Bijlage 3 - Beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte
Tekst van het document
Drie randvoorwaarden 1. BIEDT HET PROJECT GENOEG RUIMTE VOOR PARTICIPATIE? Deelnemers aan een participatietraject moeten de kans krijgen uit verschillende opties te kunnen kiezen of een alternatief te kunnen bieden. Als daar geen ruimte voor is, vanwege bijvoorbeeld beperkende wet- en regelgeving of beleidsstukken, is participatie niet mogelijk. 2. IS HET ONDERWERP GESCHIKT VOOR INWONERS? Het onderwerp moet van belang zijn voor individuele inwoners of voor een bepaalde doelgroep. Daarnaast moet het onderwerp te begrijpen zijn voor de belanghebbenden of begrijpelijk gemaakt kunnen worden. 3. IS ER VOLDOENDE TIJD, CAPAPICTEIT EN/OF BUDGET? Participatie neemt tijd in beslag. Is die tijd ook beschikbaar of heeft besluitvorming zoveel haast dat het niet mogelijk is om participatie in te zetten? Daarnaast is het organiseren en begeleiden van participatie arbeidsintensief. Er moet dan ook voldoende capaciteit en geld beschikbaar gesteld kunnen worden. Hoewel participatie vaak als extra taak wordt gezien, kan een goed participatietraject later juist meer tijd opleveren. Wanneer niet aan deze drie randvoorwaarden voldaan kan worden, zal de participatievorm altijd ‘informeren’ zijn. Wanneer het antwoord op deze drie vragen ‘ja’ is, zal een participatietraject opgezet worden. Welke vorm dat aanneemt wordt bepaald aan de hand van de volgende drie kernvragen.
32
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Drie kernvragen 1. WAT IS HET DOEL VAN DE PARTICIPATIE? Participatie is geen doel, maar een middel. Vooraf moet eerst bepaald worden waarom participatie ingezet wordt, oftewel: welke vraag wil je aan het eind van het traject beantwoord hebben? Zo biedt een open vraag meer mogelijkheden dan een gesloten vraag. Voorbeelden van doelen zijn:
Inzicht in belangen en/of wensen van betrokkenen;
Inzicht in mogelijkheden om tegemoet te komen aan wensen of belangen;
Inhoudelijke verbetering van het plan;
Betrokkenheid onder omstanders creëren;
Draagvlak peilen.
2. WIE WORDT BIJ HET TRAJECT BETROKKEN? Hiervoor moet een krachtenveldanalyse gemaakt worden. Daarin worden alle belanghebbenden in beeld gebracht, inclusief hun belangen, hun invloed, hun mening over het project en hoe belangrijk zij zijn voor het welslagen van het project. Hiervoor kan advies en kennis ingewonnen worden bij andere afdelingen, zoals de dorpsregisseurs of de ondernemersmanager. Belangrijk is de representativiteit van de deelnemers in het participatieproces. Daarbij moet ook aan de groepen gedacht worden die groot belang hebben bij het onderwerp, maar niet gemakkelijk mee kunnen of willen doen aan het participatietraject. Naast externe belanghebbenden worden ook de raad en het college in de krachtenveldanalyse meegenomen. 3. WAT WORDT MET DE UITKOMSTEN GEDAAN? De mate waarin de uitkomsten van het participatieproces meewegen bij de besluitvorming bepaalt het participatieniveau. Het scherp krijgen van het niveau helpt om de verwachtingen richting inwoners en bestuurders duidelijk te maken.
De uitkomsten worden gedeeld met betrokkenen. Deze participatievorm heet informeren.
De uitkomsten worden meegewogen in de oordeelsvorming van het gemeentebestuur. Deze participatievorm heet raadplegen.
De uitkomsten worden gebruikt voor een verbeterde uitwerking van het plan door de gemeente. Deze participatievorm heet adviseren.
De uitkomsten worden gebruikt voor een gezamenlijke uitwerking van het plan. Deze participatievorm heet coproduceren.
De uitkomsten (meerderheidsvoorkeur) bepalen welk besluit wordt genomen. Deze participatievorm heet (mee)beslissen.
33
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Om de keuze duidelijker in beeld te krijgen is een beslisboom opgesteld. Deze beslisboom is als bijlage 7 toegevoegd.
Participatieladder De participatieladder bestaat uit 5 ‘treden’. Iedere trede vertegenwoordigt een participatieniveau dat, naarmate men de ladder verder beklimt, steeds meer betrokkenheid en bevoegdheden bij andere partijen zoals bewoners, ondernemers, verenigingen, etc. legt. Elke trede vraagt daarom om een andere rol van de gemeente, om andere randvoorwaarden en een andere aanpak. In figuur 4 staat de participatieladder zoals wij hem aanhouden.
(Mee)beslissen
Coproduceren Adviseren
Raadplegen Informeren Figuur 4: Participatieladder ROL GEMEENTE Afhankelijk van het participatieniveau neemt de gemeente een bepaalde rol in. Op de lagere niveaus (‘treden’ op de ladder) is de rol actiever en sturend/uitvoerend. Op de hogere treden krijgt de gemeente een steeds meer adviserende en ondersteunende/faciliterende rol. ROL EXTERNE PARTIJ Met het kleiner worden van de rol van de gemeente wordt de rol van de externe belanghebbende juist groter. Op de hoogste trede betreft deze ook het meebeslissen. Het is bij elke participatievorm zaak om
34
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
met betrokkenen duidelijke afspraken te maken over het besluitvormingsproces en de mate waarin zij resultaten kunnen beïnvloeden. Dit om teleurstellingen en verwijten van ‘schijnparticipatie’ te voorkomen. De antwoorden op de drie kernvragen bepalen op welk niveau de participatie plaats zal vinden. Hieronder zijn de verschillende niveaus verder uitgewerkt, met mogelijk in te zetten instrumenten. Belangrijk hierbij is dat de gemeente als opdrachtgever van een project altijd de regievoerende rol houdt en deze kaders aan de opdrachtnemer meegeeft. 1. INFORMEREN Wanneer betrokkenen geen inbreng hebben en alleen toehoorder zijn, is er sprake van zeer beperkte participatie. Dit is het participatieniveau ‘informeren’. De gemeente bepaalt zelf de agenda voor besluitvorming en houdt betrokkenen op de hoogte. Plannen worden door de gemeente opgesteld zonder dat
belanghebbenden
invloed
hebben.
Zij
worden
wel
geïnformeerd
door
bijvoorbeeld
een
bewonersbrief, een informatieavond of via de website. De rol van de participanten is aanhoorder. 2. RAADPLEGEN Wanneer de gemeente geïnteresseerd is in de mening van participanten over (keuzes binnen) een project en betrokkenen als gesprekspartners ziet, is het participatieniveau ‘raadplegen’. De gemeente bepaalt zelf de agenda. Meningen, ervaringen en ideeën worden geïnventariseerd. De reacties kunnen gebruikt worden om plannen te maken of te verbeteren, maar zijn niet bindend. Dit kan worden gedaan door bijvoorbeeld polls of enquêtes naar de betrokkenen te verzenden. De rol van de participanten is adviseur. 3. ADVISEREN Wanneer de gemeente in gesprek gaat met participanten, met de intentie hun antwoorden en/of inbrengen te verwerken, wordt gesproken over ‘adviseren’. Deelnemers kunnen problemen, belangen en oplossingen aandragen. De gemeente bepaalt de agenda, maar de reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van plannen. Als de adviezen niet overgenomen worden, moet dit gemotiveerd worden. Advies vragen kan bijvoorbeeld in klankbordgroepen of tijdens een inspraakavond voor omwonenden. De rol van de participanten is dan geconsulteerde. 4. COPRODUCEREN Wanneer op gelijkwaardig niveau samengewerkt wordt bepalen de gemeente en betrokkenen samen de agenda. Partijen gaan vroegtijdig met elkaar aan tafel om over uitgangspunten en het plan te praten.
De gemeente verbindt zich aan deze oplossingen in de besluitvorming. De betrokkenen zitten
35
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
zelf aan tafel om over uitgangspunten, een plan of ontwerp mee te denken. De rol van de participant is samenwerkingspartner. 5. (MEE)BESLISSEN Het hoogste niveau van burgerparticipatie is wanneer de eindverantwoordelijkheid voor de besluitvorming bij inwoners ligt. In dit scenario hebben inwoners vetorecht, wat betekent dat het gemeentebestuur rekening moet houden met hun prioriteiten. Om teleurstelling te voorkomen, dient de gemeente zich te committeren aan de beslissingen van de participanten. Als de gemeente dit niet kan, is deze participatievorm niet aan te raden. Deze mate van burgerparticipatie wordt in de praktijk zelden bereikt, omdat het aanzienlijke middelen en een gevoel van totaal vertrouwen vereist. De rol van participanten is in deze vorm (mede)beslisser.
36
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
6. BEHEERSCENARIO’S EN BEHEERBUDGETTEN In dit hoofdstuk gaan we in op een aantal mogelijke scenario’s waarop we het beheer van de openbare ruimte kunnen uitvoeren. Daarbij wordt de relatie gelegd tussen beheerkwaliteit en beheerkosten. Achtereenvolgens komen aan bod:
Beschouwde beheerscenario’s
Doorrekening beheerscenario’s
Kosten per scenario en voorkeurscenario
Beheerbudgetten voorkeurscenario
Uitwerking voorkeurscenario per beheerdomein
6.1 Beschouwde beheerscenario’s De openbare ruimte kan op verschillende kwaliteitsniveaus onderhouden worden. Dit is een keuze. In het algemeen geldt dat een hoger kwaliteitsniveau leidt tot hogere beheer- en onderhoudskosten. Om tot een keuze te komen zijn in dit hoofdstuk drie mogelijke beheerscenario’s onderzocht en tegen elkaar afgewogen. De opties verschillen van elkaar door het gekozen (beeld)kwaliteitsniveau. De afweging heeft uiteindelijk geleid tot een voorkeuroptie (scenario 2) die in de beheerplannen verder (financieel) is uitgewerkt. Hieronder staan de drie beschouwde scenario’s verder uitgewerkt. SCENARIO 1, ’HUIDIGE AMBITIE’ Het uitgangspunt van dit scenario is dat de gehele gemeente op beeldkwaliteitsniveau C wordt beheerd en onderhouden. Dit is het kwaliteitsniveau zoals dit eerder door de raad is vastgesteld. SCENARIO 2, ‘HUIDIGE AMBITIE + HOGERE AMBITIE AANTAL FUNCTIONELE GEBIEDEN’ Het uitgangspunt van scenario 2 is dat de gehele gemeente op beeldkwaliteitsniveau C wordt beheerd en onderhouden, met uitzondering van een aantal specifieke functionele gebieden die op niveau B worden onderhouden. Dit zijn: winkelgebieden, begraafplaatsen, monumentale bruggen en de doorgaande asfaltwegen (lintwegen).
37
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
SCENARIO 3, ‘HOGER AMBITIENIVEAU + HOGERE AMBITIE AANTAL FUNCTIONELE GEBIEDEN’ Dit scenario heeft als uitgangspunt dat de gehele gemeente op beeldkwaliteitsniveau B wordt beheerd en onderhouden, met uitzondering van een aantal specifieke functionele gebieden die op niveau A worden onderhouden. Dit zijn: winkelgebieden, begraafplaatsen, monumentale bruggen en de doorgaande asfaltwegen (lintwegen). Voor het beheerdomein riolering en water wordt niet beheerd op basis van beeldkwaliteitsniveaus. Beheer vindt hier plaats op basis van landelijk vastgestelde functionele en technische normen in combinatie met een risicobeoordeling.
6.2 Doorrekening beheerscenario’s Er is een doorrekening gemaakt op basis van klein, groot en vervangingsonderhoud. Voor de doorrekening van het theoretisch benodigde budget is gebruikt gemaakt van het interactieve sturingsmodel
Impact
online©
van
adviesbureau
Cyber.
Dit
sturingsmodel
maakt
de
kostenconsequenties per kapitaalgoed inzichtelijk en is gebaseerd op landelijke kengetallen waaronder de normen van het Instituut voor Milieu en AGritechniek (IMAG), normen voor de Grond-, Weg-, en Waterbouw (GWW) en de uitgangspunten van de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018 (KOR) van het CROW.
38
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Figuur 5: Proces doorrekening Impact online Het model berekent de integrale levenscycluskosten. Daarbij is rekening gehouden met specifieke gebiedseigen zaken zoals grondsoort, vervuilingssnelheid en stedelijkheidsklasse. Hiermee wordt inzichtelijk welke budgetten benodigd zijn per beheergroep voor klein, groot en vervangingsonderhoud. Daarbij gaat het model uit van levenscycluskosten. Dit zijn de kosten die jaarlijks gemiddeld nodig zijn voor alle typen onderhoud over de gehele levensduur van de objecten. Het is een theoretische calculatie die uitgaat van een homogene kwaliteit en leeftijd van het te onderhouden areaal. De kostencalculatie geeft dus aan wat in theorie gemiddeld per jaar nodig is. In werkelijkheid kunnen de jaarlijkse onderhoudskosten fluctueren. Dit is onder andere mogelijk door weersinvloeden en projectmatige programmering.
Levenscycluskosten Wanneer een brug jaarlijks € 10.000 kost aan onderhoud, elke vijf jaar € 20.000 kost aan groot onderhoud en na 50 jaar voor € 1.000.000 moet worden vervangen, worden de levenscycluskosten berekend door deze kosten op te tellen. In totaal kost deze brug over de gehele levensduur € 1.700.000. Bij een levensduur van 50 jaar is dit jaarlijks € 34.000, opgebouwd uit € 10.000 aan onderhoud, € 4.000 aan groot onderhoud en € 20.000 aan vervangingskosten. Wanneer deze kosten jaarlijks als budget worden gereserveerd, kan de brug worden onderhouden en worden vervangen aan het einde van de levensduur. 39
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Appels met appels vergelijken:
Het sturingsmodel Impact online© berekent de levenscycluskosten met behulp van landelijke kengetallen, waarbij specifieke werkpakketten gebruikt zijn voor groen, wegen, riolering, openbare verlichting enz. zoals Wijdemeren die in beheer heeft. De CROW-gerelateerde werkpakketten zijn aangepast door plaatselijke situaties mee te nemen, zoals grondslag, vervuilingssnelheid en verkeersdruk.
Het zuivere uitvoeringsbudget wordt bepaald in Impact online©. In dit budget zijn de kosten die direct aan de uitvoeringsmaatregelen t.b.v. onderhoud gekoppeld zijn meegenomen. Dit betreft dus kosten voor de productieve arbeidsuren (dus ook van derden), inzet tractie (maaimachines, trekkers, vervoer, e.d.), benodigd materiaal en stort/verwerkingskosten voor onderhoud.
Dezelfde
onderdelen
worden
vergeleken.
Zo
worden
kosten
ten
behoeve
van
o.a.
gladheidsbestrijding en evenementen buiten de kostenberekening gehouden omdat die niet norm en (beeld)kwaliteit gerelateerd zijn. In het kostenoverzicht zijn deze posten één op één meegenomen.
6.3 Kosten per scenario en voorkeursscenario De resultaten van de doorrekening van de drie scenario’s verschillen vooral in de benodigde exploitatiebudgetten. De investeringsbudgetten (oftewel de vervangingsbudgetten) zijn voor de drie scenario’s gelijk. Ten aanzien van de totale kosten voor klein en groot onderhoud (exploitatiekosten) geldt dat voor scenario 2 voor 2024 een benodigd budget is berekend van € 1.155.000 (voor KO) + € 1.807.000 (voor GO) = € 2.962.000 (zie tabel 3). Hiertegenover staat het voor deze jaren beschikbare bedrag van € 2.083.000. Het berekende tekort ten opzichte van 2022 bedraagt daarmee zo’n €880.000. De situatie is per beheercategorie verschillend: zo is voor openbaar groen een overschot van zo’n €200.000 berekend en is het tekort voor de beheerdomein wegen op een kleine € 800.000 bepaald. In de jaren daarna neemt dit tekort overigens af naar zo’n € 500.000 in 2027. Het berekende tekort ten opzichte van de huidige situatie voor beheerscenario 2 is dus € 879.000. Wanneer we de drie beschouwde scenario’s op dit punt met elkaar vergelijken blijkt het berekende tekort voor scenario 1: € 673.000 en voor scenario 3: € 1.198.000. Scenario 1 is weliswaar financieel gezien aantrekkelijker dan scenario 2, maar dit geldt voornamelijk voor de korte termijn.
Op de langere termijn is er bij dit scenario sprake van kapitaalvernietiging en ontoelaatbare risico’s ten aanzien van veiligheid en bereikbaarheid.
40
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Scenario 3 brengt ontoelaatbaar hoge kosten met zich mee. Omdat het aanzienlijk duurder is, wordt het in de huidige situatie niet reëel c.q. haalbaar geacht. De voorkeur gaat daarmee uit naar beheerscenario 2 dat een mooi evenwicht biedt tussen kosten, (beeld)kwaliteit en risico’s. Daarbij komt dat we een groot deel van de parels in praktijk al volgens scenario 2 onderhouden. De centra, begraafplaats en lintwegen worden momenteel namelijk al op niveau B onderhouden. Keuze voor scenario 1 impliceert derhalve een teruggang in kwaliteitsniveau van deze gebieden hetgeen waarschijnlijk tot negatieve reacties vanuit de samenleving leidt.
6.3 Beheerbudgetten voorkeursscenario In onderstaande tabel zijn voor het voorkeurscenario, scenario 2, de volgende berekende budgetten aangegeven:
Klein onderhoud (KO)
Groot onderhoud (GO)
Vervangingsonderhoud (VO) 2024
Beheerdomein
2025
2026
2027
2028 t/m 2033 gemiddeld
KO
GO
VO
KO
GO
VO
KO
GO
VO
KO
GO
VO
KO
GO
VO
Openbaar groen
685
208
362
618
180
362
618
180
362
618
180
362
569
157
362
Wegen
138
1.290
5.000
138
1.290
5.000
138
1.027
5.000
138
1.027
5.000
112
977
5.000
CK: Kunstwerken
115
183
200
115
183
200
115
183
200
115
183
200
110
182
71
CK: Beschoeiingen
57
93
894
57
93
894
57
93
894
57
93
894
41
68
341
Openbare verlichting
105
-
355
105
-
355
105
-
355
105
-
355
85
-
303
Speel- en beweegvoorzieningen
35,7
-
60
35,7
-
55
35,7
-
55
35,7
-
55
35,7
-
79,5
Straatmeubilair
20
33
136
20
33
136
20
33
136
20
33
136
20
33
71
Tabel 4: Benodigde budgetten conform scenario 2 (x € 1.000) Kanttekeningen bij de tabel:
Vervangingsonderhoud bestaat in z’n geheel uit werkzaamheden die als investering op de begroting komen.
Klein onderhoud betreft de niet planbare werkzaamheden in het kader van de exploitatie.
Groot onderhoud betreft de planbare werkzaamheden in het kader van de exploitatie.
Er is geen rekening gehouden met eventueel aanwezige reserves die aangewend kunnen worden voor dekking van de tekorten in het beheer.
41
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
De budgetten zijn gebaseerd op prijspeil 2023 en gecorrigeerd naar de binnen de gemeente gehanteerde inflatie.
In de beheerbudgetten voor de openbare verlichting zijn de energiekosten niet inbegrepen.
Het beheerdomein water en riolering is niet in de overzichten opgenomen omdat voor dit domein geen sprake is van verschillende scenario’s op basis van beeldkwaliteit
Alle bedragen in de tabellen zijn x € 1000.
6.4 Uitwerking voorkeursscenario per beheerdomein In de volgende hoofdstukken wordt het voorkeurscenario per onderscheiden beheerdomein verder uitgewerkt. Daarbij wordt voor elk domein een korte impressie gegeven van de aard, samenstelling en kwaliteit van het areaal en wordt tevens het beleidskader geschetst. Dit betreft onder meer wet- en regelgeving, normen en richtlijnen en lokaal en regionaal beleid. Ook vindt een financiële uitwerking van het voorkeurscenario plaats waarbij voor de komende planperiode de benodigde budgetten voor klein onderhoud, eventueel groot onderhoud (tezamen de exploitatie) en vervangingsonderhoud (zijnde investeringen) worden bepaald.
De volgorde waarin deze uitwerking plaatsvindt is:
Openbaar groen
(hoofdstuk 7)
Wegen
(hoofdstuk 8)
Civiele kunstwerken:
Bruggen
(hoofdstuk 9)
Beschoeiingen
(hoofdstuk 10)
Openbare verlichting
(hoofdstuk 11)
Speel- en beweegvoorzieningen
(hoofdstuk 12)
Straatmeubilair
(hoofdstuk 13)
42
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
7. OPENBAAR GROEN In dit hoofdstuk staan de visie op en het beleid voor het openbaar groen van de gemeente. Deze bouwen voort op onder andere de Omgevingsvisie, het Coalitieakkoord 2022-2026 en de ambities voor klimaatadaptatie en duurzaamheid. In dit hoofdstuk wordt het groen in de openbare ruimte besproken waarvoor de gemeente Wijdemeren verantwoordelijk is. Het gaat hierbij om bomen, heesters, bosplantsoen en grassen. De grote delen van het buitengebied die in beheer zijn van het Plassenschap Loosdrecht e.o. zijn niet in het beheer van de gemeente en vallen niet onder dit beleidsplan.
7.1 Kaders voor groenbeleid Op basis van bestaand beleid en wet- en regelgeving is een aantal kaders van belang. In bijlage 8 staan de relevante wet- en regelgeving op het gebied van openbaar groen verder uitgewerkt. Onderstaande opsomming zijn de kader die op gemeentelijk niveau van belang zijn:
Beeldkwaliteit C is het uitgangspunt voor het onderhoudsniveau. Voor de begraafplaatsen, winkelgebieden en de hoofdinfrastructuur is niveau B de ambitie:
Gemeente Wijdemeren heeft beperkte financiële middelen.
Er is beperkte personele capaciteit op het gebied van duurzaamheid, klimaat en biodiversiteit.
De gemeente heeft wel veel ambities:
Klimaatbestendigheid
Participatie
Biodiversiteit
Duurzaamheid
Groen speelt rol bij ontmoeting en beweging
Er is een prachtig buitengebied (veel Natura2000-gebied).
De gemeente maakt geen gebruik van pesticiden.
De gemeente wil de uitvoering van het groenbeheer verduurzamen (CO2-besparing).
Specifiek op het gebied van bomen is een aantal zaken van belang:
43
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Kwaliteit gaat voor kwantiteit. De huidige doelstelling is 9500 bomen. Er ligt een wens om toe te werken naar bomen met goede groeiomstandigheden. Zodoende kan het nodig zijn bomen te kappen en minder terug te plaatsen (richtlijn is 75% terugplaatsen bij kap).
De kaders staan verder uitgewerkt in het bomenbeleid, incl. inrichtingseisen.
Inwoners hoeven alleen een kapvergunning aan te vragen voor beschermde bomen (landelijke lijst) of bijzondere bomen (gemeente).
Groenareaal Een belangrijk kader is het huidige groenareaal dat de gemeente in beheer heeft. Begin 2023 is dat: GROEN
Aantal
Per
Bomen
9.150
stuk
Sierplantsoen
809 42
Are stuk
Bosplantsoen
756
are
Grasvelden
2.526
are
Ruw gras
2.558
are
Bloemrijk grasland
78
are
Landschappelijke beplanting
113
are
Tabel 5: Groenareaal in de gemeente Wijdemeren BOMEN IN WIJDEMEREN In Wijdemeren staan relatief veel verschillende soorten bomen. De eik, es, linde en iep komen het meest voor. Bijzonder voor Wijdemeren is dat er veel verschillende soorten iep (115 varianten) voorkomen. Dit is het resultaat van bewust beleid.
44
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Peer (pyrus); 92 Valse acacia (robinia); 76 Appel (malus); 94
Populier (populus); 122
Amberboom Lijsterbes en (liquidambar); 143 meelbes (sorbus); 158 Beuk (fagus); 170
Overig; 561 Eik (quercus); 1313
Plataan (platanus); 183 Haagbeuk (carpinus); 220 Els (alnus); 470
Es (fraxinus); 1252
Kers (prunus); 519 Linde (tilia); 900
Berk (betula); 521
Esdoorn (acer); 685
Iep (ulmus); 883 Wilg (salix); 716
Grafiek 1: Bomen per aantal
BEELDKWALITEIT Uit een meting op de beeldkwaliteit uit 2022 komt het volgende beeld naar voren. Gemiddeld wordt een C gescoord. Dit is in lijn met de opgestelde kaders. De begraafplaats scoort een A. De bedrijventerreinen scoren lager, namelijk D-niveau. Dit zijn de uitkomsten van alle arealen (groen, meubilair, kunstwerken, riolering, verharding en water). Voor groen valt op dat met name de bomen laag scoren, namelijk D op alle meetlatten.
45
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Figuur 6: Resultaten meting beeldkwaliteit per gebied
7.2 Visie op het openbaar groen
Groen is belangrijk voor Wijdemeren, nu maar zeker ook voor de toekomst! Groen draagt bij aan de gezondheid van de inwoners, is noodzakelijk om klimaatadaptief te worden, is belangrijk voor de biodiversiteit en heeft een belangrijke rol in de uitstraling van de gemeente.
46
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Het huidige groen vormt het uitgangspunt voor het beleid. Dit moet behouden blijven en duurzaam in stand worden gehouden. Daarnaast is er een opgave om groen toe te voegen, met name op plekken met hittestress en daar waar de groenstructuur onderbroken is of uitbreiding wenselijk is. De 3-30-300 norm geeft hierbij een richting over waar extra groen nodig is.
3-30-300 norm •
3: vanuit ieder huis moet zicht zijn op drie bomen.
•
30: in elke wijk moet een bladerdek van tenminste dertig procent komen.
•
300: hooguit driehonderd meter van elke woning moet een park of plantsoen met bomen.
Dit is in het kort de 3-30-300-norm, bedacht door hoogleraar Cecil Konijnendijk van den Bosch, directeur van het Nature Based Solutions Institute, onderdeel van de Universiteit van British Columbia in Canada. Konijnendijk staat internationaal bekend als 'urban forestry expert'. Steeds meer gemeenten omarmen deze norm om gericht te vergroenen, met name vanuit klimaatadaptatie en welzijn (gezondheid).
De gemeente heeft voor de openbare ruimte afspraken gemaakt over het gewenste beeld. Momenteel is beeldkwaliteit C van toepassing. Voor de begraafplaatsen, de winkelcentra en hoofdinfrastructuur geldt B. Deze keuze is met name financieel ingestoken. Voor groen is echter niet alleen de beeldkwaliteit relevant. Het gewenste eindbeeld en de functie van het groen is ook van belang. Dat vraagt vakkennis, waarbij ook rekening gehouden moet worden met het veranderende klimaat, ziekten, plagen en onkruiden.
‘Groene’ invulling Omgevingsvisie De Omgevingsvisie biedt het centrale kader voor het beleid in Wijdemeren. Daarin staan ambities voor 2040 waarin groen een belangrijke rol speelt: Ontwikkeld vanuit eigen karakter:
”In 2040 heeft ieder dorp in Wijdemeren zich vanuit het eigen karakter verder ontwikkeld. We koesteren het aanzien en de cultuur van de dorpen - de bomen, het groen en de historische bebouwing - en bouwen daarop voort.”
Sterk natuurnetwerk:
“In 2040 staat Wijdemeren uiteraard nog steeds bekend om de prachtige natuur in het Vechtplassengebied. De sterke natuur is een belangrijke pijler onder onze vitale gemeente.”
47
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
Duurzame leefomgeving:
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
“In 2040 heeft Wijdemeren zich ontwikkeld tot een duurzame gemeente (zoveel mogelijk CO2-neutraal) en hebben we leefen landbouwgebieden ingericht voor klimaatadaptatie.”
Energieke en inclusieve samenleving:
“In 2040 bruist het van het initiatief en het verenigingsleven in de kernen en het buitengebied; het samen organiseren is dan nog steeds verankerd in de Wijdemeerse samenleving. De centra zijn dan ook plekken om samen te komen en elkaar te ontmoeten.”
Uitstekend verbonden:
“De kernen van Wijdemeren zijn uitstekend verbonden met elkaar en met de regio. Binnen onze gemeente wordt vaker gewandeld en gefietst.”
Gastvrij:
“In de toekomst is het nog steeds aantrekkelijk om in Wijdemeren te recreëren en te genieten van de omgeving en de cultuur zowel binnen als buiten de dorpen.”
De Omgevingsvisie benoemt drie kernopgaven, namelijk:
Vitale en gezonde leefomgeving: behouden en versterken van de woon- en leefkwaliteit in de kernen en linten. Thema’s voor Groenbeleid: belevings- en gebruikswaarde, ontmoeting, beweging, klimaatadaptie.
Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid: vergroten van het verdienvermogen door ruimte te bieden aan (nieuwe) economische activiteiten en te investeren in bereikbaarheid. Thema’s voor Groenbeleid: aantrekkelijke werklocaties, recreatief netwerk.
Waardevol landschap: vormgeven van natuurbehoud, landschapsbeheer en vergroten van de biodiversiteit. Thema’s voor Groenbeleid: biodiversiteit, robuust en beleefbaar natuurnetwerk, cultuurhistorie.
In het vervolg zijn de kernopgaven en bijbehorende thema’s vanuit de Omgevingsvisie verder uitgewerkt voor het openbaar groen.
7.3 Ambities en uitgangspunten Hieronder staan de ambities van de gemeente (‘wat willen we bereiken?’) en de uitgangspunten om die ambities de komende 10 jaar waar te maken (‘wat gaan we daarvoor doen?’). Er zijn algemene zaken, en vervolgens is dit per kernopgave en thema uitgewerkt.
48
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Algemeen Thema
Wat willen we
Wat gaan we daarvoor doen?
bereiken? Behoud
Het bestaande groen
-
minimaal behouden.
Groenstructuurkaart maken en vertalen naar Omgevingsplan (update ‘Groene kaart’).
-
Nota snippergroen herzien (inzet: geen verkoop meer van openbaar groen).
-
Groenbeheerplan voor duurzaam groenbeheer opstellen.
-
Uitgangspunt: toewerken naar 9500 bomen (mét goede groeiomstandigheden).
Versterken
Huidig groen en de
-
Beheer inrichten op duurzaam in stand houden
biodiversiteit
van het groen en centraal zetten van kwaliteit,
versterken.
door bijvoorbeeld meer diversiteit toe te voegen of ander te beheren. -
Kwaliteit boven kwantiteit stellen, waarbij behoud van kroonvolume de minimale standaard is.
-
Gewenste eindbeelden vastleggen, gekoppeld aan groenstructuur.
Gericht vergroenen,
-
De 3-30-300 regel als uitgangspunt hanteren.
met name daar waar de
-
Het eerste onderzoek dat is gedaan naar de
groenstructuur niet
huidige ‘score’ op deze regel verder uitwerken.
compleet is en/of waar
De mogelijkheden hangen af van het
hittestress of
beschikbare budget.
wateropvang een issue is. Gezonde bodem
Een gezonde bodem als
-
basisvoorwaarde voor het groen.
Proef doen met mulchen van blad (waar mogelijk).
-
Te arme bodems regulier gaan bemesten (waar mogelijk).
Divers
Een gezond en divers
bomenbestand
bomenbestand.
-
Behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen, zodat deze verder kunnen groeien.
-
Nieuwe bomen goede groeiplaatsen geven, zodat deze volwaardig kunnen uitgroeien (minimaal 40-50 jaar).
49
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
Thema
Wat willen we
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Wat gaan we daarvoor doen?
bereiken? Divers bomenbestand, die bestendig zijn tegen
-
ziekten en het veranderende klimaat. Daarom een grote diversiteit aan soorten, waarbij ook wordt getest wat wel of niet werkt op de bodem. Bomen verwijderen die niet langer op de
-
openbare weg te handhaven zijn. Het verwijderde kroonoppervlak aan
-
bladmassa binnen afzienbare tijd compenseren met nieuwe bomen. Duurzaam
Duurzaam
beheer
groenbeheer, zonder schade aan milieu.
Geen gebruik van schadelijke
-
bestrijdingsmaatregelen. Duurzaamheid meenemen in de afweging van
-
in het inkoopbeleid en de uitvragen. Elektrisch en dus uitstootvrij gereedschap en
-
materiaal van de buitendienst introduceren waar mogelijk. Tabel 6: Algemene ambities voor openbaar groen
Kernopgave A: Vitale en gezonde leefomgeving Thema
Wat willen we
Wat gaan we daarvoor doen?
bereiken? Belevings- en
Beheren conform
gebruikswaarde
beeldkwaliteit. Vernieuwen
-
Op beeldkwaliteit monitoren en sturen.
-
Bewoners blijven betrekken bij omvorming
plantvakken, samen met bewoners.
van plantvakken -
Inspraak van bewoners op de invulling van de vakken behouden.
Wensen voor
-
Uitvoering geven aan wensen en/of ideeën
vergroening vanuit
vanuit het Dorpenbeleid, binnen de financiële
dorpen realiseren.
kaders.
Eetbaar groen
-
Meer fruitstruiken en -bomen, en meer notenbomen plaatsen.
50
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
Thema
Wat willen we
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Wat gaan we daarvoor doen?
bereiken? Ontmoeting
Groen dat bijdraagt aan
-
ontmoeting.
Speelveldjes en ontmoetingsplekken behouden en spelaanleidingen creëren.
-
Participatie en zelfbeheer stimuleren, en Appelboomprojecten doorzetten.
Beweging
Groen dat beweging
-
Onderzoek doen naar groene schoolpleinen.
stimuleert.
-
Onderzoek doen naar mogelijke bomenroute in en tussen de dorpen.
Klimaatadaptatie
Klimaatadaptie verder
-
vormgeven.
Omgevingsprogramma Klimaat uitwerken, inclusief een uitvoeringsplan.
Geen hittestress: groen
-
In te ontwikkelen Omgevingsprogramma
gericht inzetten tegen
Klimaat locaties in beeld brengen waar
hittestress
hittestress voorkomt. -
Plan waar groen (met name bomen) ingezet kan worden tegen hittestress. Hiervoor wordt de 3-30-300 analyse ingezet.
Tijdelijke wateropvang
-
In GRP wordt hier al rekening mee gehouden.
-
Van diverse soorten planten en bomen leren
in het groen Klimaatbestendige soorten
wat wel en niet werkt op het gebeid van klimaatbestendigheid.
Klimaatadaptatie
-
Actie Steenbreek doorzetten.
stimuleren bij particulieren Tabel 7: Ambities voor openbaar groen bij kernopgave A
Kernopgave B: Ruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid Thema
Wat willen we
Wat gaan we daarvoor doen?
bereiken? Aantrekkelijke
Aantrekkelijke en
werklocaties
groene werklocaties,
-
Onderzoek doen naar de behoefte en kansen voor vergroening op bedrijventerreinen.
waar ook ruimte is voor een wandeling.
51
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
Thema
Wat willen we
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Wat gaan we daarvoor doen?
bereiken? Recreatief
Een netwerk van
netwerk
wandel- en fietsroutes
Groen aantrekkelijk inrichten rond de wandel-
-
en fietsroutes.
door het buitengebied, verbonden met de kernen. Tabel 8: Ambities voor openbaar groen bij kernopgave B
Kernopgave C: Waardevol landschap Thema
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Biodiversiteit
Groen dat bijdraagt aan de
-
biodiversiteit.
Bij maaibeheer meer rekening houden met biodiversiteit. In het groenbeheerplan wordt dit verder uitgewerkt.
-
Diverse soorten toepassen.
-
Inheemse / autochtone soorten toepassen waar dat passend is.
-
Bijenlinten in stand houden en uitbreiden, en deze gebruiken als hotspots voor insectvriendelijk beheer.
Robuust en
Robuuste groenstructuur.
beleefbaar
-
Groenstructuurplan opstellen.
-
Faunapassages opnemen in
natuurnetwerk
groenstructuurplan en in beheerplan. -
Eindbeelden en beheer vaststellen voor groenstructuren (incl. bomen).
Cultuurhistorie
Groen dat past bij de
-
omgeving.
Binnen de bebouwde kom functie, uitstraling en diversiteit van groen centraal stellen.
-
Buiten de bebouwde kom het landschap centraal stellen, met name in Natura 2000 gebieden.
-
Monumentale bomen beschermen en daar waar het past nieuwe aanplanten, aangepast op de omgeving.
Tabel 9: Ambities voor openbaar groen bij kernopgave C
52
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
7.4 Randvoorwaarden en succesfactoren In deze paragraaf staat een overzicht van wat nodig is om de groenvisie te implementeren in beleid, organisatie en middelen.
Beleid Deze Groenbeleidsparagraaf sluit aan bij de Omgevingsvisie en kan verwerkt worden in het Omgevingsplan. Daarnaast zal een aantal zaken verder uitgewerkt moeten worden in het Programma Klimaat.
Verder
zal
de
inhoud
van
deze
groenbeleidsparagraaf
vertaald
worden
naar
een
groenbeheerplan en een groenstructuurplan. Onderdeel van dit groenstructuurplan zijn ecologische structuren en verbindingen. Eindbeelden groen voor parkjes en andere groenstructuren dienen daarin te worden vastgelegd. CONCRETE ACTIES:
Groenstructuurplan opstellen;
Groenbeheerplan opstellen;
Vertaling naar Programma Klimaat;
Nota snippergroen herzien;
Onderzoek naar groene schoolpleinen;
Onderzoek naar mogelijke bomenroute in en tussen de dorpen;
Onderzoek naar de behoefte en kansen voor vergroening op bedrijventerreinen.
Organisatie Nieuw aangelegde of omgevormde openbare ruimte moet voor de lange termijn beheerd en onderhouden worden. Het is van belang dat groenbeheer vroegtijdig aan tafel zit bij projecten vanuit wegen, riolering en ruimtelijke ordening (in- en uitbreiding). Zo zit er altijd een specialist groen in een projectteam, bijvoorbeeld om vroegtijdig vast te stellen welke bomen behouden moeten worden en onder welke voorwaarden. Zo nodig vindt hiervoor gericht onderzoek plaats. Door het Handboek Bomen van Stichting Norminstituut Bomen, het HIOR, en circulair inkopen en aanbesteden van toepassing te verklaren en dit in projectopdrachten te benoemen, krijgen alle betrokken partijen duidelijke richtlijnen. De ambities rond groen zijn hoog en ook de waarden waar het groen aan moet bijdragen zijn verbreed. Dit vraagt veel van de medewerkers en de aannemers die werken in en aan het groen. Goede opleiding en scholing zijn daarbij essentieel. Gemeentelijke beleids- en projectmedewerkers hebben voor de Wet
53
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
natuurbescherming certificaat niveau 3 of 4 nodig. Het meer integraal denken en werken vraagt om andere competenties. Het werk in het groen biedt kansen voor de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In onze contracten wordt dit meegenomen. CONCRETE ACTIES:
Monitoring en sturen op beeldkwaliteit opzetten;
Benodigde opleidingen borgen;
Zorgen dat er altijd een groenspecialist in een projectteam zit.
Middelen De middelen om de acties uit dit plan uit te voeren, zijn als volgt te ordenen: 1. REGULIER BEHEER EN ONDERHOUD, INCLUSIEF VERVANGINGEN Het gaat hierbij om dagelijks beheer, groot onderhoud en vervangingen. Doel hiervan is het in stand houden van het areaal. Deze kosten zijn opgenomen in de reguliere groenbegroting. Voor vervangingen is ook een apart budget, op basis van afschrijvingen. Deze afschrijftermijnen staan in onderstaande tabel. AREAALTYPE
Afschrijftermijn
Bomen in bermen en houtsingels
60 jaar
Bomen overig
45 jaar
Heesters, bodemdekkers, hagen
25 jaar
Vaste planten
12,5 jaar
Bloembakken
15 jaar
Bosplantsoen
40 jaar
Grasvelden
45 jaar
Ruw gras
45 jaar
Bloemrijk grasland
45 jaar
Landschappelijke beplantingen
40 jaar
Tabel 10: Afschrijftermijnen per areaaltype openbaar groen
54
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
2. INTEGRALE PROJECTEN, WAAR GROEN OOK AAN MEEDOET Er zijn integrale projecten waarbij groen ook aangepakt wordt. Vanuit groen komt dan een bijdrage voor het project. De middelen hiervoor komen uit de reguliere groenbegroting. 3. PROJECTEN OM DE GROENSTRUCTUUR TE VERSTERKEN Dit is een nieuw uit te werken stroom. Er is momenteel geen budget vanuit de reguliere begroting groen om dit te doen. Daarom zal er vanuit andere programma’s of vanuit subsidiemogelijkheden naar aanvullende financiering gezocht moeten worden. Gezien de link met bijvoorbeeld klimaatadaptatie is dat goed denkbaar. 4. PROJECTEN VANUIT PARTICIPATIE Er zijn ook wensen en ideeën vanuit inwoners of vanuit de dorpsraden. Momenteel is hier wel wat budget voor, namelijk €50.000 vanuit openbare ruimte en €50.000 vanuit sociaal domein per jaar. Dit wordt doorgezet. Als de wens is om meer te kunnen doen, zal dit budget opgehoogd moeten worden. 5. ACTIES VANUIT BELEID Er zijn ook acties benoemd die opvolging vragen in planvorming, de organisatie, etc.
7.5 Budgetten Onderstaande
tabel
geeft
een
overzicht
van
de
voor
de
komende
planperiode
benodigde
beheerbudgetten. Daarbij is onderscheid gemaakt in klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsonderhoud. Klein en groot onderhoud tezamen vormen de exploitatie. Klein onderhoud is hierbij het niet planbare en groot onderhoud het wel planbare onderhoud. Vervangingsonderhoud betreft investeringen. De aangegeven budgetten betreffen zowel het openbaar groen zoals beplanting en grasen kruidachtigen, als de bomen. Een uitgebreide toelichting op de berekening van de budgetten is terug te vinden in het Groenbeheerplan 2024-2027 en het Beheerplan bomen 2024-2027.
2028 t/m 2033
2024
2025
2026
2027
Klein onderhoud
€685.000
€618.000
€618.000
€618.000
€569.000
Groot onderhoud
€208.000
€180.000
€180.000
€180.000
€157.000
Vervangingsonderhoud
€302.000
€302.000
€302.000
€302.000
€302.000
TYPE ONDERHOUD
gemiddeld
Tabel 11: Benodigde beheerbudgetten groenareaal 2024-2033
55
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
8. WEGEN Dit hoofdstuk bevat een uitwerking van het beleid rondom de wegen. Tot deze categorie behoren de asfaltwegen, elementenverhardingen, halfverhardingen en wegmarkeringen. Allereerst wordt een beeld geschetst van de aard en omvang van het wegenareaal. Daarna
worden de
landelijke
komen
wet-
en
regelgeving
omtrent
wegenbeheer
uiteengezet.
Vervolgens
de
beleidsrichtlijnen aan bod. Hierbij worden drie thema’s behandeld, te weten: verkeersveiligheid, klimaatadaptatie en circulair inkopen. In de laatste paragraaf wordt stil gestaan bij de benodigde beheerbudgetten.
8.1 Areaal De voet- en fietspaden, straten, wegen, pleinen en parkeerplaatsen behoren tot het domein ‘wegen’. Zoals eerder genoemd, bestaan deze uit asfalt-, elementen-, beton- of halfverhardingen. In de onderstaande tabel staat het aantal vierkante meter per type verharding dat in beheer is van de gemeente opgesomd en de daarbij behorende vervangingstermijn.
VERHARDINGEN
m2
Asfaltverharding
477.800
Elementenverharding
623.100
Betonverhardingen
1.400
Halfverhardingen
2.500
TOTAAL
1.100.900
Tabel 12: Aantal vierkante meter verharding per type
56
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
8.2 Wet- en regelgeving Wegenwet De Wegenwet omschrijft de regelgeving rondom openbare wegen waar overheden zich aan dienen te houden. Volgens artikel 15 en 16 van de Wegenwet is een gemeente verplicht een weg te onderhouden, wanneer zij een weg als openbaar heeft bestemd. Verder dient ze ervoor te zorgen dat de wegen die binnen het gemeentelijk gebied liggen, in goede staat verkeren.
Wegenverkeerswet De Wegenverkeerswet omschrijft de verkeersregels waaraan iedereen in Nederland zich dient te houden. De wet heeft betrekking op het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers en passagiers, het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan, en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer. Daarnaast heeft de wet als doel overlast, hinde of schade aan het milieu door het verkeer in te perken of te voorkomen. Ook is in deze wet opgenomen dat o.a. de gemeente regels op mag stellen op het gebied van deze onderwerpen. Voor de wegen die onder Richtlijn 2008/96/EG vallen
zijn in deze wet extra regels voor de
verkeersveiligheid opgesteld. . Deze richtlijn is opgesteld door het Europees Parlement en heeft als doel de verkeersveiligheid op het Europese wegennetwerk te vergroten. De richtlijn is van toepassing op autosnelwegen en andere hoofdwegen zowel in aanleg- of ontwerpfase
als in de gebruiksfase.
Daarnaast vallen ook de wegen buiten het stedelijk gebied onder deze richtlijn, voor zover zij met behulp van financiering van de Europese Unie zijn gerealiseerd en zij niet een toegangsweg voor een perceel zijn of toegankelijk voor algemeen verkeer.
Wet milieubeheer en Wet geluidhinder De Wet milieubeheer wordt als de belangrijkste wet rondom milieubescherming gezien. Hierin worden de wettelijke instrumenten genoemd die ingezet kunnen worden het milieu te beschermen. Daarnaast worden de uitgangspunten uiteengezet. Dit wordt niet op detailniveau gedaan; daarvoor worden Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) ingezet. In de Wet milieubeheer wordt o.a. de lozing van afvalstoffen en het tegengaan van geluidshinder geregeld. Deze wet wordt gezien als de belangrijkste wet rondom afvalstoffen. De maatregelen die genoemd worden voor het tegengaan van geluidhinder door (spoor)wegen hebben betrekking op de rijkswegen, provinciale wegen en wegen in verstedelijkte gebieden met meer dan 100.000 inwoners. Voor de gemeente Wijdemeren zijn deze regels niet van toepassing. Hiervoor moet
57
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
gekeken worden naar de Wet geluidhinder. Deze wet regelt de bescherming tegen geluidshinder die veroorzaakt wordt door wegverkeer, railverkeer en industrieterreinen. Hoofdstuk VI omschrijft zones langs de wegen en wat de hoogste toegestane geluidsbelasting is in deze zones. Daarnaast worden de regels omtrent geluidshinder bij reconstructies van wegen in dit hoofdstuk uitgewerkt.
Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit heeft als doel de bodem duurzaam te beheren. Dit houdt in dat er een balans wordt gezocht de bodemkwaliteit te beschermen voor mens en milieu en het gebruik van de bodem voor maatschappelijke doeleinden te blijven gebruiken. De aanleg en het beheer van wegen valt onder het laatstgenoemde. In het besluit is o.a. een aantal voorwaarden voor het (her)gebruik van wegenbouwmaterialen opgenomen. Een ingrijpende maatregel is de manier waarop met teerhoudend asfalt omgegaan dient te worden. Volgens artikel 28 mogen bouwstoffen vervaardigd, ingevoerd en gebruikt worden wanneer aan bepaalde samenstellings- en emissiewaarden voldaan wordt. Niet teerhoudend asfalt wordt in artikel 29 als een van de uitzonderingen op deze regel genoemd, waardoor teerhoudend asfalt automatisch hier wel aan moet voldoen. De CROW-publicatie 210 ‘Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt’ wordt hierbij als richtlijn gehanteerd om aan te tonen dat asfalt geen teer bevat.
Besluit asbestwegen milieubeheer Het Besluit asbestwegen milieubeheer berust zich op artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer. In dit besluit is opgenomen dat over het algemeen het verboden is wegen in beheer te hebben die asbest bevatten. In dit besluit staat een aantal uitzonderingen opgesomd. Daarnaast staat ook een meldingsplicht opgenomen wanneer ontdekt wordt dat een weg asbest bevat.
Wet basisregistratie grootschalige topografie Sinds 1 juni 2022 is de Wet basisregistratie grootschalige topografie van kracht. Deze wet heeft als doel de uitwisseling en het gebruik van geografische informatie efficiënter te maken. In artikel 7 lid 7 worden de objecten opgesomd waarvan een basisregistratie nodig is. Hier wordt o.a. een wegdeel en een ondersteunend wegdeel genoemd. Verder wordt in de wet uitgewerkt hoe deze registratie geregeld dient te worden.
58
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
8.3 Beleidsrichtlijnen Verkeersveiligheid Wegen worden ingericht volgens CROW-richtlijnen “Duurzaam Veilig”. Deze visie heeft als doel ernstige ongevallen te voorkomen en, daar waar dat niet mogelijk is, de kans op ernstig letsel te verminderen. Bij
het
inrichten
van
de
verkeersomgeving
wordt
rekening
gehouden
met
het
feit
dat
verkeersdeelnemers mensen zijn. Zij kunnen fouten maken en zullen zich niet altijd aan de regels houden. Daarnaast zijn vorm, functie en gebruik op elkaar afgestemd. In september 2022 is het mobiliteitsplan “Duurzaam, Veilig & Vooruit” vastgesteld. Hierin staat de visie van de gemeente op het gebied van mobiliteit tot 2045. De belangrijkste thema’s in dit plan zijn veiligheid, duurzaamheid en bereikbaarheid. Daarnaast worden toegankelijkheid en leefbaarheid als belangrijke punten gezien. De inrichting van wegen op netwerkniveau zullen plaatsvinden conform de wensbeelden uit dit plan. De inrichting van wegen op straatniveau dient conform het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) te voldoen. In aanvulling op de opgenomen eisen in dit handboek, is het ook wenselijk voor de verschillende wegtypes de verhardingen verder uit werken. Zo is het voor wegtype 3, de wegen met een hoge verkeersbelasting, en wegtype 6 en 7, de voet- en fietspaden, is het wenselijk asfaltverharding toe te passen. Daarnaast is bij voet- en fietspaden het rijcomfort van belang, waardoor geen slijtlagen toegepast zullen worden op de rijbaan. Voor wegtype 4 en 5, de buurt- en woonstraten, zullen elementenverhardingen gebruikt worden. Momenteel heeft nog een aantal woonstraten asfaltverharding, met name in Loosdrecht.
Zodra deze wegen het einde van hun levensduur bereikt hebben, zullen deze omgevormd worden naar elementenverhardingen. Wegen op industrieterreinen, in agrarische gebieden en bij busplatforms hebben een intensieve belasting. Hierdoor is het wenselijk betonverharding toe te passen. Ook bij recreatieve wandel- en fietspaden wordt gekozen voor een betonverharding. Deze paden zijn slecht bereikbaar, waardoor investeren in een verharding die langer meegaat en minder onderhoudsgevoelig is de voorkeur heeft. Indien mogelijk, wordt zoveel mogelijk gekozen voor een geluidsreducerende verharding, om geluidsoverlast van wegverkeer te beperken. Ten slotte kan gekozen worden voor een halfverharding, zoals een grindpad. Deze zijn echter zeer onderhoudsgevoelig vanwege de ondergrond, weersinvloeden en vegetatie. Dit maakt deze verharding alleen geschikt voor recreatieve wandelpaden op zandgrond.
59
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
Klimaatadaptatie Het veranderende klimaat heeft invloed op de manier waarop naar weginrichting gekeken dient te worden. De temperaturen stijgen, waardoor rekening gehouden moet worden met hittestress. Om deze zoveel mogelijk in te perken, kan gewerkt worden met relatief simpele maatregelen voor het verbeteren van de klimaatbestendigheid. Zo wordt zoveel mogelijk gekozen voor een open verharding bij (nieuwe) parkeerplaatsen. Ook wordt onnodige bestrating zoveel mogelijk ingeperkt en heeft het de voorkeur niet-functionele verharding zoveel mogelijk te vermijden. Naast toenemende hittestress, neemt de neerslag in volume toe. Er valt in een kortere tijd meer regen, waardoor het afwateren van hemelwater opnieuw bekeken dient te worden. Bij groot onderhoud aan de weg of bij een herinrichting zal onderzocht worden of het afwateren naar de berm mogelijk is. Ten slotte worden de winters milder. Het is minder koud, maar er valt wel meer neerslag. Momenteel wordt in de planning van groot onderhouds- en vervangingswerkzaamheden rekening gehouden met het winterseizoen. De inspecties, planvormingen en voorbereidingen van onderhoud worden zoveel mogelijk gepland in de maanden oktober tot april, terwijl de uitvoering in de maanden april tot oktober plaatsvindt. Met de verandering van het klimaat kan onderzocht worden of deze manier van werken nog steeds wenselijk en het meest efficiënt is.
Circulair inkopen De gemeente Wijdemeren is samen met de BEL-combinatie, de Gooise Meren, Hilversum, Huizen en De Regio Gooi en Vechtstreek de inkoopsamenwerking regiogemeenten Gooi- en Vechtstreek aangegaan. Deze inkoopsamenwerking heeft als doel de inkoop te professionaliseren, kennis en ervaring uit te wisselen en efficiënte inkoop te realiseren. In het kader van dit samenwerkingsverband worden werkzaamheden die ernstige verkeershinder veroorzaken op doorgaande wegen, wegafsluitingen en evenementen periodiek afgestemd in de regioregiegroep Gooi- en Vechtstreek. Daarnaast is het “Inkoopbeleid
2022
Regiogemeenten
Gooi-
en
Vechtstreek”
opgesteld.
Voor
onderhoudswerkzaamheden vindt inkoop plaats volgens dit inkoopbeleid. Daarnaast is de gemeente Wijdemeren aangesloten bij de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De MRA heeft binnen hun Circulaire Economie-programma een pijler gericht op circulair inkopen. In 2018 hebben 32 gemeenten en 2 provincies diens “Intentieverklaring circulair inkopen & opdrachtgeverschap” ondertekend, waaronder de gemeente Wijdemeren. In deze intentieverklaring staat opgenomen dat het streven is in 2025 50% van alle producten, goederen en diensten circulair in te kopen. Om dit in goede banen te leiden, heeft de MRA algemene uitgangspunten voor het inkoopproces opgesteld. Tijdens de Duurzaamheidstop van de MRA in 2019 is afgesproken dat op vijf inkooppakketten gunningscriteria 60
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
uitgewerkt worden, waaronder voor asfalt en beton. Zodoende wordt het asfalt dat gebruikt wordt bij onderhoud en herinrichtingen circulair ingekocht.
8.4 Budgetten Onderstaande tabel laat de budgetten zien die nodig zijn om de wegen te onderhouden op het gewenste niveau. Deze budgetten zijn gebaseerd op het in het voorgaande genoemde beheerscenario 2, het voorkeurscenario. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen klein, groot en vervangingsonderhoud. De onderbouwing van het benodigde budget is terug te vinden in het ‘Beheerplan Wegen 2024-2028’. 2028 t/m 2033
2024
2025
2026
2027
Klein onderhoud
€138.000
€138.000
€138.000
€138.000
€112.000
Groot onderhoud
€1.290.000
€1.290.000 €1.0279.000
€1.027.000
€977.000
Vervangingsonderhoud
€5.000.000
€5.000.000
€5.000.000
€5.000.000
TYPE ONDERHOUD
€5.000.000
gemiddeld
Tabel 13: Benodigde beheerbudgetten wegenareaal 2024 t/m 2033
61
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
9. KUNSTWERKEN: BRUGGEN Bij
de
civiele
kunstwerken
maken
we
onderscheid
in
bruggen
en
beschoeiingen. In dit hoofdstuk wordt het beleid rondom de bruggen uitgewerkt. De categorie bruggen in gemeente Wijdemeren bestaat
uit
bruggen van divers materiaal en een aantal zogeheten duikerbruggenen steigers. Deze kunstwerken behoren tot de wegen- en waterinfrastructuur en hebben voornamelijk als doel andere infrastructuur te overbruggen en verbinden. Allereerst wordt in dit hoofdstuk een beeld geschetst van aard en omvang van het areaal. Daarna volgt een paragraaf waarin de relevante wet- en regelgeving is uitgewerkt. Verder wordt in de hoofdstuk een aantal beleidsrichtlijnen uitgewerkt die betrekking hebben op de civiele kunstwerken, te weten: veiligheid en duurzaamheid. Tot slot wordt dan het benodigde budget voor de verschillende onderhoudswerkzaamheden uiteengezet.
9.1 Areaal In onderstaande tabel is het volledige areaal van civiele kunstwerken opgenomen. De objecten zijn verder opgedeeld in het materiaal waar deze uit bestaan en de vervangingstermijn hiervan. Object Brug Duikerbrug
Materiaal
Vervangingstermijn
Aantal
Hout
35 jaar
25
Staal/kunststof
60 jaar
27
Beton
80 jaar
22
Beton
80 jaar
10
TOTAAL
84
Tabel 14: : Aantal (duiker)bruggen per materiaalsoort met vervangingstermijnen
9.2 Wet- en regelgeving Wegenwet In de Wegenwet worden de plichten van overheden beschreven met betrekking tot openbare wegen. In deze
wet
worden,
naast
voet-
en
rijwielpaden,
ook
bruggen
als
weg
bestempeld.
De
verantwoordelijkheden die de gemeente naar haar wegen toe heeft, heeft ze zodoende ook voor haar 62
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
bruggen. Volgens artikel 15 is de gemeente verplicht een weg te onderhouden, wanneer deze tot een openbare weg is bestempeld. Daarnaast is volgens artikel 16 een gemeente verplicht ervoor te zorgen dat een openbare weg in goede staat verkeerd.
Waterwet De Waterwet is opgesteld om overstromingen, wateroverlast en waterschaarste te voorkomen of te beperken, de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen te beschermen en verbeteren, en maatschappelijke functies door watersystemen te vervullen. Aanvullend hieraan staat een aantal taken van de beheerder opgenomen. Ook omschrijft de Waterwet algemene regels over het handelen in watersystemen. De Waterwet regelt zodoende, net zoals de Wegenwet, de algemene aansprakelijkheid van een gemeente.
Woningwet en Bouwbesluit 2012 Omdat een civiel kunstwerk een bouwwerk is, dient dit ook aan de Woningwet te voldoen. In deze wet staat opgenomen dat de eigenaar van een bouwwerk tijdens de bouw, het gebruik of de sloop de veiligheid en gezondheid moet waarborgen. Ook heeft de eigenaar van een bouwwerk de plicht om de staat hiervan te (laten) onderzoeken. In de Woningwet staan verder voorschriften opgesomd waaraan een bouwwerk dient te voldoen, tenzij in de omgevingsvergunning expliciet iets anders staat vermeld. Het Bouwbesluit uit 2012 is een aanvulling op deze wet. Dit besluit bestaat uit technische en andere voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Deze voorschriften gelden voor de bouw, de staat en het gebruik van een bouwwerk. Vanaf 1 januari 2024 zal het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking treden en het Bouwbesluit uit 2012 vervangen. Tot die tijd zal aan het Bouwbesluit 2012 moeten worden voldoen.
Wet basisregistratie grootschalige topografie Net zoals wegen, worden (delen van) kunstwerken genoemd in artikel 7 van de Wet basisregistratie grootschalige topografie. De wet basisregistratie grootschalige topografie heeft als doel de geografische informatievoorziening en de uitwisseling hiervan efficiënter te maken. Dit betekent dat, wanneer de gemeente kunstwerken in haar beheer heeft, zij verplicht is deze te registreren.
9.3 Beleidsrichtlijnen Veiligheid Het belangrijkste uitgangspunt voor civiele kunstwerken is dat ze altijd veilig moeten zijn. Naast dat de gemeente een wettelijke taak heeft om veiligheid te garanderen voor haar inwoners, zal het niet op tijd 63
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
uitvoeren van maatregelen zorgen voor een vergroot risico op schadeclaims. Om de veiligheid te kunnen waarborgen worden, naast de onderhoudsrichtlijnen van het CROW, ook de normen en richtlijnen van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) gehanteerd. Verder wordt de CROW-CUR Aanbeveling 117 voor ‘Inspectie en Advies Civiele Kunstwerken’ gehanteerd voor het meten van de veiligheid van de kunstwerken.
Duurzaamheid Voor de materiaalkeuze van de kunstwerken worden technische afwegingen gemaakt, waarbij gekeken wordt naar het type weg en de zwaarte van het verkeer op de desbetreffende weg. Ook wordt de lengte van de levensduur in acht genomen. Materiaal dat minder snel vervangen moet worden is duurzamer dan materiaal dat vaker vervangen moet worden. Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) wordt als leidraad gehanteerd. Wanneer voor hout wordt gekozen, dient dit het FCS-keurmerk te dragen. Een goed alternatief voor hout kan kunststof zijn, aangezien kunststof een langere levensduur heeft. De kunststof moet in dat geval altijd uit gerecycled materiaal bestaan.
9.4 Budgetten Onderstaande tabel laat de benodigde budgetten zien voor klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsonderhoud. Deze budgetten zijn gebaseerd op het in het voorgaande genoemde beheerscenario 2, het voorkeurscenario. Een verdere uitwerking van de budgetten is terug te lezen in het ‘Beheerplan Civiele Kunstwerken 2024-2027’. 2024
2025
2026
2027
2028 t/m 2033 gemiddeld
Klein onderhoud
€115.000
€115.000
€115.000
€115.000
€110.000
Groot onderhoud
€183.000
€183.000
€183.000
€183.000
€182.000
Vervangingsonderhoud
€200.000
€200.000
€200.000
€200.000
€71.000
TYPE ONDERHOUD
Tabel 15: Benodigde beheerbudgetten (duiker)bruggenareaal 2024 t/m 2033
64
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
10. KUNSTWERKEN: BESCHOEIINGEN Bij de civiele kunstwerken maken we onderscheid in bruggen en beschoeiingen. In dit hoofdstuk worden de beleidskaders rondom beschoeiingen en damwanden beschreven. Een beschoeiing heeft als doel oevers te beschermen tegen instorten of afkalven. Het instorten of afkalven moet worden voorkomen om doorstroming en waterbeheersing te garanderen en vaarwegverkeer niet te belemmeren. In paragraaf 1 wordt allereerst een overzicht gegeven van het areaal aan beschoeiingen. Daarna volgt een overzicht van de voornaamste wet- en regelgeving. In de paragraaf ‘beleidsrichtlijnen’ worden de thema’s veiligheid en duurzaamheid verder uitgediept. Ten slotte wordt een overzicht gegeven van de benodigde budgetten voor klein, groot en vervangingsonderhoud.
10.1 Areaal In onderstaande tabel is het volledige areaal van beschoeiingen opgenomen. De objecten zijn verder opgedeeld in het materiaal waar deze uit bestaan, de vervangingstermijn hiervan en het totale aantal kilometers. Object Beschoeiing
Damwand
Steiger
Materiaal
Vervangingstermijn
Aantal in km of stuks
Hout
30 jaar
9,0 km
Kunststof
30 jaar
0,1 km
Beton
80 jaar
2,1 km
Beton
80 jaar
0,6 km
Staal
60 jaar
1,6 km
Hout
40 jaar
3,7 km
Kunststof
40 jaar
0,3 km
Hout
35 jaar
5 stuks
Tabel 16: Materiaal en vervangingstermijnen beschoeiingen, damwanden en steigers
65
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
10.2 Wet- en regelgeving Wegenwet In de Wegenwet staat, naast de verplichting van overheden om een openbare weg te onderhouden, ook de verplichting om de bermen naast openbare wegen te onderhouden, wanneer deze berm ten behoeve van de instandhouding en de bruikbaarheid van de weg dient. Onder een weg worden onder andere voetpaden, rijwielpaden en fietspaden verstaan. Het onderhoud van beschoeiingen en damwanden dient zodoende ook ten behoeve van het in stand houden van de weg.
Waterwet De Waterwet beschrijft de zorgplicht die overheden hebben voor het voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en –schaarste, het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door deze watersystemen. In deze wet staat ook de toekenning van beheer en zorgplichten met betrekking tot het waterbeheer opgenomen. Beschoeiingen en damwanden hebben als doel te voorkomen dat waterbeheersing belemmerd wordt. Verder is de algemene aansprakelijkheid die de gemeente heeft over de kwaliteit van het water van belang wanneer over het beheer en onderhoud van beschoeiingen en damwanden wordt gesproken.
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is in het leven geroepen om de natuur te beschermen en ontwikkelen, en de biologische diversiteit de behouden of te herstellen. Ook beschrijft deze wet het beheer, gebruik en de ontwikkeling van de natuur ten behoeve van maatschappelijke functies en zorgt deze voor een samenhangend beleid voor dit beheer. Bij het onderhoud en beheer van oevers dient rekening gehouden te worden met de omgeving. Volgens de Wet natuurbescherming mogen geen beschermde dieren zoals vogels en beschermde planten beschadigd worden. Wanneer de Omgevingswet per 1 januari 2024 ingaat, zal de Wet natuurbescherming hierin opgaan. De Omgevingswet zal de zorgplicht voor de natuur van overheden, het bedrijfsleven, natuur- organisaties en burgers beschrijven. Tot die tijd zal de gemeente zich moeten houden aan de Wet natuurbescherming.
66
BELEIDSPLAN GEMEENTE WIJDEMEREN
INTEGRAAL BEHEER OPENBARE RUIMTE
10.3 Beleidsrichtlijnen Veiligheid Het basisprincipe voor alle objecten in de gemeente is dat deze veilig moeten zijn, zo ook de beschoeiingen. Daarnaast heeft de gemeente de wettelijke taak dat bermen nabij een weg en fietspaden niet mogen wegzakken. De veiligheidsnormen die gehanteerd worden zijn de CROW-CUR Aanbeveling 117 ‘Inspectie en Advies Civiele Kunstwerken’ en verschillende normen van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN).