CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Adviesrapport MantelzorgNL

Raad openbaar Wijchen 1 februari 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 94837 Informatienota Uitkomsten Mantelzorgonderzoek en speerpunten 2022/ 202321.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zorg voor geoormerkte budgetten, maar ook voor heldere samenwerkingsafspraken en doelstellingen met samenwerkingspartners en investeer in het aanspreken van nieuwe of onbekende doelgroepen. Tip: MantelzorgNL maakte voor iedere gemeente een 10-puntenplan. Het pamflet voor gemeente Wijchen is als bijlage bijgevoegd.

24

5.3

Verbinden

Verbinden wil zeggen: het lokale samenspel tussen zorgvrager, formele en informele zorgverleners en (zorg)organisaties vormgeven. Een goede verbinding op organisatieniveau maar ook op individueel niveau is een voorwaarde voor het goed kunnen vinden en versterken van mensen. Deze verbinding komt tot stand door een gezamenlijke werkwijze, deskundigheidsbevordering en het samenwerking tussen het informele en formele veld. In alle gesprekken komt de wens naar voren om beter samen te werken. Iedere organisatie heeft bijvoorbeeld eigen kennis, die voor andere organisaties heel waardevol kan zijn. Meerdere keren wordt de oproep gedaan om deze kennis van elkaar beter te benutten. Een aantal sleutelfiguren geeft ook aan dat er meer kennis nodig is op mantelzorg en thema’s die met mantelzorg te maken hebben. De verschillende sleutelfiguren noemen ook verschillende netwerken w aarin ze samenwerken. Er is niet een netwerk waar al deze sleutelfiguren deel van uitmaken. Om mantelzorgers eerder in beeld te krijgen en beter te kunnen ondersteunen vinden ze het belangrijk om elkaar te vinden en om samen te werken. Ook hierin proeven we dat er behoefte is aan een (gezamenlijke) visie op mantelzorg op basis waarvan ze ondersteuning kunnen bieden of initiatieven kunnen ontwikkelen.

Hoewel de gemeente als goede gesprekspartner wordt gezien door de verschillende sleutelfiguren voelen zij zich niet altijd gezien of gehoord door de gemeente. Organisatie merken dat er bezuinigd wordt. Gemeente denkt wel mee, maar het lukt niet om mee te investeren aan innovatieve projecten. Ze ervaren dat besluiten achter gesloten deuren worden genomen. Ook zien we in de beleidstukken niet terug wie de belangrijkste samenwerkingspartners zijn en hoe zij betrokken worden bij de totstandkoming van het beleid. 5.3.1 Aanbevelingen 1. Stel een aanjager mantelzorg aan (1fte) Stel een aanjager mantelzorg aan die zich inzet voor het vinden en bereiken van mantelzorgers, bewustwording over mantelzorg, delen van kennis over mantelzorg, maar bovenal verbinden van organisaties die iets voor mantelzorgers kunnen betekenen. Er zijn veel plaatsen waar mantelzorgers gevonden kunnen w orden. Alle organisaties betrokken in dit onderzoek hebben mantelzorgers in beeld. Daarnaast zijn mantelzorgers te vinden in lokale verenigingen, op scholen, in culturele of religieuze gemeenschappen. Een aanjager kan als sleutelfunctie fungeren in het vinden en bereiken van mantelzorgers en het verbinden van de lokale ondersteuningsstructuur voor deze mantelzorgers.

Aanbeveling vanuit de werksessie met professionals: Een aanjager of regisseur mantelzorg is een spin in het web en kan onafhankelijk, wet - en organisatie-overstijgend adviseren en oplossingen vinden. Hij of zij verbindt organisaties en is op de hoogte van het aanbod van de verschillende organisaties en verenigingen. Tip: Verschillende gemeenten werken met een aanjager mantelzorg, maar vullen dit op verschillende manieren in. Gemeente Purmerend heeft bijvoorbeeld een ‘mantelzorgregisseur’ in dienst. Zij is zowel betrokken bij de beleidsvorming als bij de uitvoering van de ondersteuning. In complexe casussen wordt zij betrokken en zet ze haar netwerk in om de juiste ondersteuning te organiseren. Gemeente Arnhem heeft de rol van aanjager juist belegd bij de uitvoeringsorganisatie (zie volgende tip).

25

2. Faciliteer lokale samenwerking De aanjager stimuleert lokaal samenwerken. Geen organisatie kan all een grote maatschappelijke vraagstukken alleen oplossen. Initieer in gemeente Wijchen breed mantelzorgoverleg met werkagenda. Het is van belang te werken aan een professioneel klimaat dat gekenmerkt wordt door openheid, met respect voor elkaars kennis, bel angen en een manier van omgaan met elkaar op basis van gelijkwaardigheid. Zo ontstaat een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid voor de vragen en uitdagingen van mantelzorgers in Wijchen. Betrek zowel uitvoerende professionals als bestuurders. Tip: In gemeente Arnhem zetten ze mantelzorg op de kaart met een Gideons aanpak. Partners die zich conformeren aan ‘het Mantelzorgakkoord’ stellen intern een Gideon aan. Iedere organisatie krijgt de ruimte om op eigen wijze, passend bij de organisatie, het thema mantelzorg aan te pakken. Een verpleeghuis heeft immers heel andere belangen en incentives dan bijvoorbeeld een werkgever. Een aanjager (zie aanbevelingen 5.3.1 ) biedt iedere organisatie de informatie en kennis die zij nodig hebben voor hun aanpak. 3. Investeer in deskundigheidsbevordering Om ondersteuning en hulp op maat aan te kunnen bieden aan mantelzorgers is het van belang dat (zorg)professionals en ondersteuners samenwerken met de mantelzorger.

Dat zij kunnen aansluiten bij de beleving van de mantelzorgers, hen in gesprekken betrekken en responsief te werk gaan vraagt om vaardigheden (zie aanbevelingen 5.1.1). Biedt gezamenlijke trainingen, workshops en andere vormen van deskundigheidsbevordering aan voor het verwerven van ‘nieuwe’ kennis en kennis die aansluit op de laatste ontwikkelingen. De professionals in Wijchen beschikken over expertise en ervaring. Biedt naast brede deskundigheidsbevordering ook aan de lokale partijen een platform voor kennisuitwisseling. Zo leren ze elkaars werkwijze, taken en rollen nog beter kennen. Een belangrijk element in het integraal samenwerken. Aan de andere kant kunnen ze gezamenlijk investeren in deskundigheidsbevordering bijvoorbeeld door cursussen, workshops en trainingen te volgen en organiseren. Tip: MantelzorgNL beschikt over een breed aanbod aan trainingen en workshops met betrekking tot specifieke doelgroepen, kennis en vaardigheden voor het werken met en ondersteunen van mantelzorgers. Denk aan goed samenspel of het goede gesprek. De Mantelzorglijn is dagelijks tijdens kantooruren beschikbaar voor informatie en advies, ook voor vrijwilligers en professionals.

5.4

Verlichten

De groep mantelzorgers en hun situatie is divers. Dat zag je bijvoorbeeld al terug in de verschillende verhalen van de deelnemers aan de focusgroep, maar hoorden we ook in de interviews en weten we inmiddels uit alle verhalen die we bij MantelzorgNL horen. Een mantelzorger ervaart verlichting als zij door ondersteuning kunnen zorgen op eig en wijze, een balans ervaren tussen het mantelzorgen en andere activiteiten in het dagelijks leven en zo met voldoening kunnen mantelzorgen. Hoewel veel organisaties en de mantelzorgers die we spraken Meervoormekaar als organisatie kennen, was een deel van de respondenten niet op de hoogte dat Meervoormekaar ook mantelzorgondersteuning biedt. Het is dus niet duidelijk of en waar mantelzorgers met hun (ondersteunings-)vragen terecht kunnen. Daarnaast zien we dat ondersteuning voornamelijk 26

‘aanbodgericht’ wordt ingezet. Of wel vanuit de bekende bestaande ondersteuningsvormen. Dat is bijvoorbeeld het BOS-project, de voorzieningen vanuit de eigen zorg organisatie of de mantelzorgcafé’s. Als we kijken naar de uitkomsten van de behoeftepeiling en focusgroepen verwachten mantelzorgers in de toekomst meer gebruik te willen maken van respijtzorg. Zij willen dit voornamelijk binnen eigen kring regelen. Aan de andere kant horen we van professionals dat zij ervaren dat er te weinig mogelijkheden voor respijtzorg zi jn zoals dagbesteding en logeerzorg. Beide vormen worden onzes inziens te weinig benut en aangeboden. Ook komt de behoefte aan emotionele steun en een luisterend oor terug in de gesprekken met de professionals. Hoewel het in de behoeftepeiling en focusgroep niet zo expliciet wordt benoemd, merken we onder mantelzorgers dat er wel degelijk behoefte is aan een luisterend oor, begrepen worden door anderen en erkenning voor hun situatie.

5.4.1 Aanbevelingen Aanbeveling vanuit de werksessie met sleutelfiguren: Heb aandacht voor mensen, biedt een luisterend oor en luister naar hun verhaal. Mensen (vooral de oudere generatie) zullen niet snel om hulp vragen. 1. Zorg voor 1 loket waar mantelzorgers terecht kunnen voor informatie en advies Zowel mantelzorgers als professionals zien het belang van het oprichten van één loket waar mantelzorgers en professionals terecht kunnen voor informatie en advies. Informatie over alle relevante regelingen, vormen van ondersteuning, maar ook advies hierover en doorverwijzen naar passende ondersteuning. Zo blijven de mantelzorgers veel bureaucratische handelingen bespaard. Deze rol ligt nu bij Meervoormekaar en kan onzes inziens veel beter worden benut. Ten eerste door echt capaciteit te reserveren (1Fte), ten tweede door een heldere opdrachtformulering en ten derde dat iedereen in het mantelzorgveld er van op de hoogte is. Het is dus belangrijk dat mantelzorgers en professionals weten waar zij terecht kunnen en hier herhaaldelijk via de beschikbare communicatiekanalen over worden geïnformeerd. Deze aanbeveling wordt ook door de sleutelfiguren geadviseerd (hoofdstuk 4.5). 2. Zorg voor voldoende aanbod van draaglast verlichtende ondersteuningsvormen Gebruik daarbij de acht vraaggebieden als uitgangspunt.

Welke vormen van ondersteuning zijn nu beschikbaar, welke vormen van ondersteuning kunnen mantelzorgers bij andere organisaties en wetten gebruiken en waar liggen nog hiaten? Uit de gesprekken kwam naar voren dat vormen van vervangende zorg zoals log eren of dagbesteding nog niet voldoende beschikbaar zijn. Uit de behoeftepeiling komt vooral naar voren dat er behoefte is aan praktische ondersteuningsvormen. Mantelzorgers en professionals benoemen ook dat er sterke behoefte is aan lotgenotencontact. Ook is het van belang om ondersteuning te bieden bij netwerkversterking, zodat mantelzorgers meer gebruik kunnen maken van hun eigen netwerk voor bijvoorbeeld emotionele steun of het delen van mantelzorgtaken. Dergelijke ondersteuningsvormen verlichten de lasten voor mantelzorgers en versterken hun draagkracht. Uiteraard staan hier kosten tegenover, maar goede ondersteuning preventief inzetten brengt ook baten op langere termijn met zich mee. Ga daarover in gesprek met politiek en belangrijke samenwerkingspartners, maar denk ook aan andere financieringsbronnen zoals fondsen, bedrijfsleven en zorgverzekering. 27

Tip: Gemeente Nijmegen biedt dienstenvouchers aan voor mantelzorgers. Mantelzorgers kunnen die verzilveren voor hulp in huis. Tip: Mantelzorg heeft ook raakvlakken met andere levensgebieden zoals werk. Werkgevers kunnen hun werknemers ondersteunen door ‘mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid’ voor werknemers die ook mantelzorger zijn. De gemeente is een grote werkgever in de regio en kan zich ontwikkelen tot een Mantelzorgvriendelijke Werkgever. Daarmee geeft de gemeente een goed voorbeeld voor andere werknemers én wordt een grote groep mantelzorgers in de regio bereikt . 3. Maak het mogelijk dat ondersteuning preventief en integraal kan worden ingezet Hierboven formuleerden we een aanbeveling om een gezamenlijke visie en ambitie te formulieren op het thema mantelzorg. Formuleer daarbij wat wordt verstaan onder preventie en formuleer een gezamenlijke werkwijze hoe mantelzorgondersteuning preventief wordt ingezet. Tip: het familiegesprek Respijtzorg is een vorm van draaglast verlichtende ondersteuning. De mantelzorger wordt daarmee ontlast. Daarnaast is het belangrijk om voorzieningen aan te bieden die draagkracht van mantelzorgers versterken. Een persoonlijk gesprek met mantelzorgers kan bijdragen aan het versterken van hun draagkracht.

Een mantelzorger voelt zich gehoord, de professional krijgt veel informatie over de situatie en kan daarbij passende vormen van ondersteuning zoeken. Ook coaching kan een vorm van een open gesprek zijn waarin thema's als eigen grenzen stellen, omgaan met vraagverlegenheid en de veranderende relatie aan de orde komen. Een andere waardevolle vorm van open gespreksvoering is het familiegesprek. Dit is een gesprek tussen zorgvrager, mantelzorger en andere naasten. De kracht van dit gesprek is een open communicatie met alle deelnemers in het gesprek. Een familiegesprek kan bijdragen aan netwerkversterking en goede samenwerking tussen naasten waardoor zij mogelijk minder een beroep hoeven doen op professionele ondersteuning. Mantelzorgers geven namelijk aan dat zij voor bijvoorbeeld vervangende zorg het liefste een beroep doen op naasten.

28

Bronlijst Bussemaker, J. (2009). Basisfuncties Lokale ondersteuning vrijwilligerswerk en mantelzorg. Den Haag: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De Boer, A., Plaisier, I., & De Klerk, M. (2019). Werk en mantelzorg. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Den Blanken, J., Huis in 't Veld, T., Van Seben, R., & Spit, W. (2021). De maatschappelijke waarde van mantelzorg. Rotterdam: Ecorys. Ecorys. (2021, juli 9). Wat is de waarde van mantelzorg per gemeente? Opgehaald van Mantelzorg.nl: https://www.mantelzorg.nl/nieuws/wat-is-de-waarde-van-mantelzorgper-gemeente/ Ecorys. (2021, juli 9). Wat is de waarde van mantelzorg per gemeente? Opgehaald van MantelzorgNL: https://www.mantelzorg.nl/nieuws/wat-is-de-waarde-van-mantelzorgper-gemeente/ Gemeente Wijchen. (2021). Beleidsplan Wmo, Jeugden Gezondheid 2021-2024. Gemeente Wijchen. (2021). Woonzorgvisie Wijchen (concept). Gemeente Wijchen. (2022). Coalitieakkoord 2022-2026, samen verschil maken. Gemeente Wijchen. (sd). Ketenaanpak dementie in Wijchen. Kooiker, S., De Jong, A., Verbeek-Oudijk, D., & De Boer, A. (2019). Toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 2040. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Levitsky, S. (2014). Caring for our Own: Why There Is No Politica l Demand For Social Welfare Rights. Oxford Scholarship Online. Mezzo. (2017). Model Informele Zorg. Bunnik: Mezzo.

Woittiez, I., Eggink, E., & Verbeek-Oudijk, D. (2019). Wat als zorg wegvalt. Den Haag: SCP.

29

Bijlagen

30

Bijlage 1: rapportage behoeftepeiling

31

Onderzoek Mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

MantelzorgNL Auteur: Eelco Visser Zeist, december 2021

Inhoudsopgave 1.

Werkwijze en presentatie resultaten................................................................. 3 1.1 Gevolgde werkwijze................................................................................... 3 1.2 Presentatie van de resultaten.................................................................... 3

2.

Mantelzorgers in de gemeente Wijchen ............................................................ 4 2.1 Kenmerken mantelzorgers en hun zorgsituatie ......................................... 4 2.2 Mantelzorg verlenen.................................................................................. 8 2.3 Gebruik en behoeften aan mantelzorgondersteuning .............................. 13 2.4 Respijtzorg.............................................................................................. 18 2.5 Mantelzorgwaardering ............................................................................ 21 2.6 Ervaren beperkingen en belasting ........................................................... 21

3.

Samenvatting en conclusies........................................................................... 24

Bijlage 1 Volledig overzicht resultaten

Pagina 2 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

1.

Werkwijze en presentatie resultaten

1.1

Gevolgde werkwijze

Digitale vragenlijst De vragenlijst is opgesteld door Mantelzorg NL en vervolgens voorgelegd aan de gemeente Wijchen voor feedback. Deze is verwerkt in een definitieve lijst die digitaal is aangemaakt en door de gemeente digitaal is uitgezet in november 2021. De vragenlijst bevat vragen die zijn gebaseerd op de volgende indicatoren: • Achtergrondvragen, zoals leeftijd, samenstelling huishouden en geslacht. • Ervaringen met en tevredenheid over keukentafelgesprek. • Ervaringen met en behoefte aan mantelzorgondersteuning. • Gebruik en behoefte aan respijt(zorg), ook uit het informele netwerk. • Al dan niet ontvangen van de Mantelzorg-waardering en de tevredenheid erover. De gemeente Wijchen heeft zich ingespannen om zoveel mogelijk inwoners op de lijst te attenderen. Respons In totaal hebben 242 respondenten interesse in het onderzoek getoond en het gestart. Van hen zijn 171 respondenten met de vragenlijst gestart; in totaal hebben 124 respondenten de gehele vragenlijst ingevuld.

1.2

Presentatie van de resultaten

In hoofdstuk twee worden de resultaten beschreven. Voor diverse variabelen presenteren we, indien dat aan de orde is, de statistisch significante verschillen. Ook vergelijken we, waar mogelijk en relevant, de gegevens met die uit recent SCP-onderzoek (2019).

Pagina 3 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

•

2.1

2.

Mantelzorgers in de gemeente Wijchen

Kenmerken mantelzorgers en hun zorgsituatie

Wie zijn de mantelzorgers die zijn bereikt met dit onderzoek? Wat zijn hun kenmerken en hoe zit hun zorgsituatie eruit? Woongemeente, besef mantelzorger zijn Ongeveer 97% van de 171 respondenten woont in de gemeente Wijchen, 94% zorgt voor een naaste, 4% niet meer en 2% niet. In figuur 1 (n=155) blijkt dat 88% zichzelf als mantelzorger beschouwt. Figuur 1: ik beschouw mezelf als mantelzorger 1% 10%

88%

Ja

Enigszins

Nee

Persoonlijke kenmerken respondenten Figuur 2 (n=125) laat zien dat 40% van de respondenten in de gemeente Wijchen jonger is dan 55 jaar, 50% is tussen de 55 en 75 jaar oud en 10% is 75 jaar of ouder. Recent SCP-onderzoek laat zien dat mensen in de leeftijdsgroep 45-65 jaar het meest frequent en intensief mantelzorg verlenen. Die is ook in het onderzoek in Wijchen, met 46%, ruim vertegenwoordigd. Figuur 3 (n=125) laat zien dat een kwart man is en driekwart vrouw. Landelijk (SCP-onderzoek) is de verhouding 40% man en 60% vrouw. In Wijchen zijn dus relatief veel vrouwen vertegenwoordigd in het onderzoek. Ongeveer 3% geeft aan dat (een van) de ouders buiten Nederland zijn geboren.

Pagina 4 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 2: respondenten naar leeftijd 0% 10%

2% 13%

28% 25%

22% Jonger dan 18 jaar

18 tot 35 jaar

35 tot 45 jaar

45 tot 55 jaar

55 tot 65 jaar

65 tot 75 jaar

75 jaar of ouder

Figuur 3: respondenten naar geslacht

25%

75%

Man

Vrouw

Figuur 4 (n=125) toont dat een grote meerderheid van de respondenten in Wijchen in een gezinsverband leeft met (30%) of zonder (54%) inwonende kinderen. Kijken we in figuur 5 (n=124) naar het opleidingsniveau van de respondenten dan zien we dat circa 55% van de respondenten in Wijchen maximaal een Mbo-opleiding heeft en 35% is met een Hbo of Wo-diploma, hoog opgeleid.

Pagina 5 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 4: respondenten naar samenstelling huishouden

11% 5%

30%

54%

(On)Gehuwd stel met inwonende kinderen

(On)Gehuwd stel zonder inwonende kinderen Eenouder huishouden met inwonende kinderen Eenpersoonshuishouden

Figuur 5: respondenten naar hoogst afgeronde opleiding 8% 3%

20% 27%

10%

32%

Basisonderwijs VMBO / MAVO / LBO MBO HAVO / VWO HBO Wetenschappelijk onderwijs

In figuur 6 (n=124) staat of en in welke mate respondenten de zorgtaken combineren met betaalde arbeid. Zo’n 38% combineert het met betaalde arbeid, 15% met vrijwilligerswerk. Bijna een derde (32%) combineert het niet met betaalde arbeid of vrijwilligerswerk. Figuur 7 (n=62) laat zien dat 15% van de respondenten in Wijchen aangeeft het werk goed te kunnen combineren met de mantelzorgtaken, 43% voldoende en 42% matig of slecht. Vrouwen (42% tegen 11% van de mannen) en vooral respondenten die mantelzorgtaken combineren met 32 uur betaalde arbeid per week of meer (59%) geven vaker aan betaalde arbeid en mantelzorg matig of slecht te kunnen combineren.

Pagina 6 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 6: mate waarin mantelzorgtaken met andere activiteiten worden gecombineerd

23% 32%

27%

15%

3% Ja, met 32 uur of meer betaalde arbeid per week Ja, tussen 16-32 uur betaalde arbeid per week Ja, met minder dan 16 uur betaalde arbeid per week

Nee, maar ik verricht wel vrijwilligerswerk Nee

Figuur 7: mate waarin respondenten mantelzorgtaken en betaalde arbeid kunnen combineren 0%

8%

15%

34%

43%

Uitstekend

Goed

Voldoende

Matig

Slecht

Pagina 7 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

2.2

Mantelzorg verlenen

Zorgvragers en hun woonsituatie Driekwart van de respondenten zorgt voor 1 persoon, 19% voor 2 en 7% voor 3 of meer personen. In recent SCP-onderzoek (2019) biedt 67% hulp aan een persoon, 24% aan twee en 9% aan drie of meer personen. In figuur 8 (n=155) staat voor wie wordt gezorgd. Ongeveer 48% zorgt voor een partner of echtgeno(o)t(e), 33% voor een (schoon)ouder, 7% voor een kind. De 35-45 jarigen (44%) en 45-55 jarigen (55%) zorgen vaker voor meerdere personen. Mannen (81%) zorgen significant vaker voor een partner of echtgeno(o)t(e), vrouwen vaker voor een (pleeg/stief)kind (12%) of (schoon)ouder(s) (39%). De 65-75 jarigen (86%) en 75-plussers (92%) zorgen vaker voor een partner of echtgeno(o)t(e), 45-55 jarigen (68%) en 55-65 jarigen (48%) vaker voor (schoon)ouder(s), 35-45 jarigen (31%) vaker voor een (stief/pleeg)kind. Respondenten die minder dan 16 uur betaalde arbeid combineren met mantelzorgtaken (75%), respondenten die 32 uur of meer bij werken (52%) of 16 tot 32 uur (54%) zorgen vaker voor (schoon)ouder(s). Respondenten in gezinsverband zonder inwonende kinderen (79%) zorgen vaker voor een partner of echtgeno(o)t(e), respondenten in gezinsverband met inwonende kinderen (26%) en binnen een eenoudergezin (17%) vaker voor een (pleeg/stief)kind. Figuur 8: persoon aan wie respondenten meeste mantelzorg verlenen

8%

2% 3%

47%

33%

7% Partner of echtgeno(o)t(e)

(Pleeg/stief) Kind

Ouder(s) of schoonouder(s)

Andere familieleden

Buren, vrienden of kennissen

Anders

Circa 54% van de respondenten in Wijchen zorgt voor iemand in het eigen huis, 34% voor een de zorgvrager die elders zelfstandig woont. Het merendeel van de zorgvragers waarvoor de respondenten uit Wijchen zorgen (93%) woont in de gemeente Wijchen. Landelijk helpt 65% een zelfstandig wonende elders. Respondenten in gezinsverband zonder inwonende kinderen (79%) bieden significant vaker mantelzorg in het eigen huis, respondenten in gezinsverband met inwonende kinderen (55%) en binnen eenoudergezinnen (83%) vaker in het huis van degene die mantelzorg nodig heeft. Mannen (87%) bieden vaker in het eigen huis mantelzorg, vrouwen (43%) vaker in het huis van degene die mantelzorg nodig heeft. Respondenten in een eenoudergezin (33%) of een eenpersoonshuishouden (21%) bieden vaker mantelzorg aan iemand buiten de gemeente Wijchen. Respondenten in gezinsverband met (95%) of zonder (97%) inwonende kinderen bieden nagenoeg allen mantelzorg aan een zorgvrager binnen de gemeente Wijchen.

Pagina 8 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Hulp aan de zorgvrager In figuur 9 (n=152) benoemen de respondenten de oorzaken van de hulpvraag bij hun naaste. De meest genoemde oorzaken zijn een lichamelijke beperking (63%), een chronische en/of levensbedreigende ziekte (35%) en algemene beperkingen als gevolg van ouderdom (30%). De respondenten hebben meerdere oorzaken voor de hulpvraag mogen noemen. Als we de percentages bij elkaar optellen, komen we tot 190%. Dat betekent dat de respondenten gemiddeld 1,9 oorzaken noemen voor de hulpvraag. Bij respondenten van 18 tot 35 jaar (67% en 67%) en 35-45 jaar (25% en 13%) zien we veel vaker dat psychische problemen en verslaving als oorzaak. Bij respondenten binnen een eenoudergezin (67%) en een eenpersoonshuishouden (57%) is de oorzaak vaker algemene beperkingen die samenhangen met ouderdom, bij respondenten binnen een eenpersoonshuishouden is dat ook nog vaker verslaving (14%). Respondenten binnen een gezinsverband met kinderen (24%) en eenouderhuishoudens (17%) noemen gedragsstoornissen vaker als oorzaak. Mannen (90%) noemen vaker lichamelijke beperkingen als oorzaak, vrouwen (34%) algemene beperkingen die samenhangen met ouderdom. Figuur 9: oorzaak hulpbehoefte Andere oorzaak

9%

Gedragsstoornissen, bijvoorbeeld autisme of ADHD

7%

Verslaving

3%

Psychische problemen

10%

Geestelijke achteruitgang/dementie

25%

Algemene beperkingen ouderdom

30%

Chronische en/of levensbedreigende ziekte

35%

Verstandelijke beperking

8%

Lichamelijke beperking

63% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 10 (n=151) laat zien dat de respondenten in Wijchen een breed palet aan hulp bieden; gemiddeld 4,2 soorten. Het vaakst genoemd worden begeleiding praktische zaken en/of bij sociale activiteiten (76%), emotionele steun (68%) en hulp bij administratie en/of financiën (67%). Opvallend is de persoonlijke verzorging. Dat wordt door 58% van de respondenten genoemd, landelijk is dat maar 12%. Respondenten in een gezinsverband met kinderen (45%) bieden vaker opvang in crisissituaties. Mannen vaker huishoudelijke hulp (90%), vrouwen begeleiding bij praktische zaken en/of sociale activiteiten (84%), hulp bij financiën en/of administratie (76%) en toezicht of gezelschap (65%). Naar opleidingsniveau zien we dat respondenten met Hbo (94%) of Wo (100%) vaker begeleiding bieden bij praktische zaken en/of sociale activiteiten. Kijken we naar de mate waarin mensen betaalde arbeid en mantelzorgtaken kunnen combineren dan zien we dat naarmate mensen hier minder goed toe in staat zijn, ze vaker begeleiding bieden bij praktische zaken en/of sociale activiteiten. Pagina 9 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 10: geboden hulp Opvang in crisissituatie

21%

Emotionele steun

68%

Toezicht of gezelschap

60%

Hulp bij administratie en/of financiën

67%

Begeleiding praktische zaken en/of sociale activiteiten

76%

Verpleegkundige hulp

12%

Persoonlijke verzorging

58%

Huishoudelijke hulp

62% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 11 (n=150) toont dat een kwart van de respondenten (25%) 24 uur of meer per week mantelzorg biedt. In Wijchen zorgt 64% meer dan 8 uur per week. Landelijk is dat aandeel slechts 20%. Ook hier is er een samenhang met het relatief vaak zorgen voor partner (huisgenoot). Zorgen voor een huisgenoot is dikwijls intensiever. Respondenten die hun mantelzorgtaken niet combineren met betaalde arbeid of vrijwilligerswerk (39%), geven vaker aan 32 uur of meer mantelzorg per week te bieden. Dat is in lijn met recent SCP-onderzoek (2019). Dat liet ook zien 65-plussers en lager opgeleiden meer hulpuren bieden. In Wijchen zien we deze statistisch significante verschillen niet. Figuur 11: aantal uren mantelzorg per week

12%

5%

19% 20%

5%

26% 13%

Minder dan 4 uur 8 tot en met 16 uur 24 tot 32 uur Sterk wisselend per week

4 tot 8 uur 17 tot 24 uur 32 uur of meer per week

In figuur 12 (n=151) blijkt dat in Wijchen 32% 10 jaar of langer mantelzorg biedt. Zo’n 4% van de respondenten is korter dan een jaar mantelzorger.

Pagina 10 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 12: duur van de geleverde mantelzorg 1%

3%

32% 35%

29%

Korter dan 3 maanden 1 tot 5 jaar 10 jaar of langer

3 maanden tot een jaar 5 tot 10 jaar

Ruim 72% (n=151) is de enige mantelzorger van de zorgvrager. Dat is veel; het betekent dat veel mantelzorgers is de gemeente er alleen voor staan en de zorg niet met hun netwerk kunnen delen. Dat betekent dat in 28% van de gevallen de zorg wel wordt gedeeld met medemantelzorgers. Het delen van de zorg is een beschermende factor tegen overbelasting. Respondenten van 65-75 jaar (87%) en 75-plus (93%) zijn vaker de enige mantelzorger. Dat geldt ook voor respondenten in een gezinsverband zonder inwonende kinderen (85%) en binnen een eenpersoonshuishouden (93%). Mannen (97%) zijn significant vaker dan vrouwen de enige mantelzorger. Indicatie of aanbod professionele hulp of zorg Ongeveer 58% van de respondenten (n=150) geeft aan dat de zorgvrager een aanbod van zorg (een indicatie) heeft voor professionele hulp of zorg, in 32% is dat niet het geval, 10% weet het niet. In figuur 13 (n=86) staat waarvoor deze indicatie is afgegeven. Hulp bij het huishouden (69%) en verzorging en/of verpleging (66%) springen er echt uit. Zo’n 16% zorgt voor iemand in een verpleeghuis of zorginstelling. Hier mochten respondenten meerdere antwoorden noemen. Het totaalpercentage van de antwoorden in figuur 13 is 216%. Dat betekent dat zorgvragers gemiddeld gebruik maken van 2,2 type professionele hulp of zorg.

Respondenten in een gezinsverband met kinderen (79%) geven significant vaker aan een indicatie te hebben voor een zorgvrager. Respondenten die betaalde arbeid slecht kunnen combineren met hun mantelzorgtaken hebben minder vaak een indicatie voor huishoudelijke hulp. Landelijk gezien is er bij mantelzorgers die zorgen voor een huisgenoot in 15% van de zorgsituatie professionele zorg betrokken. Bij niet-huisgenoten is dat 30%.

Pagina 11 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 13: zorg waarvoor indicatie is gekregen Weet niet

4%

Langdurend verblijf

16%

Kortdurend verblijf

4%

Dagopvang of dagbesteding

20%

Begeleiding

37%

Verzorging en/of verpleging

66%

Hulp bij het huishouden

69% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Pagina 12 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

2.3

Gebruik en opbrengsten van en behoeften aan mantelzorgondersteuning

Geboden mantelzorgondersteuning en behoeften In de gemeente Wijchen geeft 60% van de respondenten aan geen mantelzorgondersteuning te ontvangen. In recent SCP-onderzoek (2019) was dat aandeel met 71% wat hoger. Mogelijke oorzaak is dat de gemeente Wijchen ook onder bij hen bekende mantelzorgers voor het onderzoek heeft geworven. Figuur 17 (n=146) laat zien welke vorm van ondersteuning respondenten krijgen. Als respondenten al ondersteuning krijgen, dan is het vooral informatie (14%), advies en begeleiding (12%) of financiële tegemoetkoming (10%) . Alle overige vormen worden door minder dan 10% van de respondenten genoemd. Maar 3% van de respondenten in een gezinsverband met kinderen (3%) en geen enkele respondent die de mantelzorgtaken en betaalde arbeid slecht kunnen combineren krijgen ondersteuning in de vorm van informatie, voor respondenten in een eenpersoonshuishoud en (43%) is dat juist bovengemiddeld vaak wel het geval. De 75-plussers geven vaker aan emotionele steun (23%) en praktische hulp (39%) te ontvangen. Respondenten met maximaal basisonderwijs krijgen vaker advies en begeleiding (75%) en praktische hulp (50%). Figuur 14: mantelzorgondersteuning waar gebruik van wordt gemaakt Ik krijg geen mantelzorgondersteuning

60%

Anders, namelijk

8%

Hulp bij uitbreiden sociaal netwerk, zodat ik zorg kan delen

1%

Materiële hulp

1%

Financiële tegemoetkoming

10%

Zorg tijdelijk overdragen aan een ander (respijtzorg)

2%

Praktische hulp

8%

Educatie

1%

Emotionele steun

3%

Advies en begeleiding

12%

Informatie

14% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Wat levert de ondersteuning de respondenten op? De resultaten staan in figuur 15 (n=117). In de scores zijn, voor het overzicht, de antwoorden helemaal oneens en oneens aan de ene kant van de 5-puntsschaal én eens en helemaal eens aan de andere kant samengenomen. De categorie ‘weet niet/geen mening’ is buiten beschouwing gelaten. Positief is dat bijna twee derde (62%) van de respondenten aangeeft de ondersteuning aan te bevelen aan overige mantelzorgers. Zo’n 43% geeft expliciet aan dat het aan de verwachtingen voldoet, voor 20% geldt het omgekeerde. Op de overige opbrengsten laat figuur 15 zien dat (veel) meer respondenten het eens zijn met stellingen als oneens. Dat betekent dat meer respondenten expliciet aangeven een opbrengst van de mantelzorgondersteuning wel als niet te ervaren. Meer dan 40% van de respondenten geeft expliciet aan zich door de ondersteuning extra gesteund te voelen in het uitvoeren van de mantelzorgtaken (46%), nu beter te weten wat de mogelijkheden zijn voor zichzelf als

Pagina 13 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

mantelzorger (44%) en te ervaren dat de mantelzorgondersteuning gericht is op het eigen belang als mantelzorger (42%). Mannen zijn het over de gehele linie vaker (helemaal) eens met de stellingen dan vrouwen. Significant zijn de verschillen op het extra gesteund voelen in het uitvoeren van de mantelzorgtaken (67% tegen 36% van de vrouwen), het beter in staat zijn ook het eigen leven te leiden (60% tegen 29%), het beter weten wat de mogelijkheden zijn als mantelzorger (60% tegen 33%) en het aansluiten van de ondersteuning bij de eigen wensen en behoeften (67% tegen 21%). Als we de mate waarin respondenten de mantelzorgtaken weten te combineren met betaalde arbeid, dan blijkt dat gemiddeld genomen een meerderheid van de respondenten die dit goed of in voldoende mate kunnen het (helemaal) eens is met de stellingen. Voor respondenten die er matig of slecht toe in staat zijn, zien we dat een meerderheid het er juist niet mee eens is. Figuur 15: ervaren opbrengsten mantelzorgondersteuning Ik zou mantelzorgondersteuning 11% aanbevelen aan andere mantelzorgers

27%

De mantelzorgondersteuning voldoet aan mijn verwachtingen

20%

De mantelzorgondersteuning verwijst mij door naar een organisatie die mij wel kan helpen

24%

De mantelzorgondersteuning is gericht op mijn belang als mantelzorger

20%

De mantelzorgondersteuning sluit aan bij mijn wensen en behoeften

22%

Door mantelzorgondersteuning weet ik beter welke mogelijkheden er zijn voor mij als mantelzorger

18%

Door mantelzorgondersteuning ben ik beter in staat ook mijn eigen leven te leiden Door mantelzorgondersteuning sta ik steviger in mijn schoenen

62%

37%

37%

39%

38%

42%

42%

36%

38%

27%

44%

38%

15%

36%

48%

Door mantelzorgondersteuning voel ik me extra gesteund in het uitvoeren 7% van mijn mantelzorgtaken

0%

43%

37%

48% 20%

(helemaal) Oneens

40% Neutraal

46% 60%

80%

100%

(helemaal) Eens

Figuur 16 (n=48) laat zien hoe de respondenten de totale bijdrage van de ondersteuning inschatten. Op een 10-puntsschaal steeg de mate waarin ze de mantelzorgtaken aankunnen van een 6,6 voordat er ondersteuning was, naar een 6,9 nadat er ondersteuning kwam. Voor de ondersteuning scoorde 29% van de respondenten een cijfer lager dan 6, nadat ondersteuning is gekregen is dat nog 20%.Het aandeel respondenten dat de mantelzorgtaken heel goed aan kan (scores 9 en 10) steeg van 13% voor de ondersteuning naar 25% erna. Kijken we naar de mate waarin respondenten mantelzorgtaken en betaalde arbeid kunnen combineren, dan blijkt dat wanneer ze dit goed kunnen, ze de situatie voordat er ondersteuning was, al als bijna optimaal inschatten. Vanaf ‘voldoende’ kunnen combineren, daalt de startpositie naar 6,4 (voldoende) en 5,5 (matig). Ze ervaren vervolgens wel een stijging van 6,4 naar 6,9 (voldoende) en 5,5 naar 6,3 (matig). Naar leeftijd blijken vooral de 75 -plussers (6,0 voor naar een 6,7 door de ondersteuning) baat te hebben bij de ondersteuning. Het geldt ook voor Pagina 14 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

respondenten binnen een eenpersoonshuishouden (6,3 naar 7,0) en de respondenten die de mantelzorgtaken combineren met 32 uur of meer betaalde arbeid (6,3 naar 7,3). Er zijn ook groepen die geen bijdrage van de ondersteuning ervaren in relatie tot het aankunnen van de mantelzorgtaken. Dat zijn respondenten in een gezinsverband met inwonende kinderen (6,8 naar 6,5), respondenten van 35-45 jaar (5,5 naar 5,3) en 55-65 jaar (7,4 naar 7,3) en respondenten die naast hun mantelzorgtaken nog vrijwilligerswerk verrichten (7,0 naar 6,8). Mogelijke verklaringen zijn dat de ondersteuning niet passend is bij wat nodig is, de zorgsituatie dermate complex is dat er geen simpele oplossing is of respondenten bureaucratische drempels ervaren. De open opmerkingen op pagina 23 lijken in ieder vergal in deze laatste richting te wijzen. Figuur 16: ervaren bijdrage mantelzorgondersteuning aan het aankunnen van mantelzorgtaken

Kan mantelzorgtaken aan nadat ik ondersteuning kreeg of heb gekregen

6,9

Kon mantelzorgtaken aan voordat ik ondersteuning kreeg

6,6

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Wat zijn de redenen om geen gebruik van ondersteuning te maken? Figuur 17 (n=83) laat zien dat de vaakst genoemde reden is dat respondenten niet bekend zijn met de mogelijkheden (52%). Ongeveer 27% heeft er geen behoefte aan. Zo’n 12% geeft aan te denken er niets aan te hebben, voor 7% sluit het niet aan op de behoefte. Onder ‘anders, namelijk’ geven twee respondenten aan zelf ondersteuning geregeld te hebben, twee anderen dat ze op een woonlocatie ondersteuning krijgen en weer twee respondenten dat ze het te druk hebben zich erin te verdiepen. Respondenten in een eenoudergezin (80%) en een eenpersoonshuishouden (100%) geven vaker aan niet bekend te zijn met de mogelijkheden, voor respondenten van 65 -75 jaar (23%) geldt dit veel minder vaak. Deze groep (59%) geeft significant vaker aan geen behoefte aan ondersteuning te hebben. De respondenten van 75 jaar en ouder (50%) geven vaker aan dat ze door zorgtaken niet naar ondersteuning toe kunnen. Niemand in de leeftijdsgr oepen beneden de 65 jaar noemt deze reden.

Pagina 15 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 17: redenen om geen gebruik van ondersteuning te maken Anders, namelijk

13%

Vanwege mijn zorgtaken kan ik er niet naartoe

4%

Ik denk dat ik er niets aan heb

12%

De afstand naar de ondersteuning toe is een probleem

1%

Niet bekend met de mogelijkheden van ondersteuning

52%

De beschikbare ondersteuning sluit niet aan op mijn behoefte

7%

Geen behoefte aan ondersteuning

27% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Een derde van de respondenten heeft geen behoefte aan extra ondersteuning. Figuur 18 laat zien dat als die wens er wel, 32% deze extra ondersteuning wenst in de vorm van financiële tegemoetkoming. Zo’n 22% noemt informatie, 21% praktische hulp en 19% advies en begeleiding. De overige vormen worden door minder dan 10% genoemd. Respondenten in eenpersoonshuishoudens (43%) wensen vaker extra advies en begeleiding. De respondenten die 32 uur of meer betaalde arbeid verrichten naast de mantelzorgtaken (10%) en de respondenten die vrijwilligerswerk verrichten (16%) wensen vaker extra ondersteuning op het gebied van educatie. De groep 65-75 jaar (60%) geeft significant vaker aan geen behoefte te hebben aan extra ondersteuning. Geen van de 18-35 jarigen geeft aan geen behoefte aan extra ondersteuning te hebben en slechts 13% van de 35-45 jarigen. Twee van de drie 18-35 jarigen geven aan extra ondersteuning te wensen op het gebied van emotionele steun, respijtzorg en financiële tegemoetkoming. Ook 63% van de 35-45 jarigen wenst extra ondersteuning in financiële tegemoetkoming. Naarmate respondenten er beter in slagen betaalde arbeid en mantelzorg te combineren, geven ze vaker aan geen behoefte aan extra ondersteuning te hebben.

Het loopt af van 56% geen behoefte aan extra ondersteuning bij de respondenten die het goed weten te combineren naar 0% bij respondenten die hier slecht in slagen.

Pagina 16 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 18: terreinen waarop respondenten (extra) ondersteuning wensen Anders, namelijk

9%

Hulp bij uitbreiden sociaal netwerk, zodat ik zorg kan delen

3%

Materiële hulp

9%

Financiële tegemoetkoming

32%

Zorg tijdelijk overdragen aan een ander (respijtzorg)

4%

Praktische hulp

21%

Educatie

5%

Emotionele steun

9%

Advies en begeleiding

19%

Informatie

22% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Van de respondenten (n=87) geeft 32% aan knelpunten te ervaren in de ondersteuningsmogelijkheden, ruim 10% ervaart geen knelpunten en 58% heeft er geen mening over. De rode draad van de knelpunten is de bureaucratie, het feit dat je alles zelf moet doen en aanvragen en dat het vervolgens lang duurt voor er wat gebeurt c.q. het ondo orzichtig is wát er gebeurt. Veertien van de 24 respondenten die een open opmerking hebben geplaatst, antwoorden in deze lijn. Daarnaast uiten meerdere respondenten onvrede met de (lage) waardering en financiële tegemoetkoming en geven meerdere respondenten aan dat de mogelijkheden tot ondersteuning onduidelijk zijn. Respondenten in een gezinsverband met inwonende kinderen (54%) ervaren significant vaker knelpunten.

Pagina 17 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

2.4 Respijtzorg Van de respondenten (n=130) geeft 15% aan gebruik te maken van formele respijtzorg door zorgprofessionals. Landelijk is dat 16% (recent SCP-onderzoek, 2019). Dat is bijzonder, omdat in de paragraaf over ondersteuning (figuur 14) maar 2% aangaf dit te doen. In absolute aantallen gaat het in figuur 19 om slechts 19 respondenten. Ruim 63% geeft aan dat het om respijtzorg via familie, vrienden en kennissen gaat. Vormen van formele (dagbesteding, logeeradres) respijtzorg, worden door 32% genoemd. Onder ‘anders’ noemen twee respondenten Home Instead. Van de respondenten (n=19) is niemand ontevreden over de geboden respijtzorg. Ruim 47% is er zeer tevreden over, nog eens 26% tevreden, terwijl 26% aangeeft er niet tevreden, niet ontevreden over te zijn. Voor 84% van deze 19 respondenten is de hoeveelheid respijtzorg voldoende, voor 16% niet. Figuur 19: vormen van respijtzorg waar respondenten het laatste jaar gebruik van hebben gemaakt

Anders, namelijk

21%

Kortdurend verblijf/logeeropvang

11%

Dagbesteding/dagopvang

21%

Zorg door vrijwilligers

0%

Familie, vrienden of kennissen

63%

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 20 (n=87) laat zien wat de belangrijkste reden is waarom respondenten er geen gebruik van maken: ze hebben er geen behoefte aan (47%). Ruim een kwart van de respondenten in Wijchen (28%) weet niet wat er mogelijk is en 12% niet hoe ze respijtzorg moet regelen. Dat betekent dat in potentie zo’n 40% geholpen zou kunnen zijn met het wegnemen van eventuele drempels. Onder ‘anders, namelijk…’ plaatsen veertien respondenten een opmerking. De rode draad? ‘Het is nog te overzien, we lossen het zelf, of met bekenden, op’. De 18-35 jarigen geven vaker aan niet weten hoe respijtzorg te regelen (67%) en de mogelijkheden niet te kennen (100%). Dat laatste geldt ook voor de groep 55 -65 jarigen (39%). Naarmate respondenten er beter in slagen betaalde arbeid en mantelzorg te combineren, geven ze vaker aan geen behoefte aan respijtzorg te hebben. Het loopt af van 78% geen behoefte aan respijtzorg bij de respondenten die het goed weten te combineren naar 0% bij respondenten die hier slecht in slagen. Mannen hebben vaker geen behoefte aan respijtzorg dan vrouwen (75% tegen 37%).

Pagina 18 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 20: redenen geen gebruik van respijtzorg Anders, namelijk

13%

Ik heb geen behoefte aan respijt

47%

Zorgvrager wil geen gebruik maken van de respijtmogelijkheid

19%

De kosten zijn voor mij te hoog

1%

Er is geen passende vrijwilliger beschikbaar

1%

Er is geen geschikte respijtmogelijkheid in mijn omgeving

4%

Er is een wachtlijst

2%

Ik krijg geen indicatie of kom niet in aanmerking

4%

Ik weet niet hoe ik respijtzorg moet regelen

12%

Ik weet niet wat de mogelijkheden zijn

28%

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Van welke vormen van respijtzorg denken respondenten in de toekomst gebruik te gaan maken? En waar willen ze die dan krijgen? Figuur 21 (n=128) laat zien dat 34% in de toekomst geen gebruik denkt te gaan maken van respijtzorg. Is die behoefte er wel, dan graag van familie, vrienden of kennissen (38%) of via dagbesteding of dagopvang (16%). Alleen vrouwen (20%) geven het antwoord ‘anders’. Meerdere keren wordt aangegeven dat mantelzorger en zorgvrager het samen wel redden en/of dat respijtzorg niet nodig is. Figuur 21: toekomstige behoeften ten aanzien van respijtzorg Ik denk in de toekomst geen gebruik te maken van respijtzorg

34%

Anders

16%

Kortdurend verblijf/logeeropvang

9%

Dagbesteding/dagopvang

16%

Zorg door vrijwilligers

9%

Familie, vrienden of kennissen

38% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 22 (n=85) toont dat 27% van de respondenten de respijtzorg binnenshuis zou willen ontvangen, 8% buitenshuis, terwijl 28% open staat voor beide varianten (binnenshuis en

Pagina 19 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

buitenshuis). Ook hier geeft een groot deel van de respondenten (37%) aan in de toekomst er geen gebruik van te gaan maken. Figuur 22: plaats waar respondenten toekomstige respijtzorg willen ontvangen

27%

37%

8%

28% Binnenshuis, dus iemand komt naar mijn naaste toe

Buitenshuis, dus mijn naaste gaat naar de respijtmogelijkheid toe Ik sta voor beide opties open Nvt, ik denk in de toekomst geen gebruik te maken van respijtzorg

Pagina 20 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

2.5

Mantelzorgwaardering

De gemeente Wijchen heeft ervoor gekozen om de mantelzorger, onder voorwaarden, te waarderen met een eenmalig bedrag van € 150,00. Ongeveer 67% van de respondenten (n=128) geeft aan de waardering te hebben ontvangen. In Wijchen is 67% (n=86) van de ontvangers van de waardering er (zeer) tevreden over, 9% (zeer) ontevreden. Acht respondenten plaatsen opmerkingen over de waardering. De rode draad? Het bedrag is (veel) te laag en staat niet in verhouding staat tot de gepleegde inzet. Respondenten in een eenouderhuishouden (17%) geven minder vaak aan de waardering te hebben ontvangen. Mannen geven vaker dan vrouwen aan de waardering te hebben ontvangen (84% tegen 61%). Dat geldt ook voor respondenten die maximaal basisonderwijs hebben gehad (100%), VMBO, Mavo of LBO hebben afgerond (92%) en 65-plussers (85%). De 18-35 jarigen (67%) en 45-55 jarigen (65%) geven juist vaker aan de waardering niet te hebben ontvangen. De hoge leeftijdsgroepen, 65-75 (82%) en de 75-plussers (91%), zijn significant vaker (zeer) tevreden over de waardering. Ondanks de kleine aantallen respondenten, zien we dat respondenten die aangeven voldoende, matig of slecht in staat te zijn mantelzorgtaken en betaalde arbeid te combineren, verantwoordelijk zijn voor alle antwoorden (zeer) ontevreden met betrekking tot de waardering.

Geen van de respondenten die goed in staat zijn de taken te combineren zijn er ontevreden over.

2.6

Ervaren beperkingen en belasting

Figuur 23 (n=125) laat zien of en in welke mate respondenten beperkingen ervaren in het dagelijks leven als gevolg van het uitvoeren van de mantelzorgtaken. Een derde (33%) ervaart altijd of meestal beperkingen in de vrijetijdsbesteding buitenshuis, 23% binnenshuis, 35% bij huishoudelijke klussen in eigen huis, 38% bij aandacht en tijd voor jezelf nemen, 28% bij het ontmoeten van anderen. Ook aandacht en tijd voor andere gezinsleden schiet er voor 24% meestal of altijd bij in. Vrouwen geven significant vaker dan mannen aan altijd of meestal beperkingen te ervaren bij de vrijetijdsbesteding buitenshuis (35% tegen 26%). Respondenten die 32 uur of meer betaalde arbeid verrichten naast de mantelzorgtaken (48%) geven vaker aan altijd of meestal beperkingen te ervaren in de aandacht voor zichzelf. Naarmate respondenten het slecht lukt werk en mantelzorg te kunnen combineren geven ze significant vaker aan zich altijd of meestal beperkt te voelen in de vrijetijdsbesteding buitenshuis (80%), binnenshuis (60%), huishoudelijke klussen in eigen huis (60%), aandacht en tijd voor gezinsleden (80%), aandacht voor zichzelf (80%) en ontmoeten van vrienden, familie en kennissen (80%). Voor respondenten di e er matig in slagen de taken te combineren geldt dit voor huishoudelijke klussen in eigen huis (52%) , aandacht voor jezelf (57%) en in het aandacht en tijd kunnen geven aan gezinsleden.

Dat laatste speelt ook voor respondenten die in een gezin met inwonende kinderen leven; 36% ervaart daar altijd of meestal een beperking door de mantelzorgtaken.

Pagina 21 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

Figuur 23: mate van ervaren beperkingen in dagelijks leven door mantelzorgtaken Ontmoeten van vrienden, familie en kennissen

Aandacht en tijd voor uzelf

6%

14%

Aandacht en tijd voor gezinsleden 6%

Huishoudelijke klussen in eigen huis

22%

24%

18%

14%

11% 12%

Vrijetijdsbesteding buitenshuis

17%

17%

52%

51%

21%

Vrijetijdsbesteding binnenshuis

0%

55%

10%

25%

51%

14%

58%

16%

19%

58%

20%

40%

Altijd

Meestal

60% Soms

10% 80%

100% Nooit

Figuur 24 (n=125) laat zien of en in welke mate de respondenten in de gemeente Wijchen zich belast voelen door hun mantelzorgtaken. Het blijkt dat 41% van de respondenten zich niet of hooguit enigszins belast voelt als mantelzorger. Ongeveer een derde (32%) voelt zich gemiddeld belast, 20% tamelijk zwaar en 6% zwaar- of overbelast. Onderzoek van het SCP laat zien dat bijna 1 op de 10 mantelzorgers kampt met (te) zware belasting. Een deel van de verklaring van het verschil is een verschil in vraagstelling in beiden onderzoeken. Mannen voelen zich vaker niet belast (26% tegen 7%), vrouwen vaker zwaar of overbelast (9% tegen 0%). Naarmate respondenten het moeilijker vinden werk en mantelzorg te combineren, voelen ze zich vaker tamelijk zwaar of overbelast. Het aandeel loopt op van 0% voor respondenten die het goed kunnen combineren, via 7% voor de groep die het voldoende kan combineren, naar 43% voor de groep die hier matig en 100% voor de groep die er slecht in slaagt. Figuur 24: ervaren belasting mantelzorgtaken 6%

13%

20% 28%

32%

Niet

Enigszins

Gemiddeld

Tamelijk zwaar

Zwaar-of overbelast

Tevredenheid en knelpunten Tot slot hebben de respondenten nog aan kunnen geven waarover ze tevreden zijn als het gaat Pagina 22 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

om de ondersteuning van mantelzorgers in de gemeente Wijchen en wat knelpun ten zijn. Onderstaand een geclusterd overzicht van de meerdere keren geplaatste opmerkingen. Tevreden: • De ondersteuning die wordt gekregen / ondersteuning is er als deze nodig is / ondersteuning snel geregeld (23 keer). • Mantelzorgcompliment (10 keer) • Aandacht en waardering voor mantelzorg en mantelzorgers (6 keer). • Dit onderzoek (4 keer). • Informatie via weekblad (4 keer). • Ondersteuning door en contact met Sociaal wijkteam (4 keer). Negen respondenten geven bij deze vraag aan over weinig tot niets tevreden te zijn. Knelpunten: • Ondersteunen in de combinatie werk en zorg; financiële compensatie / een vrije dag per week / door praktische hulp die tijdwinst oplevert (11 keer). • Een antwoord op een vraag: één loket voor alle vragen /een contactpersoon die je d irect met vragen kunt benaderen / een vast aanspreekpunt zodat alles minder stroperig gaat / maatwerk / sneller (9 keer). • Lotgenotencontact (4 keer). • Betere informatie / Informatiebijeenkomsten (4 keer). • Hoger bedrag mantelzorgcompliment (2 keer). • Blijven ondersteunen goede voorzieningen zoals Odensehuis (2 keer). Hier geven acht mensen aan dat het prima is geregeld in Wijchen.

De in de laatste vraag geopperde ideeën liggen in het verlengde van de knelpunten: zorg voor één aanspreekpunt in de gemeente of vast contactpersoon per mantelzorger, experimenteer met regelingen die werk en mantelzorg makkelijker te combineren maken of moedig hiertoe aan en verhoog de financiële bijdrage aan mantelzorgers; hetzij via een hoger bedrag voor het compliment, dan wel in een meer vaste of structurele vorm van vergoeding.

Pagina 23 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

3. Samenvatting en conclusies 1. Zo’n 88% beschouwt zichzelf als mantelzorger Dat is een behoorlijk aandeel, zeker afgezet tegen resultaten in recente soortgelijke onderzoeken in andere gemeenten. De wijze waarop respondenten geworven worden voor het onderzoek heeft hier invloed op, wat deze gegevens lastig laat vergelijken. Blijft staan dat een op de acht respondenten in dit Wijchense onderzoek zichzelf niet als mantelzorger ziet. Dat betekent wat, bijvoorbeeld voor het al dan niet zoeken en benutten van vormen van mantelzorgondersteuning die er zijn. Het maakt het voor instanties en organisaties die een bijdrage kunnen leveren aan het prettiger maken of hanteerbaar houden van de zorg, lastig deze groep te bereiken. 2.

Merendeel respondenten is vrouw (76%), 55-plus (60%), leeft in gezinsverband met (30%) of zonder (54%) inwonende kinderen en heeft maximaal een afgeronde Mbo -opleiding (55%) Deze respondentgroepen zijn in de meerderheid in de responsgroep in Wijchen. Daarnaast is 13% van de respondenten jonger dan 45 jaar en 35% hoog opgeleid (minimaal Hbo- of universitair geschoold). 3.

Kleine meerderheid (53%) combineert mantelzorgtaken met betaalde arbeid, voor 40% lukt dit matig tot slecht Van de respondenten van 18-65 jaar in Wijchen die de mantelzorgtaken combineren met betaalde arbeid (53%) geeft 15% aan dat dit goed lukt, 43% voldoende, 34% matig en 8% slecht. Dat betekent dus dat vier op de tien werkende mantelzorgers combinatiedruk of -problemen ervaart. Ongeveer 13% combineert de mantelzorgtaken met vrijwilligerswerk, terwijl 32% het niet combineert met betaalde arbeid of vrijwilligerswerk. 4. Driekwart zorgt voor een persoon, een kwart voor 2 of meerdere personen In dit onderzoek zorgt 75% voor een persoon, 19% voor twee en 7% voor drie personen of meer. 5. Meest gezorgd voor partner of echtgeno(o)t(e) Ongeveer 47% zorgt voor een partner of echtgeno(o)t(e). Precies een derde (33%) zorgt voor (schoon)ouder een partner of echtgeno(o)t(e), 7% voor een (stief/pleeg)kind. Uitgesplitst naar leeftijd en huishoudensituatie zien we logisch te verklaren statistische verschillen. Oudere respondenten zorgen vaker voor een partner of echtgeno(o)t(e), respondenten tussen 45 en 65 jaar vaker voor (schoon)ouders en 35-45 jarigen vaker voor een (pleeg/stief)kind. Mannen zorgen vaker voor een partner of echtgeno(o)t(e), vrouwen voor (schoon)ouders en een (pleeg/stief)kind. 6.

Ruim de helft verleent mantelzorg in eigen huis Circa 54% van de respondenten in Wijchen zorgt voor iemand in het eigen huis, 34% in de woning van de zorgvrager. Kijken we naar de woonplaats van de zorgvragers waarvoor de respondenten uit Wijchen zorgen, dan zien we dat 93% in de gemeente Wijchen woont. Respondenten in een gezinsverband met thuiswonende kinderen (79%) en mannen (87%) bieden vaker ondersteuning in het eigen huis. Opvallend is verder dat respondenten in gezinsverband met (95%) of zonder (97%) inwonende kinderen nagenoeg allen zorgen voor iemand in de gemeente Wijchen. 7. Verreweg de belangrijkste oorzaak hulpvraag is lichamelijke beperking Bijna 63% van de respondenten noemt deze oorzaak. Daarnaast worden algemene beperkingen als gevolg van ouderdom (30%), een chronische en/of levensbedreigende ziekte (35%) en geestelijk achteruitgang en dementie (25%) nog vaak genoemd. De respondenten hebben meerdere oorzaken mogen benoemen voor de hulpvraag van hun naaste. In sommige gevallen Pagina 24 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

heeft de hulpvraag namelijk meer dan één oorzaak. De respondenten in Wijchen noemen gemiddeld 1,9 oorzaak per hulpvraag. Bij respondenten tot 45 jaar zien we veel vaker verslaving of psychische problematiek. Mannen (90%) noemen vaker lichamelijke beperkingen, vrouwen (34%) algemene beperkingen die samenhangen met ouderdom. Gezinsverbanden met inwonende kinderen noemen vaker gedragsstoornissen als oorzaak. 8. Respondenten bieden gemiddeld 4,2 soorten hulp aan De respondenten in Wijchen bieden meer dan een soort hulp aan hun naasten. Gemiddeld beiden ze 4,2 soorten hulp aan, waarbij begeleiding praktische zaken en/of bij sociale activiteiten (76%), emotionele steun (68%), hulp bij financiële en administratieve zaken (67%), huishoudelijke hulp (62%) en toezicht of gezelschap (60%) het vaakst worden genoemd. Vrouwen bieden op veel terreinen vaker hulp dan mannen, wel bieden mannen (90%) vaker huishoudelijke hulp. Opvallend is dat mensen die betaalde arbeid en mantelzorgtaken moeilijk weten te combineren, vaker begeleiding bieden bij praktische zaken en/of sociale activiteiten. Ook hoger opgeleiden (minimaal Hbo) bieden deze begeleiding vaker. 9.

Kwart van respondenten verleent 24 uur of meer per week mantelzorg, een derde 10 jaar of langer Exact 25% van de drie respondenten biedt 24 uur of meer per week mantelzorg biedt. Respondenten die mantelzorg niet combineren met betaalde arbeid (39%), bieden vaker 32 uur of meer per week mantelzorg. Dat is in lijn met recent SCP-onderzoek. Zo’n 32% biedt 10 jaar of langer mantelzorg. 10. Meerderheid zorgt voor iemand met indicatie voor zorg of ondersteuning Zo’n 58% weet dat zorgvrager een indicatie of aanbod professionele hulp of zorg heeft, het vaakst voor verzorging/verpleging en huishoudelijke hulp. Bijna een derde (32%) weet zeker dat er geen indicatie of professionele hulp of zorg is, 10% weet het niet. In 66%% van de gevallen gaat het om verzorging en/of verpleging en nog vaker (69%) om hulp bij het huishouden. Begeleiding (37%) wordt nog vaak genoemd, de overige vormen door 20% of minder. Gemiddeld maken de zorgvragers gebruik van 2,2 type professionele hulp of zorg. Respondenten in een gezinsverband met inwonende kinderen (79%) geven vaker aan een indicatie te hebben. Respondenten die de mantelzorgtaken moeilijk weten te combineren met betaalde arbeid hebben minder vaak een indicatie voor huishoudelijke hulp. 11. Meerderheid ontvangt geen mantelzorgondersteuning In de gemeente Wijchen geeft 60% van de respondenten aan geen mantelzorgondersteuning te hebben.

Hebben ze die wel, dan gaat het vooral om informatie (14%), advies en begeleiding (12%) en financiële tegemoetkoming (10%). Alle overige vormen scoren beneden de 10%. De 75plussers geven vaker aan emotionele steun (23%) en praktische hulp (39%) te ontvangen, respondenten met maximaal basisonderwijs vaker advies en begeleiding (75%) en praktische hulp (50%). 12. Bijna twee derde beveelt ondersteuning aan andere mantelzorgers aan Respondenten hebben aangegeven wat de mantelzorgondersteuning hen oplevert. Dat hebben ze gedaan door aan te geven in hoeverre ze het met een stelling eens zijn. De resultaten laten zien dat in alle gevallen meer respondenten wél dan geen bijdrage ervaren van de ondersteuning. Zo geeft 46% aan zich door de mantelzorgondersteuning extra gesteund te voelen in het uitvoeren van de mantelzorgtaken, tegen 7% niet. Bij het beter kennen van de mogelijkheden als mantelzorger is het verschil met 44% eens tegen 18% oneens ook groot. Het kleinst is het verschil bij het beter in staat zijn het eigen leven te kunnen leiden; 36% ervaart dat de mantelzorgondersteuning hieraan bijdraagt, 27% niet. Het grootste verschil zien we bij de stelling ‘ik zou de mantelzorgondersteuning aanbevelen aan andere mantelzorgers’. Daar is 62% Pagina 25 van 36 Rapport Onderzoek mantelzorgers gemeente Wijchen 2021

het mee eens en 11% oneens. Dat betekent dat er meer ambassadeurs voor dan criticasters van het aanbod zijn. 13. Respondenten die betaalde arbeid en mantelzorg matig of slecht weten te combineren met mantelzorgtaken, zijn minst positief over bijdrage van de mantelzorgondersteuning Het voelt als een wat paradoxale conclusie, maar we zien het in meer onderzoeken: naarmate respondenten hun mantelzorgtaken moeilijker met betaalde arbeid weten te combineren, ervaren ze minder vaak een positieve bijdrage van de ondersteuning. Anders gezegd: de respondenten die de ondersteuning het meest kunnen gebruiken, ervaren de minste opbrengsten ervan. Conclusie is dat wanneer je wat vastloopt in de combinatie, er meer of andere ondersteuning nodig is dan wat de reguliere ondersteuning biedt of kan bieden. 14. Overall kunnen respondenten hun mantelzorgtaken iets beter aan door mantelzorgondersteuning De respondenten hebben aangegeven op een 10-puntsschaal hoe goed ze hun mantelzorgtaken aankonden voordat ze ondersteuning kregen en of en hoe dat door de ondersteuning is veranderd. Het gemiddelde cijfer voordat mantelzorgondersteuning werd ontvangen was 6,6, na de ondersteuning bleek het gemiddelde gestegen te zijn naar 6,9. Die stijging betekent vooral iets voor de bovenkant van de toegekende scores: voor de ondersteuning gaf 13% van de respondenten het cijfer 9 of 10, erna was dat een kwart.

Aan de onderkant gaf 29% een cijfer lager dan 6 voor de ondersteuning, erna was dit nog 20%. Wie hebben er vooral baat bij? Respondenten die betaalde arbeid en mantelzorgtaken ‘matig’ weten te combineren (stijging van 5,5 naar 6,3), de 75-plusers (6,0 naar 6,7), respondenten binnen een eenpersoonshuishouden (6,3 naar 7,0) en respondenten die de taken combineren met 32 of meer uren betaalde arbeid per week (6,3 naar 7,3). Opvallend is dat voor een aantal groepen de ondersteuning een tegengesteld effect heeft. Dat kan zijn omdat ze bepaalde verwachtingen van de ondersteuning hadden, die niet zijn waargemaakt. Bij respondenten in gezinsverband met inwonende kinderen is het verschil het groots (6,8 voor ondersteuning, 6,5 erna). 15. Onbekendheid met mogelijkheden belangrijkste oorzaak om geen gebruik te maken van mantelzorgondersteuning Meer dan de helft (52%) van de respondenten geeft aan de mogelijkheden onvoldoende te kennen. Ruim een kwart (27%) heeft geen behoefte aan ondersteuning, 12% zegt te denken er niets aan te hebben en voor 7% sluit de ondersteuning niet aan bij de behoefte. Alle respondenten die leven in een eenouder- of eenpersoonshuishouden geven aan onbekend te zijn met de mogelijkheden, de groep 65-75 (59%) geeft vaker aan geen behoefte aan ondersteuning te hebben, de 75-plussers (50%) vaker dat ze door hun zorgtaken niet naar de ondersteuning toe kunnen. 16.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=8b0bc658-6a57-40b0-9f7b-33ebbb48daef