Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022 Toelichting
Tekst van het document
4.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De in dit kader belangrijkste beleidsdocumenten worden hierna behandeld. 4.3.1
Gebiedsperspectief Centrum Wijchen 2030
4.3.1.1 Algemeen Het centrum van Wijchen staat voor een aantal substantiële uitdagingen (leegstand, bereikbaarheid, beleving) om zijn belangrijke functie voor de kern te behouden. Er zijn in dit kader reeds verschillende (ruimtelijke) ontwikkelingen op handen, die het karakter van het centrumgebied gaan beïnvloeden. Zo is recentelijk het woningbouwproject Oostflank afgerond en is de parkeergarage bij het station begin 2018 in gebruik genomen. Het vrijgekomen gemeentekantoor en het gebied rondom de bioscoop en de Sint Jozeflocatie dienen in de toekomsten (her)ontwikkeld te worden. Deze ontwikkelingen zijn voor de gemeente Wijchen aanleiding geweest om het 'Gebiedsperspectief Centrum Wijchen 2030' vast te stellen. Hierin is het tienpuntenplan opgenomen, ook reeds eerder in dit plan benoemd: 1. Streven naar een compact, vitaal winkelhart; 2. Ruimte bieden in de toeloopstraten van het centrum; 3. Meer betrekken van de cultureel-historische identiteit; 4. Activeren van groene verblijfsruimten; 5. Investeren in ontbrekende verbindingen; 6. Benutten van de lusten, vermijden van de lasten van parkeren; 7. (Her-)ontwikkelen van locaties en reserveren van strategische ruimte; 8. Integraal afwegingstraject (discount-)supermarkt; 9. Creëren van samenhang door verevening; 10. Samenwerken in publiek-private arrangementen. In Wijchen is het al jaren goed wonen, werken en leven.
Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente het komende decennium zal blijven groeien. De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld 4.3.1.2 De juiste woning voor elk huishouden Zowel starters, doorstromers als ook ouderen vormen een grote groep op de woningmarkt. Wijchen is een echte gezinsplaats. In deze levensfases zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huur- naar een koopwoning. Ontwikkelaars hebben veel interesse om voor deze groepen te bouwen, in zowel de koop- als de huursector. Er wordt ruimte geboden dit te doen, maar hierbij wordt wel meegewogen dat er geen sprake is van een overschot aan woningen op termijn. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan het gebiedsperspectief De uitgangspunten van het onderhavige bestemmingsplan zijn direct afgeleid van het tien puntenplan uit gebiedsperspectief waarmee het bestemmingsplan volledig in lijn is opgesteld met het gebiedsperspectief Centrum Wijchen 2030. Voor een nadere toelichting op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt verwezen naar de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het ‘Gebiedsperspectief Centrum Wijchen 2030’. 4.3.2
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de in deze paragraaf aan bod gekomen beleidsdocumenten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, geur, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid (weg en spoor)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Voorliggend bestemmingsplan voorziet ondermeer in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten (woningen in de vorm van appartementen en grondgebonden woningen). Om deze reden is er een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai verricht. De conclusies van het onderzoek worden hieronder weergegeven. In bijlage 3 is het volledige onderzoek opgenomen. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied (binnenstedelijk gebied of buitenstedelijk gebied). De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
Het plangebied ligt in ‘stedelijk’ gebied. Initiatiefnemer wenst meerdere woningen en/of appartementencomplexen te realiseren binnen het plangebied. Om dit te kunnen realiseren wordt voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Onderdeel hiervan is het opstellen van een akoestisch onderzoek. Dit onderzoek is door Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV uitgevoerd en opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. In dit rapport is de geluidbelasting op de gevel (gevelbelasting) berekend ten gevolge van het omliggende wegennet. Ook is in het kader van de goede ruimtelijke ordening voor deze “Nieuwe situatie” bepaald wat de cumulatieve geluidbelasting van alle wegen ter hoogte van het nieuwbouwproject is, zodat bezien kan worden of extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn.
Wet geluidhinder Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder kunnen de volgende conclusies worden getrokken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) of het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke, civieltechnische, verkeerskundige en financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. De onderbouwing hiervan is te vinden in paragraaf 4.3 en 4.4 van het akoestische onderzoek. Cumulatie Wet geluidhinder Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval is dit niet aan de orde. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde bedraagt 63 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘tamelijk slecht’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn.
Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel en/of dak. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het treffen van deze maatregelen is als voorwaardelijke verplichting binnen de regels van voorliggend bestemmingsplan opgenomen. Karakteristieke geluidswering van de gevel
Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Uit raadpleging van de geluidplafondkaart blijkt dat het meest nabij gelegen punt van de ten noorden gelegen spoorlijn op circa 350 meter afstand van het meest noordelijke gedeelte is gelegen. In bijlage 3 van het akoestische onderzoek zijn de rekenresultaten te vinden als gevolg van de berekening ‘railverkeerslawaai’. In onderstaande tabel zijn de rekenresultaten van het beschouwde spoortraject samengevat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
De lager gelegen verdiepingen hebben een aanzienlijk lagere geluidbelasting doordat hier meer afscherming plaats vindt door andere gebouwen die tussen het spoor en het plangebied liggen. Voor de (relatief) nabijgelegen spoorlijn geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai van 55 dB nergens wordt overschreden. Tevens is te zien dat de geluidbelasting dusdanig laag is dat de geluidbelasting ten gevolge van het spoor als akoestisch niet relevant beschouwd kan worden. Cumulatief gezien heeft de geluidbelasting van het spoor, daar waar de geluidbelasting groter of gelijk is aan 53 dB, geen invloed. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. Het aspect industrielawaai als bedoeld in de Wgh vormt daarom geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat de geluidsbelasting van individuele bedrijvigheid in paragraaf 5.5 (Milieuzonering) aan bod komt. 5.1.3
Conclusie
De geluidbelasting door het wegverkeer op de twee geprojecteerde appartementencomplexen aan de Meerdreef is hogere dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. Voor deze twee complexen moet een hogere waarde worden vastgesteld door het college van B&W. In het kader van de goede ruimtelijke ordening is aan de hand van het hiervoor opgenomen akoestische onderzoek de gecumuleerde geluidbelasting vanwege het wegverkeer is bepaald. Bij een aantal toekomstige woningen is de gecumuleerde geluidbelasting hoger dan 53 dB. Volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. In een aanvullend bouwakoestisch onderzoek moet worden onderzocht of aanvullende gevelmaatregelen nodig zijn om de binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit 2012 te halen. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Het aspect geluid vormt met inachtneming van bovenstaande naar verwachting geen belemmering, mits bij bouw toepassing plaatsvind van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen welke een binnenniveau van 33 dB creëren en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarborgen.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld 5.2.2
Situatie plangebied
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een bodemkundig onderzoek uitgevoerd (bijlage 4). In het onderhavige voornemen krijgt het plangebied andere inrichting. In dit kader is door Tauw een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Met het onderhavige onderzoek is de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem op drie locaties in het centrum van Wijchen vastgesteld: locatie oude gemeentehuis en parkeerplaats aan het Europaplein (deelgebied 1), locatie voormalige school, nu parkeerplaats aan de Don Emanuelstraat (deelgebied 2) en locatie grasveld en bestrating tussen Elckerlycweg en Don Emanuelstraat (deelgebied 3). Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat: • • • • • • • • •
Op alle drie de deellocaties in de bovengrond bijmengingen met baksteen, beton, asfalt of puin zijn waargenomen; In de bovengrond van locatie G1-west zink of PCB boven de achtergrondwaarde is gemeten; De bovengrond op locatie G2 plaatselijk verontreinigd is met lood boven de achtergrondwaarde; In de bovengrond van locatie G3 een gehalte lood boven de achtergrondwaarde en een gehalte PCB boven de tussenwaarde is gemeten; De ondergrond op alle drie de locaties niet verontreinigd is met een van de onderzochte parameters; In het grondwater op alle drie de locaties barium, molybdeen, xylenen, naftaleen en/of tetrachlooretheen boven de streefwaarde is gemeten; De resultaten komen overeen met de informatie uit het vooronderzoek; Op locatie G1-west in een mengmonster een licht verhoogd gehalte asbest van 3,0 mg/kg d.s. is gemeten, deze waarde ligt ruim beneden de waarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.); In de andere mengmonsters voor het asbestonderzoek geen asbest is gemeten.
Op basis van de resultaten bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen herinrichting van de locatie. Wel wordt geadviseerd dat deelgebied 3 aanvullend onderzocht moet worden. Dit aanvullend onderzoek is door Tauw in opdracht van de gemeente Wijchen uitgevoerd en als bijlage 5 toegevoegd bij deze toelichting. Hierin is deelgebied 3 aanvullend onderzocht. Uit dit onderzoek is het volgende naar voren gekomen.
Verkennend bodemonderzoek Uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een zintuiglijk verontreinigde bodemlaag. Analytisch zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen gemeten in de grond en een streefwaarde overschrijding in het grondwater. Voor asbest in grond is de locatie voldoende onderzocht. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetoond in de grond. Funderingsonderzoek Uit de analyseresultaten blijkt dat het puin indicatief voldoet aan de samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. Op basis van de emissie van de geanalyseerde parameters blijkt dat het materiaal wordt aangemerkt als niet vormgegeven bouwstof. In het geanalyseerde puinmonster is asbest gemeten. Het betreft een indicatief onderzoek, waardoor een gewogen gehalte niet vastgesteld kan worden. In het geanalyseerde puinmonster is geen asbest gemeten. Aanvullend onderzoek PCB Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat in geen van de geanalyseerde monsters PCB boven de detectiegrens is gemeten. De tussenwaarde overschrijding aan PCB uit het vorig onderzoek is niet opnieuw aangetoond. We concluderen dat het een incidentele uitschieter betreft en dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er ten aanzien van het aspect bodem geen belemmeringen bestaan voor de herstructurering van het centrum van Wijchen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit is in het kader van voorliggend bestemmingsplan voldoende in beeld gebracht. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de nieuwbouwplannen.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van het centrum van Wijchen, waarbij (gebaseerd op het VO-plan) vast staat in welke mate de functies aan het plangebied toegekend worden. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling van “Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” ver beneden de volumes blijft die ten aanzien van kantoren en woningen als grens zijn gesteld in de NIBM projecten. Eveneens is ten aanzien van het plangebied geen substantiële verkeersaantrekkende werking te verwachten gezien het feit dat het bestemmingsplan voor een belangrijk deel voorziet in de herstructurering van het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld centrum. Voorgaande betekent dat de consequenties op het gebied van luchtkwaliteit geen belemmering vormen voor de realisatie van het plan. Tevens is sprake ter plaatse van het plangebied van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. 5.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uit raadpleging van de risicokaart (www.risicokaart.nl) is gebleken dat op enige afstand van het plangebied een LPG-station en een hockeyclub liggen. Het plangebied is echter ruimschoots buiten de risicocontouren van deze objecten gelegen. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen aardgastransportleidingen van de Gasunie of zijn geen andere transportroutes over weg of water van gevaarlijke stoffen aanwezig. Wel ligt de planlocatie op circa 350 meter van de spoorlijn Nijmegen-Den Bosch. Over deze spoorlijn worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het plangebied ligt conform de gemeentelijke Beleidsvisie Externe Veiligheid in zone 3 (toxisch scenario; 200-1500 meter). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld Voor het oprichten van kwetsbare objecten binnen deze zone kan een standaardverantwoording worden toegepast. Standaardverantwoording Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de risicobron. Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet.
Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van de gemeente Wijchen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen en de daarin gemaakte keuzes. Het aspect externe veiligheid vormt op basis van het voorgaande geen belemmering voor het planvoornemen. Overige Voor het overige blijkt uit de inventarisatie dat de locatie: • • • •
5.4.3
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie
Het project is in overeenstemming met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of bedrijven op een passende afstand van milieugevoelige objecten worden gesitueerd. 5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In voorliggend geval kan worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’, gezien de ligging in het centrumgebied van Wijchen. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft inzicht in de milieuhinder van inrichtingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in concrete herstructurering van het centrum van Wijchen. Tevens voorziet in een verruiming van de reeds bestaande mogelijkheden ten aanzien van appartementen en grondgebonden woningen als ook bedrijvigheid, hotel en commerciële ruimtes en horeca. Daarom dient rekening te worden gehouden met het aspect ‘milieuzonering’ ten aanzien van hindergevoelige objecten in de directe nabijheid van de deelgebieden. •
Het begrip 'gebied met functiemenging' wordt gebruikt om een gebied aan te duiden waar men te maken heeft met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd of waar men een grote levendigheid tot stand wil brengen.
•
Een gebied met functiemenging wordt gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging onder welke voorwaarden toelaatbaar zijn. De VNG-brochure bevat daarvoor geen richtafstanden, maar kent drie milieucategorieën aan de hand waarvan de toelaatbaarheid van activiteiten wordt beoordeeld. Bedrijven van categorie A zijn toelaatbaar aanpandig aan woningen. Bedrijven van categorie B zijn toelaatbaar wanneer bouwkundig afgescheiden van woningen en bedrijven van categorie C zijn toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg.
5.5.3.2 Externe en interne werking De gemeente Wijchen is voornemens, samen met projectontwikkelaar, om binnen het plangebied levendigheid creëren. Bij het toekennen van de op de plankaart opgenomen bestemmingen is daarom gebruik gemaakt van de 'A,B,C-lijst' van de VNG. Binnen een gebied waar functies met een milieubelastende activiteit van elkaar gescheiden worden, kan gebruik worden gemaakt van de VNG-lijst in bijlage 1 van de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze lijst zijn indicatieve richtafstanden voor woningbouw nabij verschillende typen bedrijven opgenomen. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Binnen deze richtafstanden is hinder ten gevolge van het betreffende bedrijf niet uit te sluiten. Woningbouw binnen deze richtafstand is inpasbaar, indien aangetoond wordt dat (eventueel na het treffen van maatregelen) voor het betreffende bedrijf een kleinere richtafstand van toepassing is. Het plangebied omvat het dorpscentrum van Wijchen en de nabije omgeving hiervan. Verder zijn er woonwerkgebieden aanwezig met kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid en zijn er in en om het plangebied centrumtoegangswegen gelegen.
Om deze redenen is het plangebied te typeren als 'gebied met functiemenging'. Er is geïnventariseerd welke bedrijvigheid voorkomt in de (de omgeving) van het plangebied. Alle bedrijven die in de buurt van het gebied voorkomen beschikken over een milieuvergunning op grond van de Wet Milieubeheer of over een melding ingediend op grond van een Algemene Maatregel van Bestuur. De aanwezige kleinschalige bedrijvigheid heeft geen tot weinig invloed op de milieusituatie aldaar. Eveneens gaat het bij het aspect ‘millieuzonering’ om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ wordt beschouwd als een niet milieubelastende functie voor de omgeving. Er is daarom geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. De overige functies die in het plangebied worden toegestaan, ‘horeca, hotel en commerciële functies’, kunnen worden geschaard onder de 'A,B,C-lijst' van de VNG. Binnen het plangebied kan, waar van toepassing daarom gebruik worden gemaakt van deze VNG-lijst.
Deze functies zijn naar aard en omvang goed inpasbaar in een gemengd (centrum)gebied en vormen daarom naar verwachting geen belemmeringen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden als bewoners zowel binnen als buiten het plangebied. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van het plangebied en haar ontwikkelingen welke zij mogelijk maakt sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.7
Ecologie
5.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.2
Gebiedsbescherming
5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. . De locatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen ten zuidwesten van het plangebied op circa 8 kilometer afstand. Dit betreft het Natura 2000-gebied “Rijntakken”. Van directe effecten op Natura 2000-gebieden, bijv. geluid- of lichthinder, is geen sprake. Om de gevolgen van de gewenste ontwikkeling wat betreft stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in kaart te brengen is een Aerius-berekening door BJZ.nu uitgevoerd (opgenomen in bijlage 6). Hierna wordt op de resultaten van dit onderzoek ingegaan. Resultaten stikstofdepositie onderzoek Doel van het onderzoek is toetsing van (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6 bij deze toelichting.
Uit de rekenresultaten met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.2.2 Nederlands Natuurnetwerk (NNN) Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het 'nee, tenzij' - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied is niet gelegen binnen concreet begrensde NNN. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en de invloedsfeer is lokaal. De voorgenomen activiteit heeft geen negatief effect op het NNN. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld 5.7.3
Soortenbescherming
5.7.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is ook de Wnb van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 5.7.3.2 Situatie plangebied Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden, is door Econsultancy een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek richt zich op beschermde gebieden en beschermde soorten. Hieronder zijn de conclusies van dit rapport weergegeven. Het rapport is tevens bijgevoegd als Bijlage 7 bij deze toelichting. Op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna wordt het volgende geconcludeerd. Op basis van onderhavige quickscan Wet natuurbescherming dient bij sloop van de bebouwing (uitvaartcentrum en oude gemeentekantoor) dan wel kap van bomen met geschikte holtes voor vleermuizen middels aanvullend veldonderzoek duidelijkheid te worden verkregen over de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing dan wel holtebomen. Bij aantreffen van verblijfplaatsen van vleermuizen dienen maatregelen genomen te worden om de functionaliteit van de verblijfplaatsen in het gebied te behouden.
Deze maatregelen dienen ter goedkeuring te worden gelegd bij de provincie Gelderland middels een ontheffingsaanvraag. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen verder op voorhand voorkomen worden door verwijdering van groen en sloop van het oude gemeentekantoor buiten het broedseizoen uit te voeren. Mocht groenverwijdering en sloop van het pand niet geheel buiten het broedseizoen kunnen plaatsvinden dan dient een inspectie op afwezigheid van broedvogels plaats te vinden. Verder dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Gezien de aannemelijkheid dat - indien noodzakelijk - een ontheffing kan worden verleend, kan worden geconcludeerd dat sprake is van een uitvoerbaar plan, rekening houdend met de bepalingen van de Wet natuurbescherming. Er zal ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen specifiek moeten worden aangetoond dat actueel onderzoek uitgevoerd is, dan wel of er maatregelen moeten worden getroffen om te voldoen aan de bepalingen van de Wet natuurbescherming. 5.7.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt naar verwachting geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. Er zal ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen specifiek moeten worden aangetoond dat actueel onderzoek uitgevoerd is, dan wel of er maatregelen moeten worden getroffen om te voldoen aan de bepalingen van de Wet natuurbescherming.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Het centrum van Wijchen heeft veel archeologische vindplaatsen in de bodem. Van de Steentijd tot in de middeleeuwen en Nieuwe Tijd hebben mensen op deze locatie gewoond en gewerkt. Op verschillende plekken in en om het centrum zijn dan ook archeologische opgravingen geweest die sporen en verhalen uit veel verschillende perioden uit het verleden hebben opgeleverd. Onder de Marktpromenade is in de jaren ’80 en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld ’90 een Merovingisch grafveld gevonden, op Tienakker heeft in de Romeinse tijd een villa gestaan, onder de huidige Burgemeester van Thielhof heeft een neolithische nederzetting gelegen en zijn ijzerovens uit de (vroege) middeleeuwen gevonden, en voor de bouw van de Meesterplaats zijn erven met waterputten uit de middeleeuwen aangetroffen. Daartussen zijn ook diverse sporen en resten uit andere perioden aanwezig. In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologische erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee moet worden gehouden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Op grond van deze wet is het verplicht om tijdig rekening te houden met archeologische waarden. De Erfgoedwet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. Waar dit niet mogelijk is, moet het bodemarchief met zorg ontsloten worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.
In de Erfgoedwet is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. Om de bescherming op gemeentelijk niveau te borgen heeft de gemeente Wijchen een archeologische beleids- en verwachtingenkaart (RAAP-rapport 1828, 2009). Op deze kaart is de archeologische verwachting voor de gronden binnen de gemeentegrenzen aangegeven en waar archeologische waarden (vindplaatsen, waarnemingen) in de bodem bekend zijn.
Figuur 5.1 Uitsnede uit archeologische verwachtingskaart gemeente Wijchen (Bron: RAAP-rapport 1828). De op deze kaart vermelde vindplaats of monument-nummers zijn te vinden in bijlagen 14 en 15 bij deze toelichting.
5.8.1.2 Situatie plangebied Het voorliggend bestemmingsplan betreft een concreet bestemmingsplan welke is gebaseerd op het VO-plan. De precieze locatie van bodemingrepen wordt met dit bestemmingsplan op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld Tevens worden ter bescherming van aanwezige waarden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' overgenomen in dit bestemmingsplan. Conform het gemeentelijk archeologisch beleid wordt voor de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' de drempelwaarde van 60 m² aangehouden, voor de Waarde – 1 is deze drempelwaarde 30 m². Gezien de aaneenschakeling van archeologische vindplaatsen is daarom het gehele plangebied te beschouwen als locatie van archeologische waarde. Op de archeologische beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Vanwege diverse archeologische vindplaatsen, vondstmeldingen en archeologische waarnemingen met daaromheen een buffer van 50 meter heeft een deel van het plangebied bovendien ook deels een archeologische waarde. In het recente verleden heeft op verschillende locaties in het centrum van Wijchen om deze reden archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Het plangebied Tussen Kasteel en Wijchens Meer, opgedeeld in de deelgebieden Europaplein-Noord, Oosterweg en Meerdreef, grenst aan locaties waar uit archeologische onderzoeken is gebleken dat er nog belangrijke sporen en resten uit het verleden in de bodem aanwezig zijn.
Daarom is voor deze drie deelgebieden van Tussen Kasteel en Wijchens Meer in 2020 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om te bepalen of hier sporen van behoudenswaardige vindplaatsen bewaard zijn gebleven. Het rapport van dit proefsleuvenonderzoek is als bijlage 8 bijgevoegd. Voor het zuidelijkste deelgebied (Meerdreef) is bovendien de informatie uit het proefsleuvenonderzoek voor Oostflank uit 2012 relevant, omdat één proefsleuf uit dat onderzoek gedeeltelijk binnen het deelgebied Meerdreef van Tussen Kasteel en Wijchens Meer ligt. Het rapport van dit onderzoek uit 2012 is bijgevoegd als bijlage 9 bij deze toelichting. In de bijlagen 10 t/m 13 zijn andere archeologische onderzoeken en waarnemingen opgenomen, die voor het plangebied Tussen Kasteel en Wijchens Meer eveneens relevante archeologische informatie bevatten. Op het zuidelijke deelgebied Europaplein is geen proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Omdat dit deel van het Europaplein uitsluitend gereserveerd is voor parkeren en er dus geen grootschalige ontwikkelingen plaats gaan vinden, was het niet nodig om dit deelgebied mee te nemen in het proefsleuvenonderzoek. De hiervoor al bestaande hoge archeologische verwachting blijft hier gehandhaafd.
Vindplaatsen Binnen de drie onderzochte deelgebieden zijn bij het waarderende proefsleuvenonderzoek vier vindplaatsen onderscheiden, waarvan er drie als behoudenswaardig zijn gekwalificeerd. Vindplaats 1 betreft de sporen van de middeleeuwse nederzetting, de voorloper van het huidige Wijchen. Sporen hiervan zijn ook aangetroffen op de Burgemeester van Thielhof (Oostflank) en onder de Meesterplaats (Don Emanuelstraat). Sporen van vindplaats 1 zijn aangetroffen in de deelgebieden Oosterweg en Meerdreef. Vindplaats 2 betreft muurwerk en kelders van een 20e-eeuwse woning. Deze lag ten noorden van het oude gemeentekantoor, binnen deelgebied Europaplein. Deze vindplaats is als niet behoudenswaardig aangemerkt. Vindplaats 3, in deelgebied Europaplein-Noord, betreft palen en greppels van een vindplaats die een ander karakter lijkt te hebben dan de mogelijk gelijktijdige vindplaats 1 in de andere twee deelgebieden. Juist door het verschil in karakter tussen beide vindplaatsen is het van belang om meer zicht te krijgen op de inrichting van het terrein van deze vindplaats. Deze vindplaats is daarom ook als behoudenswaardig gekwalificeerd. Vindplaats 4, eveneens in deelgebied Europaplein-Noord, betreft een mogelijke gracht of vijver die wat later dateert dan de andere vindplaatsen. Deze vindplaats is eveneens als behoudenswaardig aangemerkt.
Bodemverstoringen Op sommige plekken kan sprake zijn van recente bodemverstoringen, maar deze zijn plaatselijk en onder deze bodemverstoringen zijn vaak ook nog archeologische sporen bewaard gebleven. Alleen ter plaatse van het voormalige gemeentekantoor is de verstoring zodanig dat hier geen archeologische resten meer te verwachten zijn. Selectiebesluit Voor de drie onderzochte deelgebieden binnen Tussen Kasteel en Wijchens Meer geldt dat er archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving nodig is. Alleen vindplaats 2 uit het proefsleuvenonderzoek is niet behoudenswaardig, de andere vindplaatsen (1, 3 en 4) zijn wel behoudenswaardig. Het proefsleuvenonderzoek wijst erop dat de behoudenswaardige vindplaatsen binnen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld het gehele onderzochte plangebied voorkomen en dat er behalve ter plaatse van het voormalige gemeentekantoor geen sprake is van grootschalige bodemverstoringen. Voor de drie onderzochte deelgebieden binnen het plangebied geldt daarom een dubbelbestemming. Omdat het zuidelijke deelgebied Europaplein niet nader onderzocht is, blijft hier de hoge archeologische verwachting van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart gehandhaafd en geldt hier een dubbelbestemming. Ter plaatse van het voormalige gemeentekantoor en de daarbij behorende kelder is geen archeologische dubbelbestemming noodzakelijk. De bodem is daar tot op flinke diepte geheel verstoord. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6 een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Om de cultuurhistorische waarden in de gemeente te borgen hanteert de gemeente Wijchen het paraplubestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' (vastgesteld, 3 mei 2017).
Plankaart en regels Ter plekke van het plangebied is in het VO-plan de cultuurhistorische verantwoording als planbasis genomen. Eveneens is de cultuurhistorische dubbelbestemming geborgd binnen dit bestemmingsplan en overgenomen in de regels en de plankaart. Immers de aan het gebied toegekende hoge cultuurlandschappelijke waardering verandert niet door de toevoegingen. Een nieuwe waarde wordt echter juist aan het ruimtelijk geheel toegevoegd. Verdere uitwerking Waar mogelijk wordt in de uitwerking van het plan het cultuurhistorische accent van het gebied tussen het kasteel van Wijchen en het Wijchens Meer versterkt. Belangrijke kernpunten zijn dat het plangebied veilig, rustig en parkachtig moet worden ingericht en daarbij het karakter en de uitstraling van het gebied moet worden versterkt. Plangebied aan de Oever Met de in dit nieuwe bestemmingsplan opgenomen mogelijkheid voor de bouw van ondermeer twee appartementen gebouwen en een ontmoetingspaviljoen aan ‘De Oever’ is rekening gehouden met de historische onderlegger. Het cultuurhistorisch advies zoals opgenomen in het RAAP rapport 3040 ‘Tussen stad en land, tussen Maas en Waal (actualisatie 2015)’ is gevolgd. De aan het gebied toegekende hoge cultuurlandschappelijke waarde, wordt door voorliggend bestemmingsplan niet onevenredig geschaad.
Overige delen plangebied Binnen het plangebied worden wonen, commerciële functies, hotelkamers en horeca gecombineerd. Het is derhalve het uitgangspunt om nieuwe bebouwing te integreren in het bestaande bebouwingsbeeld in het centrum van Wijchen en om tot zo min mogelijk contrast te komen tussen bestaande en nieuwe bebouwing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld De appartementengebouwen, stadswoningen en patiowoningen zijn voorzien van in de sfeer passende architectuursignatuur. Het plangebied wordt een woongebied met gemêleerd beeld van verschillende bouwblokken (gebouwen) met daarbij eveneens riante ruimte voor groen en parkeervoorzieningen. Voor de architectuur kan worden teruggegrepen naar regionaal kritische vormen van bouwen waarbij de bebouwing herkenbaar zal zijn als eigen aan de regio. Dit architectuurbeeld kan dus sterk refereren aan de architectuur van de oorspronkelijke bebouwing in Wijchen. Ook kunnen meer moderne varianten van dit architectuurbeeld gerealiseerd worden. Uitgangspunt is dat de bebouwing niet te dominant mag zijn, maar een bescheiden architectuur heeft met een ‘vleugje romantiek’. Verder geldt dat nieuwe bebouwing in kleurstelling, materialisering, detaillering en architectuur aansluit bij de bestaande bebouwing. Het geheel moet een ontspannen, natuurlijke passende sfeer uitstralen. Het vorenstaande is nader uitgewerkt in een stedenbouwkundig-ontwerp c.q. stedenbouwkundigplan. Vigerende molenbiotoop de ‘Wijchense Molen’ Daarnaast is met het overnemen van de vigerende molenbiotoop de ‘Wijchense Molen’ beschermd als cultuurhistorisch en landschapsbepalend element.
De aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' is overgenomen in voorliggende bestemmingsplan. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop' worden voorwaarden geschept voor nieuwe bebouwing. Binnen een afstand gelegen tussen 100 m en 400 m uit de molen mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de voet van de molen gedeeld door 50, vermeerderd met 2,5 m. Deze maximale bouwhoogte is gebaseerd op de hoogte van bovenzijde van de molenbelt van 18,25 m +N.A.P. Wanneer het peil ter plekke van de bouwlocatie lager is, mag deze hoogte daarbij opgeteld worden. Binnen het plangebied zijn maximale bouwhoogtes opgenomen. Daarmee voldoen de maximale bouwhoogtes aan de molenbiotoop. Daarmee voldoen de regels aan de molenbiotoop en is het belang van de molen als werktuig en de waarde van de molen als landschapsbepalend element geborgd. 5.8.3
Conclusie
Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit plan. Middels het opnemen van archeologische dubbelbestemmingen zijn de archeologische waarden in voldoende mate beschermd. Daarnaast zijn met het overnemen van de vigerende cultuurhistorische dubbelbestemming en de molenbiotoop de ‘Wijchense Molen’ de cultuurhistorische en landschapsbepalende elementen beschermd.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Situatie plangebied
Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: • • •
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij 2.000 woningen of meer. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a. 2.000 woningen of meer) wordt vergeleken met de omvang van voorliggende ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele male kleinschaliger is. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 5.9.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
5.10
Verkeer en parkeren
Parkeren a)
Ambitie en visie
Ambitie Het Ambitiedocument TKWM voor het centrum uit 2018 is gebaseerd op 5 pijlers. De gemeente Wijchen streeft naar een optimale invulling van de kwalitatieve doelstellingen met als doel de ambities te halen. Voor pijler 5 -bereikbaarheid & parkeren- is de volgende hoofdambitie geformuleerd:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld “De aantrekkelijkheid en concurrentiepositie van ons centrum worden mede bepaald door een goede bereikbaarheid van het centrum …. Daarom willen wij dat het gebied … het parkeren voor auto's en (brom)fietsen maximaal faciliteert zonder afbreuk te doen aan de beeldkwaliteit van het gebied.” Als voorbeelden worden gegeven: goede bewegwijzering, dubbelfuncties voor parkeerplekken, parkeren onder/boven het maaiveld, goede en aantrekkelijke fiets- en looproutes, afdoende beschikbaarheid van deelmobiliteit en inzet mobiele technieken. Ontwikkelvisie Ten aanzien van bereikbaarheid en parkeren is in de ‘Ontwikkelvisie Tussen Kasteel en Wijchens Meer’ (Ter Steege, 15 mei 2020) uitgebreid ingegaan op de thema’s mobiliteit en parkeren. Binnen het plangebied staat dwalen door het centrum voorop. Dit maakt iedereen gezonder en gelukkiger door meer te bewegen, buiten te zijn, ontmoetingen op straat en betere luchtkwaliteit. Dit heeft tot gevolg dat een groot deel van het plangebied autoluw zal worden. Fietsers en voornamelijk voetgangers zijn de belangrijkste gebruikers van de openbare ruimte. b) Beleid De gemeente Wijchen kent de mobiliteitsvisie “Duurzaam onderweg tussen Maas en Waal”. In dit document, door de gemeenteraad op 21 januari 2021 vastgesteld, staat het toekomstig verkeersbeleid.
In het aan de visie gekoppelde mobiliteitsplan wordt ingegaan op hoe de wensen en ambities kunnen worden waargemaakt. Deze mobiliteitsvisie. Het mobiliteitsplan is de opvolger van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP), inclusief Parkeerbeleidsplan uit 2020. Middels een wijzigingsbesluit op het bestemmingsplan “Tussen Kasteel en Wijchens Meer” (onderdeel van het GVVP en vastgesteld dd. 3 maart 2020). In een wijziging van het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen (in werking getreden op 11 april 2020) is specifiek beleid beschreven voor zowel het centrumgebied als het plangebied TKWM. Het beleid is daarmee ook juridisch verankerd. Het volgende is besloten voor deze gebieden: Centrum Wijchen 1. 2. 3.