Agendabundel
Tekst van het document
de dorpsbouwmeester voert op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; d. de dorpsbouwmeester adviseert op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten. Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal 8 leden, de voorzitter, dorpsbouwmeester en ondervoorzitter(s) daaronder begrepen. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen burgerleden worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5.
De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg. 6. De leden zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
Artikel 5. Benoeming 1. Burgemeester en wethouders streven ernaar dezelfde leden te benoemen als burgemeester en wethouders van Druten voor haar commissie benoemt. 2. Burgemeester en wethouders benoemen de leden voor een termijn van ten hoogste 4 jaar. 3. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste 4 jaar plaatsvinden. 4. Afgetreden leden zijn 4 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 5. De voorzitter, de ondervoorzitters en de dorpsbouwmeester worden in functie benoemd. 6. De leden worden op eigen aanvraag door burgemeester en wethouders ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie. Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2.
In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste de helft van het totale aantal leden. Bij een oneven aantal leden wordt dit getal naar boven afgerond.
Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, de dorpsbouwmeester of een subcommissie. Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot ambtenaren van de Werkorganisatie Druten Wijchen. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen een second opinion inwinnen bij een of meerdere andere adviseurs. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2.
In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c; b. de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de instelling van subcommissies; h. de werkwijze van de dorpsbouwmeester; i. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; j. de selectie en voordracht van kandidaat-leden; k. het vastleggen van de wijze waarop in de praktijk afstemming plaatsvindt tussen de commissie en een supervisor of andere adviseur. 3.
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad.
Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie, dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14. Vergoeding 1. De leden ontvangen een vergoeding op grond van de regeling Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangen de leden die in dienst zijn van het Gelders Genootschap een in overleg te bepalen vergoeding. Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 april verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht 1. De leden die op grond van de Bouwverordening gemeente Wijchen 2007 en/of de Erfgoedverordening gemeente Wijchen 2010 al meer dan 8 jaar in functie zijn, kunnen voor maximaal 2 jaar worden benoemd. Deze leden kunnen niet meer worden herbenoemd. 2.
De leden die op grond van de Bouwverordening gemeente Wijchen 2007 en/of de Erfgoedverordening gemeente Wijchen 2010 al meer dan 4 jaar in functie zijn, kunnen voor maximaal 4 jaar worden benoemd. Deze leden kunnen niet meer worden herbenoemd. 3. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel 17. Vervallen oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in de artikelen 9.1 tot en met 9.9 van de Bouwverordening 2015 vervallen. 2. De regels met betrekking tot de commissie in: - artikel 1 sub d; - artikel 3 tweede lid; - artikel 5 eerste lid; - artikel 12; - artikel 15; - artikel 19 tweede lid; - artikel 20 eerste lid; - artikel 23 derde en vierde lid; van de Erfgoedverordening gemeente Wijchen 2010 vervallen. 3. De Verordening op de Monumentencommissie 2010 wordt ingetrokken.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit gemeente Wijchen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2022.
De voorzitter,
De griffier,
8 62627 beslisnota Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen 1 Dossier 3400 voorblad.pdf
Commissievergadering Wijchen Dossiernummer
3400
Extern Zaak ID
Z/21/062627
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
10 februari 2022
Agendapunt
8
Titel
62627 beslisnota Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen
Organisatieonderdeel
domein Fysieke leefomgeving - team Juridische advisering
Eigenaar
Meelkop, Joep
Soort nota
Beslisnota
Programma/Paragraaf
P8 Wonen en bouwen
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Gerrits, G.W.R. (Geert)
Bijlagen Beslisnota raad Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen.DOCX Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen.docx Bijlage I Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
25 januari 2022
Stukken gemeenteraad Wijchen
1 februari 2022
Commissievergadering Wijchen
10 februari 2022
Raad openbaar Wijchen
24 februari 2022
Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. de Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen vast te stellen; 2. de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 in te trekken. Besluit Agenderen als hamerstuk voor de raadsvergadering van 24 februari.
1 Beslisnota raad Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen.DOCX
Openbaar
Zaaknummer: 62627
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. de Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen vast te stellen; 2. de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 in te trekken. Aanleiding Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Daarmee treden twee nieuwe wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie inwerking. Nadeelcompensatie gaat over schade die wordt veroorzaakt door rechtmatig handelen van de overheid. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning, het inperken van rechten of neveneffecten door werkzaamheden. Het gaat dus om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten en om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Ook planschade valt hieronder. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Nadeelcompensatie is dus breder dan alleen planschade. Voor meer uitleg verwijzen wij naar de brief van de VNG in bijlage I. Aan de hand van de modelverordening van de VNG hebben wij een nieuwe Verordening nadeelcompensatie opgesteld. Met de vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie komt de huidige Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 te vervallen. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
30-10-2008
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008
Gewenst resultaat Het vaststellen van de verordening nadeelcompensatie en intrekken van de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008. Argumenten 1.Bij het opstellen van de gemeentelijke verordening zijn er twee hoofdkeuzes te maken 1.1. Een recht te heffen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding en de hoogte daarvan
Pagina 1 van 3
Openbaar
Zaaknummer: 62627
Hoe hoog het recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding is, is op grond van de Awb een lokale keuze. De heffing is geïntroduceerd om te voorkomen dat er al te makkelijk wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Het recht kan ten hoogste € 500,- bedragen. Voor dit bedrag is door de wetgever gekozen, omdat het goed aansluit bij de regeling voor planschade van artikel 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Artikel 6.4, derde lid, van de Wro bepaalt dat burgemeester en wethouders van de aanvrager een recht heffen ten bedrage van € 300,- welk bedrag bij verordening van de gemeenteraad met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. Tot op heden hebben wij in Wijchen altijd een bedrag van € 300 gehanteerd. De maximale heffing mag € 500,- bedragen. Gemeenten dienen het bedrag zelf in te vullen. Aan uw raad de keuze voor de hoogte van dit bedrag. Gelet op het voorkomen van lichtvaardige verzoeken om schadevergoeding stellen wij voor een recht van € 500 te hanteren. Bij het toewijzen van schadevergoeding wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb). In geval van het toekennen van een schadevergoeding krijgt de aanvrager het heffingsbedrag dus terug.
1.2 In welke gevallen en welke vorm het instellen van een adviescommissie naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen Het uitgangspunt dat bij het opstellen van de Modelverordening door de VNG is gehanteerd, is dat in bij de gemeente deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. In de modelverordening wordt er daarom van uitgegaan dat alleen extra deskundigheid wordt ingeschakeld voor zover dat naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen. Wij sluiten aan bij het uitgangspunt van de VNG om alleen een externe adviseur in de vorm van een adviescommissie te benoemen wanneer externe deskundigheid noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2. Naast de hoofkeuzes kan de raad nog een zogenaamde bagateldrempel vaststellen voor het inwinnen van extern advies. Met deze drempel hoeven we geen advies in te winnen bij aanvragen tot vergoeding van heel kleine schadebedragen. De kosten van het inwinnen van advies zijn in die gevallen vaak hoger en dan de gestelde schade. Wij mogen dan zonder advies besluiten om een schadeverzoek toe te kennen of af te wijzen. Wij stellen voor deze bagateldrempel te hanteren en vast te stellen op € 500,- voor particulieren en € 1000,- voor bedrijven. 3.
Alleen onder bijzondere omstandigheden wordt een voorschot uitgekeerd Het uitkeren van een voorschot zorgt voor extra administratieve lasten bij de afhandeling van een aanvraag om schadevergoeding. Met name als iemand geen recht blijkt te hebben op de tegemoetkoming. Om echter onnodige faillissementen te voorkomen, stellen wij voor om op aanvraag een voorschot voor winst/ inkomstenderving en gederfde huurinkomsten van maximaal 50% uit te keren. Die 50% baseren we op het in het conceptadvies opgenomen schadebedrag. Tegenargumenten en risico’s
Financiële gevolgenGeen Geen.
Pagina 2 van 3
Openbaar
Zaaknummer: 62627
Communicatie -
De Verordening wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad. We informeren initiatiefnemers en aanvragers over de werkwijze van een eventueel te benoemen deskundige of Adviescommissie.
Inwonersparticipatie Uitvoering of Vervolgstappen -
De Verordening wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad. Deze treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting 1 juli 2021)
Geheimhouding Nee Niet van toepassing Voorstel Advies
Pagina 3 van 3
1 Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen.docx
Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen Besluit van de raad van de gemeente Wijchen tot vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen De raad van de gemeente Wijchen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen
Artikel 1. Toepassingsbereik 1 .Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. 2 . Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is.
Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 500 geheven.
Artikel 3. Aanvraag 1. De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een elektronisch formulier. 2. In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting. b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte.
Artikel 4. Adviescommissie 1. Het bestuursorgaan wint slechts extern advies in voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a . de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b . de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling;
c . de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; d . de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 500 voor particulieren, en € 1000 voor bedrijven. e . naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3 . Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4 . Een adviescommissie kan worden benoemd als: a . vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b . tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt.
Artikel 5. Procedure 1 . Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2 . Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: a . degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, b . als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1 °. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of 2 °. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.
Artikel 6. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.
Artikel 7. Aanvraag voorschot 1. Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom voor verzoeken wegens winst- of inkomstenderving en gederfde huurinkomsten.
2. Het voorschot bedraagt maximaal 50% van de in het conceptadvies opgenomen geldsom.
3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.
Artikel 8. Intrekking oude regeling De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) en de inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1 . Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2 . Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Wijchen
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].
De voorzitter, De griffier,
1 Bijlage I
Aan de leden
Datum
26 mei 2021 Kenmerk
Lbr.21/041 TLE/U202100451 Telefoonnummer
070-373 83 93 Bijlage(n)
4
Onderwerp
VNG Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw)
Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de Model Verordening nadeelcompensatie. Deze is nieuw. De overheid kan rechtmatig handelen en toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning, het inperken van rechten of neveneffecten door werkzaamheden. Het gaat dus om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, en om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, zoals in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Binnenkort zullen (naar verwachting) twee nieuwe wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie inwerking treden. Hiervoor heeft de VNG een modelverordening opgesteld. Deze komt in de plaats van de huidige Model Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade. De Model Verordening nadeelcompensatie is niet alleen voor planschade, maar ook voor nadeelcompensatie. Uw huidige verordeningen planschade en nadeelcompensatie kunnen worden ingetrokken. De verordeningen kunnen vanwege het overgangsrecht nog wel relevant zijn voor het afhandelen van (plan)schadeverzoeken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100451
PROD
1. Wettelijke kaders Algemene wet bestuursrecht en Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. De regeling heeft betrekking op schade die een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak veroorzaakt. Het doel van de nieuwe regeling is om te komen tot meer eenduidigheid en overzichtelijkheid in het nadeelcompensatierecht. Hiernaast is de verwachting dat in 2022 ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking zal treden. De Ow bevat een specifiek op het omgevingsrecht toegesneden nadeelcompensatieregeling die enkele aanvullende regels op de Awb bevat (afdeling 15.1 van de Ow). Aanvullende regels bij verordening, niet verplicht Deze wettelijke regelingen (titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow) zijn grotendeels uitputtend bedoeld. Ze bevatten al veel regels voor de afwikkeling van aanvragen om schadevergoeding, zoals beslistermijnen en de het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Slechts over enkele onderwerpen is het mogelijk om aanvullend regels op te nemen in een gemeentelijke verordening.
Met het vaststellen van bijgaande modelverordening implementeert u beide wettelijke regelingen en geeft u invulling aan een van de door de VNG geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ voor de implementatie van de Ow. Het vaststellen van een Verordening nadeelcompensatie is niet verplicht, zoals dat bij een Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade wel het geval was. De VNG adviseert echter wel om een Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. Zonder deze verordening kan een gemeente bijvoorbeeld geen recht heffen. Door de Verordening nadeelcompensatie ontstaan geen nieuwe administratieve lasten. 2. Totstandkoming van de modelverordening De Model Verordening nadeelcompensatie is tot stand gekomen in samenwerking met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van gemeenten, rijk, wetenschap en bedrijfsleven. 3. Handreiking Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt een handreiking nadeelcompensatie. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de nieuwe wetgeving, schadeoorzaken, schade, aanvragen om schadevergoeding, verhalen van schadevergoeding, rechtsbescherming, procedures enzovoort. Deze handreiking wordt halverwege 2021 verwacht. 4.
Bijlagen Deze ledenbrief bevat vier bijlagen: Bijlage 1 - Gemeentelijke praktijk nadeelcompensatie: informatie over de verhouding tussen de regeling in de Awb en de regeling in de Ow. Bijlage 2 - Model Verordening nadeelcompensatie. Bijlage 3 - Tekst van de Model Verordening nadeelcompensatie: opgemaakt in Word 2.0-format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting. Bijlage 4 - Implementatiehandleiding: nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de verordening.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
5. Informatie De geconsolideerde teksten van de VNG modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Inhoudelijke vragen en vragen over de modelverordening kunt u terecht bij het Informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vng.nl). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/3
9 72069 beslisnota Bindend adviesrecht gemeenteraad Wijchen en verplichte participatie onder de Omgevingswet 1 Dossier 3397 voorblad.pdf
Commissievergadering Wijchen Dossiernummer
3397
Extern Zaak ID
Z/22/072069
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
10 februari 2022
Agendapunt
9
Titel
72069 beslisnota Bindend adviesrecht gemeenteraad Wijchen en verplichte participatie onder de Omgevingswet
Organisatieonderdeel
domein Fysieke leefomgeving - team Juridische advisering
Eigenaar
Meelkop, Joep
Soort nota
Beslisnota
Programma/Paragraaf Portefeuillehouder(s) Wijchen
Gerrits, G.W.R. (Geert)
Bijlagen Bijlage I Toelichting op het bindend adviesrecht en verplichte participatie.docx Bijlage II voorgestelde besluit bindend advies en verplichte participatie Wijchen.docx Bijlage III alternatieven besluit bindend advies en verplichte participatie.docx Bijlage IVA participatie omwonende.pdf Bijlage IVB participatie initiatiefnemers.pdf 72069 Beslisnota Bindend adviesrecht gemeenteraad Wijchen en verplichte participatie onder de Omgevingswet Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
25 januari 2022
Stukken gemeenteraad Wijchen
1 februari 2022
Commissievergadering Wijchen
10 februari 2022
Raad openbaar Wijchen
24 februari 2022
Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: 1. de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarvoor een bindend adviesrecht van de gemeenteraad geldt zoals genoemd in bijlage II;
2. de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarvoor verplichte participatie geldt zoals genoemd in bijlage II; 3. Hiervoor het Besluit bindend adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet gemeente Wijchen vast te stellen. 4. 1 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren. 5. kennis te nemen van de participatiewijzer in bijlage IV; Besluit Afhankelijk van de antwoorden zullen D66 en CDA voor 22 februari (10.00 uur) laten weten of zij een amendement en/of motie in zullen dienen. Worden er geen amendement en/of motie ingediend, dan is het advies van de commissie om het raadsvoorstel als hamerstuk te agenderen.
1 Bijlage I Toelichting op het bindend adviesrecht en verplichte participatie.docx
Bijlage I Toelichting op het bindend adviesrecht en verplichte participatie Doelen Omgevingswet Algemeen Voordat we toekomen aan de specifieke besluiten in de beslisnota, benoemen wij eerst de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: • •
een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden, en de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.
Voor het bereiken van die balans op lokale schaal krijgen de verschillende overheden meer afwegingsruimte. Er zijn minder regels en er is meer ruimte voor initiatieven. De doelen van de wet zijn gericht op duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en het beschermen en verbeteren van het leefmilieu. De wet gaat uit van vier verbeterdoelen: 1. 2. 3. 4.
Inzichtelijk omgevingsrecht; Leefomgeving centraal; Ruimte voor lokaal maatwerk; Snellere besluitvorming.
Het Omgevingsplan en afwijken van het omgevingsplan De Omgevingswet bepaalt dat de raad een omgevingsvisie en een omgevingsplan vaststelt. De omgevingsvisie gaat over de langere termijn en de opgaven waar de gemeente mee aan de slag gaat. Hiervoor loopt een separaat raadstraject. Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan, verordeningen die zien op de fysieke leefomgeving en een aantal rijksregels (de bruidsschat). In het omgevingsplan staan regels voor de fysieke leefomgeving. Regels in een omgevingsplan kunnen bijvoorbeeld een bepaalde activiteit in een gebied wel of niet toestaan en voorwaarden benoemen. Denk daarbij aan de aanleg van een weg, het bouwen van woningen, het kappen van bomen of het gebruiken van een perceel voor horeca in plaats van als kantoor. Bij sommige regels geldt voor bepaalde activiteiten een vergunningplicht, oftewel alleen toegestaan met een vergunning. Dit noemen we de binnenplanse omgevingsplanactiviteit. In dat geval beoordeelt het college een activiteit inhoudelijk aan de hand van die regels en geeft dan wel of geen vergunning af. Op deze manier is het omgevingsplan het toetsingskader voor vergunningverlening en toezicht en handhaving binnen een gemeente. Het kan ook voorkomen dat een initiatief niet past in het omgevingsplan, maar het initiatief wel wenselijk is.
Zo kan het voorkomen dat op een locatie woningbouw niet is toegestaan, maar we vinden dat een woning toch mogelijk moet zijn. In dat geval kan het college besluiten af te wijken van het omgevingsplan en vergunning te verlenen. Dit noemen we dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De motiveringsplicht is in dat geval een stuk zwaarder. Voor een deel van deze buitenplanse activiteiten geldt de uitgebreide procedure (maximaal 26 weken). De gevallen waarin de uitgebreide
procedure van toepassing is, staan in de wet. In alle overige gevallen is de reguliere procedure van toepassing (maximaal 8 weken,) tenzij het college (in een bijzonder geval) zelf de uitgebreide procedure van toepassing verklaart. Een alternatief voor het verlenen van een vergunning, is het wijzigen van (delen van) het omgevingsplan. Het wijzigen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. De rolverdeling tussen de raad en het college In essentie blijft de rolverdeling tussen de raad en het college na de inwerkingtreding van de Omgevingswet hetzelfde. De raad stelt kaders vast en het college geeft uitvoering aan deze kaders (en toetst of initiatieven passen binnen de door de raad vastgestelde kaders). Daarnaast houdt de raad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie is het college het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Het college krijgt wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten. Dit hangt samen met het verbeterdoel om sneller besluiten te nemen. Met onderstaande thema’s kan de raad sturen op de rolverdeling. De raad kan ervoor kiezen meer verantwoordelijkheden naar zich toe te trekken.
Een keuze kan ook zijn om meer los te laten en meer verantwoordelijkheid aan het college te laten. De volgende twee besluiten staan in deze beslisnota centraal: 1. 2.
Verplicht advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor het college vergunning verleent; Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Hierna gaan we per thema in op de achtergronden en het wettelijk kader en de keuzemogelijkheden en de gevolgen daarvan. Daarvoor bieden wij een handvat in de vorm van een tabel met drie varianten. Tenslotte is delegatie ook een manier om de rolverdeling te bepalen. Een beslisnota over het delegatiebesluit staat gepland voor mei/juni 2022. Delegatie blijft hier onbesproken. Verplicht advies bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Achtergrond en wettelijk kader Op dit moment kennen we het systeem van de verklaring van geen bedenkingen. Ook nu is het college bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Voor het projectafwijkingsbesluit (de activiteit afwijken bestemmingsplan met een ruimtelijke onderbouwing) geldt als hoofdregel dat het college aan de raad een verklaring van geen bedenkingen moet vragen. Er zijn categorieën van gevallen aangewezen waarin geen verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig is om vergunning te kunnen verlenen. Valt een aanvraag niet binnen één van deze categorieën, dan is dus een verklaring van geen bedenkingen vereist van de raad. Als de Omgevingswet in werking treedt, verandert dit systeem. De raad kan dan categorieën van gevallen aanwijzen waarin het college de raad om advies moet vragen. Het advies is bovendien bindend en het college mag daar dus niet van afwijken.
Dit bindend advies is alleen aan de orde bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Alleen in de gevallen die door de raad aangewezen zijn, is advies vereist. De raad mag er niet voor kiezen om advies bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht te stellen. Een buitenplanse vergunning is een ruim begrip. Alles wat niet rechtstreeks past in een omgevingsplan of in de binnenplanse afwijkingsregels valt hier binnen. Dat kan dus
bijvoorbeeld ook de uitbreiding van een bestaand gebouw zijn, of het toestaan van ander gebruik van onbebouwde gronden. Het instrument projectafwijkingsbesluit wordt niet veel gebruikt. Om mee te werken aan een initiatief maken we meestal een nieuw bestemmingsplan. We verwachten dat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit veel meer gebruikt zal gaan worden, dan het projectafwijkingsbesluit nu. In de eerste periode na inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben we nog geen volwaardig omgevingsplan, maar alleen een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege. Het is ingewikkeld om dit tijdelijke omgevingsplan voor een specifieke locatie te wijzigen ten behoeve van een initiatief. We gaan stimuleren dat initiatiefnemers een aanvraag omgevingsvergunning doen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Keuzes en gevolgen De raad kan ervoor kiezen om advies alleen bij de zeer ingrijpende gevallen te verplichten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grootschalige zonnevelden en windparken, of grote aantallen woningen. Zie in bijlage II variant 1; de minimale variant. Kiest de raad hiervoor, dan is het in de meeste gevallen alleen aan het college om een besluit te nemen. Dit draagt uiteraard bij aan snelle besluitvorming. De raad stuurt in dit geval maximaal op hoofdlijnen en de uitvoering is maximaal in handen van het college.
Dit betekent ook dat de raad bij veel besluiten aan de zijlijn staat en los moet laten. Het andere uiterste is om advies in veel uiteenlopende gevallen verplicht te stellen, vanaf kleine aantallen en beperkte omvang. Zie in bijlage II variant 2; de maximale variant. De raad heeft dan invloed op een groot deel van de besluiten in de fysieke leefomgeving. De raad stuurt dan minder op hoofdlijnen en de besluitvorming zal langer duren. Dat laatste past niet bij één van de verbeterdoelen van de Omgevingswet om sneller besluiten te nemen. Daarnaast is meer inzet van ambtelijke capaciteit nodig en de leges zullen voor de initiatiefnemer hoger worden. Een duidelijke keuze is in ieder geval gewenst. Een buitenplanse vergunning is namelijk een ruim begrip. Alles wat niet rechtstreeks past in een omgevingsplan of in de binnenplanse afwijkingsregels valt hier binnen. Dat kan dus bijvoorbeeld ook de uitbreiding van een bestaand gebouw zijn, of het toestaan van ander gebruik van onbebouwde gronden. Neemt de raad geen besluit, dan is in geen enkel geval advies verplicht en is het dus geheel de bevoegdheid van het college om te besluiten over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Gelet op het voorgaande hebben wij in bijlageII in de voorkeursvariant een voorkeursscenario uitgewerkt voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor bindend advies nodig is.
Wij hebben de huidige vvgb-lijst aangepast op basis van recente ervaringen. Hiermee blijven de in de tabel genoemde activiteiten aan instemming van de raad gebonden. De voorgestelde tabel vormt in onze ogen een goed vertrekpunt om ervaring met de Omgevingswet op te doen. Wij stellen voor het gebruik van de tabel 1 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren. Zodra uw raad de omgevingsvisie, eventuele omgevingsprogramma`s en het omgevingsplan heeft vastgesteld, ligt duidelijk vast op welke onderwerpen uw raad wil sturen. Op basis van uit deze beleidscyclus te verkrijgen informatie kunnen vervolgens categorieën van gevallen worden geschrapt of toegevoegd aan de lijst.
Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten De gemeenteraad kan gevallen van categorieën aanwijzen om participatie verplicht te stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Participatie in de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet en verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun meningen kunnen geven over een visie of plan. Zoals een Omgevingsvisie of een Omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, verenigingen, scholen. Bij een omgevingsvergunning moet de initiatiefnemer aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. En hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De initiatiefnemer mag zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Participatie bij vergunningverlening Bij binnenplanse omgevingsplanactiviteiten is participatie voor een initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het Omgevingsplan vallen. Er heeft bij het vaststellen van het Omgevingsplan zelf reeds participatie plaatsgevonden. Participatie door de initiatiefnemer wordt wel gestimuleerd. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet binnen het omgevingsplan mogelijk zijn.
Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. De gemeenteraad kan categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verplichting geldt. Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de initiatiefnemer bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken. De initiatiefnemer mag echter zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Werkwijze verplichte participatie Om de initiatiefnemer bij verplichte participatie te helpen hebben wij ter informatie de ‘participatiewijzer’ ontwikkeld. Wanneer de initiatiefnemer deze werkwijze volgt, voldoet het participatietraject aan de voorwaarden van de gemeente. Door het in de participatiewijzer genoemde stappenplan te volgen, kan het college straks een goede afweging maken over de wijze waarop invulling is gegeven aan de verplichte participatie. Ook hebben wij een participatiewijzer ontwikkeld voor belanghebbenden. Door de participatiewijzer te volgen weten zij wat de mogelijkheden zijn om mee te denken met een initiatief. Voor meer informatie verwijzen wij naar de stukken in de bijlage IV. Keuzes raad Uw raad moet besluiten voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is.
Een algemeen besluit om ‘in alle gevallen’ van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht te stellen, is niet toegestaan. Aan de varianten voor verplicht bindend advies in bijlage II hebben wij in de tabel een kolom toegevoegd met de gevallen waarvoor wij voorstellen om participatie verplicht te stellen. Uitgangspunt voor het verplicht stellen van participatie daarbij is dat een activiteit (grote) maatschappelijke impact heeft en door middel van participatie ook invloed op het uiteindelijke initiatief/ plan mogelijk is. De koppeling met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar adviesrecht is bewust gemaakt omdat voor beiden de maatschappelijke impact leidend is.
1 Bijlage II voorgestelde besluit bindend advies en verplichte participatie Wijchen.docx
Besluit bindend adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet gemeente Wijchen De raad van de gemeente Wijchen Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 januari 2022; Gelet op: - artikel 16.15a aanhef en onder b sub 1◦ Omgevingswet - artikel 16.55 zevende lid Omgevingswet Besluit vast te stellen: Besluit bindend adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet gemeente Wijchen Artikel 1 1. De in de Tabel genoemde initiatieven zijn activiteiten waarvoor de gemeenteraad is aangewezen als adviseur als bedoeld in artikel 16.15 eerste lid Omgevingswet voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het betreft de activiteiten waarbij in de kolom ‘Bindend advies?’ ‘ja’ staat. 2. De in de Tabel genoemde initiatieven zijn activiteiten waarin participatie verplicht is voordat een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend. Het betreft de activiteiten waarbij in de kolom ‘Participatie verplicht?’ ‘ja’ staat. 3. Onder participatie verstaan wij participatie van minimaal het niveau ‘raadplegen’.
Tabel Algemene voorwaarden voor bindend advies: - geen bindend advies voor een initiatief dat past binnen een uitwerkingsplicht of een wijzigingsbevoegdheid in het tijdelijke omgevingsplan; - voor tijdelijke omgevingsvergunningen geldt: indien genoemd in de tabel maar de termijn is maximaal 1 jaar, dan geen bindend advies; - geen bindend advies voor het buiten behandeling laten van een aanvraag; - geen bindend advies voor het intrekken of wijzigen van een verleende omgevingsvergunning. Omschrijving
Bindend advies? ja
Participatie verplicht? ja
1
Het oprichten van een gebouw met meer dan 5 bouwlagen of hoger dan 15 meter nieuwbouw of verbouw naar meer dan 5 bouwlagen of hoger dan 15 meter
2
Het oprichten van 1 of 2 nieuwe woningen binnen de bebouwde kom*, inclusief woningsplitsing
nee
ja
3
Het oprichten van meer dan 2 nieuwe woningen of transformatie van een bestaand gebouw van een nietwoonfunctie naar meer dan 2 woningen dus toevoeging (inclusief woningsplitsing), geen herbouw op perceel of uitbreiding
ja
ja
bedrijfswoning zien we ook als woning Recreatiewoning niet 4
Het oprichten van een nieuw gebouw voor of transformatie van een bestaand gebouw naar een woonfunctie anders dan zelfstandige woningen, met meer dan 5 kamers/onzelfstandige wooneenheden bijv. woon-zorg, logiesgebouw, arbeidsmigranten, asielzoekers/statushouders, studenten
ja
ja
5
Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijven in een zwaardere milieucategorie dan het omgevingsplan toestaat ongeacht locatie, dus bedrijventerrein of daarbuiten
ja
nee
6
Het oprichten, veranderen of uitbreiden van nietagrarische bedrijven buiten de bebouwde kom
ja
ja
7
Het oprichten van een nieuw agrarisch bedrijf, grondgebonden of intensief
ja
ja
8
Het uitbreiden van een intensieve veehouderij Hieronder verstaan we: vergroten bouwvlak of toename aantal dieren of toename emissie Of het vergroten van het bouwvlak van een grondgebonden agrarisch bedrijf naar meer dan 1,5 ha Het oprichten van een antennemast hoger dan 40 m
ja
nee
ja
nee
10
Projecten voor intensieve recreatie, sportaccommodaties, maatschappelijke voorzieningen, culturele voorzieningen, detailhandel, dienstverlening, horeca, kantoor met uitzondering van het wijzigen van het gebruik transformatie van bestaande gebouwen binnen de bebouwde kom eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein
ja
ja
11
Het oprichten van een of meerdere windmolens met een tiphoogte van meer dan 15 meter
ja
ja
12
Het oprichten van een zonnepark of andere vormen van energie-opwekking in beide gevallen anders dan alleen voor eigen gebruik Het gaat hier om zonneparken op grond of water. zonnepanelen op daken vallen hier niet onder.
ja
ja
13
De ontwikkeling van nieuwe natuur met een oppervlakte van meer dan 1 ha
ja
ja
9
*Bebouwde kom: de planologische bebouwde kom zoals voorheen genoemd in bijlage II Besluit omgevingsrecht
Artikel 2 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bindend adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet gemeente Druten/Wijchen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 februari 2022.
De voorzitter,
De griffier,
Toelichting op tabel voor de kolom bindend advies 1. Gebouwen van deze hoogte hebben een grote ruimtelijke uitstraling. In Wijchen geldt het ongeschreven beleid dat gebouwen maximaal 5 bouwlagen mogen hebben, waarbij de 5e bouwlaag terugspringend moet zijn. Initiatieven voor hogere bouwwerken hebben een grote ruimtelijk uitstraling. 2. en 3. initiatieven voor 1 of 2 nieuwe woningen vallen in de categorie ‘kleinschalige particuliere initiatieven’. Hiervoor geldt een duidelijk afwegingskader. Bij initiatieven voor meer nieuwe woningen is de beoordeling meer maatwerk, en wordt de ruimtelijke impact bovendien groter. Dezelfde afweging geldt voor transformatie van een gebouw (nietwoonfunctie) naar nieuwe woningen. 4 Bij categorie 2 en 3 gaat het om zelfstandige woningen. Categorie 4 gaat over andere woonvormen, bijvoorbeeld voor studenten of asielzoekers. De Beleidsregel voor omzetting van zelfstandige woningen in onzelfstandige woningen maakt omzetting tot maximaal 4 onzelfstandige wooneenheden mogelijk (mede afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning). Bij meer wooneenheden is de beoordeling meer maatwerk, en wordt de ruimtelijke impact bovendien groter. 5. In de huidige bestemmingsplannen is vaak een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om een bedrijf toe te staan in een iets zwaardere milieucategorie, bijvoorbeeld 3.2 in plaats van 3.1.
Bij een binnenplanse omgevingsplanactiviteit is bindend advies niet mogelijk. Het gaat dus alleen om grotere afwijkingen van de toegestane milieucategorie. 6. Het oprichten van nieuwe niet-agrarische bedrijven buiten de bebouwde kom past vrijwel nooit binnen het bestemmingsplan. Het uitgangspunt is ook dat hier geen medewerking aan wordt verleend. In de huidige bestemmingsplannen is soms een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid of wijzigingsbevoegdheid opgenomen om niet-agrarische bedrijven beperkt uit te breiden of te wijzigen (ander bedrijf in dezelfde milieucategorie). Bij een binnenplanse omgevingsplanactiviteit is bindend advies niet mogelijk. Het gaat dus alleen om grotere uitbreidingen of andersoortige wijzigingen.
7. Het oprichten van nieuwe agrarische bedrijven past vrijwel nooit binnen het bestemmingsplan. Dit is een ontwikkeling die grote ruimtelijke impact kan hebben. 8. In de huidige bestemmingsplannen staat vaak een wijzigingsbevoegdheid om het bouwvlak van agrarische bedrijven te vergroten tot maximaal 1,5 ha. Dan geldt geen bindend advies. Op sommige locaties geldt een wijzigingsbevoegdheid om het bouwvlak te vergroten tot maximaal 2,5 ha. In dat geval geldt dus ook geen bindend advies. Het uitbreiden van een intensieve veehouderij past vrijwel nooit binnen het bestemmingsplan. Dit is een ontwikkeling die grote ruimtelijke impact kan hebben. 9. In de meeste bestemmingsplannen zit een algemene afwijkingsbevoegdheid om antennemasten tot 40 meter hoog toe te staan. Het bindend advies geldt voor antennemasten met een hogere hoogte. 10. Dit is een hele ruime categorie. Hier vallen allerlei functies onder, anders dan wonen, bedrijven of agrarische bedrijven.
Er geldt een belangrijke beperking: met uitzondering van het wijzigen van het gebruik transformatie van bestaande gebouwen binnen de bebouwde kom eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein Deze uitzondering is een voortzetting van de onder de Wabo geldende ‘kruimelafwijking’ (artikel 4 lid 9 Bijlage II Besluit omgevingsrecht). Het gaat om gebruikswijziging van bestaande gebouwen, met beperkte bouwactiviteiten. Bijvoorbeeld het transformeren van een winkel naar een kantoor. 11. In sommige bestemmingsplannen zit een algemene afwijkingsbevoegdheid om windmolens tot 15 meter hoog toe te staan. Voor lagere windmolens geldt geen bindend advies. Hogere windmolens kunnen een grote ruimtelijke uitstraling hebben en grote maatschappelijke impact hebben. 12. Het gaat hier alleen om zonnepanelen die niet voor eigen gebruik zijn. Denk hierbij aan de zonneparken die al in het kader van de RES zijn toegestaan. Zonnepanelen voor eigen gebruik op een gebouw zijn meestal vergunningvrij. Bij zonnepanelen op een gebouw, maar niet voor eigen gebruik, is de ruimtelijke impact beperkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om collectieve energie-opwekking op een bedrijventerrein.
1 Bijlage III alternatieven besluit bindend advies en verplichte participatie.docx
Alternatief 1: minimale variant Algemene voorwaarden bindend advies - geen bindend advies voor een initiatief dat past binnen een uitwerkingsplicht of een wijzigingsbevoegdheid in het tijdelijke omgevingsplan; - voor tijdelijke omgevingsvergunningen geldt: indien genoemd in de tabel maar de termijn is maximaal 1 jaar, dan geen bindend advies; - geen bindend advies voor het buiten behandeling laten van een aanvraag; - geen bindend advies voor het intrekken of wijzigen van een verleende omgevingsvergunning. Omschrijving
Bindend advies? ja
Participatie verplicht? Ja
1
Het oprichten van een gebouw met meer dan 4 bouwlagen of hoger dan 15 meter (nieuwbouw of verbouw naar meer dan 4 bouwlagen of hoger dan 15 meter)
2/3
Het oprichten van meer dan 10 nieuwe woningen dus toevoeging (inclusief woningsplitsing), geen herbouw op perceel of uitbreiding ongeacht locatie, dus binnen en buiten bebouwde kom bedrijfswoning zien we ook als woning Recreatiewoning niet
Ja
Ja
4
Transformatie van een bestaand gebouw van een nietwoonfunctie naar meer dan 10 woningen ongeacht locatie, dus binnen en buiten bebouwde kom
Ja
Ja
5
Het oprichten van een gebouw of transformatie van een bestaand gebouw naar een woonfunctie, anders dan zelfstandige woningen in alle gevallen meer dan 20 kamers/onzelfstandige wooneenheden bijv. woon-zorg, logiesgebouw, arbeidsmigranten, asielzoekers/statushouders, studenten
Ja
Ja
13
Projecten voor intensieve recreatie, sportaccommodaties, maatschappelijke voorzieningen, culturele voorzieningen, detailhandel, dienstverlening, horeca, kantoor met uitzondering van transformatie van bestaande gebouwen binnen de bebouwde kom eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terreinongeacht locatie,
Ja
Ja
14
Het oprichten van een of meerdere windmolens met een hoogte van meer dan 15 meter
Ja
Ja
15
Het oprichten van een zonnepark, anders dan alleen voor eigen gebruik Het gaat hier om zonneparken op grond of water. zonnepanelen op daken vallen hier niet onder.
Ja
Ja
16
Het opwekken van thermische energie anders dan alleen voor eigen gebruik
ja
Ja
Alternatief 2: maximale variant Algemene voorwaarden - geen bindend advies voor een initiatief dat past binnen een uitwerkingsplicht of een wijzigingsbevoegdheid in het tijdelijke omgevingsplan; - voor tijdelijke omgevingsvergunningen geldt: indien genoemd in de tabel maar de termijn is maximaal 1 jaar, dan geen bindend advies; - geen bindend advies voor het buiten behandeling laten van een aanvraag; - geen bindend advies voor het intrekken of wijzigen van een verleende omgevingsvergunning. Omschrijving
Bindend advies? ja
Participatie verplicht? Ja
1
Het oprichten van een gebouw met meer dan 4 bouwlagen of hoger dan 15 meter nieuwbouw of verbouw naar meer dan 4 bouwlagen of hoger dan 15 meter
2/3
Het oprichten van één of meer nieuwe woningen dus toevoeging (inclusief woningsplitsing), geen herbouw op perceel of uitbreiding ongeacht locatie, dus binnen en buiten bebouwde kom bedrijfswoning zien we ook als woning Recreatiewoning niet
ja
Ja
4
Transformatie van een bestaand gebouw vaneen nietwoonfunctie naar één of meer woningen ongeacht locatie, dus binnen en buiten bebouwde kom
Ja
Ja
5
Het oprichten van een nieuw gebouw of transformatie van een bestaand gebouw naar een woonfunctie, anders dan zelfstandige woningen bijv. woon-zorg, logiesgebouw, arbeidsmigranten, asielzoekers/statushouders, studenten Het vergroten van een woning naar meer dan 800 m³ ongeacht locatie, dus binnen en buiten bebouwde kom bedrijfswoning zien we ook als woning Recreatiewoning niet
Ja
Ja
ja
Ja
6
Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijven in een zwaardere milieucategorie dan het omgevingsplan toestaat ongeacht locatie, dus bedrijventerrein of daarbuiten
Ja
Ja
7/8
Het oprichten, veranderen of uitbreiden van nietagrarische bedrijven buiten de bebouwde kom
Ja
Ja
9
Het oprichten van een nieuw agrarisch bedrijf, grondgebonden of intensief
Ja
Ja
10
Het uitbreiden van een intensieve veehouderij. Hieronder verstaan we: vergroten bouwvlak of toename aantal dieren of toename emissie
Ja
Ja
11
Het vergroten van het bouwvlak van een
ja
ja
5a
grondgebonden agrarisch bedrijf naar meer dan 1,5 ha 12
Het oprichten van een antennemast hoger dan 40 m
Ja
Ja
13
Projecten voor intensieve recreatie, sportaccommodaties, maatschappelijke voorzieningen, culturele voorzieningen, detailhandel, dienstverlening, horeca, kantoor ongeacht locatie, binnen of buiten bebouwde kom
Ja
Ja
14
Het oprichten van een of meerdere windmolens met een hoogte van meer dan 15 meter
Ja
Ja
15
Het oprichten van een zonnepark, anders dan alleen voor eigen gebruik Het gaat hier om zonneparken op grond of water. zonnepanelen op daken vallen hier niet onder.
Ja
Ja
16
Het opwekken van thermische energie anders dan alleen voor eigen gebruik
ja
Ja
17
De Ontwikkeling van nieuwe natuur met een oppervlakte van meer dan 1 ha
Ja
Ja
1 Bijlage IVA participatie omwonende.pdf
Participatiewijzer omwonenende Voor iedereen met een idee voor hun leefomgeving
Voor wie is deze werkwijze? Stel, uw buurman bouwt een uitbouw aan zijn woning. Of er wordt een nieuw appartementencomplex tegenover u gebouwd. Of misschien krijgt u te maken met grotere projecten zoals een zonnepark. Dit zijn allemaal initiatieven. Het kan zijn dat u te maken krijgt met initiatieven van anderen en hier meer over wilt weten. Dan bent u een belanghebbende. U kunt gebruik maken van deze werkwijze als u betrokken wilt worden bij het initiatief. Of u het er mee eens bent of niet. Waarom deze werkwijze? De gemeente Wijchen vindt het belangrijk dat ideeën en plannen voor de leefomgeving op een goede manier worden gemaakt. Om dit goed te doen, moet een initiatiefnemer omwonenden en andere belanghebbenden betrekken. Participatie helpt om tot een beter plan te komen. Als belanghebbende wilt u misschien ook weten wat u kunt doen. Deze werkwijze helpt u om op een goede manier in gesprek te gaan over initiatieven.
er zijn bij een initiatief. Hierdoor kan de gemeente een goede afweging maken en uiteindelijk een besluit nemen. Hoe denkt u als omwonende of belanghebbende mee bij intiatieven? De initiatiefnemer kan contact met u opnemen. Maar u kunt ook zelf contact opnemen. In deze werkwijze leest u wat u kunt doen.
De Omgevingswet Per 1 juli 2022 hebben we te maken met de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht u om aan te geven of en hoe u inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij uw aanvraag heeft betrokken. En wat de resultaten daarvan zijn. Het gemeentebestuur wil graag weten welke belangen en meningen er zijn voor uw plan. Hierdoor kan het bestuur een besluit nemen.
Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad willen graag weten welke belangen en meningen
1
De voorbereiding 1. Er is een plan of initiatief in uw wijk/buurt Iemand heeft een plan of initiatief in uw wijk of buurt. U kunt dit op verschillende manieren horen. Via de initiatiefnemer, buren, de krant, een nieuwsbericht of sociale media. 2. Welke informatie is beschikbaar? U wilt graag meer weten over het initiatief. U kunt actief op zoek gaan naar informatie, in kranten of op het internet. U kunt ook contact opnemen met de initiatiefnemer. Bijvoorbeeld aan uw buurman vragen hoe groot zijn aanbouw wordt en hoe dicht deze op de erfgrens komt te staan. Of waar het zonnepark komt te liggen en om hoeveel panelen het gaat. Met deze informatie kunt u bepalen wat u van het initiatief vindt. 3. Bepaal wat u vindt van het initiatief Heeft het plan van de initiatiefnemer gevolgen voor uw leefomgeving? Heeft u door de plannen bijvoorbeeld minder uitzicht, zon of privacy? Verandert het landschap? Of heeft u straks overlast door het initiatief? Zorg dat u weet wat voor u de voor- en nadelen zijn van het initiatief. In gesprek 4. In gesprek met initiatiefnemer Initiatiefnemers moeten met u en andere belanghebbenden in gesprek te gaan. De initiatiefnemer kan u uitleg geven over zijn plan. De initiatiefnemer zal ook aangeven op welke punten u mee kan denken en besluiten. Tot slot maken jullie afspraken over het vervolg. 5.