CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Wet en Regelgeving Dieren voor gemeenten in vogelvlucht

gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Nota dierenwelzijn 2024 en bijdragen dierenopvang (Het raadsvoorstel is zonder stemming aangenomen.)36.493 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

2

In het eerste lid van Wet dieren artikel 8.12 staat dat het niet verlenen van de nodige zorg aan een hulpbehoevend dier kan worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie (maximaal € 22.500).

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 22 van 123

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bevat regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang. Deze wet is belangrijk in relatie tot eigenaren en hun dieren daar waar sprake is van huiselijk geweld. Hu i s e l i j k g e w el d

Huiselijk geweld is in deze wet gedefinieerd als lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring. De huiselijke kring wordt omschreven als een familielid, een huisgenoot, de echtgenoot of voormalig echtgenoot of een mantelzorger. Onder geestelijk geweld tegen mensen valt ook (dreigen met) geweld tegen huisdieren. Veel slachtoffers van huiselijk geweld blijven tot wel een jaar langer in onveilige situaties wonen, als ze hun huisdier niet kunnen meenemen uit de onveilige situatie. Dit levert in zulke onveilige thuissituaties grote risico’s op. Daarom is het belangrijk dat de gemeente een plan maakt om huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden en dat daarin de opvang van dieren als maatwerkvoorziening wordt meegenomen. De gemeentelijke Veilig Thuis-organisatie moet de maatwerkvoorziening afstemmen op o.a. de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt, ondersteuning ingevolge de Participatiewet, en de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt.

Verplichtingen gemeente:

• • • •

Een Veilig Thuis-organisatie inrichten Periodiek een plan vaststellen voor het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning en maatwerkvoorzieningen daarin meenemen Dieren in relatie tot huiselijk geweld als maatwerkvoorziening opnemen Snelle en adequate maatwerkvoorzieningen bieden aan personen en hun dieren die opvang behoeven, als zij de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld

Aanbeveling gemeente

•

Contact opnemen met Stichting Mendoo

In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is het volgende vastgelegd: Artikel 1.2.1 Een ingezetene van Nederland komt overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit: c. opvang, te verstrekken door het college van de gemeente tot welke hij zich wendt, indien hij de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 23 van 123

Artikel 2.1.2 1. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. 2. Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen die erop gericht zijn: a. de sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen, alsmede huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden; g. maatwerkvoorzieningen te bieden aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; Artikel 2.3.3 In spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, beslist het college na een melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 en de aanvraag van de cliënt. Artikel 2.3.5 4.

Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 5. De maatwerkvoorziening is, voor zover daartoe aanleiding bestaat, afgestemd op: a. de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt, b. zorg en overige diensten als bedoeld bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, c. jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet die de cliënt ontvangt of kan ontvangen, d. onderwijs dat de cliënt volgt dan wel zou kunnen volgen, e. betaalde werkzaamheden, f.

scholing die de cliënt volgt of kan volgen, g. ondersteuning ingevolge de Participatiewet, h. de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt. Artikel 3.3 De aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 24 van 123

Artikel 4.1.1 1. Het college draagt zorg voor de inrichting van een Veilig Thuis-organisatie. Artikel 2.6.1 is van overeenkomstige toepassing. 2. Veilig Thuis oefent de volgende taken uit: a. het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling; b. het naar aanleiding van een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan, onderzoeken of daarvan daadwerkelijk sprake is; c. het beoordelen van de vraag of en zo ja tot welke stappen de melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan aanleiding geeft; d. het in kennis stellen van een instantie die passende professionele hulp kan verlenen bij huiselijk geweld of kindermishandeling, van een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft; e. het in kennis stellen van de politie of de raad voor de kinderbescherming van een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft; 3.

Veilig Thuis verstrekt aan degene die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling heeft, desgevraagd advies over de stappen die in verband daarmee kunnen worden ondernomen en verleent daarbij zo nodig ondersteuning.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 25 van 123

Wet publieke gezondheid De wet regelt de organisatie van de openbare gezondheidszorg, de bestrijding van infectieziektecrises en de isolatie (quarantaine) van personen/vervoermiddelen, die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren. Ook regelt de wet de jeugd- en ouderengezondheidszorg. GGD

Elke gemeente in Nederland is samen met andere gemeenten uit hun veiligheidsregio verplicht om via een gemeenschappelijke regeling een gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) in te stellen en in stand te houden. De GGD is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een aantal wettelijke taken van de gemeente op het gebied van de publieke volksgezondheid. Wettelijke taken van de GGD zijn onder meer: jeugdgezondheidszorg, medische milieukunde, technische hygiënezorg, bevolkingsonderzoeken, epidemiologie, gezondheidsvoorlichting, openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ), preventie en bestrijding van infectieziekten, coördinatie van infectieziektebestrijding, zoals tuberculosebestrijding, en Geneeskundige Hulpverlenings Organisatie in de Regio (GHOR). Di e rzi e k t e n

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is verantwoordelijk voor de preventie, monitoring en bestrijding van meldingsplichtige en bestrijdingsplichtige dierziekten. Z o ön o se n

Zoönosen zijn infecties die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen. Organismen zoals bacteriën, virussen, parasieten en schimmels veroorzaken zoönosen. Ze worden overgedragen via voedsel, water en via contact met dieren. Ook kunnen ze worden overgedragen via geleedpotigen zoals muggen en teken. Voorbeelden zijn botulisme, vogelgriep, rabiës, psittacose, Q-koorts, toxoplasmose (gevaarlijk voor zwangere vrouwen) en salmonellose. Overigens kunnen mensen omgekeerd ziekten op dieren overdragen: die ziekten worden anthropozoönosen genoemd. Zoönosen kunnen tegelijkertijd anthropozoönosen zijn. De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) is verantwoordelijk voor de bestrijding van infectieziekten bij mensen en werkt hierbij samen met andere organisaties, zoals de NVWA, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de dierenartsen. De GGD voert onder andere bron- en contactonderzoek uit bij patiënten met een zoönose, geeft voorlichting over zoönosen en adviseert over preventieve maatregelen. Op basis van de Gezondheidswet mag de GGD bij een vermoedelijk geval van zoönose bij mensen een beroep op de NVWA doen om de bron van de besmetting op te sporen en, als het mogelijk is, weg te halen. De veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor de crisisbeheersing en rampenbestrijding in Nederland.

Bij een uitbraak van een zoönose kan de veiligheidsregio een rol spelen bij de coördinatie van de bestrijding van de ziekte. Ka d a v e rs

Ook kadavers vergroten de kans op een uitbraak en uitbreiding van ziekte onder mensen en dieren. Dode of zieke dieren kunnen ziekteverwekkers met zich meedragen en als mensen deze dieren aanraken, of dieren deze dode of zieke dieren eten kunnen ze hiervan zelf ziek worden.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 26 van 123

Omdat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van de openbare ruimte en het verwijderen van dode dieren uit de openbare ruimte van belang is voor de volksgezondheid, is dit een gemeentelijke taak. Het ophalen/verwijderen van kadavers uit het wild wordt door gemeenten vaak uitbesteed aan dierenambulances, inclusief tijdelijke opslag voor gecoördineerde kadaververwerking en destructie. Het inrichten van tijdelijke opslag, te gebruiken door burgers in geval van gecoördineerde verzameling en afvoer van de kadavers van gezelschapsdieren (artikel 3.5 Wet dieren), wordt door gemeenten ook vaak uitbesteed aan dierenambulances. Overigens is het ook verstandig sommige kadavers te laten liggen waar dat kan: die vormen voedsel voor aaseters (sommige vogels, zoogdieren en insecten). Dit kan alleen bij dieren die niet van ziekte worden verdacht. Laat kadavers nooit op wegen liggen om nieuwe verkeersslachtoffers te voorkomen en leg ze bij voorkeur ver van de bewoonde wereld. Het laten liggen van kadavers in o.a. natuurgebieden is goed voor de biodiversiteit. Mi l t v u u rb os j e s

Een miltvuurbosje is een historisch landschapselement dat op het platteland kan worden aangetroffen. Dit zijn bosjes van bomen en struikgewas, die boven op kadavers staan van dieren die zijn overleden aan een besmettelijke ziekte zoals miltvuur. Vaak liggen de bosjes midden in een weiland of aan de rand van een weiland zo ver mogelijk van een boerderij vandaan. Vaak zijn ze geïsoleerd door een omliggende ringsloot. Deze bosjes zijn vroeger geplant om te voorkomen dat mensen de kadavers per ongeluk weer zouden opgraven. Omdat miltvuursporen wel 200 jaar levensvatbaar kunnen blijven, is het verstandig deze bosjes nooit te rooien en vervolgens de bodem om te woelen, bijvoorbeeld om er huizen op te zetten. Als een pestbosje (abusievelijk) wordt geruimd, kunnen de ‘witte kuilen’ (ongebluste kalk) een aanwijzing zijn dat de nodige veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen, omdat er nog sporen van de miltvuurbacterie aanwezig kunnen zijn. Ma a t re g e l e n g e ri c ht op g eb ou w en , g o ed e re n en v e rv oe rmi d d e l en

In geval van een besmetting in gebouwen, goederen of vervoersmiddelen kan de burgemeester of voorzitter van een veiligheidsregio opdracht geven zaken/vectoren te ontsmetten of vernietigen of zelfs een verbod uitvaardigen het gebouw/terrein/vervoermiddel te betreden dan wel opdracht geven het gebouw/terrein te sluiten. Dit kan effect hebben op dieren van veehouderijen, dierentuinen, dierenpensions, dierenopvangcentra, dierenambulances et cetera, maar kan aan de andere kant verspreiding naar andere dieren voorkomen. Verplichtingen gemeente:

• • • • • •

Via de gemeenschappelijke regeling een gemeentelijke GGD instellen en in stand houden Wettelijke taken (laten) uitvoeren op het gebied van publieke gezondheid Preventie en bestrijding van infectieziekten, inclusief zoönosen zoals vogelgriep Goede afspraken maken met GGD, veiligheidsregio en andere samenwerkingspartners, inclusief dierenhulporganisaties, over preventie en bestrijding van infectieziekten en zoönosen Goede afspraken maken over ophalen en destructie van kadavers in de openbare ruimte Geen toestemming geven in bestemmingsplannen voor verwijderen miltvuurbosjes

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 27 van 123

In de Wet publieke gezondheid is onder meer het volgende vastgelegd: Artikel 2 1. Het college van burgemeester en wethouders bevordert de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. 2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, b. het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie, c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen, d. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering, e. het bevorderen van medisch milieukundige zorg, f. het bevorderen van technische hygiënezorg, g. het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen, h.

het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders, Artikel 14 Ter uitvoering van bij of krachtens deze wet opgedragen taken dragen de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s, via het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorg voor de instelling en instandhouding van een regionale gezondheidsdienst in die regio. Artikel 47 1. Indien er een gegrond vermoeden bestaat van een besmetting kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen controleren op de aanwezigheid van een besmetting, zo nodig door het nemen van monsters. 2. In het geval van een besmetting kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio: a. voorschriften van technisch-hygiënische aard geven, b. terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen ontsmetten, met inbegrip van de vernietiging van vectoren. 3. In het geval van een besmetting waarbij ernstig gevaar dreigt voor de volksgezondheid, kan de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio: a. gebouwen of terreinen dan wel gedeelten daarvan sluiten, b. een verbod uitvaardigen tot het gebruik maken of betreden van vervoermiddelen, c. waren vernietigen.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 28 van 123

Wet veiligheidsregio’s Op het gebied van de veiligheid van dieren heeft de gemeente een rol. Volgens de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) is het college belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. De brandweer heeft als taak te zorgen voor de veiligheid van mens én dier bij ongevallen anders dan bij brand. Om naast het welzijn en de veiligheid van mensen ook die van dieren te waarborgen in het geval van een ramp, is het belangrijk dat de gemeente in haar rampenbestrijdings- en crisisplan maatregelen opneemt voor de veiligheid van alle dieren (gehouden en wild). Denk aan evacuatie, vervoeren, redden, identificeren, registreren, veterinaire zorg bieden, (tijdelijk) opvangen, matchen, maar ook aan op een verantwoorde manier kadavers ruimen om (verspreiding van) ziektes te voorkomen. Denk hierbij ook aan vogelgriep. De GGD kan hierin adviseren. Het is belangrijk te weten dat veel mensen niet blijken te willen evacueren, als niets voor hun dieren is geregeld. Tijdens rampen blijken sommige mensen ook onbedoeld hun eigen leven in de waagschaal stellen om dieren te redden. Een goede rampenorganisatie waarin dieren worden ‘meegenomen’ kan dodelijke ongelukken met mensen voorkomen, nog los van de wettelijke zorgplicht voor dieren die een ieder heeft.

Het is van groot belang dat afspraken worden gemaakt met dierenhulporganisaties en dat zij worden opgeleid, getraind en betrokken bij oefeningen vanuit de bestaande rampenbestrijdingsorganisatie.

Verplichtingen gemeente:

• • •

•

Organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening Een gemeenschappelijke regeling treffen inzake de veiligheidsregio Afspraken maken met dierenhulporganisaties voor dierenvervoer, veterinaire zorg en dierenopvang, inclusief financiële afspraken in samenspraak met de veiligheidsregio in het kader van rampenbestrijding Dierenhulporganisaties opnemen in de officiële rampenbestrijdingsorganisatie en betrekken bij oefeningen

In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd: Artikel 2 Het college van burgemeester en wethouders is belast met de organisatie van: a. de brandweerzorg; b. de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; c. de geneeskundige hulpverlening.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 29 van 123

Artikel 3 Tot de brandweerzorg behoort: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. Artikel 5 De burgemeester heeft het opperbevel in geval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Degenen die aan de bestrijding van een ramp deelnemen, staan onder zijn bevel. Artikel 7 1. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bevolking informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp of crisis die de gemeente bedreigt of treft, alsmede over de daarbij te volgen gedragslijn. De informatie wordt zoveel mogelijk onverwijld omgezet in de Nederlandse Gebarentaal. 2. De burgemeester draagt er zorg voor dat aan de personen die in zijn gemeente zijn betrokken bij de rampenbestrijding of de crisisbeheersing, informatie wordt verschaft over die ramp of crisis, de risico’s die hun inzet daarbij heeft voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen.

Artikel 9 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in artikel 8, treffen een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio. Artikel 10 Bij de regeling, bedoeld in artikel 9, worden aan het bestuur van de veiligheidsregio de volgende taken en bevoegdheden overgedragen: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 30 van 123

2. Wet- en regelgeving specifiek gericht op dieren

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 31 van 123

Wet dieren De Wet dieren (Wd) is de belangrijkste wet voor gehouden dieren, zoals gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren, en bundelt alle regels ten aanzien van gehouden dieren in één wet. De Wd biedt een uitgebreid kader voor regels over dierenwelzijn, diergezondheid en andere diergerelateerde kwesties. De wet erkent de intrinsieke waarde van dieren en heeft tot doel gezondheid en welzijn van dieren te bevorderen, rekening houdend met ethische aspecten bij biotechnologie. De wet reguleert ook het gebruik van diervoeders, diergeneesmiddelen en diergeneeskunde. De wet stelt regels voor het gebruik en het vervoer van dieren, maar ook voor identificatie en registratie van dieren, diergeneeskundige handelingen, besmettelijke dierziekten en kadavers. Fokken van dieren en handel in dieren worden middels de Wd gereguleerd. Verder verbiedt deze wet, dieren te gebruiken als prijs of deel te laten nemen aan dierengevechten. Ook heeft de Wd regels voor wedstrijden met dieren en voor vertoning van dieren. Tenslotte behandelt deze wet ook het veterinair tuchtrecht. Het is te veelomvattend om hier alle onderdelen van de Wet dieren te behandelen, maar het groene kader aan het einde van deze paragraaf geeft een goed beeld. Een paar zaken zijn belangrijk om er uit te lichten: Intrinsieke waarde De Wd erkent de eigen waarde van het dier, los van nut voor de mens.

Teven erkent de Wd dat dieren gevoel hebben, dat het belangrijk is zoveel mogelijk inbreuk op de integriteit en het welzijn van het dier te voorkomen en dat zorg voor dieren is verzekerd. Die zorg betekent volgens de Wd dat dieren in de praktijk vrij moeten zijn van dorst, honger, onjuiste voeding, fysiek of fysiologisch ongerief, pijn, verwonding, ziektes, angst en chronische stress, en dat ze niet beperkt worden in hun natuurlijke gedrag. Z o rg p li c ht

Op grond van artikel 1.4 van de Wet dieren heeft iedere burger een zorgplicht voor dieren. Dit artikel zal op 1 juli 2024 in werking treden. Dit betekent dat handelingen die mogelijk schade kunnen toebrengen aan het dier achterwege moeten worden gelaten of, voor zover mogelijk, moeten worden voorkomen of beperkt. Di e re n i n n oo d / d i e re n mi sh a nd e l ing

Wet dieren artikel 2.1 lid 6 bepaalt dat een ieder, ook de gemeente, verplicht is een dier in nood, gehouden of wild, de nodige zorg te verlenen. Dit geldt voor zowel gehouden als wilde dieren. Do d e d i e re n / k a d av e rs

De Wet dieren artikel 3.5 verplicht de gemeente om een regeling te treffen voor kadavers van (huis)dieren in de openbare ruimte uit oogpunt van de openbare orde en volksgezondheid ((laten)verwijderen en destructie). Zie hiervoor ook de paragraaf over de Wet publieke gezondheid. Hu i s - en ho bb yd i e re n l i j st ( Po si t i ef l ij s t )

De Wet dieren geeft aan welke dieren als huisdier kunnen worden gehouden. Niet alle dieren zijn immers geschikt om als huisdier te worden gehouden omdat ze beschermd zijn, ziektes kunnen overdragen of gevaarlijk zijn of omdat hun welzijn in gevangenschap in gevaar komt. In de Wet dieren is vastgelegd dat hiervoor een lijst wordt opgesteld. Dit is een lijst van zoogdieren die zonder

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 32 van 123

vergunning door particulieren gehouden mogen worden. De Minister heeft aangekondigd dat de Huis- en Hobbydierenlijst van kracht wordt vanaf 1 juli 2024. Dit betekent dat er vanaf die datum nog maar 30 soorten zoogdieren als huisdier gehouden mogen worden.

Verplichtingen gemeente • • •

De nodige zorg verlenen aan dieren in nood, gehouden en wild Bij kadavers van gezelschapsdieren (laten) nagaan of het dier is gechipt en geregistreerd en dier melden bij aangiftepunt Inspectiediensten inschakelen in geval van verwaarlozing of mishandeling van dieren

Aanbevelingen voor gemeente • • • •

Inwoners informeren via de gemeentelijke website en andere kanalen over wat ze moeten doen als ze dieren in nood aantreffen met telefoonlijst van 144 en dierenhulporganisaties Inwoners informeren over Huis- en hobbydierenlijst Zorgen voor financiële ondersteuning van dierenopvangcentra en dierenambulances in samenwerking met provincie Zorgen dat de dierenambulance parkeervergunningen krijgt evenals een ontheffing voor het rijden op rijstroken die gereserveerd zijn voor openbaar vervoer en hulpdiensten

In de Wet dieren is het volgende vastgelegd: Artikel 1.3. Intrinsieke waarde 1. De intrinsieke waarde van het dier wordt erkend. 2. Onder erkenning van de intrinsieke waarde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan erkenning van de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Bij het stellen van regels bij of krachtens deze wet, en het nemen van op die regels gebaseerde besluiten, wordt ten volle rekening gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor deze intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen en dat de zorg die de dieren redelijkerwijs behoeven is verzekerd. 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren zijn gevrijwaard van: a. dorst, honger en onjuiste voeding; b. fysiek en fysiologisch ongerief; c. pijn, verwonding en ziektes; d. angst en chronische stress; e. beperking van hun natuurlijk gedrag; voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd. Artikel 1.4. Algemene zorgplicht 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor dieren. 2.

De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 33 van 123

hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Artikel 2.1 Dierenmishandeling 1. Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. 2. Tot de in het eerste lid verboden gedragingen worden in ieder geval gerekend: a. een dier arbeid doen verrichten die kennelijk zijn krachten te boven gaat of waartoe het uit hoofde van zijn toestand ongeschikt is; b. een koe met overvolle uier vervoeren of op een markt of openbare verkoping ten verkoop houden; c. bij de verlossing van een koe gebruikmaken van dierlijke trekkracht of van een niet daarvoor toegelaten krachttoestel, en d. een hond als trekkracht gebruiken met uitzondering van de sledehondensport, voor zover toegelaten. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts gedragingen worden aangewezen die in ieder geval worden gerekend tot de verboden gedragingen, bedoeld in het eerste lid. 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor een toelating als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c en d, of voor de bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, aangewezen gedragingen. 5.

Van de krachtens het derde lid aangewezen gedragingen kan, al dan niet in daarbij aangewezen gevallen, deel uitmaken het gebruik van voorwerpen die bij dieren pijn of letsel kunnen veroorzaken, dan wel de gezondheid of het welzijn kunnen benadelen. 6. Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg. 7. Het bij en krachtens het eerste tot en met het zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren. Artikel 2.2. Houden van dieren 1. Het is verboden dieren te houden die niet behoren tot door Onze Minister aangewezen diersoorten of diercategorieën. 6. Het is verboden bij ministeriële regeling aangewezen dieren te houden. Een dier als bedoeld in de eerste volzin wordt aangewezen indien het een gevaar kan opleveren voor mens of dier. 7. Het is verboden dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën van het ouderdier te scheiden voordat die dieren een bij die maatregel vastgestelde leeftijd hebben bereikt. 8. Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden.

Artikel 2.3 Wet dieren: bevat bepalingen over het gebruik van dieren Artikel 2.4 Wet dieren: bevat bepalingen over de identificatie van dieren Artikel 2.5 Wet dieren: bevat bepalingen over het vervoer van dieren Artikel 2.6 Wet dieren: bevat bepalingen over fokken van dieren Artikel 2.7 Wet dieren: bevat bepalingen over de handel in dieren Artikel 2.8 Wet dieren: bevat bepalingen over diergeneeskundige handelingen Artikel 2.9 Wet dieren: bevat bepalingen over de bevoegdheid tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 34 van 123

Artikel 2.10 Wet dieren: bevat bepalingen over het doden van dieren Artikel 2.12 Wet dieren: bevat bepalingen over het melden van een dierziekte, zoönose, ziekteverwekker of ziekteverschijnsel Artikel 2.13 Wet dieren: bevat bepalingen over het verbod op het gebruik van dieren als prijs Artikel 2.14 Wet dieren: bevat bepalingen over het verbod op dierengevechten Artikel 2.15 Wet dieren: bevat bepalingen over wedstrijden met dieren Artikel 2.16 Wet dieren: bevat bepalingen over de vertoning van dieren § 2.2 Wet dieren: bevat regels over de veiligheid, deugdelijkheid en samenstelling van diervoeders, ook met het oog op het milieu § 2.3 Wet dieren: bevat regels over diergeneesmiddelen en het gebruik van ziekteverwekkers § 2.4 Wet dieren: bevat regels over biotechnologie § 2.5 Wet dieren: bevat regels over verboden stoffen Hoofdstuk 3 Wet dieren: bevat algemene regels over dierlijke producten, de productie van vlees, (verplichtingen in) werkgebieden, kadavers gezelschapsdieren, vergoedingen en aanvullende regels over dierlijke producten in relatie tot het milieu Artikel 3.5. Kadavers gezelschapsdieren 1. Indien kadavers van gezelschapsdieren zijn aangewezen ingevolge artikel 3.3, eerste lid, worden bij gemeentelijke verordening ten aanzien van deze producten regels gesteld ter zake van: a. het aangeven en het bewaren door de houder van kadavers van gezelschapsdieren; b.

het ophalen van kadavers van gezelschapsdieren, en c. het overdragen van kadavers van gezelschapsdieren aan de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt. 2. Indien tussen een gemeente en de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde ondernemer een overeenkomst is gesloten omtrent de in het eerste lid, onderdelen b en c, genoemde onderwerpen, behoeft de gemeentelijke verordening geen voorschriften over die onderwerpen te bevatten. 3. De ondernemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verwerkt of verwijdert de aan hem overgedragen kadavers van gezelschapsdieren. 4. De in het eerste lid bedoelde voorschriften en het derde lid zijn niet van toepassing indien kadavers van gezelschapsdieren worden verwijderd door een ander dan de ondernemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor zover dit geschiedt op een wijze die ingevolge de krachtens artikel 3.1 gestelde voorschriften is toegestaan. Hoofdstuk 4 Wet dieren. Toelating beroepen in de uitoefening van de diergeneeskunde: bevat regels voor toelating beroepen in de uitoefening van de diergeneeskunde: toelating dierenartsen en andere personen, zorgplichten, register, titelbescherming en specialismen. Hoofdstuk 5 Wet dieren.

Maatregelen: bevat artikelen over spoedeisendheid en maatregelen ter preventie, bestrijding en aanwijzing van besmettelijke dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, besmette of van besmetting verdachte dieren evenals dieren die een gevaar kunnen opleveren voor verspreiding van een dierziekte/zoönose/ziekteverschijnsel, producten of voorwerpen voor zover deze drager van een ziekteverwekker kunnen zijn of een gevaar voor verspreiding van een ziekteverwekker kunnen opleveren, gebouwen/ruimten/terreinen/gebieden waar (de verdenking van) een ziekteverwekker aanwezig is, de medewerking van burgemeesters, 2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 35 van 123

de bevoegdheden voor onderzoek, bestuurlijke maatregelen voor dieren en producten / diervoeders / bedrijven / inrichtingen / locaties, bevoegdheden burgemeester, kosten, en meldingsplicht onregelmatigheden Artikel 5.8. Medewerking burgemeesters 1. Onze Minister stelt de burgemeester van de gemeente waar krachtens deze paragraaf of een EU-rechtshandeling als bedoeld in artikel 5.1, vierde lid, een maatregel is getroffen, hiervan onverwijld in kennis. 2. De burgemeester van de betrokken gemeente verleent zijn medewerking bij het plaatsen en het weer verwijderen van waarschuwingsborden en kentekenen. Artikel 5.13. Bevoegdheden burgemeester 1. De burgemeester van de gemeente waar zich een dier bevindt dat in strijd met het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, is gefokt, of dat in strijd met het bepaalde bij en krachtens artikel 2.2, zesde lid, eerste volzin, wordt gehouden, kan besluiten dat dit dier: a. naar een door hem aangewezen plaats wordt vervoerd, en b. aldaar wordt gedood. 2. De burgemeester voert de handeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet uit indien de houder binnen zes weken nadat het besluit, bedoeld in het eerste lid, aan hem is bekendgemaakt, een verzoek als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend en op dat verzoek niet afwijzend is beslist. Artikel 5.14.

Kosten De kosten van de maatregelen getroffen krachtens deze paragraaf komen ten laste van de houder van het dier, het product, het diervoeder, het diergeneesmiddel of de samenstelling van een diervoeder en een diergeneesmiddel, dan wel de exploitant van het bedrijf, de inrichting dan wel de locatie. Hoofdstuk 6 Wet dieren: bevat regels voor de uitvoering van EU-rechtshandelingen voortvloeiend uit een aantal artikelen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit gaat onder meer over strafbaarstelling van overtreding van EU-verordeningen ende aanwijzing van bevoegde instanties voor EU-verordeningen. Hoofdstuk 7 Wet dieren: bevat regels voor vergunningen, erkenningen, toestemmingen, toelatingen, registraties, bewijs van vakbekwaamheid, goedkeuring, vrijstelling, ontheffing, algemeen verbindend verklaring of certificeringmeldingen en registers. De Wd zegt iets over de grondslag, een register, verlening en wijziging / geldingsduur / voorschriften / beperkingen / procedure / verlenging / schorsing / intrekking / mededeling van besluiten en adviescommissies. Hoofdstuk 8 Wet dieren. Handhaving: bevat regels voor handhaving. § 8.1 Wet dieren, Toezicht: behandelt de aanwijzing van toezichthouders, aanvullende toezichtsbevoegdheden, monsterneming en medewerkingsplicht.

§ 8.2 Wet dieren, Herstelmaatregelen: behandelt bestuursdwang § 8.3 Wet dieren, Bestuurlijke boete: behandelt definities, bevoegdheid, hoogte bestuurlijke boete, samenloop met strafrecht. § 8.4 Wet dieren, Strafrechtelijke handhaving: behandelt strafbaarstelling, strafmaat, uitoefening diergeneeskunde ondanks tuchtrechtelijke ontzegging, aanwijzing opsporingsambtenaren.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 36 van 123

§ 8.5 Wet dieren, Veterinair tuchtrecht: behandelt indiening klacht, veterinair tuchtcollege, benoeming leden college, verwantschap en rechtspositie leden college, ambtsverwaarlozing, geheimhouding, vergoedingen, voorlopig onderzoek, samenstelling tuchtcollege bij zitting, openbaarheid behandeling, horen van beklaagde, getuigen en deskundigen, voegen en splitsen van behandeling van klachten, wraking leden tuchtcollege, beslissingen veterinair tuchtcollege, tuchtrechtelijke maatregelen, gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel, nadere eisen aan beslissing, nietigheid beslissingen college, beroep, veterinair beroepscollege, samenstelling beroepscollege bij zitting, procedurele aspecten bij beroepszaken, (nadere eisen aan) beslissingen in beroep, acties wegens vertraging, herstel van opgelegde ontzegging, nadere regels voor de goede uitvoering van tuchtrecht. § 8.6 Wet dieren: behandelt gidsen voor goede praktijken Hoofdstuk 9 Wet dieren, Financiën: bevat paragrafen over retributies, het Diergezondheidsfonds, tegemoetkomingen en de diergezondheidsheffing.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 37 van 123

Besluit diergeneeskundigen Het Besluit diergeneeskundigen bevat bepalingen over de opleiding, registratie, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van dierenartsen en andere beroepsbeoefenaren in de diergeneeskunde. Het besluit bepaalt onder meer: • • • • • •

• •

De ingrepen die bij verschillende diersoorten zijn toegestaan De ingrepen die ter identificatie zijn toegestaan Registratie van identificatie Voorwaarden voor ingrepen Wat diergeneeskundige handelingen zijn Welke (diergeneeskundige) handelingen dierenartsassistenten/ paraveterinairen / dierenfysiotherapeuten / embryotransplanteurs /embryowinners / dierverloskundigen / castreurs mogen verrichten Opleiding en registratie van diergeneeskundigen, dierverloskundigen en castreurs De voorwaarden waaronder diergeneesmiddelen mogen worden gebruikt en verkocht

De gemeente heeft hiermee te maken via medewerkers die tijdens hun werk zieke of gewonde dieren aantreffen. Dieren die ziek of gewond zijn moeten gezien worden door een dierenarts. Ook opvangcentra die een contract hebben met gemeenten voor de opvang van zwerfdieren hebben vaak een vaste dierenarts met wie ze samenwerken. De kosten voor diergeneeskundige handelingen worden via het contract dat de gemeente heeft met het dierenopvangcentrum door de gemeente betaald.

Verplichtingen gemeente

•

Diergeneeskundige handelingen alleen door diergeneeskundigen laten uitvoeren

Besluit diergeneeskundigen

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 38 van 123

Besluit diergeneesmiddelen 2022 Het Besluit diergeneesmiddelen 2022 geeft regels voor: • • • • • • • •

Het doen van dierproeven met diergeneesmiddelen, diervoeders en andere stoffen Het in de handel brengen van een dier na een proef Het voorschrijven van en het gebruik van diergeneesmiddelen Vergunningen voor groothandel en kleinhandel in diergeneesmiddelen Levering, bewaring en gebruik van diergeneesmiddelen Gebruik van diergeneesmiddelen Ziekteverwekkers (meldplicht en erkenning voorhanden of in voorraad houden) Controle en onderzoek

Een gemeente kan met dit besluit te maken krijgen bij door de gemeente gerunde stadsboerderijen en kinderboerderijen. Maar ook dierenopvangcentra waarmee een gemeente een contract heeft voor de opvang van zwerfdieren en wildopvangcentra moeten zich houden aan de regels uit dit besluit. Sommige handelingen mogen alleen plaatsvinden door een dierenarts. Sommige medicijnen mogen alleen worden toegediend door een dierenarts. En sommige diergeneesmiddelen mogen alleen bij een dierenarts worden bewaard.

Verplichtingen gemeente

•

Diergeneesmiddelen op de voorgeschreven manier (laten) bewaren en gebruiken

In het Besluit diergeneesmiddelen 2022 is onder meer het volgende vastgelegd: Artikel 5.2. Bewaren en behandelen van diergeneesmiddelen Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het bewaren en behandelen van diergeneesmiddelen. Artikel 5.3. Gebruik van diergeneesmiddelen 1. Onze Minister kan voorschriftplichtige diergeneesmiddelen aanwijzen waarvan toepassing is voorbehouden aan een dierenarts of een andere persoon die is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen vanwege een gevaar voor de volksgezondheid, diergezondheid, het dierenwelzijn of milieu. 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het onder de verantwoordelijkheid van een dierenarts toepassen van diergeneesmiddelen als bedoeld in de artikelen 112, derde lid, 113, derde lid, en 114, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 2019/6. 3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het toepassen van antimicrobiële diergeneesmiddelen door dierenartsen en houders van dieren.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 39 van 123

Besluit diergezondheid Het Besluit diergezondheid bevat regels voor de preventie en bestrijding van dierziekten en wijzigt andere besluiten zoals het Besluit diergeneesmiddelen en het Besluit houders van dieren en het Besluit identificatie en registratie van dieren. Het bevat regels voor locaties waar dieren gehouden worden, voor besmette en van besmetting verdachte dieren, borden en kentekenen, monitoringsprogramma’s, waardevaststellingen van dieren en diergezondheidsheffingen. De gemeente kan direct met regels uit dit besluit te maken krijgen in het geval van bijvoorbeeld door de gemeente beheerde stadsboerderijen en kinderboerderijen of indirect indien op een veehouderij die binnen de gemeente ligt een besmettelijke dierziekte wordt geconstateerd. DierVizier heeft een uitgebreid dossier Dierziekten. Regeling diergezondheid Deze regeling is eveneens bedoeld om de gezondheid van dieren te beschermen, en om uitbraken en de verspreiding van dierziekten te voorkomen. De regeling bevat voorschriften voor de preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE’s) en andere ziekten bij dieren. De regeling bevat ook voorschriften voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren. Verplichtingen gemeente

• • •

Waarschuwingsborden en kentekenen aanbrengen en/of op grondgebied toestaan indien door de minister gevraagd Zich houden aan de door de minister gegeven instructies en voorschriften zoals onder meer vermeld op de bebording en kentekenen Meewerken aan monitoringsprogramma’s indien door de minister gevraagd

In het Besluit diergezondheid is onder meer het volgende vastgelegd: Artikel 2.3. Borden en kentekenen 1. Onze Minister wijst modellen aan van waarschuwingsborden en kentekenen als bedoeld in artikel 5.6, derde lid, onderdelen a en b, van de wet. 2. Het is verboden dieren, producten of voorwerpen te vervoeren van en naar gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden of andere onroerende zaken waar een kenteken als bedoeld in artikel 5.6, derde lid, onderdeel b, van de wet is geplaatst. 3. De toegang tot gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden of andere onroerende zaken waar een kenteken als bedoeld in 5.6, derde lid, van de wet is geplaatst, of door Onze Minister aangewezen gedeelten daarvan, is aan anderen dan door Onze Minister aan te wijzen personen of groepen van personen verboden. Artikel 3.3. Meewerkverplichting exploitant Een exploitant als bedoeld in artikel 4, onderdeel 24, van verordening nr. (EU) 2016/429 verleent medewerking ten behoeve van het nemen van monsters van de door hem gehouden dieren, kadavers, delen van dieren of dierlijke producten en staat deze af aan het op grond van artikel 3.1 aangewezen instelling ter uitvoering van de aangewezen monitoringsprogramma’s.

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 40 van 123

Besluit houders van dieren Het Besluit houders van dieren bevat specifieke regels voor houders van dieren. Het besluit maakt onderscheid tussen het houden van dieren voor landbouwdoeleinden, het houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden en het houden van dieren voor vertoning (denk aan circussen, andere optredens, dierentuinen, tentoonstellingen en dierenkeuringen). Ook staat er een hoofdstuk in over het doden van dieren voor de productie van dierlijke producten. Artikelen gaan onder andere over verboden gedragingen ten aanzien van dieren, criteria voor de aanwijzing van diersoorten of diercategorieën op de positieflijst (Huis- en hobbydierenlijst), regels over algemene huisvestings- en verzorgingsnormen, fokken, vakbekwaamheid, gezondheid, vaccinatie, informatieverstrekking bij verkoop, reiniging en ontsmetting, de ‘bescherming’ van dieren bij het doden, het gebruik van medicijnen voor diergeneeskundig gebruik en evenementen met dieren. Re g e l i ng ho ud e rs v an d ie re n

Deze regeling geeft verdere invulling aan de Wet dieren en het Besluit houders van dieren en bevat specifieke definities en voorschriften voor het houden van dieren. De regeling bevat artikelen over welke dieren gehouden mogen worden, diergeneesmiddelen, melding van zoönosen en ziekteverschijnselen, het toepassen van sera en entstoffen, dierenvervoer, het doden van dieren, registratie en erkenning van inrichtingen, identificatie en registratie van dieren, bijeenbrengen van dieren, handel met derde landen in dieren, reinigen en ontsmetten, gezondheidsvoorschriften voor het houden van varkens, runderen, pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels en schapen voor productie, voorschriften voor de biologische productie, aquacultuur en weekdieren, bedrijfsmatig houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden, het houden en bijeenbrengen van evenhoevigen, pluimvee of in gevangenschap levende vogels voor vertoning, niet-commercieel verkeer van honden, katten en fretten, en verplaatsing van waterdieren naar lidstaten. Gemeenten hebben met dit besluit en deze regeling te maken, als zij dieren houden in bijvoorbeeld kinderboerderijen, stadsboerderijen, volières of hertenkampen.

Alle dierenhouders binnen de gemeente, of dat nu particulieren zijn of bedrijven als veehouderijen en dierentuinen, moeten voldoen aan dit besluit en deze regeling, voor zover de artikelen op hen van toepassing zijn. Het besluit en de regeling gelden ook voor de dierenopvangcentra waar gemeenten zwerfdieren of wilde dieren onderbrengen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor vergunningen van evenementen zoals dierenkeuringen, maar hebben geen bevoegdheden voor de dierenwelzijnsaspecten ervan. Handhaving op deze regelgeving vindt plaats door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de politie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID).

Verplichting gemeente

• •

De juiste (veterinaire) zorg en huisvesting geven aan door de gemeente gehouden dieren Door de gemeente gehouden dieren identificeren en registreren

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 41 van 123

In het Besluit houders van dieren is onder meer het volgende vastgelegd: Artikel 1.3. Verboden gedragingen ten aanzien van dieren Als gedragingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de wet worden aangewezen: a. het zich ontdoen van een dier; b. het schoppen van een dier; c. het zodanig slaan van een dier dat dit letsel ten gevolge heeft; d. het onderwerpen van een dier aan een explosieve, bijtende of brandende stof; e. het weiden van een dier op niet beweidbaar land of, anders dan voor korte duur, weiden op slecht beweidbaar land; f. het zich vervoeren of verplaatsen, het zich laten vervoeren of laten verplaatsen of een ander doen vervoeren of doen verplaatsen op een dier of in of op een vervoermiddel dat wordt voortbewogen door een dier, indien dat vervoeren of verplaatsen de krachten van dat dier kennelijk te boven gaat, of indien het dier daartoe kennelijk niet geschikt is; g. het gebruik van of het vastbinden of aanlijnen van een dier met een voorwerp waarmee het dier door middel van scherpe uitsteeksels pijn kan worden toegebracht; h. het gebruik van apparatuur die geschikt is om aan een hond stroomstoten af te geven, met uitzondering van: i. het gebruik daarvan bij het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen; ii.

het gebruik daarvan in de uitvoering van de taak van de politie of de politietaken van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 3, onderscheidenlijk artikel 4, van de Politiewet 2012, in de uitvoering van de taken van de krijgsmacht, bedoeld in artikel 97 van de Grondwet, in de uitvoering van een overheidstaak in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel of bij het trainen ten behoeve van de uitvoering van deze taken door de betrokken overheidsorganisatie, voor zover het met dat gebruik beoogde doel dit rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt; iii. het gebruik van elektrische afrastering. Artikel 1.5. Reikwijdte 1. Deze paragraaf is van toepassing op zoogdieren, reptielen, amfibieën, vogels en vissen. 2. Artikel 1.6, vierde lid, is tevens van toepassing op insecten. Artikel 1.6. Houden van dieren 1. De bewegingsvrijheid van een dier wordt niet op zodanige wijze beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht. 2. Een dier wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. 3. Een dier wordt, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, bescherming geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren. 4.

De houder van een dier dat in een gebouw of kooi wordt gehouden, draagt er zorg voor dat het dier daaruit niet kan ontsnappen. Artikel 1.7. Verzorgen van dieren Degene die een dier houdt, draagt er zorg voor dat een dier: a. wordt verzorgd door een persoon die beschikt over de voor die verzorging nodige kennis en vaardigheden; b. slechts onder de hoede wordt gesteld van een persoon die kennelijk tot de verzorging in staat is; c. dat ziek of gewond lijkt onmiddellijk op passende wijze wordt verzorgd; d. een toereikende behuizing heeft onder voldoende hygiënische omstandigheden;

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 42 van 123

een voor dat dier toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voer krijgt toegediend op een wijze die past bij het ontwikkelingsstadium van het dier; f. toegang heeft tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een andere wijze aan zijn behoefte aan water kan voldoen; g. voldoende verse lucht of zuurstof krijgt. e.

Artikel 1.8. Behuizing 1. Een ruimte waarin een dier wordt gehouden, wordt voldoende verlicht en verduisterd om aan de ethologische en fysiologische behoeften van het dier te voldoen. 2. Behuizingen, waaronder begrepen de vloer, waarin een dier verblijft en inrichtingen voor de beschutting voor een dier zijn op zodanige wijze ontworpen, gebouwd en onderhouden dat bij de dieren geen letsel of pijn wordt veroorzaakt en bevatten geen scherpe randen of uitsteeksels waaraan het dier zich kan verwonden. 3. In de ruimte waarin een dier wordt gehouden, worden geen materialen en, in voorkomend geval, bodemdekking gebruikt die ongeschikt of schadelijk zijn voor het dier. 4. De materialen, bedoeld in het derde lid, kunnen eenvoudig worden gereinigd en ontsmet. Artikel 1.9. Toepassingsbereik Als diercategorieën als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen ganzen, honden en katten. Artikel 1.10. Gevallen waarin dieren mogen worden gedood Als gevallen als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen gevallen waarin: a. een dier wordt gedood ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier; b. een dierenarts heeft vastgesteld dat doden in het belang van het dier is; c. dat doden bij of krachtens enig wettelijk voorschrift of ingevolge een EU-verordening is voorgeschreven; d.

een dier wordt gedood ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier; e. een dier wordt gedood vanwege niet te corrigeren gevaarlijke gedragskenmerken. Artikel 1.11. Reikwijdte De artikelen 1.12 tot en met 1.14 zijn van toepassing op zoogdieren, reptielen, amfibieën en vogels. Artikel 1.12. Besparen vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden bespaard. Artikel 1.13. Methoden 1. Een dier wordt gedood door middel van een methode die waarborgt dat de dood onmiddellijk of na bedwelming, maar vóórdat de bewusteloosheid is geweken, intreedt. 2. In afwijking van het eerste lid behoeft een dier niet te worden bedwelmd indien een dier moet worden gedood: a. ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier of b. ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier. 3. Bij ministeriële regeling kunnen voor de daarin te onderscheiden diersoorten of categorieën dieren nadere regels worden gesteld ten aanzien van de methode, bedoeld in het eerste lid. Artikel 1.14. Kennis

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 43 van 123

1. Het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden uitgevoerd door personen die aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en doeltreffend uit te voeren. 2. Bij ministeriële regeling kunnen voor de daarin te onderscheiden diersoorten of categorieën dieren nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde kennis en vaardigheden. Artikel 1.18. Verbod gebruik van levend aas Het is verboden bij het vissen in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdelen c en d, van de Visserijwet 1963, levende vissen, amfibieën, reptielen, vogels of zoogdieren als aas te gebruiken. Artikel 1.19. Reikwijdte scheiden dieren van ouderdier Als diercategorieën als bedoeld in artikel 2.2, zevende lid, van de wet worden aangewezen honden, katten, konijnen, papegaaiachtigen, apen behorende tot de soort van de Chimpansee, de Rhesus-aap, de Beermakaak, de Java-aap, de Marmoset, de Doeroecoeli of de Doodshoofdaap, varkens en nertsen. Artikel 1.20. Leeftijd scheiden van dieren De leeftijd, bedoeld in artikel 2.2, zevende lid, van de wet, is voor: a. honden: 7 weken; b. katten: 7 weken; c. konijnen: 6 weken; d. papegaaiachtigen: de voor de desbetreffende soort papegaaiachtigen in bijlage I bij dit besluit vermelde leeftijd; l.

varkens: 28 dagen; § 6 Besluit houders van dieren, Diergeneeskundige handelingen en diergeneesmiddelen: bevat artikelen over het verrichten van ingrepen door de houder, over het aanwezig hebben van diergeneesmiddelen of gemedicineerde diervoeders, de administratie van diergeneesmiddelen door houders van dieren. § 7 Besluit houders van dieren, Melding en bewaking dierziekten en zoönosen: bevat bepalingen over de melding van ziekten en ziekteverschijnselen § 8 Besluit houders van dieren, Bijeenbrengen van dieren: bevat bepalingen over het verzamelen op een vervoermiddel, het overladen bij verzamelen op een vervoermiddel, het melden van de aanvang van verzamelen, het laden en lossen op verschillende adressen, bewaartermijn gegevens vervoer, grondslag regels over het verblijf van dieren na het bijeenbrengen, erkenning verzamelcentra voor Nederlandse markt, grondslag regels voor verzamelen voor Nederlandse markt, het lossen van evenhoevigen en pluimvee op plaats van bestemming, en de gegevens vervoer binnen Nederland. § 9 Besluit houders van dieren, Houden van schapen of geiten: bevat bepalingen over een levenslang fokverbod, de geboorte van lammeren, vaccinatie tegen Q-koorts, en registratie daarvan. § 11 Besluit houders van dieren Identificatie en registratie van dieren: bevat bepalingen over identificatie en registratie(systemen) voor dieren, de identificatiemiddelen.

§ 12 Besluit houders van dieren, Handel: bevat bepalingen over het buiten Nederland brengen van dieren en over het binnen Nederland brengen van dieren. § 13 Besluit houders van dieren: gaat over sera en entstoffen 2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

Bureau Lauret namens

Pagina 44 van 123

Hoofdstuk 2 Besluit houders van dieren: gaat over het houden van dieren voor landbouwdoeleinden Hoofdstuk 3 Besluit houders van dieren: gaat over het houden van dieren anders dan voor landbouwdoeleinden. Artikel 3.1. Verbod op vastleggen of in een ren houden van een hond 1. Het is de eigenaren of gebruikers van erven, landerijen of andere terreinen verboden daarop een hond te houden, die: a. aan een ketting of op andere wijze is vastgelegd, indien niet is voldaan aan artikel 3.2; b. is ingesloten in een ren, indien niet is voldaan aan artikel 3.3, of c. is ingesloten in een ren en daarin aan een ketting of op een andere wijze is vastgelegd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de hond incidenteel is vastgelegd of in een ren wordt gehouden. Artikel 3.19. Verkoopverbod aan personen jonger dan zestien jaar Een gezelschapsdier wordt niet verkocht aan een persoon jonger dan zestien jaar. Hoofdstuk 4 Besluit houders van dieren: gaat over het houden van dieren voor vertoning zoals in dierentuinen en circussen. Hoofdstuk 5 Besluit houders van dieren: gaat over het doden van dieren voor de productie van dierlijke producten. Regeling houders van dieren

2023 Wetgeving met gevolgen voor dieren en biodiversiteit- Verplichtingen voor gemeenten in vogelvlucht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14272364/2