17. Nota van beantwoording zienswijzen - okt 2022
Tekst van het document
Hieraan voldoet het plan niet en hoewel het college kan afwijken van beleidsregels, zoals de beleidsregels parkeernormen, is hier geen sprake van een zodanige bijzondere situatie dat het college daaraan wil meewerken. Dit betekent dat het plan niet voldoet aan de parkeernormen uit de beleidsregels parkeernormen. 7. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 8. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld.
Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag. Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 9. Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 10. Moderne woningbouw kent in het algemeen een wat hogere bouwhoogte dan voorheen. Dit mede als gevolg van het bouwbesluit en de eisen die worden gesteld aan een verdiepingshoogte. De bouwhoogte van de aan de weg gelegen tweekapper zal verlaagd worden naar 9,60.
Het appartementengebouw wordt gerealiseerd op het binnenterrein en
22/47
is wat betreft hoogte niet te zien vanaf de openbare weg. De bouwhoogte van de hier tegenover gelegen rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter. 11. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als nu, beëindigd door bebouwing. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af gelegd. 12. Er heeft een bezonningsstudie plaats gevonden. Hieruit volgt niet dat er sprake is van een onacceptabele schaduwwerking door het plan naar haar omgeving. 13. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase. De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt.
Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012). Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Het plan is niet uitvoerbaar als gevolg van het niet kunnen voldoen aan de parkeernorm.
23/47
Zienswijzen indiener J, ingekomen op 12 april 2022 Deze zienswijze is gelijk aan die van indiener A. Verwezen wordt naar de samenvatting en beantwoording onder indiener A.
24/47
Zienswijzen indiener K, ingekomen op 12 april 2022 1. Het plan voorziet in 60 parkeerplaatsen op eigen terrein. De echte parkeerbehoefte is echter 75 parkeerplaatsen. Dit omdat de motie van de gemeenteraad (d.d. 11 maart 2021) waarin een lagere parkeernorm is opgenomen nog niet opgenomen is in een geactualiseerde parkeernota. Het parkeerbeleid voorziet niet in een mandaat voor het college om af te wijken van de vastgestelde parkeernormen. 2. De 20 parkeerplaatsen langs de ’s-Gravelandsevaart zijn al meer dan 30 jaar openbare weg en voor iedereen vrij toegankelijk. Deze kunnen niet worden meegerekend bij de benodigde parkeerplekken voor het Cannenburgerpark. Daarmee kan het plan niet voldoen aan het oplossen van de parkeerbehoefte op eigen terrein. 3. Het tekort aan parkeerplaatsen komt nu al naar voren nu de huidige eigenaar de parkeerplaatsen heeft gevuld met ongeregistreerde voertuigen. Hierdoor wordt er dicht geparkeerd bij de kruising bij de Klapbrug waardoor zicht op deze gevaarlijke kruising wordt ontnomen. 4. De theoretisch berekende verkeersbewegingen per dag in huidige situatie strookt niet met realiteit van een extensief benut bedrijventerrein. Ook wordt de 30 km/uur zone vrijwel niet gerespecteerd. De implicaties voor de verkeersafhandeling en verkeersveiligheid zijn daarom onvoldoende onderbouwd. 5. De beoogde ontwikkeling past niet in het ‘monumentenbiotoop’.
Het begin van Cannenburgerweg/’s-Gravelandsevaart wordt gekenmerkt door buitenplaatsen en groot aantal gemeentelijke en rijksmonumenten. De beoogde grootschalige bebouwing voldoet niet aan een goede ruimtelijke inpassing. 6. Zichtlijnen op buitenplaatsen Smyrna, Villa Nova en Berg en Vaart worden vanaf de Klapbrug door de beoogde bebouwing (en parkeerstrook) onderbroken. 7. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft. Toetsing aan de Omgevingsverordening NH 2020 is vereist voor de percelen waar geen omgevingsvergunning voor is aangevraagd. 8. Het voorliggende plan is volledig tot stand gekomen na het initieel indienen van de aanvraag en is dusdanig ingrijpend gewijzigd dat geen sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard. Er had een nieuwe aanvraag ingediend moeten worden. Indiener geeft een opsomming van aantal wijzigingen. In het raadsvoorstel wordt ook gesproken van ingrijpende aanpassingen in het oorspronkelijke plan. 9. De grondslag van de aanvraag is verlaten. De aanvraag zag op de activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’. Het ontwerpbesluit ziet enkel op het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. 10. De strijdigheden, niet alleen wat gebruik, maar ook wat betreft bouwregels, met het vigerende bestemmingsplan zijn in het ontwerpbesluit onvoldoende vermeld. 11.
Ten aanzien van de strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan ten onrechte geen deugdelijke motivering en belangenafweging in de ontwerpbesluiten opgenomen. Niet alleen vanwege het beschermd dorpsgezicht, maar ook vanwege de gevolgen daarvan voor de directe omgeving van het plan. 12. De 's-Gravelandse Vaart inclusief de west-oever (voorheen jaagpad) vormen een beschermd dorpsgezicht De parkeerplaatsen op de oever van de vaart waarin is voorzien tasten dit karakter aan. 13. De Welstandsnota Wijdemeren wijst de oever als beschermd/ bijzonder gebied aan. Doelstelling is "doorzichten behouden en waar mogelijk versterken". De kansen die de huidige ontwikkeling bieden om doorzichten te versterken worden niet benut. 14. De 's Gravelandse Vaart is een kernkwaliteit van Bijzonder Provinciaal Landschap Vechtstreek-Zuid. Ruimtelijke ontwikkelingen die de zichtbaarheid van de vaart verminderen worden expliciet genoemd als een aantasting van deze kernkwaliteit. 15. Indiener verzoekt de gemeente om aan de bouw van woningen op het bedrijventerrein de voorwaarde verbindt dat de huidige (20) parkeerplekken langs de oever van de vaart opgeheven worden zodat het aanzien van de vaart weer in ere hersteld wordt. Het plan zou in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein moeten voorzien om het verlies
25/47
aan parkeermogelijkheden op te vangen. Het creëren van een ondergrondse garage zou in gunstige zin bij kunnen dragen aan de parkeernoden in de omgeving en verfraaien van het dorpsgezicht. 16. Het ontwerpbesluit hogere waarden Wgh ligt niet ten inzage. Ook daarom kunnen de ontwerpbesluiten niet worden genomen en dient de uitgebreide voorbereidingsprocedure opnieuw te worden gevoerd. Reactie gemeente: 1. De constatering is terecht. Wel kan het college afwijken van de beleidsregels parkeernormen gemeente Wijdemeren op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit vereist wel bijzondere omstandigheden. Geconstateerd wordt dat deze er niet zijn. Daarmee kan niet worden voldaan aan de parkeernorm. 2. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 3. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering.
Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 4. Zie de beantwoording bij het vorige punt. 5. Er wordt gesproken over een monumentenbiotoop. De locatie zelf maakt geen deel uit van het beschermd stads- en dorpsgezicht, maar grens daar wel aan. Ten opzichte van de huidige situatie, met (in verval rakende) bedrijfsbebouwing en planologische bouwmogelijkheden op het gehele perceel tot 8 meter hoog, zorgt de planontwikkeling voor een kwalitatief betere ruimtelijke inpassing. Juist ook aan de zijde van het beschermd gezicht wordt een tweekapper in het groen geplaatst dat past in het bebouwingsbeeld dat langs de Cannenburgerweg voorkomt. De overige (deels hogere en meer aaneengesloten) bebouwing ligt aan een eigen woonstraatje en interacteert daarmee niet in negatieve zin met het nabijgelegen beschermde gezicht. 6. Uit de planontwikkeling is vanaf de Klapbrug enkel de tweekapper langs de as waaraan de buitenplaatsen zichtbaar.
Dit gebouw ligt ook op enige afstand van de weg en blokkeert op geen enkele wijze het zicht op genoemde buitenplaatsen. De maximale bouwhoogte van deze tweekapper wordt verlaagd van 10,50 naar 9,60 meter. Het appartementengebouw sluit aan op een al bestaande hoge dichte gevel en ligt zodanig ingesloten er geen sprake is van een negatieve invloed op de omgeving wat betreft hoogte. De bouwhoogte van de hier tegenover gelegen rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter. Overigens zal de definitieve bouwhoogte worden vastgelegd in de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. In een al gegeven collegiaal advies heeft de welstandscommissie aangegeven dat zij positief is over de planontwikkeling in het algemeen. 7. De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. Er wordt dan ook getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 8. Er zijn wijzigingen gemaakt die positief uitpakken voor de ruimtelijke kwaliteit van de locatie en de omgeving. Dit is juist naar voren gekomen uit een intensief participatieproces dat is gevoerd na het indienen van de aanvraag. Het doel waarvoor de
26/47
aanvraag staat is niet gewijzigd: het transformeren van een in verval geraakte bedrijfslocatie naar woonlocatie. Uiteindelijk komen er enkele woningen minder dan aangevraagd. Dit is positief en zien wij niet als een ingrijpende aanpassing. Het woordgebruik in het raadsvoorstel was in positieve zin bedoeld voor de aanpassing van het plan naar aanleiding van het participatietraject. 9. Bij de aanvraag om te bouwen dient tegelijk ook beoordeeld te worden of deze aanvraag niet strijdig is met het bestemmingsplan. Dat is het geval en daarmee dient deze strijdigheid eerst opgeheven te worden. 10. Er is aangegeven dat de bestemming een gebruik als woonlocatie niet toestaat en dat er daarmee strijd is met het bestemmingsplan. Dit zullen wij nader verduidelijken in het definitieve besluit. 11. Bij de overwegingen is onder punt 1.6 verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing en bij punt 1.7 aangegeven waarom deze ontwikkeling gewenst is. In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing is expliciet ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. Daarin is ook ingegaan op het beschermd stadsgezicht. 12. Deze parkeerplaatsen liggen hier, zoals ook door indiener niet wordt betwist, al decennia.
Het jaagpad zal hier direct naast de vaart dan ook niet meer terugkomen, maar wel is de inzet erop gericht het parkeerterrein waar mogelijk te vergroenen en daarmee, zover mogelijk, een meer passende uitstraling te geven. 13. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Ook zonder bebouwing zou er geen doorzicht zijn, want achter het perceel ligt een kleine woonbuurt. Door de planontwikkeling ontstaat een woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt wel voor een zeker doorzicht het buurtje in. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. 14. Van een aantasting van de ’s-Gravelandsevaart is geen sprake. Het parkeerterrein ligt er al decennia en zal waar mogelijk een groenere inrichting krijgen, zodat de ligging aan deze vaart wordt ‘verzacht’. 15. De al decennia lang aanwezige parkeerplaatsen gaat de gemeente niet verwijderen. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. 16. De stukken konden op het gemeentehuis worden ingezien. Helaas zijn de documenten betreffende het ontwerpbesluit hogere waarden niet digitaal geplaatst op ruimtelijkeplannen.nl. Zo stond het wel in onze publicatie aangegeven.
Om deze reden hebben we nogmaals het ontwerpbesluit hogere waarden gepubliceerd vanaf 9 juni 2022. Deze kunnen worden ingezien op het gemeentehuis. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Het plan is niet uitvoerbaar als gevolg van het niet kunnen voldoen aan de parkeernorm.
27/47
Zienswijzen indiener L, ingekomen op 11 april 2022 1. Hoe ziet de calamiteitenontsluiting richting de Herenweg er concreet uit? Indiener kan instemmen met een gebruik door langzaam verkeer en hulpdiensten. Als het ook gebruikt wordt voor autoverkeer dan maakt indiener bezwaar. Er ontstaat dan overlast van inschijnende koplampen in de woning van indiener. Reactie gemeente: 1. Deze uitrit zal niet gebruikt worden door gemotoriseerd autoverkeer. Het is bedoeld voor langzaam verkeer en voor calamiteitenverkeer (hulpdiensten). Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. In de tekst zal verduidelijkt worden dat er maar één uitrit is voor gemotoriseerd verkeer. De ingetekende uitrit aan de Herenweg is voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer.
28/47
Zienswijzen indiener M, ingekomen op 13 april 2022 1. Er wordt geen rekening gehouden met het feit dat de parkeerstrook langs de vaart al jaren wordt gebruikt voor het parkeren van omwonenden. In de parkeerberekeningen is geen rekening gehouden met het verlies van deze 20 parkeerplaatsen voor omwonenden. 2. In de voorwaarden van de omgevingsvergunning is niet vastgelegd dat de parkeerplaatsen langs de vaart openbaar toegankelijk blijven. 3. De belangenafweging van artikel 3 lid 1 sub a uit het parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019 is onvoldoende meegenomen. Reactie gemeente: 1. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 2. Dat klopt. Het betreft geen parkeerterrein van de gemeente en daarmee kunnen we ook niet vastleggen dat deze parkeerplaatsen voor omwonenden openbaar toegankelijk moeten blijven. Het is aan de eigenaar (initiatiefnemer) om deze parkeerplaatsen te beheren en de gebruiken voor zijn eigen planvorming. 3. In genoemd artikel wordt verwezen naar de beleidsregel parkeren.
Hieraan voldoet het plan niet en hoewel het college kan afwijken van beleidsregels, zoals de beleidsregels parkeernormen, is hier geen sprake van een zodanige bijzondere situatie dat het college daaraan wil meewerken. Dit betekent dat het plan niet voldoet aan de parkeernormen uit de beleidsregels parkeernormen. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Het plan is niet uitvoerbaar als gevolg van het niet kunnen voldoen aan de parkeernorm.
29/47
Zienswijzen indiener N, ingekomen op 12 april 2022 1. Indiener vraagt het huidige gebruik en uiterlijk van de groenstrook aan de ’s-Gravelandse vaart te definiëren in de oprichtingsakte van het Cannenburgerpark, zodat dit gelijk blijft aan de huidige situatie en er geen bankjes, steigers, speeltoestellen of andere objecten van algemeen nut geplaatst mogen worden. Dit omdat deze strook tegenover woningen en monumenten ligt en leidt tot afname privacy. Verder bevat dit perceel het laatste stuk historisch jaagpad en is daarom van historisch belang. 2. Indiener vraagt de nokhoogte van 2-onder-1-kapwoningen langs de vaart te verlagen tot maximaal 9 meter. De nu getekende hoogte in de schets klopt niet. Als juiste hoogte wordt geschetst dan wordt de woning aan de Cannenburgerweg 9 geheel overschaduwd. 3. Het bijzonder welstandsregime schrijft voor dat zichtlijnen moeten worden behouden of versterkt. Dat is door bouw 2-onder-1-kapwoningen niet het geval. De voorgevel zou eigenlijk ook stuk naar achteren moeten worden geplaatst in lijn met Cannenburgerweg 9. 4. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde.
Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 5. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: a. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; b. In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; c. In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 6. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 7. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 8. Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. Reactie gemeente: 1.
Deze groenstrook valt buiten de planontwikkeling en heeft de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn geen parkeerplaatsen toegestaan. Eventuele verblijfsvoorzieningen zijn binnen de bestemming wel mogelijk. De gemeente ziet geen reden om deze hier specifiek uit te sluiten. 2. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,5 naar 9,6 meter. 3. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als nu, beëindigd door bebouwing. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan
30/47
4.
5.
6.
7.
8.
kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af geplaatst. Dit is vergelijkbaar met Cannenburgerweg 9. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag.
Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. Zoals onder punt 2 is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan.
Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De bouwhoogte van de tweekapper aan de Cannenburgerweg wordt verlaagd naar 9,60 meter.
31/47
Zienswijzen indiener O, ingekomen op 12 april 2022 1. Het plan voorziet in 60 parkeerplaatsen op eigen terrein. De echte parkeerbehoefte is echter 75 parkeerplaatsen. Dit omdat de motie van de gemeenteraad (d.d. 11 maart 2021) waarin een lagere parkeernorm is opgenomen nog niet opgenomen is in een geactualiseerde parkeernota. Het parkeerbeleid voorziet niet in een mandaat voor het college om af te wijken van de vastgestelde parkeernormen. 2. De 20 parkeerplaatsen langs de ’s-Gravelandsevaart zijn al meer dan 30 jaar openbare weg en voor iedereen vrij toegankelijk. Deze kunnen niet worden meegerekend bij de benodigde parkeerplekken voor het Cannenburgerpark. Daarmee kan het plan niet voldoen aan het oplossen van de parkeerbehoefte op eigen terrein. 3. Het tekort aan parkeerplaatsen komt nu al naar voren nu de huidige eigenaar de parkeerplaatsen heeft gevuld met ongeregistreerde voertuigen. Hierdoor wordt er dicht geparkeerd bij de kruising bij de Klapbrug waardoor zicht op deze gevaarlijke kruising wordt ontnomen. 4. De beoogde ontwikkeling past niet in het ‘monumentenbiotoop’. Het begin van Cannenburgerweg/’s-Gravelandsevaart wordt gekenmerkt door buitenplaatsen en groot aantal gemeentelijke en rijksmonumenten. De beoogde grootschalige bebouwing voldoet niet aan een goede ruimtelijke inpassing. 5.
Zichtlijnen op buitenplaatsen Smyrna, Villa Nova en Berg en Vaart worden vanaf de Klapbrug door de beoogde bebouwing (en parkeerstrook) onderbroken. In bijlage geeft indiener aan dat plan voorziet in het in standhouden van de parkeerplaatsen, terwijl indiener pleit voor het met het plan bijdragen aan herstel monumentale karakter door minder rommelige aanblik met parkeerplaatsen. 6. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft. Toetsing aan de Omgevingsverordening NH 2020 is vereist voor de percelen waar geen omgevingsvergunning voor is aangevraagd. 7. Het voorliggende plan is volledig tot stand gekomen na het initieel indienen van de aanvraag en is dusdanig ingrijpend gewijzigd dat geen sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard. Er had een nieuwe aanvraag ingediend moeten worden. Indiener geeft een opsomming van aantal wijzigingen. In het raadsvoorstel wordt ook gesproken van ingrijpende aanpassingen in het oorspronkelijke plan. 8. De grondslag van de aanvraag is verlaten. De aanvraag zag op de activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’. Het ontwerpbesluit ziet enkel op het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. 9. De strijdigheden, niet alleen wat gebruik, maar ook wat betreft bouwregels, met het vigerende bestemmingsplan zijn in het ontwerpbesluit onvoldoende vermeld. 10.
Ten aanzien van de strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan ten onrechte geen deugdelijke motivering en belangenafweging in de ontwerpbesluiten opgenomen. Niet alleen vanwege het beschermd dorpsgezicht, maar ook vanwege de gevolgen daarvan voor de directe omgeving van het plan. 11. Indiener heeft op 22 december 2020 een uitgebreide brief geschreven met overwegingen en bezwaren op de ingediende aanvraag omgevingsvergunning. Deze zijn niet meegenomen in de besluitvorming. Ook is niet ingegaan op verzoek om belangen toe te lichten aan de wethouder. Dit is in strijd met zorgvuldigheidsbeginsel. 12. De 's-Gravelandse Vaart inclusief de west-oever (voorheen jaagpad) vormen een beschermd dorpsgezicht De parkeerplaatsen op de oever van de vaart waarin is voorzien tasten dit karakter aan. 13. De Welstandsnota Wijdemeren wijst de oever als beschermd/ bijzonder gebied aan. Doelstelling is "doorzichten behouden en waar mogelijk versterken". De kansen die de huidige ontwikkeling bieden om doorzichten te versterken worden niet benut. 14. De 's Gravelandse Vaart is een kernkwaliteit van Bijzonder Provinciaal Landschap Vechtstreek-Zuid. Ruimtelijke ontwikkelingen die de zichtbaarheid van de vaart verminderen worden expliciet genoemd als een aantasting van deze kernkwaliteit.
32/47
15. Indiener verzoekt de gemeente om aan de bouw van woningen op het bedrijventerrein de voorwaarde verbindt dat de huidige (20) parkeerplekken langs de oever van de vaart opgeheven worden zodat het aanzien van de vaart weer in ere hersteld wordt. Het plan zou in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein moeten voorzien om het verlies aan parkeermogelijkheden op te vangen. f. Het creëren van een ondergrondse garage zou in gunstige zin bij kunnen dragen aan de parkeernoden in de omgeving en verfraaien van het dorpsgezicht. 16. De theoretisch berekende verkeersbewegingen per dag in huidige situatie strookt niet met realiteit van een extensief benut bedrijventerrein. Ook wordt de 30 km/uur zone vrijwel niet gerespecteerd. De implicaties voor de verkeersafhandeling en verkeersveiligheid zijn daarom onvoldoende onderbouwd. 17. Het ontwerpbesluit hogere waarden Wgh ligt niet ten inzage. Ook daarom kunnen de ontwerpbesluiten niet worden genomen en dient de uitgebreide voorbereidingsprocedure opnieuw te worden gevoerd. Reactie gemeente: 1. De constatering is terecht. Wel kan het college afwijken van de beleidsregels parkeernormen gemeente Wijdemeren op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit vereist wel bijzondere omstandigheden. Geconstateerd wordt dat deze er niet zijn. Daarmee kan niet worden voldaan aan de parkeernorm. 2.
Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 3. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 4. Er wordt gesproken over een monumentenbiotoop. De locatie zelf maakt geen deel uit van het beschermd stads- en dorpsgezicht, maar grens daar wel aan. Ten opzichte van de huidige situatie, met (in verval rakende) bedrijfsbebouwing en planologische bouwmogelijkheden op het gehele perceel tot 8 meter hoog, zorgt de planontwikkeling voor een kwalitatief betere ruimtelijke inpassing.
Juist ook aan de zijde van het beschermd gezicht wordt een tweekapper in het groen geplaatst dat past in het bebouwingsbeeld dat langs de Cannenburgerweg voorkomt. De overige (deels hogere en meer aaneengesloten) bebouwing ligt aan een eigen woonstraatje en interacteert daarmee niet in negatieve zin met het nabijgelegen beschermde gezicht. 5. Uit de planontwikkeling is vanaf de Klapbrug enkel de tweekapper langs de as waaraan de buitenplaatsen zichtbaar. Dit gebouw ligt ook op enige afstand van de weg en blokkeert op geen enkele wijze het zicht op genoemde buitenplaatsen. De maximale bouwhoogte van deze tweekapper wordt verlaagd van 10,50 naar 9,60 meter. Het appartementengebouw sluit aan op een al bestaande hoge dichte gevel en ligt zodanig ingesloten er geen sprake is van een negatieve invloed op de omgeving wat betreft hoogte. De bouwhoogte van de hier tegenover gelegen rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter. Overigens zal de definitieve bouwhoogte worden vastgelegd in de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. In een al gegeven collegiaal advies heeft de welstandscommissie aangegeven dat zij positief is over de planontwikkeling in het algemeen.
33/47
6. De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. Er wordt dan ook getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 7. Er zijn wijzigingen gemaakt die positief uitpakken voor de ruimtelijke kwaliteit van de locatie en de omgeving. Dit is juist naar voren gekomen uit een intensief participatieproces dat is gevoerd na het indienen van de aanvraag. Het doel waarvoor de aanvraag staat is niet gewijzigd: het transformeren van een in verval geraakte bedrijfslocatie naar woonlocatie. Uiteindelijk komen er enkele woningen minder dan aangevraagd. Dit is positief en zien wij niet als een ingrijpende aanpassing. Het woordgebruik in het raadsvoorstel was in positieve zin bedoeld voor de aanpassing van het plan naar aanleiding van het participatietraject. 8. Bij de aanvraag om te bouwen dient tegelijk ook beoordeeld te worden of deze aanvraag niet strijdig is met het bestemmingsplan. Dat is het geval en daarmee dient deze strijdigheid eerst opgeheven te worden. 9. Er is aangegeven dat de bestemming een gebruik als woonlocatie niet toestaat en dat er daarmee strijd is met het bestemmingsplan.
Dit zullen wij nader verduidelijken in het definitieve besluit. 10. Bij de overwegingen is onder punt 1.6 verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing en bij punt 1.7 aangegeven waarom deze ontwikkeling gewenst is. In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing is expliciet ingegaan op archeologie en cultuurhistorie. Daarin is ook ingegaan op het beschermd stadsgezicht. 11. Tegen de aanvraag zelf kan geen bezwaar worden gemaakt. De gemeente heeft initiatiefnemer verzocht een goed participatieproces te doorlopen. Daarin kon u uw overwegingen meegeven aan de ontwikkelaar. Van het participatieproces is verslag gemaakt. Met het ter inzage leggen van het ontwerpbesluit kunt u uw overwegingen aan de gemeente doorgeven, hetgeen u met deze zienswijze heeft gedaan. 12. Deze parkeerplaatsen liggen hier, zoals ook door indiener niet wordt betwist, al decennia. Het jaagpad zal hier direct naast de vaart dan ook niet meer terugkomen, maar wel is de inzet erop gericht het parkeerterrein waar mogelijk te vergroenen en daarmee, zover mogelijk, een meer passende uitstraling te geven. 13. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Ook zonder bebouwing zou er geen doorzicht zijn, want achter het perceel ligt een kleine woonbuurt. Door de planontwikkeling ontstaat een woonbuurtje aan een woonstraat.
Deze woonstraat zorgt wel voor een zeker doorzicht het buurtje in. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. 14. Van een aantasting van de ’s-Gravelandsevaart is geen sprake. Het parkeerterrein ligt er al decennia en zal waar mogelijk een groenere inrichting krijgen, zodat de ligging aan deze vaart wordt ‘verzacht’. 15. De al decennia lang aanwezige parkeerplaatsen gaat de gemeente niet verwijderen. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. 16. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 3. 17. De stukken konden op het gemeentehuis worden ingezien. Helaas zijn de documenten betreffende het ontwerpbesluit hogere waarden niet digitaal geplaatst op ruimtelijkeplannen.nl. Zo stond het wel in onze publicatie aangegeven. Om deze reden hebben we nogmaals het ontwerpbesluit hogere waarden gepubliceerd vanaf 9 juni 2022. Deze kunnen worden ingezien op het gemeentehuis. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Het plan is niet uitvoerbaar als gevolg van het niet kunnen voldoen aan de parkeernorm.
34/47
35/47
Zienswijzen indiener P, ingekomen op 12 april 2022 1. De parkeerplaatsen langs de Cannenburgerweg zijn al meer dan 30 jaar in openbaar gebruik en ook gebruikt door omwonenden. Deze kunnen niet worden meegerekend bij de benodigde parkeerplekken voor het Cannenburgerpark. 2. De benodigde parkeerplaatsen dienen op het huidige industrieterrein te worden afgewikkeld. Als oplossing kan indiener zich een ondergrondse parkeergarage voorstellen of minder woningen. 3. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: a. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; b. In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; c. In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 4. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 5. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden.
Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 6. Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 7. Indiener vraagt het huidige gebruik en uiterlijk van de groenstrook aan de ’s-Gravelandse vaart te definiëren in de oprichtingsakte van het Cannenburgerpark, zodat dit gelijk blijft aan de huidige situatie en er geen bankjes, steigers, speeltoestellen of andere objecten van algemeen nut geplaatst mogen worden. Dit omdat deze strook tegenover woningen en monumenten ligt en leidt tot afname privacy. Verder bevat dit perceel het laatste stuk historisch jaagpad en is daarom van historisch belang. 8. Indiener vraagt de nokhoogte van 2-onder-1-kapwoningen langs de vaart te verlagen tot maximaal 9 meter. De nu getekende hoogte in de schets klopt niet. Als juiste hoogte wordt geschetst dan wordt de woning aan de Cannenburgerweg 9 geheel overschaduwd. 9. Het bijzonder welstandsregime schrijft voor dat zichtlijnen moeten worden behouden of versterkt. Dat is door bouw 2-onder-1-kapwoningen niet het geval. De voorgevel zou eigenlijk ook stuk naar achteren moeten worden geplaatst in lijn met Cannenburgerweg 9. 10.
Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. Reactie gemeente: 1. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 2. Initiatiefnemer dient de parkeerbehoefte op eigen terrein op te lossen. Daar horen ook de parkeerplaatsen langs de ’s-Gravelandsevaart bij. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. 3. In antwoord op de genoemde punten:
36/47
De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag. Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 4. Zoals onder punt 2 is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 5.
De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 6. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 7. Deze groenstrook valt buiten de planontwikkeling en heeft de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn geen parkeerplaatsen toegestaan. Eventuele verblijfsvoorzieningen zijn binnen de bestemming wel mogelijk. De gemeente ziet geen reden om deze hier specifiek uit te sluiten. 8. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,5 naar 9,6 meter. 9. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als nu, beëindigd door bebouwing.
Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af geplaatst. Dit is vergelijkbaar met Cannenburgerweg 9. 10. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden.
Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De bouwhoogte van de tweekapper aan de Cannenburgerweg wordt verlaagd naar 9,60 meter.
37/47
Zienswijzen indiener Q, ingekomen op 12 april 2022 Deze zienswijze is gelijk aan die van indiener O. Verwezen wordt naar de samenvatting en beantwoording onder indiener O.
38/47
Zienswijzen indiener R, ingekomen op 12 april 2022 1. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: a. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; b. In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; c. In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 2. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 3. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 4. Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 5.
Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 6. Indiener vraagt het huidige gebruik en uiterlijk van de groenstrook aan de ’s-Gravelandse vaart te definiëren in de oprichtingsakte van het Cannenburgerpark, zodat dit gelijk blijft aan de huidige situatie en er geen bankjes, steigers, speeltoestellen of andere objecten van algemeen nut geplaatst mogen worden. Dit omdat deze strook tegenover woningen en monumenten ligt en leidt tot afname privacy. Verder bevat dit perceel het laatste stuk historisch jaagpad en is daarom van historisch belang. Houten paaltjes plaatsen zodat de groenstrook netjes kan worden afgesloten voor foutparkeerders. 7. Indiener vraagt de nokhoogte van 2-onder-1-kapwoningen langs de vaart te verlagen zodat de woningen er tegenover niet onder de daglicht norm van het bouwbesluit 2012 komen. Volgens uitspraken door de Raad van State inzake bouwbesluit 2012 heeft een bewoner van een woning het recht de impact van zon- en daglicht beperking te meten vanuit de exacte positie van ramen in de gevel waardoor het licht naar binnen valt. 8.
Indiener geeft aan dat zij slechts twee raampartijen hebben in hun monument en dat daarvoor strengste normering geldt wat betreft zon- en daglichtnormering, dat er sprake is van gezondheidsklachten bij de man van indiener door gebrek aan zon- en daglicht. 9. Gevraagd wordt om geen bouwwerken toe te laten die boven de nokhoogte uit kunnen komen. 10. In gesprek met de ontwikkelaar heeft de ontwikkelaar aangegeven ook een woning met een lagere nokhoogte (9,6 meter) te kunnen plaatsen. Die hoogte wordt door indiener verkozen boven huidige plan. 11. De gemeente dient de ontwikkelaar te dwingen om een pulserende heimethode toe te passen. Dit om beschadiging aan de meerdere monumentale woningen te voorkomen. 12. De parkeerplaatsen langs de Cannenburgerweg zijn al meer dan 30 jaar in openbaar gebruik en ook gebruikt door omwonenden. De normeringen die gehanteerd worden zijn onjuist. De gemeente dient de eigen beleidsregels te volgen en de parkeerbehoefte op te laten lossen op eigen terrein. 13. Verder geeft indiener nog aan als oplossing om plan beter te maken een ondergrondse parkeergarage en het plaatsen van elektrische laadpalen in de parkeerstrook aan de vaart.
39/47
Reactie gemeente: 1. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag. Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 2. Zoals onder punt 2 is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 3.
De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 4. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 5. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. 6. Deze groenstrook valt buiten de planontwikkeling en heeft de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn geen parkeerplaatsen toegestaan. Eventuele verblijfsvoorzieningen zijn binnen de bestemming wel mogelijk. De gemeente ziet geen reden om deze hier specifiek uit te sluiten. 7. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,5 naar 9,60 meter. 8. Ter plaatse is sprake van een afstand van ca. 25 meter. Dit is een zodanige grote afstand dat geen negatief schaduweffect kan worden verwacht van de nieuwe woningen op de woning aan het Noordereinde van indiener.
Om hier geen twijfel over te laten bestaan is een bezonningsstudie uitgevoerd, die bovenstaande conclusie bevestigd. 9. Voor overige bouwwerken en ondergeschikte bouwwerken wordt aangesloten bij de planologische regels zoals deze voor andere woningen in de gemeente Wijdemeren gelden. Ondergeschikte bouwdelen zijn dan mogelijk, maar kunnen niet meer dan 10% afwijken van maximale bouwhoogte. Zoals aangegeven zal deze bouwhoogte voor de woningen in kwestie worden verlaagd. 10. Zoals aangegeven zal de ontwikkelaar de bouwhoogte van de tweekapper verlagen tot 9,60 meter. 11. Door de ontwikkelaar zal gestart worden met een nulmeting. Daarmee wordt de huidige staat van de gebouwen in de omgeving opgenomen. Zo kan achteraf goed worden vastgesteld of er eventueel schade aan gebouwen is ontstaan door de bouwwerkzaamheden. De ontwikkelaar heeft de intentie om een heimethode te gebruiken die trillingen zoveel mogelijk voorkomt. 12. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet.
40/47
13. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De bouwhoogte van de tweekapper aan de Cannenburgerweg wordt verlaagd naar 9,60 meter. 2. Er is een bezonningsstudie uitgevoerd.
41/47
Zienswijzen indiener S, ingekomen op 14 april 2022 1. Is de onderhavige aanvraag wel op 20 oktober 2020 ingediend, omdat: deze enkel betrekking heeft op de locatie Cannenburgerweg 3; In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 2. De Raad van State heeft in een reeks uitspraken bepaald dat het uitgangspunt is dat getoetst wordt aan de provinciale verordening zoals deze geldt op het moment van het besluit. Zoals bij vorige punt gesteld dient dit besluit nog genomen te worden. Een enkele uitzondering zou zijn als een vergunning is aangevraagd die in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Die situatie doet zich hier niet voor. Dit betekent dat Omgevingsvergunning NH 2020 geldig is en dat slechts tot 11 woningen kunnen worden gebouwd. 3. Indiener vraagt de nokhoogte van 2-onder-1-kapwoningen langs de vaart te verlagen. Indiener heeft winterdepressieve klachten door een gebrek aan zon- en daglicht. Omdat een rijks monumentale woning wordt bewoond kunnen geen aanpassingen aan de gevel plaatsvinden om een gebrek aan zon- en daglicht te compenseren. 4. Het bijzonder welstandsregime schrijft voor dat zichtlijnen moeten worden behouden of versterkt.
Dat is door bouw 2-onder-1-kapwoningen niet het geval. De voorgevel zou eigenlijk ook stuk naar achteren moeten worden geplaatst in lijn met Cannenburgerweg 9. 5. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag van voldoende hoogte (genoemd 1,5 meter) langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen 6. Indiener vraagt het huidige gebruik en uiterlijk van de groenstrook aan de ’s-Gravelandse vaart te definiëren in de oprichtingsakte van het Cannenburgerpark, zodat dit gelijk blijft aan de huidige situatie en er geen bankjes, steigers, speeltoestellen of andere objecten van algemeen nut geplaatst mogen worden. Dit omdat deze strook tegenover woningen en monumenten ligt en leidt tot afname privacy. Verder bevat dit perceel het laatste stuk historisch jaagpad en is daarom van historisch belang. 7. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen. Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje aan via beide uitgangen verlaat. 8. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren.
In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 9. De gemeente dient de ontwikkelaar te verplichten om een heimethode te kiezen die geen schade veroorzaakt aan de omliggende rijksmonumenten en gebouwen. 10. Indiener doet voorstel om als omwonenden en projectontwikkelaar om de tafel te gaan zitten om gezamenlijk bindende uitspraken/afspraken in een vaststellingsovereenkomst neer te leggen. Mocht dit niet lukken dan kan altijd nog het reguliere pad worden bewandeld. Reactie gemeente: 1. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit.
42/47
2.
3. 4.
5.
6.
7.
8.
9.
De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag. Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,5 naar 9,60 meter. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake.
Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als nu, beëindigd door bebouwing. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af gelegd. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. Deze groenstrook valt buiten de planontwikkeling en heeft de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn geen parkeerplaatsen toegestaan. Eventuele verblijfsvoorzieningen zijn binnen de bestemming wel mogelijk. De gemeente ziet geen reden om deze hier specifiek uit te sluiten. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg. Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid.
Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. Door de ontwikkelaar zal gestart worden met een nulmeting. Daarmee wordt de huidige staat van de gebouwen in de omgeving opgenomen. Zo kan achteraf goed worden vastgesteld of er eventueel schade aan gebouwen is ontstaan door de bouwwerkzaamheden.
De ontwikkelaar heeft de intentie om een heimethode te gebruiken die trillingen zoveel mogelijk voorkomt.
43/47
10. Wij laten dat aan de ontwikkelaar en de omwonenden om hier eventueel aanvullende afspraken over te maken. Dit kan eventueel ook rondom het traject van de omgevingsvergunning voor het bouwen, als er meer concrete bouwtekeningen op tafel liggen. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De bouwhoogte van de tweekapper aan de Cannenburgerweg wordt verlaagd naar 9,60 meter. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing.
44/47
Zienswijzen indiener T, ingekomen op 13 april 2022 1. Op 20 oktober 2020 is een aanvraag om omgevingsvergunning gedaan voor de activiteit bouwen. Indiener stelt dat aanvraag nadien ingrijpend is veranderd (er worden concrete punten aangegeven). Er had een nieuwe aanvraag moeten worden ingediend. 2. In het raadsvoorstel wordt ook gesproken van ingrijpende aanpassingen in het oorspronkelijke plan. 3. Een toets aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 brengt met zich mee dat het aangevraagde plan niet kan worden vergund. Er mag daarbinnen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling ter plaatse worden gerealiseerd. 4. De grondslag van de aanvraag is verlaten. De aanvraag zag op de activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’. Het ontwerpbesluit ziet enkel op het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. 5. Er is strijd met artikel 5a uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Er is niet onderbouwd of het plan in overeenstemming is met de regionale afspraken over woningbouw. 6. De strijdigheden, niet alleen wat gebruik, maar ook wat betreft bouwregels, met het vigerende bestemmingsplan zijn in het ontwerpbesluit onvoldoende vermeld. 7. Ten aanzien van de strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan ten onrechte geen deugdelijke motivering en belangenafweging in de ontwerpbesluiten opgenomen.