Bijlage 01 Ruimtelijke onderbouwing 25 april 2022
Tekst van het document
26
10
Gemeente Wijdemeren
In de kernopgave “vitale en gezonde leefomgeving” is een aantal ruimtelijke keuzes opgenomen. Een van die keuzes is de focus op inbreiding, transformatie en kwaliteit van de dorpsranden.
Afbeelding 8 Citaat uit de Omgevingsvisie In de kernopgave “waardevol landschap wordt onder meer ingegaan op het versterken van de groenblauwe structuur. De unieke structuur van de gemeente Wijdemeren met circa 40 % water is geen vanzelfsprekendheid meer. Zodoende is er een urgentie ontstaan om het groen, de groenstructuren en landschappen te behouden en te versterken. Om een balans te vinden tussen haar kwaliteit en de beleefbaarheid voor recreanten en toeristen. Wijdemeren wil daarom een robust en beleefbaar natuurnetwerk vormgeven. Relevantie voor het plangebied In deze onderbouwing is met name in hoofdstuk 4 onderbouwd dat het woningbouwplan een voorbeeld is van een zorgvuldige transformatie en dat de kwaliteit past bij het karakter van het dorp en het landschap. Daarnaast zal de verbinding met het water en de unieke schakel tussen Vecht en Spiegelplas in ere worden hersteld. 3.5.2 Welstandsnota Wijdemeren Het hoofddoel van de nota is het inzicht verlenen in het welstandsbeleid. In de welstandsnota staan de relevante randvoorwaarden en uitgangspunten voor het welstandsbeleid. Een welstandstoets is (wettelijk) verplicht bij aanvragen om omgevingsvergunning en wordt verricht door een (welstands)commissie. Deze commissie kan – op basis van de welstandscriteria uit de welstandsnota – aan het college van B&W adviseren of een ingediend plan voldoet aan de welstandseisen.
Het plangebied valt in de Welstandsnota 2013 binnen het gebied Bijzonder regiem - land. Voor de geplande ontwikkeling zijn de volgende aspecten hieruit van belang: - per perceel is er één hoofdgebouw; - hoofdgebouwen zijn gericht op de belangrijkste weg; - doorzichten worden behouden en waar mogelijk versterkt; - bouwmassa’s zijn gevarieerd; - hoofdgebouwen bestaan over het algemeen uit een onderbouw tot twee lagen met een kap; - de overgang tussen privé en openbaar is zorgvuldig vormgegeven
27
10
Gemeente Wijdemeren
Bijzonder welstandsregime Voor dit gedeelte van Nederhorst den Berg geldt een bijzonder welstandsregime. Hier is extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit vereist, aldus de nota. Er zal onder meer worden getoetst op een heldere gevelindeling en een zorgvuldige architectonische uitwerking en materialisering.
Afbeelding 8: Uitsnede Welstandsnota 2013, plangebied rood omcirkeld
Toetsing voor dit plangebied
Op 29 maart 2022 heeft de welstandscommissie een advies uitgebracht over het voorgenomen bouwplan. De commissie kan zich in hoofdlijnen vinden in de plannen. Dit betreft de plaatsing op de kavel en de opzet. De centrale afwatering is een positief element in het plan. Wel vraagt zij nog aandacht voor een aantal punten zoals de parkeeroplossing, de paarsgewijze opbouw van de woningen, de uitwerking van de geschakelde woningen, de kapvormen, de overgangen privé en openbaar en de wijze waarop aanvullende objecten hun plek krijgen
3.5.3 Woningbouwbeleid De gemeente Wijdemeren heeft de Woonvisie 2016-2020 vastgesteld. Hierbij wordt op lokaal niveau invulling gegeven aan het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. De woonvisie moet in samenhang worden gezien met de regionale woonvisie. De gemeente Wijdemeren wil een meer gevarieerd, duurzamer en levensloopbestendigere woningvoorraad. Dit houdt in: meer kleinere, betaalbare en gestapelde woningen, meer groene energielabels (label B en hoger) en aanpassen van de woningvoorraad voor de ouder wordende bevolking. Nieuwbouw moet strategisch worden ingezet met oog op de effecten op de gehele lokale woningmarkt, zoals doorstroming en leefbaarheid en voor specifieke doelgroepen zoals jongeren en senioren. Vanwege de hoge landschappelijke- en natuurwaarden is het beleid voor woningbouw terughoudend. Wanneer toch woningen gebouwd worden, moet dit het voorzieningenniveau en de kwaliteit van het landschap verbeteren. Daarbij kan gedacht worden aan het recreatief ontsluiten van het landschap, het maken van doorzichten naar het water en het maken van openbare ruimte aan het water. Woningbouw moet zorgvuldig afgewogen worden tegenandere belangen, zoals de
28
10
Gemeente Wijdemeren
vaak beperkte infrastructuur, het belang van het open landschap en het natuurbelang. Nieuwbouw is dorps van karakter en schaal. Voornaamste doel is om de woningvoorraad nu en in de toekomst, af te stemmen op de woonwensen van de inwoners van Wijdemeren. De woonagenda voor Wijdemeren bevat drie woonthema’s 1. Leefbare kleine kernen 2. Diverse woningvoorraad met kwaliteit 3. Strategische inzet van nieuwbouw De hiervoor genoemde thema’s worden successievelijk uitgewerkt in drie blokken: -
Knelpunten en kansen
-
Doelen
-
Instrumenten
Bij het eerste thema ligt vooral de focus op het aantrekken van jongeren en jonge gezinnen laatste thema zijn als instrumenten geformuleerd: minimaal 1/3 deel betaalbare woningen en 2/5 deel gestapelde bouw binnen ruimtelijke, financiële en juridische mogelijkheden die er zijn. Van de 14 woningen in het programma zijn er 5 in de sociale huur. Dit betekent dat aan het aantal sociale woningen voldaan wordt. De situatie leent zich om ruimtelijke redenen niet voor gestapelde woningbouw. In het participatietraject stuitten de appartementen op ernstige bezwaren van omwonenden. Om die reden zijn de appartementen vervangen door grondgebonden woningen, zoals ook bij het onderdeel “maatschappelijke uitvoerbaarheid” is aangegeven. In de anterieure overeenkomst zal worden opgenomen dat de initiatiefnemer een maximale inspanning doet om de woningen te verkopen de genoemde doelgroepen. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over o.a. de toewijzingscriteria voor de sociale huur, instandhoudingsplicht, zelfbewoningsplicht, etc. Inmiddels is er ook een nieuwe Woonvisie 2021-2024 vastgesteld door de raad op 8 juli 2021. Deze kent andere randvoorwaarden (1/3 sociaal, 1/3 middelduur en 2/5 gestapeld), maar bij het raadsbesluit waarin deze woonvisie werd vastgesteld is tegelijk bepaalt dat voor al lopende aanvragen van plannen maatwerkvoorschriften gelden. Dit plan is er daar één van.
Het onderhavige plan zal een bijdrage leveren aan de behoefte in de koopsector. Met vijf betaalbare woningen als onderdeel van dit plan en de afspraken uit de anterieure overeenkomst wordt uitvoering gegeven aan het lokale woonbeleid. Het realiseren van gestapelde bouw is niet wenselijk, gegeven de specifieke kwaliteiten van de locatie.
29
10
Gemeente Wijdemeren
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1
Algemeen
In het plan zijn de gronden betrokken waarop afgeweken wordt van het bestemmingsplan ‘Nederhorst den Berg’. Gemeentelijk uitgangspunt is om tot een stedenbouwkundig / landschappelijk optimale invulling te komen van het plangebied.
4.2
Stedenbouwkundig plan
Historische ontwikkeling van het gebied Verschillende facetten van de geschiedenis van het landschap komen samen op deze locatie, onder andere - de oorspronkelijke loop van De Oude Vegt, - De Nieuwe Vecht die onderhand al weer is gedempt. - Amsterdam-Rijnkanaal als nieuwe hoofdvaarroute, - de Dammerweg als dijklichaam - de Spiegelpolder met de slagen van de ontginning - de Spiegelpolderplas met de legakkers van de veenwinning - Binnen het schootsveld van de Stelling van Amsterdam - Inundatiegebied als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Afbeelding 9: historische ontwikkeling
De omgeving is aan de hand van de historische ontwikkeling nog goed afleesbaar. Wel is de samenhang minder herkenbaar, zeker zonder enige kennis van de historische ontwikkelingen.
30
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 10: kenschets van de omgeving
Afbeelding 11: de locatie en zijn belendingen
De relatie met het achtergelegen veenlandschap met waterlopen ten gevolge van de ontginning is beperkt. Het hoogteverschil door de dijk, coulissen en verspreide geven het gebied een eigen karakteristiek van incidentele vrijstaande volumes met minimale doorzichten.
Door herontwikkeling kan de geschiedenis van het landschap weer afleesbaar worden gemaakt. De relatie met het water is daarbij altijd aan de orde geweest. Het ontwerp zet in op het openen van het gebied middels een loper vanaf de Dammerweg naar de Spiegelpolderplas. Hier wordt het water verder het gebied ingetrokken. Door de positionering van de woningen aan weerszijden van de loper, blijft dit
31
10
Gemeente Wijdemeren
doorzicht gewaarborgd. De relatie met zowel de Vecht enerzijds en de Spiegelpolder(plas) anderzijds vormen tevens de basis voor een bijzonder woonmilieu. Private buitenruimte bevindt zich tussen de volumes, die optimaal zijn georiënteerd zijn voor de bezonning. De ruimtelijke opzet met stroken refereert naar de ontginnings- en turfwinningsslagen van de Spiegelpolder
Afbeelding 12: het concept
Relatie tussen Vecht en Spiegelpolderplas. Gelegen in een bocht van De Vecht, aan de polderdijk, de Dammerweg. Hier is de afstand tot de Spiegelpolderplas het geringste. Dit biedt kans om deze relatie zichtbaar te maken, temeer daar de omringende percelen reeds intensief in gebruik zijn. Daardoor zijn er weinig instrumenten om deze relatie elders nog zichtbaar te maken.
32
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 13: ligging plangebied tussen Vecht en plas
De relatie met het achtergelegen veenlandschap met waterlopen ten gevolge van de ontginnning is zeer beperkt. Het hoogteverschil door de dijk, coulisen en verspreide bebouwing geven het karakteristiek van incidentele, vrijstaande volumes met minimale doorzichten. Substantieel groen belemmert vooral de relatie met het omringende landschap. Boomwallen vormen kamers, die ook de bestaande bebouwing aan het zicht onttrekken. De achtergelegen nieuwbouw daarentegen is vanuit het landschap als wel vanaf het verlengde van de Dammerweg zichtbaar.
33
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 14: Groenstructuren
Landschappelijke inrichting Door het bureau MAAK is een inspiratiedocument opgesteld waarin aanbevelingen worden gegeven voor de inpassing van de nieuwe ontwikkeling in het landschap en de realisatie van landschappelijke inrichting en toevoeging inrichtingselementen. Het inspiratiedocument gemaand ‘Nederhorst Dammerweg. Inspiratiedocument Landschap d.d. 145-2021’ is als bijlage 7 aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Het inspiratiedocument kan beschouwd worden als d onlosmakelijk deel van het stedenbouwkundig ontwerp. Wel met ruimte voor doorontwikkeling en daar uit volgende, ondergeschikte wijzigingen.
34
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 15: het landschapsplan
Bij herbestemming van het perceel worden de volgende ambities meegenomen. - het creëren van een visuele verbinding tussen De Vecht en de Spiegelpolder(plas). - het aanhelen van de lintbebouwing langs de Dammerweg, met inachtneming van een korrelgrootte die zich relateert aan de omringende individuele of geschakelde woningen. - het maken van een informele ruimtelijke opzet richting de Spiegelpolderplas, zodanig dat de relatie met het water onderdeel vormt van het ontwerp.
35
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 16: ambities
Uitwerking van deze ambities leidt tot een volgende structuurkaart en een daarbij passend dwarsprofiel voor de bebouwing.
Afbeelding 17: het structuurplan
36
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 18: dwarsprofiel van de woningen
Het plan zelf Het stedenbouwkundige plan biedt ruimte aan 14 woningen. Deze woningen komen op de plaats van een inmiddels gedateerd en leegstaand bedrijfsgebouw, een voormalige wasserij. Met de sloop van dit bedrijfsgebouw zal de kwaliteit van de omgeving er met sprongen op vooruit gaan. Om ervoor te zorgen dat de bedrijfslocatie verdwijnt en hier een woonfunctie mogelijk is, dienen behoorlijk veel kosten te worden gemaakt. Een deel van de bedrijfsgebouwen bevat asbest en bovendien is de bodem verontreinigd. Door de initiatiefnemer is dan ook een bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd en zal uitvoering worden gegeven aan een saneringsplan om zowel de bebouwing als de ondergrond te saneren zodat deze ruimte biedt voor nieuwbouw. Gekozen is voor negen woningen en een vijftal sociale huurwoningen. Op deze wijze wordt een gemêleerd programma gerealiseerd die aansluit op de lokale behoefte. De vijf sociale huurwoningen worden uitgevoerd in één bouwlaag met een zolderverdieping. De beukmaat zal 4,8 meter bedragen en de footprint van de woning zal ongeveer 46 m2 zijn. Het zijn dan ook betaalbare woningen die in het sociale segment vallen.
37
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 19: indicatieve plattegrond sociale huurwoningen
De overige negen woningen zijn in het koopsegment en vallen in de hogere prijsklasse. Met het realiseren van 14 woningen op een perceel van bijna 6000 m2 wordt ruimte geboden aan een bescheiden woonwijk op een aantrekkelijke locatie.
,QGXVWULsOHZRQLQJHQ
5632
5632
5632
4830
4830 2150
3250
3016 2216 5000 900
2650
0.00
2650
11700
11700
Schacht
3250
Pð
2115
Slaapkamer
0.00
Pð
Badkamer
Pð
Slaapkamer
5000
401 900 300
0.00
Waskast
0.00
Pð
Pð
Toilet
0.00
Pð
Slaapkamer
Douche
Pð
0.00
Pð
300
0.00
Hal
1.01
Slaapkamer
Slaapkamer
0.00
680
2150 1150
Schacht
Pð
0.00
Pð
Slaapkamer
4366
2580
900 300
Badkamer
Pð
Slaapkamer
Schacht
Pð
Kast
Kk/ Vk 0.00
1350 Pð
Pð
0.00
Opstelruimte keuken 4500*750mm
Toilet
1.01
Pð
Slaapkamer
Vw
Woonkeuken
0.00
Pð vp +1.20m1
Opstelruimte keuken 4500*750mm
2950
401
1150
1250
2580
680
401 300
2115
4830
1.01b
Mk 1.01b Mk
3400
3400
680
4050
Opstelruimte kast 900*3400mm
0.00
Opstelruimte bed 1600*2100mm
Opstelruimte kast 900*3400mm
0.00
Opstelruimte bed 1600*2100mm
0.00
Pð
0.00
Kast
Kast
Schacht
Kk/ Vk Pð
Woonkamer
Pð vp=0
0.00
Toilet
1.01
Pð
270
5395
4830
4830
10792
Begane grond
401
23
28 50
270 28 50 23
401
5395
:DQGFRQVWUXFWLH 5FPð.: - binnenzijde gips 12,5mm - OSB plaat 18mm - hsb regelwerk 270x90 en isolatiedeken - PIR isolatieplaat 50mm - ventilerende folie - regels 28mm - houten rabatdelen23 mm
Binnenwandconstructie - hsb regelwerk 50x70mm - isolatiedeken 70mm - gips / multiplex 15mm
:DQGFRQVWUXFWLH 5FPð.: - binnenzijde gips 12,5mm - OSB plaat 18mm - hsb regelwerk 270x90 en isolatiedeken - PIR isolatieplaat 50mm - ventilerende folie - regels 28mm - houten rabatdelen23 mm
1.01b
Mk Mk
1.01b
Binnenwandconstructie - hsb regelwerk 50x70mm - isolatiedeken 70mm - gips / multiplex 15mm
401
28 50
Pð
270
Hal
1.01
23
12,5mm gips
12,5mm gips
12,5mm gips
5395
4830
10792
1e Verdieping
10792
2e Verdieping Dammerweg
Afbeelding 20: indicatieve plattegrond woningen
18008-15
Expo Vastgoed bv
Erf woningen Onderzoek en studie FA
A13-06 A2 1:100 25-11-2020
F. Adema Architectuur en Stedenbouw Broekmolenweg 9 - 2289 BE Rijswijk - 06-41150599 F.Adema@Adema-architecten.nl ism Adema Architecten Dokkum
Met de transformatie van de bedrijfsbestemming naar woningbouw wordt een aanzienlijke kwaliteitsinspanning geleverd waardoor het aanzien van de omgeving aanzienlijk zal verbeteren.
4.3
Verkeer en parkeren
4.3.1
Verkeer
De locatie wordt ontsloten door de Dammerweg. Dit wijzigt niet. In het plan is een doodlopende weg opgenomen die de nieuwe woningen ontsluit. De bestaande ontsluitingsweg blijft behouden zodat de achterliggende woning Dammerweg 110 bereikbaar blijft.
38
10
Gemeente Wijdemeren
In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie gespecificeerd van respectievelijk de nieuwe situatie en de bestaande situatie. Als toetsingskader daarvoor is gebruik gemaakt van de PublicatieToekomstbestendig parkeren (CROW, publicatie nummer 381).
TOTALE VERKEERSGENERATIE PROJECT DAMMERWEG 108-109 NEDERHORST DEN BERG Functie
Programma woning Bedrijfsruimte Arbeidsintensief 1 670
Koophuis vrijstaand Bedrijfsruimte arbeidsintensief Buitenopslag op terrein 250 Totaal Bron: CROW Toekomstig bestendig parkeren 2018
Niet stedelijk buitengebied maximaal 8,6 10,9
Verkeersgeneratie maximaal
5,7
14,3 95,9
8,6 73
Afbeelding 21: overzicht verkeersgeneratie bestaand en nieuw
Nederhorst den Berg is ingedeeld als type woonmilieu V, Centrum-dorps (bron: CBS Statline). Voor de nieuwe woningen is de maximale norm aangehouden voor rest bebouwde kom, weinig stedelijk 4.3.2
Parkeren
Beleidsregels parkeren gemeente Wijdemeren De gemeente Wijdemeren hanteert beleidsregels op het gebied van parkeren. De beleidsregels zijn vastgesteld door burgemeester en wethouders van Wijdemeren op 6 februari 2006 en in 2015 herzien. In het beleid is onder andere een parkeernormering opgenomen voor verschillende functies. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de kernen en het landelijk gebied. Parkeervoorzieningen moeten in beginsel op het erf behorende bij de functie worden aangebracht. Verder regelt het beleid dat in bepaalde gevallen het gebruik van openbare parkeervoorzieningen is toegestaan. Dat is onder andere het geval bij bepaalde herontwikkelingslocaties waarvan de oorspronkelijke functie al gebruik maakte van parkeervoorzieningen in het openbaar gebied. Parkeernorm Uit de kaarten van de beleidsregel blijkt dat het plangebied niet in de kern ligt. Volgens de beleidsregels van de gemeente Wijdemeren geldt dan een parkeernorm van 2,6 parkeerplaats per eengezinswoning. Voor de 5 sociale huurwoningen geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per
10
39
Gemeente Wijdemeren
woning. Bij de berekening daarvan moet rekening gehouden worden met de berekeningsaantallen en afmetingen voor parkeerplaatsen op eigen terrein uit de parkeernota. Deze zijn: - enkele oprit zonder garage of carport (min 5 m diep) 1,0 pp - lange oprit zonder garage of carport (min 11 m diep) 2,0 pp - dubbele oprit zonder garage of carport (min 4,5 m breed) 2,0 pp - garage zonder oprit bij woning 0,4 pp - carport zonder oprit bij woning 1,0 pp. Er worden 18 parkeerplaatsen bij de woningen aangebracht en 20 bij het speelveldje, zoals op onderstaande afbeelding te zien is. Er worden dus totaal 38 parkeerplaatsen aangelegd, Hieruit blijkt dat meer parkeerplaatsen worden aangelegd dan de norm voorschrijft. De ontsluiting en de parkeerplaatsen zijn aangegeven op onderstaande afbeelding. Daarop is tevens te zien dat het recht van overpad ten aanzien van de Dammerweg 110 gerespecteerd wordt. De ontsluitingsweg zal in gezamenlijk onderhoud komen bij de op te richten Vereniging van Eigenaren. In de te verlenen vergunning zal een instandhoudingsplicht voor het te realiseren aantal parkeerplaatsen worden opgenomen.
Afbeelding 22: Stedenbouwkundige opzet, inclusief parkeerplaatsen, met rode stippellijn het plangebied
4.4 Duurzaamheid Regionaal en lokaal beleid De gemeente Wijdemeren hecht belang aan het aspect Duurzaamheid. Samen met gemeenten in de regio is in 2017 de regionale energiestrategie Gooi- en Vechtstreek opgesteld. Hierin is de ambitie neergelegd om te streven
40
10
Gemeente Wijdemeren
naar een klimaatneutrale regio. In de strategie is een pakket van maatregelen voorgeschreven om dat te bereiken. De strategie kent een drietal sporen: - Basis op orde - Aan de slag - Nader te onderzoeken De gemeente Wijdemeren heeft zelf een Beleidsnotitie duurzaamheid vastgesteld. De laatste update van deze notitie is van maart 2017. Hierin is eveneens het streven opgenomen om zo snel mogelijk energieneutraal te zijn. Gekozen is om aan te sluiten bij centrale en regionale beleidsuitgangspunten en als gemeente geen scherpere doelstellingen te formuleren. Ook hier wordt als eis gesteld dat nieuwbouw aardgasloos dient te worden uitgevoerd. Verder beschikt de gemeente Wijdemeren over een Duurzaamheidsagenda 2018-2021 d.d. november 2018. Hierin is de wens aangegeven om in 2050 klimaatneutraal te zijn en in 2030 zonder het Groningse aardgas. De duurzaamheidagenda is een concretisering van de Beleidsnotitie duurzaamheid van 2017. In de Duurzaamheidsagenda worden een aantal thema’s belicht: -
CO2-reductie en energietransitie Groen, water en klimaatadaptatie Grondstoffen en circulariteit Mobiliteit Pet thema wordt beschreven welke activiteiten al zijn verricht, op het realiseren van de doelstellingen per thema gericht (wat doen we nu ?) en wat de plannen zijn voor de toekomst (wat gaan we doen?). De gemeente Wijdemeren heeft verder in februari 2020 een Nota klimaatadaptatie vastgesteld. In deze Nota is een verplichting opgenomen voor nieuw- en verbouwprojecten om een minimale hoeveelheid waterberging te realiseren. De eis is 40 mm waterberging per 24 uur afstromend van iedere m2 verhard oppervlak. Deze eis wordt via overeenkomsten gehandhaafd. Verder wordt een subsidieregeling op groene daken ingevoerd. De gemeente Wijdemeren heeft een Laadpalenbeleid 2020-2025 vastgesteld. Wanneer op eigen terrein geparkeerd kan worden, dient ook in de (toekomstige) laadbehoefte te worden voorzien. Er kan geen aanvraag worden gedaan voor een laadpaal in de openbare ruimte. Op regionaal niveau is de regionale energiestrategie Noord Holland Zuid vastgesteld. Deze is van toepassing op bedrijven en organisaties met een groot dakoppervlak of een grote parkeerplaats. De gemeente zet in op het opwekken van energie op grote (bedrijfs)daken en grote parkeerplaatsen.
De gemeente biedt gratis advies aan voor het ontwikkelen van zonne-energie 0- grote daken en parkeerplaatsen en bijbehorende financieringsmogelijkheden. Op landelijk niveau is op 1 juli 2018 de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Deze wet voorziet in aanpassing van de Gaswet en de Electriciteitswet. De wijziging komt erop neer dat de aansluitplicht voor gasbedrijven voor nieuw te bouwen bouwwerken per 1 juli 2018 komt te vervallen, tenzij burgemeester en wethouders het gebied hebben aangewezen als gebied waar aansluiting strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang. De plannen zullen moeten voldoen
41
10
Gemeente Wijdemeren
aan de eisen voor Bijna energieneutrale gebouwen (Beng). De energieprestatie wordt voor bijna energieneutrale gebouwen vastgelegd aan de hand van drie eisen: - De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar; - Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar - Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Deze eisen vervangen de EPC, de huidige eis voor nieuwbouw. Beng is gebaseerd op een driestappenstrategie om een energiezuing ontwerp te maken, de Trias energetica. Duurzaam bouwen in het project De woningen worden aardgasloos uitgevoerd en er worden maximale maatregelen getroffen om de woningen zo energiezuinig mogelijk te realiseren. De woningen zullen moeten voldoen aan de BENG eisen. Welke keuzen worden gemaakt is op dit moment nog niet bepaald. Zeker is wel dat de woningen voorzien worden van zonnepanelen en een installatie die gasloos is. Of dit een individuele warmtepomp wordt op water of lucht of een gecombineerde warmtepomp met ventilatie is op dit moment nog niet bekend. Naast de installaties worden tevens bouwtechnische voorzieningen toegepast om de warmte vast te houden opwarming van het gebouw beperken.
Denk aan: isolatie, triple glas, mogelijkheden om ramen open te kunnen zetten/te ventileren, beperken van grote glasoppervlakken, gebruik van reflecterende in plaats van absorberende bouwmaterialen. In de plannen en de uitwerking van de openbare ruimte wordt stevig voor gesorteerd op dit item. Bij het inrichtingsplan van bureau MAAK is voorgesorteerd op het voorkomen van warmtestress en het vasthouden van het water. De omgeving wordt groen ingericht. Op het terrein wordt voor de parkeervakken met open bestrating gewerkt waarmee het water vertraagd wordt afgevoerd. In het terrein zijn tevens droge greppels voorzien die vollopen bij een hoosbui. Hier wordt het water tijdelijk in geborgen om vervolgens langzaam afgevoerd te worden. Het hemelwater wordt daarbij gescheiden van het vuilwater en wordt afgekoppeld, waarbij het regenwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden en geborgen in bergingsvoorzieningen in de vorm van de droge greppels In het plan wordt ook extra water aangelegd. Uiteraard zal worden voldaan aan de bergingseis van het Waterschap maar wordt aanvullend water toegevoegd. Dat is als zodanig ook aangegeven in het inrichtingsplan. Het bureau Maak heeft hiervoor een inrichtingsplan vervaardigd.
Het bureau zal tevens gevraagd worden de verdere uitwerking op te pakken met het maken van een groenplan In het inrichtingsplan van Maak zijn de afscheidingen uitgevoerd als haag of als takkenhaag. Er komen dus geen harde materialen voor. De exacte uitwerking volgt later in de tweede fase bouwaanvraag zal dit verder duidelijk worden.
42
10
Gemeente Wijdemeren
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1
Waterhuishouding
5.1.1
Algemeen
Waterbeheer en watertoets Vanaf 1 november 2003 is de watertoets van toepassing, een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. In het plangebied wordt het waterbeheer gevoerd door het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. Waternet neemt daarbij de uitvoering van het waterbeheer voor zijn rekening. De rioleringstaak binnen het plangebied valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Wijdemeren. In het kader van de watertoets is over dit uitwerkingsplan overleg gevoerd met de waterbeheerder. Onderstaande waterparagraaf is in overleg met de waterbeheerder opgesteld. Beleid Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Voor het beleidskader op Europees, nationaal en provinciaal niveau wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het bestemmingsplan Nederhorst den Berg.
Waterschapsbeleid Waterbeheerplan Een waterbeheerplan gaat in op de verantwoordelijkheden van het waterschap: zorgen voor voldoende, schoon water en veiligheid achter de dijken. Ook komen de maatschappelijke (neven)taken aan bod: zorgen voor goede en veilige vaarwegen, verbeteren van recreatie- en natuurgebieden en onderhouden van het cultuurhistorisch landschap. Deze verantwoordelijkheden staan beschreven in de Waterwet en de Europese Kaderrichtlijn Water. De beleidsvoorbereidende, uitvoerende en administratieve taken heeft AGV opgedragen aan de stichting Waternet. Het waterbeheerplan gaat over de waterschapstaken van AGV, waarbij AGV wel steeds het oog houdt op de samenhang van deze taken met het geheel van waterketen- en watersysteemtaken, ofwel de watercyclus. Op dit moment is het Waterbeheerplan 2016-2021 van kracht. Keur Het bestuur van het waterschap heeft de Keur vastgesteld. De Keur AGV 2017, het Keurbesluit Vrijstellingen en nadere regels en de Beleidsregels keurvergunningen zijn op 1 november 2017 in werking
43
10
Gemeente Wijdemeren
getreden. De uitgangspunten over hoe om te gaan met water in ruimtelijke plannen zijn beschreven in de Keur. De Keur is een verordening met verbods- en gebodsregels ter bescherming van waterstaat- en waterhuishoudkundige werken en voorzieningen. (Hiervan kan door het waterschap ontheffing worden verleend.) De Keur is erop gericht de wateraan- en afvoer, waterberging en de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast zo goed mogelijk te kunnen garanderen. Door de regels in de Keur worden ook de ecologische kwaliteit van wateren en waterkeringen en de daarmee verbonden natte natuurwaarden zo goed mogelijk beschermd. Compensatie toename verhard oppervlak Met de keurartikelen en beleidsregels die betrekking hebben op het aanleggen van verhard oppervlak draagt AGV bij aan het voorkomen van wateroverlast. Risico's van het aanleggen van verhard oppervlak zijn dat water op die plek niet meer in de bodem kan wegzakken en daardoor wateroverlast veroorzaakt (water op straat) of (door versnelde afstroming) overbelasting van het oppervlaktewater- en/of rioleringssysteem. Vanwege deze risico's stelt AGV voorwaarden aan de vergunningen voor het aanleggen van verhard oppervlak. De belangrijkste voorwaarde is dat de aanvrager het verlies aan infiltratie-/bergingscapaciteit moet compenseren.
Compensatie kan plaatsvinden op verschillende manieren: Door het graven van open water (traditionele berging); Door alternatieve waterberging (of bergingsvoorzieningen): 1. het bestemmen van laaggelegen land, overstroombaar land; 2. het aanleggen van vegetatiedaken; 3. het aanleggen van constructies die bestemd zijn voor de opvang van regenwater. Deze beleidsregels gelden voor situaties met aanleg van verhard oppervlak van meer dan 1000 vierkante meter in stedelijk gebied of glastuinbouwgebied of meer dan 5000 vierkante meter in overig gebied. Legger AGV De legger beschrijft de locatie van wateren, dijken en kunstwerken met de daarbij behorende eisen, onderhoudsverplichtingen en verdeling van verantwoordelijkheden. Op de digitale legger (te raadplegen via www.agv.nl/regels/legger) is in het plangebied geen watergang aangegeven. Net ten westen hiervan is wel de Vecht weergegeven. Rond de Vecht ligt een waterkering met bijbehorende beschermingszone. Zoals uit onderstaande afbeelding blijkt ligt de beschermingszone gedeeltelijk over de westzijde van het plangebied. De woningen worden echter niet in deze zone geprojecteerd zodat zich ten aanzien van deze beschermingszone geen probleem voordoet.
44
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 23: Uitsnede legger waterschap Amstel, Gooi en Vecht
Handboek hemelwater Het Handboek hemelwater gaat over het omgaan met hemelwater dat op verhard oppervlak valt (daken, wegen) en vervolgens afstroomt naar de riolering, de bodem of het oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat hemelwater zoveel mogelijk wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of in de bodem wordt geïnfiltreerd. Hemelwater wordt daarvoor schoon genoeg geacht; maar wanneer het ingezamelde hemelwater te verontreinigd is of verontreiniging van het water niet is te voorkomen dan moet het hemelwater ter plaatse worden gezuiverd. Bij nieuwe lozingen op een vuilwaterriool is het uitgangspunt dat deze alleen plaatsvinden als lozing op of in de bodem, in een openbaar hemelwaterstelsel of in het oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is.
Duurzaam stedelijk waterbeheer in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen Het is van belang de uitgangspunten van duurzaam stedelijk waterbeheer, zoals geformuleerd door Waterschap Amstel, Gooi en Vecht daar waar mogelijk toe te passen. Dit betreft onder andere het minimaliseren van wateroverlast met het oog op klimaatverandering en het optimaliseren van de afvalwaterketen. Waar mogelijk kan de afvalketen kosteneffectief worden verbeterd door het afkoppelen van verhard oppervlak, hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater afgevoerd wordt naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Voor nieuwbouw is dit verplicht. Het gebruik van uitlogende materialen beïnvloedt de kwaliteit van regen- en oppervlaktewater negatief en dient voorkomen te worden (gedurende zowel de bouw- en gebruiksfase alsmede de inrichting van de openbare ruimte). Emissies naar het oppervlaktewater van PAK (teer- en bitumeuze materialen, verduurzaamd hout), lood, zink en koper (via regenwaterafvoer) moeten worden tegengegaan.
45
10
Gemeente Wijdemeren
5.1.2
Situatie plangebied
Huidige situatie water Nederhorst den Berg Het plangebied ligt tussen de Vecht en de Spiegel- en Blijkpolderplas, die onderdeel uitmaakt van het grotere Vechtplassengebied. De Spiegelplas is aangewezen als KRW-waterlichaam (type 'matig groot gebufferd meer'). Volgens de Bodemkaart van Nederland ligt het plangebied in een gebied met grondwatertrap II. Grondwatertrap II duidt op een gemiddeld hoogste grondwaterstand die minder dan 0,4 m beneden het maaiveld ligt, terwijl de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 0,5 m en 0,8 m beneden het maaiveld ligt. De bebouwing in de kern Nederhorst den Berg, en tevens in en rond het plangebied, is aangesloten op een gemengd rioolstelsel, waarbij het afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. 5.1.3
Gevolgen van de beoogde ontwikkeling
Oppervlaktewater Langs de randen van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Dit blijft door de beoogde ontwikkeling ongemoeid. Aan de oostzijde wordt het areaal oppervlakte water zelfs uitgebreid.
Waterkering In de omgeving van het plangebied is een waterkering aanwezig. De waterkering zelf vindt zich buiten het plangebied en in de beschermingszone wordt geen bebouwing opgericht.
Verandering verhard oppervlak Het plangebied is 3416 m2 groot. In de huidige situatie is het plangebied voor een deel verhard (woning, bedrijfsgebouw, ontsluitingswegen en bestrating). In de nieuwe situatie zullen de ontsluitingswegen grosso modo behouden blijven en daarnaast 14 woningen met tuinen gerealiseerd worden. Per saldo blijft de overige verharding ongeveer gelijk door het handhaven van de ontsluitingswegen. In onderstaande tabel is de aanwezige verharding in de bestaande situatie gespecificeerd en vergeleken met de verharding in de nieuwe situatie. Er bestaat dus geen verplichting tot de aanleg van watercompensatie.
46
10
Gemeente Wijdemeren
Afbeelding 24: bestaande en nieuwe situatie voor verharding
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en het vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:
Hemelwater vasthouden voor benutting; (In)filtratie van afstromend hemelwater; Afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; Afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Bij de verdere uitwerking van dit plan tot een bouwplan zal het afkoppelen van schoon hemelwater het uitgangspunt zijn. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen zal duurzaam bouwen als uitgangspunt worden nagestreefd. Dit houdt concreet in dat het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout niet toegepast wordt. 5.1.4
Conclusie
Het aspect waterhuishouding staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
47
10
Gemeente Wijdemeren
5.2
Ecologie
5.2.1
Algemeen
De natuurwetgeving kan worden onderverdeeld in soortbescherming en gebiedsbescherming. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000 gebieden, soorten en houtopstanden. Soortbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt inheemse dieren plantensoorten, waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De Wet natuurbescherming kent een algemene zorgplicht. Dat houdt in dat er niet willens en wetens schade mag worden toegebracht aan beschermde natuurwaarden. Mochten voor of tijdens de uitvoering beschermde soorten worden waargenomen, dan dienen maatregelen te worden getroffen. Gebiedsbescherming wordt eveneens gewaarborgd door de Wet natuurbescherming.. Voor activiteiten met een mogelijk effect op deze gebieden is toetsing aan deze wet noodzakelijk. In de Wro is de bescherming van gebieden, aangemerkt als Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN), vastgelegd. Toetsing hieraan vindt primair plaats bij ruimtelijke procedures en andere vergunningaanvragen. De Wet Natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden en in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet.
De wet voorziet hiermee in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels bestaat uit de omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In de Wet Natuurbescherming zijn regels opgenomen die de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. In de wet is hiervoor een vergunningensysteem opgenomen waarin voorafgaand aan een plan of project de mogelijk schadelijke handelingen worden getoetst.
5.2.2
Toetsing soortbescherming
In het kader van de beoogde ontwikkeling is is ecologisch onderzoek uitgevoerd. De bevindingen zijn opgenomen in het rapport 'Quickscan Wet Natuurbescherming, Herinrichting van kavel Dammerweg 109 te Nederhorst den Berg' (Eelerwoude, 17 juli 2020)'. Dit rapport is opgenomen als bijlage 3 van deze ruimtelijke onderbouwing. Tevens is een aanvullend onderzoek uitgevoerd. De bevindingen van dit aanvullend onderzoek zijn opgenomen in het rapport ‘Nader onderzoek fauna. Faunaonderzoek Dammerweg te Nederhorst den Berg ( Eelerwoude, 5 augustus 2021). In de Wet Natuurbescherming is de provincie primair bevoegd gezag geworden voor bescherming van soorten en natuurgebieden. Voor een aantal ontwikkelingen wordt hierop een uitzondering gemaakt en treedt het Ministerie van EZ op als bevoegd gezag. Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek, de overige verzamelde gegevens en de bevindingen tijdens het veldbezoek is in de quickscan het volgende beargumenteerd. Door de ontwikkeling zal een tijdelijk en klein verlies van leefgebied van overige beschermde soorten worden veroorzaakt. Daarnaast zijn door de provincie Noord-Holland vrijstellingen van de
10
48
Gemeente Wijdemeren
ontheffingsplicht opgesteld. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling van ontheffingsplicht indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Nader onderzoek naar deze overig beschermde soorten (algemeen voorkomende zoogdieren) of een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Indien de zorgplicht in acht wordt genomen en de verstorende activiteiten buiten het broedseizoen plaatsvinden dan zijn er met betrekking tot vogels, vissoorten en amfibieën geen beletsels. Een uitzondering hierop vormt de huismus en de gierzwaluw. De sloop van de woning kan een negatief effect hebben op jaarrond beschermde nesten van deze vogelsoorten. Nader onderzoek is daarom nodig om de aan-, of de afwezigheid van nesten aan te tonen. Afhankelijk van dat onderzoek zijn mogelijk een ontheffing en of mitigerende maatregelen nodig. Tevens is aanvullend onderzoek noodzakelijk naar vleermuizen en kleine marterachtigen. Verblijfplaatsen van vleermuizen in de woning en in bomen kan namelijk niet worden uitgesloten. In het plangebied zijn muizenholen aangetroffen die als rust en of verblijfplaats kunnen dienen voor hermelijn en wezel.
Nader onderzoek met cameravallen en loopbuizen is noodzakelijk om te bepalen of het plangebied voor deze soorten een functie heeft. Ter uitvoering van de aanbevelingen heeft een nader onderzoek plaatsgevonden. Het reeds vermelde rapport is opgenomen als bijlage 4 bij deze onderbouwing. Uit het faunaonderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de beschermde soorten: gewone dwergvleermuis en huismus. Echter er zijn geen verblijfplaatsen binnen het plangebied vastgesteld en het betreft geen essentiële leefgebieden. De huismussen gebruiken het plangebied als (foerageer) onderdeel van hun leefgebied, met name de (groene) haag op de grens van het plangebied, die een vaste schuil-, en rustplaats biedt. Negatieve effecten van de werkzaamheden kunnen vermeden worden door afstand te houden van de haag en of buiten het broedseizoen te werkten. Door overdag te werkten en geen extra verlichting te plaatsen wordt negatieve effecten op vleermuizen vermeden. Met de voorgenomen werkzaamheden wordt dan ook niet verwacht dat de gunstige staat van genoemde soorten in het geding komt, vooral niet als overdag en buiten het broedseizoen wordt gewerkt. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. 5.2.3 Toetsing gebiedsbescherming Zoals hiervoor is gesteld, gaat de Wet natuurbescherming zowel over soortenbescherming als over gebiedsbescherming.
Voor wat betreft gebiedsbescherming onderscheiden we twee zaken namelijk de directe invloed van de ontwikkelingen van het plangebied op het Natura 2000-gebied en de indirecte invloed ervan. In het laatste geval spreken we ook wel over de externe werking. Het gaat dan om ontwikkelingen buiten het Natura 2000 gebied die invloed hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied. In het kader van de beoogde ontwikkeling is ecologisch onderzoek uitgevoerd. De bevindingen zijn opgenomen in het rapport 'Quickscan Wet Natuurbescherming, Herinrichting van kavel Dammerweg 109 te Nederhorst den Berg' (Eelerwoude, 17 juli 2020)'. Het rapport is opgenomen als bijlage 3 bij dit document. Directe invloed Voor de directe aantasting is het van belang om te beoordelen of het plangebied gesitueerd is binnen het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Uit de kaart van de begrenzing van dit gebied
10
49
Gemeente Wijdemeren
blijkt dat dit niet het geval is. De beoogde planontwikkeling leidt dus niet tot areaalverlies of versnippering binnen het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.
Afbeelding 25: Begrenzing Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen
Indirecte invloed De wet voorziet eveneens in het beschermen van het gebied tegen handelingen buiten het Natura 2000gebied met een mogelijk negatief effect op de beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten. Dit is geregeld op basis van de zogenaamde externe werking. De stikstofbelasting als gevolg van dit project is aangetoond door middel van een aerius-berekening, welke als bijlage bij dit document is gevoegd. Deze berekeningen met AERIUS Calculator maken duidelijk dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op een van de habitattypen van de omliggende Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit geldt voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Van geen enkel Natura 2000-gebied zijn de instandhoudingsdoelstellingen in het geding.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Wanneer (kleine) natuurgebieden en de daarin voorkomende soorten geïsoleerd komen te liggen, bijvoorbeeld door bebouwing en infrastructuur, bestaat het risico dat soorten niet kunnen overleven en het natuurgebied zijn waarde verliest. Door het aaneenschakelen van natuurgebieden wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van deze achteruitgang van natuur en biodiversiteit (veelheid van soorten). Provincies wijzen de NNNgebieden aan en deze worden op hun beurt vastgelegd in ruimtelijke plannen van de gemeenten. De ecologische hoofdstructuur is planologisch beschermd met het ‘nee, tenzij’-principe. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan als zij het gebied aantasten, tenzij er geen alternatieven zijn en de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Schadelijke effecten op de natuur dienen te worden gecompenseerd.
50
10
Gemeente Wijdemeren
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk. De kortste afstand tot een als NNN aangewezen gebied, aan de zuidoostzijde van het plangebied, is ongeveer 140 meter. Met de voorgenomen planontwikkeling is er geen sprake van directe vernietiging van het NNN. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuur Netwerk is eveneens geen sprake.
5.2.4
Conclusie
Soortbescherming Uit het rapport 'Quickscan Wet Natuurbescherming, Herinrichting van kavel Dammerweg 109 te Nederhorst den Berg' (Eelerwoude, 17 juli 2020)' blijkt date r nader onderzoek noodzakelijk is ten aanzien van vleermuizen, kleine marterachtigen, huismus en gierzwaluw. Dit onderzoek zal uitgevoerd worden. Indien de zorgplicht in acht wordt genomen en de verstorende activiteiten buiten het broedseizoen plaatsvinden, dan zijn er, onverminderd het voorgaande, met betrekking tot beschermde soorten geen beletsels. Gebiedsbescherming Voor de herontwikkeling van het plangebied aan de Dammerweg 108-109 te Nederhorst den Berg kunnen significante negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen worden uitgesloten. Met de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Het plangebied ligt op ongeveer 200 meter van begrensd NNN-gebied. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN.
Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
5.3
Bodem
5.3.1
Algemeen
In de Bouwverordening is wettelijk geregeld dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom moet bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld worden gebracht. Het bodemonderzoek mag niet meer dan vijf jaar oud zijn en moet een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend bodemonderzoek plaats te vinden. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken. 5.3.2
Situatie plangebied
Op het perceel is een bodemonderzoek uitgevoerd (Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek, Dammerweg 108-109 te Nederhorst den Berg, Lievense Milieu B.V., 30 juni 2020). Het bodemonderzoek is opgenomen als bijlage 3 van deze ruimtelijke onderbouwing. Het doel van het bodemonderzoek is vast te stellen of in het plangebied sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater.
10
51
Gemeente Wijdemeren
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is in 2014 een historisch vooronderzoek uitgevoerd en in 2015 een vervolgonderzoek. Hieruit is naar voren gekomen dat de wasserij is gebouwd in 1954 en de woning in 1967. In 1990 is een noodgebouw geplaatst aan de achterzijde van de wasserij. Sindsdien hebben er geen wijzigingen meer plaatsgevonden aan de panden. Vanaf 1954 zijn wasserijen van verschillende eigenaren op de locatie gevestigd geweest. Inmiddels zijn de bedrijfsactiviteiten al geruime tijd beëindigd. Historisch is de locatie goed gedocumenteerd door zeer veel onderzoeken. Hierin is bodemverontreiniging aangetoond met vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl), minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX). Uit het bodemonderzoek uit 2020 kan het volgende worden geconcludeerd: • zintuiglijk zijn over de gehele locatie zwakke tot matige bijmengingen met baksteen en/of kolengruis waargenomen vanaf het maaiveld tot circa 1,0 m-mv. Ter plaatse van de demping is tot maximaal 1,5 m-mv puinbijmengingen en overige bodemvreemde materialen zoals touw, ijzer en doek waargenomen; • ter plaatse van de vml. chemische wasserij zijn tot de einddiepte van 5 m-mv zwakke tot sterke oplosmiddelgeuren waargenomen.
Ter plaatse van de demping zijn tot maximaal 3,0 zwakke tot sterke olie-waterreacties aangetoond; • ter plaatse van de deellocaties ‘weiland’ en de ‘Dammerweg 108/109’ zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond; • ter plaatse van de puinverharding van het toegangspad is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond; • uit de analyseresultaten blijkt verder dat de grond ter plaatse tot de einddiepte van 5,0 m-mv sterk verontreinigd is met VOCl’ s. Daarnaast zijn verhoogde gehalten PFOS aangetoond, waarbij de toetsingswaarde voor Industrie wordt overschreden. In het freatisch grondwater is een sterke verontreiniging met barium, xylenen, naftaleen en VOCl’s aangetoond (overschrijding interventiewaarden); • ter plaatse van de voormalige watergang is sprake van een sterke verontreiniging met zware metalen, PAK’s, PCB’s, VOCL’s en minerale olie in het dempingsmateriaal. Tevens is een verhoogde gehalte PFOS aangetoond, waarbij de toetsingswaarde voor Industrie wordt overschreden. In het grondwater zijn sterk verhoogde gehalten barium, xylenen, naftaleen en VOCl’s aangetoond (overschrijding interventiewaarden). Het betreft een historisch geval van bodemverontreiniging.
De verontreiniging met zware metalen en asbest in grond is te relateren aan de bijmengingen in de bodem en de ophooglaag/verhardingslaag op het terrein; Met het uitgevoerde bodemonderzoek is de omvang van de VOCl-verontreiniging in de grond ter plaatse van de chemische wasserij in horizontale richting in voldoende mate afgeperkt. Er heeft in de verticale richting geen nadere afperking plaatsgevonden. De omvang van de grondwaterverontreiniging is in horizontale richting nog onvoldoende in beeld gebracht. Ook is de omvang van de bodemverontreiniging ter plaatse van de voormalige watergang richting het perceel Dammerweg 104 niet nader afgeperkt. Gelet hierop zal een aanvullend onderzoek uitgevoerd worden om hier duidelijkheid over te krijgen. De grondwatersanering vindt plaats sinds 2019 en sindsdien blijkt uit de monitoring dat deze succesvol verloopt. In 2021 is een saneringsplan ingediend bij het bevoegd gezag om de bodem zodanig te saneren dat deze geschikt wordt voor woningbouw. Het bevoegd gezag beoordeelt dit saneringsplan
52
10
Gemeente Wijdemeren
en heeft aangegeven dat er geen aanleiding is om de omgevingsvergunning 1e fase niet te verlenen. Enerzijds omdat er gesprekken in gang zijn gezet om de bodem duurzaam geschikt te maken voor woningbouw en anderzijds omdat er op een later moment (in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning 2e fase (oude bouwvergunning)) nog steeds de mogelijkheid is om de aanvraag te weigeren. Ook is er dan nog de mogelijkheid om met de omgevingsvergunning 2e fase in te stemmen onder de voorwaarde dat de omgevingsvergunning pas in werking treedt nadat met het saneringsplan is ingestemd. Daarmee is gewaarborgd dat geen woningbouw zal plaatsvinden op grond die daar niet voor geschikt is. Wanneer de beschikking voor de sanering door de Omgevingsdienst wordt afgegeven, zullen de saneringswerkzaamheden worden begeleid door een onafhankelijk milieukundig begeleider en door het bevoegde gezag. De grond wordt ook eerst gesaneerd voordat met de bouw kan worden begonnen. Dit leidt tot schone grond en geen afschuiving van vuile grond naar omliggende percelen. De ontwikkelaar zal voor de start van het saneringsproces de omwonenden over dit proces informeren.
5.3.3
Conclusie
Voor de ontwikkeling van de locatie dient een bodemsanering plaats te vinden. Er is een kostenraming opgesteld, waarmee de haalbaarheid van het plan wordt aangetoond. De saneringskosten zijn niet zodanig hoog dat het plan niet uitvoerbaar is. Verder biedt de Wet bodembescherming, mede gelet op de uitspraak vaan de Raad van State (ECLI:NL:RVS 4068) voldoende mogelijkheden voor de sanering van de bodemverontreiniging. Het aspect bodem staat de ontwikkeling niet in de weg.
5.4
Cultuurhistorie en archeologie
5.4.1 Cultuurhistorie Het Besluit ruimtelijke ordening regelt dat het aspect cultuurhistorie een volwaardige plaats moet krijgen binnen het toetsingsstelsel van de ruimtelijke ordening. Het gaat daarbij om cultuurhistorie in de breedste zin dus zowel om gebouwen, landschap als cultuurhistorie in de bodem. In dit geval kan over cultuurhistorie het volgende opgemerkt worden. Binnen het plangebied zijn geen monumenten of andere cultuurhistorische waardevolle gebouwen gesitueerd. Daarnaast zijn er op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart geen bijzonderheden aangegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat er geen kades en legakkers in het plangebied aanwezig zijn en dat er landschappelijk juist een doorzicht naar het open landschap gereconstrueerd wordt. 5.4.2
Archeologie
Het huidige archeologiebeleid komt voort uit het Europese Verdrag van Malta dat in 1992 door Nederland is ondertekend om archeologische resten beter te beschermen. De uitgangspunten zijn in 2007 in de nationale wetgeving (de Monumentenwet) opgenomen. Sindsdien ligt de zorgtaak voor archeologie bij gemeenten. In de raadsvergadering van 29 september 2011 is het archeologiebeleid voor de gemeente Wijdemeren
53
10
Gemeente Wijdemeren
vastgesteld. Door middel van regimes geeft het gemeentebestuur aan welk niveau van het archeologiebeleid in een bepaald gebied als redelijk kan worden beschouwd. De regimes bestaan uit een oppervlaktegrens met een diepte-eis. De regimes zijn tot stand gekomen op basis van onderzoek naar archeologische waarden, de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied, de bodemopbouw en eventueel recente bodemverstoringen. Indien een bouwplan kleiner is dan de voor het gebied aangegeven criteria, speelt archeologie geen rol bij het planproces. De term 'project' duidt op de oppervlakte van het bouwwerk of van de geroerde grond door werken waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Het archeologiebeleid is zoveel mogelijk doorvertaald in de bestemmingsplannen. Voor de omgeving van het plangebied geldt in beginsel een onderzoeksplicht bij projecten groter dan 500m2 en dieper dan 40 cm.
Afbeelding 26: Uitsnede beleidskaart archeologie met in rood ligging plangebied
In het vigerend bestemmingsplan is daarom rondom de verdwenen molen een aanduiding 'Waarde Archeologie-3' opgenomen. Voorafgaand aan de ontwikkeling moet een archeologisch onderzoek worden gedaan.
5.4.3
Situatie plangebied
Op het perceel is een archeologisch voor onderzoek uitgevoerd door het Bureau RAAP d.d. 18 januari 2021in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). Het onderzoek vond plaats in het kader van een afwijking van het bestemmingsplan.Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge verwachting voor archeologische resten uit de ijzertijd en Romeinse tijd. Deze verwachting hangt samen met een verwachte bodemopbouw van Zuiderzeeafzettingen die oeverafzettingen van de Vecht afdekken. In de top van Zuiderzeeafzettingen kunnen archeologische resten worden verwacht uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Indien er geen Zuiderzeeafzettingen aanwezig zijn, kunnen in de intacte top van oeverafzettingen van de Vecht archeologische resten kunnen worden verwacht vanaf de ijzertijd-Romeinse tijd. Voor de middeleeuwen en nieuwe tijd gold al een lage verwachting voor archeologische sporen die verband houden met bewoning. Uit het booronderzoek blijkt een bodemopbouw aanwezig te zijn van opgebracht en verstoorde grond op verstoorde oeverafzettingen van de Vecht. Verder van de Vecht af is enkel veen aanwezig
54
10
Gemeente Wijdemeren
in de ondergrond. Er zijn geen Zuiderzeeafzettingen aangetroffen in de boringen. Door de afwezigheid van een afdekkende laag op de oeverafzettingen van de Vecht, is de top van de oever verstoord. De ondiepe ligging van deze oeverafzettingen heeft tot gevolg gehad dat de top is opgenomen in de bouwvoor en is verstoord door (bouw)activiteiten ter plekke van en rondom de woning en het bedrijfspand. In hoeverre de top van de oeverafzettingen is vergraven of verstoord, is echter onbekend. Er is geen archeologische vondstlaag aanwezig uit de perioden ijzertijd t/m nieuwe tijd, en er is mogelijk alleen een (diep) sporenniveau uit de Romeinse tijd of ijzertijd aanwezig in de intacte oeverafzettingen. De verwachting voor archeologische resten van de ijzertijd Romeinse tijd kan naar beneden worden bijgesteld naar laag. De lage verwachting voor archeologische resten van de middeleeuwen en nieuwe tijd blijft gelijk. De nieuwbouw wordt voornamelijk gepland ter hoogte van het huidige woonhuis en het bedrijfspand, en ter plekke van boring 1 en boring 5. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de kans dat er in het plangebied archeologische resten bedreigd worden, nihil is. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
5.4.4 Conclusie Op basis van het archeologisch onderzoek is geconcludeerd dat er sprake is van een zodanige verstoring van het bodemmateriaal, dat geen sprake meer is van de kans op bedreiging van archeologische waarden door de realisatie van het plan.. Het aspect archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten.
55
10
Gemeente Wijdemeren
In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Bij een milieucategorie behoort een minimale afstand (richtafstand) tot een rustige woonwijk. Milieucategorie Richtafstand
1 10
2 30
3.1 50
3.2 100
4.1 200
4.2 300
5.1 500
5.2 700
5.3 1.000
6 1.500
Deze richtafstanden worden gemeten tussen de grens van de bestemming met milieubelastende activiteiten en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het ruimtelijk plan mogelijk is. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. In geval van een gemengd gebied mag de richtafstand met één categorie verlaagd worden. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving.
5.5.2
Situatie plangebied
Gemengd gebied In de nabijheid van het plangebied zijn op korte afstand naast woningen, ook bedrijven, een horecainrichting en een vrij forse jachthaven aanwezig. Het onderhavige plangebied is volgens de VNGsystematiek dan ook te typeren als 'gemengd gebied'. Dammerweg 106 en 91: voldaan wordt aan de richtafstand Op de Dammerweg 106 is een restaurant aanwezig en op de Dammerweg 91 een bloemist. Beide zijn aan te merken als een milieucategorie 1 inrichting. Nu er sprake is van een gemengd gebied dient een afstand van 0 meter in acht te worden genomen. Uiteraard wordt voor beide inrichtingen aan deze afstand voldaan. Dammerweg 102-103: voldaan wordt aan de richtafstand Op de Dammerweg 102-103 zijn bedrijven tot milieucategorie 3.1 toegestaan wat neer komt op een richtafstand van 30 meter van het plangebied. De daadwerkelijke afstand is ongeveer 40 meter zodat aan deze richtafstand voldaan wordt. Op de Eilandseweg 2 ligt dezelfde bestemming maar hier is de afstand tot het plangebied ruim 80 meter zodat ook hier geen probleem optreedt. Dammerweg: jachthaven: er wordt niet voldaan aan de richtafstand Tot slot is er aan de Dammerweg een jachthaven aanwezig. Voor deze categorie wordt in een gemengd gebied een afstand van 30 m aanbevolen tussen de perceelsgrens van een bedrijf en de gevel van een woning vanwege het aspect geluid.