Agendabundel
Tekst van het document
Beheersen – Parkeren in de gemeente wordt deels gereguleerd door een blauwe zone. Deze vorm van parkeerregulering is ingevoerd om de parkeerdruk in het centrum van de kern Wijchen te verlagen en hiermee de leefbaarheid te vergroten, doelgroepen naar de gewenste parkeervoorzieningen te sturen (zie toelichting in
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
Bouwen – In gebieden waar parkeeroverlast wordt veroorzaakt door de eigen inwoners en waar bovenstaande maatregelen geen uitkomst bieden, is uitbreiding van de parkeercapaciteit de enige mogelijkheid om te voorzien in de vraag. Binnen bestaande woonwijken en sommige bedrijventerreinen is de realisatie van extra parkeercapaciteit op maaiveld vaak fysiek lastig of gaat ten kostte van openbaar groen. Gebouwde parkeervoorzieningen voor bezoekers van bewoners en voorzieningen zijn vooralsnog geen optie, omdat zonder een vorm van parkeerregulering automobilisten doorgaans de voorkeur geven aan gratis parkeren op straat. Deze optie is derhalve niet verder uitgewerkt in deze nota.
Bovenstaande stappen staan centraal in het zoeken naar parkeeroplossingen. Acceptatie van de parkeeroverlast en niets doen is echter ook altijd een optie. Dit geldt vooral voor gebieden waar invoering van parkeerregulering / uitbreiding van de parkeercapaciteit niet mogelijk en/of niet gewenst is.
5.2
Parkeerregulering in Wijchen
5.2.1 Vormen van parkeerregulering Er zijn verschillende vormen van parkeerregulering mogelijk: •
De blauwe zone: in een blauwe zone (parkeerschijfzone) kunnen automobilisten gratis voor de maximaal vastgestelde parkeerduur parkeren (bijvoorbeeld 2 uur). Deze vorm van parkeerregulering met venstertijden wordt vaak ingevoerd om kortparkeren te faciliteren en werkt goed om langparkeerders te weren. Invoering geschiedt door het nemen van een verkeersbesluit. Aan belanghebbenden kunnen ontheffingen worden verleend, waarmee zonder tijdsbeperking kan worden geparkeerd. Voor een ontheffing moeten leges worden betaald. Een blauwe zone kan nooit kostendekkend worden ingevoerd; de leges dekken namelijk nauwelijks de kosten voor
12
uitgifte van de ontheffing en de opbrengsten van bekeuringen gaan grotendeels naar het Rijk. •
•
Vergunninghoudersparkeren: in gebieden met een vergunninghoudersregime kunnen alleen houders van een parkeervergunning parkeren. Deze reguleringsvorm wordt veelal toegepast in gebieden zonder bezoekersaantrekkende functies (bijvoorbeeld woonwijk maar niet winkels en horeca) om overlast door overloop tegen te gaan. Er staan voor bezoek geen parkeerautomaten op straat en de parkeerschijf is niet geldig. Voor bezoek van bewoners kan een bezoekersregeling worden ingesteld. De opbrengsten van verkeersboetes gaan, net als bij een parkeerschijfzone naar het Rijk en niet naar de gemeente. Deze vorm van parkeerregulering kan kortom alleen kostendekkend worden ingevoerd met hoge vergunningtarieven. Betaald parkeren: in een gebied met betaald parkeren kunnen automobilisten tegen betaling van de vereiste parkeerbelasting parkeren. Binnen deze reguleringsvorm is het mogelijk om bewoners of medewerkers van bedrijven, een ontheffing te verlenen voor het betalen van de parkeerbelasting (parkeervergunning). Net als bij een blauwe zone kan een maximaal vastgestelde parkeerduur worden gehanteerd. Sturing van het parkeergedrag is echter ook mogelijk via tarieven, tijden en vergunningenbeleid. Invoering geschiedt door het opstellen van een Parkeerverordening en Verordening Parkeerbelasting.
Doordat de hoogte van de parkeertarieven en kosten van een parkeervergunning door de gemeente worden bepaald, kan betaald parkeren -in tegenstelling tot bijvoorbeeld de blauwe zone- makkelijker kostendekkend worden ingevoerd.
Een permanente ontheffing op het gebruik van een parkeerschijf in de parkeerschijfzone (blauwe zone) wordt in de gemeente Wijchen niet verleend. Het doel van een parkeerschijfzone is om de doorstroming van de parkerende voertuigen te bevorderen. Voor alle langparkeerders (winkeliers, bewoners of bezoekers die langer willen parkeren) zijn rondom het centrum parkeerplaatsen zonder tijdslimiet ingericht. Deze liggen doorgaans op een iets grotere afstand van het centrum. Om het gebruik van de verschillende terreinen te optimaliseren wordt momenteel gewerkt aan een dynamisch parkeerverwijssysteem (zie paragraaf 5.3). Bij de herinrichting van het centrumgebied Wijchen is met bewoners van Die Eijcken een afspraak gemaakt om de inrichting van het kernwinkelgebied door te trekken over hun terrein. Daarmee kwamen de persoonlijke parkeermogelijkheden te vervallen. De toegankelijkheid, bereikbaarheid en uitstraling van het centrum heeft hierdoor een duidelijke verbeteringsslag gemaakt. Met deze bewoners is daarom afgesproken dat zij per woonadres één ontheffing van de parkeerschijfzone kunnen krijgen. Bouw-, installatie-, reparatie- en verhuisverkeer komt in aanmerking voor een ontheffing voor het centrum, eventueel aangevuld met een tijdelijke parkeerontheffing. Het bedrijf moet aantonen dat het in- en uitladen van gereedschap, apparatuur, materialen e.d.
niet tijdens de venstertijden mogelijk is. De ontheffing wordt verstrekt voor de duur dat deze noodzakelijk is (maximaal 1 maand) en maximaal 2 tijdelijke ontheffingen per adres.
We kiezen ervoor om parkeren (gezien de kleinschaligheid van de gebieden) deels te blijven reguleren door middel van parkeerschijfzones. Er zijn geen concrete plannen om elders in de gemeente op korte termijn een blauwe zone in te voeren. Invoering van betaald parkeren is, overeenkomstig met het mobiliteitsbeleid, niet voorzien.
5.2.2.
Parkeerontheffingen blauwe zone
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
13
5.3
Parkeerverwijssysteem centrum Wijchen
De ruimtelijke ontwikkeling ‘Tussen Kasteel en Wijchens Meer’ zorgt de komende jaren voor aanvullende functies in het centrum van Wijchen. De gemeenteraad heeft, om de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen, in 2020 besloten tot het handhaven van de huidige parkeercapaciteit. Het College van B&W heeft aanvullend op het raadsbesluit besloten om de buffer ten behoeve van het zoekverkeer in het centrum te verlagen van 15% naar 5% en de onderkant van de CROW-kengetallen bandbreedte te hanteren (zie paragraaf 3.1). Om zoekverkeer in het centrum te verlagen is besloten een dynamisch parkeerverwijssysteem te realiseren. In 2020 is middels een quick-scan de mogelijkheid van een parkeerverwijssysteem onderzocht. Dit heeft geleid tot de uitwerking zoals weergegeven in figuur 2. Voor het leveren van de juiste informatievoorziening op de dynamische parkeerverwijzing is gekozen voor het detecteren van voertuigen per parkeerplaats door lokale voertuigdetectie. Het voordeel van individuele detectie is de nauwkeurigheid: van iedere parkeerplaats is exact bekend of deze wel/niet bezet is. Hierdoor kan accuraat worden gemonitord wat de bezettingsgraad, parkeerduur en parkeerdruk in het centrum van Wijchen is en welke parkeerplaatsen het meest worden gebruikt. Handhaving kan deze informatie gebruiken voor het gericht controleren van langparkeerders in de blauwe zone.
Het uiteindelijk doel van het parkeerverwijssysteem is dat we zowel kort- als langparkeerders een optimale beschikbaarheid van parkeerplaatsen kunnen garanderen. De aanbesteding voor het parkeerverwijssysteem is begin 2024 gestart en loopt tot voorjaar 2024. De verwachting is dat het parkeerverwijssysteem eind 2024 / begin 2025 operationeel gereed is.
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
14
Figuur 2
Uitwerking parkeerverwijssysteem centrum kern Wijchen
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
15
5.4
Parkeernormensystematiek
Gebied Centrum kern Wijchen Bebouwde kom van Wijchen en Batenburg Bebouwde kom van Bergharen, Hernen en Balgoij Bebouwde kom van Niftrik Buitengebied
Om problemen in de toekomst te voorkomen, is het bij inbreiding, uitbreiding en functieverandering belangrijk dat parkeernormen worden gehanteerd die aansluiten bij het verwachte autobezit en de ruimtelijke ambities. In deze paragraaf wordt ingegaan op de toepassing van parkeernormen in de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen. De parkeernormen worden na vaststelling van de ‘Parkeervisie Wijchen’ uitgewerkt in de ‘Beleidsregels Parkeernormen Wijchen”. Op basis van publicatie 381 van het CROW (Toekomstbestendig Parkeren – van parkeerkencijfers naar parkeernormen) worden voor de gemeente specifieke parkeernormen opgenomen in de op te stellen ‘Beleidsregels Parkeernormen Wijchen (nota parkeernormen)’. Hierbij maken we ten opzichte van de huidige parkeernormen een bredere uitsplitsing in functies en type woningen / appartementen. Zo sluiten we aan op de praktijk en voorkomen we dat bij ruimtelijke ontwikkeling onnodig veel parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd, waardoor de beoogde ontwikkeling onder druk komt te staan. 5.4.1 Bepalen parkeerbehoefte Welke parkeernormen er voor een gebied gelden, is afhankelijk van de stedelijkheidsgraad, de zone waarin het gebied ligt en welke functies in het gebied komen. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In een gebied met een hoge OAD is het aanbod - en de kwaliteit – van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone van een gebied (centrum, schil, overig, buitengebied). Hoe dichter bij het centrum, des te beter normaliter de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm. In onderstaande tabel is de gebiedsdeling voor de parkeernormen weergegeven.
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
Stedelijkheid11
Zone
Matig stedelijk
Centrum
Matig stedelijk
Rest bebouwde kom
Weinig Stedelijk
Rest bebouwde kom
Niet stedelijk
Rest bebouwde kom
Niet stedelijk
Buitengebied
Op basis van publicatie 381 van het CROW (Toekomstbestendig Parkeren – van parkeerkencijfers naar parkeernormen) wordt een lijst met passende parkeernormen opgesteld en opgenomen in de ‘Beleidsregels Parkeernormen Wijchen’. De parkeernormen sluiten aan op het huidige autobezit, onze ambitie om bij ruimtelijke ontwikkelingen duurzame mobiliteitsvormen (lopen, fietsen en openbaar vervoer – zie paragraaf 3.1) te stimuleren en om efficiënt om te gaan met de beschikbare ruimte. 5.4.2 Parkeren op eigen terrein Uitgangspunt voor de parkeernormen is dat een initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het realiseren van voldoende parkeerruimte. Voor iedere nieuwe ontwikkeling geldt namelijk dat het geen parkeerproblemen mag veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat de initiatiefnemer ervoor zorgdraagt dat er voldoende parkeerruimte ten behoeve van de ontwikkeling op eigen terrein wordt gerealiseerd. Bij het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting op eigen terrein (ruimtelijk, bouw- of verkeerstechnisch, financieel) dient de aanvrager dit bij de aanvraag van de omgevingsvergunning aan te tonen. Deze inspanningsverplichting betekent, aantonen dat het fysiek 11
Bron: https://allecijfers.nl/
16
aanleggen van parkeerplaatsen in geen enkele vorm mogelijk is zonder dat dit het functioneren belemmert. Bij ontwikkelingen waar ook de openbare ruimte wordt mee ontwikkeld, is het mogelijk om het plangebied geheel te zien als tijdelijk eigen terrein, waarbij de blijvende bestaande belangen dienen te worden gerespecteerd. 5.4.3 Mogelijkheden reductie parkeereis Bij nieuwe ontwikkelingen kan de parkeereis worden beïnvloed door het bieden en/of stimuleren van alternatieve vervoerswijzen. Dit zorgt immers voor minder autobezit en een andere mobiliteitsbehoefte. Daarom worden de volgende mogelijkheden opgenomen in de nota “Beleidsregels Parkeernormen Wijchen”:
parkeerplaatsen kan worden bijgesteld als gevolg van één deelauto12. Dit betekent een netto vermindering van 9 parkeerplaatsen. In Wijchen zijn we echter terughoudend en hanteren een lagere vervangingsratio. Dit omdat de potentie van deelauto’s het best benut wordt in (hoog)stedelijk gebied met een sterk sturend parkeerbeleid. Dit is in onze gemeente niet het geval (zie hoofdstuk 2).
Ter verduidelijking: als het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen voor bewoners (dus niet bezoekersdeel) 200 parkeerplaatsen bedraagt, dan kan deze middels bovenstaande mogelijkheden worden gereduceerd tot 180 parkeerplaatsen (maximaal -10%). Dit betekent een reductie van 20 parkeerplaatsen. Hiervoor moeten 5 deelauto’s worden geplaatst. Dit betekent dat het aantal te realiseren parkeerplaatsen 185 stuks bedraagt.
•
Fietsparkeren: als een ontwikkeling (alleen geldig bij appartementen) voorziet in extra (boven de eisen van het bouwbesluit) en/of kwalitatief toegankelijke fietsparkeervoorzieningen, dan kan het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen met maximaal 5% worden verlaagd – in verhouding is dat vijf extra fietsparkeerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Deze extra fietsparkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten). De kwaliteitseisen die aan fietsparkeervoorzieningen worden gesteld staan beschreven in de ‘Beleidsregels Parkeernormen Wijchen’.
Toepassing van bovenstaande mogelijkheden is alleen toepasbaar bij (grootschalige) gebiedsontwikkelingen en lokale initiatieven met 20 of meer woningen / appartementen, niet voor kleine particuliere initiatieven en grondgebonden woningen. De mogelijkheden om de parkeereis te verlagen mogen niet bij elkaar worden opgeteld. Dit omdat de acceptatie van deelmobiliteit in onze gemeente nog beperkt is en we niet willen dat we door hoge reductiepercentages in de omgeving van de ontwikkeling een parkeerprobleem creëren. De reductie geldt overigens niet voor het bezoekersdeel van de parkeernorm van woningen (zie CROW-publicatie 381 voor aandeel bezoek) en voor niet-woon-functies.
•
Deelauto’s: als bij een woningontwikkeling structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar, commercieel aangeboden deelauto’s op eigen terrein ter beschikking worden gesteld, dan kan het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen tot maximaal 10% worden verlaagd. Hierbij hanteren we de verhouding van één autodeelparkeerplaats in plaats van vier gewone autoparkeerplaatsen. Een parkeerplaats voor een deelauto vervangt dus vier reguliere autoparkeerplaatsen (= saldo -3 plaatsen).
Belangrijk bij het toepassen van reductiefactoren is dan ook dat zolang er in het betreffende gebied geen vorm van parkeerregulering is ingevoerd, de maximaal te verkrijgen korting afhankelijk is van de onderbouwing van de ontwikkelaar. Deze moet het gebruik van alternatieven voor de privéauto onderbouwen aan de hand van onder andere de locatie van de ontwikkeling (nabijheid voorzieningen en openbaar vervoer), de doelgroep (jongeren/gezinnen/ouderen) en welke vormen van deelmobiliteit worden toegepast. Afhankelijk van de kwaliteit van het plan kan door de gemeente een korting worden gegeven van
In andere gemeenten wordt doorgaans uitgegaan van een vervangingsratio van 1 deelauto op 5 gewone auto’s tegen (saldo -4). De raad van Staten heeft op 7 juni 2023 aangegeven dat in een bestemmingsplan zelfs de parkeerbehoefte met tien
12 Bron: ECLI:NL:RVS:2023:2204, Raad van State, 202107157/2/R1 (rechtspraak.nl)
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
17
maximaal 10%. Hierbij is belangrijk dat de ruimte die wordt bespaard op het parkeren wordt gebruikt om extra kwaliteit toe te voegen aan de woonomgeving. De korting kan door ontwikkelaars dus niet standaard worden toegepast bij ruimtelijke plannen. 5.4.4 Norm Fietsparkeren Het Bouwbesluit (artikel 4.31) verplicht bij nieuwbouwwoningen een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen op te bergen. Voor niet-woonfuncties is geen verplichting opgenomen. In de “Beleidsregels Parkeernormen Wijchen” nemen we voor nietwoonfuncties fietsparkeernormen op. Bij het indienen van een vergunningaanvraag voor een ontwikkeling dient de initiatiefnemer vervolgens aan te geven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarnaast moet de initiatiefnemer inzichtelijk maken welk type fietsparkeervoorziening gerealiseerd wordt en op welke plekken. De fietsparkeerplaatsen dienen te voldoen aan de kwaliteitseisen van FietsParKeur en de CROW Leidraad fietsparkeren. Verder geldt dat de fietsenstalling logisch en overzichtelijk moet zijn ingedeeld, er binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming een logische, snelle en eenvoudige routing is (bij voorkeur binnendoor) en de veiligheid is gewaarborgd door een goede indeling en verlichting (bij voorkeur daglichttoetreding).
5.5
De parkeervisie ondersteunt, via het duurzaam en klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte, maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken. Bij herinrichting van een straat/wijk wordt onderzocht wat mogelijk is, bijvoorbeeld toepassing van half open verharding. Hiernaast geldt dat de bijdrage aan klimaatadaptatie (meer groen en betere afwatering) afhankelijk is van de locatie. Als bewoners een hoge parkeerdruk ervaren, dan wordt regelmatig als oplossing het omvormen van groenstroken tot parkeervakken voorgesteld. De parkeervisie ziet dit niet als duurzame oplossing. De functie van groen wordt gezien als gelijkwaardig aan de functie parkeren. Alleen waar noodzakelijk zal extra parkeercapaciteit ten koste gaan van groen. Locaties die binnen de groenstructuur vallen of waar bomen staan komen niet in aanmerking voor de aanleg van parkeerplaatsen. Bij het beoordelen van de mogelijkheden houden we rekening met het gebruik van parkeervoorzieningen op eigen terrein, de parkeerdruk, de waarde van het groen, andere oplossingsmogelijkheden en ruimtelijke argumenten. Tegelijkertijd is het mogelijk om parkeerplaatsen om te zetten naar groenvoorzieningen. Hiervoor geldt vanuit het parkeerbeleid dat uit parkeerdrukmetingen (zie hoofdstuk 6) moet blijken dat de gemiddelde parkeerdruk in het betreffende gebied na omzetting van parkeerplaatsen niet boven de 85% uitkomt.
Parkeren en klimaatadaptatie
Het klimaat verandert. Zowel de winters als de zomers zijn natter geworden. Extreme buien komen steeds vaker voor en worden steeds heviger. Hierdoor ontstaat er wateroverlast. De gemiddelde temperatuur neemt tegelijkertijd toe. Hittegolven komen vaker voor en duren langer. Vooral in woonwijken wordt het warmer, omdat bebouwde oppervlakken meer warmte vasthouden.
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
18
5.6
Bijzondere parkeerplaatsen
eigen parkeergelegenheid hebben in de directe nabijheid van hun woning. De gemeente houdt bij de toewijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats zoveel mogelijk rekening met de voorkeur van de aanvrager, maar behoudt het recht een andere plaats toe te wijzen. Aan de inrichting van een persoonlijke gehandicaptenparkeerplaats zijn kosten verbonden. Het gaat dan om leges, materiaalkosten en de werkelijke kosten van het geschikt maken van een parkeerplaats. Voor bezitters van een passagierskaart (P) geldt dat zij niet voor een gehandicaptenparkeerplaats in aanmerking komen.13
5.6.1 Parkeervoorzieningen voor gehandicapten De gemeente Wijchen hecht grote waarde aan het zelfstandig kunnen functioneren van gehandicapten, waarbij de eigen mobiliteit, zonder hierbij afhankelijk te zijn van derden, zoveel mogelijk dient te worden gewaarborgd. Bij het instellen van gehandicaptenparkeerplaatsen wordt de komende jaren uitgegaan van onderstaande punten. •
•
Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen (AGPP’s) worden doorgaans gerealiseerd bij voorzieningen en openbare instellingen waar regelmatig gehandicapte personen komen. Een landelijke richtlijn is dat op 50 ‘gewone’ parkeerplaatsen één AGPP beschikbaar moet zijn. ➢
Bij nieuw te bouwen instellingen houden we rekening met het aanleggen van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen conform de richtlijnen van het CROW. Het uitgangspunt hierbij is dat instellingen / voorzieningen waar een gehandicapte uit medische noodzaak naartoe moet gaan, over tenminste één algemene gehandicaptenparkeerplaats in de nabijheid van de ingang beschikt. Als een instelling om meerdere algemene AGPP’s verzoekt, dan dient daarvoor een onderbouwing te worden gegeven.
➢
Bestaande instellingen die niet over een algemene gehandicaptenparkeerplaats beschikken kunnen deze aanvragen bij de gemeente. Een algemene gehandicaptenparkeerplaats kan worden opgeheven als de openbare voorziening, waarvoor deze is ingesteld, ophoudt te bestaan.
➢
We nemen bij een parkeeronderzoek (zie hoofdstuk 6) de locatie van de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen en het gebruik daarvan mee. Op basis hiervan kunnen we bepalen of uitbreiding van het aantal algemene gehandicapten-parkeerplaatsen en/of aanpassing van de landelijke richtlijn van 1-op-50 noodzakelijk is.
Een persoonlijke gehandicaptenparkeerplaats wordt toegekend aan inwoners van Wijchen met een handicap die in het bezit zijn van een landelijke gehandicaptenparkeerkaart bestuurder (GPK-B) en geen
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
In de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (een ministeriële regeling) zijn de criteria voor de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten opgenomen. Automobilisten die in het bezit zijn van een Europese gehandicaptenparkeerkaart kunnen onbeperkt in de blauwe zone parkeren. Zij zijn vrijgesteld van de parkeerduurbeperking. Met de Europese gehandicaptenparkeerkaart kan ook worden geparkeerd op een algemene invalidenparkeerplaats. Een eventuele blauwe belijning bij algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zal daarom worden verwijderd. Dit leidt immers alleen maar tot verwarring (zie paragraaf 3.2). 5.6.2 Parkeervoorzieningen voor grote voertuigen Het parkeren van grote voertuigen in de openbare ruimte is binnen de bebouwde kom van Wijchen niet toegestaan. Een uitzondering geldt op enkele wegen op het bedrijventerrein Wijchen-Oost en tijdens de marktdagochtend waarvoor enkele parkeerplaatsen zijn geoormerkt. Grote voertuigen mogen in het centrum van Wijchen alleen laden en lossen op de laad- en losplaatsen. Op de bedrijventerreinen dienen bedrijven in hun eigen parkeren te (blijven) voorzien. Het realiseren van nieuwe camperplaatsen wordt aan de markt overgelaten. Het parkeren van bedrijfsbusjes in woonwijken kan tot irritatie leiden. De gemeente ontvangt hier regelmatig klachten over. Er gelden vanuit de APV geen beperkingen voor het parkeren van voertuigen met een lengte 13
Zie: https://www.wijchen.nl/gehandicaptenparkeerplaats
19
tot 6 meter of een hoogte tot 2,4 meter in woonwijken. Het verkleinen van de maten zoals opgenomen in de APV is praktisch onuitvoerbaar, omdat hierdoor ook personenvoertuigen die langer of hoger dan de gekozen maatvoering zijn onder de regeling gaan vallen. Dit betekent dat het parkeren van bedrijfsvoertuigen die voldoen aan de APV niet voorkomen / beperkt kan worden.
•
Een parkeerplaats voor deelauto’s wordt uitsluitend toegekend aan een organisatie die is ingeschreven bij een Kamer van Koophandel en Fabrieken in Nederland en waarbij zowel uit de statuten als uit het feitelijk handelen van de organisatie blijkt dat gedeeld autogebruik doelstelling is van de organisatie.
•
Het is mogelijk om speciale parkeerplaatsen voor bedrijfsbusjes aan te leggen op plaatsen waar ze geen overlast voor omwonenden veroorzaken en hiernaar te verwijzen. Deze parkeerplaatsen moeten dan een bepaalde omvang hebben en zijn voorzien van goede verlichting. Ervaringen in het land geven aan dat het effect zeer beperkt is en men bedrijfsbusjes (zeker als gevuld met gereedschap) doorgaans toch gewoon in de wijk blijft parkeren.
De door de aanbieder gewenste locatie voor het plaatsen van een deelauto dient een parkeerplaats te zijn die voldoet aan de volgende eisen: o het gaat om een bestaande parkeerplaats, o de locatie is goed zichtbaar vanaf de doorgaande weg, o de parkeerplaats kenmerkt zich door makkelijk in- en uitparkeren (verkeersveiligheid).
•
In buurten waar overlast is van bedrijfsbusjes dienen de eigenaren deze dus zoveel mogelijk voor de eigen deur te parkeren en niet bij de buren. Het hierop aanspreken van de eigenaren / gebruikers is geen taak van de gemeente. Hetzelfde geldt voor bedrijven waarvan bedrijfsvoertuigen op openbare parkeerplaatsen staan geparkeerd.
De aanbieder van een deelauto dient de gemeente binnen 2 weken te informeren als de parkeerplaats niet langer door hem in gebruik is voor autodelen. Na intrekken van het verkeersbesluit wordt de bebording verwijderd, waardoor de betreffende parkeerplaats weer algemeen beschikbaar wordt.
•
Parkeerplaatsen voor deelauto’s worden aangeduid met bord E8 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met de naam van de aanbieder.
5.6.3 Parkeervoorzieningen voor deelauto’s I. Standplaatsgebonden deelauto’s Er is vanuit de markt anno 2024 weinig animo om in de openbare ruimte van Wijchen deelauto’s aan te bieden. Dit heeft te maken met het, ten opzichte van de grote steden in het land, verhoudingsgewijs hoge autobezit en het ontbreken van parkeerregulering. We verwachten ook niet dat het aanbod van commercieel aangeboden deelauto’s op straat de komende jaren gaat groeien in onze gemeente. Aanbieders van deelauto’s kunnen bij de gemeente een vaste parkeerplaatsen (= standplaats) voor een deelauto aanvragen. Op dit moment hebben we geen toetsingskader om aanvragen voor een vaste parkeerplaats voor deelauto’s te beoordelen. Aanvragen voor een standplaats worden voortaan op basis van onderstaande uitgangspunten getoetst:
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
II. Particulier autodelen Het particulier delen van een auto via een online platform is de afgelopen tijd snel gegroeid. Hierbij gaat het om privéauto’s die worden verhuurd als de eigenaar hem zelf niet nodig heeft. Hierdoor kunnen de kosten van een privéauto (deels) worden terugverdiend. Over de effecten van peerto-peer autodelen is nog weinig bekend. Wel is duidelijk dat het aanbod sterk uiteenloopt – in tegenstelling tot de andere vormen van autodelen betreft het niet alleen nieuwe, vaak kleine auto’s of elektrische voertuigen, maar ook grotere en oudere modellen. In tegenstelling tot de standplaatsgebonden (klassieke) deelauto is er bij peer-to-peer autodelen geen directe rol voor de gemeente. De voertuigen worden op eigen terrein of op niet-gereguleerde parkeervakken in de wijk geparkeerd. Hetzelfde geldt voor commerciële initiatieven waarbij een voertuig door meerdere mensen uit de buurt
20
wordt gebruikt. Er wordt hiervoor geen speciale parkeerplaats ter beschikking gesteld en het promoten onder potentiële gebruikers is primair een taak van de betreffende particulieren. 5.6.4 Oplaadpunten voor elektrische auto’s De richting die de gemeente met laadinfrastructuur op wil, is vastgelegd in de ‘beleidsstrategie elektrisch rijden gemeente Wijchen’ (mei 2021). De beleidsregel plaatsing laadinfrastructuur 2023 (november 2023) beschrijft hoe de verdere uitrol van laadinfrastructuur in de gemeente Wijchen tot stand komt. Laadpalen worden vooral op verzoek van inwoners in woonwijken geplaatst. Er zijn daarnaast afspraken gemaakt over het proactief plaatsen van vijftien extra laadpalen gedurende de looptijd van de concessie. Dit zijn openbare laadpalen, waarvoor twee openbare parkeerplaatsen worden gereserveerd. Dit is in het kader van de Gelders-Overijsselse Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (GO-RAL). Deze laadpalen worden de komende jaren proactief geplaatst op strategische gekozen parkeerplaatsen in zowel bestaande wijken als grotere parkeerterreinen. Hierdoor ontstaat komende jaren een fijnmazig netwerk van laadpalen in de gemeente.
In de APV staat dat het verboden is zonder vergunning van het College van B&W een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Uitgangspunt is dat bij de aanleg van een uitweg dit niet ten koste mag gaan van een officiële parkeergelegenheid of groen. Daarnaast geldt dat de uitweg geen gevaar mag opleveren voor het verkeer op de weg (verkeersveiligheid). De gemeente onderschrijft op vele vlakken het parkeren op eigen terrein, maar om de bereikbaarheid van deze parkeergelegenheid te regelen is wel een vergunningsplicht of meldingsplicht voor nieuwe uitwegen van toepassing. De aanvraag wordt getoetst aan de meest actuele versie van het uitwegenbeleid.14
5.5.5 Gereserveerde parkeerplaatsen voor artsen Omwille van een spoedgeval moet de auto van de huisarts dichtbij staan om te kunnen gebruiken. Huisartsen van huisartsenpraktijken komen in aanmerking voor één parkeerplaats op kenteken (de huisarts dient hiervoor zelf een verzoek in te dienen). Indien meerdere huisartsen werkzaam zijn in één praktijk, worden meerdere kentekens van de huisartsen gecombineerd op één parkeerplaats. Dit versterkt het werkelijk gebruik van deze gereserveerde parkeerplaatsen. 5.5.6
Uitwegenbeleid 14
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
Zie Uitrit of inrit aanleggen | Gemeente Wijchen
21
6. Monitoring en evaluatie Bij een nieuwe parkeervisie is zowel monitoring als evaluatie van belang. Beide elementen worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. Evaluatie is het achteraf beoordelen of en in hoeverre bepaalde beleidsvoornemens zijn bereikt. Dit kan niet zonder een goede monitoring.
Bij de evaluatie van de parkeervisie / volgende actualisatie van het gemeentelijk parkeerbeleid wordt gekeken naar de volgende punten: •
De ontwikkeling van de parkeerdruk – een maximale parkeerdruk van 90% wordt in woonwijken als acceptabel beschouwd (85% bij voorzieningen met veel kortparkeerders). Door cijfers van verschillende jaren met elkaar te vergelijken wordt duidelijk in hoeverre maatregelen van invloed zijn geweest op de parkeerdruk.
•
De mate van tevredenheid over de parkeersituatie in Wijchen (het aantal en de aard van de klachten) biedt inzicht in de beleving van de parkeervisie. Verandering in de tevredenheid van bewoners, ondernemers, werknemers en bezoekers kan worden herleid tot veranderingen in het aantal en soort klachten gedurende een langere periode.
•
Het inzichtelijk maken van de kosten voor onder andere de handhaving van parkeerregulering (blauwe zone, foutparkeren) in relatie tot het de parkeerdruk en het aantal klachten.
Monitoring van de parkeervisie bestaat uit de volgende onderdelen: •
•
•
Binnengekomen klachten op het gebied van parkeren geven een goed beeld van ontwikkelingen op het gebied van parkeren. Het monitoren van klachten is essentieel, omdat dit één van de aanleidingen is voor het uitvoeren van een parkeeronderzoek Een parkeerdrukmeting toont aan of het parkeerareaal aansluit bij de vraag. De parkeerdruk in één of meerdere wijken wordt reactief, op basis van klachten, onderzocht.
Daarnaast wordt bekeken welke maatregelen zijn uitgevoerd en welke nieuwe ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen er mogelijk zijn.
Een parkeermotiefmeting toont aan welke doelgroep gebruik maakt van de parkeercapaciteit. Hiermee kan in kaart worden gebracht in hoeverre een gemeten parkeerdruk door inwoners van de gemeente, bezoekers, werknemers of buurtvreemde langparkeerders wordt veroorzaakt.
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
22
7. Colofon OPDRACHTGEVER
Gemeente Wijchen Mathijs Jans
UITGAVE
Movares Nederland B.V.
Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht TELEFOON ONDERTEKENAAR
+31 (0)30 - 265 5555 Zuiver H (Hans) hans.zuiver@movares.nl
PROJECTNUMMER KENMERK
M0005044 X06-HZ-RAP-23007528
© 2022, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.
X06-HZ-RAP-24000636 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
23
Raadsbesluit De Raad van de gemeente Wijchen,
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Wijchen d.d. 23 april 2024; Overwegende dat de Omgevingswet mogelijkheden biedt voor delegatie in het kader van het omgevingsplan; Gelet op artikel 2.8 Omgevingswet, en de artikelen 10:13 t/m 10:19 Awb; Gelet op artikel 156 Gemeentewet; Besluit: 1. De bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan voor het toevoegen van een dynamische verwijzing naar de “Beleidsregels parkeernormen Wijchen’ te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders; 2. Dat dit delegatiebesluit geldig is tot en met 31 december 2025. Aldus besloten in de openbare vergadering van 30 mei 2024; de griffier,
de voorzitter,
A.B. Berendsen
R.D. Helmer-Englebert
Aanpassingen Parkeerbeleid ten opzichte van bestaand beleid Parkeervisie Wijchen Onderwerp Bestaand Parkeervisie Parkeervisie en beleidsregels waren gecombineerd in één document dat door het college is vastgesteld.
Aanpak parkeerproblemen bestaande wijk Stedelijkheid
Parkeernormen
Geen vaste regels. Er zijn wel regels over groen. o.b.v. keuze.
Op basis van de omgevingsadressen dichtheid. Deze komen grotendeels overeen met de eerdere inschatting.
Niftrik is weinig stedelijk. Maximale in de bandbreedte.
Niftrik is niet stedelijk. Er worden passende parkeernormen vastgesteld. Een parkeernorm aansluitend aan het huidige autobezit, met inzet op de ruimtelijke ordening-(RO) en duurzaamheidsambities. Mogelijkheden voor grotere woningbouwontwikkelingen om korting te krijgen bij het aanbieden van: • Toegankelijke en kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen; • Deelauto’s voor minimaal 10jr. Verplichting voor het realiseren van het juiste aantal fietsparkeerplaatsen.
Reductie parkeereis
-
Norm Fietsparkeren
Advies voor het aantal fietsparkeerplaatsen per functie. Beleidsmatig opgeschreven hoe wij om willen gaan met: • Algemene gehandicapte parkeerplaats(AGPP): 1:50 + bij voorzieningen waar het nodig is. • Persoonlijke GPP: verwijzing naar bestaand beleid. + toelichting. • Gereserveerde parkeerplaatsen voor artsen: Toegevoegd dat er één parkeerplaats voor huisartsen gereserveerd kan worden. -
Bijzondere parkeerplaatsen
Monitoring en evaluatie
Nieuw De parkeervisie is een volledig nieuw document. Dit is een nadere uitwerking van de lijn die is ingezet in het Mobiliteitsbeleid (visie, plan, MUP). Deze Parkeervisie Wijchen wordt vastgesteld door de gemeenteraad. B-B-B-B. Beïnvloeden, benutten, beheersen, bouwen.
Dit is aangevuld met: • Deelauto’s in de openbare ruimte: bestaande parkeerplaats, goed zichtbaar, verkeersveilig. • Oplaadpalen: Concessie + proactief. Meningsvormende nota raad.
Vervolgstap voor volgende keer parkeervisie.
Beleidsregels parkeernormen Wijchen Onderwerp Parkeerbeleid
Oud Parkeervisie en beleidsregels waren gecombineerd in één document dat door het college is vastgesteld.
Werkwijze
Harde, niet meebuigend beleid. “Je voldoet aan de parkeernormen, of het plan gaat niet door.”
Parkeernormen
Maximale in de bandbreedte.
Reductie parkeereis
-
Uitwegen
Maat van parkeervakken is benodigde maat
Norm Fietsparkeren
Advies voor het aantal fietsparkeerplaatsen per functie.
Nieuw De ‘Beleidsregels parkeernormen Wijchen’ is een volledig nieuw document. Dit is een nadere uitwerking van de lijn die is ingezet in het Mobiliteitsbeleid (visie, plan, MUP). De beleidsregels worden vastgesteld door het college navaststelling Parkeervisie door de gemeenteraad. Duidelijke stappen:
Toevoegingen zijn: - Inspanningsplicht om het bouwplan aan te passen om te voldoen aan het parkeerbeleid. - Kan het gecompenseerd worden in de omgeving? Alles aan de hand van CROW-richtlijnen. Tussen minimaal en gemiddeld in de bandbreedte. Mogelijkheden voor grotere woningbouwontwikkelingen om korting te krijgen bij het aanbieden van: • Toegankelijke en kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen; • Deelauto’s voor minimaal 10jr. Er wordt 1 meter meer breedte geëist wanneer de ingang van de garage of de woning achter of naast de parkeervakken ligt. Dit om de toegankelijkheid (ook met fiets) te waarborgen. Verplichting voor het realiseren van het juiste aantal fietsparkeerplaatsen.
Beleidsregels Parkeernormen Wijchen
Inhoudsopgave 1.
2
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
3 3 3
Achtergrond Grondslag Inwerkingtreding
Uitvoering parkeerverplichting
4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
4 5 6 9 10 10 11
Werkwijze Wijchen Totstandkoming parkeernormen Wijchen Voldoen aan parkeerverplichting Mogelijkheden verlagen parkeerverplichting Compensatie verplichting in omgeving Afwijken parkeerverplichting auto Parkeernormen fiets niet-woonfuncties
Bijlage 1 - parkeernormen auto
13
Bijlage 2 - parkeernormen fiets
17
Bijlage 3 - stroomschema beoordeling aanvraag
20
Bijlage 4 - overzichtskaart centrumgebied kern Wijchen 21 Bijlage 5 - definities
22
Colofon
23
X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
2
1.
Inleiding
1.1
Achtergrond
In het huidig mobiliteitsbeleid en het parkeerbeleid van de gemeente Wijchen is opgenomen dat de gemeentelijke parkeernormen worden geactualiseerd. Bij een actualisatie van parkeernormen is het doel om deze zo vast te stellen dat ze recht doen aan de huidige en toekomstige situatie ter plaatse. Dit betekent dat binnen een gemeente voor dezelfde functie verschillende parkeernormen kunnen gelden. De toepassing van parkeernormen kent meerdere aanvliegroutes. Een stedenbouwkundige wil in een ruimtelijk ontwerp doorgaans niet al te veel parkeerplaatsen (op maaiveld) realiseren vanwege het ruimtebeslag en om kwaliteit in de openbare ruimte te bieden. De verkeerskundige wil vanuit het oogpunt van bereikbaarheid juist voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd zien. De planoloog en plantoetser willen duidelijke en werkbare parkeernormen die transparant toe te passen zijn.
In 2020 is het ‘Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen’ door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn parkeernormen voor verschillende functies opgenomen. Echter, er is geen paraplu-bestemmingsplan opgesteld om de parkeernormen van toepassing te verklaren. Daarom gelden nog steeds de parkeernormen zoals vastgelegd in de diverse bestemmingsplannen. Dit wordt nu gecorrigeerd door middel van een omgevingsplan met een dynamische verwijzing naar deze beleidsregels. De gemeente Wijchen bestaat uit de kernen Bergharen, Hernen, Batenburg, Leur, Wijchen, Niftrik, Alverna en Balgoij. Daar waar Wijchen staat vermeld betreft dit de Gemeente Wijchen, tenzij specifiek wordt vermeld dat het de kern Wijchen betreft
1.3
Inwerkingtreding
1. De Beleidsregels Parkeernormen Wijchen treden in werking op de eerste dag na bekendmaking waarin dit besluit wordt geplaatst.
De parkeernormensystematiek is kortom éénduidig, transparant en toetsbaar. De hoogte van de parkeernormen sluiten aan op de specifieke situatie in de gemeente Wijchen en is tegelijkertijd toekomstbestendig.
2. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning, die is ingediend vóór de inwerkingtreding van de beleidsregels, wordt afgedaan op grond van de tot de inwerkingtreding van dit besluit geldende regels. Dit tenzij toepassing van de nieuwe beleidsregels gunstiger is voor de aanvrager van de omgevingsvergunning. In dat geval zijn onderhavige beleidsregels van toepassing.
1.2
3. TOEVOEGEN GEMEENTE BEPALING DAT DE GEMEENTE DE BELEIDSREGELS OP DATUM X HEEFT VASTGESTELD MET ONDERTEKENING NAMEN EN DATUM.
Grondslag
Bestemmingsplannen moeten sinds 1 juli 2018 beschikken over een planregeling waarin parkeernomen zijn vastgelegd die aan de desbetreffende voorziene ruimtelijke ontwikkeling zijn gekoppeld. Dit met het doel te zorgen dat de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling op eigen terrein wordt opgelost. Dit is ook mogelijk door in een planregeling een expliciete verwijzing naar gemeentelijke parkeerbeleidsregels op te nemen. Parkeernormen kunnen sinds 1 januari 2024 ook als dynamische beleidsregel aan een omgevingsplan worden gekoppeld.
3 X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
2
Uitvoering parkeerverplichting
2.1
Werkwijze Wijchen
2
Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is, wordt beoordeeld of een aanpassing van het bouwplan kan leiden tot het wel voldoen aan de gemeentelijke parkeerverplichting.
3
Als stap 1 en 2 niet mogelijk zijn, dan kan de aanvrager van een omgevingsvergunning een schriftelijk verzoek indienen bij het college van B&W voor een ontheffing van de gemeentelijke parkeerverplichting. Het verzoek van de aanvrager moet gegronde redenen bevatten die aantonen dat de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is. En dat de parkeerbehoefte middels een privaatrechtelijke overeenkomst niet in de nabije omgeving van de ontwikkeling kan worden gecompenseerd.
4
Bij behandeling van de ontheffingsaanvraag wordt afgewogen of het tekort aan benodigde parkeerplaatsen in de nabijheid van de ontwikkeling kan worden opgevangen in de openbare ruimte (zie paragraaf 2.5). Dit moet door de initiatiefnemer/aanvrager met een parkeeronderzoek worden aangetoond. De aanvrager stemt vooraf met de gemeente de werkwijze en het onderzoeksgebied voor het parkeeronderzoek af. Deze mogelijkheid geldt niet voor het centrumgebied van de kern Wijchen zoals opgenomen in bijlage 4.
5
Het college van B&W kan in specifieke uitzonderingsgevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de parkeerverplichting verlenen (zie paragraaf 2.6). Dit kan alleen wanneer het college van B&W de realisatie van het initiatief belangrijker acht dan de (tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid. En wanneer naar het oordeel van het college van B&W het belang van realisatie van het bouwplan binnen de gemeente Wijchen zwaarder weegt dan het realiseren van de parkeerplaatsverplichting.
Een ontwikkeling, een bouwactiviteit en/of een wijziging van gebruik, kan tot gevolg hebben dat er (meer) ruimte nodig is voor het parkeren van auto’s. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van personenauto’s. Op basis van de CROW parkeerkencijfers (publicatie 381) zijn passende parkeernormen opgesteld. Daarbij is rekening gehouden met de verstedelijkingsgraad en het gemiddeld autobezit in de gemeente. Bij ontwikkelingen worden parkeerplaatsen en laad-los voorzieningen in principe op eigen terrein aangelegd. Bij ontwikkelingen waar ook de openbare ruimte wordt mee ontwikkeld, kan het plangebied tijdelijk als eigen terrein worden beschouwd. Naast het aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door een verkeerskundige beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. De benodigde ruimte voor het parkeren van auto’s dient te zijn afgestemd op de gangbare personenauto’s. In deze beleidsregels zijn hiervoor de minimale eisen opgenomen (zie tabel 2). In het uitwegenbeleid van de gemeente is vastgelegd dat voor de eerste uitweg bij een woning of bedrijfsperceel er maximaal één openbare parkeerplaats op straat mag vervallen.1 Onderstaand is beschreven welke stappen moeten worden doorlopen in de beoordeling en mogelijke ontheffing van de parkeerverplichting.
Dit stappenplan is in bijlage 3 vertaald in een beslisboom: 1
Hoofddoel is dat de aanvrager van een omgevingsvergunning er alles aan doet om te voldoen aan de gemeentelijke parkeerverplichting (zie paragraaf 2.3 en 2.4). Uitgangspunt is dat de parkeerverplichting op eigen terrein wordt gerealiseerd.
1 Zie: Uitrit of inrit aanleggen | Gemeente Wijchen
4 X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
2.2
Totstandkoming parkeernormen Wijchen
2.2.1. Gebiedstypologie gemeente Wijchen Welke parkeernormen er voor een gebied gelden is onder andere afhankelijk van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod – en de kwaliteit – van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. De gemeente Wijchen valt qua stedelijkheidsgraad -in zijn geheel- in de categorie ‘weinig stedelijk’.2 Niet elk gebied heeft echter deze stedelijkheidsgraad (OAD) 3: • de bebouwde kom van Wijchen en Batenburg valt onder ‘matig stedelijk’; • de bebouwde kom van Bergharen, Hernen en Balgoij valt onder ‘weinig stedelijk’; • de bebouwde kom van Niftrik valt onder ‘niet stedelijk’ • het buitengebied van de gemeente Wijchen valt onder ‘niet stedelijk’. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen de stedelijke zones (centrum, schil, rest bebouwde kom en buitengebied) van de kernen in de gemeente. Hoe dichter bij het centrum, des te beter normaliter de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm kan zijn.
Het begrenzing van het centrumgebied Wijchen is weergegeven in bijlage 4. De overige gebieden binnen de bebouwde kom vallen onder de zone ‘rest bebouwde kom’. Alles buiten de planologische bebouwde komgrenzen valt onder ‘buitengebied’. In onderstaande tabel is dit samengevat weergegeven.
Tabel 1
Overzicht stedelijkheidsgraad en stedelijke zones
Gebied
Stedelijkheid
Stedelijke zone
Centrum kern Wijchen
Matig stedelijk
Centrum
Bebouwde kom van Wijchen en Batenburg
Matig stedelijk
Rest bebouwde kom
Bebouwde kom van Bergharen, Hernen en Balgoij
Weinig Stedelijk
Rest bebouwde kom
Bebouwde kom van Niftrik
Niet stedelijk
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Niet stedelijk
Buitengebied
Voor de ontwikkeling ‘Tussen Kasteel en Wijchens Meer’ zijn specifieke parkeernormen vastgelegd in het bestemmingsplan. Deze parkeernormen blijven onverminderd hetgeen gesteld in deze beleidsregels van kracht.
Wijchen is op basis hiervan onderverdeeld in een aantal stedelijke zones. Dit zijn gebieden die qua geografische ligging, ruimtelijke kenmerken en stedelijke dichtheid zorgen voor een bepaald mobiliteitspatroon en bijbehorende parkeervraag.
2 3
Bron: StatLine - Gebieden in Nederland 2021 (cbs.nl) – AOD 802 per km2 Bron: Gemeente Wijchen in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2024!) | AlleCijfers.nl 5
X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
2.2.2 Toepassing parkeernormen De gemeente Wijchen is een weinig stedelijk gebied. Dit uit zich in het autobezit. Dit is in onze gemeente iets hoger dan het Nederlands gemiddelde: respectievelijk 1,2 versus 1,1 particuliere personenauto’s per huishouden (2023).4 Op basis van publicatie 381 van het CROW (Toekomstbestendig Parkeren) is een lijst met passende parkeernormen opgesteld. De gemeente werkt met ‘vaste parkeernormen’. Dit biedt duidelijkheid voor alle betrokkenen. De basis voor de parkeernormen ligt per functie tussen het minimum en het gemiddelde van de CROW-bandbreedte. Dit komt voort uit het huidige autobezit, onze ambitie om bij ruimtelijke ontwikkelingen duurzame mobiliteitsvormen (lopen, fietsen en openbaar vervoer) te stimuleren en om efficiënt om te gaan met de beschikbare (openbare) ruimte. Bij de realisatie van nieuwe functies is het belangrijk om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen. In deze beleidsregels zijn alleen de relevante en meest voorkomende functies opgenomen (zie tabellen in bijlage 1). De parkeerplaatsverplichting is inclusief het benodigd aantal laadpunten voor elektrische auto’s (zie CROW publicatie 381). BELEIDSREGEL 1: Bij het bepalen van de parkeerverplichting wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals weergegeven in tabel 1.
BELEIDSREGEL 2: Bij het bepalen van de parkeerverplichting wordt voor de functies wonen, werken en onderwijs gebruik gemaakt van de parkeernormen zoals opgenomen in bijlage 1 (parkeernormen auto). Voor functies die niet zijn opgenomen dient gebruik te worden gemaakt van de kencijfers zoals beschreven in publicatie 381 van het CROW, waarbij moet worden uitgegaan van het midden tussen het minimum en het gemiddelde van de bandbreedte.
4
Bron: Autobezit per huishouden, 1 januari 2023 | CBS
BELEIDSREGEL 3: De in bijlage 1 opgenomen parkeernormen zijn opgebouwd uit een gebruikers- en een bezoekersdeel. Het bezoekersdeel is relevant als de parkeervoorziening van een functie op eigen terrein wordt gerealiseerd en niet openbaar toegankelijk is. Het bezoekersdeel dient namelijk altijd openbaar toegankelijk te zijn.
2.3
Voldoen aan parkeerverplichting
2.3.1
Aantonen parkeercapaciteit op eigen terrein
Een initiatiefnemer van een plan is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende parkeerruimte. Voor iedere nieuwe ontwikkeling geldt dat het geen parkeerprobleem (hogere parkeerdruk) mag veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat de initiatiefnemer zorgdraagt dat er voldoende parkeerruimte ten behoeve van de ontwikkeling wordt gerealiseerd. Dit dient op eigen terrein te worden opgelost. Met het begrip “parkeren op eigen terrein” wordt bedoeld: “ruimte voor parkeren of stallen van auto’s in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming.” De op eigen terrein te realiseren parkeervoorzieningen dienen te voldoen aan de maatvoering zoals beschreven in tabel 2. Als er in een initiatief maximaal één extra parkeerplaats moet worden gerealiseerd, dan hoeft men geen parkeerplaats te realiseren. Op deze wijze wordt bereikt dat voor bouwplannen met een kleine verkeersaantrekkende werking geen ontheffing hoeft te worden verleend. De grenswaarde is 1,0 parkeerplaatsen. Bij meer dan 1,0 parkeerplaats is geen vrijstelling mogelijk. Dit geldt alleen voor niet-woonfuncties. Ook bij een wijziging van gebruik wordt op basis van de parkeernormen een parkeerverplichting berekend.
Hierbij geldt dat de berekende parkeerverplichting op basis van de nieuwe functie, wordt verminderd met de parkeerverplichting (conform parkeernormen bijlage 1) van de functie die in de laatst verleende bouwvergunning is vastgelegd. De huidige situatie is dus de nul-situatie. Ook bij de sloop van bestaande panden 6
X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
wordt de parkeerverplichting voor deze panden berekend en verrekend met de nieuwe parkeerverplichting. Het gevolg van deze werkwijze is dat historisch gegroeide en bestaande parkeerproblemen niet worden aangepakt. Hiermee wordt wel voorkomen dat de parkeerdruk door de nieuwe ontwikkeling groter wordt.
2.3.2. Reductiefactor parkeerplaatsen op eigen terrein In de praktijk blijkt vaak dat bij woningen een garage niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte in gebruik is. Indien daar bij het vaststellen van de parkeerverplichting geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Naast de instandhouding van de parkeerplaatsen is ook het gebruik van parkeerplaatsen op eigen terrein lager. Immers, als de eigenaar van een woning niet thuis is, kan een ander deze parkeerplaats niet gebruiken. De bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein is hierdoor lager dan de bezetting van openbare parkeerplaatsen. Om dit te compenseren worden parkeerplaatsen op eigen terrein van woningen niet volledig meegerekend. De berekenwijze van parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen zijn opgenomen in onderstaande tabel. De situering moet hierbij zodanig zijn dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd en het eigen terrein toegankelijk is voor bijvoorbeeld fietsers. Wanneer de voordeur of de garage/berging achter of naast de parkeerplaatsen is gesitueerd, dan moet er minimaal één meter tussen de parkeerplaatsen en de erfgrens zitten.
Tabel 2 Parkeren op eigen terrein (Bron CROW)Berekenings-
Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekend
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
oprit min. 5,0 m diep en 2,5 m breed
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
oprit min. 10,0 m diep en 2,5 m breed
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
oprit min. 5,0 m diep en 4,5 m breed
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
garage min. 5,0 m diep en 2,8 m breed
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
garage min. 5,0 m diep en 2,8 m breed
Garage met enkele oprit
2
1,0
oprit min 5,0 m diep en 2,5 m breed
Garage met lange oprit
3
1,3
oprit min. 10,0 m diep en 2,5 m breed
Garage met dubbele oprit
3
1,8
oprit min 5,0 m diep en 4,5 m breed
2.3.3
Afmeting
aantal
Toepassing aanwezigheidspercentages dubbelgebruik
Als binnen een gebied verschillende functies worden gerealiseerd, dan kan bij de parkeerverplichting rekening worden gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Bij meerdere functies (dus niet alleen wonen) kan er namelijk sprake zijn van een verschillend patroon van tijden waarop gebruikers (inwoners, bezoekers, werknemers) aanwezig zijn. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld vooral ‘s avonds en ’s nachts hoog. Overdag ligt de aanwezigheid lager, omdat een deel van de inwoners met de auto naar het werk gaat. Dit biedt mogelijkheden om andere functies (bijvoorbeeld een kantoor) deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden. Door dubbelgebruik kan de parkeerverplichting naar beneden worden
7 X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
bijgesteld. Voorwaarde is dat de initiatiefnemer dit onderbouwt middels een parkeerbalans. Het berekenen van de mate van dubbelgebruik geschiedt op basis van onderstaande aanwezigheidspercentages voor maatgevende momenten. Voor functies die niet vermeld staan in onderstaande tabel dient een zo goed mogelijke inschatting te worden gemaakt op basis van een vergelijkbare functie of er moet worden uitgegaan van (door de initiatiefnemer aan te leveren) ervaringscijfers van een vergelijkbaar project elders in het land. Tabel 3
Aanwezigheidspercentage t.b.v. berekening dubbelgebruik (bron CROW Publicatie 381 Werkdag
Werkdag
Werkdag
nacht
Koop-
Zaterdag
Zaterdag
Zondag
ochtend
middag
avond
avond
middag
avond
middag
woningen bewoners
50%
50%
90%
100%
80%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
0%
70%
60%
100%
70%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
0%
5%
0%
0%
0%
commerciële
100%
100%
5%
0%
75%
0%
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
0%
75%
100%
0%
0% **
grootschalige
30%
60%
70%
0%
80%
100%
0%
0% **
supermarkt
30%
60%
40%
0%
80%
100%
40%
0% **
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
0%
100%
100%
100%
75%
sportfunctie buiten
25%
25%
50%
0%
50%
100%
25%
100%
bioscoop/theater/podi
5%
25%
90%
0%
90%
40%
100%
40%
sociaal medisch
100%
75%
10%
0%
10%
10%
10%
10%
verpleeghuis
100%
100%
50%
25%
50%
100%
100%
100%
ziekenhuis
60%
100%
60%
5%
60%
60%
60%
60%
75%
100%
40%
25%
40%
40%
40%
40%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
BELEIDSREGEL 4: Het realiseren van parkeerplaatsen bij ontwikkelingen moet op eigen terrein plaatsvinden, tenzij de aanvrager aantoont dat dit ruimtelijk, bouw- of verkeerstechnisch of financieel niet haalbaar is. BELEIDSREGEL 5: Bij een bouwactiviteit hoeft alleen te worden voorzien in de extra parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling. Het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt altijd naar boven afgerond tot een volledige parkeerplaats. BELEIDSREGEL 6: Bij het bepalen van de parkeerverplichting van meerdere functies wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in tabel 3.
dienstverlening
detailhandel
um
patiënten/bezoekers ziekenhuismedewerk ers
** bij koopzondag moet uit worden gegaan van 100%
8 X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
2.4
Mogelijkheden verlagen parkeerverplichting
Bij nieuwe ontwikkelingen kan de parkeereis worden beïnvloed door het bieden en/of stimuleren van alternatieve vervoerswijzen. Het bieden van duurzame alternatieven zorgt immers voor minder autobezit en een andere mobiliteitsbehoefte. Dit is mogelijk bij (grootschalige) gebiedsontwikkelingen en lokale initiatieven met 20 of meer woningen / appartementen, niet voor kleine particuliere initiatieven en grondgebonden woningen. Het verlagen van de parkeerverplichting kan door in de ontwikkeling onderstaande vormen van mobiliteit mee te nemen: •
•
Fietsparkeren: als een ontwikkeling (alleen geldig bij appartementen) voorziet in extra (boven de eisen van het bouwbesluit) en/of kwalitatief toegankelijke fietsparkeervoorzieningen, dan kan het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen met maximaal 5% worden verlaagd – in verhouding is dat vijf extra fietsparkeerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Deze extra fietsparkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten). Deelauto’s: als bij een woningontwikkeling structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar, commercieel aangeboden deelauto’s op eigen terrein ter beschikking worden gesteld, dan kan het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen tot maximaal 10% worden verlaagd. Hierbij hanteren we de verhouding van één autodeelparkeerplaats in plaats van vier gewone autoparkeerplaatsen. Een parkeerplaats voor een deelauto vervangt dus vier reguliere autoparkeerplaatsen (= saldo -3 plaatsen).
Belangrijk bij het toepassen van reductiefactoren is dan ook dat zolang er in het betreffende gebied geen vorm van parkeerregulering is ingevoerd, de maximaal te verkrijgen korting afhankelijk is van de onderbouwing van de ontwikkelaar. Deze moet het gebruik van alternatieven voor de privéauto onderbouwen aan de hand van onder andere de locatie van de ontwikkeling (nabijheid voorzieningen en OV), de doelgroep (jongeren/gezinnen/ouderen) en welke vormen van deelmobiliteit worden toegepast. Afhankelijk van de kwaliteit van het plan kan door de gemeente een korting worden gegeven van maximaal 10%. Hierbij is belangrijk dat de ruimte die wordt bespaard op het parkeren wordt gebruikt om extra kwaliteit toe te voegen aan de woonomgeving. De korting kan door ontwikkelaars dus niet standaard worden toegepast bij ruimtelijke plannen.
Rekenvoorbeeld: als het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen voor bewoners (dus niet bezoekersdeel) 200 parkeerplaatsen bedraagt, dan kan deze middels bovenstaande mogelijkheden maximaal worden gereduceerd tot 180 parkeerplaatsen (maximaal -10%). Dit betekent een reductie van 20 parkeerplaatsen. Hiervoor moeten 5 deelauto’s worden geplaatst. Dit betekent dat het totaal aantal te realiseren parkeerplaatsen 185 stuks bedraagt.
De mogelijkheden om de parkeerplaatsverplichting te verlangen mogen niet bij elkaar worden opgeteld. Dit omdat de acceptatie van deelmobiliteit in onze gemeente nog beperkt is en we niet willen dat we door hoge reductiepercentages in de omgeving van de ontwikkeling een parkeerprobleem creëren. De reductie geldt niet voor het bezoekersdeel van de parkeernorm van woningen (zie CROW-publicatie 381 voor aandeel bezoek) en voor niet-woonfuncties.
9 X06-HZ-RAP-24001401 / Concept / Versie 0.3 / 11 maart 2024
2.5
Compensatie verplichting in omgeving
Een initiatiefnemer van een plan is, zoals eerder vermeld, verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen. Bij het niet kunnen voldoen aan de parkeerplaatsverplichting op eigen terrein (ruimtelijk, bouw- of verkeerstechnisch, financieel) dient de initiatiefnemer dit bij de aanvraag van de omgevingsvergunning aan te tonen. Deze inspanningsverplichting betekent het moeten aantonen dat het fysiek aanleggen van parkeerplaatsen in geen enkele vorm mogelijk is. En dat de parkeerbehoefte middels een privaatrechtelijke overeenkomst niet in de nabije omgeving van de ontwikkeling kan worden gecompenseerd. Een aanvrager van een omgevingsvergunning kan met deze onderbouwing een schriftelijk verzoek bij het college van B&W indienen voor een ontheffing van de gemeentelijke parkeerverplichting. Dit betreft stap 3 zoals beschreven in paragraaf 2.1. Met een parkeeronderzoek moet vervolgens worden aangetoond dat het tekort aan benodigde parkeerplaatsen in de nabijheid van de ontwikkeling kan worden opgevangen in de openbare ruimte. De aanvrager stemt vooraf de werkwijze met de gemeente af.
Hierbij worden afspraken gemaakt over minimaal: a het onderzoeksgebied gerelateerd aan de loopafstanden zoals geformuleerd in tabel 4; b de wijze waarop de parkeercapaciteit wordt bepaald, c de onderzoeksperiode en de onderzoeksmomenten (gekoppeld aan de maatgevende periode van het betreffende initiatief). De gemeente beoordeelt op basis van het parkeeronderzoek of het tekort aan benodigde parkeerplaatsen als gevolg van initiatief in de nabijheid van de ontwikkeling kan worden opgevangen in de openbare ruimte. Hierbij wordt meegenomen of de gemeente de betreffende ruimte niet als reserve wil houden voor het opvangen van al bestaande parkeertekorten of andere doeleinden. Deze mogelijkheid geldt niet voor het centrumgebied van de kern Wijchen zoals opgenomen in bijlage 4.