Agendabundel
Tekst van het document
●
●
nimaal 25 jaar met bovenstaande voorwaarden wordt aangeboden (rijkslijn),die wordt toegewezen aan de doelgroep voor sociale huurwoningen conform de Woningwet en ook aan aandachtsgroepen als uitstromers, urgenten en statushouders, » en die een kwaliteit hebben die in de corporatiesector gebruikelijk is. Middenhuurwoningen definiëren we als huurwoningen: » met een huurprijs boven de liberalisatiegrens en met een maximale prijs, gelijk aan 187 Woningwaarderingsstelsel- punten (€ 1.026, prijspeil 2023). Uitgangspunt is aansluiten bij de bovengrens van het reguleringsvoorstel van middenhuur van het rijk; » met een instandhoudingstermijn van minimaal 15 jaar; » voor 1 persoonshuishoudens met een inkomen niet hoger dan € 56.527 en voor meerpersoonshuishoudens niet hoger dan € 75.369 (prijspeil 2022 voor huishoudinkomens in 2020) Betaalbare koopwoningen definieert het Rijk als: » koopwoningen met een verkoopprijs van maximaal € 355.000 » bij de inzet van Rijksmiddelen wordt deze prijsgrens gehanteerd. » in lijn met het woningbehoefteonderzoek zet de regio zich in voor realisatie van betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens met een maximale prijs van € 250.000.
» de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek zijn richtinggevend voor de verdeling van deze woningen in de regio, waarbij gemeenten voor de 35% à 40% middenhuur- en betaalbare koopwoningen, waarvan een op basis van het woonbehoefteonderzoek te bepalen deel als middenhuur en / of betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens. Genoemde prijzen worden geïndexeerd conform landelijke normen.
9. Met de percentages sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen realiseert de regio 2/3 deel van de productie in het betaalbare segment. Daarbij is er op basis van het woningbehoefteonderzoek ruimte voor uitwisseling tussen de segmenten, met dien verstande dat er voldoende sociale huurwoningen en middenhuur en / of betaalbare koopwoningen voor de lagere inkomens worden toegevoegd. 10. Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. In de Nationale prestatieafspraken met de corporatiesector, VNG en Woonbond is opgenomen dat corporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal
14
250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuurwoningen. De corporaties in de regio zetten zich in voor de realisatie van 10.000 sociale huurwoningen in de regio Arnhem-Nijmegen. De bijdrage aan middenhuur moet nog nader uitgewerkt worden. Deze aantallen worden, wat betreft de nieuwbouwopgave, leidend voor de lokale prestatieafspraken die gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties maken. Hiertoe zetten zij de volgende stappen: ● Partijen (gemeente, provincie en Rijk) zorgen, in lijn met de Nationale prestatieafspraken, voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen daadwerkelijk te realiseren. ● Gemeenten spannen zich maximaal in om toegelaten instellingen in positie te brengen om sociale huurwoningen daadwerkelijk te kunnen realiseren. Zij nemen dit op in hun lokale woonbeleid, informeren bouwgrondeigenaren in hun gemeente hierover, en brengen deze eigenaren actief in onderhandeling met de corporatie(s). ● Partijen ondersteunen dit verder door het inzetten van reguleringsinstrumentarium, actief grondbeleid, en / of door het afdekken van onrendabele toppen via daartoe bestemde fondsen. 11.
Waar de toevoeging van extra sociale huurwoningen aantoonbaar leidt tot sterk bovengemiddelde leefbaarheidsproblematiek kan voor die woningbouwlocatie uitgaan worden van een lager aandeel sociale huurwoningen in de nieuwbouw, dit ten behoeve van meer variatie. Zij compenseert dit elders in de gemeente. Mocht dit niet mogelijk en ook niet wenselijk zijn vanwege een te eenzijdige sociaal-economische opbouw van de kern met een hoog percentage sociale huur, dan zet de gemeente in op de bouw van extra betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Gemeenten onderbouwen dit naar elkaar en naar de provincie. Zij verklaren zich voor die situaties onderling solidair om in totaal regionaal 30% sociale huur in de nieuwbouw te realiseren. De provincie moet in kunnen stemmen met de onderbouwing van deze vorm van maatwerk. 12. In de Nationale Prestatieafspraken tussen Rijk, VNG, Aedes en Woonbond is opgenomen dat het aantal woningen met een huurprijs tot € 550 (prijspeil 2020) in de totale corporatievoorraad niet afneemt. In de regio Arnhem-Nijmegen had in 2020 naar schatting rond 40% van de corporatiewoningen in
de voorraad een huurprijs van € 550 of minder. De inzet bij lokale prestatieafspraken is dat dit niveau tot ten minste 2025 gelijk blijft. 13. Om de woningen in het betaalbare en middensegment bij de juiste doelgroep terecht te laten komen, ze langjarig betaalbaar te houden en (onder) verhuur te voorkomen zullen Rijk, provincie en regio expertise delen (bijvoorbeeld via gezamenlijke kennissessies) over instrumenten als zelfbewoningsplicht, opkoopbescherming, kettingbedingen, etc.
2.3 Huisvesting aandachtsgroepen Onze inzet ●
●
Voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. Gezamenlijk inzet voor het huisvesten van jong talent om zo bij te dragen aan de kenniseconomie. Door realisatie van voldoende studentenhuisvesting en inzet op voldoende aanbod voor jonge starters. Wat betreft studentenhuisvesting is het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting (LAS) leidend.
afspraken
14. De regio is koploperregio in het kader van het programma Een thuis voor iedereen. Dit betekent dat zij voorop loopt als het gaat om het maken van een (regionale) woonzorgvisie en regionale afstemming over de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen. Dit proces pakt de regio op in samenwerking met bewonersorganisaties, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen. De regio wordt hierin ondersteund door het Rijk, VNG, Provincie, RVO en Platform31. In het programma wonen en zorg voor ouderen en het programma Een thuis voor iedereen zijn als aandachtsgroepen benoemd: ouderen, dak- en thuisloze mensen, statushouders, sociaal en medisch urgenten, uitstromers uit een instelling, internationale medewerkers, woonwagenbewoners en studenten. In de uit te werken regionale woonzorgvisie wordt aandacht besteed aan de
15
huisvestingsopgave en daaraan gerelateerde ondersteunings- en zorgopgave van deze aandachtsgroepen. Daarbij is er ook aandacht ook aandacht voor een goede aansluiting op de leefomgeving en voor afstemming met het Zorgkantoor en de zorgaanbieders. De aanpak van de koploperregio kent de volgende mijlpalen: ● Eerste kwartaal 2023 is er een analyse van de huisvestingsvraag en het -aanbod voor alle aandachtsgroepen. Daarbij wordt toegewerkt naar een zoveel mogelijk uniforme benadering met gelijke definities. Dit wordt ook onderdeel van het regionale behoefteonderzoek en de monitoring. ● Dit leidt eind 2023 tot nadere regionale afstemming over de opgave en een regionale woonzorgvisie. ● De aantallen die hieruit komen worden in een herijking van de woondeal voor 2024 en in prestatieafspraken met woon- en zorgpartijen meegenomen. ● Alle gemeenten stellen in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ in 2023 lokaal een integrale woonzorgvisie op. Uitgangspunt hierbij is dat elke gemeente haar fair-share neemt in de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen (zie afspraken). In het kader van de koploperregio werken gemeenten, betrokken partijen en provincie de regionale woonzorgvisie uit. De exacte invulling hiervan moet in 2023 geconcretiseerd worden en vorm en inhoud krijgen. 15. Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen.
Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woonvormen die ook geschikt zijn voor ouderen. Ook is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Deze opgave worden regionaal en lokaal verder uitgewerkt in de woonzorgvisies. 16. Ten behoeve van studenten voegt SSH& over de periode 2021 t/m 2030 (netto) minimaal 1.000 eenheden in Nijmegen en minimaal 200 in Arnhem toe. Op basis van het woningbehoefteonderzoek en de Landelijke Monitor
Studentenhuisvesting wordt door zowel de gemeente Nijmegen als de gemeente Arnhem – in overleg met SSH&, onderwijsinstellingen en huurdersorganisatie SPH – gekeken wat de aangepaste ambitie is voor 2024 en verder.
2.4 Klimaatadaptief, conceptueel en circulair bouwen Onze inzet ●
Verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bouwsector en vermindering van bouwkosten, doordat circulair en conceptueel bouwen de norm is bij woningbouw. We willen in 2030 komen tot de reductie van 55% tot 60% CO2-uitstoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030. Hierop monitoren we periodiek en sturen bij indien nodig. Met klimaatadaptief bouwen en beheren beperken we de overlast van de gevolgen van klimaatverandering. Dit gaat hand in hand met natuurinclusief bouwen.
Afspraken
17. Partijen werken in nauwe samenwerking met de woningcorporaties en de werkorganisaties Citydeal conceptueel en circulair bouwen en Cirkelstad aan een regionaal programma ‘Circulair en conceptueel bouwen’. Dit programma bevat concrete ‘bouwstenen’ die bijdragen aan het versnellen en opschalen van de transitie naar circulair en conceptueel bouwen. De regio spant zich in om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% van het aantal woningen industrieel te laten bouwen. En om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% minder primaire grondstoffen in projecten te gebruiken. Deze verschuiving leidt onder meer tot een betere betaalbaarheid, kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie. 18. Gemeenten leggen concrete en meetbare doelstellingen vast in beleid en projectuitvragen en de regio monitoort de regionale voortgang rondom: ● Het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, door toe te
16
werken naar een volledig circulaire bouweconomie op basis van hernieuwbare (biobased) grondstoffen en oneindig kunnen gebruiken van bouwmaterialen. ● Het vergroten van de losmaakbaarheid en hergebruikpotentie van materialen en grondstoffen. ● Het verminderen van het milieu-effect van bouwen. Door binnen aanbestedingen in te zetten op het verbeteren van de milieuprestatie tot minimaal een Milieuprestatie Gebouwen (MPG-norm) van 0,5. Aanvullend hierop sturen de gemeenten op de directe CO2 impact van woningbouw. Dit bereiken zij door aansluiting op landelijke initiatieven en ontwikkelingen, zoals het ‘Manifest 2.0 – bouwen binnen de grenzen van onze planeet’. We meten op projectniveau en monitoren op regionaal niveau of de woningbouwopgave in lijn is met deze doelstellingen, zodat we indien nodig kunnen bijsturen. We zetten daarvoor de circulaire impactladder als instrument in op projectniveau, onderzoeken welke instrumenten aanvullend nodig en beschikbaar zijn om te sturen op milieu-impact en losmaakbaarheid en breiden de regionale planmonitor uit met duurzaamheidsindicatoren. Daarnaast onderzoeken hoe we aan kunnen sluiten op de landelijke ontwikkeling en implementatie van Het Nieuwe Normaal (HNN) als meetinstrument en dragen we projecten aan voor de projectevaluaties op basis van Het Nieuwe Normaal. 19.
De regio adviseert en ondersteunt gemeenten en woningcorporaties en werkt aan een uniforme werkwijze in beleid en in projecten (prestatieafspraken, inkoop- en tenderstrategie en -voorwaarden, publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instrumenten). Hierdoor wordt een duidelijk signaal en duidelijke verwachtingen aan de markt afgegeven en zijn we als overheden voorspelbaar en betrouwbaar. 20. Gemeenten werken samen aan het creëren van een level playing field, en scheppen daarmee de voorwaarden die nodig zijn om conceptueel en circulair bouwen een gelijke kans of voordeel te geven. Circulair bouwen met biobased of hergebruikte materialen is (op dit moment) vaak nog duurder dan conventionele methodes, zoals betonbouw. Dit maakt dat deze vorm van bou-
wen op prijs moeilijk kan concurreren met betonbouw, terwijl de maatschappelijke baten (CO2, stikstof, grondstoffen, gezondheid) wel een stuk hoger liggen. Door CO2-beprijzing (en waardering) ontstaat inzicht in de maatschappelijke baten van circulair bouwen. Dit inzicht is nodig om eerlijke afwegingen en keuzes binnen projecten te maken. 21. Voor projecten waar gemeentes of corporaties geen grond- of vastgoedeigendom (private gronden) hebben en doelstellingen of prestatie-eisen niet via publiekrechtelijke of privaatrechtelijke weg opgelegd kunnen worden, werkt de regio aan een publiek-privaat ‘convenant circulair en conceptueel bouwen’, waarin concrete en bindende afspraken staan over doelstellingen en prestaties op het vlak van circulair en conceptueel bouwen. 22. Gemeenten, provincie en marktpartijen nemen klimaatbestendigheid mee in het ontwerp van gebouwen en buitenruimte. Hierbij zijn water en bodem een sturend principe en wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de kennis en concepten van het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.
Energietransitie en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad 23. In navolging op de woondeal uit 2020 werken alle gemeenten in de regio met een transitievisie warmte, waarin is opgenomen in welke wijken de gemeenten voor 2030 werken aan de energietransitie.
24. In navolging van de woondeal uit 2020 maken partijen in de wijkuitvoeringsplannen inzichtelijk wat de investeringen in verduurzaming/ energietransitie zijn die op gebouweigenaren, huurders en gemeenten afkomen, mede in relatie tot andere benodigde woningaanpassingen. Extra aandacht daarbij verdient het tegengaan van energiearmoede. Rijk, provincie en regio bespreken aan de hand van dit inzicht welke gerichte ondersteuning nodig is. Het verduurzamen van de woningvoorraad moet onverminderd leiden tot betaalbare woningen en mag niet leiden tot hogere woonlasten. Hierover wordt afgestemd met de (regionale) bouw- en installatiebranche.
17
2.5 Leefbaarheid en stadsvernieuwing Onze inzet ●
In de eerste woondeal uit 2020 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over het verbeteren van de leefbaarheid in een aantal wijken, met bovenmatige, specifieke en complexe leefbaarheidsproblematiek. Specifiek voor Arnhem Oost zijn de sociaal-maatschappelijke problemen zeer complex: werk, onderwijs, jongeren, veiligheid, ondermijning, zorg en wonen hebben allen, integraal, extra aandacht nodig. Het Rijk, de provincie en de gemeente hebben daarom over Arnhem Oost concrete afspraken gemaakt in het Nationaal Programma Leefbare en Veilige wijken (NPLV) en gaan een langjarige samenwerking aan om de leefbaarheid en veiligheid van de Arnhem-Oost wijken (Arnhemse Broek, Geitenkamp, Klarendal, Malburgen en Presikhaaf) in vijftien tot twintig jaar op orde te brengen en het perspectief van de bewoners te verbeteren. Dit betreft continuering van de afspraken uit 2020.
Afspraken
25. De regio spant zich in om sterke, toekomstbestendige en gemengde/ gedifferentieerde wijken te realiseren. In samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen wordt gestreefd om meer middenhuur, betaalbare koopwoningen en vrijesectorwoningen toe te voegen in kwetsbare gebieden. 26. De provincie Gelderland draagt bij aan het versterken van toekomstbestendige wijken in de regio door de inzet van instrumenten en middelen uit de programma’s Wijken van de Toekomst, Integrale Wijkaanpak, SteenGoed Benutten, Leefbaarheid en Klimaatadaptatie. 27. Partijen houden gezamenlijk in het kader van het NPLV een vinger aan de pols of de in 2021-2022 uitgevoerde een verkenning naar knellende en/ of ontbrekende wet- en regelgeving met betrekking tot de leefbaarheid voldoende navolging krijgt en leidt tot doorbraken. Indien aan de orde en wenselijk kunnen met betrekking hierop pilots naar knellende en/of ontbrekende wet- en regelgeving met betrekking tot de leefbaarheid in Arnhem Oost en Velp-Zuid worden opgezet.
28. De minister en de regio hebben afspraken gemaakt over Arnhem-Oost. Op lokaal niveau draagt Arnhem zorg voor het delen van lessen en het betrekken van Nijmegen (Kanaalzone) en Velp-Zuid die kampen met wijken met gelijksoortige opgaven. Op nationaal niveau wordt binnen het NPLV kennis en doorbraken gedeeld en ontsloten via het kennis- en leernetwerk WijkWijzer.
2.6 Verstedelijking en gebiedsontwikkeling Onze inzet ●
Realisatie van de woningbouwopgave als bouwsteen en binnen de kaders van de gezamenlijke Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen/ Foodvalley.
Afspraken
29. Arnhem Nijmegen is samen met Food Valley aangewezen als één van de zestien NOVEX-gebieden in het land, waar grote ruimtelijke opgaven samen komen en verstedelijking een centrale opgave vormt. Partijen (Rijk, provincies Gelderland en Utrecht, Regio Foodvalley, de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, de 26 regiogemeenten en drie waterschappen) werken sinds 2019 samen aan een gezamenlijke strategie voor de verstedelijking van de regio in de periode tot 2040. Deze is uitgewerkt in het verstedelijkingsconcept ‘Meer landschap, meer stad’, dat in 2021 door alle gemeenteraden en Staten en in het BO Verstedelijking is vastgesteld. In de verstedelijkingsstrategie wordt de ambitie voor de bouw van 100.000 woningen t/m 2040 uiteengezet. In de woondeals wordt de woningbouwopgave regionaal (voor Foodvalley, en voor Arnhem-Nijmegen) t/m 2030 uiteengezet en uitgewerkt. De regionale woondeals zijn de basis voor de regionale woningbouwprogrammering t/m2030. Het verstedelijkingsconcept is het integrerend kader voor de grote ruimtelijke opgaves in de regio. Het verstedelijkingsconcept beschrijft welke voorwaarden en uitgangspunten er zijn voor de ontwikkeling van nieuwe locaties om te wonen en te werken. Daarvoor zijn vier bouwstenen benoemd: leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen. Nieuwe woningen worden
18
bij voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied geprogrammeerd en nabij (H) OV-knopen. Daarmee worden bestaande steden, regio- en dorpskernen versterkt en wordt tegelijkertijd het landschap gekoesterd. Het doel is leefomgevingen te maken met een menging van functies (wonen/werken/voorzieningen) en voldoende groen (zoals recreatieve uitloopgebieden, sportvelden, natuur en hydrologische buffers). Voor de vier bouwstenen leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen zijn de volgende ambities gesteld: ● De realisatie van een groene en gezonde leefomgeving voor de inwoners in en om steden en dorpen door een balans in de ontwikkeling van stad en landschap en de realisatie en/of ontsluiting van 5.000 hectare recreatieve uitloopgebieden; ● Een goede bereikbaarheid van de woon- en werklocaties dankzij duurzame ontsluiting; ● Het streven naar realisatie van voldoende arbeidsplaatsen en werklocaties daarvoor om te komen tot een balans van wonen en werken; ● Tot 2040 de realisatie van 100.000 kwalitatief goede en voldoende betaalbare woningen – met name geconcentreerd in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties. Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven de partijen ernaar om deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten.
Rijk en regio werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken met onder andere: ● verplaatsing bedrijvigheid, opheffing hindercirkels, ● aanpak stikstof, ● versterking van het landschap, nieuwe natuur, ● bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte). In de ‘’bestuurlijke afspraken Verstedelijking regio Arnhem Nijmegen Foodvalley” zijn op het BO MIRT Oost 2022 afspraken opgenomen over de realisatie van de doelen en de bijbehorende randvoorwaarden en de verdere samenwerking binnen het NOVEX-gebied Arnhem, Nijmegen, Foodvalley. Zo wordt het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied verder uitgewerkt in een verstedelijkingsprogramma. 30. Rijk, provincie en gemeenten zetten gezamenlijk en gecoördineerd menskracht en financiële middelen in op grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem-Oost.
In Spoorzone Arnhem-Oost is streven naar het realiseren van 12.000 woningen in de verschillende deelgebieden binnen het grootschalige woningbouwgebied in de periode tot en met 2040. De grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost biedt tot en met 2030 ruimte voor de realisatie van 5.400 woningen. Tweederde deel van de woningen die tot en met 2030 wordt gerealiseerd bevindt zich in het betaalbare segment. Hierbij zijn twee deelgebieden onderscheiden: het deelgebied Presikhaaf (rondom de KennisCampus Arnhem) en het deelgebied Rijnpark. In het deelgebied Presikhaaf worden tot en met 2030 2.300 woningen gebouwd. Voor het deelgebied Rijnpark gaan Rijk en regio gezamenlijk de ontwikkelopgave verder verkennen en een gefaseerde ontwikkelstrategie uitwerken. Het deelgebied Rijnpark van en om het spooremplacement biedt uitstekende kansen voor een grootschalige gebiedsontwikkeling langs de Rijn, dicht tegen het centrum van de stad. Op deze locatie kan een (hoog-)stedelijk milieu worden ontwikkeld. Het deelgebied Presikhaaf leent zich bij uitstek voor het toevoegen van woningen om te komen tot meer gedifferentieerde wijken. Beide woningbouwlocaties dragen daarmee ook nadrukkelijk bij aan de versterking van de leefbaarheid en leefomgeving in Nationaal Programma Leefbaarheid & Veiligheid Arnhem-Oost.
De voortgang van deze grootschalige NOVEX- woningbouwlocatie zal ook besproken worden op de woondealtafel. In Nijmegen zijn er twee grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied en Nijmegen Kanaalzone. In de woondeal uit 2020 staat een omvschrijving vand gebieden en de opgaven. Tot en met 2030 worden er in het Stationsgebied circa 3.500 woningen gerealiseerd en 1.000 woningen na 2030. Het aandeel sociaal/middensegment c.q. betaalbaar bedraagt gemiddeld 65%. Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor een pakket mobiliteitsmaatregelen. Een groot deel van de opgave in het Stationsgebied wordt reeds bekostigd uit eerdere MIRT afspraak (2020) station, Woningbouwimpuls (Wbi) en versnellingsafspraken. Nijmegen Kanaalzone betreft meerdere bestaande wijken en bedrijfsterreinen langs het Maas-Waalkanaal, waarbij de grootste transformaties in Winkelsteeg en Dukenburg plaatsvinden. Tot en met 2030 worden er in het gebied Kanaalzone-Winkelsteeg circa 4050 woningen gerealiseerd en 400 woningen na 2030, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Tot en met 2030 worden er in
19
het gebied Dukenburg ca. 1.200 woningen gerealiseerd, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Vanuit het Mobiliteitsfonds is tijdens het BO MIRT Oost 2022 een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor mobiliteitsmaatregelen. De regio zet zich de komende periode in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 8.750 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld. Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven partijen ernaar deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. De gemeente Nijmegen start hiervoor gebiedsontwikkelingen, de voortgang wordt besproken op de Woondeal Tafel.
2.7 Overige thema’s 31. In Nederland bevinden zich bijna 4.000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. De provincie inventariseert op verzoek van de minister in 2023 in samenwerking met de gemeenten het potentieel van te transformeren vakantieparken in Gelderland en meldt de resultaten daarvan aan de minister. De verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke transformatie van vakantieparken ligt bij de individuele gemeenten en parkeigenaren. 32. Stikstof: Stikstofruimte is een belangrijke randvoorwaarde om de woningbouwambities waar te kunnen maken. Daarbij is en blijft het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) het instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Het Rijk spant zich in voor voldoende stikstofruimte voor woningbouw. Zij stimuleert het gebruik van schoon en emissieloos bouwmaterieel met een bijdrage van een extra €400 miljoen, bovenop de € 500 miljoen die al beschikbaar was.
Op de korte termijn (oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen door middel van kengetallen/ vuistregels, met als doel om voor initiatiefnemers de administratieve lasten als gevolg van de extra onderzoeksplicht zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kunnen bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Waar in concrete projecten stikstof een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. 33. Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen: Bij tijdig aanvragen van projecten leidt de beschikbare netcapaciteit op het elektriciteitsnet vooralsnog niet tot vertraging van woningbouwprojecten. Om te zorgen voor voortgang in projecten dragen gemeenten zorg voor tijdige aanvragen voor aansluitingen van (woningbouw)projecten bij de netbeheerder.
Het Rijk (EZK en BZK) houdt in samenspraak met medeoverheden en netwerkbeheerders vinger aan de pols waar er knelpunten kunnen ontstaan, en spant zich in om eventuele knelpunten tijdig weg te nemen, zodat de woningbouw en de bijbehorende voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. Waar in concrete projecten netcapaciteit een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. De P-MIEK-tafels zijn het platform om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Regionale en landelijke versnellingstafels leggen hun signalen neer bij deze tafels. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK-tafels, dan agenderen deze tafels dit bij het landelijke MIEK overleg.
20
34. Woningcorporaties Gemeenten zien in de corporaties hun eerste partner als het gaat om realisatie van sociale huurwoningen. Zij nodigen de corporaties uit om samen met hen de aanpak vorm te geven om corporaties beter in positie in te brengen bij gebiedsontwikkelingen, en daarbij concreet invulling te geven aan een efficiënte en effectieve samenwerking en procedures. De samenwerking behelst niet alleen de nieuwbouw, maar ook de verbetering van de bestaande voorraad, leefbaarheid en thema’s als bijzondere woonvormen. 35. Water en bodem sturend: Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verder richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.
21
3 Uitvoering en samenwerking 3.1 Monitoring en rapportage 36. De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven teneinde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. In de Groene Metropoolregio wordt jaarlijks de planvoorraad, de bouwproductie en toevoegingen in de bestaande voorraad gemonitord en besproken met marktpartijen en woningcorporaties. Deze monitor is in beginsel algemeen toegankelijk. Het regionaal monitoringssysteem is een dynamisch systeem dat aanpasbaar is en kwantitatieve en kwalitatieve wijzigingen in de planvoorraad snel op kaart inzichtelijk maakt.
Periodiek wordt de landelijke monitor voortgang woningbouw van VNG, IPO en BZK voorzien van geactualiseerde gegevens uit deze regionale monitor. Het regionale monitoringssysteem gaat over de breedte van de woondeal. Daarmee groeit de monitor mee met de opgaven waarvoor de regio staat. Als voorbeeld: zo moet de monitor inzicht gaan bieden in de duurzaamheidsprestaties van onze woningbouwopgave in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen, zodat we indien nodig kunnen bijsturen. De regionale monitor sluit zoveel mogelijk aan op de uniforme definities van de landelijke monitor voortgang woningbouw. 37. Opgebouwde ervaringen met de woondeal deelt de regio met aan andere delen van Gelderland en het land, zodat leereffecten van de woondeal
breed gedeeld worden. Te denken is aan ervaringen met monitoring, flexpools of samenwerking.
3.2 Overlegstructuur 38. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken voeren we periodiek overleg over de realisatie van de woningbouwopgave tussen het Ministerie van BZK, provincie Gelderland en de regio. Dit overleg bestaat minimaal uit de volgende onderdelen: ● Een regulier overleg op ambtelijk niveau (kernteam) tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK, provincie Gelderland, de Groene Metropoolregio, gemeenten Arnhem en Nijmegen vindt maandelijks plaats, of zoveel vaker als nodig is. ● Een BO Woondeal tussen de directeur Woningbouw en bestuurders van provincie Gelderland, van de stedelijke gemeenten en bestuurlijke vertegenwoordigers van de Groene Metropoolregio vindt periodiek plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Via het kernteam, het provinciale versnellingsteam en de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel worden eventuele knelpunten in het BO Woondeal geagendeerd. Het BO Woondeal wordt voorbereid door directeuren / managers van de genoemde partijen. ● De bestuurlijke afspraken worden jaarlijks herijkt. De prognose voor de woningbouwbehoefte tot 2030 wordt jaarlijks bijgewerkt.
De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot 2030 wordt bijgewerkt op basis van de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals. Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken.
22
●
Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.
39. Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is: ‘los het op, of schaal het op’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.
● ●
deal middels procesgeld. Dit geld kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeal. Dit procesgeld wordt uitgekeerd via de provincies. De provincie is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s. Via het Actieplan Wonen ondersteunt de provincie gemeenten bij het realiseren van de woningbouwopgave. De provincie werkt in het voorjaar 2023 uit hoe zij de noodzakelijke bijdrage voor de continuering en versterking van de uitvoeringsorganisatie van deze woondeal vorm geeft, uitgaande van de geformuleerde ambities.
42. In bijlage 3 wordt locatie-specifiek bij de sleutelprojecten aangegeven op welke wijze Rijk en provincie ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave.
3.3 Ondersteuning 40. Realisatie van de woningbouwopgave is complex, met invloed en afhankelijkheid van veel direct en indirect betrokken (bouw)partijen en externe factoren, waaronder prijsontwikkelingen, de rente en de beschikbaarheid van locaties, bouwmaterialen, bouwpersoneel en energie-infrastructuur. Kritische succesfactoren dienen aangepakt te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is inzet vanuit het Rijk nodig en vanuit provincie en gemeenten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke en locatie-specifieke ondersteuning. 41. De generieke ondersteuning voor de Groene Metropoolregio bestaat uit: ● Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woon-
23
Bijlagen
Bijlage 1: Provinciale woningbouwopgave De woningbouwopgave 2022 zoals vastgesteld in de ‘Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 provincie Gelderland’ op 13 oktober 2022. Het gaat in totaal om 100.000 huizen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. Betaalbaarheid Te realiseren
Netto plan-
Sociale
Midden-
Betaalbare
Betaalbaar-
Woningen door
woningen bruto
capaciteit
huur1
huur2
koop3
heid totaal
woningcorporaties
2022
11.100
13.200
3.400
1.300
2.100
6.800
2.200
2023
12.800
15.700
3.700
1.500
2.600
7.800
3.300
2024
12.400
17.300
3.100
1.000
3.100
7.200
2.600
2025
13.500
13.300
3.500
1.400
3.100
8.000
2.700
2026
11.600
11.400
3.200
1.300
2.700
7.200
2.800
2027
10.100
10.600
2.900
1.000
2.400
6.300
2.600
2028
9.500
9.800
2.600
900
2.300
5.800
2.500
2029
9.500
8.500
2.600
900
2.200
5.700
2.400
2030
9.500
4.800
2.500
1.000
2.100
5.600
2.200
Totaal
100.000
104.600
27.500
10.300
22.600
60.400
23.300
100%
105%
28%
10%
23%
60%
23%
Het college van GS heeft in haar bod aan de minister van 29 september 2022 aangegeven dat het voor realisatie van de opgave nodig is dat het Rijk tegemoet komt aan vier randvoorwaarden: A. Investeringen in bereikbaarheid Grootschalige woningbouw vereist verbetering van de bereikbaarheid. Want als er meer mensen in een regio gaan wonen, gaan er meer mensen gebruik maken van de trein, de bus, fietspaden en wegen. Om de woningbouwopgave verantwoord te realiseren, is steun nodig voor diverse bereikbaarheidsknelpunten in Gelderland. B. Financiering van onrendabele toppen Bij woningbouw is er vaak extra geld nodig om daadwerkelijk betaalbare woningen te realiseren. Cofinanciering vanuit de rijksoverheid van deze onrendabele toppen is een randvoorwaarde om betaalbare woningbouw in Gelderland mogelijk te maken. Er
1
Huurwoningen tot de sociale huurgrens van circa 763 euro per maand. Huurwoningen van de sociale huurgrens van circa 763 euro tot maximaal 1.000 euro per maand. 3 Betaalbare koop zijn conform het beleid van de minister woningen tot 355.000 euro, dit is gelijk aan de grens van de Nationale Hypotheek Garantie in 2022. Diverse gemeenten vinden dit niet voldoende betaalbaar en hanteren daarnaast ook een lagere prijsgrens. 2
25
is waardering voor de Woningbouwimpuls, maar er is langjarig meer budget nodig en meer zekerheid over waar dit instrument daadwerkelijk gaat bijdragen aan de opgave. C. Voldoende goede ambtelijke capaciteit Voor de woningbouw is het belangrijk dat er structureel financiën beschikbaar komen om de ambtelijke capaciteit van gemeenten te vergroten. Onderzoeken laten zien dat hier een groot en reëel knelpunt ligt. Ook zijn nieuwe HR-instrumenten ten bate van instroom nodig en mensen moeten over voldoende competenties en doorzettingskracht beschikken. D. Voldoende stikstofruimte Zonder stikstofruimte kan voor veel woningen geen vergunning worden verleend. Omdat Gelderland bijna de helft van alle stikstofgevoelige Natura 2000 binnen haar grenzen heeft, is voldoende stikstofruimte onmisbaar. Dit speelt vooral rond de Veluwe: bij Arnhem, Ede, Harderwijk en Apeldoorn. Het college van GS roept het kabinet op haar toezegging na te komen om te zorgen voor voldoende stikstofruimte voor de woningbouw. Daarbij is afgesproken dat de minister voor VRO de opgaven coördineert die samenhangen met woningbouw en zich maximaal inzet voor tegemoetkoming aan de randvoorwaarden.
26
Bijlage 2: Woningbouwopgave per gemeente
Onderverdeling per gemeente van tabel 1 (paragraaf 2.1) op basis van ‘reality-check’ t.b.v. bod provincie oktober 2022. Subtotalen afgerond. In periode 2026 t/m 2030 gemiddelden per jaar genomen.
Arnhem Te realiseren woningen netto 760
Totale plancapaciteit 1.040
Harde plan-capaciteit 1.040
800
800
1.040
1.040
2024
900
900
1.170
1.170
2025
1.000
1.000
1.300
750
2026
1.200
1.120
1.560
0
2027
1.200
1.200
1.560
0
2028
1.200
1.200
1.560
0
2029
1.200
1.200
1.560
0
2030
1.200
1.200
1.560
0
Totaal*
9.500
9.380
12.350
4.000
2022 2023
Te realiseren woningen bruto 800
Sloop 40
80
120
Sociale huur totaal 225
Sociale huur corporaties 225
Middenhuur totaal 90
Betaalbare koop 50
Betaalbaar totaal 365
225
225
140
50
415
2024
225
225
170
50
445
2025
300
300
150
100
550
2026
360
360
150
220
730
2027
360
360
150
220
730
2028
360
360
150
220
730
2029
360
360
150
220
730
2030
360
360
150
220
730
2.775
2.775
1.300
1.350
5.425
29%
29%
14%
14%
57%
2022 2023
Totaal*
Middenhuur corporaties
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
27
Berg en Dal Te realiseren woningen bruto
80 100 110 120 150 150 150 150 150
10
1.160
25
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
Sloop
5
10
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 100 105 120 140 150 140 150 150
100 140 140 150 190 190 190 190 190
100
1.135
1.480
250
120 30 0 0 0 0 0 0
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
10 30 40 40 50 50 50 50 50
10 10 10 10 20 20 20 20 20
0
10
2030
10 30 40 40 50 50 50 50 50
10
10 20 20 20 30 30 30 30 30
30 60 70 70 100 100 100 100 100
Totaal*
370
370
140
60
220
730
32%
32%
12%
5%
19%
63%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
0 5 5 10 10 10
Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 25 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
28
Beuningen Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
70 140 80 150 160 160 160 160 160
70 140 80 150 160 160 160 160 160
90 180 100 190 210 210 210 210 210
90
1.240
1.240
1.610
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
Sloop
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
30 50 10 20 50 50 50 50 50
30 50 10 20 50 50 50 50 50
Totaal*
370 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
120 30 0 0 0 0 0 0 240
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 20 10 10 20 20 20 20 20
0 10 20 50 50 50 50 50 50
30 80 40 70 120 120 120 120 120
370
140
320
830
30%
11%
26%
67%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
29
Doesburg Te realiseren woningen bruto
2030
30 60 20 40 30 30 30 30 30
Totaal*
300
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
30 60 0 0 30 30 30 30 30
40 70 25 55 40 40 40 40 40
40
240
390
50
20 40
60
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 10 10 40 0 0 0 0 0
20 10 10 40 0 0 0 0 0
Totaal*
80 27%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
10 0 0 0 0 0 0 0
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 10 0 0 0 0 0 0 0
10 10 0 0 20 20 20 20 20
30 30 10 40 20 20 20 20 20
80
10
120
210
27%
3%
40%
70%
Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 60 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
30
Druten Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 70 130 230 80 80 80 80 80
100 90 170 300 110 110 110 110 110
30
2030
80 70 130 230 80 80 80 80 80
Totaal*
910
910
1.210
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Sloop
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 10 40 120 20 20 20 20 20
0 10 40 100 70 20 0 0 0
Totaal*
270 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
150 150 10 0 0 0 0 0 340
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 0 0 10 10 10 10 10
60 30 30 30 30 30 30 30 30
60 40 70 150 60 60 60 60 60
240
50
300
620
27%
5%
33%
68%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
31
Duiven Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
60 70 40 110 100 100 100 100 100
80 90 50 140 130 130 130 130 130
60
2030
60 70 40 110 100 100 100 100 100
Totaal*
780
780
1.000
170
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Sloop
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 30 20 40 25 25 25 25 25
20 30 20 40 25 25 25 25 25
Totaal*
235 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
70 40 0 0 0 0 0 0
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
10 10 0 0 0 5 5 5 5
0 10 10 30 40 40 40 40 40
30 50 30 70 65 70 70 70 70
235
40
250
525
30%
5%
32%
67%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
32
Heumen Te realiseren woningen bruto
2030
60 50 120 80 120 120 120 120 120
Totaal*
910
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Sloop
60
60
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
60 50 60 80 120 120 120 120 120
80 70 160 100 160 160 160 160 160
60
850
1.210
100
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
20
2030
20 20 40 20 30 30 30 30 30
Totaal*
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
10 0 0 0 0 0 0
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20
0 20 10 0 20 20 20 20 20
20 10 10 10 30 30 30 30 30
30 40 60 20 80 80 80 80 80
250
190
130
200
550
27%
21%
14%
22%
60%
20 30 20 20 20 20 20
Middenhuur corporaties
30
33
Lingewaard Te realiseren woningen bruto
120 210 230 250 120 120 120 120 120
20
1.410
110
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
Sloop
90
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
100 210 140 250 120 120 120 120 120
160 270 300 330 160 160 160 160 160
120
1.300
1.860
320
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 20 20 130 50 50 50 50 50
20 20 20 130 50 50 50 50 50
Totaal*
440 31%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
200 0 0 0 0 0 0 0
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 20 20 20 10 10 10 10 10
30 40 50 50 20 20 20 20 20
50 70 90 230 100 100 100 100 100
440
110
270
940
31%
8%
19%
67%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
34
Montferland Te realiseren woningen bruto
120 150 180 190 170 170 170 170 170
10
1.490
20
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
Sloop
10
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plan-capaciteit
120 150 170 190 170 170 170 170 170
150
90
200
160
230
50
250
10
220
10
220
10
220
10
220
10
220
10
1.470
1.930
360
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
40 40 60 50 50 50 50 50 50
30 30 50 50 40 40 40 40 40
Totaal*
440 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 20 10 0 0 0 0 0
50 50 70 60 50 50 50 50 50
80
360
30
480
930
24%
2%
32%
62%
80 150 120 100 100 100 100 100
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
35
Mook en Middelaar Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
20
30
30 50
2022 2023
20 40
40
50
2024
80
80
110
2025
80
80
100
2026
60
60
80
2027
20
20
30
2028
20
20
30
2029
20
20
30
2030
20
20
30
Totaal*
360
360
490
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
80
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
2022 2023
5
5
15
10
15
2024
45
45
45
2025
20
40 10 10 10 10 10
60
2026
5
5
15
2027
5
5
2028
5
5
2029
5
5
2030
5
5
Totaal*
90
80
20
X
90
200
25%
22%
6%
xx%
25%
56%
15 15 15 15
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
36
Nijmegen Te realiseren woningen bruto**
2030
1.230 1.990 1.250 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
Totaal*
13.070
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
Sloop 180 160
350
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
1.050 1.990 1.090 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
2.900 1.940 970 2.150 1.810 1.810 1.810 1.810 1.810
2.230
12.720
17.010
8.560
Sociale huur totaa*l
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
720 460 130 520 520 520 520 520 520
700
750 1040 610 610 610 610 610
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
500
520 200 80 360 310 310 310 310 310
130 180 150 250 180 180 180 180 180
1.360 840 370 1.130 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020
4.430
4.240
2.710
1.610
8.800
34%
`32%
21%
12%
67%
440 100 500 500 500 500 500
Middenhuur corporaties
1490
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar. ** inclusief 1.000 eenheden voor studenten SSH&
37
Nijmegen Te realiseren woningen bruto**
2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Sociale huur totaa*l
2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
180 160
13.070
Totaal*
2022 2023
Sloop
1.230 1.990 1.250 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
2022 2023
350
Sociale huur corporaties
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
1.050 1.990 1.090 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
Harde plancapaciteit
2.900 1.940 970 2.150 1.810 1.810 1.810 1.810 1.810
12.720
Middenhuur totaal
2.230 1490 750 1040 610 610 610 610 610
17.010
Middenhuur corporaties
8.560
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
720 460 130 520 520 520 520 520 520
700
500
520 200 80 360 310 310 310 310 310
130 180 150 250 180 180 180 180 180
1.360 840 370 1.130 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020
4.430
4.240
2.710
1.610
8.800
34%
`32%
21%
12%
67%
440 100 500 500 500 500 500
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar. ** inclusief 1.000 eenheden voor studenten SSH&
Overbetuwe Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
140 120 240 270 60 60 60 60 60
10
130
140
120 240 270 60 60 60 60 60
180 160 320 345 85 85 85 85 85
1.070
10
1.060
1.425
330
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 60 80 80 40 40 40 40 40
20 60 80 80 40 40 40 40 40
Totaal*
430 40%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
120 70 0 0 0 0 0 0
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 20 20 0 0 0 0 0 0
50 50 20 100 20 20 20 20 20
100 120 110 180 60 60 60 60 60
430
60
320
810
40%
6%
30%
76%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
38
Renkum Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
10 70 120 120 120 120 120 120 120
10
10
90
90
150
150
150
150
160
0
160
0
160
0
160
0
2030
10 70 120 120 120 120 120 120 120
160
0
Totaal*
920
920
1.200
400
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Sloop
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 10 20 20 40 40 40 40 40
0 10 20 20 40 40 40 40 40
Totaal*
250 27%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 10 20 20 10 10 10 10 10
0 10 30 30 40 40 40 45 45
0 30 70 70 90 90 90 95 95
250
100
280
630
27%
11%
30%
68%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
39
Rheden Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
20
70
150 100 100 100 100 100
120 90 0 200 130 130 130 130 130
90
2030
90 70 0 150 100 100 100 100 100
Totaal*
810
30
780
1.060
230
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
70 10
-10
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 20 0 20 10 10 10 10 10
20 20 0 20 10 10 10 10 10
Totaal*
110 14%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
60 0 80 0 0 0 0 0
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 20 0 50 20 20 20 20 20
20 10 0 70 50 50 50 50 50
50 50 0 140 70 70 70 70 70
110
190
350
590
14%
23%
43%
73%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
40
Rozendaal Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
2030
10 0 0 0 0 0 0 0 0
10 0 0 0 0 0 0 0 0
10 0 0 0 0 0 0 0 0
10 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal*
10
10
10
10
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Sloop
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal*
0
0
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0
0
0
Bouwmogelijkheden in Rozendaal zijn klein. De bouwmogelijkheden doen zich ad hoc voor. Daarom is nu geen programma en procentuele verdeling te benoemen. De gemeente werkt aan haar woonvisie, waarin het (betaalbare) programma van de woondeal terugkomt. Dit krijgt z’n vertaling in toekomstige bouwontwikkelingen.
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
41
Westervoort Te realiseren woningen bruto
Sloop 10
2030
50 60 60 60 60 60 60 60 60
Totaal*
530
10
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
40 60 60 60 60 60 60 60 60
60 80 80 80 75 75 75 75 75
40
520
670
80
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
0 20 20 20 10
2030
0 20 20 20 20 20 20 20 20
Totaal*
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
0 0 0 0 0 0 0
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
10
20 20 20 10 10 10 10 10 10
20 10 10 10 10 10 10 10 10
40 40 40 40 30 30 30 30 30
160
110
120
100
310
30%
21%
23%
19%
58%
10 10 10
Middenhuur corporaties
40
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
42
Wijchen Te realiseren woningen bruto
70 180 270 290 190 270 270 270 270
10
2.080
20
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
Sloop
10
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
60 180 270 290 190 270 270 260 270
90 230 350 380 250 350 350 350 350
90
2.060
2.700
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
50 50 40 60 70 70 70 70 60
50 50 40 50 70 70 70 60 60
Totaal*
540 26%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
230 300 130 0 0 0 0 0 750
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 10 20 20 10 20 10 20
0 50 60 80 50 60 50 60 50
50 100 110 160 140 140 140 140 130
520
110
460
1.110
25%
5%
22%
53%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
43
Zevenaar Te realiseren woningen bruto
80 190 270 230 150 150 150 150 150
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal*
1.520
Sloop 25 20
45
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 165 270 210 150 150 150 150 150
100 250 350 300 190 190 190 190 190
80
1.475
1.950
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
10 90 70 40 50 45 45 45 45
10 90 70 40 50 45 45 45 45
Totaal*
440 29%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
220 210 180 50 25 10 0 0 775
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 60 0 0 15 15 15 15
20 50 50 100 75 35 35 35 35
30 140 180 140 125 95 95 95 95
440
120
435
995
29%
8%
29%
65%
* in de totalen kunnen door afrondingen verschillen voorkomen ten opzichte van de optelling van de getallen per jaar.
44
Bijlage 3: Versnellingslocaties en kritische succesfactoren Projectkenmerken
Kritische succesfactoren Aantal woningen
Start bouw
Bereikbaarheid
Onrendabele top
Capaciteit en kennis
Stikstofruimte
Andere knelpunten
Naam project
Gemeente
Schuytgraaf
Arnhem
1.500
In uitvoering
Centrum-Oost
Arnhem
866
In uitvoering
Vredenburg-Kronenburg
Arnhem
1.844
2023
√
√
√
Nijmeegseweg/Olympuskwartier
Arnhem
430
2025
√
√
√
Spoorknoop-Oost
Arnhem
9.800
2022
√
√
HES-Klingelbeek
Arnhem-Renkum
563
2023
√
Wolfheze Pro Persona
Renkum
500
2025
√
IJsseldistrict
Rheden
800
2024
√
√
√
Driegaarden
Lingewaard
512
2022
√
√
√
De Pas
Overbetuwe
348
2025
Plakseweide
Duiven
300
2025
√
√
√
Ploen-Noord
Duiven
300
2030
√
√
√
Noord
Westervoort
475
2025
√
√
√
Holtkamp-Het Hof
Zevenaar
226
In uitvoering
√
Kanaalzone-Zuid
Nijmegen
4.600
2022
√
√
Stationsgebied
Nijmegen
4.200
In uitvoering
√
√
Waalsprong
Nijmegen
5.600
In uitvoering
Ewijk-Zuid/west
Beuningen
300
2023
√
√
√
√
Winssen-Zuid
Beuningen
345
2023
√
√
√
√
Deest
Druten
253
2023
√
√
Kanaalzone
Heumen
735
2024
√
√
Huurlingsedam
Wijchen
483
2022
Wijchen-West
Wijchen
1.300
2025
’s-Heerenberg/Lengel Oost
Montferland
500
2025
Didam Noordoost
Montferland
350
2025
√
√ √
√
√
√
√
√
√ √
√
√
√
45
S
g
erk unv larin e t
ni
o
Steunverklaring Regionale Woondeals Woningbouwcoalitie
met gemeenten, provincies en het Rijk op basis van gelijkwaardigheid en met respect voor ieders verantwoordelijkheden aan regionale woondealtafels
lit
W
Met deze steunbetuiging verklaart de Woningbouwcoalitie gezamenlijk
ie
Regionale Woondeals ngb
ou wc
oa
structureel samen te werken aan het reduceren van het woningtekort. De samenwerking krijgt vorm in deelname aan de regionale versnellingstafels*), waar de voortgang op basis van monitoring, inbreng en afweging vanuit alle partijen wordt besproken. Hierbij worden afspraken gemaakt om woningbouwprojecten te versnellen, knelpunten op te lossen en snel tot noodzakelijke doorbraken te komen. Partners aan deze tafel prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedsspecifieke thema’s. Indien er sprake is van landelijke thema’s kunnen deze worden doorgezet naar de landelijke versnellingstafel. *) voor zover mogelijk en passend. Vereniging Eigen Huis committeert zich in dit kader op landelijk niveau om samen te werken aan het reduceren van het woningtekort.
Desirée Uitzetter Voorzitter NEPROM
Jac Vries Vice-voorzitter WoningBouwersNL
Lana Goutsmits-Gerssen Waarnemend voorzitter NVM
Gertjan van der Baan Voorzitter IVBN
Martin van Rijn Voorzitter Aedes
Cindy Kremer Directeur bestuurder Vereniging Eigen Huis
Maxime Verhagen Voorzitter Koninklijke Bouwend Nederland
46
Ministerie van BZK T.a.v. de heer H.M. de Jonge Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Directie Woningbouw Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG
•
Woonkr8-corporaties zijn positief om – afhankelijk van de lokale situatie – een deel van de opgave in de middenhuur te realiseren. Vanuit de Woondeal vraagt dit verdere uitwerking.
•
Er is veel aandacht voor aantallen woningen. Te weinig voor wàt we gaan bouwen. Wij vragen aandacht voor de kwalitatieve aspecten in het overleg met de regio en op gemeentelijk niveau, waaronder ook de uitwerking van ruimte voor alternatieve/collectieve woonvormen.
Wederkerigheid en monitoring •
Datum: 22 december 2022 Onderwerp: Steunverklaring en reactie Woondeal Regio Arnhem-Nijmegen 2022 In afschrift: de heer P. Kerris (gedeputeerde provincie Gelderland); de heer C. van Eert (bestuurlijk opdrachtgever Opgave groene groei Metropoolregio Arnhem-Nijmegen), de heer B. Klouwen (programmamanager Woondeal Arnhem-Nijmegen)
Geachte Minister, In de regio Arnhem-Nijmegen werken 18 woningcorporaties regionaal samen in Woonkr8. De opgaven zijn groot. Het is een regio met een forse groeiopgave. Vanuit het samenwerkingsverband geven we graag een reactie op de nu voorliggende Woondeal 2022; een actualisatie van de Woondeal die in maart 2020 is afgesloten. Wij waarderen het zeer dat we door Rijk en in het bijzonder de provincie Gelderland en de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) op een transparante en constructieve wijze zijn meegenomen in het proces dat heeft geleid tot deze Woondeal en dat suggesties van onze kant zijn ingebracht in de uiteindelijke deal. Met deze brief tonen we onze positieve grondhouding over de in de deal opgenomen afspraken. Ook zijn er zorgen over de noodzakelijke randvoorwaarden en over de wederkerigheid van afspraken. Graag lichten wij een aantal aspecten uit de deal toe.
Beschikbaarheid •
In de regio Arnhem-Nijmegen is de bouw voorzien van 33.000 woningen tot en met 2030. Wij zetten ons als Woonkr8-corporaties in voor de realisatie van 10.000 sociale huurwoningen en nog eens 1.200 eenheden voor studenten.
•
Wij ervaren het als positief dat in de Woondeal is opgenomen dat de gemeenten zich inzetten voor een fair share van de regionale bouwopgave met als uitgangspunt (tenminste) 30% in de sociale huur. Daar waar wordt afgeweken (de maatwerkafspraak 11 van de Woondeal) vinden wij het van belang dat betreffende gemeente met de lokale woningcorporatie(s) op basis van argumentatie overlegt en afstemt over een alternatieve bouwopgave.
•
Wij waarderen het en vinden het van groot belang dat in de Woondeal is opgenomen dat gemeenten zich maximaal inspannen om de woningcorporaties in positie te brengen om sociale huurwoningen daadwerkelijk te kunnen realiseren. Graag gaan wij hier snel mee aan de slag om van een inspanning tot concrete afspraken te komen. P a g i n a 1|3
Wij merken op dat de monitoring van de bestuurlijke afspraken zich nu richt op informatie over gerealiseerde aantallen en plancapaciteit. Daarin missen wij nog wederkerigheid. Graag zien we niet alleen een monitoring van resultaten, maar ook monitoring op hoe de Woondealpartners invulling geven aan de condities op basis waarvan wij tot realisatie van 10.000 sociale huurwoningen moeten komen.
Randvoorwaarden De geformuleerde opgaven zijn groot. Niet alleen de bouwopgave, maar ook de noodzakelijke transities naar conceptueel en circulair bouwen en herontwikkelen, de huisvesting van de aandachtsgroepen, wonen & zorg en niet in de laatste plaats de leefbaarheid en betaalbaarheid. Voor ons een enorme uitdaging die wij niet zonder (financiële) steun van de overheid kunnen realiseren. Verdere prijsstijgingen in de markt, hogere- en/of landelijke belastingen en provinciale en gemeentelijke heffingen en personeelstekorten kunnen de realisatiemogelijkheden stevig in de weg zitten. De ongekende maatschappelijke, economische en ecologische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld stikstofruimte en flora-en- faunaregelgeving, maken de dynamiek in de markt nog groter. Dit roept de vraag op hoe we dergelijke grote opgaven kunnen realiseren. Wij zien het als een belangrijke voorwaarde dat gemeenten/GMR, provincie en Rijk in wederkerige samenwerking met corporaties, marktpartijen en andere betrokkenen zich daadkrachtig en praktisch inzetten om deze opgaven met realisme gestalte te geven. Dit vraagt randvoorwaarden die op orde zijn. Wat dat betreft sluiten we goed aan op de randvoorwaarden die door de provincie Gelderland in haar bod op de bijdrage aan de nationale woningbehoefte gesteld zijn.