart toevoegen. Dat is wel een ander verhaal. Dan als laatste, voorzitter. Ik vind dat er erg eenzijdig over het weidevogelgebied gesproken wordt. Of er een, twee of drie vogels zitten, juist de provincie Noord-Holland geeft aan dat een weidevogelgebied groot en uitgestrekt is, om ook buffer te hebben voor de plekken waar ze wel zitten. Dat is helemaal niet gek dat ze dan dicht bij de randen van een dorp niet of bijna niet aanwezig zijn. Want hoe verder je de randen oprekt, hoe minder vogels je uiteindelijk overhoudt. Dat is nog een zeer beperkte toevoeging. Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter: Volgens mij is er voldoende uitgewisseld. Zijn we ook aangekomen op het einde van de tweede termijn. Ik stel voor dat wij overgaan tot stemming. Ik breng eerst het nieuwe amendement A-23-1A in stemming. Vervolgens het raadsbesluit. We beginnen met A-23-1A. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dan breng ik het amendement in stemming. Lukt het mijnheer Voigt? De heer Voigt: Ja, er gebeuren vreemde dingen op mijn iPad, maar nu denk ik dat ik het goede voor me heb. Het amendement. Komt hij. De voorzitter: Met 10 voor en 9 tegen is het amendement aangenomen. Het vervangt het oude raadsvoorstel, maar er wordt toch over gestemd. Hebben we het de vorige keer over gehad, gisteren. Ik breng het geamendeerde, nieuwe raadsvoorstel is stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? Mevrouw Vermeulen. Uw microfoon staat uit. Mevrouw Vermeulen-Franssen: Klinkt misschien overdreven, maar het is al laat. Wilt u toch nog even aangeven voor degene die twijfelt hoe precies gestemd moet, kan worden. De voorzitter: Niet moet, maar het geamendeerde raadsbesluit luidt nu, 1. De ontwerp-verklaring van geen bedenkingen voor het oprichten van een nieuwe woonwijk (150 woningen) ten noorden van de bestaande kern van Nederhorst den Berg te weigeren. 2. Dit ontwerpbesluit voor zes weken ter inzage te leggen conform de wettelijk voorgeschreven procedure.
Als u voor stemt, dan stemt u voor de weigering. Als u tegen stemt, dan niet. Is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Dan breng het geamendeerde raadsvoorstel in stemming. Met 10 voor en 9 tegen is het raadsvoorstel aangenomen.
OVERIG 28. Moties vreemd aan de agenda De voorzitter: Dan gaan wij snel door. Mevrouw Vermeulen, doet u uw handje weer omlaag? Ja. We hadden gister al geconstateerd dat er geen vragen waren ingediend voor het vragenhalfuurtje. Er waren drie moties vreemd ingediend. Ik heb begrepen dat er een vierde motie vreemd wordt ingediend. Klopt dat? Niet? De heer Van Balen: Ja, die staat er al op. De voorzitter: Maar hij moet wel formeel ingediend worden. De heer Van Balen: O, mag ik dat nu doen, voorzitter? De voorzitter: Als u zegt van, ik wil gewoon motie M-V-4 indienen, dan kunt u hem straks toelichten, als hij aan de beurt is. Ja? De heer Van Balen: Ja, dat wil ik graag doen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Bij deze. 28a. Motie PvdA/GroenLinks Geen woorden, maar daden deel 2 (19V/0T Aangenomen) De voorzitter: Wij beginnen met motie vreemd 1. Geen woorden, maar daden, deel 2. Die is ingediend door PvdA-GroenLinks. Aan wie mag ik het woord geven? De heer Poels: Voorzitter, dat is aan mij. Ook omwille van de tijd zal ik proberen er wat kort in te gaan. De motie is ook al een tijdje beschikbaar. Voorzitter, in november van het afgelopen jaar hebben wij als PvdAGroenLinks een voorstel ingediend om na te denken over 40 tiny houses op het andere perceel, zal ik maar zeggen, tegenover de huidige 16 tiny houses op de Dennenlaan.
Die motie hebben wij uiteindelijk ingetrokken, mede ook omdat de wethouder, mevrouw Van Rijn, heeft aangegeven probeer daarbij ook de samenwerking met de woningbouwcorporatie te zoeken als een belangrijke partij, in het kader van het realiseren van sociale woningbouw/tiny houses. Voorzitter, dat hebben wij gedaan. Wij hebben na november aan tafel gezeten met degene die oorspronkelijk die ontwikkeling mogelijk wilde maken en de woningbouwcorporatie. De woningbouwcorporatie heeft daar enthousiast op gereageerd. Ze hebben daar in een brief aan de PvdAGroenLinks ook ‘…’ van gedaan. De motie heeft als ambitie, heeft als vraag om het college in overleg te laten gaan met de initiatiefnemer en de woningbouwcorporatie om te kijken of dit plan gerealiseerd kan worden. We begrijpen echt wel dat je dat op dit moment nog helemaal niet kunt zeggen. Dat je alle pro’s en contra’s moet afwegen. Maar wij vinden het een geweldige kans om op die locatie, wetende dat er voor de vorige tiny houses zoveel belangstellenden waren, om daar 40 nieuwe tiny houses mogelijk te realiseren. Voorzitter, we weten ook dat we een ander besluit hebben genomen in april 2021. Daar is ook ambtelijk nog een keer terecht op gewezen, toen wij de motie opstelden. Vandaar dat wij bij de, verzoekt het college, een tweede bolletje hebben opgenomen, mede ook op advies van de ambtelijke organisatie.
Die luidt letterlijk, de procedure start verkoop van de grond on hold te zetten in afwachting van de uitkomsten van de gesprekken en het ambtelijk advies. Kortom voorzitter, wij denken dat we een prachtige kans hebben om op dat terrein snel 40 tiny houses te realiseren, waarvoor veel belangstelling is. We hebben iemand die het wil realiseren. Wij hebben een woningbouwcorporatie die ze wil beheren en exploiteren. Wij hebben, denk ik, een mooie kans om daarmee
over in gesprek te gaan. Kortom, we verzoeken het college in overleg te gaan met de beide initiatiefnemers over de haalbaarheid van dit plan op financieel, ruimtelijk gebied alsmede over de looptijd van de woningen. 2. Die procedure start verkoop. Die heb ik u net al voorgelezen. 3. In juni de raad te informeren over resultaat van dit gesprek. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan wethouder De Kloet, meen ik, vanuit het college voor een reactie vanuit het college. Klopt dat? De heer De Kloet: Dat heeft u goed gemeend. Het college is hier, in de beraadslaging die wij dan weer hadden voordat we aan de vergadering begonnen, verdeeld. Wij kunnen geen goed advies geven voor afkeuren of niet. Dan heet het volgens mij, voorzitter, maar help mij even als ik het verkeerd zeg, dan laten wij dit aan de raad, zonder, wat zo mooi heet, een appreciatie van het college. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een aantal handjes alweer. Ik schrijf ze even op. U kunt ze allemaal weghalen nu. Ik geef eerst het woord aan de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Dank u wel, voorzitter. Deze motie, uiteraard niet onverwacht. Ik denk ook dat het een welkome aanvulling is van het bouwen en de woningnood in deze kant van Nieuw-Loosdrecht. De motie is erop gericht om in overleg te gaan met de initiatiefnemers.
Ik denk dat dat een heel positieve ontwikkeling is, een positieve opdracht ook aan het college om te kijken of we een goed ruimtelijk onderbouwd project hierop kunnen realiseren. Er staat ook in het eerste bullet … Wordt gemeld over de looptijd van de woningen. Want wat was vaak het probleem van de tiny houses, dat ze beperkt waren tot een periode van 10 jaar. Juist voor het project Dennenlaan was vastgesteld dat ook na afloop van die periode van 10 jaar het in ieder geval beschikbaar zou blijven voor sociale woningbouw. Vandaar dat het fundament looptijd is van belang. Maar ook de toekomstige status van het terrein, mochten deze woningen na 10 jaar worden verwijderd. Een ander punt wat interessant is, ook in de brief van Gooi en Omstreken, is de zin die zij zeggen, we zouden ook voor een mix kunnen kiezen met een aantal grotere, bijvoorbeeld driekamer tiny houses voor de doelgroep middeninkomens. Ook daar is in de gemeente grote behoefte aan. Dat is iets wat ons uit het hart gegrepen is. Wij denken dat we dat als goede aanvulling kunnen hebben van, laten we zeggen, een iets groter model wat toch nog steeds die sociale component is. We denken dat deze motie een goede basis is om in overleg te treden met beide partijen, om te komen tot een voldragen project voor 40 woningen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Torsing.
De heer Torsing: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag. Hoort u mij? De voorzitter: Ja, ik hoor u. De heer Torsing: Ik dacht dat u niet alles hoorde. Maar ik heb een beetje hetzelfde verhaal eigenlijk als mijnheer Roosenschoon. Wij zijn ook geneigd om hier mee in te stemmen. We vinden het een mooi voorstel. Maar wat we wel vinden, we vragen ook aan de wethouder, waarom het eigenlijk nog niet verkocht is? Want als je ziet dat die beslissing genomen is, heeft het ook wel weer lang geduurd. Wat daar de reden voor is? Dat vind ik ook nog wel interessant. Daarbij ook gelijk aan koppelend, dat wij toch echt wel vinden dat er in juni dat overleg toch allemaal plaats had moeten vinden, dat er dan een uitslag is hoe het gaat met die twee, met de corporatie en met een andere ontwikkelaar die erbij stond. Middenhuur heeft mijnheer Roosenschoon al gezegd, vinden wij ook een … Kijk, hoe mijnheer Poels daartegenin staat, dat u dat ook weer mee kan nemen.
Dat vinden we ook belangrijk. We zijn blij dat de Gooi en Omstreken dit ook op wil pakken. Ik zou mijn fractie een positief advies geven op dit verhaal, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Zagt. De heer Zagt: Voorzitter, om daarmee te beginnen, wij hebben in de fractie niet overlegd, gelet op wat er allemaal langs kwam deze week, geen tijd voor gehad. Het mooie vind ik, als ik een voorzet mag geven voor de fractie ook, dat de looptijd hier wordt benoemd. Dat was bij ons altijd wel een punt, die onzekerheid. Altijd goed als je in gesprek gaat en je gaat daar ook je op richten. Wat ik wel verwacht had, zeker van de wethouder te horen van, over die tweede bullet. Zomaar even een procedure stopzetten, het is weliswaar een verzoek aan het college, maar dan zou ik toch op zijn minst van het college willen horen of dat realistisch is. We zijn inderdaad, mijnheer Torsing noemt het al, volgens mij al bijna tien maanden verder. Ik mag toch aannemen dat er stappen gezet zijn. Kun je dan zo nog maar stoppen op dit moment? Dat vinden wij wel een belangrijk gegeven om wellicht onze steun voor deze motie te geven. Want we willen dan ook graag dat die ruimte er is. Dat we niet straks horen van, maar dat was niet meer mogelijk, gelet op de afspraken die er al lopen met wie dan ook. Dank u wel. De voorzitter: Let wel op uw tijd hoor, mijnheer Zagt. De heer Zagt: Zeker.