CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.15 Nota van zienswijzen

gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Bestemmingsplan 't Laantje 3+4 (12V/6T Aangenomen)38.966 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Betreffend hoofdstuk impliceert dan ook niet dat er sprake is van enige planschade of dat er doelbewust omwonenden schade wordt aangedaan, maar alleen dat er een overeenkomst tussen beide partijen is afgesloten. 2. indieners vragen zich af op welke manier rekening is gehouden met mogelijke schade ten gevolge van waardevermindering van woningen van indieners. Beantwoording: Bij de ontwikkeling van de plannen is er gekeken naar de aanwezige stedenbouwkundige kwaliteiten, voorliggende ontwikkeling past zoals onder A is aangegeven hier in. Op deze wijze is er rekening gehouden met de bestaande bebouwing, om zo de ruimtelijke kwaliteit te handhaven. Indien indieners van mening zijn dat het plan zal leiden tot een waardevermindering van het onroerend goed, kan hiervoor - na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan - afzonderlijk een verzoek om tegemoetkoming in planschade worden ingediend. In afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijk ordening wordt ingegaan op de tegemoetkoming in planschade. Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die, vermogensschade (vermindering waarde onroerend goed) of inkomensschade (omzetdaling) lijdt, op aanvraag tegemoetkoming toe kunnen kennen. Het gaat dan om schade die dan redelijkerwijs, rekening houdend met het normaal maatschappelijk risico, niet voor rekening van aanvrager behoort te blijven. I.

Participatie Indieners zijn van mening dat het participatieproces onvoldoende is geweest danwel dat er geen sprake is geweest van participatie. Ook wordt opgemerkt dat participatie is en blijft de verantwoordelijkheid van de wethouder, respectievelijk de gemeente. De ontwikkelaar heeft aangegeven dat er voldoende gelegenheid tot participatie is gegeven. Op info avond waren

ook woningzoekenden, naast omwonenden, waardoor er geen gesprek met de ontwikkelaar mogelijk was. De 'informatieavond' had exclusief voor omwonenden moeten zijn en andere geïnteresseerden hadden moeten worden geweerd. De belangen van omwonenden zijn niet meegewogen in de voorliggende ontwikkeling. Van tevoren stond vast wat er ging gebeuren. Het was volgens indieners niet mogelijk om met de projectontwikkelaar in gesprek te gaan over mogelijke aanpassingen van het plan. Aan wensen van omwonenden is niet tegemoetgekomen en zijn niet verwerkt in het voorliggende plan. Een aantal indieners spreekt over verspreiding van desinformatie en vindt dat de gemeente, waaronder de gemeenteraad, onvoldoende naar benadeelden luistert. Beantwoording: Er heeft in het kader van deze ruimtelijke ontwikkeling participatie plaatsgevonden en omwonenden en geïnteresseerden zijn geïnformeerd. Een verslag hiervan maakt onderdeel uit van de bijlagen bij de toelichting. De ontwikkelaar is hiervoor verantwoordelijk. Het plan is gedurende het voortraject meermaals aangepast naar wens van omwonenden en de politiek. Uiteindelijk is hieruit een plan gekomen waarin is geprobeerd tegemoet te komen aan zowel de wensen van omwonenden op het gebied van privacy als de wensen vanuit de politiek met betrekking tot het houden van afstand tot het Bosje van Sprenger.

Dat de ontwikkelaar niet alle bezwaren van omwonenden heeft kunnen wegnemen is natuurlijk jammer, maar laat onverlet dat er wel degelijk participatie heeft plaatsgevonden. Van verspreiding van desinformatie is overigens niet gebleken. Wat betreft het al dan niet bespreken van de aangepaste plannen met omwonenden wordt opgemerkt dat de formele procedure start bij het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. J. Overig 1. De vervallen staat van de woningen op ’t Laantje 3 en 4. Indieners zijn het oneens met de beschrijvingen in het bestemmingsplan omtrent de vervallen staat van de woningen. Volgens indieners zijn de woningen helemaal niet vervallen en zelfs recent gebouwd/verbouwd. Daarnaast worden beide woningen gewoon bewoond. Indieners twijfelen hierdoor aan de geloofwaardigheid van de opstellers. Beantwoording: De woning aan ’t Laantje 3 is inderdaad niet in vervallen staat. De woning aan ’t Laantje 4 is qua bouwkundige staat aan renovatie toe. Voor zover hier van belang maakt de bouwkundige staat geen verschil op de beleidsmatige afweging die moet worden gemaakt op basis van het particuliere initiatief om de bestaande twee vrijstaande woningen te vervangen door een appartementencomplex. De toelichting is op dit onderdeel aangepast. 2. Afvalvoorziening. Indieners geven aan dat vergeten lijkt te worden om op eigen terrein afvalvoorzieningen te realiseren.

Indieners zouden het zeer onwenselijk vinden als in de publieke ruimte afval verzamelt zou gaan worden.

Beantwoording: De toekomstige 49 huishoudens van het appartementencomplex aan ’t Laantje kunnen hun huishoudelijk afval kwijt bij de reeds bestaande ondergrondse container locatie aan de Luitgardeweg (nabij hoek Van Mijndenlaan). Bij de aanleg van deze voorziening is rekening gehouden met de komst van voorliggende ontwikkeling. 3. Kwaliteitsimpuls. Door indieners wordt de extra kwaliteitsimpuls, de herinrichting van een deel van de bestaande voetgangers- en fietsverbinding ’t Laantje, onzin aangemerkt. Dit kan volgens indiener ook wel zonder het plan uit te voeren. Daarnaast wordt aangegeven dat er geen sprake zal zijn van een extra kwaliteitsimpuls gelet op de negatieve effecten, als gevolg van het versmallen van het Laantje, het verdwijnen van groen, toename geluidsbelasting, toename van vervoersbewegingen en de realisatie van een groot gebouw dat het uitzicht wegneemt. De omwonenden ervaren dit als een verslechtering. Beantwoording: De herinrichting van een deel van de bestaande voetgangers- en fietsverbinding ’t Laantje, bestaande uit herstraten, plaatsen van een tourniquet en betere straatverlichting, zorgt voor een verbetering van de bereikbaarheid en vergroting van de sociale veiligheid/leefbaarheid. Het plan is stedenbouwkundig, ruimtelijk en milieukundig inpasbaar en draagt bij aan het realiseren van voldoende woningen in Loosdrecht.

Er vindt herplant van te kappen bomen plaats en een deel van de bestaande voetgangers- en fietsverbinding ’t Laantje wordt heringericht. Door de herinrichting te koppelen aan voorgenomen ontwikkeling levert het plan een maatschappelijke bijdrage en kan het versneld worden uitgevoerd zonder dat hier gemeentelijke gelden voor vrijgemaakt hoeven te worden. Hiermee is volgens de gemeente sprake van een kwaliteitsimpuls en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.

2.3

Bespreking zienswijzen

2.3.1

Zienswijze 1 (gedateerd 19 maart 2021 en ontvangen op 19 maart 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling, de toereikendheid van de infrastructuur, de schade aan de natuurwaarden van het Bosje van Sprenger, met name als gevolg van lichthinder en lichthinder naar de woning van indiener en andere vormen van hinder. Tot slot zijn zorgen geuit over licht ontneming en schaduwwerking van het gebouw op het Bosje van Sprenger en de staat van onderhoud van het Bosje van Sprenger. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Een aantal van de in de ingediende zienswijze genoemde bezwaren hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Beantwoording Zie beantwoording veel voorkomende onderwerpen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.2

Zienswijze 2 (gedateerd 1 april 2021 en ontvangen op 1 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling, de verkeersveiligheid, parkeerdrukte en de doorstroming op de Luitgardeweg, het oprekken van de normen van geluidshinder, privacy-verlies en de “vervallen” staat van de woningen op ’t Laantje 3 en 4. Tot slot kan indiener geen voorziening vinden voor het verzamelen van huishoudelijk afval. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Beantwoording Zie beantwoording veel voorkomende onderwerpen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.3

Zienswijze 3 (gedateerd 5 april 2021 en ontvangen op 6 april 2021, aangevuld met een zienswijze van 6 april en op dezelfde dag binnengekomen).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de “vervallen” staat van de woningen op ’t Laantje 3 en 4, de aantasting van het Bosje van Sprenger, parkeerdrukte en de doorstroming op de Luitgardeweg, de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling en de structuurgebied, de vermeende kwaliteitsimpuls, de verkeersveiligheid en er wordt verwezen naar betere locaties voor woningbouw. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen.

Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. Indiener geeft aan dat nergens uit blijkt dat de verbinding tussen wonen en landschap versterkt wordt. Beantwoording a. Bij een ruimtelijke ontwikkeling worden er stedenbouwkundige afwegingen gemaakt. De locatie van het appartementengebouw is in relatie met de omgeving meegenomen en het aspect landschap is in voorliggend ontwikkeling betrokken bij de belangenafweging. Geconstateerd is dat het plan ruimtelijk en landschappelijk inpasbaar is ter plaatse. Daarmee is er sprake van versterking tussen wonen en landschap. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting. 2.3.4

Zienswijze 4 (gedateerd 10 april 2021 en ontvangen op 13 april 2021, aangevuld met een zienswijze van 24 april en op 28 april 2021 binnengekomen).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling, het niet voldoen aan de Welstandnota, de “vervallen” staat van de woningen op ’t Laantje 3 en 4, de schade aan de natuurwaarden van het Bosje van Sprenger de verkeersveiligheid, de vermeende kwaliteitsimpuls, parkeerdrukte en de doorstroming op de Luitgardeweg, het oprekken van de normen van geluidshinder, privacy-verlies en. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. Indiener geeft aan dat ten gevolge van het plan meer groen moet wijken dan is verbeeld op de luchtfoto in de toelichting; b. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente 210 voertuigbewegingen via een hellingbaan op 2 meter langs een woning acceptabel kan vinden. Geen beoordeling is gegeven van de toegangsweg van circa 50 meter over eigen terrein en de effecten op de woningen aan Luitgardeweg 2 en de Spanker 12. Indiener geeft aan dat de woning aan de Spanker 12 door geen enkel wettelijk kader meer beschermd wordt en dat de enorme geluidsbelasting niet in kaart is gebracht. c. Indiener vindt het onacceptabel dat de herinrichting van het bos en de planschadevergoedingen pas achteraf worden geregeld in een anterieure overeenkomst en dat deze overeenkomst geheim blijft. d.

Het gemeentebestuur is ongeloofwaardig door een ontwikkeling toe te staan die in strijd is met haar eigen beleidslijnen, waarbij het ambtelijk apparaat zich volledig laat leiden door projectontwikkelaars met winstbejag. Beantwoording a. De opgenomen luchtfoto geeft geen begrenzing aan met betrekking tot het kappen van bomen. Het klopt dan ook dat er meer bomen worden gekapt dan binnen de begrenzing vallen zoals aangegeven op de luchtfoto. Het gaat ook om bomen die zich aan de rand bevinden, binnen 5 meter van de grens van het bouwperceel. Deze bomen worden ten behoeve van de voorgenomen

ontwikkeling gekapt en gecompenseerd. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de bomeneffectanalyse opgenomen als bijlage bij de toelichting. b. Naar aanleiding van deze zienswijze is er aanvullend akoestisch onderzoek verricht. Uit het onderzoek volgt dat de mate van geluidshinder vanwege het verkeer van en naar de parkeerkelder beperkt zal zijn en een goed woon- en leefklimaat niet in het gedrang komt vanwege dit geluidsaspect. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen bij de toelichting. c. Voor vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt door de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten waarin onder ander de afwikkeling van mogelijke planschade wordt geregeld. Uit jurisprudentie van de Raad van State volgt dat, overeenkomstig artikel 3:11 van de Awb een anterieure overeenkomst, niet behoort tot de op het ontwerp van het bestemmingsplan betrekking hebbende stukken. Wel wordt een zakelijke beschrijving van de anterieure overeenkomst ter inzage gelegd en in het huis-aan-huis blad gepubliceerd. d. Bij een aanvraag door een initiatiefnemer dient de gemeente een afweging te maken van alle betrokken belangen. Eén van de redenen om mee te werken aan voorliggende ontwikkeling is dat er binnen de regio en in onze gemeente, zoals reeds eerder aangegeven, grote vraag is naar woningen.

Vanwege deze vraag dienen er woningen binnen Loosdrecht gebouwd te worden waarmee in de woonbehoefte wordt voorzien. De gemeente heeft de ambitie een prettige en duurzame woonomgeving te realiseren ook voor nieuwe bewoners. Er is bij de ontwikkeling van het voorliggende plan gekeken naar de verschillende beleidsaspecten op de omgeving. Het ambtelijk apparaat laat zich niet leiden door het winstbejag van projectontwikkelaars, maar faciliteert ontwikkelingen vanuit de markt om nieuwe woningen te realiseren op basis van een zorgvuldige belangenafweging. Conclusie De zienswijze leidt tot gewijzigde vaststelling van de regels en aanvulling van de toelichting.

2.3.5

Zienswijze 5 (gedateerd 20 april 2021 en ontvangen op 19 april 2021)

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling, woningbouwbehoefte, planschade, gemeentelijk bomenbeleid, de woonvisie en de structuurvisie, de schade aan de natuurwaarden van het Bosje van Sprenger, de toereikendheid van de infrastructuur en parkeergelegenheid en participatie. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. Uit het Commissiestuk van januari 2021 volgt: "Initiatiefnemer voert overleg met een woningcorporatie om het bouwplan voor wat betreft de sociale huur in eigendom over te nemen. Mocht er geen overeenstemming komen tussen partijen, dan zal in de anterieure overeenkomst de borging van de sociale huurappartementen plaatsvinden." Dit laatste is betekenisloos en ondoorzichtig. Met andere woorden: als die overeenkomst met de Woningcorporatie er niet komt - en dat is niet onwaarschijnlijk gezien het bevriezen van

b.

c. d.

e. f.

g.

huren - kan het hele bouwplan niet doorgaan. Kortom: pas als de overeenkomst met de woningcorporatie er komt, is deze wijziging op het bestemmingsplan aan de orde. Door indiener wordt aangevoerd dat naar aanleiding van antwoorden van de ontwikkelaar op bezwaren uit de buurt (Verslag van de Participatie, vraag 10) wordt gesteld dat 't Laantje verbreed zal worden. Dat zal niet gaan: aan de kant van de Luitgardeweg is het een voetgangerspad (dus niet ook een fietspad), en aan de kant van de Nieuw Loosdrechtsedijk is het privébezit, met slechts beperkt recht van overpad. Dat verbreden is dus onmogelijk, een fabeltje. Onduidelijk is hoe de openbare toegankelijkheid van de zes parkeerplaatsen op het maaiveld wordt afgedwongen? Er is onlangs in de gemeenteraad een verzoek ingediend voor een raadsbesluit om de parkeernorm voor huur en koop gelijk te maken, naar 1,2 parkeerplaats per appartement. Wat is de invloed op dit project? Er is nergens gespecificeerd waar en hoe er oplaadplekken voor elektrische auto's komen, en parkeerplaatsen voor mensen met een beperking. Vanuit de buurt zijn vele bezwaren geuit tegen de ontwikkeling. Alles bij elkaar heeft dit tot veel woede en emotie in de buurt geleid. Vanuit de gemeente is nog nooit enig begrip voor de gevoelens van de buurtgenoten getoond. Geen empathie. Resultaat: de kloof tussen gemeente en de huidige inwoners wordt ernstig verstoord.

Is dat het waard? Tevens wordt opgemerkt dat sommige politici vooringenomen zijn. Er wordt een citaat uit de Nieuwsster van 10 februari 2021 aangehaald: "Mensen zijn bang om hun uitzicht te verliezen en dat de waarde van hun huis daalt. Dan denk ik: je woont prachtig maar je gunt het een ander niet'. Als iedereen zo denkt, lukt er niks en kunnen we alleen nog met z'n allen in de Bijlmermeer op tien hoog wonen." Deze is vooringenomenheid is onacceptabel. De bergingen zoals die in de laatste versie van het plan zijn getekend, zijn extreem lelijk, en verpesten de hele sfeer van 't Laantje.

Beantwoording a. In de anterieure overeenkomst is de borging van de sociale huurappartementen geregeld en daarmee afdwingbaar. Ten aanzien van de afspraken met de woningbouwcorporaties kan worden opgemerkt dat deze worden verkocht aan een woningbouwcorporatie. De intentieovereenkomst is gesloten en deze wordt omgezet in een definitieve overeenkomst als het bestemmingsplan onherroepelijk wordt; b. Ten aanzien van de verbreding van 't Laantje kan worden opgemerkt dat inderdaad in het participatieverslag staat opgenomen dat ‘t Laantje breder wordt. Het wandelpad/fietspad zal worden aangepast en dat zal resulteren in een beperkte verbreding. De haag die dient als afscheiding van ‘t Laantje 3 zal worden verwijderd waardoor het pad ca 0.5 meter breder wordt. c. De openbare toegankelijkheid van de zes parkeerplaatsen op het maaiveld wordt via de anterieure overeenkomst afgedwongen en de inrichting van deze parkeerplaatsen. d. De raad heeft in haar vergadering van 11 maart 2021 de motie 'Herziening parkeernorm sociale koop' aangenomen, met daarin het voorstel om de parkeernorm voor sociale en betaalbare koopappartementen tot €220.000 gelijk te maken aan die van sociale huurappartementen. De portefeuillehouder heeft toegezegd de motie uit te voeren als dat kan met een raadsvoorstel voor aanpassing van de parkeernormen. Dit is echter niet op korte

termijn mogelijk. Daarom wil het college voorlopig invulling geven aan de motie, door gebruik te maken van haar bevoegdheid om gemotiveerd af te kunnen wijken van het vigerende parkeerbeleid. Bij het collegebesluit van 8 juni 2021 heeft het college besloten dit per direct te doen voor nieuwe plannen, tenzij het gaat om een plan waarvoor al een omgevingsvergunning is verleend of een ontwerpbestemmingsplan dat al ter inzage heeft gelegen, of als dit in strijd is met een reeds gesloten overeenkomst. Deze motie heeft geen invloed op dit project, omdat het ontwerpbestemmingsplan voor die tijd ter inzage heeft gelegen. e. Bij de verdere uitwerking van inrichting van het gebied zal er rekening worden gehouden met oplaadplekken voor elektrische auto's en parkeerplaatsen voor mensen met een lichamelijke beperking. De infrastructuur om palen te plaatsen wordt aangelegd. Het wordt hierdoor mogelijk om laadpalen te installeren, waarbij het zal gaan om parkeerplaatsen op maaiveldniveau. f. De gemeente dient bij elke aanvraag een belangenafweging te maken, waarbij alle aspecten meegenomen in de besluitvorming en wordt gekeken of de ontwikkeling vanuit het oogpunt van woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Bij de besluitvorming van het plan wordt rekening gehouden met de omgeving, en daarmee met de belangen van omwonenden. Bij deze afweging worden ook de verschillende beleidskaders betrokken.

Uit jurisprudentie volgt dat er geen recht op vrij uitzicht bestaat, zeker binnen een dorpskern. Dit laat onverlet dat het voorstelbaar is dat omwonenden de bouw van een appartementencomplex niet toejuichen. Anderzijds heeft er participatie plaatsgevonden en het is jammer dat omwonenden niet tevreden zijn met de uitkomst hiervan. Van een oneerlijke behandeling is echter geen sprake. g. Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn de ingetekende bergingen, zoals die in de laatste versie van het plan zijn getekend, naar de parkeerkelder verplaatst. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.6

Zienswijze 6 (ongedateerd en ontvangen op 19 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de toereikendheid van de infrastructuur en parkeergelegenheid, privacy stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling, de schade aan de natuurwaarden van het Bosje van Sprenger en participatie. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.7

Zienswijze 7 (gedateerd 26 april 2021 en op dezelfde datum ingekomen).

Inhoud Zienswijze

Door indiener is een zienswijze ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. In hoofdstuk 8 pagina 45 van het bestemmingsplan staat geschreven dat: “Initiatiefnemer heeft de directe omgeving geïnformeerd over het voornemen en de mogelijkheid gegeven hierop te reageren. Met dit communicatie- en participatietraject is voldoende gelegenheid gegeven tot het geven van reacties op het plan. Met de reacties van de directe omgeving op het plan is, waar mogelijk, bij de verdere ontwikkeling van het plan rekening gehouden.” Volgens indiener is dit niet waar en waren de tekeningen misleidend en waren voorzien van onjuiste informatie. Zo zijn de tekeningen met kroon omvangen van de amberboom onjuist. De bomen worden groter voorgesteld als ze werkelijk zijn bij aanplant en zullen nooit zo groot worden als op de tekeningen aangegeven:

Beantwoording a. Dat de ontwikkelaar niet alle bezwaren van omwonenden heeft kunnen wegnemen is natuurlijk jammer, maar laat onverlet dat er wel degelijk participatie heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van de zienswijze is nogmaals gekeken naar de boomkeuze. Gekozen is om andersoortige bomen te planten, te weten de Japanse Beverboom met een aanplantmaat van circa 5 meter. Een volwassen hoogte van deze boom bedraagt 8 tot 10 meter. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.8

Zienswijze 8 (gedateerd 22 april 2021 en ontvangen op 23 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling, privacy en toename van hinder van buren en auto geluid, de toereikendheid van de infrastructuur en parkeergelegenheid, woningbouwbehoefte, de schade aan de natuurwaarden van het Bosje van Sprenger en het verdwijnen van groen, vermindering uitzicht en planschade. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen.

Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. Onvoldoende afweging van belangen door de gemeente. Er is hiervoor in het proces te weinig aandacht voor geweest; b. Door de realisatie van het appartementengebouw zal de lichtinval worden beperkt. Bij de belangenafweging ten aanzien van de voorliggende ontwikkeling is een bezonningsstudie niet meegenomen. De beperking van lichtinval op de omliggende woningen dient te worden onderzocht. c. Door de toename van auto’s zal de luchtkwaliteit verslechteren en zal men last gaan krijgen van de stank van uitlaatgassen. Beantwoording a. De gemeente dient bij elke aanvraag een belangenafweging te maken, waarbij alle aspecten meegenomen in de besluitvorming en wordt gekeken of de ontwikkeling vanuit het oogpunt van woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Bij de besluitvorming van het plan wordt rekening gehouden met de omgeving, en daarmee met de belangen van omwonenden. Bij deze afweging worden ook de verschillende beleidskaders betrokken. Niet ingezien wordt dan ook op welke wijze er sprake zou zijn geweest van onvoldoende afweging van belangen. b. Gezien het gegeven dat het appartementengebouw aan de noordzijde van de woning van indiener wordt gebouwd zal de beperking van de lichtinval meevallen. Om tegemoet te komen aan de zienswijze van indiener is er een bezonningsonderzoek uitgevoerd.

Doel van het onderzoek was het inzichtelijk maken van de effecten van de geplande nieuwbouw op de bezonning van de omliggende bebouwing. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de effecten van de nieuwbouw op de bezonning van de omliggende woningen relatief beperkt is, aangezien de meeste schaduwwerking aan de noordzijde van het pand plaatsvindt ter plaatse van het Bosje. c. Wat betreft het aspect luchtkwaliteit wordt opgemerkt dat dit in voldoende mate is beschouwd in de toelichting van het bestemmingsplan. Het plan draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is. Wat betreft de stank van uitlaatgassen zal de toename met circa 195 verkeersbewegingen geen significante toename van stank als gevolg van uitlaatgassen tot gevolg hebben. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.9

Zienswijze 9 (gedateerd 17 april 2021 en ontvangen op 26 april 2021)

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid van de ontwikkeling, de staat van de woningen aan ’t Laantje 3 en 4 , participatie, de aantasting van het Bosje van Sprenger, bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid, de negatieve impact op de leefbaarheid als gevolg van hinder en overlast en de Hogere grenswaarde procedure. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend:

a. Indiener geeft aan dat er een onjuiste belangenafweging is gemaakt. De ontwikkeling betreft een éénzijdig plan ten gunste van de projectontwikkelaar waarbij volledig voorbij wordt gegaan aan de belangen en leefbaarheid van de omwonenden, omgeving en natuur moeten wijken voor de Financiële belangen van de Projectontwikkelaar. Dit telkens onder het mom van de (huidige) woningnood waarbij het daadwerkelijk oogmerk, financieel gewin van de Projectontwikkelaar stelselmatig wordt verdoezeld. Deze wil maar zo hoog en groot mogelijk bouwen om daarmee een zo groot mogelijk rendement te verkrijgen. b. Indiener voert aan dat de ontwikkeling niet past in het bijzondere regime van de historische lintstructuur van de Nieuw Loosdrechtsedijk waarvan ‘t Laantje onderdeel van uitmaakt. Daarnaast wordt de ontwikkeling begrensd door het historische Bos van Sprenger wat ook deel uit maakt van deze bijzonder structuur. c. Indiener voert aan dat er als gevolge van dit massale flatgebouw in de woonwijk Spanker leiden tot turbulenties als gevolg van de in ons land veel voorkomende noordelijke en oostelijke windrichtingen. d. De gemeente eist in haar woonvisie 1/3 sociale woningbouw. De projectontwikkelaar heeft het in zijn plannen over "sociale koop". Het is onduidelijk wat hier nu wordt bedoeld en hoe dit geborgd gaat worden. Er is onder de woningzoekenden veel behoefte naar sociale huur; e.

Vraagtekens worden gezet bij de Aerius berekeningen. De projectontwikkelaar heeft dit onderzoek zelf laten uitvoeren. "Het is wederom de slager die zijn eigen vlees keurt". De gemeente zal hier zijn verantwoordelijkheid in moeten tonen. Beantwoording a. De gemeente dient bij elke aanvraag een belangenafweging te maken, waarbij alle aspecten meegenomen in de besluitvorming en wordt gekeken of de ontwikkeling vanuit het oogpunt van woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Bij de besluitvorming van het plan wordt rekening gehouden met de omgeving, en daarmee met de belangen van omwonenden. Bij deze afweging worden ook de verschillende beleidskaders betrokken. Dit laat onverlet dat het voorstelbaar is dat omwonenden de bouw van een appartementencomplex niet toejuichen. Anderzijds heeft er participatie plaatsgevonden en het is jammer dat omwonenden niet tevreden zijn met de uitkomst hiervan. Van een oneerlijke behandeling is geen sprake. b. In paragraaf 3.3. van de BEA is genoemd dat het Bos van Sprenger een rijke historie heeft en beleidsmatig beschermd is in het Bomenbeleidsplan 2011-2035. Een uitweiding over de historie van dit Bos voegt niet veel toe, in een bomeneffectanalyse gaat het om de kernvraag wat de impact is van een ontwikkeling op houtopstanden waaronder het Bos van Sprenger, uitgaande van de huidige situatie. c.

In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar niet hoeft te worden meegenomen in de afwegingen. De grondslag voor de beoordeling van het aspect windhinder vindt zijn grondslag in art. 3.1 Wro, de zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor kan het in kaart brengen van mogelijke windhinder of windgevaar en deze betrekken in de beoordeling noodzakelijk zijn. In 2006 is de NEN 8100 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’ uitgekomen en is de meest gebruikte norm voor het onderzoeken en beoordelen van het windklimaat. Deze norm geeft richtlijnen (methodes) voor het uitvoeren van windtunnel- en CFD onderzoek. Daarnaast wordt een beoordelingsmethodiek van windhinder en windgevaar gegeven én is toetsingskader ten aanzien

van windgevaar uitgewerkt. De NEN 8100 is niet aangewezen in het Bouwbesluit of andere wetgeving. In de norm NEN 8100 is een beslismodel opgezet om de noodzaak van toetsing van een plan in te schatten. Uit dit beslismodel volgt dat de noodzaak van toetsing bepaald wordt door de ligging van het bouwplan (beschut of onbeschut) en de hoogte van het bouwplan:

In een beschutte omgeving, dus bestaande bebouwde omgeving zoals hier het geval is, is tot een hoogte van 15 meter een turbulentie onderzoek niet nodig. Gezien de hoogte van de nieuwbouw ten opzichte van de omliggende bebouwing en het bosje is er geen hinder te verwachten als gevolg van turbulentie. d. Ten tijde van het ontwerp was nog niet zeker of er sprake was van sociale huur of koop. Inmiddels is een en ander aangepast naar sociale huur. Dit is in de anterieure overeenkomst opgenomen. e. De gemeente toetst bij ontwikkelingen van initiatiefnemers het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken. Door een onafhankelijk bureau is namens de initiatiefnemer een stikstofonderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn vervolgens getoetst door de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi- en Vechtstreek, waarbij geadviseerd is om de AERIUSberekening te actualiseren. Dit is uitgevoerd en de aangepaste berekening is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat een en ander niet zorgvuldig is uitgevoerd. In voorliggend geval is geconstateerd dat het plan voldoet aan het beleid en aan milieuwet- en regelgeving. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.10

Zienswijze 10 (gedateerd 28 april 2021 en ontvangen op 29 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid van de ontwikkeling, strijdigheid met het bomenbeleidsplan, er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de aantasting van de Flora en Fauna in het Bosje van Sprenger, nagelaten is te onderzoeken wat de gevolgen zijn van het aanleggen van een (parkeer-)kelder voor de omgeving, de staat van de woningen aan 't Laantje 3 en 4, verkeersveiligheid, de aantasting van het woongenot en de verslechtering van het uitzicht, het slecht verlopen participatie proces en het de onvolledigheid

en onjuistheid van de voorziene informatie en tekeningen. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. Er is onvoldoende rekening gehouden met Natura 2000 gebied Oostelijke Vechtplassen. Het plangebied bevindt zich op slechts 190 meter van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Gezien de schaal van het project is niet ondenkbaar dat er een negatieve invloed uit zal gaan van het project op het Natura 2000 gebied. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient overleg plaats te vinden met Gedeputeerde Staten. In dit geval had Gedeputeerde Staten benaderd moeten worden voor een Voortoets. De gemeente heeft ten onrechte nagelaten deze stappen te zetten. Daarmee is het plan onzorgvuldig voorbereid. b. De omwonenden betwijfelen of de stikstofuitstoot berekeningen wel deugdelijk zijn uitgevoerd en of wel alle aspecten zijn mee-gecalculeerd - zoals bijvoorbeeld de aggregaten die voor de drainage vereist zullen zijn. De omwonenden merken op dat zij thans onderzoek laten uitvoeren naar de stikstofdepositie, dit onderzoek is op moment van schrijven nog niet gereed; c. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar geluidsbeperkende maatregelen; In het ontwerpbesluit HGW wordt toestemming gegeven voor overschrijding van de voorkeursgrenswaarde als bedoeld in art.

82 van de Wet Geluidshinder. In het ontwerpbesluit wordt erkend dat het mogelijk is om geluidsbeperkende maatregelen te treffen. Echter, de gemeente wil om financiële redenen geen geluidsarm asfalt toe te passen. De Wet geluidshinder bevat in art. 110a de verplichting om, in gevallen waar de voorkeursgrenswaarden wordt overschreden, geluidsbeperkende maatregelen te treffen, tenzij daar "overwegende bezwaren" tegen bestaan. De gemeente stelt dat geluidsbeperkende maatregelen te kostbaar zouden zijn. Noch in het besluit, noch in de bijlagen is echter toegelicht hoe hoog de kosten van deze maatregelen zouden uitvallen. De gemeente lijkt dit aspect niet te hebben onderzocht. d. In het Aanvullend verkeersonderzoek Het Laantje Nieuw-Loosdrecht (het verkeersonderzoek", bijlage 2 bij de toelichting) wordt vastgesteld dat de verkeersontsluiting voor fietsers en voetgangers van het beoogde appartementengebouw naar de belangrijkste ontsluitingsweg Nieuw Loosdrechtsedijk zal lopen via 't Laantje. Per saldo leidt het planvoornemen voor 't Laantje, aldus het verkeersonderzoek, tot een toename van circa 200 extra verkeersbewegingen per etmaal. Geheel ongemotiveerd wordt vervolgens gesteld dat het plangebied een goede verkeerskundige ontsluiting kent voor alle modaliteiten. 't Laantje is echter volstrekt ongeschikt om deze verkeersstroom te verwerken. e.

Er is geen deugdelijk watertoets uitgevoerd. Indieners maken zich zorgen over de gevolgen van de plannen op de waterhuishouding. In hoofdstuk 5 van de toelichting beschrijft de gemeente een deel van het juridisch kader en geeft zij enkele kenmerken van het plangebied. Vervolgens springt zij naar de conclusie dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het waterhuishoudkundig systeem. Elk onderzoek ontbreekt. De omwonenden zijn van mening dat er gronden bestaan om te vermoeden dat het plan weldegelijk een verstorend effect zal hebben. Er wordt een parkeerkelder aangelegd, ten behoeve waarvan drainage zal worden toegepast, en verder is er een toename van de verharding met meer dan 700 m2. Beantwoording a. Er dient in de toelichting van een bestemmingsplan te worden ingegaan op de eventuele effecten op de Natura 2000 gebieden en er dient een effectbeoordeling plaats te vinden in het kader van

gebiedsbescherming. Bij de voorliggende ontwikkeling zijn er, gelet op de afstand en het tussengelegen gebied, geen direct negatieve effecten te verwachten(denk aan geluid, lichthinder etc.) en het plan is niet zichtbaar vanuit Natura 2000 gebied. Daarnaast blijkt uit de geactualiseerde AERIUS-berekening dat er geen sprake is van relevante stikstofemissie op stikstofgevoelige habitattypen binnen het Natura 2000-gebied. In voorliggend geval is het uitvoeren van een voortoets dan ook niet noodzakelijk. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft er afstemming plaatsgevonden met de omgevingsdienst. Deze heeft aangegeven dat er geen Voortoets hoeft te worden opgesteld door de initiatiefnemer van een plan. De toelichting is hierop aangepast. b. Niet ingezien wordt op welke wijze er te weinig rekening zou zijn gehouden met het nabijgelegen Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Dit vanwege het feit dat de rekensoftware alle relevante Natura 2000-gebieden volledig beschouwd en waarbij het rapport meerdere keren geactualiseerd is aan de hand van de meest recente software. Het klopt dat het Natura 2000gebied op relatief korte afstand is gelegen, echter het meest nabijgelegen deel van het gebied omvat geen stikstofgevoelige habitattypen. Deze habitattypen zijn wel aanwezig binnen het Natura 2000-gebied maar bevinden zich op beduidend grotere afstand.

Daarnaast wordt opgemerkt dat op 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking is getreden. In deze wet is een partiële vrijstelling voor de bouwsector opgenomen. Dit houdt in dat de door de bouw mogelijke veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten. Daarom wordt niet nader ingegaan op de bezwaren omtrent de aanleg-/bouwfase, aangezien deze fasen niet meer getoetst hoeven te worden. Tot slot zijn initiatiefnemers bij dergelijke planologische trajecten zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van een ruimtelijk plan/onderbouwing, in dit geval een bestemmingsplan inclusief de daarbij behorende onderzoeken. De gemeente heeft, tezamen met de omgevingsdienst, slechts een toetsende en faciliterende rol. Opgemerkt wordt wel dat de AERIUS-berekening geactualiseerd is. Hieruit volgen echter geen afwijkende resultaten. c. De Wet geluidhinder (artikel 77 lid 2) stelt een verplichting om mogelijke toepassing van bron- en overdrachtsmaatregelen te beschouwen. Artikel 110a lid 5 stelt dat er pas hogere waarden kunnen worden vastgesteld als bron- en overdrachtsmaatregelen worden getroffen.

Bron- en overdrachtsmaatregelen hoeven niet te worden getroffen als ze onvoldoende doeltreffend zijn of als er sprake is van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Mogelijke bronmaatregelen zijn het verlagen van de intensiteit en van de maximumsnelheid van het wegverkeer en het toepassen van geluidsarm asfalt op de Luitgardeweg. De betreffende weg heeft de functie van een ontsluitingsweg. Het verlagen van de verkeersintensiteit en het verlagen van de maximumsnelheid kan alleen als de functie van de weg verandert en er elders alternatieven zijn. Die zijn er niet. Verlaging van de verkeersintensiteit en/of de maximumsnelheid stuit op overwegende bezwaren van verkeerskundige aard. Met de herziening van het bestemmingsplan wordt wonen op deze locatie mogelijk gemaakt. Het toepassen van geluidarm asfalt teneinde bij het appartementengebouw een geluidreductie te realiseren van 3 tot 4 dB stuit op bezwaren van financiële aard en is financieel niet haalbaar. Mogelijke overdrachtsmaatregelen zijn het vergroten van de afstand van het plan tot de wegen en het afschermen van geluidgevoelige bestemmingen met behulp van een geluidscherm of een afschermend gebouw. Het vergroten van de afstand van het plan tot de weg is niet mogelijk vanwege de gebondenheid aan de betreffende locatie.

Toepassing van een geluidsscherm op die locatie stuit op stedenbouwkundige bezwaren.

Geconcludeerd kan worden dat deze maatregelen om de geluidbelasting op het te projecteren gebouw terug te dringen, op overwegende bezwaren stuiten. De Wet geluidhinder vereist in dergelijke gevallen geen bron- en/of overdrachtsmaatregelen bij het vaststellen van de hogere waarden. d. Het autoverkeer wordt niet afgewikkeld via ‘t Laantje, maar via de Luitgardeweg. Zoals beschreven in de veel voorkomende onderwerpen (D1) blijkt dat deze weg de beperkte toename aan verkeersbewegingen veilig en eenvoudig kan afwikkelen. e. Naar aanleiding van de zienswijze is de paragraaf over de Watertoets aangevuld. Tevens is er aanvullend gekeken naar drainage en zijn de resultaten hiervan zijn in het plan en in de bomeneffectanalyse verwerkt. Tot slot heeft er overleg met Waternet plaatsgevonden. Hiermee is in voldoende mate invulling gegeven aan het aspect waterhuishouding. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting. 2.3.11

Zienswijze 11 (gedateerd 23 april 2021 en ontvangen op 28 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid van de ontwikkeling, de aantasting van het Bosje van Sprenger, de aantasting van het woongenot en de verslechtering van het uitzicht, het slecht verlopen participatieproces en het de onvolledigheid en onjuistheid van de voorziene informatie en tekeningen. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. De 1/3 Sociale woningbouw is niet in het bestemmingsplan opgenomen. Daarnaast dient bij eerste verhuur de prioriteit op starters en doorstromers project specifiek moet worden vastgelegd hoe de toewijzigingsregels hiervoor gelden. Dat is niet gebeurd. b. Door indiener wordt aangevoerd dat een aantal zaken wel in de toelichting staan, maar niet in de regels zijn vastgelegd. De toelichting maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Een aantal zaken zijn daardoor niet gewaarborgd zoals de 6 openbare parkeerplaatsen op het perceel van het plangebied, het bepalen van aanvaardbare aanplant grootte tussen het plangebied aangrenzende percelen en de herplant ter compensatie van gekapte bomen is niet vastgelegd. Beantwoording a.

De 1/3 sociale woningbouw is geborgd in de anterieure overeenkomst waarin afspraken zijn gemaakt over het woningbouwprogramma. De woningen zullen door de woningbouwcorporatie worden uitgegeven overeenkomstig het woningbouwbeleid, met als voorwaarde van de initiatiefnemer dat bij eerste toewijzing jongeren en kleine huishoudens van de gemeente Wijdemeren als eerste in aanmerking komen. Bekend is echter dat de animo overwegend bestaat uit senioren. b. Deze zaken zijn geborgd in de anterieure overeenkomst. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.12

Zienswijze 12 (gedateerd 25 april 2021 en ontvangen op 28 april 2021).

Inhoud zienswijze a. De ontwikkeling levert een nog hogere verkeersdruk op 't Laantje. 't Laantje 3 heeft een niet geregistreerd recht van overpad voor auto's door 't Laantje naar de dijk. Hierdoor zullen onveilige situaties en parkeerproblemen ontstaan en dreigen beschermde bomen beschadigd te worden. b. Eveneens is er zorg over extra brommergebruik van bewoners vanuit de te realiseren nieuwbouw Om dat tegen te gaan is het strategisch plaatsen van een tourniquet mogelijk de eenvoudigste oplossing zodat er vanuit 't Laantje 3 en 4 geen gemotoriseerd door 't Laantje aansluiting vindt tot aan de Nieuw Loosdrechtsedijk. Dit niet alleen om extra overlast te voorkomen, maar ook zeker uit oogpunt van het veiligheidsaspect. Beantwoording a. De ontsluiting van het plangebied van voorliggende ontwikkeling zal niet plaatsvinden via ’t Laantje maar via de Luitgardeweg. De ontwikkelaar heeft aangegeven de herinrichting van een ander gedeelte van ‘t Laantje voor zijn rekening te nemen. Deze werkzaamheden vallen binnen het vigerende bestemmingsplan en behoeven geen nieuwe ruimtelijke kaders. b. Bij de herinrichting zal er een tourniquet worden geplaatst. Het plaatsen van een extra tourniquet op ‘t Laantje heeft vanuit verkeersveiligheid en leefbaarheid een meerwaarde en zal dan ook worden meegenomen.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.13

Zienswijze 13 (bestaand uit drie delen. tweemaal gedateerd 23 april 2021 en een 26 april 2021. Allen ontvangen op 28 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid van de ontwikkeling, de aantasting van het Bosje van Sprenger onder andere door licht en geluidsoverlast en de gevolgen voor flora en fauna, bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.14

Zienswijze 14 (gedateerd 28 april 2021 en op dezelfde dag ingekomen).

Inhoud zienswijze Door indiener is een zienswijze ingediend die (grotendeels) overeenkomt met de zienswijze van nummer 10.

Beantwoording Voor de beantwoording wordt van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze onder 10. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.15

Zienswijze 15 (gedateerd 27 april 2021 en ontvangen op 29 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid, de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid van de ontwikkeling, de negatieve impact op de leefbaarheid, de gevolgen van drainage op de grondwaterstand, de aantasting van het Bosje van Sprenger de aantasting van de privacy, de waardevermindering van de woningen. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. Het CO2 onderzoek (mogelijk wordt stikstofonderzoek bedoeld) is niet volledig en nep. De motoren van waterpompen voor de aanleg van de parkeergarage zijn niet meegenomen in het onderzoek, daarnaast is er niet gekeken naar de (cumulatieve) geluidseffecten van deze pompen. Indiener eist een onafhankelijk onderzoek; b. Indiener uit zijn zorgen over de afstand van ’t Laantje 3 en 4 tot het Spanker. De bouwgrenzen van het plan zijn verschoven gedurende de planuitwerking en dit zou in strijd zijn met gemaakte afspraken tussen de omwonenden en planinitiatiefnemer. De laatste aanpassingen zijn niet besproken na aanpassing. c. Indiener stelt dat één woning aan het Spankler verkocht zou zijn aan iemand die persoonlijke en of financiële investeringen heeft gedaan in het planvoornemen.

Dit appartement zou voor 100.000 euro zijn verkocht onder de marktwaarde. Indiener stelt dat ergens daarom iets niet klopt in deze transactie en maakt hier bezwaar tegen. Beantwoording a. Niet ingezien wordt op welke wijze er te weinig rekening zou zijn gehouden met het nabijgelegen Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Dit vanwege het feit dat de rekensoftware alle relevante Natura 2000-gebieden volledig beschouwd en waarbij het rapport meerdere keren geactualiseerd is aan de hand van de meest recente software. Het klopt dat het Natura 2000gebied op relatief korte afstand is gelegen, echter het meest nabijgelegen deel van het gebied omvat geen stikstofgevoelige habitattypen. Deze habitattypen zijn wel aanwezig binnen het Natura 2000-gebied maar bevinden zich op beduidend grotere afstand. Daarnaast wordt opgemerkt dat op 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking is getreden. In deze wet is een partiële vrijstelling voor de bouwsector opgenomen. Dit houdt in dat de door de bouw mogelijke veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten. Daarom wordt niet nader ingegaan op de bezwaren omtrent de aanleg-/bouwfase, aangezien deze fasen niet meer getoetst hoeven te worden.

Tot slot zijn initiatiefnemers bij dergelijke planologische trajecten zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van een ruimtelijk plan/onderbouwing, in dit geval een bestemmingsplan inclusief de daarbij

behorende onderzoeken. De gemeente heeft, tezamen met de omgevingsdienst, slechts een toetsende en faciliterende rol. Opgemerkt wordt wel dat de AERIUS-berekening geactualiseerd is. Hieruit volgen echter geen afwijkende resultaten. b. Om de omwonenden tegemoet te komen is er met het appartementencomplex geschoven binnen het plangebied, waarbij het gebouw verschoven is richting het Bosje van Sprenger. Het is correct dat bouwgrenzen van het plan zijn verschoven gedurende de planuitwerking. Dit is gecommuniceerd en in diverse commissievergaderingen besproken. c. Deze zienswijze ziet niet op een goede ruimtelijke ordening en is niet ruimtelijk relevant in het kader van voorliggende bestemmingsplanprocedure. De gemeente staat buiten privaatrechtelijke overeenkomsten die door particulieren worden gesloten. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.16

Zienswijze 16 (gedateerd 28 april 2021 en ontvangen op 29 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de negatieve impact op de leefbaarheid en de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid van de ontwikkeling, bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid, de aantasting van het Bosje van Sprenger. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. Indiener stelt dat er verbetering valt te behalen door op de locaties waar het zicht het meest tot zijn recht komt minder bouwlagen toe te passen. Door op bepaalde plekken de bouw lager te houden kan de beleving van het groen behouden blijven. Met deze 'groene vingers' wordt het zicht op het groen op deze locaties ook de beleving van het groen overeind blijft en niet verborgen raakt achter een grote muur. b. Indiener vraagt zich af op welke wijze het verlies van de jaren van de technische levensduur van de woning en het weer slopen hiervan op het gebied van duurzaamheids- en CO2-verspilling wordt gecompenseerd. Indiener vraagt gemeente op efficiënte wijze het woningbestand te verduurzamen, eerst de oudere woningen, die slecht te verduurzamen zijn, slopen en juist niet de nieuwe duurzamere woningen. Dit staat volgens Indiener haaks op het duurzaamheidsbeleid; Beantwoording a.

De voorgestelde ontwikkeling is tijdens het voortraject en in de participatie aan de orde geweest. Door de architect van de initiatiefnemer is dit in de planontwikkeling meegenomen met doorzichten naar het Bosje van Sprenger in het gebouw. Het plan is vanuit ruimtelijk als stedenbouwkundig oogpunt akkoord bevonden. b. Deze zienswijze bevat geen ruimtelijk argument en is niet relevant in het kader van voorliggende bestemmingsplanprocedure. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

2.3.17

Zienswijze 17 (gedateerd 25 maart 2021 en ontvangen op 9 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de “vervallen” staat van de woningen op ’t Laantje 3 en 4, de stedenbouwkundige inpasbaarheid van de ontwikkeling, de aantasting van de privacy, uitzicht en de waardevermindering van de omliggende huizen, parkeerdrukte, verkeersveiligheid en de doorstroming op de Luitgardeweg, de aantasting van het Bosje van Sprenger. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop is als zienswijzen ingediend dat de ontwikkeling in strijd is met het geldende bestemmingsplan; Beantwoording De ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan. De raad heeft de bevoegdheid een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving, beleid en milieu- en omgevingsaspecten. Conclusie De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting. 2.3.18

Zienswijze 18 (gedateerd 19 april 2021 en ontvangen op 19 april 2021).

Inhoud zienswijze Door indiener zijn zienswijzen ingediend ten aanzien van de woningbouwbehoefte, er zouden alternatieve locaties voorhanden zijn, er wordt ingegaan op fouten in documenten. Er is door belanghebbenden bewust misleidende, onjuiste informatie verspreid over het plan waarin genoemd wordt dat er twee vervallen huizen staan op de kavels 't Laantje 3 en 4. Daarnaast is de impact van de ontwikkeling op het Bosje van Sprenger en de omgeving niet goed onderzocht, is er niet gekeken naar de drainage van de parkeerkelder, planschade en tot slot heeft er geen participatie plaatsgevonden. Deze onderwerpen zijn behandeld in de samenvatting veel voorkomende onderwerpen. Aanvullend hierop zijn de volgende specifieke zienswijzen ingediend: a. De werkelijke motivatie voor medewerking aan deze ontwikkeling is het vergroten van het aantal inwoners. Bij de Nieuwbouw op het terrein van Erve Knorr terrein was het aantal Wijdermeerders dat zich inschreef voor deze appartementen te laag, zodat inschrijving werd geopend voor alle woningzoekenden uit de regio. Dit resulteerde in een dusdanige aanmeldingsstroom dat er geloot werd. Uiteindelijk betrokken voornamelijk mensen van buiten de gemeente deze appartementen. Volgens het CBS telde de gemeente Wijdemeren in 2018 23.659 inwoners en in 2020 24.360.

(Appendix A, Tabel 1) Dat is een toename over een periode van twee jaar van 701 personen ofwel 3,0% . Landelijk was de bevolkingsgroei over dezelfde periode 1,3% . Die groei in Wijdemeren was niet het resultaat van geboortes, want het sterftecijfer (11,3) ligt beduidend hoger dan het geboortecijfer (9,0). Onze gemeente heeft in de afgelopen twee jaar ruim 800 inwoners meer van buiten de gemeente aangetrokken dan dat er zijn vertrokken. Het aantal huishoudens in Wijdemeren

is in dezelfde periode eveneens met 3% toegenomen. Daaruit blijkt dat de nieuwbouw in de gemeente voornamelijk ten goede is gekomen aan nieuwe bewoners. Aangezien nieuwbouw wordt gerealiseerd met het oog op nieuwe inwoners, in plaats van op de huidige inwoners, vermindert het aantal woningzoekenden binnen de gemeente niet. Er zou iets aan het beleid moeten veranderen om eventuele bestaande woningnood van bewoners op te vangen. Nieuwbouw zonder nieuw beleid zal dit niet doen. b. Overlast van de bouwwerkzaamheden. Vier van ons vijven zijn autistisch. Een prikkelarme omgeving is daarom noodzakelijk. Wonen in een rustige, groene buurt met aan de achterkant volop privacy is heel goed geweest voor de kinderen en mij de stress daarentegen, het niet-te-verkroppen feit dat de gemeente geen empathie voor hun situatie kan opbrengen.

Beantwoording: a. Het staat eigenaren van gronden vrij om een woning bouwinitiatief op te starten en te komen tot een woningbouwontwikkeling. Deze initiatiefnemer zal de ontwikkeling moeten onderbouwen met ruimtelijke onderbouwing en onderzoeken of, zoals in dit geval, met een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan wordt vervolgens beoordeeld en getoetst aan een goede ruimtelijke ordening en aan het gemeentebestuur ter besluitvorming voorgelegd. Gezien het feit dat er binnen de gemeente behoefte is aan appartementen om de doorstroming op de woningmarkt op gang te krijgen is er de bereidheid om gemeentelijke medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Voor de dure koopwoningen geldt dat de bewoners voor het grootste deel vanuit onze regio komen (verhuisbewegingen Wimra). Prioriteit wordt gegeven aan doorstroming van senioren naar appartementen. Daar is vanuit de gemeente een verhuispremie(subsidie) voor opgezet van 1000 euro per verhuizing. Het effect is dat de nieuwbouw (vooral huurwoningen die de gemeente kan reguleren) bezet worden door inwoners(senioren) uit Wijdemeren. De ééngezinswoningen die zij achterlaten worden vervolgens bezet door gezinnen, ook voornamelijk uit de regio. Dit is wat de gemeente wil en ook gebeurd wanneer je voorrang geeft aan inwoners (o.a. senioren) uit Wijdemeren bij de nieuwbouw. Dit effect wordt ook verwacht en beoogd bij ‘t Laantje.

Per saldo leidt dit inderdaad tot bevolkingsgroei van Wijdemeren. b. Omwonenden zullen in het kader van bouwontwikkelingen helaas enige overlast moeten tolereren; er is geen wettelijk recht op geluids of overlast vrij wonen tijdens de bouw. Wel bestaat er natuurlijk de plicht van de initiatiefnemer om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Naar aanleiding van gesprekken tussen indiener met initiatiefnemer heeft indiener zijn woning te koop aangeboden en deze is via een makelaar verkocht. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot gewijzigde vaststelling, maar wel tot aanvulling van de toelichting.

3

Wijzigingen aan het bestemmingsplan Wijzigingen aan bestemmingsplan De volgende (ambtshalve) wijzigingen zijn doorgevoerd: 1

2

3 4 5 6 7

de volgende bijlagen bij de toelichting zijn vervangen; a bomeneffectanalyse b quickscan natuurwaardenc stikstofonderzoek de volgende bijlagen bij de toelichting zijn toegevoegd; a bezonningsstudie b (vogelvlucht)impressies c akoestisch onderzoek parkeerkelder, hellingbaan en indirecte hinder tekst in toelichting omtrent vervallen staat ‘t Laantje 3 is gewijzigd; toelichting is geactualiseerd ten aanzien van wetgeving en beleid; toelichting is aangepast naar aan meest recente plan (verplaatsing berging naar kelder, meer parkeerplaatsen op maaiveldniveau, meest recente tekeningen/impressies etc.) waterparagraaf aangevuld; in de regels is een bepaling opgenomen met betrekking tot de maximale cumulatieve geluidsnorm van warmtepompen.

4. Bijlagen

Z.55414/D.318984

Zienswijze tegen ontwerp bestemmingsplan 't Laantje 3 en 4

,

Aan de gemeenteraad van de gemeente Wijdemeren

•

Ûjf

Postbus 190 1230AD Loosdrecht Loosdrecht, 31-03-2021

e

eente V

0 1 APR 2021 Betreft: zienswijze tegen ontwerp bestemmingsplan 't Laantje 3 en 4.

Geachte raad,

in de Nieuwsster van 17 maart 2021 is het ontwerp bestemmingsplan 't I.aantje 3 en 4 bekendgemaakt.

Hierbij maak ik mijn zienswijze kenbaar over dit ontwerp bestemmingsplan.

1.

Visie en hoogte gebouw

In het stuk wordt de visie voor nieuwbouw aangehaald: "Nieuwbouw is dorps van karakter en schaal".

Niks in het dorp, zeker niet in dit deel, is 4 hoog. Waarom een flat van 4 hoog hier zou moeten worden

toegestaan snap ik totaal niet. Er is niks dorps aan het karakter en de schaal van dit pand. Een alternatief zou zijn om het gebouw maximaal 3 hoog te maken, daarmee zou het al een stuk beter passen in de omgeving en al wat meer recht doen aan het dorpse karakter.

2.

Verkeer luitgardeweg

De luitgardeweg is de weg waarlangs de hele botenbuurt richting scholen en winkels loopt en fietst. Ik

vind dit nu al gevaarlijk voor mijn kinderen omdat het onoverzichtelijk (door geparkeerde autos en in en

uitritten) en druk (veel verkeer dat vrij hard rijdt) is. Met een extra uitrit en de toename van extra verkeersdrukte met 200 mvt/etmaal wordt dit nog veel gevaarlijker. In het stuk staat dat het wegennet dit aan kan, maar dat kan mijn inziens absoluut niet op een veilige manier. Verkeerssiachtoffers onder

kinderen is gegarandeerd met dit plan en mijn inziens totaal onverantwoord.

3.

Wet geluidhinder

In dezelfde nieuwsster als waar het ontwerp bestemmingsplan in staat, wordt ook het aanpassen van de

wet geluidhinder aangepast voor het ontwerkt 't Laantje 3 en 4. In mijn vorige punt maar ik al duidelijk dat de verkeersdrukte onverantwoord is. Als er ook nog het oprekken van de geluidshinder norm voor

nodig is, is het toch overduidelijk dat dit niet kan op deze locatie. Het is zeer onwenselijk om de geluidshinder zo te vergroten dat daar normen voor moeten worden aangepast. Dat is echt de omgekeerde wereld.

Z.55414/D.318984

4.

Parkeer drukte

Er wordt nu al veel geparkeerd langs de luitgardeweg door bewoners van bijvoorbeeld godelindehof.

Terwijl daar ook voldoende parkeerruimte zou moeten zijn. Al die parkerende auto's maakt de doorstroming op de weg slecht en zorgt voor onoverzichtelijke en gevaarlijke situaties voor met name kinderen. Deze extra flat gaat dat probleem nog veel erger maken, want mensen en bezoek gaan toch

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11008885/1