17. Nota van beantwoording zienswijzen - okt 2022
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen
Ontwerp omgevingsvergunning Cannenburgerpark
Nota van beantwoording zienswijzen: Bladzijde 2: Bladzijde 3:
Inleiding De zienswijzen
1/47
Inleiding: Het college heeft op 21 december 2021 een ontwerpbesluit omgevingsvergunning afgegeven voor het bouwplan Cannenburgerpark op de hoek van de Cannenburgerweg en de Herenweg in Ankeveen onder de voorwaarde dat de gemeenteraad een ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgeeft. De gemeenteraad het deze ontwerpverklaring vvgb afgegeven in haar besluit op 9 februari 2022. De beide ontwerpbesluiten zijn op 2 maart 2022 gepubliceerd tezamen met de onderliggende stukken. Deze stukken hebben zes weken, van 3 maart 2022 tot en met 13 april 2022, ter inzage gelegen. In deze periode zijn 19 zienswijzen ingediend1. De zienswijzen zijn ontvankelijk. De beantwoording hiervan vindt u in deze nota.
1 Enkele van deze zienswijzen zijn zowel gericht op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning als op de ontwerp afgifte van de
vvgb. De inhoud van deze zienswijzen zijn echter hetzelfde en daarom in deze nota van zienswijzen niet dubbel opgenomen.
2/47
De zienswijzen De hier beschreven zienswijzen zijn een samenvatting van de zienswijzen zoals deze door de indieners zijn verwoord. Eventuele nummeringen die in de zienswijzen zelf zijn toegepast, kunnen hiervan afwijken. Zienswijzen indiener A, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 3. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 4.
De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 5. Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 6. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 7. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 8. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol: Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh.
Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden; De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht. Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen. Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen.
3/47
9. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 10. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. Door de parkeerbehoefte van bouwers en toeleveranciers ontstaat ook een tekort aan openbare parkeerplaatsen. 11. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 12. De nokhoogte is verkeerd opgenomen in de schetsen. Hierdoor lijken de woningen lager dan ze in werkelijkheid zijn. Er wordt dan ook meer zonlicht weggenomen. Verzocht wordt de nokhoogte van 10,5 en 12 meter te verlagen naar 8, resp. 9 meter. 13. Het welstandsregime schrijft voor dat er zichtlijnen moeten worden aangehouden. Dat is in voorliggende plan niet het geval. 14. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen.
Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje via één van beide uitgangen verlaat. 15. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 16. Bij de oplossing van het significante én structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen door de gemeente, kan tevens gebruik worden gemaakt om een aantal laadpalen te plaatsen voor elektrische auto's. 17. Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 18. Samenvattend is hier sprake van een historische situatie waar openbare parkeerplaatsen schaars zijn en volledig benut worden door huidige bewoners. Dit komt mede omdat veel huizen in de omgeving (Noordereinde) geen eigen terrein hebben waarop de auto’s geparkeerd kunnen worden.
Met het nieuwe bouwplan neemt deze druk alleen maar toe met een door indiener berekend tekort van 53 openbare parkeerplaatsen. De Hoge Raad heeft in vergelijkbare gevallen waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat aangegeven dat een gemeente een plan moet afwijzen. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. 19. Indiener ervaart ongewenst gedrag van projectontwikkelaar en/of (huidig/voorheen) eigenaar van de garage en heeft dit gemeld bij politie en BOA’s. Indiener roept gemeente op om capaciteit vrij te maken om gestructureerd te handhaven op onderhavige situatie. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing.
Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval
4/47
dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag. Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 3. Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 4. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 5. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 6. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020. 7. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein.
Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 8. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 9. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 10. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden. Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 11. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. 12. Niet geheel duidelijk is op welke woningen wordt geduid. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal in ieder geval de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,50 naar 9,60 meter.
De bouwhoogte van het grote appartementengebouw is aangepast. Het kent nu een bouwhoogte van 9,40 meter met een tweetal dwarskappen met een hoogte van maximaal 10,50 meter. Het appartementengebouw aan de Herenweg krijgt een maximale bouwhoogte van 10 meter. De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter. Overigens zal de definitieve bouwhoogte worden vastgelegd in de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. In een al gegeven collegiaal advies heeft de welstandscommissie aangegeven dat zij positief is over de planontwikkeling in het algemeen. 13. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing. Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als nu, beëindigd door bebouwing. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt
5/47
de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af geplaatst. Dit is vergelijkbaar met Cannenburgerweg 9. 14. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg. Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 15. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen.
Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 16. Dat staat los van deze planontwikkeling. 17. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase. De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt. Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 18. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. 19. Daaruit begrijpen wij dat er een melding heeft plaatsgevonden. De gemeente kent een handhavingsbeleid waarop ook gestuurd wordt met de in te zetten capaciteit. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De tekst zal aangepast worden, zodat duidelijk is dat er maar één uitrit komt voor gemotoriseerd verkeer. De uitrit richting de Herenweg wordt ook gerealiseerd, maar is enkel bedoeld voor langzaam verkeer, calamiteitenverkeer en de vuilnisafhaal. 2.
Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing. 3. De bouwhoogte van de tweekapper langs de Cannenburgerweg zal worden verlaagd naar 9,60 meter. Het grote appartementengebouw krijgt een maximale hoogte van 9,40 meter met verbijzonderingen in de vorm van dwarskappen tot maximaal 10,50 meter hoog. Het appartementengebouw aan de Herenweg krijgt een maximale hoogte van 10 meter. De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter.
6/47
Zienswijzen indiener B, ingekomen op 23 maart 2022 1. Indiener maakt zich zorgen om de verkeerssituatie bij de kruispunten aan beide zijden van de Klapbrug. De voorgenomen ontwikkeling heeft veel gevolgen voor de verkeerssituatie ter plaatse. Het verkeersonderzoek en de daarin genoemde maatregelen worden als onvoldoende beschouwd. Er dient een beter plan te worden gemaakt voor de verkeerssituatie, zodat een acceptabel en veilige verkeerssituatie ontstaat. 2. De geplande ontwikkeling is een uitgelezen kans om de situatie ter plaatse (d.w.z. alle kruispunten rondom de Klapbrug) voor de komende jaren veilig in te richten. Reactie gemeente: 1. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen.
Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 2. Dergelijke maatregelen zijn niet nodig vanuit de planontwikkeling. Dit jaar heeft ook het Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045 ter inzage gelegen. Dit mobiliteitsplan moet nog worden vastgesteld door de raad. Hierin wordt o.a. voorgesteld om nachtelijk vrachtverkeer over het Noordereinde en Zuidereinde te verbieden. De Herenweg wordt wel expliciet gezien als een gebiedsontsluitingsweg. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing.
7/47
Zienswijzen indiener C, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: a. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; b. In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; c. In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 3. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 4. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 5.
Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 6. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 7. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 8. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol: a. Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh. Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden; b. De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht.
Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen. c. Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen. 9. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 10. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. Door de parkeerbehoefte van bouwers en toeleveranciers ontstaat ook een tekort aan openbare parkeerplaatsen. 11. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen. Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje aan via beide uitgangen verlaat.
8/47
12. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 13. Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 14. Samenvattend is hier sprake van een historische situatie waar openbare parkeerplaatsen schaars zijn en volledig benut worden door huidige bewoners. Dit komt mede omdat veel huizen in de omgeving (Noordereinde) geen eigen terrein hebben waarop de auto’s geparkeerd kunnen worden. Met het nieuwe bouwplan neemt deze druk alleen maar toe met een door indiener berekend tekort van 53 openbare parkeerplaatsen. De Hoge Raad heeft in vergelijkbare gevallen waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat aangegeven dat een gemeente een plan moet afwijzen. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. 15.
Indiener ervaart ongewenst gedrag van projectontwikkelaar en/of (huidig/voorheen) eigenaar van de garage en heeft dit gemeld bij politie en BOA’s. Indiener roept gemeente op om capaciteit vrij te maken om gestructureerd te handhaven op onderhavige situatie. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag.
Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 3. Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 4. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 5. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 6. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020. 7. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet.
9/47
8. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 9. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 10. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden. Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 11. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg. Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 12.
Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 13. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase. De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt. Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 14. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen.
Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. 15. Daaruit begrijpen wij dat er een melding heeft plaatsgevonden. De gemeente kent een handhavingsbeleid waarop ook gestuurd wordt met de in te zetten capaciteit. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. De tekst zal aangepast worden, zodat duidelijk is dat er maar één uitrit komt voor gemotoriseerd verkeer. De uitrit richting de Herenweg wordt ook gerealiseerd, maar is enkel bedoeld voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing.
10/47
Zienswijzen indiener D, ingekomen op 7 april 2022 Deze zienswijze is gelijk aan die van indiener A. Verwezen wordt naar de samenvatting en beantwoording onder indiener A.
11/47
Zienswijzen indiener E, ingekomen op 6 april 2022 1. In het plan met tekeningen staat niet duidelijk omschreven/getekend hoe de erfafscheiding tussen het nieuwe Cannenburgerpark en de steeg bij de Graaflandhof wordt vormgegeven. Indieners wensen een dichte en definitieve erfafscheiding, zodat er geen enkel (langzaam en gemotoriseerd) verkeer via de steeg naar de Graaflandhof kan plaatsvinden. 2. Omdat bewoners en gebruikers elke dag van en naar Graaflandhof de bewegen, dient hier rekening mee te worden gehouden bij de vormgeving van de erfafscheiding. Reactie gemeente: 1. Er zal geen verbinding komen voor (langzaam of gemotoriseerd) verkeer tussen de nieuwe woonbuurt en het Graaflandhof. Bij de uitvoering zal de initiatiefnemer samen met de indiener van de zienswijze afspraken maker over het type en de vormgeving van de erfafscheiding. 2. Zie het antwoord bij 1. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. Geen.
12/47
Zienswijzen indiener F, ingekomen op 7 april 2022 Deze zienswijze is gelijk aan die van indiener A. Verwezen wordt naar de samenvatting en beantwoording onder indiener A.
13/47
Zienswijzen indiener G, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 3. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 4. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 5.
Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 6. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 7. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 8. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol: Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh. Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden; De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht.
Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen. Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen. 9. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 10. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. Door de parkeerbehoefte van bouwers en toeleveranciers ontstaat ook een tekort aan openbare parkeerplaatsen. 11. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de
14/47
woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 12. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen. Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje aan via beide uitgangen verlaat. 13. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 14. Bij de oplossing van het significante én structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen door de gemeente, kan tevens gebruik worden gemaakt om een aantal laadpalen te plaatsen voor elektrische auto's. 15. Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 16.
Samenvattend is hier sprake van een historisch dorpskarakter waar een te dichtbebouwde woonlocatie aan wordt toegevoegd zonder de benodigde parkeerplaatsen. Dit probleem dient eerst opgelost te worden, zoals ook de Hoge Raad in vergelijkbare gevallen heeft gesteld waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald.
Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag. Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 3. Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 4. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 5. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 6. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020.
15/47
7. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 8. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 9. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 10. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden. Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 11. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. 12. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg.
Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 13. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering. Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 14. Dat staat los van deze planontwikkeling. 15. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase.
De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt. Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 16. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. In de tekst zal verduidelijkt worden dat er maar één uitrit is voor gemotoriseerd verkeer. De ingetekende uitrit aan de Herenweg is voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing.
16/47
Zienswijzen indiener H, ingekomen op 7 april 2022 1. Indiener wil benadrukken geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op de locatie van het garagebedrijf. Desalniettemin is indiener bezorgd over onder meer het structurele tekort aan openbare parkeerplaatsen dat zal ontstaan. 2. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, worden er 23 gesitueerd in de directe omgeving van het terrein langs de vaart. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Deze kunnen niet gebruikt worden ten behoeve van de planontwikkeling. Hier is geen rekening mee gehouden. 3. De angst bestaat dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen met een ketting of op andere wijze gaat afsluiten. Daarmee wordt direct tekort aan openbare parkeerplaatsen zichtbaar. Feitelijk is dat nu al het geval door de ‘plaagauto’s’ die daar zijn geplaatst. 4. Als de bouwwerkzaamheden starten zal direct hinder ontstaan voor omwonenden. 5. Indiener pleit voor het opnemen van een wintergroene haag langs het parkeerterrein langs de vaart, zodat er geen sprake is van het inschijnen van autolichten richting de woningen aan het Noordereinde. Er dienen geen bomen te worden geplaatst, omdat deze dag- en zonlicht wegnemen en ook ten koste gaan van het aantal parkeerplaatsen. 6. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden.
De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 7. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. 8. De aanvraag van 20 oktober 2020 is niet als ingekomen stuk opgenomen en kan nergens worden gevonden. Dit roept de vraag op of de aanvraag wel daadwerkelijk is ingediend/ontvangen. 9. Indiener stelt dat de Raad van State heeft bepaald dat het uitgangspunt voor de toets aan de provinciale verordening wordt gevormd door het moment van het besluit door in dit geval de gemeente en niet het moment van indiening. 10. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. Daaraan voldoet het voorliggende plan niet. 11.
Er is niet in een wettelijk verplicht BLVC-plan voorzien. Dit staat voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie en een dergelijk plan geeft aan hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt is. Er dient alsnog een BLVC-plan te worden ingediend, aan de bewoners te worden voorgelegd en vervolgens meegenomen te worden in gemeentelijke besluitvorming. 12. Het plan dient in een bredere context te worden beoordeeld. De volgende ontwikkelingen spelen daarbij een rol: Natuurmonumenten heeft recent betaald parkeren ingevoerd voor het bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek. Dit is ook beoogd bij Schaep en Burgh. Dit leidt ertoe dat bezoekers uitwijken naar openbare parkeergelegenheden; De ontwikkelaar van het Cannenburgerpark werkt ook aan een project aan het Noordereinde 249 waarin de woning wordt gerenoveerd en drie nieuwe watervilla’s worden toegevoegd. Hiervoor zijn door de ontwikkelaar 5 parkeerplaatsen aan de overzijde van dit project aangekocht. Als de gemeentelijke parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning wordt gehanteerd ontstaat hier een tekort van 5 parkeerplaatsen. 17/47
Ook het monumentale pand op de hoek Cannenburgerweg/Herenweg zal door dezelfde projectontwikkelaar worden gerenoveerd en van aantal appartementen worden voorzien. Hiervoor zijn geen parkeerplekken aanwezig en zal het tekort aan openbare parkeerplaatsen alleen maar meer doen toenemen. 13. Door de hoge gebouwen direct grenzend aan de weg daalt het gevoel van veiligheid en de verkeersveiligheid in het algemeen. Geldt zowel voor verkeer in het Cannenburgerpark als voor verkeer dat dit buurtje aan via beide uitgangen verlaat. 14. Het kruispunt op de Klapbrug wordt als zeer gevaarlijk ervaren. In rapport wordt vermeld dat per saldo een vermindering van het verkeer plaatsvindt. Er wordt verwezen naar een huidige situatie, maar dit wordt verder niet onderbouwd. De conclusie uit het verkeerskundig rapport wordt als onbetrouwbaar gezien. 15. De nokhoogte is verkeerd opgenomen in de schetsen. Hierdoor lijken de woningen lager dan ze in werkelijkheid zijn. Er wordt dan ook meer zonlicht weggenomen. Verzocht wordt de nokhoogte van 10,5 en 12 meter te verlagen naar 8, resp. 9 meter. 16. Het welstandsregime schrijft voor dat er zichtlijnen moeten worden aangehouden. Dat is in voorliggende plan niet het geval. 17. Samenvattend is hier sprake van een historische situatie waar openbare parkeerplaatsen schaars zijn en volledig benut worden door huidige bewoners.
Dit komt mede omdat veel huizen in de omgeving (Noordereinde) geen eigen terrein hebben waarop de auto’s geparkeerd kunnen worden. Met het nieuwe bouwplan neemt deze druk alleen maar toe met een door indiener berekend tekort van 53 openbare parkeerplaatsen. De Hoge Raad heeft in vergelijkbare gevallen waar een tekort aan openbare parkeergelegenheid ontstaat aangegeven dat een gemeente een plan moet afwijzen. Een praktische oplossing is het realiseren van een parkeergarage door de ontwikkelaar. Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 3. Omdat het geen openbaar parkeerterrein is, mag de eigenaar zijn eigen regels stellen aan het gebruik van het parkeerterrein. Dit betekent dat er klaphekjes kunnen worden geplaatst of een ketting kan worden gespannen. Ook kan de eigenaar bepalen welke auto’s er staan. 4. Tijdens de bouw kunnen er goede afspraken worden gemaakt over de toegankelijkheid van het terrein en de omgeving. Dat gezegd hebbende kan het zijn dat er tijdelijk overlast is door bouwwerkzaamheden.
Dat is niet anders dan op andere locaties waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 5. Het is zeker de intentie om de parkeerplaats groen in te richten. Het inschijnen van lichten zal worden voorkomen door het plaatsen van een wintergroene haag. De initiatiefnemer stemt dat graag in de uitvoering af met belanghebbenden. 6. In antwoord op de genoemde punten: De aanvraag geeft inderdaad enkel de Cannenburgerweg 3 aan. De bij de aanvraag aangeleverde stukken laten er echter geen twijfel over bestaan dat hiermee een bredere ontwikkeling wordt bedoeld. Een ontwikkeling op gronden die al vanaf de aanvraag ook zijn gecommuniceerd naar omwonenden en in het ontwerpbesluit. De bijstelling van woningaantallen naar beneden verandert inhoudelijk niet wezenlijk de aanvraag. In het proces van een aanvraag zit ook besloten een zekere zoektocht en aanpassing naar een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing. Dit mede ook aan de hand van gesprekken met de omgeving. Een lager woningaantal maakt in dit geval dat er meer ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. Daarbij merken we op dat voor de het definitieve besluit het plan is aangepast en dat er nu sprake is van maximaal 34 woningen. Daarmee sluit het plan nog meer bij de oorspronkelijke aanvraag.
18/47
Dit behoeft een aanpassing en verduidelijking in de tekst. De uitrit aan de Herenweg is enkel bedoelt voor calamiteitenverkeer en langzaam verkeer. 7. Zoals onder het vorige punt is aangegeven, zijn wij van mening dat het hier niet gaat om een significante afwijking van de aanvraag. Daarmee valt de aanvraag onder het overgangsrecht van de Omgevingsverordening NH 2020 en kan het getoetst worden aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 8. De aanvraag is met de publicatie van het ontwerpbesluit tezamen met het plan gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl en onder de tab documenten zichtbaar als eerste document in de toelichting. 9. In artikel 12.2 van de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 staat: Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening een aanvraag om het besluit is ingediend en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen. Daaraan wordt voldaan. 10. Dit plan wordt getoetst aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening en niet aan de Omgevingsverordening NH 2020. 11. Als gebruik wordt gemaakt van een BLVC-plan, dan is daarvan pas sprake in de bouwfase. De voorliggende omgevingsvergunning betreft het opheffen van strijdig planologisch gebruik. Bij de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen kan een BLVC-plan worden gebruikt.
Deze is niet verplicht gesteld door de gemeente Wijdemeren. Wel moet worden voldaan aan het Bouwbesluit waarin staat aangegeven waaraan een bouwveiligheidsplan moet voldoen (artikel 8.3 Bouwbesluit 2012) 12. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 13. Ten eerste, er komt er maar één uitrit voor gemotoriseerd verkeer en die sluit aan op de Cannenburgerweg. Wij herkennen niet waarom de hogere bebouwing in het plan van negatieve invloed zou kunnen zijn op (verkeers-)veiligheid. Gezien de aard en inrichting van de doodlopende woonstraat zal hier sowieso zeer rustig gereden worden. Verder wordt het een rustig woonbuurtje waar vooral de mensen verblijven en bewegen die er wonen. Alle woningen kijken (mede) ook uit op de woonstraat en dat draagt bij aan (het gevoel van) sociale veiligheid. 14. Om hier geen onduidelijkheden of onzekerheden over te laten bestaan is het verkeersrapport aangevuld met een verkeersonderzoek vanuit de lucht gericht op het kruispunt Klapbrug. Het beeld dat hieruit naar voren komt sluit aan bij eerdere verkeerstellingen. Het laat zien dat de 207 voertuigbewegingen die ontstaan door het realiseren van het plan, passen binnen de wegcategorisering.
Het kruispunt Klapbrug kan het verkeersaanbod op een acceptabele wijze verwerken. Dat geldt ook als wordt uitgegaan van een huidige situatie met geen enkel verkeersbeweging vanuit de locatie. Planologisch kan hier echter bedrijvigheid komen en als daaraan een maximale invulling wordt gegeven zou dat leiden tot 256 voertuigbewegingen. Bijna 50 voertuigbewegingen meer dan met het nieuwe plan. 15. Niet geheel duidelijk is op welke woningen wordt geduid. Voor de tweekapper aan de Cannenburgerweg zal in ieder geval de maximale bouwhoogte worden verlaagd van 10,50 naar 9,60 meter. De bouwhoogte van het appartementengebouw is aangepast. Het kent nu een bouwhoogte van 9,40 meter met een tweetal dwarskappen met een hoogte van maximaal 10,50 meter. De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter. Overigens zal de definitieve bouwhoogte worden vastgelegd in de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. In een al gegeven collegiaal advies heeft de welstandscommissie aangegeven dat zij positief is over de planontwikkeling in het algemeen. 16. De welstandsnota spreekt over het behouden en waar mogelijk versterken van doorzichten in gebieden met een bijzonder regiem, zoals dat voor deze locatie geldt. Van een doorzicht is nu geen sprake. Er staat over de gehele breedte van het perceel bedrijfsbebouwing.
Met het plan ontstaat een klein woonbuurtje aan een woonstraat. Deze woonstraat zorgt voor een zeker doorzicht het buurtje in, maar wordt ook, net als
19/47
nu, beëindigd door bebouwing. Ook vanaf de Herenweg ontstaan twee nieuwe doorzichten. Wordt gekeken vanaf de Klapbrug dan blijft het zicht bestaan op het witte pand aan de Cannenburgerweg 9 (geen monument). Met het huidige bestemmingsplan kan bedrijfsbebouwing worden geplaatst tot pal aan de weg. Met voorliggend plan wordt de hier geplande tweekapper op enige afstand van de weg af geplaatst. Dit is vergelijkbaar met Cannenburgerweg 9. 17. Voor het plan is de parkeerbehoefte berekend volgens de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. Er kan op maaiveld op eigen terrein worden voorzien in deze parkeerbehoefte. Een parkeergarage is een optie, maar is niet benodigd en ook niet verplicht. Een eventuele parkeergarage zal vermoedelijk als nadeel hebben dat de gebouwen hoger zouden zijn geworden. Gevolgen/acties in relatie tot het plan: 1. In de tekst zal verduidelijkt worden dat er maar één uitrit is voor gemotoriseerd verkeer. De ingetekende uitrit aan de Herenweg is voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer. 2. Er heeft een aanvullend verkeersonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de bij het plan behorende ruimtelijke onderbouwing. 3. De bouwhoogte van de tweekapper langs de Cannenburgerweg zal worden verlaagd naar 9,60 meter.
Het grote appartementengebouw krijgt een maximale hoogte van 9,40 meter met verbijzonderingen in de vorm van dwarskappen tot maximaal 10,50 meter hoog. Het appartementengebouw aan de Herenweg krijgt een maximale hoogte van 10 meter. De bouwhoogte van de rijwoningen wordt verlaagd van 11 meter naar 10 meter.
20/47
Zienswijzen indiener I, ingekomen op 11 april 2022 1. Indiener geeft aan geen bezwaar te hebben tegen woningbouw op deze locatie. Een kleine woonwijk is te prefereren boven een behoorlijk rommelig garagebedrijf. Toch heeft indiener enkele redenen om een zienswijze in te dienen. 2. Van de parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen, wordt een derde (20 stukes0 op de strook langs de Cannenburgerweg geplaatst. Deze parkeerplaatsen worden al lange tijd benut door de buurtbewoners. Dit zijn altijd al openbare parkeerplaatsen geweest. 3. De projectontwikkelaar heeft op 7 maart 2022 toegezegd dat de parkeerplaatsen door de bewoners gebruikt mogen blijven. Op 21 maart 2022 is deze parkeerstrook echter opzettelijk geblokkeerd door sloopauto’s, zodat er nu een acuut parkeerprobleem is. 4. In de omgeving spelen meerdere ontwikkelingen die meegenomen worden, kijkend naar het parkeerprobleem, zoals Noordeinde 249, betaald parkeren bij Natuurmonumenten, ontwikkeling historisch pand Cannenburgerweg 1, bezoekers café Bollie Blooper n het parkeerverbod langs de dorpsstraat waar indiener zelf woont (Noordereinde). Er is een structurele parkeeroplossing nodig, bijvoorbeeld door openbaar pareren blijven toestaan op betreffende strook langs de Cannenburgerweg. Verder kan ontwikkelaar een ondergrondse parkeergarage realiseren. 5. Oplaadpalen voor elektrische auto’s zijn geen parkeerplaatsen. 6.
De belangenafweging van artikel 3 lid 1 sub a uit het parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019 is onvoldoende meegenomen. 7. De verkeersdrukte rondom de Klapbrug is enorm toegenomen. In het verkeersonderzoek wordt gesteld dat aantal verkeersbewegingen met huidige garage 290 is. In werkelijkheid zal dat rond de 30-60 liggen. In nieuwe situatie levert bouwplan een verkeersgeneratie van 270 verkeersbewegingen op. Dat is 5-6 keer hoger als in huidige situatie. De gehanteerde norm is niet realistisch. Het plan voorziet dan ook niet in een veilige afwikkeling van het verkeer op de kruising Klapbrug. 8. Indiener vraagt zich af of er wel een juiste juridische beoordeling heeft plaatsgevonden. De besluitvorming betrof een plan dat op een aantal punten afwijkt van de oorspronkelijke aanvraag: a. De aanvraag betreft de Cannenburgerweg 3. Niet aangegeven is dat het plan meerdere percelen/adressen betreft; b. In de aanvraag gaat het om de bouw van 38 woningen. In het ontwerpbesluit is sprake van een plan met 32 woningen; c. In de oorspronkelijke aanvraag is sprake van één uitrit, terwijl in ontwerpbesluit sprake is van een plan met twee uitritten. 9. Bovengenoemde punten maken dat er sprake is van een significant afwijkend plan in vergelijking met de aanvraag uit oktober 2020.
Dit betekent dat getoetst moet worden aan de provinciale Omgevingsverordening NH 2020 en niet aan de oudere provinciale ruimtelijke verordening. De provinciale Omgevingsverordening NH 2020 geeft aan dat in het landelijk gebied alleen woningbouwprojecten tot 11 woningen mogen worden gebouwd. 10. Indiener heeft bezwaar tegen de voorgestelde nokhoogten van 10,5 en 12 meter. Deze wijken behoorlijk af van de huizen in de directe omgeving. Voorgesteld wordt een maximum van 9 meter. 11. Het bijzonder welstandsregime schrijft voor dat er zichtlijnen moeten worden aangehouden. Dat is niet het geval. 12. De hoge nokhoogten nemen veel zonlicht weg. 13. Bij de plannen zit geen BVLC-plan. Indiener vreest dat het meer dan een jaar zal duren voordat de parkeerstrook langs de vaart aan de Cannenburgerweg weer gebruikt kan worden indiener wil een bouwplaats inrichtingsplan met vaste parkeerplekken voor de bedrijfswagens op eigen terrein.
21/47
Reactie gemeente: 1. Het is goed om te lezen dat het initiatief om op een in onbruik geraakt bedrijfsterrein woningen te realiseren bij u op draagvlak kan rekenen. 2. Dit betreft geen openbaar parkeerterrein. Het terrein is al decennia in privaat eigendom en behoorde bij het bedrijf dat nu getransformeerd wordt tot woningen. Het parkeerterrein kan dan ook voor deze transformatie worden ingezet. 3. Zoals onder punt 2. aangegeven is er geen sprake van een openbaar parkeerterrein. De initiatiefnemer, wiens eigendom de parkeerplaatsen zijn, kan zelf invulling geven aan het gebruik ervan (passend binnen de bestemming). Wij kennen de concrete afspraken die u met de ontwikkelaar heeft gemaakt niet, maar verzoeken u dat op te nemen met de ontwikkelaar. 4. In het geval van een planontwikkeling kan een initiatiefnemer niet verplicht worden gesteld om andere ruimtelijke knelpunten op te lossen die niet gerelateerd kunnen worden aan het initiatief zelf. 5. In het huidige beleid van de gemeente worden parkeerplaatsen met een laadpaal inderdaad niet als parkeerplaats gezien. Wel op het moment dat na realisatie van een parkeerplaats door een bewoner wordt gevraagd om de plaatsing van een laadpaal. 6. In genoemd artikel wordt verwezen naar de beleidsregel parkeren.