708399 Brandweer GV - Dekkingsplan
Tekst van het document
Dekkingsplan 2023-2026
Dekkingsplan 2023-2026
12
kazernes
481
tankautospuiten +
305 vrijwilligers 176 beroeps
1 snelle interventie eenheid 3 redvoertuigen 2 hulpverleningsvoertuigen 1 waterongevallenvoertuig 5 natuurbrandbestrijdingsvoertuigen
11 vrijwilligersposten 1 beroepspost
Kerntaken
16
medewerkers
gemeente Gooise Meren
Diverse specialismes • Quick Response Team • Droneteam • Groot Water Transport • Logistieke ondersteuning • Rietkapteams
gemeente Huizen
Bestuurlijke uitgangspunten
gemeente Blaricum
waliteit brandweerzorg blijft behouden. K Gebaseerd op vrijwilligheid en beroeps. Samenwerking versterkt kwaliteit. Betaalbare brandweerzorg.
gemeente Laren gemeente Hilversum
Ontwikkelingen italiteit posten en repressieve dekking V Taakdifferentiatie en verplichtend karakter Risicogerichte en innovatieve brandweerzorg Klimaatverandering en natuurbranden Interregionale samenwerking
CONCEPT
gemeente Wijdemeren
2
Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand. Het beperken en bestrijden van gevaar bij ongevallen. Het beperken en bestrijden van gevaar bij waterongevallen. Het voorkomen, beperken en bestrijden van gevaar bij ongevallen met gevaarlijke stoffen, het verkennen en meten van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting. Het voorkomen, beperken en bestrijden van natuurbrand.
Dekkingsplan 2023-2026
3
Inhoudsopgave Voorwoord
4
4. Dekkingsplan vaststellen | processtap 4
44
Bestuurlijke samenvatting
5
5. Uitvoering bijstellen | processtap 5
44
Inleiding
8
6. Dekking uitvoeren en beoordelen | processtap 6 en 7
44
1. 1.1 1.2
Dekking bijstellen | processtap 1 Interne ontwikkelingen Externe ontwikkelingen
9 9 12
45
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Dekking beschrijven | processtap 2 De factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk Beschrijving van de factor snelheid Beschrijving van de factor capaciteit Beschrijving van de factor paraatheid Beschrijving van de factor werkdruk
16 16 16 20 22 24
Bijlagen 1. Samenvatting Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen 2. Technische uitgangspunten berekeningen 3. Materieelspreidingsplan
3. Dekking beoordelen | processtap 3 25 3.1 Beoordeling van de basisbrandweerzorg 25 3.2 Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig 31 3.3 Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening 32 3.4 Beoordeling operationele prestatie bij waterongevallen 34 3.5 Beoordeling operationele prestatie bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen 36 3.6 Beoordeling operationele prestatie bij natuurbrandbestrijding 40
CONCEPT
45 47 56
Dekkingsplan 2023-2026
4
Voorwoord Voor u ligt het dekkingsplan 2023-2026 van Brandweer Gooi en Vechtstreek. Dit dekkingsplan kent, in lijn met de landelijke ontwikkelingen, een nieuwe opzet, waarbij op basis van de risico’s en ontwikkelingen in de regio wordt gekeken naar passende brandweerzorg. Klimaatverandering zorgt ervoor dat er in dit dekkingsplan meer aandacht is voor natuurbrandbestrijding. Onze regio beschikt met veel bos en heide over een groot deel brandbare natuur. Langdurige droogte en de risico’s die daarmee gepaard gaan zijn daarom een factor om rekening mee te houden. In de komende jaren neemt Brandweer Gooi en Vechtstreek veel nieuw materieel in gebruik. Het dekkingsplan vormt de basis voor de instroom van deze voertuigen. Natuurbrandbestrijdingsvoertuigen, redvoertuigen, het hulpverleningsvoertuig en de brandweerhulpboten worden strategisch in ons verzorgingsgebied gestationeerd, met als doel het hele gebied goed en snel te kunnen bedienen. Zoals gezegd: bij alle overwegingen en keuzes staat onze dienstbaarheid aan en de veiligheid van de burger centraal. Als regio proberen we in ons werk onveiligheid te voorkomen en bij te dragen aan een redzame samenleving. We brengen de actuele risico’s in de gemeenten en in de regio in kaart en adviseren gemeenten over de aanpak van deze risico’s. Met onze partners werken we aan maatregelen om de veiligheid te vergroten.
Ook bevorderen we de veiligheid in de eigen woon- en werkomgeving onder de noemer (brand)veilig leven. We informeren mensen op een laagdrempelige en toegankelijke manier over hoe ze zichzelf en hun buren kunnen beschermen tegen brand en andere onveilige situaties. Maar alle onveiligheid voorkomen lukt helaas niet. Daarom staan wij dag en nacht klaar om hulp te verlenen als het toch misgaat.
CONCEPT
Tenslotte: het leveren van brandweerzorg blijft te allen tijde mensenwerk. Onze gepassioneerde en betrokken mensen vormen het kapitaal in de brandweerorganisatie. De vrijwilligers, de beroepsbrandweermensen en de mensen in de ondersteunende functies leveren allemaal hun bijdrage aan een (brand)veilig Gooi en Vechtstreek. Samen. Een gezonde, duurzame en plezierige werkomgeving bieden aan onze brandweerprofessionals is dan ook essentieel.
John van der Zwan Commandant Brandweer Gooi en Vechtstreek
Dekkingsplan 2023-2026
5
Bestuurlijke samenvatting Zoals de Wet veiligheidsregio’s voorschrijft stelt de brandweer elke vier jaar een dekkingsplan op voor onze veiligheidsregio. In dit plan beschrijven wij de operationele prestaties die wij als brandweer gaan leveren. De totstandkoming van het dekkingsplan is een intensief en zorgvuldig proces, waarbij de snelste hulp aan de burger het uitgangspunt is.
Inleiding Het nieuwe dekkingsplan 2023-2026 is opgesteld aan de hand van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen. De focus in deze nieuwe systematiek ligt op het continu verbeteren en optimaliseren van de brandweerzorg. Op basis van de risico’s en ontwikkelingen in de regio wordt gekeken naar passende brandweerzorg, waarbij wordt voldaan aan landelijke en regionale kwaliteitseisen van de repressieve brandweerzorg.
Brandweer Gooi en Vechtstreek is in de regio verantwoordelijk voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand en het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij andere ongevallen (art.25 Wvr). De repressieve organisatie van de brandweer wordt gevormd door 12 posten die dag en nacht voor de bestrijding van deze incidenten klaar staan. Het overgrote deel van deze posten (11) wordt bemenst door vrijwilligers.
Bestuurlijke uitgangspunten Voorafgaand aan het opstellen van het dekkingsplan, zijn door het bestuur op een viertal thema’s uitgangspunten gedefinieerd. Dit betreft: Kwaliteit – inzetten op het behoud van de kwaliteit van de brandweerzorg
Deze kwaliteit wordt niet alleen gemeten aan de hand van snelheid, maar ook aan de hand van de factoren capaciteit (slagkracht), paraatheid en werkdruk. De kwaliteit wordt vastgelegd voor alle kerntaken van de brandweer. Waar nodig worden maatregelen uitgewerkt om de kwaliteit te verbeteren. Voor de factor snelheid bij gebouwbranden, wordt daarbij gebruik gemaakt van het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Dit houdt in dat in plaats van in objecten, gebieden worden ingedeeld in een (risico)categorie, waaraan een opkomsttijd wordt gekoppeld. Dit is nieuw ten opzichte van eerdere dekkingsplannen. Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek wordt gevormd door de zes gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren en telt bijna 240.000 inwoners, waarvan een kwart met een leeftijd van 65+. Geografisch kent de regio, naast het bebouwde gebied, een aanzienlijke oppervlakte bos en heide en binnenwater. Door de regio lopen diverse A- en N-wegen en spoorlijnen waarover soms ook vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
CONCEPT
Vrijwilligheid – Uitgangspunt blijft dat de vrijwillige brandweer een groot goed is. Het is belangrijk en waardevol dat vrijwilligers mee kunnen denken en sturen op de vitaliteit van hun post (aantal vrijwilligers, opkomsttijd, 24/7 beschikbaarheid). Waar nodig is gerichte versterking met beroepskrachten een logische ontwikkeling. Samenwerken – Samenwerking op het gebied van repressieve brandweerzorg vermindert kwetsbaarheid, versterkt kwaliteit en helpt om de kosten beheersbaar te houden. Daarbij is het van belang oog te houden voor de ‘identiteit van de post’. Bij samenwerking tussen de regio’s is financiële transparantie van belang. Betaalbaarheid – Het op niveau houden van de brandweerzorg vraagt om maatregelen. Het niveau van maatregelen en kosten worden separaat bestuurlijk voorgelegd.
Dekkingsplan 2023-2026
6
Bij de uitwerking van het dekkingsplan zijn bovenstaande uitgangspunten leidend geweest. Door inzet op de vitaliteit van de vrijwilligheid en samenwerking met andere regio’s is het mogelijk gebleken de kwaliteit van brandweerzorg op peil te houden. Het dekkingsplan sluit aan bij de geactualiseerde risico’s in Gooi en Vechtstreek. Klimaatverandering zorgt ervoor dat er in dit dekkingsplan meer aandacht is voor natuurbrandbestrijding. Door het schrappen van afgeschreven materieel en het rationaliseren van het aantal vaartuigen is ruimte gevonden om te investeren in natuurbrandbestrijdingsvoertuigen (zoals eerder bestuurlijk vastgesteld).
voldoende geacht ten opzichte van de risico’s en het gemiddelde aantal alarmeringen.
Uitwerking
Dit doet zij door de organisatie in te richten op de werkdruk. De gemiddelde werkdruk voor de beroepskazerne is 936 alarmeringen per jaar. Bij een vrijwillige post ligt dit gemiddelde op 160 alarmeringen per jaar. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen posten met meer dan 200 alarmeringen (Huizen Eemlandweg en Bussum) en de posten tot 200 alarmeringen per jaar. De alarmeringsfrequentie komt overeen met de stedelijke dichtheid van de verzorgingsgebieden en sluit aan bij de huidige regionale organisatievorm. Dat wil zeggen dat er in het gebied met een hoge incidentfrequentie een beroepskazerne staat, dat in gebieden met een middelhoge frequentie de vrijwillige kazernes Bussum en Huizen Eemlandweg beschikken over vangnetten om de bezetting te garanderen en dat in de gebieden met lage incidentfrequentie kazernes met alleen een vrijwillige bezetting staan.
Op de diverse incidenten die zich in de regio kunnen voordoen, bereidt brandweer Gooi en Vechtstreek zich voor om vanuit haar taakstelling met de beschikbare mensen en middelen de juiste hulp te verlenen. Dit doet zij door snel ter plaatse te zijn. De eerste basisbrandweereenheid kan na een melding van een gebouwbrand over het algemeen binnen de gestelde normtijd van het landelijke kader gebiedsgerichte opkomsttijden ter plaatse zijn. Op werkdagen tijdens kantooruren wordt in een aantal gebieden de normtijd niet gehaald. Oorzaak hiervoor is de lagere beschikbaarheid van vrijwilligers op deze uren. Hierdoor kan niet met een volledige basisbrandweereenheid (met zes personen) worden uitgerukt. De eenheid wordt dan samengesteld met de eenheid van de naburige post. De tijd waarop een complete basisbrandweereenheid dan aanwezig is, is hierdoor hoger. De andere eenheden kunnen binnen de geldende normtijden ter plaatse zijn. Dit doet zij door voldoende slagkracht te leveren. Op zowel de DAG als in de ANW (avond, nacht en weekend) kan regionaal, zowel in de huidige als in de toekomstige situatie, 99% van de objecten met drie tankautospuiten binnen 18 minuten worden bediend. De slagkracht is daarmee op orde en de regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan het landelijke slagkrachtprofiel. Wel is de continuïteit bij dit soort inzetten kwetsbaar.
Ook de slagkracht bij de andere kerntaken wordt
CONCEPT
Dit doet zij door paraat te zijn. Het regionale beschikbaarheidspercentage voor de eerste tankautospuit ligt in de regio op 99%. Dit betreft de paraatheid van een tankautospuit met vier personen. Voor het uitrukken met een volledige basiseenheid met zes personen is de beschikbaarheid van de vrijwilligers op de meeste posten op werkdagen tijdens kantooruren te laag. De beschikbaarheid van andere eenheden is op niveau, maar de beschikbaarheid van vrijwilligers behoeft continu aandacht.
Om de kwaliteit van de brandweerzorg en de repressieve dekking te behouden en op sommige punten te kunnen verbeteren, zet de brandweer samen met de bestuurder in op de vitaliteit van de posten. Monitoring van bezetting, leeftijdsopbouw en beschikbaarheid is daarbij onmisbaar om tijdig te kunnen anticiperen op een dalende dekking. Om de operationele prestaties ook bij lage paraatheid te kunnen garanderen, zijn enkele posten als continuïteitspost aangemerkt. Voor deze posten met een centrale ligging en hoge incidentfrequentie is het niet wenselijk om buiten dienst te gaan. Om deze posten bij lage paraatheid toch in dienst te houden is een vangnet ingebouwd. Hierbij kan repressief inzetbaar
Dekkingsplan 2023-2026
kantoorpersoneel op de post worden ingezet voor ondersteuning in de dagdienst. Daarnaast zet de brandweer vanuit de gecombineerde domeinen risicobeheersing en incidentbestrijding extra of gerichte maatregelen vanuit risicobeheersing in, om in situaties waarbij de repressieve dekking volgens het dekkingsplan onvoldoende is, toch een gelijkwaardig veiligheidsniveau voor inwoners te realiseren. Door middel van bijvoorbeeld voorlichtingen en woningbezoeken wordt de bewustwording over brandveiligheid vergroot en de zelfredzaamheid verhoogd. Brandweer Gooi en Vechtstreek streeft ernaar haar taak op een effectieve en efficiënte manier uit te voeren. Hiervoor werkt zij nauw samen met omliggende regio’s en ketenpartners en speelt zij in op maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende risico’s. Klimaatverandering en de verhoogde kans op onbeheersbare natuurbranden is onderdeel van de risico’s in onze regio waar de aandacht op is gevestigd. Om die reden is natuurbrandbestrijding naast de andere kerntaken opgenomen in het dekkingsplan. Door samen te werken en te anticiperen op ontwikkelingen en risico’s bereidt de brandweer zich voor om zowel nu als morgen in de gehele regio de juiste hulp te kunnen bieden. Over de gerealiseerde prestaties rapporteert zij binnen de planning en control cyclus periodiek aan het bestuur.
CONCEPT
7
Dekkingsplan 2023-2026
8
Inleiding Conform de Wet veiligheidsregio’s stelt het bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek elke vier jaar een dekkingsplan voor de repressieve brandweerzorg vast. Hierin wordt vastgelegd hoe de theoretisch berekende operationele prestaties van de brandweer zich verhouden tot de daaraan gestelde eisen.
Landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen Het dekkingsplan 2023-2026 is opgesteld aan de hand van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen dat op 1 juli 2022 is vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De aanpassing in de wetgeving moet hiervoor nog plaatsvinden. Het bestuur maakt daarom op grond van art. 3.2.1. ad 2 van het Besluit veiligheidsregio’s gebruik van haar wettelijke bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de normtijden voor de basisbrandweereenheid en mee te gaan in deze landelijke ontwikkeling. De focus in deze nieuwe systematiek ligt op het continu verbeteren en optimaliseren van de brandweerzorg. Op basis van de risico’s en ontwikkelingen wordt gekeken naar passende brandweerzorg in de regio, waarbij wordt voldaan aan wet- en regelgeving en landelijke of regionale kwaliteitseisen die aan de repressieve brandweerzorg worden gesteld. Deze kwaliteit wordt niet alleen gemeten aan de hand van snelheid, maar ook aan de hand van de factoren capaciteit, paraatheid en werkdruk. De kwaliteit wordt vastgelegd voor alle kerntaken van de brandweer. Waar nodig worden maatregelen uitgewerkt om de kwaliteit te verbeteren.
Gebiedsgerichte opkomsttijden De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen maakt voor de factor snelheid bij gebouwbranden gebruik van het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Hierbij worden, in plaats van in objecten, gebieden ingedeeld in een (risico)categorie waaraan een opkomsttijd wordt gekoppeld. In het beoordelingskader zijn hiervoor referentiewaarden of normtijden per categorie vastgelegd.
Kwaliteitseisen Verder wordt gebruik gemaakt van het landelijk beoordelingskader Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Voor de kerntaken waarvoor
CONCEPT
(nog) geen landelijke referentiewaarden zijn vastgesteld worden de regionale kwaliteitseisen gebruikt.
Brandrisicoprofiel De Wet veiligheidsregio’s bepaalt dat elke regio een brandrisicoprofiel opstelt. Het brandrisicoprofiel dient als input voor het dekkingsplan. Er bestaat nog geen eenduidige (landelijke) systematiek voor het opstellen van een brandrisicoprofiel. Hier gaat de komende jaren wel aan gewerkt worden. Voor de methodiek van Gebiedsgerichte Opkomsttijden is in feite geen apart brandrisicoprofiel meer nodig, omdat in de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen al wordt beschreven hoe met de brandrisico’s voor gebouwen in het verzorgingsgebied moet worden omgegaan. Het opstellen van een brandrisicoprofiel heeft echter nog steeds meerwaarde, bijvoorbeeld bij de prioritering en het bepalen van compenserende maatregelen voor aandachtsgebieden en -objecten. Ook biedt het een nadere onderbouwing bij het uitvoeren van de taken van afdeling Risicobeheersing, bijvoorbeeld het kunnen toepassen van een risicogerichte werkwijze.
Leeswijzer In dit dekkingsplan zijn de processtappen uit de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen doorlopen. Hoofdstuk 1 beschrijft de inrichting van de repressieve organisatie en de interne en externe ontwikkelingen in de regio. Hoofdstuk 2 beschrijft de operationele prestaties van de brandweer aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk. Hoofdstuk 3 beschrijft per kerntaak de indeling van de regio in risicogebieden, de daarvoor geldende opkomsttijden, de mate waarin Brandweer Gooi en Vechtstreek aan deze tijdsnormen kan voldoen en of er maatregelen noodzakelijk zijn om de dekking te verbeteren. Hoofdstuk 4 tot en met 6 hebben betrekking op bestuurlijke vaststelling, implementatie en monitoring van het dekkingsplan. Bijlage 1 geeft een samenvatting van de Handreiking. In Bijlage 2 zijn de (technische) uitgangspunten van de berekeningen opgenomen en in Bijlage 3 wordt het materieelspreidingsplan weergegeven.
Dekkingsplan 2023-2026
1.
Dekking bijstellen processtap 1 In dit hoofdstuk wordt de huidige repressieve organisatie beschreven die als vertrekpunt dient voor het dekkingsplan. Daarnaast worden de interne en externe ontwikkelingen omschreven die van invloed kunnen zijn op de dekking.
1.1
Interne ontwikkelingen
Brandweer Gooi en Vechtstreek is volop in beweging. Met een aantal wijzigingen in de repressieve organisatie, het uitstromen en moderniseren van verouderd materieel en het vergroten van de samenwerking met omliggende veiligheidsregio’s en ketenpartners, wil de brandweer beter kunnen inspelen op diverse ontwikkelingen (en risico’s) in de regio. De vitaliteit van de vrijwilligersposten blijft daarbij centraal staan en zal de komende periode de nodige aandacht vragen.
1.1.2
Inrichting repressieve organisatie
De huidige repressieve organisatie van Brandweer Gooi en Vechtstreek wordt gevormd door één beroepspost in Hilversum en 11 vrijwillige brandweerposten: de posten Blaricum, Bussum, ‘s-Graveland, Huizen Bovenmaat, Huizen Eemlandweg, Laren, Loosdrecht, Muiden, Muiderberg, Naarden en Nederhorst den Berg. In 2022 is afscheid genomen van post Weesp, die nu formeel bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland hoort. Post Huizen Bovenmaat is doorontwikkeld tot een zelfstandig opererende post in de Avond, Nacht en Weekend (ANW). Verder is eind 2022 de nieuwe kazerne in Muiden in gebruik genomen. De gehele organisatie bestaat uit 481 medewerkers, waarvan 305 medewerkers als vrijwilliger werkzaam zijn. Van het beroepspersoneel (176) zijn 43 medewerkers werkzaam in de 24-uursdienst. Daarnaast heeft het overgrote deel van het beroepspersoneel ook een repressieve functie als operationele leiding of als vrijwilliger bij een post. De logistieke
CONCEPT
ondersteuning tijdens grote en langdurige inzetten wordt verzorgd door het team Logistiek & Ondersteuning in Hilversum, dat bemenst wordt door vrijwilligers.
1.1.3 Uitgangspunten repressieve organisatie De verdere inrichting van de repressieve organisatie vindt plaats aan de hand van de volgende bestuurlijke en ambtelijke uitgangspunten. Bestuurlijke uitgangspunten Kwaliteit De kwaliteit van de brandweerzorg blijft behouden. Hiervoor worden de nodige inspanningen gedaan. Eventueel hiertoe te nemen maatregelen worden geleidelijk doorgevoerd.
gemeente Gooise Meren
gemeente Huizen gemeente Blaricum gemeente Laren gemeente Hilversum
gemeente Wijdemeren
Figuur 1 – Brandweerkazernes in de regio Gooi en Vechtstreek
9
Dekkingsplan 2023-2026
10
Vrijwilligheid De vrijwillige brandweer is een groot goed, waarvan de meerwaarde groter is dan alleen de brandweerrepressie. Bestuurders willen zich als ambassadeur inzetten om dat te behouden (deze rol als ambassadeur kan zich onder andere richten op algemene zichtbaarheid, waardering, huisvesting en werving). Verder is het belangrijk en waardevol dat vrijwilligers mee kunnen denken en sturen op de vitaliteit van hun post. Waar nodig is gerichte versterking met beroepskrachten een logische ontwikkeling, omdat het de vraag is of alle posten op lange termijn vitaal zijn.
instroommodel. Vitaliteit van posten, zowel in formatie, leeftijdsopbouw als beschikbaarheid, is hierbij essentieel. Vitale posten, nu en in de toekomst, zijn noodzakelijk om het niveau van brandweerzorg en daarmee de repressieve dekking te behouden.
Samenwerken Samenwerking op het gebied van repressieve brandweerzorg is een goede ontwikkeling. Het vermindert kwetsbaarheid, versterkt kwaliteit en helpt om de kosten beheersbaar te houden. Bij samenwerking is het van belang oog te houden voor de ‘identiteit van de post’, omdat de binding van de vrijwilliger juist op de post ligt. Bij samenwerking tussen de regio’s is financiële transparantie van belang.
Inzetten op balans tussen taakveld en repressie De beroepsmedewerkers met een repressieve neventaak zijn bij inzet als dagdienstpersoneel voldoende in staat hun hoofdtaak uit te voeren. Alle (dagdienst)medewerkers krijgen de mogelijkheid om (bij geschiktheid) repressieve taken uit te voeren.
Betaalbaarheid Door de afschaffing van consignatie en kazernering (een systeemverandering) vervalt de garantie op een aantal functies. Het op niveau houden van de brandweerzorg vraagt om maatregelen. De mate van garantie en het bijbehorende niveau van maatregelen en kosten worden separaat bestuurlijk voorgelegd. Ambtelijke uitgangspunten Brandweer Gooi en Vechtstreek staat 24/7 paraat Continuïteit van brandweerzorg – ook in de toekomst – is het primaire streven van Brandweer Gooi en Vechtstreek. Gebaseerd op vrijwilligheid en beroeps Brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers werken samen om de continuïteit te realiseren. Vitale vrijwilligersposten De vrijwillige brandweerposten zijn paraat op basis van het vrije
CONCEPT
Faciliteren van repressie vanuit centrale planning Continuïteit van brandweerzorg wordt bewaakt via een systeem van centrale planning, waarbij de mogelijkheid bestaat dat posten (tijdelijk) worden ondersteund door dagdienstpersoneel dat repressief inzetbaar is.
Brandweerposten opereren als netwerk voor benodigde slagkracht Alle posten dragen bij aan de regionale kwaliteit van brandweerzorg: posten leveren samen brandweerzorg en doen dat niet alleen. Stimuleren van Uitruk op Maat De slagkracht wordt afgestemd op het incident. Dit houdt in dat voor een niet-maatgevend incident een kleinere eenheid dan de basisbrandweereenheid (TS6) kan worden ingezet. Verder kan een TS6 ook worden samengesteld (SI2 + TS4 of 2 x TS4) . Het streven blijft om zo snel mogelijk brandweerzorg te leveren. Het veilig kunnen optreden en daarbij aanvaardbare risico’s kunnen nemen blijft hierbij een zeer belangrijke voorwaarde. Specialistische eenheden worden slim gespreid over posten Specialistische eenheden worden slim gepositioneerd, gebaseerd op ingeschatte risico’s volgens de (specialistische) risico-inventarisatie. Bij deze spreiding wordt ook een afweging gemaakt op grond van paraatheid, werkdruk en werkbelasting.
Dekkingsplan 2023-2026
1.1.4 Ontwikkelingen Om de repressieve brandweertaak zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren wordt continu gezocht naar verbetering. Hierbij wordt ingespeeld op landelijke en (inter)regionale ontwikkelingen. De volgende ontwikkelingen en stappen die hierin zijn gezet zijn daarbij van belang. Vitaliteit van posten De vitaliteit van de posten staat door diverse factoren onder druk. Met het boeien en binden van vrijwilligers wordt eigenaarschap beoogd voor de paraatheid van de post in de eigen omgeving. De paraatheid wordt daarbij continu gemonitord, zodat bij lage paraatheid direct vangnetten kunnen worden ingezet (zie ook het volgende kopje). Daarnaast kan door monitoring ook worden ingespeeld op ontwikkelingen zoals vergrijzing. Belangrijke indicatoren voor een vitale post zijn de bezetting, de leeftijdsopbouw en de duur van het dienstverband van medewerkers. Bij een naderende lage bezetting kan samen met het (lokale) bestuur worden gekeken op welke wijze de werving van vrijwilligers kan worden gestimuleerd. Onderdeel hiervan is het faciliteren in voorzieningen als bijvoorbeeld een werkplek (conform Arbo-eisen) of huisvesting, om zo nieuwe (doelgroepen) vrijwilligers aan te trekken.
Garantie van repressieve dekking Om de operationele prestaties – zoals vastgelegd in dit dekkingsplan – ook bij lage paraatheid te kunnen garanderen, zijn enkele posten binnen de regio als continuïteitspost aangemerkt. Voor deze posten met een centrale ligging en een hoge incidentfrequentie is het niet wenselijk om buiten dienst te staan. Dit zijn de posten Hilversum, Bussum, Huizen Eemlandweg en Nederhorst den Berg (Incidentbestrijding van Waterongevallen). Gestreefd wordt om deze posten 100% inzetbaar te houden. Voor de andere vrijwillige posten wordt gestuurd op 98% paraatheid. Om deze continuïteitposten bij lage paraatheid toch in dienst te houden wordt een vangnet ingebouwd. Hierbij kan repressief inzetbaar kantoorpersoneel op de post worden ingezet, voor ondersteuning in de dagdienst. Voor de continuïteit van het duikteam wordt als beheersmaatregel de formatie verhoogd.
CONCEPT
11
Taakdifferentiatie (verplicht karakter) Door nieuwe regelgeving waarbij een vrijwilliger niet meer verplicht mag worden om op te komen, komt de gegarandeerde opkomst door kazernering en consignatie naar alle waarschijnlijkheid te vervallen. Hierdoor wordt monitoring van de repressieve beschikbaarheid en het opzetten van vangnetten nog belangrijker, zodat tijdig kan worden ingespeeld op een dalende dekking. De ontwikkelingen rond taakdifferentiatie worden de komende tijd op de voet gevolgd. Zodra de concrete gevolgen ervan duidelijk zijn, zullen de maatregelen die ten behoeve van de garantie van de dekking moeten worden genomen, separaat worden vastgesteld. Deze maatregelen zullen vervolgens in het dekkingsplan worden opgenomen. Uitruk op Maat Bij het uitvoeren van de brandweertaak past Brandweer Gooi en Vechtstreek de landelijke systematiek Uitruk op Maat toe. Dat betekent dat de slagkracht wordt aangepast aan het soort incident en de impact daarvan. Hierdoor kan bij sommige taken worden uitgerukt met minder dan zes personen en kan daar waar een volledige basisbrandweereenheid noodzakelijk is, deze worden samengesteld. Op de beroepspost Hilversum wordt de basisbrandweereenheid samengesteld door een snelle interventie eenheid (SI2) en een tankautospuit met vier personen.
Interregionale samenwerking Brandweer Gooi en Vechtstreek heeft met alle aangrenzende regio’s convenanten opgesteld waarin is afgesproken dat regiogrenzen geen belemmering meer vormen bij het bieden van (spoedeisende) hulp aan de burger in relatie tot de basisbrandweerzorg. De interregionale samenwerking laat vanzelfsprekend het gezag, zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s, onveranderd. Samenwerking met Veiligheidsregio Flevoland Met Veiligheidsregio Flevoland is een intensief samenwerkingsverband aangegaan. In 2019 is de zogenaamde samenwerkingsovereenkomst getekend waarmee invulling wordt gegeven aan de gezamenlijke ambitie om onder meer brandweerzorg van een kwaliteitsimpuls te voorzien en
Dekkingsplan 2023-2026
de integraliteit in de uitvoering te bevorderen. Andere doelen bij deze samenwerking zijn het minder kwetsbaar maken van beide organisaties en het beperken van de kostenstijgingen. Binnen brandweerzorg Gooi en Vechtstreek en Flevoland is hierdoor inmiddels een nauwe samenwerking ontstaan. Elk team kent een eenhoofdige leiding, de meldkamers zijn samengevoegd en specialistische functies worden gezamenlijk ingezet. Meldkamer Midden-Nederland In de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) is een proces van standaardisatie in gang gezet. Dit verbetert de interregionale samenwerking, de mogelijkheid om op elkaar terug te vallen bij (zeer zeldzame) uitval van een meldkamer en de mogelijkheid om de werklast bij grote drukte onder de meldkamers te verdelen. In 2025 staat de ingebruikname van Meldkamer Midden-Nederland in Hilversum gepland. Hiervoor vindt nauwe samenwerking plaats tussen de regio’s Gooi en Vechtstreek, Flevoland en Utrecht, en worden de meldings- en alarmeringsregeling en meldkamerprocessen verder geharmoniseerd. Versterking samenwerking veiligheidsdomein Brandweer Gooi en Vechtstreek gaat steeds nauwer samenwerken met andere hulpdiensten. Met Veiligheidsregio Utrecht is een Quick Response Team opgericht voor ondersteunende brandweerzorg bij incidenten met grof en extreem geweld.
Verder is de samenwerking met de ambulancedienst verder uitgebreid en wordt de brandweer nu ook ingezet bij reanimatiemeldingen. Ook worden de brandweerposten opengesteld voor diverse lokale veiligheidsgerelateerde activiteiten en worden op sommige posten integrale spreekuren georganiseerd met de wijkbrandweer, wijkagent en bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s). Risicobeheersing en Brandveilig Leven Vanuit de gecombineerde domeinen risicobeheersing en incidentbestrijding beschikt de brandweer over een waaier van maatregelen, waarmee zij de (fysieke) brandveiligheid kan beïnvloeden. Het team Risicobeheersing draagt binnen regio Gooi en Vechtstreek bij aan de brandveiligheid van gebouwen, door advisering en toezicht tijdens de bouw en in de gebruiksfase van bestaande gebouwen. Het team
CONCEPT
12
Brandveilig Leven geeft advies en voorlichting over brandveiligheid aan burgers van de regio. Door middel van bijvoorbeeld voorlichtingen en woningbezoeken, wordt de bewustwording over brandveiligheid vergroot en de zelfredzaamheid verhoogd. In situaties waarbij de repressieve dekking volgens het dekkingsplan onvoldoende is, kunnen extra of gerichte maatregelen vanuit Risicobeheersing worden ingezet, om toch een gelijkwaardig veiligheidsniveau voor inwoners te realiseren. Innovatie Brandweer Gooi en Vechtstreek volgt de nieuwe (technologische) ontwikkelingen binnen het vakgebied. Bij de aanschaf van nieuw materieel en materiaal worden die nadrukkelijk meegewogen. Ook duurzaamheid speelt hierbij een rol. Waar nodig wordt getoetst op welke wijze nieuwe technologie de brandweer kan helpen haar taak nog beter uit te voeren. Zo is onlangs het droneteam opgericht en kan bij grote incidenten snel overzicht en inzicht worden gegenereerd. Momenteel wordt onderzocht welke toegevoegde waarde de inzet van een onderwaterdrone kan hebben bij de brandweertaken en wordt gekeken naar innovatieve gecombineerde toepassingen van kerntaken in eenheden zoals de combinatie van brand, hulpverlening en IBGS (Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen).
1.2 1.2.1
Externe ontwikkelingen Geografie
Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek wordt sinds de uittreding van de gemeente Weesp in 2022, gevormd door de zes gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren. In de huidige vorm beslaat de regio een gebied van bijna 250 km2, waarvan ongeveer 30% binnenwater beslaat en 20% uit bos en heide bestaat. Het bebouwde gebied neemt bijna 19% van het gebied in. (CBS-cijfers 2017) Door de regio lopen spoorlijnen en de belangrijke verbindingswegen A1, A27 en A6. De regio wordt omringd door de veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Utrecht en Flevoland, waarmee nauw wordt samengewerkt.
Dekkingsplan 2023-2026
Bodemgebruik
13
Prognose naar leeftijd
Binnenwater
160000
75,34
140000
Bos en open natuurlijk terrein
50,36
120000 100000
Bebouwd terrein
47,06
Recreatieterrein
10,61
Verkeersterrein
8,57
Semi-bebouwd terrein
2,95
80000 60000 40000
60
70
80
Figuur 2 – Bodemgebruik in km2 (Bron: CBS (2017))
1.2.2
20-65
2047
2046
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
0-20
2050
50
2049
40
2050
30
2048
20
2049
10
2022
2021
0
2048
0
2000
65+
Figuur 3a – Ontwikkeling leeftijdsopbouw in Gooi en Vechtstreek (Bron: CBS)
Demografie
Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek telt bijna 240.000 inwoners. Hiervan is 38% woonachtig in de gemeente Hilversum, 25% in de gemeente Gooise Meren, 17% in de gemeente Huizen, 10% in de gemeente Wijdemeren, 5% in de gemeente Blaricum en 5% in de gemeente Laren.
Prognose bevolkingsgroei 270000 265000
CONCEPT
245000 240000 235000 230000 2047
2046
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
225000 2024
Het Regionaal Risicoprofiel van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek beschrijft de rampen en crises waarmee de regio te maken kan krijgen. Daarnaast zijn er trends en ontwikkelingen in de samenleving en in het klimaat die mogelijk nieuwe risico’s met zich meebrengen.
250000
2023
Risico’s in de regio
255000
2022
1.2.3
260000
2021
Volgens de prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zal het aantal inwoners tot 2035 met 5 tot 10 % toenemen. Van de 240.000 inwoners is nu bijna 25% 65 jaar of ouder. Dat maakt de regio een vergrijzende regio. Deze ontwikkeling zal zich de komende jaren verder ontwikkelen tot een sterk vergrijzende regio met 25 tot 30% 65-plussers in 2050. De daadwerkelijke vergrijzing verschilt per gemeente.
Figuur 3b – Ontwikkeling bevolkingsgroei in Gooi en Vechtstreek (Bron: CBS)
Dekkingsplan 2023-2026
Mediapark In Hilversum bevindt zich het Mediapark, het mediahart van Nederland. Hier zijn meerdere studio’s gevestigd waar veel televisie- en radioproducties worden gemaakt en uitgezonden. Het Mediapark is kwetsbaar voor meerdere rampen en crises en kan een grote slagkracht vereisen van nood- en hulpdiensten. Vestingen Naarden en Muiden De regio kent twee vestingsteden, de vesting Naarden en de vesting Muiden. Vestingen zijn doorgaans moeilijk toegankelijk. Bovendien zijn ze kwetsbaar vanwege de hoofdzakelijk oudere gebouwen, die dicht op elkaar zijn gebouwd. Overstromingsgevaar Het westelijke deel van regio Gooi en Vechtstreek is gevoelig voor overstromingen vanuit buurregio’s. Ondanks dat de kans hierop vrij onwaarschijnlijk lijkt, wordt hiervoor binnen crisisbeheersing nauw samengewerkt met ketenpartners als Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Natuurbranden Door klimaatverandering zullen perioden van droogte vaker voorkomen. De kans dat bos- en heidebranden zich ontwikkelen tot grote (onbeheersbare) branden neemt daardoor toe. De brandweer bereidt zich hierop voor door een regionaal peloton natuurbrandbestrijding in te richten, dat ook op landelijk niveau ondersteuning kan bieden.
Extreme weersomstandigheden Daarnaast zullen extreme weersomstandigheden zoals clusterbuien vaker voorkomen en wordt verwacht dat het aantal incidenten dat gerelateerd is aan storm- en wateroverlast ook zal toenemen. Om de effecten op de hulpverlening bij dit soort grote drukte te beperken heeft de brandweer hiervoor een procedure grote drukte ontwikkeld en afspraken gemaakt hoe in dit soort situaties wordt gehandeld. Energietransitie In de energietransitie stapt de samenleving over op nieuwe en duurzame energiebronnen. Ook in de regio Gooi en Vechtstreek komen steeds
CONCEPT
14
meer ontwikkelingen op dit gebied voor. Een regelgevend kader hiervoor is op dit moment nog beperkt aanwezig. De komende tijd zal de brandweer zich verder voorbereiden op de effecten die dit heeft voor de brandweertaken. Bereikbaarheid Maatregelen ter regulering van de verkeersdruk en -snelheid hebben invloed op de brandweerinzet. Op handen zijnde plannen binnen de regio om de snelheid te verlagen, kunnen de aanrijtijd van de brandweer aanzienlijk verhogen, afhankelijk van de keuzes die hierin worden gemaakt. De snelheid van hulpverlening wordt hiermee vertraagd. De effecten van deze snelheidsbeperkende maatregelen zullen nauw worden gevolgd en waar nodig zullen verbetermaatregelen worden voorgesteld. Verstoringen van communicatie- en alarmeringssystemen De samenleving vertrouwt in toenemende mate op ICT-systemen. Verstoringen in deze netwerken hebben steeds vaker gevolgen voor de samenleving en leveren extra risico’s op. Ook voor de brandweer zijn verstoringen in communicatie- en alarmeringssystemen een risico.
1.2.4
Aandachtsobjecten
Het dekkingsplan is gebiedsgericht, maar zoomt ook in op kwetsbare objecten. In de regio Gooi en Vechtstreek krijgen de onderstaande objecten specifieke aandacht. Dit geldt in het bijzonder voor deze objecten wanneer de normtijd wordt overschreden. Portiekflats Portiekflats hebben een hoger brandrisico, omdat de woningen in portiekflats slechts één vluchtroute hebben, die bij brand onbruikbaar kan raken. Hoogbouw Voor hoogbouw hoger dan 20 meter is sprake van een hoger brandrisico vanwege de lange vluchtroutes en grote inzetdiepte, de grote aantallen bewoners en het feit dat de bovenste verdiepingen niet meer met de redvoertuigen van de brandweer kunnen worden bereikt.
Dekkingsplan 2023-2026
Gebouwen met verminderd zelfredzamen In gebouwen voor slapende, niet-zelfredzame personen (gezondheidszorgfuncties met bedgebied, zoals ziekenhuizen en verpleegtehuizen, woonfuncties voor gehandicapten en revalidatiecentra) zijn personen niet of beperkt in staat om zelfstandig te vluchten bij brand. Deze kwetsbaarheid en de afhankelijkheid van intern personeel vergen extra aandacht bij calamiteiten. Kinderdagverblijven Kinderdagverblijven worden in de nieuwe systematiek niet gerekend tot de objecten waar verminderd zelfredzamen verblijven. Regionaal is gekozen om de Handreiking hierin te volgen. Gezien de zeer beperkte zelfredzaamheid wordt een aparte berekening gemaakt voor deze gebruiksfunctie binnen de regio Gooi en Vechtstreek. Hieraan worden aanvullende maatregelen gekoppeld, zodat deze objecten de benodigde aandacht krijgen. Rieten kap woningen In de regio komen veel woningen met een rieten kap voor, die in geval van brand een verhoogd risico vormen en een aparte aanpak bij repressief optreden vragen. Voor de bestrijding van dit type brand worden specialistische rietkapteams ingezet.
CONCEPT
15
Dekkingsplan 2023-2026
2.
16
Dekking beschrijven processtap 2 In dit hoofdstuk wordt, met behulp van de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen, de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij, onder de gegeven omstandigheden, repressief toe in staat is.
op regionaal niveau. Interregionale eenheden zijn conform de afspraken met de omliggende regio’s meegenomen in de berekeningen.
2.2
Beschrijving van de factor snelheid
Snelle hulpverlening kan mensenlevens redden en schade beperken. De factor snelheid is onderzocht voor de verschillende eenheden die voor de basisbrandweerzorg worden ingezet. Deze eenheden kennen verschillende opkomsttijden.
2.1 De factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk De kwaliteit van de brandweerzorg wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In het onderstaande overzicht is aangegeven welke aspecten hiervan onderzocht zijn. Factor
Onderwerp
Snelheid
• Eerste tankautospuit (TS6) ter plaatse (maatgevend scenario) • Redvoertuig ter plaatse • Hulpverleningseenheid ter plaatse • Waterongevallen-voertuig ter plaatse
Capaciteit
• Slagkracht • Grootschalige en langdurige inzetten
Paraatheid
• Beschikbaarheid • Gelijktijdigheid • Restdekking
Werkdruk
• Alarmeringsfrequentie
Tabel 1 – Overzicht factoren en gerelateerde onderwerpen
De brandweereenheden worden ingezet naar het principe van ‘operationele grenzen’. Dit betekent dat gemeente- en regiogrenzen geen belemmeringen vormen. Het dekkingsplan geeft inzage in de prestaties
CONCEPT
snelheid
2.2.1.
Basisbrandweereenheid
De berekening van de snelheid van de eerste tankautospuit wordt gedaan aan de hand van het maatgevend scenario. Dit scenario wordt in het dekkingsplan voor alle gebouwbranden gehanteerd. Het gaat hierbij dus zowel om woningbranden als om andere gebouwbranden, zoals bijvoorbeeld een industriebrand. Omdat het maatgevend scenario brand als uitgangspunt is genomen, wordt conform wetgeving de opkomsttijd berekend aan de hand van het ter plaatse zijn van een (samengestelde) TS6. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de eerste basisbrandweereenheid (TS6) ter plaatse kan zijn. In een geografische weergave is hieronder de opkomstprognose van de (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) in regio Gooi en Vechtstreek inzichtelijk gemaakt. Het percentage van de incidentlocaties in de regio die binnen een bepaalde tijd worden bereikt, wordt weergegeven in een S-curve grafiek.
Dekkingsplan 2023-2026
Figuur 4 – Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) op de DAG
CONCEPT
Figuur 6 – Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) in de ANW
Figuur 5 – Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) op de DAG gerelateerd aan percentage locaties
Figuur 7 – Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) in de ANW gerelateerd aan percentage locaties
17
Dekkingsplan 2023-2026
Vanwege de lagere mate van beschikbaarheid van medewerkers op de DAG en de inzet van dagdienstondersteuning, worden de figuren voor de DAG en voor de Avond, Nacht en Weekend (ANW) afzonderlijk weergegeven. Analyse snelheid basisbrandweereenheid In de nabijheid van de beroepspost in Hilversum is de basisbrandweereenheid logischerwijs het snelst ter plaatse. In de Avond, Nacht en Weekend (ANW) is ook in de nabijheid van de vrijwilligerskazernes een snelle opkomsttijd te zien. Op de DAG is dit enkel bij de posten Blaricum, Nederhorst den Berg en Laren te zien. Bij de laatste is dit voornamelijk in het gebied richting de beroepspost Hilversum. Regionaal ligt de opkomsttijd op de DAG beduidend hoger dan in de ANW. Dit kan gedeeltelijk worden verklaard doordat op de meeste posten door beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers op de DAG met een TS4 wordt uitgerukt (niet in Hilversum, Blaricum en Nederhorst den Berg). In dat geval wordt, voor het ter plaatse zijn van een volledige basiseenheid (TS6), de opkomsttijd van de tweede TS geteld. Deze komt uit een ander
CONCEPT Figuur 8 – Opkomsttijd redvoertuig
18
verzorgingsgebied en heeft daarom een langere aanrijtijd. In de ANW wordt in principe met een TS6 uitgerukt en wordt daarom de opkomsttijd van de eerste tankautospuit geteld. Over het algemeen kan worden gesteld dat zowel op de DAG als in de Avond, Nacht en Weekend vrijwel alle objecten binnen 15 minuten door de brandweer worden bereikt. Op de DAG worden daarbij 45% van de objecten binnen 10 minuten bereikt en in de ANW 89% binnen de 10 min. Bij 38 objecten met een logiesfunctie in de gemeente Wijdemeren wordt de wettelijke norm van 18 minuten op de DAG overschreden. Bij één object (TRAF huisje) in de gemeente Wijdemeren is dit het geval op zowel de DAG als in de ANW. Daarnaast bevinden zich in de gemeente Wijdemeren en op het forteiland Pampus een aantal objecten (9) die moeilijk of enkel per boot zijn te bereiken. De opkomsttijd kan hiervoor niet worden berekend. Waarschijnlijk wordt ook hier de norm overschreden.
2.2.2 Redvoertuig Voor het redden van personen en dieren en het bestrijden van brand op hoogte maakt de brandweer gebruik van een redvoertuig (RV). In de regio Gooi en Vechtstreek zijn drie redvoertuigen aanwezig. Deze zijn gestationeerd op de posten Bussum, Hilversum en Huizen Eemlandweg. De snelheid waarmee een redvoertuig in de regio ter plaatse kan zijn wordt weergegeven in figuur 8. In de S-curve (figuur 9) wordt bij het tijdvak ook het bereik van het aantal locaties in percentages weergegeven.
Figuur 9 – Opkomsttijd redvoertuig gerelateerd aan percentage locaties
Dekkingsplan 2023-2026
19
Analyse snelheid redvoertuig Over het algemeen kan een redvoertuig binnen 18 minuten ter plaatse zijn in de regio (99,1%). In de gemeente Wijdemeren kan in de landelijke gebieden in het plassengebied 91,8% van de objecten in de gemeente binnen 18 minuten worden bereikt. Alle overige objecten kunnen binnen 25 minuten worden bereikt.
Analyse snelheid hulpverleningsvoertuig Met twee hulpverleningsvoertuigen kan de regio grotendeels binnen 15 minuten worden bereikt. In de gemeente Gooise Meren kan de aanrijtijd op een aantal plaatsen oplopen tot 18 minuten. In het plassengebied rondom Nederhorst den Berg en Loosdrecht ligt de aanrijtijd hoger en kan deze oplopen tot 30 minuten.
2.2.3 Hulpverleningsvoertuig
2.2.4 Waterongevallen-voertuig
Bij ernstige ongevallen of beknellingen wordt een hulpverleningsvoertuig (HV) ingezet. Dit voertuig beschikt over hoogwaardig materiaal waarmee onder andere slachtoffers kunnen worden bevrijd. Brandweer Gooi en Vechtstreek beschikt nu nog over twee hulpverleningsvoertuigen, die gestationeerd zijn op de posten Hilversum en Blaricum. Op termijn zal, zoals bestuurlijk is vastgesteld, over worden gegaan naar één regionaal hulpverleningsvoertuig. Aangezien de visie omtrent het hulpverleningsvoertuig nog wordt uitgewerkt, wordt in het dekkingsplan nog uitgegaan van twee hulpverleningsvoertuigen.
Voor ongevallen in en op het water, waarbij mensen of dieren te water zijn geraakt, wordt de duikploeg ingezet. Het waterongevallen-voertuig en de duikploeg zijn gestationeerd in Nederhorst den Berg.
CONCEPT Figuur 10 – Opkomsttijd hulpverleningsvoertuig
Analyse snelheid waterongevallen-voertuig Het waterongevallen-voertuig kan met het duikteam in de hele regio binnen 30 minuten ter plaatse zijn. Door de positionering van het duikteam op post Nederhorst den Berg kan in een groot gedeelte van het plassengebied en het noordwestelijke deel van de regio, de incidentlocatie of de opstapplaats binnen 15 minuten worden bereikt.
Figuur 11 – Opkomsttijd waterongevallen-voertuig
Dekkingsplan 2023-2026
2.3 Beschrijving van de factor capaciteit Als de brandweer ter plaatse is begint de bestrijding van een incident. Hiervoor zijn mensen en materieel nodig, soms voor langere tijd. De dekking wordt dan ook niet alleen bepaald door de snelheid waarmee eenheden bij een incident ter plaatse kunnen zijn, maar ook door de beschikbaarheid van voldoende eenheden bij opschaling. De factor capaciteit is onderzocht aan de hand van de aspecten slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. De prestaties op het gebied van slagkracht zijn berekend binnen het principe basisbrandweerzorg. De prestaties op het gebied van grootschalige en langdurige inzetten zijn geanalyseerd onder het principe van Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.
CONCEPT
Figuur 12 – Slagkracht - Aantal basisbrandweereenheden (TS6) binnen 15 minuten ter plaatse op de DAG.
Slagkracht Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten ter plaatse te krijgen.
slagkracht
De beschrijving van slagkracht vindt plaats aan de hand van de maximale opkomsttijd van drie tankautospuiten en het totaal aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Het percentage van de locaties in de regio die binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kunnen worden bereikt wordt weergegeven in een dekkingsgrafiek (S-curve).
Figuur 13 – Slagkracht - Opkomsttijd 3e basisbrandweereenheid (TS6) op de DAG
20
Dekkingsplan 2023-2026
Figuur 14 – Slagkracht - Opkomsttijd 3 basisbrandweereenheden (TS6) op de DAG gerelateerd aan percentage locaties
Figuur 16 – Slagkracht - Opkomsttijd 3e basisbrandweereenheid (TS6) in de ANW
Figuur 15 – Slagkracht - Aantal basisbrandweereenheden (TS6) binnen 15 minuten ter plaatse in de ANW
CONCEPT
Figuur 17 – Slagkracht - Opkomsttijd 3 basisbrandweereenheden (TS6) in de ANW gerelateerd aan percentage locaties
21
Dekkingsplan 2023-2026
Analyse slagkracht De brandweer beschikt nu nog over 12 eerstelijns en 5 tweedelijns tankautospuiten. Met het vervangen van de tankautospuiten in 2025 vervallen de tweedelijns tankautospuiten. Hiervoor in de plaats komt een flexibele schil van drie ondersteunende tankautospuiten die (indien beschikbaar) voor extra slagkracht kunnen worden ingezet. Deze tankautospuiten worden gezien het ondersteunende karakter niet meegenomen in de berekeningen. Regionaal komt met deze wijziging het percentage objecten waarbij binnen 15 minuten drie tankautospuiten ter plaatse kunnen zijn op de DAG daardoor op 76% en in de ANW op 95%. Op de DAG ligt de tijd die nodig is om drie tankautospuiten ter plaatse te krijgen hoger. Dit is met name het geval in de gemeenten Huizen (31% binnen 15 minuten) en Wijdemeren (58% binnen 15 minuten). Reden hiervoor is dat op de DAG over het algemeen met een TS4 wordt uitgerukt en daardoor een extra TS in de berekening wordt meegenomen om aan de volledige basiseenheid te komen. Bij deze gemeenten is de afstand om drie complete basiseenheden samen te krijgen groter. Voor de gemeente Wijdemeren ligt ook de tijd in de ANW hoger dan in de andere gemeenten (74% binnen 15 minuten). Op zowel de DAG als in de ANW kan regionaal 99% van de objecten met drie tankautospuiten worden bediend binnen 18 minuten.
Bij grote incidenten kan Brandweer Gooi en Vechtstreek een beroep doen op interregionale eenheden en landelijke bijstand. Capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten De inzet met meer dan drie basiseenheden valt onder de noemer van Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Voor de aspecten grootschalige en langdurige inzetten is gekeken naar de regionale organisatie van eenheden ten behoeve van grootschalig brandweeroptreden. Voor (interregionale) grootschalige en langdurige inzetten kan Brandweer Gooi en Vechtstreek in ieder geval een basispeloton inzetten. Een basispeloton levert extra capaciteit bij brandbestrijding, redding, basis-IBGS en waterongevallen. In de eigen regio is dit peloton binnen 30 minuten aanwezig op de uitgangsstelling. Het peloton basisbrandweerzorg van Brandweer Gooi en Vechtstreek kan worden samengesteld uit vier tankautospuiten.
CONCEPT
22
Analyse grootschalige en langdurige inzetten Brandweer Gooi en Vechtstreek kan voor grootschalige en langdurige inzet in eigen regio een basispeloton en een (met Flevoland samengesteld) peloton Grootschalige Watervoorziening (GWV) en een peloton Logistiek & Ondersteuning leveren. Het basispeloton kan met een hulpverleningsvoertuig worden uitgebreid tot een peloton Redding & Technische Hulpverlening. Daarnaast kan in samenwerking met Veiligheidsregio Utrecht (VRU) een peloton natuurbrandbestrijding worden gevormd. Deze kunnen binnen 30 minuten in de regio worden ingezet. Met uitzondering van het peloton natuurbrandbestrijding zijn de pelotons ook beschikbaar voor interregionale bijstand. De pelotons kunnen binnen 60 minuten op de aangegeven loodspost aanwezig zijn. Een volwaardig regionaal peloton natuurbrandbestrijding is in ontwikkeling. Situationeel wordt gekeken op welke wijze de restdekking kan worden gegarandeerd.
2.4
Beschrijving van de factor paraatheid
De paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer gereed is om uit te rukken. De factor paraatheid is onderzocht aan de hand van de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel en materieel, de kans op gelijktijdige incidenten en regionale restdekking. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.
beschikbaarheid
Wanneer er voor een brandweereenheid voldoende gekwalificeerd personeel en materieel is, dan staat deze eenheid ‘in dienst’. De eenheid is dan inzetbaar om incidenten te bestrijden. De beschikbaarheid van de brandweer is uitgedrukt in een percentage dat de eerste tankautospuit paraat is ten opzichte van de totale tijdsduur van een periode. In onderstaande tabel wordt het percentage per post aangegeven over het jaar 2022. In deze cijfers is de materiële beschikbaarheid nog niet
Dekkingsplan 2023-2026
meegenomen. Verwacht wordt dat dit een minimaal effect heeft op de cijfers, aangezien bij (langdurige) uitval doorgaans een vervangende tankautospuit beschikbaar is. Post Huizen Bovenmaat is in de loop van het jaar als zelfstandige post in de ANW gaan fungeren en wordt daarom niet apart weergegeven. Post
23
Vanzelfsprekend komen er bij een alarmering opvolgende eenheden ter plaatse, maar wel na een langere rijtijd. De minder parate eenheden zijn nog wel beschikbaar voor slagkracht en restdekking. De brandweer hanteert een afschaaltabel om bij personeelsuitval de capaciteit zo optimaal mogelijk te blijven inzetten.
1e Tankautospuit
Blaricum
99,98%
Bussum
99,66%
‘s-Graveland
99,93%
Hilversum
100,00%
Huizen
100,00%
Laren
99,75%
Loosdrecht
99,47%
Muiden
98,73%
Muiderberg
95,51%
Naarden
99,24%
Nederhorst den Berg
100,00%
Regio
99,00%
Tabel 2 – Het beschikbaarheidspercentage van de 1e Tankautospuiten in 2022.
Analyse beschikbaarheid Het regionale beschikbaarheidspercentage voor de eerste tankautospuit ligt in de regio op 99%. De beroepskazerne is daarbij 100% paraat. De continuïteitsposten Huizen en Bussum zijn respectievelijk 100% en 99,66% paraat. Bij de vrijwilligersposten Blaricum, ’s-Graveland, Laren, Loosdrecht, Naarden en Nederhorst den Berg ligt het percentage boven het gemiddelde van de regio. De posten Muiden en Muiderberg zitten onder het regionale gemiddelde. In de regio wordt dagdienstondersteuning vraaggericht ingezet met een prioritering van de continuïteitposten Bussum en Huizen.
CONCEPT
gelijktijdigheid
Gelijktijdige incidenten beïnvloeden de (rest)dekking. De snelste eenheid is al ingezet en er moet voor een gelijktijdig incident een opvolgende eenheid met een langere rijtijd ter plaatse komen. In de volgende grafiek is op basis van historische incidentgegevens de procentuele kans op een gelijktijdig incident in het verzorgingsgebied van een kazerne weergegeven.
% kans op gelijktijdigheid incident op willikeurige dag Hilversum Huizen Bovenmaatweg Muiden Nederhorst den Berg Muiderberg 's Graveland Laren Blaricum Loosdrecht Naarden Huizen Eemlandweg Bussum 0,0
0,5
1,0
1,5
2,0
2,5
3,0
3,5
4,0
4,5
5,0
Figuur 18 – De procentuele kans op een gelijktijdig incident in het verzorgingsgebied van een kazerne.
Dekkingsplan 2023-2026
24
Analyse gelijktijdigheid De kans op gelijktijdigheid van incidenten is, als gekeken wordt naar alle incidenten in de regio Gooi en Vechtstreek, relatief laag. Relevant zijn hier de gebieden met een hogere bevolkingsdichtheid en dan met name de gemeente Hilversum. Dit komt vooral door de hogere incidentfrequentie en de aanwezige risico’s. De kans op gelijktijdigheid bij spoedincidenten ligt daarbij in Hilversum een stuk lager (1,62%). In de praktijk komt dit sporadisch voor en levert dit gezien de hoge kazernedichtheid over het algemeen geen problemen op.
Kazerne
2020
2021
Gem. per jaar
Blaricum
135
127
131
Bussum
419
425
422
Hilversum
1015
856
936
Huizen Bovenmaat
57
63
60
Huizen Eemlandweg
341
285
313
Laren
178
144
161
Loosdrecht
207
157
182
Restdekking Bij grootschalige en langdurige inzetten worden veel eenheden ingezet. Daardoor kan de beschikbaarheid van eenheden voor de rest van de regio teruglopen, zowel bij inzet in eigen regio als in het geval van interregionale bijstand. Dit heeft grote invloed op de dekking van het verzorgingsgebied.
Muiden
64
44
54
Muiderberg
62
72
67
Naarden
165
167
166
Nederhorst den Berg
115
98
107
‘s-Graveland
100
93
97
Eindtotaal
2858
2531
2695
Analyse restdekking Grootschalige en langdurige inzetten komen in de regio relatief weinig voor. De restdekking in de regio wordt daarbij situationeel bepaald.
2.5
Beschrijving van de factor werkdruk
De factor werkdruk is onderzocht aan de hand van de alarmeringsfrequentie van alle repressieve eenheden op een post. Werkdruk is gedefinieerd als het gemiddeld aantal alarmeringen (voor alle incidenttypen) van een brandweereenheid per jaar. Hiervoor is het gemiddelde genomen van de afgelopen twee jaar. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.
CONCEPT
Tabel 3 – Het gemiddelde aantal alarmeringen per post over de periode 2020-2021.
Analyse werkdruk De gemiddelde werkdruk voor de beroepskazerne is 936 alarmeringen per jaar. Bij een vrijwillige post ligt dit gemiddelde op 160 alarmeringen per jaar. Bij de vrijwillige posten kan een onderscheid worden gemaakt tussen posten met 200 of meer alarmeringen per jaar (Huizen Eemlandweg en Bussum) en de posten tot 200 alarmeringen per jaar. De alarmeringsfrequentie komt overeen met de stedelijke dichtheid van de verzorgingsgebieden en sluit aan bij de organisatievorm van de bezettingen. Zo heeft de beroepskazerne in Hilversum 35% van het totaal alarmeringen en nemen de twee continuïteitsposten Bussum en Huizen Eemlandweg gezamenlijk 27% van de alarmeringen voor hun rekening. De overige vrijwillige posten bedienen 38% van de alarmeringen.
Dekkingsplan 2023-2026
3.
25
Dekking beoordelen processtap 3 In hoofdstuk 2 (processtap 2) zijn de operationele prestaties van de basisbrandweerzorg inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Om te beoordelen of deze prestaties afdoende zijn worden deze getoetst aan de landelijke beoordelingskaders die hierop van toepassing zijn. Voor kerntaken waarvoor nog geen landelijke beoordelingskaders zijn opgesteld wordt gebruik gemaakt van de kwaliteitseisen die hiervoor in de regio zijn vastgesteld. 3.1
Adressen en Gebouwen (BAG), de Kernregistratie Objecten (KRO) en de Witte Kaart van de gemeentelijke GGD’s. Deze kaart is vervolgens verrijkt met de expertise van het team Risicobeheersing. Referentie waarde in minuten
Band breedte in minuten*
I
• Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen) • Gebouwen voor slapende nietzelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen) • Portiekwoningen • Woongebouwen hoger dan 20 meter
7
4-10
II
• Woningen • Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
10
7-13
III
• Verspreid liggende woningen • Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
15
12-18
Categorie
Beoordeling van de basisbrandweerzorg
In dit dekkingsplan wordt getoetst of de snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk van de operationele eenheden van de brandweer aansluiten bij de basisbrandweerzorg die nodig is in de gebieden van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.
Indeling gebieden in categorieën De methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden is gericht op het verwachte effect van brand en de bestrijding die daarvoor noodzakelijk is. Hierbij worden, in plaats van in objecten, gebieden ingedeeld in categorieën waaraan een opkomsttijd wordt gekoppeld. Het kader onderscheidt daarbij drie categorieën. Het overheersende karakter van het gebied bepaalt de uiteindelijke categorie van het gebied. In het beoordelingskader zijn hiervoor de referentiewaarden en bandbreedte per categorie vastgelegd. Om de regio in risicogebieden te kunnen indelen is de adressendichtheid en het soort en aantal objecten (gebouwen) bekeken. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Basisregistratie
CONCEPT
Overheersend karakter van het gebied
De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller.
*
Tabel 4 – Indelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden: categorieën, kenmerken, opkomsttijd en bandbreedte.
Dekkingsplan 2023-2026
Aan de hand van deze landelijke methodiek blijkt dat een groot gedeelte van het bebouwde gebied in de regio wordt gekenmerkt door woningen met zelfredzame personen (categorie 2), waarvoor een referentiewaarde geldt van 10 minuten. De vesting Naarden (met veel historische bebouwing) en een aantal buurten in Hilversum waar meer dan een derde deel van de bebouwing uit portiekwoningen bestaat, vallen in categorie 1 met een referentiewaarde van 7 minuten. Het landelijke gebied met verspreid liggende woningen wordt aangemerkt als categorie 3 met een opkomsttijd van 15 minuten.