Huurlingsedam 81 Wijchen_Toelichting
Tekst van het document
34
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Figuur: Uitsnede kaart Stikstofdioxide (NO2) 2021 (Bron: Atlas Leefomgeving)
Figuur: Uitsnede kaart Fijnstof 2021 PM1 0 (Bron: Atlas Leefomgeving)
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
35
Figuur: Uitsnede kaart Fijnstof 2021 PM2,5 (Bron: Atlas Leefomgeving)
Uit bovenstaande kaarten blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 , PM10 en PM2,5 ter plaatse van de locatie licht overschreden worden. De bijdrage van het initiatief op de luchtkwaliteit is echter verwaarloosbaar/ niet aanwezig en er wordt geen NO2 , PM10 of PM2,5 producerende activiteit op locatie mogelijk gemaakt. Vanaf 2010 houdt de EU voor stikstofdioxide NO2 een jaargemiddelde van 40 µg/m3 en een uurgemiddelde grenswaarde van 200 µg/m3 aan. Voor stikstofdioxide NO2 geldt dat de concetratie met de score 13.44 boven de WHO advieswaarde van 10 µg/m³ NO2 ligt, maar dat deze nog steeds ruim aan de gestelde Europese-norm van maximaal 40 µg/m³ NO2 voldoet en hierom geen belemmering vormt voor het planvoornemen. De Europese Unie voerde in 1999 grenswaarden voor fijn stof (PM1 0) in. Volgens de Europese Richtlijn 1999/30/EG mogen vanaf 2005, de jaargemiddelde PM1 0 concentraties niet hoger zijn dan 40 µg/m³. Voor fijnstof PM10 geldt dat de concetratie met de score 16.67 net boven de WHO advieswaarde van 15 µg/m³ PM10 ligt, maar dat deze nog steeds ruim aan de gestelde Europese-norm van maximaal 40 µg/m³ PM10 voldoet en hierom geen belemmering vormt voor het planvoornemen. De jaargemiddelde EU-grenswaarde van 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5 is sinds 1 januari 2015 van kracht.
Voor fijnstof PM2,5 geldt dat de concentratie met de score 10.04 weliswaar boven de WHO advieswaarde van 5 µg/m³ PM2,5 ligt, maar dat deze nog steeds ruim aan de gestelde Europese-norm van maximaal 25 µg/m³ PM2,5 voldoet en hierom geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
Gevolg planvoornemen Gelet op bovenstaande valt het planvoornemen onder de categorie 'Niet in betekende mate (NIBM)'. Op basis van deze categorisering. Ook op basis van de beoordeling vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor het planvoornemen.
5.7
Natuur
Voor de planologische procedure dient te worden vastgelegd dat de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is binnen de geldende natuurwetgeving. In de wetgeving op het gebied van natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden en beschermde soorten.
36
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
5.7.1 Soortenbescherming Wat betreft soortenbescherming is de Wet Natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De soortenbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde 'algemene zorgplicht' (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Tevens geldt onder de Wet Natuurbescherming dat bij ruimtelijke ontwikkelingen naast de zorgplicht ook rekening gehouden moet worden met juridisch zwaarder beschermde soorten vanuit nationaal en Europees oogpunt.
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit 'bijlage A en B' van de Wet Natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). 5.7.2 QuickscanFlora & Fauna Beoordeling Met het planvoornemen wordt de bouw van een vervangend praktijkgebouw mogelijk gemaakt en van een woning. Om dit mogelijk te maken moet de functie van het perceel worden aangepast. Daarnaast moet mogelijk een stuk haag worden verwijderd. Om de functiewijziging en de bouw van een gebouw mogelijk te maken moet aangetoond worden dat met het planvoornemen geen negatieve invloed wordt uitgeoefend op de op basis van de Wnb beschermde soorten. Hierom is een Quickscan Flora en Fauna (Aelmans Milieu Oss B.V., rapportnummer N230452, d.d. 24 oktober 2023, Bijlage 6) uitgevoerd. Het locatiebezoek heeft plaatsgevonden op 29 september 2023. De resultaten van de Quickscan Flora en Fauna worden hieronder weergegeven. Resultaten Op de onderzoekslocatie zullen bouwwerkzaamheden worden verricht. Voor de geplande ingreep wordt een deel van de laurierhaag en delen van de conifeerhaag gerooid. Bomen en struiken kunnen tijdens het broedseizoen gebruikt worden door algemene (niet-jaarrond beschermde) vogelsoorten.
Door de geplande ingreep kunnen deze nesten verstoord worden. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken mogelijk onderdeel uit van een lijnvormig element echter is hier geen sprake van een essentiële vliegroute. Zoals beschreven in de rapportage kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze soorten, waaronder algemene vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden. Bij naleving van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) is er voor deze soorten geen sprake van een overtreding van de Wnb.
Conclusie Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Huurlingsedam 81(A) te Wijchen kan worden uitgesloten dat de voorgenomen bouwwerkzaamheden een negatieve invloed hebben op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
37
Op basis van bovenstaande resultaten kan geconcludeerd worden dat er geen nadere onderzoeken of ontheffingsaanvragen noodzakelijk zijn. Het aspect soortenbescherming vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen. 5.7.3 Beschermde gebieden Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Europees beschermde Natura2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waaronder het provinciaal natuurnetwerk (Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone). Natura 2000 gebieden De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Hierdoor is er uitsluitend sprake van externe werking. Gezien de kleinschalige aard van het planvoornemen (planologisch mogelijk maken van de bouw van twee hoofdgebouwen binnen bestaand stedelijk gebied) en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Rijntakken (ca. 8,6 km), Sint Jansberg (ca. 12,8 km); Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein (ca. 14,2 km) en De Bruuk (ca. 14,6 km), is geen sprake van verstoring door licht, trilling, optische verstoring of verstoring door mechanische effecten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden op voorhand echter niet uit te sluiten.
Derhalve is een nadere beoordeling stikstofeffecten uitgevoerd, zie hiervoor paragraaf 4.7.3 van deze toelichting.
38
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Figuur: Ligging plangebied t.o.v. Natura2000-gebieden
Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het plangebied is eveneens niet gelegen binnen het NNN, zodat er uitsluitend sprake is van een externe werking. Op een afstand van circa 0,7 km ten noordoosten van het plangebied is het Gelders Natuurnetwerk gelegen. Ten zuidwesten van het plangebied is op circa 1 km afstand ook een onderdeel van Gelders Natuurnetwerk gelegen.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
39
Figuur: Ligging plangbied t.o.v. NNG
Gezien de relatief kleinschalige aard van het voorgenomen plan is het uit te sluiten dat het voornemen een (significant) negatief effect heeft op de kernkwaliteiten van het Natuurnetwerk Gelderland. 5.7.4 Stikstof De uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 heeft bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis gebruikt mag worden voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wnb en dat de “standaard grenswaarde” uit het PAS niet meer gebruikt mag worden. Dit houdt in dat voor planologische procedures en bij de verlening van een omgevingsvergunning een stikstofbeoordeling en, afhankelijk van een stikstofberekening en/of voortoets, mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming nodig is. Voor elke toename in stikstofneerslag boven de 0,00 mol/ha/jaar, hoe klein dan ook, is een onderbouwing nodig. Voor het onderhavige plan is daarom een beoordeling van zowel de bouwactiviteiten als de gebruiksfase aan de orde. Om de gevolgen van het planvoornemen op omliggende Natura2000-gebieden inzichtelijk te maken is een notitie stikstof (Pouderoyen Tonnaer, rapportnummer P222442.011, d.d. 10 oktober 2023, Bijlage 7) opgesteld. Omschrijving realisatiefase Op het moment is voor het realiseren en verbouwen van de panden niet bekend welke mobiele werktuigen ingezet worden.
Hierom is voor de bouwfase aangesloten bij de kengetallen zoals aangegeven in de “Handreiking woningbouwen en Aerius” van het Rijk (Bijlage 1). Hierin wordt het kengetal van 3 kg NOx per woning gehanteerd. Dit kengetal wordt in de voorliggende notitie vervolgens als referentie gebruikt om tot een emissie inschatting te komen voor het te realiseren bouwvolume. 2 maal vrijstaande woning Inpandige verbouwing praktijkruimte De werkzaamheden zullen mogelijk binnen één kalenderjaar plaatsvinden. Het voorstaande resulteert in een
40
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
totale emissievracht van 10 kg NOx. De bovenstaande gegevens zijn ingevoerd in de AERIUS calculator en bijgevoegd in Bijlage 7. De totale emissievracht van de realisatiefase komt uit op 10 kg NOx. Het rekenjaar van de berekening is 2024. Uit deze berekening volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura 2000-gebieden ten gevolge van de realisatie fase (sloop en bouw) worden uitgesloten.
Omschrijving gebruiksfase - Verkeer De woning en het bedrijfspand zullen gasloos gerealiseerd worden. In de gebruiksfase is derhalve alleen sprake van een verkeersgeneratie. Er worden met het projectvoornemen uitgegaan van een verkeersgeneratie van twee vrijstaande woningen (de bestaande woning en praktijkfunctie zijn er al en vormen geen nieuwe ontwikkeling). Door de functiewijzingen blijft de overige verkeersgeneratie ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. Voor de berekening wordt de typologie van een “koop, vrijstaand” gehanteerd. Op basis van de CROW normen geldt een maximumnorm van 8,2 bewegingen per wooneenheid per etmaal voor 1 woning in een matig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom. Dit resulteert in 17 verkeersbewegingen bij twee woningen. Er wordt verondersteld dat het verkeer via de Huurlingsedam, over de Veldwachter tot aan de Zuiderdreef zal moeten rijden om op te gaan in het heersende verkeersbeeld. Er is een stagnatiepercentage van 8% verondersteld op dit traject. De bovenstaande gegevens zijn ingevoerd in de AERIUS calculator en bijgevoegd in Bijlage 7. De totale emissievracht van de gebruiksfase komt uit op 1,0 kg NOx per jaar, en 35,6 gram NH3 per jaar. Het rekenjaar van de berekening is 2024.
Uit deze berekening volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura 2000-gebieden ten gevolge van de realisatie fase (sloop en bouw) worden uitgesloten. Conclusie Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 gebieden. Het planvoornemen is hierdoor niet vergunningplichtig in het kader van de Wet Natuurbescherming. 5.7.5 Conclusuie Het aspect natuurbescherming vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Verkeer en parkeren
5.8.1 Beleid in de gemeente De gemeente Wijchen vraagt om het toepassen van een aantal beleidsstukken die betrekking hebben op het aspect verkeer en parkeren. De belangrijkste aandachtspunten vanuit de gemeente Wijchen zijn het parkeren en de ontsluiting.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
41
5.8.1.1 Mobiliteitsvisie 2020-2030 'Duurzaam onderweg tussen Maas en Waal' Het gemeentelijke mobiliteitsbeleid van Druten en Wijchen lag tot nu toe vast in twee afzonderlijke Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplannen (GVVP’s). Veel van de hierin opgenomen doelstellingen en uitvoeringsplannen zijn inmiddels gerealiseerd, dan wel aan herziening en/of harmonisatie toe. Om het hoofd te bieden aan de steeds grotere opgaven waarvoor de gemeenten staan en in te spelen op sociaal-maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, hebben de gemeenten Druten en Wijchen besloten samen te werken. Ook op het gebied van mobiliteit. De ‘oude’ mobiliteitsplannen van de gemeenten zijn daarom niet alleen geactualiseerd, maar ook samengevoegd tot één mobiliteitsbeleid. Voordat de gemeente Wijchen een beleid kan maken is er echter een visie nodig. De gemeente Wijchen heeft nu een visie gemaakt voor toekomstig verkeersbeleid in de vorm van de moboliteitsvisie 'Duurzaam onderweg tussen Maas en Waal'. In deze visie is rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals zelfrijdende auto's en de gevolgen van woningbouw. De mobiliteitsvisie heeft vijf belangrijke punten om de ambities op het gebied van mobiliteit te kunnen verwezenlijken: 1. 2. 3. 4. 5.
Leefbaarheid in de gemeente Bereikbaarheid tussen de kernen Verbonden met de regio Duurzaam verplaatsen tussen Maas en Waal Verkeersveiligheid
Allereerst is dat leefbaarheid in de gemeente. De gemeente zet binnen de kern Wijchen in op de fietser en voetganger, waarbij we ervoor zorgen dat voorzieningen goed met de auto bereikbaar blijven. De bereikbaarheid tussen alle kernen in Wijchen is van groot belang. Elke verkeersdeelnemer moet tussen de kernen kunnen reizen. De gemeente wil daarnaast verbonden blijven met de regio. Het openbaar vervoer en de fiets zijn in 2030 een realistisch alternatief voor de auto voor reizen van en naar de belangrijkste bestemmingen in de omliggende regio's. Ook zet de gemeente in op duurzaam verplaatsen. Dat wil zeggen dat in 2030 voor iedereen een duurzame manier van vervoer beschikbaar is. En natuurlijk is verkeersveiligheid een overkoepelend en belangrijk punt. 5.8.1.2 Mobiliteitsplan Wijchen (Uitwerking Mobiliteitsvisie) Het mobiliteitsplan is het vervolg op de mobiliteitsvisie en geeft antwoord op de ‘hoe-vraag’. Welke maatregelen worden genomen om de wensen en ambities van de gemeenten Druten en Wijchen waar te maken? In het mobiliteitsplan heeft de gemeente een hele lijst aan maatregelen opgenomen. Deze lopen uiteen van het actualiseren van het parkeerbeleid tot het veiliger maken van bepaalde wegen. En van het verstevigen van bermen tot het stimuleren van duurzame mobiliteit.
In het mobiliteitsplan wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de gemeenten, waardoor de behoefte naar maatregelen mogelijk verschilt per gemeente. De maatregelen voor de gemeente Wijchen om de doelstellingen te bereiken zijn hieronder opgenomen.
42
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
De doelstellingen en bijbehorende maatregelen op basis van het mobiliteitsplan 5.8.1.3 Parkeervisie Wijchen De ‘Parkeervisie Wijchen’ sluit aan op het Mobiliteitsbeleid. Het parkeerbeleid van Wijchen zet in op een passende parkeercapaciteit voor inwoners en bezoekers. Daarnaast stimuleert het duurzame mobiliteit door het faciliteren van goede voorzieningen voor de fiets, deelauto’s en elektrische auto's. De Parkeervisie is een integraal beleidsdocument dat verschillende facetten van parkeren belicht. In het beleidsplan komt onder andere het centrumgebied aan bod en wordt ingegaan op het parkeren van auto’s, fietsen, grote en/of zware voertuigen en de gehandicaptenvoertuigen. Parkeren is een veelbesproken onderwerp. Met het actualiseren van het parkeerbeleid zet de gemeente Wijchen het parkeren nadrukkelijk op de agenda. In het vastgestelde mobiliteitsplan komen de volgende uitgangspunten naar voren: 1. 2.
3.
Gratis parkeren voor iedere doelgroep. Parkeren in Wijchen is gratis. Ook in de twee parkeergarages. De bereikbaarheid met de auto blijft belangrijk. Ook stimuleren we het delen van gezamenlijke voorzieningen zoals deelauto’s. Hiermee kan de parkeervraag in woonwijken veranderen en spelen we in op een milieubewuste manier van bouwen en leven. Parkeren van grote voertuigen is niet toegestaan met uitzondering van enkele locaties op bedrijventerreinen en voor het laden en lossen in de kernen of winkelgebieden.
5.8.1.4 Beleidsregels Parkeernormen Wijchen (2024) Het actualiseren van het parkeerbeleid is als actie opgenomen in het Mobiliteitsplan Wijchen en het Meerjaren Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (MUP). De beleidskaders zijn op 20-06-2024 door de gemeenteraad vastgelegd in de ‘Parkeervisie Wijchen’.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
43
Op 15 juli 2024 zijn de 'Beleidsregels Parkeernormen Wijchen' door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn parkeernormen voor verschillende functies opgenomen. Door middel van een Omgevingsplan met een dynamische verwijzing naar deze beleidsregels zijn de parkeernormen van toepassing verklaard, met normen die afgestemd zijn op de ligging van de locatie en de functionele invulling. Doel van de actualisatie van de parkeernormen was om deze zo vast te stellen dat ze recht doen aan de huidige en toekomstige situatie ter plaatse. Dit betekent dat binnen een gemeente voor dezelfde functie verschillende parkeernormen kunnen gelden. Welke parkeernormen er voor een gebied gelden is onder andere afhankelijk van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod – en de kwaliteit – van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. De gemeente Wijchen valt qua stedelijkheidsgraad -in zijn geheel- in de categorie ‘weinig stedelijk’. Niet elk gebied heeft echter deze stedelijkheidsgraad (OAD).
de bebouwde kom van Wijchen en Batenburg valt onder ‘matig stedelijk’; de bebouwde kom van Bergharen, Hernen en Balgoij valt onder ‘weinig stedelijk’; de bebouwde kom van Niftrik valt onder ‘niet stedelijk’ het buitengebied van de gemeente Wijchen valt onder ‘niet stedelijk’. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen de stedelijke zones (centrum, schil, rest bebouwde kom en buitengebied) van de kernen in de gemeente. Hoe dichter bij het centrum, des te beter normaliter de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm kan zijn. Wijchen is op basis hiervan onderverdeeld in een aantal stedelijke zones. Dit zijn gebieden die qua geografische ligging, ruimtelijke kenmerken en stedelijke dichtheid zorgen voor een bepaald mobiliteitspatroon en bijbehorende parkeervraag. Het begrenzing van het centrumgebied Wijchen is weergegeven in een aparte bijlage. De overige gebieden binnen de bebouwde kom vallen onder de zone ‘rest bebouwde kom’. Alles buiten de planologische bebouwde komgrenzen valt onder ‘buitengebied’. In onderstaande tabel is de indeling samengevat weergegeven.
Figuur: Overzicht stedelijkheidsgraad en stedelijke zones
44
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
5.8.1.5 Beleidsregels uitwegen Gemeente Wijchen 2023 (1 mei 2023) In deze nota beleidsregels uitwegen is de te doorlopen procedure voor de activiteit uitweg opgenomen. Deze beleidsregels gelden voor openbare wegen (Wegenwet) die in eigendom en beheer zijn van de gemeente Wijchen. Ook zijn de toetsingscriteria voor het verlenen van een (omgevings-)vergunning en de inrichtingseisen van uitwegen opgenomen. Het doel van deze beleidsregels is een eenduidig beleid hanteren voor de inrichting van uitritten in de openbare ruimte. En het beoordelen van aanvragen voor (omgevings-)vergunningen voor de activiteit ‘uitweg’. Voor de uniforme inrichting van de uitritten en uitwegen worden de CROW-publicaties als basis gebruikt. De inrichting openbare ruimte moet voldoen aan de laatste CROW eisen. 5.8.2 Uitgangspunten Op basis van de 'Beleidsregels Parkeernormen Wijchen (2024)' is de locatie aangeduid als 'Bebouwde kom van Wijchen en Batenburg'. Naast de parkeernormen op basis van 'Beleidsregels Parkeernormen Wijchen (2024)' dient er voor het project met betrekking verkeer te worden aangesloten bij de verkeersnormen van de CROW (publicatie 381). Voor het plangebied en het planvoornemen wordt aangesloten bij koop (duur) en 'fysiotherapiepraktijken' in de 'Rest bebouwde kom' van een 'Matig stedelijk' gebied.
5.8.3 Verkeer Voor een goede infrastructurele inpassing van het planvoornemen is een onderbouwing met betrekking tot de verkeersgeneratie uitgewerkt waarbij rekening is gehouden met het effect van het uitbreiden van de praktijkruimte en de nieuwe verkeersgeneratie als gevolg van het toevoegen van twee nieuwe woningen. Gekozen is om de toegang (toerit) naar het parkeren bij de woningen en het parkeren bij het praktijkgebouw gescheiden te houden. De parkeerplaatsen voor het praktijkgebouw worden op twee plaatsen aan de Huurlingsedam en op eigen terrein bij de praktijkruimte gerealiseerd. De Huurlingsedam ligt in de 'restbebouwde kom' van een 'matig stedelijk' gebied. Aan de hand van de CROW-kengetallen op basis van publicatie 381 is voor de woningen en de praktijkruimte de verkeersgeneratie bepaald. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de maximale waarden van de CROW. Type
Aantal
Koop, vrijstaand Huur, vrije sector Behandelkamers Fysiotherapiepraktijk Totaal Tabel verkeersgeneratie
2 1 4
Verkeersgeneratie (Maximale norm - CROW 381) 8,6 7,5 18,5
Totaal 17,2 7,5 74 98,7
Van de in totaal berekende 99 verkeersbewegingen per etmaal, worden er 74 toeberekend aan de praktijkruimte. Omdat evenwel de CROW-systematiek uitgaat van een (meest vergelijkbare) praktijk voor fysiotherapie, is het de verwachting dat het gebruik voor de kinderpsychologiepraktijk lager zal liggen. Worst case wordt echter uitgegaan van de 74 bewegingen, ofwel bij een opening gedurende 8 uren per etmaal, gemiddeld 9 tot 10 verkeersbewegingen per uur; circa 5 aankomend en 5 vertrekkend, verdeeld over 2 rij-richtingen. Dit is voor de wegenstructuur en de capaciteit daarvan geen enkel probleem, als ook niet voor de woon- en leefkwaliteit in de wijk. Bovendien betreft het hier de verplaatsing van een reeds bestaande functie.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
45
Via de Huurlingsdam en de Weefster wordt in de nieuwe situatie één extra woningen ontsloten. De bestaande woning daargelaten, zal er een toename zijn van verkeer door in totaal 2 extra woningen. Afgerond naar boven betreft dit gemiddeld 16 (8,6+7,5) autobewegingen per etmaal, ofwel ca. 1 beweging per uur gedurende de dag en avond. Ook dit is geen wezenlijke verandering in het bestaande verkeersbeeld. Aldus zal vanuit het plangebied de verkeerstoename in westelijke richting (1 woning en beperkt verruimde pratijkruimte) en in oostelijke richting (1 woning) aanvaardbaar zijn. 5.8.4 Parkeren Om de parkeerbehoefte voor het project te kunnen bepalen is voor de woningen gebruik gemaakt van de normen zoals opgenomen in de Beleidsregels Parkeernormen Wijchen. Voor de praktijkruimte is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381: 'Toekomstbestendig parkeren: van parkeerkencijfers naar parkeernormen'. Voor functies die niet zijn opgenomen dient gebruik te worden gemaakt van de kencijfers zoals beschreven in publicatie 381 van het CROW, waarbij moet worden uitgegaan van het midden tussen het minimum en het gemiddelde van de bandbreedte. Voor de locatie is aangesloten bij de parkeernormen voor de categorie 'rest bebouwde kom' in een 'matig stedelijk gebied'. De berekening op basis van de Beleidsregels Parkeernormen Wijchen en CROW-publicatie 381 te zien in onderstaande tabel.
Type Koop, vrijstaand Huur, vrije sector Behandelkamers Fysiotherapiepraktijkl
Aantal 2 1 4
Parkeernorm 2,0 (Parkeernormen Wijchen) 1,7 (Parkeernormen Wijchen) 1,625 (gemiddelde tussen het minimum 1,5 en het gemiddelde 1,75)
Totaal Tabel parkeerbehoefte
Totaal 4,0 1,7 6,5
12,2 (13 parkeerplaatsen)
5.8.4.1 Praktijk Op basis van de berekening dienen het voor het planvoornemen afgerond 13 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Omdat er geen kengetallen bestaan voor het aantal parkeerplaatsen bij een psychologiepraktijk, zijn de kengetallen voor fysiotherapiepraktijken gehanteerd. Behandelingen bij fysiotherepiepraktijk duren over het algemeen langer, maar nog altijd minder lang dan bij de kinderpsychologiepraktijk en er zijn nauwelijks of geen cliënten aan het wachten op hun behandeling, terwijl er nog een behandeling gaande is. Dit komt doordat de praktijk in 1 uur een consult van maximaal 45 minuten houdt en dan minimaal 15 minuten voorbereiding en dossierafronding doet in de tussentijd. Voordat een nieuwe cliënt komt, en wellicht een parkeerplaats bezet, is de vorige cliënt dus al vertrokken. Derhalve is ingeschat dat deze kengetallen dicht bij de te verwachten benodigde parkeerplaatsen van een psychologiepraktijk liggen, maar toch nog te ruim zijn. De praktijk bevestigd dit. Zoals eerder in deze toelichting aangegeven, wijst de praktijk uit dat er twee, maximaal drie plaatsen bezet zijn bij de huidige praktijk met drie behandelkamers. Afhankelijk van het aantal behandelkamers, in dit geval vier, komt men voor fysiotherapiepraktijken uit op een parkeerbehoefte van zeven parkeerplaatsen.
Dit is uitgaande van een volledige bezetting van alle behandelkamers gelijktijdig gedurende de dag. Als aangegeven, is vooral het aandeel voor cliënten aan de hoge kant. Dit omdat: behandelingen/consulten netto maximaal 45 minuten duren en bruto 1 uur, waardoor er geen dubbele bezetting en wachttijden zijn; volledige bezetting van alle behandelkamers, achtereenvolgens gedurende meerdere uren, komt
46
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
nauwelijks voor; de praktijk een zeer lokaal verzorgingsgebied kent, waardoor het merendeel van de cliënten per fiets komt. Daarnaast is de resterende norm voor personeel, zijnde drie plaatsen, aan de hoge kant, omdat: de eigenaar bij de praktijk woont en bij de eigen woning parkeert. Al met al is het aldus redelijk om in afwijking van de gemiddelde parkeernorm op een maatgevend moment conform de norm maar naar beneden afgerond 6 parkeerplaats te realiseren. Op de locatie wordt aldus voorzien in zes plaatsen wat overeen komt met de minimale behoefte en wat tevens twee plaatsen meer is dan op basis van de ervaringen in de praktijk bij de bestaande praktijk benodigd is.
5.8.4.2 Woningen De gehanteerde parkeernormering betreft 2,0 parkeerplaatsen per wooneenheid op eigen terrein. Om de wijk te ontlasten is ervoor gekozen om de parkeerplaatsen voor het bezoekersparkeren (3x 0,3 = 0,9) van de woningen ook op eigen terrein te realiseren en wel bij iedere woning informele parkeermogelijkheden. Gezien de doelgroep en aard van de woningen, is voor de bestaande en de nieuwe vrijstaande woningen voorzien in 2 vaste parkeerplaatsen op eigen terrein en opritten waarop aanvullend auto's geparkeerd kunnen worden. Bij iedere woning is aldus parkeergelegenheid voor meer auto's op eigen terrein, waarmee aan de parkeerbehoefte bij iedere woning wordt voldaan. 5.8.5
Conclusie verkeer en parkeren
Verkeerstechnisch gezien wordt er door de planontwikkeling geen verkeers- en parkeerprobleem verwacht. Dit omdat de verkeerseffecten per wegvak beperkt blijven tot hooguit vijf autobewegingen in een uur, gedurende de dag. Daarnaast wordt bij iedere woning en bij de praktijk op eigen terrein voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Dit is enerzijds gemotiveerd vanuit de CROW-richtlijnen en anderzijds gesteund op de feitelijke situatie in de praktijk. Een aantal omwonenden heeft tijdens de omgevingsdialoog hun zorgen uitgesproken over de verkeerssituatie en de parkeertoename. In dat kader hebben initiatiefnemers een aantal toezeggingen gedaan die zullen leiden tot een verbetering van de verkeersveiligheid en tot een ruimer aanbod van parkeervoorzieningen voor de wijk, buiten de openstellingsuren van de praktijk. Zie ook Bijlage 11 waarin de reacties van omwonenden zijn aangegeven.
De veiligheid wordt vergroot door de volgende maatregelen: omdraaien van de locaties voor de praktijk en vrijstaande woning; innemen van de wintergroen haag in de bocht van de Huurlingsedam aan de zuidwestzijde van de locatie en wegnemen van bebouwing aldaar, waardoor de weggebruiker beter 'door de bocht' kan kijken; wegnemen van hagen op eigen terrein bij de kruising Weefster/Huurlingsedam, waardoor ook hier een ruimer zicht ontstaat; haaksparkeren bij de praktijk (aan de Huurlingsedam) wordt gerealiseerd op extra diepe en brede parkeerplaatsen, waardoor gebruikers eenvoudig en in één overzichtelijke beweging in en uit kunnen rijden.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
47
5.9
Archeologie
Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. 5.9.1 Archeologische beleidskaart Wijchen Gemeenten zijn met de inwerkingtreding van de Wamz in grote mate verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Wijchen heeft in 2009 een archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze kaart vormt de onderlegger voor het Wijchens archeologiebeleid en is het gemeentelijk toetsingsinstrument voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen, bouwplannen en andere bodemverstoringen. Op de archeologische beleidskaart (RAAP-rapport 1828, kaartbijlage 2; 2009) is aangegeven op welke gronden archeologische resten zijn te verwachten.
Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede weergegeven van de archeologische beleidskaart.
48
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Figuur: Uitsnede archeologische beleidskaart Wijchen Op basis van de archeologische beleidskaart is er binnen het plangebied sprake van een hoge archeologische verwachting. Bovendien behoort het plangebied tot terrein van de Archeologische Monumenten (AMK). Daarnaast is er rondom het plangebied nog sprake van een archeologische vindplaats met een aandachtszone van 50 meter. Aangezien de locatie niet in het buitengebied maar in de bebouwde kom is gelegen, is archeologisch onderzoek in deze gevallen verplicht bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m². In verband met deze archeologische verwachting is in de omliggende bestemmingsplannen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden. Het planvoornemen betreft een ingreep groter dan de drempelwaarde voor archeologisch onderzoek. Nadere archeologische toetsing is daarom noodzakelijk.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
49
5.9.2 Archeologisch bureau- en inventariserend booronderzoek Om de archeologische verwachting in het plangebied nader in beeld te brengen is door Bureau voor Archeologie onder begeleiding van BOOT Advies een bureau- en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd op de planlocatie. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8 bij de toelichting (Bureau voor Archeologie, rapportnummer 1389, Onderzoeksmeldingsnummer ISSN 2214-6687, d.d. 21 november 2023). Archeologisch verwachting Het plangebied ligt in een bekende archeologische vindplaats op een rivierduincomplex dat langdurig bewoond is geweest. In de directe omgeving van het plangebied bleken bij archeologische onderzoeken bewoningsresten uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd aanwezig te zijn. De onderstaande figuur geeft deze verwachting goed weer.
50
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Figuur: Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken in de omgeving De aanwezigheid van bewoning uit het Laat Paleolithicum, Mesolithicum, de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd kunnen niet worden uitgesloten. Het plangebied ligt aan de Huurlingsedam, een weg die in ieder geval reeds in de 18e eeuw aanwezig is. Ten westen van het plangebied staat boerderij ‘t Slotje. Op deze plek heeft omgrachte en versterkte boerderij gestaan, eventueel met een voorloper in de Middeleeuwen. Op kaarten uit de 18e, 19e en begin 20e eeuw is het plangebied in gebruik als bouwland. De huidige bebouwing stamt uit de jaren ‘70 en ‘80 van de 20e eeuw. In 2019 is in het noorden van het plangebied een sanering uitgevoerd. In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
51
tijd. Het zwaartepunt van de verwachting ligt in het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. De verwachting is dat de bodem grotendeels intact is. Met uitzondering van de gesaneerde zone in het noorden van het plangebied, het zwembad en ter plaatse van de bebouwing. Bij een intacte bodem zijn archeologische resten aanwezig onder een humeus dek van 30 tot 50 cm dik. Archeologische interpreatie van het booronderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in een archeologisch kansrijke zone ligt. In de directe omgeving is veel gevonden. De vijf geplaatste boringen moeten dus uitsluitsel geven over de bovengenoemde verwachting. De locatie van de boringen is weergeven op onderstaand figuur.
Figuur: Boorpuntenkaart met archeologische indicatoren Uit de boringen blijkt dat de top van het rivierduinzand door de mens is omgewerkt. Ter hoogte van boring 1 in het noorden van het plangebied is het oorspronkelijke bodemprofiel geheel vergraven. Op deze plek worden geen archeologische resten meer verwacht. In de overige boringen is (een restant van) een bouwlanddek aanwezig (A-horizont). Dit dek is van vergelijkbare dikte als is gevonden bij onderzoeken in de omgeving van het plangebied (zie hoofdstuk 2.7 van de rapportage). In boringen 2 en 4 zijn baksteenresten aanwezig. Hoewel baksteen al in de Romeinse tijd wordt vervaardigd komt het gebruik van baksteen op het platteland pas in de Nieuwe tijd veel voor. In boring 3 is een 20e-eeuws stuk touw aanwezig dat een recente verstoring aanduidt. De A-horizont is waarschijnlijk
52
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
een bouwlanddek dat in ieder geval van de 18e eeuw tot in de jaren ‘60 van de 20e eeuw is gebruikt. Spreidingen van artefacten en ondiepe sporen zijn in deze bouwvoor opgenomen. Het is mogelijk dat de A-horizont vondsten bevat maar deze zijn in dat geval uit hun oorspronkelijke context gehaald of zijn van elders opgebracht (mestvondsten). De top van het ongeroerde rivierduinzand, de B-horizont, vormt een potentieel archeologisch niveau en is aanwezig in boringen 2, 3, 4 en 5. De top van de B-horizont kan een archeologisch sporenniveau bevatten zoals is aangetroffen bij opgravingen in de omgeving van het plangebied. Het vermoedelijke keramische gruis in de B-horizont kan gefragmenteerd aardewerk zijn uit de IJzertijd of Romeinse tijd. Gezien de vondst van dit mogelijke aardewerk moet er rekening mee worden gehouden dat de B-horizont wellicht (deels) een oude akkerlaag is. Een dergelijke bruine akkerlaag is aangetroffen bij proefsleuvenonderzoek nabij het plangebied (zie zaak 2.447.378.100 in hoofdstuk 2.7 van het rapport). In de dieper gelegen rivierduinafzettingen, de Laag van Wijchen en het Maasterras zijn sporen van bodemvorming afwezig. Afgedekte vegetatie- of loopniveaus zijn tevens afwezig. Daarnaast is de Laag van Wijchen afgezet in een riviervlakte en is waarschijnlijk ongeschikt voor bewoning.
5.9.3 Conclusie en aanbevelingen Op basis van het onderzoek blijkt dat in het plangebied mogelijk archeologische resten aanwezig zijn en de bodem is nog grotendeels intact. Bureau voor Archeologie adviseert daarom een proefsleuvenonderzoek uit te voeren op plaatsen buiten de gesaneerde zone waar dieper wordt gegraven dan 30 cm -mv. Dit geldt voor de nieuw te bouwen woning aan de zuidkant (zie de figuur achterin het rapport). De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Bureau voor Archeologie adviseert het noordelijk deel van het plangebied, waar de sanering heeft plaatsgevonden en waar ook in het verleden onderkelderde bebouwing is gesaneerd, vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.9.4 Vervolgonderzoek RAAP heeft op 3 februari 2025 een archeologisch proefsleuvenonderzoek Bijlage 9 uitgevoerd in het kader van het project ‘Huurlingsedam 81 te Wijchen’ in de gemeente Wijchen. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was om vast te stellen of er behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig waren binnen de contouren van een uit te graven bouwvlak (het onderzoeksgebied) aan de zuidkant van het plangebied. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van een mogelijk aanwezige vindplaats.
Het Programma van Eisen bood de mogelijk om – indien sprake was van een behoudenswaardige vindplaats – in overleg met de bevoegde overheiddoor te starten naar een opgraving. Tijdens het onderzoek is één proefsleuf aangelegd met een totaal oppervlak van 40 m2. Dit komt neer op een dekkingsgraad van 42% van het onderzoeksgebied. Er is één vlak in de top van de C-horizont aangelegd op een diepte van 128 cm -mv (7,0 m NAP). In het vlak werden geen sporen aangetroffen. Bij het onderzoek werden twee vondsten gedaan: een wandfragment prehistorisch aardewerk, daterend in het midden- tot laat-neolithicum, en een fragment verbrande leem dat niet dateerbaar was. De vondsten zijn aangetroffen in een akkerlaag daterend in de late middeleeuwen tot nieuwe tijd en kunnen niet gekoppeld worden aan een vindplaats binnen het plangebied. Gezien de afwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied heeft er geen doorstart naar een opgraving plaats gevonden. Het selectieadvies op basis van het onderzoek is dan ook om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
53
5.10
Cultuurhistorie
Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft de gemeente Wijchen besloten om samen met de gemeenten Beuningen, Druten en Heumen een beleidsnota cultuurhistorie op te stellen. Deze beleidsnota is de planologische borging van cultuurhistorische waarden binnen de Gemeente Wijchen in de vorm van het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen'. Dit parapluplan voegt een dubbelbestemming toe aan het vigerend bestemmingsplan: 'Waarde Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Wijchen is het plangebied aangeduid met een middelhoge cultuurhistorische waarde. In een gebied van middelhoge stedenbouwkundige waarde is dat verband in potentie aanwezig of nog herkenbaar maar aangetast. Het zijn gebieden met een gemiddelde cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting, en/of enige relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren.
Figuur: Uitsnede kaart cultuurlandschappelijle waardering (Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen)
54
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Figuur: Uitsnede kaart cultuurhistorisch historisch beleid (Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen) Op basis van de bovenstaande kaarten blijkt dat de planlocatie een lage cultuurlandschappelijke verwachten heeft. Er is voor dit gebied dan ook geen beleidsmatige vertaling van de cultuurhistorische verwachting.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
55
Figuur: Omgeving van het plangebied in de loop van de jaren (linksboven 1880, rechtsboven 1940, linksonder 1980, rechtsonder 2020, bron: TopoTijdreis)
De locatie van het plangebied heeft lang onderdeel uitgemaakt van het agrarische gebied ten oosten van het centrum van de kern Wijchen. De topografische kaart van 1880 en 1940 laat zien dat het plangebied lang onbebouwd is geweest. Duidelijk is echter wel dat 't Slotje door de jaren heen altijd aanwezig was op het naastgelegen perceel. Ook is duidelijk te zien dat de weg Huurlingsedam al in 1880 dezelfde ligging had. Rond het jaar 2000 is pas de wijk Kerkeveld ontwikkeling. In 2008 is begonnen met de bouw van de wijk Huurlingsedam. Voor die tijd was het gebied voornamelijke gekenmerkt als agrarische grond. Hiermee heeft de omgeving van het plangebied in de afgelopen decennia een gedaantewisseling ondergaan en is de onbebouwde landelijke structuur getransformeerd naar wijkontwikkeling, voornamelijk bestaand uit een variatie van grondgebonden woningen, appartementen en bedrijvigheid. Met het planvoornemen worden twee woongebouwen toegevoegd en vindt er een functieaanpassing bij de praktijkruimte plaats. Hiermee wordt meer aangesloten op de woningvoorraad rondom van het plangebied. De structuur van de Huurlingsedam wordt hiermee niet aangetast. Het voornemen wordt zorgvuldig ingepast in het wijkbeeld. Daarnaast wordt het straatbeeld van de Huurlingsedam, door realisatie van meer en meer open voortuinen, versterkt als contrast met de nieuwbouw-woonstraten in de omgeving.
Ook de blijvend ruime bebouwingsopzet draagt bij aan het van ouds her karakteristieke beeld van de Huurlingsedam, als verbijzondering in de recentelijk gerealiseerde woonwijk. Doordat er nauwelijks historische waarden aanwezig zijn, kan worden geconcludeerd dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen oplevert voor het planvoornemen.
5.11
Leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen die een planologische bescherming genieten (zie paragraaf 5.3). Er is dus op dat gebied geen sprake van (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.12
Water
Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). 5.12.1 Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishoudingen -voorzieningen. Voor dit bestemmingsplan is een digitale watertoets uitgevoerd, de resultaten hiervan zijn bijgevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting. Uit deze blijkt dat er een korte procedure gevolgd dient te worden. De gemeente doet dit in het regulier overleg met het waterschap. Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap en de gemeente.
Uit de ingevoerde gegevens volgt dat
56
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegeneerd wateradvies. Vanwege het gering waterschapsbelang is een aanvraagformulier tevens niet nodig. 5.12.2 Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt. 5.12.2.1 Beschrijvingvan het watersysteem Het plangebied is gelegen in de woonwijk Huurlingsedam van Wijchen. Het maaiveld varieert qua hoogte, tussen 8,2 m 8,6 meter +NAP. Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie is hiermee gelegen op circa 8,4 m+NAP. De bodemsoort ter plaatse van het plangebied is geclassificeerd als 'Ooivaaggrond, lichte zavel'. Dit zijn oude rivierkleigronden zonder minerale eerdlaag en geen roest en grijze vlekken beginnend binnen 50 cm. De bouwvoor bestaat uit lichte zavel.
Ooivaaggronden zijn gronden die voorkomen in laaggelegen gebieden, vaak in de buurt van rivieren of andere waterlopen. Ze worden gekenmerkt door een hoge grondwaterstand en een hoge vochtigheidsgraad. Licht zavel is een bodemtype dat vaak voorkomt in dergelijke gebieden en wordt gekenmerkt door een relatief hoge concentratie aan zavel (klei- en siltdeeltjes). Deze bodems zijn vaak vruchtbaar en geschikt voor landbouwdoeleinden. De locatie bevindt zich op een Terrasrest-rug. Vormsubgroep B43 omvat rivierterrasresten die als zwak ontwikkelde ruggen in het landschap liggen. De ruggen vormen de hogere delen van een door een voornamelijk vlechtend riviersysteem opgebouwd dan wel versneden rivierterras. In hoeverre erosie bij het ontstaan een rol heeft gespeeld, is niet altijd duidelijk. De soms aanwezige dekzand- of rivierduinafzettingen op de rug maken de vorm wat beter zichtbaar.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
57
Figuur: bodemtypologie ter plaatse van het plangebied Doordat de locatie zich in de bebouwde kom van Wijchen bevindt, is de originele bodemsoort geroerd. Op basis van classificering als Ooivaaggronden aan de hand van de bodemkaart zou verwacht worden dat de bodem een hoog klei- en siltgehalte heeft. Uit de beoordeling van de globale bodemeigenschappen per te onderscheiden bodemlaag bij een tijdens het bodemonderzoek genomen boring, valt op dat de grond voornamelijk als zandig omschreven kan worden. Wel is er een concentratie klei- en siltdeeltjes aanwezig, die mogelijk terug te voeren op de ooivaaggronden. Deze concentratie is echter lager dan de bodemkaart deed vermoeden. De weergave van de boorstaat is weergegeven in onderstaande figuur. De volledige rapportage van bodemonderzoek is toegevoegd als Bijlage 5.
58
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Figuur: Globale bodemopbouw plangebied ter plaatse van Boring 01 Het plangebied ligt in peilvak CIT009. Volgens de bodemkaarten ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand GHG op 7,5 m+NAP (90cm m-mv). De gemiddeld laagste grondwaterstand GLG is circa 6,9 m+NAP (151 cm m-mv). De grondwaterstand behoort hiermee tot grondwatertrap VIIo. Het stuwpeil (SP) is binnen het peilvak CIT009 bedraagt 5,5 m + NAP. Op basis van het milieukundig bodemonderzoek (Bijlage 5) bleek de actuele grondwaterstand op 2,4 meter onder maaiveld te liggen. Dit is lager dan de algemene bodemdata deed vermoeden. In het plangebied zijn geen A-, B- of C-watergangen gelegen. Op circa 200 meter van het plangebied bevindt zich het Wijchens Meer, geclassificeerd als A-Watergang met naast gelegen C-Watergang t.b.v. waterbuffering. De locatie ligt in het peilgebied (Citters), het peilvak (CIT009) met het zomer- en winterpeil beide 5,50 m+NAP. Dit is relevant voor de droogleggingseisen waaraan wordt voldaan. Sinds de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Huurlingsedam in 2009 ligt er in de Huurlingsedam een volledig gescheiden rioolstelsel. Het afvalwater van de planlocatie wordt nu ingezameld en getransporteerd via een
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
59
vuilwaterleiding onder vrij verval. Op dit vuilwaterriool mag in geen geval het hemelwater van de planlocatie worden geloosd. Daarnaast ligt in de Huurlingsedam een infiltratieriool voor het inzamelen en verwerken van het hemelwater van de openbare ruimte. Ook op dit riool mag geen hemelwater van de planlocatie worden geloosd. Hemelwater dat valt op terreinverhardingen en in de tuin infiltreert rechtstreeks in de bodem. In de praktijk wordt, ook bij sterke regenval, geen stagnerend water op het perceel waargenomen door eigenaren. De bovenstaande waarneming sluit aan bij de tijdens het bodemonderzoek als zandig geclassificeerde bodemopbouw. In algemeen, heeft zand een relatief hoge infiltratiesnelheid, wat betekent dat water snel in het zand kan infiltreren. De waterdoorlatendheid van zand is echter afhankelijk van de korrelgrootte. Grovere zanddeeltjes hebben meestal een lagere waterdoorlatendheid dan fijne zanddeeltjes. Om meer te weten te komen over de bodemeigenschappen ten behoeve van infiltratie in het plangebied, is de waterdoorlatendheid bepaald aan de hand van de K-waarde. De waterdoorlaatbaarheid is op twee punten op het terrein onderzocht.
Figuur: Meetresultaten en interpretatie doorlatendheid bodem
De berekende K-waarde op locatie K1 behoort tot de kwaliteit goed tot zeer goed. Op locatie K2 ligt de gemeten waterdoorlatendheid significant lager dan op K1, en wordt de score als redelijk geschouwd. Aan de hand van de beoordeling van de doorlatendheid door middel van de K-waarde, kan worden gesteld dat de infiltratie binnen het plangebied als redelijk tot zeer goed omschreven kan worden. De waterdoorlatendheid is onder andere afhankelijk van de bodemgesteldheid (het bodemtype, aanwezigheid van grote holten, scheuren en/of gangen in de grond etc.) en het grondwaterniveau. Er zijn verschillende methodieken en diverse interpretatie mogelijkheden om de doorlatendheid te meten. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid is gekozen om gebruik te maken van de omgekeerde boorgatmethode. Geconcludeerd kan worden dat de berekende k-waarden vallen in de verwachting voor zandgronden in Nederland. Concreet betekent dit dat er lokaal relatief grote verschillen kunnen voorkomen in de waterdoorlaatbaarheid en de berekende waarde enkel een indicatie is voor de locatie. De bepaling van de k-waarde aan de hand van een buis, kan als heel punctueel worden omschreven. In de praktijk gebeurt de infiltratie over een groter oppervlak. Op basis van de uitslag van de k-waarden, kan de bodem de bodem als uitermate geschikt voor infiltratie op eigen terrein worden omschreven.
In de nieuwe situatie zal het water worden geborgen en geïnfiltreerd binnen het plangebied. Dit zorgt voor een waterhuishoudkundige verbetering. 5.12.2.2 Waterbeleid en waterbeheer Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie.
60
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6).
Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het waterschap nodig. 5.12.2.3 Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie.
Gevolgen van/voor het plan In het plan worden nauwelijks aanpassingen gemaakt aan het bestaande watersysteem. De planlocatie is in de huidige situatie voor ongeveer de helft verhard. In de nieuwe situatie zullen de nieuwe woningen voor hemelwater volledig worden ontkoppeld van het riool. Uitgangspunt is dat het hemelwater van de nieuwbouw en verharding op eigen terrein wordt verwerkt. Het hemelwater zal in de nieuwe situatie infiltreren op eigen terrein, door hemelwatergoten en pijpen aan te sluiten op infitratievoorzieningen op eigen terrein in de vorm van kratten. Daarbij zal aan de bergingsnorm worden voldaan. Dit is geconstateerd bij de bepaling van de k-waarde. De bodem is tijdens het milieukundig bodemonderzoek gecategoriseerd als zandbodem en de waterdoorlatendheid van deze bodem valt in de verwachting voor zandgronden in Nederland. Infiltratie op
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
61
eigen terrein zorgt hierdoor niet tot een waterhuishoudkundig probleem. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en de waterhuishouding heeft geen nadelige gevolgen voor de ruimtelijke ontwikkeling. 5.12.2.4 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater moet zo mogelijk verbeterd worden door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en een verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden moeten behouden worden of verder ontwikkeld worden door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn.
Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichtbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/ voor het plan Verontreiniging van hemelwater afkomstig van het dak wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Hierdoor wordt vervuiling van oppervlaktewater voorkomen. Ook terreinverhardingen worden half doorlatend en van niet uitlogende materialen voorzien, zodat hemelwater ter plaatse en aan de randen van paden en parkeerplaatsen infiltreert. Er worden geen waterpartijen aangelegd of aangepast. Voor het afvalwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op de openbare riolering. Voor het hemelwater wordt een tussenkomst van wadi's en/of infiltratiekratten onder parkeerplaatsen voorzien. 5.12.2.5 Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau.
Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Er moet gekomen worden tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Ook is het uitgangspunt dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen
62
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan. Gevolgen van/ voor het plan In onderstaande paragraaf is het aspect waterberging verder toegelicht. Er vindt geen grondwateronttrekking plaats. Per saldo zal door de nieuwe ontwikkeling meer water kunnen infiltreren in het eigen plangebied dan in de bestaande situatie. Dit maakt het plangebied meer robuust en beperkt de verdroging. Door blijvend relatief grote tuinen toe te passen in deze wijk, wordt bijgedragen aan het beperken van warmtestress. Doordat woningen boven straatpeil worden aangelegd en in de omgeving ook de bebouwing boven straatpeil is aangelegd, zal bij een extreme bui allereerst de straat vollopen. Het straatpeil in de omgeving ligt op circa NAP + 8,0 m en het beoogde bouwperceel is hoger gelegen. Wanneer een bouwpeil van minimaal NAP + 8,4 m wordt aangehouden is dit voldoende hoog zodat water op straat niet tot overlast in de woningen en praktijkruimte gaat leiden. Daarnaast is er bij de aanleg van de omliggende wijken van Huurlingsedam een nieuw rioolstelsel aangelegd dat water beter kan afvoeren dan rioolstelsels in de oude kernen.