Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022 Toelichting
Tekst van het document
Buffer voor zoekverkeer terugbrengen van 15% naar 5%. Voorwaarde is implementatie van dynamisch verkeerverwijssysteem voor gehele centrum; Tijdelijke parkeerplaatsen voormalige bibliotheek en Molenhuis worden permanent; Monitoring bezettingsgraad gehele centrum door vier tellingen per jaar.
Plangebied TKWM 4. 5. 6.
Aantal bestaande openbare parkeerplaatsen terugbrengen van 456 naar 287; Onderkant van de bandbreedte van CROW-parkeernormen voor nieuw programma; Maximale mobiliteitscorrectie van 15% toegestaan op de private parkeerplaatsen, indien innovatieve parkeer-mobiliteitsoplossingen worden toegepast.
De hoofdambitie voor TKWM en de punten uit het wijzigingsbesluit sluiten goed bij elkaar aan waardoor een goed en integraal plan wat betreft verkeer en parkeren in latere fases verder uitgewerkt kan worden. De cijfers uit het wijzigingsbesluit worden nader onderbouwd in de Verkeersstudie TKWM Wijchen van Loendersloot Groep B.V. (opgenomen in de bijlage 16 bij dit bestemmingsplan, dd. 1 februari 2022) en in de in 2022 uitwerkte parkeerbalans voor het TKWM-gebied en omgeving. De resultaten van beide studies maken inzichtelijk dat het plan voldoet bij toepassing van de genoemde maatregelen uit het parkeerbeleidsplan. De volgende paragraaf gaat hier nader op in. c)
Verkeersstudie TKWM Wijchen
Loendersloot Groep B.V. heeft een Verkeersstudie TKWM Wijchen opgesteld (zie de bijlage 16 bij dit bestemmingsplan, dd. 1 februari 2022). De verkeersstudie gaat in detail in op verschillende onderwerpen, waaronder verkeersintensiteiten, voetgangers, fietsverkeer, verkeersveiligheid en parkeren; voor zowel de huidige situatie en de beoogde toekomstige situatie. Ook bespreekt de studie de knelpunten en hoe daarmee omgegaan wordt. Daarnaast is er door Kragten voor het afgebakende gebied een theoretische parkeerbalans opgesteld, waarbij een toekomstbeeld wordt geschetst van het praktisch beschikbare parkeeraanbod versus
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld de parkeerbehoefte van de omliggende functies in de toekomstige situatie. Dit om een daadwerkelijk, feitelijk goed functionerend en bereikbaar parkeersysteem in het centrum van Wijchen te blijven garanderen. Voor deze rapportage wordt verwezen naar bijlage 18 bij deze toelichting. Autoparkeren huidige situatie De verkeersstudie stelt dat er binnen het studiegebied diverse parkeervoorzieningen aanwezig zijn, bestaande uit maaiveldparkeren en parkeergarages. De parkeergarages zijn voor verschillende groepen toegankelijk (bewoners en centrumbezoekers). Binnen de plangrenzen van het vigerende bestemmingsplan liggen de parkeerplaatsen hoofdzakelijk op maaiveldniveau. In het centrum geldt op meerdere plekken een parkeerschijfzone (blauwe zone). Zo ook binnen de grenzen van het plangebied TKWM. In de blauwe zone geldt een maximale parkeerduur van twee uur, op maandag t/m zaterdag tussen 09.00 en 18.00 uur.
Autoparkeren huidige situatie vergeleken met toekomstige situatie
Figuur 5.2
Overzicht parkeerlocaties centrum Wijchen, In huidige situatie (Bron: Loendersloot)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
Figuur 5.3
Overzicht parkeerlocaties centrum Wijchen, toekomstige situatie (Bron: Loendersloot)
De ambitie is dat het parkeren in en nabij het centrum aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers van het gebied, bij voorkeur uit het zicht bv. door middel van ondergrondse parkeervoorzieningen. In de plannen voor Tussen Kasteel en Wijchens Meer worden diverse (half)verdiepte parkeergarages voorzien voor zowel centrumbezoekers als bewoners. De locaties van de nieuwe beoogde voorzieningen komen grotendeels overeen met de locaties van de huidige maaiveldvoorzieningen. De in het wijzigingsbesluit Parkeerbeleidsplan genoemde 287 te behouden openbare parkeerplaatsen ten behoeve de in de directe nabijheid gelegen functies worden zoveel mogelijk op de al bekende plekken teruggebracht. Door de toepassing van (half)verdiepte parkeergarages met entrees langs de randen van het centrum wordt invulling gegeven aan de hoofdambitie en de ontwikkelvisie van het gebied. Het autoparkeren in de toekomstige situatie wordt in de nadere uitwerking geoptimaliseerd door een combinatie van de navolgende middelen toe te passen.
Voorwaarden voor een optimale parkeeroplossing Dynamisch parkeerverwijssysteem Aansluitend bij het wijzigingsbesluit Parkeerbeleid gemeente Wijchen is een goedwerkend en logisch dynamisch parkeerverwijssysteem een randvoorwaarde voor een goede en efficiënte werking van de parkeersituatie. Met dit systeem wordt zoekverkeer geleid naar beschikbare parkeerplaatsen en wordt zo BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld onnodig zoekverkeer voorkomen. Voor de implementatie van het dynamisch parkeerverwijssysteem is in mei 2020 de ‘QuickScan dynamisch parkeerverwijssysteem centrum Wijchen’ uitgevoerd naar de mogelijkheden. Deze zal samen met de verdiepingsslag van mei 2021 dienen als basis voor de verdere uitwerking. Blauwe zone In de blauwe zone geldt nu een maximale parkeerduur van 2 uur op maandag t/m zaterdag tussen 09.00 en 18.00 uur. Door aanpassingen te maken in de parkeerduur, of door de blauwe zone aan te passen, in combinatie met de implementatie van het dynamisch parkeerverwijssysteem, wordt gestuurd op het gebruik van de locaties door langparkeerders en kortparkeerders. Gebruiksvriendelijkheid parkeergarages Ook is de gebruiksvriendelijkheid van de parkeergarages belangrijk. In de nadere uitwerking van het plangebied wordt, naast de uitwerking van het dynamisch parkeerverwijssysteem, aandacht besteed aan de gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid van de parkeergarages. Duidelijk moet zijn dat er in deze parkeergarages openbare parkeerplekken aanwezig zijn die bestemd zijn voor centrumbezoek. Dit geldt voornamelijk voor de bestaande parkeergarage Oostflank maar ook voor de uitbreiding van de bestaande parkeergarage bij het Europaplein.
De bezoeker wordt verleid om de parkeergarage te gebruiken (bijvoorbeeld met een aantrekkelijke entree, deze dient sociaal veilig te zijn en te voelen en goed aangeduid te zijn). De loopafstanden wijzigen niet noemenswaardig. Door hier voldoende aandacht aan te besteden in de nadere uitwerking wordt onnodig zoekverkeer voorkomen.
Figuur 5.4
Verdeling privé en openbare parkeerlocaties per deelgebied (Bron: Loendersloot)
Autovrije zones (winkelerf) Voor een comfortabel centrumbezoek is het van belang dat er autovrije zones aangewezen worden. De zones worden, of zijn, onderdeel van het huidige winkelerf. In deze zones worden alleen hulpdiensten en ontheffinghouders toegelaten en is, binnen gestelde tijden, laden en lossen toegestaan. Er komen meer voorzieningen voor fietsparkeren, om de bereikbaarheid voor langzaam verkeer te stimuleren. In de beoogde entrees van de parkeerlocaties wordt uitgegaan van twee rondgangen om het winkelerf heen, waaraan alle toegangen ontsloten zijn. Zo ontstaat er ook een comfortabele en logische wandelas tussen kasteel en Wijchens meer. De realisatie van deze wandelas is van belang voor het comfort en de veiligheid van het winkelend publiek en zal daarom in nadere uitwerking voldoende aandacht moeten krijgen. Wanneer deze as (gedeeltelijk) niet gerealiseerd kan worden, is er een verhoogd risico op onveilige situaties, aangezien voetgangers gedeeltelijk langs de rondgang geleid moeten worden. Ook komt dit de kwaliteit van de winkelbeleving niet ten goede, wat wel onderdeel is van zowel de hoofdambitie als de ontwikkelvisie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
Figuur 5.5
Situatie wandelas en relatie winkelerf (Bron: Loendersloot)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
Figuur 5.6 Overzicht grotere parkeerplaatsen en wandelassen op luchtfoto. Locatie Europaplein (boven) en Oostflank (onder) (Bron: Loendersloot)
Parkeren voor specifieke doelgroepen In de nadere uitwerking dient voldoende aandacht besteed te worden aan de parkeerplaatsen voor specifieke doelgroepen. Hier gaat het voornamelijk om mensen met een mindervalidekaart, huisartsen en elektrische auto’s. Bij de toekomstige herinrichting wordt ook met deze groepen rekening gehouden. Er wordt uitgezocht op welke momenten en op welke locaties de vraag naar parkeerplaatsen voor deze doelgroepen zich voordoet en hier worden uiteraard bestaande afspraken gerespecteerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld Private parkeerplaatsen Een van de uitgangspunten in het wijzigingsbesluit Parkeerbeleid is dat voor nieuwe functies bij het opstellen van de parkeerbalans, de onderkant van de bandbreedte van de CROW-parkeernormen gehanteerd moet worden. De CROW-systematiek biedt ruimte om correcties op het aantal te realiseren private parkeerplaatsen toe te passen wanneer er gebruik wordt gemaakt van deelauto’s of andere innovatieve oplossingen waarbij er sprake is van een lagere parkeerdruk. In het wijzigingsbesluit Parkeerbeleid gemeente Wijchen wordt gesproken over een mobiliteitscorrectie van maximaal 15% op private parkeerplaatsen wanneer en innovatieve oplossingen toegepast worden. Voor de ontwikkeling TKWM wordt ingezet op (elektrische) deelauto’s. Deze auto’s krijgen aangewezen parkeerplaatsen, op een logische en toegankelijke plek. Door deelauto’s in te zetten kunnen huishoudens afzien van de aanschaf en het gebruik van bijvoorbeeld een (tweede) eigen auto, waardoor de vraag naar parkeerplaatsen beperkt blijft. Openbare parkeerplaatsen Naast de te behouden 287 openbare parkeerplaatsen in het gebied moet voor de toekomstige functies voldoende parkeercapaciteit beschikbaar zijn.
Een van de uitgangspunten in het wijzigingsbesluit Parkeerbeleid is dat voor nieuwe functies bij het opstellen van de parkeerbalans, de onderkant van de bandbreedte van de CROW-parkeernormen gehanteerd moet worden. Tevens biedt de CROW-systematiek ruimte om een correctie toe te passen voor dubbelgebruik. d) Conclusies De ontwikkeling Tussen Kasteel en Wijchens Meer is voor het verkeer en parkeren gestoeld op drie thema’s. Per thema wordt daar in de nadere uitwerking van de plannen op een specifieke manier invulling aan gegeven. 1) Autovrije zones (winkelerf): goede en toegankelijke voorzieningen voor fietsparkeren, om bereikbaarheid voor langzaam verkeer te stimuleren. Een aantrekkelijke wandelas tussen kasteel en Meer. Goede en toegankelijke voorzieningen voor autoparkeren, bereikbaar aan de randen van het winkelerf. 2) Aantrekkelijke en toegankelijke parkeergelegenheden: het dynamisch parkeerverwijssysteem zorgt voor overzicht in beschikbare parkeerlocaties en begeleidt en vermindert daarin het zoekverkeer. In de nadere uitwerking wordt extra aandacht besteed aan de vormgeving van de entrees van de parkeergarages. Ook de blauwe zones spelen hierin een rol.
3) Goede en overzichtelijke verkeerscirculatie: in de nadere uitwerking is het van belang dat er voldoende aandacht besteed wordt in de inrichting van het straatprofiel, alsmede de overzichtelijkheid en vindbaarheid van de parkeergarages. In de Verkeersstudie TKWM Wijchen opgesteld door Loendersloot Groep B.V. wordt hier per straat dieper op ingegaan en worden voorstellen gedaan voor een goede en efficiënte inrichting.
Met het samenspel van ingrepen in het centrum ten aanzien van het verkeer en het parkeren wordt tegemoetgekomen aan de eerdere beleidsvoornemens, terwijl toch verantwoorde keuzes worden gemaakt over de verkeerscirculatie en het autoparkeren. Realisatie van het hele centrumplan beslaat vele jaren. Daarvoor is flexibiliteit ingebouwd en zijn zo nodig aanpassingen later mogelijk.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
WATERHUISHOUDING Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt. 1.
Beschrijving watersysteem Geomorfologie en geohydrologie Het plangebied van Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022 (TKWM) is gelegen binnen het projectgebied Tussen Kasteel en Wijchens Meer. Met het plangebied wordt de grens van dit bestemmingsplan bedoeld en waar gesproken wordt over de projectgrens de grens van het bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer. Het plangebied is gelegen in de kern van Wijchen tussen de Kasteellaan en de Meerdreef. Een groot deel van het Europaplein, parkeerterrein Bolster, de Don Emanuelstraat, een deel van de Elckerlycweg en een klein deel van de Oosterweg behoren eveneens tot het plangebied. Het plangebied ligt in stedelijk gebied en wordt aan de zuidzijde begrenst door het Wijchens Meer. In onderstaande afbeelding zijn de 3 deelgebieden die behorende tot TKWM met vermelding van de fasering (fase 1, 2 en 3) aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
Figuur 6.1 Plangebied TKWM 2022 met 3 deelgebieden
De maaiveldhoogtes zijn gemeten door Werkorganisatie Druten Wijchen en RE-Infra, zowel binnen als aansluitend op het plangebied. De gemeten maaiveldhoogtes variëren: - De Kasteellaan ligt op een hoogte van ca. +8.1 m tot +8.5 m NAP; - Het Europaplein ligt op een hoogte tussen +8.1 m en +8.7 m NAP, waarbij het verhoogde deel voor de Marktpromenade op ca. +9.5 m NAP ligt; - Parkeerterrein Bolster ligt tussen +8.2 m en +8.7 m NAP; - De Don Emanuelstraat ligt tussen +8.2 m en +8,9 m NAP; - De Meerdreef ligt op een hoogte rondom +7.8 m NAP; - De oevers van het Wijchens Meer lopen vanaf de Meerdreef af tot een hoogte van ca. +5.5 m NAP aan de voet van het talud. Door Tauw is het Verkennend bodem- en asbestonderzoek Europaplein / Don Emanuelstraat e.o. te Wijchen uitgevoerd (gedateerd 31 juli 2018) voor het projectgebied waarbij 3 locaties in het centrum van Wijchen zijn onderzocht: 1. Locatie oude gemeentehuis en parkeerplaats aan het Europaplein (7.950 m2) 2. Locatie voormalige school, nu parkeerplaats aan de Don Emanuelstraat (5.000 m2) 3. Locatie grasveld en bestrating tussen Elckerlycweg en Don Emanuelstraat (3.250 m2) De bodemopbouw op de drie locaties bestaat voornamelijk uit fijn tot grof zand. In de boringen tot 3.5 m onder maaiveld, wordt bij enkele boringen t.p.v. de Kasteellaan en het Europaplein een leem- of veenlaag van 0.20 tot 0.50 m dik op een diepte van ca.
2.0 m onder maaiveld aangetroffen. Later dat jaar is door Tauw het Bodem- en asbestonderzoek Europaplein / Don Emanuelstraat te Wijchen uitgevoerd (gedateerd 31 december 2018) waarbij 4 locaties in het centrum van Wijchen zijn onderzocht:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld 1. Locatie 1: Meerdreef (circa 12.500 m2) 2. Locatie 2: Elckerlycweg (circa 3.250 m2) 3. Locatie 5: Europaplein oost (circa 3.700 m2) 4. Locatie 6: Europaplein west (circa 7.950 m2) De bodemopbouw op de vier locaties wijkt niet af van de resultaten uit het onderzoek uitgevoerd eerder dat jaar door Tauw en gerapporteerd op 31 juli 2018. Daarnaast betreft dit met name uitbreidingen van het eerdere onderzoek buiten het plangebied en is de diepte van de boringen beperkt. In en rondom het plangebied zijn geen recente grondwaterstanden beschikbaar op de website van DinoLoket. In peilbuis B46A0718 zijn voldoende en recente grondwaterstanden gemeten, maar deze bevindt zich ca. 1.5 km ten oosten van het plangebied. De GHG in deze peilbuis bedraagt +6.60 m NAP en de GLG +5.88 m NAP. Voor de werkzaamheden van project Oostflank (gelegen aan oostzijde van Don Emanuelstraat en direct grenzend aan het plangebied) is door Civicon in 2010 een GHG van +5.90 m NAP en een GLG van +5.55 m NAP bepaald. Deze was gebaseerd op gegevens van Dinoloket, waarbij de waarden uiteindelijk naar boven zijn bijgesteld vanwege uitgevoerde metingen binnen het plangebied. In maart 2013 zijn grondwaterstanden gemeten in 5 peilbuizen voor project Stamrioolvervanging Europaplein/Oosterweg e.o. te Wijchen door Grondwaterteam/Henk van Tongeren.
Een van de peilbuizen is aangebracht op het Europaplein en hier is een grondwaterstand gemeten van +5.86 m NAP. Daarnaast geeft Grondwaterteam/Henk van Tongeren aan dat op basis van de metingen en gegevens uit TNO-Dinoloket van een GHG van +5.75 m NAP kan worden uitgegaan. In de eerdergenoemde bodemonderzoeken van Tauw is vermeld dat de stijghoogte grondwater +6.15 m NAP bedraagt volgens NAGROM (NAtionaal GROndwater Model). Vanwege de beperkte en wisselende grondwaterstanden is in januari 2022 door Nipa aanvullend onderzoek naar de optredende grondwaterstanden uitgevoerd om een beter en gedetailleerder beeld te krijgen voor de ontwerp- en uitvoeringsfase. Hiervoor zijn binnen het plangebied een viertal peilbuizen aangebracht waarin periodiek de grondwaterstanden worden gemeten. Tijdens de plaatsing van de peilbuizen zijn de volgende grondwaterstanden gemeten: • Peilbuis D1 in Kasteellaan ter hoogte van plein, grondwaterstand 2.50 m-mv komt overeen met +5.9 m NAP; • Peilbuis D2 in westelijk deel Europaplein, grondwaterstand 2.70 m-mv komt overeen met +5.7 m NAP; • Peilbuis D3 in parkeerterrein Bolster, grondwaterstand 2.80 m-mv komt overeen met +5.8 m NAP; • Peilbuis D4 in groenstrook tussen Elckerlycweg en Meerdreef, 2.80 m-mv komt overeen met +6.5 m NAP.
Tijdens het plaatsen van de peilbuizen door Nipa in januari 2022 is ook onderzoek uitgevoerd naar de doorlatendheid van de bodem. De doorlatendheid van de bodem ter plaatse van de deellocatie KasteellaanEuropaplein (locatie D1 en D2) kan als matig tot redelijk wordt geclassificeerd met meetwaarden van 0.75 en 0.50 m/dag op meetdieptes tussen 0 en 1.5 m onder maaiveld. De doorlatendheid van de bodem op locatie parkeerterrein Bolster (D3) en Meerdreef-Elckerlycweg (D4) is goed met meetwaardes van respectievelijk 1.90 en 1.75 m/dag op een diepte van 0.5 tot 1.5 m onder maaiveld. Oppervlakte- en afvalwatersysteem Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Binnen het plangebied liggen echter geen A-, B- of C-watergangen. Op een afstand van minimaal 20 m vanaf deelgebied fase 2 (Elckerlycweg-Meerdreef) ligt aan de zuidzijde het Wijchens Meer (code 234816) en deze heeft een A- en Cstatus. Een strook van 8,00 m breedte in het hart van het Wijchens Meer heeft de A-status. Aan weerszijde hiervan tot aan de waterlijn (oever) heeft het Wijchens Meer de C-status. Het zomer- en winterpeil van het Wijchens Meer bedraagt +5.50 m NAP. Op het Wijchens Meer is de Keur Waterschap Rivierenland 2014 van toepassing. De andere deelgebieden (fasen) behorende tot de ontwikkeling liggen op meer dan 150 m afstand van de oevers van het Wijchens Meer.
Het Wijchens Meer heeft een belangrijke belevingswaarde vanwege de ligging binnen de kern en nabij het centrum van Wijchen. Het is daarnaast een waterlichaam vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Vanwege deze status zijn er regels verbonden aan de werkzaamheden bij dit oppervlaktewater, waar bij de ontwikkeling van TKWM rekening mee gehouden moet worden. De huidige ecologische kwaliteit van het Wijchens Meer ter
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld plaatse van het plangebied is als “ontoereikend” geclassificeerd. Vanaf 2007 zijn de oevers van het Wijchens Meer tussen de Westerdreef en de Hogeweg alsmede tussen de Mr. Van Coothlaan en de Zuiderdreef opgeknapt zodat de ecologische kwaliteit verbeterd wordt. Hierbij zijn de oevers onder meer voorzien van natuurlijke taluds en zijn er plasdrasbermen toegevoegd.
Figuur 6.2
Uitsnede van kaart peilbesluit Waterschap Rivierenland
De gracht en watergangen rondom het kasteel en de kasteeltuin hebben geen status bij Waterschap Rivierenland. De gemeente houdt het waterpeil kunstmatig op niveau door grondwatersuppletie bij te lage waterstanden. Een overstort op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel zorgt ervoor dat de waterstanden niet te hoog stijgen. Binnen of grenzend aan het plangebied ligt geen HEN-water of SED-water. Binnen het projectgebied ligt een gemengd rioolstelsel waarop het vuilwater en hemelwater wordt geloosd van woningen en verhardingsoppervlakken binnen het projectgebied. Alleen in de Don Emanuelstraat ligt een gescheiden rioolstelsel. Het hemelwater afkomstig van project Oostflank wordt via een hemelwaterriool vertraagd afgevoerd naar het Wijchens Meer. Ecosysteem Het plangebied ligt niet in een Ecologische hoofdstructuur/natuurnetwerk of andere beschermingszone voor (natte) natuur. 2. Waterbeleid en waterbeheer Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk Rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater.
In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6).
Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen dan wel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het waterschap nodig.
3. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Deze paragraaf beschrijft en motiveert de wijze waarop op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. 3.1 Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. • De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. • De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. • Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan Vanwege de geplande ontwikkelingen dienen er aanpassingen te worden gedaan aan het bestaande gemengde rioolstelsel binnen het projectgebied.
Waar bestaande riolering conflicten geeft met de geplande ontwikkeling wordt deze aangepast of verlegd naar een positie in het openbaar gebied conform de eisen van de Gemeente Wijchen (beheerder), zodat het rioolstelsel gelijk blijft of beter gaat functioneren en tevens beheerd kan worden. De nieuwe vuilwaterlozingen vanuit de ontwikkeling worden aangesloten op het bestaande of aangepaste gemengde rioolstelsel. Doordat het hemelwater vanuit de ontwikkeling gescheiden wordt gehouden van het vuilwater, vindt een afname plaatsvinden van de belasting op het huidige gemengde rioolstelsel. De beschikbare berging in het gemengde rioolstelsel neemt hierdoor toe. Bijkomend voordeel is
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld dat de overstorten vanuit het gemengde stelsel naar oppervlaktewater worden verminderd, waardoor de waterkwaliteit van het oppervlaktewater wordt verbeterd en er aanvullende waterberging in het oppervlaktewater vrijkomt. Het hemelwater wordt verwerkt conform de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren (zie 3.4). Het opvangen van hemelwater in groendaken en wadi’s heeft hierbij de voorkeur, vanwege de bewustwording van de gebruikers voor de zichtbare verwerking van het hemelwater en voorkoming van hittestress. De mogelijkheid voor het toepassen van groendaken dient nog (bouwkundig) onderzocht te worden, vanwege de gevolgen die dit heeft voor de gebouwen en installaties binnen de ontwikkeling. Voor het bepalen van de benodigde bergings- en infiltratiecapaciteit zijn groendaken vooralsnog buiten beschouwing gelaten (worst case-scenario). Het toepassen van wadi’s voor de berging en infiltratie van hemelwater is op de zuidelijk deellocatie (Elckerlycweg-Meerdreef; fase 2) mogelijk omdat hier relatief veel ruimte voor groen is gereserveerd. In dit groen kan de benodigde ruimte voor waterberging en infiltratie worden gevonden. Op de andere 2 deellocaties (Kasteellaan-Europaplein en Bolsters; respectievelijk fase 1 en 3) is geen ruimte voor bovengrondse waterberging in wadi’s.
Hier wordt het hemelwater ondergronds in de bodem geborgen en geïnfiltreerd, door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool. Deze voorzieningen zullen worden aangelegd onder de terreinverhardingen en wegen binnen het projectgebied. De inrichting binnen het plangebied bestaat voor een groot deel uit nieuwe verharding en bebouwing, waarbij de bebouwing t.p.v. deelgebied Kasteellaan-Europaplein tevens een (parkeer-)kelder krijgt. Gevolg hiervan is dat er beperkte mogelijkheden zijn om hemelwater te bergen op het eigen perceel (zie ook 3.4). Uit nader bouwkundig onderzoek zal blijken of er hemelwater en hoeveel er op de eventueel te maken groendaken geborgen kan worden. In geval groene daken worden toegepast heeft dit een gunstig effect op de benodigde hemelwaterberging. Daar waar er ruimte op het eigen perceel aanwezig is, wordt het hemelwater in de bodem geborgen en geïnfiltreerd. Waar dit niet het geval is zal waterberging en infiltratie plaatsvinden in de groenstroken en bermen die zich in het openbaar gebied bevinden. Als er geen groenstroken of bermen aanwezig zijn dan vindt de waterberging plaats in ondergrondse waterbergingsvoorzieningen in openbaar gebied binnen het projectgebied. Om de waterbergingsopgave te beperken wordt er alleen verharding aangebracht waar dit strikt noodzakelijk is en wordt een halfopen verharding toegepast in de parkeervakken.
Het hemelwater dat hierop valt zal minder snel tot (versnelde) afstroming komen en infiltreert in de bodem op de locatie waar het valt. Desondanks vindt er een (kleine) toename plaats van de hoeveelheid verharding in de toekomstige situatie. Het minimaliseren van de verhardingsoppervlak en maximaliseren van de hoeveelheid groen zorgt voor een beperking van de kans op hittestress. 3.2 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. • Schoon hemelwater mag rechtstreeks in de bodem of op het oppervlaktewater worden geloosd. Verontreinigd hemelwater wordt alleen geloosd via een zuiverende voorziening. • Verontreiniging van hemelwater wordt voorkomen o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. • De kwaliteit van oppervlaktewater wordt zo mogelijk verbeterd door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit.
• Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden worden behouden of verder ontwikkeld door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. • De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen, zoveel mogelijk, zichbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan De beleving van de cultuurhistorie wordt versterkt door de ligging van de Kleine Elst zichtbaar te maken in de toekomstige inrichting. De Kleine Elst heeft ooit gelopen vanaf Wijchens Meer, via kasteel en Elstweg richting Hernen. De wijze waarop dit wordt gerealiseerd wordt uitgewerkt in het ontwerp. Verontreiniging van het hemelwater dat afstroomt naar de bodem en grondwater wordt voorkomen bij de bron. Daarom worden binnen de ontwikkeling TKWM geen uitlogende materialen toegepast. Het hemelwater wordt t.p.v. deelgebied Elckerlycweg-Meerdreef via wadi’s in de bodem geïnfiltreerd. Het schone hemelwater t.p.v. de andere deelgebieden wordt via een ondergrondse voorziening in de bodem geborgen en geïnfiltreerd. Er vindt hierdoor bodempassage plaats alvorens het hemelwater in het grondwater terecht komt. Er vindt geen rechtstreekse lozing vanuit het plangebied plaats naar het oppervlaktewater van het Wijchens Meer (KRW-waterlichaam), waardoor de oppervlaktewaterkwaliteit niet negatief wordt beïnvloed.
Via grondwaterstroming zal het hemelwater uit de deelgebieden wel het waterpeil in het Wijchen Meer beïnvloeden, maar dit is vertraagd en zeer beperkt. Zie uitwerking in paragraaf 3.4. Door de bovengrondse berging van hemelwater in de wadi’s t.p.v. deelgebied Elckerlycweg-Meerdreef wordt de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn versterkt. Het toepassen van groendaken binnen het plangebied levert hier een aanvullende bijdrage aan, maar er dient nog (bouwkundig) onderzoek plaats te vinden alvorens deze voorziening gerealiseerd kan worden.
3.3 Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. • Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. • Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. • Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. • Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. • De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. • Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). • Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. • Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. • Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. • Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan.
Gevolgen van/voor het plan Het plangebied ligt in een stedelijke omgeving en is hierdoor gevoelig voor klimaatverandering. Hierdoor is het voorkomen van hittestress door aanplant van voldoende bomen en groen een belangrijk ontwerpuitgangspunt. Bij de uitwerking van het groenplan zal bij de soortkeuze en (bio-)diversiteit rekening worden gehouden met de veranderende omstandigheden door de klimaatverandering, zoals afwisselende perioden van extreme neerslag en droogte. Daarnaast is het de ambitie om waar dat bouwkundig gezien mogelijk is, groendaken toe te passen. Bouwkundig onderzoek in de nadere uitwerking dient aan te tonen of en waar dit mogelijk is binnen het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
Neerslag die valt binnen het plangebied wordt momenteel grotendeels verwerkt door het gemengde rioolstelsel. Het hemelwater komt bij de rioolwaterzuivering terecht, terwijl dit water relatief schoon is. De nieuwe ontwikkeling brengt hier verandering in en wordt grondwaterneutraal gemaakt conform de eisen van Gemeente en Watershap Rivierenland. Het hemelwater wordt afgekoppeld en gescheiden van het afvalwater in de bodem geïnfiltreerd om verdroging te voorkomen en groen te voeden. Naast de ontwerpbuien die door gemeente en waterschap zijn opgegeven is het ontwerp ook getoetst aan klimaatbuien. Het ontwerp is getoetst aan een bui T=100+10% volgens Buishand & Velds. Hierbij wordt hemelwater tijdelijk op straat geborgen en zal niet in de gebouwen terecht komen en niet buiten het projectgebied tot afstroming komen. Bij de uitwerking van het peilenplan zijn hiervoor hoogteverschillen in het projectgebied aangebracht en de vloerpeilen zijn voldoende hoog boven de straatpeilen aangebracht. Bij optreden van de bui T=100+10% zal er op de ongunstigste deellocatie gemiddeld 4 cm water in het openbaar gebied geborgen worden. De rijbaan binnen de projectlocatie zal hierbij het grootste deel van de extra waterberging voor zijn rekening nemen, omdat deze het laagst gelegen is in het wegprofiel.
Hier kan de waterdiepte toenemen tot 10 á 15 cm zonder dit in gebouwen terecht komt of buiten het projectgebied leidt. Het peilenplan zorgt ervoor dat, naast de vereiste berging in de infiltratievoorziening, er ook aanvullende waterberging op straat kan plaatsvinden bij het optreden van een klimaatbui. 3.4 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. • Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. • Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven.
De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geinfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). • Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/voor het plan Bij de uitwerking van het ontwerp is rekening gehouden met de benodigde bergings- en infiltratieruimte die deze voorzieningen nodig hebben. De eerste berekeningen voor de waterbergingsbalans zijn gemaakt per deelgebied en hieruit blijkt het volgende: Deellocatie Kasteellaan-Europaplein (fase 1): o In de bestaande situatie is er 0.66 ha. verhard oppervlak aanwezig, daken en wegen. Dit oppervlak is op de gemengde riolering aangesloten. o In de nieuwe situatie is 0.69 ha. verhard oppervlak aanwezig, daken en wegen. Dit is een toename van 0.03 ha. Het totale nieuwe verhard oppervlak wordt niet meer aangesloten op de openbare riolering.
o De benodigde waterberging van de infiltratievoorziening wordt bepaald op basis van de eisen van de gemeente voor situatie T=10+10%, waarbij het water niet mag afstromen vanaf openbaar gebied naar particulier terrein en T=100+10%, waarbij geen hemelwater vanaf openbaar gebied in gebouwen mag
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
o o
stromen. De waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van een ondergrondse infiltratievoorzieningen binnen het projectgebied. Dit deelgebied ligt op meer dan 250 meter van oppervlaktewater in beheer bij Waterschap Rivierenland. Er zal (beperkt) vertraagde afstroming naar het Wijchens Meer plaatsvinden via de bodem en grondwater. Indien er voldoende waterberging wordt gerealiseerd in de infiltratievoorzieningen en de infiltratiesnelheid richting Wijchens Meer de landelijke afvoernorm (1,5 l/s/ha bruto (deel-) plangebied) niet overschrijdt, hoeft er geen waterberging te worden gerealiseerd in dit oppervlaktewater. Is dit niet het geval dan zal er bergingscompensatie plaatsvinden in het oppervlaktewater (conform Keur).
Deellocatie Elckerlycweg-Meerdreef (fase 2): o In de bestaande situatie is er 0.26 ha verhard oppervlak aanwezig, daken en wegen. Dit oppervlak is op de gemengde riolering aangesloten. o In de nieuwe situatie is 0.34 ha. Verhard oppervlak aanwezig, daken en wegen. Dit is een toename van 0.08 ha. Het totale nieuwe verhard oppervlak wordt niet meer aangesloten op de openbare riolering. o De benodigde waterberging van de van de infiltratievoorziening wordt bepaald op basis van de eisen van de gemeente voor situatie T=5+10%, waarbij het water niet hoger mag komen te staan dan 0.10 m onder de bovenkant van de infiltratievoorziening en T=100+10%, waarbij geen hemelwater vanaf openbaar gebied in gebouwen mag stromen. o De waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van een bovengrondse infiltratievoorzieningen (wadi’s) binnen het projectgebied. o De benodigde berging op basis van de vuistregels van het waterschap wordt gehanteerd. o Dit deelgebied ligt op minder dan 100 meter van oppervlaktewater. Er zal vertraagde afstroming naar het Wijchens Meer plaatsvinden via de bodem. Indien er voldoende waterberging wordt gerealiseerd in de (bovengrondse) infiltratievoorzieningen en de infiltratiesnelheid richting Wijchens Meer de landelijke afvoernorm (1,5 l/s/bruto oppervlak plangebied) niet overschrijdt, hoeft er geen waterberging te worden gerealiseerd in dit oppervlaktewater.
Is dit niet het geval dan zal er bergingscompensatie plaatsvinden in het oppervlaktewater (conform Keur). Deellocatie Bolster (fase 3): o In de bestaande situatie is er 0.44 ha verhard oppervlak aanwezig, daken en wegen. Dit oppervlak is op de gemengde riolering aangesloten. o In de nieuwe situatie is 0.47 ha. Verhard oppervlak aanwezig, daken en wegen. Dit is een toename van 0.03 ha. Het totale nieuwe verhard oppervlak wordt niet meer aangesloten op de openbare riolering. o De benodigde waterberging van de infiltratievoorziening wordt bepaald op basis van de eisen van de gemeente voor situatie T=10+10%, waarbij het water niet mag afstromen vanaf openbaar gebied naar particulier terrein en T=100+10%, waarbij geen hemelwater vanaf openbaar gebied in gebouwen mag stromen. o De waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van een ondergrondse infiltratievoorzieningen binnen het projectgebied. o Dit deelgebied ligt op meer dan 150 meter van oppervlaktewater in beheer bij Waterschap Rivierenland. Er zal (beperkt) vertraagde afstroming naar het Wijchens Meer plaatsvinden via de bodem en grondwater. Indien er voldoende waterberging wordt gerealiseerd in de infiltratievoorzieningen en de infiltratiesnelheid richting Wijchens Meer de landelijke afvoernorm (1,5 l/s/ha bruto (deel-) plangebied) niet overschrijdt, hoeft er geen waterberging te worden gerealiseerd in dit oppervlaktewater.
Is dit niet het geval dan zal er bergingscompensatie plaatsvinden in het oppervlaktewater (conform Keur).
Alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder de exacte afmetingen van de infiltratievoorzieningen, wadi’s, waterbergingsbalans en ledigingstijden van de voorzieningen, zullen worden uitgewerkt in een waterhuishoudkundig plan en het (definitief) civieltechnisch ontwerp. Globale berekeningen tonen aan dat de benodigde waterbergingsvoorzieningen binnen elke deellocatie van het plangebied kunnen worden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld gerealiseerd. In deze berekeningen is nog geen rekening gehouden met (de positieve effecten) door toepassen van groendaken en halfopen verhardingen. 3.5 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico’s voor de volksgezondheid en veiligheid. • Risico’s van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). • Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. • Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico’s van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). • Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). • Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water).
Gevolgen van/voor het plan De toekomstige bouwpeilen dienen nog vastgesteld te worden, maar zullen aansluiten op de huidige omgeving. De optredende grondwaterstanden rond +6.00 m NAP geven geen problemen voor de ontwateringsdiepte van de geplande ontwikkelingen aangezien de laagste maaiveldhoogtes (Europaplein op ca. +8.2 m NAP) ruim 2.0 m boven de hoogste grondwaterstanden liggen. Ook aan de droogleggingseisen wordt voldaan, omdat het oppervlaktewaterpeil 2.5 m lager ligt dan de laagste maaiveldhoogtes. Een aandachtspunt is de parkeerkelder die zal worden gerealiseerd binnen deelgebied Kasteellaan-Europaplein. Door de aanleg van de infiltratievoorzieningen zal het grondwaterpeil hier plaatselijk stijgen bij regenval. De ontwateringsdiepte is echter dermate groot dat hierdoor geen problemen worden verwacht voor ontwikkeling en de omgeving. Bij de aanleg van de ondergrondse infiltratievoorzieningen worden de slecht waterdoorlatende grondlagen tussen de infiltratievoorziening en het grondwater doorbroken. Er wordt hiermee voorkomen dat er schijn grondwaterstanden ontstaan die wateroverlast veroorzaken voor de ontwikkeling en de omgeving van het plangebied. De vloer van de (parkeer)kelder binnen deelgebied Kasteellaan-Europaplein wordt half verdiept aangelegd en bestaat uit slechts 1 bouwlaag. Dit betekent dat deze ca. 2.5 m onder het huidig maaiveld zal worden aangelegd.
Hierdoor steekt deze niet of nauwelijks in het grondwater, waardoor de grondwaterstromen niet worden beïnvloed. Hierdoor treedt er geen grondwaterstuwing op en wordt (grond-) wateroverlast in de omgeving van het plangebied vermeden. Bij aanleg van de kelder dicht bij de grondwaterstanden wordt rekening gehouden met de waterdichtheid en opdrijven bij de bouwkundige uitwerking. Daarnaast wordt bij de civieltechnische uitwerking van het hoogteplan in het openbaar gebied rekening gehouden dat er geen afstroming van hemelwater in de richting van de kelder plaatsvindt. Dit om wateroverlast bij extreme regenval in de kelder te voorkomen. 4. Overwegingen en conclusie Overwegingen Gezien de toekomstige terreinhoogte en de aanwezige grondwaterstanden wordt voldaan aan de eisen voor klimaatbestendigheid en ontwaterings- en droogleggingseisen. De parkeerkelder is een aandachtspunt. Het hemelwater wordt binnen het projectgebied verwerkt door berging en infiltratie. De exacte afmetingen, specificaties en vormgeving van de voorzieningen zal worden uitgewerkt in een waterhuishoudkundig plan en nader uit te werken (definitief-) ontwerp. De planlocatie en het ruimtebeslag van de ontwikkeling maakt het noodzakelijk dat de waterbergings- en infiltratievoorzieningen grotendeels
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld ondergronds worden aangebracht. Waar mogelijk wordt het hemelwater bovengronds geborgen en geïnfiltreerd in de bodem door middel van wadi’s. Het is daarnaast de ambitie om groendaken toe te passen. Conclusie Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en omgekeerd.
5. Overleg met waterbeheerder Beleidsuitgangspunt Afhankelijk van de aard en locatie moet het ruimtelijk plan voor advies en/of vooroverleg worden voorgelegd aan de waterbeheerder en het advies van de waterbeheerder zijn verwerkt in de waterparagraaf. Veelal zijn de waterbeheerders het waterschap, maar kunnen ook Rijkswaterstaat of de Provincie zijn. Voor wat betreft het waterschapsbelang geldt voor alle ruimtelijke plannen dat bij aanvang van het planproces een digitale watertoets moet worden ingevuld door de initiatiefnemer (www.digitalewatertoets.nl), waarna zo nodig een vooroverleg volgt. Gevolgen voor het plan De digitale watertoets is ingevuld en als bijlage 17 toegevoegd bij deze toelichting. De eisen en voorwaarden in de waterparagraaf vormen de basis voor de nadere uitwerking van de waterhuishouding voor TKWM. De waterhuishouding voor de ontwikkeling van TKWM is besproken met de Werkorganisatie Druten Wijchen (WDW, namens Gemeente Wijchen) en Waterschap Rivierenland. Bij de bespreking op 10 januari 2022 met deze partijen zijn de principes voor de waterhuishouding doorgenomen. Groendaken worden als belangrijk middel aangegeven door de waterbeheerders om zowel qua waterberging als klimaatadaptatie te worden opgenomen in de plannen. Ook de aanwezigheid van de kelders die voor belemmering van grondwaterstroming zorgen is vermeld als aandachtspunt.
Daarnaast is aangegeven dat indien nodig ook het aanpassen van de oevers van het Wijchens Meer kan worden ingezet t.b.v. de waterbergingsbalans. Dit dient dan te gebeuren in het deel tussen Westerdreef en Zuiderdreef. Tot slot is ook de gracht rondom het kasteel van Wijchen besproken. Dit oppervlaktewater wordt kunstmatig op peil gehouden met opgepompt grondwater en heeft waterkwaliteitsproblemen. Het verbeteren van deze situatie wordt als kans gezien bij de uitwerking van de waterhuishouding voor de ontwikkeling TKWM.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
7.2.3
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld •
Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.
•
Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
•
Afwijken van de bouwregels: Op basis van deze regels hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan.
•
Nadere eisen: Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van diverse factoren.
•
Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd.
•
Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van het plan.
•
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden binnen de vigerende dubbelbestemmingen om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren.
7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 11) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 12) In dit artikel zijn bepalingen opgenomen inzake strijdig gebruik en toegestaan aan huis verbonden beroepen.
•
Algemene aanduidingsregels (Artikel 13) In dit artikel zijn bepalingen opgenomen inzake overige zones en vrijwaringszones.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 14) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
•
Overige regels (Artikel 15) In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van parkeren en laden en lossen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Gemengd (artikel 3) In de regels bij deze bestemming is bepaald dat gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor ondermeer het wonen, dienstverlening, horeca, een hotel, bedrijvigheid, commerciële functies en voor aan huis verbonden beroepen, verkeer en verblijfsvoorzieningen, parkeergarages, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en agrarische cultuurgrond.
Er is gekozen voor een flexibele regeling, waarbij de bouwregels onderscheid maken in: -
Hoofdgebouwen, bijgebouwen en overkappingen; Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. Gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
Via enkele binnenplanse afwijkingen kent het plan een zekere flexibiliteit. Groen (artikel 4) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten; extensief recreatief medegebruik, evenementen en een paviljoen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - paviljoen'. Eén en ander met bijbehorende voorzieningen zoals informatieborden en straatmeubilair. Verkeer (artikel 5) Deze bestemming is met name opgenomen ter plaatse van de beoogde infrastructuren. Binnen deze bestemming ligt het accent op het gebruik als verkeersvoorzieningen, parkeergarages, groen- en watervoorziening alsmede voor in- en uitritten, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden. Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken toegestaan, die ten dienste staan van deze bestemming. Voor het bouwen geldt dat parkeergarages en ondergrondse en bovengrondse parkeervoorzieningen alsmede toegangen naar parkeervoorzieningen zowel boven als onder maaiveld en in ten hoogste en ten diepste 10 meter mogen worden gebouwd. Wonen (artikel 6) Deze bestemming is opgenomen op de woongebieden in het plangebied. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroep aan huis. Er is gekozen voor een flexibele regeling, waarbij de bouwregels onderscheid maken in: -
Hoofdgebouwen, bijgebouwen en overkappingen;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld -
Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. Gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
Via enkele binnenplanse afwijkingen kent het plan een zekere flexibiliteit.
Waarde – Archeologie 1 en 2 (artikel 7 en 8) Ter waarborging van de archeologische waarden is het plangebied voorzien, in overleg met de archeologisch deskundige van de gemeente Wijchen, van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1 en 2’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. Aan de bestemming is een omgevingsvergunningstelsel gekoppeld waarbij dieptes en oppervlaktes zijn vastgelegd waarvoor een vergunning- en onderzoeksplicht geldt. Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied (artikel 9) De voor 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, conform het ‘paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie’, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. Waarde – Waardevolle boom (artikel 10) De voor 'Waarde - Waardevolle boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van de waardevolle bomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
“Bestemmingsplan Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De kosten voor deze ruimtelijke procedure komen voor rekening van de gemeente Wijchen. Het bestemmingsplan 'Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022' biedt de basis voor de ontwikkeling van het gebied door een ontwikkelende marktpartij. Door middel van een tender is deze marktpartij geselecteerd. De gemeente Wijchen sluit met deze ontwikkelaar een anterieure overeenkomst af waarin wordt vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten betreffende exploitatiekosten en eventuele planschade bij de initiatiefnemer ligt. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.