CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bijlagen bij de toelichting Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

gemeenteraad 22 september 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II, Moleneind 23-25 (Het voorstel is zonder stemming aangenomen)19.705 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Ecologisch onderzoek 25.05.2022

4

Bijlage 2

Onderzoek stikstofdepositie 27.01.2022

16

Bijlage 3

Natuurontwikkelingsplan jachthaven 05.07.2022

26

Bijlage 4

Onderzoek bedrijven- en milieuzonering 08.07.2021

41

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek 19.05.2022

58

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek industrielawaai 29.06.2022

347

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

Bijlagen bij de toelichting

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek 25.05.2022

4

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Quick scan ecologie Moleneind 23-25 te Kortenhoef

25 mei 2022

Pagina 1

Samenvatting Voor de planlocatie Jachthaven aan II Duivenkamp aan Moleneind te 23-25 Maarssen te Kortenhoef worden ruimtelijke worden ruimtelijke plannenplannen voorbereid. Het betreft meerdere voorbereid. Het voornemen woningen in is om Maarssenbroek. meerdere loodsen/woningen De te werkzaamheden slopen en nieuwezijn beperkt tot het vervangen van de loodsen/woningen te realiseren. dakkapellen. Ook zal natuurontwikkeling Uit de resultaten van de quick scan plaatsvinden. ecologie van 1 maart 2021 is gebleken dat de aanwezigheid van Uit de resultaten van de quick scan vleermuis, huismus en2021 gierzwaluw ecologie van 23 maart is rondom dakkapellen op geblekende dat dat de aanwezigheid voorhand kunnensoorten wordenin de van beschermde uitgesloten. Er zijn geen geschikte panden die worden gesloopt kan openingen rondom de dakkapellen worden uitgesloten waar deze soorten zich kunnen Gezien de omgeving is de kans op ophouden. Een aanvullend algemeen onderzoekvoorkomende naar deze soorten is niet broedvogels In de nodig. Zodraaanwezig. er werkzaamheden aanwezige struiken en bomen rij en plaatsvinden aan de onderste op de platte is daken kunnen dakpannen, aanvullend algemene broeden. Er onderzoekbroedvogels naar huismus moet rekening gehouden worden noodzakelijk. met het broedseizoen voor en Er moetde rekening gehouden worden tijdens werkzaamheden.

met het broedseizoen en Geadviseerd wordt omvoor te werken tijdens werkzaamheden. met eende ecologisch werkprotocol. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten de Een ontheffing van de Wet broedperiode te starten en met natuurbescherming is nodig alseen een ecologisch werkprotocol te werken. effect op deze soorten niet is te vermijden. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is nodig als een De kans er soorten een significante effect opdat deze niet is te wijziging in de emissie is, is niet uit vermijden. te sluiten. Een berekening van de De kans dat er een stikstofdepositie opsignificante de Natura wijziging in de is emissie is, is niet uit 2000-gebieden verstandig. te sluiten. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is verstandig.

Inhoud 2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 5 – Waarnemingen 9 – Analyse 11– Advies & Bronnen

Inleiding Voor de planlocatie Jachthaven II aan Moleneind 23-25 te Kortenhoef worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het voornemen is om meerdere loodsen/woningen te slopen en nieuwe loodsen/woningen te realiseren. Ook zal natuurontwikkeling plaatsvinden. Voor de ruimtelijke plannen wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 23 maart 2021 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik.

Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.

Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status

Jachthaven Kortenhoef 21.090 29 maart 2021. herzien 25 mei 2022 M.J. Josemans P.J.H. van der Linden definitief

Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl Ligging van het perceel.

Pagina 2

H02

Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie aan Moleneind 23 – 25 is gelegen binnen de bebouwde kom van het dorp Kortenhoef in de gemeente Wijdemeren. Jachthaven Kortenhoef II is gelegen tegen de plas Wijde Blik. De werkzaamheden betreffen sloop en nieuwbouw van diverse loodsen en woningen. Verder wordt er water gedempt en gegraven. Het beschermde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen is gelegen op zeer korte afstand en grenst aan de planlocatie. Dit gebied is eveneens het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000-gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt, is een berekening noodzakelijk van de effecten.

Ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied (rood) en Natuurnetwerk Nederland (groen).

Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Utrecht niet beschermd. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied ligt op ongeveer 3,1 kilometer afstand ten westen van de planlocatie. Demping Binnen de jachthaven wordt een geringe oppervlakte water gedempt en gecompenseerd met het verbreden van het bestaande water en aanleg van een nieuwe watergang. De waterpartij krijg een natuurvriendelijke glooiende oever. Het te dempen water en de te verbrede watergang ligt binnen de jachthaven en buiten het beschermde natuurgebied. De nieuwe watergang en de poel liggen binnen het Natuurnetwerk en buiten het Natura 2000-gebied. De poel is een optimaal voortplantingswater voor amfibieën.

Ligging van de planlocatie ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (groen) en weidevogelleefgebied (blauw).

Pagina 3

Legenda: 1. Huidige botenloods wordt gesloopt om nieuwe bedrijfsloods en parkeerplaatsen te realiseren. 2. Huidige botenhuis wordt gesloopt en hierheen verplaatsen van 2 woonarken.

3. Grasland onderdeel van natuurontwikkelingsplan. 4. Huidige botenloods wordt gesloopt om een nieuwe botenloods te realiseren met 2 recreatiewoningen daarbovenop. 5. Klein onderhoud aan de huidige botenloods. 6. Recreatiewoningen (a,b,c) worden gesloopt om nieuwe recreatiewoningen te realiseren. 7. Grasland onderdeel van natuurontwikkelingsplan.

Pagina 4

H03

Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek.

Loods (nr. 1)

De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locatie wordt beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied). Om een goed oordeel te kunnen geven is op 23 maart 2021 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten.

Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken.

Botenhuis (nr. 2)

Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten. Tijdens het veldbezoek van 23 maart 2021 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden betrof bewolkt weer met een temperatuur van 10 ºC en windkracht 2 Bft. Er was sprake van 85% bewolking.

Pagina 5

Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn twee waarnemingen van huismus (Passer domesticus) bekend nabij de planlocatie, namelijk nabij Moleneind 29 en 34. Er is één waarneming bekend van gierzwaluw (Apus apus) op het terrein (Moleneind 24). Er zijn geen waarnemingen bekend van vleermuizen op of nabij de planlocatie. Eén waarneming is bekend van een boommarter (Martes martes) nabij de kruising van Moleneind en Vreelandseweg. Er zijn verder geen waarnemingen van marters, beschermde amfibieën en reptielen bekend nabij de planlocatie. Vegetatie en planten In de jachthaven zijn enkele woningen aanwezig en meerdere (boten)loodsen. Op de locatie is gras, enkele aangeplante struiken en bomen van algemene plantensoorten aangetroffen. Ook rondom het grasland zijn algemene plantensoorten aangetroffen, zoals klaver (Trifolium spec.), hondsdraf (Glechoma hederacea) en grote brandnetel (Urtica dioica) en enkele wilgen (Salix spec.). Het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. Loods (nr.

4) Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocatie en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen: Enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. 1. Loods (nr. 4)

De woningen en loodsen worden hieronder besproken. Loods: De loods bestaat uit hout en een (asbest)golfplatendak. De wanden bestaan uit één houten laag en vertoont openingen. In de loods zijn echter geen mogelijkheden voor vleermuizen om zich op te houden en er zijn geen sporen van vleermuizen waargenomen.

Pagina 6

2.

Botenhuis: Het is een open boothuis en bestaat uit hout met een (asbest)golfplatendak. Er zijn geen mogelijkheden voor vleermuizen om zich op te houden. 3. Grasveld: Er zijn geen mogelijkheden voor vleermuizen om zich hier op te houden. 4. Botenloods: De botenloods bestaat uit hout en een (asbest)golfplatendak. De wanden bestaan uit één houten laag. Voor vleermuizen zijn er geen mogelijkheden om zich hier op te houden en er zijn geen sporen van vleermuizen waargenomen. 5. Botenloods: De botenloods bestaat uit hout en een (asbest)golfplatendak. Oppervlakkige werkzaamheden worden verricht (de loods wordt opgeknapt). Er zijn geen mogelijkheden voor vleermuizen aanwezig om zich hier op te houden. 6a. Recreatiewoning: De woning heeft een plat dak en beschikt niet over gaten. Er zijn geen mogelijkheden voor vleermuizen aanwezig om zich hier op te houden. 6b. Recreatiewoning: De woning bestaat uit houten wanden en een schuin pannendak (deels platte, deels bolle pannen). In het dak met bolle dakpannen zijn openingen te zien tussen de dakpannen. Dit zijn geschikte openingen voor vleermuizen om zich onder het dak te vestigen. 6c. Recreatiewoning: De woning bestaat uit houten wanden met deels een plat en schuin dak. Het schuine gedeelte bestaat uit platte dakpannen. Er is een scheur van verrot hout te zien bij het dak.

Deze opening is ongeschikt voor vleermuizen om zich hier op te houden. Recreatiewoning (nr. 6a)

Potentiële vliegroutes en foerageergebieden Het perceel valt binnen de bebouwde kom van Kortenhoef. De kans op een essentieel jachtgebied is niet aanwezig, evenals potentiële vliegroutes. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet noodzakelijk gezien de locatie van het pand. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kleine kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren aanwezig, zoals egel (Erinaceus europaeus), spitsmuizen en muizen. Er zijn geen sporen van deze zoogdieren aangetroffen. De kans op aanwezigheid van de kleine marters is uit te sluiten vanwege het ontbreken van voldoende geschikt habitat.

Grasland (nr. 7)

Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. In de omgeving is geschikt habitat voor de huismus aanwezig; tijdens het bezoek zijn meerdere huismussen aangetroffen bij de woonhuizen aan Moleneind 26-27. In het dak van recreatiewoning 6b zijn geen mogelijkheden voor huismussen om te nestelen in het dak met platte dakpannen. Voor deze woning is onderzoek naar huismus is niet noodzakelijk. Voor gierzwaluwen zijn geen geschikte invliegopeningen in de recreatiewoningen en loodsen. De aanwezigheid van huismus en gierzwaluw in de overige loodsen en woningen is uit te sluiten.

Pagina 7

Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. In de aanwezige struiken en bomen en op de platte daken kunnen algemene broedvogels broeden. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Herpetofauna en vissen Er is oppervlaktewater aanwezig voor watergebonden organismen in de vorm van de plas Wijde Blik. De werkzaamheden zullen echter niet plaatsvinden in/aan het water. Vanwege de hoge kades zijn watergebonden organismen op de planlocatie uit te sluiten.

Bomen in grasland (nr. 7)

Demping Binnen de jachthaven wordt een geringe oppervlakte water gedempt en gecompenseerd met het verbreden van het bestaande water en aanleg van een nieuwe watergang. In de bestaande watergangen kunnen vissen voorkomen. Geen van de vissen die zijn genoemd in de Wet natuurbescherming, afdeling soortbescherming kunnen in de jachthaven voorkomen. De nieuwe watergang en de poel liggen binnen het Natuurnetwerk en buiten het Natura 2000-gebied. Ter plekke is gecontroleerd of er een direct effect kan ontstaan op aanwezige flora en fauna. Dat is niet het geval. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen de planlocatie. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.

Recreatiewoning (nr. 6c)

Pagina 8

H04

Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, het weidevogelleefgebied, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000-gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën. Recreatiewoning (nr.

6b)

Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 23 maart 2021 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuis en huismus met absolute zekerheid kan worden uitgesloten in de panden. Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. In de aanwezige struiken en bomen en op de platte daken kunnen algemene broedvogels broeden. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Geadviseerd wordt om te werken met een ecologisch werkprotocol. Demping Binnen de jachthaven wordt een geringe oppervlakte water gedempt en gecompenseerd met het verbreden van het bestaande water en aanleg van een nieuwe watergang. De waterpartijen krijgen een natuurvriendelijke glooiende oever. Door de werkzaamheden buiten de kwetsbare periode uit te voeren zal er geen effect ontstaan op de vissen. Geen van de vissen die zijn genoemd in de Wet natuurbescherming, afdeling soortbescherming kunnen in de jachthaven voorkomen. De poel is een optimaal voortplantingswater voor amfibieën. De nieuwe watergang en de natuurvriendelijke oevers zijn eveneens een verbetering voor de natuurwaarden binnen de jachthaven en directe omgeving. De watergang sluit aan bij de doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland.

Recreatiewoning (nr. 6b)

Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladho-

Pagina 9

pen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels op en in de aanwezige bomen en struiken in de directe omgeving van de planlocatie. Ook op de platte daken van de dakkapellen is er mogelijkheid voor algemene broedvogels om te nestelen. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten deze periode te starten.

Bolle dakpannen bij recreatiewoning (nr. 6b)

In de nieuwe Omgevingswet zijn enkele wijzigingen opgenomen die zijn weerslag hebben op het ecologisch onderzoek. De belangrijkste wijziging is de doorlooptijd c.q. houdbaarheid van een rapport dat is gesteld op 2 jaar voor alle onderzoeken. Verder is de zorgplicht aangescherpt. Het zal zich nog moeten uitkristaliseren, maar het lijkt er op dat ook algemene soorten geïnventariseerd moeten worden (het simpelweg vaststellen dat ze niet zijn uit te sluiten is niet genoeg). Niet duidelijk is hoe intensief dat onderzoek moet zijn. Vooralsnog zullen we in een aanvullend onderzoek ook nadrukkelijk deze soorten benoemen. Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen grenst aan de planlocatie. De werkzaamheden betreffen het slopen en realiseren van verschillende loodsen en recreatiewoningen. Het grasveld dat grenst aan het Natura 2000-gebied wordt voorzien van een natuurontwikkelingsplan. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is niet uit te sluiten. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is noodzakelijk Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland grenzen eveneens aan de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, kan een effect niet worden uitgesloten. Lichthinder Momenteel is er binnen de jachthaven verlichting aanwezig.

Deze zal beperkt uitgebreid kunnen worden als gevolg van de nieuwbouw. Het is allemaal lage verlichting. De toename van de verlichting is niet significant en zal niet tot extra lichthinder op de jachthaven veroorzaken. Rondom de jachthaven is moerasbos aanwezig. Dat dient als een scherm voor de achterliggende natuurgebieden. Er is dus geen sprake van lichthinder op het Natura 2000-gebied. De “lichthinder” kan nog verder worden teruggedrongen door actieve verlichting of het uitsluitend plaatsen van lage verlichting dat naar beneden schijnt op die plekken waar dat uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is.

Pagina 10

H05

Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de planlocatie Jachthaven II aan Moleneind 23-25 te Kortenhoef worden ruimtelijke plannen voorbereid. Het voornemen is om meerdere loodsen/woningen te slopen en nieuwe loodsen/woningen te realiseren. Ook zal natuurontwikkeling plaatsvinden. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 23 maart 2021 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 23 maart 2021 is gebleken dat er in de te slopen panden geen beschermde soorten aanwezig zijn. Een afdoend onderzoek naar vleermuis en huismus is niet noodzakelijk

– – – – – –

– –

BIJ12. (2017). Kennisdocument huismus. BIJ12. (2017). Kennisdocument gierzwaluw. BIJ12. (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn. noord-holland.nl waarneming.nl

Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. In de aanwezige struiken en bomen en op de platte daken kunnen algemene broedvogels broeden. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Geadviseerd wordt om te werken met een ecologisch werkprotocol. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is nodig als een effect op deze soorten niet is te vermijden. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het beschermde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen grenst aan de planlocatie. De werkzaamheden betreffen het slopen en realiseren van verschillende loodsen en recreatiewoningen. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is niet uit te sluiten. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is noodzakelijk

Pagina 11

bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

Bijlage 2 Onderzoek stikstofdepositie 27.01.2022

16

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Memo Betreft: Locatie: Datum: Ecoloog: Steller:

stikstofdepositie Jachthaven 2 te Kortenhoef 27 januari 2022 06-27564247 Peter van der Linden, ecoloog

Bij de Jachthaven 2 te Kortenhoef wordt enkele recreatiewoningen gebouwd en de bestaande panden opgeknapt en gerenoveerd. Het aantal ligplaatsen neemt niet toe. Voor de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden noodzakelijk. Met de recente wetswijziging is een berekening van de bouwfase niet langer noodzakelijk. In onderstaand memo wordt de berekening toegelicht en geanalyseerd. Met behulp van Aerius 2022 wordt de depositie berekend over een afstand van 25 km voor alle bronnen. Stikstof In brandstofmotoren ontstaan door verbranding verschillende stikstofoxiden, meestal samengevat in NOX. Deze verbindingen reageren in de lucht met waterdeeltjes tot salpeterzuur. In de bodem vindt onder invloed van bacteriën denitrificatie plaats. Het proces verloopt echter langzaam waardoor er cumulatie ontstaat van zuurionen en opneembaar stikstof; er is sprake van verzuring en vermesting van de bodem. Doordat ammoniak een vrij radicaal heeft reageert het snel tot ammonium en dat geeft een droge en natte depositie op relatief korte afstand van de bron. Ammoniak werkt in de atmosfeer eerst als base door de vorming van NH4+, waarbij een vrije zuurion wordt gebonden. Dat leidt tot neutralisatie van salpeterzuur en zwavelzuur in de atmosfeer.

In de bodem wordt door bacteriën de NH4+ genitrificeerd tot NO3-, waarbij zuurionen vrijkomen. Naast de verzuring zorgt de emissie van ammoniak voor verhoging van het stikstofgehalte in de bodem. Door die verhoogde opneembaar stikstof in de bodem worden soorten die snel groeien bevoordeeld ten opzichte van langzaam groeiende soorten. De snel groeiende soorten verdringen de langzame groeiers waardoor deze verdwijnen en de biodiversiteit verminderd. Veel van de via de Habitatrichtlijn beschermde soorten of habitat zijn langzaam groeiende soorten of soorten die in een voedselrijk of zuur milieu niet kunnen groeien. De habitatrichtlijn stelt de verschillende nationale overheden verantwoordelijk voor het beschermen van de natuurwaarden in de aangewezen natuurgebieden. Deze bescherming is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Om het probleem van te hoge concentraties NH4+ of NOX in het milieu te beteugelen is door de toenmalige regering de programmatische aanpak stikstof (PAS) opgesteld. In de PAS is ontwikkelingsruimte opgenomen voor ontwikkelingen die stikstofoxiden of ammoniak produceren. Daarnaast zijn maatregelen opgesomd die zouden leiden tot verminderde effecten. Voor de PAS is Aerius ontwikkeld waarmee op eenvoudige wijze de depositie kon worden berekend.

In de PAS was de ontwikkelingsruimte opgenomen Spechtstraat 59 - 1223 NX Hilversum - 06 – 27564247 - vanderlinden@elsenlinde.nl Els & Linde B.V.: KvK 11068807 - Fiscaalnummer 8187.47.637 - NL71 RABO 0108344673. Els & Linde techniek vof: KvK 63899825 - Fiscaalnummer NL855445920B01 - NL93 RABO 0306041626

en twee drempelwaarden ingevoerd; een lage van 0,05 mol N/ha en een hogere van 1 mol N/ ha. Projecten die onder de lage drempelwaarde bleven hadden geen meldingsplicht. De projecten met een stikstofdepositie tussen de beide waarden in waren meldingsplichtig en konden worden uitgevoerd als er voldoende ontwikkelingsruimte was. Boven de 1 mol N/ha was er vergunningsplicht. De Raad van State heeft naar aanleiding van enkele beroepsprocedures vragen gesteld aan de het Europees Hof over de noodzakelijke interpretatie van de PAS. Het Hof en in navolging daarvan de Raad van State hebben geoordeeld dat de ontwikkelingsruimte niet binnen de reikwijdte van de Habitatrichtlijn past, en dat een drempel van 0,05 mol N/ha niet zonder meer acceptabel is. Ook hebben ze alle vergunningen die op de PAS zijn gebaseerd nietig verklaard. De consequentie is dat nu voor alle projecten berekend moet worden of deze strijdig zijn met de Habitatrichtlijn en er sprake is van verhoogde depositie op de natuurgebieden. In de nieuwe Aerius is de drempelwaarde en de ontwikkelingsruimte niet langer opgenomen. De conclusie is dat alle projecten waarbij stikstofoxiden of ammoniak vrijkomt berekend moet worden wat de toename is op de Natura 2000-gebieden. Als er geen verhoging is dan kan de ontwikkeling zonder vergunning worden uitgevoerd.

Is er een verhoogde depositie dan moet het project zo worden uitgevoerd dat er geen of minder emissie is. Als dat onvoldoende mogelijkheden geeft, dan moet met maatregelen elders de emissie (op het zelfde Natura 2000-gebied) worden teruggebracht (salderen). Bij salderen moet worden aangetoond dat er voldoende effect is. Hiervoor is een uitgebreidere onderbouwing nodig. Als er ondanks saldering een verhoogde depositie is, dan moet er via de ADC-toets in een passende beoordeling aangetoond worden dat een depositie acceptabel is. De ADC-toets staat voor Alternatief, Dwingende redenen en Compensatie. In de meeste gevallen zal dan een MER nodig zijn. Gewenste ontwikkeling Bij de Jachthaven 2 te Kortenhoef wordt enkele recreatiewoningen gebouwd en de bestaande panden opgeknapt en gerenoveerd. Het aantal ligplaatsen neemt niet toe. Het perceel ligt in het buitengebied van Kortenhoef. Netto komen er twee recreatiewoningen bij. In de nieuwe situatie zijn de panden gasloos, in de huidige situatie wordt brandstof gebruikt voor de ruimteverwarming. In de huidige situatie leidt dat tot een emissie van 14,4 kg NO X en 4 kg NH3. De berekening van de verkeersontwikkeling is op basis van de CROW uitgevoerd. Per etmaal worden 5,1 mvt extra verwacht, in de huidige situatie zijn dat 28,1 mvt. De Aeriusberekening is uitgevoerd op de extra verkeersbewegingen.

Stikstofdepositie gebruiksfase Met behulp van Aerius (2022) is berekent wat de extra depositie is in de nieuwe situatie. De berekening is uitgevoerd voor een situatie zonder ruimteverwarming op basis van brandstof. De depositie is berekent op de Natura 2000-gebieden: •

Oostelijke vechtplassen – afstand 0,0 km

De overige Natura 2000-gebieden liggen op veel grotere afstand van het perceel. •

Uit de berekening blijkt dat er tijdens de gebruiksfase geen verhoogde depositie ontstaat op de Natura 2000.

Conclusie Er is sprake van geen significante verhoging van de depositie als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen vergunning van de wet natuurbescherming nodig.

P.J.H. van der Linden Els & Linde b.v.

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Els & Linde b.v. Moleneind, - Kortenhoef Jachthaven II gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RcHBvWngMpcY 20 april 2022, 14:57 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 0,0 kg/j

Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RcHBvWngMpcY (20 april 2022)

Emissie NOx 0,2 kg/j Gebied

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RcHBvWngMpcY (20 april 2022)

Emissie NH3 0,0 kg/j

Emissie NOx 0,2 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RcHBvWngMpcY (20 april 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RcHBvWngMpcY (20 april 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RcHBvWngMpcY (20 april 2022)

6/6

bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

Bijlage 3 Natuurontwikkelingsplan jachthaven 05.07.2022

26

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Natuurontwikkelingsplan Moleneind 23-25 te Kortenhoef

20 augustus 2021, 5 juli 2022

Pagina 1

Samenvatting ----

Inhoud 3 – Beschrijving planlocatie 5 – Doelsoorten

Aanleiding Aan Moleneind 23-25 ligt Jachthaven II te Kortenhoef. Het voornemen is om een natuurontwikkelingsplan op te stellen binnen het perceel ter verbetering van de natuurwaarden en met toevoeging van een recreatief component.

7 – Natuurontwikkeling

In het voorliggende rapport worden de potentiële natuurwaarde en voorkomend habi-

10– Inrichting

tat van de verschillende soorten toegelicht en beschreven. Het rapport start met een

12– Beheer 14– Bronnen

beschrijving van de planlocatie en omgeving en de daarin aangetroffen beschermde soorten. Op basis van deze gegevens is een natuurontwikkelingsplan opgesteld en bestaat uit het stimuleren van de ontwikkeling van de natuur voorkomend in Wijde Blik en Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Tevens wordt ingegaan op de doelsoorten en werkwijze van de natuurontwikkeling van het gebied. Tot slot wordt er een hoofdstuk gewijd aan beheermaatregelen. Op wens van de beheerder zal zo’n acht meter van het gras aan de noordoostelijke kant van het perceel blijven zoals het is.

Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status

Hans van der Laan 21.010 17 juli 2021, correctie 5 juli 2022 M.J. Josemans P.J.H. van der Linden concept

Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl

Omlijning van de planlocatie (zwart) met daarin het te ontwikkelen natuur (rood).

Pagina 2

H01

Beschrijving planlocatie en historie Het perceel van Jachthaven II maakt deel uit van de lintbebouwing van Kortenhoef, onderdeel van gemeente Wijde Meren. De planlocatie is gelegen op korte afstand van de plas Wijde Blik grenst aan het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.

Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen De Oostelijke Vechtplassen bestaat uit meerdere laagveengebieden tussen de Vecht en de Utrechtse Heuvelrug op de grens van Noord-Holland en Utrecht. Het veenlandschap is door ontginning in de 18e en 19e eeuw ontstaan en het patroon van legakkers en petgaten zijn nog steeds zichtbaar aanwezig. Het gebied is één van de grootste en belangrijkste laagveenmoerassen van Nederland en het behoud is van internationaal belang door o.a. de grote variatie van open water, begroeiing, restanten trilveen en moerasbos. De Oostelijke Vechtplassen bestaat uit meerdere plassen, waaronder plas Wijde Blik. Deze plas tussen Kortenhoef en Vreeland is zo’n 357 hectare groot en is ontstaan door zandwinning. Hierdoor is de plas zeer diep met een groot zelfreinigend vermogen en bevat deze plas – samen met de Spiegel- en Blijkpolderplas – het schoonste en helderste water van de Oostelijke Vechtplassen. Door de Gooische stuwwal en Utrechtse Heuvelrug komt regionaal kwelwater in het gebied naar boven en zorgt voor waardevolle flora en fauna. Ook komt er gebiedsvreemd inlaatwater afkomstig uit de Vecht het gebied in. Het gebied bestaat voornamelijk uit open water, moerasbos en graslanden. Zeldzaam klein glanswier is aangetroffen in Wijde Blik, een soort die kalkrijk water indiceert.

Meerdere habitattypen zijn aangetroffen in en rondom de plas, namelijk kranswierwateren (H3140), meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (H3150), galigaanmoerassen (H7210) en hoogveenbossen (H91D0). De Wijde Blik is voornamelijk in beheer en eigendom van Natuurmonumenten met enkele gronden rondom de plas van particulieren, zoals het perceel van Jachthaven II (Provincie Noord-Holland, 2012; Provincie Noord-Holland, 2020).

De ontwikkeling op het perceel sluit aan bij de doelstellingen van het Natura 2000gebied en houdt rekening met de gebruiksmogelijkheden. Voor vergroting van natuurwaarden zijn al enkele maatregelen genomen bij Jachthaven I. Er zijn hiervan rapportages beschikbaar, waaronder een eerste evaluatie. Uit deze evaluatie is gebleken dat Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (bron: QGIS)

in korte tijd een positieve ontwikkeling is bereikt.

Pagina 3

Doelstellingen van dit natuurontwikkelingsplan: -

Versterken van biodiversiteit en natuur

-

Samenvoegen Natura 2000 gebied Vechtplassen met het perceel

-

Versterken van habitat en doelsoorten

-

Het toevoegen van een extensief recreatief component (belevingswaarde)

Habitattypen in Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Rode stip is aangewezen locatie voor natuurontwikkeling (bron: Provincie Noord Holland, 2012)

Pagina 4

H02

Doelsoorten Om de natuurwaarde binnen het gebied te versterken, worden de doelsoorten nader bekeken. Met doelsoorten worden dier- en plantsoorten bedoelt die prioriteit krijgen met het natuurontwikkelingsplan. Doelsoorten kunnen worden onderverdeeld in twee typen indicatoren: 1. Ecologische indicatoren 2. Publieksindicatoren

Onder ecologische indicatoren worden doelsoorten verstaan die voorkomen binnen de landschapstypen, zowel vegetatie als diersoorten. Onder publieksindicatoren worden vooral de zichtbare en waarneembare dieren bedoeld, zoals vogels, vlinders, libellen en eventueel kikkers. De landschapstypen die versterkt zullen worden, zijn nat schraalgrasland, rietland, (moerasbos) en glooiende oevers.

Hiernaast in tabel 1 zijn de gespecificeerde doelsoorten en hun habitat gegeven. Om zoveel mogelijk van de doelsoorten mee te nemen in natuurontwikkeling is het te creëren habitat voornamelijk gericht op een rietmoeras met overjarig riet. Het rietmoeras zal afgewisseld worden met delen nat schraalgrasland. Een extra watergang kan worden gegraven om extra stilstaand/langzaam stromend, visrijk water te realiseren en een extra impuls te geven voor amfibieën en ringslang. Er moet voldoende dekking aanwezig zijn in het gebied, zoals riet, struiken en onderbegroeiing. Vegetatierijk, helder water moet gerealiseerd worden met voldoende drijvende planten. De oevers moeten begroeid zijn en sprake zijn van een flauwe, natuurvriendelijke oever met oeverbeschoeiing.

Een voorwaarde voor de aanwezigheid van de bittervoorn is dat zoetwatermosselen in het water onmisbaar zijn. De bittervoorn is overigens een uitstekende vissoort om de ijsvogel te trekken en worden er op deze manier twee vliegen in één klap gevangen. Voldoende schuilplaatsen en zonplekken moeten aanwezig zijn voor de ringslang.

Het rietmoeras met nat schraalgrasland zal de meeste bovenstaande doelsoorten trekken. Enkele soorten zijn echter tegenstrijdig qua habitatvoorkeuren in tegenstelling Tabel 1: Doelsoorten natuurontwikkeling

tot de andere soorten. Zo houdt de zeggekorfslak van elzenbroekbos met ondergroei van grote zeggensoorten, terwijl de meeste doelsoorten de voorkeur hebben aan een rietmoeras. Om deze reden is de afweging gemaakt om de zeggekorfslak niet mee te nemen als doelsoort in het plan. Daarbij is de soort ook geen publieksindicator. Pagina 5

Naast de bovenstaande doelsoorten komen ook algemene broedvogels voor in het gebied die dienen als publieksindicator, zoals tjiftjaf, merel en vink. Voor de extensieve recreatie en als publieksindicator kan een insectenhotel gerealiseerd worden aan de oostkant van het gebied om insecten te stimuleren.

Pagina 6

H03

Vegetatie en natuurontwikkeling Het betreffende perceel dat is aangewezen voor dit natuurontwikkelingsplan biedt kansen voor verbetering qua vegetatie, doordat er al restanten van doeltypen in het gebied voorkomen. De volgende vegetatietypen zijn op het moment aanwezig aanwezig:

1. Nat grasland 2. Nat elzenbroekbos 3. Vegetatierijk water

Het aanwezige natte grasland is niet soortenrijk met een aantal nitrofiele soorten en is niet/nauwelijks beheerd. Om het grasland meer betekenis te geven voor de natuur en hier natuurwaarden aan te koppelen, kan het omgevormd worden tot nat schraalgrasland (N10.01) of vochtig hooiland (N10.02). Beide natuurtypen komen voort uit oud boerengrasland. Hieronder worden ze verder toegelicht.

N10.01 Nat schraalland Onder nat schraalland wordt voedselarm grasland verstaan waar blauwgraslanden, Foto 1: Nat grasland

dotterbloemhooiland en kleine zeggenvegetaties voorkomen. Door de vele zeldzame soorten die voorkomen op nat schraalland is het van groot Europees belang en daardoor belangrijk dit vegetatietype te stimuleren. Op de graslanden domineren pijpestrootje, moeras-struisgras of echte witbol. In laagveengebieden – zoals het betreffende perceel – is er sprake van een combinatie van een hoge grondwaterstand, tijdelijke inundaties met gebufferd schoon oppervlaktewater of beter gebufferde bodems. Vaak zijn de bodems matig zuur en verdere verzuring moet voorkomen worden om nat schraalland te behouden. De kruiden- en zeggenrijke vegetatie vormt de overgang naar rietland. Door kleine verschillende hoogteverschillen wordt dit type zeer soortenrijk aan zeggen en orchideeën. Op de overgang naar het kalkmoeras kunnen groenknolorchis, vetblad of parnassia voorkomen. Gedurende de winter staat het waterpeil ongeveer ter hoogte van het maaiveld (0-20 cm beneden maaiveld) en ’s zomers mogen de graslanden slechts oppervlakkig uitdrogen. Tenminste enkele van de volgende karakteristieke soorten komen voor in nat schraalland: blonde zegge, vlozegge, sterzegge, tweehuizige zegge, knotszegge, blauwe zegge, waterdrieblad, draadrus, melkviooltje, Spaanse ruiter, gevlekte orchis, moeraswes-

Foto 2: Nat grasland

penorchis, klokjesgentiaan, welriekende nachtorchis, klein glidkruid, brede en rietorchis, vleeskleurige orchis, blauwe knoop, moerasstreepzaad, addertong, harlekijn, adPagina 7

derwortel, kleine valeriaan, moeraskartelblad, welriekende nachtorchis, parnassia, vetblad. Karakteristieke faunasoorten voor dit type grasland zijn dagvlinders, moerassprinkhaan en ringslang (Rust & Sijtsma, 2014).

Om de natuurwaarde te vergroten is een structuurrijk nat schraalland vooral voor insecten van belang. Minimaal 60% van het beheertype moet uit korte gesloten graslandvegetatie bestaan. Ook zijn plas-dras veldjes, ruigten, hoge kruidenrijke delen en kleine struwelen van belang voor dagvlinders, sprinkhanen en amfibieën. De standplaats moet zwak zuur – zwak basisch zijn met het liefst basenrijk grondwater (BIJ12 A, z.d.).

N10.02 Vochtig hooiland Vochtig hooiland zijn soortenrijke vegetaties met veel kruiden aanwezig. Door ontginning van moerassen en langdurig gebruik als hooilanden is vochtig hooiland ontstaan. Vochtig hooiland is minder zeggenrijk dan nat schraalland. Bloemrijke graslanden koFoto 3: Ruigtebosje

men voor met gele soorten, zoals ratelaar, gewone- en moerasrolklaver, geel walstro, scherpe- en kruipende boterbloem of dotterbloem. Het omvat dotterbloem-, kievitsbloem- of pimpernelhooilanden, weidekervelgraslanden, weldrusschraallanden of schralere bovenveengraslanden. Net als bij nat schraalland zijn kleine hoogteverschillen en microgradiënten in vochtgehalte belangrijk, net als variatie voor insecten. Overgangen naar grote zeggenvegetaties en ruigte met wilgstruwelen kan voorkomen in vochtig hooiland, deze zijn belangrijk voor vlinders en struweelvogels. Net als bij nat schraalland moet minimaal 60% uit korte gesloten graslandvegetatie bestaan. De standplaats wordt gekenmerkt door vochtige, matig voedselrijke en gebufferde omstandigheden. In de winter is het waterpeil 20-30 cm onder maaiveld. In de zomer mag het peil een korte periode dieper wegzakken (BIJ12 B, z.d.). Net zoals bij nat schraalgrasland is vochtig hooiland geschikt voor moerassprinkhaan, ringslang en algemene dagvlinders.

N14.02 Hoog- en laagveenbos Op moerassige plaatsen komt nat elzenbroekbos voor, met zwarte els als dominerende Foto 4: Al aanwezige watergang en nat elzenbroekbos ten westen van het perceel

boomsoort en typische kruiden als gele lis, grote wederik, grote kattenstaart, wolfspoot en bitterzoet (Ecopedia, z.d.). Het natte elzenbroekbos op het perceel is ook wel laagveenbos te noemen en zal zonder beheer vanzelf uitbreiden. De structuur van

Pagina 8

laagveenbos is heel gevarieerd en is van belang voor meerdere faunagroepen, zoals broedvogels, dagvlinders en zoogdieren. Laagveenbos is van nationaal en internationaal belang door o.a. verdroging en versnippering in Nederland. Het is dus zaak om deze natte broekbossen in stand te houden (BIJ12 C, z.d.).

Natuurvriendelijke oever Ten zuiden van het perceel en langs het water, kan de natuurvriendelijke oever gerealiseerd worden. Dit betekent een beschoeide oever met een geleidelijke overgang van oever naar water. Natuurvriendelijke oevers vormen een ideaal leefgebied voor vele soorten planten, vogels, insecten, amfibieën, vissen en zoogdieren.

Variatie in structuur Structuurvariatie is belangrijk voor faunasoorten zoals dagvlinders, sprinkhanen en kleine zoogdieren, dus naast korte vegetatie moeten ook andere structuurelementen aanwezig zijn, zoals hoog overjarig riet en struweel (Rust & Sijtsma, 2014). Foto 5: Al aanwezige watergang ten zuiden van het perceel Recreatie Voor de beleving van het natuurgebied is een kort wandelpad opgenomen, dat tevens als ontsluiting van de sauna functioneert. In overleg is de sauna meer in de richting van de jachthaven verschoven. De waterpartij zorgt dat een flink deel van de natuurontwikkeling niet betreden zal worden. Het wandelpad wordt als een vlonder c.q. steiger vorm gegeven – wat zorgt dat de mensen niet snel van het pad af stappen. De dieren die verwacht worden op dit deel van de natuurontwikkeling zijn niet verstoringsgevoelig. De meer gevoelige soorten zullen op een andere deel van het terrein broeden – dat is al eerder ingericht als natuur en is slechts per boot bereikbaar.

Foto 6: Al aanwezige watergang en moerasbos ten zuiden van het perceel

Pagina 9

H04

Inrichting

Pagina 10

De inrichting richt zich op natuurontwikkeling met een extensief recreatief karakter en is gericht op het creëren van een mozaïek van nat schraalgrasland en/of vochtig hooiland met poelen, watergangen en meerjarig riet.

Boven de vegetatie wordt een vlonderpad aangelegd, van oost naar west richting de sauna. De sauna kijkt uit over het elzenbroekbos en staat op palen in een poeltje. De poel wordt gecreëerd voor extra stilstaand water om aan te sluiten aan de watergangen. De extra watergang wordt symmetrisch aan de noordzijde van het perceel gegraven, naast het circa 8 meter grasland en als het mogelijk is aangesloten op de oever/ Nat schraalgrasland

Vochtig hooiland

Sauna

Vlonderpad

Bijenhotel

Natuurvriendelijke oever

plas. Rondom deze watergangen zal riet groeien. Dit zal het perceel een beschut karakter geven, voor diersoorten, maar ook voor bezoekers van de sauna.

Pagina 11

H05

Beheer Voor inrichting van het gebied is allereerst ontwikkelingsbeheer nodig om het gebied geschikt te maken voor de gewenste natuurontwikkeling. Voor zowel nat schraalgrasland als vochtig hooiland gelden dezelfde beheermaatregelen voor ontwikkelingsbeheer, namelijk: •

Maaien na 15 juni, het maaisel afvoeren en geen materiaal uit de watergang(en) deponeren.

•

Maaien vóór de zaadzetting van ongewenste soorten, zoals pitrus (die zaait vanaf de eerste week van juli). Loop frequent met de bosmaaier na om pitrus kort te houden.

•

Trek opkomende bomen uit de grond voor het maaien.

•

Voorkom insporing (BIJ12 D, z.d.).

Nat schraalgrasland Om het voedselarme karakter te behouden van het schraalgrasland moet er jaarlijks gehooid worden en het maaisel moet worden afgevoerd. Het grasland wordt doorgaans niet bemest (BIJ12 A, z.d.). Om verzuring van natte schraallanden tegen te gaan, zou zo nu en dan het organisch materiaal opbrengen noodzakelijk zijn (Rust & Sijtsma, 2014).

Vochtig hooiland Vochtige hooilanden worden één of tweemaal gehooid per jaar en niet bemest, dus het bovengrondse deel van de vegetatie moet worden afgemaaid. Het maaisel moet volledig worden afgevoerd om verruiging tegen te gaan. Om verzuring tegen te gaan kan bekalking toegepast worden. Het doel van beheer is het stimuleren en behouden van soortenrijke vegetatie, voorkomen van verruiging en verbossing en kleinschalige structuur en variatie te realiseren met een enkele boom (BIJ12 B, z.d.).

Vingerbalk – geschikt voor het maaien van kwetsbare graslanden. Wellicht te lenen via Landschap Noord-Holland of Natuurmonumenten.

Eindbeheer voor beiden natuurtypen is als volgt: •

Maaien ten minste na 15 juli voor vochtig hooiland en na 31 juli bij nat schraalgrasland. Laat 15% van de vegetatie staan om lang de winter in te gaan. Het opvolgende jaar kan het overstaande deel gemaaid worden, waarbij het andere deel blijft staan.

•

Verwijder pitrus en zaailingen van bomen bij aantreffen.

•

Voorkom insporing.

Pagina 12

De jaarlijkse vergoeding voor natuurtype Vochtig hooiland en nat schraalgrasland wordt elk jaar opnieuw vastgesteld.

Zowel voor nat schraalland als vochtig hooiland geldt dat in oktober maaien het meest ideaal is om verstoring van soorten te voorkomen. Indien er twee keer moet worden gemaaid, dan zou in augustus ook een mogelijkheid zijn. Deze maanden is er sprake van een kwetsbare periode, dus voorzorgsmaatregelen moeten in acht worden genomen (BIJ12 B, z.d.). Om de dieren te laten ontsnappen wordt een richting op gemaaid (van binnen naar buiten). Ook wordt ongeveer 15% van het grasland niet gemaaid om de dieren een sluilplaats en voedsel te bieden.

Enige verruiging op het perceel is daarentegen geen probleem. Van ruigtekruiden kunnen insecten, kleine zoogdieren en enkele vogelsoorten profiteren. De meeste insectensoorten komen voor op verruigde graslanden en hoekjes met ruigtesoorten en zorgen voor een rijk insectenleven in het gebied. Ook kan het schuilgelegenheid en nestplaatsen bieden voor zoogdieren en vogels (Rust & Sijtsma, 2014).

Natuurvriendelijke oever Om een natuurvriendelijke oever te realiseren op veengrond en stabiel te houden om begroeid te raken, moet rekening gehouden worden met de grondsoort. Bij veengrond moet de maximale helling boven water 1:1 tot 1:2 zijn en de maximale talud onder water 1:1 tot 1:3. Als er meer ruimte beschikbaar is voor de natuurvriendelijke oever, dan wordt aanbevolen de talud breder en flauwer aan te leggen dan voorschreven om het ecologisch rendement te vergroten. Om het talud op zijn plek te houden kan onderwaterbeschoeiing (eventueel met biologisch afbreekbaar doek verstevigd) nodig zijn. De vegetatie zal te zijner tijd de grond vasthouden en de functie van het doek overnemen. Spontane ontwikkeling van oevervegetatie heeft de voorkeur. Doorgaans ontwikkelt vegetatie op veenbodems zich in twee jaar tijd tot successie (Vuister, 2010).

Pagina 13

H06

Bronnen & fotoverantwoording Hanekamp, B. (2017). Vlonderpad [foto]. Verkregen via www.epernet.nl/index.php/wandelingen/6538-vlonderpad Brabantse Milieufederatie. (2016). Bijenhotel [foto]. Verkregen via www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/beekse-bergen-opent-bijenhotel-en-beheert-onkruid-che mievrij Kennisnetwerk OBN. (z.d.). Vochtig hooiland [foto]. Verkregen via www.natuurkennis.nl/natuurtypen/n10-vochtige-schraalgraslanden/n10-02-vochtig-hooiland/Algem een-N1002 Kennisnetwerk OBN. (z.d.). Nat schraalgrasland [foto]. Verkregen via www.natuurkennis.nl/natuurtypen/n10-vochtige-schraalgraslanden/n10-01-nat-schraalland/algeme en-n1001

BIJ12 A. (z.d.). N10.01 Nat schraalland. Verkregen op 15 april 2021 via www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n10vochtige-schraalgraslanden/n10-01-nat-schraalland BIJ12 B. (z.d.). N10.02 Vochtig hooiland. Verkregen op 15 april 2021 via www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n10vochtige-schraalgraslanden/n10-02-vochtig-hooiland BIJ12 C. (z.d.). N14.02 Hoog- en laagveenbos. Verkregen op 5 mei 2021 via www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n14vochtige-bossen/n14-02-hoog-en-laagveenbos BIJ12 D. (z.d.). Beschrijving natuurbeheertypen. Verkregen op 13 juli 2021 via www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen

Leiderdorps weekblad. (2018). Natuurvriendelijke oever [foto]. Verkregen via www.leiderdorpsweekblad.nl/nieuws/algemeen/45374/hoogheemraadschap-geeft-subsidie-voor-nat uurvriendelijke-oevers

Ecopedia. (z.d.). Natuurtype: Elzenbroekbos. Verkregen op 5 mei 2021 via www.ecopedia.be/natuurtypes/natuurtype-elzenbroekbos

MICAZU. (z.d.). Sauna [foto]. Verkregen via www.micazu.nl/vakantiehuis/nederland/friesland/grouw/uniek-vakantiehuis-aan-het-water-14232

Provincie Noord-Holland. (2020). Oostelijke Vechtpassen (A13).

Provincie Noord-Holland. (2012). Factsheet Noordelijke Vechtplassen. Haarlem.

Rust, E. & Sijtsma, B. (2014). Graslandvisie Oostelijke Vechtplassen. Natuurmonumenten. Van der Winden, J. (2018). Jachthavens en Virgin Island. Vuister, L. (2010). Natuurvriendelijke oevers. Handreiking voor ontwerp, aanleg, inrichting, beheer en onderhoud. Hoogheemraadschap van Rijnland.

Pagina 14

bestemmingsplan Jachthaven Kortenhoef II Moleneind 23-25

Bijlage 4 Onderzoek bedrijven- en milieuzonering 08.07.2021

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

41

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

AgROM AGR031-0001 8 juli 2021

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

AgROM AGR031-0001 20210708-AGR031-RAP-BMZ-1.0 Definitief 8 juli 2021

Opsteller: JSCHU

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0JSCHU+-

Verificatie: BDEC

-+R0BDEC+-

Validatie: BDEC

© 2021 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0BDEC+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.1.1 2.1.2

Situatie..................................................................................................................................................................... 9 Ligging plangebied ...................................................................................................................................................... 9 Omschrijving .............................................................................................................................................................. 9

BIJLAGEN

5

1

INLEIDING In opdracht van AgROM is door Kragten een quickscan uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling van Jachthaven Kortenhoef aan het Moleneind 23-25 te Kortenhoef (gemeente Wijdemeren). De ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van vier nieuwe recreatiewoningen op twee locaties en de planologische uitbreiding van de jachthaven (met een parkeerplaats en nieuwe bedrijfsloods). Op basis van de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt in deze quickscan beoordeeld of voldaan wordt aan de voorwaarden/richtafstanden voor inpassing. Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden/richtafstanden, wordt aangegeven of, en zo ja, voor welke delen van het plan niet wordt voldaan en voor welke milieuaspecten. In dat geval zal ook worden aangegeven voor welke delen vervolgonderzoek noodzakelijk is om te bepalen of en onder welke voorwaarden inpassing van het plan is te realiseren.

7

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Situatie

2.1.1

Ligging plangebied De jachthaven is gelegen aan de Moleneind 23-25 in het buitengebied van het dorp Kortenhoef. In navolgende afbeelding is de globale ligging van de jachthaven weergegeven.

Afbeelding 1

2.1.2

Globale ligging van het plangebied (bron: google maps)

Omschrijving Op het terrein van de jachthaven zijn onder andere diverse opstallen (waaronder een bedrijfsloods, botenhuis en meerdere recreatiewoningen), stallingsplaatsen, aanlegsteigers, vaarwegen aanwezig.

Afbeelding 2

Indeling jachthaven

9

De herontwikkeling bestaat uit meerdere onderdelen. Per locatie, zoals aangegeven in afbeelding 2, zijn de wijzigingen beschreven. Locatie A  Sloop opstallen A1, A2 en A3  Nieuwbouw ter plaatse van A1/2 met o op begane grond stalling (aan oostzijde) en toiletten/horeca/koffiebar (aan westzijde) o op verdieping 2 recreatieappartementen (aan westzijde)  Ter plaatse van A3 aanlegplaats 2 woonarken  Ter plaatse van gras ( Natuur conform vigerende bestemmingsplan) herbestemming naar Jachthaven met groene invulling (groenplan nog niet gereed) Locatie B  Sloop opstal (botenhuis)  Nieuwbouw met 2 recreatiewoningen (bouwhoogte neemt toe) Locatie C1/2  Vernieuwen bestaande recreatiewoningen (bouwhoogte neemt toe) Locatie D  Bestaande loods (geen wijzigingen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11754576/1