CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijchen-West 2023_Toelichting

Raad openbaar Wijchen 22 mei 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 99396 beslisnota Wijchen-West; raadsvoorstel voor vaststelling bestemmingsplan Wijchen-West 202330.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.4.3

Woonvisie Wijchen 2025 De Woonvisie Wijchen zet de koers van het gemeentelijk woonbeleid uit naar de toekomst. Hierin wordt omschreven waar moet worden bijgestuurd, afgeremd of versneld om de doelen van het woonbeleid te bereiken. De woonvisie heeft twee uitgangspunten: het thuisgevoel versterken en verder kijken dan de trends van nu. Om het woningaanbod in balans te krijgen wordt in de woonvisie gesproken over meer mogelijkheden voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag. Het is de bedoeling dat starters en jonge gezinnen in de gemeente kunnen blijven of komen wonen. Dit kan onder andere door mogelijkheden te bieden voor splitsing van bestaande woningen, waardoor een koopwoning binnen het financiële bereik van starters kan komen. Daarnaast is het de bedoeling dat (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen wonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan nieuwe woonvormen, zoals verschillende generaties onder één dak en het toevoegen van woningen in een vorm waarbij de eindgebruiker centraal staat. De gemeente vindt het belangrijk dat er innovatie en vernieuwing is, bijvoorbeeld door voldoende ruimte te bieden voor CPO en andere nieuwe woonvormen. Conclusie Wijchen West geeft invulling aan de behoefte en opgave. Er worden woningen in diverse prijssegmenten en voor diverse doelgroepen gerealiseerd.

Ook wordt een deel van de woningen levensloopgeschikt gerealiseerd en is er ruimte voor een aantal CPO-projecten. Daarmee is het initiatief in lijn met de Woonvisie Wijchen 2025.

3.4.4

Mobiliteitsvisie Druten en Wijchen en Mobiliteitsplan Wijchen In de mobiliteitsvisie Druten en Wijchen heeft de gemeente de visie ten aanzien van mobiliteit vastgelegd. In deze visie is rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals zelfrijdende auto’s en de gevolgen van woningbouw. De vijf belangrijke punten van de mobiliteitsvisie zijn: Leefbaarheid in de gemeente Bereikbaarheid tussen de kernen Verbonden met de regio Duurzaam verplaatsen tussen Maas en Waal Verkeersveiligheid Allereerst is dat leefbaarheid in de gemeente. We zetten binnen de kern Wijchen in op de fietser en voetganger, waarbij we ervoor zorgen dat voorzieningen goed met de auto bereikbaar blijven. De bereikbaarheid tussen alle kernen in Wijchen is van groot belang. Elke verkeersdeelnemer moet tussen de kernen kunnen reizen. We willen verbonden blijven met de regio. Het openbaar vervoer en de fiets zijn in 2030 een realistisch alternatief voor de auto voor reizen van en naar de belangrijkste bestemmingen in de omliggende regio’s. Ook zetten we in op duurzaam verplaatsen. Dat wil zeggen dat in 2030 voor iedereen een duurzame manier van vervoer beschikbaar is. En natuurlijk is verkeersveiligheid een overkoepelend en belangrijk punt. In het mobiliteitsplan is een hele lijst aan maatregelen opgenomen. Deze lopen uiteen van het actualiseren van het parkeerbeleid tot het veiliger maken van bepaalde wegen.

En van het verstevigen van bermen tot het stimuleren van duurzame mobiliteit.

blad 29 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

De inrichting van Wijchen West is in hoofdlijnen bekend, maar niet op het detailniveau van de specifieke maatregelen zoals opgenomen in het mobiliteitsplan. Bij de verdere uitwerking van de inrichting van Wijchen West zal rekening gehouden worden met de mobiliteitsvisie. Mobiliteitsplan Wijchen Het mobiliteitsplan Wijchen is vastgesteld op 30 september 2021 en betreft een uitwerking van de mobiliteitsvisie. In het mobiliteitsplan hebben we een hele lijst aan maatregelen opgenomen. Deze lopen uiteen van het actualiseren van het parkeerbeleid tot het veiliger maken van bepaalde wegen. En van het verstevigen van bermen tot het stimuleren van duurzame mobiliteit. Conclusie De ontwikkeling Wijchen West is in lijn met de mobiliteitsvisie Druten en Wijchen en het mobiliteitsplan Wijchen.

blad 30 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Hoofdstuk 4

4.1

Milieuaspecten

Natuur Toetsingskader De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming zijn beide sporen opgegaan in één wet, waarin zowel de soortbescherming als de bescherming van waardevolle natuurgebieden – waaronder Natura 2000-gebieden – is geregeld. Daarnaast is voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) sprake van planologische bescherming via de provinciale Interim omgevingsverordening. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. Beoordeling Om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop, is een natuurtoets uitgevoerd. De volledige natuurtoets is opgenomen als Bijlage 3. Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten het NNN gebied. Wel zijn de reeds aanwezige waterloop en de natuurcompensatie gronden gelegen in een Groene ontwikkelingszone. Door het planvoornemen wordt geen NNN gebied aangetast en gaat geen NNN verloren.

Er zijn daarom geen significante negatieve effecten op de aangewezen kernwaarden van het NNN. Uit de bureaustudie blijkt dat op 10 kilometer afstand van het plangebied een Natura 2000-gebied ligt. Alle Natura 2000-gebieden liggen daarmee op een afstand groter dan 3 kilometer waardoor de meeste verstoringseffecten zijn uit te sluiten. Enkel kan een effect ontstaan alsgevolg van stikstofdepositie (stikstof via de lucht reikt verder dan alle andere storingsfactoren). Het gaat hier bij om depositie door stikstofuitstoot tijdens de werkzaamheden of om verkeer en eventuele andere uitstoot in de toekomstige situatie. Stikstof In kader van dit bestemmingsplan is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 4. De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator. Om eventuele negatieve effecten uit te sluiten zijn zowel de aanlegfase als de gebruiksfase doorgerekend in een stikstofberekening. Voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geldt dat er op basis van de Aerius berekening geen sprake is van een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Voor de gebruiksfase geldt dat ten opzichte van de referentiesituatie zelfs sprake is van een daling van de stikstofdepositie.

Omdat er geen toename in stikstofdepositie is, kunnen significant negatieve effecten op Natura2000-gebieden worden uitgesloten. Beschermde soorten

blad 31 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels met een jaarrond beschermd nest (steenuil, torenvalk, boerenzwaluw,huiszwaluw, gierzwaluw, huismus): Potentiële nestplekken in het plangebied(nestkasten en bebouwing); Algemene broedvogels (nestplaatsen); Vleermuizen: Gebouwen hebben potentieel geschikte verblijfplaatsen; in het plangebied zijn mogelijk foerageergebied en vliegroutes aanwezig; Marterachtigen (das, boommarter, steenmarter): Plangebied voldoet aan debiotoopeisen van deze soorten en deze zijn in de directe omgeving waargenomen; Amfibieën (rugstreeppad): Mogelijk voortplantingshabitat in het plangebied. Op basis van de resultaten van de natuurtoets is een nader onderzoek (Bijlage 5) uitgevoerd, onderstaand de belangrijkste resultaten. Steenuil In het plangebied zijn geen nesten van steenuilen aanwezig. Wel is een nestlocatie van een steenuil ten zuiden van het plangebied gevonden. Een nest van een steenuil is jaarrond beschermd. Het gevonden nest ligt op een afstand van 150 meter van het plangebied. Door de geplande ontwikkeling van Wijchen West wordt het nest niet fysiek geraakt. Ook wordt er geen essentieel foerageergebied rond deze nestlocatie geraakt.

Het plangebied aan de zuidkantbestaat uit bosgebied en water, hetgeen geen foerageergebied voor een steenuil is. Tot slot isdoor de relatief grote afstand tussen het nest en het plangebied ook geen sprake van verstoring van de nestlocatie. Daarmee heeft het voornemen geen effect op nesten van de steenuil. Ransuil Het is uit te sluiten dat in het plangebied of de directe omgeving een nest van een ransuil aanwezig is. Daarmee heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effect op beschermde onderdelen van het leefgebied van deze soort. Kerkuil Het is uit te sluiten dat in het plangebied of de directe omgeving een nest van een kerkuil aanwezig is. Daarmee heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effect op beschermde onderdelen van het leefgebied van deze soort. Huismus In het plangebied en net daarbuiten zijn op verschillende locaties nesten van huismussenaanwezig. Het gaat in totaal om zeven nesten in het plangebied en drie nesten net buiten het plangebied. Deze nesten zijn jaarrond beschermd middels Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Bij de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West wordt een aantal gebouwen met daarin nesten van de huismus gesloopt ook verdwijnt groene beplanting in de directe omgeving van de nesten. Om de nesten en essentiële groene beplanting hier om heen te mogen verwijderen is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

Sperwer In het plangebied is het nest van een sperwer aanwezig. Dit betreft een jaarrond beschermd nest en is beschermd middels Artikel 3.1. van de Wet natuurbescherming. Bij de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West verdwijnt dit nest mogelijk of wordt het nest in ieder geval (tijdelijk) ongeschikt doordat de directe omgeving van het nest fysiek heringericht wordt. Om het nest (tijdelijk) te mogen verwijderen is een ontheffing in het kader van de Wetnatuurbescherming nodig. blad 32 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Das In het plangebied komt de das voor. De das is beschermd middels Artikel 3.10 van de Wetnatuurbescherming. In het plangebied zijn in 2023 geen actieve burchten gevonden. Wel is net ten westen een kraamburcht van de das aanwezig. Daarnaast zijn een kunstburcht en een losse pijp in het talud van de N845 aanwezig die sporadisch door dassen zijn gebruikt in 2022. In hetplangebied zelf zijn drie plaatsen met holen aanwezig die mogelijk in het verleden zijn gebruikt door de das. Het gehele plangebied wordt gebruikt als foerageergebied door de das. Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt een deel van het foerageergebied rond de actieve burchten. Dassen hebben bij gunstige voedselomstandigheden een leefgebied van tussen de 30 en 150 ha nodig (Bij12, 2017). Naast foerageergebied verdwijnen ook een drietal mogelijk in het verleden door dassen gebruikte burchtlocaties. Tot slot zorgt de ontwikkeling van Wijchen west voor een barrière tussen huidige burchten en de burchtlocatie net ten zuiden van het plangebied. Daarmee heeft het voornemen een negatief effect op de das. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Steenmarter In het plangebied komt de steenmarter voor. De steenmarter is beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming.

Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat in het plangebied verblijfplaatsen van steenmarters aanwezig zijn. Er is daarmee geen sprake van een direct fysiek effect op verblijfplaatsen door de voorgenomen ontwikkeling. De soort maakt wel gebruik van het plangebied als foerageergebied. De steenmarter is een flexibele soort die ook in stedelijkeomgevingen voor komt. De toekomstige situatie waarbij het plangebied is omgevormd tot een woonwijk met groenzones vormt nog steeds geschikt foerageergebied voor de soort. Ook tijdens de realisatie van de woonwijk is geschikt foerageergebied aanwezig. Daarmee heeft het voornemen geen effect op het voor komen van de steenmarter. Bunzing, wezel en hermelijn De bunzing, wezel en hermelijn zijn in 2022 niet in het plangebied waargenomen. Daarmee is het zeer onwaarschijnlijk dat de soorten in 2022 een verblijfplaats in het plangebied hebben gehad. Door waarnemingen van kleine marters in het plangebied in het recente verleden, de geschiktheid van het biotoop en de droge omstandigheden in 2022 is het niet uit te sluiten dat in 2023 of verder wel sprake is van verblijfplaatsen van kleine marters in het plangebied. Kleine marters zijn beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Wettelijke gezien is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming als op dit moment het voornemen wordt gerealiseerd.

Er worden immers geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (doden, verstoren, vernietigen) overtreden. Het is echter niet uit te sluiten dat in de nabije toekomst wel sprake is van een overtreding. Daarom adviseren wij om voor deze soorten wel een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Daarbij kunnen de soorten meeliften op de te realiseren mitigatie voor de das. Eekhoorn In totaal zijn 23 nesten van eekhoorns aanwezig in het plangebied. Deze nesten zijn beschermd middels artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Door de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West verdwijnt (een deel van) nesten. Daarnaast verdwijnt leefgebied doordat het bosgebied rond de Vormerse Plas wordt ontwikkeld tot woonwijk. Ook verdwijnt mogelijk de verbinding tussen het leefgebied in het blad 33 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

plangebied en omliggende leefgebieden. Deze effecten zijn een overtreding van de Wet natuurbeschermingwaardoor voor het uitvoeren van het voornemen een ontheffing in het kader van de Wetnatuurbescherming nodig is. Bever In het plangebied komt de bever voor. Deze bever is beschermd middels Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt mogelijk de locatie waar de bever zijn verblijfplaatsen heeft. De watergang waar de holen van de bever aanwezig zijn wordt (deels)gedempt en verlegd. Ook wordt daardoor mogelijk (tijdelijk) foerageergebied van de soort rond deze verblijfplaatsen aangetast. Tot slot zorgt de ontwikkeling van de woonwijk er voor dat verbindingen die de bever op dit moment gebruikt om van de watergangen in het plangebied naar de Vomerse Plas te komen worden beperkt. Deze effecten zijn een overtreding van de Wetnatuurbescherming. Daarom is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig voor de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West. Vleermuizen In het plangebied zijn beschermde onderdelen van het leefgebied (verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied, essentiële vliegroute) van verschillende vleermuissoorten aangetroffen. Vleermuizen en beschermde onderdelen van het leefgebied zijn beschermd middels Artikel 3.5van de Wet natuurbescherming.

Onderstaand wordt per onderdeel toegelicht welke beschermde onderdelen in het plangebied aanwezig zijn en wat het (mogelijke) effect van het voornemen op deze onderdelen is. Verblijfplaatsen In het plangebied is een paarverblijf van een gewone dwergvleermuis aanwezig. Dit paarverblijf zit in een woning aan de noordwestkant van het plangebied (Groenestraat 17). Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt deze verblijfplaats mogelijk. Bij sloop of renovatie van de woning is een effect op de verblijfplaats zeer aannemelijk. Op het moment dat sprake is van de sloop en of renovatie van de woning dan is een ontheffing in het kader van de Wetnatuurbescherming nodig. Foerageergebied Het plangebied is onderdeel van het essentieel foerageergebied van de Watervleermuis. Vliegroute In het plangebied zijn vliegroutes aanwezig van Watervleermuizen en Dwergvleermuizen. Grote vos Het is uit te sluiten dat in het plangebied grote vos voor komt. Daarmee heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effect op beschermde onderdelen van het leefgebied van deze soort. Iepenpage In het plangebied komt op een locatie de iepenpage voor. Deze iepenpage is beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. De voorgenomen ontwikkeling heeft effect op de locatie waar de soort voor komt. Mogelijk verdwijnt de locatie of wordt de locatie (tijdelijk) verstoord.

Daarom is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig voor de voorgenomen ontwikkeling van Wijchen West. Amfibieën Amfibieën: poelkikker, kamsalamander, alpenwatersalamander en vinpootsalamander. In het plangebied komt op een locatie de poelkikker voor. Deze poelkikker is beschermd middels Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Het is uit te sluiten dat andere beschermde amfibiesoorten voor komen.

blad 34 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt het leefgebied voor een deel aangetast. De waterloop waar poelkikker voor komt wordt deels gedempt en verlegd. Daarnaast wordt het omliggende landbiotoop ontwikkeld tot woonwijk, waardoor landbiotoop verdwijnt. De ontwikkeling overtreedt door het effect op de poelkikker een aantal verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Daarom is een ontheffing in het kader van de Wetnatuurbescherming nodig voor het mogen en kunnen uitvoeren van het voornemen. Vaatplanten Het is uit te sluiten dat in het plangebied beschermde vaatplanten voor komen. Daarmee heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effect op deze beschermde soorten. Ontheffing Uit het nader onderzoek blijkt dat een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is voor de volgende soorten: Das Vleermuizen: gewone dwergvleermuis en watervleermuis. Sperwer Eekhoorn Bever Steenmarter Wezel, hermelijn, bunzing Iepenpage Poelkikker Om de ontheffing te verkrijgen zijn diverse maatregelen benodigd. De benodigde maatregelen volgen uit het nader onderzoek en zijn uitgewerkt in het mitigatieplan (Bijlage 6). In het mitigatieplan zijn per soort diverse maatregelen beschreven om leefgebieden, vliegroutes en verblijfplaatsen te realiseren.

Tevens worden boven de wettelijke verplichtingen in het kader van de mitigatie nog bovenwettelijke maatregelen genomen, deze zijn eveneens beschreven in het mitigatieplan. Door gewijzigde inzichten is de compensatie ten aanzien van de das gewijzigd, deze wijziging is opgenomen in een oplegnotitie (Bijlage 7). Het geheel aan maatregelen ten aanzien van de soorten is opgenomen in het activiteitenplan, het ligt daarmee in de lijn der verwachting dat de ontheffing wordt verkregen. Het activiteitenplan is opgenomen als Bijlage 8 van de toelichting. Tevens geldt dat de natuurwaarden in het plangebied worden gemonitord, de resultaten van de monitoring zijn opgenomen in Bijlage 9 van de toelichting. Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom Boswet. Houtopstanden in het plangebied vallen daarmee niet onder bescherming van de Wet natuurbescherming. Relevantie voor bestemmingsplan Om de benodigde ontheffing te verkrijgen, dienen de nodige maatregelen geborgd te worden. Deze maatregelen zijn opgenomen in een mitigatieplan en het activiteitenplan. De maatregelen zijn geborgd middels het feit dat deze in het kader van de ontheffingsaanvraag worden voorgedragen en in de daadwerkelijke ontheffing zullen worden opgenomen. Het ligt daarmee in de lijn der verwachting dat de ontheffing wordt verkregen.

blad 35 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

4.2

Archeologie Toetsingskader Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De wet beoogt het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te beschermen. Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de wet zijn: Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is en tevens vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers tot ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodemverstorende ingrepen zal worden omgegaan. Dit houdt in een verplichting tot vooronderzoek bij werkzaamheden die de grond gaan verstoren. Bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen. De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer van de bodemverstorende activiteit.

Beoordeling Het plangebied ligt in binnen het bestemmingsplan Buitengebied Wijchen. Delen van het plangebied hebben een dubbelbestemming waarde archeologie (1, 2 en 3). Daardoor is op basis van het vigerende bestemmingsplan onderzoek in vorm van een bureauonderzoek voor het hele plangebied als eerste stap in het AMZ-cyclus verplicht. Bureauonderzoek Op basis van de verzamelde informatie – in het bijzonder grootschalige onderzoeken binnen het plangebied (Bijlage 10)– kan ervan uitgegaan worden dat zich binnen het plangebied nog archeologische waarden bevinden. De bedreiging van deze waarden is echter afhankelijk van de diepte van de nog niet nader geplande bodemingrepen. Bij de rivierduin zijn archeologische waarden vanaf het maaiveld of net onder de bouwvoor te verwachten en voor de stroomgordelafzettingen in het oostelijke deel worden de archeologische waarden op 1 meter of dieper verwacht. Er wordt geadviseerd tot een archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Dit onderzoek wordt gebiedsdekkend uitgevoerd, ook in het reeds eerder onderzochte deel aan de noordzijde. Booronderzoek Uit de bodemopbouw en interpretatie volgt een reconstructie van het prehistorische landschap. In de reconstructie ligt de nadruk op de (gereconstrueerde) morfologische eenheden met een archeologische verwachting.

Het rivierduin kon met het uitgevoerde onderzoek duidelijk worden gekarteerd. In het zuidwesten van de Vormerse Plas vinden we nog een smal restant van het rivierduin terug, maar deze ligt in de marge van de werkweg rond de plas en de bovengrond is verstoord. Aan de zuidwestzijde van de plas is de top van het rivierduin soms in geringe mate verstoord: hier is nog sprake van een vuile laag, die kan zijn ontstaan door jonge verstuiving of door pre historische) menselijke activiteit zoals ploegen of bosbouw. Dit pakket is bewaard gebleven door de aanwezigheid van een relatief oud bos. Boring 160 is in dit gebied het meest kansrijk door zijn hogere ligging. Aan de noordelijke flank van de rivierduin heeft grootschalige natuurlijke erosie plaatsgevonden, dat heeft geresulteerd in zandlagen en aanzanding van de aangrenzende jongere komklei. De jongere komklei in de rest van het plangebied, buiten het rivierduin, is te relateren aan het Wijchens Maasje. De afzettingen van het Wijchens Maasje zijn gefaseerd. Fase 1 sluit af met een vegetatiehorizont of laklaag die zeer versnipperd aanwezig is (alleen in het

blad 36 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

noordelijk terreindeel, zie afbeelding 9), maar met een duidelijk concentratie in de uiterste noordwesthoek van het terrein, en elders in een pakket met ijzerconcreties (mogelijk gevormd rond wortels van waterplanten). Duidelijke beddingen of oeverwallen zijn voor fase 1 niet herkend. Bij fase 1 of bij het begin van fase 2 hoort een crevassedoorbraak. De vegetatiehorizont die fase 1 markeert is in de literatuur reeds eerder beschreven en C14-dateert op 3450 BP: dat is 420 C14 jaren voor het einde van de rivieractiviteit van fase 2 en valt in de midden-bronstijd. Fase 2 van het systeem van het Wijchens Maasje is gereconstrueerd op basis van beschrijvingen die behoren bij beddingen/restgeulen (stroomdraad) enerzijds en zand- en siltgelaagde pakketten (oeverwal) anderzijds (zie afbeelding 10). Boringen waarvan het profiel noch onder stroomdraad noch onder oeverwal kon worden geschaard betroffen uitsluitend komklei. Uit de reconstructie volgt een stroomdraad dat via de westkant het plangebied binnenkomt en iets meandert richting de noordwesthoek van het terrein. Vermoed wordt dat dit een nevengeul of zijarm van het Wijchens Maasje betreft, aangezien de hoofdgeul zich langs de oost en noordrand van het terrein bewoog. Deze geul is niet beschreven in de stroomgordelkaart van Cohen et al. 2012.

De afzettingen van deze geul zijn vooral archeologisch relevant waar de bedding zeer hoog is opgeslibd (zand nabij het huidige maaiveld). In enkele van deze boringen is de top van het beddingzand humeus of met bodemvorming. De overige interessante locaties zijn de plaatsen waar de oeverwallen relatief zandig zijn en breed (meestal nabij de bedding). Deze brede oeverwallen zijn op twee plaatsen aangetroffen: in de uiterste noordwesthoek en aan de zuidzijde van de geul in de zuidoosthoek van het noordelijk terreindeel. In de brede zandige oeverwal in het zuidoosten van het noordelijk deel van het plangebied, is houtskool in de boring aangetroffen. Dit houtskool kan een aanwijzing zijn van menselijk handelen, maar is dat niet per definitie. Aan het oppervlakte (op dezelfde oeverwal) is een scherf pingsdorf-aardewerk aangetroffen. Deze scherf kan relateren aan bewoning op de oeverwal in de middeleeuwen. De indicator is noch zwak, noch sterk want de akker bevat enerzijds weinig verontreiniging met gebiedsvreemd materiaal (hetgeen de geloofwaardigheid van de scherf vergroot) terwijl anderzijds één vondst toch te weinig is om een vindplaats te vermoeden.

Selectieadvies Uit het uitgevoerde onderzoek volgt dat voor het grootste deel van het plangebied een verwachting geldt, maar dat in de mate van verwachting een differentiatie kan worden aangebracht, waarbij een hoge verwachting geldt voor hoog opgeslibde beddingen van hetWijchens Maasje, de brede overwegend zandige oeverwallen (i.t.t. kleiige oeverwallen) en de rivierduinafzettingen met restanten van vuile laag of bodemvorming (onvergraven). Voor veronderstelde fase 1 van het riviersysteem is een hoge verwachting uitgesproken voor die plaatsen waar een vegetatiehorizont aanwezig is. Een middelmatige verwachting geldt ten slotte voor de vermoedelijke crevasse (eind fase 1 of begin fase 2 van het systeem) en de erratische laag op de overgang van rivierduin naar terras (mogelijk Laag van Wijchen). Antea Group adviseert om een karterend proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren voor de gebieden met een hoge verwachting enhiertoe een drietal omvangrijke zones in het plangebied te selecteren die het meest kansrijkwerden geacht en waar steeds meerdere van de genoemde verwachtingen samenvallen. Op basis van de resultaten van dat proefsleuvenonderzoek zou nader bepaald kunnen worden of uitbreiding van het onderzoek buiten de drie zones alsnog noodzakelijk is (i.e. selectie zonder vrijgave).

Ook is geconcludeerd dat er ondanks het uitgevoerde onderzoek nog zoveel onbekend is omtrent de landschappelijke vorming van het plangebied en dat met het uitvoeren van het proefsleuvenonderzoek meer inzicht kan worden verkregen in de vroegere bewoonbaarheid van dit landschap.

blad 37 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Selectiebesluit Het archeologisch rapport is beoordeeld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het selectieadvies (Bijlage 11) wordt overgenomen. Er moet vervolgonderzoek worden uitgevoerd in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Dit vervolgonderzoek werkt van buiten naar binnen: met land- schappelijke proefsleuvenonderzoek (i.t.t. karterend proefsleuvenonderzoek) nadere kennis van het vroegere landschap krijgen en van daaruit (i.c.m. resultaten van dit booronderzoek) de meest geschikte locaties binnen dat landschap uitzoeken om vindplaatsen op te gaan sporen (karterend proefsleuvenonderzoek). Het meest informatief voor dit doel zijn lange dwarsdoorsnedes. Voor het zuidelijk deel, ten noorden van het woonwagenkamp, betreft dat een sleuf haaks op de voormalig rivierduin, om zodoende de overgang van rivierduinerosiepakketten naar eventuele oeverwal en de verhaking hiervan te onderscheiden. In het noordelijk deel wordt een lange noord-zuid gerichte proefsleuf aangelegd van deGroeneweg richting het spoor met een lange haakse proefsleuf dwars over de zuidelijke (brede zandige) oeverwal van de nevengeul, met medeneming van het zandpakket (hogebedding van die geul). De zuid- en westrand van het noordelijk deel kan in lage dichtheidworden onderzocht, daar zijn hier en daar versnipperde resten van oeverwallen aanwezig en een crevasseachtig pakket.

In het uiterste noordwesten van het plangebied, tegen de Groeneweg aan, kan de dichtheid wel iets hoger zijn vanwege de ligging in de nabijheid van de hoofdgeul van het Wijchens Maasje, met gerijpte oeverwallen en in de ondergrond een aaneengesloten zone met vegetatieniveau.Een uitzondering betreft de verwachting op intacte rivierduinafzettingen (met op dieper niveau mogelijke resten van Laag van Wijchen). Dit betreft een zone die voldoende is afgebakend met het booronderzoek en voor wat betreft de top van het rivierduin een zeer hoge verwachting heeft op archeologische complexen uit het midden-neolithicum tot vroege middeleeuwen. Deze zone hoeft niet meegenomen te worden in het landschappelijke proefsleuvenonderzoek. Als hier sprake is van bodemverstorende activiteiten moet deze zone uiteraard wel meegenomen worden in het karterende/waarderende proefsleuvenonderzoek.Als uit (fase 1 en 2 van) het uitgevoerd proefsleuvenonderzoek blijkt dat er sprake is van een of meer behoudenswaardige archeologische vindplaatsen, dan moeten die in de bodem (in situ) beschermd worden door beschermende maatregelen, ofwel d.m.v. een archeologische opgraving (definitief onderzoek) ex situ beschermd worden.Voor proefsleuvenonderzoek en voor definitief onderzoek is een Programma van Eisen vereist, dat goedgekeurd moet zijn door de gemeente Wijchen als bevoegd gezag.

Ieder uitgevoerd onderzoek moet vastgelegd worden in een archeologisch rapport dat eveneens moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Relevantie voor bestemmingsplan Om de archeologische waarden te borgen zijn in het bestemmingsplan dubbelbestemmingen opgenomen. Het benodigde proefsleuvenonderzoek dient daarmee uitgevoerd te worden om een vergunning voor bouwen te verkrijgen.

4.3

Cultuurhistorie Toetsingskader Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

blad 38 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Beoordeling Op grond van het Bro (art. 3.6.1.) geldt dat gemeenten verplicht zijn cultuurhistorische waarden mee te wegen bij het opstellen van bestemmingsplannen. In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. In de nabijheid van het plangebied is de watergang ten westen van het plangebied aangeduid als cultuurhistorisch waardevol lijn element. Ten noorden van het plangebied is de watergang aangeduid als cultuurhistorisch waardevol lijn element. Ten zuiden van het plangebied is de watergang aangeduid als cultuurhistorisch waardevol lijn element.

Figuur 4.1: Cultuurhistorische waarden nabij het plangebied Relevantie voor bestemmingsplan Er zijn geen cultuurhistorische waarden in ter plaatse van de beoogde woningbouwlocatie aanwezig, derhalve is er geen dubbelbestemming benodigd om de cultuurhistorische waarden te borgen.

4.4

Bodem Toetsingskader In het geval van nieuwe ontwikkelingen dient in het kader van het bestemmingsplan te worden beoordeeld of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat minimaal historisch onderzoek dient plaats te vinden bij nieuwe ontwikkelingen. Indien er sprake is van een verdachte locatie, moet het historisch onderzoek worden aangevuld met een verkennend bodemonderzoek conform de geldende norm. Op moment van schrijven geldt daarvoor de NEN 5740. Bodemonderzoek geeft de kwaliteit van de bodem op een bepaald moment weer. Een bodemonderzoek heeft standaard een geldigheidsduur van vijf jaar, zolang er geen bodembedreigende activiteiten plaatsvinden op de locatie. Een bodemonderzoek jonger dan twee jaar is zondermeer geldig. Beoordeling Historisch onderzoek

blad 39 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

In het historisch onderzoek (Bijlage 12), dat is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de NEN 5725 is de in milieuhygiënisch opzichte relevante bodeminformatie over het onderzoeksgebied en de directe omgeving verzameld. De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten binnen het onderzoeksgebied. Tevens bestaat plaatselijk de mogelijkheid dat activiteiten op direct aangrenzende percelen de bodemkwaliteit van het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Op basis van de bekende gegevens is de locatie opgedeeld in twee deellocaties. Per deellocatie kan het volgende worden geconcludeerd: Noord: Ter plaatse van de landbouwbedrijven aanwezig aan de Groenestraat staan meerdere verdachte activiteiten geregistreerd die (in het verleden) niet allemaal voldoende zijn onderzocht. Tevens zijn meerdere slootdempingen bekend en is vanaf de Groenestraat 7 sprake van een (voormalige) betonverharding waarvan onbekend is of mogelijk sprake is van een (asbestverdachte) fundering. De Groenestraat 7/9, Groenestraat 17, gedempte sloten en de betonverharding zijn mogelijk verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Voor de Groenestraat 13 geldt dat hier reeds bodemonderzoek heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat sprake is van een verontreiniging met asbest rondom de druppelzone van een tweetal schuren.

Voor de rest van de deellocatie – Noord (merendeel onderzoeksgebied) geldt dat dit in gebruik is als akker- en weidegrond en waarvoor geldt dat hier geen sprake is van verdachtmakingen en derhalve als onverdacht kan worden beschouwd. Zuid: Verspreid over de deellocatie zijn meerdere dempingen geregistreerd alsook slootdempingen bekend waar geen verdere informatie over bekend is. Tevens is in de noordoosthoek sprake van verdachtmakingen met minerale olie in de ondergrond en is in het oosten deels sprake van een baggespeciedepot (op land) waar verder geen informatie over bekend is. Ten slotte is in het noorden sprake van moestuinen die mogelijk als verdacht op het voorkomen va OCB dienen te worden beschouwd. Ter plaatse van de rest van de deellocatie - Zuid geldt dat het gebruik afwisselend recreatie, openbaar groen en akker- en weidegrond is en waarvoor geen sprake is van verdachtmakingen en derhalve als onverdacht kan worden beschouwd. De Vormense plas, gelegen in het zuidwestelijke deel maakt geen onderdeel uit van dit historisch vooronderzoek. Hier zijn vooralsnog geen ontwikkelingen gepland.

Asbest Op basis van de bekende gegevens zijn meerdere locaties die als verdacht op het voorkomen van asbest dienen te worden beschouwd: De bekende geregistreerde dempingen alsook de gedempte sloten binnen de locatie; Baggerspeciedepot op land; Eerder aangetroffen bijmengingen in de bodem ter plaatse van de Westerdreef 6 t/m 12 die eerder niet onderzocht zijn op het voorkomen van asbest; Mogelijke fundering onder betonverharding (Groenestraat 7/9); Druppelzone asbesthoudende daken Groenestraat 7, 13 en 17.

blad 40 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

PFAS Behoudens het baggerspeciedepot (op land) zijn elders geen directe (punt)bronnen of activiteiten bekend waarbij PFAS is gebruikt. Hiervoor geldt dat atmosferische depositie als de enige bron van PFAS-verontreiniging wordt gezien. Er is eerder geen dekkend onderzoek verricht naar de aanwezigheid van PFAS. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de bodem gemiddeld voldoet aan de klasse Landbouw/Natuur. Indien vrijkomende grond naar een erkend verwerker zal worden afgevoerd, is afhankelijk van de acceptatie-eisen van de ontvanger mogelijk wel onderzoek naar PFAS benodigd. Voor het deel van de onderzoekslocatie waar het baggerspeciedepot (op land) staat geregistreerd is mogelijk wel sprake van verdachtmakingen met PFAS anders dan atmosferische depositie. Alvorens het afvoeren van grond wordt bodemonderzoek naar het voorkomen van PFAS geadviseerd. Aanbevelingen Met het oog op de geplande ontwikkelingen zijn binnen de onderzoekslocatie meerdere verdachte activiteiten bekend waarvoor wordt geadviseerd om een verkennend bodem- en asbestonderzoek uit te voeren. Middels het op voorhand uitvoeren van bodem- en/of asbestonderzoek op de meest verdachte locaties kan in een vroegtijdig stadium worden geanticipeerd op kosten voor bodemverontreiniging en eventuele bodemsanering.

Tot hoeverre alle verdachte locaties onderzocht dienen te worden is mede afhankelijk van de voorgenomen ontwikkeling en de bijbehorende planning. Overal waar nieuwbouw zal worden gerealiseerd dient op een later moment in ieder geval bodemonderzoek plaats te vinden met het oog op de aanvraag van een Omgevingsvergunning, onderdeel bouwen. verkennend bodem- en asbestonderzoek In het verkennend en nader bodemonderzoek (Bijlage 13) is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Het asbestonderzoek ter hoogte van deellocatie 4 is indicatief uitgevoerd in de geest van de NEN 5707. Het nader onderzoek is uitgevoerd ter hoogte van deellocatie 5 is uitgevoerd in de geest van de NTA 5755. De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' voor deellocaties 1A, 1B, 1C, 1D (ter hoogte van de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag) 2A, 2B (ter hoogte van het zuidelijk terreindeel) 3A, 4, 5B en 6 zijn bevestigd gezien de aangetoonde licht verhoogde gehalten in het grond en het grondwater. Licht verhoogde gehalten geven echter geen aanleiding tot nader onderzoek. De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' voor deellocatie 5A kan blijven staan gezien is aangetoond dat de voormalige grondwaterverontreiniging nog aanwezig is.

De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' voor deellocaties 1D (ter hoogte van de machineberging), 1E, 2B (ter hoogte van het noordelijk terreindeel), 3B, 3C en 7 dient te worden verworpen. Gezien op deze deellocaties de puinfunderingen niet zijn aangetroffen en/of een betonverharding aanwezig is onder de drupzone van het asbesthoudende dak waardoor de locatie niet verdacht is op asbest. De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan debetreffende interventiewaarde en/of omdat de contouren van de interventiewaarden voldoende in beeld zijn gebracht.

blad 41 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingsplannen met de daarbij behorende bestemmingswisseling naar de functie Wonen. Met als uitzonderingen de asbestverontreiniging bij Groenestraat 13 (deellocatie 2a) en het historisch geval van ernstige grondwaterverontreiniging met minerale olie bij de Westerdreef 6 t/m 12 (deellocatie 5a). De uiteindelijke beslissing hiertoe is aan het bevoegd gezag. Bij deellocatie 1D dient nog een asbest in grondonderzoek te worden uitgevoerd naar de druppelzone van het asbestdak van de schuur en voormalige opslag bestrijdingsmiddelen. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Relevantie voor bestemmingsplan Op basis van het historisch onderzoek en het verkennend en nader bodemonderzoek zijn in het plangebied diverse verdenkingen aanwezig. Voor deze verdenkingen geldt dat nader onderzoek danwel maatregelen benodigd zijn. Bij de aanvraag van de vergunning voor bouw zal aangetoont moeten worden dat voldaan wordt aan de benodigde kwaliteitseisen.

4.5

Water Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets (Bijlage 14) is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt.

blad 42 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

4.5.1

Beschrijving plangebied De gemeente Wijchen en de ontwikkelaars zijn voornemens om aan de westkant van de huidige bebouwingskern van Wijchen een woonwijk te ontwikkelen. In de toekomst worden in het plangebied in totaal circa 1.300 woningen gebouwd. Het plangebied heeft een oppervlak van ca. 52 ha. Het plangebied wordt gescheiden in een noordelijk en zuidelijk deel door de spoorlijn Nijmegen – 's-Hertogenbosch, zie onderstaand figuur. In het midden van het zuidelijke deel ligt de Vormerse Plas, een voormalige zandwinningsplas met een diepte van maximaal 20 meter en een wateroppervlak van 9,1 ha. De Vormerse plas vormt een icoon in het plangebied.

Figuur 4.2 Ligging plangebied ten opzichte van omgeving. Plangebied is aangegeven met rode kader (bron: Luchtfoto 2024, © CycloMedia Technologie B.V)

4.5.2

(Geo-)hydrologie De maaiveldhoogte is bepaald op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland versie 3 (AHN3, DTM). De maaiveldhoogte ter plaatse van het noordelijke deel varieert tussen NAP + 6,6 m tot NAP +6,8 m. De gemiddelde maaiveldhoogte in de zuidelijke deel is NAP +6,8m. Dit deelgebied is grotendeels vlak met een zichtbaar reliëf langs de spoorlijn. Hier bevindt het maaiveld zich op NAP +8,5 m. Daarnaast ligt de maaiveldhoogte langs de Ravensteinseweg op ca. NAP + 8,0 m. Bodemopbouw De eerste 2 meter van de bodem bestaat ter plaatse van het plangebied uit een Holocene deklaag (HLc). Ten aanzien van de Holocene deklaag zijn in REGIS geen gegevens bekend van de weerstand, doorlatendheid en doorlatend vermogen, omdat de Holocene deklaag afwisselend uit zand-, klei- en veenlagen bestaat. Het eerste watervoerende pakket (WVP) bestaat uit zandlagen van de Formaties Kreftenheye, Formatie van Beegde, Formatie van Peize en Formatie van Waalre en heeft een dikte van ca. 38 m. Volgens het REGIS II-model wordt de horizontale doorlatendheid (kh) geschat tussen de 25 en 100 m/d. Onder het eerste watervoerende pakket is een kleiafzettingen van de Formatie van Waalre aanwezig met een

blad 43 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

dikte van ca. 4 m. De slecht doorlatende laag heeft een weerstand tussen de 500 en 1.000 dagen. Lokale bodemopbouw In oktober 2022 is door Antea Group een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Naast het uitvoeren van doorlatendheidsmetingen zijn op 20 locaties boringen tot maximaal 4,5 m-mv uitgevoerd om de diepere bodemopbouw in beeld te brengen. Over het algemeen bestaat de bodem vanaf maaiveld tot 2 m-mv voornamelijk uit klei met matig tot sterk zandige bijmengingen. Hieronder ligt tot de maximale verkende diepte van 4,5 m -mv. een matig tot zeer grove zandlaag. Bij een aantal boringen zijn storende lagen (klei) waargenomen Grondwater Binnen het plangebied is een langetermijnmonitoring ingericht met zes peilbuizen die zijn voorzien van automatische waarneming middels 'divers'. De monitoring is op 01 november 2022 begonnen. De meest recente uitlezing van de divers heeft op 15 november 2023 plaatsgevonden. Derhalve hebben de beschikbare gegevens alleen betrekking op de periode van 1 jaar. Op basis van de huidige monitoringsperiode is het niet mogelijk om een betrouwbare GHG en GLG te bepalen. In dit geval zijn de GHG en de GLG gedefinieerd als het gemiddelde van de drie hoogste (GHG) of de drie laagste (GLG) waarnemingen in een jaar, uitgaande van de traditionele meetfrequentie van 2x per maand over een aaneengesloten periode van minimaal 8 jaar.

Op basis van peilbuis PB03A, gelegen in het deelgebied de Groene Geest, ligt de 90-percentiel (ook wel GHG genoemd) op ca. NAP +6,09 m (ca. 1,0 m-mv.). De 10-percentiel (ook wel GLG genoemd) ligt op NAP +5,44 m (ca. 1,7 m -mv.). Op basis van peilbuis PB06, gelegen in het deelgebied de Vormers, ligt de GHG genoemd op ca. NAP +5,95 m (ca. 1,4 m-mv.). De GLG genoemd ligt op NAP +5,42 m (ca. 1,9 m -mv.). Het is belangrijk te vermelden dat deze statistieken worden berekend op basis van een monitoring van één jaar. Het verdient aanbeveling de monitoring voort te zetten om meer inzicht te krijgen in de grondwaterschommelingen Kwel De kwelkaarten van het regionale MORIA-model zijn niet beschikbaar in de NHI data portaal en daarom is de Landelijk Hydrologische Model (LHM) versie 4.1 geraadpleegd. De kwel in het gebied is geanalyseerd door de gemiddelde berekende kwel tussen 2011 en 2018. De kwel is berekend voor laag 1 van het model (Holocene afzettingen). In het gebied is er gemiddeld gezien voornamelijk sprake van inzijging. De kwel komt voor op meerdere locaties, voornamelijk in de omgeving van de plas. Oppervlaktewater Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. In de omgeving van het plangebied is op een aantal plaatsen oppervlaktewater aanwezig. Onderstaand figuur geeft het watersysteem weer op basis van de legger van het waterschap. De blad 44 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

watergangen betreffen wateren van de categorie primair (A-wateren), secundair (B-wateren) en tertiair (C-wateren).

Figuur 4.3 Uitsnede legger oppervlakte waterlichamen (bron: legger oppervlaktewater, waterschap Rivierenland) Door waterschap Rivierenland zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilbesluit Citters I. De toekomstige ontwikkeling Wijchen- West valt onder peilgebied CIT009 met een streefpeil van NAP +5,5 m. De wateren in en nabij de toekomstige ontwikkeling Wijchen West maken geen deel van de HEN- en SED- wateren. Op basis van de legger Kwaliteit per KRW-waterlichaam van waterschap Rivierenland blijkt dat de A-waterwang (ook genoemd Beekrestanten Citters) die door het zuidelijke deel van het plangebied loopt, behoort tot het KRW-net. Wijchen ligt in het land van Maas en Waal. Op een afstand van ca. 300 vanaf het zuidelijkste puntje van het plangebied ligt de beschermingszone van primaire waterkering. De normering (signaleringsparameter) van de dijk is 1:3.000.

4.5.3

Stedelijk watersysteem In de bestaande situatie bevindt zich de volgende openbare riolering in het plangebied: Langs de zuidzijde van de Groenestraat ligt drukriolering Ø63 mm en Ø 75 mm voor de aanliggende woningen (Groenestraat 7,9 13, 15 en 17). Deze drukriolering loost op de vrijvervalriolering van Kraaijenberg; In de A-watergang noordelijk van de spoorlijn (nr. 330251 op de legger) bevindt zich het lozingspunt van de overstort Kraaijenberg 92e straat van de gemengde vrijvervalriolering van Kraaijenberg; Ten zuiden van het spoor en langs de noordzijde van de Beemd ligt de persleiding o 110 mm van het rioolstelsel van kern Niftrik met een capaciteit van 52 m3/h. De persleiding

blad 45 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

sluit aan op de vrijvervalriolering in de Stationslaan; De woningen aan de Ravensteinseweg (nrs. 296, 298, 300, 302, 304 en 306) zijn onder vrijverval aangesloten op de gemengde vrijvervalriolering in de Blauwe Hof 60e straat; Voor het woonwagenkamp aan de Ravensteinseweg (nrs. 320, 322, 324, 326, 328, 330, 332, 334, 336, 338, 340, 342, 344, 346, 348 en 350) is er een afzonderlijk gemengd rioolstelseltje o 500 mm met een overstort op de A-watergang (nr. 213095 op de legger). De overstortdrempel ligt op 7,33 m+NAP en is 1,00 m breed. Het rioolstelseltje loost via een gemaaltje met een capaciteit van 4 m3/h op de gemengde vrijvervalriolering in de Blauwe Hof 60e straat. Afvalwaterbelasting In de toekomstige situatie ontstaan nieuwe vuilwaterstromen. Het vuilwateraanbod in de toekomstige situatie wordt gevormd door het bewonersaantal en de vuilwaterstromen van de school. Het toekomstige vuilwateraanbod, per woning, is berekend conform de Rioned kengetallen. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde bezettingsgraad per woning van 2,5 en maatgevende afvoer van 12 l/h/inw. Voor de berekening van het vuilwateraanbod is rekening gehouden dat de meeste leerlingen afkomstig zijn uit Wijchen West. Om voor de leerlingen buiten Wijchen West te rekenen wordt uitgegaan van 50 leerlingen extra. Het toekomstige DWA-belasting is berekend op ca. 39,6 m3 per uur.

Het vuilwater van Wijchen West moet worden getransporteerd naar het eindgemaal van Waterschap Rivierenland van kern Wijchen in het Oosterpark. Uitgegaan moet worden van 1 centraal gelegen gebiedgemaal in Wijchen West, waarvandaan het afvalwater onder druk uit het plangebied moet worden afgevoerd. Hiervoor is een persleiding nodig van ca. 3.500 m (met een nog nader te bepalen diameter) vanaf het gebiedsgemaal Wijchen West naar het eindgemaal in het Oosterpark. Hemelwaterbelasting Met de ontwikkeling van deelgebied De Groene Geest neemt de verharde oppervlakte toe met ca. 134.115 m2 . Op basis van een waterbalans moet het deelgebied tijdelijk 8.739 m3 water (bij een bui T100+10%). Daarnaast geld voor het gedempte water een compensatie regel van 1 op 1. Het ontwerp omvat het dempen van 3.630 m2 van C-wateren. Met de uitbreiden van het bestande watersysteem en de aanleg van groene berging is het mogelijk op ca. 7.492 m3 water tijdelijk geborgen bij een bui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag door klimaatverandering (T10+10%). De voorgenomen voorzieningen kunnen ca. 9.141 m3 water bergen tijdens een bui met een herhalingskans van eens in de 100 jaar bij 10% berging als gevolg van klimaatverandering (T=100+10%). Een uiteenzetting van de verschillende bergingsvormen is in onderstaande tabel weergegeven.

Met de ontwikkeling van deelgebied de Vormers neemt de verharde oppervlakte toe met ca. 91.589 m2. Op basis van een waterbalans moet het deelgebied tijdelijk 5.463 m3 water (bij een bui T100+10%). Daarnaast geld voor het gedempte water een compensatie regel van 1 op 1. Het ontwerp omvat het dempen van 10.980 m2 van A- wateren en ca. 2.945 m2 van C-wateren.

blad 46 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Met het graven oppervlaktewater (ca. 13.720 m3 ) en de aanleg van wadi's (ca. 7.695 m2 ) is het mogelijk op ca. 6.124 m3 water tijdelijk geborgen bij een bui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag door klimaatverandering (T10+10%). Het voorgenomen voorzieningen kunnen ca. 6.800 m3 water bergen tijdens een bui met een herhalingskans van eens in de 100 jaar bij 10% berging als gevolg van klimaatverandering (T=100+10%). Een uiteenzetting van de verschillende bergingsvormen is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 4.2 Bergingscapaciteit verschillende bergingsvormen

In bovenstaande tabellen is per waterbergende functie de potentiële waterberging uiteengezet. Dit zijn indicatieve waarden. De exacte werking van het watersysteem wordt vastgelegd in het op te stellen Waterhuishouding Plan deel 2. Het is wenselijk om water zoveel mogelijk vast te houden binnen het plangebied, om afwenteling op een aangrenzend watersysteem te voorkomen. Waterkwaliteit Lozing van hemelwater op/in de bodem of op oppervlaktewater kan een risico vormen voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. In het bijzonder is dit een aandachtspunt voor de Beekrestanten Citters, omdat dit een KRW-waterlichaam is. Door de aanwezigheid van de Beekrestante Citters (KRW-waterlichaam), heeft het de voorkeur om de 'first-flush' een zuiveringsstap toe te voegen. Dit betreft de eerste millimeters van iedere bui. Dit volume water spoelt de bestrating als het ware schoon, en bevat daardoor in verhouding meer verontreinigingen dan het overige water. Met behandeling van de first flush worden risico's verminderd. Met name wanneer infiltratie naar het diepere grondwater plaatsvindt, is het aan te bevelen om het te afvoeren water door een bodempassage of andere zuiveringsstap te leiden om het risico op verontreiniging verder te beperken.

4.5.4

KRW toets Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. In de omgeving van het plangebied is op een aantal plaatsen oppervlaktewater aanwezig. De watergangen betreffen wateren van de categorie primair (A-wateren), secundair (B-wateren) en tertiair (C-wateren). Op basis van de legger ‘Kwaliteit per KRW- waterlichaam’ van waterschap Rivierenland blijkt dat de A-waterwang die door het zuidelijke deel van het plangebied loopt, behoort tot het KRW-net. Om deze reden is een KRW toets uitgevoerd, deze is opgenomen in Bijlage 15. Onderstaand zijn de belangrijkste resultaten en conclusies weergegeven. Het KRW-waterlichaam Beekrestanten Citters heeft de status ‘Sterk veranderd’, dit betekent dat het waterlichaam door mensen is gegraven op een plaats waar voorheen geen water was. Het KRW-waterlichaam Beekrestanten Citters vormt een KRW-waterlichaam van type R5: Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand.

blad 47 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

Om de toestand van de KRW-kwaliteitselementen te beoordelen is gebruik gemaakt van de KRW-factsheet. De toestand is beoordeel op chemie en ecologie, waarbij beide groepen in meerdere onderdelen zijn gesplitst. Volgens de KRW-beoordeling scoren verschillende aspecten onvoldoende (lager dan GEP). Dit komt onder meer doordat de natuurlijke afvoerdynamiek in veel trajecten niet op orde is. De toets op de mogelijke effecten op de waterkwaliteit omvat het doorlopen van de drie stroomschema’s: algemeen, effecten van lozingen en effecten fysieke ingrepen. In het schema “algemeen” wordt vastgesteld welke activiteiten een mogelijk effect kunnen hebben. Voor de voornemens voor de verplaatsing van een deel van de Beekrestanten Citters met bijbehorende activiteiten gaat het om: Lozingen: Vertraagde lozing van huishoudelijk hemelwater en hemelwaterafvoer vanaf een school; Fysieke ingrepen: Verplaatsing van KRW-waterlichaam, en aanleg van steile oevers. Uit de beoordeling van effecten van lozingen blijkt dat de vertraagde lozing van hemelwaterafvoer vanaf Wijchen West van belang is voor de waterkwaliteit. Bij de ontwikkeling van Wijchen West worden de vuil- en hemelwaterafvoer in de toekomstige situatie gescheiden afgevoerd. Daarnaast is het niet toegestaan om het hemelwater van de tuinen en balkons rechtstreeks op de watergangen af te voeren.

Om illegale lozingen te voorkomen komt er een groene buffer tussen de appartementen en het KRW-waterlichaam. Het direct lozen van hemelwater op/in de bodem of op oppervlaktewater kan ook een risico vormen voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Het hemelwater wordt daarom naar de wadi's/groene berging getransporteerd. Voor de behandeling van de 'first-flush' worden de voorgestelde wadi's/groenbergingen voorzien van een filterpassage. Tussen de spoorlijn en het KRW-waterlichaam worden greppels aangelegd, die de first-flush van de spoorlijn opvangen. Hiermee wordt voorkomen dat koper, afkomstig van de spoorlijn, in het KRW-lichaam terecht komt. Met deze maatregelen worden geen negatieve effecten van de lozingen van hemelwater op de waterkwaliteit verwacht. Verder is bij de beoordeling van effecten door fysieke ingrepen gekeken naar de verplaatsing van de Beekrestanten Citters. Het toekomstige tracé van de Beekrestanten Citters ligt naast een NNN-gebied. De NNN-gebied ligt tussen de N845 en de KRW-waterlichaam en heeft een natuurbeheertype N14.03 (haagbeuken- en essenbos). Haagbeuken- en essenbos komt op verschillende bodemtypen voor met een basisch en vochtig tot vrij nat karakter. In het KRW-waterlichaam Beekrestanten Citters komt de poelkikker voor. Deze poelkikker is blad 48 van 81

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Wijchen-West 2023 Gemeente Wijchen Projectnummer 482170

beschermd middels Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt het leefgebied voor een deel aangetast. Antea Group heeft hiervoor een mitigatieplan ontwikkeld (d.d. 01 november 2023). In het algemeen wordt geconcludeerd dat de verplaatsing van een deel van de KRW-lichaam geen negatieve effecten heeft op de biologische waterkwaliteitselementen, zolang de mitigerende maatregelen worden doorgevoerd en het toekomstige tracé een natuurlijke inrichting krijgt. Voor wat betreft de kwaliteitselementen macrofauna, overige waterflora en vis geldt dat de toekomstige inrichting met natuurvriendelijke oevers een betere situatie oplevert. Bij de natuurvriendelijke oevers komen ondiepe delen voor met een gevarieerde begroeiing, zowel onder als boven water. Er ontstaat daardoor een variatie in habitats. Voor ‘vis’ gelden wel specifieke (ecologische uitvoerings-)maatregelen tijdens de uitvoering, waarmee schade aan vis wordt voorkomen. Hoewel de maatregelen slechts een deel van het gehele KRW- waterlichaam betreffen, is een verbetering van de score mogelijk. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen herinrichting en verplaatsing voor het KRW-waterlichaam Beekrestanten Citters niet tot negatieve effecten zal leiden.

4.5.5

Toetsing Drooglegging Om wateroverlast te voorkomen dient de droogleging voldoende te zijn. De drooglegging is afstand tussen het maaiveld en het polderpeil. In deelgebied de Groene Geest is het laagste huidige maaiveld gemiddeld gelegen op een hoogte van ca. NAP +6,6 m. Rekening houden met een streefpeil van NAP +5,5 m, is de drooglegging bij handhaving van huidig maaiveld is daarmee ca. 1,1 m. Op grond van de droogleggingseisen van minimaal 1,00 m voor straatpeil en minimaal 0,70 m voor peil groenvoorzieningen wordt geconcludeerd dat aan de droogleggingseisen wordt voldaan. In de toekomstige situatie ligt de gemiddelde aanleghoogte op ca. NAP +7 m. Hierbij is de gemiddelde drooglegging ca. 1,5 m. Op grond van de droogleggingseisen van minimaal 1,30 m voor vloerpeil begane grond, wordt geconcludeerd dat de voorgestelde ontwerp aan de droogleggingseisen voldaan. Hierbij is er voldoende ruimte voor waterberging in de sloot, zodat peilstijgingen na zware neerslag niet tot inundatie van het maaiveld leiden. Ontwateringsdiepte Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddeld hoogtegrondwaterstand en het straatpeil, het maaiveld en/of vloerpeil. Het laagste huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van ca. NAP +6,6 m. De GHG is ingeschat op ca. NAP +6,1 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=140c9375-c09f-4730-84c8-a2926b20f36b