Jaarstukken 2020 OFGV
Tekst van het document
Dat betekent dat er op 31-12 een bedrag hoger dan € 300.000 kan resteren in de reserves en er dus geen teruggave aan de partners plaatsvindt indien de middelen al zijn bestemd. De uitgaven worden dan in de volgende boekjaren gedaan. Op 31-12-2020 is het saldo van de bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling € 156.263. In hoofdstuk B.3.3 is inhoudelijke informatie te vinden over de door het bestuur goedgekeurde innovatieprojecten. Aanwezige weerstandscapaciteit Vrije weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Af: uitgave onvoorzien Totaal vrije weerstandscapaciteit Niet vrije weerstandscapaciteit Begin saldo Bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling Bij: doteren vanuit de resultaatbestemming 2019 Af: uitgaven diverse projec ten 2020 Totaal niet vrije weerstandscapaciteit
Saldo 2020 € 619.000 € 54.185 -€ 28.443 € 644.742 € 261.256 € 0 -€ 104.993 € 156.263
De vrij beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 644.742. De benodigde weerstandscapaciteit komt uit op € 472.500. De verhouding tussen het vrije beschikbare en benodigde weerstandsvermogen is 1.36 en valt boven een afgesproken bandbreedte van 0,8 – 1.2 conform de geactualiseerde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement van de OFGV. Voor het jaar 2020 is de vrij beschikbare weerstandscapaciteit veel hoger dan de benodigde weerstandscapaciteit. Gelet op de toename van de benodigde weerstandscapaciteit in 2021 (van € 472.500 conform deze jaarrekening naar € 721.250 conform begroting 2021) en de mogelijke toekomstige gevolgen in verband met de coronapandemie is het nodig om de beschikbare capaciteit binnen de OFGV te houden.
Jaarstukken OFGV 2020
26
Tabel risico’s en benodigd weerstandsvermogen In de begroting zijn de belangrijkste (financiële) risico’s voor de OFGV vermeld. In deze jaarstukken is het model voor risicobeoordeling en -kwantificering aanbevolen door het Ministerie van BZK gehanteerd. Zie hiervoor de geactualiseerde Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2019. In de actualisatie van de Nota zijn de nieuwe strategische risico’s onderkend en de bestaande risico’s geanalyseerd en in stand gebleven. Op de volgende pagina’s is de stand van zaken weergegeven.
Omschrijving risico Indexering Digitale stelsel n.a.v. Omgevingsw et Omscholing n.a.v. Omgevingsw et Ontw ikkelingen op arbeidsmarkt Opbrengsten
Omvang takenpakket Taakverandering n.a.v. Omgevingsw et Eisen aan de taakuitvoering
Effect
Exploitatieverlies kosten
Exploitatieverlies opbrengsten
Schaalnadeel
Productiviteitsverlies
Ziekteverzuim
Beheersmaatregel
Kostenbesparing inkoop Vacatures niet invullen Incidentele financiering voor de voorbereiding op de stelsel Incidentele financiering voor de voorbereiding op de Omgevingsw et Structurele ophoging van de begroting voor de arbeidsmarkt Businessplan opleidingscentrum Inzicht uitvoering takenpakket W et- en regelgeving volgen Frictiekosten voor partner Flexibele schil Geactualiseerde GR Spelregels terugtrekken taken Bestuurlijke afspraken over bodemtaken Uniforme uitvoering in PDC Verzuimbeleid Flexibele schil
Financieel
Klasse Impact
Wegingsfactor Klasse Wegingsfactor Impact Frequentie Frequentie
Benodigde weerstandscapaciteit
0,50
€ 87.500
€ 197.197
3
€ 175.000
3
€ 100.000
2
€ 75.000
3
0,50
€ 37.500 € 62.500
€ 339.915
4
€ 625.000
1
0,10
€ 80.000
2
€ 75.000
3
0,50
€ 37.500
€ 494.526
4
€ 625.000
2
0,20
€ 125.000
€ 0
4
€ 0
3
0,50
€ 0
€ 0
4
€ 0
3
0,50
€ 0
€ 195.662
3
€ 175.000
3
0,50
€ 87.500
€ 189.829
3
€ 175.000
2
0,20
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Jaarstukken OFGV 2020
€ 35.000
€
27
472.500
Coronapandemie De uitbraak van het Coronavirus eind februari 2020 raakte uiteraard ook de OFGV. De OFGV monitort de risico’s voortdurend. De OFGV streeft naar maximale en optimale continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en heeft daarvoor in 2020 de nodige interne maatregelen genomen. De invoering van “het nieuwe werken” blijkt grote voordelen te hebben gehad. Dat heeft de impact van de coronapandemie op de OFGV geminimaliseerd. De OFGV heeft de eigen werkwijzen een nieuwe aangepaste vorm gegeven om haar taken adequaat uit te voeren met inachtneming van de RIVM-maatregelen. In de eerste zes weken na 12 maart toen het uitvoeren van fysieke controles niet meer mogelijk was, heeft de OFGV andere type controles uitgevoerd. Het gevolg hiervan is dat de controles in 2020 niet geheel conform de jaaropdrachten worden uitgevoerd. De verdere voortzetting van fysieke controles is in overeenstemming met de geldende RIVM-maatregelen. De uitvoering van de andere taken konden zowel aan het begin van de pandemie als tot op heden zonder hindernissen worden uitgevoerd. De OFGV loopt geen risico voor de continuïteit.
De financiën van de OFGV worden gewaarborgd door de meerjarige financieringsafspraken op basis van de Kostenverdeelsystematiek en door de gemeenschappelijke regeling waarin is vastgelegd dat de deelnemende partijen zorgdragen voor de voldoende financiële middelen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. De liquiditeitspositie wordt goed bewaakt en er worden waar nodig maatregelen genomen om de taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. De mogelijke risico’s als gevolg van de coronapandemie worden voldoende ondervangen door de genomen maatregelen. Tot op heden heeft de coronapandemie niet tot kostenverhoging geleid en zijn alle extra/andere uitgaven binnen de totale begroting opgevangen. 1. Indexering In de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling heeft het AB afspraken gemaakt rondom de indexering van de OFGV begroting. Conform de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling wordt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting voor 80% van de begroting een indexering toegepast, gebaseerd op de Loonvoet sector overheid en voor 20% van de begroting een indexering gebaseerd op de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Desondanks blijft de OFGV, als gemeenschappelijke regeling, financieel afhankelijk van de deelnemende partijen en beperkt in het mogen aanhouden van reserves. Dat maakt de organisatie extra kwetsbaar als de werkelijke kostenstijging hoger uitvalt dan in de begroting voorzien en loopt de OFGV risico. Als gemiddelde afwijking wordt rekening gehouden met 1.5% per jaar en in 2020 komt dit uit op € 197.200. Stand van zaken 31-12-2020 Jaarlijks bij de vaststelling van de begroting wordt de toekomstige kostenstijging geanalyseerd. Ook in de loop van het begrotingsjaar wordt er regelmatig aandacht besteed en gemonitord of het toegekende indexpercentage toereikend is voor de werkelijke kostenstijging. Indien nodig wordt gerapporteerd aan het bestuur zodat eventuele maatregelen kunnen worden getroffen. Hierdoor wordt het risico beperkt. 2. Digitale stelsel n.a.v. Omgevingswet De aansluiting op het digitale stelsel vergt dat de organisatie volledig digitaal kwalitatief, hoogstaande informatie verzamelt en opmaakt. De digitale voorzieningen van de OFGV Jaarstukken OFGV 2020
28
dienen flexibel genoeg te zijn om deze ontwikkelingen te kunnen integreren. Stand van zaken 31-12-2020 Bij de invoering van de nieuwe infrastructuur in 2019 heeft de OFGV daar waar mogelijk, voorgesorteerd op de toekomst. Omdat er landelijk nog veel onduidelijkheden zijn rondom het digitale stelsel en de uitwerking daarvan, is de verwachting dat de huidige systemen aanpassingen nodig hebben. Omvang van het risico is moeilijk te bepalen. De schatting voor dit risico is € 100.000. 3. Omscholing n.a.v. Omgevingswet De Omgevingswet vraagt een andere aanpak van vergunningverlening, handhaving en toezicht. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningverlening naar het meer aan de voorkant meedenken met initiatiefnemers en handhaving. Deze verandering in het vakgebied vereist een andere manier van denken en werken. Het vergt behalve hogere kwaliteitseisen aan het kennisniveau van medewerkers, andere competenties bij de medewerkers dan voorheen. De medewerkers dienen te worden om- en bijgeschoold. Het risico is dat het daarvoor beschikbare budget niet toereikend is. Stand van zaken 31-12-2020 In aanloop op de invoering van de wet, die is uitgesteld tot 1 januari 2022, blijft de OFGV actief bezig met de omscholing van de medewerkers zowel inhoudelijk als op het gebied van persoonlijke competenties.
Daar waar digitale of aangepaste opleiding mogelijk is worden de opleidingen voortgezet. De schatting van het risico is hoog ad € 339.900 (het bedrag is gebaseerd op gemiddeld € 5.000 per medewerker verminderd met het beschikbare reguliere opleidingsbudget). De kans op dit risico is laag omdat het bestuur er aan de voorkant maatregelen voor heeft getroffen. Voor de jaren 2020 en 2021 is de begroting van de OFGV opgehoogd met een tijdelijke financiering in het kader van de voorbereidingen op de Omgevingswet. En in de begroting voor het jaar 2022 wordt deze financiering voortgezet maar met de halvering van het oorspronkelijk bedrag. 4. Ontwikkelingen op arbeidsmarkt Ondanks de eerste zichtbare effecten van de coronapandemie op de economie, blijft het voor de specialistische functies uiterst moeilijk om personeel te werven. Ook het behouden van het huidige personeel bij de huidige arbeidsmarkt vraagt veel aandacht. De blijvende krapte op de arbeidsmarkt in de branche waar de OFGV werkt heeft een reëel gevolg: een mogelijke hogere inschaling voor de specialistische functies. Stand van zaken 31-12-2020 De genoemde risico’s zijn hoog. Zowel op het vinden en behouden van personeel als op de ‘concurrentie strijd’ ingezet door hogere waardering in functies of arbeidsmarkttoelages. Dit wordt geschat op € 80.000.
Geschat wordt dat er gemiddeld 10 medewerkers in een schaal hoger zullen worden geplaatst. 5. Opbrengsten In de begroting 2020 is de taakstellende reguliere bezuiniging 1 en taakstelling als gevolg van het terugtrekken van de taken door de gemeente Lelystad 2 aan de inkomstenkant van de begroting opgenomen. De OFGV blijft meer inkomsten genereren door meer taken voor de deelnemers uit te voeren. Ook het organiseren van opleidingen voor andere overheden zorgt 1 Met ingang van 2021 is de begrotingspost ‘Taakstellende inkomsten’ gewijzigd in begrotingspost ‘Overige opbrengsten’. 2 Met ingang van 2021 is de taakstelling als gevolg van het terugtrekken van de brandveiligheidstaken
door Lelystad structureel ingevuld door het verlagen van het salarisbudget. Jaarstukken OFGV 2020
29
voor extra inkomsten c.q. levert profijt op voor de eigen opleidingsbehoeften. Het risicobedrag is ter grootte van de openstaande taakstellingen in 2020 € 494.500. Stand van zaken 31-12-2020 De omschrijving van het basistakenpakket in de wet VTH is van invloed op de taken die de deelnemende partijen door de OFGV laten uitvoeren. Ondanks de coronapandemie heeft de OFGV voldoende meerwerkopdrachten in 2020 gegenereerd om de taakstellingen te dekken hoewel de totale opbrengsten van deze opdrachten lager uitvallen dan was verwacht. De meerderheid van deze opdrachten hebben betrekking op asbest, energie en bodem. Daarnaast leveren de activiteiten van het Kenniscentrum extra inkomsten op. Vanwege de coronapandemie konden fysieke cursussen en trainingen grotendeels niet plaatsvinden. Hoewel hier snel op is gereageerd om diverse cursussen online aan te bieden heeft het inrichten van de faciliteiten om de cursussen en trainingen online te kunnen geven en het aanmoedigen van de cursisten om aan de onlinecursussen deel te nemen de nodige tijd in beslag genomen. De omzet van het Kenniscentrum is daardoor lager dan het voorafgaande jaar. Maar in zijn totaliteit zijn deze inkomsten meer dan voldoende om de taakstelling in 2020 te dekken.
De OFGV is er alert op dat de extra opdrachten voor de toekomst onder druk zullen komen te staan en schat de kans op mogelijke risico’s hoog omdat de verdere impact van de coronapandemie zich niet laat voorspellen. 6. Omvang takenpakket Het AB heeft besloten dat de kosten van een taakwijziging als gevolg van een kleinere of grotere opdracht voor rekening van de veroorzakende deelnemer komen. Er werd van uitgegaan dat hierdoor geen weerstandsvermogen bij de OFGV nodig is. Inmiddels is gebleken dat de gemaakte afspraken in het AB dit risico niet afdekken. Met de nieuwe geactualiseerde GR en de in het AB afgesproken financiële spelregels is beoogd dit alsnog afdoende te regelen. Stand van zaken 31-12-2020 De actualisatie van de GR is na de publicatie in de Staatscourant in april 2020 door de provincie Flevoland formeel afgerond. In de geactualiseerde GR zijn de financiële spelregels afgesproken. Daarmee zijn eerdere risico’s komen te vervallen. 7. Taakverandering n.a.v. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet gaat er vanaf 1 januari 2022 veel veranderen op bodemgebied. De gemeente is straks in plaats van de provincie het bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de bodemtaken. Dit zijn complexe taken waar specialistische bodemkennis voor nodig is.
De OFGV gaat er vanuit dat de gemeenten deze taken bij de OFGV laten liggen waardoor deze verandering alleen tot verschuiving in de financiering zal leiden. Vanuit het risicoperspectief: zolang er geen vaste afspraken zijn gemaakt loopt de OFGV een risico dat vergelijkbaar is aan de waarde van de bodemtaken in de OFGV. Het risico gaat in met de ingang van de Omgevingswet en is voor het jaar 2020 nihil. Stand van zaken 31-12-2020 De beslissing om deze taken te blijven beleggen bij de OFGV ligt afzonderlijk bij elke gemeente. De OFGV werkt mee aan de ‘warme overdracht’ van de taken vanuit de inhoud maar heeft weinig invloed op de verdere invulling van de uitvoering van deze taken door de gemeenten. De kans op het risico is hoog. 8. Eisen aan de taakuitvoering De begroting is gebaseerd op een uniforme VTH-procesgang. Afwijkende situaties per deelnemer (zoals het niet digitaal aanleveren van dossiers of het stellen van afwijkende eisen) zetten de efficiencydoelstellingen onder druk. De tegenvallende efficiency wordt geschat op 2% van de loonsom en komt in 2020 uit op € 195.660. Jaarstukken OFGV 2020
30
Stand van zaken 31-12-2020 In de Producten en Diensten Catalogus (PDC) worden standaard producten en diensten aangeboden die voor alle deelnemers gelijk zijn. Afwijkende eisen zijn toegestaan, maar worden apart beprijsd. Door deze beheersmaatregel blijft het risico beheerst. Daarnaast is de invoering van de Omgevingswet van invloed op de inhoud van producten en zal leiden tot de mogelijke hervorming van de producten. De kans op het risico is en blijft daardoor hoog. 9. Ziekteverzuim In de begroting is een budget opgenomen van 1% van de salarissom voor inhuur ter vervanging van langdurig zieken. In geval van een hoger ziekteverzuim is er sprake van productiviteitsverlies. Het risicobedrag is bepaald op 3% van de salarissom minus het beschikbare inhuurbudget bij ziekte en bedraagt € 189.830. Stand van zaken 31-12-2020 Het verzuimpercentage in 2020 bedroeg 4,80%. Dit is een flinke daling in het verzuimpercentage ten opzichte van de voorgaande jaren (5.48% in 2019). Het verzuim kent daarentegen wel een lang gemiddelde duur (7,7 dagen) en een lage melding met een frequentie van 0,74. Dit betekent dat het verzuimpercentage bijna helemaal is opgebouwd door langdurig zieken en bijna niet bestond uit korte ziekperiodes. De huidige cijfers en signalen vanuit de organisatie geven aanleiding om te concluderen dat er geen sprake is van grijs verzuim of sluimerend verzuim.
Na één jaar thuiswerken is te concluderen getrokken dat thuiswerken een positief effect heeft op de verzuimcijfers. Daardoor blijft risico laag. Kengetallen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat vijf financiële kengetallen. De berekenwijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen dient de paragraaf een analyse te geven van de financiële positie van de organisatie. De indicatoren zijn een grofmazig instrument om een uitspraak te kunnen doen over de financiële positie van een organisatie. Indicatoren OFGV Realisatie Begroting Realisatie Kengetallen 2019 2020 2020 Netto sc huld quote -4% 0,1% -3% Netto sc huld quote gec orrigeerd voor alle leningen -4% 0,1% -3% Solvabiliteitsratio 22% 17% 21% Grondexploitatie nvt nvt nvt Struc turele exploitatieruimte 1,5% 0% 2,7% Belastingc apac iteit nvt nvt nvt
Netto schuld quote en netto schuld quote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuld quote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de OFGV ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De tabel presenteert hiernaast ook de schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de OFGV heeft uitstaan (deze middelen vloeien immers op termijn terug). Omdat bij de OFGV de bezittingen groter zijn dan de schuldenlast, ontstaat een negatieve schuld quote. Op beide indicatoren scoort de OFGV goed, omdat de OFGV geen leningen heeft en dus ook geen rente en aflossingen betaalt. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). Dit geeft inzicht in de mate waarin de OFGV in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De OFGV scoort voor 2020 21% op deze indicator. Volgens de VNG-norm is 50% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat de helft van de Jaarstukken OFGV 2020
31
balans uit eigen middelen bestaat. De OFGV scoort lager omdat de OFGV conform het door het AB vastgestelde risicobeleid beperkt is in het aanhouden van reserves. Grondexploitatie Het financiële kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen grondposities heeft. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting en jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de partnerbijdragen. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten en kapitaallasten. Wanneer de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten, dan is de organisatie meer flexibel dan wanneer deze gelijk zijn. De indicator 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is. Dit laat zien in hoeverre de OFGV in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Volgens de VNG-norm is 0,6% een gezonde indicator, dat wil zeggen dat er structureel 'geld over' is. De OFGV scoort boven de norm.
Belastingcapaciteit Het financiële kengetal 'belastingcapaciteit' geeft aan hoe belastingtarieven zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Deze indicator is niet van toepassing omdat de OFGV geen belastingen heft. A.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het BBV in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de OFGV is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waarin de OFGV is gevestigd, is gehuurd. In de toelichting op de balans in paragraaf B.3.2 is een overzicht van de investeringen opgenomen. Het betreffen investeringen met economisch nut in meubilair/inventaris, ICT, de verbouwingskosten van het gehuurde pand en investeringen in handhavingsschepen. Voor deze investeringen wordt een onderhoudsplan opgesteld. A.2.4 Financiering In de financieringsparagraaf worden conform de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) de ontwikkelingen weergegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, de toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Treasurystatuut De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut.
Het treasurystatuut voldoet aan wettelijke kaders zoals gesteld door de Wet FIDO en RUDDO (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) en het wettelijk verplichte schatkistbankieren. Risicobeheer financieringsportefeuille In de onderstaande tabel zijn zowel de risico’s van de financieringsportefeuille weergegeven als de realisatie in 2020.
Jaarstukken OFGV 2020
32
Risico Koersrisico
Valutarisico
Rente risiconorm Kasgeldlimiet
Omschrijving Het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment. Het beperken van de financiering met langlopende geldleningen tot een maximum van 20% van het begrotingstotaal. Het beperken van de financiering met (duurdere) kortlopende geldleningen tot een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal.
Realisatie De OFGV bezit geen derivaten, daardoor is er geen sprake van koersrisico. De OFGV bezit geen vreemde valuta, daardoor is er geen sprake van valutarisico. De OFGV heeft geen langlopende leningen, daardoor is er geen sprake van renterisico. De OFGV heeft geen kortlopende leningen, daardoor wordt de kasgeldlimiet niet overschreden.
Financieringssystematiek De bijdragen van de deelnemende partijen met ingang van 2018 zijn berekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS) conform het AB besluit van 28 juni 2017 waarbij de bijdrage voor de jaren 2018-2020 vastligt. Met de KVS wordt de kostenverdeling tussen de deelnemende partijen in overeenstemming gebracht met de werkzaamheden die voor de verschillende partijen worden uitgevoerd. De afspraken rondom facturatie zijn niet gewijzigd. De OFGV heeft in 2020 de vastgestelde bijdrage van zijn deelnemers conform KVS per kwartaal gefactureerd middels voorschotnota’s. Deze voorschotnota’s zijn steeds een maand voor aanvang van het kwartaal aan de deelnemers verzonden. A.2.5 Bedrijfsvoering / interne dienstverlening Bij bedrijfsvoering gaat het vooral om interne dienstverlening. Interne dienstverlening omvat de activiteiten op het gebied van HRM, Communicatie, Informatiemanagement, Facilitaire zaken en Control. Voor het jaar 2020 had de OFGV de volgende speerpunten: Het jaar 2020 stond grotendeels in het teken van de voorbereidingen op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022. De impact van de wet op de bedrijfsvoering werd steeds duidelijker voelbaar.
Voor de organisatie en de (keten) partners zijn de volgende producten ontwikkeld: • Omgevingswetgames in samenwerking met de Veiligheidsregio; • Analyse Bruidsschat en bijbehorende communicatiemiddelen; • Afstemming HRM-partners breed en uitwisseling van o.a. opleidingspakket. Daarnaast heeft de Coronapandemie (Covid 19) op meerdere onderdelen van de interne dienstverlening een behoorlijke impact gehad. Een opsomming van de belangrijke onderdelen: • Volledige thuiswerkfaciliteiten voor zowel apparatuur als infrastructuur, met daarbij de intensieve begeleiding/ondersteuning van collega’s in de thuiswerksituatie qua Jaarstukken OFGV 2020
33
• • • • • • •
werkplekinrichting; Doorlichten alle (inkoop)contracten en eventuele aanpassing, bevriezing of annulering daarvan; Vernieuwde afstemming Werving en Selectie in digitale vorm; Vernieuwde digitale vorm van inwerken; Afscheid (pensioen, doorstroom) digitaal; Opstarten digitale vormen van werkoverleg en sociale interactie; Vernieuwde afstemming over ziekteverzuim in digitale vorm; Herinrichting van digitale postprocessen.
De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) is succesvol geïmplementeerd. Voor 1 januari zijn de lokale afspraken met de Ondernemingsraad en het Georganiseerd overleg afgerond en gecommuniceerd. Er is gekozen voor een individuele arbeidsovereenkomst per medewerker en individuele ondertekening. Door deze persoonlijke benadering en informatie zijn veel vragen over de WNRA weggenomen. In 2020 is de besluitvorming rondom de volgende KVS periode 2021-2023 afgerond. Tevens heeft er met iedere deelnemer, zowel bestuurlijk als ambtelijk, nog individuele toelichting plaatsgevonden. Ook is de geactualiseerde PDC vastgesteld. Daarmee heeft het bestuur de financiële zekerheid voor de komende jaren van de OFGV gewaarborgd. De afronding van de implementatie van het nieuwe zaaksysteem, de VTH-applicatie ‘Power Browser’ is afgerond. Daarnaast zijn de eerste voorbereidende stappen ter aansluiting op het DSO geïnventariseerd en opgepakt. Dit zal verder in 2021 onderzocht en voorbereid worden. Daarbij zal worden aangehaakt bij de landelijke ontwikkelingen op dit gebied.
A.2.6 Verbonden partijen De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Almere, Blaricum, Dronten, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Weesp, Wijdemeren en Zeewolde, de provincie Flevoland en de provincie Noord-Holland. De OFGV had in 2020 geen verbonden partijen. A.2.7 Grondbeleid Het grondbeleid omvat het gehele instrumentarium dat een gemeente of provincie ter beschikking staat om de vastgestelde ruimtelijke en deels ook economische doelstellingen te realiseren. De OFGV is niet bevoegd om een (eigen) grondbeleid op te stellen. A.2.8 Rechtmatigheid De OFGV heeft zijn bedrijfsvoeringsprocessen op het gebied van financiën, inkoop en HRM beschreven in een Administratieve Organisatie. In de processen zijn beheersmaatregelen opgenomen om mogelijke risico’s te ondervangen. Regelmatig worden deze processen geëvalueerd en wordt de Administratieve Organisatie geüpdate. Gedurende 2020 zijn de interne controles uitgevoerd die beschreven zijn in het Interne Controle Plan. Daaruit is gebleken dat de processen worden gevolgd. Bij de interim controle in 2020 heeft de accountant Baker Tilly voor het vierde jaar op rij opgemerkt dat de interne beheersing van een hoog niveau is en dat de eventuele aanwezige risico’s tijdig worden opgemerkt en ondervangen.
Ten opzichte van eerdere jaren zijn er geen nieuwe constateringen gedaan.
Jaarstukken OFGV 2020
34
B. Jaarrekening 2020 B.1 Balans ACTIVA Investeringen met een economisch nut MATERIËLE VASTE ACTIVA
31-12-2020 872.750
TOTAAL VASTE ACTIVA
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Banksaldi LIQUIDE MIDDELEN De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen OVERLOPENDE ACTIVA
872.750
31-12-2019 941.354
872.750
941.354
2.991.869
2.190.219
2.181.402 18.122
3.268.257 57 5.191.392
199.964
199.964
13.649
174.268
941.354
5.458.533 200.000
200.000
15.884
187.917
168.400
184.284
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
5.579.272
5.842.817
TOTAAL ACTIVA
6.452.022
6.784.171
31-12-2020
31-12-2019
PASSIVA Algemene reserve Bestemmingsreserves
619.000 156.263
619.000 261.256
Resultaat reguliere budgetten Resultaat directe productiekosten Overig resultaat Cumulatief resultaat
304.052 84.044 167.507 555.603
9.332 82.622 547.586 639.540
EIGEN VERMOGEN
1.330.865
1.519.795
TOTAAL VASTE PASSIVA
1.330.865
€ 1.519.795
Overige schulden NETTO-VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen OVERLOPENDE PASSIVA
222.281
310.138 222.281
1.337.785
1.410.821
3.561.092
310.138
-
4.898.876
3.543.417
4.954.237
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
5.121.157
€ 5.264.376
TOTAAL PASSIVA
6.452.022
€ 6.784.171
Jaarstukken OFGV 2020
35
B.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar a. Reguliere budget Realisatie 2020
BATEN REGULIERE BUDGET 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren Subtotaal reguliere bijdrage deelnemers 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten 3 REGULIERE TAAKSTELLING 3.1 Taakstellende inkomsten 3 TAAKSTELLING LELYSTAD 3.2 Taakstelling terugtrekken taken Lelystad Totaal reguliere baten
€ € € € € € € € € € € € € € € €
870.274 1.495.187 745.866 3.541.345 269.315 986.704 1.432.664 924.833 884.289 553.010 373.215 300.351 473.623 154.187 141.577 13.146.440
€ € € € € € € € € € € € € € € €
€
662.033
€
€
-
€ €
13.808.473
870.274 1.495.187 745.866 3.541.345 269.315 986.704 1.432.664 924.833 884.289 553.010 373.215 300.351 473.623 154.187 141.577 13.146.440
Verschil realisatie en begroting
Begroting voor wijziging € € € € € € € € € € € € € € € €
-
€
-
€
-662.033
€
€
319.620
€
319.620
€
319.620
€
€ €
174.906 13.640.966
€ 174.906 € 13.381.838
€ €
174.906 -167.507
Begroting na wijziging
Begroting voor wijziging
€ € € € € € €
9.590.030 97.397 1.134.745 23.629 10.845.802 495.467 276.134
€ € € € € € €
9.783.115 90.000 944.289 103.665 10.921.069 380.085 452.629
€ € €
96.256 30.018 39.819
€ € €
€ € € € € € €
301.933 123.402 763.696 98.083 155.641 33.386 48.834
€ €
28.443 13.336.915
-
Realisatie 2019
€ 821.442 € 1.495.187 € 745.866 € 3.541.345 € 269.315 € 986.704 € 1.222.368 € 924.833 € 884.289 € 553.010 € 373.215 € 300.351 € 473.623 € 154.187 € 141.577 € 12.887.312
Realisatie 2020
LASTEN REGULIERE BUDGET 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele sc hil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afsc hrijving ICT 3.2 Afsc hrijving Meubilair 3.3 Afsc hrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Ac c ountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal reguliere lasten
Begroting na wijziging
€ 753.654 € 1.371.798 € 684.314 € 3.249.099 € 247.090 € 905.277 € 1.121.493 € 848.512 € 811.314 € 507.374 € 342.416 € 275.565 € 434.537 € 141.463 € 129.894 € 11.823.799 1.023.366 -
€ € 12.847.166
Verschil realisatie en begroting
Realisatie 2019
€ 10.547.544 € € 34.289 € 101.309 € 10.683.143 € 368.306 € 501.206
€ € € € € € €
193.085 -7.397 -190.456 80.036 75.267 -115.382 176.495
€ € € € € € €
8.476.499 94.092 860.254 79.990 9.510.834 570.588 479.199
117.037 32.512 44.214
€ € €
117.037 32.512 44.214
€ € €
20.781 2.494 4.395
€ € €
128.678 30.018 39.819
€ € € € € € €
330.524 140.879 756.162 119.206 194.935 27.091 70.439
€ € € € € € €
330.524 140.879 698.162 119.206 194.935 27.091 70.439
€ € € € € € €
28.591 17.476 -7.534 21.123 39.294 -6.295 21.605
€ € € € € € €
309.522 123.801 758.772 73.853 151.141 27.150 80.571
€ €
54.185 13.640.966
€ 54.185 € 13.381.838
€ €
25.742 304.052
€ 6.304 € 12.290.248
Verschil realisatie en begroting
Realisatie 2019
b. Directe productiekosten Realisatie 2020
DIRECTE PRUDUCTIEKOSTEN 6 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Direc te produc tiekosten Flevoland 6.2 Direc te produc tiekosten Almere 6.3 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 6.4 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 LASTEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Direc te produc tiekosten Flevoland 6.2 Direc te produc tiekosten Almere 6.3 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 6.4 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten
Jaarstukken OFGV 2020
Begroting na wijziging
Begroting voor wijziging
€ € € € €
241.425 1.286 12.410 8.356 263.477
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
-35.091 -35.091
€ € € € €
198.512 1.237 11.940 8.039 219.728
€ € € € €
175.642 1.286 2.505 179.433
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
206.334 1.286 12.410 8.356 228.386
€ € € € €
30.692 12.410 5.851 48.953
€ € € € €
135.870 1.237 137.107
36
c. Subsidies Realisatie 2020
SUBSIDIES 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES € 2.2 Prov. bijdrage Omgevingsveiligheid 2.7 Diverse subsidies € Totaal baten subsidies € 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.2 Omgevingsveiligheid € 7.5 Diverse subsidies € Totaal lasten subsidies €
Begroting na wijziging
Verschil realisatie en begroting
Begroting voor wijziging
Realisatie 2019
107.316 107.316
€ € €
100.247 100.247
€ € €
200.000 200.000
€ € €
-7.069 -7.069
€ € €
121.242 121.242
107.316 107.316
€ € €
100.247 100.247
€ € €
200.000 200.000
€ € €
-7.069 -7.069
€ € €
121.242 121.242
d. Reserves Mutaties bestemmingsreserves Innovatie en Ontwikkeling
Realisatie 2020
2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.2 Diverse innovatieprojec ten € 2.7 Omgevingswet € Totaal baten reserves € 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.8 Diverse innovatieprojec ten € 7.10 Omgevingswet € Totaal lasten reserves €
Begroting na wijziging
Realisatie 2019
104.993 104.993
€ € €
193.541 193.541
€ € €
-
€ € €
88.548 88.548
€ € €
300.225 311.749 611.974
104.993 104.993
€ € €
193.541 193.541
€ € €
-
€ € €
88.548 88.548
€ € €
300.225 311.749 611.974
Verschil realisatie en begroting € -209.667 € 483.952 € -75.211 € 25.742
€ € € €
Realisatie 2019 13.188.137 8.622.598 4.531.669 6.304
-0
€
-644.151
€
27.566
-0
€ €
88.548 -555.603
€ €
611.974 639.540
Totaal baten Totaal lasten exc lusief overhead en onvoorzien Totaal overhead Totaal onvoorzien
€ € € €
Realisatie 2020 14.179.266 9.221.629 4.478.585 28.443
Gerealiseerd saldo van baten en lasten Mutatie reserves Cumulatief resultaat
€
450.610
€
-193.541
€
€ €
104.993 555.603
€ €
193.541 -0
€ €
Jaarstukken OFGV 2020
Verschil realisatie en begroting
Begroting voor wijziging
Begroting na wijziging € 13.969.599 € 9.705.580 € 4.403.375 € 54.185
Begroting voor wijziging € 13.810.224 € 9.372.312 € 4.383.727 € 54.185
-
37
B.3 Toelichtingen B.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het betreffende balanshoofd anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten zijn slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, zijn in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Balans De materiële vaste activa betreffen overige investeringen met economisch nut. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen zijn vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, als deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Vervoermiddelen: • Kleine handhavingsschepen 15 jaar • Grote handhavingsschepen 30 jaar Machines, apparaten en installaties: • Geluidsmeetsysteem 10 jaar Overige materiële vaste activa: • Verbouwingskosten 10 jaar • Meubilair 10 jaar • Audiovisuele apparatuur 5 jaar • ICT-hardware 2-3 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De liquide middelen, overlopende activa en overlopende posten zijn opgenomen tegen nominale waarde. De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Jaarstukken OFGV 2020
38
B.3.2 Toelichting op de balans per 31 december Activa Vaste activa De materiële vaste activa betreffen de kapitaaluitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheidsduur over meerdere jaren. Er wordt onderscheid gemaakt in investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut. Investeringen met economisch nut zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn. Investeringen met maatschappelijk nut zijn investeringen die geen middelen genereren, maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen. De OFGV heeft geen activa met maatschappelijk nut. Overige investeringen met een economisch nut Vervoermiddelen Mac hines, apparaten en installaties Overige materiële vaste ac tiva Totaal
Boekwaarde 31-12-2020 512.871 359.879 € 872.750
Boekwaarde 31-12-2019 534.728 406.627 € 941.354
In onderstaand schema is het verloopoverzicht weergegeven van investeringen met economisch nut. Overige investeringen met een economisch nut Vervoermiddelen Mac hines, apparaten en installaties Overige materiële vaste ac tiva: Verbouwing Inventaris Hardware ICT Totaal
Boekwaarde 31-12-2019 534.728 -
€
122.642 93.399 190.586 941.354
Investeringen -
€
17.241 102.104 119.345
Desinvesteringen € -
Afschrijvingen 21.857 -
€
39.819 30.018 96.256 187.949
Bijdrage van derden -
€
-
Afwaardering -
€
-
Boekwaarde 31-12-2020 € 512.871 € € € 82.822 € 80.622 € 196.434 € 872.750
In 2020 is € 102.104 geïnvesteerd in ICT-hardware om de medewerkers op afstand te kunnen laten werken. Daarmee is de verouderde hardware vervangen en zijn meer medewerkers van de benodigde ICT-hardware voorzien. Daarnaast zijn de gehuurde bureaustoelen ter waarde van € 17.241 van de provincie Flevoland overgenomen om de medewerkers van de Arbo-technische stoel thuis te kunnen voorzien. Deze overname leidt in totaliteit niet tot extra kosten omdat het huurbedrag van het meubilair naar beneden is bijgesteld. De afschrijving van de bureaustoelen vindt plaats in 2021 omdat de overname eind december is gerealiseerd. Het door het AB beschikbaar gestelde investeringskrediet van € 92.000 op 17 juni 2020 is daarmee overschreden. De overschrijding van het gevraagde investeringskrediet is aan de voorkant aan het bestuur gemeld bij de 2de Voortgangsrapportage 2020. Er hebben zich geen waardeverminderingen voorgedaan. Vlottende activa In het volgende schema is het overzicht van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar weergegeven.
Jaarstukken OFGV 2020
39
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Boekwaarde 31-12-2020
Vorderingen op openbare lic hamen Uitzettingen in 's Rijks sc hatkist met een rentetypisc he looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal
€
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2019
2.991.869
-
2.991.869
2.190.219
2.181.402
-
2.181.402
3.268.257
18.122
-
18.122
57
5.191.392
€ 5.458.533
5.191.392
€
-
€
De vorderingen op openbare lichamen zijn de aan de deelnemers vooruit gefactureerde bijdrage 1e kwartaal 2021, facturen voor meerwerkopdrachten en opleidingskosten. Het saldo per 31-12-2020 aan vorderingen op openbare lichamen is hoger dan in het voorgaande jaar omdat er minder facturen door de partners en andere overheden nog vóór 31-12 zijn betaald. Dat verklaart ook deels het lagere saldo van de uitzettingen in ’s Rijks schatkist ten opzichte van het voorafgaande jaar. Daarnaast is het resultaat van 2019 overeenkomstig de besloten resultaatbestemming in december 2020 aan de deelnemende partijen terugbetaald wat ook tot een lagere saldo van de uitzettingen in ’s Rijks schatkist leidt. Daartegenover zorgt het positief financieel resultaat voor het toch hoge saldo van de uitzettingen in ’s Rijks schatkist. Het drempelbedrag voor middelen die buiten ’s Rijks schatkist mogen worden gehouden is € 250.000. De rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten roomt dagelijks de middelen boven € 200.000 af. Alle liquide middelen boven het bedrag van € 200.000 zijn aangehouden bij ’s Rijks schatkist. Er zijn geen andere uitzettingen geweest. Drempelbedrag schatkistbankieren Op dagbasis buiten 's Rijks sc hatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Oversc hrijding van het drempelbedrag
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
200.000 250.000 50.000 -
200.000 250.000 50.000 -
200.000 250.000 50.000 -
200.000 250.000 50.000 -
Onderstaand schema betreft de liquide middelen. Liquide middelen BNG bank lopende rekening BNG bank sc hatkistbankieren Totaal
Boekwaarde 31-12-2020 199.964 € 199.964
Boekwaarde 31-12-2019 200.000 € 200.000
Het banksaldo betreft het saldo in rekening-courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten. De BNG schatkistbankieren rekening is een tussenrekening, bedoeld voor het overboeken van saldi van en naar de rekening bij het Ministerie. In onderstaand schema is een specificatie van de overlopende activa weergegeven. Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslic hamen nog te ontvangen voorsc hotbedragen die ontstaan door voorfinanc iering op uitkeringen met een spec ifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
Jaarstukken OFGV 2020
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2019
13.649
15.884
€
174.268 187.917
€
168.400 184.284
40
Het volgende schema betreft het verloopoverzicht van de voorschotbedragen. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Impuls omgevingsveiligheid Flevoland Impuls omgevingsveiligheid Noord-Holland Totaal
Saldo 31-12-2019 7.232 8.652 15.884
Toevoegingen 71.069 36.247 € 107.316
Ontvangen bedragen 71.901 37.650 € 109.551
Saldo 31-12-2020 6.400 7.249 € 13.649
In 2020 zijn beschikkingen en bijdragen (voorschotten) ontvangen voor Impuls omgevingsveiligheid van provincie Noord-Holland en provincie Flevoland. Uit de verantwoording is gebleken dat de gemaakte kosten nagenoeg gelijk zijn aan het toegekende subsidiebedrag. Het saldo op 31-12-2020 bestaat uit de nog te ontvangen subsidies over het jaar 2020 (het verschil tussen het toegekende subsidiebedrag en de in de loop van het jaar uitbetaalde voorschot) opgenomen in de balans onder de overlopende activa. Onderstaand schema bevat de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2019
Huur en servic es
8.686
6.473
Lease voertuigen Verzekeringen
7.289 48.895
46.458
35.756 73.641 174.268
115.468 168.400
Opleidingen Overig Totaal
€
€
Het saldo is hoger dan op 31-12-2019. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er meer vooruitontvangen facturen zijn binnengekomen vóór de balansdatum.
Jaarstukken OFGV 2020
41
Passiva Vaste passiva Het in de balans opgenomen “eigen vermogen” bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming. Eigen vermogen Algemene reserve Overige bestemmingsreserves Resultaat na bestemming Totaal
Boekwaarde 31-12-2020 619.000 156.263 555.603 € 1.330.865
Boekwaarde 31-12-2019 619.000 261.256 639.540 € 1.519.795
De OFGV heeft twee reserves. De algemene reserve is ingesteld ter dekking van fluctuaties in de exploitatie en het opvangen van tegenvallers in de toekomst. Deze maakt deel uit van het weerstandsvermogen van de OFGV. Er wordt geen rente toegevoegd aan de reserve. Het maximale saldo van de reserve bedraagt 5% van het begrotingstotaal. Het huidig saldo van de algemene reserve bedraagt € 619.000. Deze reserve is voor het laatst in 2018 aangevuld tot het mogelijke maximum op basis van de gerealiseerde baten van het jaar 2017 met € 44.000 vanuit het rekeningresultaat 2017. De bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling is ingesteld voor het bekostigen van innovatieve projecten waarmee extra inkomsten, resultaats-en/of kwaliteitsverbetering kunnen worden behaald. Het AB heeft in juni 2017 de volgende spelregels van deze bestemmingsreserve vastgesteld: de reserve wordt aangevuld vanuit het overschot op de overige inkomsten. Hierbij wordt een plafond van maximaal € 300.000 gehanteerd met als peildatum 31 december om te monitoren of dat plafond al dan niet wordt overschreden. Als op 31 december blijkt dat daarmee het plafond van € 300.000 wordt overschreden, dan wordt het meerdere alsnog direct uitbetaald aan de partners.
In februari 2020 heeft het AB de spelregels van deze bestemmingsreserve verder geëxpliciteerd door te stellen dat het plafond van € 300.000 betrekking heeft op onbestemde middelen. Dat betekent dat er op 31-12 een bedrag hoger dan € 300.000 kan resteren in de reserves en dus geen teruggave aan de partners plaatsvindt indien de middelen al zijn bestemd. De uitgaven worden dan in de volgende boekjaren gedaan. In 2020 heeft geen aanvulling van de bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling plaatsgevonden. Er heeft wel een onttrekking plaatsgevonden van in totaal € 104.993 voor de diverse innovatieprojecten. Op 31 december 2020 is het saldo van de bestemmingsreserve innovatie en ontwikkeling € 156.263.
Verloop reserves Algemene reserve Bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling Totaal
Saldo 31-12-2019 619.000 261.256 € 880.256
Mutaties uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar
Mutaties via de resultaatbestemming bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
Toevoeging
Onttrekking
€
€
Toevoeging € -
-
-
Onttrekking 104.993 104.993
Saldo 31-12-2020 619.000 156.263 775.262
Het positieve deel van het resultaat 2019 ad € 82.622, dat behaald is op de directe productiekosten, is conform de vastgestelde resultaatbestemming als volgt verdeeld: • het deel van gemeente Gooise Meren en provincie Noord-Holland ad € 19.979 is terugbetaald aan de desbetreffende partners;
Jaarstukken OFGV 2020
42
het deel van provincie Flevoland ad € 62.643 is ingezet voor onderhoud van het steunpunt Elburg (onderhoud aanlegsteiger). Het positieve deel van het resultaat ad € 556.918 dat behaald is met extra opbrengsten en door de reguliere bedrijfsvoering is aan de partners terugbetaald. •
Het rekeningresultaat over 2020 is positief en bestaat uit de volgende resultaten: • op de reguliere budgetten € 304.052; • op de overige inkomsten € 167.507; • op de directe productiekosten € 84.044. Een voorstel tot resultaatbestemming wordt na vaststelling van deze jaarstukken voorgelegd aan raden en Staten. Nadat zij zienswijzen hebben kunnen indienen, stelt het AB in november 2021 de resultaatbestemming vast. Alle mutaties van de reserves zijn incidenteel. De realisatie is conform de door het AB vastgestelde geraamde toevoegingen en onttrekkingen. Vlottende passiva In onderstaand schema is het overzicht van de schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar weergegeven. Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Sc hulden aan openbare lic hamen Overige sc hulden Totaal
Boekwaarde 31-12-2020 26.545 195.736 € 222.281
Boekwaarde 31-12-2019 27.710 282.428 € 310.138
Het saldo is lager dan op 31-12-2019. De verschillen tussen de saldi op 31-12-2020 en 31-12-2019 worden vooral verklaard doordat er veel inkoopfacturen die in december 2020 zijn ontvangen, nog vóór eind van het jaar zijn betaald. Het saldo van de schulden aan openbare lichamen is als volgt: Schulden aan openbare lichamen Gemeente Lelystad samenwerking bedrijfsvoering Overige publiekrec htelijke c rediteuren Totaal
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2019
19.847 6.697 26.545
22.960 4.750 27.710
€
€
De overige schulden betreffen diverse leveranciers. Het saldo is als volgt: Overige schulden aan crediteuren Flexibele sc hil Groene handhavingkosten Opleidingen Informatiemanagement Overige privaatrec htelijke c rediteuren Totaal
Boekwaarde 31-12-2020 127.458 24.455 31.441 3.186 9.196 € 195.736
Boekwaarde 31-12-2019 102.162 474 30.091 4.199 145.502 € 282.428
In onderstaande tabel is de overige overlopende passiva vermeld.
Jaarstukken OFGV 2020
43
Overlopende passiva
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2019
1.337.785
1.410.821
Verplic htingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplic htingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslic hamen ontvangen voorsc hotbedragen voor uitkeringen met een spec ifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
-
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
-
3.561.092 €
4.898.877
3.543.417 €
4.954.238
In de volgende tabel zijn de verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in 2021 tot betaling komen opgenomen. Dit met uitzondering van de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume. Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
Boekwaarde 31-12-2020
BT W Loonheffing Pensioenpremie Inhuur externe deskundigheid Ac c ountantskosten ICT en telefonie Overige transitoria Totaal
€
Boekwaarde 31-12-2019
457.943
610.747
573.203 130.796 32.874 16.000 1.750 125.220 1.337.785
519.249 117.136 18.895 16.930 15.958 111.905 1.410.821
€
Het saldo van de te betalen BTW is lager dan op 31-12-2019. Dit komt doordat in december de partnerbijdragen voor het 1ste kwartaal van 2021 zijn gefactureerd, en ook de meeste meerwerkopdrachten en opleidingen zijn gefactureerd. De gefactureerde meerwerkopdrachten en opleidingen zijn lager dan het voorafgaande jaar. Daarentegen vallen de loonheffing en de pensioenafdrachten hoger uit als gevolg van de groei in het personeelbestand. Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (Corona) virus heeft op het moment van het schrijven van deze jaarrekening geen financiële gevolgen voor de OFGV voor het te verwachten resultaat en de liquiditeit voor 2021. De OFGV loopt geen risico voor de continuïteit. De OFGV monitort de risico’s en die van de partners voortdurend. De mogelijke risico’s als gevolg van de coronapandemie worden voldoende ondervangen door de genomen maatregelen. Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen Een aantal overeenkomsten uit 2020 loopt door naar het jaar 2021. De grootste meerjarige verplichtingen betreffen het huurcontract van het pand (inclusief servicekosten), meubilair, ICT-beheer, VTH-software, inhuur trainees en opleidingen. Aard van de opdracht Huur vleugel provinc iehuis inc lusief servic ekosten Huur meubilair provinc iehuis Lease voertuigen ICT beheerc ontrac t VTH software Inhuur trainees Onderwijs
Jaarstukken OFGV 2020
Contractduur Huurovereenkomst verlengd t/m 2022. Looptijd verlengd t/m 2022. Looptijd t/m 2019, optie verlenging t/m 2022 Looptijd t/m 2021, optie verlenging t/m 2023 Looptijd t/m 2021, optie verlenging t/m 2023 Looptijd t/m januari 2024 Looptijd t/m 2022, optie verlenging t/m 2024
Bedrag per jaar 320.000 32.000 90.000 495.000 110.000 280.000 446.250
44
B.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2020 Hieronder is per budget de afwijking tussen raming en realisatie weergegeven. In de programmaverantwoording onder A.1.3 is een verschillenanalyse op hoofdlijnen weergegeven. De afwijkingen van de begroting zijn incidenteel, tenzij anders vermeld. Realisatie 2020
LASTEN REGULIERE BUDGET 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele sc hil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten
€ € € € €
9.590.030 97.397 1.134.745 23.629 10.845.802
Begroting na wijziging € € € € €
9.783.115 90.000 944.289 103.665 10.921.069
Verschil realisatie en begroting
Begroting voor wijziging € 10.547.544 € € 34.289 € 101.309 € 10.683.143
€ € € € €
193.085 -7.397 -190.456 80.036 75.267
Realisatie 2019 € € € € €
8.476.499 94.092 860.254 79.990 9.510.834
In 2020 was de formatie van de OFGV 148,26 fte. Op 31-12-2020 was de bezetting met medewerkers in dienst 135,05 fte. De loonkosten van deze bezetting bedroegen € 9,6 mln. De reguliere loonkosten waren hoger dan in 2019. Enerzijds heeft dat te maken met de stijging van het aantal medewerkers, als gevolg van de uitbreiding van het takenpakket. Anderzijds maken de uren, gemaakt door het eigen personeel in het kader van de voorbereidingen op de Omgevingswet, met ingang van 2020 deel uit van dit budget. Het salarisbudget 2020 bevat ook de incidentele financiering van € 597.655 inclusief indexering voor de voorbereiding op de Omgevingswet. In 2019 werden deze uren nog ondergebracht bij de innovatiereserves waardoor de realisatie op het reguliere budget lager uitviel. In het algemeen zijn de reguliere loonkosten 2020 lager dan het daarvoor beschikbare budget. De incidentele ruimte in het budget is aangewend voor de inzet van de flexibele schil dat nodig was bij het niet kunnen invullen van de vacatures en de noodzaak te voorzien in specifieke kennis. De kosten flexibele inhuur zijn hoger dan in 2019 in verband met het noodzakelijke opvangen van wisseling in taken, het tijdig vervangen van vertrekkende medewerkers (doorstroom en pensioen), de krapte op de arbeidsmarkt en langere duur van de inhuur personeel op moeilijk in te vullen vacatures.
Daarentegen vallen de kosten voor de inhuur bij ziekte lager uit als gevolg van minder kortdurend ziekteverzuim. LASTEN REGULIERE BUDGET 1.2 Opleidingskosten
Realisatie 2020 € 495.467
Begroting na wijziging € 380.085
Begroting voor wijziging € 368.306
Verschil realisatie en begroting € - 115.382
Realisatie 2019 € 570.588
Bij de lasten van het reguliere opleidingsbudget zijn de lasten van het Kenniscentrum opgeteld. Daardoor komen de opleidingskosten in zijn totaliteit in 2020 € 115.382 hoger uit dan het beschikbare budget. De kosten voor de reguliere opleidingen van het personeel vallen € 47.501 lager uit dan het daarvoor beschikbare budget. De daarbij opgetelde kosten van het Kenniscentrum ad € 162.883 zijn volledig gedekt door de opbrengsten van het Kenniscentrum ad € 186.255. Deze opbrengsten zijn verantwoord aan de batenkant bij de overige inkomsten. Het verschil tussen kosten en opbrengsten van het Kenniscentrum is € 23.372 positief en is te beschouwen als een bijdrage ter dekking van de uren van het interne personeel. LASTEN REGULIERE BUDGET 1.3 Algemene personeelskosten
€
Realisatie 2020 276.134
Begroting na wijziging € 452.629
Begroting voor wijziging € 501.206
Verschil realisatie en begroting € 176.495
Realisatie 2019 € 479.199
Binnen het budget algemene personeelskosten zitten de budgetten voor piket en overwerk, belastingheffing werkkostenregeling, vergoeding reiskosten, werkkleding en overige kosten. De totale uitgaven op de personeelskosten vallen lager uit dan in 2019 en blijven binnen het daarvoor beschikbare budget. Voornamelijk gaat het om minder kosten voor woonwerkverkeer en de daarmee samenhangende eindheffing voor de werkkostenregeling omdat de medewerkers vanaf halverwege maart vanuit huis werken. Dit overschot is incidenteel.
Jaarstukken OFGV 2020
45
Realisatie 2020
LASTEN REGULIERE BUDGET 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afsc hrijving ICT 3.2 Afsc hrijving Meubilair 3.3 Afsc hrijving Verbouwing
€ € €
96.256 30.018 39.819
Begroting na wijziging € € €
Verschil realisatie en begroting
Begroting voor wijziging
117.037 32.512 44.214
€ € €
117.037 32.512 44.214
€ € €
Realisatie 2019
20.781 2.494 4.395
€ € €
128.678 30.018 39.819
Hoewel er in 2020 aanvullend is geïnvesteerd in ICT-hardware om de medewerkers op afstand het werk te laten doen (vervanging van de verouderde hardware en aanvullende aanschaf van hardware om alle medewerkers vanuit huis te kunnen laten werken) vallen de afschrijvingen ICT in 2020 lager uit dan geraamd. De investeringen zijn in de loop van het jaar gedaan. Omdat de afschrijving wordt berekend vanaf het moment dat de activa in gebruik is genomen, vallen de afschrijvingskosten voor 2020 lager uit. Realisatie 2020
LASTEN REGULIERE BUDGET 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet- pandgebonden)
€ €
301.933 123.402
Begroting na wijziging € €
Verschil realisatie en begroting
Begroting voor wijziging
330.524 140.879
€ €
330.524 140.879
€ €
Realisatie 2019
28.591 17.476
€ €
309.522 123.801
De kosten voor huur en services in 2020 zijn lager dan in 2019 en lager dan het daarvoor beschikbare budget. Het gaat hier grotendeels om de vaste contracten (huur en services). Lagere huur- en huisvestingskosten zijn veroorzaakt door lagere service- en onderhoudskosten. Deels als gevolg van de investeringen van provincie Flevoland in het verduurzamen van de huisvesting. En deels als gevolg van het wegvallen van de variabele kosten die rechtstreeks aan de kantoorbezetting gerelateerd zijn. LASTEN REGULIERE BUDGET 4.3 Informatiemanagement
Realisatie 2020 € 763.696
Begroting na wijziging € 756.162
Begroting voor wijziging € 698.162
Verschil realisatie en begroting € - 7.534
Realisatie 2019 758.772
€
De informatiemanagementkosten 2020 vallen hoger uit dan in 2019 en hoger dan het beschikbaar budget. Dat is inclusief de incidentele verhoging van het budget met € 58.000 vanuit de 2de Begrotingswijziging 2020. De overschrijding van het informatiemanagement budget heeft te maken met de eenmalige incidentele uitgaven in het kader van de aansluiting van het VTH-systeem op het digitale stelsel van de Omgevingswet inclusief de structurele inzet van de daarmee samenhangende aanvullende koppelingen. En met de stijging van de structurele informatiemanagementkosten gerelateerd aan het doorvoeren van de benodigde aanpassingen in het VTH-systeem voor het bedrijfsvoeringdeel van de OFGV. In 2020 is de aanvulling van dit budget incidenteel gedaan omdat nog niet alle structurele effecten op dit budget bekend waren. Voor de komende jaren volgt een structurele wijziging van dit budget voorzien. De verwachting is dat het thuiswerken, noodzakelijk tijdens de coronacrisis, ook na de crisis voor een aanzienlijk deel wordt voortgezet. Dat zal zijn effecten hebben op de ICTondersteuning en het daarmee samenhangend informatiemanagement budget als gevolg. LASTEN REGULIERE BUDGET 4.4 Wagenpark
€
Realisatie 2020 98.083
Begroting na wijziging € 119.206
Begroting voor wijziging € 119.206
Verschil realisatie en begroting € 21.123
Realisatie 2019 € 73.853
De besparing op leasevoertuigen in 2020 is voortgezet door het verdere verlengen van het huidige leasecontract ook in 2020. De ruimte in het budget heeft een incidenteel karakter. LASTEN REGULIERE BUDGET 4.5 Diverse kosten
Realisatie 2020 € 155.641
Begroting na wijziging € 194.935
Begroting voor wijziging € 194.935
Verschil realisatie en begroting € 39.294
Realisatie 2019 € 151.141
De diverse kosten betreffen verzekeringen, kantoorartikelen, communicatie- en portikosten, lidmaatschappen, abonnementen en geluidsmeters. De kosten zijn binnen het daarvoor beschikbaar budget gebleven.
LASTEN REGULIERE BUDGET 4.6 Ac c ountant
Jaarstukken OFGV 2020
€
Realisatie 2020 33.386
Begroting na wijziging € 27.091
Begroting voor wijziging € 27.091
Verschil realisatie en begroting € - 6.295
Realisatie 2019 € 27.150
46
De overschrijding op het accountantskosten budget is veroorzaakt door het indexeren van de kosten door de accountant terwijl het budget van de OFGV tot en met 2018 niet was geïndexeerd. LASTEN REGULIERE BUDGET 4.7 HRM
Realisatie 2020 € 48.834
Begroting na wijziging € 70.439
Begroting voor wijziging € 70.439
Verschil realisatie en begroting € 21.605
Realisatie 2019 € 80.571
Onder de HRM-kosten vallen kosten voor Arbo, functiewaardering en werving- en selectie. De kosten zijn binnen het daarvoor beschikbare budget gebleven. De totale uitgaven zijn lager dan in 2019 en hebben voornamelijk betrekking op Arbo & RIE kosten. Door het lagere verzuimpercentage ten opzichte van vorig jaar zijn de daarmee samenhangende Arbo kosten ook lager. Realisatie 2020