CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bijlagen bij de toelichting Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

gemeenteraad 22 september 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II, Moleneind 23-25 (Het voorstel is zonder stemming aangenomen)19.705 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

10

3

BEOORDELING

3.1

Bedrijven en milieuzonering De VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009), geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor deze beoordeling. Voor de beoordeling van een goede inpassing wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert, zijn enerzijds “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en anderzijds “gemengd gebied”. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtafstanden. De te onderscheiden omgevingstypen worden onderstaand nader getypeerd. Rustige woonwijk en een rustig buitengebied “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.

Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stilte gebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planrealisatie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Het vertrekpunt vormt in algemene zin de afstand behorend bij een rustige woonwijk en een rustig buitengebied. De richtafstanden die hierbij behoren, kunnen echter met één stap worden verkleind indien er sprake is van een gemengd gebied. In de tabel 1 zijn de richtafstanden opgenomen zoals deze in de VNG publicatie worden geadviseerd. Tabel 1

Richtafstanden conform VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand (in meters) rustige woonwijk / buitengebied 10 30 50 100 200 300

Richtafstand (in meters) gemengd gebied 0 10 30 50 100 200

De richtafstanden gelden voor verschillende aspecten die tot milieuhinder kunnen leiden. Daarbij is de grootste afstand behorend bij één van de milieuaspecten; geur, stof, geluid en gevaar, bepalend voor de te hanteren richtafstand. Met het respecteren van de grootste afstand behorend bij een bepaalde bedrijfscategorie, wordt zo veel mogelijk hinder bij omwonenden voorkomen en wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun bedrijfsactiviteiten op de betreffende locatie kunnen uitoefenen.

11

Scheiding van functies versus functiemenging Scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies met behulp van milieuzonering is in de omgeving van sterk milieubelastende activiteiten zonder meer noodzakelijk. Een vergaande scheiding van functies kan echter ook leiden tot inefficiënt ruimtegebruik. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het de voorkeur om functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is.

3.2

Omgevingstype en milieucategorie De jachthaven is gelegen in het buitengebied van Kortenhoef (gemeente Wijdemeren) en is als zodanig voor de beschouwing van de mogelijke milieuhinder te categoriseren als “rustig buitengebied”.

3.3

Richtafstanden vanuit de omgeving Conform het bestemmingsplan Wijde Blik (gemeente Wijdemeren - gemeentelijk plan; bestemmingsplan artikel 10 vastgesteld (2005-02-03)) heeft een groot gebied rondom de jachthaven de bestemming Natuurgebied. In onderstaande afbeelding zijn de diverse bestemmingen in de omgeving van het plangebied weergegeven.

4 1

3 2 5

Afbeelding 3 Bestemmingen (Geel: Woondoeleinden; Lichtblauw: Water met natuur- en landschapswaarde; 1. Jachthaven; 2. Natuurgebied; 3. Agrarische doeleinden; 4; Botenverhuurbedrijf; 5. Verblijfsrecreatieve doeleinden) Het voornemen gaat uit van de realisatie van recreatiewoningen op de bestaande jachthaven. Er wordt niet uitgegaan van het toevoegen van nieuwe burgerwoningen. Recreatiewoningen zijn niet geluidgevoelig op grond van de Wet geluidhinder. Ook reiken de richtafstanden als gevolg van de relevante bestemmingen in de directe omgeving van de jachthaven niet tot over de binnen het plangebied geprojecteerde recreatiewoningen. Er is derhalve sprake van voldoende ruimtelijke scheiding ten opzichte van de bedrijvigheid in de directe omgeving.

12

3.4

Richtafstanden vanuit het plangebied Een deel van de jachthaven (ten noordwesten van de woningen Moleneind 26-27) is in het vigerende bestemmingsplan bestemd als ‘Natuurgebied’ (zie afbeelding 3). Beoogd is om dit aan te passen naar de bestemming ‘Jachthaven’. In het voor 2005 geldende bestemmingsplan was dit onderdeel van de jachthavenbestemming. Het terreindeel is ook altijd in gebruik geweest als jachthaven. Tegen de natuurbestemming is door de jachthaven een zienswijze ingediend waarbij de gemeente in de beantwoording heeft aangegeven dit te zullen aanpassen, maar in het vastgestelde plan is dit niet gedaan. De jachthaven heeft dat niet tijdig gezien om beroep te kunnen aantekenen. Voor het bepalen van de maximale milieucategorie voor het plangebied is aangesloten bij de milieucategorie behorende bij de omschrijving ‘Jachthavens met diverse voorzieningen’. Hiervoor geldt een milieucategorie 3.1 en een bijbehorende richtafstand van 50 meter voor de gebiedstypering ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’. Bij aanpassing van de bestemming dient rekening te worden gehouden met de richtafstanden naar de omliggende gevoelige bestemmingen, zoals Wonen. In navolgende afbeelding is de nieuwe bestemming (milieucategorie 3.1) binnen het plangebied weergegeven.

13

Afbeelding 4

Ligging uitbreiding plangebied en woonbestemmingen in de omgeving

Uit afbeelding 4 blijkt dat de richtafstand vanwege de uitbreiding reikt tot over een gebied met de bestemming ‘Wonen’ gelegen ten oosten en zuiden van de uitbreiding. Er is derhalve niet zonder meer sprake van voldoende ruimtelijke scheiding. Hierbij dient echter aangetekend te worden dat de betreffende woningen Moleneind 26, 27, 29, 30 en 31 in de huidige situatie ook al binnen de richtafstand van de bestemming ‘Jachthaven’ en de aanwezige bedrijvigheid zijn gelegen (zie afbeelding 5). Tevens zal ter plaatse geen wezenlijke wijziging van relevante milieu-emissies plaatsvinden. De bestaande opstallen worden gesloopt en deels vervangen door nieuwbouw, waarbij de bedrijvigheid met mogelijk relevante activiteiten bestaat uit:    

stalling (aan oostzijde) toiletten/horeca/koffiebar (aan westzijde) 2 recreatieappartementen (aan westzijde) aanlegplaats 2 woonarken

Het aanwezige groen/gras zal ook in de toekomstige situatie een groene invulling krijgen. Er is derhalve geen sprake van een negatieve (invloed op de) ruimtelijke scheiding tussen de bedrijvigheid en de woonbestemmingen c.q. woningen in de directe omgeving.

14

Afbeelding 5

Richtafstand bestaande bestemming Jachthaven en woonbestemmingen in de omgeving

15

4

CONCLUSIE In opdracht van AgROM is door Kragten een quickscan uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling Jachthaven Kortenhoef aan het Moleneind 23-25 te Kortenhoef (gemeente Wijdemeren). De ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van vier nieuwe recreatiewoningen op twee locaties en de planologische uitbreiding van de jachthaven (met een parkeerplaats en nieuwe bedrijfsloods). Op basis van de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is beoordeeld of voldaan wordt aan de voorwaarden/richtafstanden voor inpassing. Recreatiewoningen zijn niet geluidgevoelig op grond van de Wet geluidhinder. Ook reiken de richtafstanden als gevolg van de relevante bestemmingen in de directe omgeving van de jachthaven niet tot over de grens van het plangebied en de daarbinnen geprojecteerde recreatiewoningen. Er is derhalve sprake van voldoende ruimtelijke scheiding ten opzichte van de bedrijvigheid in de directe omgeving. Een deel van de jachthaven, dat in het vigerende bestemmingsplan bestemd is als ‘Natuurgebied’, wordt aangepast naar de bestemming ‘Jachthaven’. De richtafstand vanwege de uitbreiding reikt tot over een gebied met de bestemming ‘Wonen’ gelegen ten oosten en zuiden van de uitbreiding. Er is derhalve niet zonder meer sprake van voldoende ruimtelijke scheiding.

Hierbij dient echter aangetekend te worden dat de betreffende woningen Moleneind 26-27in de huidige ook al binnen de richtafstand van de bestemming ‘Jachthaven’ en de aanwezige bedrijvigheid zijn gelegen. Tevens zal ter plaatse geen wezenlijke wijziging van relevante milieuemissies plaatsvinden. Er is derhalve geen sprake van een negatieve (invloed op de) ruimtelijke scheiding tussen de bedrijvigheid en de woonbestemmingen c.q. woningen in de directe omgeving .

16

bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek 19.05.2022

58

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Milieutechniek ● ● Bodemonderzoek ● Asbestonderzoek ● Ecologisch onderzoek ● Saneringen ●

Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01

VERKENNEND en NADER BODEM- EN ASBESTONDERZOEK NEN 5740 en NEN 5707 MOLENEIND 23-25 TE KORTENHOEF (herinrichting JKHII)

Rapportnummer: P2100626 Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Moleneind 23-25 te Kortenhoef (herinrichting JHK II) Opdrachtgever: Jachthaven Kortenhoef B.V. De heer H. van der Laan Moleneind 2A 1241 NE Kortenhoef

HOPMAN EN PETERS

19 mei 2022 Opgesteld door: Gecontroleerd door: Contactpersoon/ projectleider:

E.C. (Christy) den Hertog / J. den Hartog J. den Hartog H. Hopman

Disclaimer: Dit rapport is eigendom van de opdrachtgever van Hopman en Peters en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het vervaardigd is. Dit uitsluitend met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit rapport blijven berusten bij Hopman en Peters. Kwaliteit en verbetering van product en processen hebben bij Hopman en Peters hoge prioriteit. Hopman en Peters hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001. Uitvoerende medewerkers van Hopman en Peters zijn erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieu hygiënische bodem- en waterbodemonderzoeken conform de protocollen 1001, 2001, 2002, 2018 en 6001.

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 4 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................................. 4 1.2 DOEL.............................................................................................................................................................. 4 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 5 2.1 ALGEMENE GEGEVENS .................................................................................................................................. 5 2.2 ACTUELE EN HISTORISCHE GEGEVENS .......................................................................................................... 5 2.3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE.......................................................................................................... 7 2.4 HYPOTHESE ................................................................................................................................................... 8 2.5 ONDERZOEKSOPZET ......................................................................................................................................

8 3. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN EN ANALYSES ............................................................... 11 3.1 VELDWERKZAAMHEDEN............................................................................................................................. 11 3.2 VELDWAARNEMINGEN ............................................................................................................................... 11 3.3 LABORATORIUMONDERZOEK ....................................................................................................................... 14 4. ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................ 15 4.1 NUMMER 25 ................................................................................................................................................. 15 4.2 NUMMER 25A .............................................................................................................................................. 16 4.3 NUMMER 25B ............................................................................................................................................... 17 4.4 NUMMER 28 ................................................................................................................................................. 18 5.

DISCUSSIE ....................................................................................................................................... 22 6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................. 23 6.1 SAMENVATTING .......................................................................................................................................... 23 6.1.1 NUMMER 25 ............................................................................................................................................. 23 6.1.2 NUMMER 25A .......................................................................................................................................... 23 6.1.3 NUMMER 25B ........................................................................................................................................... 24 6.1.4 NUMMER 28 ............................................................................................................................................. 25 6.2.1 CONCLUSIE NUMMER 25 .......................................................................................................................... 26 6.2.2 CONCLUSIE NUMMER 25A .......................................................................................................................

26 6.2.3 CONCLUSIE NUMMER 25B........................................................................................................................ 26 6.2.4 CONCLUSIE NUMMER 28 .......................................................................................................................... 27 6.3.1 ADVIES NUMMER 25 ................................................................................................................................ 27 6.3.2 ADVIES NUMMER 25A ............................................................................................................................. 27 6.3.3 ADVIES NUMMER 25B .............................................................................................................................. 27 6.3.4 ADVIES NUMMER 28 ................................................................................................................................ 28

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 3a BIJLAGE 3b BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

KADASTRALE KAART TEKENING ONDERZOEKSLOCATIES HISTORISCHE INFORMATIE SAMENVATTING RAPPORT VERKENNEND (ASBEST) BODEMONDERZOEK MAART 2015 INSTEMMING BUS-EVALUATIE MOLENEIND 23 KORTENHOEF SITUATIETEKENING MET BORINGEN, INSPECTIEGATEN EN PEILBUIZEN VELDWERKRAPPORTAGE ANALYSECERTIFICATEN TOETSINGSTABELLEN TOELICHTING OP UITGEVOERD BODEMONDERZOEK

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 4

1. INLEIDING Door Jachthaven Kortenhoef B.V. is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het verrichten van een verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek op de locatie Moleneind 23-25 te Kortenhoef. 1.1 Aanleiding In verband met de voorgenomen aanvraag voor een omgevingsvergunning (vervangende nieuwbouw recreatiewoningen en bedrijfshal) dient een bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 te worden uitgevoerd. 1.2 Doel Het verkennende bodemonderzoek is erop gericht om vast te stellen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor het beoogde gebruik. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek beschreven met daarin een interpretatie van de verkregen informatie en gestelde hypothese. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden beschreven (zowel het veldwerk als het uitgevoerd laboratoriumonderzoek). Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de analyseresultaten waarna in hoofdstuk 5 een samenvatting volgt met conclusies en adviezen.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 5

2. VOORONDERZOEK 2.1 Algemene gegevens Adres Coördinaten

: Moleneind 23-25 te Kortenhoef : X – 134.010 Y – 470.708

Omschrijving onderzoekslocatie De locatie waar het om gaat is gelegen aan een jachthaven en is bij de opdrachtgever bekend onder de naam JHK II (Jachthaven Kortenhoef II). De Jachthaven heeft als adres: Moleneind 28 te Kortenhoef. De locatie is kadastraal bekend als gemeente ’s Gravenland , sectie B, perceel 1817, 2841 en 3332. De locatie is in gebruik als jachthaven. Op vier locaties is vervangende bouw voorzien. In onderstaande tabel zijn de deellocaties benoemd samen met de kadastrale aanduiding en oppervlakte van het te onderzoeken deelgebied. Tabel: deelgebieden, kadastrale aanduiding en oppervlakten (m²)

Deelgebied (huisnummer) 25 25A 25B 28 (loods)

Kadastrale aanduiding Sectie B, nummer 2841 Sectie B, nummer 1817 Sectie B, nummer 2841 Sectie B, nummer 3332

Oppervlakte perceel 8.683 85 8.683 2.214

Onderzoeksoppervlakte 90 Circa 120 (10 x 12 meter) 118 Circa 270

De huisnummers 25, 25A en 25B betreffen recreatiewoningen en zijn direct aan het water van de jachthaven gelegen. Woning nummer 25 bevindt zich geheel op het water. Echter bevindt zich wel grond onder de woning. Volgens opgaaf is rondom de woning een damwand aanwezig die is opgevuld met grond waarop de woning staat. Het bouwvlak van de nieuwe recreatiewoning 25B beslaat 170 m² (10 x 17 meter). Een klein deel hiervan (circa 50 m²) betreft nu nog water van de jachthaven (noordelijk van de huidige woning), dat deels zal worden gedempt. Aangezien dat geen landbodem betreft wordt dat buiten beschouwing gelaten in onderhavig onderzoek. Huisnummer 28 is een loods voor de opslag van diverse materiaal en waarin onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden. In de loods vindt kleinschalige opslag van olieproducten plaats in jerrycans. De houten loods is van binnen voorzien van betonplaten op de grond en heeft asbestverdachte golfplaten met een dakgoot. Aan één zijde is de dakgoot loshangend. Aan de voorzijde is het maaiveld voorzien van betonplaten. Aan de zuidzijde is het maaiveld onverhard (gras). Deze loods wordt gesloopt en zal plaats maken voor een bedrijfshal en 2 appartementen met een oppervlakte van circa 270 m². In bijlage 1 is de kadastrale kaart van de onderzoekslocatie opgenomen.

In bijlage 2 is een tekening van de onderzoekslocatie opgenomen met hierop de aanduiding van de te onderzoeken deelgebieden. 2.2 Actuele en historische gegevens Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd:

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 6

opdrachtgever het landelijk bodemloket bodemkwaliteitskaart archief Hopman en Peters terreinverkenning Kadaster

Resultaten geraadpleegde bronnen: 1. Bij de opdrachtgever zijn van de locatie geen actuele kwaliteitsgegevens bekend. 2. Volgens het bodemloket zijn op de onderzoekslocatie of binnen een straal van 25 meter daarvan, (historisch) verdachte activiteiten bekend. Het betreft een ophooglaag ter plaatse van de loods, welke is gelegen op Moleneind 23. 3. Het onderzoeksgebied ligt in zone wonen van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Wijdemeren. Op basis daarvan voldoet de grond naar verwachting aan bodemkwaliteitsklasse 'wonen'. 4. Door Hopman en Peters is in het verleden (asbest) bodemonderzoek uitgevoerd voor het adres Kortenhoef 23. Nadien is een sanering uitgevoerd op basis van een BUS-melding. Het verkennende bodemonderzoek is uitgevoerd onder project: 14-P-025, d.d.: 26 maart 2015. De aanleiding betreft de voorgenomen nieuwbouw van de bedrijfshal (aanvraag omgevingsvergunning). Zintuiglijk is er, lokaal, puinhoudende grond geconstateerd. Analytisch blijkt dat de grond licht tot sterk verontreinigd is met (enkele) zware metalen, PAK, PCB en/ of minerale olie. In het grondwater is de concentratie barium maximaal licht verhoogd. Qua asbest is de gewogen (berekende) asbestconcentratie 1,4 mg/ kg droge stof (d.s.). Geadviseerd is om, alvorens de werkzaamheden, de grond te saneren. Ten behoeve van de sanering is een BUS-melding ingediend.

Het doel van de uitgevoerde sanering was om het terrein geschikt te maken voor bebouwing (onder andere wonen zonder tuin). Hiertoe is op het terrein een duurzame afdeklaag in de vorm van een betonvloer aangebracht. De bij de funderingsaanleg vrijkomende grond is onder de duurzame afdeklaag verwerkt. Onder bijlage 3.2 is de instemming op de ingediende BUS-evaluatie opgenomen. 5. Direct voorafgaand aan het veldwerk zal een terreinverkenning plaatsvinden. Daarbij zal worden gelet op bodembedreigende activiteiten. Indien nodig zal de onderzoeksopzet daarop worden aangepast. Eventuele bijzonderheden zijn vermeld in paragraaf 3.1.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 7

6. Voorafgaand aan het veldwerk is een graafmelding (KLIC-melding) verricht. Uit de geleverde informatie blijkt dat er riolering, data- en elektrakabels en water-, en gasleidingen aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. In bijlage 3 is de verkregen relevante historische informatie opgenomen. Vooronderzoek asbest In onderstaande tabel is aangegeven welke mogelijke bronnen voor een potentiële bodemverontreiniging met asbest aanwezig zijn. Tabel: overzicht mogelijk aanwezige bronnen voor asbestverontreiniging

Bron De eventuele aanwezigheid in het verleden van bedrijven die asbesthoudende producten produceerden1 Opstallen met asbestverdacht dak of wandbeplating Ophooglaag Aanwezigheid asbestwegen en -erven, -dammen en -dempingen Toepassing van asbesthoudende beschoeiingen langs watergangen en afperkingschotten in (volks)tuinen (Vroegere) Aanwezigheid van glastuinbouw, dan wel afval van kassen op of in de bodem Historische calamiteiten met asbest (brand, explosie, storm) (Voormalige) Aanwezigheid van puinhoudende grond of depots

1

Aanwezig (Eventuele toelichting/ situering) nee Niet van toepassing.

ja ja

De loods, ter plaatse van 28, is asbestverdacht met (loshangende) dakgoten. Bron: locatiebezoek Ter plaatse van het bedrijfspand gelegen op nummer 23. Bron: Bodemloket

nee nee

nee

nee

Voor zover bekend.

ja

Dit blijkt uit het verkennende onderzoek van Hopman en Peters. Echter is er, zowel zintuiglijk, als analytisch geen asbest aangetoond. Bron: archief Hopman en Peters

Dit zijn o.a. de asbestcementfabrieken van Eternit te Goor en Asbestona te Harderwijk, de asbestverwerkende fabrieken Van Gelder Papier te Wormer, Balamundi in Huizen en Forbo in Assendelft.

2.3 Bodemopbouw en geohydrologie Gegevens hieromtrent zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO en/of de website van Dinoloket. (https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen). In de navolgende tabel is de globale regionale bodemopbouw van het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen weergegeven. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zich circa 1,0 meter onder NAP. Tabel: regionale bodemopbouw

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022 bodemlaag deklaag

1

traject (m-mv1) 0-2

1e watervoerend pakket

2-12

scheidende laag

12-18

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 8 Grondsoorten Zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig, lokaal schelphoudend; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, kleiig Zand, zeer fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; leem, kleiig tot grindig; klei, lokaal siltig tot zandig; grind; stenen; keien; blokken

meter minus maaiveld

De stromingsrichting van het grondwater in het 1e watervoerend pakket is, in het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen, globaal noordwestelijk gericht. Het grondwater bevindt zich op circa 0,3 m-mv. 2.4 Hypothese Op basis van de op dit moment bij Hopman en Peters bekend zijnde gegevens worden de drie deelgebieden van de recreatiewoningen als ‘onverdacht’ aangemerkt. De loods (deelgebied nr. 28) wordt in verband met de golfplaten verdacht gesteld ten aanzien van asbest. In verband met de opslag van olieproducten in jerrycans wordt deelgebied huisnr. 28 ook verdacht gesteld voor olie. 2.5 Onderzoeksopzet Bij het bepalen van de onderzoeksopzet is uitgegaan van de onderzoekssystematiek zoals die is beschreven in de Nederlandse norm (NEN 5740 en NEN 5707). Het voorstel is om voor deelgebied 28 een gecombineerd onderzoek op basis van de NEN 5740 en NEN 5707 met een onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP), paragraaf 5.3. De andere drie deelgebieden worden onderzocht conform de strategie voor een kleinschalige onverdachte locatie (ONV), paragraaf 5.1.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 9

In onderstaande tabel is het onderzoeksprogramma nader uitgewerkt. Tabel: overzicht deellocaties

deelgebied

25 25A 25B 28 (loods)

strategie (NEN 5740) ONV

VEP

veldwerkzaamheden boring tot 0,5 m-mv 2 2 1 -

boring tot 1 mmv 5

boring tot 2 mmv 1 1 1 -

Analyse peilbuis

grond

grondwater

1 1 1

2x STAP1 2x STAP1 2x STAP1 3x STAP1 1x m.o.²

1x STAP1 1x STAP1 1x STAP1 1x STAP1

Verklaring: 1 STAP: standaardpakket: standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB's (7), minerale olie. standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie. ² m.o.: minerale olie, inclusief organische stof en lutum

Voor deelgebied nummer 28 zal in combinatie met het NEN 5740 onderzoek ook een asbest in bodemonderzoek volgens NEN 5707 plaatsvinden. De in het kader van het asbestonderzoek uit te voeren werkzaamheden zijn als volgt: Veldwerk (NEN 5707): ➢ Uitvoeren maaiveldinspectie. ➢ Het graven van 3 inspectiegaten asbest tot de onverdachte ondergrond (0,5 m-mv maar max. 2 m-mv). Analyses: ➢ 1 Grondmengmonster op asbest van de meest verdachte laag grond. Nader onderzoek NTA 5755 Naar aanleiding van de verhoogde concentraties aangetroffen in de verschillende deellocaties is besloten in eerste instantie de mengmonsters uit te splitsen. Hierop volgend zijn op de plekken waar er nog gehaltes boven de tussenwaarde zijn aangetroffen nader onderzoek verricht. Deellocatie 25 Sterk verontreinigd met koper in het mengmonster. Analyse na uitsplitsing wijst geen concentraties met koper aan boven de tussenwaarde. Deellocatie 25a Hier is in de ondergrond Koper en Pak aangetroffen boven de tussenwaarde en lood en zink boven de interventiewaarde. Na uitsplitsing van de individuele monsters zijn geen concentraties aangetroffen boven de tussenwaarde.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 10

Deellocatie 25b In de mengmonsters van de bovengrond is lood en nikkel aangetroffen boven de interventiewaarde. Na uitsplitsing is zink boven de interventiewaarde aangetoond en lood boven de tussenwaarde. In de mengmonsters van de ondergrond is lood en zink aangetroffen boven de interventiewaarde. Na uitsplitsing zijn cadmium, lood, nikkel en zink boven de interventiewaarde aangetoond en kobalt boven de tussenwaarde. In het grondwater is barium aangetoond boven de tussenwaarde en zink boven de interventiewaarde. Onderzoeksvragen NTA 5755: Wat is de omvang van de sterke metalen verontreiniging in horizontale en verticale zin in grond en grondwater? Is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging zoals genoemd in de Wet bodem bescherming(WBB)? Onderzoeksprogramma 8 boringen tot 2 m-mv, analyse op zware metalen. Plaatsen van een 4 tal peilbuizen en herbemonstering aanwezige peilbuis, analyse op zware metalen. Deellocatie 28 In de mengmonsters van de ondergrond is lood aangetroffen boven de interventiewaarde. Analyse na uitsplitsing wijst geen concentraties met lood aan boven de tussenwaarde. Bij gat 404 (kapotte regenpijp) is een concentratie aan asbest aangetroffen boven de interventiewaarde. Onderzoeksvragen NTA 5755: Wat is de omvang van de asbest verontreiniging in horizontale en verticale zin in de grond.

Is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging zoals genoemd in de Wet bodem bescherming(WBB)? Onderzoeksprogramma 5 sleuven, analyse op asbest.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 11

3. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN EN ANALYSES 3.1 Veldwerkzaamheden Het veldwerk is geheel conform de systematiek uit de BRL SIKB 2000 versie 6.0 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ met de daarbij horende protocollen 2001 (versie 6.0) , 2002 (versie 6.0) en 2018 (versie 6.0) uitgevoerd. Er zijn geen afwijkingen vastgesteld. Aangezien het maaiveld van de onderzoekslocatie verhard is met betonplaten (inpandig en ter plaatse van de voorzijde van de loods) én het feit dat het overige terrein rondom de loods begroeid is met gras, was het in afwijking van de BRL 2018 niet mogelijk een maaiveldinspectie van het de onbedekte maaiveld uit te voeren. Het uitvoeren van een maaiveldinspectie wordt gebruikt om te beoordelen of er binnen de onderzoekslocatie gedeelten aanwezig zijn die als meer of minder verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest kunnen worden aangemerkt. In het geval geen inspectie mogelijk is, wordt de gehele locatie als asbestverdacht aangemerkt. Omdat de aan- of afwezigheid van asbest op het maaiveld geen directe invloed heeft op de concentraties van asbest in de bodem, wordt het niet uitvoeren van een maaiveldinspectie als niet kritisch aangemerkt. Alvorens aan te vangen met de veldwerkzaamheden heeft een terreinverkenning en een maaiveldinspectie plaatsgevonden. Bij de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen.

De in aanvang opgestelde onderzoeksopzet hoeft niet te worden gewijzigd. De eerste fase van het veldwerk is door G. Peeters op 17-12-2021 uitgevoerd. De bemonstering van het grondwater is uitbesteed aan het externe veldwerkbureau Richard Sluis Milieukundig dienstverlening en uitgevoerd op 28-12-2021. Het registratienummer van Richard Sluis Milieukundig dienstverlening voor BRL 2000, met bijbehorende protocollen, is NC-SIK-20341. De tweede fase van het veldwerk is op 15 januari 2022 door Richard Sluis uitgevoerd. Op die dag zijn vijf inspectiegaten asbest gegraven rondom de loods (deelgebied nr. 28). Verder is de peilbuis in gebied 25B opnieuw bemonsterd en zijn in datzelfde deelgebied twee boringen opnieuw verricht ten behoeve van aanvullend laboratoriumonderzoek. Hierna is er op 9 april 2022 door Richard Sluis een nader onderzoek uitgevoerd. Voor een overzicht van de inspectiegaten, uitgevoerde boringen en geplaatste peilbuizen wordt verwezen naar de situatietekeningen opgenomen in bijlage 4. 3.2 Veldwaarnemingen Grond Nummers 25, 25A en 25B Vanaf het maaiveld tot de maximale boordiepte van 2,0 m–mv bestaat de bodem uit veen. Nummer 28 (loods) Vanaf het maaiveld tot 0,3 m–mv bestaat de bodem uit matig fijn zand gevolgd door veen tot de maximale boordiepte van 2,0 m–mv.

Lokaal, boringen 404 t/m 406 bestaat het gehele traject (tot de maximale boordiepte van 1,0 m-mv) uit matig fijn zand.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 12

Tijdens het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal beschreven en zintuiglijk beoordeeld. Tabel: zintuiglijke waarnemingen

Boring/ inspectiegat Nummer 25 301 Nummer 25B 201 202 Nummer 28 (loods) 404 405 406

Traject (m-mv)

Waarneming

0,5-1,0

zwak baksteenpuin

0,5-1,0 0,5-1,0

zwak baksteenpuin zwak baksteenpuin

0,0-0,3 0,0-0,3 0,0-0,3

Brokken puin Brokken puin Brokken puin

Grondwater Tijdens het bemonsteren van de peilbuizen is de grondwaterstand (GWS), de zuurgraad (pH) en het geleidingsvermogen (EC) van het grondwater vastgesteld. In de volgende tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen. Tabel: metingen grondwater

peilbuis Nummer 25 25 (peilbuis 301) Nummer 25A 25A (peilbuis 101) Nummer 25B 25 (peilbuis 201) 25(peilbuis 201) Herbemonstering 204 verticale begrenzing 205 horizontale begrenzing 206 horizontale begrenzing 207 horizontale begrenzing Nummer 28 (loods) 28 (peilbuis 401)

filter (m-mv)

GWS (m-mv)

pH

EC (ms/cm)

helderheid (NTU)

1,0-2,0

0,31

7.38

0.4

16.2

1,0-2,0

0,32

7.17

0.3

77

1,0-2,0 1,0-2,0

0,34 0,39

7.43 7.73

0.7 0.3

123 41

2,0-3,0

0,46

6,71

1,07

471

1,0-2,0

0,42

6,66

1,47

150

1,0-2,0

0,38

6,82

0,75

98

1,0-2,0

0,33

6,78

0,71

72

1,0-2,0

0,06

7.56

0.7

111

De pH en EC geven geen aanleiding tot opmerkingen. In het bemonsterde grondwater is echter wel een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 13

geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Asbest Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de inspectiegaten is wel asbestverdacht materiaal waargenomen. In bijlage 5 is de veldwerkrapportage opgenomen.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 14

3.3 Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek is samengevat in de navolgende tabel. Tabel: uitgevoerd laboratoriumonderzoek

monstercode

deelmonsters

traject (m-mv)

analysepakket

301 t/m 303 301 -

0,0-0,5 0,5-1,0 1,0-2,0

standaardpakket inclusief lutum en organisch stof standaardpakket grondwater

101 t/m 104 101 en 102 -

0,0-0,5 0,5-1,0 1,0-2,0

standaardpakket inclusief lutum en organisch stof standaardpakket grondwater

201 t/m 203 201 en 202 -

0,0-0,5 0,5-1,0 1,0-2,0

standaardpakket inclusief lutum en organisch stof standaardpakket grondwater

404 t/m 406

0,0-0,3

standaardpakket inclusief lutum en organisch stof

404 t/m 406

0,3-0,8

401 t/m 403

0,12-0,3

Loods ondergrond

401 t/m 403

0,3-0,8

ASB-MM01 PB401

404 t/m 406 -

0,0-0,3 1,0-2,0

Nummer 25 Bovengrond Ondergrond PB301 Nummer 25A Bovengrond Ondergrond PB101 Nummer 25B Bovengrond Ondergrond PB201 Nummer 28 (loods) Buitenzijde bovengrond Buitenzijde ondergrond Loods bovengrond

standaardpakket inclusief lutum en organisch stof standaardpakket inclusief lutum en organisch stof asbest in grond standaardpakket grondwater

Naar aanleiding van de verkregen resultaten heeft, na overleg met de opdrachtgever aanvullend laboratoriumonderzoek plaats gevonden. De mengmonsters waarin gehalten boven de tussenwaarde en/of boven de interventiewaarde zijn vastgesteld zijn nader onderzocht. Daarbij zijn de grondmonsters waaruit de mengmonsters waren samengesteld separaat op de betreffende parameters onderzocht (een zogeheten uitsplitsing). Naar aanleiding van verhoogde parameters welke zijn aangetroffen na uitsplitsing boven de tussenwaarde is nader onderzoek uitgevoerd. De analysecertificaten zijn in bijlage 6 opgenomen.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 15

4. ANALYSERESULTATEN In bijlage 7 zijn de toetsingstabellen met de berekende toetsingswaarden opgenomen. In bijlage 8 is een nadere uitleg omtrent de toetsing opgenomen. 4.1 Nummer 25 In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten weergegeven. Tabel: interpretatie analyseresultaten grond en grondwater

> AW of S

>T

Grond Bovengrond (301 t/m 303: 0-0,5 m-mv) Ondergrond (301: 0,5-1 m-mv)

Lood en zink Nikkel en minerale olie uitsplitsing mengmonster Bovengrond (301 t/m 303: 0-0,5 m-mv); analyse op koper 301: 0-50 302: 0-50 303: 0-50 Grondwater Peilbuis 301 (1-2 m-mv) -

>I

Koper -

-

Verklaring van de afkortingen >AW of S: Groter dan achtergrondwaarden grond; streefwaarde grondwater >T: Groter dan tussenwaarden >I: Groter dan interventiewaarden

In het monster van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten aan lood en zink vastgesteld. De concentratie koper is sterk verhoogd. Uit aanvullend laboratoriumonderzoek is gebleken dat in géén van de onderzochte deelmonsters koper boven de achtergrondwaarde is gemeten. Dat is enigszins opvallend. De oorzaak is niet eenduidig te verklaren. Waarschijnlijk heeft er een heel klein koperhoudend (methalisch) deeltje in het grondmonster gezeten. In het monster van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan nikkel en minerale olie vastgesteld. In het grondwatermonster zijn geen verhoogde concentraties aan vastgesteld.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 16

4.2 Nummer 25A In navolgende tabel zijn de toetsingsresultaten weergegeven. Tabel: interpretatie analyseresultaten grond en grondwater

> AW of S

>T

>I

Grond Bovengrond (101 t/m 104: 0-0,5 m-mv) Ondergrond (101 en 102: 0,5-1,0 m-mv)

Kwik, lood en zink Cadmium, kobalt, Koper en Lood en kwik, molybdeen, PAK zink nikkel, minerale olie en PCB uitsplitsing mengmonster Ondergrond (101 en 102: 0,5-1,0 m-mv); analyses op standaardpakket 101: 0,50-1,0 Lood 102: 0,50-1,0 Grondwater Peilbuis 101 (1-2 m-mv) Barium Verklaring van de afkortingen PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK-totaal (10 van VROM) Pcb: Polychloorbifenylen (totaal van pcb 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180) >AW of S: Groter dan achtergrondwaarden grond; streefwaarde grondwater >T: Groter dan tussenwaarden >I: Groter dan interventiewaarden

In het monster van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen vastgesteld. In het monster van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen en PCB aangetoond. De parameters koper en PAK zijn matig verhoogd. De concentraties lood en zink zijn sterk verhoogd. Na uitsplisting is slechts nog sprake van een licht verhoogde concentratie aan lood. In het grondwatermonster is een licht verhoogde concentratie aan barium vastgesteld.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 17

4.3 Nummer 25B In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten weergegeven. Tabel: interpretatie analyseresultaten grond en grondwater

> AW of S

>T

>I

Grond Bovengrond (201 t/m 203: 0-0,5 m-mv)

Cadmium, koper, Lood en kwik, minerale olie, nikkel PAK en PCB Ondergrond (201 en 202: 0,5-1 m-mv) Cadmium, kobalt, Lood en zink koper, kwik, molybdeen, nikkel, minerale olie, PAK en PCB uitsplitsing mengmonster Bovengrond (201 t/m 203: 0-0,5 m-mv); analyses op zware metalen 201: 0-50 Cadmium, koper, Lood Zink kwik (1,2 x I) 202: 0-50 Koper, kwik, lood en zink 203: 0-50 Koper, kwik, lood Zink (1,3 x I) uitsplitsing mengmonster Ondergrond (201 en 202: 0,5-1 m-mv); analyses op zware metalen 201a; 0,4-0,9 zie opmerking onder tabel 202a; 0,4-0,9 Kwik, lood en zink 203a 0,5-1,0 Koper, kwik, Kobalt cadmium molybdeen (2.1 x I) lood (2,6 I) nikkel (3,2 I) zink (27 I) Grondwater Peilbuis 201 (1-2 m-mv) Lood Barium Zink Peilbuis 201 (1-2 m-mv) herbemonstering Lood Barium Zink Verklaring van de afkortingen PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK-totaal (10 van VROM) Pcb: Polychloorbifenylen (totaal van pcb 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180) >AW of S: Groter dan achtergrondwaarden grond; streefwaarde grondwater >T: Groter dan tussenwaarden >I: Groter dan interventiewaarden

In het monster van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen, minerale olie, PAK en PCB vastgesteld. De parameters lood en nikkel zijn sterk verhoogd. Uit aanvullend laboratoriumonderzoek is gebleken dat de bovengrond van boringen 201 en 203 sterk verontreinigd is met zink.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 18

In het monster van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn de concentraties van (enkele) zware metalen, minerale olie, PAK en PCB licht verhoogd. Lood en zink zijn sterk verhoogd. Door het laboratorium is aangegeven dat monsterpotten zijn gebruikt bij het eerdere projecten (analyse van het mengmonster). Hierdoor was er niet voldoende materiaal over voor nieuwe analyses. Daarom was het de bedoeling dat boringen 201 en 202 zouden worden herplaatst zodat nieuwe monsters aangeleverd konden worden. Abusievelijk heeft de veldwerker echter boring 203a verricht in plaats van 201. Uit de analyseresultaten blijkt dat de ondergrond van 202 slechts licht verontreinigd is met zware metalen. De ondergrond van 203a zijn (zeer) sterk verhoogde gehalten aan cadmium, nikkel, lood en zink aangetoond. Kobalt is matig verhoogd. In het grondwatermonster is een licht verhoogde concentratie aan lood vastgesteld. De parameter barium is matig verhoogd en de concentratie zink sterk. De resultaten van de herbemonstering bevestigen de eerdere metingen. De concentraties na herbemonstering liggen in dezelfde orde van grootte. Nader onderzoek NTA 5755 Grond: De verontreiniging met zware metalen is niet afgeperkt. Dde verontreiniging (met name zink) blijkt zeer heterogeen voor te komen. De sterke verontreiniging is aangetoond in boringen 201, 210, 211, 206 en 203.

In de boringen 207, 205, 209 en 212 zijn geen of slechts lichte concentraties aangetoond boven de achtergrondwaarde. Grondwater: De verontreiniging met zink is afgeperkt in verticale zin door pb 204, hier worden geen sterke concentraties meer aangetroffen. De verontreiniging met zink is afgeperkt in horizontale zin door pb 205, Pb 206 en pb 207, hier worden geen sterke concentraties meer aangetroffen aan zink. 4.4 Nummer 28 Verkennend onderzoek NEN5740 In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten weergegeven. Tabel: interpretatie analyseresultaten grond en grondwater

Grond Buitenzijde bovengrond (404 t/m 406: 0-0,3 m-mv)

Buitenzijde ondergrond (404 t/m 406: 0,3-0,8 mmv) Loods bovengrond (401 t/m 403: 0,12-0,3 m-mv)

> AW of S

>T

>I

Cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, minerale olie, PAK en PCB Koper, kwik, lood, zink, minerale olie en PAK Lood, minerale olie, PAK

Zink

-

-

-

-

-

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 19 > AW of S

>T

>I

Loods ondergrond (401 t/m 403: 0,3-0,8 m-mv)

Cadmium, koper, Lood kwik, nikkel, zink, minerale olie en PAK uitsplitsing mengmonster Buitenzijde bovengrond (404 t/m 406: 0-0,3 m-mv) analyse op zink 404-1: 0-0,3 m-mv Zink 405-1: 0-0,3 m-mv Zink 406-1: 0-0,3 m-mv Zink uitsplitsing mengmonster Loods ondergrond (401 t/m 403: 0,3-0,8 m-mv) ; analyses op lood 401: 0,3-0,8 402: 0,3-0,8 Lood 403: 0,3-0,8 Lood Grondwater Peilbuis 401 (1-2 m-mv) Benzeen, xyleen en som xylenen Verklaring van de afkortingen PAK: Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK-totaal (10 van VROM) Pcb: Polychloorbifenylen (totaal van pcb 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180) >AW of S: Groter dan achtergrondwaarden grond; streefwaarde grondwater >T: Groter dan tussenwaarden >I: Groter dan interventiewaarden

Buitenzijde In het monster van de bovengrond (0,0-0,3 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten (enkele) zware metalen, PAK en PCB vastgesteld. De parameter zink is matig verhoogd In het monster van de ondergrond (0,3-0,8 m-mv) zijn (enkele) zware metalen, minerale olie en PAK licht verhoogd aangetoond. Uit aanvullend laboratoriumonderzoek blijkt dat op 1 boorlocatie de tussenwaarde voor zink in de toplaag wordt overschreden (boring 404). Loods In het monster van de bovengrond (0,12-0,3 m-mv) zijn analytisch geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetroffen. In het monster van de ondergrond (0,3-0,8 m-mv) zijn (enkele) zware metalen, minerale olie en PAK licht verhoogd. De concentratie lood is sterk verhoogd. Na uitsplitsing van de mengmonsters en separate analyse zijn er geen gehaltes meer aangetoond aan lood boven de tussenwaarde. In het grondwatermonster zijn licht verhoogde concentraties aan benzeen, xyleen en som xylenen vastgesteld. Verkennend en nader onderzoek asbest NEN5707 Interpretatie asbest in bodem Tijdens het veldwerk is geen asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. In de navolgende tabel zijn de resultaten van het onderzochte grondmengmonster

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 20

weergegeven. Tabel: asbestconcentratie speciemonsters (mg/kg d.s.) en eventuele overschrijding

(meng)monstercode ASB-MM01 (404 t/m 406: 0-0,3 m-mv)

asbest in veld (g) gemeten

asbest in veld (mg/kg d.s.) gewogen

-

-

asbest in lab totaal overschrijding (mg/kg d.s.) interventiewaarde gemeten (> 100 mg/ kg) gewogen S A 14 12 140 Ja

S = gemeten concentratie serpentijnen, A = gemeten concentratie amfibolen

Bespreking asbest in de bodem en beoordeling Maaiveld Omdat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen is voor het maaiveld geen berekening uitgevoerd. In de bodem In het onderzochte grondmonster ASB-MM01 (404 t/m 406: 0,0-0,3 m-mv) is asbest aangetoond boven de rapportagegrens. De totale gewogen concentratie voor de actuele contactzone (bovenste 0,3 meter) bedraagt 140 mg/kg droge stof (d.s.) Dit gehalte ligt (ruim) boven de interventiewaarde. Naar aanleiding van de verkregen resultaten is een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn in totaal 4 asbest inspectiegaten gegraven. Drie gaten zijn gegraven op nagenoeg dezelfde plekken als de eerdere asbest gaten. Verder is een vierde gat gegraven voor een betere verdeling aan weerzijde van de loods. Aan weerszijde van de loods zijn 2 gaten gegraven. Aanvullend onderzoek asbest NEN5707 In onderstaande tabel zijn de resultaten van het aanvullend asbestonderzoek weergegeven.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 21

Ter plaatse van inspectiegat 404a zijn in de uitgezeefde fractie stukjes asbestverdacht materiaal gevonden. De stukjes (plaat)materiaal zijn als asbest zamelmonster meegenomen en naar het laboratorium overgebracht voor identificatie. Uit identificatie blijkt dat deze stukjes inderdaad asbest houdend zijn. Het betreft hechtgebonden asbest (chrysotiel) Het asbest dat in de vier onderzochte grondmonsters is aangetroffen, betreft ook allemaal van het type chrysotiel. nr. asbestgat

gehalte asbest (gewogen)

overschrijding interventiewaarde (> 100 mg/ kg)

404a

160 (in fractie < 20 mm) 4000 (materiaal) totaal: 4160 mg 42 < 0,3 < 0,3

ja

405a 406a 407a

nee nee nee

De inspectiegaten 406 en 407 zijn aan de noordzijde van de loods gesitueerd. De schone inspectiegaten 404a en 405a zijn zuidelijk van de loods gegraven. Een nader bodemonderzoek is ons inziens noodzakelijk om de omvang verder in beeld te krijgen. Een nader bodemonderzoek naar asbest is noodzakelijk indien het gewogen gehalte asbest de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) overschrijdt. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Voor asbest geldt geen volumecriterium ten aanzien van vaststelling of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop volgend is er een nader onderzoek uitgevoerd voor asbest. Er zijn 5 sleuven gegraven in 1 RE.(ruimtelijke eenheid)rondom gat 404/404a. De onderzoeksoppervlakte van de RE bedraagt ca. 150 m². Niet van alle sleuven zijn monsters ingezet van de fijne fractie. In enkele sleuven is al zoveel materiaal aangetroffen in de grove fractie dat deze zoiezo boven de 100 mg/kg ds. uitkomen. overschrijding nr. diepte gehalte asbest interventiewaarde asbestsleuf (gewogen) mg/kg (> 100 mg/ kg)

S1 30-50 0,3 nee S2 20-40 10 nee S3 0-20 600 ja S3 20-40 1289 ja S4 0-20 154 ja S4 20-40 0,4 nee S5 0-20 65 nee S5 20-40 0,4 nee De bodem rondom gat 404/sleuf S3 blijkt sterk verontreinigd te zijn. De verontreiniging met asbest is niet afgeperkt in horizontale en verticale zin.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 22

5. DISCUSSIE Voor de volgende monsters is de conserveringstermijn overschreden 101(50-100) 102(50-100) MM: 401 +402+403 (12-30) Gezien de resultaten is niet de verwachting dat dit geleidt heeft tot andere resultaten dan gerapporteerd. Buiten de loods bevindt zich een puin/grind pad, dit behoord formeel niet tot de bodem. Gezien de zeer hoge grondwaterstand en actuele contactzone is dit wel als zijnde bodem beschouwd.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 23

6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN ADVIES 6.1 Samenvatting Door Jachthaven Kortenhoef B.V. is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het verrichten van een verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie Moleneind 23-25 te Kortenhoef. In verband met de voorgenomen aanvraag voor een omgevingsvergunning (vervangende nieuwbouw recreatiewoningen) is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd. Het verkennende bodemonderzoek is erop gericht om vast te stellen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor het beoogde gebruik. In onderstaande tabel zijn de deellocaties benoemd samen met de kadastrale aanduiding en oppervlakte van het te onderzoeken deelgebied. Tabel: deelgebieden, kadastrale aanduiding en oppervlakten (m²)

Deelgebied (huisnummer) 25 25A 25B 28 (loods)

Kadastrale aanduiding Sectie B, nummer 2841 Sectie B, nummer 1817 Sectie B, nummer 2841 Sectie B, nummer 3332

Oppervlakte perceel m² 8.683 85 8.683 2.214

Onderzoeksoppervlakte m² 90 Circa 120 (10 x 12 meter) 118 Circa 270

Het veldwerk is conform de SIKB-protocollen 2001, 2002 en 2018 uitgevoerd. Er zijn geen afwijkingen vastgesteld. 6.1.1 Nummer 25 ➢ Op basis van de verzamelde actuele en historische gegevens is de locatie als onverdacht aangemerkt en als zodanig onderzocht conform paragraaf 5.1 (ONV) van de NEN 5740. ➢ Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond lokaal brokken puin gevonden die wijzen op het voorkomen van een potentiële verontreiniging in de bodem van de onderzoekslocatie. ➢ In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten aan lood en zink vastgesteld. De concentratie koper is sterk verhoogd. ➢ Uit aanvullend laboratoriumonderzoek is gebleken dat in géén van de onderzochte deelmonsters koper boven de achtergrondwaarde is gemeten. Dat is enigszins opvallend. De oorzaak is niet eenduidig te verklaren. Waarschijnlijk heeft er een heel klein koperhoudend (methalisch) deeltje in het grondmonster gezeten. ➢ In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan nikkel en minerale olie vastgesteld. ➢ In het grondwatermonster zijn geen verhoogde concentraties aan vastgesteld. 6.1.2 Nummer 25A ➢ Op basis van de verzamelde actuele en historische gegevens is de locatie als onverdacht aangemerkt en als zodanig onderzocht conform paragraaf 5.1 (ONV) van de NEN 5740.

➢ In de grond zijn zintuiglijk geen afwijkingen gevonden die wijzen op het voorkomen van

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 24

een potentiële verontreiniging in de bodem van de onderzoekslocatie. ➢ In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen vastgesteld. ➢ In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen en PCB aangetoond. De parameters koper en PAK zijn matig verhoogd. De concentraties lood en zink zijn sterk verhoogd. ➢ Na uitsplisting is slechts nog sprake van een licht verhoogde concentratie aan lood. ➢ In het grondwatermonster is een licht verhoogde concentratie aan barium vastgesteld. 6.1.3 Nummer 25B ➢ Op basis van de verzamelde actuele en historische gegevens is de locatie als onverdacht aangemerkt en als zodanig onderzocht conform paragraaf 5.1 (ONV) van de NEN 5740. ➢ In de grond zijn lokaal brokken puin gevonden die wijzen op het voorkomen van een potentiële verontreiniging in de bodem. ➢ In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen, minerale olie, PAK en PCB vastgesteld. De parameters lood en nikkel zijn sterk verhoogd. ➢ In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn de concentraties van (enkele) zware metalen, minerale olie, PAK en PCB licht verhoogd. Lood en zink zijn sterk verhoogd. ➢ In het grondwatermonster is een licht verhoogde concentratie aan lood vastgesteld. De parameter barium is matig verhoogd en de concentratie zink sterk.

➢ Door het laboratorium is aangegeven dat monsterpotten zijn gebruikt bij het eerdere projecten (analyse van het mengmonster). Hierdoor was er niet voldoende materiaal over voor nieuwe analyses. ➢ Daarom was het de bedoeling dat boringen 201 en 202 zouden worden herplaatst zodat nieuwe monsters aangeleverd konden worden. Abusievelijk heeft de veldwerker echter boring 203a verricht in plaats van 201. Uit de analyseresultaten blijkt dat de ondergrond van 202 slechts licht verontreinigd is met zware metalen. De ondergrond van 203a zijn (zeer) sterk verhoogde gehalten aan cadmium, nikkel, lood en zink aangetoond. Kobalt is matig verhoogd. ➢ In het grondwatermonster is een licht verhoogde concentratie aan lood vastgesteld. De parameter barium is matig verhoogd en de concentratie zink sterk. De resultaten van de herbemonstering bevestigen de eerdere metingen. De concentraties na herbemonstering liggen in dezelfde orde van grootte. Nader onderzoek NTA 5755 Grond: ➢ De verontreiniging met zware metalen is niet afgeperkt. Dde verontreiniging (met name zink) blijkt zeer heterogeen voor te komen. De sterke verontreiniging is aangetoond in boringen 201, 210, 211, 206 en 203. In de boringen 207, 205, 209 en 212 zijn geen of slechts lichte concentraties aangetoond boven de achtergrondwaarde. De verontreiniging is niet afgeperkt in horizontale of verticale zin.

➢ Er is sprake van meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond met zink. Dit is een ernstig geval zoals beschreven in de wet bodembescherming. ➢ Grondwater:

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 25

➢ De verontreiniging met zink is afgeperkt in verticale zin door pb 204, hier worden geen sterke concentraties meer aangetroffen. De verontreiniging met zink is afgeperkt in horizontale zin door pb 205, Pb 206 en pb 207, hier worden geen sterke concentraties meer aangetroffen aan zink. ➢ Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het grondwater zoals beschreven in de wet bodembescherming. 6.1.4 Nummer 28 ➢ Op basis van de verzamelde actuele en historische gegevens is de locatie als verdacht aangemerkt en als zodanig onderzocht conform paragraaf 5.3 (VEP) van de NEN 5740 en paragraaf 6.4.5 van de NEN 5707. ➢ In de grond zijn lokaal brokken puin geconstateerd. ➢ Zintuiglijk is er geen asbest aangetoond. ➢ In de grond nabij de kapotte dakgoot (0,0-0,3 m-mv) is analytisch asbest aangetoond (140 mg/ kg d.s.). ➢ In het grondwatermonster zijn licht verhoogde concentraties aan benzeen, xyleen en som xylenen vastgesteld. Loods ➢ In de bovengrond (0,12-0,3 m-mv) zijn analytisch geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetroffen. ➢ In de ondergrond (0,3-0,8 m-mv) zijn (enkele) zware metalen, minerale olie en PAK licht verhoogd. De concentratie lood is sterk verhoogd. ➢ Na uitsplitsing van de mengmonsters en separate analyse zijn er geen gehaltes meer aangetoond aan lood boven de tussenwaarde.

Buitenzijde ➢ In de bovengrond (0,0-0,3 m-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten (enkele) zware metalen, PAK en PCB vastgesteld. De parameter zink is matig verhoogd ➢ In de ondergrond (0,3-0,8 m-mv) zijn (enkele) zware metalen, minerale olie en PAK licht verhoogd aangetoond. Nader onderzoek asbest Hierop volgend is er een nader onderzoek uitgevoerd voor asbest. Er zijn 5 sleuven gegraven in 1 RE.(ruimtelijke eenheid)rondom gat 404/404a. De onderzoeksoppervlakte van de RE bedraagt ca. 150 m². Geconcludeerd moet worden dat de bovenste 0-30 cm bestaat uit grind/puin en geen bodem betreft.(>50 % bodemvreemd). Niet van alle sleuven zijn monsters ingezet van de fijne fractie. In enkele sleuven is al zoveel asbest verdacht materiaal aangetroffen in de grove fractie dat deze zoiezo boven de 100 mg/kg ds. uitkomen. De bodem rondom gat 404/sleuf S3 blijkt sterk verontreinigd te zijn. De verontreiniging met asbest is niet afgeperkt in verticale zin. De verontreiniging is afgeperkt binnen het onderzoeksgebied. Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging(geen volume criteria voor asbest) zoals omschreven in de wet bodembescherming.

P2100626 Moleneind 23-25 te Kortenhoef 19 mei 2022

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek 26

6.2.1 Conclusie nummer 25 Geconcludeerd moet worden, dat gezien het feit dat er gehalten boven de achtergrondwaarden zijn aangetoond, de onderzoekshypothese onverdacht in de zin van de NEN 5740 verworpen dient te worden. De licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen en/ of minerale olie in de grondmonsters zijn niet eenduidig te verklaren, maar zijn van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven. 6.2.2 Conclusie nummer 25A Geconcludeerd moet worden, dat gezien het feit dat er gehalten boven de achtergrondwaarden zijn aangetoond, de onderzoekshypothese onverdacht in de zin van de NEN 5740 verworpen dient te worden. De licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen en/ of PCB in de grondmonsters zijn niet eenduidig te verklaren, maar zijn van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven. Het licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwatermonster is niet eenduidig te verklaren, de concentratie is echter van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeft. 6.2.3 Conclusie nummer 25B Geconcludeerd moet worden, dat gezien het feit dat er gehalten boven de achtergrondwaarden zijn aangetoond, de onderzoekshypothese onverdacht in de zin van de NEN 5740 verworpen dient te worden.

De licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen, minerale olie, PAK en/ of PCB in de grondmonsters zijn niet eenduidig te verklaren, maar zijn van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven. Het licht verhoogde gehalte aan lood in het grondwatermonster is niet eenduidig te verklaren, de concentratie is echter van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeft. De parameter barium is matig verhoogd en zink sterk verhoogd. Grond: De verontreiniging met zware metalen is niet afgeperkt. De verontreiniging (met name zink) blijkt zeer heterogeen voor te komen. De sterke verontreiniging is aangetoond in boringen 201, 210, 211, 206 en 203. In de boringen 207, 205, 209 en 212 zijn geen of slechts lichte concentraties aangetoond boven de achtergrondwaarde. De verontreiniging is niet afgeperkt in horizontale of verticale zin. In horizontale zin is deze wel afgeperkt op het onderzoeksperceel. Er is sprake van meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond met zink. Dit is een ernstig geval zoals beschreven in de wet bodembescherming. Grondwater: De verontreiniging met zink is afgeperkt in verticale zin door pb 204, hier worden geen sterke concentraties meer aangetroffen. De verontreiniging met zink is afgeperkt in horizontale zin door pb 205, Pb 206 en pb 207,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11754576/1