Huurlingsedam 81 Wijchen_Toelichting
Tekst van het document
Om te voorkomen dat bij een klimaatbui (T=100+10%) het hemelwater naar een buurperceel of de openbare ruimte tot afstroming komt, wordt het maaiveld in de planlocatie niet verhoogd. 5.12.2.6 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m² (stedelijk gebied) en 1500 m² (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geïnfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2).
Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/ voor het plan Op basis van de aanwezige grondsoort kan er vanuit gegaan worden dat hemelwater voldoende kan infiltreren. Ooivaaggronden en lichte zavelgronden hebben over het algemeen voldoende infiltratiemogelijkheden. De bodem is vaak vruchtbaar en heeft een goede waterdoorlatendheid, wat betekent dat regenwater en neerslag makkelijk in de bodem kunnen infiltreren. Toelichting De toename van de bebouwing heeft betrekking op de bouw van de praktijk van de vrijstaande woningen, aangepaste carport en bijgebouw. In totaal betekent dit een toename van 249,5 m². Doel is om de zuid- en noordwestelijke hoek een groene structuur te geven. De afname van het verharde oppervlakte heeft dan ook betrekking op de te verwijderen bestrating aan de zuid- en de noordweselijke hoek
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
63
langs de Huurlingsedam. De vier parkeerplaatsen voor de nieuwe woningen en de oprit aan de huurlingsedam 81 krijgen in de toekomst een groener karakter. Hiervoor wordt er verharding verwijderd en een carport verwijderd. Door het toevoegen van groen neemt het oppervlakte aan onverharde ruimte toe. De afname in m² is geschat op 100 m². Daarnaast wordt de volledige opritverharidng van de bestaande woning vervangen door padvast, dat geheel infiltreert. Dit betreft ca. 300 m2 in totaal. Dit komt het totale verharde oppervlakte ten goede, zoals aangegeven in onderstaande tabel.
Huidige situatie Oppervlak terrein Bebouwing Verharding
m² 3800 500 750
Totaal huidig 1250 m² Figuur: Indicatieve afname verhard oppervlak
Nieuwe situatie Oppervlak terrein totaal Bebouwing Verharding vervaging padvast Totaal toekomstig
m² 3800 750 (+250) 650 (-100) -300 1100 m²
Binnen het plangebied zal een minimale afname zijn van het oppervlakte bebouwing en verharding. Ondanks de toevoeging van woningen zal door het verwijderen van de verharding van de huidige parkeerplaats en het verwijderen van de carport meer groen aanwezig zijn op het terrein. Per saldo zal voor het aspect waterinfiltratie sprake zijn van een verbetering, omdat de nieuwbouw geheel wordt voorzien van infiltratievoorzieningen op eigen terrein, daar waar de weg te nemen bebouwing en verharding nog aangesloten is op het riool. De waterberging voor het afstromende hemelwater met infiltratiemogelijkheid wordt gerealiseerd in het plangebied. Zodoende worden hemelwater en vuilwater gescheiden afgevoerd. Omdat er in plaats van een geheel gesloten aansluiting op het gemengde stelsel met tussenkomst van infiltratiekoffers een aansluiting wordt gecreëerd met een gescheiden stelsel voor hemelwater, zal de natuurlijke waterhuishouding ter plaatse worden hersteld. Gezien de ligging in de bestaande woonwijk en te realiseren bebouwing, zal er ruim voldoende fysieke ruimte zijn in de tuinen om de bergings- en infiltratieopgave geheel op eigen terrein in te vullen. Het watersysteem zal in de nieuwe situatie hoe dan ook meer robuust en flexibel zijn, omdat nu nog een grotere hoeveelheid water versneld naar het rioolstelsel wordt afgevoerd.
Daar voor in de plaats zal bij het nieuwe plan een groter deel op eigen gronden geïnfiltreerd worden. Op basis van de eisen van de gemeente wordt de wateropgave berekend. Vanuit het waterschap geldt geen compensatieverplichting door de geringe toename in het verhard oppervlak. De gemeente eist dat binnen het eigen perceel het hemelwater verwerkt wordt. Het staat de initiatiefnemer vrij op welke manier hij met deze waterbergingsopgave omgaat en welke maatregelen hij treft. De benodigde totale waterberging binnen het plangebied dient te worden berekend volgens Buishand & Veld bij een T=5+10% situatie. Omdat het terrein grotendeels goed infitreert, is aannemelijk dat de waterberging oplosbaar is, zie ook onderstaande kwaardebepalingen als eerder in deze paragraaf toegelicht.
De berging wordt binnen het plangebied gevonden in een combinatie van maatregelen met een statische en dynamische berging middels infiltratiekratten (ca. 3 m3 bij de woningen). Bij de aanvraag activiteit bouwen zal per gebouw de exacte inhoud, vorm en situering van de kratten worden bepaald.
64
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
5.12.2.7 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico's voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico's van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico's van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/ voor het plan Met het voornemen worden twee nieuwe grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. Het bouwpeil van alle gebouwen binnen het plangebied is gelegen boven het maaiveld. Het maaiveld is ten opzichte van de omgeving licht verhoogd en is gelegen op ca. 8,4 m + N.A.P. De Huurlingsedam is met ca.
8,0 m + NAP duidelijk lagen gelegen. Gelet op wat gesteld is in paragraaf 5.12.2.1 kan hiermee voldaan worden aan de eisen voor veiligheid. De drooglegging en de ontwateringsdiepte van het plan is voldoende volgens de eisen, zie voorgaand paragrafen. Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater is gezondheid hier geen knelpunt. 5.12.3 Conclusie Het aspect waterhuishouding levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Met het planvoornemen worden geen ruimtelijke ingrepen gedaan die een negatief effect hebben op de waterhuishouding. Infiltratiemogelijkheden zullen toenemen in vergelijking met de bestaande situatie. Nader wordt onderzocht welke mogelijkheden daarvoor zijn, zowel technisch als qua fysiek geschikte ruimte. Daartoe wordt de k-waarde (infitratiemogelijkheid) bepaald, zodat bij de bouwaanvraag ook een technisch uitgewerkt infitratieplan kan worden bijgevoegd. 5.12.4 Overleg met de waterbeheerder Formeel overleg met de Waterschap Rivierenland in het kader van de watertoets is volgens de nieuwe beleidslijn van het Waterschap verplicht indien toename verharding > 500 m² (stedelijk gebied) en >1500 m2 (landelijk gebied). Hierop volgt een wateradvies van de waterbeheerder. Het advies van de waterbeheerder dient in de waterparagraaf te worden opgenomen. In overige gevallen kan het ruimtelijke plan (i.c.
waterparagraaf) ter kennisneming worden toegezonden aan het waterschap. Er is een digitale watertoets uitgevoerd. Uitkomst van deze watertoets is dat het initiatief een verkorte watertoetsprocedure kan doorlopen. Ook de gemeente is waterbeheerder. De gemeente heeft de waterparagraaf eerder beoordeeld en de reacties zijn in voorliggende paragraaf verwerkt.
5.13
MER beoordeling
Algemeen Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
65
m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang. De activiteit die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’.
Met het planvoornemen worden de bouw van een woning, twee nieuwe woningen door functiewijziging en de bouw van een praktijkgebouw mogelijk gemaakt. Gezien de kenmerken van dit plan, betreft dit geen 'stedelijk ontwikkelingsproject' in het kader van het Besluit milieueffectrapportage, omdat: het plangebied in de stedelijk gebied van Wijchen ligt en het niet bouwen van buitengebied betreft; het plangebied al (deels) bestemd is met de bestemmingen voor stedelijk gebied; het plangebied momenteel al (meer dan in de nieuwe situatie) bouwvlakken en bouwmogelijkheden heeft. Er is geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’ en daarom is het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r. Voor projecten groter dan 100 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden is. Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd kan (maar niet hoeft te) worden. In bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectenbeoordeling is een aantal beoordelingscriteria opgenomen.
Planbeoordeling (conform bijlage III EEG-richtlijn) Kenmerken van het project De realisatie van de woningen en de gebiedstransformatie van een bestaande dorpsomgeving is een project van beperkte omvang. Er is in onderhavig plan sprake van een kleine gebiedsontwikkeling met woningbouw. Er is geen sprake van gebruik van natuurlijke grondstoffen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder of risico op ongevallen. Plaats van het project De gronden zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Wijchen, aan de Huurlingsedam, als onderdeel van een bestaande woonwijk. De gronden zijn al bebouwd en verhard. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de aard van de ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied is niet aan de orde. Realisatie van het plan heeft geen relevante / significante effecten op bodem, waterhuishouding, verkeersaantrekkende werking luchtkwaliteit, bedrijfshinder en externe veiligheid. Dit geldt ook voor het aspect flora en fauna. Dit blijkt uit de vorenstaande verantwoording die in dit bestemmingsplan is vervat. Het
66
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
plangebied ligt op voldoende afstand van Natura 2000 (Uiterwaarden Waal) en het Gelders NatuurNetwerk en zal geen relevante / significante invloed op deze gebieden hebben, zo blijkt uit de stikstoftoets. De resultaten uit de milieuonderzoeken leveren geen belemmering op voor de beoogde woningbouw.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
67
68
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische regeling
Algemene plansystematiek
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden.
6.2
De bestemmingen
Het voorliggend bestemmingsplan bevat een nieuwe juridische regeling. De reden voor de bestemmingsplanherziening is het realiseren van twee nieuwe woningen, aanpassing van bestaande bebouwing voor een praktijkgebouw. Binnen het plangebied komen de bestemming 'Wonen' (W), 'Maatschappelijk' (M) en Verkeer' (V) voor. Op de verbeelding zijn bij deze bestemming de aanduidingen 'bouwvlak' met de bouwaanduidingen 'bijgebouwen' en 'vrijstaand' aangebracht. Deze aanduidingen bepalen op welke locaties de typen woningen en gebouwen gerealiseerd kunnen worden. Ook zijn er maatvoeringsaanduidingen opgenomen voor de maximale bouw- en goothoogte en het maximaal aantal toegestane wooneenheden. Met een bouwvlak is de situering van de woningen vastgelegd. Ook de bijgebouwenregeling is hierop afgestemd; zowel hoofd- als bijgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gesitueerd en bijgebouwen mogen ook binnen de zone 'bijgebouwen' worden opgericht. Daarnaast is binnen de bestemming Wonen ook aanleg van paden, groen, parkeervoorzieningen en waterbergende voorzieningen mogelijk gemaakt. Op basis van uitgevoerd archeologisch onderzoek is er niet langer een dubbelbestemming "Waarde Archeologie 2" opgenomen. Verder ligt er op de zuidwestelijke hoek de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop".
Binnen deze zone gelden regels ten aanzien van de maximale bouwhoogte, zodat de molen voldoende wind kan vangen om functioneel te zijn. Deze dubbelbestemming belemmert overigens de bestaande en nieuwe bebouwing niet.
Het kleine hoekje met een verkeersbestemming betreft een deel van een perceel dat gemeentelijk eigendom is, maar waar nog geen actueel bestemmingsplan geldt. Vandaar dat dit deel is meegenomen in voorliggend plan.
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
69
70
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijk aanvaardbaarheid 7.1
Economische aanvaardbaarheid
De economische uitvoerbaarheid komt geheel voor het risico van de initiatiefnemers, het plan kan voldoende haalbaar worden geacht. De plan- en procedurekosten voor dit bestemmingsplan worden door de initiatiefnemers voldaan. Tussen de gemeente Wijchen en de initiatiefnemer wordt een realisatieovereenkomst gesloten, voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure.
7.2
Maatschappelijke aanvaardbaarheid
Vooroverleg Het concept ontwerp bestemmingsplan is voorgelegd aan de vaste overlegpartners. Daaruit volgt geen aanpassing van het ontwerpplan richting vaststelling.
Omgevingsdialoog Op dinsdag 10 oktober 2023 heeft er een inloopavond plaatsgevonden in zaal De Brink. Van 19:00 t/m 21:30 konden omwonenden en andere geïnteresseerden informatie opdoen over de plannen aan de Huurlingsedam. Het verslag van de omgevingsdialoog is als Bijlage 11 toegevoegd bij de toelichting. Tijdens de avond waren 24 personen aanwezig. Hiervan waren er vier personen aanwezig namens de initiatiefnemers en twee namens Pouderoyen Tonnaer. De avond is gestart met de benoeming van het nut van een omgevingsdialoog. Hierna is het planvoornemen omschreven en is de opbouw van het bestemmingsplan inclusief regels en de toetsing van de milieu-aspecten uitgelegd. Er is hier uitvoering aandacht besteed aan de aspecten cultuurhistorie, water en het doel van de regels. Naast het delen van informatie is de tijd benut voor de beantwoording van vragen en het inventariseren van zorgen in de omgeving. Het merendeel van de aanwezigen had geen vragen of bezwaren tegen het plan. Dit waren met name buurtbewoners die op enige afstand wonen. Kritische vragen en zorgen, werden door enkele directe omwonenden gesteld of geuit. Opvallend tijdens de vragenrondes waren de zorgen over verkeer en parkeren, privacy, uitzicht en schaduw voor en door de directe omwonenden. Samenvattend kunnen de zorgen in twee kernpunten samengevat worden.
Parkeer- en verkeershinder en verminderd uitzicht door de nieuwe praktijk; Privacybeperking, verminderd uitzicht en toenemende schaduw door de nieuwe woning. Reactie van de initiatiefnemers o.b.v. de aandachtspunten van de participatie Tijdens de informatieavond op 10 oktober in wijkcentrum de Brink in Wijchen is het plan uitvoering besproken en zijn de zorgen van omwonenden gehoord. De familie Berens heeft middels een memo gereageerd op de zorgen over verkeer & parkeren, privacy, uitzicht en schaduw die ze gehoord hebben in de dialoog. Deze memo is toegevoegd als Bijlage 12 bij deze toelichting en naar aanleiding daarvan is het plan op een aantal wezenlijke punten aangepast. Zo is de bouw- en goothoogte van de nieuwe woningen teruggebracht (3 meter lager dan de toegestane bouwhoogte van omliggende woningen). Middels deze memo wil de familie Berens aantonen alles te doen om het plan acceptabel te maken voor de
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen
71
buurt. Voor een fijne toekomst is het wenselijk dat de belangen van de buurt serieus genomen worden.
Zienswijzen Naar aanleiding van de zienswijzenprocedure is in goed overleg met de gemeente besloten om de praktijkruimte te handhaven in het bestaande pand aan de Huurlingsedam. Dit leidt tot een geringe wijziging in het verkeersbeeld. deze verschuiving leidt ertoe dat het bestaande pand niet langer tot woning wordt getransformeerd, maar dat er een nieuwe woning op de hoek met de Weefster wordt voorzien. E.e.a. leidt tot een inrichting die beter aansluit bij de wensen uit de omgeving. Het plan wordt daarmee gewijzigd vastgesteld. Verwezen wordt naar de separate zienswijzennota.
72
bestemmingsplan Huurlingsedam 81, Wijchen