708399 Brandweer GV - Dekkingsplan
Tekst van het document
Beoordeling van de operationele prestatie op snelheid Voor elk gebied is gekeken of de opkomsttijd goed, voldoende of onvoldoende is. Een gebied wordt als goed beoordeeld als de opkomsttijd lager is dan de referentiewaarde. Als de opkomsttijd hoger is dan de referentiewaarde maar lager dan de maximale bandbreedte, dan wordt het gebied als voldoende beoordeeld. Is de opkomsttijd hoger dan de maximale bandbreedte dan wordt dit gebied als onvoldoende beoordeeld. De eerste tankautospuit (basisbrandweereenheid, oftewel TS6) kan na
CONCEPT
Figuur 19 – Indeling regio Gooi en Vechtstreek in categorieën
26
een melding van gebouwbrand over het algemeen op tijd ter plaatse zijn. Wanneer de berekende prognose van de opkomsttijden naast de gewenste gebiedsgerichte opkomsttijden gelegd wordt, sluiten deze grotendeels op elkaar aan. De prognose van het dekkingspercentage op de DAG is 90,6% en in de Avond, Nacht en Weekend (ANW) 97,4%. Dat betekent dat de spreiding van kazernes en eenheden goed is. Wel is hierbij een aanzienlijk verschil te zien tussen de DAG- en ANWsituatie. Dit kan worden verklaard doordat op de meeste posten op de DAG, door de beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers, met een tankautospuit met vier personen (TS4) wordt uitgerukt (niet in Hilversum, Blaricum en Nederhorst den Berg). In dat geval wordt, voor het ter plaatse zijn van een volledige basiseenheid (TS6), de opkomsttijd van de tweede tankautospuit geteld. Deze komt uit een ander verzorgingsgebied en heeft daarom een langere aanrijtijd. In de ANW wordt in principe met een TS6 uitgerukt en wordt daarom de opkomsttijd van de eerste tankautospuit geteld.
Figuur 20 – Beoordeling gebieden op de factor snelheid (DAG).
Dekkingsplan 2023-2026
Op de DAG is de dekking van de (categorie 1-gebieden) Naarden Vesting, het Zeeheldenkwartier en Zeverijn in de gemeente Hilversum onvoldoende. Deze vormen samen met de categorie 2-gebieden in de gemeente Wijdemeren (Ankeveense Rade en Boomhoek) punt van aandacht. In de regio wordt de wettelijke maximale opkomsttijd van 18 minuten bij een zeer beperkt aantal objecten zowel op de DAG als in de ANW overschreden. De eigenaren van deze objecten worden door team Risicobeheersing van de overschrijding op de hoogte gesteld. Wel kunnen toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bereikbaarheid impact hebben op de gerealiseerde opkomsttijden.
Beoordeling van de operationele prestatie op capaciteit Op zowel de DAG als in de ANW kan regionaal, zowel in de huidige als in de toekomstige situatie, 99% van de objecten met drie tankautospuiten worden bediend binnen 18 minuten. De brandweer heeft gezien de
kazernedichtheid genoeg mensen en materieel om snel voldoende eenheden ter plaatse te krijgen. De huidige tweedelijns tankautospuiten worden daarbij vervangen door een flexibele schil als vangnet en de nieuwe natuurbrandbestrijdingseenheden kunnen worden ingezet als extra bluswatervoorziening. De capaciteit (slagkracht) is hiermee voor de hele regio op orde. Beoordeling van de slagkrachtprestatie aan de hand van het beoogde landelijke beoordelingskader laat zien dat bij de meeste categorie 1-gebieden de norm van drie tankautospuiten binnen 13 minuten ter plaatse niet wordt gehaald (6 van de 7 gebieden, zowel DAG als ANW). Daarbij gaat het vooral om overschrijdingen van minder dan een minuut. In de ANW is de prognose daarmee wederom gunstiger dan op de DAG. Gezien het feit dat het beoordelingskader de komende tijd verder zal worden uitgewerkt, wordt dit op dit moment enkel ter indicatie meegenomen.
Categorie
Cat 1
Cat 2 Cat 3
Capaciteit
Onder referentiewaarde (goed)
Tussen referentiewaarde bandbreedte (voldoende)
Boven bandbreedte (onvoldoende)
Aantal buurten
1e TS
3
1
3
7
2e TS
0
2
5
7
3e TS
0
1
6
7
1e TS
43
70
2
115
2e TS
103
11
0
114
1e TS
46
0
0
46
Totaal aantal buurten Tabel 5 – Landelijk beoogd beoordelingskader slagkracht DAG-situatie
CONCEPT
Figuur 21 – Beoordeling gebieden op de factor snelheid (ANW).
27
168
Dekkingsplan 2023-2026
Categorie
Cat 1
28
Capaciteit
Onder referentie waarde (goed)
Tussen referentie waarde bandbreedte (voldoende)
Boven bandbreedte (onvoldoende)
Aantal buurten
maatregelen genomen. Enkele posten zijn aangemerkt als continuïteitsposten, die met behulp van vangnetten ook bij lage paraatheid in dienst blijven.
1e TS
3
4
0
7
Beoordeling van de operationele prestatie op werkdruk
2e TS
0
2
5
7
3e TS
0
1
6
7
De werkdruk van de basisbrandweerzorg is weergegeven in het aantal alarmeringen van de tankautospuiten per post in onderstaande tabel.
1e TS
85
30
0
115
2e TS
115
0
0
115
1e TS
46
0
0
46
Kazerne
2020
2021
Gemiddeld per jaar
Blaricum
112
110
111
Bussum
288
296
292
Hilversum
772
658
715
Huizen Bovenmaat
57
63
60
Grootschalig Brandweeroptreden (GBO)
Huizen Eemlandweg
240
198
219
De regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan de landelijke afspraken over Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) en het landelijke slagkrachtprofiel. In de samenstelling van de GBOeenheden (pelotons) is rekening gehouden met een logische spreiding van mensen en materieel, zodat er voldoende restdekking gewaarborgd blijft. Door de verminderde beschikbaarheid van vrijwilligers is de continuïteit bij dit soort inzetten wel kwetsbaar.
Laren
140
112
126
Loosdrecht
194
148
171
Muiden
61
40
51
Muiderberg
62
67
65
Naarden
161
164
162
Nederhorst den Berg
72
60
66
Beoordeling van de operationele prestatie op paraatheid
‘s-Graveland
84
88
86
De beschikbaarheid van de eerstelijnseenheden is op niveau. De nadelige effecten bij gelijktijdige incidenten worden geminimaliseerd door het fijnmazige netwerk van kazernes, waarvan de tankautospuiten ter vervanging in elkaars verzorgingsgebieden kunnen optreden. Dit netwerk van kazernes is ook van belang om voldoende restdekking te behouden. Wel behoeft de vitaliteit van de posten en de beschikbaarheid van vrijwilligers continue aandacht. De mogelijke effecten van taakdifferentiatie (verplicht karakter) op de paraatheid zijn nog onduidelijk.
Eindtotaal
2243
2004
2124
Cat 2 Cat 3
Totaal aantal buurten
168
Tabel 6 – Landelijk beoogd beoordelingskader slagkracht in de ANW-situatie
Om de continuïteit van de brandweerzorg ook bij lage paraatheid te kunnen garanderen zijn binnen Brandweer Gooi en Vechtstreek
CONCEPT
Tabel 7 – Aantal alarmeringen van tankautospuit per post over de periode 2020-2021
De werkdruk sluit aan bij de huidige regionale organisatievorm van een beroepskazerne en vrijwillige kazernes. Dat wil zeggen dat er in het gebied met een hoge incidentfrequentie een beroepskazerne staat, dat in gebieden met een middelhoge frequentie de vrijwillige kazernes Bussum en Huizen Eemlandweg beschikken over vangnetten om de bezetting te garanderen en dat in de gebieden met lage incidentfrequentie kazernes met alleen een vrijwillige bezetting staan.
Dekkingsplan 2023-2026
29
Aandachtspuntenlijst
Ankeveense Rade, Ankeveen
De Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen hanteert een aandachtspuntenlijst voor gebieden en aandachtsobjecten waar de operationele prestatie van de brandweer niet optimaal is. In zo’n geval is de opkomsttijd te hoog (buiten de bandbreedte), de capaciteit onvoldoende, de paraatheid te laag of de werkdruk niet in balans.
Het categorie 2-gebied Ankeveense Rade is binnen de regio een gebied dat vanwege de ligging lastig te bereiken is voor hulpdiensten. In het hele gebied is extra aandacht besteed aan risicobeperkende maatregelen en is voorlichting gegeven aan de inwoners om het risico op brand te beperken.
Aandachtsgebieden Voor de volgende gebieden in de regio Gooi en Vechtstreek is de operationele prestatie niet optimaal.
Naarden Vesting Het categorie 1-gebied Naarden Vesting is moeilijk toegankelijk. Bovendien is deze kwetsbaar vanwege de hoofdzakelijk oudere gebouwen, die dicht op elkaar zijn gebouwd. Op de DAG blijft de operationele prestatie achter en ligt de opkomsttijd boven de 10 minuten. De reden hiervoor is de beperkte beschikbaarheid van de vrijwilligers op de DAG, waardoor er wordt uitgerukt met een TS4 en de opkomsttijd van de tweede eenheid wordt geteld. De paraatheid van de post Naarden vergt dan ook de nodige aandacht. Om bij een incident in de vesting Naarden slagvaardig te kunnen optreden en tijdverloop te minimaliseren wordt direct opgeschaald naar middelbrand, zodat er snel voldoende slagkracht aanwezig is.
Boomhoek, Loosdrecht Het categorie 2-gebied Boomhoek in Loosdrecht kent op de DAG een opkomsttijd die hoger is dan 13 minuten. Ook hier ligt de oorzaak in de beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers op de DAG, waardoor er wordt uitgerukt met een TS4 en de opkomsttijd van de tweede eenheid wordt geteld. Die komt uit een ander verzorgingsgebied en heeft dus een langere rijtijd. Indien er voldoende beschikbare vrijwilligers zijn wordt er op de DAG uitgerukt met een volledige basiseenheid, waardoor de opkomsttijd van de eerste eenheid kan worden geteld en er geen overschrijding plaatsvindt.
Zeeheldenkwartier en Zeverijn, Hilversum De categorie 1-gebieden Zeeheldenkwartier en Zeverijn zijn gesitueerd in het zuiden van Hilversum. In de theoretische berekening worden deze gebieden door zowel post Hilversum als post Loodrecht bediend. Op de DAG is in deze gebieden de opkomsttijd net iets hoger dan 10 minuten. Ook hier is de reden gelegen in de beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers op de DAG op post Loosdrecht, waardoor wordt uitgerukt met een TS4 en de opkomsttijd van de tweede eenheid, met een langere aanrijtijd, wordt geteld. Indien er voldoende beschikbare vrijwilligers zijn wordt er op de DAG uitgerukt met een volledige basiseenheid, waardoor de opkomsttijd van de eerste eenheid kan worden geteld en er geen overschrijding plaatsvindt.
CONCEPT
Figuur 22 – Aandachtsobjecten in de DAG-situatie
Dekkingsplan 2023-2026
Aandachtsobjecten Aandachtsobjecten verdienen een afzonderlijke beoordeling. Dit zijn categorie 1-objecten met een opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus een opkomsttijd hoger dan tien minuten. Dit ongeacht welke categorie het gebied heeft waar het object in ligt. In de regio Gooi en Vechtstreek staat een aantal portiekflats met in totaal 9.831 portiekwoningen. De regio kent verder 1599 hoogbouwobjecten boven 20 meter en 425 gebouwen voor minder-zelfredzamen. In de figuren 22 en 23 worden de aandachtsobjecten voor respectievelijk de DAG- en ANW-situatie weergegeven. Bij deze objecten wordt de opkomsttijd van 10 minuten overschreden. Het aantal aandachtsobjecten is aanzienlijk groter op de DAG (5265) dan in de ANW (2264). De reden hiervoor is de Uitruk op Maat die op de DAG wordt toegepast en waarbij de uitruk vaak plaatsvindt met een kleinere eenheid, waardoor de opkomsttijd van de tweede eenheid wordt gerekend. Concentraties van overschrijdingen zijn zowel op de DAG als in
CONCEPT
Figuur 23 – Aandachtsobjecten in de ANW-situatie
30
de ANW waar te nemen in de gemeente Gooise Meren en Hilversum. Op de DAG komen daar ook de gemeenten Huizen en Wijdemeren bij. Het overgrote deel (78%) van de aandachtsobjecten betreft portiekwoningen.
Kinderdagverblijven In regio Gooi en Vechtstreek worden kinderdagverblijven, gelijk aan de landelijke lijn en de bouwregelgeving, beschouwd als objecten met verminderd-zelfredzamen. In de uniforme methodiek worden kinderdagverblijven niet meegenomen in de berekening. Een lijst met kinderdagverblijven waarbij de opkomsttijd van 10 minuten wordt overschreden wordt daarom toegevoegd aan de aandachtsobjecten, waardoor deze objecten wel de nodige aandacht krijgen.
Objecten met rieten kappen Voor de bestrijding van rietkapbranden heeft Brandweer Gooi en Vechtstreek specialistische teams op de posten Laren en Blaricum. Deze locaties zijn het meest effectief, gezien de dichtheid van rietgedekte woningen in beide gemeenten. Zie hiervoor ook figuur 24, gebaseerd op
Figuur 24 – Puntlocaties van panden en gebouwen met rieten daken. Ingewonnen van luchtfoto’s uit 2020 Bron: GEO4OOV
Dekkingsplan 2023-2026
luchtfoto’s van 2020. Hierbij wordt opgemerkt dat er sinds 2020 een groot aantal rieten kappen in de regio is bijgekomen. Een actuele versie van deze data is echter nog niet beschikbaar.
en de zelfredzaamheid verhoogd. Deze maatregelen zijn beschreven in een apart plan van aanpak dat door Risicobeheersing wordt uitgewerkt.
3.2 De aandachtsobjecten op de aandachtspuntenlijst vormen input voor de (risicogerichte) benadering van Brandweer Gooi en Vechtstreek, waarop risicobeheersende maatregelen zullen worden gericht. De volledige lijst is in het uitvoeringsplan opgenomen.
Conclusie De eerste basisbrandweereenheid kan na een melding van een gebouwbrand over het algemeen op tijd ter plaatse zijn. Wel is daarbij een verschil tussen de DAG en ANW te zien. Het uitrukken met een TS4 door de meeste vrijwilligersposten op de DAG leidt in theorie tot een minder goede dekking op de DAG. De gerealiseerde dekking kan gunstiger uitpakken als de beschikbaarheid van de medewerkers op de DAG groter is. De slagkracht is op orde en de regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan het landelijke slagkrachtprofiel. Wel is de continuïteit bij dit soort inzetten kwetsbaar. De beschikbaarheid van de eerstelijns tankautospuiten is op niveau, maar de beschikbaarheid van vrijwilligers behoeft continu aandacht. Brandweer Gooi en Vechtstreek kan met de huidige kazerneconfiguratie, het aantal basisbrandweereenheden en de organisatievorm passende brandweerzorg leveren. De expertise van Risicobeheersing blijft daarbij noodzakelijk om risico’s te beheersen waar deze groot zijn of waar de repressieve prestatie achterblijft.
Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig
Het redvoertuig wordt binnen Brandweer Gooi en Vechtstreek ingezet voor het blussen en redden op hoogte. De inzet van het redvoertuig is vraaggericht en niet hard gekoppeld aan specifieke objecten.
Risico-inventarisatie De inzet van het redvoertuig is van groot belang bij portiekwoningen en hoogbouw. Bovendien kan het bij ieder object waarbij het blussen of redden op hoogte noodzakelijk is van toegevoegde waarde zijn. In de onderstaande risico-inventarisatie wordt weergegeven hoe de plaatsing van de redvoertuigen zich verhoudt tot de bevolkingsdichtheid. Daarbij worden de incidenten waarvoor een redvoertuig is uitgerukt weergegeven in een incidentenheatmap.
Maatregelen Om de repressieve dekking op sommige punten te kunnen verbeteren zet de brandweer samen met de bestuurder in op de vitaliteit van de posten. Monitoring van bezetting, leeftijdsopbouw en beschikbaarheid is onmisbaar om tijdig te kunnen anticiperen op een dalende dekking. Daarnaast zet de brandweer extra of gerichte maatregelen vanuit Risicobeheersing in, om in situaties waarbij de repressieve dekking volgens het dekkingsplan onvoldoende is, toch een gelijkwaardig veiligheidsniveau voor inwoners te realiseren. Door middel van bijvoorbeeld voorlichtingen en woningbezoeken wordt de bewustwording over brandveiligheid vergroot
CONCEPT
31
Figuur 25 – Risico-inventarisatie en plaatsing redvoertuigen
Dekkingsplan 2023-2026
De redvoertuigen zijn gunstig gepositioneerd ten opzichte van de bevolkingsdichtheid en de gebieden waarin de meeste portiekflats en hoogbouw zijn gesitueerd. Dit blijkt ook uit de incidentenheatmap die dit gebied overlapt.
post
%paraat
Bussum
93,27%
Hilversum
95,69%
Huizen
99,33%
Beoordeling op snelheid
regio
96,10%
Het redvoertuig kan bij 97,9 % van de objecten in de regio binnen 18 minuten ter plaatse zijn en in de landelijke gebieden en in het plassengebied in de gemeente Wijdemeren binnen 25 minuten. Hiermee wordt voldaan aan de regionale norm van 30 minuten.
Beoordeling op capaciteit Beoordeling aan de hand van het landelijke beoogde beoordelingskader slagkracht voor het redvoertuig laat zien dat op zowel de DAG als in de ANW vier van de zeven risicogebieden binnen 10 minuten met een redvoertuig kunnen worden bereikt. De risicogebieden Zeverijn en Zeeheldenkwartier kunnen binnen 11 minuten worden bereikt. Naarden Vesting kan binnen 14 minuten worden bereikt.
Categorie
Cat 1
Voertuig
Norm
Onder referentiewaarde (goed)
RV
4-10 min
0
Tussen referentiewaarde - bandbreedte (voldoende)
Boven bandbreedte (onvoldoende)
Aantal buurten
4
3
7
32
Tabel 9 – Paraatheid redvoertuig in 2022
Beoordeling op werkdruk De werkdruk voor het redvoertuig laat zien dat de beroepspost Hilversum veruit de meeste inzetten met het redvoertuig verzorgt. De vrijwilligersposten volgen hierbij op afstand. Kazernenaam
2020
2021
gemiddeld
Bussum
115
126
121
Hilversum
210
167
189
Huizen
97
80
89
Totaal
422
373
398
Tabel 10 – Aantal alarmeringen van het redvoertuig in de periode 2020-2021
Tabel 8 – Landelijke beoogd beoordelingskader slagkracht redvoertuig
Conclusie Met de drie redvoertuigen in de regio is de dekking voor het redden en blussen op hoogte voldoende en wordt voldaan aan de landelijke norm. De positionering van de redvoertuigen ten opzichte van de portiekflats en hoogbouw is daarbij goed. De werkdruk komt overeen met de organisatie-inrichting en is het hoogst bij de beroepspost. De paraatheid van de redvoertuigen is daarbij punt van aandacht.
Beoordeling op paraatheid
3.3
De beschikbaarheid van de redvoertuigen ligt onder het streefpercentage van 100% voor de eerstelijnsvoertuigen op continuïteitposten. Dit komt vooral door de materiële paraatheid (onderhoud/defect). De nadelige effecten van de buitendienststellingen worden geminimaliseerd door de aanwezigheid van drie redvoertuigen in de regio, waardoor het betreffende verzorgingsgebied door een andere kazerne kan worden overgenomen. De opkomsttijd wordt daardoor in sommige gebieden wel beduidend hoger.
Een steeds groter deel van de werklast van de brandweer bestaat uit hulpverlening. Het gaat hierbij om technische hulpverlening bij verkeersongevallen, hulpverlening bij storm of wateroverlast, maar ook om hulp aan andere hulpdiensten, zoals het afhijsen van patiënten voor de ambulancedienst. Daarnaast rukt de brandweer (met een tankautospuit of een First Responder Brandweer (FRB)) steeds vaker uit voor een reanimatie.
CONCEPT
Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening
Dekkingsplan 2023-2026
Het hulpverleningsvoertuig wordt ingezet bij ernstige ongevallen of beknellingen. Brandweer Gooi en Vechtstreek beschikt nu nog over twee hulpverleningsvoertuigen, die gestationeerd zijn op de posten Hilversum en Blaricum. Op termijn zal worden overgegaan naar één hulpverleningsvoertuig. De visie omtrent de inzet van dit nieuwe hulpverleningsvoertuig en de plaatsing ervan worden de komende tijd nog uitgewerkt.
Risico-inventarisatie Ongevallen waarbij een hulpverleningsvoertuig wordt ingezet vinden met name plaats op A- en N-wegen en bij spoorwegen. In de onderstaande risico-inventarisatie zijn deze risico’s in rood aangegeven. Verder zijn daarbij de ongevallen (2019-2021) in donkerblauwe stippen en een blauwe heatmap weergegeven. Uit dit beeld komt naar voren dat ongevallen plaatsvinden in of nabij de aangemerkte risicogebieden. Daarnaast wordt het hulpverleningsvoertuig
33
ook gealarmeerd op kleinere wegen in dichter bevolkte gebieden in met name Hilversum en Huizen.
Beoordeling op snelheid Met twee hulpverleningsvoertuigen kunnen alle risicogebieden binnen 18 minuten worden bereikt (zie hoofdstuk 2 snelheid). Hiermee wordt ruim voldaan aan de regionale kwaliteitseis van 30 minuten die Brandweer Gooi en Vechtstreek voor het hulpverleningsvoertuig heeft vastgesteld. Ook met één hulpverleningsvoertuig kan aan deze kwaliteitseis worden voldaan.
Beoordeling op capaciteit Brandweer Gooi en Vechtstreek beschikt over twee hulpverleningsvoertuigen. Hiermee kunnen de risico’s in het gehele verzorgingsgebied goed worden afgedekt en is er voldoende capaciteit beschikbaar.
Beoordeling op paraatheid De paraatheid van het hulpverleningsvoertuig is op beide posten hoog. Op post Blaricum is het hulpverleningsvoertuig vanwege onderhoud buiten dienst gesteld. Op post Hilversum wordt het hulpverleningsvoertuig ook gebruikt voor oefeningen waardoor het soms ook buiten dienst is, naast de momenten waarop het voertuig in onderhoud is. Beperkte beschikbaarheid kan door de andere post worden opgevangen, waardoor er altijd een hulpverleningseenheid aanwezig is binnen de regio (100% garantie). post
%paraat
Blaricum
99,12%
Hilversum
98,09%
Tabel 11 – Paraatheid hulpverleningsvoertuigen in 2022
Gelijktijdigheid
CONCEPT
Figuur 26 – Risico-inventarisatie ongevallen en concentraties incidenten 2019-2021
De kans op gelijktijdige incidenten in de regio Gooi en Vechtstreek is klein en is het hoogst op de post Hilversum. Op de post Hilversum wordt het hulpverleningsvoertuig bezet door springbemanning die bij een
Dekkingsplan 2023-2026
gelijktijdig incident ook op het redvoertuig kan worden ingezet. Bij een gelijktijdig incident of het niet paraat zijn van een hulpverleningsvoertuig kan een beroep worden gedaan op interregionale bijstand, waarbij een hulpverleningsvoertuig uit een andere regio ter plaatse kan komen.
Beoordeling op werkdruk Kazernenaam
2020
2021
gemiddeld
Blaricum
18
12
15
Hilversum
24
26
25
Totaal
42
38
40
Tabel 12 – Aantal alarmeringen hulpverleningsvoertuigen in de periode 2020-2021
34
Daarnaast kan volgens de SAMIJ-regeling onder strikte voorwaarden ook het duikteam op de randmeren worden ingezet. De basisbrandweereenheid is conform art 3.1.2 Bvr in staat ondersteuning te verlenen bij waterongevallen en kan een grijpredding uitvoeren tot 15 meter van de wal of boot, met een maximale waterdiepte van 1,5 meter. Op een viertal posten: Hilversum, Naarden, Nederhorst den Berg en ’s-Graveland, is een regionaal oppervlaktereddingsteam (OVRT) geplaatst. Deze teams kunnen worden ingezet bij een redding tot 200 meter van de wal of boot. Voor een duikdiepte tot 15 meter, vanaf maximaal 50 meter van kant of boot, wordt het duikteam ingezet. Het duikteam is gestationeerd in Nederhorst den Berg.
Het hulpverleningsvoertuig op post Hilversum wordt gemiddeld 25 keer per jaar gealarmeerd. Het hulpverleningsvoertuig in Blaricum wordt gemiddeld 15 keer per jaar gealarmeerd. De verdeling van de werkdruk voor het hulpverleningsvoertuig is dan ook: Hilversum (62,5%) en Blaricum (37,5%).
Bij ongevallen op groter water (meer of rivier) wordt ter ondersteuning van de brandweertaken een boot ingezet. In 2023 heeft de brandweer het aantal boten teruggebracht van vijf naar drie boten. Deze boten zijn gestationeerd in Loosdrecht, Nederhorst den Berg en Naarden. De boot uit Naarden wordt daarbij ook gebruikt om aan de afspraken met de Nationale Reddingsvloot (NRV) te kunnen voldoen.
Conclusie
Risico-inventarisatie
Met twee hulpverleningsvoertuigen kan in de hele regio snel technische hulpverlening worden verleend. Ten opzichte van de risico’s en incidenten is er daarmee ruim voldoende capaciteit.
Regio Gooi en Vechtstreek bestaat voor 30% uit binnenwater. Het overgrote gedeelte hiervan betreft het plassengebied in de gemeente Wijdemeren. Daarnaast kennen ook de gemeenten Gooise Meren, Huizen en Hilversum waterrijke gebieden met risico op waterongevallen. In de risico-inventarisatie waterongevallen (WO) wordt de regio ingedeeld in gebieden die aan de hand van de risico’s zijn geclassificeerd. Afhankelijk van de waterdichtheid en bevolkingsdichtheid in dit gebied krijgt het gebied de classificatie weinig of geen risico, laag risico, risico of hoog risico. Ter controle van de indeling van deze risicogebieden zijn de waterongevallen van de laatste drie jaar door middel van een heatmap op het kaartje geprojecteerd.
3.4
Beoordeling operationele prestatie bij waterongevallen
Brandweer Gooi en Vechtstreek is door het bestuur aangewezen als verantwoordelijke voor de hulpverlening in en op binnendijkse wateren in de regio. De incidenten op buitendijkse wateren (IJsselmeergebied/ randmeren) worden bestreden op basis van de afspraken die zijn vastgelegd in de SAMIJ-regeling en vallen buiten dit dekkingsplan. De kustwacht is voor dit gebied, met uitzondering van de havengebieden, procesverantwoordelijke. Binnen de SAMIJ-regeling is post Huizen met ondersteuning van de KNRM wel verantwoordelijk voor de brandweertaken op de randmeren. Afspraken hierover zijn vastgelegd in de zogenaamde opstapregeling.
CONCEPT
De gemeente Wijdemeren komt daarbij naar voren als een risicogebied, waarbij het Loosdrechtse plassengebied wordt aangemerkt als een hoog risicogebied. De kans op een waterongeval is hier relatief hoog. Deze kans wordt daarbij nog verhoogd door de (intensieve) recreatie die op deze plassen plaatsvindt.
Dekkingsplan 2023-2026
Daarnaast komen gebieden in de gemeenten Gooise Meren (Muiden en Naarden Vesting), Huizen en Hilversum naar voren als risicogebieden.
Beoordeling snelheid Voor waterongevallen wordt voldaan aan de landelijke en regionale kwaliteitseisen die hiervoor zijn vastgesteld. Zo kan de tankautospuit over het algemeen in de hele regio een eerste grijpredding uitvoeren binnen 15 minuten. De gunstig gepositioneerde oppervlaktereddingsteams kunnen de oppervlakteredding in het grootste deel van het risicogebied binnen 15 minuten starten en de boten en het duikteam kunnen gezien de gunstige ligging ten opzichte van het grotere water binnen 30 minuten bij de opstapplaats aanwezig zijn. In de randgebieden wordt daarbij interregionaal samengewerkt, zodat de snelste hulp in en op het water kan worden verleend.
35
Beoordeling capaciteit Met de basisgrijpredding door de tankautospuiten, de drie regionale oppervlaktereddingsteams, het regionale duikteam en de drie boten om de brandweertaken te ondersteunen, is er in de regio voldoende slagkracht om de risico’s op waterongevallen af te dekken.
Beoordeling paraatheid Om de brandweertaken bij waterongevallen te kunnen garanderen dient de paraatheid voor deze eenheden op orde te zijn. Het duikteam is daarbij aangemerkt als onmisbaar voor de continuïteit van de incidentbestrijding bij waterongevallen. De vereiste paraatheid van het duikteam is daarom ook vastgesteld op 100%. De daadwerkelijke paraatheid ligt daarbij net iets lager. Reden hiervoor is de beschikbaarheid van gecertificeerde medewerkers. Om dit te kunnen ondervangen wordt het garantiepercentage duikploegleiders verhoogd. Bij onvoldoende paraatheid of gelijktijdige incidenten kan worden teruggevallen op de interregionale samenwerking en wordt een duikteam uit de omgeving gealarmeerd. Bij gelijktijdigheid met incidenten niet op of in het water, wordt het andere incident door een andere post overgenomen. Het waterincident heeft voor post Nederhorst den Berg de prioriteit.
Duikteam Post
%paraat
Nederhorst den Berg
99,25%
Tabel 13 – Paraatheid duikteam in 2022
Om het incident te kunnen bereiken is op plassen en rivieren vaak een boot noodzakelijk. Het streefpercentage paraatheid voor de boot op de post Nederhorst den Berg is op 100% gesteld. Het daadwerkelijke percentage paraatheid ligt iets lager vanwege onderhoud. Op de andere posten is het streefpercentage 98%. Bij lage paraatheid of gelijktijdigheid kan gebruik worden gemaakt van een andere boot in de regio. Figuur 27 – Risico-inventarisatie waterongevallen en concentraties incidenten 2019-2021
CONCEPT
Dekkingsplan 2023-2026
36
Conclusie
Brandweerhulpboot Post
%paraat
Loosdrecht
99,36%
Muiden
99,02%
Naarden
98,99%
Nederhorst den Berg
99,90%
s-Graveland
99,81%
Brandweer Gooi en Vechtstreek is goed voorbereid op waterongevallen in de regio en kan overal in de regio snel ter plaatse zijn voor een basisgrijpredding. In de risicogebieden zijn daarnaast oppervlaktereddingsteams, boten en het duikteam gestationeerd, waarmee snel ter plaatse kan worden gekomen. De slagkracht is met deze eenheden toereikend voor het aantal incidenten en de risico’s in de regio en de paraatheid is op orde. De werkdruk is daarbij passend bij vrijwilligersposten.
3.5 Beoordeling operationele prestatie bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen
Tabel 14 – Paraatheid brandweerhulpboten in 2022
Beoordeling werkdruk De werkdruk van het duikteam en de boten is weergegeven in de onderstaande tabellen. Deze tonen aan dat de posten in het plassen gebied, waaronder post Nederhorst den Berg als continuïteitspost voor waterongevallen, de meeste alarmeringen met de boot verzorgen. Met de overgang van vijf naar drie boten is de verwachting dat de werkdruk in de loop van de tijd zal toenemen.
Duikteam Kazernenaam
2020
2021
gemiddeld
Nederhorst den Berg
21
22
22
Tabel 15 – Aantal alarmeringen van het duikteam in de periode 2020-2021
Brandweerhulpboot Kazernenaam
2020
2021
gemiddeld
‘s-Graveland
10
2
6
Loosdrecht
13
9
11
Muiden
1
3
2
Naarden
4
3
4
Nederhorst den Berg
12
14
13
Totaal
40
31
36
CONCEPT
Tabel 16 – Aantal alarmeringen van de brandweerhulpboten in de periode 2020-2021
De bestrijding van incidenten met gevaarlijke stoffen is een taak van de brandweer (art 25 WVr), waarvan de uitwerking is vastgelegd in hoofdstuk 4 van het Besluit veiligheidsregio’s (Bvr). Hoofdtaak bij de incidentbestrijding gevaarlijke stoffen is het redden, het stabiliseren en het ontsmetten. Vaak voorkomende incidenten worden daarbij standaard door de eigen regio afgehandeld. Minder vaak voorkomende incidenten, met behoefte aan specialistische inzet, kunnen interregionaal worden georganiseerd. Voor bijzondere incidenten die beperkt voorkomen kan een beroep worden gedaan op landelijke specialismen. In de regio Gooi en Vechtstreek kunnen de meest voorkomende scenario’s worden beschouwd als standaardscenario. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat deze vallen onder de basisbrandweertaak en daarom door iedere basisbrandweereenheid afgehandeld moeten kunnen worden, al dan niet met ondersteuning van een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS). Onze regio beschikt zelf niet over een AGS, maar kan hiervoor een beroep doen op Veiligheidsregio Utrecht. Aanvullend hierop kunnen verkenningseenheden worden ingezet, voor het monitoren en meten van de verspreiding van gevaarlijke stoffen. De verkenningseenheden worden in samenwerking met brandweer Flevoland geleverd. In de regio Gooi en Vechtstreek zijn ze op post Huizen gestationeerd.
Bij een inzet worden de verkenningseenheden aangestuurd door de coördinator verkenningseenheden (CVE), die net als de AGS wordt geleverd door Veiligheidsregio Utrecht.
Dekkingsplan 2023-2026
Bij een lekkage van een gevaarlijke stof kan indien nodig een schuimvormende middelen eenheid worden ingezet om deze af te dekken. Ook hiervoor wordt samengewerkt met brandweer Flevoland. Deze eenheid is gestationeerd op de post Laren en zal in de nabije toekomst worden vervangen door een van de twee eenheden die die voor schuimblussing en watervoorziening kunnen worden ingezet. Voor het ontsmetten van personen zal de regio op korte termijn weer beschikken over een eigen basis ontsmettingseenheid (BOE). Bij bijzondere incidenten kan daarnaast gebruik worden gemaakt van de landelijke specialismen gaspakkenteams en van de landelijke Grootschalige Ontsmettingseenheid (GOE) voor ontsmetting van meer dan 10 personen.
Risico-inventarisatie In de risico-inventarisatie in figuur 28 zijn de risico’s op incidenten met gevaarlijke stoffen weergegeven. De risicogebieden worden daarbij bepaald door de bevolkingsdichtheid en de aanwezigheid van een gevaarlijke stof. Op grond van deze risico’s en de realistische scenario’s die hierop zijn toegepast is bepaald welke incidenten zich kunnen voordoen. De operationele sterkte voor het bestrijden van incidenten met gevaarlijke stoffen is afgestemd op situaties met hoog en met midden risico. Hiermee worden tegelijkertijd ook de beperkte risico’s afgedekt. Met het oog op de leesbaarheid is ervoor gekozen om de beperkte risico’s niet weer te geven in de risico-inventarisatie. Stedelijke ligging
Industriële ligging
Landelijke ligging
Veel gevaarlijke stoffen: Eén of meerdere bedrijven, gevaarlijke stoffen in grote hoeveelheid (BRZO of PGS opslag, >10 ton) en/ of transportroutes opgenomen in het basisnet.
Hoog risico
Midden risico
Midden risico
Gevaarlijke stoffen: Een bedrijf met gevaarlijke stoffen of transportroutes waar transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
Midden risico
Midden risico
Beperkt risico
Midden risico
Beperkt risico
Beperkt risico
Incidenteel: gevaarlijke stoffen
CONCEPT
Tabel 17 – Omschrijving risicogebied. Bron: Handreiking regionale inventarisatie Risicobronnen IBGS versie 2.0 – Vakgroep IBGS
In regio Gooi en Vechtstreek worden met name het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water, transport via buisleidingen, stationaire inrichtingen en opslagplaatsen van gevaarlijke stoffen aangemerkt als risico. Daarnaast kent de regio een bedrijf dat onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) of Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) valt. Bedrijven die daaronder vallen zijn bedrijven die met veel gevaarlijke stoffen werken. De energietransitie brengt daarnaast nieuwe risico’s met zich mee, zoals bijvoorbeeld elektriciteit opslagsystemen (EOS) en waterstof (H2). Door het ontbreken van een regelgevend kader kunnen deze locaties nog onvoldoende in kaart worden gebracht. De hoog en midden risicogebieden voor incidenten met gevaarlijke stoffen bevinden zich in de gebieden waar een spoorlijn of weg loopt, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd door een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid of waar deze worden opgeslagen.
Figuur 28 – Risico-inventarisatie gevaarlijke stoffen
37
Dekkingsplan 2023-2026
38
Deze gebieden bevinden zich in de gemeente Hilversum, de gemeente Blaricum en de gemeente Gooise Meren (Bussum en Naarden) en strekt zich uit naar de gemeente Laren. Het BRZO-bedrijf bevindt zich ook in dit gebied.
Beoordeling snelheid Op 4 december 2019 heeft het bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek ingestemd met de doorontwikkeling van de incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) conform de landelijke visie IBGS. Hiermee wordt, tot de aanpassing van de wet, afgeweken van de opkomsttijden zoals vastgelegd in het Besluit veiligheidsregio’s. De opkomsttijden worden op basis van het risicoprofiel bepaald. Deze vooralsnog landelijke richtinggevende tijden worden per eenheid weergegeven in onderstaande tabel. De eerste tankautospuit kan in de hele regio binnen 18 minuten aanwezig zijn om te starten met redden, stabiliseren en ontsmetten. Verkenningseenheden kunnen in alle hoog en midden risicogebieden in de regio Gooi en Vechtstreek binnen 30 minuten ter plaatse zijn vanaf de post Huizen. Hiermee wordt voldaan aan de wetgeving en het richtinggevende kader.
Eenheden IBGS-organisatie
Tankautospuit
Visie IBGS (Eis)
WVR/BVR (Eis)
Sterkte hoog risico (richtinggevend)
Sterkte midden risico (richtinggevend)
Sterkte beperkt risico (richtinggevend)
30 min
30 min
60 min
120 min
18 min
30 min
60 min
18 min
Basis Ontsmettingseenheid
Schuimvormende middelen eenheid
Figuur 29 – Opkomsttijd verkenningseenheden in minuten
60 min
Adviseur Gevaarlijke Stoffen-Veld
30/60 min
30 min
30 min
60 min
Adviseur Gevaarlijke Stoffen-OT
30 min
30 min
30 min
30 min
Coördinator Verkenningseenheden
30 min 18/30 min
30/60 min
30/60 min
Verkenningseenheid
CONCEPT
Tabel 18 – Richtinggevend kader. Bron: Landelijke handreiking IBGS
30/60 min
Dekkingsplan 2023-2026
De adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) komt op basis van de dienstverlenings overeenkomst uit Veiligheidsregio Utrecht. De opkomsttijd van de AGS naar de inzetlocatie is vastgesteld op maximaal 60 minuten. De eerste schuimvormende middelen eenheid (SVM) kan in de hoog risicogebieden binnen 18 minuten ter plaatse zijn en in de rest van de regio binnen 30 minuten. De tweede SVM-eenheid uit Flevoland (Lelystad) sluit vervolgens binnen 60 minuten aan. Hiermee wordt voldaan aan eis van 60 min in de visie op IBGS. Het richtinggevend kader wordt daarbij voor de tweede eenheid losgelaten.
Beoordeling capaciteit
Verkenningseenheid Post
%paraat
Huizen
99,51%
Tabel 19 – Paraatheid verkenningseenheid in 2022
Schuimvormende middelen eenheid Post
%paraat
Laren
97,67%
Voor de verkenningseenheden is een interregionale samenwerking aangegaan met Flevoland. Brandweer Gooi en Vechtstreek beschikt over twee verkenningseenheden die indien nodig kunnen worden aangevuld met die uit Flevoland. Bijstand in het westelijke deel van de regio kan ook nog steeds worden aangevraagd vanuit post Weesp, die tegenwoordig onder Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland valt. Op grond van het samenwerkingsverband met Veiligheidsregio Utrecht kan worden voorzien in de specialistische advisering door de adviseur gevaarlijke stoffen en de coördinator verkenningseenheden (CVE).
Tabel 20 – Paraatheid schuimvormende middelen eenheid in 2022
Met de SVM-eenheid in de regio en de interregionale samenwerking met Flevoland kan worden voldaan aan de prestatie-eis uit de Visie IBGS om een plas van een gevaarlijke vloeistof van 1500m2 eenmalig af te dekken.
Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS)
Beoordeling paraatheid De beschikbaarheid van de verkenningseenheden en de schuimvormende middelen eenheid in de regio is op orde. Bij lage beschikbaarheid of extra capaciteit kan worden teruggevallen op de interregionale samenwerking met Flevoland. De beschikbaarheid van een AGS en CVE wordt gegarandeerd door de interregionale samenwerking met de Veiligheidsregio Utrecht.
CONCEPT
39
Beoordeling werkdruk De meeste incidenten met gevaarlijke stoffen kunnen door de basisbrandweereenheid eventueel met een adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) worden afgehandeld. Gemiddeld wordt de AGS uit Veiligheidsregio Utrecht 20 keer per jaar gealarmeerd. De verkenningseenheid wordt gemiddeld drie keer per jaar gealarmeerd en de schuimvormende middelen eenheid zeven keer per jaar.
Kazernenaam
2020
2021
gemiddeld
VRU
15
24
20
Tabel 21 – Aantal alarmeringen van de AGS in de periode 2021-2022
Verkenningseenheid Kazernenaam
2020
2021
gemiddeld
Huizen Eemlandweg
1
3
2
Weesp
0
0
0
Totaal regio
1
3
2
Tabel 22 – Aantal alarmeringen van de verkenningseenheid in de periode 2021-2022
Dekkingsplan 2023-2026
Risico-inventarisatie
Schuimvormende middelen eenheid Kazernenaam Laren
40
2020
2021
gemiddeld
7
6
7
Tabel 23 – Aantal alarmeringen van de SVM in de periode 2021-2022
In het model Risico-Index Natuurbranden (RIN) wordt elke vierkante kilometer in de regio ingedeeld in risicogebieden. Dit gebeurt aan de hand van landelijk vastgestelde criteria, zoals begroeiing, kans op uitbreiding, bereikbaarheid en aantal bewoners/bezoekers. De huidige RIN voor de regio Gooi en Vechtstreek dateert uit 2011 en wordt in 2023 geactualiseerd. De RIN uit 2011 wordt in figuur 30 weergegeven.
Conclusie De risico’s op incidenten met gevaarlijke stoffen zijn in de regio Gooi en Vechtstreek betrekkelijk klein, maar kunnen zich altijd voordoen en hebben potentieel ernstige effecten. De basisbrandweereenheid is toegerust om de meest voorkomende incidenten te bestrijden. Hierbij ligt de focus op het redden, stabiliseren en ontsmetten. Door interregionaal samen te werken met de omliggende regio’s is ook voldoende capaciteit en kwaliteit (specialisme) geborgd om de minder vaak voorkomende incidenten te bestrijden en zijn, indien nodig, voldoende aanvullende eenheden beschikbaar.
In de regio Gooi en Vechtstreek komen bos- en heidegebieden voor die een uitloop vormen van de Utrechtse Heuvelrug. Het grootste aaneengesloten gebied binnen Gooi en Vechtstreek ligt tussen Hilversum, Laren en Bussum ingeklemd. Daarnaast zijn er separate bos- en heidegebieden, variërend in omvang. Deze concentreren zich voornamelijk rond de plaatsen Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen en Laren. De gebieden worden steeds meer met elkaar verbonden (door bijvoorbeeld ecoducten). Hierdoor wordt ook het risico dat een natuurbrand zich ontwikkelt tot een onbeheersbare brand vergroot.
3.6 Beoordeling operationele prestatie bij natuurbrandbestrijding
In de huidige Risico-Index Natuurbranden wordt in de gemeente Huizen een gebied aangegeven als hoog risico gebied (oranje). Dit gezien de slechte waterwinning in dit gebied. Door de aanwezigheid van een camping in dit gebied wordt een deel van dit gebied als zeer hoog risico aangemerkt (rood). In de gemeente Gooise Meren wordt het gebied rond het Naardermeer als hoog risicogebied aangemerkt door verschillende factoren, zoals kwetsbare natuur en slechte bereikbaarheid. In het zuidelijke gebied van de gemeente Hilversum is een gebied aangemerkt als hoog risicogebied vanwege de slechte bereikbaarheid, de beperkte bluswatervoorziening, de nabije ligging van een camping en het soort vegetatie.
De veiligheidsregio’s hebben een wettelijke taak in het voorkomen, beperken en bestrijden van brand. Vanuit deze verantwoordelijkheid zorgt Brandweer Gooi en Vechtstreek voor een zo effectief mogelijke repressieve inzet tijdens natuurbranden en wordt met ketenpartners (groenbeheerders) ook steeds meer gekeken naar maatregelen om dit soort branden te voorkomen en te beperken. Brandweer Gooi en Vechtstreek beschikt momenteel over drie natuurbrandbestrijdingsvoertuigen en een specialistische natuurbrandeenheid die binnen de regio voor natuurbrandbestrijding worden ingezet. Om beter in te kunnen spelen op de klimaatverandering en de risico’s die dat met zich meebrengt, worden de huidige eenheden vervangen door vijf specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. Deze worden gestationeerd op de posten Huizen, Laren, Bussum, Loosdrecht en Hilversum.
CONCEPT
Daarnaast kennen we in regio Gooi en Vechtstreek ook natte natuurgebieden, zoals de rietkragen in en rond de diverse plassen in de gemeente Wijdemeren, het Naardermeer en langs de gehele oever van het Gooimeer. Een groot deel van dit natuurgebied (plassengebied in de gemeente Wijdemeren) is onderdeel van Natura 2000: een Europees netwerk van beschermde, waardevolle natuur dat deel uitmaakt van de
Dekkingsplan 2023-2026
Risico-Index Natuurbranden Gooi en Vechtstreek - 19/8/'10 -
41
ecologische hoofdstructuur. Brand in natte natuurgebieden wordt, voor zover bereikbaar, bestreden met behulp van de brandweerhulpboten.
24
23
22
27
30
26
29
57
71
56
70
Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met omstandigheden waarin (onbeheersbare) natuurbranden kunnen voorkomen en bluswatervoorziening beperkt beschikbaar is. Deze ontwikkeling vormt met de vaak dichte bebouwing nabij natuurgebieden een steeds groter risico. Brandweer Gooi en Vechtstreek bereidt zich met de aanschaf van vijf specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen voor op het bestrijden van deze risico’s.
80 Huizen
Naarden
Bikbergen 55
69
79
85
54
68 Craailo
78
84
67
77
88
Bussum 4
3
11
21
10
25 20 Ankeveen
9
19
35
41
46
53
87 Blaricum
Beoordeling snelheid
83
De huidige natuurbrandbestrijdingsvoertuigen zijn gestationeerd op de posten Bussum, Huizen en Laren. Met de komst van de nieuwe specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen kunnen natuurbranden ook vanuit de posten Hilversum en Loosdrecht worden bestreden.
66 Laren
Horstmermeer
Ankeveense Rade
34
40
's-Graveland86
33
39
28
32
18
8
2
7
17
16 Kortenhoef
45
52
65
51
64
76
82
63
75
81
Hilversum 1
6
15
62
74
5
14
61
73
72
Oud-Loosdrecht 13
Nieuw-Loosdrecht31
12
Legenda Risico-index natuurbranden
38
44
50
60
37
43
49
59
36
42
48
58 Lage-Vuursche
Hollandsche Rading
Breukeleveen Score
47
100 - 170
Tienhoven 171 - 250 Geen risico
251 - 300 Beperkt risico 301 - 400 Middelmatig risico Oud-Maarsseveen
401 - 500 Hoog risico
501 - 600 Zeer hoog risico Gemeentegrenzen
Maartensdijk
CONCEPT
1.000
0
Westbroek
Figuur 30 – Risico-Index Natuurbranden (RIN) Gooi en Vechtstreek 2011
1.000
2.000 Meter
± Figuur 31 – Opkomsttijd 1e specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuig in nieuwe situatie
Dekkingsplan 2023-2026
42
Voor natuurbranden zijn (nog) geen normtijden vastgesteld. In alle risicogebieden (behalve de natte natuurgebieden in het westelijk deel van de regio) kan in de nieuwe situatie binnen 12 minuten een specialistisch natuurbrandbestrijdingsvoertuig ter plaatse zijn. Hiermee wordt de dekking in het zuidelijk gedeelte van de regio aanzienlijk verbeterd.
In het overgrote deel van de droge risicogebieden kunnen hiermee binnen 15 minuten drie specialistische natuurbrandbestrijdingseenheden aanwezig zijn. In het zuidelijke gebied in de regio ligt deze tijd rond de 20 minuten. Hiermee is in eerste instantie voldoende potentieel aanwezig om de kans te vergroten dat een natuurbrand (snel) onder controle gebracht kan worden.
Beoordeling capaciteit
Beoordeling paraatheid
De huidige slagkracht bestaat uit drie natuurbrandbestrijdingsvoertuigen en een specialistische natuurbrandeenheid. Samen met een natuurbrand bestrijdingsvoertuig uit Veiligheidsregio Utrecht kan hiermee een peloton natuurbrandbestrijding worden gevormd. Met de komst van de vijf specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen wordt de slagkracht in de regio aanzienlijk vergroot en kan zelfstandig een peloton worden gevormd dat zowel binnen als buiten de regio kan worden ingezet.
Voor natuurbranden worden specialistische natuurbrandbestrijdings voertuigen ingezet. De beschikbaarheid van medewerkers op de posten waar deze zijn gestationeerd vormt met name bij een gelijktijdige of langdurige inzet punt van aandacht. Gelijktijdigheid kan worden opgevangen door het fijnmazige netwerk van kazernes in de regio. Bij een grote of langdurige inzet wordt interregionaal samengewerkt met Veiligheidsregio Utrecht. De restdekking zal verder situationeel worden bepaald.
Figuur 32 – Aantal specialistische natuurbrandbestrijdingseenheden ter plaatse binnen 15 minuten.
Figuur 33 – Opkomsttijd 3e specialistisch natuurbrandbestrijdingsvoertuig
CONCEPT
Dekkingsplan 2023-2026
43
Beoordeling werkdruk
Conclusie
In regio Gooi en Vechtstreek komen regelmatig natuurbranden voor in de warmere, drogere periodes. Hieronder worden de alarmeringen van de natuurbrandbestrijdingsvoertuigen op de huidige posten weergegeven. Gezien het afwijkende beeld in 2021, dat een zeer natte zomer kende, zijn ook de alarmeringen in 2022 meegenomen.
Brandweer Gooi en Vechtstreek speelt in op de klimaatverandering en de verwachte risico’s die dat met zich meebrengt op het gebied van natuurbrand. Met de komst van de nieuwe specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen wordt de aanrijtijd in het zuidelijke gebied van de regio verkleind en de slagkracht in de gehele regio aanzienlijk vergroot. De beschikbaarheid van medewerkers en de restdekking bij een grote of langdurige inzet blijft daarbij wel punt van aandacht.
Kazernenaam
2020
2021
2022
gemiddeld
Bussum
11
-
12
8
Huizen
2
-
5
2
Laren
5
1
9
5
Totaal regio
18
1
26
15
Tabel 24 – Aantal alarmeringen van natuurbrandbestrijdingsvoertuigen in de periode 2020-2022
CONCEPT
Dekkingsplan 2023-2026
4.
Dekkingsplan vaststellen processtap 4
5.
Het dekkingsplan 2023-2026 is opgesteld aan de hand van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen dat op 1 juli 2022 is vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De aanpassing in de wetgeving moet hiervoor nog plaatsvinden. Het bestuur maakt daarom op grond van art. 3.2.1. ad 2 van het Besluit veiligheidsregio’s gebruik van haar wettelijke bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de normtijden voor de basisbrandweereenheid en mee te gaan in deze landelijke ontwikkeling.
Uitvoering bijstellen processtap 5 Voor de (verdere) implementatie van het dekkingsplan wordt een uitvoeringsplan/inzetplan opgesteld. In dit uitvoeringsplan Dekkingsplan 2023-2026 wordt de operationalisatie verder uitgewerkt. Maatregelen met betrekking tot de aandachtsobjecten en de objecten waarbij de wettelijke norm van 18 minuten wordt overschreden worden opgenomen in een apart plan van aanpak dat door team Risicobeheersing wordt opgesteld.
Het dekkingsplan is op ….. door het Algemeen Bestuur vastgesteld.
CONCEPT
44
6.
Dekking uitvoeren en beoordelen processtap 6 en 7 In het uitvoeringsplan wordt beschreven op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan het opgestelde dekkingsplan. Ook beschrijft het plan op welke wijze de beoordelingsfactoren (snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk) worden opgenomen in de managementrapportage van Brandweer Gooi en Vechtstreek en in de planning & control-cyclus van de veiligheidsregio.
Dekkingsplan 2023-2026
Bijlage 1 Samenvatting Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniforme werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door dit toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften waardoor regionale dekkingsplanen vergelijkbaar worden. Deze samenvatting is opgesteld door het landelijke projectteam.
Dekkingsplanproces in zeven processtappen Iedere veiligheidsregio is wettelijk verplicht om een dekkingsplan vast te stellen als onderdeel van de totale beleidscyclus (art. 14 WVr). De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen helpt de brandweer met behulp van de volgende zeven processtappen om een dekkingsplan in te richten, door het algemeen bestuur te laten vaststellen en uit te voeren.
Processtap 1 - Dekking bijstellen De brandweer maakt inzichtelijk of ontstane veranderingen of voorgenomen ontwikkelingen invloed hebben op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan geldt hierbij als referentiekader. Dit levert een set van kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten op die nodig zijn bij de beschrijving van de dekking in de volgende processtap.
Processtap 2 - Dekking beschrijven Met behulp van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beschrijft de brandweer de verwachte dekking in het verzorgingsgebied. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk.
Processtap 3 - Dekking beoordelen De brandweer toetst de verwachte repressieve dekking aan het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden en beoordeelt deze aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Verder wordt voor de toetsing ook gebruik gemaakt van het landelijk beoordelingskader Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Voor de kerntaken waarvoor (nog) geen landelijke referentiewaarden zijn vastgesteld worden de regionale kwaliteitseisen gebruikt. Het resultaat is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Op basis hiervan bepaalt de brandweer
CONCEPT
45
Dekkingsplan 2023-2026
46
in hoeverre de dekking past binnen het wettelijk kader en de bestuurlijke wensen. De beoordeling wordt opgenomen in een concept-dekkingsplan, dat ook een voorstel voor aanvullende maatregelen kan bevatten.
Processtap 4 - Dekkingsplan vaststellen Soms is het noodzakelijk de inrichtingsstappen een of meerdere keren te doorlopen om tot een dekkingsplan te komen dat optimaal binnen de wettelijke en regionale verwachtingen past. In het uiteindelijke dekkingsplan is helder geformuleerd welke onderwerpen met betrekking tot de repressieve brandweerzorg wel zijn opgenomen en welke onderwerpen niet. De brandweer legt het uiteindelijke dekkingsplan ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt het dekkingsplan vast te stellen en daarmee opdracht te verlenen tot uitvoering. Het resultaat is een bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan, inclusief de opdracht tot uitvoering door de brandweer.
Processtap 5 - Uitvoering bijstellen Het vastgestelde dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie bestaat onder meer uit de aanpassing van het meldkamersysteem, (her) positionering van de voertuigen en aanpassing van de bezetting en de roosters. Het resultaat is een repressieve brandweerorganisatie die volgens de afspraken in het dekkingsplan is ingericht.
Processtap 6 - Dekking uitvoeren De brandweer richt zich op de realisatie van de gemaakte prestatieafspraken en de uitvoering van de dekking. Dit gaat over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulpverlenen aan mens en dier. Tijdens de uitvoering registreert de brandweer de gerealiseerde dekking volgens de rekenvoorschriften van de landelijk uniforme systematiek. Het resultaat is hulpverlening en de registratie daarvan.
Processtap 7 - Uitvoering beoordelen De brandweer beoordeelt de dekkingsprestatie bij inmiddels bestreden incidenten met als doel de uitvoering te beoordelen. De beoordeling wordt gebruikt om te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen aan het bestuur. Indien nodig stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Hiermee start een nieuwe dekkingsplancyclus.
CONCEPT
Figuur 1 – Processen uit de Handreiking circulair weergegeven.
Dekkingsplan 2023-2026
Bijlage 2 Technische uitgangspunten berekeningen De operationele prestaties in het dekkingsplan worden berekend aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Deze worden afgezet tegen de risico’s in de regio. In deze bijlage worden de uitgangspunten en de gehanteerde methodiek voor deze berekeningen toegelicht.
2.1
Risico-inventarisaties
Gebouwbrand De risico-inventarisatie gebouwbrand wordt opgesteld aan de hand van de methodiek gebiedsgerichte opkomsttijden. Om aan gebieden een categorie toe te kennen, worden de gebruiksfuncties van de objecten en de buurten in de regio in kaart gebracht. Vervolgens worden de gebieden ingedeeld in een categorie, aan de hand van de stedelijkheid en het overheersende karakter van de gebruiksfuncties. Dit wordt gedaan op basis van de volgende uitgangspunten.
Objecten
Waarde
Toelichting
Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG 01-05-2022)
Voor het bepalen van de gebruiksfuncties wordt de BAG gebruikt. Hierin worden de vergunde gebruiksdoelen geregistreerd conform het Bouwbesluit 2012. Objecten met een dubbele gebruiksfunctie worden samengevoegd tot de functie met het hoogste risico: 1. Celfunctie 2. Gezondheidszorgfunctie 3. Logiesfunctie 4. Onderwijsfunctie 5. Woonfunctie 6. Winkelfunctie
Objecten
Portiekflats/woningen, woongebouw boven 20 meter en gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen
CONCEPT
7. Bijeenkomstfunctie 8. Sportfunctie 9. Kantoorfunctie 10. Overige gebruiksfunctie 11. Industriefunctie
Op basis van de Kernregistratie Objecten (KRO), de witte kaart (informatie GGD’s) en lokale kennis van het team Risicobeheersing is de BAG-lijst verder veredeld om de gebruiksfuncties inzichtelijk te maken die niet in de BAG zijn opgenomen.
47
Dekkingsplan 2023-2026
Waarde
Toelichting
Objecten
Portiekflats/woningen
Er is geen onderscheid gemaakt tussen portiekflats en portiekwoningen of het bouwjaar.
Buurten
CBS buurten. Buurtbestand 2021
Voor de buurtbepaling wordt gebruik gemaakt van de CBS-buurtindeling en de stedelijkheidsclassificaties 1 t/m 5.
Categorie 1
Streefwaarde 7 minuten Bandbreedte 4 - 10 minuten
CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee of drie waarvan minimaal een derde van de objecten tot type A tot E behoort. A. Oude binnenstad B. Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen C. Celfunctie D. Woongebouwen > 20 meter E. Portiekflats/-woningen
Categorie 2
Streefwaarde 10 minuten Bandbreedte 7 - 13 minuten
Woningen algemeen en gebouwen voor zelfredzame personen. CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee, of drie en met minder dan een derde objecten uit categorie 1.
Categorie 3
Streefwaarde 15 minuten Bandbreedte 12 - 18 minuten
Verspreid liggende woningen en gebouwen CBS buurten met een stedelijkheid van 4, 5 of geen waarde
Tabel 1 – Uitgangspunten voor het opstellen van de risico-inventarisatie gebouwbrand
Hulpverlening op hoogte Voor de risico-inventarisatie hulpverlening op hoogte is de bevolkingsdichtheid in combinatie met de het aantal uitrukken van het redvoertuig over de periode 2019-2021 weergegeven.
Technische hulpverlening Voor de risico-inventarisatie ongevallen is de bevolkingsdichtheid in combinatie met de A- en N-wegen en spoorlijnen in de regio in kaart gebracht. Het aantal incidenten met als meldingsclassificatie ongeval (prio 1 en 2 met afsluitcode inzet of afgebroken inzet) over de periode 2019-2021 is daar overheen geprojecteerd.
CONCEPT
48
Dekkingsplan 2023-2026
Waterongevallen Voor de risico-inventarisatie waterongevallen zijn de risicogebieden aan de hand van de bevolkingsdichtheid en de waterdichtheid de regio ingedeeld in risicocategorieën. Hiervoor is de formule ‘(‘oppervlakte_water_in_ha’ / ‘oppervlakte_ totaal_in_ha’ ) * ((‘aantal_inwoners’ + 1)/10)’ gebruikt. Dit resulteert in de volgende uitkomsten. Uitkomst 0: weinig of geen water Uitkomst 0 – 5: laag risico Uitkomst 5 – 100: risico Uitkomst > 100: hoog risico (hoogste waarde is 1968) De incidenten met meldingsclassificatie ongeval-water en ongeval-wegvervoer-voertuig te water (prio 1 en 2 met afsluitcode inzet of afgebroken inzet) over de periode 2019-2021 zijn daaroverheen geprojecteerd.
Gevaarlijke stoffen Voor de risico-inventarisatie gevaarlijke stoffen is de bevolkingsdichtheid en de midden en hoog risico’s op het gebied van gevaarlijke stoffen weergegeven. De laatste zijn bepaald aan de hand van de methodiek zoals ontwikkeld in de landelijke vakgroep IBGS. De incidenten zijn, gezien het ontbreken van eenduidige registratie afspraken hierover, hierbij (nog) niet weergegeven.
Natuurbrand Voor natuurbrand wordt gebruik gemaakt van de Risico-Inventarisatie Natuurbranden (RIN) van 2011. Daarbij worden gebieden aan de hand van criteria ingedeeld in risicocategorieën. Deze methodiek wordt landelijk toegepast. De nieuwe RIN wordt in 2023 verwacht.
2.2 Berekening snelheid De theoretische opkomsttijd van een voertuig wordt berekend met behulp van het rekenprogramma CARE (CArtografische REkenmodule). Hiermee wordt per object berekend welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn. De opkomsttijd die hiervoor wordt berekend is de optelsom van de meldkamertijd, de uitruktijd en de rijtijd.
CONCEPT
49
Dekkingsplan 2023-2026
Voor de berekeningen voor het dekkingsplan zijn enkele uitgangspunten bepaald, op basis waarvan het rekensysteem gevuld is. De volgende uitgangspunten zijn in lijn met de landelijke handreiking gekozen. Waarde
Toelichting
Rekenmethode
Care software
Programma voor dekkingsprognoses. Ontwikkeld door SafetyCT.
Meldkamertijd De meldkamertijd is de tijd die een meldkamer nodig heeft om een incidentmelding aan te nemen, triage te plegen en passende eenheden te alarmeren.
Mediaan verwerkingstijd: 1.15
Op basis van alarmeringen over twee jaar (2020 en 2021). De puntwaarde wordt bepaald door de mediaan van de verwerkingstijd van de incidenten. De alarmeringen zijn gefilterd op Prio 1 alarmeringen met meldingsclassificatie: brand-gebouw met afsluitcode inzet of afgebroken inzet voor het eerst gealarmeerde voertuig. Resultaat: een mediaantijd die geldt voor de hele regio.
Puntwaarde per kazerne Uitruktijd De uitruktijd is de tijd tussen alarmering van een eenheid en de uitruk naar een incident (status uitruk).
Mediaan van prio 1-uitrukken over twee jaar (2020 en 2021).
DAG/ANW
Uitruktijd per tijdvenster
DAG: 07.00-18.00 werkdagen ANW:18.00-07.00 en weekenddagen
Rijtijd
Puntwaarde per kazerne
Berekend met wegenbestand van TomTom met zgn speedprofiles
Opkomsttijd
Snelste hulp ter plaatse
De tijdselementen meldkamer-, uitruk- en rijtijd gezamenlijk vormen de opkomsttijd.
Basisbrandweereenheid
Maatgevend scenario: Berekend aan de hand van uitrukmodel DAG (TS4 of TS6 => (samengestelde TS6) zoals vastgelegd Nederhorst den Berg, Blaricum en Hilversum) en ANW (TS6) in Besluit veiligheidsregio’s
Operationele grenzen
De snelste (samengestelde) eenheid is Brandweer Gooi en Vechtstreek hanteert operationele grenzen. weergegeven in de prognose.
Interregionale voertuigen
Geen grensbeperkingen voor gelijksoortige voertuigen van buurregio’s.
CONCEPT
Resultaat: Mediaantijden per post en eenheid (zie 2.7). Onderscheid DAG of ANW voor TS.
Zoals vastgelegd in interregionale convenanten. Deze voertuigen kunnen door de meldkamer direct worden gealarmeerd. De uitruktijden van deze voertuigen (TS, HV, RV en WO) worden periodiek door de regio’s uitgewisseld.
Tabel 2 – Uitgangspunten voor de berekening van de factor snelheid (opkomsttijd)
50
Dekkingsplan 2023-2026
2.3
Normtijden
De beoordeling van de factor snelheid vindt plaats aan de hand van de normen die hiervoor zijn vastgesteld. Voor de basisbrandweerzorg is hier het landelijke Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden van toepassing. Voor de overige kerntaken komen deze voort uit landelijk beleid dat is uitgewerkt en is vastgesteld in regionaal beleid. Categorie
Overheersend karakter van het gebied
Referentiewaarde in minuten
Bandbreedte in minuten*
I
• Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen) • Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen) • Portiekwoningen • Woongebouwen hoger dan 20 meter