CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01 Ruimtelijke onderbouwing 25 april 2022

gemeenteraad 22 september 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Afgeven Verklaring van geen bedenkingen Dammerweg 108-109 (Het geamendeerde voorstel is unaniem aangenomen)20.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze afstand wordt niet gehaald omdat het bouwvlak van de jachthaven op slechts enkele meters van de dichtstbijzijnde nieuwe woningen ligt. Dit betekent dat in het kader van een goed woon- en leefklimaat in het akoestisch onderzoek het leefklimaat nader beschouwd moet worden. In het 'Akoestisch onderzoek Dammerweg 108-109, (het geluidBuro, 19 april 2022, 1394 GT-108-109 W003 19-04- 2022 V2.1)' is op dit aspect dan ook nader ingegaan. Het desbetreffende rapport is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Dammerweg jachthaven: er wordt niet voldaan aan de gemiddelde norm van 50 dB(A) in de dagperiode In het zojuist genoemde akoestisch rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen: •

Grenswaarden voor het gemiddelde geluid en

10

56

Gemeente Wijdemeren

•

Grenswaarden voor piekgeluiden die maximaal mogen optreden op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen en in aanpandige geluidgevoelige bestemmingen ten gevolge van de activiteiten van het bedrijf.

De hoogte van de grenswaarden is afhankelijk van het tijdstip waarop de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Er is een gemaakt in een dag-, avond- en nachtperiode.

Tabel 1 Geluidnormen Activiteitenbesluit, bron: akoestisch onderzoek Geluidburo d.d. 19 april 2022

In de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering is opgenomen dat, indien niet wordt voldaan aan de richtafstand vrijstelling hiervan mogelijk is met nadere motivering tot maximaal 55 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 70 dB (A) voor het maximale geluidniveau en 65 dB(A) voor de verkeersaantrekkende waarde. Of voldaan wordt aan deze nomen wordt beoordeeld aan de hand van de representatieve bedrijfssituatie. Deze dient betrekking te hebben op een voor de geluiduitstraling van het bedrijf kenmerkende bedrijfsvoering bij volledige capaciteit van het bedrijf. In het genoemde akoestisch onderzoek zijn twee representatieve bedrijfssituaties onderzocht en beschreven, hierna afgekort als RBS 1 en RBS 2. RBS 1 betreft een dag in het voor-en het najaar, RBS 2 een dag in de zomer. Gemiddelde niveau Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat het gemiddelde geluidniveau ten gevolge van de representatieve bedrijfssituatie in het voor-/ of najaar (RBS 1) maximaal 55 dB(A) in de dagperiode is. Maatgevend voor dit niveau zijn de onderhoudswerkzaamheden / schuren aan boten die dichtbij de nieuwe woningen gestald staan, samen met het rijden van de tractor en de botenlift op het achterterrein. In RBS 2 bedraagt het gemiddelde geluidniveau maximaal 53 dB(A) in de dagperiode.

Maximale niveau De maximale geluidniveaus op de gevels van de nieuw te bouwen woningen zijn in RBS 1 niet hoger dan 68 dB(A) in de dagperiode en voldoen. In RBS 2 niet hoger dan 67 dB(A) in de avond- en 66 dB(A) in de nachtperiode. Maatgevend is het dichtslaan van de portieren van parkerende auto’s die nabij de nieuw te bouwen woningen worden geparkeerd. De maximale geluidniveaus in RBS 2 voldoen niet aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Geluidreducerende maatregelen 1.

Verplaatsing van de meest belaste woningen

Bezien is of de woningen die het zwaarst belast worden, kunnen worden verplaatst naar de locatie waarop het parkeerterrein is gepland. Een dergelijke verplaatsing leidt tot een stedenbouwkundige ongewenste spreiding van de woningen over het gebied. De woningbouw en het parkeren zullen zo veel

57

10

Gemeente Wijdemeren

te versnipperd worden. Thans is een belangrijke kwaliteit in het plan dat de woningen worden geconcentreerd en dat het parkeren separaat wordt afgewikkeld. Verplaatsing van de woningen vanwege het aspect geluid zou aan deze stedenbouwkundige opzet te veel afbreuk doen. 2.

Geluidsscherm

Op de perceelsgrens wordt een geluidabsorberend akoestisch scherm gerealiseerd Dit moet een gesloten scherm zijn van ten minste 2 meter hoog en een massa van tenminste 10 kg/m2 tussen de woningen 5,6 en 7 en het perceel van de jachthaven en de totstandkoming en instandhouding daarvan dient in een voorwaardelijke verplichting in de omgevingsvergunning te worden geborgd. Als een dergelijk scherm wordt geplaatst, voldoen de langtijdgemiddelde geluidniveaus zowel in het na- als in het voorseizoen (RBS 1) als op een representatieve zomerdag (RBS 2) aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Echter dit scherm is voor de piekgeluiden in de avond- en nachtperiode niet doelmatig. Op het terrein van de jachthaven kunnen organisatorische maatregelen kunnen worden getroffen om het dichtslaan van portieren in de nachtperiode nabij woning 5,6 en 7 tijdens het vaarseizoen te voorkomen of tot een minimum te beperken. Dit kan mogelijk het beste gerealiseerd worden door nabij het akoestisch scherm een bord te plaatsen met het verzoek in verband met de avond en nachtrust de auto’s een stukje verder te parkeren. Voor de maximale geluidniveaus in de nachtperiode is een niveau van 66 dB(A) acceptabel.

Dit omdat als achter de geluidbelaste gevels geluidgevoelige (verblijf)ruimten gesitueerd zijn, voldaan moet worden aan het binnenniveau van LAmax van 45 dB(A) in de nachtperiode. Voor nieuwe woningen geldt op grond van het Bouwbesluit, een gevelwering van minimaal 20 dB en zelfs wordt wel een gevelwering van 21 dB gehaald. Opgemerkt wordt dat bij een piekgeluid van 66 dB(A) en een gevelwering van 21 dB voldaan wordt aan het binnenniveau (45 dB(A)), waarbij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Anders kan voor de hogere maximale geluidniveau in een zomernacht een maatwerkvoorschrift worden opgesteld. 5.1.1

Conclusie

Uit oogpunt van milieuzonering wordt alleen voor de afstand tussen jachthaven en de nieuwe woningen niet voldaan aan de richtafstand. Op basis van de Brochure bedrijven en milieuzonering is bezien in hoeverre vrijstelling van deze richtafstand verantwoord is vanuit een goede ruimtelijke ordening. Daarbij is overwogen dat voor de gemiddelde geluidsbelasting maximaal 55 dB(A) is, maar dat deze vooral bepaald wordt door de onderhoudswerkzaamheden / schuren aan boten die dichtbij de nieuwe woningen gestald staan, samen met het rijden van de tractor en de botenlift op het achterterrein. Door middel van de plaatsing van een akoestisch scherm wordt bereikt dat kan worden voldaan aan de richtwaarden uit het Activiteitenbesluit en de Brochure bedrijven en milieuzonering. De plaatsing van het scherm zal worden opgenomen in een voorwaardelijke verplichting. Voor de overschrijding van de maximale waarden is relevant dat deze zich alleen voordoet tijdens het vaarseizoen en kan worden voorkomen of beperkt door het nemen van organisatorische maatregelen bijvoorbeeld het plaatsen van een bord en dat het vereiste binnenniveau van de woningen van maximaal 45 dB(A) voldoende kan worden gegarandeerd.

5.2

Luchtkwaliteit

5.2.1

Algemeen

58

10

Gemeente Wijdemeren

Tussen de luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening is een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor een aantal luchtvervuilende stoffen.

Wet milieubeheer Voor luchtkwaliteit is de Wet luchtkwaliteit van toepassing. Deze Wet, onderdeel van de Wet milieubeheer, is onder meer verder uitgewerkt in het Besluit niet in betekenende mate (nibm) en de Regeling niet in betekenende mate (nibm). In het Besluit niet in betekenende mate is vastgelegd dat wanneer een ontwikkeling niet meer bijdraagt dan 3% aan de grenswaarde, deze niet hoeft getoetst te worden aan de wettelijke grenswaarden. Doorvertaald betekent dit, dat meer dan 1,2 microgram per m3 wordt aangemerkt als in betekenende mate. In de Regeling niet in betekenende mate is dit doorvertaald naar 1.500 woningen.

Wet ruimtelijke ordening Ruimtelijke plannen die procedures doorlopen conform de Wet op de ruimtelijke ordeningen dienen te voldoen aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen die afgewogen dient te worden. De luchtkwaliteit moet geschikt zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de luchtkwaliteitsituatie en te bepalen of de mate van blootstelling acceptabel is.

5.2.2

Situatie plangebied

Het project behelst maximaal 14 woningen en zal dus niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plekke. Om de aanwezige luchtkwaliteit nader te beschouwen is gebruik gemaakt van de NSL monitoringstool voor fijnstof (PM 2,5 en PM10) en stikstofoxide. Uit de monitoringstool blijkt dat het hele plangebied, voor alle jaren, in de laagste categorie scoort zodat gesteld kan worden dat de luchtkwaliteit ter plekke goed is. Ter plaatse van het onderhavige plangebied zal er vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat.

5.2.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

5.3

Geluid

5.3.1

Wet geluidhinder

In de Wet geluidhinder zijn geluidhindernormen voor toelaatbare equivalente geluidsniveaus opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in buitennormen (geluidsbelasting op de gevel) en binnennormen (binnenwaarde). De geluidhindernormen gelden voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidszone van een weg. Een geluidszone is een aandachtsgebied aan weerszijden van een weg waarbinnen de geluidhindernormen van de Wet geluidhinder van toepassing zijn.

10

59

Gemeente Wijdemeren

5.3.2

Geluidszone wegverkeerslawaai

De breedte van geluidszones langs wegen is afhankelijk van de aard van de weg en is vermeld in onderstaande tabel.

Wanneer een nieuw bestemmingsplan het mogelijk maakt geluidsgevoelige bebouwing in de geluidszone van een weg te realiseren, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Deze regelt geldt ook voor de onderhavige ruimtelijke procedure. Bij de uitvoering van het akoestisch onderzoek wordt het ‘Rekenen meetvoorschrift geluidhinder 2012’ gehanteerd. 5.3.3

Geluidhindernormen wegverkeerslawaai

De normstelling in de Wet geluidhinder bestaat uit een voorkeursgrenswaarde en een maximaal aan te vragen ontheffingswaarde. In de Wet geluidhinder worden grenswaarden gesteld voor de dosismaat Lden. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel. De geluidsbelasting ten gevolge van de betreffende wegen wordt beschouwd aan de hand van de grenswaarden voor stedelijke weg.

Op basis van artikel 110g Wet geluidhinder en artikel 3.4 van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ mag er op de geluidsbelasting vanwege een weg, op de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen, een aftrek worden toegepast in verband met het stiller worden van het verkeer in de toekomst.

5.3.4

Ontheffingsmogelijkheden

Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, kan binnen de systematiek van de Wet geluidhinder door de gemeente Wijdemeren een hogere grenswaarde (ontheffing op de geluidsbelasting) worden verleend. De gemeente Wijdemeren heeft geen geluidsbeleid. Voor de ontheffing dienen daarom de ontheffingscriteria uit de Wet geluidhinder toegepast te worden. Voorwaarde voor het verlenen van ontheffing van hogere grenswaarden is dat het toepassen van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend is, of overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard een rol spelen. Het onderzoeken en toepassen van maatregelen gebeurt in de volgende volgorde:

60

10

Gemeente Wijdemeren

Bronmaatregelen, zoals het toepassen van geluidsdempers voor railverkeer, het reduceren van de hoeveelheid verkeer, het aanpassen van de rijsnelheid of het toepassen van geluidsreducerend wegdek; Overdrachtsmaatregelen, zoals geluidsschermen of -wallen; Ontvangermaatregelen, zoals het toepassen van gevelisolatie; Het aanvragen van ontheffing. In situaties waarbij de maximaal toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden, kan een dove gevel worden toegepast om woningbouw toch mogelijk te maken. Een dergelijke gevel heeft geen te openen delen in geluidsgevoelige ruimtes, waardoor toetsing aan de geluidsnormen niet is vereist. De binnenwaarde in de woning van 33 dB dient wel te worden gewaarborgd. Prestatie-eisen ten aanzien van de minimale geluidswering van de buitengevel van woningen en andere gebouwen zijn beschreven in het Bouwbesluit. Bij het vaststellen van de minimale geluidswering dient de maximaal toelaatbare binnenwaarde gebaseerd op de Wet geluidhinder als uitgangspunt te worden gehanteerd. Bij de bepaling van de minimale geluidswering van de gevel wordt uitgegaan van de cumulatieve geluidsbelasting van wegen exclusief de correctie volgens artikel 110g Wgh.

5.3.5

Situatie plangebied

De Dammerweg verbindt Nederhorst den Berg, via de N236, met Weesp en Hilversum. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van zowel de Dammerweg. Hinderdam en de Eilandseweg. Op deze drie wegen geldt een snelheidsregime van 60 kilometer per uur. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de akoestische kwaliteit nader te beschouwen. Ook het aspect van een goede ruimtelijke ordening is in dit rapport meegenomen. Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Uit het akoestisch onderzoek 'Akoestisch onderzoek Dammerweg 108-109, (het geluidsBuro, 10 augustus 2020)' blijkt dat de geluidbelasting vanwege de N523 Dammerweg op enkele beoordelingspunten, de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Op de beoordelingspunten wordt wel voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Voor wat betreft de Hinderdam en de Eilandseweg wordt wel voldaan aan de voorkeurgrenswaarde. Verder blijkt uit het rapport dat als de bestaande asfaltverharding vervangen zou worden door een stiller asffalt de geluidbelasting ten gevolge van deze weg met circa 3 dB zal afnemen. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet behaald, zodat een maatregel aan de bron geen reële optie is.

Overdrachtsmaatregelen in de vorm van het realiseren van een geluidswal / -scherm, is gelet op de beperkte omvang van het plan en de benodigde omvang, met name vanuit kostentechnisch en stedenbouwkundig oogpunt, een bezwaar. Gelet op het voorgaande is het advies om de gemeente Wijdemeren een besluit hogere waarde te laten nemen voor deze ontwikkeling. Verder zijn vanuit een goede ruimtelijke ordening Charley’s Diner en Lodewijkx Boating en Watersport De Rietlanden nader beschouwd. Verwezen wordt naar paragraaf 5.5. 5.3.6

Conclusie

Op basis van de resultaten van het akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de geluidbelasting vanwege de Dammerweg de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Omdat wel voldaan wordt aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB, kan er echter een besluit hogere waarde door

61

10

Gemeente Wijdemeren

de gemeente Wijdemeren worden genomen. Verder blijkt dat de ontwikkeling van de woningen, voor wat betreft het aspect akoestiek, voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Wettelijk kader Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vormen de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de onderliggende regelgeving het beleidskader. Dit pakket van wet- en regelgeving zal worden geactualiseerd vanwege de introductie van het Basisnet voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit beleid is nog niet van kracht. Het beleid voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden.

Het PR wordt 'vertaald' als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden.

5.4.2

Situatie plangebied

Op de risicokaart van de provincie Noord-Holland worden, in samenwerking met gemeenten, het Rijk en andere partijen, de gegevens van risicovolle inrichtingen onder bevoegd gezag van de gemeenten en het Rijk opgenomen. Uit onderstaande risicokaart blijkt dat de locatie niet in de invloedssfeer ligt van risicobronnen.

62

10

Gemeente Wijdemeren

Afbeelding 27: Uitsnede risicokaart met in rood ligging plangebied

5.4.3

Conclusie

In de omgeving zijn geen relevante risicobronnen aanwezig. De beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot het ontstaan van een plaatsgebonden risico of een verhoging van het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

5.5

Kabels en leidingen

In het kader van een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van kabels en leidingen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig.

5.6

Milieu-effectrapportage In de Wet milieubeheer en in het besluit Milieu effect rapportage (m.e.r.) staan de uitgangspunten van het milieubeleid beschreven. Hierin staat tevens vermeld wanneer er een m.e.r. rapportage moet worden toegepast en of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Gelet op het bepaalde in het besluit milieueffectrapportage is beoordeeld of voor deze ontwikkelingen het opstellen van een milieueffectrapport vereist is. De ontwikkeling komt niet voor op de C lijst. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, is opgenomen in onderdeel D 11.2 van het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. is onderdeel D verdeeld in vijf kolommen. Kolom 0: het nummer van de activiteit Kolom 1: de activiteit Kolom 2: de gevallen hier staan drempelwaarden voor de activiteit benoemd Kolom 3: de kaderstellende plannen waar een activiteit in kan worden vastgelegd Kolom 4: de besluiten waar een activiteit in kan worden vastgelegd. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, dan moet worden nagegaan of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Dit vindt plaats via de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze geldt zowel voor kaderstellende plannen als voor besluiten.

63

10

Gemeente Wijdemeren

Hier geldt dat beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige effecten voor het milieu kunnen hebben. Dit beoordelingsvereiste geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². In dit geval gaat het om een zeer beperkt oppervlak van het plangebied en in totaal 14 woningen. Dat betekent dat het hier gaat om een ontwikkeling die wel voorkomt in onderdeel D 11.1 van het Besluit m.e.r maar onder de drempelwaarde ligt. In een dergelijke situatie is dus een vormvrije MER vereist, welke in deze paragraaf is opgenomen. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen MER noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. Kenmerken van het project Sprake is van een geringe omvang van het plangebied, terwijl er geen cumulatie is met andere projecten. Evenmin is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan de orde. Voorts is er geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van verderop gelegen milieubelastende activiteiten.

Risico van ongevallen speelt eveneens niet bij de voorgestelde functiewijziging. Plaats van het project Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden of Natuurnetwerk Nederland. In de directe nabijheid van het plangebied zijn verder geen speciale beschermingszones aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn, zodat geen beperkingen te verwachten zijn. Kenmerken van het potentiële effect Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op de bevolking. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorgenomen plan geen ontwikkeling omvat die aanzienlijke milieueffecten zal hebben.

64

10

Gemeente Wijdemeren

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conceptfase Over het plan heeft de initiatiefnemer meerdere malen gecommuniceerd met omwonenden. In het aanvankelijke plan waren 6 appartementen opgenomen in de sociale sector. Deze plannen zijn besproken met de naaste omgeving. De appartementen stuitten op bezwaren i.v.m. hun privacy en het landschappelijk beeld In het participatie traject met de buurt zijn de appartementen vervangen voor 5 sociale huurwoningen bestaande uit een woonlaag met kap. De plannen zijn dus aangepast naar aanleiding van het participatietraject. De concept ruimtelijke onderbouwing dient te worden toegezonden aan diverse instanties, waaronder de provincie Noord-Holland en het waterschap. De binnengekomen reacties worden in een Inspraaknota samengevat en van een reactie voorzien. Op 21 mei 2021 heeft de Omgevingsdienst voor wat betreft het aspect “bodem” aangegeven geen aanleiding te zien om de omgevingsvergunning voor de eerste fase niet te verlenen. Ontwerpfase Voor de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing stelt artikel 3.10 van de Wabo dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Awb (Algemene wet bestuursrecht) Dit houdt in dat het ontwerpbesluit conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd wordt.

Het ontwerpbesluit heeft, samen met onder andere deze ruimtelijke onderbouwing, met ingang van 4 november 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 4 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in de als bijlage opgenomen 'Nota zienswijzen Dammerweg 108-109'. In deze nota is gemotiveerd aangegeven of de zienswijzen al dan niet hebben geleid tot aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn in de definitieve omgevingsvergunning en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing de volgende aanpassingen aangebracht: Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Benadrukt is dat de bodemsanering randvoorwaarde is voor het uiteindelijke gebruik van de grond voor woningbouw. 2. Er is een collegiaal advies gevraagd aan de welstandscommissie. Dat advies is vermeld in de ruimtelijke onderbouwing. 3. De akoestische rapportage voor wat betreft de geluidsbelasting vanwege de jachthaven op de nieuw te bouwen woningen is aangepast en aangescherpt en in de ruimtelijke onderbouwing is deze opgenomen en beschreven. Na het nemen van een besluit nemen op de aangevraagde omgevingsvergunning kunnen belanghebbenden desgewenst beroep instellen bij de rechtbank. Tot slot kan tegen de beslissing van de rechtbank hoger beroep ingesteld worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

65

10

Gemeente Wijdemeren

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening (Wro), in relatie tot artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, is het voor een aantal bouwplannen, wanneer de bouw planologisch wordt mogelijk gemaakt middels een bestemmingsplan of een zware afwijkingsprocedure, verplicht een exploitatieplan op te stellen. Dit gaat onder andere om de volgende bouwplannen: a) de bouw van meerdere woningen; b) de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c) de uitbreiding van het hoofdgebouw met minimaal 1000² of met een of meer woningen; d) de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e) de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² brutovloeroppervlakte bedraagt; f) de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. Dit plan maakt meerdere woningen mogelijk zoals bedoeld in artikel 6.2.1 lid a van het Bro. Gelet hierop bestaat er in beginsel de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan.

In artikel 6:12 lid 2a van de Wro is echter opgenomen dat geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Tussen de gemeente en de eigenaar is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin afspraken worden gemaakt over de kosten. Hierdoor kan worden vastgesteld dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is en er geen verplichting bestaat om een exploitatieplan vast te stellen. Daarnaast zijn initiatiefnemers bereid de kosten van de ruimtelijke procedure, inclusief eventuele planschade, voor hun rekening te nemen. De economisch-financiële haalbaarheid is hierdoor aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11754483/1