Bijlage 2.15 Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van Beantwoording zienswijzen ’t Laantje 3 en 4 bestemmingsplan voor vaststelling gemeente Wijdemeren
INHOUDSOPGAVE
1
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Voorliggend ontwerpbestemmingsplan Leeswijzer
5 5 5
2
Behandeling zienswijzen
6
2.1 2.2 2.3
Inleiding Veel voorkomende onderwerpen Bespreking zienswijzen
6 6 29
3
Wijzigingen aan het bestemmingsplan
46
4.
Bijlagen
47
-
Geanonimiseerde zienswijzen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Het ontwerpbestemmingsplan “t Laantje 3 en 4” te Loosdrecht (met identificatienummer NL.IMRO.1696.BP7800tLntje342020-on00) heeft met ingang van donderdag 18 maart 2021 voor een periode van zes weken (tot en met woensdag 29 april 2021) voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn 18 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn allen tijdig ingediend en derhalve ontvankelijk. Een aantal zienswijzen geven aanleiding tot wijziging en aanvulling van het plan. Daarnaast zijn er ambtshalve wijzigingen in het plan aangebracht. In deze nota van zienswijzen worden alle binnengekomen reacties voorzien van een beantwoording en worden de ambtshalve wijzigingen besproken.
1.2
Voorliggend ontwerpbestemmingsplan Het plan behelst de realisatie van een appartementencomplex in (gedeeltelijk) 4 bouwlagen (excl. parkeerkelder) met 49 appartementen en parkeergarage op de adressen ’t Laantje 3 en 4 te Loosdrecht. De twee bestaande vrijstaande woningen worden gesloopt. Het perceel ligt ten zuiden van het Bosje van Sprenger, ten noorden van de woningen in de wijk Hallinckveld en aan de oostzijde is de Luitgardeweg gelegen.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de zienswijzen besproken. In hoofdstuk 3 worden de ambtshalve wijzigingen besproken. Hoofdstuk 4 sluit af met een overzicht van de doorgevoerde wijzigingen aan het bestemmingsplan.
2 2.1
Behandeling zienswijzen Inleiding Door verschillende omwonenden zijn zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan ingediend; hierna kortweg aangeduid als indiener(s). In paragraaf 2.2 worden onderwerpen die in meerdere zienswijzen terugkomen, in het kader van de duidelijkheid en leesbaarheid van deze notitie, integraal en in samenhang behandelt. In paragraaf 2.3 zijn individuele bezwaren samengevat en van een beantwoording voorzien, waar relevant wordt naar de integrale behandeling in paragraaf 2.2 verwezen. De gemeenteraad heeft integraal kennis kunnen nemen van de ingediende zienswijzen. Indien onderdelen van een zienswijze niet expliciet worden benoemd, betekent dit niet dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in hun totaliteit beoordeeld.
2.2
Veel voorkomende onderwerpen In de binnengekomen zienswijzen komen enkele onderwerpen diverse keren terug. Ten behoeve van de leesbaarheid van deze notitie zijn deze bezwaren met betrekking tot deze onderwerpen integraal en in samenhang besproken: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
Stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid; Alternatieven; Het Bosje van Sprenger; Verkeer en parkeren; Milieu- en omgevingsaspecten; Woongenot en privacy; Woningbouwbehoefte; Planschade; Participatie; Overig.
In de navolgende subparagrafen worden deze aspecten besproken. A. Stedenbouwkundige aanvaardbaarheid en inpasbaarheid 1. Aangevoerd is, dat een gebouw met vier woonlagen niet ruimtelijk inpasbaar is in een omgeving, qua omvang en hoogte, waar met name sprake is van grondgebonden woningen en rijtjeshuizen met een beperkte bouwhoogte. Er is nergens aangetoond dat deze locatie geschikt is voor dit massale bouwwerk. In de Structuurvisie Wijdemeren heeft de gemeente als uitgangspunt geformuleerd: 'een beperkte ontwikkeling met behoud van het goede’ en dat ‘nieuwbouw dorps van karakter en schaal’ dient te zijn. Een flat van 4 hoog en de schaal van het gebouw passen niet in het dorpse karakter. Een gebouw van deze hoogte en schaal doet denken aan de bebouwing in steden als Hilversum en is absoluut niet passend binnen de lokale context. Indieners geven aan dat het Godelindehof ook slechts 3 bouwlagen heeft en niet hoger is dan omliggende
woningen, waarbij de bovenste bouwlaag terugliggend is. Daarnaast ligt het geprojecteerde gebouw dichter bij de woningen op 't Laantje 1a, 1b en 1c. Het resultaat is dat dit plan totaal niet bij deze buurt past. Beantwoording: Een structuurvisie is een richtingbepalend document dat op hoofdlijnen de visie van de gemeente geeft. De uitgezette ontwikkellijnen zijn geen normstellend kader. Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wordt beoordeeld of een plan passend is binnen de ruimtelijke en stedelijke (dorpse) structuur. Namens de ontwikkelaar heeft een architect een ontwerp uitgewerkt op basis van gemeentelijk beleid. Naar aanleiding van deze uitwerking heeft de stedenbouwkundige van de gemeente en de architect van de ontwikkelaar afgestemd wat een passende ontwikkeling op deze locatie zou kunnen zijn. Op 11 oktober 2021 heeft de architect het plan met de Welstand besproken. De commissie besluit het plan op hoofdlijnen akkoord te bevinden. Naar aanleiding van deze stedenbouwkundig afweging is de uitkomst dat de ontwikkeling ruimtelijk en stedenbouwkundig inpasbaar is, passend bij de maat en schaal van Loosdrecht. Er zijn nieuwe impressies gemaakt aan de hand van de laatste ontwerpen. Hierna is de vogelvluchtimpressie opgenomen. Voor de overige impressies wordt verwezen naar de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan.
2. Indieners geven aan dat de stedenbouwkundige van de gemeente Wijdemeren in zijn advies van 8 juni 2016 voor een aangrenzend plan heeft aangegeven dat de bebouwingsdichtheid te hoog is en er aandachtspunten zijn ten aanzien van ontsluiting, parkeren en de erfafscheidingen/groenvoorzieningen. In het advies staat volgens indieners dat langs ’t
Laantje alleen vrijstaande woningen en een invulling met twee of drie vrijstaande woningen passend is. Indieners zijn van mening dat nu niet op vrijwel dezelfde locatie een appartementencomplex van 100 meter lang en 13 meter hoog als passend in de omgeving kan worden beschouwd. Dat bij het aangrenzende plan aansluiting wordt gezocht bij de wijk Hallinckveld en in voorliggend project bij het Godelindehof vindt indiener geen sluitend argument gelet op de situering van de projecten. Beantwoording: Het aangehaalde advies van de stedenbouwkundige van de gemeente Wijdemeren van 8 juni 2016 zag op een ander plan en een andersoortige ontwikkeling. Voorliggend plan is anders gesitueerd in de wijk en grenzend aan de Luitgardeweg. In het advies ten aanzien van de ontwikkeling op een gedeelte van de tuin van ’t Laantje 3 en het perceel van ’t Laantje 4 (16 juli 2018) kwam de stedenbouwkundige tot de conclusie dat bij de ontwikkeling van deze locatie het van belang is om recht te doen aan de bestaande omringende bebouwing. Uit het advies blijkt dat gestapelde bebouwing ter plaatse van het plangebied zeker op zijn plaats kan zijn (zie ook onder punt 1). Voorwaarde daarbij is dat er voldoende rekening wordt gehouden met de privacy van de naastgelegen woningen. Door de bebouwing in een I of omgekeerde L-vorm te geven kan aan de hiervoor genoemde voorwaarde worden voldaan. 3.
Volgens indiener kloppen vogelvlucht impressies niet qua maten en verhoudingen. Het plan wordt veel te mooi voorgesteld en is niet in perspectief met de werkelijkheid. Beantwoording: De gemeente deelt de stellingname van indiener dat de vogelvlucht impressies qua maten en verhoudingen niet zouden kloppen, niet. Alles is getekend op basis van de kadastrale onderlegger waar zowel wegen als bebouwing opstaan. Er zijn nieuwe impressies gemaakt aan de hand van de laatste ontwerpen. Deze zijn toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. 4. Er is gesteld dat de welstandscommissie in grote lijnen akkoord is. Maar een verslag van deze commissie is nooit bekend gemaakt. Onduidelijk is op welke punten de commissie niet akkoord is. Beantwoording: De stukken van Welstand zijn openbaar en de verslagen zijn te raadplegen via: https://www.wijdemeren.nl/welstand Op 16 december 2019 heeft er een zogenaamd collegiaal overleg met Welstand plaatsgevonden naar aanleiding van de stand van de tekeningen van dat moment. Dit is een preadvies voor het kader van de ontwikkeling en uitwerking van de plannen voor het te realiseren appartementencomplex. De Welstandcommissie constateert in het advies dat de bouwhoogtes aansluiten op de omliggende bebouwing. De commissie heeft waardering voor de hoge ambities en zij kan zich vinden in het concept.
Wel vraagt zij aandacht voor een aantal punten.
Op basis van deze opmerkingen zijn de plannen verder uitgewerkt en in de welstandscommissie van 19 juli 2021 gepresenteerd. Het plan is toen nog niet akkoord bevonden en op basis van de gemaakte opmerkingen is het plan opnieuw aangepast. Op 11 oktober 2021 is het plan nogmaals aan Welstand voorgelegd. De commissie kon zich goed vinden in de verschillende aanpassingen. Er is naar haar mening voldaan aan haar vragen. De commissie besluit het plan op hoofdlijnen akkoord te bevinden. 5. Het plan voldoet volgens indieners op veel punten niet aan de welstandsnota. Motivering ontbreekt waarom toch akkoord op het bouwplan is gegeven. Hierna wordt per punt beargumenteerd waarom het bouwplan niet passend zou zijn volgens indieners: a. Per perceel 1 hoofdgebouw: volgens indieners twee percelen met 1 groot pand; b. Hoofdgebouwen zijn gericht op belangrijkste weg; volgens indieners niet waar. Grootste deel van het pand grenst aan ’t Laantje en niet aan de Luitgardeweg. c. Doorzichten behouden en waar mogelijk versterken: volgens indieners niet waar. De hele wijk wordt volgens indieners het zicht naar het bos ontnomen. De kleine doorkijkjes geven volgens indieners absoluut geen zicht op het bos mede door erfafscheidingen en groen. d. De overgang privé/openbaar is zorgvuldig vormgegeven volgens indieners niet juist.
De parkeergelegenheid moet beschikbaar worden voor de hele buurt zoals dat hoort met openbare parkeerplekken. Er zal dus geen sprake zijn van een privéterrein. e. Bouwmassa’s zijn gevarieerd: volgens indieners geen sprake van. Volgens indieners gaat het om 1 kolossaal pand dat het zicht op het bos ontneemt; f. Hoofdgebouwen bestaan over het algemeen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap: een ondergrondse kelder met 4 lagen boven de grond voldoet hier volgens indieners niet aan; g. Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt vormgegeven. Een hele rij appartementen van 4 lagen boven de grond zijn volgens indieners absoluut niet ondergeschikt; h. Dakkapellen van klassieke panden kunnen in de dakvoet worden geplaatst. Er is volgens indieners geen dakkapel op het hele pand te ontdekken; i. Hellende daken van woningen afdekken met keramische pannen, riet, leien, zink of koper daken. Volgens indieners is geen sprake van een hellend dak. Beantwoording: De Welstandscommissie toetst onder andere aan de Welstandsnota. Met het akkoord op hoofdlijnen geeft de commissie aan dat het plan aan de Welstandsnota voldoet en past binnen de ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur. Ook bij de Welstandsnota geldt dat dit kaderstellend is op hoofdlijnen en binnen enkele aspecten is sprake van flexibiliteit om af te wijken. 6.
Indieners stellen dat de ontwikkeling in strijd is met de structuurvisie waarin staat dat ‘Woningbouw moet zorgvuldig tegen andere belangen worden afgewogen, zoals de vaak beperkte infrastructuur, het belang van het open landschap en het natuurbelang. Er is geen sprake van een beheerste ontwikkeling met behoud van het goede en de nieuwbouw is niet
dorps van karakter en schaal. Indieners geven aan dat niet aan de structuurvisie wordt voldaan, aangezien: a. De buurt aan Spanker het open uitzicht kwijtraakt door het bouwplan; b. Het plan de rust in het bos en de omliggende natuur verstoort, met o.a. dassen, uilen etc.; c. Het plan een enorme geluidbelasting gaat geven op de omgeving door het aantal verkeersbewegingen, het aantal balkons en diverse technische installaties; d. Nergens in de structuurvisie staat dat het gebouw 5 verdiepingen moet zijn. Nergens in Loosdrecht wordt volgens indieners op deze (korte) afstand van andere woningen zo hoog gebouwd. Beantwoording: a. verwezen wordt naar de beantwoording bij Onderdeel F, Punt 2. b. verwezen wordt naar de beantwoording bij Onderdeel C, Punt 3. c. wat betreft wegverkeerslawaai en balkons wordt verwezen naar de beantwoordingen bij Onderdeel E, Punten 3 en 4. Wat betreft de technische installaties wordt opgemerkt dat op dit moment wordt bekeken op welke wijze de appartementen verwarmd zullen gaan worden. De mogelijkheid is dat gebruik zal worden gemaakt van warmtepompen.
Mochten er installaties op het dak worden geplaatst dan is in de regels een voorschrift opgenomen met een geluidsnorm met betrekking tot de cumulatieve geluidsbelasting van dergelijke installaties (maximaal 40 dB(A) ter plaatse van omliggende woonbestemmingen, met een maximale beoordelingshoogte van 10 meter). Hiermee wordt aangesloten op de norm zoals opgenomen in het Bouwbesluit met betrekking tot individuele installaties. Het is niet nodig om een hogere beoordelingshoogte te hanteren, aangezien de omliggende woningen/woongebouwen bij recht niet hoger mogen zijn dan 10 meter. Het bestemmingsplan wordt op dit onderdeel aangepast, waarbij het voorschrift is gekoppeld aan de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen. Met zekerheid aangrenzende waarschijnlijkheid kan rechtstreeks aan de norm worden voldaan, aangezien de installaties op grotere hoogte dan de woningen worden geplaatst, grotendeels achter een dakrand en op enige afstand van omliggende woonpercelen. Mocht dit nodig zijn dan zijn aanvullende maatregelen mogelijk, waaronder een gewijzigde positionering van de installaties op het dak, het aanbrengen van omkasting (geluidsdempend) of het toepassen van stillere installaties. Gelet op het vorenstaande zal ten alle tijden voldaan kunnen worden aan de gestelde norm. d.
Het doel van een structuurvisie is een visie op hoofdlijnen te geven ten aanzien van het ruimtelijk beleid en geeft geen details op locatieniveau. Dat de structuurvisie geen beschrijving van hoogten van gebouwen omvat maakt dan ook niet dat een bouwplan met meerdere verdiepingen niet mogelijk is. Het plan is door de architect van de ontwikkelaar en vervolgens door de gemeentelijk stedenbouwkundige beoordeeld op zowel stedenbouwkundige als ruimtelijke inpasbaarheid en het plan is door Welstand op hoofdlijnen geaccordeerd, waarbij de bouwmassa beschouwd is. De verschillende stedenbouwkundige aspecten zijn in voorliggend geval dan ook afgewogen en het plan is in overeenstemming met de gemeentelijke structuurvisie
geacht. B. Alternatieven 1. Indieners stellen alternatieve locaties voor, te weten: a. de ruimte tegenover het vliegveld Hilversum; b. bedrijventerrein achter de Boni, industrieweg; c. de Terpstraschool (inwendig) verbouwen naar jongerenwoningen of seniorengroepswoningen; d. het Gemeentehuis verbouwen tot woningen; e. het terrein Ter Sype. Beantwoording: Voorliggende ontwikkeling betreft een particuliere ontwikkeling die is opgestart door een eigenaar van een locatie. Gezien het feit dat er binnen de gemeente behoefte is aan appartementen om de doorstroming op de woningmarkt op gang te krijgen is er de bereidheid om gemeentelijke medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. In het verlengde daarvan is de gemeente binnen de gemeentegrenzen genegen om medewerking te verlenen aan nieuwbouwlocaties zoals opgenomen op de kansenkaart om zo de doorstroming van de woningmarkt op gang te houden. Immers is de woningbehoefte zodanig dat ook die of andere locaties woningbouw moet plaatsvinden om te kunnen voldoen aan de behoefte. De gemeente voert geen actief grondbeleid en heeft geen ontwikkelgronden in eigendom. Voor de ontwikkeling van woningbouwlocaties is de gemeente afhankelijk van initiatieven van derden. Een aantal van de genoemde locaties staan op deze kansenkaart en hoopt de gemeente dat er op deze locatie nieuwbouwwoningen kunnen worden gerealiseerd.
Los van deze kansenkaart laat het onverlet dat eigenaren van percelen een aanvraag kunnen doen voor woningbouw. Gezien de woningnood en de behoefte die er bestaat is de gemeente bereid om deze te onderzoeken en indien passend aan private initiatieven medewerking te verlenen. C. Het Bosje van Sprenger. In het vigerende bestemmingsplan heeft het Bosje van Sprenger Kernen Ankeveen, Kortenhoef en Nieuw-Loosdrecht de bestemming “Groen” (artikel 7). In dit artikel is aangegeven dat de voor 'Groen' aangewezen gronden bestemd zijn voor groen, bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speel- en recreatieve voorzieningen, voet- en fietspaden, voetgangersbruggen, nutsvoorzieningen, bergbezinkbassins, parkeervoorzieningen en water en particuliere tuinen. Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: gebouwen tot een oppervlak van ten hoogste 5 m² per gebouw en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter. De bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 meter.
Ondanks de groenbestemming van het Bosje van Sprenger, laat dit onverlet dat het Bosje van Sprenger, samen met de lintbebouwing langs de Nieuw-Loosdrechtsedijk, de Rading en de Nootweg en het grotere Bos van Hacke, behoort tot de oudste structuurbepalende elementen in de kern. Het Bosje van Spenger is een oud landgoed restant met een kern waarschijnlijk uit 1830-1850. In het Bosje staan ruim 60 individueel beschermde bomen ouder dan 80 jaar. Zie hiervoor de Groene Kaart Wijdemeren en Boombeleidsplan. De aanwezigheid en de gebruiksmogelijkheden van deze groene elementen draagt bij aan de kwaliteit van de woonomgeving in Nieuw-Loosdrecht. 1. Indieners maken zich ernstig zorgen over de schade die het plan zal aanrichten aan de natuurwaarden van het aanliggende Bosje van Sprenger. Onder meer wordt gevreesd dat door bemaling en schaduwwerking ten gevolge van het bouwplan op omliggende bomen zal leiden tot massale sterfte onder de bomen. Beantwoording: Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen hebben er aanvullende onderzoeken plaatsgevonden ten aanzien van de schaduwwerking ten gevolge van het bouwplan op omliggende bomen en de tijdelijke bemaling van het gebied. Alle voorzienbare effecten van de ontwikkeling op de bomen zijn daarmee in kaart gebracht en de bomeneffectanalyse is hierop uitgebreid.
Uitkomst is dat op voorhand geen onevenredige negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden en bomen te verwachten zijn. Wel zal het advies uit de bomeneffectanalyse, waaronder monitoring gedurende de tijdelijke bemaling, worden overgenomen. Daarnaast wordt een strook van 5 bij 60 meter opnieuw ingericht, mede gezien de sterfte onder coniferen, beuken en eiken in de voorbije jaren. De aangepaste bomeneffectanalyse (BEA) is toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. 2. Indieners kunnen zich niet verenigen met het feit dat ten koste van bouwplannen groen verdwijnt. Volgens indieners is er al zo weinig groen binnen Loosdrecht. Gelet op de aandacht voor duurzaamheid en milieu is het niet uit te leggen dat deze bomen gekapt worden. Kap van bomen in het Bos van Sprenger is in eerste instantie niet te rechtvaardigen. Volgens Indiener vindt initiatiefnemer dit ook maar schuift de verantwoordelijkheid af naar de gemeente. Beantwoording: Als gevolg van de ontwikkeling gaan twee tuinen verdwijnen. Daarnaast wordt een strook van 5 bij 60 meter opnieuw ingericht door de gemeente als integraal onderdeel van het Bosje. In die strook zijn de afgelopen 10 jaren reeds regelmatig bomen en struiken verwijderd die afstierven of te gevaarlijk voor de omgeving werden.
Voor een nadere toelichting op de compensatie wordt verwezen naar de aangepaste bomeneffectanalyse (BEA), zoals opgenomen in de bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Per saldo zal dan ook geen sprake zijn van een verslechtering van de kwaliteit van het Bosje. Tot slot wordt opgemerkt dat de gemeente, naast de opgaven op het gebied van duurzaamheid en milieu, tevens een taakstelling heeft omtrent woningbouwopgave.
3. Indieners geven aan dat het onderzoek naar de flora en fauna niet compleet is. Het onderzoek is beperkt tot de bij 't Laantje 3 en 4 behorende percelen (zie p. 8 onder 3.4). Voor een zorgvuldige afweging had echter ook gekeken moeten worden naar de invloed van de plannen op de omgeving (waaronder: de rest van het Bosje van Sprenger). Door deze te strikte beperking in de omvang van het onderzoeksgebied zijn de volgende aspecten geheel buiten beschouwing gebleven: Er is alleen naar het bouwterrein gekeken en niet naar effect op het Bosje van Sprenger, terwijl dit het belangrijkst is. De Quickscan is verouderd, veel te summier en onvoldoende uitgevoerd op de volgende onderdelen a. specifieke soorten zijn volgens indieners niet onderzocht, waaronder dassen, uilen, kamsalamanders, vleermuizen, ringslangen en dergelijke; b. niet is onderzocht welke invloed is te verwachten van de bouwwerkzaamheden (1 jaar lang minimaal 8 uur per dag overlast) op de flora en fauna in het Bos van Sprenger?; c. niet is onderzocht welke invloed is te verwachten van het appartementencomplex op de flora en fauna in het Bos van Sprenger, zoals vanwege het ontnemen van zonlicht, overlast bewoning, overlast verkeersbewegingen, kunstverlichting en de gevolgen van lichthinder op het bosje.
Doordat beplanting wordt verwijderd en het licht van de bovenste appartementen over de toppen van de bomen zal schijnen. Dit moet volgens indiener relevant vanwege aanwezigheid van kwetsbare en beschermde nachtdieren. Zonder maatregelen worden volgens indiener hun voortbestaan op betreffende locatie bedreigd; d. Tevens is niet onderzocht wat de schade zal zijn aan het grote deel van 't Bosje van Sprenger dat in de zon- en regenschaduw van het complex zal komen te staan en geluidsoverlast op het bosje/de bosrand. Dit is volgens indiener in strijd met artikel 1.1. lid 2 van de Wet milieubeheer; e. tevens staan er tekstuele slordigheden en een aantal onjuistheden in de Quickscan, zoals in bijlage 8 van de " Toelichting Quickscan Flora en Fauna" pag 12 bij 5.1 staat vermeld: Het plangebied bestaat uit een deel van een agrarisch erf De voorgenomen activiteiten bestaan uit het slopen van twee varkensstallen en de bouw van een woning op de slooplocatie"; f. In de Quickscan staat op blz 3: "Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor vogels, amfibieën, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, niet aangetast." Terwijl dit foerageergebied verdwijnt. Beantwoording: De quickscan is aangevuld en uitgebreid (zie bijlage bij de toelichting), mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen: a.
De beoogde ontwikkeling stond niet 100% vast bij de start het onderzoek. Echter, de uiteindelijke omvang van de bebouwing in het plangebied, welke groter, dan oorspronkelijk beoogd is, leidt niet tot andere gevolgen op beschermde soorten. Uiteraard, is de uitstraling van kunstlicht op de omgeving, vanaf een hoog gebouw, anders dan de uitstraling van bijvoorbeeld een bungalow (grote oppervlak), maar het effect van een woongebouw op een naastgelegen bos is identiek. Uit vleermuisonderzoek is gebleken dat vleermuizen geen
verblijfplaats bezetten in de zuidrand van het bosje. Vanwege blad aan de bomen, is strooilicht alleen van toepassing op de zuidzijde van het bos. Het plangebied is onderzocht op de door indieners genoemde soorten. Ook is onderzocht of het plangebied tot het functioneel leefgebied van betreffende soorten behoort. De quickscan beschrijft dus zowel de aangetroffen soorten en beoordeeld de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. De voorgenomen activiteit heeft geen verstorend effect heeft op de aanwezige beschermde waarden. Het is bekend dat in het Bosje van Sprenger een dassenburcht aanwezig is. Tijdens de bezoeken van de ecoloog aan het plangebied zijn geen sporen aangetroffen die erop duiden dat dassen het plangebied benutten als foerageergebied. Indien dassen de tuin benutten als foerageergebied, zijn loopsporen, verse of oude graafsporen in het gazon zichtbaar. Het plangebied wordt daarom op dit moment niet als foerageergebied/looproute van dassen beschouwd. Overigens is het foerageergebied van de das indirect beschermd. De oppervlakte van het plangebied is dusdanig gering, dat als al sprake zou zijn van sporen er geen sprake kan zijn van een dusdanige aantasting van het foerageergebied, dat de functionaliteit van de burcht, aangetast wordt. Ten aanzien van vogels bestaat er een zorgplicht en verbod op het verstoren van nesten.
De uitvoerende partijen zullen hier ten tijde van de bouw aan moeten voldoen. In het plangebied bevinden zich geen uilen en het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied aangezien dit een tuin betreft. Als gevolg van de ontwikkeling worden er geen nesten verstoord of beschadigd. Bosuilen nestelen in holen in bomen, dergelijk nestplaatsen worden niet verstoord door bouwactiviteiten binnen het plangebied, zelfs niet als de nestplaats aan de buitenrand van het bos zit, direct naast het bouwplan. Bosuilen zijn namelijk nachtactief. Tijdens de nachtelijke uren wordt er niet gewerkt in het plangebied. De kamsalamander benut het plangebied niet en er zijn geen waarnemingen bekend uit de omgeving (500m1 rondom) (bron: NDFF). Uitsluitend zijn er enkele oude waarnemingen buiten Loosdrecht bekend. Mogelijk vindt er een toename plaats van kunstlicht op de bosrand ten noorden van het plangebied. Sommige vleermuissoorten zijn daar niet gevoelig voor en benutten lichtbronnen zelfs als voedselbron, maar er zijn ook soorten, waarvan bekend is dat ze lichtbronnen mijden, zoals de gewone grootoorvleermuis. Deze soort bezet verblijfplaatsen in stedelijk gebied en foerageert er. Dit geeft aan dat de wijze waarop kunstlicht toegepast wordt in steden en dorpen dit het gebied niet ongeschikt maken voor deze betreffende soort, ze zouden dan stedelijke gebieden mijden, maar dat doen ze niet.
Vleermuizen foerageren soms in de omgeving van de verblijfplaats en soms op tientallen kilometers afstand daarvan. Dat is afhankelijk van de soort en de geschiktheid van foerageergebied in de omgeving. Dat maakt, dat een kleine vermindering van de kwaliteit van het foerageergebied, niet resulteert in het verlaten van de verblijfplaats of in een verminderde geschiktheid van de verblijfplaats (resulterend in hogere sterfte of lagere reproductie). In de omgeving blijft voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar en vleermuizen zijn gewend geschikte voedselbronnen te benutten, daar waar die zich voor doen. Vleermuizen zijn gewend
verschillende foerageergebieden te benutten en wisselen van foerageergebied als zich elders betere kansen voor doen. Tijdens het uitgevoerde vleermuisonderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in de bebouwing of in de rij bomen direct grenzend aan het plangebied. In- en uitvliegende vleermuizen in bomen, die na uitvliegen of tijdens zwermen in de ochtend zich in de bosrand ophouden, zouden opgemerkt zijn tijdens het uitgevoerde onderzoek. In de NDFF zijn geen meldingen van de ringslang in het plangebied of omgeving (300m) van het plangebied. De inrichting maakt het plangebied overigens ook niet geschikt als leefgebied voor de ringslang. De bezwaren leiden niet tot een ander inzicht met betrekking tot de wettelijke consequenties. b. Wel degelijk is onderzocht wat de invloed is van de te verwachten effecten van de bouwwerkzaamheden op flora en fauna. De enige beschermde dieren, die niet verstoord mogen worden en waarvan verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied beschermd is, zijn vleermuizen. Zie wat betreft het gebruik van kunstlicht en gevolgen voor de diverse soorten de beantwoording onder a. c. Deze zaken zijn wel onderzocht. Dit is terug te vinden in de beantwoording in C1, C3a en de uitgevoerde natuuronderzoeken. d. De Wet Milieubeheer is in voorliggend geval niet van toepassing.
Er wordt immers geen inrichting (bedrijf) mogelijk gemaakt, het betreffen reguliere woningen. In voorliggend geval zijn, vanuit natuur bezien, uitsluitend de Wet natuurbescherming en Wet stikstofreductie en natuurverbetering van toepassing. Aan de hiervoor genoemde wetgeving wordt voldaan. e. Het klopt dat in het rapport enkele tekstuele slordigheden aanwezig waren. Dit heeft geleid tot het tekstueel aanpassen van de quickscan. Zo is abusievelijk de datum van het eerste veldbezoek op 30-8-2019 gezet, terwijl dat op 30-8-2018 is uitgevoerd. Aanvullend onderzoek naar vleermuizen is in 2019 uitgevoerd. Er zijn foto’s die het veldbezoek, uitgevoerd in 2018 ondersteunen. De aanpassingen leiden echter niet tot een ander inzicht met betrekking tot de wettelijke consequenties. f. Het klopt dat de tuinen van ’t Laantje 3 en 4 verdwijnen. Voor sommige soorten vormt het plangebied mogelijk onderdeel van het foerageergebied (bijv. vleermuizen). De quickscan is hierop aangepast. Wat bedoeld is, is dat het foerageergebied als geheel ten gevolge van het vervallen van de tuinen niet wordt aangetast. Immers resteert er voldoende foerageergebied in de nabije omgeving of zijn er andere alternatieven voorhanden. 4.
Door indieners wordt aangevoerd dat als het gevolg van de ontwikkeling groen wordt ingeleverd ten koste van woningbouw en dat het plan gaat gepaard met een forse bomenkap, in de rand van het Bosje van Sprenger. Hoewel er een (gedeeltelijke)
herplantplicht opgelegd zal worden aan de ontwikkelaar, is er sprake van een flinke afname van het groen in deze omgeving. Beantwoording: Voor de beantwoording wordt verwezen naar C1 en C2. Van een flinke afname van het groen is geen sprake. 5. Indieners geven aan dat er een bomeneffectanalyse (BEA) is uitgevoerd, maar dat die uitgevoerd is door een andere partij dan initiatiefnemer en daarmee niet relevant is. Beantwoording: Allereerst wordt opgemerkt dat het niet ruimtelijk relevant is welke partij opdrachtgever was voor het betreffende onderzoek. Van belang is dat het onderzoek is uitgevoerd op de betreffende locatie, onafhankelijk en volledig. Daar is in voorliggend sprake van, waardoor het onderzoek gebruikt mag worden in het kader van deze bestemmingsplanprocedure. 6. Indieners zijn van mening dat het plan strijdig is met het bomenbeleid Wijdemeren 20112035. Er is onvoldoende rekening gehouden met de aantasting van de boomstructuur. Waardevolle boomstructuren dienen aldus het beleidsplan in vast te stellen ruimtelijke plannen te worden beschermd. Uit het bomenbeleidsplan volgt dat bestemmingsplannen de bomenstructuur dienen te consolideren dan wel uit te breiden. Het bomenbeleidsplan benoemt geen enkele situatie waarin aantasting van de boomstructuur geoorloofd is.
Het voorliggende ontwerpplan beoogt het tegenovergestelde te bewerkstelligen als wat het bomenbeleidsplan voorschrijft. namelijk het mogelijk maken van de kap van een gedeelte van de bomenstructuur ten behoeve van woningbouw. De omwonenden concluderen dat het ontwerpplan grootschalige bomenkap in gemeentelijke hoofdstructuur van bomen mogelijk beoogt te maken, hetgeen niet verenigbaar is met bestaand beleid. Door realisatie van het complex zal 25% van het bomenbestand van dit bosje sterven. Beantwoording: Het is onjuist dat uit het bomenbeleidsplan geen enkele situatie benoemt waarin aantasting van de boomstructuur geoorloofd is. De visie op het bomenbeleid geeft de hoofdlijnen en randvoorwaarden aan die verder uitgewerkt kunnen worden in een boombeheersplan. Daarnaast wordt houvast geboden bij het consolideren of uitbreiden van de boomstructuur bij gebiedsontwikkeling of herstructurering. Waardevolle bomen(structuren) worden zo beschermd en voor nieuw te planten bomen worden goede omstandigheden gewaarborgd. Het vorenstaande geeft juist aan hoe om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op een boomstructuur. Zoals eerder beschreven vindt er compensatie plaats. In het Bosje is sprake van gedurende de laatste 10 jaar afsterven en wegkwijnen van bestaande coniferen en enkel oude loofbomen als (rode) beuken en diverse zomereiken.
Bij de laatste onderhoudsronde zijn daardoor 10 bomen uit het Bosje verwijderd, voor het merendeel door Thujabastkever aangetaste coniferen. Van de individueel beschermde bomen zijn enkele eiken in de afgelopen 10 jaar verwijderd wegens te slechte conditie, afsterven of omdat het dode bomen waren.
Behoudens het bovenstaande worden geen bomen door de gemeente of initiatiefnemer verwijderd. Er is geen enkele relatie tussen het voorliggende plan en de kap van bomen in de afgelopen 10 jaar. Het bedrijf dat voor de gemeente deze Boomveiligheidscontrole heeft uitgevoerd in mei 2019 is op geen enkele wijze betrokken bij voorliggend plan, sterker nog ze zijn ingehuurd voor controle van de gemeentelijke bomen en waren niet op de hoogte van dit initiatief op het naastgelegen terrein. 7. De gemeente heeft als eigenaar van dit bosje al jarenlang het onderhoud verzaakt terwijl zij de plicht heeft om het bosje te onderhouden. De gemeente wordt dan ook verzocht erop toe te zien dat het onderhoud van het Bosje van Sprenger serieus ter hand wordt genomen. Beantwoording: Correct is dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van het openbaar groen. Dat is hier ook het geval. Bestreden wordt dat er sprake is van achterstallig onderhoud, aangezien sprake is van natuurlijk beheer. Daarnaast maakt (de staat van) onderhoud van het Bosje van Sprenger geen onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplantraject. Wel is als voorwaarde aan deze ontwikkeling verbonden dat op kosten van de ontwikkelaar de groenstrook van 5 bij 60 meter door de gemeente opnieuw wordt ingericht als onderdeel van het Bosje van Sprenger en er compensatie plaatsvindt. D. Verkeer en parkeren 1.
Volgens indieners is de huidige infrastructuur ontoereikend om de extra verkeersbewegingen ten gevolge van het bouwplan te kunnen verwerken. Daarnaast is de weg onoverzichtelijk en gevaarlijk door geparkeerde auto’s, kromming in de weg, in- en uitritten, drukte en hardrijders. Indieners geven aan dat het wegennet dit absoluut niet op een veilige manier kan verwerken en vindt het dan ook onverantwoord. Als gevolg van de ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie enorm verhoogd. Indieners vinden dat de gemeente te weinig onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen voor verkeersveiligheid op ‘t Laantje en heeft nagelaten om de belangen van aanwonenden op dit punt voldoende mee te wegen. Beantwoording: De parkeervoorziening in het plangebied kent middels een uitritconstructie een ontsluiting op de Luitgardeweg. De ontsluitingsroutes voor het gemotoriseerd verkeer betreffen de Luitgardeweg in noordelijke en zuidelijke richting en de Van Mijndenlaan. Gemotoriseerd verkeer ontsluit dus niet via ’t Laantje. Doordat één te amoveren woning in het plangebied (’t Laantje 3) in de huidige situatie ontsluit via ‘t Laantje is op deze weg juist een (kleine) afname van gemotoriseerd verkeer te verwachten. De ontsluitende wegen zijn in de gemeentelijke wegencategorisering aangewezen als ‘erftoegangsweg 30 km/uur’.
Vanuit het Duurzaam Veilig principe staat het ontsluiten van percelen in deze wegcategorie centraal, waarbij gemotoriseerd verkeer en fietsers gebruik maken van een gemengde rijbaan en voertuigen mogen parkeren in parkeervakken of op de rijbaan, wat ook op de Luitgardeweg het geval is. Het CROW schrijft voor een erftoegangsweg 30 km/uur een rijbaanbreedte van 5,8m voor. De Luitgardeweg kent een breedte van 6,0 m, waarmee ook de rijbaanbreedte voldoet.
Om inzicht te krijgen in de intensiteiten en snelheden zijn in januari 2020 verkeerstellingen uitgevoerd op de Luitgardeweg en de Van Mijndenlaan. Uit de tellingen blijkt dat de intensiteiten en snelheden passend zijn bij erftoegangswegen zoals de Luitgardeweg. Ook de geregistreerde ongevalsgegevens geven geen aanleiding om verkeersonveiligheid te veronderstellen. Het planvoornemen brengt dagelijks circa 200 voertuigbewegingen extra met zich mee. Dit verkeer verdeelt zich over de ontsluitingsroutes, waarbij er op het maatgevende wegvak (Luitgardeweg ten zuiden van planlocatie) naar verwachting sprake is van een toename van circa 100 voertuigbewegingen. Dit verkeer is verspreid over de dag (24 uur) aanwezig. In de situatie met planontwikkeling ligt de intensiteit op circa 2.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze intensiteit ligt (ruim) onder de richtlijnen van het CROW, die een capaciteit van 4.000 tot 6.000 voertuigen per etmaal voorschrijven. Op basis van de weginrichting en toekomstig gebruik kan gesteld worden dat het ontsluitende wegennet toereikend is om het (extra) verkeer vanuit verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op een acceptabele wijze af te wikkelen. 2. Indieners geven aan dat het plan tot parkeerproblemen gaat leiden, aangezien volgens indieners toekomstige bewoners en bezoekers toch langs de weg gaan parkeren.
Het is een illusie te denken dat de vervallen van zes parkeerplaatsen op de Luitgardeweg gecompenseerd kunnen worden door de zes openbare parkeerplaatsen bij het gebouw, daarnaast zullen de zes openbare parkeerplaatsen bij het appartementencomplex worden gebruikt door bewoners. Voor een parkeerplaats doet men immers zo min mogelijk moeite. Indiener noemt het plan Godelindehof als voorbeeld. Beantwoording: Het planvoornemen kent conform de gemeentelijke beleidsregel ‘Parkeernormen gemeente Wijdemeren’ d.d. 31-03-2015 een parkeerbehoefte van 59 parkeerplaatsen, bestemd voor bewoners en bezoekers. Deze parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgevangen in de parkeergarage voor wat betreft de bewoners en op maaiveldniveau voor bezoekers. Ook de vervallen capaciteit op de Luitgardeweg (6 parkeerplaatsen) wordt op maaiveldniveau gecompenseerd in het plangebied. Alle parkeerplaatsen op maaiveldniveau, in totaal 18 parkeerplaatsen, zullen openbaar toegankelijk zijn. Bij het plan Godelindehof is sprake van een andere situatie. Immers kunnen bewoners/bezoekers direct nabij de woningen parkeren, waarmee een ongewenst aantrekkelijk alternatief beschikbaar is. Voor het planvoornemen geldt dat de openbare parkeercapaciteit direct nabij het plangebied komt te vervallen.
Het is hierbij niet aannemelijk dat bewoners/bezoekers op grotere loopafstand structureel langs de weg gaan parkeren, terwijl er in het plangebied op korte loopafstand, een geschikt alternatief beschikbaar is. E. Milieu- en omgevingsaspecten 1. Hogere grenswaarde Wet geluidhinder. Indieners geven aan dat met het verlenen van een hogere waarde de wettelijke geluidsnormen worden verruimd. Volgens indieners blijkt hieruit dat woningbouw niet mogelijk is. Daarnaast geeft een indiener aan dat het plan Ter Sype niet gebouwd kan
worden vanwege overschrijding van de geluidsnorm, dan kan in voorliggend geval de geluidsnormen volgens indiener niet eenzijdig worden verhoogd naar 53 dB: Beantwoording: Wegen binnen Nederland zijn voorzien van een zogenaamde geluidszone. Voor het bouwen binnen de geluidzone van een weg zijn landelijke regels opgesteld om woningen te kunnen realiseren, met in acht name van eventueel extra benodigde geluidwerende maatregelen aan de gevel om het binnenniveau conform het Bouwbesluit te kunnen garanderen. Het vaststellen van Hogere waarden maakt deel uit van een verplichte procedure om nieuwbouw te kunnen realiseren binnen een geluidzone van een weg waar de voorkeursgrenswaarde op de gevel overschreden wordt. Het Bouwbesluit stelt daarnaast eisen aan het binnenniveau. Van het oprekken/verhogen van geluidsnormen en het niet kunnen bouwen van woningen is dan ook geenszins sprake. Immers wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare grenswaarde. Er wordt een vergelijking gemaakt met het Plan Ter Sype in de gemeente Wijdemeren. Het Luchthavenbesluit vliegveld Hilversum stelt dat vanwege het geluid afkomstig van vliegverkeer geen woningen gerealiseerd mogen worden binnen de 48 dB Lden grens. Dit Besluit is opgesteld om het vliegverkeer niet te belemmeren door het oprukken van nieuwbouwwijken. Het is niet de hoogte van de geluidbelasting die beperkingen oplevert, maar de wetgeving zelf.
De hogere waarde die wordt verleend voor dit plan komt voort uit wegverkeerslawaai en niet het Besluit Luchthavenbesluit vliegveld Hilversum. De gemaakte vergelijking gaat dan ook niet op. 2. Indieners geven aan dat onvoldoende inzicht is gegeven voor wat betreft het aspect akoestisch en samenhangende geluidsbeperkende maatregelen. Beantwoording: In paragraaf 4.3 van het akoestisch onderzoek (bijlage bij de toelichting) wordt uitgebreid maatregelen afgewogen. Uit deze paragraaf blijkt dat het treffen van bron- of overdrachtsmaatregelen niet doelmatig zijn danwel stedenbouwkundig ongewenst. Er is in voorliggend geval dan ook voldoende inzicht gegeven wat betreft geluidsbeperkende maatregelen. 3. Er wordt getwijfeld aan de objectiviteit van onderzoeken en meer specifiek het geluidsonderzoek. Het (geluids)onderzoek wordt opgesteld door of namens de vastgoedondernemer. Daarmee wordt de schijn gewekt dat er sprake is van verstrengeling van belangen. Op z'n minst zou het college werkelijk onpartijdig onderzoek naar moeten laten uitvoeren. Beantwoording: Milieuonderzoeken, waaronder geluidsonderzoeken, worden opgesteld door of namens initiatiefnemers. Deze onderzoeken worden vervolgens getoetst en beoordeeld door de Omgevingsdienst Flevoland Gooi- en Vechtstreek (OFGV). Zij beoordelen of de
uitgangspunten en conclusies correct zijn en of aan milieuwetgeving wordt voldaan. Van belangenverstrengeling is dan ook geen sprake. 4. Indieners stellen dat het ontwerpbesluit enkele omissies bevatten, zowel tekstueel als inhoudelijk. Zo is bijvoorbeeld op pagina 7 onder "waarborgen geluidsniveau" een passage opgenomen over een schoolgebouw. De verkeersbewegingen die door de plannen worden veroorzaakt, zouden volgens indieners voor de gemeente aanleiding moeten zijn om hiernaar onderzoek te doen. Tenslotte zouden de bergingen geluidsoverlast opleveren. Beantwoording: In het ontwerpbesluit stond in de laatste alinea stond ‘schoolgebouw’ aangegeven. Dit woord is veranderd in ‘appartementen’. Wat betreft de geluidstoename van de extra verkeersbewegingen op de gevel van bestaande woningen wordt opgemerkt dat aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden. Het equivalente geluidsniveau ten gevolge van inrichtingsgebonden verkeer van en naar de parkeerkelder bedraagt ten hoogste 37 dB(A) etmaalwaarde. Dit is ruim beneden de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde als opgenomen in de circulaire “Beoordeling geluidshinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wet milieubeheer” (zie paragraaf 2.4.2 van het rapport voor een nadere toelichting op de circulaire).
Op basis van deze vergelijking kan worden gesteld dat de mate van geluidshinder vanwege het verkeer van en naar de parkeerkelder beperkt zal zijn en een goed woon- en leefklimaat niet in het gedrang komt vanwege dit geluidsaspect. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen bij de toelichting. Wat betreft de bergingen wordt opgemerkt dat deze vanuit stedenbouwkundig oogpunt naar de kelder zijn verplaatst. Eventuele geluidsoverlast vanwege de bergingen is daarmee komen te vervallen. 5. Indieners stellen dat de extra verkeersbewegingen zullen leiden tot een forse toename van fijnstof, stank en geluidsoverlast, zeker voor de woningen vlak bij het Laantje. Ook zal sprake zijn van toenemende geluidsoverlast door mensen die buiten gaan zitten op balkons. Beantwoording: De relevante omgevingsaspecten (waaronder geluid en luchtkwaliteit) zijn beschouwd danwel onderzocht. Zij blijven allen binnen de geldende normen opgenomen in de desbetreffende wetgeving (zie ook beantwoording onder 3 en 4). Ten aanzien van geur wordt opgemerkt dat het plan slechts leidt tot een zeer beperkte toename van verkeersbewegingen en dit niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van indieners voor wat betreft het aspect geur. Wat betreft de balkons wordt opgemerkt dat deze een regulier gebruik ten behoeve van het wonen zullen kennen.
Normale leefgeluiden zullen dan ook voorkomen. Niet ingezien wordt op welke wijze het gebruik van de balkons zullen leiden tot geluidsniveaus die het niveau van normale leefgeluiden zullen overstijgen. 6. Indieners stellen dat de gevolgen van de mechanische drainage op de omgeving onvoldoende onderzocht is. Onder het appartementencomplex zal een parkeerkelder worden gerealiseerd. Over de gevolgen hiervan is niets terug te vinden. Het grondwaterpeil ter plaatse is slechts circa 1 meter onder het maaiveld. Om de benodigde kelder aan te
leggen, zal dit peil in elk geval gedurende de bouw voor een lange periode middels mechanische drainage moeten worden verlaagd. Dergelijke drainage zal gepaard gaan met het maandenlang laten draaien van aggregaten. Dit aspect wordt geheel niet genoemd in de plannen en de daarbij behorende toelichting. Langdurige drainage kan schadelijke gevolgen kan voor de natuur en omliggende tuinen. Voorts vrezen zij geluidsoverlast. Onbekend is wat de duur van drainage is, tot welk grondwaterpeil het teruggebracht wordt, wat de radius van de grondwaterverlaging is en wat de impact is op de omgeving en natuur. Beantwoording: Er zal worden gewerkt met een gesloten bouwkuip met retourbemaling. De invloed van de bemaling op de omgeving heeft normaal gesproken op een aantal dingen invloed: Risico op zettingen: niet van toepassing omdat het zandgronden zijn, dit kan echter wel voor kleine deformaties zorgen onder funderingselementen dus zal in de directe omgeving gemonitord moeten worden. Effecten op natuur: de effecten van bemaling op het Bosje is verwerkt in de bomeneffectanalyse. Uit de aangevulde bomeneffectanalyse (BEA) is gebleken dat op basis van de gekozen wijze van bemaling er geen onevenredige negatieve effecten op het Bosje van Sprenger zullen plaatsvinden. Wel zal er gemonitord moeten worden door middel van het plaatsen van vochtsensoren.
Samen met de geplaatste peilbuis is er voldoende grip op de situatie omtrent bemaling bij gebruik van een gesloten damwandkuip. Wanneer het definitieve bemalingsplan bekend is kan deze door een European Tree Technician worden getoetst. Daaruit volgen eventueel randvoorwaarden en kan een toezichthouder bomen worden aangesteld voor tijdens de uitvoering om eventueel nog maatregelen te treffen in de vorm van watergeven. 7. Indieners trekken de conclusies van het stikstofonderzoek in twijfel en vinden dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met het nabijgelegen Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Volgens indieners is het onmogelijk aan te nemen dat het plan leidt tot 0,00 toename. Afgevraagd wordt of de berekening wel deugdelijk is uitgevoerd en of alle aspecten wel zijn meegenomen (bijv. de aggregaten t.b.v. drainage). De omwonenden merken op dat zij thans onderzoek laten uitvoeren naar de stikstofdepositie, dit onderzoek is op moment van schrijven nog niet gereed. Daarnaast vind een indiener dat de verantwoordelijkheid voor het aanleveren van het betreffende document niet teruggelegd kan worden bij de projectontwikkelaar. Beantwoording: Niet ingezien wordt op welke wijze er te weinig rekening zou zijn gehouden met het nabijgelegen Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.
Dit vanwege het feit dat de rekensoftware alle relevante Natura 2000-gebieden volledig beschouwd en waarbij het rapport meerdere keren geactualiseerd is aan de hand van de meest recente software. Het klopt dat het Natura 2000-gebied op relatief korte afstand is gelegen, echter het meest nabijgelegen deel van het gebied omvat geen stikstofgevoelige habitattypen. Deze habitattypen zijn wel aanwezig binnen het Natura 2000-gebied maar bevinden zich op beduidend grotere afstand. Daarnaast wordt opgemerkt dat op 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking is getreden. In deze wet is een partiële
vrijstelling voor de bouwsector opgenomen. Dit houdt in dat de door de bouw mogelijke veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten. Daarom wordt niet nader ingegaan op de bezwaren omtrent de aanleg-/bouwfase, aangezien deze fasen niet meer getoetst hoeven te worden. Tot slot zijn initiatiefnemers bij dergelijke planologische trajecten zelfverantwoordelijk voor het aanleveren van een ruimtelijk plan/onderbouwing, in dit geval een bestemmingsplan inclusief de daarbij behorende onderzoeken. De gemeente heeft, tezamen met de omgevingsdienst, slechts een toetsende en faciliterende rol. Opgemerkt wordt dat de AERIUS-berekening geactualiseerd is, waarbij de laatste wet- en regelgeving is toegepast (Wsn). Hieruit volgen echter geen afwijkende resultaten. F. Woongenot en privacy Indieners vrezen voor aantasting van de privacy en het woongenot. De gemeente heeft nagelaten dit te onderzoeken en eveneens nagelaten om te borgen dat maatregelen worden getroffen om de overlast tot een minimum te beperken. Er is onvoldoende rekening gehouden met de overlast en aantasting van privacy die de omwonenden van de plannen zullen ondervinden: 1. Er is enkel onderzoek gedaan naar de geluidshinder die in de te realiseren appartementen zal worden ondervonden van het wegverkeer.
Nagelaten is te onderzoeken welke (indirecte) geluidshinder de plannen zullen veroorzaken voor de omwonenden. De vele verkeersbewegingen die door de plannen worden veroorzaakt, zouden voldoende aanleiding voor de gemeente moeten zijn om hiernaar onderzoek te doen. Dit aspect is buiten beschouwing gelaten. 2. Ook ten aanzien privacy zijn de belangen van omwonenden onvoldoende meegewogen. De plannen beogen de bouw te bewerkstelligen van een complex met een hoogte van 11 meter. De balkons zijn gelegen aan de kant van ’t Laantje en kijken uit op de tuinen van omwonenden. In de toelichting op het ontwerpplan wordt gesteld dat in samenspraak met de omwonenden zal worden gezocht naar geschikte beplanting om de inkijk te verminderen. Een dergelijke bewering is vrijblijvend en waarborgt de privacy van de betreffende omwonenden niet. De mens is nieuwsgierig en er zijn voorbeelden genoeg van personen op een flat met een verrekijker en tijd. Tevens is men bang voor lichtinval/vervuiling vanuit het appartement. Indieners stellen dat niet inzichtelijk is gemaakt wat de gevolgen van de situering van de appartementen zijn ten aanzien van de privacy en uitzicht van omwonenden. Voor de vermindering van de inkijk vanuit het appartementencomplex is voorgesteld om bomen te planten. Deze begroeiing zal het pand pas na 20 jaar aan het zicht onttrekken. 3.
Voorts zijn de bergingen, die aanvankelijk in de kelder zouden worden gesitueerd, verplaatst nabij de zuidgrens van het perceel, aan de kant van 't Laantje. Omwonenden worden door deze wijziging ernstig benadeeld. Het gebruik van 49 bergingen op enkele meters van hun tuin zal eveneens grote geluidsoverlast met zich meebrengen. Beantwoording: 1. Wat betreft het aspect geluid wordt opgemerkt dat er aanvullend akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Voor de uitkomsten wordt verwezen naar de beantwoording in E4.
2. Aantasting van de privacy en hinder als gevolg van de nieuwbouw voor de omwonenden hebben bij de ontwikkeling wel degelijk een rol gespeeld en hier is specifiek bij de planvorming naar gekeken. In het stedenbouwkundig advies van 16 juli 2018 kwam de stedenbouwkundige tot de conclusie dat bij de ontwikkeling van deze locatie het van belang is om recht te doen aan de bestaande omringende bebouwing. Voorwaarde daarbij is dat er voldoende rekening wordt gehouden met de privacy van de naastgelegen woningen. Door de bebouwing in een I of omgekeerde L-vorm te geven kan aan de hiervoor genoemde voorwaarde worden voldaan. Met het realiseren van de bebouwing in een omgekeerde L-vorm wordt aan de voorwaarde voldaan. Daarnaast zal de inkijk worden verminderd door het aanplanten van bomen. Gekozen is voor de Japanse beverboom, met een aanplantmaat van circa 5 meter en een volwassen hoogte van 8 tot 10 meter. Het zicht vanaf en op het appartementengebouw zal voor een deel worden ontnomen en de bomen zullen eventuele lichtinval vanuit de nieuwbouw beperken. Dit laat onverlet dat niet valt uit te sluiten dat als gevolg van de realisatie van het plan enige vermindering van de privacy, de rust en het uitzicht optreedt. Indieners hebben echter volgens vaste jurisprudentie geen recht op blijvend vrij uitzicht over het perceel van een ander.
Daarnaast is de gemeente van mening dat geen sprake is van een onevenredige inbreuk van het woongenot. Het plan voorziet namelijk in de bouw van reguliere woningen in de vorm van appartementen. Reguliere woningen worden niet gezien als een milieubelastende functie en zijn daarom niet opgenomen in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Resumerend is de gemeente van oordeel dat het plan geen onevenredige aantasting van de privacy, het uitzicht en het woongenot met zich mee brengt. 3. De bergingen zijn vanwege stedenbouwkundige overwegingen en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen, verplaatst naar de parkeerkelder. G. Woningbouwbehoefte 1. De onderbouwing van de woningbouwbehoefte van dit project hangt van fabeltjes aan elkaar. Er worden argumenten gebruikt als: “Er zijn 1000 woningzoekenden in Wijdemeren", maar er is geen enkele onderbouwing, ook niet als daar expliciet om gevraagd wordt. Bovendien is het een onjuiste voorstelling van zaken; het is regionaal geregeld. Zie de regels van Woningnet Gooi en Vechtstreek. Daar is o.a. het volgende te vinden: "In de Gooi en Vechtstreek zijn sociale huurwoningen schaars. Om de woningen zo eerlijk mogelijk te verdelen hebben gemeenten en corporaties afspraken gemaakt en regels opgesteld. In de Gooi en Vechtstreek worden woningen verdeeld via een aanbodsysteem.
Dit betekent dat iedereen zelf kan reageren op beschikbare woningen die aansluiten bij de persoonlijke woonwensen. De woningen die nu te huur zijn, staan bij Woningaanbod. Daar kunnen mensen die zijn ingeschreven op een woning reageren. "We bouwen voor Wijdemeren" is een verkeerde voorstelling van zaken. Indieners geven aan dat de wethouder heeft aangegeven dat Wijdemeren 1.000 woningzoekenden kent en dat er voornamelijk behoefte is aan appartementen. In dat jaar is nieuwbouw Erve Knorr terrein opgeleverd, waaronder 46 appartementen. Er was te weinig animo dat de inschrijving werd geopend voor alle woningzoekenden uit de regio. Volgens indieners zijn er geen 1.000 woningzoekenden en
vraagt zich af waar dat aantal vandaan komt. Beantwoording: Er is sprake van een grote vraag naar woningen binnen de gemeente Wijdemeren. Het aantal woningzoekenden voor sociale huur is de afgelopen jaren erg gestegen. In 2020 stonden ruim 42.000 personen ingeschreven bij WoningNet Regio Gooi en Vechtstreek. Dat waren er 34.000 in 2017. Een stijging van 8000 in drie jaar. Ook het aantal urgentie aanvragen is verdubbeld. In 2020 waren dat er 427. Daarvan is 23% toegekend. Dit zijn weliswaar regionale cijfers, maar ook het aantal inschrijvingen voor Wijdemeren, net als het aantal urgentie aanvragen is toegenomen. Daarbij komt dat Wijdemeren het snelst vergrijst van de hele regio. Daarom zetten wij als gemeente in op doorstroming van senioren naar kleinere woningen, zodat we meer gezinnen kunnen huisvesten in Wijdemeren. Daarnaast proberen we extra jongerenhuisvesting te realiseren. Cijfers voortkomend uit de regionale woonvisie, bevestigen dit nogmaals. In onderstaand tabel staat het aantal woningzoekenden (818) per jaar in de gemeente Wijdemeren, waarbij er elk jaar fors meer inschrijvingen dan uitschrijvingen zijn.
Wat niet is weergegeven in de bovenstaande tabel is de verdeling per leeftijdsgroep. Van de 2978 woningzoekenden, zijn er circa 1110 in de leeftijd tot 35 jaar en circa 1179 in de leeftijd 55plus. Het getal van 1000 komt hier vandaan, maar dat is een oud getal een aantal jaren geleden. Dit had betrekking op het aantal ingeschreven senioren woningzoekenden die graag willen verhuizen. Inmiddels is dat dus naar 1179 gestegen voor Wijdemeren. Het Laantje is met name voor die doelgroep ideaal. In aanvulling hierop is bij de Alliantie informatie opgevraagd en uit de woningnet monitor volgt dat 2992 ingeschreven woningzoekenden actief naar een woning aan het zoeken waren. Die bevestigen bovenstaande tabel. Naar leeftijdscategorie (per einde jaar 2020 in Wijdemeren) geeft dit de volgende tabel:
Tabel 1b uit de monitor woningnet: actief woningzoekende naar leeftijdscategorie. Uit het bovenstaande blijkt genoegzaam dat er sprake is van een flinke woningbehoefte.
2. De gemeente eist in haar woonvisie 1/3 sociale woningbouw. Dit vereiste is niet opgenomen in het bestemmingsplan. De projectontwikkelaar heeft het telkens in zijn plan over ‘sociale koop’. Het is onduidelijk wat hier nu wordt bedoeld en hoe dit geborgd gaat worden. Er is onder woningzoekenden veel behoefte naar sociale huur. De toewijzingsregels zijn niet in het bestemmingsplan geregeld. Beantwoording: Met de ontwikkelaar zijn afspraken gemaakt over de woningbouwcategorieën welke geborgd zijn in de anterieure overeenkomst. Overeenkomstig de wens van de raad zal deze ontwikkeling voldoen aan de verhouding 1/3 sociaal. Door opname in de anterieure overeenkomst is geborgd dat 1/3 sociale huur wordt gerealiseerd. Dit wordt niet verder in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. 3. Omdat iedere gemeente kampt met een tekort aan woningen is de gemeente niet in staat om een kritisch en een wel doordacht besluit te nemen. Vanuit het oogpunt van woningbouw heeft de gemeente nauwelijks belang bij dit project, aangezien de meeste appartementen in de vrije sector vallen, en van de sociale huurappartementen en slechts vier vergeven kunnen worden door de gemeente zelf. Conform de regels van Woningnet Gooi- en Vechtstreek "De gemeenten Blaricum, Laren, Weesp en Wijdemeren mogen maximaal 25% van hun woningen aanbieden met voorrang voor woningzoekenden met een lokale binding".
Slechts enkele particulieren hebben (financieel) belang bij dit project: de eigenaren van de percelen (waaronder de initiatiefnemer) en een geldschieter. Kortom: het hele project en dit bestemmingsplan zijn overbodig. Beantwoording: Het programma met 15 woningen sociaal en de rest oplopend in prijsklassen is ideaal zodat we meerdere doelgroepen kunnen huisvesten. Er is echter juist behoefte aan sociale huurwoningen als woningen boven de sociale huurgrens. Er is een grote groep mensen voor wie, vanwege het inkomen van rond de 50.000,- , de sociale huur niet toegankelijk is en waarvoor de koopwoningen te duur zijn geworden. Deze groep is afhankelijk van huurwoningen in de prijsklasse tussen de € 752 en 1000,-. Dit zijn ook de woningen die in voorliggende ontwikkeling worden gerealiseerd en deze ontwikkeling heeft daarom de goede mix van prijsklassen. In deze groep (met een hoger inkomen) zitten ook een groot aantal senioren die willen verhuizen uit hun grote eengezinswoning naar een kleinere woning. Die vorm van doorstroming is hard nodig om huizen vrij te krijgen voor gezinnen. 4. De voorliggende ontwikkeling is strijdig met de Woonvisie Wijdemeren 2016-2020. Daarin staat op bladzijde 11: "Bij nieuwe woningbouwplannen uitgaan van minimaal 1/3 betaalbare woningen en 2/5 deel gestapelde bouw " Hier gaat het echter om 100% gestapelde bouw, oftewel 5/5. Teveel dus.
Beantwoording: De opgenomen eis van minimaal 2/5 deel gestapelde bouw is opgenomen om ervoor te zorgen dat er genoeg woningen worden gebouwd. Nederland is te klein voor enkel
grondgebonden bouw. Uit regionaal woning onderzoek volgt dat er een grote behoefte bestaat aan appartementen voor ouderen en kleinere gezinssamenstellingen. De ontwikkeling en het voorliggende bestemmingsplan voorziet in die behoefte, waarbij zoals beschreven onder 2 tevens zal worden voorzien in 1/3 sociale huur. H. Planschade 1. Indieners geven aan dat in hoofdstuk 7 staat dat de gemeente planschade op de initiatiefnemer gaat verhalen. Daarmee geeft de gemeente volgens indieners toe dat er sprake van toebrengen van schade door de waardevermindering van een groot aantal woningen. Indieners vinden dat de gemeente omwonenden moet beschermen. Beantwoording: Nieuwe planologische ontwikkelingen kunnen planschade veroorzaken. In eerste instantie is de gemeente aansprakelijk voor de vergoeding van de tegemoetkoming in planschade. Artikel 6.4a Wro maakt het echter mogelijk om schade die het gevolg is van een nieuwe planologische ontwikkeling af te wentelen op een initiatiefnemer die profiteert van die ontwikkeling. Het is dan ook zeer gebruikelijk dat de gemeente met de initiatiefnemer een overeenkomst afsluit, waarin is vastgelegd dat de initiatiefnemer de planschadevergoedingen die de gemeente dient uit te keren, op haar beurt aan de gemeente dient te vergoeden.