Bijlage 5. Jaarstukken 2024
Tekst van het document
Laren
Wijdemeren
V
Huizen
V V
Hilversum
V V V V V V
Gooise Meren
Uitvoering Regionale samenwerkingsagenda Uitvoering uitvoeringsprogramma’s Beleidsvoorbereiding en -uitvoering sociaal domein Beleidsvoorbereiding en -uitvoering fysiek domein Bestuurssecretariaat bestuurlijke en ambtelijke samenwerking Belangenbehartiging, vertegenwoordiging, lobby en strategische communicatie
Eemnes
Blaricum
Taken
V V V V V V
V V V V V V
V V V V V V
V V V V V V
V V V V V V
Beleidskader • Regionale samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek • MRA samenwerkingsafspraken en MRA Agenda • Provinciale samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek • Beleidsplan bescherming en opvang • Uitvoeringsprogramma’s op sociaal en fysiek domein • Lokaal beleid op sociaal en fysiek domein • Wat wilden we bereiken? 1
Samenwerken vanuit lokaal eigenaarschap op de opgaven die zijn beschreven in de regionale .samenwerkingsagenda 2023 – 2026 en de bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s fysiek en sociaal domein 2 Focus in de bovenregionale samenwerking met provincie, binnen de MRA en met Utrecht vanuit de .gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven en gebiedsopgaven en in de samenwerking met gemeenten, bedrijven, maatschappelijke partners en mede-overheden 3 Versterking en borging van de samenwerking op het sociaal domein; vanuit een stevige basis inzetten op de .ondersteuning van kwetsbare groepen, belangenbehartiging richting rijk en afstemming met ketenpartners
Wat hebben we bereikt? Fysiek Domein In de portefeuillehoudersoverleggen is gestuurd op de voortgang van het Uitvoeringsprogramma Fysiek Domein en is deze waar nodig bijgestuurd. Halverwege de looptijd van het bestuurlijke uitvoeringsprogramma is deze geëvalueerd. Op alle onderdelen maken we vordering. Als gevolg van wijzigingen in beleid op landelijk en provinciaal niveau is extra ingezet op thema's mobiliteit, landelijk gebied, woningbouw, netcongestie, (drink)water en economische ontwikkeling.
54
[Typ hier]
In afstemming met provincie, gemeenten en gebiedspartijen is een nieuwe (strategische) samenwerkingsagenda met de provincie Noord-Holland opgesteld. Gooi en Vechtstreek is een prioritair landelijk gebied in het provinciale programma, er wordt gestart met een impactstudie naar de A27 en A1, samen met alle betrokken partners wordt gewerkt aan een woonzorgvisie. Er zijn daarnaast verschillende regiopodia en themabijeenkomsten georganiseerd, over PMD, Mobiliteit, Integraal Zorgakkoord en de MRA Agenda. Bestuurlijk en ambtelijk wordt continue ingezet op de belangen van Gooi en Vechtstreek, o.a. via de platforms van de MRA, provinciale tafels en middels een sterkere regionale profilering en lobby. Zo blijven we met alle betrokken partijen werken aan een toekomstbestendige regio. Sociaal Domein Via de regieteams is er gewerkt aan projecten, voortkomend uit de uitvoeringsprogramma’s. Het regieteam Werk & Participatie heeft een gedegen voorbereiding doorlopen op het nieuw op te richten regionaal werkcentrum, dat op 1 januari 2026 operationeel moet zijn. Het proces loopt op schema. Door de overdracht van de coördinatie Werk & Participatie van de Regio organisatie naar de centrumgemeente Hilversum is dit traject eind 2024 afgesloten. Het programma Jeugd & Onderwijs kende een focus op de uitvoering van de Hervormingsagenda.
Het regieteam, met ondersteuning van het Landelijk Team Aanpak Wachttijden, heeft ervoor gezorgd dat er nu een compleet beeld is van het ontstaan van wachttijden, maar ook wat de vervolgaanpak zou moeten worden vanaf 2025. Het Rijk ziet de regio Gooi en Vechtstreek als voorbeeld van hoe dit thema aan te pakken. Een mooi tussentijds resultaat. Daarnaast is er door gemeenten, bestuurders en onderwijsbestuurders gewerkt aan eenduidigheid over hoe jeugdhulp en onderwijs aan elkaar verbonden kunnen worden. In 2025 zal daartoe een regionale onderwijs - en jeugdagenda worden opgesteld. Tenslotte is er vanuit het programma Gezondheid en Ondersteuning gewerkt aan de IZA doelstellingen: van zorg naar gezondheid en welzijn. Dit is door het regieteam gecoördineerd, in samenwerking met vele ketenpartners. Het jaar 2024 was het jaar waarin schaarste steeds meer zichtbaar werd. Regionaal is een programma gestart dat antwoord moet geven op de vraag hoe deze schaarste verdeeld gaat worden. Dit programma loopt door in heel 2025. Voor alle projecten geldt dat zij uitgaan van de aanwezigheid van sterke lokale teams bij de individuele gemeenten. Deze teams zijn nodig om de beweging van zorg naar gezondheid en welzijn te kunnen maken. Hier zit de echte transformatie. De Regio organisatie faciliteert dit proces, zodat gemeenten van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Activiteit 1. 2. 3. 4.
Evalueren en indien nodig bijsturen van de bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s fysiek ten behoeve van samenwerking vanuit lokaal eigenaarschap. Opstellen en uitvoeren nieuwe strategische samenwerkingsagenda met provincie Noord-Holland (20242027). Verder professionaliseren van bovenregionale belangenvertegenwoordiging middels regionale 'propositie fysiek domein en inzet van regionale lobbyist. Voorbereiden regionaal Werkcentrum en overdracht Werk & Participatie doorlopen. Inzicht verkregen in ontstaan en vervolgaanpak wachttijden Jeugd. Verbinding gelegd tussen jeugdhulp en onderwijs. In alle velden ingezet op samenwerking in en met de regieteams en ketenpartners.
55
[Typ hier]
Wat heeft dat gekost? Realisatie 2023
Begroting 2024
Realisatie 2024
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten
Begroting 2024 na wijziging
Afwijking 2024 realisatie / raming
1.336.844 0 1.491.917 0 692.262 432.199 0 3.953.222
1.542.343 0 609.151 0 761.659 467.893 0 3.381.046
1.819.299 0 2.472.833 0 761.659 470.305 0 5.524.096
1.566.927 0 2.178.061 0 804.501 470.305 0 5.019.794
-252.372 0 -294.772 0 42.842 0 0 -504.302
Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Bijdrage derden Overige baten Totaal baten
-3.189.946 -220.452 -160.202 0 -290.806 -3.861.406
-3.179.138 0 0 0 -110.999 -3.290.137
-3.237.554 -192.743 -545.000 0 -26.469 -4.001.766
-3.237.554 -187.294 -477.869 0 -38.802 -3.941.519
0 5.449 67.131 0 -12.333 60.247
91.816
90.909
1.522.330
1.078.275
-444.055
Reserves Dotaties Onttrekkingen
0 -288.502
0 -90.909
0 -1.522.330
0 -1.143.349
0 378.981
Saldo
-196.686
0
0
-65.074
-65.074
Saldo
Toelichting rekeningcijfers Als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt is het pas in de loop van het jaar gelukt de volledige formatie te vullen. De toegezegde klimaatgelden vanuit de provincie Noord-Holland zijn uitgesteld naar 2025, en daarmee ook de gerelateerde uitgaven. De ontvangen SPUK-IZA geeft aanvullende dekking aan de activiteiten die vanuit de Regionale Samenwerkingsagenda uitgevoerd worden, waardoor de onttrekking aan de RSA reserve lager uitvalt. De geleverde inzet op het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein valt lager uit dan verwacht en leidt daarmee tot een lagere onttrekking aan de bestemmingsreserve. De energieprojecten Energiedienstenbedrijf en Zonwinst zijn in 2024 financieel geheel afgewikkeld. Hierbij kwam naar boven dat de kosten voor het Fixatiemanagement op de energiecontracten abusievelijk in de jaren 2021 t/m 2024 niet in rekening zijn gebracht bij gemeenten. Dit is in het resultaat over 2024 verwerkt.
56
[Typ hier]
Inkoop en Contractbeheer In opdracht van Regio Gooi en Vechtstreek werkt de eenheid Inkoop en Contractbeheer samen voor onze inwoners met ondernemers en maatschappelijke organisaties. Inkoop en contractbeheer is hierbij verantwoordelijk voor het inkopen, contracteren en beheren van alle producten en dienstverlening van bedrijven en organisaties. Inkoop en Contractbeheer voert haar taak op een drietal gebieden: sociaal domein, fysiek domein en facilitaire zaken.
Eemnes
Gooise Meren
Hilversum
Huizen
Laren
Wijdemeren
Inkoop sociaal domein, fysiek domein en facilitaire zaken Contractbeheer sociaal domein (incl. verwijsindex, wachtlijstbemiddeling B&O, cliëntervaringsonderzoek, klachtenmeldpunt)
Blaricum
Taken
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Beleidskader • • •
Aanbestedingswetgeving Inkoopbeleid gemeenten en Regio Relevante wet- en regelgeving
Wat wilden we bereiken? 1.
Een rechtmatige en doelmatige inkoop en beheer van (centrum)gemeentelijke voorzieningen en diensten
2.
Een rechtmatige en doelmatige inkoop en beheer van Regio producten, voorzieningen en diensten
Wat hebben we bereikt? In 2024 heeft de afdeling Inkoop en Contractbeheer, in navolging van voorgaande jaren, een goedkeurende accountantsverklaring ontvangen over de verantwoording Sociaal Domein 2023. Daarnaast is door de accountant vastgesteld dat er in de onderzochte inkoopdossiers met betrekking tot het Sociaal Domein geen afwijkingen met betrekking tot het eigen inkoopbeleid zijn geconstateerd. In 2024 zijn diverse inkooptrajecten afgerond. Onder andere met betrekking tot trapliften, gesloten jeugdzorg en kamers met aandacht. Daarnaast zijn er binnen de bestaande contracten in 2024 uitsluitend aanbieders toegelaten voor de voorzieningen waarvan er een tekort in het regionale zorglandschap bestond. De overige aanbieders die zich hebben ingeschreven zijn op een wachtlijst geplaatst. Daarnaast is van een aantal aanbieders het contract beëindigd omdat deze partijen in de afgelopen periode geen diensten geleverd hebben binnen de regio. Net als voorgaande jaren werd 2024 gekenmerkt door veel vraagstukken rondom de continuïteit van zorg in verband met de arbeidsmarktproblematiek en stijgende lonen. Daarnaast is er met diverse aanbieders, zoals bijvoorbeeld voor dagbesteding, gezocht naar een oplossing voor de gestegen kosten. In 2024 zijn er verdere stappen gezet in het verbeteren van de beschikbare data voor zowel de gemeenten, aanbieders als de beleidsadviseurs.
Tot slot zijn in 2024 verdere stappen gezet om de interne inkoop te centraliseren om zo de inkoopfunctie binnen de Regio Gooi en Vechtstreek verder te optimaliseren en professionaliseren.
57
[Typ hier]
Wat hebben we daarvoor gedaan? Kengetallen 1.
Realisatie 2023 € 96 miljoen
Contractwaarde sociaal domein
Kengetal 2024 € 102 miljoen
Realisatie 2024 € 98 miljoen
* Contractwaarde op basis van declaraties op peildatum verantwoording Sociaal Domein
Wat heeft dat gekost? Realisatie 2023
Begroting 2024
Realisatie 2024
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten
Begroting 2024 na wijziging
Afwijking 2024 realisatie / raming
571.168 0 2.910.724 0 528.247 349.557 0 4.359.697
438.116 0 1.754.033 0 633.500 379.575 0 3.205.224
630.647 0 2.576.846 0 633.500 381.523 0 4.222.516
682.127 0 2.609.181 0 578.527 381.523 0 4.251.358
51.480 0 32.335 0 -54.973 0 0 28.842
Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Bijdrage derden Overige baten Totaal baten
-3.394.407 -968.559 0 0 -207.851 -4.570.817
-2.212.334 -704.536 0 0 -288.354 -3.205.224
-3.681.654 -252.508 0 0 -288.354 -4.222.516
-3.681.654 -476.808 0 0 -414.433 -4.572.895
0 -224.300 0 0 -126.079 -350.379
-211.120
0
0
-321.537
-321.537
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
-211.120
0
0
-321.537
-321.537
Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo
Toelichting rekeningcijfers De lasten zijn in lijn met de begroting na wijziging. Het resultaat kan worden toegeschreven aan hogere baten uit de centrumbijdrage en overige baten. De centrumbijdrage is enerzijds het gevolg van een te hoge opname van de afrekening (terug te betalen centrumbijdrage) van de balanspositie WEB middelen in de bestuursrapportage. Anderzijds zijn er extra middelen voor de WEB 2024 ontvangen via een wijzigingsbeschikking, die na het opstellen van de bestuursrapportage bekend is geworden. De overige baten zijn door de inkomsten uit administratieve omzettingen, beëindigingen van contracten en de controle op de rechtmatigheid van declaraties hoger uitgevallen.
58
[Typ hier]
Bescherming en Opvang (incl. Veilig Thuis) Bescherming en Opvang omvat openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Gemeenten zijn hiervoor verantwoordelijk vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het gaat veelal om inwoners die (tijdelijk) niet in eigen bestaansvoorwaarden kunnen voorzien, zoals huisvesting, voedsel, inkomen, sociale contacten en zelfverzorging. Vaak spelen er problemen op meerdere levensterreinen. Denk aan een combinatie van schulden, sociaal isolement, psychische problemen, huiselijk geweld en kindermishandeling, verwaarlozing, verslaving, vervuiling én overlast. Het beleidsplan Bescherming en Opvang ‘Herstel de verbinding’ heeft een looptijd tot en met 2025. In 2024 zijn de voorbereidingen getroffen voor een nieuw beleidsplan ingaande 2026, met als resultaat een startnotitie (proces, evaluatie en richting nieuw plan). Deze startnotitie is in december 2024 door de colleges en het regionaal portefeuillehouders overleg vastgesteld en vrijgegeven voor zienswijzen van gemeenteraden. Veilig Thuis bestaat uit een deskundig team van medewerkers, gedragswetenschappers en vertrouwensartsen. Zij maken zich sterk voor een veilig thuis voor iedereen binnen Gooi en Vechtstreek.
Inwoners kunnen terecht met zorgen over zichzelf, de partner, een kind, een gezin of iemand anders uit de omgeving. Ervaren medewerkers staan klaar om inwoners te spreken, van advies te voorzien en eventueel een melding van huiselijk geweld en/of kindermishandeling op te maken. Samen met inwoners werkt Veilig Thuis aan het herstel van een veilige situatie voor iedereen.
Laren
Wijdemeren
V
Huizen
V V
Hilversum
V V V V
Gooise Meren
Eemnes
Taken Preventie en perspectief (waaronder het herstelnetwerk) Beschermd en veilig thuis wonen (waaronder BW/MO/VO) Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid (waaronder VT) Randvoorwaarde: goede regionale samenwerking tussen gemeenten en met Partners
Blaricum
Taken Bescherming & Opvang
V V V V
V V V V
V V V V
V V V V
V V V V
Beleidskader Bescherming & Opvang • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) • Wet verplichte GGz • Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 • Uitvoeringsregeling Wmo 2015 • Beleidsplan Bescherming en Opvang 2022-2025
59
[Typ hier]
Gooise Meren
Hilversum
Huizen
Laren
Wijdemeren
V V V V V V V V V
Eemnes
Taken Advies en ondersteuning geven Meldingen ontvangen en veiligheidsbeoordeling & onderzoek Onderzoek doen en Veiligheidsvoorwaarden opstellen Overdragen aan ketenpartners Monitoren duurzame veiligheid Risicoscreening Vrouwenopvang 24/7 uitvoering Crisisdienst 18- en HG/KM Coördinatie AWARE Alarmering bij stalking Coördinatie Tijdelijke huisverboden
Blaricum
Taken Veilig Thuis
V V V V V V V V V
V V V V V V V V V
V V V V V V V V V
V V V V V V V V V
V V V V V V V V V
Beleidskader Veilig Thuis • • • • • • •
Wet tijdelijk huisverbod Richtlijnen jeugdbescherming en jeugdhulp Handelingsprotocol veilig thuis Handreiking FMEK Forensische medische expertise bij kindermishandeling Handreiking samenwerken bij strafbare kindermishandeling Samenwerkingsafspraken gemeenten / beleid B&O Visiedocument samenwerken aan veiligheid
Wat wilden we bereiken? Veilig Thuis streeft naar duurzaam herstel van acute en structurele onveiligheid bij geweld in afhankelijkheidsrelaties, in samenwerking met ketenpartners in de Regio Gooi en Vechtstreek. Dit doen we door uitvoering te geven aan onze wettelijke taken en daarnaast een aantal regionale maatwerktaken uit te voeren die passen bij ons streven en de uitvoeringspraktijk versterken. We willen kwalitatief hoogwaardige dienstverlening bieden bij de uitvoering van onze taken en de belangen van kwetsbaren altijd voorop stellen. Voor de komende beleidsperiode van het beleidsplan bescherming en opvang, hebben inwoners, gemeenten en partners samen focus aangebracht. Gemeenten, inwoners en maatschappelijke partners geven unaniem prioriteit aan de volgende doelen: Doel 1. 2.
Met preventie en perspectief maatschappelijke uitval voorkomen Beschermd en veilig thuis wonen voor iedereen, die dat nodig heeft, mogelijk maken
3. 4.
Dienstverlening vanuit een integrale benadering vanuit wonen, welzijn, zorg en veiligheid Herstel van acute en structurele onveiligheid (VT)
5.
Duurzame veiligheid en herstel na huiselijk geweld en kindermishandeling door samenwerking in het netwerk (VT)
60
[Typ hier]
Wat hebben we bereikt? Veilig Thuis Wettelijke termijnen De wettelijke termijnen van 5 werkdagen voor de veiligheidsbeoordeling en 10 weken voor onderzoek en voorwaarden & vervolg worden in minder dan de helft van de gevallen gehaald. Als gevolg van een hoog ziekteverzuim in combinatie met een krapte op de arbeidsmarkt is het in 2024 onvoldoende gelukt om genoeg formatie inzetbaar te hebben om de overschrijding van de doorlooptijden terug te dringen. De inspectie IGJ heeft in oktober 2024 geconstateerd dat alle VT's in Nederland de wettelijke termijnen niet behalen en heeft iedere VT de opdracht gegeven om met gemeenten samen tot een verbeterplan te komen. In Q1 en Q2 2024 heeft VT al een onderzoek laten doen naar de ontstane wachttijden en overschrijdingen bij VT. Dit heeft geleid tot interne werkprocesoptimalisatie binnen VT en daarnaast werden in het onderzoek externe factoren genoemd die van invloed zijn op de overschrijdingen en die hun oorzaak vinden in de door- en uitstroom na de betrokkenheid van VT. Door de capaciteitsproblemen bij overdrachtspartners zoals gemeentelijke uitvoeringsdiensten en zorgaanbieders duurt het regelmatig langer dan wenselijk voordat een casus voor VT warm overgedragen kan worden.
Zolang dat niet lukt, blijft VT de casus bij zich houden om continuïteit te bieden en zicht op de veiligheid te houden, maar kunnen geen nieuwe, wachtende casussen opgepakt worden. Met gemeenten wordt in 2025 besproken hoe de doorstroom bij overdracht verbeterd kan worden. In januari 2025 is een landelijke arbeidsmarktcampagne gestart om professionals te enthousiasmeren voor het werk bij VT, om daarmee de schaarste aan deskundig en geschoold personeel te helpen oplossen. Samenwerking VT en gemeenten Om de samenwerking tussen VT en de gemeenten, haar belangrijkste overdrachtspartner, te optimaliseren zijn in 2024 bijeenkomsten belegd met uitvoerend medewerkers van de uitvoeringsdiensten en VT om de samenwerkingsafspraken te evalueren en waar nodig bij te stellen. De huidige afspraken die dateren uit 2016 en bijgesteld zijn in 2020 bleken nog steeds up to date. Wel bleken de samenwerkingsafspraken nog niet goed bekend bij de WMO-consulenten, daar is in Q4 op geïnvesteerd met informatiebijeenkomsten “kijkje in de keuken”, die in 2025 worden herhaald. Blijvend punt van aandacht is het inwerken van nieuwe medewerkers op de geldende afspraken, zowel bij VT als bij de gemeenten, zodat er (samen)gewerkt wordt conform de afspraken.
Clienttevredenheid Sinds 2024 voert VT weer telefonisch haar cliënttevredenheidsonderzoek uit, omdat uitvraag per mail onvoldoende representatief beeld opleverde. Er zijn 137 cliënten gesproken die met VT te maken hebben gehad na het inzetten van een dienst onderzoek of voorwaarden en vervolg. Zij gaven gemiddeld een 6,5 voor de dienstverlening vanuit VT. Afname inbreng in Overleg Veilig Verder In 2024 zijn veel minder casussen ingebracht in Overleg Veilig Verder, de overlegtafel waar besproken wordt of de Raad voor de kinderbescherming een onderzoek moet gaan doen om mogelijk tot een jeugdbeschermingsmaatregel te komen. Dit is in lijn met de wens vanuit de gemeenten en zorgpartners om minder maatregelen op te leggen en langer vanuit partnerschap met gezinnen in een vrijwillig kader samen te werken aan het herstel van de veiligheid. Deze uitgangspunten worden sinds medio 2024 eveneens beproef d in de zogenaamde regionale Toekomsttuinen, de pilot in Regio Gooi en Vechtstreek in het kader van het Toekomstscenario voor de Kind- en Gezinsbescherming, waarin VT ook participeert, samen met gemeenten, GI's, Raad voor de kinderbescherming en ervaringsdeskundigen.
61
[Typ hier]
Toekomstscenario Kind en gezinsbescherming (TKS) Binnen Regio Gooi en Vechtstreek participeert Veilig Thuis in 2024 in de zogenaamde Toekomsttuin, om gezamenlijk de uitgangspunten van het TKS te beproeven in de praktijk. In 2024 is in Regio Gooi en Vechtstreek een proef gestart, die zich richt op “en-en-regie”: het versterken van de lokale Uitvoeringsdiensten Sociaal Domein door het toevoegen van specialistische expertise vanuit het beoogde Regionaal Veiligheidsteam (RVT). Beschermpartners VT, GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming lopen samen op bij het ondersteunen van huishoudens waar sprake is van onveiligheid. Hierdoor moet niet langer in een estafettemodel gewerkt worden, maar meer vanuit een netwerk aanpak. Dit naast de reeds lopende ontwikkelingen zoals de onderzoeks - en toetstafels die ook versnelling en verbetering in de keten beogen. (Denk aan advies - en meldpuntfunctie, de expertisefunctie, de huisverboden, AWARE en de crisisdienst 0-100 jaar). In december 2024 is door de opdrachtgevers VWS en J&V een richtinggevend besluit genomen om het op te richten RVT gedecentraliseerd onder centrale aansturing op het niveau van de 25 veiligheidsregio's vorm te geven. Omdat er tevens is gekozen voor inbedding onder een publiekrechtelijk bestuursorgaan is het een reële optie dat het toekomstig RVT onder verantwoordelijkheid van Regio belegd zou kunnen worden.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Realisatie 2023 100%
Kengetal 2024 100%
Realisatie 2024 100%
6,5 56%
7,5 80%
6,5 43%
43%
60%
36%
1.437 1.266
1.600 1.400
1.254 1.341
7. Veiligheidsvoorwaarden opstellen 8. Onderzoek doen
217 135
250 135
207 130
9. Overdracht naar ketenpartners
781
880
1.273
10. Monitoren duurzame veiligheid
232
300
240
11. Coördinatie en uitvoering huisverboden 12. Coördinatie AWARE alarmering 13. Verzoek tot bespreking Overleg Veilig Verder
15 40 11
18 39 25
14 38 21
1. 24/7 beschikbaarheidsdienst uitvoeren (incl. uitruk) 2. Cliëntervaringsonderzoek 3. Voldoen aan wettelijke termijn ‘veiligheidsbeoordeling binnen 5 werkdagen’ 4. Voldoen aan wettelijke termijn ‘beëindiging actieve betrokkenheid binnen 10 weken’ 5. Advies en ondersteuning 6. Melding en veiligheidsbeoordeling
Activiteit Bescherming en Opvang Het beleidsplan Bescherming en Opvang bestaat uit drie inhoudelijke programmalijnen en in totaal 31 maatregelen: Preventie en perspectief: maatregelen 1 t/m 8 uitvoeren (zoals het herstelnetwerk, de respijtvoorziening en crisiskaart) en daarbij de verbinding tussen gemeenten onderling versterken Beschermd en veilig thuis wonen: maatregelen 9 t/m 22 uitvoeren en daarbij de verbinding tussen zorg en wonen voortzetten en versterken, beweging beschermd wonen naar beschermd thuis Een integrale benadering vanuit zorg en veiligheid: maatregelen 23 t/m 31 uitvoeren en daarbij de verbinding tussen zorg en veiligheid leggen en versterken Kengetallen Bescherming en opvang
Realisatie 2023 -
Kengetal 2024 83 plekken
Realisatie 2024 66 plekken
1.
Beschermd wonen
2. 3.
Beschermd thuis Maatschappelijke opvang
-
10 plekken 54 plekken
6 plekken 54 plekken
4.
Vrouwenopvang
-
8,3 plekken
8,3 plekken 62
[Typ hier]
Wat heeft dat gekost? Realisatie 2023
Begroting 2024
Realisatie 2024
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten
Begroting 2024 na wijziging
Afwijking 2024 realisatie / raming
4.146.430 0 12.934.122 0 293.975 767.841 0 18.142.278
4.131.601 0 14.895.744 0 248.221 765.294 0 20.040.860
4.586.075 0 14.986.243 0 248.221 769.155 0 20.589.694
4.327.286 0 14.583.948 0 255.681 769.155 0 19.936.070
-258.789 0 -402.295 0 7.460 0 0 -653.264
Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumbijdrage Rijksbijdrage Bijdrage derden Overige baten Totaal baten
-190.375 -18.396.459 0 0 -361.037 -18.947.871
-2.110.470 -17.509.617 0 0 -420.773 -20.040.860
-1.394.591 -19.090.13 0 0 -105.000 -20.589.694
-1.410.155 -19.067.407 0 0 -179.648 -20.657.210
-15.564 22.696 0 0 -74.648 -67.516
-805.594
0
0
-721.140
-721.140
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
-805.594
0
0
-721.140
-721.140
Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo
Toelichting rekeningcijfers De personeelslasten liggen lager dan begroot, voornamelijk als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor Veilig Thuis de formatie niet volledig k on invullen. Ook de materiële kosten vallen lager uit. Dit is enerzijds te verklaren doordat de verwachte productie met betrekking tot Beschermd Wonen, op basis van de huidige inzichten, lager zijn dan oorspronkelijk ingeschat in de bestuursrapportage. Anderzijds zijn de extra verwachte uitgaven voor de proeftuinen (toekomstscenario), die in de bestuursrapportage waren opgenomen, niet gerealiseerd. Ten slotte zijn ook de uitgaven voor de crisiskaart lager dan geraamd. Het voordeel op de overige baten is het resultaat van een incidentele detachering van een medewerker, welke niet was opgenomen in de begroting.
63
[Typ hier]
PARAGRAFEN
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Openbaarheid
64
[Typ hier]
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a. netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4. structurele exploitatieruimte; en 5. belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het weerstandsvermogen) tenminste 1,03 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend: • De algemene reserve; • De stille reserves; • Het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte; • Incidentele begrotingsruimte.
Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit4 . Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde
3 In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden
partijen vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1.0 dient te zijn. 4 Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.
65
[Typ hier]
bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld. Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in de bijlage reserves en voorzieningen. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De Regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft.
Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten. Voor 2024 zou op basis van de actuele exploitatie dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 448.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit.
De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal
1-1-2024 1.159 5 1.164
1-1-2025 1.159 5 1.164
1-1-2026 1.159 5 1.164 66
[Typ hier]
Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. De Regio wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten.
Het onderstaande overzicht toont de risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen.
Geschat Kans op Financieel financieel risico voordoen effect € 125.000 75% € 93.750 In de Regiobegroting 2026-2029 is ongeveer € 25 mln. aan structurele materiële kosten geraamd (exclusief beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Voor ongeveer 85% van de uitgaven ligt hier een contract aan ten grondslag zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. Voor de prijsontwikkelingen op de materiele kosten is op basis van de septembercirculaire 2024 een indexatiepercentage van 2,2% meegenomen. Mocht de inflatie hoger uitvallen dan de 2,2%, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale materiële lasten. 1.ALG Ontwikkeling materiële kosten
Geschat Kans op Financieel financieel risico voordoen effect € 250.000 30% € 75.000 Bij de Regio vinden in de verschillende RVE’s veel verwerkingen van veelal gevoelige (o.m. bijzondere) persoonsgegevens plaats. Niet alleen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), maar ook de Wet politiegegevens (Wpg) is van toepassing. Dat maakt dat de organisatie zich bewust is van haar verantwoordelijkheid op gebied van de bescherming van persoonsgegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft in haar toezichtwerk 2024 (zie Jaarplan AP 2024 d.d. 21 december 2023) extra aandacht besteed aan 5 thema’s: Algoritmes & AI, Big Tech, Vrijheid & Veiligheid, Datahandel en Digitale Overheid. Al deze thema’s zijn in meer of mindere mate voor de Regio relevant. Wat de focuspunten van de AP zullen zijn voor de periode vanaf 2025 is nog niet bekend. 2.ALG Privacy en gegevensbescherming
De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio ingevolge art. 82 AVG aansprakelijk worden gesteld door eenieder die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een inbreuk op de AVG door handelen of nalaten van de Regio als verwerkingsverantwoordelijke (of als verwerker). Het is echter lastig om op voorhand de kans en impact daarvan te kwantificeren. Het is daarom van groot belang dat de Regio erop toeziet c.q. blijft toezien dat passende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om te waarborgen (en te kunnen aantonen) dat verwerkingen in overeenstemming met AVG worden uitgevoerd. Voldoende middelen zijn daarbij van cruciaal belang.
67
[Typ hier]
Het jaar 2025 is op het gebied van privacy een moment van voorbereiden op verdere doorontwikkeling. De meerjarige doelstelling is om met betere governance en een apart programma gestructureerd (pdca) stappen te zetten naar een hoger volwassenheidsniveau. Kernonderdelen van een goed privacy beleid (van leiderschap & toezicht, risicobeoordelingen, beleid & procedures, tot aan training & awareness en monitoring & controle) zullen in samenhang aandacht krijgen. De samenwerking en integratie met informatieveiligheid dient daarbij meer opgezocht te worden.
Geschat Kans op Financieel financieel risico voordoen effect € 500.000 25% € 125.000 De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door technische incidenten worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere tijd stil komen te liggen. Voorbeelden hiervan zijn: storingen inzake generieke telefonie en internetverbindingen, specifieke dataverbindingen, uitval van SaaS - of Clouddiensten, et cetera. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. 3.ALG Uitval ICT voorzieningen als gevolg van technische storingen
Geschat Kans op Financieel financieel risico voordoen effect € 900.000 35% € 315.000 De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infra - systeeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging verstoord worden. Hierdoor kan een deel of zelfs alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Deze risico's zijn reëel en de verwachting is dat deze met de tijd alleen maar zullen toenemen. Onze digitale informatievoorziening zowel intern als extern neemt toe, wat intern aandacht vraagt om alle aspecten van cybersecurity (mens, proces en techniek) op peil te houden. Met deze toename neemt ook de kans op zowel het voordoen als de impact ervan toe. De Regio neemt beheersmaatregelen die de informatieveiligheid vergrot en. Dit vraagt en vergt intern een continue aandacht om alle aspecten van cybersecurity (mens, proces en techniek) op peil te houden. 4.ALG Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s
Geschat Kans op Financieel financieel risico voordoen effect € 600.000 20% € 120.000 De Regio is bij de uitvoering van haar takenpakket in een aantal gevallen afhankelijk van specialistische functies, waarbij de inwerktijd veelal een langere tijd bestrijkt. De krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt niet alleen het aantrekken van zowel intern als extern personeel op deze functies, het is ook lastig om het personeel op deze functies vast te houden. Een deel van deze functies wordt nu nog ingevuld met externe inhuur, wat geen stabiele basis naar de toekomst met zich meebrengt. Immers, bij het b eëindigen van de inhuur verdwijnt veel kennis en historie uit de organisatie. Tegelijkertijd liggen de kosten van externe inhuur in de meeste gevallen hoger dan dat deze medewerker in dienst zou zijn bij de Regio. Daarmee levert de externe inhuur zowel continuïteits- als financiële issues op (de krapte op de arbeidsmarkt stuwt ook de te betalen tarieven omhoog). 5.ALG Krapte op de arbeidsmarkt
Voor de berekening van het geschatte risico wordt rekening gehouden met een percentage inhuur van 10%. Aangezien het tarief van inhuur minimaal 15% boven de gewone personeelskosten van de Regio ligt, wordt het risico geschat op € 600.000 (10% met een hoger kostenpercentage van 15% (4,07 miljoen x 15%). De kans op doordoen van dit risico wordt, gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt geschat op 20%.
68
[Typ hier]
Kans op Financieel voordoen effect 10% € 50.000 Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd en worden de declaraties bijna allemaal geautomatiseerd gecontroleerd. Tevens worden hieruit betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. 6.IC Uitval van systemen (digitaal leefplein)
Geschat financieel risico € 500.000
Het DLP is in eigendom. Op het moment dat het systeem zou uitvallen, bijvoorbeeld door een dreiging van cybercriminaliteit of door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het opnieuw opstarten of onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Naast het hierboven genoemde kan het DLP ook uitvallen op het moment dat het berichtenverkeer stil komt te liggen door bijvoorbeeld een software fout. Dit risico kan zich één keer per jaar voordoen na de landelijke update. Voor 2025 staat de overgang naar de nieuwe versie van het Digitaal Leefplein (DLP) 2.0 gepland.
Geschat Kans op Financieel financieel risico voordoen effect € 1.000.000 35% € 350.000 De grondstoffenmarkten stonden de afgelopen jaren in het teken van Corona, wat ervoor heeft gezorgd dat deze een zeer volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet helemaal meer af te dekken. De volatiliteit op de grondstofmarkten die al langere tijd heerst is vooralsnog echter gebleven en de risico's zijn navenant aanwezig dan wel toegenomen. Voor de komende jaren is Corona niet meer de ‘katalysator’ maar zijn het andere (mondiale) ontwikkelingen waar deze markten op reageren. Ontwikkelingen en bijbehorende risico’s die soms onvoorspelbaar zijn maken dat onzekerheden en bijbehorende prijsfluctuaties soms niet goed te voorzien zijn. 7.GAD Ontwikkeling verwerkingstarieven/opbrengsten recycling componenten
Daarnaast kunnen, na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, in een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclingscomponenten zijn sterk aan fluctuatie onderhevig. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg aan deze fluctuatie onderhevig blijft. Wel vervalt met ingang van 2025 het risico op de grondstof glas. Er is hiervoor een verkoopovereenkomst gesloten met een vaste prijs voor 8 jaar tot en met 2032. Ander aspect is een achterblijvend scheidingspercentage wat kan leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden waar mogelijk ook in 2025 binnen aanbesteding(en) geminimaliseerd. Daarnaast zal de macro economische prijsontwikkeling zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven. Tot slot kan er sprake zijn van stijgingen ten aanzien van de CO2-heffing, verbrandingsbelasting of andere toeslagen bij verwerking van grond en afvalstoffen.
69
[Typ hier]
Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.128.750. Nr. 1.ALG 2.ALG 3.ALG 4.ALG 5.ALG 6.IC 7.GAD
Risico Ontwikkeling materiële kosten Privacy en gegevensbescherming Uitval ICT voorziening a.g.v. technische oorzaken Uitval ICT voorziening a.g.v. informatiebeveiligingsrisico’s Krapte op arbeidsmarkt Uitval van systemen (digitaal leefplein) Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten
Bedragen in € Geschat Kans op Financieel financieel voordoen effect risico 125.000 75% 93.750 250.000 30% 75.000 500.000 25% 125.000 900.000 35% 315.000 600.000 20% 120.000 500.000 10% 50.000 1.000.000 35% 350.000 1.128.750
Het financiële risico met betrekking tot nieuwe CAO afspraken (huidige CAO loopt tot 31 maart 2025) is niet opgenomen in onze begroting. Het is van belang dat gemeenten dit risico opnemen in hun eigen risicoparagraaf om voorbereid te zijn op potentiële impact op de begroting. Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen
Risicoprofiel
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico’s (risicoprofiel Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A - B) D Ratio ( A/B)
2024 1.164 1.129 35 1,03
70
[Typ hier]
Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd:
Ratio weerstandsvermogen >2 A 1,4 < x < 2 B 1,0 < x < 1,4 C 0.8 < x < 1,0 D 0,6 < x < 0,8 E < 0,6 F
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 1,03 wordt net aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment voldoende te noemen. Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt, doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De berekening is als volgt: Trek de geldelijke bezittingen af van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Deel deze netto schuld door de inkomsten. De uitkomst daarvan (in- en exclusief doorgeleende gelden) wordt uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is:
71
[Typ hier]
Bedragen x € 1.000
A. Vaste schulden B. Netto-vlottende schulden C. Overlopende passiva D1. Saldo financiële activa tbv netto schuldquote D2. Saldo financiële activa tbv netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E. Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F. Saldo liquide middelen G. Saldo van overlopende activa H. Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H
Realisatie 2023 29.820 8.029 11.643 4.495
Begroting 2024 40.077 5.658 11.760 3.609
Realisatie 2024 26.464 7.586 12.536 3.645
45
-
45
35.796 30 928 106.056 7,77%
26.398 657 0 96.957 27.67%
28.765 499 1.944 113.549 10,33%
11,97%
31,40%
13.50%
De netto schuldquote is in vergelijking tot 2023 licht gestegen. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 100%. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, bevindt men zich in de gevarenzone (rood). Gezien het feit dat de Regio als gemeenschappelijke regeling gemeentelijke taken uitvoert en daardoor gefinancierd wordt door gemeenten hanteren we bovenstaande uitgangspunten. De netto schuldquote van de Regio van 10,33% is uitstekend te noemen te noemen. Ten opzichte van de begroting is het percentage lager, doordat zowel in 2023 als 2024 geen leningen zijn aangetrokken en de gerealiseerde baten zijn toegenomen. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de instelling in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt.
Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt dan heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt (zonder rekening te houden met het gerealiseerde rekeningresultaat) uit op:
Bedragen x € 1.000
Eigen vermogen Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)
Realisatie 2023 21.754 73.326 29,67 %
Begroting 2024 12.443 71.898 17.31%
Realisatie 2024 17.749 66.696 26,61%
De Regio financiert primair met het eigen vermogen, waarmee financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk beperkt wordt conform afspraak met gemeenten. Ook in 2024 is financiering met vreemd vermogen niet nodig geweest, waardoor het vreemd vermogen is afgenomen. De solvabiliteitsratio ligt met een percentage van 26,61% lager dan 30% en is daarmee op basis van het percentage oranje (matig) te noemen.
72
[Typ hier]
Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal: Bedragen x € 1.000
A. Structurele lasten B. Structurele baten C. Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D. Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E. Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E
Realisatie 2023 102.284 105.874 107.343 3,34 %
Begroting 2024 96.295 96.295 92.786 0,00%
Realisatie 2024 108.442 110.164 113.549 1,52%
De Regio is in staat geweest om de structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten. Beoordeling financiële positie De financiële positie van de Regio is voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 100%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereist geen ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Ook het weerstandvermogen is voldoende te noemen.
73
[Typ hier]
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven, waarvoor langlopende investeringen zijn vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren, en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen asset management en risicomanagement. Goed beheer en onderhoud leidt tot een langere levensduur van kapitaalgoederen waardoor die ook op de langere termijn bruikbaar blijven. Het beheer betreft ook het toezien op de staat van onderhoud van het kapitaalgoed, administratie, inspectie, rapporteren binnen de P&C -cyclus, en controles met als doel dat het kwaliteitsniveau van het onderhoud niet zal leiden tot achterstallig onderhoud en/of juridische claims. Beheer en onderhoud is een cyclisch proces. Bouw- en installatiedelen verouderen weer na onderhoudsingrepen, waardoor na verloop van tijd opnieuw onderhoudsingrepen noodzakelijk zijn. Kapitaalgoederen dienen zo lang mogelijk een bijdrage te leveren aan het doel waarvoor zij zijn aangeschaft of vervaardigd.
Voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen wordt veelal gebruik gemaakt van beheerssystemen waarin de relevante data van alle objecten zijn ingebracht. Kapitaalgoederen Regio De Regio heeft twee soorten kapitaalgoederen tot haar beschikking: a. Gebouwen, terreinen en installaties b. Bedrijfsvoertuigen Ad a.) Gebouwen, terreinen en installaties • Hoofdkantoor Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst – Hooftlaan Bussum; • Scheidingsstation Bussum; • Scheidingsstation Hilversum; • Scheidingsstation Huizen; • Scheidingsstation Weesp (overgedragen op 31 december 2024); • Overlaadstation Crailo; • Hoofdkantoor Regionale Ambulancevoorziening, Laan van Tergooi 6 Hilversum; • Hoofdkantoor Regio Gooi en Vechtstreek, Burgemeester de Bordesstraat; • Elektrische brancards RAV Ad b.) Bedrijfsvoertuigen • GAD: 60 voertuigen (waarvan 48 voertuigen die vallen in de categorie ‘zwaar’ >3,5 ton) en 2 aanhangwagens groot vervoer • RAV: 11 ambulances, 2 Medium Care ambulances, 1 Rapid Responder Ambulance en 1 piketvoertuig, 2 les voertuigen, 1 voertuig t.b.v. roosterbureau, 1 voertuig t.b.v. facilitair en 1 voertuig t.b.v. ICT • Veilig Thuis: 2 voertuigen • GGD: 2 voertuigen • Regio/Algemeen: 5 voertuigen Het wagenpark van Vervoer BV is eigendom van de BV en derhalve niet opgenomen in de paragraaf kapitaalgoederen van de Regio.
Onderhoud gebouwen, terreinen en installaties Voor het onderhoud van de gebouwen, terreinen en installaties wordt onderscheid gemaakt in klein onderhoud, groot/cyclisch onderhoud en (vervangings-)investeringen.
74
[Typ hier]
Burgemeester de Bordesstraat, Bussum De benodigde onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd conform het meerjarig onderhoudsplan zoals liftonderhoud, schilderwerk, onderhoud airco. Verder is een aantal periodieke inspecties van de elektrische installatie uitgevoerd. De grootste kostenpost bedroeg vernieuwen van de verwarmingsinstallatie. Daarnaast hebben er onderhoudswerkzaamheden aan de lift plaats gevonden en herstelwerkzaamheden aan de noodverlichting. Totaal is daartoe € 330.307 onttrokken aan de voorziening in 2024. Hooftlaan, Bussum In 2024 zijn de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd conform het meerjarig onderhoudsplan zoals het vervangen van vloeren, schilderen van kozijnen en deuren, reinigen van de luchtkanalen, liftonderhoud, klein onderhoud aan het dak en de periodieke inspectie van de elektrische installatie. Vanwege de voorgenomen herhuisvesting ligt de focus op het in stand houden van de huidige situatie, tenzij investeren in vervanging onvermijdelijk is. Totaal is daartoe € 20.472 bekostigd uit de voorziening in 2024. Regionale Ambulance Voorziening, Hilversum In januari 2019 heeft de RAV het nieuwe pand aan de Laan van Tergooi in gebruik genomen. Hiervoor is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld, waarbij over 20 jaar een bedrag van € 622.725 aan onderhoud wordt verwacht. Hiervoor is een voorziening getroffen.
Jaarlijks wordt € 32.775 gedoteerd aan deze voorziening, met ingang van 2019. In 2024 is er ten bedrage van € 3.091 aan onderhoud uitgevoerd en ten laste van de voorziening gebracht. Elektrische brancards RAV In 2018 is afgesproken met de zorgverzekeraars dat eenmalig een deel (€ 93.885) van de Vrije Marge gedoteerd mocht worden aan een voorziening elektrische brancards (i.v.m. hogere onderhouds - en afschrijvingskosten ten behoeve van de mechanische brancards). Volgens overeengekomen berekening is ook in 2024 € 13.341 onttrokken aan deze voorziening. Onderhoud bedrijfsvoertuigen Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. De voertuigen worden jaarlijks onderhouden, maar ook voor incidenteel onderhoud en/of schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting, welke ten laste komen van de exploitatie. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (de afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances – deze worden wel meteen vervangen. Aanschaf en vervanging van de bedrijfsvoertuigen vindt plaats op basis van het investeringsplan.
Vanaf 2016 wordt er voor nieuwe ambulances geen onderhoudscontract meer afgesloten. Inmiddels zijn alle voertuigen met aanschafdatum tot en met 2015 vervangen. Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de “voorziening onderhoud ambulances”. De ambulances hebben een levensduur van zes jaar. De onderhoudskosten van nieuwe ambulances zijn in de eerste drie jaren lager dan in de laatste drie jaren. De voor deze ambulances gemaakte onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening. In 2024 is er € 127.693 onttrokken aan deze voorziening.
75
[Typ hier]
Paragraaf financiering Inleiding In het BBV (Besluit Beheer en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf wordt zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken tegen marktconforme condities om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) . Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s te beperken.
Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken: • worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; • wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; • worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.