Bijlage 2 Wet en Regelgeving Dieren voor gemeenten in vogelvlucht
Tekst van het document
Bureau Lauret namens
Pagina 45 van 123
Visserijwet 1963 De Visserijwet regelt alle vormen van visserij, te weten: zeevisserij, kustvisserij en binnenvisserij. Dat betekent dat de wet alle soorten visserij dekt, van de Noordzeevisserij tot en met de sportvisserij. De wet bevat bepalingen over de minimumgrootte van vis die gevangen en verkocht mag worden, visrechten, visverboden, en bijvoorbeeld de gesloten seizoenen voor verschillende vissoorten. Alle soorten visserij hebben negatieve gevolgen voor vissen(welzijn): vissen ervaren angst en pijn, lopen verwondingen op, sterven door verwondingen of door actieve doding door de visser. Ook kan er sprake zijn van bijvangst. Soms wordt er gevist met levende gewervelden (zoals vissen en kreeften) als aas: dit is in Nederland verboden3. Regelmatig blijft vistuig als lood en vislijnen, al dan niet met haakje, achter in het water. Dit zorgt voor verwondingen en sterfgevallen, niet alleen bij vissen, maar ook bij watervogels en andere dieren. De Visserijwet wordt gehandhaafd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) van de federaties, zoals Sportvisserij Nederland, Hengelsport Federatie Midden Nederland en Sportvisserij Zuidwest Nederland. Ook de politie kan ingrijpen bij illegale (praktijken in de) visserij. Boa’s van de gemeente hebben geen bevoegdheid om de Visserijwet 1963 te handhaven.
Gemeenten kunnen bepaalde regels en beperkingen opleggen aan ‘sportvissers’ binnen hun gemeentegrenzen. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld een visverbod instellen voor bepaalde wateren of bepaalde tijden van het jaar. Verplichtingen gemeente
Geen Aanbevelingen gemeente
•
In dierenwelzijnsbeleid/ dierenwelzijnsnota ook het welzijn van vissen meenemen
Visserijwet 1963
3
Zie Besluit houders van dieren
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 46 van 123
3. Wet- en regelgeving specifiek gericht op natuur en biodiversiteit
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 47 van 123
Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming (Wnb) staan regels voor de bescherming van natuurgebieden (o.a. Natura 2000-gebieden), dieren en planten in Nederland. Provincies bepalen het natuurbeleid voor hun gebied en zijn bevoegd gezag voor deze wet. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende beschermde planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. De wet regelt ook de bescherming van bos en houtopstanden door een meldingsplicht en herplantplicht. Wet- en regelgeving over stikstof(reductie) en natuurverbetering vloeit eveneens voort uit de Wnb. Ve rs t o ri n g
In het wild levende dieren mogen niet onnodig verstoord worden, niet door inwoners of toeristen, maar ook niet door de gemeente. Ook bij (een vergunning voor) evenementen mag de natuur niet onnodig verstoord worden. Denk bij evenementen bijvoorbeeld aan een vuurwerkshow, muziekevenement, motorcrosswedstrijd of hippisch evenement. Als er beschermde planten- en diersoorten zijn in het betreffende gebied dan moeten er preventieve maatregelen worden genomen om schade te voorkomen. Afhankelijk van de betreffende diersoort kan een (provinciale) ontheffing nodig zijn op grond van de Wet natuurbescherming. Z o rg p li c ht
Op grond van artikel 1.11 Wet natuurbescherming (Wnb) heeft een ieder een zorgplicht voor de natuur, waaronder ook de in het wild levende dieren en hun directe leefomgeving. Ook de gemeente valt in dit verband onder ‘eenieder’. Indien dieren gewond of ziek zijn, moeten ze geholpen worden. In de Wet dieren, artikel 2.1 lid 6 is immers bepaald dat iedereen, ook de gemeente, verplicht is een dier in nood, gehouden of wild, de nodige zorg te verlenen. Met andere woorden: het is verboden een dier de nodige zorg te onthouden. Dit is zelfs een als misdrijf strafbaar gestelde vorm van dierenmishandeling. Deze zorgplicht geldt ook bij verstoring door medewerkers van (aannemers van) gemeenten: denk hierbij bijvoorbeeld aan een medewerker van de plantsoenendienst of een medewerker van de facilitaire dienst die een nestje dieren aantreft e.d. De Raad voor Dierenaangelegenheden heeft een advies gegeven voor de praktische invulling van de zorgplicht voor dieren in de natuur, zowel individueel als groepsgewijs. Volgens hen hangt die af van de mate waarin de dieren hun natuurlijke zelfredzaamheid kunnen ontplooien en van de vraag of die zelfredzaamheid door de mens wordt beperkt. Voor de beantwoording beveelt de raad het Afwegingsmodel Zorgplicht en (on)aanvaardbaar lijden aan, om samenhangend beleid te formuleren dat onder alle omstandigheden goed is uit te leggen.
De gemeente heeft niet alleen een zorgplicht voor individuele wilde dieren, maar ook een zorgplicht voor beschermde planten- en diersoorten en hun leefgebieden. Dit houdt in dat een gemeente maatregelen moeten nemen om deze soorten te beschermen en hun leefgebieden in stand te houden.
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 48 van 123
Be s c h e rmi n g s reg i me s
Naast de algemene zorgplicht bevat de Wet natuurbescherming voor de bescherming van soorten drie verschillende beschermingsregimes: In artikel 3.1 Wnb is het beschermingsregime opgenomen voor soorten die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (artikel 1 Vrl). 2. Artikel 3.5 Wnb bevat het beschermingsregime voor soorten die worden beschermd op grond van (bijlage IV van) de Habitatrichtlijn (en de verdragen van Bern en Bonn). 3. Artikel 3.10 Wnb bevat een beschermingsregime voor overige (nationale) soorten. 1.
Be s c h e rmd e so o rt en / Rod e l i js t so ort e n
Het is verboden in het wild levende soorten genoemd in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. Maar naast bovengenoemde beschermingsregimes is Nederland op grond van internationale regelgeving tevens verplicht aandacht te besteden aan soorten die met uitsterven worden bedreigd of kwetsbaar zijn, ook als die niet specifiek worden beschermd door de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Tegen die achtergrond heeft Nederland ervoor gekozen om ‘Rode lijsten’ vast te stellen. De Rode lijsten zijn overzichten van diersoorten en plantensoorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen, dus soorten die kwetsbaar zijn of met uitsterven bedreigd worden. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Doel van de Rode lijsten is bij te dragen aan een gunstige staat van instandhouding van Rode lijstsoorten. Met deze Rode lijsten kunnen de verschillende overheden en natuurbeheerders in hun beleid rekening houden met de soorten die op die Rode lijsten staan. Voor deze soorten geldt namelijk een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren.
Provincies zijn bevoegd gezag, maar gemeenten hebben een eigen verantwoordelijkheid hierin bij quick scans en natuurtoetsen voor eigen bouwplannen en (gewijzigde) bestemmingsplannen (straks het omgevingsplan). Ook dienen gemeenten informatie te verstrekken over beschermde planten- en diersoorten en hun leefgebieden in een plangebied. Indien zich Rode lijstsoorten in een gebied bevinden bestaat er een hoge prioriteit voor het nemen van actieve beschermingsmaatregelen.4 O p ze t / Vo o rw a a rd e l ij k e o p zet
Er is jurisprudentie van het Europese Hof dat bij Wet natuurbescherming artikel 3.1 onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant.” Als een planontwikkelaar, bouwondernemer, woningbouwcorporatie of gemeente op de hoogte is van de aanwezigheid van een beschermde soort of zelfs een Rode Lijstsoort op en/of rondom een bouw- en/of planlocatie kan van opzet worden gesproken, als wordt doorgegaan met uitvoering van de bouwplannen zonder voldoende rekening te houden met die soort. Idem voor groenaannemers in gemeentelijk groen. G e d ra g s co d e s oo rt b e sc h e rmi n g g eme e n t e n 2 0 2 3
Sinds kort is er een nieuwe Gedragscode soortbescherming gemeenten. In deze gedragscode staan
4
https://iplo.nl/thema/natuur/bescherming-soorten/rode-lijsten-soorten-dieren-planten/
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 49 van 123
maatregelen die schade aan beschermde dieren en planten bij het uitvoeren van bepaalde activiteiten voorkomen of beperken. Er dient volgens deze code te worden gewerkt bij ruimtelijke ontwikkelingen of inrichting en bij bestendig beheer of onderhoud. Het idee is dat door te handelen volgens deze gedragscode, negatieve effecten op (lokale) populaties van beschermde dieren en planten inzichtelijk worden gemaakt en voorkomen of beperkt. De maatregelen bij ruimtelijke ontwikkeling of inrichting betreffen gebouwen en werken, houtige begroeiingen, kruidige begroeiingen en onbegroeid terrein, (half)verhardingen en terreinmeubilair, en wateren en oevers. De zorgplicht voor (individuele) dieren geldt altijd, ook als er gewerkt wordt volgens gedragscodes en/of als er landelijke of provinciale vrijstellingen zijn. In de praktijk lijken er echter hiaten te zijn in deze gedragscode: sommige diersoorten lijken als groep in deze nieuwe gedragscode onvoldoende te worden beschermd. Het is belangrijk als gemeente altijd kritisch naar zulke gedragscodes te blijven kijken (dekt de code alle situaties genoeg, waarin de gemeente een zorgplicht heeft voor dieren?) en goede ecologen te raadplegen voorafgaand aan en tijdens werkzaamheden. De Wet natuurbescherming is immers bovenliggend aan gedragscodes. Verschillende gedragscodes maken gebruik van natuurkalenders.
Er is een Natuurkalender voor vogels (zie volgende paragraaf) en ook een Natuurkalender voor overige soorten. Deze kalenders geven informatie over het leefgebied van soorten en in welke periode een gemeente werkzaamheden het best kan (laten) uitvoeren. Be s c h e rmi n g v o ge l s en n es t en / rus t p l a at s en / e ie re n e n b ro ed e i zoe n
De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: • • • • •
het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3. 1 lid 2); het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet geeft de provincie een algemene bevoegdheid (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3). Tijdens werkzaamheden moeten gemeenten rekening houden met het broedseizoen van vogels. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is. Om een idee te krijgen van de broedperiode per vogelsoort kan de Natuurkalender voor vogels van RVO worden geraadpleegd. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Gemeenten hebben
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 50 van 123
voor deze soorten waarschijnlijk geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. U mag dus buiten het broedseizoen dergelijke nesten verplaatsen of verwijderen, maar daar zijn uitzonderingen op.
Sommige nesten van vogels zijn jaarrond beschermd, bijvoorbeeld omdat de dieren er elk jaar terugkeren. RVO heeft een ‘Indicatieve lijst jaarrond beschermde nesten’. Bij gemeentelijke plannen is het van belang daarmee rekening te houden. Ve rg u n n in g en en on t he f f in ge n aa n vra g e n / vo l l ed i gh e i ds t oe t s e n i n f o rma t i ep l i ch t
Sommige activiteiten kunnen schadelijk zijn voor de natuur. Een initiatiefnemer is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het doen van een volledige en juiste aanvraag van een omgevings- en/of natuurvergunning. Burgers en bedrijven moeten makkelijk en snel te weten kunnen komen of zo’n activiteit is toegestaan en onder welke voorwaarden. De gemeente kijkt of een aanvraag voor een omgevingsvergunning voldoet aan de Wet natuurbescherming en volledig is. Een ‘volledigheidstoets’ betekent voor een gemeente dat, wanneer de gemeente ‘redelijkerwijs’ kan weten dat uit de aanvraag handelingen voortvloeien die de flora en fauna schaden, de gemeente dit meeneemt in deze toets. Het ‘redelijkerwijs weten’ kan voortkomen uit bijvoorbeeld een inventarisatie van flora en fauna die de gemeente heeft laten uitvoeren bij het opstellen van het bestemmingsplan. Het houdt in dat de gemeente, ook als de initiatiefnemer “Handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten of gebieden” niet heeft aangevinkt, toch geen omgevings- of natuurvergunning mag verlenen als uit bijvoorbeeld zo’n eerdere inventarisatie is gebleken dat de aangevraagde activiteit een negatief effect heeft op beschermde natuur. De gemeente heeft daarbij ook een informatieplicht vanuit de Wet open overheid (Woo): de gemeente dient initiatiefnemers te wijzen op mogelijke overtredingen van de Wnb.
Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de provincie een vergunning of ontheffing natuur aan te vragen. Veel zinvolle informatie voor gemeenten staat in de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken. Gemeenten kunnen het zich als bevoegd gezag niet permitteren om in het kader van de Wnb onjuiste informatie te verstrekken en een onjuiste toetsing op volledigheid uit te voeren. Wanneer een gemeente bij een omgevingsvergunning niet juist toetst op volledigheid en onterecht stelt dat een activiteit geen negatief effect heeft op flora en fauna, en later door bijvoorbeeld een groep burgers wordt geconstateerd dat de activiteit wel effect heeft, dan kan de activiteit – samen met alle andere activiteiten die er onlosmakelijk aan verbonden zijn – alsnog geweigerd worden in het kader van de Wabo. Met alle gevolgen van dien. De gemeente dient actief en adequaat informatie te verstrekken. Be l e i d s re ge l k w a l it e i t o pv a ng d ie rs o o rt e n e n b i j be ho re n d p ro to c o l
Opvangcentra voor wilde dieren hebben een ontheffing nodig van de provincie op basis van de Wet natuurbescherming om wilde dieren te mogen opvangen. Daarnaast geldt voor hen de Wet dieren waarvoor het Rijk bevoegd gezag is. Provincies verwijzen in hun ontheffing naar de ‘Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten’, maar kunnen hiervoor ook zelf beleidsregels opstellen. Het ‘Protocol opvang niet aangewezen diersoorten en beschermde diersoorten’, dat bij de beleidsregels hoort, geldt op dit moment bij bijna alle provincies als voorschrift voor de ontheffing. Alle dierenopvangcentra, die beschermde (inheemse en/of uitheemse) en/of verboden diersoorten opvangen, moeten aan dat protocol voldoen.
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 51 van 123
Mocht de gemeente wilde dieren naar een wildopvang willen brengen, dan mag dit alleen bij een opvangcentrum met een ontheffing voor de desbetreffende diersoort. Het Ministerie van LNV is momenteel in overleg met de sector en andere stakeholders over een nieuwe ‘Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten’. Deze beleidsregel gaat waarschijnlijk op 1 januari 2024 in, hoogstwaarschijnlijk tegelijkertijd met de Omgevingswet. Deze beleidsregel vervangt de nu nog geldende ‘Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten’ en zorgt tegelijkertijd voor de modernisering en vereenvoudiging van het bijbehorende ‘Protocol opvang niet aangewezen diersoorten en beschermde diersoorten’. I n v a s i ev e e xo t en
Exoten zijn planten, dieren of andere organismes die van nature niet voorkomen in Nederland. Door menselijke acties komen zij in de natuur terecht. Bijvoorbeeld door het laten ontsnappen van huisdieren. Of door tuin- en vijverplanten door verkeerde afvalverwerking in de natuur te laten komen. Is een exoot schadelijk voor de natuur? Dan wordt de soort invasief genoemd. Er zijn Europese regels om schade door invasieve exoten, planten en dieren, te voorkomen (Verordening invasieve uitheemse soorten). Een belangrijk onderdeel hiervan is de Unielijst. Hierop staan de soorten waarvan de EU zegt dat ze schadelijk zijn. De lijst wordt regelmatig aangevuld met nieuwe soorten. Inwoners mogen soorten van de Unielijst zich laten voortplanten. Ook moeten inwoners ervoor zorgen dat zo’n soort niet kan ontsnappen of zich kan verspreiden. Dat geldt net zo voor gemeenten t.a.v. dieren die de gemeente zelf ‘houdt’, in bijvoorbeeld een vijver of op een kinderboerderij. Indien een dier in de natuur wordt gevonden dat als invasieve exoot op de Unielijst staat, maar dat wel gezond lijkt, adviseert de RVO het dier met rust te laten en het te laten zitten 5. Een dierenambulance hoeft het dier niet op te halen. Een opvangcentrum hoeft het dier ook niet aan te nemen. Dit geldt ook voor een opvangcentrum met een ontheffing voor invasieve uitheemse dieren.
Invasieve uitheemse dieren die gewond raken of ziek zijn kunnen alleen naar een gespecialiseerd opvangcentrum met een ontheffing voor die dieren worden gebracht. Zulke opvangcentra moeten zich houden aan de Beleidsregel kwaliteit opvang invasieve uitheemse diersoorten. Als dat niet mogelijk is kan het dier, indien nodig, ook naar een dierenarts worden gebracht voor euthanasie. Het Rijk, provincies en waterschappen zijn primair verantwoordelijk voor het voorkomen, beheersen van de introductie en verspreiding, en de bestrijding van invasieve exoten. Wi l d b eh e e r, b en ut t in g s ja c ht e n p l ezi e rj a c h t
Benuttingsjacht is het jagen voor voedsel, terwijl wildbeheer gaat om het balanceren van conflicten tussen mens en dier. Wildbeheer wordt onder andere ingezet voor populatiebeheer, schadebestrijding, en het inperken en bestrijden van gevaarlijke zoönosen. Plezierjacht is een omstreden vorm van toerisme waarbij men jaagt op al dan niet bedreigde diersoorten. Het doden van wilde dieren is enkel te rechtvaardigen als er sprake is van gevaarlijke verkeerssituaties of als dieren schade aan bijvoorbeeld dijken veroorzaken én als er al uitgebreid geprobeerd is om de dieren te verjagen zonder ze te doden. Dit valt dan onder de zogenaamde 5
https://www.rvo.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/algemene-regels/gevonden-dier
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 52 van 123
beheerjacht. Provincies, grondeigenaren zoals ook gemeenten, dieren- en natuurorganisaties en jagers maken samen elk jaar een plan voor het beheer van dieren in hun gebieden/terreinen (faunabeheerplan). In dat plan staat onder meer het volgende: • • •
hoe soorten dieren die in het wild leven, beschermd moeten worden hoe schade door wilde dieren kan worden voorkomen of beperkt regels voor de jacht op dieren
In de wet staat verder onder meer dat een jager aan een aantal voorwaarden moet voldoen: hij moet een jachtakte hebben. Verder staat er bijvoorbeeld informatie in over op welke dieren mag worden gejaagd (wildlijst, artikel 3.20, eerste en tweede lid) , de periodes waarin op bepaalde dieren mag worden gejaagd en de jachtmiddelen die mogen worden gebruikt. Tevens staat erin dat een jager wild niet onnodig mag laten lijden. Ook jagers/wildbeheerders van gemeenten moeten daaraan voldoen. Vri j s t e l l i n gs l i j s te n
Er zijn landelijke en provinciale vrijstellingslijsten i.v.m. jacht en schadebestrijding (Wnb artikel 3.8), maar die conflicteren steeds vaker met Europese richtlijnen. Dit is vooral het geval bij vroeger algemeen voorkomende diersoorten die zo (snel) in aantallen afnemen dat er sprake is van een ongunstige staat van instandhouding. Het Ministerie van LNV heeft die dieren daarom inmiddels op Rode lijsten geplaatst. Denk aan onder meer Haas, Konijn en (al eerder) Patrijs. Sommige vrijstellingslijsten worden inmiddels met succes aangevochten bij de rechter. Inmiddels loopt er ook een procedure bij de Raad van State over de houdbaarheid van de landelijke vrijstelling. Wi l d s t ro pe ri j
Wildstroperij is illegaal jagen of vissen, zonder akte of vergunning. Het wederrechtelijk, dus zonder jachtakte of benodigde vergunningen of ontheffingen, doden, verwonden, vangen, bemachtigen of met het oog daarop opsporen van dieren wordt als stroperij aangemerkt. Stroperij is in Nederland sinds 1 april 2002 een overtreding van bepalingen in de Wnb. De strafbaarstelling ervan is geregeld in de Wet op de economische delicten. De Wet natuurbescherming (Wnb) is nu nog van kracht , maar zal per 1-1-2024 worden opgenomen in de Omgevingswet. Af zw a k k i ng Eu rop e s e ri ch t l i jn e n
Europese richtlijnen zijn soms licht afgezwakt in Nederlandse wetgeving, en daarom is het van belang de artikelen uit o.a. de Vogelrichtlijn ook in ogenschouw te nemen. Europese wetgeving gaat immers boven Nederlandse wetgeving en bij rechtszaken kan het Europese Hof dan Nederland op de vingers tikken of zelfs boetes opleggen. Ook artikelen uit de Habitatrichtlijn, en delen uit verdragen van Bern en Bonn zijn van belang.
Verplichtingen overheden: • •
Verbod op opzettelijke verstoring Zorgplicht voor (beschermde) planten- en diersoorten en hun leefgebieden bij o.a. werkzaamheden en vergunningverlening
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 53 van 123
• •
• •
• •
•
• • •
• •
•
• •
Vanuit de zorgplicht wilde dieren die opvang nodig hebben naar wildopvangcentra met een ontheffing voor de desbetreffende diersoort (laten) brengen (Plannen aanleveren die geen afbreuk doen aan) gunstige staat van instandhouding van Rode lijstsoorten door o.a. bescherming, instandhouding of herstel biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid Hogere prioriteit geven aan Rode lijst-soorten bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, ook als er geen aangewezen beschermingszones zijn Motivatieplicht: bij omgevingsplan, omgevingsvergunningaanvraag, een ontheffingsaanvraag of verklaring van geen bedenkingen (bij een omgevingsvergunning) aantonen dat voorgenomen activiteit niet bijdraagt aan een verdere achteruitgang van de staat van instandhouding van Rode lijstsoorten In quick scans/natuurscans/natuurtoetsen aangeven welke beschermde soorten in een gebied kunnen worden verwacht Onderzoeksverplichting/informatieplicht: in natuuronderzoeken middels voldoende veldonderzoeken in de juiste jaargetijden en op de juiste tijdstippen tenminste aangeven: o Welke beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn o Welke functie een gebied heeft voor beschermde soorten; o Of en hoe een ingreep invloed heeft op de staat van instandhouding van voorkomende beschermde soorten evenals o Hoe negatieve invloeden door mitigerende en/of compenserende maatregelen teniet kunnen worden gedaan
Natuurwaarden (beschermde soorten, Rode Lijstsoorten en beschermde gebieden) op het eigen grondgebied beschermen (ook buiten de eigen gemeentegrenzen als de gemeente daar grond in eigendom heeft) In bestemmingsplannen rekening houden met beschermde en Rode lijstsoorten en beschermde gebieden Negatieve invloeden op leefgebied Rode lijstsoorten voorkomen, mitigeren en/of compenseren Afname kwantiteit en/of kwaliteit van bezet leefgebied alleen toestaan in combinatie met kwalitatieve verbetering elders (die voorafgaand aan verslechtering is gerealiseerd en op grond van objectieve gegevens als succesvol kan worden beschouwd) Ontheffingen aanvragen voor beschermde dieren en Rode Lijstsoorten bij bouwplannen etc.
Provincie mag ontheffing (of vrijstelling) uitsluitend verlenen en de gemeente mag dus alleen een ontheffing (of vrijstelling) aanvragen, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: o Er bestaat geen andere bevredigende oplossing (zoals bijvoorbeeld alternatieve locaties, andere ontwerpen of inrichting van de plannen) o Er is sprake van een in de wet genoemd belang o Er treedt geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van soort op Provincie mag ontheffingen en vrijstellingen van verbodsbepalingen voor Vogelrichtlijnsoorten niet afgeven op basis van een dwingende reden van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten), alleen op basis van in de Vogelrichtlijn genoemde belangen. N.B.: woningbouw is niet een in artikel 9, eerste lid van de Vogelrichtlijn genoemd belang Volledigheidstoets: als gemeente checken of een aanvraag voor een omgevingsvergunning voldoet aan de Wet natuurbescherming Werken volgens meest recente/vigerende gedragscode
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 54 van 123
• • • • • •
Rekening houden met broedseizoen (broedgeval is per definitie broedseizoen voor die soort) en jaarrond beschermde nesten Ontheffing aanvragen indien sprake is van (verstoring) broedgeval of jaarrond beschermd nest Aanvragen voor een Omgevingsvergunning toetsen aan Wet natuurbescherming Indien gemeente gewonde of zieke wilde dieren aantreft (inheems, uitheems, al dan niet invasief): naar opvangcentrum met ontheffing die diersoort (laten) brengen Voorkomen dat invasieve soorten zich voortplanten, ontsnappen of zich kunnen verspreiden Wildbeheerders aan voorwaarden in Wet natuurbescherming laten voldoen
Aanbevelingen voor gemeente:
• •
Informeer inwoners via de gemeentelijke website en andere kanalen over wat ze moeten doen als ze een wild dier in nood aantreffen Samen met andere overheden zorgen voor voldoende (financiële) ondersteuning van wildopvangcentra en dierenambulances, zodat inwoners niet gedwongen worden de wet te overtreden, doordat ze, bij gebrek aan dierenambulances en wildopvangcentra, zelf wilde dieren in nood moeten gaan vervoeren of opvangen
Het voert te ver om hier alle artikelen die raakvlakken hebben met dieren en biodiversiteit op te nemen in dit rapport; feitelijk is dat immers de hele Wet natuurbescherming. Er is voor gekozen een aantal artikelen eruit te lichten, omdat die voor gemeenten van belang zijn en/of regelmatig in gemeenten onvoldoende aandacht krijgen. Soms is alleen een link naar de paragraaf gegeven met een samenvatting van de onderwerpen in die paragraaf.
Het volgende is o.a. in de Wet natuurbescherming vastgelegd: Artikel 1.5 (Rode lijstsoorten) 4. De nationale natuurvisie biedt, in de vorm van rode lijsten, inzicht in de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen. Artikel 1.11 (Zorgplicht) 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Artikel 1.12 (Gunstige staat van instandhouding, in combinatie met artikel 1.5 lid 4 voor de Rode lijstsoorten) 1. Gedeputeerde staten van de provincies dragen, ieder in hun provincie, tezamen zorg voor het nemen van de nodige maatregelen voor:
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 55 van 123
a. de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland natuurlijk in het wild levende vogelsoorten en in het bijzonder de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de Vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; b. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten dieren en planten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn, en van de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, genoemd in bijlage I bij de Habitatrichtlijn en habitats van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn, en c. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, bedoeld in artikel 1.5, vierde lid. Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3.
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.4 1. Ingeval het vangen of doden van vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, bij of krachtens deze wet is toegestaan, is het verboden deze vogels: a. te vangen of te doden met: i. middelen, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Vogelrichtlijn; ii. middelen, installaties of methoden voor massaal of niet-selectief vangen of doden van vogels, of iii. middelen, installaties of methoden waardoor een soort plaatselijk kan verdwijnen, of b. te achtervolgen met behulp van vervoermiddelen, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Vogelrichtlijn, overeenkomstig de daar beschreven wijze. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3.
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.8 5. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig:
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 56 van 123
i. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ii. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; iii. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; iv. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of v. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Artikel 3.10 1.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; h. in het algemeen belang, of i. bestendig gebruik.
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 57 van 123
3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Een aantal paragrafen in de Wnb bevatten te veel artikelen om hier allemaal op te nemen. Daarom wordt hier alleen de inhoud van de paragrafen vermeld met linkjes naar de paragrafen: § 3.4 Wet natuurbescherming: bevat artikelen over schadebestrijding, overlastbestrijding en faunabeheer. § 3.5 Wet natuurbescherming: bevat artikelen over de jacht. § 3.6 Wet natuurbescherming: bevat artikelen over het gebruik van middelen voor het vangen en doden van dieren. Artikel 3.24 1. Een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt voorkomt dat het dier onnodig lijdt. § 3.7 Wet natuurbescherming: bevat overige bepalingen ten aanzien van in het wild levende dieren en planten, o.a. over gedragscodes, bijvoeren, drijfjacht, uitzetten van (eieren van) dieren en walvissen. § 3.8 Wet natuurbescherming: bevat artikelen over de handel in en het bezit van dieren en planten. Hoofdstuk 4 Wet natuurbescherming: bevat artikelen over houtopstanden, hout en houtproducten
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 58 van 123
Besluit natuurbescherming en Regeling natuurbescherming Het Besluit natuurbescherming is nadere invulling van de Wet natuurbescherming en bevat regels voor de bescherming van natuurgebieden, planten, dieren, bossen en andere houtopstanden, maar ook over de jacht en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het besluit bevat ook definities van termen zoals bouwactiviteit, bouwen, bouwwerk, depositieruimte, jachtexamen, korpschef, ontwikkelingsruimte, CITES-basisverordening, CITES-uitvoeringsverordening, sloopactiviteit, slopen, Verordening invasieve uitheemse soorten en voor stikstof gevoelige habitats. De Regeling natuurbescherming bevat meer gedetailleerd uitgewerkte regels over de uitvoering van de Wet natuurbescherming.
Besluit natuurbescherming Artikel 1.4 1. Als categorieën van handelingen als bedoeld in artikel 1.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet worden aangewezen: a. het vervoeren van zieke of gewonde dieren in een dierenambulance; b. het zich toe-eigenen en onder zich hebben van een dood uit het wild afkomstig dier, dat buiten schuld of medeweten is gestorven van degene die zich het dier toe-eigent, met het oog op het prepareren ervan; c. het onder zich hebben van een geprepareerd uit het wild afkomstig dier. 2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 3.3, eerste en tweede lid, 3.8, eerste en tweede lid, en 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste en tweede lid, van de wet. 3. Onder «dierenambulance» wordt in het eerste lid, onderdeel a, verstaan: motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren. Artikel 1.5 1. Als categorie van handelingen als bedoeld in artikel 1.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet wordt aangewezen het vangen en onder zich hebben van dieren van de soorten, aangewezen in het derde lid, ten behoeve van: a. het opvangen en verzorgen van zieke of gewonde dieren van deze soorten in een opvangcentrum; b. het doen van wetenschappelijk onderzoek. 2.
Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 3.8, eerste en tweede lid, en 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste en tweede lid, van de wet. 3. Als soorten als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen: a. bruinvis; b. gewone dolfijn; c. gewone zeehond; d. grijze zeehond; e. tuimelaar; f. witflankdolfijn; g. witsnuitdolfijn.
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 59 van 123
Natuurschoonwet 1928 De Natuurschoonwet 1928 is er om landgoederen in stand te houden. Daarin staat dat landgoedeigenaren belastingvoordeel kunnen krijgen en zo makkelijker hun landgoed kunnen onderhouden. Zij moeten dan wel hun landgoed openstellen voor het publiek. Op landgoederen wonen vaak veel wilde dieren. Het in stand houden van een landgoed is gunstig voor de daar levende dieren en draagt vaak bij aan biodiversiteit. Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland staat uitleg over de Natuurschoonwet voor landgoedeigenaren.
Aanbeveling gemeente:
•
Als de gemeente een landgoed in bezit heeft, nagaan of het landgoed voor belastingvoordeel en subsidies in aanmerking komt
Natuurschoonwet 1928
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 60 van 123
Europese richtlijnen en afspraken Habitatrichtlijn De Habitatrichtlijn is gericht op het in stand houden van de biologische diversiteit in Europa. De richtlijn vereist dat lidstaten van de Europese Unie natuurlijke habitats en wilde dier- en plantensoorten, die van Europees belang zijn, in een gunstige staat van instandhouding houden of herstellen. De biodiversiteit staat in Europa al jaren onder druk. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds meer van hetzelfde wordt. Na t u ra 2 0 00
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. Voor gebieden die deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk gelden strikte beschermingsvereisten op grond van artikel 6 van de Habitatrichtlijn. Artikel 6 heeft in de praktijk veel invloed. Daarin staat dat voor alle plannen en projecten, die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor een beschermd gebied, een 'passende beoordeling' moet worden gemaakt. Zijn de plannen schadelijk, dan mogen ze niet doorgaan. Of er moet sprake zijn van een reden van groot openbaar belang en er moet natuurcompensatie tegenover staan. Veel informatie is op de Natura 2000 website van het Ministerie van LNV te vinden. De Habitatrichtlijn is grotendeels verwerkt in de Wet natuurbescherming.
Verplichtingen gemeente:
• •
Habitats en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding houden of herstellen Een ‘passende beoordeling’ maken voor alle plannen en projecten, die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor een beschermd gebied (Natura 2000)
Habitatrichtlijn
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 61 van 123
Vogelrichtlijn De Vogelrichtlijn is gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. Nederland heeft de Vogelrichtlijn omgezet in nationale wetgeving via de Wet natuurbescherming. De belangrijkste verplichtingen van de gemeente zijn daar behandeld.
In de Vogelrichtlijn (richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009) is o.a. het volgende opgenomen: Artikel 1 1. Deze richtlijn heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is. Zij betreft de bescherming, het beheer en de regulering van deze soorten en stelt regels voor de exploitatie daarvan. 2. Deze richtlijn is van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en hun leefgebieden. Artikel 2 De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de populatie van de in artikel 1 bedoelde soorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen, waarbij zij tevens rekening houden met economische en recreatieve eisen. Artikel 3 1. Met inachtneming van de in artikel 2 genoemde eisen nemen de lidstaten alle nodige maatregelen om voor alle in artikel 1 bedoelde vogelsoorten een voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen. 2.
Voor de bescherming, de instandhouding en het herstel van biotopen en leefgebieden worden in de eerste plaats de volgende maatregelen getroffen: a) instelling van beschermingszones; b) onderhoud en ruimtelijke ordening overeenkomstig de ecologische eisen van leefgebieden binnen en buiten de beschermingszones; c) herstel of weer aanleggen van vernietigde biotopen; d) aanleg van biotopen. Artikel 4 1. Voor de leefgebieden van de in bijlage I vermelde soorten worden speciale beschermingsmaatregelen getroffen, opdat deze soorten daar waar zij nu voorkomen, kunnen voortbestaan en zich kunnen voortplanten. In dat verband wordt gelet op: a) soorten die dreigen uit te sterven; b) soorten die gevoelig zijn voor bepaalde wijzigingen van het leefgebied;
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 62 van 123
c) soorten die als zeldzaam worden beschouwd omdat hun populatie zwak is of omdat zij slechts plaatselijk voorkomen; d) andere soorten die vanwege de specifieke kenmerken van hun leefgebied speciale aandacht verdienen. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de tendensen en de schommelingen van het populatiepeil. De lidstaten wijzen met name de naar aantal en oppervlakte voor de instandhouding van deze soorten meest geschikte gebieden als speciale beschermingszones aan, waarbij rekening wordt gehouden met de bescherming die deze soorten in de geografische zee- en landzone waar deze richtlijn van toepassing is, behoeven.
Artikel 5: Onverminderd de artikelen 7 en 9 nemen de lidstaten de nodige maatregelen voor de invoering van een algemene regeling voor de bescherming van alle in artikel 1 bedoelde vogelsoorten; deze maatregelen omvatten met name de volgende verbodsbepalingen: a) een verbod om, ongeacht de gebruikte methode, opzettelijk de bedoelde vogels te doden of te vangen; b) een verbod om opzettelijk hun nesten en eieren te vernielen of te beschadigen of hun nesten weg te nemen; c) een verbod om in de natuur eieren van deze vogels te rapen en deze — zelfs leeg — in bezit te hebben; d) een verbod om deze vogels, met name gedurende de broedperiode, opzettelijk te storen, voor zover een dergelijke storing, gelet op de doelstellingen van deze richtlijn, van wezenlijke invloed is; e) .. f) een verbod om vogels te houden van soorten die niet mogen worden bejaagd of gevangen. Artikel 9 1.
De lidstaten mogen, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat, om onderstaande redenen afwijken van de artikelen 5 tot en met 8: a) - in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid, - in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer, - ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren, - ter bescherming van flora en fauna; b) voor doeleinden in verband met onderzoek en onderwijs, het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doeleinden samenhangende teelt; c) teneinde het vangen, het houden of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 63 van 123
Wereldwijde verdragen en afspraken Ook wereldwijd zijn er afspraken gemaakt om de natuur (dieren- en plantensoorten en hun habitats) te beschermen, die in internationale verdragen zijn vastgelegd.
Bern-conventie De Bern-conventie (Convention on the Conservation of European Wildlife and Natural Habitats) is een verdrag van de Raad van Europa dat in 1979 in Bern werd gesloten. Het doel is het behoud van (met name bedreigde) wilde dier- en plantensoorten. Het verdrag is verwerkt in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, en in de Wet natuurbescherming. Voor meer informatie: tekst verdrag. Categorieën •
Bern-conventie: soort van appendix I Soort is genoemd in appendix I van de Bern-conventie. Soorten van appendix I zijn strikt te beschermen plantensoorten. In de database staan alleen de soorten die na 1900 in het wild in Nederland zijn waargenomen.
•
Bern-conventie: soort van appendix II De soort is genoemd in appendix II van de Bern-conventie. Soorten van appendix II zijn strikt te beschermen diersoorten. In de database staan alleen de soorten die na 1900 in het wild in Nederland zijn waargenomen.
•
Bern-conventie: soort van appendix III De soort is genoemd in appendix III van de Bern-conventie. Soorten van appendix III zijn te beschermen diersoorten. In de database staan alleen de soorten die na 1900 in het wild in Nederland zijn waargenomen.
Biodiversiteitsverdrag Het Biodiversiteitsverdrag, ook bekend als de Convention on Biological Diversity (CBD), is een internationaal verdrag dat drie doelen heeft: Het behoud van de biodiversiteit / voorkomen dat soorten uitsterven Het duurzame gebruik van de componenten van de biodiversiteit en 3. De eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen 1. 2.
Bijna 200 landen zijn aangesloten bij dit Verdrag inzake biologische diversiteit uit 1992. Het verdrag onderstreept dat landen soevereine rechten hebben op hun genetische bronnen en dat zaden en planten niet zonder toestemming van het land van herkomst mogen worden meegenomen. Het verdrag verplicht de landen om de biodiversiteit in hun eigen land te beschermen
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 64 van 123
en maatregelen te nemen ter ondersteuning van de bescherming van de biodiversiteit in ontwikkelingslanden. Het verdrag heeft betrekking op alle landen van de Verenigde Naties, behalve de Verenigde Staten en Andorra. Het verdrag is van kracht sinds 1993. Meer informatie over het Biodiversiteitsverdrag staat op de website van de Convention on Biological Diversity.
Bonn-conventie / Verdrag van Bonn Dieren, zoals vogels kennen geen grenzen. En ook in het buitenland zijn er bedreigingen voor 'onze' trekvogels en andere trekkende dieren, zoals trekvlinders, sommige vleermuizen, walvissen, zeehonden, zeeschildpadden en vissen als zalmen en haringen, steuren. Bijvoorbeeld door jacht, visserij of door het verdwijnen van hun overwinteringsgebied. Daarom is het niet voldoende alleen op Nederlands grondgebied trekkende diersoorten en hun leefgebieden te beschermen. De Bonn-conventie, ook bekend als de Conventie inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, is een internationaal verdrag dat tot doel heeft trekkende (met name bedreigde) diersoorten en hun habitats te beschermen. Het verdrag werd in 1979 in Bonn, Duitsland, afgesloten op initiatief van de Verenigde Naties. Het verdrag biedt een wereldwijd platform voor de bescherming en duurzaam gebruik van trekkende dieren en hun habitats. Het verdrag is van kracht sinds 1983. Het verdrag is geratificeerd door 131 landen. Het verdrag heeft drie bijlagen, waarin de soorten worden vermeld die onder de bescherming van het verdrag vallen. De soorten in bijlage I zijn met uitsterven bedreigde trekkende diersoorten, terwijl de soorten in bijlage II trekkende diersoorten zijn waarvan de staat van instandhouding duidelijk kan verbeteren als gevolg van internationale overeenkomsten.
Voor meer informatie over de Bonn-conventie, zie de website van de Convention on the Conservation of Migratory Species of Wild Animals.
Categorieën trekkende diersoorten
Bonn-conventie: soorten van Appendix I De soort is genoemd in appendix I van het verdrag van Bonn. Soorten van appendix 1 zijn met uitsterven bedreigde trekkende diersoorten. In de database zijn alleen de soorten opgenomen die na 1900 in het wild in Nederland zijn waargenomen. Bonn-conventie: soorten van Appendix II De soort is genoemd in appendix II van het verdrag van Bonn. Soorten van appendix 2 zijn trekkende diersoorten waarvan de staat van instandhouding duidelijk kan (of, vanwege een ongunstige staat van instandhouding: moet) verbeteren als gevolg van internationale overeenkomsten. In de database zijn alleen de soorten opgenomen die na 1900 in het wild in Nederland zijn waargenomen. In het kader van het verdrag van Bonn zijn verschillende overeenkomsten en andere instrumenten tot stand gekomen die zijn gericht op bescherming van trekvogels. De belangrijkste daarvan is
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 65 van 123
de Overeenkomst inzake de bescherming van Afrikaans-Euraziatische trekkende watervogels (AEWA, 1996). In 2014 is in het kader van het verdrag van Bonn een actieplan vastgesteld voor trekkende landvogels (AEMPLAP).
CITES Veel zeldzame dier- en plantensoorten zijn uitgestorven door intensieve commerciële en illegale handel in (onderdelen of producten van) deze dieren en planten. Nog meer zeldzame dier- en plantensoorten zullen uitsterven als deze handel niet wordt bestreden. Wereldwijd wil men de handel in bedreigde diersoorten via wet- en regelgeving aanpakken. In 1975 vond de Conventie van Washington plaats. Deze conventie heette officieel ‘Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora’, afgekort CITES. Deze ‘Conventie inzake de internationale handel in bedreigde uitheemse dieren en planten’ is een internationale overeenkomst die de handel in bedreigde plant- en diersoorten reguleert door deze handel aan voorwaarden te onderwerpen en te controleren. CITES is de basis van de internationale samenwerking bij de bestrijding van de internationale commerciële handel in bedreigde dier- en plantensoorten. In de conventie zijn regels vastgesteld om met uitsterven bedreigde dier- en plantensoorten te beschermen. Die zijn vastgelegd in de CITESbasisverordening en de CITES-uitvoeringsverordening. De zwaarte van die regels is afhankelijk van hoezeer een bepaalde soort met uitsterven wordt bedreigd. De handel in ernstig bedreigde soorten is helemaal verboden.
De handel in minder ernstig bedreigde soorten mag alleen plaatsvinden, als hiervoor de bij de handel betrokken overheden speciale CITES-documenten hebben afgegeven. De bijlagen bij de conventie worden regelmatig aangepast.
Andere belangrijke mondiale natuurbeschermingsverdragen •
Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (UNESCO Werelderfgoedverdrag, 1972)
•
Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels (Ramsar verdrag, 1971)
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 66 van 123
4. Wet- en regelgeving inzake milieu
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 67 van 123
Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en is op 1 januari 1993 van kracht geworden. De Wm is een raamwet met algemene regels op het gebied van milieuhygiëne en gaat over het voorkomen van hinder in en de bescherming van het milieu. Onder gevolgen voor het milieu worden in ieder geval verstaan gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van de beheersing van het klimaat, alsmede van de relaties daartussen. Milieuaantasting (geur, licht, geluid, kapwerkzaamheden, verandering van/in het gebied) en vervuiling (afval, chemische stoffen) kunnen negatieve effecten hebben op dieren, hun leefomgeving en hun voedsel. Met name wilde dieren kunnen hierdoor worden verdreven, ziek worden, gewond raken of sterven. Een belangrijke basis voor de Wet milieubeheer is dat iedereen die weet of kan vermoeden dat zijn of haar gedrag nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu, verplicht is dergelijk gedrag achterwege te laten of (compenserende) maatregelen te nemen die de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken.
Provincies zijn het bevoegd gezag voor de Wet milieubeheer, maar in het kader van dieren hebben ook gemeenten dus met deze wet te maken, denk bijvoorbeeld aan afvalwater/riooloverstorten (negatieve gevolgen voor waterleven), zwerfafval (heeft negatieve impact op wilde dieren), geluidshinder door bedrijven of blaffende honden in de gemeente, maar ook aan impact op het milieu door gifgebruik, kinderboerderijen of bouwplannen. Concrete maatregelen ter bescherming van het milieu zijn niet opgenomen in de Wet milieubeheer. Ze zijn te vinden in de voorschriften van de omgevingsvergunning (op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht - Wabo) of, voor die inrichtingen die geen vergunning nodig hebben, in de uitvoeringsbesluiten (AMvB's). Be s l u i t m. e . r. en m i l i e ue f f ec t ra pp o rt ( MER)
Voor activiteiten en projecten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben, moet (ter voorbereiding van bepaalde bestuurlijke besluiten) een MER worden opgesteld. Deze activiteiten en projecten zijn aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage. De plicht tot milieueffectrapportage geldt ook voor plannen die zulke projecten mogelijk maken. De milieueffectrapportage (afkorting m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld, voordat daarover een besluit wordt genomen. Dit zijn onder meer gevolgen voor de natuur en de (beschermde) dieren die daarin leven. Ui t v o e ri ng s be s l u it e n
Meer specifieke bepalingen staan in de zogenaamde uitvoeringsbesluiten. Deze besluiten, in officiële termen een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), kunnen gericht zijn op: • • •
Categorieën inrichtingen (zoals het Besluit woon- en verblijfsgebouwen Wm); Milieukwaliteitseisen (zoals het Besluit emissie-eisen stookinstallaties Wm - Bees); Processen (zoals het Besluit tankstations milieubeheer).
2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht
Bureau Lauret namens
Pagina 68 van 123
De meeste voorschriften in de AMvB’s hebben algemene geldigheid, maar er zijn verschillen per branche. Het belangrijkste uitvoeringsbesluit op basis van de Wm is het ‘Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wm’ (Ivb). In dit besluit is aangegeven welke inrichtingen onder de Wm vallen, en welke van deze inrichtingen een vergunning moeten hebben, de zogenaamde milieubeheervergunning, vaak kortweg een milieuvergunning genoemd, tegenwoordig beter bekend als de omgevingsvergunning (zie hoofdstuk Wabo). Een groot aantal van de uitvoeringsbesluiten is inmiddels samengevoegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Verplichtingen gemeente:
• • •
• • • • • • • • • • •
•
• • •
Gedrag dat nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu achterwege laten of maatregelen nemen die de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken Indien aangewezen als agglomeratie of zone door de minister: de luchtkwaliteit beoordelen Indien plandrempels voor stikstofdioxide of benzeen worden overschreden een plan vaststellen zodanig dat alles weer onder de grenswaarde komt en zorgen voor uitvoering van dat plan Een MER maken bij (plannen voor) activiteiten en projecten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben Besluiten bij welke activiteiten milieueffectrapportages moeten worden gemaakt Bij het nemen van een besluit over een activiteit rekening houden met alle gevolgen die deze activiteit voor het milieu kan hebben Gevolgen van de uitvoering van plannen voor het milieu onderzoeken en een verslag daarvan maken Zorgen voor inzameling van huisafval en ‘grof’ huisafval Een afvalverordening opstellen Zorgen voor tenminste één inzamelpunt Zorgen voor doelmatige inzameling en transport van afvalwater binnen de gemeentegrenzen Een gemeentelijk rioleringsplan opstellen Voorafgaand aan leegzuigen straatkolken vanuit de zorgplicht levende amfibieën en andere dieren die in straatkolken zijn gevallen verwijderen Indien aangewezen als agglomeratie van verstedelijkt gebied met meer dan 100.000 inwoners: een geluidsbelastingkaart opstellen en een actieplan