CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Ringdijk 2A Boskantse Broekstraat en Houtsestraat 14D

Raad openbaar Wijchen 2 maart 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 88115 Beslisnota Bestemmingsplan Ringdijk 2A, Boskantse Broekstraat en Houtsestraat 14D19.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vrijstaande bomen: 4 st  50 m2 per boom  totaal 200 m2

-

Laanbeplanting: 8 st met een totale lengte van 105 m  5 m2 per m1 laanbeplanting totaal 525 m2.

-

Drie bomen nabij elkaar  te zien als een vrijstaande boom  totaal 50 m2

-

Fruitbomen: 6st  totaal 50 m2 oppervlakte

Oppervlakkige waterberging/wadi– Bij de bouw van de twee-onder-een-kapwoning wordt een ondergrondse tank van 4 m3 per woning aangelegd voor de opvang van regenwater. Dit regenwater wordt vervolgens gebruikt om de tuinplanten en grasbegroeiingen van water te voorzien. Bij hevige regenbuien stroomt het regenwater zodra de tank vol is via een overloop de tuin in waar het de grond in zakt (infiltreren). Onderstaand een schetsmatige uitwerking waar met een verlaging van 25 centimeter in de tuin oppervlakkige waterberging wordt gerealiseerd met een oppervlakte van 120 m2. Deze oppervlakkige waterberging bied dieren een helpt door haar nattere karakter aan de biodiversiteit.

Samen dragen deze versterkingen bij de volgende ontwikkelingsdoelstellingen : 

ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels)

ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden

ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen

ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen

ontwikkeling oude polderstructuren en anderecultuurhistorische patronen en beheersvormen (hakhout)

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

29

Onderstaand de resultaten van de te realiseren versterkingen.

Versterkings-punten

indien van toepassing factor verhogen

factor bijdrage EVZ

indien van toepassing factor verlagen

factor tijdelijke maatregel

opp (ha)

basis

voorbeelden van beheertypen

categorie

3. Versterkingsmaatregelen

basis

incl. toeslagen

Houtwal, houtsingel, elzensingel,

L01.02 en L01.03

3000

0.075

0.7

1

1.25

1.25

225

281.25

Struweelhaag of scheerhaag

L01.05 en L01.06

3000

0.1176

0.7

1

1.25

1.25

352.8

441

Hoogstamboomgaard

L01.09

2000

0.005

0.7

1

1.25

1.00

10

10

Zoete plas

N04.02

2000

0.012

0.7

1

1.25

1.25

24

30

Kruiden- en faunarijke akker

N12.05

1000

0.227

0.7

1

1.25

1.25

227

283.75

Takkenril/ houtstapel

hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten

5000

0.003

0.7

1

1.25

1.25

15

18.75

10

8

0.7

1

1.25

1.00

80

80

per m2 10 functioneel oppervlak Totaal aantal punten versterkingsmaatregelen

2

0.7

1

1.25

1.00

20

20

Nestkast steen, bos- of kerkuil Bijenhotel

1164,75

Het aantal punten van de versterkingsmaatregelen bedraagt 1164,75. De vereiste versterking is het aantal verliespunten samen met het aantal impact punten: 0 + 375 = 375 punten. Het saldo is positief (plus 789,75 punten), waardoor sprake is van een positieve ontwikkeling.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

30

CONCLUSIE Bovenstaand en in paragraaf 3.4 is gemotiveerd hoe het plangebied een ecologische meerwaarde creëert op de locatie Boskantse Broekstraat. Op de planlocatie wordt een maasheg, diverse bomen en bloem- en kruidenrijke bermen aangeplant waarmee een zoom/mantelvegetatie ontstaat. Ondanks de relatieve kleinschaligheid van de locatie draagt deze positief bij aan de groenblauwe overgang van “grasland” naar “bos” door de beoogde inrichting als zoom/mantel landschap. Daarnaast worden er diverse nestlocaties toegevoegd. De locatie gaat een stapsteen vormen voor de overgang van Wijchen door Lunen richting de Overrasseltse en Haterse vennen zoals beoogd met de ecologische verbindingszone. Dit planvoornemen draagt bij aan de natuur en biodiversiteitsdoelstellingen van de provincie Gelderland. De te nemen versterkingen zijn bepaald met de rekenmethodiek en tabellen van de Groene ontwikkelzone en zijn hoger van de som van verlies en impactpunten. Hiermee ontstaat een positieve ontwikkeling welke voldoet aan het provinciaal beleid. Ook vormen de te realiseren een versterking van de samenhang van de ecologisch verbindingszone. De maatregelen uit dit plan zijn met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd (zie subparagraaf 5.4.1 van de regels) en visueel weergegeven op de bij de regels toegevoegde bijlage 1 landschappelijke inpassing Boskantse Broekstraat”.

Daar komt bij dat de ontwikkeling aan de Boskantse Broekstraat is gekoppeld aan de beëindiging en sloop van het agrarische bedrijf aan de Ringdijk 2a te Batenburg waarmee daar ook nog eens een landschappelijke verbetering word behaald. Op de locaties Boskantse Broekstraat en Houtsestraat is geen groene ontwikkelzone van toepassing.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

31

4.2.5 INTERPROVINCIALE STRUCTUURVISIE MEANDERENDE MAAS De te saneren bebouwing aan de Ringdijk 2a te Batenburg ligt in de uiterwaarden en is vanaf de Maas en de overzijde van de Maas zichtbaar (Dieden en Demen). Door de sanering van de bebouwing wordt het aanzicht op Batenburg en ook vanuit Batenburg richting de Maas fraaier. Hiermee wordt een versterking van het landschap behaald en ingespeeld op de doelen vanuit het project “Meanderende Maas”.

De te saneren bebouwing staat verhoogd in het landschap zodat deze niet onderlopen bij hoogwater van de Maas. Bij de sanering wordt deze verhoging, welke mede door de te saneren gierkelders is vormgegeven, verwijderd. Hiermee ontstaat bij piekafvoeren in de Maas extra bergend vermogen welke te zien is als rivierverruiming en daarmee bijdraagt aan het vergroten van de waterveiligheid in het achterliggende gebied. Het planvoornemen heeft een positieve invloed op de waterveiligheid en past daardoor binnen de doelen gesteld in de Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas. Volgend enkele afbeeldingen uit de verkenning Ravenstein – Lith, waar de locatie Ringdijk 2a in valt.

Bron: Meanderende Maas, verkenning Ravenstein –Lith Milieu effect rapport (MER) 1e fase

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

32

Bron: Meanderende Maas, verkenning Ravenstein –Lith Milieu effect rapport (MER) 1e fase

4.2.6 CONCLUSIE Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de Omgevingsverordening Gelderland en de Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas.

4.3 LADDER VOOR DUUR ZAME VERSTEDELIJKING Vanuit Rijk en provincie wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.6.1 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

33

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bij het planvoornemen is sprake van de bouw van drie extra woningen. Uit jurisprudentie blijkt dat er pas vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6 Bro. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet nodig. 4.4 GEMEEENTELIJK BELEID

4.4.1 STRUCTUURVISIE WIJCHEN De uit 2009 daterende Structuurvisie Wijchen geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente Wijchen wil de bestaande, goede kwaliteit van de woon- en leefomgeving ook in de toekomst behouden. Dit gebeurt door:  

Behoud en versterking van de woon- en leefomgeving, onder meer door afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu. Behoud van deze hoge kwaliteit is van essentieel belang. Dorp- en wijkontwikkelingsplannen. Voor de kleine kernen worden dorpontwikkelingsplannen opgesteld. Hiermee wordt aan het dorp zelf de gelegenheid geboden om een integraal beleidskader te scheppen voor het in stand houden en verder vormgeven van de leefbaarheid van de kernen.

Met betrekking tot ‘wonen’ worden de volgende accenten gelegd:  

Een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen op korte termijn door deze groepen voorrang te geven in de verschillende woningbouwprogramma’s. Nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoed- ontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw dient dan wel aan te sluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere nietagrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie.

PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT STRUCTUURVISIE Het planvoornemen richt zich op twee woningen voor starters/doorstromers en één woning voor senioren. Het planvoornemen draagt bij aan een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het buitengebied doordat de bouw gepaard gaat met de sloop van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen aan de Ringdijk 2A te Batenburg. Daarnaast draagt het planvoornemen ook bij aan de ecologische waarde aan de Boskantse Broekstraat. Daarmee past het planvoornemen binnen de Structuurvisie.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

34

4.4.2 WOONVISIE 2025 – “THUIS IN WIJCHEN” De Woonvisie 2025 "Thuis in Wijchen", vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2017, is het richtinggevend kader voor het gemeentelijk woonbeleid tot 2015. Dit richtinggevend kader is gestoeld op twee principes:  

Versterk het thuisgevoel. Kijk verder dan de trends van nu.

De focus ligt daarbij op de doelgroep van jongeren (tot 23 jaar), sociale huur, middeninkomens, vitale senioren en mensen met een zorgvraag. Daaruit volgt een focus op de realisatie van meer kleine en goedkope woningen voor één-en tweepersoonshuishoudens. Dit betreft zowel koop- als huurwoningen en deze kunnen flexibel van aard zijn. De norm om 10% van het contingent te reserveren voor kleinschalige woningbouwinitiatieven blijft behouden en wordt aangescherpt tot maximaal 4 woningen. In de woonvisie zijn de volgende kwalitatieve uitgangspunten bij toevoegingen of veranderingen aan de voorraad opgenomen:        

De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten in aantallen én programmering aansluiten bij de behoefte. Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het om zowel de ruimtelijke kwaliteit als de sociale kwaliteit. Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding Kleinschalige en gefaseerde woningbouw heeft de voorkeur. Dat vergroot de kansen om in te kunnen spelen op veranderingen in de vraag en innovatie en duurzaamheid op de woningmarkt te bevorderen Type woningen en woonvormen die er nu nog niet of onvoldoende zijn binnen de gemeente Wijchen hebben de voorkeur Waar mogelijk energieneutraal en gasloos. Nieuwbouw is alleen mogelijk wanneer dat de bestaande situatie in de wijk of het dorp verbeterd. Flexibele woonconcepten zijn mogelijk om in te spelen op de verwachtingen op lange termijn.

PLANVOORNEMEN IN RELATIE TOT WOONVISIE Het planvoornemen valt binnen het contingent voor kleinschalige woningbouwinitiatieven. De woningen voorzien in een lokale behoefte en dragen bij aan de buurtschap Lunen te Wijchen. Doordat de twee-onder-eenkapwoning levensloopbestendig worden, passen deze samen met de senioren woning in Balgoij in de woonvisie. Het planvoornemen voorziet in vervanging van bestaande bebouwing, kleinschalige woningbouw en duurzame en innovatieve woningen. Het planvoornemen draagt bij aan een ruimtelijke kwaliteitsverbetering doordat de bouw gepaard gaat met de sloop van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen aan de Ringdijk 2A te Batenburg en ook bijdraagt aan de ecologische waarde aan de Boskantse Broekstraat. Ook op de locatie Houtsestraat 14D wordt een landschappelijke verbetering gecreëerd door o.a. de aanleg van een boomgaard.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

35

4.4.3 GELDEND BESTEMMINGSPLAN Voor de locaties Ringdijk 2A, en de Boskantse Broekstraat gelden het bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen”, vastgesteld op 31 januari 2013, en de 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014' van de gemeente Wijchen, vastgesteld op 23 februari 2015. De Ringdijk 2A heeft de bestemming agrarisch met bouwvlak en dubbelbestemmingen Waterstaat – Stroomvoerend, Waterstaat – Waterkering, Waarde Archeologie 3 en Leiding – Riool. De Boskantse Broekstraat heeft een agrarische bestemming met dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Voor de locatie Houtsestraat 14D geld het in 2015 vastgestelde bestemmingsplan “Houtsestraat naar 16 te Balgoij en Hoogeerdstraat 24 te Niftrik” waarbij de locatie de bestemming wonen heeft gekregen. De percelen hebben allen de bestemming ‘Waarde-Cultuurhistorisch waardevol gebied’ volgens het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 5.5 Cultuurhistorie en archeologie.

Ringdijk 2A Batenburg

Boskantse Broekstraat

Houtsestraat 14D

Door dit bestemmingsplan wordt de bouw van een levensloopbestendige twee-onder-een-kapwoning aan de Boskantse Broekstraat en de omzetting van de mantelzorgwoning naar een levensloopbestendige woning aan de Houtsestraat 14D mogelijk gemaakt. De bouwvlakken van de Houtsestraat 14A en C worden aangepast om de splitsing /toevoeging van de Houtsestraat 14D mogelijk te maken. Daarnaast vervalt het agrarisch bouwblok op de locatie Ringdijk 2A en wordt de Ringdijk 2A een burger woning. De provincie Gelderland heeft de regeling Functieverandering, ook wel bekend als de “ruimte voor ruimte regeling”, “rood voor rood” of regeling vrijkomende agrarische bebouwing. Met deze regeling wordt het voor boeren mogelijk een compensatie te krijgen voor het beëindigen van hun bedrijf / saneren (slopen) van hun bedrijfsbebouwing. Aangezien de Ringdijk 2A in de uiterwaarde (buitendijks) ligt en ruimtelijke ontwikkelingen hier door het Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat niet gewenst zijn is compensatie ter plekke niet mogelijk. Hierdoor is er de connectie gevonden met de locaties Boskantse Broekstraat en Houtsestraat 14D. In het bestemmingsplan buitengebied staat in paragraaf 6.10 “Hergebruik vrijgekomen en vrijkomende agrarische bedrijfslocaties” de regelgeving rondom de functieverandering omschreven waaraan dit bestemmingsplan voldoet.

4.4.4 CONCLUSIE Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in de structuurvisie en woonvisie.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

36

5 UITVOERINGSASPECTEN

5.1 MILIEUASPECTEN

5.1.1 BODEM Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. PLANSPECIFIEK RINGDIJK 2A TE BATENBURG Om te kunnen bepalen of de bodemkwaliteit binnen het plangebied geschikt is voor de toekomstige functie is voor de locatie Rinkdijk 2A een bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd in oktober 2020. In overleg met de omgevingsdienst is in juli 2022 een aanvullend onderzoek uitgevoerd waarmee een volledig beeld is gevormd. In bijlage 2 is de rapportage toegevoegd. Resumerend kan gesteld worden dat zowel de grond (boven- en ondergrond) als het grondwater vanuit milieu hygiënisch oogpunt geen belemmeringen vormen voor de geplande herziening van het bestemmingsplan. Er zijn enkele verontreinigingen aangetroffen welke bij de sloop/sanering van de agrarische opstallen gesaneerd worden maar deze vormen geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling. PLANSPECIFIEK BOSKANTSE BROEKSTRAAT TE WIJCHEN Om te kunnen bepalen of de bodemkwaliteit binnen het plangebied geschikt is voor de toekomstige woonfunctie is voor de locatie Boskantse Broekstraat een bodemonderzoek uitgevoerd in januari 2022, zie bijlage 3.

In dit onderzoek is een matige verontreiniging van koper in het grondwater aangetroffen welke tot beperkingen kan leiden bij de herontwikkeling. Hierbij valt te denken aan eisen die worden gesteld aan een onttrekking en lozing van grondwater. Resumerend kan gesteld worden dat zowel de grond (boven- en ondergrond) als het grondwater vanuit milieu hygiënisch oogpunt verder geen belemmeringen vormen voor de geplande herziening van het bestemmingsplan. PLANSPECIFIEK HOUTSESTRAAT 14D TE BALGOIJ Op de Houtsestraat 14D te Balgoij vinden geen bouwkundig wijzigingen plaats, de huidige bebouwing krijgt alleen een andere bestemming (toevoeging bouwvlak). Bij de doorgevoerde bestemmingsplanwijziging en bouw van de huidige mantelzorgwoning aan de Houtsestraat 14D in de periode 2015-2017 zijn vanuit milieu hygiënisch oogpunt geen belemmeringen geweest. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning in 2016 is een bodemonderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen verontreinigingen aanwezig zijn. Doordat de bestemming niet wijzigt (wonen wordt wonen met toevoeging van een bouwvlak) is er ook geen verder onderzoek nodig. CONCLUSIE Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

5.1.2 LUCHT De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

37

Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor beide stoffen bedraagt de grenswaarde 40 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.

Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. PLANSPECIFIEK LUCHTKWALITEIT TER PLAATSE VAN HET INITIATIEF Uit de gegevens van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten is navolgende informatie af te leiden Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woonen leefklimaat. Locatie Ringdijk 2A te Batenburg: -

de jaargemiddelde fijnstofconcentratie in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen < 18 μg/m3 (ca. 15,79). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3; de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen de 10 en 15 μg/m3 (ca. 11,82). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3.

Locatie Boskantse Broekstraat te Wijchen: -

de jaargemiddelde fijnstofconcentratie in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen < 18 μg/m3 (ca. 15,7). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3; de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen de 10 en 15 μg/m3 (ca. 12,5). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3.

Locatie Houtsestraat 14D te Balgoij: -

de jaargemiddelde fijnstofconcentratie in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen < 18 μg/m3 (ca. 15,5). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3; de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen de 10 en 15 μg/m3 (ca. 12,82). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3.

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

38

CONCLUSIE Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (het toevoegen van drie woningen) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen). De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen onder de gestelde grenswaarden. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan is niet benodigd. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief en het is dan ook uitvoerbaar.

5.1.3 GELUID De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:   

woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).

Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen, geluidbelastingkaarten en actieplannen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. PLANSPECIFIEK RINGDIJK 2A TE BATENBURG Op deze locatie worden geen geluidsgevoelige objecten toegevoegd waardoor het aspect geluid niet van toepassing is. PLANSPECIFIEK HOUTSESTRAAT 14D TE BALGOIJ Op de Houtsestraat 14D te Balgoij vinden geen bouwkundige wijzigingen plaats, de huidige bebouwing krijgt alleen een andere bestemming (toevoeging bouwvlak). Conform de Wet geluidhinder dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een geluidzone wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Het bouwvlak van de Houtsestraat 14D ligt op ca. 210 meter van de Drutenseweg/N845 (100 km/uur) en daardoor in haar geluidszone. Op onderstaande kaart is de geluidsbelasting van de Drutenseweg te zien. Uit de kaart is op te merken dat het bouwvlak buiten de weergegeven zones ligt.

Gezien de afstand van het bouwvlak tot de geluidszones is het te zeggen is dat de geluidsbelasting lager als 48 dB is. Daarnaast hebben de woningen Housestraat 16 en 16A welke tussen het bouwvlak en de Drutenseweg staan een geluidswerende werking voor het te ontwikkelen perceel. Er is dus geen geluidshinder en hiermee een goed woon en leefmilieu in het aspect geluid.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

39

Bron: Provincie Gelderland – Geluidsbelasting provinciale wegen (’s nachts - maatgevend)

PLANSPECIFIEK BOSKANTSE BROEKSTRAAT TE WIJCHEN In de nabijheid van het plangebied is in maart 2022 een geluidsonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is te concluderen dat er geen geluidsbelemmering te verwachten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Onderstaand is deze conclusie nader onderbouwd. Industrielawaai - In de directe omgeving van de planlocatie is een transportbedrijf aanwezig aan de Graafseweg 84 met een bebouwd oppervlakte van 90 m2. Dit bedrijf valt in de categorie “Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² “ waarbij de VNG brochure Bedrijven een richtafstand voor geluid hanteert van 50 meter. Het bouwvlak ligt op ca. 70 meter van het bedrijf en valt dus buiten de richtafstanden. Een nader onderzoek naar de gevolgen van industrielawaai is derhalve niet noodzakelijk. Spoorweglawaai - In de directe omgeving van de planlocatie is geen actieve spoorlijn gelegen. Nader onderzoek naar de gevolgen van spoorweglawaai is derhalve niet noodzakelijk. Vliegtuiglawaai - De planlocatie is niet gelegen nabij een (militair) vliegveld. Nader onderzoek naar de gevolgen van vliegtuiglawaai is derhalve niet noodzakelijk. Stiltegebieden - Blijkens de kaarten, behorend bij de Milieuverordening Gelderland, is de planlocatie niet gelegen in of nabij een stiltecentrum.

Warmtepompen – Om de geluidsoverlast als gevolg van warmtepompen met een buitenunit tegen te gaan, gelden er vanaf 1 april 2021 in Nederland maximale geluidsnormen. Artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 bepaalt dat een buitenunit maximaal 40 dB(A) mag veroorzaken op de perceelgrens met het aangrenzend perceel waar een woonbestemming geldt. De nieuwbouwwoningen komen op een minimale afstand van 23 meter tot een aangrenzend perceel waar de woonbestemming geldt. Deze afstand is dusdanig groot dat de geluidsbelasting lager dan 40 dB(A) is op deze locatie. Bij de omgevingsvergunning wordt het type warmtepomp bepaald waarbij aangetoond wordt dat deze geluidsbelasting niet overschreden wordt.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

40

Wegverkeerslawaai - De vervangende woningbouw vindt plaats op circa 170 meter afstand van de Graafseweg. Dit is de provinciale weg, gelegen ten westen het plangebied. Bij provinciale wegen is alleen een onderzoek nodig tot 250 meter van de weg. De woningen liggen binnen de 250 meter zone voor geluidonderzoek. De geluidsbelastingkaart van de provincie Gelderland geeft echter aan dat de geluidproductie op de locatie lager dan 45 dB bedraagt. Dit is > 3 dB beneden de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Een nader onderzoek naar de invloed van wegverkeerslawaai op de vervangende woningbouw is derhalve niet aan de orde. Het wegverkeerslawaai levert geen belemmeringen op voor het plan. Het verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied is gewaarborgd.

Planlocatie

Bron: Provincie Gelderland – Geluidsbelasting provinciale wegen (’s nachts - maatgevend)

CONCLUSIE Vanuit akoestisch oogpunt levert het bouwplan geen belemmeringen op.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

41

5.1.4 GEUR De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: geurgevoelig object gelegen in: concentratiegebied binnen bebouwde kom concentratiegebied buiten bebouwde kom niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom

maximaal toegestane geurbelasting (odour units per m3 lucht) 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m³ 2,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3

Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen:  

binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter.

Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. PLANSPECIFIEK RINGDIJK 2A TE BATENBURG Op de locatie Ringdijk 2A te Batenburg wordt een veehouderij gesaneerd en komt er geen toevoeging van een geur gevoelige object. Het plan heeft een positieve invloed op haar directe omgeving door de sanering van de veehouderij op het aspect geur en daardoor vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. PLANSPECIFIEK HOUTSESTRAAT 14D TE BALGOIJ Op de Houtsestraat 14D te Balgoij vinden geen bouwkundige wijzigingen plaats, de huidige bebouwing krijgt alleen een andere bestemming (toevoeging bouwvlak). Bij de doorgevoerde bestemmingsplanwijziging en bouw van de huidige mantelzorgwoning aan de Houtsestraat 14D in de periode 2015-2017 zijn vanuit geur geen belemmeringen geweest. Het aspect geur vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.

PLANSPECIFIEK BOSKANTSE BROEKSTRAAT TE WIJCHEN Op de locatie Boskantse Broekstraat worden twee woningen en daarmee twee geurgevoelige objecten toegevoegd. Nabij de locatie staat de melkveehouderij aan de Boskantse Broekstraat 2. Volgens de VNG brochure Bedrijven geld voor een melkveehouderij een richtafstand voor geur van minimaal 100 meter. De planlocatie ligt op minimaal 110 afstand waardoor dit geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

42

In de plan-MER (en aangepaste plan-MER) die ten behoeve van het bestemmingsplan Buitengebied Wijchen is opgesteld, is aangegeven dat in de maximale ontwikkelingssituatie qua geurhinder in het plangebied sprake is van een geurbelasting tussen de 0,1 en 2 ou/m³ (zie ook navolgende afbeelding). Dit wordt beschouwd als een aanvaardbare geurbelasting. Daarnaast zijn nabij de planlocatie de afgelopen jaren aan twee zijden woningen toegevoegd (Boskantse Broekstraat 7 en Rijdtsestraat 7) waarbij het aspect geur getoetst is. Hierbij zijn er geen belemmeringen geweest en is sprake van een aanvaardbare geurbelasting.

Bron; Uitsnede van de achtergrondbelasting geur, maximaal vergunde situatie (plan-MER bestemmingsplan Buitengebied)

Ter plaatse van de nieuwe woningen is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het gebied van geur. Omgekeerd leidt de bouw van de twee woningen niet tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving, omdat er bestaande woningen op kortere afstand liggen die in dat geval maatgevend zijn. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. CONCLUSIE Vanuit het aspect geur levert het bouwplan geen belemmeringen op.

5.1.5 EXTERNE VEILIGHEID Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

43

Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 106 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. PLANSPECIFIEK RINGDIJK 2A TE BATENBURG Op de locatie Ringdijk 2A te Batenburg wordt een veehouderij gesaneerd en komt er geen toevoeging van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. PLANSPECIFIEK HOUTSESTRAAT 14D TE BALGOIJ Op de Houtsestraat 14D te Balgoij vinden geen bouwkundige wijzigingen plaats, de huidige bebouwing krijgt alleen een andere bestemming (toevoeging bouwvlak).

Bij de doorgevoerde bestemmingsplanwijziging en bouw van de huidige mantelzorgwoning aan de Houtsestraat 14D in de periode 2015-2017 zijn vanuit externe veiligheid geen belemmeringen geweest. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. PLANSPECIFIEK BOSKANTSE BROEKSTRAAT TE WIJCHEN Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Onderstaand een screenshot van die website, met het plangebied aangeduid met een blauwe ster.

In de omgeving van de nieuwe woningen liggen geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen en/of transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plan is dan ook uitvoerbaar vanuit het aspect externe veiligheid. CONCLUSIE Vanuit het aspect externe veiligheid levert het bouwplan geen belemmeringen op.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

44

5.1.6 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.

Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. PLANSPECIFIEK RINGDIJK 2A TE BATENBURG Op de locatie Ringdijk 2A te Batenburg wordt een veehouderij gesaneerd en komt er geen toevoeging van een milieugevoelig object. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. PLANSPECIFIEK HOUTSESTRAAT 14D TE BALGOIJ Op de Houtsestraat 14D te Balgoij vinden geen bouwkundige wijzigingen plaats, de huidige bebouwing krijgt alleen een andere bestemming (toevoeging bouwvlak). Bij de doorgevoerde bestemmingsplanwijziging en bouw van de huidige mantelzorgwoning aan de Houtsestraat 14D in de periode 2015-2017 zijn vanuit het aspect bedrijven en milieuzoneringen geen belemmeringen geweest. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. PLANSPECIFIEK BOSKANTSE BROEKSTRAAT TE WIJCHEN Met voorliggend plan worden twee milieugevoelig objecten toegevoegd (twee woningen). Op 110 m van de planlocatie staat aan de Boskantse Broekstraat 2 een melkveehouderij. De publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' hanteert hiervoor een milieucategorie 3.2, met een bijbehorende maximale richtafstand van 100 meter op basis van geur.

De melkveehouderij wordt verder ook niet gehinderd in haar bedrijfsvoering doordat er bestaande woningen op 30 meter van het bedrijf staan en de minimale afstand dan ook niet veranderd. Ten noorden van de planlocatie op ca. 70 meter is een transportbedrijf aan de Graafseweg 84 met een bebouwd oppervlakte van 90 m2. De publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' hanteert hiervoor een milieucategorie 3.1, met een bijbehorende maximale richtafstand van 50 m op basis van geluid. Doordat er op de locatie sprake is van een gemengd gebied waarbij er lichte bedrijvigheid en wonen is kan deze maximale richtafstand verlaagd worden van 50 naar 30 meter. Het bedrijf wordt verder ook niet gehinderd in haar bedrijfsvoering doordat er bestaande woningen op 55 meter van het bedrijf staan en deze minimale afstand niet veranderd. Gelet op de feitelijke afstand tussen het plangebied en de milieubelastende functies wordt er voldaan aan de richtafstanden. Binnen het plangebied is er in de toekomstige situatie op basis van milieuzonering sprake van

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

45

een goed woon- en leefklimaat. Bedrijven uit de omgeving ondervinden ook geen hinder in hun bedrijfsvoering als gevolg van het initiatief. CONCLUSIE Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. 5.2 WATER

5.2.1 BELEIDSUITGANGSPUNTEN Wettelijk kader - Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal bestuursakkoord water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets - De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In een ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met water en watervoorzieningen. Het beoogde ruimtegebruik mag immers geen negatieve gevolgen hebben voor de waterhuishoudkundige situatie en vice versa. Dit moet zijn onderzocht en onderbouwd in de waterparagraaf van bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. De watertoets betreft het belang van de waterbeheerders: het waterschap, het rijk, de provincie en de gemeente. Waterparagraaf - De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding.

Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap (of resultaat van de digitale watertoets) in de waterparagraaf verwerkt. Onderdelen van de waterparagraaf zijn: beschrijving beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie (oude en nieuwe situatie), motivering welke ruimtelijke keuzes gemaakt zijn en wat daar de waterhuishoudkundige gevolgen van zijn. Die gevolgen mogen niet negatief zijn. Beleid waterschap Rivierenland - De gemeente Wijchen valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema’s: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit.” Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren.

Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet een vergunning af voor lozing van afvalwater op oppervlaktewater (Waterwet art 6.2) en in het kader van de Keur een ontheffing voor ingrepen in/nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt de waterbeheerder het onderhoud van A-watergangen. Gemeentelijk waterbeleid - In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

46

grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is voornamelijk gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Gemeentelijke zorgplichten - De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wmb art 10.33). Hemelwater dient door perceeleigenaren op eigen terrein te worden verwerkt, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In dat geval treedt de gemeentelijke zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemelwater in werking (Waterwet art 3.5). De zorgplicht voor structureel voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging ligt bij de perceeleigenaar. Als dat redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden verlangd, treft de gemeente in de openbare ruimte maatregelen, mits doelmatig en mits geen verantwoordelijkheid voor waterschap of provincie (Waterwet art. 3.6).

5.2.2 BELEIDSUITGANGSPUNTEN EN CONSEQUENTIES PLANSPECIFIEK PLANSPECIFIEK HOUTSESTRAAT 14D TE BALGOIJ Op de Houtsestraat 14D te Balgoij vinden geen bouwkundige wijzigingen plaats, de huidige bebouwing krijgt alleen een andere bestemming (toevoeging bouwvlak). Het afvalwater van deze woning is aangesloten op het aanwezige drukrioolstelsel. Doordat er geen wijzigingen in bewoning plaatsvindt veranderd de hoeveelheid afvalwater ook niet. Oppervlaktewater is er niet in of nabij deze locatie en dus niet van belang voor deze ontwikkeling. De bebouwing is gebouwd op minimaal 1,30 meter boven de hoogst voorkomende grondwaterstand waarmee er voldoende ontwateringsdiepte is. Het regenwater wordt op eigen terrein opgevangen. Hiervoor is een apart leidingstelsel en een opvangbassin voor het regenwater aangelegd, zie onderstaande afbeeldingen. Het opvangbassin is in totaal ca. 70 meter lang, 1,0 meter diep en 2 meter breed met een talud van 1:1 wat een totale waterberging van ca. 70 m3 geeft. De woningen Houtsestraat 14A en 14C zijn ook aangesloten op deze voorziening. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.

Verzamelleiding regenwater met uitmonding op opvangbassin Houtsestraat 14D PLANSPECIFIEK BOSKANTSE BROEKSTRAAT TE WIJCHEN Wateroverlast en volksgezondheid Beleidsuitgangspunten - Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundige systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. Gevolgen voor het plan - Het plan betreft de bouw van twee nieuwe woningen aan de Boskantse Broekstraat. Deze woningen worden geohydrologisch neutraal gebouwd waarbij het regenwater op het perceel blijft. Er is een toename in verhard oppervlakte waarbij het regenwater afkomstig van deze oppervlakten op het perceel wordt opgevangen. Er wordt geen wateroverlast verwacht doordat er geen water naar omliggende wegen of percelen wordt afgevoerd. In de regels van dit plan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

47

wordt geborgd dat het vloerpeil van de begane grond minstens 1,00 meter boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) komt te liggen. Daarmee is er voldoende ontwateringsdiepte. Het bouwpeil van de nieuwe woningen wordt 20 cm hoger dan de Boskantse Broekstraat aangelegd. Door deze hogere ligging kan er geen hemelwater de woningen in stromen. Afkoppeling en waterberging Beleidsuitgangspunten - De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Hemelwater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van het rioleringsstelsel met de voorkeursvolgorde: 1.

Benutting,

2.

Bodeminfiltratie,

3.

Vertraagde afvoer naar en berging in oppervlaktewater,

4.

Afvoeren via rioolstelsel.

Uitgangspunt bij nieuwbouw is aanleg van gescheiden HWA- en DWA-afvoer (hemelwater- en droogweerafvoer). Hemelwater dient in beginsel op eigen perceel te worden verwerkt. Wanneer hemelwaterberging niet op eigen perceel kan plaatsvinden en direct of indirect op het oppervlaktewater wordt geloosd, dan is het plan compensatie plichtig op grond van het wetenschapsbeleid. De compensatieplicht houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m² (stedelijk gebied) en 1.500 m² (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. In alle gevallen moet het adequaat functioneren van de infiltratie- of bergingsvoorziening voor hemelwater zijn gewaarborgd. Gevolgen voor het plan – Er wordt een levensloopbestendige twee-onder-een-kapwoning gebouwd met bijgebouwen en erfverharding. Er zal geen sprake zijn van een noemenswaardige toename in verhard oppervlak (woningen plus bijgebouwen ca. 400 m2). Daarmee wordt de grens van een toename van 500 m², die het waterschap stelt, niet overschreden. Bij de bouw van de twee-onder-een-kapwoning wordt een ondergrondse tank van 4 m3 per woning aangelegd voor de opvang van regenwater. Dit regenwater wordt vervolgens gebruikt om de tuinplanten en grasbegroeiingen van water te voorzien.

De ondergrondse tanks worden gekoppeld zodat de volledige waterberging van 8 m3 door beide woningen te gebruiken is en hiermee er zoveel mogelijk gebruik van gemaakt wordt. Daarnaast geeft dit het voordeel dat er maar één pompinstallatie benodigd is.

Voorbeeld aan te leggen ondergrondse tank en overloop voorziening (DuBoRain Infiltratiekolk) Bij hevige regenbuien stroomt het regenwater zodra de tank vol is via een overloop de tuin in waar het de grond in zakt (infiltreren). Onderstaand een schetsmatige uitwerking waar met een verlaging van 25 centimeter in de tuin oppervlakkige waterberging wordt gerealiseerd. Deze verlaging krijgt een oppervlakte van ca. 120 m2 waarmee 30m3 waterberging wordt gerealiseerd. De verlaging wordt minimaal 0,15 meter lager gelegd dan de maaiveldhoogtes van de nabij gelegen percelen om extreme neerslag op te vangen. Volgens de richtlijnen van het waterschap is voor 400m2 bebouwd oppervlakte, gerekend met 63,4 mm, 25,72 m3 waterberging benodigd  hier wordt aan voldaan. Door het relatief grote oppervlakte van de waterberging zakt het regenwater binnen 72 uur de grond in.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

48

Er wordt een DuBoRain infiltratiekolk toegepast als overloopvoorziening welke door haar infiltrerende vermogen ervoor zorgt dat de aanvoerleiding ook kan leeglopen. Op de aangesloten regenpijpen worden bladvangers toegepast, welke enerzijds voorkomen dat bladeren in de watertank komen en anderzijds ook als overloop kunnen dienen bij extreme situaties.

Overloop voorziening

Pompinstallatie Tank 8m3

Het hemelwater wordt niet op de openbare riolering geloosd of naar een buurperceel afgevoerd. Er is op de percelen en in de bij het plan behorende groenstructuren voldoende ruimte om het regenwater op te vangen. Hiermee wordt voldaan aan de duurzame omgang met regenwater en de principes van geohydrologisch neutraal ontwikkelen. Waterkwaliteit Beleidsuitgangspunten - De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar bodem of oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater afkomstig van daken en andere verharde oppervlakken wordt alleen afgevoerd via een zuiverende voorziening, zoals een bodempassage. Afvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Gevolgen voor het plan – Er worden geen uitlogende materialen toegepast waardoor het regenwater niet vervuild wordt. Het afvalwater wordt aangesloten op het bestaande openbare rioleringssysteem, waarbij indien nodig een pompinstallatie wordt toegepast.

Daarmee heeft onderhavig plan geen negatief effect op de waterkwaliteit. Natte natuurwaarden Beleidsuitgangspunten - De gemeente streeft naar behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Natuurlijke grondwaterstanden worden behouden; de (natte) natuurwaarden sluiten hierop aan. Bouwplan en toekomstig beheer van de planlocatie geven geen verstoring van de vereiste (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit. Bij aanleg

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

49

van open water moet worden gestreefd naar aanleg van natuurvriendelijke (en veilige) oevers. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Gevolgen voor het plan - Het plangebied ligt binnen beschermingszone voor (natte) natuur en er wordt geen open water aangelegd. De voorgenomen ontwikkeling draagt door de omschreven maatregelen in paragraaf 3.4 bij aan de ecologische waarde van de omgeving. Het plan heeft dan ook een positief effect op de lokale natuurwaarden. Het plan geeft ook geen verstoring aan de vereiste (grond)waterkwaliteit en kwantiteit doordat er hydrologisch neutraal gebouwd word. Drinkwaterbesparing Beleidsuitgangspunten - Drinkwaterverspilling dient te worden voorkomen. Gebruik van hoogwaardig drinkwater dient zoveel mogelijk te worden beperkt tot hoogwaardige toepassingen. Zo mogelijk wordt hemelwater gebruikt voor laagwaardige toepassingen. Gevolgen voor het plan - Als onderdeel van de inventarisatie van het toepassen van duurzame technieken aan de woning vormt ook het hergebruik van hemelwater. Dit wordt behaald door het plaatsen van een ondergrondse tank waarmee de tuinplanten en grasbegroeiingen van water worden voorzien. Bij hevige regenbuien stroomt het regenwater via een overloop de tuin in waar het de grond in zakt (infiltreren).

Beleving van water Beleidsuitgangspunten - De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water. Cultuurhistorisch waardevolle watergebonden elementen zijn herkenbaar in het landschap aanwezig. Water en watergebonden elementen worden zo mogelijk gevisualiseerd. Gevolgen voor het plan - Binnen het plangebied of in de omgeving van het plangebied zijn geen watergangen of andere vormen van oppervlaktewater aanwezig. Door de aanleg van oppervlakkige regenwaterberging wordt de omgang met regenwater zichtbaar gemaakt en een bijdrage geleverd aan de versterking van de belevingswaarde. Ontwateringsdiepte Beleidsuitgangspunten - De ontwateringsdiepte heeft betrekking op de hoogte van de grondwaterstand ten opzichte van het aanleg peil van een nieuwe ontwikkeling. Als de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) hoger ligt dan 1,30 m onder vloerpeil, 1,00 m onder straatpeil of 0,70 onder groen/tuinen, dan is er onvoldoende ontwateringsdiepte en mag alleen een woonfunctie worden bestemd als het terrein voldoende wordt opgehoogd. Gevolgen voor het plan - In de regels van dit plan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee wordt geborgd dat het vloerpeil van de begane grond minstens 1,30 meter boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van + 6,50 mNAP komt te liggen.

Het huidige maaiveld ligt op + 7,75 meter en de woningen worden hier minimaal 0,25 m boven gebouwd. Hiermee wordt de ontwateringsdiepte van de woningen 1,50 meter, welke groter is dat de door het waterschap geadviseerde 1,30 meter. Overleg met waterbeheerder Advies waterbeheerder - Voor alle ruimtelijke plannen geldt dat een digitale watertoets moet worden uitgevoerd door de initiatiefnemer (www.dewatertoets.nl). Dit resulteert in een wateradvies van het waterschap. Wanneer sprake is van een relevant waterschapsbelang, moet het wateradvies worden uitgewerkt in de waterparagraaf. In sommige gevallen is een nader overleg met de waterbeheerder noodzakelijk. Gevolgen voor het plan - Het plan is in het kader van de watertoets met het Waterschap besproken waarbij ook de digitale watertoets is ingevuld, zie bijlage 5. Het waterschap adviseert positief in de beoogde ontwikkeling.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

50

De gemeente Wijchen heeft de voorliggende waterparagraaf beoordeeld en adviseert positief in de beoogde ontwikkeling. CONCLUSIE Op basis van voorgaande alinea’s zijn er geen negatieve effecten op de waterhuishouding te verwachten. PLANSPECIFIEK RINGDIJK 2A TE BATENBURG Op de locatie Ringdijk 2A word bebouwing gesaneerd en komen er geen nieuwe watergevoelige objecten. Er is geen extra afvoer van afvalwater benodigd (omzetting bedrijfswoning naar reguliere woning geeft geen toename in afvoer vuilwater). Het regenwater wat nu op de te saneren opstallen en verhardingen valt kan in de nieuwe situatie in het grasland/landbouwperceel infiltreren ter plekke waar het valt. Door de afname in bebouwd en verhard oppervlakte, en de toename in infiltrerend grasland, wordt de infiltrerende werking ter plekke vergroot. De ontwikkeling heeft geen invloed op de grondwaterstand. De te saneren bebouwing staat verhoogd in het landschap zodat deze niet onderlopen bij hoogwater in de Maas. Bij de sanering wordt deze verhoging, welke mede door de te saneren gierkelders is vormgegeven, verwijderd. Hiermee ontstaat bij piekafvoeren in de Maas extra bergend vermogen welke te zien is als rivierverruiming en daarmee bijdraagt aan het vergroten van de waterveiligheid in het achterliggende gebied.

Overleg met waterbeheerder Advies waterbeheerder - Voor alle ruimtelijke plannen geldt dat een digitale watertoets moet worden uitgevoerd door de initiatiefnemer (www.dewatertoets.nl). Dit resulteert in een wateradvies van het waterschap. Wanneer sprake is van een relevant waterschapsbelang, moet het wateradvies worden uitgewerkt in de waterparagraaf. In sommige gevallen is een nader overleg met de waterbeheerder noodzakelijk. Initiatieven in het buitendijkse gebied moeten worden afgestemd met Rijkswaterstaat. Ook het advies van deze waterbeheerder moet, voor zover aan de orde, in de waterparagraaf worden meegenomen. Gevolgen voor het plan - Het plan is in het kader van de watertoets met het Waterschap besproken waarbij ook de digitale watertoets is ingevuld, zie bijlage 4. De Ringdijk 2A ligt in de uiterwaarden en op gedeelten van deze locatie geldt de dubbelbestemming Waterstaat – Stroomvoerend en/of Waterstaat - Waterkering. Deze bestemmingen zijn in de nieuwe plankaarten overgenomen. Afzonderlijk van voorliggend bestemmingsplan wordt voor de te saneren bebouwing een omgevingsvergunning aangevraagd (sloopvergunning). In deze vergunning worden eventuele maatregelen en voorwaarden opgenomen om de waterkering en de bijbehorende buitenbeschermingszone niet nadelig te beïnvloeden. Het waterschap adviseert positief in de beoogde ontwikkeling.

De gemeente Wijchen heeft de voorliggende waterparagraaf beoordeeld en adviseert positief in de beoogde ontwikkeling. CONCLUSIE Voorliggend plan betreft de sanering van agrarische bebouwing waarbij er geen nieuwe watergevoelige objecten worden toegevoegd en er geen negatieve effecten wat betreft het aspect water zijn. Bij de omgevingsvergunning voor de sloop van de bebouwing worden eventuele maatregelen en voorwaarden opgenomen om de waterkering en de bijbehorende buitenbeschermingszone niet nadelig te beïnvloeden.

5.3 ECOLOGIE Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-01-2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland.

BESTEMMINGSPLAN RINGDIJK 2A, BOSKANTSE BROEKSTRAAT EN HOUTSESTRAAT 14D

51

Gebiedsbescherming - In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming - Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=7617a7bd-8cc5-4ffc-a613-4f895e448410