Agendabundel
Tekst van het document
Een goed verslag De initiatiefnemer moet een verslag maken van alle gesprekken die hij of zij met belanghebbenden heeft. In het verslag moet staan wat er besproken is. U ontvangt dit verslag en geeft uw reactie. Deze reactie moet de initiatiefnemer opnemen in het verslag. 6. Groot initiatief: participatieaanpak Soms heeft een initiatief veel gevolgen voor belanghebbenden en omwonenden. Er kunnen daarom weerstand, gevoeligheden of tegenstrijdige belangen zijn. Als dit zo is, gaat het om een groot initiatief. Bijvoorbeeld het bouwen van een appartementencomplex. Of de aanleg van een voedselbos, zonnepark of kinderboerderij. De gemeente vraagt bij grote initiatieven aan de initiatiefnemer om contact op te nemen met de gemeente. De gemeente wil graag zorgen dat alle meningen duidelijk zijn. Het kan zijn dat de gemeente een Omgevingstafel organiseert voor het initiatief.
Bij grote initiatieven kan de initiatiefnemer een onafhankelijke procesbegeleider gebruiken. Deze procesbegeleider zorgt voor een goed gesprek waarin iedereen kan zeggen wat hij vindt. De procesbegeleider is er voor alle deelnemers aan het gesprek.
2
De uitvoering 7. Indienen van de aanvraag door initiatiefnemer Na het participatietraject kan de initiatiefnemer zijn aanvraag insturen. Het verslag met uw reactie hoort bij deze aanvraag. Ook maakt de initiatiefnemer een samenvatting van het participatieproces. Dit helpt bij het nemen van een besluit. Het college van burgemeester en wethouders beslist over het initiatief. 8. Het besluit en vervolgtraject De gemeente plaatst het besluit op de website www.officielebekendmakingen.nl. De initiatiefnemer moet u dit besluit en de rest van het proces laten weten. Hij kan bijvoorbeeld aangeven wanneer hij gaat starten met de bouw en voor welke overlast dit zorgt. U kunt ook zelf contact opnemen met de initiatiefnemer. Doe dit ook wanneer u vragen of klachten heeft. Komt u er met de initiatiefnemer niet uit, neem dan contact op met de gemeente. U bent het niet eens met het initiatief, wat nu? Het kan zijn dat u het niet eens bent met een besluit van de gemeente over een initiatief. U kunt dit laten weten via de onderstaande formele procedures. 9. Zienswijze bij de aanvraag tot aanpassing Omgevingsplan Soms vragen initiatiefnemers om een aanpassing van het Omgevingsplan. De gemeente laat dit besluit weten via de website. Als u het niet eens bent met het besluit, kunt u een zienswijze indienen.
Dit kunt met een brief doen of door een afspraak op het gemeentehuis te maken, waarbij u uw zienswijze uitlegt. U moet dit binnen zes weken na het besluit doen en u vertelt over de onderstaande punten: • Het voorlopige besluit waar u het niet mee eens bent; • De redenen waarom u het er niet mee eens bent; • De datum waarop u uw zienswijze heeft geschreven; • Uw naam en adres; • Uw handtekening. Wanneer het college van burgemeester en wethouders een definitief besluit neemt, kijkt ze ook naar uw zienswijze. Soms verandert het besluit hierdoor. Is dit niet het geval? Dan kunt u bezwaar maken of in beroep gaan. 10. Bezwaar na afgifte omgevingsvergunning of bij definitief besluit herziening Het definitieve besluit over omgevingsvergunningen of wijzigingen van het Omgevingsplan maakt de gemeente bekend via de website. Het kan gebeuren dat u het niet eens bent met een besluit van de gemeente. U kunt dan een bezwaarschrift indienen. In uw bezwaarschrift legt u uit waarom u het niet eens bent met het besluit. De gemeente moet dan opnieuw beslissen. Het is goed om advies te vragen voordat u uw bezwaar maakt. Dit kunt u doen bij uw rechtsbijstandsverzekeraar of een advocaat. Dit advies kan wel geld kosten. In het besluit van de gemeente staat of u bezwaar kunt maken. Ook staat in het besluit naar welk adres u uw bezwaarschrift moet sturen. Dit moet u wel binnen 6 weken doen.
23
11. In beroep bij de rechtbank of de Raad van State Heeft u bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente? En is uw bezwaar afgewezen? Dan kunt u tegen de afwijzing in beroep gaan bij de rechtbank. Dit moet u doen binnen zes weken na afwijzing van uw besluit. Op www.rechtspraak.nl vindt u meer informatie over de inhoud van het beroepschrift en staan voorbeeldformulieren.
De rechtbank vraagt aan de gemeente om een reactie te schrijven. Dit noemen we een verweerschrift. Ook stuurt de gemeente alle stukken van de zaak naar de rechtbank. Vervolgens houdt de rechtbank een zitting, waarbij u aanwezig mag zijn. Soms, bijvoorbeeld als de stukken overduidelijk zijn, doet de rechter uitspraak zonder een zitting. Bent u het niet eens met de uitspraak van de rechter? Dan kunt u in hoger beroep gaan bij de Raad van State. Vindt u dat het spoed heeft om het plan tegen te houden? Om te voorkomen dat er een onomkeerbare situatie ontstaat? Dan kunt u ook een verzoek indienen bij de Raad van State. Dit heet een verzoek om een voorlopige voorziening. De rechter bekijkt of uw verzoek terecht is. Hier zijn kosten aan verbon
24
1 Bijlage IVB participatie initiatiefnemers.pdf
Participatiewijzer initiatiefnemers Voor iedereen met een idee voor hun leefomgeving
Voor wie is deze werkwijze? Deze werkwijze is gemaakt voor iedereen met een plan, een idee of een initiatief in de leefomgeving. U moet als initiatiefnemer inwoners, ondernemers of instellingen betrekken bij de uitwerking van uw plan. De werkwijze helpt u de juiste personen te betrekken en het juiste gesprek te voeren. Zo zorgt u voor een goed participatietraject. Het gemeentebestuur vindt uw participatietraject goed, wanneer het niveau raadplegen is. Door deze werkwijze te volgen voldoet u hieraan. Waarom deze werkwijze? De gemeente Wijchen vindt het belangrijk dat u uw ideeën en plannen voor de leefomgeving zorgvuldig uitwerkt. Het betrekken van uw omgeving is hiervoor belangrijk. Deze personen die u moet betrekken worden belanghebbenden genoemd. Wie belanghebbenden zijn, hangt af van uw plan en wie er door ‘geraakt’ wordt. Dit kunnen direct omwonenden of ondernemers zijn. Of maatschappelijke organisaties, verenigingen of bestuurders van een overheid.
Met participatie worden belanghebbenden op een zo vroeg mogelijk moment betrokken bij uw plannen. Participatie helpt
u om tot een beter plan te komen. Vragen van omwonenden en andere belanghebbenden kunnen zorgen voor creatieve oplossingen. Participatie kan ook zorgen voor meer steun voor uw plan. Dit wil niet zeggen dat iedereen het eens is met uw plan. Maar u heeft het plan wel goed besproken. Dit helpt bij minder bezwaren achteraf! Het volgen van de werkwijze voor participatie is niet verplicht. Het helpt u om uw participatie op te zetten. Waardoor uiteindelijk de besluitvorming door de gemeente sneller en soepeler kan verlopen. Daarom adviseren wij u om de werkwijze te volgen.
De Omgevingswet Per 1 juli 2022 hebben we te maken met de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht u om aan te geven of en hoe u inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij uw aanvraag heeft betrokken. En wat de resultaten daarvan zijn. Het gemeentebestuur wil graag weten welke belangen en meningen er zijn voor uw plan. Hierdoor kan het bestuur een besluit nemen.
1
U heeft een initiatief
Maak een overzicht van alle belanghebbenden
Blijf in contact met de belanghebbenden, ook in de uitvoering van uw initiatief
Dien uw aanvraag in
Maak een plan over hoe de belanghebbenden kunnen meedenken
Ga in gesprek
Maak een gespreksverslag
Hoe organiseert u participatie? De voorbereiding 1. Maak een overzicht van alle belanghebbenden Maak een overzicht van iedereen die u moet betrekken bij uw plan. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door op een kaart een cirkel rondom uw plan te tekenen. Hoe groot deze cirkel moet zijn, bepaalt u op basis van bijvoorbeeld de gevolgen van uw initiatief op uitzicht, geuroverlast, geluidsoverlast en milieu impact. De inwoners in deze cirkel zijn uw direct betrokkenen. Hoe groter de impact van uw initiatief of project, hoe groter de groep van direct betrokkenen.
Er kunnen nog andere belanghebbenden zijn waarvan u graag de mening wilt horen. Zoals de bewonersverenigingen, sportvereniging, ondernemers, een milieugroep, belangengroepen of een maatschappelijke instelling. Dit zijn uw indirect betrokkenen. Schrijf deze ook op. 2. Beschrijf voor iedere belanghebbende zijn of haar mogelijke mening of belang Om een goed gesprek met belanghebbenden te voeren, is het van belang om te weten welke belangen er zijn. Belanghebbenden kunnen blij zijn met uw plan. Maar uw plan kan ook zorgen voor weerstand. Bijvoorbeeld door overlast door uw plannen. Beschrijf goed alle gevoeligheden en meningen. Dit blijft uiteraard uw eigen inschatting. Geef hierbij ook aan of en hoe de belanghebbenden geraakt worden door uw initiatief. Welke gevolgen heeft uw plan op de belanghebbenden. Zoals bijvoorbeeld een verlies van uitzicht, zon of privacy. Een verandering in het landschap of geluidsoverlast. 3. Wat zijn de gevolgen van uw initiatief op de omgeving? Heeft u te maken met veel belanghebbenden en veel gevoeligheden? Dan heeft uw plan grote gevolgen voor de omgeving. Het bouwen van een dakkapel of schuur aan uw woning heeft gevolgen voor uw buren. Het bouwen van een appartementencomplex, de aanleg van een zonnepark of kinderboerderij heeft vaak meer gevolgen voor de omgeving. 4.
Kunnen belanghebbenden nog meedenken? Bepaal of de belanghebbenden nog ergens over kunnen meedenken. Kunnen zij nog meedenken om eventuele overlast of verlies aan uitzicht, zon of privacy te verminderen? Kunt u samen met belanghebbenden het plan maken? Dit zijn vragen die u vooraf beantwoord. Houd ook rekening met de wet- en regelgeving voor uw plan. U bepaalt dus vooraf waarover belanghebbenden nog kunnen meedenken of meebepalen. U zorgt hiermee voor duidelijkheid voor uzelf en de belanghebbenden.
2
In gesprek 5. Maak een participatieplan U weet nu waar belanghebbenden over mee kunnen denken of bepalen. Nu maakt u een plan. In dit plan geeft u aan hoe u in gesprek gaat met alle belanghebbenden. Dit kan op verschillende manieren. U kunt persoonlijke gesprekken voeren, een buurtbijeenkomst organiseren of hulp vragen aan de gemeente om belanghebbenden te betrekken. U kunt kiezen voor een onafhankelijke gespreksleider.
Het plan verschilt per initiatief. De aanpak is groter bij een plan met grotere gevolgen voor de omgeving. U kunt te maken krijgen met weerstand, gevoeligheden of tegenstrijdige belangen. Dit noemen wij een groot initiatief. Denkt u dat u een groot initiatief heeft? Dan adviseren wij om contact met ons op te nemen voordat u aan de slag gaat. Met de gemeente spreekt u uw initiatief en alle eerdere stappen door. Samen maakt u een participatieplan. Het kan zijn dat de gemeente een omgevingstafel organiseert voor uw initiatief. U bent en blijft wel zelf verantwoordelijk voor de participatie met omwonenden en andere belanghebbenden. 6. In gesprek met belanghebbenden Communiceer duidelijk de participatie aan alle betrokkenen. Wanneer gaat u met ze in gesprek en op welke manier. Heb aandacht voor de belangen, zorgen en bezwaren. Geef aan op welke punten ze mee kunnen denken en besluiten en op welke punten die ruimte er niet is en waarom. Maak tot slot goede afspraken over het vervolg. 7. Maak een verslag van het participatietraject en de uitkomsten Beschrijf alle bezwaren, zorgen, ideeën, opmerkingen en de gemaakte afspraken in een kort verslag. Schrijf ook op of u wel of niet uw plan aanpast op basis van alle opmerkingen. Een invulformulier voor individuele gesprekken vindt u in de bijlage. U stuurt uw verslag naar alle belanghebbenden.
Vraag om een schriftelijke reactie op het verslag en geef aan wanneer u deze reactie wilt ontvangen. Leg ook deze reactie vast in het verslag door deze letterlijk over te nemen. Maak duidelijk van wie welke reactie is. 8. Koppel aan de betrokkenen terug wat u met hun opmerkingen gaat doen en waarom Het kan zijn dat belanghebbenden na het participatietraject het nog steeds niet eens zijn met uw plannen. Als dit blijkt uit de reactie, leg dan uit wat u met hun bezwaar gaat doen en waarom. Doe dat ook als u niets aan dat bezwaar kunt doen vanwege wettelijke eisen of de eisen van de gemeente. We adviseren u om aan alle belanghebbenden te laten weten wat de uitkomsten zijn van het participatietraject. Laat daarbij ook weten welke stappen u verder gaat nemen. Stuur deze terugkoppeling ook aan belanghebbenden die niet aanwezig waren bij de informatieavond of bijeenkomst. 9. Groot initiatief: stel eventueel uw participatieplan bij Soms loopt het anders dan gedacht. Door nieuwe inzichten kan het participatietraject voor uw plan wijzigen. Maar ook het participatietraject zelf kan anders lopen. Als bijvoorbeeld de meningen van belanghebbenden toch anders zijn dan u dacht. Tot slot kunnen
3
belanghebbenden van gedachte veranderen of kunnen nieuwe belanghebbenden in beeld komen. Pas uw aanpak en overzicht van belanghebbenden aan als dit nodig is. Indienen verzoek of aanvraag 10. Stuur uw vergunningaanvraag in met de gespreksverslagen en een samenvatting van de communicatie Als u de participatie met belanghebbenden goed heeft afgerond, is het tijd om een aanvraag voor een omgevingsvergunning of een adviesaanvraag in te dienen. Of een wijziging van het Omgevingsplan aan te vragen. We ontvangen dan ook graag een korte samenvatting van het participatieproces en de uitkomsten ervan. Beantwoord in het verslag van uw participatieproces de volgende vragen: • Heeft u alle belanghebbenden gesproken? • Hoe zijn de gesprekken met omwonenden en andere partijen verlopen? • Waren er spanningen? • Zijn er bezwaren die bij meerdere omwonenden leven? • Heeft u op basis van de gesprekken aanpassingen in uw plan doorgevoerd en zo ja welke? • Stuur ook eventuele presentaties, versies van uw plan en andere manieren van communicatie met uw verslag mee. Hierdoor heeft de gemeente een goed beeld van het doorlopen proces. Het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad beslist over uw initiatief. De gemeente laat u weten wat het besluit is en hoe dat tot stand is gekomen. 11.
Blijf belanghebbenden informeren De gemeente besluit over uw aanvraag voor een vergunning, een wijziging van het omgevingsplan of principeverzoek. Na dit besluit kunt u verder met uw plannen. Soms kunt u meteen aan de slag met de uitvoering van uw plan. Soms is er nog een vervolgproces. Hoe uw traject ook verder gaat, blijf altijd de belanghebbenden informeren. Geef bijvoorbeeld aan wanneer u start met de bouw en waar men terecht kan met vragen of klachten. Wettelijke mogelijkheden belanghebbenden Omwonenden en andere belanghebbenden hebben de mogelijkheid om hun belangen te behartigen in de formele (vergunning)procedure. Zij kunnen zienswijzen indienen tegen omgevingsplannen en bezwaar maken tegen bouwplannen. De gemeente kan vervolgens besluiten op deze bezwaren. Mocht een omwonende het daar niet mee eens zijn, dan kan er beroep in worden gesteld bij de rechtbank. Met een goed participatietraject hoopt u dit te voorkomen.
4
Bijlage 1 Format Gespreksverslag Naam initiatief
Naam belanghebbende
Adres
Wat vindt de belanghebbende van uw initiatief?
Welke belangen en bezwaren heeft de belanghebbende bij uw initiatief?
Welke ideeën heeft de belanghebbende over uw initiatief?
Op welke belangen/bezwaren/ideeën kunt u de belanghebbende tegemoet komen en hoe gaat u dit doen?
Op welke belangen/bezwaren/ideeën kunt u de belanghebbende niet tegemoet komen en waarom niet?
Welke overige afspraken heeft u met de belanghebbende gemaakt?
Schriftelijke reactie van de belanghebbende op uw verslag:
5
1 72069 Beslisnota Bindend adviesrecht gemeenteraad Wijchen en verplichte participatie onder de Omgevingswet
Openbaar
Zaaknummer: 72069
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Bindend adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie onder de Omgevingswet Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarvoor een bindend adviesrecht van de gemeenteraad geldt zoals genoemd in bijlage II; 2. de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarvoor verplichte participatie geldt zoals genoemd in bijlage II; 3. Hiervoor het Besluit bindend adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet gemeente Wijchen vast te stellen. 4. 1 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren. 5. kennis te nemen van de participatiewijzer in bijlage IV; Aanleiding De inwerkingtreding van de Omgevingswet is tot op heden voorzien op 1 juli 2022. Voor deze datum moet de gemeenteraad een aantal besluiten nemen over de rolverdeling tussen de gemeenteraad (raad) en het college van B en W (college) en over de rol die de omgeving krijgt (participatie). Concreet gaat het in deze beslisnota om de categorieën van gevallen waarvoor de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een bindend advies geeft en er sprake is van verplichte participatie. De besluiten moeten voor 1 juli 2022 genomen zijn om ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet ruimtelijke activiteiten goed te kunnen beoordelen.
Neemt de raad geen besluit, dan is in geen enkel geval advies verplicht en is het dus geheel de bevoegdheid van het college om te besluiten over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Ook moet de raad besluiten bij welke categorieën van gevallen participatie verplicht is. Het is daarom praktisch niet mogelijk om de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen af te wachten en de besluiten door een nieuw gekozen raad te laten nemen. De tijd na de vorming van een nieuwe coalitie en de datum van 1 juli biedt niet de ruimte om deze besluiten voor te bereiden en te nemen. In bijlage I vindt u een toelichting op het bindend adviesrecht en verplichte participatie en worden deze geplaatst in het brede kader van de Omgevingswet en het omgevingsplan. Aan de orde komen de mogelijkheden om af te wijken van het omgevingsplan en het bindend adviesrecht dat de gemeenteraad heeft bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Daarnaast is in bijlage I ook een toelichting over participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten opgenomen. In bijlage II staat het voorgestelde besluit, dat is de voorkeursvariant. In bijlage III vindt u twee alternatieven, een minimale en een maximale variant.
Pagina 1 van 6
Openbaar
Zaaknummer: 72069
Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
11-02-2021
Ambitieniveau en informatie over te nemen besluiten
11-02-2021
Toezegging Data van besluitvorming Omgevingswet
22-04-2021
Overgangsperiode Omgevingsplannen Wijchen
30-09-2021
Landelijk uitstel invoering Omgevingswet en bestuurlijke kalender
Gewenst resultaat Vaststellen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de gemeenteraad nodig is en/ of participatie verplicht is. 1. Verplicht advies bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Argumenten 1.1 Uitgangspunten voor opstellen lijst gevallen verplicht advies Uitgangspunt bij het opstellen van de voorkeursvariant is dat de ruimtelijke uitstraling van de opgenomen gevallen groter is dan alleen de aangrenzende percelen en/of er sprake is van maatschappelijke impact. 1.2 De voorkeursvariant sluit aan bij de huidige werkwijze De voorkeursvariant kent meer gevallen dan de huidige lijst van gevallen waarvoor een Verklaring van geen bedenkingen is vereist. Wij adviseren de huidige lijst niet ongewijzigd over te zetten. De voorkeursvariant bevat initiatieven die nu met een wijziging van het bestemmingsplan worden toegestaan. In die gevallen is de raad op dit moment dus ook bevoegd. Wij verwachten dat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vaak gebruikt zal worden voor deze initiatieven. Deze bestemmingsplannen zijn de laatste jaren in de raad altijd hamerstukken gebleken. De minimale variant en de maximale variant sluiten niet aan bij huidige bevoegdheidsverdeling tussen college en raad. 1.3 Niet onevenredig veel werklast De voorkeursvariant levert geen onevenredige werklast op ten opzichte van de huidige situatie.
De meest voorkomende categorieën zijn woningen (nummer 2 en 3) en gebruikswijziging van bestaande gebouwen (nummer 4 ). De andere categorieën komen weinig tot zelden voor. De maximale variant heeft meer impact op de werklast van de gemeenteraad. Ook is meer ambtelijke inzet nodig en zullen de leges voor initiatiefnemers hoger worden. 1.4 Geen onevenredige vertraging procedures Bij verplicht bindend advies duurt de vergunningprocedure langer waardoor aanvragers langer moeten wachten op een besluit. De maximale variant past niet bij één van de verbeterdoelen van de Omgevingswet om sneller besluiten te nemen.
Pagina 2 van 6
Openbaar
Zaaknummer: 72069
1.5 College en raad staan meestal op een lijn in gevallen waar om een Verklaring van geen bedenkingen is verzocht Uit recente ervaringen (afgelopen 3 jaar) blijkt dat college en raad vrijwel altijd op een lijn zitten in gevallen waar om een Verklaring van geen bedenkingen is verzocht. De maximale variant met ruimer adviesrecht voor vooral kleinere gevallen met minder impact is dan ook niet noodzakelijk. De raad stuurt dan minder op hoofdlijnen en de besluitvorming zal langer duren. Zie ook onder 1.3. 1.6 De voorkeursvariant sluit aan bij advies inhoudelijk deskundigen over de invoering van de Omgevingswet Deskundigen adviseren om te starten met een omzetting van de huidige Vvgb-lijst en daarbij aanpassingen te doen op basis van recente ervaringen. Zodra uw raad de omgevingsvisie, eventuele omgevingsprogramma`s en het omgevingsplan heeft vastgesteld, ligt duidelijk vast op welke onderwerpen uw raad wil sturen. Op basis van uit deze beleidscyclus te verkrijgen informatie kunnen vervolgens categorieën van gevallen worden geschrapt of toegevoegd aan de voorgestelde voorkeursvariant. 2.
Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Argumenten 2.1 Verplichte participatie in gevallen met een maatschappelijke impact Alleen in gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waar naar verwachting belanghebbenden inspraak in willen hebben en waarover nooit eerder participatie heeft plaatsgevonden, willen wij participatie verplicht stellen. De grote overlap met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar adviesrecht is geen toeval omdat voor beiden de maatschappelijke impact een van de uitgangspunten is. Bovendien is het overzichtelijker. Initiatiefnemers en belanghebbenden kunnen bij de verplichte participatie gebruik maken van de ‘participatiewijzer’ die daarvoor is opgesteld. Voor meer informatie hierover verwijzen wij naar de stukken in bijlage IV. Bij verplichte participatie eisen we participatie van minimaal het niveau ‘meedenken’. Dit leggen we vast in het besluit. Het niveau ‘informeren’ dat voorafgaat aan het niveau ‘meedenken’ beschouwen wij niet als participatie. 2.2 Verplichte participatie alleen in gevallen waar participatie ook bijdrage kan leveren aan discussie/inhoudelijke afweging Door middel van participatie moet ook invloed op het uiteindelijke initiatief mogelijk zijn.
In gevallen waarin er geen afwegingsruimte is of enkel gesloten normen gelden, kan participatie niet tot een wijziging van het initiatief leiden. 3.1 Wij evalueren de categorieën van gevallen waarvoor de gemeenteraad een bindend advies geeft en er sprake is van verplichte participatie na een jaar De voorkeursvariant vormt in onze ogen een goed vertrekpunt om ervaring met de Omgevingswet op te doen. Op dit moment is nog veel onduidelijk. Over een jaar heeft uw raad naar verwachting meerdere adviezen afgegeven en is een evaluatie mogelijk. Op dat moment kan uw raad bezien of een inperking of juist uitbreiding van de lijst wenselijk is.
Pagina 3 van 6
Openbaar
Zaaknummer: 72069
Tegenargumenten en risico’s 1.1 U kunt ook kiezen voor een minimale variant. In bijlage III staan twee varianten. De eerste is de minimale variant. Dit is een hele korte lijst. Hier staan alleen initiatieven met een grote maatschappelijke impact. Bijvoorbeeld de bouw van meer dan 10 nieuwe woningen. Ter vergelijking: in de voorkeursvariant is bindend advies verplicht bij de bouw van meer dan 2 nieuwe woningen. Veel andere initiatieven staan helemaal niet op deze lijst, zoals uitbreiding van agrarische en nietagrarische bedrijven. Ook is in deze variant alleen sprake van verplichte participatie voor initiatieven die een grote maatschappelijke impact hebben. Kleinere initiatieven waarvan de gevolgen verder gaan dan de eigen perceelsgrenzen zijn niet opgenomen. Het voordeel van deze variant is dat het snelle vergunningverlening mogelijk maakt. Bovendien sluit het goed aan bij het uitgangspunt van de Omgevingswet. Namelijk dat de raad stuurt op hoofdlijnen, en niet besluit over middelgrote of kleine plannen. Toch is dit niet de voorkeursvariant. Deze lijst sluit niet aan bij de huidige bevoegdheidsverdeling. We verwachten dat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vaak gebruikt zal worden voor initiatieven die nu met een wijziging van het bestemmingsplan worden toegestaan. In die gevallen is de raad op dit moment ook bevoegd. 1.2 U kunt ook kiezen voor een maximale variant.
In bijlage III staan twee varianten. De tweede is de maximale variant. Dit is een lange lijst aan categorieën van initiatieven. De grens ligt lager dan bij de voorkeursvariant. Het gaat bijvoorbeeld over een initiatief voor onzelfstandige woonruimtes (transformatie of nieuwbouw). Hiervoor geldt geen ondergrens. In de voorkeursvariant is bindend advies pas verplicht bij meer dan 5 onzelfstandige woonruimtes. Ook is in deze variant sprake van meer gevallen waarvoor verplichte participatie aan de orde is. Dit betekent een verzwaring van de aanvraagprocedure voor initiatiefnemers voor gevallen waarbij sprake is van beperkte ruimtelijke uitstraling en/ of maatschappelijke impact. Toch is dit niet de voorkeursvariant. Het sluit niet aan bij het uitgangspunt van de Omgevingswet dat de raad stuurt op hoofdlijnen. Bovendien heeft een ruim gebruik van het bindend adviesrecht praktische consequenties: de vergunningprocedures duren langer dus een aanvrager moet langer wachten op zijn besluit, er is meer ambtelijk inzet nodig, dus de leges worden hoger, en de werkdruk voor uw raad wordt hoger. Financiële gevolgen N.v.t. Communicatie Na inwerkingtreding van de omgevingswet zal de participatiewijzer breed gedeeld worden.
Pagina 4 van 6
Openbaar
Zaaknummer: 72069
Inwonersparticipatie N.v.t. Uitvoering of Vervolgstappen het Besluit bindend adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet gemeente Wijchen wordt gepubliceerd in het elektronische Gemeenteblad. Het Besluit treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet ook in werking treedt (naar verwachting 1 juli 2022). Het college zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet tijdig een voorstel doen om het Besluit bindend adviesrecht en verplichte participatie Omgevingswet gemeente Wijchen na een jaar te evalueren. Aanvraagformulieren en interne werkprocessen zullen worden aangepast aan het werken met het bindend advies en de verplichte participatie. Geheimhouding Nee Niet van toepassing Voorstel Advies
Pagina 5 van 6
Openbaar
Zaaknummer: 72069
Pagina 6 van 6
10 48209 Beslisnota TransitieVisie Warmte Wijchen 1 Dossier 3316 voorblad.pdf
Commissievergadering Wijchen Dossiernummer
3316
Extern Zaak ID
Z/20/048209
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
10 februari 2022
Agendapunt
10
Titel
48209 Beslisnota TransitieVisie Warmte Wijchen
Organisatieonderdeel
domein Fysieke leefomgeving - team Milieu
Eigenaar
Dalen, van, Maartje
Soort nota
Beslisnota
Programma/Paragraaf
§2 Duurzaamheid
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Burgers, T.T.M. (Titus)
Bijlagen 48209 Beslisnota Transitievisie Warmte Wijchen 220118 TransitieVisie Warmte Wijchen.pdf Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
18 januari 2022
Stukken gemeenteraad Wijchen
25 januari 2022
Commissievergadering Wijchen
10 februari 2022
Raad openbaar Wijchen
24 februari 2022
Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: 1. in te stemmen met de TransitieVisie Warmte voor de gemeente Wijchen Besluit Er worden amendementen en moties door verschillende partijen aangekondigd.
1 48209 Beslisnota Transitievisie Warmte Wijchen
Openbaar
Zaaknummer: 48209
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Transitievisie Warmte Wijchen Voorgesteld besluit De Gemeenteraad besluit: 1.
In te stemmen met de Transitievisie Warmte Wijchen.
Aanleiding Gemeenten zijn volgens het nationaal Klimaatakkoord de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Zij moeten samen met lokale stakeholders zoals vastgoedeigenaren en de netbeheerder Liander een Transitievisie warmte (TVW) opstellen. Deze visie geeft richting aan de aanpak om wijken aardgasloos te maken. In de TVW staat voor elke wijk een duurzaam alternatief beschreven voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Alhoewel de elementen voor een Transitievisie warmte voor veel gemeenten gelijk zijn, bepaalt de lokale situatie in sterke mate de wijze waarop het proces verloopt en waar prioriteiten liggen. Op basis van de vastgestelde uitgangspunten, overleg met stakeholders en consultatie van de samenleving is de Transitievisie Warmte voor de gemeente Wijchen opgesteld. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
09-06-2020
Collegebesluit opdrachtverlening aan Royal Haskoning DHV
23-03-2021
Z/21/048209, dossier 2432: Collegebesluit over de voorlopige uitgangspunten voor de Transitievisie warmte
22-04-2021
Z/21/048209, dossier 2446: Gemeenteraad neemt informatienota over de voorlopige uitgangspunten voor kennisgeving aan
07-09-2021
Z/21/048209, dossier 2921: Collegebesluit over de definitieve uitgangspunten voor de Transitievisie warmte
Gewenst resultaat Met het vaststellen van de Transitievisie Warmte zetten we concrete stappen om ervoor te zorgen dat we in de gemeente Wijchen in 2050 geen aardgas meer gebruiken om onze huizen en gebouwen te verwarmen, warm water te maken en te koken, maar andere duurzame alternatieven toepassen.
Pagina 1 van 3
Openbaar
Zaaknummer: 48209
Argumenten 1.1. Het opstellen van de Transitievisie warmte is een verplichting voor gemeenten. De gemeente Wijchen moet als lid van de VNG, de afspraken uit het Klimaatakkoord nakomen. In het nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente in 2021 een Transitievisie warmte heeft vastgesteld. 1.2. De Transitievisie warmte moet aansluiten bij de visie en kaders van de gemeente. De visie geeft invulling aan de kaders die voor de warmtetransitie zijn vastgesteld en sluit aan bij de uitgangspunten die zijn vastgesteld in de startnotie: o Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie o Kennis delen om de warmtetransitie te laten slagen! o Haalbaar en betaalbaar voor iedereen o Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst 1.3. De Transitievisie Warmte heeft ter inzage gelegen. Er zijn enkele reacties op gekomen, die geleid hebben tot enkele (tekstuele) aanpassingen en verduidelijkingen. De binnengekomen reacties tonen betrokkenheid. Graag gebruiken we de kritische blik om het beleidskader te verbeteren. Tegenargumenten en risico’s 1.1 De Transitievisie Warmte biedt geen garantie Het vaststellen van de Transitievisie Warmte is belangrijk, maar biedt geen garantie voor het halen van de doelstelling om in 2050 gasloos te zijn.
We zijn ook afhankelijk van samenwerkingen, innovaties, de economische situatie, bewustwording en gedragsverandering van inwoners en bedrijven en zo zijn er nog andere factoren te doen. De huidige Transitievisie Warmte biedt wel een goede basis voor vervolgstappen. 1.2
Nieuwe ontwikkelingen leiden mogelijk tot voortschrijdend inzicht Er is een risico dat de Transitievisie Warmte snel achterhaald is als er nieuwe ontwikkelingen komen op korte termijn. Die zijn nu nog niet bekend en dus nu niet meegenomen. Hiervoor plannen we een tussenevaluatie van de Transitievisie Warmte over twee jaar. Dan kunnen we dus weer bekijken wat actuele ontwikkelingen zijn, hoe we ervoor staan en welke aanpassingen er nodig zijn. Een meer uitgebreide herziening van de Transitievisie Warmte staat gepland over vijf jaar.
Financiële gevolgen Er zijn geen financiële gevolgen. Het college heeft in juni 2020 de opdracht verstrekt voor het opstellen van de Transitievisie warmte. De kosten hiervan zijn betaald uit het budget dat via de decembercirculaire 2019 voor de Transitievisie warmte beschikbaar is gesteld.
Pagina 2 van 3
Openbaar
Zaaknummer: 48209
Communicatie De TransitieVisie Warmte is tot stand gekomen na consultatie van stakeholders en zal worden gedeeld via de gemeentesite. Inwonersparticipatie Na vaststelling van de TVW start in de verkenningswijken het vervolgtraject. Hiervoor wordt een Plan van Aanpak opgesteld waarin inwonerparticipatie een plek krijgt. Daarbij is van belang dat inwoners zorgvuldig worden meegenomen en dat er voldoende tijd wordt genomen om goede plannen te ontwikkelen. We moeten voorkomen dat er zorgen ontstaan bij inwoners omdat ze de indruk krijgen dat ze op heel korte termijn van het gas af moeten, zonder dat er een haalbaar en betaalbaar alternatief beschikbaar is. Uitvoering of Vervolgstappen In de TVW zijn twee verkenningswijken benoemd. Voor deze wijken wordt voor 2030 verkend welke mogelijkheden er zijn om de wijken aardgasvrij te maken en welke voorwaarden hierbij van toepassing zijn. Dit wordt uitgewerkt in een WijkUitvoeringsplan.
Om te komen tot een Wijkuitvoeringsplan is nog veel aanvullende informatie nodig, waaronder: - Verdiepende studies op wijkniveau (bv wat zijn de kosten voor verbetering van isolatie) - Onderzoeken naar haalbaarheid van collectieve systemen - Inzicht in kosten voor alternatieve warmtesystemen en subsidiemogelijkheden - Afstemming met netbeheerder - Keuze voor duurzame warmte-oplossing Deze plannen zullen nadrukkelijk worden opgesteld in samenspraak met inwoners / eigenaren en stakeholders in de wijken. Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande wijkplatforms of bewoners-initiatieven. Daarbij zal veel aandacht zijn voor de sociale component van verduurzamen. De focus ligt op bewustwording en bij het ondersteunen van inwoners bij het isoleren van hun woning en besparen van energieverbruik. Het rijk stelt hier middelen voor beschikbaar middels het nationaal Isolatieprogramma en het bestrijden van energie-armoede. Hoe deze WijkUitvoeringsPlannen vorm gaan krijgen, zal de komende maanden verder worden uitgewerkt in een Plan van Aanpak. Hierover zullen we de gemeenteraad later informeren. Geheimhouding:
Nee
Niet van toepassing. Voorstel Advies De teams Milieu, Communicatie en de financieel adviseur adviseren om: 1. in te stemmen met de bijgevoegde Transitievisie Warmte Wijchen Bijlage Transitievisie Warmte gemeente Wijchen
Pagina 3 van 3
1 220118 TransitieVisie Warmte Wijchen.pdf
Home Welkom op de website van de Transitievisie Warmte voor de gemeente Wijchen. Wij laten hier zien welke stappen wij de komende jaren zetten om onze woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Daarbij richten we ons eerst op 2030, en kijken ook vast naar 2040 en 2050. Over een tijd willen we onze huizen en gebouwen namelijk verwarmen met duurzame, hernieuwbare warmtebronnen in plaats van aardgas. Dit noemen wij de warmtetransitie. De warmtetransitie is een onderdeel van de energietransitie. De energietransitie gaat over de overgang van fossiele brandstoffen, zoals aardgas en benzine, naar duurzame, hernieuwbare energie. Moeilijke woorden die we in onze Transitievisie Warmte veel gebruiken, hebben we onder het kopje ‘Verdieping’ uitgelegd in een zogenaamde begrippenlijst. Vanuit het nationaal Klimaatakkoord moet elke gemeente in Nederland in 2021 een Transitievisie Warmte hebben. De Transitievisie Warmte richt zich eerst op woningen en inwoners: voor de verduurzaming van bedrijven geldt via het Klimaatakkoord een andere aanpak. Wel zijn bedrijven meegenomen om mogelijk (rest)warmte te leveren. Onze Transitievisie Warmte hebben we in de periode juni 2020 – september 2021 opgesteld samen met veel verschillende partijen. Zo hebben we gesprekken gevoerd met onze woningcorporaties (De Kernen en Woonwaarts), netbeheerder Liander en waterschap Rivierenland.
Ook is ervoor gezorgd dat de projecten Tussen Kasteel en Wijchens Meer (TKWM) en Hart van Zuid passen binnen de uitgangspunten van onze Transitievisie Warmte. Tot slot hebben we als gemeente zelf gekeken welke ontwikkelingen invloed hebben op de warmtetransitie. Denk hierbij aan woningbouwplannen of werkzaamheden in de openbare ruimte. Deze informatie en alle andere gegevens over de warmtevoorziening in onze gemeente zijn meegenomen in deze Transitievisie Warmte. Een overzicht van het proces en de belanghebbenden is te vinden onder het kopje ‘Verdieping’. De Transitievisie Warmte is daarmee de eerste stap van de warmtetransitie in onze gemeente. We verplichten inwoners nog niet om naar een duurzame warmteoplossing over te stappen. Wel willen we onze samenleving alvast voorbereiden op een aardgasvrije toekomst. De komende jaren werken we onze visie daarom samen met inwoners en betrokken partijen per gebied verder uit. Zo gaan we onderzoeken welke plannen haalbaar zijn en maken we uitvoeringsplannen per wijk. Ook zullen we de Transitievisie Warmte elke vijf jaar bijwerken. Op die manier sluiten we zo goed mogelijk aan bij alle ontwikkelingen.
Waarom een Transitievisie Warmte? Doordat er steeds meer broeikasgassen (zoals CO2) in de lucht terecht komen verandert het klimaat. Deze broeikasgassen komen in de lucht door onze manier van leven. Autorijden, vliegen, gebruik van levensmiddelen, industrie en ook het verwarmen van huizen kost energie. Deze energie komt vooral uit fossiele brandstoffen, zoals aardolie, steenkool en aardgas. Het gebruik van deze brandstoffen zorgt voor gassen die een ‘broeikaseffect’ op onze aarde hebben. Daardoor verandert ons klimaat.
In sommige landen wordt het steeds droger. In andere landen zijn juist steeds meer overstromingen door extreem weer en het stijgen van de zeespiegel. Ook in Nederland merken we de gevolgen. Dit zien we bijvoorbeeld aan de hetere en drogere zomers, heftige regenval en warmere, nattere winters. Daarnaast zorgt het winnen van gas uit onze eigen bodem in Groningen voor aardbevingen, waardoor we hier in 2022 mee stoppen. Dit betekent dat we in Nederland op een andere manier aan onze energie moeten komen: een duurzame manier, die minder schadelijke is voor mens en natuur. En dat heeft dus ook gevolgen voor Wijchen.
Onze gemeente In dit onderdeel presenteren we de belangrijkste ambities en doelstellingen voor de warmtetransitie in onze gemeente. Op basis daarvan hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd, waarmee we uiteindelijk vaststellen voor welke duurzame warmteoplossingen wij willen gaan en in welke wijken in Wijchen we in eerste instantie verder willen. Er worden nu nog veel plannen gemaakt voor de energietransitie. Onze doelen en belangrijkste punten kunnen hierdoor nog veranderen. Zo worden er nog volop nieuwe technieken ontwikkeld om gebouwen aardgasvrij te maken. Om aan te blijven sluiten bij deze ontwikkelingen passen wij onze Transitievisie Warmte minimaal elke vijf jaar aan.
Aardgasverbruik in Wijchen Als gemeente Wijchen hadden we in januari 2019 bijna 41.000 inwoners. In onze gemeente staan 17.000 gebouwen, waarvan ruim 16.000 woningen. Aardgas is in onze gemeente – net als in de rest van Nederland – de belangrijkste bron van energie om gebouwen mee te verwarmen en van warm water te voorzien. Het totale aardgasverbruik van woningen in Wijchen bedroeg in 2019 21,4 miljoen kuub (m3) (Klimaatmonitor). De afgelopen tien jaar is het aardgasgebruik in woningen bijna hetzelfde gebleven. Het gemiddelde jaarlijkse aardgasverbruik van woningen in de gemeente Wijchen (1.338 m3) ligt boven het landelijk gemiddelde (1.239 m3). Onder het kopje ‘Verdieping’ is meer informatie over de gebruikte eenheden energie te vinden. Van het totale energiegebruik in Wijchen werd in 2019 49 TJ warmte en 43 TJ elektriciteit hernieuwbaar opgewekt. De meeste hernieuwbare warmte in Wijchen is afkomstig van houtkachels. Uit gegevens van subsidieaanvragen is te achterhalen dat negentien keer vergoeding is aangevraagd voor een warmtepomp en twee keer voor een zonneboiler. De totale CO2-uitstoot van Wijchen bedraagt ruim 240.000 ton per jaar. Ruim 96.000 ton CO2-uitstoot is afkomstig van de gebouwde omgeving en 62.000 ton van woningen. Uitgaande van ruim 16.000 woningen was dit 3,8 ton CO2-uitstoot per woning in 2019.
In de Klimaatmonitor is te zien dat de CO2uitstoot van de woningen in onze gemeente in de periode 2011-2019 met een totaal van 10.000 ton is gedaald (10%).
Ambities en doelstellingen In Wijchen willen wij onze CO2-uitstoot in 2030 met 49% terugbrengen en op termijn energieneutraal worden. Met deze lokale warmtetransitie ondersteunen wij het landelijke Klimaatakkoord, het Gelders Energieakkoord (GEA) en helpen we om klimaatverandering te beperken. Dat hebben we in Wijchen immers met elkaar afgesproken in het energieplan op hoofdlijnen ‘Samen naar een duurzaam Wijchen’. Energieneutraal betekent dat in onze gemeente evenveel energie duurzaam wordt opgewekt, als dat er op jaarbasis wordt verbruikt. Wij willen dit bereiken met maatregelen om fossiel energieverbruik (aardgas, aardolie en kolen) terug te dringen en meer duurzame energie op te wekken. Richting 2050 willen we fossiele energie helemaal niet meer gebruiken. Dit betekent dus ook dat woningen en andere gebouwen de komende 30 jaar overgaan op duurzame warmteoplossingen.
Onder ‘Verdieping’ zijn zowel het energieplan ‘Samen naar een duurzaam Wijchen’ als het landelijk Klimaatakkoord en het GEA opgenomen.
Regionale Energiestrategie Arnhem-Nijmegen Met onze Regionale Energiestrategie (RES) willen we in 2050 energieneutraal én aardgasvrij te zijn. Hieruit is de RES 1.0 ontstaan. Dit document hebben de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten begin 2021 vastgesteld en aangeboden aan het Rijk. In de RES is vastgelegd op welke manier we in onze regio samenwerken om de doelen van het Klimaatakkoord te bereiken. Dat gaat over het opwekken van wind- en zonne-energie, maar ook om vraag en aanbod van duurzame warmte. Dit laatste onderdeel van de RES heet de Regionale Structuur Warmte (RSW). Het gaat hier vooral om kansen en vragen die verder gaan dan de grenzen van de gemeente. Denk hierbij aan mogelijkheden voor warmte uit oppervlaktewater (zoals de Rijn of de Waal). Of de uitbreiding van het warmtenet van afvalenergiecentrale ARN in Weurt (gemeente Beuningen). De dorpen in onze gemeente liggen echter op te grote afstand van de ARN om de restwarmte slim te kunnen gebruiken. In deze Transitievisie Warmte zijn de kennis, informatie en afspraken vanuit de RES meegenomen.
Uitgangspunten Het college van B&W heeft de belangrijkste punten voor de Transitievisie Warmte gehaald uit de startnotitie (maart 2021) en de uitgangspuntennotitie (september 2021). Die punten zijn gedeeld met de gemeenteraad:
Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie Samen kennis delen om de warmtetransitie te laten slagen! Haalbaar en betaalbaar voor iedereen Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst
Voor elk punt hebben we een aantal actiepunten benoemd om een duidelijke richting aan te geven. Zowel de startnotitie als de uitgangspuntennotitie zijn te vinden onder het kopje ‘Verdieping’.
Landelijke ontwikkelingen Als gemeente Wijchen helpen we mee om de doelen van het landelijk Klimaatakkoord te halen. Daarbij vinden wij het noodzakelijk dat de warmtetransitie betaalbaar blijft. Uit landelijke onderzoeken en ervaringen weten we dat de overstap naar duurzame warmteoplossingen geld kost. Daarom zoeken we naar oplossingen die voor inwoners én belanghebbenden haalbaar, betaalbaar en betrouwbaar zijn. Nu en in de toekomst. Hoe snel we onze warmtetransitie voor elkaar krijgen hangt af van een aantal zaken: hoeveel steun ervoor is en of het betaalbaar is. Ook wetten en regels en technologische ontwikkelingen zijn hierbij belangrijk. Zo kunnen we misschien wel warmte winnen uit de Maas, maar is de techniek hiervoor nog duur. De gemeente Wijchen kan de warmtetransitie daarom alleen mogelijk maken onder de juiste omstandigheden. Hierbij is (financiële) steun nodig van de Rijksoverheid. Daarom is de ontwikkeling van de Warmtewet 2.0 en de Omgevingswet voor ons erg belangrijk. Hieronder leggen we deze twee wetten verder uit.
Warmtewet 2.0 en Omgevingswet Warmtewet 2.0 De Wet collectieve warmtevoorziening (Warmtewet 2.0) is bedoeld om de aanleg en het gebruik van warmtenetten in de gebouwde omgeving te regelen. De wet gaat op 1 januari 2022 gelden. De Warmtewet 2.0 heeft vier belangrijkste doelen: 1. 2. 3. 4.
Nieuwe regels en wetten voor warmtetransitie Duidelijk beeld van de kosten Duurzamer maken Regels voor betrouwbare levering strenger maken
De Warmtewet 2.0 gaat ervan uit dat de gemeente zogenaamde warmtekavels vaststelt. Dit zijn aangewezen gebieden waar een warmtenet kan komen. Een warmtebedrijf zorgt voor zo’n warmtekavel: dit is een organisatie die verantwoordelijk is voor de levering van de warmte aan inwoners en andere klanten. De productie van de warmte wordt niet via de Warmtewet 2.0 geregeld. Dat wil zeggen dat het warmtebedrijf zelf verantwoordelijk is voor het opwekken van de warmte, volgens de eisen van de gemeente. Omgevingswet De uitkomsten van deze Transitievisie Warmte en de RES worden onderdeel van onze Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Vanaf 1 juli 2022 worden alle regels over onze leefomgeving samengevoegd in de nieuwe Omgevingswet. Daarin is meer ruimte voor bijdragen en ideeën van inwoners en ondernemers. Zo kunnen we samen blijven werken aan een veilige en gezonde leefomgeving. Voor de invoering van de Omgevingswet maakt iedere gemeente een Omgevingsvisie en een Omgevingsplan. In het Omgevingsplan komen alle regels voor de ruimte binnen onze gemeente.
Duurzame warmteoplossingen Het is het goed om te weten welke duurzame oplossingen er zijn om gebouwen zonder aardgas te verwarmen, voordat we kijken naar de praktische gevolgen. Zoals toegelicht is het gemiddelde gasverbruik van een woning in Wijchen 1.338 m3 per jaar. Op basis van landelijke kengetallen wordt ongeveer 80% hiervan gebruikt voor verwarming van de ruimtes. 15% wordt gebruikt voor warm water en 5% voor koken. In het onderdeel ‘Zelf aan de slag’ lichten we de aardgasvrije alternatieven voor koken en warm water toe. Omdat verwarming zonder aardgas de grootste impact heeft, gaan we nu dieper in op de duurzame warmteoplossingen.
Gasverbruik Koken 5% Warm water 15%
Ruimteverw arming 80%
In het algemeen zijn er vijf verschillende mogelijkheden voor duurzame verwarming. Hierbij wordt verschil gemaakt tussen collectieve (gemeenschappelijke) en individuele oplossingen. Bij een individuele oplossing wekt elk gebouw zijn eigen warmte duurzaam op. Iedere inwoner bepaalt zelf hoe hij/zij het gebouw duurzaam verwarmt, binnen de mogelijkheden van de infrastructuur. Denk hierbij aan het elektriciteitsnetwerk en/of het gasnet. Een elektrische of hybride warmtepomp is een voorbeeld van een individuele oplossing. Een warmtenet is een collectieve oplossing: daar deelt een de hele straat, buurt of wijk een duurzame warmtebron. Hernieuwbaar gas en biomassa kunnen zowel individueel als collectief worden gebruikt. In alle gevallen is het verstandig om van begin af aan zoveel mogelijk energie te besparen. Dit kan vooral door het verbeteren van de isolatie. Daardoor gaat er minder warmte verloren en is er dus ook minder duurzame energie nodig. In het volgende figuur staan de vijf meest gebruikte duurzame warmteoplossingen. Deze leggen we daarna verder uit.
Warmtenet (collectief) Een warmtenet is een collectieve oplossing: hier worden meerdere gebouwen op aangesloten, zoals een hele buurt of dorp. In Wijchen is op dit moment geen warmtenet, in Nijmegen bijvoorbeeld wel. Het systeem van een warmtenet bestaat uit buizen met warm water, die onder de grond op de gebouwen zijn aangesloten. Een warmtenet heeft een duurzame warmtebron nodig. Dit kan geothermie zijn (aardwarmte uit de diepe ondergrond), restwarmte van een fabriek of water uit een rivier (zoals de Maas). Dit laatste noemen we ook wel aquathermie. Bronnen voor een warmtenet hebben verschillende temperaturen, van laag tot hoog. Bij laagtemperatuur warmtenetten is het nodig om extra te isoleren, tot minimaal energielabel B. Hernieuwbaar gas (collectief en individueel) Met hernieuwbaar gas worden gebouwen nog steeds verwarmd met een cv-ketel die is aangesloten op een gasnet. Het verschil met nu is dat er dan geen aardgas meer door het gasnet gaat, maar een hernieuwbaar gas. Hernieuwbare gassen zijn groen gas en waterstof. Groen gas ontstaat door planten te vergisten en waterstof wordt gemaakt met hulp van elektriciteit. Er moet wel genoeg groen gas of waterstof beschikbaar zijn, wat nu nog niet zo is. Verwacht wordt dat er ook in 2030 nog niet genoeg hernieuwbaar gas is voor veel woningen. Voor de duidelijkheid: in 2018 is er 100 miljoen m3 groen gas gemaakt.
Dit is 0,9% van het totale gasverbruik van de gebouwde omgeving. Het Expertisecentrum Warmte heeft uitgerekend dat Nederland maximaal 10 miljard m3 groen gas kan maken. Dit is ongeveer de helft van het gasverbruik van bedrijven op dit moment. Biomassa (collectief en individueel) Voor verwarming met hulp van biomassa (ook wel bio-energie genoemd) wordt vaste of gasvormige biomassa verbrand. De biomassa bestaat meestal uit: -
houtsnippers houtpellets (samengeperste houtkorrels) (schoon) afvalhout en/of biogas uit gft-afval of mestvergisting.
Biomassa kan een collectieve en een individuele oplossing zijn. Collectief als bron voor een warmtenet. Individueel met een pelletkachel in de woning of door mestvergisting bij een boerderij. Bij het vervoeren en verbranden van biomassa komt CO2 vrij. Dit is maar weinig als je het vergelijkt met aardgas. De Europese Unie ziet biomassa als CO2-neutrale warmteoplossing. Bij gebruik van biomassa moet ook worden gelet op emissienormen en luchtkwaliteit. Hybride (individueel) Een hybride oplossing gebruikt voor de verwarming van een gebouw elektriciteit (met een warmtepomp) en gas (met de CV-ketel). Wanneer het gasnet nog aardgas gebruikt is dit nog niet helemaal duurzaam. Wel wordt er dan al veel minder CO2 uitgestoten dan met een gewone cv-ketel. In de toekomst kan dit aardgas dan vervangen worden door hernieuwbaar gas. Bij een hybride oplossing is het wel verstandig om extra te isoleren. Maar dit hoeft niet zo uitgebreid als bij gebouwen die alleen nog elektriciteit gebruiken (all electric). All electric (individueel) All electric gebouwen gebruiken alleen elektriciteit voor verwarming en warm water. Dit gebeurt meestal met hulp van een warmtepomp. Met een elektrische warmtepomp wordt warmte uit de bodem, buitenlucht of water gehaald om het gebouw mee te verwarmen. All electric heeft zeer goede isolatie nodig, minimaal energielabel B.
Een energielabel geeft aan hoe goed een gebouw geïsoleerd is. Maatregelen voor het opwekken van duurzame energie tellen hierin niet mee (bijvoorbeeld via zonnepanelen). Voor all-electric geldt wel dat de elektriciteit die wordt gebruikt voor de warmtepomp, groen moet zijn (dus bijvoorbeeld met zonne-energie of windenergie). In Nederland is de meeste elektriciteit nu nog afkomstig van gascentrales. Bij dat proces komt CO2 vrij.
Onder het kopje ‘Verdieping’ leggen we de verschillende oplossingen verder uit. Hierbij kijken we ook naar de mogelijke warmtebronnen (zie ‘Hoe werken de duurzame warmteoplossingen?’). Onder ‘Verdieping’ is ook het perspectief van netbeheerder Liander op de verschillende warmteoplossingen te lezen. Welke duurzame warmteoplossing grote kans heeft is per gebied anders en soms zelfs per gebouw. Het hangt bijvoorbeeld af van:
de beschikbaarheid en kosten van duurzame warmtebronnen in de omgeving; het soort gebouw en het bouwjaar; het energielabel van het gebouw op dit moment en de mogelijkheden om het te verhogen; hoe dicht gebouwen bij elkaar staan; of het elektriciteitsnetwerk en/of gasnetwerk geschikt is de hoeveelheid ruimte in de bovengrond en de ondergrond.
Tot slot hangt de keuze sterk af van de wensen van onze inwoners, gebouweigenaren en andere betrokkenen. Dit is voor iedereen anders. Het is daarom belangrijk om hierover met elkaar in gesprek te gaan en te blijven. Dit doen we in de (wijk)uitvoeringsplannen die uiteindelijk per gebied worden gemaakt.
Vijf opmerkingen bij duurzame warmteoplossingen: 1.
2.
3.
4.
5.
We willen in Wijchen de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar houden. Daarom proberen we dubbele infrastructuur zoveel mogelijk te voorkomen. Er moet waar mogelijk voorkomen worden dat er in een gebied een gasnet, electriciteitsnet en een warmtenet ligt. Dat is namelijk erg duur om te onderhouden. Krijgt een gebied een warmtenetwerk, dan willen we bijvoorbeeld voorkomen dat veel gebouweigenaren in dat gebied overstappen op elektrische warmtepompen. Zijn de meeste mensen overgestapt op bijvoorbeeld warmtepompen, dan willen we voorkomen dat een paar gebouwen nog op het aardgas blijven. Een groot (gas)netwerk onderhouden voor een kleine groep gebruikers zou de warmtetransitie onnodig duur maken. Een aantal duurzame warmteoplossingen hebben extra elektriciteit nodig. Denk hierbij aan individuele warmtepompen of een warmtenet met lage temperatuur warmtebronnen. Het elektriciteitsnetwerk moet dit wel aankunnen. Als grote delen van de bebouwde kom hierop overstappen is netverzwaring nodig. Dit is duur en kost tijd om aan te passen. Ook zijn er op dit moment weinig monteurs beschikbaar. Bij het kiezen van de meest geschikte oplossing is de kracht van het elektriciteitsnetwerk daarom belangrijk. Hiervoor is goed overleg met netbeheerder Liander belangrijk. Ruimte vinden voor het aanleggen van nieuwe infrastructuur, zoals een warmtenet, is uitdagend.
Verzwaring van elektriciteitsnetten, plaatsing van warmtenetten, WKO-systemen en geothermie zorgen voor meer drukte in de bodem. Niet overal zal genoeg ruimte zijn voor uitbreidingen van het net of nieuwe, ondergrondse infrastructuur. Warmtenetten hebben bijvoorbeeld best veel ruimte nodig, terwijl er al andere kabels en leidingen lopen. Bijvoorbeeld kabels voor communicatie (internet, telefoon, televisie), drinkwater, elektriciteit, (groen) gas en riolering. Het verplaatsen van deze kabels en leidingen zou leiden tot hogere kosten voor de aardgasvrije warmteoplossing. Ook boven de grond is weinig ruimte beschikbaar. Het is daarom noodzakelijk dat alle maatschappelijke kosten en opbrengsten duidelijk zijn voordat een besluit wordt genomen. Ook hiervoor is weer goed overleg nodig met bijvoorbeeld netbeheerder Liander en het waterbedrijf. Onder het kopje ‘verdieping’ is informatie van Liander over ondergrondse en bovengrondse impact van de warmtetransitie te lezen. Tot slot is er in Nederland onvoldoende groen gas of waterstof beschikbaar voor de totale vraag naar aardgas. Er is simpelweg niet genoeg plantaardig afval (om groen gas te maken) of duurzame elektriciteit (voor het maken van waterstof) beschikbaar. Het is nog niet bekend of er in de toekomst hernieuwbare gassen beschikbaar komen in Wijchen. Ook weten we niet of onze gebouwen er dan gebruik van kunnen maken.
Het is wel duidelijk dat we zuinig met deze gassen om moeten gaan als ze er komen. Daarom gaan we uit van de waterstofladder: deze ladder geeft aan waar het hernieuwbare gas het beste gebruikt kan worden. Het komt het erop neer dat hernieuwbaar gas alleen gebruikt kan worden als er geen duurzamere, slimmere of maatschappelijk goedkopere oplossing is.
Oplossingen voor Wijchen De vraag is natuurlijk welke oplossingen in onze gemeente het meest geschikt zijn. Daarvoor hebben we een kaart gemaakt. In deze kaart laten we per gebied zien welke warmteoplossingen veel kans maken: de ‘WAT-kaart’. Daarbij is rekening gehouden met technische (on)mogelijkheden, de maatschappelijke kosten en gegevens over gebouwen. Landelijke gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)1 zijn aangevuld met onze kennis en informatie uit de gesprekken met belanghebbenden. We verwachten dat men kiest voor de oplossing met de laagste maatschappelijke kosten (zie uitleg hieronder). Dit geldt niet als uit het onderzoek een betere keuze blijkt. Maatschappelijke kosten Met maatschappelijke kosten (ook wel ‘nationale kosten’ genoemd) bedoelen we de kosten voor de hele maatschappij. Het gaat dus om de totale kosten van bijvoorbeeld:
het gebruik van de warmtebron; het aanleggen of aanpassen van de infrastructuur; de kosten om de warmte in een woning te gebruiken.
Er wordt nu vooral gekeken naar de oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. Warmteoplossingen die voor de hele maatschappij (dus overheden, organisaties en inwoners samen) het goedkoopst zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekent deze maatschappelijke kosten.
In de WAT-kaart is rekening gehouden met plannen voor sloop en nieuwbouw van gebouwen. Dit is ook gedaan voor onderhoud van het gas- en elektriciteitsnet en al gemaakte plannen voor verduurzaming. Een voorbeeld hiervan is het haalbaarheidsonderzoek voor aquathermie ‘Tussen Kasteel en Wijchens Meer’. Daarnaast hebben we gekeken naar mogelijke warmtebronnen: zijn er bedrijven die veel (rest)warmte overhouden en kunnen hier woningen mee verwarmd worden? Of is er warmte onder de grond die we kunnen gebruiken? Wat zijn de maatschappelijke kosten van deze technieken? En voor hoeveel gebouwen kunnen deze oplossingen worden gebruikt?
De WAT-kaart Al deze informatie heeft geleid tot de WAT-kaart voor onze gemeente. Hierin is per gebied aangegeven wat de duurzame oplossingsrichtingen zijn. Om de WAT-kaart goed te begrijpen zijn drie dingen belangrijk: 1. Deze kaart geeft geen definitief beeld. Definitieve keuzes voor een bepaalde warmteoplossing maken we op wijkniveau samen met de inwoners. De warmtetransitie is pas net begonnen en kennis, ideeën en technieken gaan de komende jaren nog veranderen. 2. De grenzen van de gebieden liggen nog niet vast. Op dit moment is de kaart ingedeeld volgens de buurtindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Maar andere gebiedsgrenzen zijn mogelijk als dat voor de oplossing handiger is. Dit wordt verder uitgewerkt in de onderzoeken en uitvoeringsplannen. We starten hiermee na het vaststellen van de Transitievisie Warmte.
1
De Startanalyse, gemaakt met het Vesta MAIS 5.0 model
3. De warmtevraag op bedrijventerreinen is minder duidelijk dan in woonwijken. Dit komt omdat er soms ook warmte of koude nodig is voor industriële processen. Voor de verduurzaming van industrie is er ook een landelijk plan. Daarom zijn de bedrijventerreinen aan de noordoostkant van Wijchen in de analyse buiten beschouwing gelaten en grijs gekleurd.
Onder het kopje ‘Verdieping: Hoe is de WAT-kaart bepaald?’ leggen we uitgebreider uit hoe de WATkaart is ontstaan. Hier staat ook een overzicht van de warmtebronnen in onze gemeenten (BRON-atlas) en de CBS-buurtindeling.
Oplossingen per buurt Onder het kopje ‘Verdieping’ laten we in een tabel de volgende informatie zien per buurt:
de belangrijkste eigenschappen; warmteoplossing; strategie; wat onze inwoners en gebouweigenaren kunnen doen.
Hieronder geven we een overzicht van de mogelijkheden voor individuele en collectieve oplossingen. In het volgende onderdeel kijken we naar de gebieden die we als ‘verkenningswijk’ aanwijzen.
Individueel De WAT-kaart laat zien dat in een groot gedeelte van de gemeente Wijchen, individuele oplossingen het meest kansrijk zijn. Denk hierbij aan all electric oplossingen, zoals het installeren van een elektrische warmtepomp. Een warmtenet is in het landelijk gebied en de kleinere dorpen geen geschikte oplossing. Het gebied is te klein en de gebouwen staan verder uit elkaar. Dit maakt een warmtenetwerk duurder dan een individuele aanpak. Voor all electric oplossingen moeten gebouwen goed geïsoleerd zijn. Gebouwen hebben minimaal energielabel B nodig. Als veel gebouwen overstappen op elektrische warmteoplossingen, dan moet het elektriciteitsnetwerk verzwaard worden. Zoals eerder uitgelegd is dit een belangrijk onderwerp in de bebouwde kom van Wijchen. De gemeente gaat hierover met netbeheerder Liander in gesprek. Hybride warmtepompen zijn ook mogelijk. Er is daarbij minder isolatie nodig dan bij all electric. Ook hoeft het net minder snel te worden verzwaard. Wel blijft hierbij gas nodig. De verwachting is dat de komende vijftien jaar het gasnet overal nog blijft liggen. Een hybride warmtepomp is tijdelijk de meest logische oplossing voor gebouwen die moeilijk all electric kunnen worden2. Zo kan in korte tijd de uitstoot van CO2 al flink dalen. Op een later moment kan dan verder verduurzaamd worden.