Agendabundel
Tekst van het document
1.2.5 Provincies: verhelder rol en inzet instrumenten Uit de rekenkamerrapporten komt naar voren dat het voor gemeenten niet altijd duidelijk is welke rol de provincie inneemt en hoe de rolinvulling zich verhoudt tot andere overheden en organisaties. Hierdoor kunnen verwachtingen uiteenlopen. Ook zijn gemeenten niet altijd bekend met het instrumentarium dat de provincie inzet. Advies aan provincies is daarom om in het beleid de provinciale rol op het gebied van wonen te verduidelijken en inzichtelijk te maken welke instrumenten de provincie inzet. Daarnaast kan vaker met gemeenten worden afgestemd waar zij behoefte aan heeft, bijvoorbeeld bij regionale actieprogramma’s, en daarmee meer aansluiting vinden bij de gemeentelijke praktijk. Ons beeld is dat er op het gebied van samenwerking en afstemming tussen gemeenten, provincies en rijk de laatste jaren een ontwikkeling te zien is. Provincies hebben bijvoorbeeld met het opstellen van woondeals een steeds grotere rol gekregen op het gebied van wonen. Wij verwachten daarmee dat de afstand en de onduidelijkheid over rollen en instrumenten daarmee verminderd is.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
8/21
1.3
Vergelijkbare onderzoeken
Zoals hiervoor benoemd zijn veel gemeenten bezig met vergelijkbare onderwerpen, wat ook tot vergelijkbare conclusies en aanbevelingen leidt. Bovendien bevatten de onderzoeken over de totaliteit van het woonbeleid - wat het merendeel van de onderzoeken betreft - oppervlakkiger conclusies en aanbevelingen dan de onderzoeken naar één thema binnen het woonbeleid. Gezien het tijdsgewricht van de onderzoeken is het goed verklaarbaar waarom veel rekenkamers vergelijkbare onderzoeken hebben uitgevoerd. De onderzoeken reflecteren grotendeels grofweg op de periode 2010 – 2020. Dit is de tijd waarin het ministerie van volkshuisvesting/wonen verdween, de woningmarkt ‘af’ was en de corporatiesector onder druk stond. Bovendien hadden we te maken met een financiële crisis waardoor de productie van woningen flink was ingezakt. Rond 2015 begon de woningmarkt net op te krabbelen uit de crisis. Stijgende prijzen waren nog een teken van herstel, in plaats van zorg over betaalbaarheid. Ook binnen gemeenten was woonbeleid niet het meest urgente thema. Richting 2020 werd duidelijk dat er grote volkshuisvestelijke opgaven liggen. Gemeenten zijn hier volop mee aan de slag gegaan en ook raden kregen meer aandacht voor wonen. Hieruit volgen de vele onderzoeken naar de breedte van het woonbeleid.
Met de groei instrumentarium om als gemeente sturing te geven op het gebied van wonen, kan het nuttig zijn om in het vervolg specifieker onderzoek te doen naar de effectiviteit van deze instrumenten. Dit leidt over het algemeen tot meer verdiepende inzichten. Hierbij is het ook aan te raden goed te kijken welke vergelijkbare onderzoeken er al gedaan zijn en in hoeverre nieuw onderzoek van meerwaarde is. Een voorbeeld hiervan is het zeer uitgebreide onderzoek Evenwichtig woningaanbod over Amsterdam. Hierin wordt uitgebreid stilgestaan bij het instrumentarium van de gemeente om te sturen op een meer evenwichtige woningvoorraad, waar vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Dit is interessante informatie voor gemeenten die nog zoekende zijn naar welke instrumenten er zijn en welke nuttig zijn om in te zetten.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
9/21
2
Gemeente overstijgende vraagstukken
Met een deel van de opgaven die gesignaleerd worden in de rekenkameronderzoeken kunnen gemeenten zelf aan de slag. Bijvoorbeeld als het gaat om scherpe ambities en lokale afspraken met ontwikkelaars en corporaties. Daarnaast signaleren we een aantal onderwerpen die gemeenten zelf niet (volledig) in de hand hebben, dan wel waar hulp op andere schaalniveaus wenselijk is. In hoofdstuk 2 beantwoorden we daarom de onderzoeksvraag: Welke vraagstukken kunnen niet, of in ieder geval niet volledig, op decentraal niveau worden opgelost?
2.1
Middenhuur
In Nederland is er een groot tekort aan woningen in het middenhuur segment4. Dit tekort wordt veroorzaakt door de hoge wachttijden voor sociale huurwoningen en de hard gestegen huizenprijzen in het koopsegment. Middeninkomens vallen regelmatig tussen wal en schip en zijn vaak aangewezen op dure huurwoningen in de vrije sector. De oplossing is het vergroten van het woningaanbod, en dan met name het betaalbare woningaanbod waaronder middenhuur. Dit blijkt een ingewikkelde opgave. Er zijn inmiddels instrumenten die de gemeente in kan zetten voor de realisatie van middenhuurwoningen. Bijvoorbeeld de doelgroepenverordening, gronduitgifte regelingen (bijv. erfpacht) en anterieure overeenkomsten. Het knelpunt bij de realisatie van middenhuurwoningen is de financiële haalbaarheid. Ook in relatie tot de (gewenste) woningkwaliteit. Door de gestegen bouwkosten en rente komen ontwikkelaars niet uit in de businesscase als ze lagere huren rekenen. Dat leidt er toe dat realisatie lastig is, en vaak leidt tot vooral kleinere woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens. In de groep middeninkomens zitten echter ook grotere huishoudens (stellen en gezinnen) die behoefte hebben aan een grotere woning. Het ontbreken van aanbod en de eenzijdige kwaliteit vraagt oplossingen vanuit provincie en rijk.
Het rijk heeft dit reeds opgepakt door het beschikbaar stellen van de Woningbouwimpuls en de Startbouwimpuls om een financiële bijdrage te leveren aan de financiële haalbaarheid van projecten. Ook is recent ingestemd met het afschaffen van de marktverkenning voor corporaties per 1 januari 2024, waardoor woningcorporaties gemakkelijker middenhuurwoningen kunnen realiseren5. Verder is vanuit het ministerie van Volkshuisvesting de Wet betaalbare huur met de middenhuurregulering in voorbereiding. Het doel is om het aanbod betaalbare huurwoningen te vergroten en prijs-kwaliteit beter in balans te krijgen. Het is echter op het moment van schrijven van deze rapportage nog de vraag of de Wet wordt aangenomen en of de Wet het gewenste effect zal bereiken6. Door de regulering kunnen huurinkomsten lager uitvallen, wat kan leiden tot de verkoop van huurwoningen door (met name particuliere) investeerders en/of minder bereidheid om in nieuwbouw te investeren. Tegelijkertijd is de afgelopen jaren gebleken dat het ontbreken van regulering leidt tot vooral dure en/of kleine woningen. Het is dan ook zoeken naar een balans tussen het beschermen van huurders en woningzoekenden, en tegelijkertijd voldoende ruimte te bieden aan ontwikkelende partijen zodat de voorraad blijft groeien.
2.2
Betaalbare koop
Vergeleken met het middenhuur segment kunnen gemeenten nog lastiger sturen op het aanbod betaalbare koopwoningen. Gemeenten kunnen wel sturen op de realisatie van betaalbare koopwoningen, maar beperkt op het behouden van dit segment. Er zijn maatregelen zoals zelfbewoningsplicht, anti-speculatiebeding en opkoopbescherming om te voorkomen dat nieuwbouw koopwoningen direct doorverkocht worden 7. Dit zijn echter vaak tijdelijke maatregelen, uiteindelijk bepaalt de markt de prijs van de woning. Daarnaast wordt het mogelijk met een huisvestings- of doelgroepenverordening voorwaarden te stellen aan de doelgroep voor betaalbare koopwoningen8. Verder kan de mogelijkheid tot renovatie naar grotere (vaak dure) woningen worden beperkt door in het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) bouwoppervlaktes en hoogtes te 4
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (19 mei 2022). Programma Betaalbaar Wonen. Stadszaken (15 november 2023). Senaat geeft markttoets genadeklap: middenhuur definitief corporatiedomein. 6 Stadszaken (20 november 2023). RvS kritisch op huurwet De Jonge, steun NSC en/of PVV cruciaal. 7 Binnenlands Bestuur (7 februari 2019). Betaalbare koop: het alternatief voor middenhuur?; Platform31 (5 juli 2023). Sturing op een betaalbaar woningbouwprogramma. 8 Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninklijksrelaties (22 juni 2023): Kamerbrief bij nota van wijziging wetsvoorstel tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 5
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
10/21
begrenzen. Toch is het (op langere termijn) lastig grip te houden op de prijs van koopwoningen. Het kan daarom interessant zijn om als gemeente te kijken welke mogelijkheden innovatieve woonconcepten bieden, zoals wooncoöperaties.
2.3
Capaciteitstekorten
Door het tekort aan personeel in de bouwsector en bij gemeenten vertraagt de (ver)bouw van woningen9. De planvorming en het beoordelen van woningbouwplannen duurt soms lang en in de bouw zijn voldoende werkers nodig om projecten te realiseren. Om de vergunningverlening te versnellen kan ambtelijke capaciteit worden verhoogd met de inzet van flexpools (opgezet vanuit provincie en rijk). Ook is er vanuit de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) een expertteam woningbouw beschikbaar die gemeenten kunnen benutten voor allerlei vraagstukken gerelateerd aan woningbouw10. Voor de bouwsector wordt ingezet op extra personeel door bijscholing, maar ook modulair bouwen en innovaties kunnen uitkomst bieden.
2.4
Vertragende factoren woningbouwprojecten financiële tekorten, tekort aan woningbouwlocaties en andere beperkende factoren
Door de stijgende bouwkosten en gestegen rente is voor veel projecten de business case lastig rond te rekenen. Projecten dreigen te vertragen of stil te worden gezet. Zoals eerder genoemd is vanuit het rijk een aantal maatregelen genomen om dit te voorkomen, zoals de Startbouwimpuls. Die was vooralsnog echter eenmalig. Daarnaast is er een tekort aan nieuwe woningbouwlocaties, met name op de middellange termijn (na 2030). Het laaghangend fruit aan locaties is geplukt, waardoor de complexere plekken overblijven. Gemeenten, provincie en rijk moeten en gaan het gesprek aan om naar mogelijkheden voor toekomstige woningbouwlocaties te kijken. Dit zal een belangrijk onderdeel moeten worden in de nieuwe Nota Ruimte. Andere vertragende factoren zijn stikstofbeperkingen, krapte op het elektriciteitsnet en drinkwatertekorten. Ook hier zal in samenwerking met overheid en partijen naar mogelijkheden en oplossingen gezocht moeten worden. Mogelijk kan de omgevingsvisie dienen om integraal naar deze dilemma’s te kijken en op zoek te gaan naar (samenhangende) oplossingen.
2.5
Streefpercentage 30% sociale huur moeilijk haalbaar bij weinig bouwplannen
De realisatie van sociale huurwoningen is relatief stabiel vanwege de grote rol die corporaties spelen en de prestatieafspraken die worden gemaakt. Toch zijn er ook grote tekorten sociale huurwoningen11. De vraag naar sociale huurwoningen is toegenomen, terwijl de sociale huurwoningvoorraad afgelopen jaren is gekrompen vanwege onder andere de invoering van de verhuurdersheffing op woningen tot de liberalisatiegrens. Sinds 1 januari 2023 is de verhuurdersheffing weer afgeschaft, wat corporaties meer ruimte biedt om te investeren in nieuwe sociale huurwoningen. Het rijk heeft het streven van 30% sociale huur in de voorraad per gemeente opgenomen om tot een betere landelijke spreiding te komen12. Dit streefpercentage is echter moeilijk bereikbaar voor met name kleine gemeenten met weinig woningbouwplannen. Deze gemeenten bereiken met een volledig nieuwbouwprogramma in het sociale segment nog niet het percentage van 30% in de woningvoorraad. Hier zal met het rijk en de provincie het gesprek over gevoerd moeten worden. Eventueel kunnen regionale afspraken gemaakt worden over de verdeling van sociale woningbouw om samen wel aan de grote vraag naar sociale huurwoningen te kunnen voldoen.
9
NU.nl (18 januari 2022). Personeelstekort zet rem op verduurzaming en woningbouw. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2023). Expertteam Woningbouw 11 NOS (11 november 2023). Schreeuwend tekort aan woningen en hoge huizenprijzen: hoe is het zo gekomen?; Trouw (26 maart 2022). Meer dan de helft van de gemeenten heeft te weinig sociale huurwoningen; NOS (24 april 2021). Zo lang is de sociale huurwachtrij in jouw gemeente. 12 Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (11 mei 2022). Programma Een Thuis voor Iedereen 10
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
11/21
2.6
Hoe geef je invulling aan de concretisering van je woonbeleid? Hulp bij aanpak monitoring en programmering
Zoals eerder benoemd bevat de monitoring van gemeenten regelmatig enkel informatie over concrete projecten en de totale bouwproductie, terwijl het woonbeleid over meer dan nieuwbouw en aantallen gaat. Dit komt gedeeltelijk doordat monitoring van bepaalde elementen complex is. Het is met name lastig inzicht te verkrijgen in de bestaande particuliere woningmarkt. Zo is er beperkt inzicht in particuliere huurprijzen, omdat deze op dit moment nog niet geregistreerd worden13. Daarnaast hebben gemeenten vaak wel een registratiesysteem van nieuwbouwprojecten, maar vallen ook deze woningen na realisatie buiten zicht. We zien een kans voor rijk en provincie om een standaard monitoringssysteem en registratie van woningen te ontwikkelen. Dit zorgt voor meer efficiëntie, niet elke gemeente hoeft een eigen systematiek op te zetten, en het geeft eenduidigheid en vergelijkbaarheid van cijfers waarbij marktpartijen en corporaties niet bij elke gemeente andere data hoeven aan te leveren. Bovendien zien we een koppelkans om hierin de registratie van middenhuurwoningen mee te nemen i.v.m. de nieuwe middenhuurregulering, waarmee het puntensysteem (WWS) voor meer huurwoningen zal gaan gelden. Daarnaast kunnen rijk en provincie helpen met adaptief programmeren.
Het is voor gemeenten ingewikkeld om enerzijds helderheid en sturing te geven om ontwikkelaars en andere derde partijen de gewenste zekerheid te bieden, en anderzijds flexibel in te spelen op een snel ontwikkelende markt. Zo worden bijvoorbeeld landelijke betaalbaarheidsgrenzen regelmatig bijgesteld, waardoor deze (waarschijnlijk) net verschillen van de opgenomen grenzen in het gemeentelijk beleid. Verder kunnen bijvoorbeeld inflatie en bouwkosten ervoor zorgen dat het programma onrealistisch is geworden. Dat maakt adaptief programmeren belangrijk, maar het vraagt wel kennis en kunde van de gemeente. Rijk en provincie kunnen advies geven hoe gemeenten hier invulling aan kunnen geven. Het eerder genoemde expertteam woningbouw kan hier een rol spelen.
13
Het CBS werkt aan het uitbreiden van de beschikbare data op het gebied van wonen. Ook het verzamelen van informatie over huurprijzen in de private sector is hier onderdeel van.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
12/21
3
Lacunes
In hoofdstuk 3 beantwoorden we de onderzoeksvraag: Welke belangrijke thema’s ontbreken in de rekenkameronderzoeken? Of krijgen minder aandacht dan je op basis van ontwikkelingen op de woningmarkt zou verwachten.
3.1
Middensegment
Het middensegment (middenhuur en betaalbare koop) is onderbelicht in de rekenkameronderzoeken. Af en toe wordt benoemd dat er een tekort is aan woningen in het middensegment, maar er worden beperkt aanbevelingen gedaan over het realiseren van deze woningen. Wel zijn recentelijk (in 2023) twee onderzoeken uitgevoerd naar middenhuur, namelijk in Utrecht en Amsterdam. Naar verwachting komt dit thema komende jaren steeds meer onder de aandacht. Dit is ook belangrijk vanwege de grote tekorten in het middensegment in heel Nederland. En zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, is het middensegment een gemeente overstijgend vraagstuk. Er zijn reeds maatregelen genomen en in voorbereiding vanuit het rijk om het aanbod woningen in het middensegment te vergroten (zoals de Woningbouw- en Startbouwimpuls en Wet betaalbare huur). In het vervolg is het interessant om de effectiviteit van deze maatregelen te onderzoeken.
3.2
Wonen, zorg en aandachtsgroepen
Zowel wonen en zorg als het thema aandachtsgroepen14 worden niet voldoende meegenomen in het woonbeleid en rekenkameronderzoek. Er zijn drie rekenkameronderzoeken gedaan naar geschikt wonen voor ouderen in 2016 en 201715, maar opvallend is dat er geen recente onderzoeken naar dit thema zijn gedaan. Een aantal gemeenten hebben ouderen als doelgroep in de woonvisie opgenomen, maar vaak worden geen concrete acties benoemd. Verder zijn er een aantal gemeenten met aandacht voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Dit betreft voornamelijk de gemeenten waar (in de regio) relatief veel arbeidsmigranten werken. Ook is er in enkele rapporten aandacht voor statushouders en de taakstelling. We merken op dat dit thema steeds meer begint op te komen in het woonbeleid. Zo heeft het Rijk het programma ‘Een Thuis voor Iedereen’ vastgesteld met als doel om de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor aandachtsgroepen te vergroten waar ook de juiste ondersteuning beschikbaar is. Ook gemeenten zijn steeds meer met het thema aandachtsgroepen bezig. Regelmatig wordt gekeken naar een passende mix van ‘vragende’ en ‘dragende’ inwoners om de leefbaarheid en levendigheid van wijken te bevorderen. Met betrekking tot wonen en zorg heeft het rijk de woonzorgvisie verplicht gesteld. Gemeenten hebben tot 2026 de tijd om de woonzorgvisie op te nemen in hun woonbeleid en prestatieafspraken.
In het vervolg is het interessant om de effectiviteit van de woonzorgvisies en het verdere beleid m.b.t. aandachtsgroepen te onderzoeken.
14
Definitie van aandachtsgroepen: mensen met sociale en/of medische urgentie onder wie mensen die dak- en thuisloos dreigen te worden, mensen die rolstoelafhankelijk zijn of een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid hebben, sekswerkers die willen stoppen en in een andere omgeving willen wonen, remigranten-gezinnen met de Nederlandse nationaliteit die na terugkeer naar Nederland dakloos zijn, statushouders, de uitstroom van mensen uit een intramurale instelling, arbeidsmigranten, studenten, woonwagenbewoners, en ouderen. Bron: BZK (2022). Programma Een Thuis voor Iedereen. 15 Roosendaal, 2016; Bergen op Zoom, 2017; Oosterhout, 2017.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
13/21
Het belang van wonen en zorg Wonen en zorg is een belangrijk thema vanwege de sterke vergrijzing in Nederland en door de extramuralisering die voor opgaven binnen gemeenten zorgt. Vanuit het rijk wordt ingezet op zoveel mogelijk zelfstandig thuis wonen16. Het uitgangspunt is de wens van ouderen en andere kwetsbare groepen17 om zo lang mogelijk op een goede manier zelfstandig te kunnen blijven wonen, met (wanneer nodig) ondersteuning/zorg en in een woning die aansluit bij hun persoonlijke behoeften. Daarnaast zal het aantal mensen dat werkt in de zorg en het aantal mantelzorgers niet in dezelfde mate toenemen als het aantal mensen dat een beroep zal doen op zorg18. Personeelstekorten in de zorg spelen nu al en zullen in de toekomst blijven spelen. Geschikte zelfstandige woningen (met evt. zorg nabij) voor ouderen en andere kwetsbare groepen moeten uitkomst bieden.
3.3
Bestaande voorraad
Het thema bestaande voorraad is onderbelicht. Het woonbeleid richt zich vooral op de toevoeging van nieuwbouwwoningen. Het grootste gedeelte van de woningen staat er echter al: de bestaande voorraad. Ook met ingrepen in de bestaande voorraad kan een bijdrage worden geleverd aan de woningbouwopgave, zoals het beter benutten van de bestaande voorraad (bijvoorbeeld met leegstand en transformatie), woningsplitsing en optoppen. Bovendien is hier een sterke relatie met leefbaarheid en veiligheid in wijken. Investeren in bestaande wijken biedt enerzijds kans om meer woningen toe te voegen, maar vooral ook om bij te dragen aan een fijne leefomgeving voor nieuwe en bestaande bewoners. Rekenkamers kunnen bijvoorbeeld onderzoeken wat de effectiviteit van deze ingrepen is, en of met deze ingrepen de gewenste resultaten bereikt worden (zoals gewenste woningkwaliteit en de verbetering van de leefbaarheid in de wijk).
3.4
Verduurzaming
Duurzaamheid omvat een eigen beleidsveld, maar afgelopen jaren wordt steeds vaker de koppeling gemaakt met wonen. Verduurzaming van woningen is nog een urgenter thema geworden door de stijgende energiekosten. Hoewel juist corporaties veel investeren in verduurzaming, zijn er nog altijd inwoners met lage inkomens die in slecht geïsoleerde woningen wonen. Vanuit het Rijk loopt er een rijksprogramma gericht op de klimaattransitie. Ook is er een programma ‘Verduurzaming gebouwde omgeving’19 opgesteld en zijn er met woningcorporaties afspraken gemaakt over de verduurzaming van sociale huurwoningen. Om de verduurzaming te realiseren zetten het rijk, provincie en gemeenten onder andere in op het aanpakken van alle slecht geïsoleerde woningen, gebruik van duurzame verwarming en gebruik van hernieuwbare energie (in plaats van aardgas). In de rekenkameronderzoeken komt verduurzaming heel beperkt naar voren. Af en toe wordt benoemd dat er een relatie is tussen duurzaamheid en het woonbeleid of dat deze relatie versterkt kan worden. Rekenkameronderzoek kan echter meer ingaan op de effectiviteit en doeltreffendheid van de duurzaamheidsingrepen in relatie tot woonkwaliteit en de woonlasten. Op dit moment (november 2023) wordt het Metadossier Energietransitie opgesteld. Hierin zitten twee rapporten20 die expliciet ingaan op verduurzaming van woningen.
Dit toont aan dat dit thema deels wordt ondervangen vanuit de Energietransitie. Echter is het van belang de koppeling met het wonen en woonbeleid te maken. De duurzaamheid van woningen heeft namelijk een relatie met de betaalbaarheid van woningen.
16
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (18 juni 2018). Langer Thuis; Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (23 november 2022). Programma Wonen en zorg voor ouderen. 17 Zoals mensen met een beperking en uitstroom uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. 18 Rijksoverheid (4 juli 2022). Nieuw programma ouderenzorg: meer digitaal, meer thuis en meer eigen regie. 19 De Nationale Woon- en Bouwagenda heeft zes onderliggende programma’s waarmee invulling wordt gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. 20 Rekenkamer Amsterdam (maart 2019). Verduurzaming warmtevoorziening met warmtenetten; Rekenkamer Amsterdam (maart 2016). Energiebesparende maatregelen in corporatiewoningen.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
14/21
3.5
Andere vormen van wonen
De rekenkameronderzoeken bevatten beperkt uitspraken over andere vormen van wonen zoals CPO’s, wooncoöperaties en gezamenlijke woonvormen. Er zijn enkele onderzoeken waar wooncoöperaties en woonvormen zoals tiny houses en CPO worden benoemd, maar hier wordt niet uitgebreid op ingegaan. Nieuwe woonvormen zijn echter steeds meer in opkomst. Het kan hierom relevant zijn voor rekenkamers om te onderzoeken hoe andere woonvormen kunnen bijdragen aan de volkshuisvestelijke opgaven. Onderzoek naar de effectiviteit van beleid in gemeenten die hierin vooroplopen en het delen van de kennis hierover, kan andere gemeenten richting geven hoe andere woonvormen een plek kunnen krijgen in brede woonbeleid.
3.6
Verbinding met afwegingen andere ruimtelijke domeinen
Daarnaast gaan de rekenkameronderzoeken nauwelijks in op de verbinding en benodigde keuzes in relatie tot andere ruimtelijke domeinen. Mede in het kader van de Omgevingswet wordt steeds meer de relatie gelegd tussen alle aspecten die invloed hebben op de leefomgeving. Vanuit het wonen is het belangrijk dat meer samenhang wordt gezocht met andere beleidsvelden, bijvoorbeeld economie, mobiliteit, sociaal domein en duurzaamheid. Dit om oplossingen te vinden voor o.a. de strijd om de ruimte, mobiliteit (verkeersdrukte en parkeren), en het principe bodem en water sturend. Rekenkamers kunnen onderzoeken wat dit betekent voor het woonbeleid, hoe het woonbeleid terugkomt in de gemeentelijke omgevingsvisie, en hoe doelstellingen binnen woningbouwprojecten in samenhang met andere ruimtelijke domeinen kunnen worden opgepakt.
3.7
Reflectie op nationale beleidskeuzes
De rekenkameronderzoeken zijn uitgevoerd in een roerige tijd ten aanzien van wonen. Het inperken van rol van corporaties, verplichte prestatieafspraken, het scheiden van wonen en zorg en de nadruk op langer zelfstandig thuis wonen zijn voorbeelden van grote veranderingen. In de rekenkameronderzoeken komen we beperkt reflectie tegen op de keuzes die in dit geval vaak op rijksniveau zijn gemaakt. Dit terwijl de keuzes grote impact hebben op de lokale praktijk. Denk aan de kwetsbaarheid van buurten met veel sociale huur als gevolg van passend toewijzen of de grote druk op zorginstellingen door onvoldoende uitstroom naar reguliere huisvesting. Zowel voor gemeenten zelf, als voor het rijk zou het interessant zijn hier meer aandacht voor te hebben. Op die manier kunnen effecten van rijksbeleid goed in zicht worden gebracht en kan dit waar nodig worden meegenomen bij het aanscherpen van het beleid, dan wel gebruikt worden om gemeenten te helpen om te gaan met de effecten.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
15/21
4 4.1
Conclusie en aanbevelingen Conclusie
Het Metadossier Woonbeleid bevat veel vergelijkbare onderzoeken naar de resultaten en effectiviteit van het totale woonbeleid en de sturingsmogelijkheden. Deze brede focus vloeit voort vanuit een verandering de positie van wonen in het maatschappelijk debat: van de gedachte “de woningmarkt is klaar” naar de huidige woningcrisis waarbij wonen een dringend thema op de agenda is geworden. Om het woonbeleid (weer) op te pakken zochten gemeenten eerst inzicht in het woonbeleid dat werd gevoerd in de totale breedte. Dit leidt tot vergelijkbare conclusies en aanbevelingen. Nu wordt de regie op wonen weer versterkt. De effecten van de nieuwe maatregelen (met name vanuit het rijk, maar ook de steviger rol die provincies hebben in de woondeals) moeten nog doorwerken. Komende jaren is het interessant om de effectiviteit van deze maatregelen te onderzoeken. Bovendien verrijken gemeenten hun woonbeleid. Ook de resultaten van (nieuw) gemeentelijk beleid zijn interessant te onderzoeken.
4.2
Aanbevelingen
Aanbevelingen voor het uitvoeren van rekenkameronderzoek zijn gemaakt in het onderzoek ‘NVRRMetadossier Woonbeleid. Analyse – Do’s & Don’ts – Lijst Rekenkamerrapporten’ uit juli 2022 door Corine Baarda. We geven één aanvullende aanbeveling. 1. Stel voorafgaand aan het rekenkameronderzoek scherp welk vraagstuk je wilt onderzoeken en met welk passend en gewenst detailniveau (totale breedte woonbeleid versus één of enkele aspecten). Vervolgens kunnen de onderzoeksvragen daarop goed worden afgestemd. Hiervoor is het raadzaam om vooraf kennis over de situatie op de lokale woningmarkt en het woonbeleid op te doen. Bijvoorbeeld door een actueel woonbehoefteonderzoek door te nemen of door een aantal gesprekken met gemeente en externe partijen (zoals corporaties, marktpartijen, makelaars, inwoners) te voeren. Dit vergt voorafgaand aan het onderzoek wat tijd en inzet, maar kan zorgen voor een (meer) relevant, gerichter en bruikbaar onderzoek voor de betreffende gemeente. Verder richten we ons in dit onderzoek op aanbevelingen voor het woonbeleid met relevante onderwerpen voor rekenkameronderzoek. 2. Vanuit de Rijksoverheid wordt de regie op de volkshuisvesting versterkt. Het is in het vervolg belangrijk om de effectiviteit van nieuwe regelgeving te onderzoeken en eventuele knelpunten te signaleren.
Op dit moment omvat de nieuwe regelgeving onder meer: − Wet versterking regie op de volkshuisvesting (in voorbereiding); − Wet betaalbare huur (in voorbereiding); − Verplichte gemeentelijke woonvisie met een looptijd van maximaal 5 jaar (sinds 1 januari 2022); − Verplichte woonzorgvisie (vanaf 1 januari 2024); − Financiële regelingen/subsidies (Startbouwimpuls, Woningbouwimpuls, Volkshuisvestingsfonds). 3. De afgelopen jaren was er in het woonbeleid vooral aandacht voor de bouwopgave (aantallen). Het beleidsveld wonen is echter veel breder dan alleen het realiseren van aantallen. Daarnaast wordt onder de Omgevingswet steeds meer integraal naar de leefomgeving gekeken. Om goed te kunnen sturen op de maatschappelijke opgaven vanuit wonen is het van belang in het woonbeleid aandacht te hebben voor: − De kwantitatieve én kwalitatieve woonbehoefte (waaronder de gewenste woningtypen, segmenten en doelgroepen); − Wonen, zorg en aandachtsgroepen. Aandachtsgroepen hebben vaak urgent een (betaalbare) woning nodig. In sommige gevallen niet alleen een passende woning, maar passende zorg en/of ondersteuning. Dit vergt extra inzet en samenwerking tussen partijen; − Bestaande voorraad.
Met ingrepen in de bestaande voorraad kan een bijdrage worden geleverd aan de woningbouwopgave, zoals het beter benutten van de bestaande voorraad (bijvoorbeeld met leegstand en transformatie), woningsplitsing en optoppen;
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
16/21
−
−
Andere vormen van wonen zoals CPO’s, wooncoöperaties en gezamenlijke woonvormen zijn steeds meer in opkomst. Het is van belang om te kijken of deze woonvormen een gewenste bijdrage leveren aan het woningaanbod en of er beleid nodig is om deze ontwikkelingen te stimuleren of juist meer kaders mee te geven; Verankering van het woonbeleid in de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast 21. Om de opgaven vanuit wonen goed te verankeren en in samenhang met de andere domeinen te beoordelen is het van belang het woonbeleid duidelijk in de omgevingsvisie op te nemen.
4. Aanpak monitoring en programmering: stroomlijnen vanuit het rijk / provincie. − Monitoring van met name de bestaande particuliere woningmarkt is complex. Daarnaast hebben gemeenten vaak wel een registratiesysteem van nieuwbouwprojecten, maar vallen ook deze woningen na realisatie buiten zicht. We zien een kans voor rijk en provincie om een standaard monitoringssysteem en registratie van woningen te ontwikkelen, die ook daadwerkelijk bruikbaar is voor gemeenten zelf (bestaande provinciale systemen zijn vooral ingericht op de provinciale monitoring). Dit zorgt voor meer efficiëntie, niet elke gemeente hoeft een eigen systematiek op te zetten, en het geeft eenduidigheid en vergelijkbaarheid van cijfers waarbij marktpartijen en corporaties niet bij elke gemeente andere data hoeven aan te leveren. Bovendien zien we een koppelkans om hierin de registratie van middenhuurwoningen mee te nemen i.v.m. de nieuwe middenhuurregulering waarmee het puntensysteem (WWS) voor meer huurwoningen zal gaan gelden. − Daarnaast kunnen rijk en provincie advies geven hoe gemeenten adaptief kunnen programmeren. Om aan de ene kant de gewenste zekerheid te kunnen bieden aan partijen en aan de andere kant flexibel in te kunnen spelen op snel veranderende marktomstandigheden. 5. Zet in op regionale samenwerking (niet opnieuw het wiel uitvinden). − Gemeenten kampen met capaciteitstekorten.
Zet in op regionale samenwerking om zo efficiënt mogelijk te werken en om van elkaar te kunnen leren. De structuur van woondeals en versnellingstafels kan hieraan bijdragen. Een aandachtspunt is dat er gericht wordt op een beperkt aantal samenwerkingsverbanden op logische schaalniveaus, anders kan het juist leiden tot meer benodigde inzet en energie. Overweeg daarom, voor zover dit nog niet het geval is, om aansluiting te zoeken bij bestaande overlegstructuren.
21
Gemeenten moeten uiterlijk 1 januari 2027 hun omgevingsvisie hebben vastgesteld.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
17/21
Bijlage 1: Overzicht rekenkamerrapporten In deze bijlage staat het overzicht van de rekenkamerrapporten opgenomen. In bijlage 1.1 laten we de geografische spreiding van de rekenkameronderzoeken zien. In bijlage 1.2 is de volledige lijst met rapporten opgenomen.
Bijlage 1.1: Geografische spreiding rekenkameronderzoek Woonbeleid In onderstaand figuur en tabel staat de geografische spreiding van de rekenkameronderzoeken in de periode 2015 tot en met oktober 2023 weergeven. Opvallend is dat er in een aantal provincies geen gemeentelijk rekenkameronderzoek is uitgevoerd naar het woonbeleid, namelijk in Groningen, Zeeland en Flevoland. Inhoudelijk zijn er geen grote verschillen tussen de rekenkameronderzoeken van verschillende gemeenten gevonden.
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
18/21
Figuur 1. Geografische spreiding rekenkameronderzoek Woonbeleid (2015-2023)
Provincie
Regio
Gemeente
Provincie
Aantal
Regio
Aantal
Gemeente
Aantal
Noord-Brabant
16
Noord-Oost Brabant
6
Meijerijstad
2
Bernheze
1
Boxtel
1
Heusden
1
’s-Hertogenbosch
1
Breda
1
Dongen, Goirle, Loon op Zand
1
Oosterhout
1
Tilburg
1
Bergeijk
1
Best
1
Valkenswaard
1
Veldhoven
1
Bergen op Zoom
1
Roosendaal
1
Amsterdam
2
Haarlemmermeer
2
Amstelveen
1
Gooise Meren
1
Purmerend, Beemster
1
Uithoorn
1
Zaanstad
1
Koggenland
1
Medemblik
1
Opmeer
1
Schagen
1
Albrandswaard
1
Barendrecht
1
Brielle (nu Voorne aan Zee)
1
Capelle aan den IJssel
1
Lansingerland
1
Ridderkerk
1
Rotterdam
1
Schiedam
1
Alphen aan de Rijn
1
Hillegom, Lisse
1
Stedelijke Regio Breda Tilburg
Zuidoost-Brabant
West-Brabant-West Noord-Holland
13
Metropoolregio Amsterdam
Noord-Holland Noord
Zuid-Holland
13
Rotterdamse Regio
Holland Rijnland
Gelderland
Utrecht
7
5
4
4
2 9
4
8
3
Leiden, Leiderdorp
1
Haaglanden
1
Delft
1
Midden Holland
1
Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Zuidplas
1
Foodvalley
3
Nijkerk
2
Ede
1
Lochem
1
Stedendriehoek
2
Voorst
1
Noord-Veluwe
1
Nunspeet, Oldebroek
1
Rivierenland
1
Buren
1
Foodvalley
2
Veenendaal
2
Regio Utrecht
2
Utrecht
1
Zeist
1
Amersfoort
1
Regio Amersfoort
1
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
19/21
Overijssel
Friesland Limburg Drenthe
3
2 2 1
Overijssel-West
3
Olst-Wijhe
1
Ommen
1
Zwartewaterland
1
Zuidoost Friesland
1
Heerenveen
1
Zuidwest Friesland
1
Súdwest-Fryslân
1
Noord-Limburg
1
Venlo
1
Zuid-Limburg
1
Maastricht
1
Zuidwest Drenthe
1
Hoogeveen
1
Tabel 1. Geografische spreiding rekenkameronderzoek Gemeentelijk Woonbeleid (2015-2023)
Bijlage 1.2: Lijst rekenkamerrapporten • • • • • • • • • • • • •
• • •
• • • • • • • • • • • • • • • • • •
Voorst (2015). Bouwen is meer dan stenen stapelen Brielle (nu Voorne aan Zee) (2016). Rekenkamerbrief Informatievoorziening Woonvisie Meijerijstad (2016). Woningbouwbeleid Meierijstad: Staat als een huis!? Ommen (2016). Evaluatie woonbeleid in Ommen Roosendaal (2016). Onderzoek Ouderenhuisvesting Roosendaal Amsterdam (2017). Evenwichtig woningaanbod Bergen op Zoom (2017). Langer zelfstandig wonen voor ouderen Gemeente Bergen op Zoom Buren (2017). Prestatieafspraken in vervolg op de Woonvisie Haarlemmermeer (2017). Ruimte voor verbetering? Onderzoek naar woonbeleid in de gemeente Haarlemmermeer Heusden (2017). Volkshuisvestingsbeleid gemeente Heusden Hoogeveen (2017). Huisvesting en begeleiding statushouders: kwetsbaar en onvoldoende geborgd Oosterhout (2017). Langer zelfstandig wonen voor ouderen Gemeente Oosterhout Dongen, Goirle, Loon op Zand (2020). “Wel of niet thuis geven?” Een rekenkameronderzoek naar de inschrijftijd en zoekduur voor sociale-huurwoningen in Dongen, Goirle en Loon op Zand, Rapporten Dongen, Goirle en Loon op Zand Gelderland (2018). Rekenkamer Oost-Nederland, Wonen in Overijssel – Wonen in Gelderland Schiedam (2018). Woningbouwbeleid Schiedam Zeist (2018). Van woonvisie naar woonwerkelijkheid.
Rekenkameronderzoek naar de effectiviteit van het maken van prestatieafspraken van de gemeente Zeist met woningcorporaties en huurders en de rol van de gemeenteraad daarbij Alphen aan de Rijn (2019). Bouwen aan een betere woningmarkt. Sturen op een passend woningaanbod in Alphen aan den Rijn Bernheze (2019). Onderzoeksrapportage Woningbouwbeleid Gemeente Bernheze Leiden, Leiderdorp (2019). Haalbaar, maar...De woningbouwopgave in Leiden en Leiderdorp tot 2030 Olst-Wijhe (2019). Is het erg wanneer we niet alles organiseren? Een onderzoek voor de Rekenkamer naar het woonbeleid in de gemeente Olst-Wijhe Purmerend, Beemster (nu Purmerend) (2019). Woonbeleid in Purmerend en Beemster Randstedelijke Rekenkamer (2019). Wonen, provincies Flevoland, Noord-Holland, Utrecht en ZuidHolland Veenendaal (2019). Onderzoek effectiviteit Woonbeleid Veenendaal Boxtel (2020). Woonbeleid Boxtel .......Meer organiserend vermogen gevraagd Delft (2020).Woningbouw Delft 2017 – 2040: van goed naar nog beter Hillegom, Lisse (2020). Effectiviteit startersbeleid Hillegom en Lisse Maastricht (2020). Woonbeleid Medemblik (2020). Doeltreffendheid prestatieafspraken wonen Nijkerk (2020). Evaluatie woonvisie 2015 gemeente Nijkerk. Rekenkameronderzoek naar de effectiviteit van het woonbeleid in de gemeente Nijkerk Nijkerk (2020). Dienstverlening in de gemeente Nijkerk.
Rekenkameronderzoek naar de dienstverlening op het gebied van bouw, wonen en woonomgeving Opmeer (2020). Doeltreffendheid prestatieafspraken wonen Schagen (2020). Rekenkameronderzoek naar de woningbouw in Schagen Tilburg (2020). Onder dak komen. Een onderzoek naar vraag en aanbod van sociale huurwoningen in de gemeente Tilburg in relatie tot de beleving van inwoners Veenendaal (2020). Jongerenhuisvesting Veenendaal
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
20/21
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Veldhoven (2020). Van woonvisie naar actuele programma's. Een onderzoek naar het Veldhovens woonbeleid en de uitvoering daarvan Zaanstad (2020). Woonbeleid in Zaanstad Zwartewaterland (2020). Woonbeleid in Zwartewaterland Amstelveen (2021). Evaluatie woonbeleid Bergeijk (2021). Een onderzoek naar de effecten van het gemeentelijk grondbeleid i.r.t. de woningbouwbehoefte Breda (2021). Ombouw kantoren naar woningen in Breda in 2011-juni 2021 Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Zuidplas (2021) Onderzoek Woonbeleid (Rapporten Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas) Heerenveen (2021). Evaluatie Woonvisie 2015-2020 Koggenland (2021). Woonbeleid - gevarieerde woningbouw en CPO Raadsperiode 2018-2022 Meijerijstad (2021). Second-opinion op Actieplan Woningbouw: sneller en flexibel Zeeland (2021). Rekenkamer Zeeland, Woonbeleid Ridderkerk (2021). Oog voor wonen in uitvoering Rekenkameronderzoek naar het woonbeleid in Ridderkerk (2010-2020) Südwest-Fryslân (2021). Woonbeleid in Súdwest-Fryslân Uithoorn (2021). Huisvesting arbeidsmigranten Valkenswaard (2021). Startersbeleid Valkenswaard Venlo (2021). Nieuw woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? Albrandswaard (2022). Bouwen voor elkaar Amersfoort (2022). Effectiviteit woonbeleid Barendrecht (2022). Bouwen in balans onderzoek naar woonbeleid Barendrecht Best (2022).
Voortvarend omwille versnelling woningbouw Gooise Meren (2022). Onderzoek effectiviteit woonbeleid Haarlemmermeer (2022). Vroeg begonnen, veel gewonnen. Opvolgonderzoek Woonbeleid Lansingerland (2022). Bouwen in beweging - onderzoek naar woonbeleid Lansingerland Lochem (2022). Een wakker woonbeleid? Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid en de rol van de gemeenteraad Nunspeet, Oldebroek (2022). Evaluatie gemeentelijk woonbeleid (Rapporten Nunspeet en Oldebroek) Rotterdam (2022). Thuis in cijfers ‘s-Hertogenbosch (2022). Grondbeleid gemeente ’s-Hertogenbosch Amsterdam (2023). Behoud betaalbare huurwoningen. Toezicht op afspraken met particuliere partijen Capelle aan den IJssel (2023). Tijden van transformatie. Onderzoek naar Woonbeleid Capelle aan den IJssel vanaf 2013 Ede (2023 ). Wonen is meer dan bouwen. Rekenkameronderzoek woonbeleid gemeente Ede Utrecht (2023). Middenhuur: meer grip op groei
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Rapport Meta-analyse Woonbeleid m.b.t. Rekenkameronderzoek, in opdracht van NVRR Projectnummer 51017811 15 december 2023
21/21
Raad openbaar Wijchen Dossiernummer
5692
Extern Zaak ID
Z/24/233429
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
25 april 2024
Agendapunt
5.e
Titel
233429 Informatienota gemeenteraad Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen
Organisatieonderdeel
domein Fysieke leefomgeving - team Milieu
Eigenaar
Boogaard, van den, Luuk
Soort nota
Informatienota
Programma/Paragraaf
§2 Duurzaamheid
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Schouten, B. (Bea)
Telefoonnummer steller
0618417231
E-mail adres steller
l.van.den.boogaard@drutenwijchen.nl
Bijlagen 233429 Informatienota gemeenteraad Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen bijlage 1: Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
19 maart 2024
Stukken Agendacommissie Wijchen
27 maart 2024
Commissievergadering Wijchen
11 april 2024
Raad openbaar Wijchen
25 april 2024
Voorgesteld besluit
Besluit (Ter kennisneming aangenomen) De informatienota is ter kennisneming aangenomen.
Openbaar
Zaaknummer: Z/24/233429
Informatienota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Evaluatie gedragscode windenergie in Wijchen Datum: 19 maart 2024 Kernboodschap
In 2016 heeft de gemeenteraad van de gemeente Wijchen de Gedragscode Windenergie in Wijchen vastgesteld en afgesproken om deze na twee jaar te evalueren. Omdat alleen Windpark Bijsterhuizen is doorgegaan en meer tijd kostte, kon niet eerder geëvalueerd worden. In december 2023 is voor windpark Bijsterhuizen een vergunningaanvraag en verzoek tot bestemmingsplanwijziging gedaan. Een goed moment om de gedragscode tegen het licht te houden, omdat nu een windinitiatief volledig doorlopen is. Met de Evaluatie gedragscode windenergie in Wijchen (zie bijlage) is hieraan gevolg gegeven. Het rapport komt tot de slotsom dat de gedragscode windenergie blijkt ingehaald door de actualiteit van landelijke wetten en mogelijkheden m.b.t. participatie. De stellers van de rapportage adviseren de gemeente Wijchen om de gedragscode te vervangen door participatiebeleid, een visie op duurzame opwek op te stellen en om (eventueel samen met buurgemeenten) te bekijken of het wenselijk is de landelijke gedragscode te adopteren voor windprojecten. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
1 februari 2024
Onderzoek en visie op wind- en zonne-energie in Wijchen voor RES 2.0, Z/23/129638
26 september 2019
Informatienota Evaluatie gedragscode windenergie Wijchen Z/19/35652
4 februari 2016
16 RZ 093: Gedragscode Windenergie Wijchen.
Toelichting
In 2016 heeft de gemeenteraad van de gemeente Wijchen de Gedragscode Windenergie in Wijchen vastgesteld en afgesproken om deze na twee jaar te evalueren. Ten tijde van de vaststelling waren er twee initiatieven voor windmolens in beeld, één in de buurt van de A50 (windpark A50) en één bij het industrieterrein Bijsterhuizen (windpark Bijsterhuizen). Alleen het laatstgenoemde initiatief is doorgegaan en heeft de gedragscode toegepast. De planontwikkeling van het windpark Bijsterhuizen kostte door allerlei ontwikkelingen meer tijd en daardoor moest de evaluatie van de gedragscode ook worden uitgesteld. In december 2023 is voor windpark Bijsterhuizen een vergunningaanvraag en verzoek tot bestemmingsplanwijziging gedaan. Omdat nu een windinitiatief volledig is doorlopen, wordt de gedragscode geëvalueerd.
Pagina 1 van 2
Openbaar
Zaaknummer: Z/24/233429
Het rapport Evaluatie gedragscode windenergie in Wijchen bekijkt de geschiedenis van de gedragscode, geeft inzicht in veranderingen van beleid en regelgeving rond windturbines, onderzoekt praktijkervaringen rond de gedragscode en besluit met advies en aanbevelingen. Het rapport komt tot de slotsom dat de gedragscode is opgesteld in een tijd waarin windenergie minder toepassing vond dan tegenwoordig. Het duurzame energiebeleid van overheden is sindsdien geïntensiveerd en participatie van omwonenden is een pijler geworden van de Omgevingswet. In het Klimaatakkoord is financiële participatie van de omgeving uitgewerkt als manier om acceptatie te vergroten. Door landelijke samenwerking van milieuorganisaties, belangenverenigingen van ontwikkelaars van windparken en omwonenden is de werkwijze rondom windprojecten doorontwikkeld. Er ligt nu een landelijke gedragscode waar al deze partijen zich aan gebonden hebben. Ook de landelijke normering voor windturbines wordt naar verwachting aangescherpt. Kortom: de gedragscode windenergie van Wijchen is ingehaald door de actualiteit. De stellers van de rapportage adviseren de gemeente Wijchen om de gedragscode te vervangen door participatiebeleid, een visie op duurzame opwek op te stellen en om (eventueel samen met buurgemeenten) te bekijken of het wenselijk is de landelijke gedragscode te adopteren voor windprojecten.
Verder bevelen zij aan: - een stevig participatieproces bij het ontwikkelen van de beleidsvisie - in deze visie tevens de eigen rol van de gemeente bij de totstandkoming van duurzame energieprojecten te beschrijven - het streven naar financiële participatie in beleid op te nemen - bij het opstellen van criteria voor de gebieden de belangen van natuur, milieu en landschap goed mee te nemen Gevolgen
Conform raadsbesluit Onderzoek en visie op wind- en zonne-energie in Wijchen voor RES 2.0 werkt de gemeente Wijchen werkt aan een visie Zon & Wind. De Evaluatie gedragscode windenergie in Wijchen vormt een belangrijke bouwsteen voor deze visie. Wij bekijken hoe we de adviezen en aanbevelingen uit de rapportage een plaats geven in de visie, die voor de zomer ter besluitvorming aan uw raad wordt voorgelegd. Communicatie De rapportage wordt gedeeld met de leefbaarheidsgroepen en de betrokkenen bij de interviews. Uitvoering of Vervolgstappen De adviezen en aanbevelingen uit de rapportage nemen we mee bij het opstellen van de visie op
wind- en zonne-energie Wijchen. De raad besluit dan of het instrument gedragscode wordt vervangen door de wind- en zonne-energie visie, eventueel aangevuld met de landelijke gedragscode. Geheimhouding: N.v.t.
Pagina 2 van 2
Siekman
Energie Advies
Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen
Siekman
Energie Advies
Evaluatie gedragscode Windenergie in Wijchen
Datum Opdrachtgever Auteurs
19-03-2024 Gemeente Wijchen Pieter Siekman, Siekman Energie Advies Wilma van de Poll, van de Poll Projecten
Siekman
Energie Advies
Inhoudsopgave 1
Inleiding en leeswijzer
4
2
Geschiedenis van de Gedragscode Windenergie in Wijchen
5
3
Veranderingen in beleid en omgeving
6
3.1 3.2 3.3 3.4 4 4.1 4.2 4.3 5
Opgave voor opwekking duurzame energie leidt mogelijk tot andere afweging Landelijke gedragscode Acceptatie & Participatie Wind op Land Normering verandert: Concept AMvB Besluit Windturbines Leefomgeving Participatie conform Klimaatakkoord en Omgevingswet Praktijkervaring Resultaten interviews Werken met de gedragscode: ervaring van omwonenden Werken met de gedragscode: ervaring van ontwikkelaars Advies en aanbevelingen
6 6 7 8 10 10 10 11 13
5.1 Advies: vervang Gedragscode door participatiebeleid, visie duurzame opwek en overweeg landelijke Gedragscode 5.2 Aanbevelingen ten behoeve van de beleidsvisie duurzame opwekking 5.2.1 Stevig participatieproces bij ontwikkelen beleidsvisie en streef naar acceptatie 5.2.2 Eigen rol gemeente bij tot stand komen van duurzame energieprojecten 5.2.3 Samenwerking met provincie Gelderland; normering en proces 5.2.4 Financiële participatie 5.2.5 Borging belangen natuur en landschap
13 14 14 14 15 15 16
Bijlage: Gedragscode Windenergie in Wijchen
17
Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen
3
Siekman
Energie Advies
1 Inleiding en leeswijzer In 2016 heeft de gemeenteraad van de gemeente Wijchen de Gedragscode Windenergie in Wijchen vastgesteld en afgesproken om deze na twee jaar te evalueren. Ten tijde van de vaststelling waren er twee initiatieven voor windmolens in beeld, één in de buurt van de A50 (windpark A50) en één bij het industrieterrein Bijsterhuizen (windpark Bijsterhuizen). Alleen het laatstgenoemde initiatief is doorgegaan en heeft de gedragscode toegepast. De planontwikkeling van het windpark Bijsterhuizen kostte door allerlei ontwikkelingen meer tijd en daardoor moest de evaluatie van de gedragscode ook worden uitgesteld. In december 2023 is voor windpark Bijsterhuizen een vergunningaanvraag en verzoek tot bestemmingsplanwijziging gedaan. Een goed moment om de gedragscode tegen het licht te houden, omdat nu een windinitiatief volledig doorlopen is. De geschiedenis van het tot stand komen van de Gedragscode staat beschreven in Hoofdstuk 2. Sinds het vaststellen van de Gedragscode Windenergie in Wijchen in 2016 is ook beleid en regelgeving veranderd. Dit roept de vraag op hoe actueel de Gedragscode op dit moment nog is. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de belangrijkste veranderingen in beleid en omgeving. Door middel van interviews is onderzocht hoe de gedragscode ervaren wordt.
Interviews zijn afgenomen met vertegenwoordigers van de Provincie Gelderland, de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW, de landelijke belangenvereniging van omwonenden van windparken), de Groene Metropoolregio (GMR) en de initiatiefnemers van Windpark Bijsterhuizen en Windpark A50. Als onderdeel van de interviews is een bijeenkomst georganiseerd voor Leefbaarheidsgroepen, waarop onder andere naar hun bevindingen gevraagd is. Omdat er maar twee Leefbaarheidsgroepen waren met ervaring met werken met de Gedragscode zijn aanvullend nog omwonenden van het project Windpark Bijsterhuizen geïnterviewd. De hoofdconclusies uit de interviews en bijeenkomst zijn uitgewerkt in Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 tenslotte bevat de aanbevelingen en het advies.
Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen
4
Siekman
Energie Advies
2 Geschiedenis van de Gedragscode Windenergie in Wijchen Aanleiding voor het opstellen van de gedragscode is de presentatie van een Quick scan van potentiële locaties voor windenergie door de Provincie Gelderland in 2013. Deze scan leidde tot bezorgdheid van omwonenden in de buurt van deze locaties. De gemeenteraad van Wijchen heeft op 26 juni 2014 besloten, om geen locaties uit de QuickScan aan te wijzen, maar om samen met inwoners de spelregels te vormen om te komen tot geschikte locaties. De gemeente heeft de leefbaarheidsgroepen van de diverse kernen gevraagd zitting te nemen in een werkgroep. Onder begeleiding van de NLVOW en twee ambtenaren van de gemeente Wijchen heeft de werkgroep de condities bepaald waaronder windturbines in Wijchen acceptabel zijn voor de omwonenden. De gemeente Wijchen had op dat moment geen doelstellingen voor de opwek van duurzame energie, dus de werkgroep heeft zonder deze inhoudelijke kaders een voorstel gedaan. De werkgroep heeft andere belanghebbenden geconsulteerd, maar deze hebben geen zitting gehad in de werkgroep. Het resultaat van de werkgroep is de Gedragscode Windenergie in Wijchen (zie bijlage), die in 2016 is vastgesteld door de Gemeenteraad. Voor de inhoud van deze gedragscode is geput uit de Gedragscode van de NLVOW uit 20141.
Het doel van de Gedragscode Wind in Wijchen is: 'het vastleggen van afspraken, waar partijen zich aan moeten houden in de initiatief-, bouw- en exploitatiefase van windturbines'. De gemeente gebruikt de Gedragscode op het moment als toetsingskader om te bepalen of planologische medewerking verleend kan worden.
1
https://nlvow.nl/system/files/article-files/2019-10/gedragscode-versie-1.1-28-oktober.pdf
Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen
5
Siekman
Energie Advies
3 Veranderingen in beleid en omgeving 3.1
Opgave voor opwekking duurzame energie leidt mogelijk tot andere afweging De gemeente had in 2016 geen opgave voor windenergie op land gedefinieerd. In 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd: een overeenkomst tussen overheden, organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. De VNG heeft namens de gemeenten getekend. In 2023 zijn de doelstellingen voor het verlagen van de emissies wettelijk vastgelegd in de Klimaatwet. Het streven is een reductie van de emissies van broeikasgassen van 55% ten opzichte van 1990 in 2030 en een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050. Dit is in lijn met de Europese Richtlijn hernieuwbare energie. Windenergie maakt onderdeel uit van de doelstellingen in het Klimaatakkoord om 35 TWh hernieuwbare energie op land op te wekken in 2030. Als uitwerking van het Klimaatakkoord zijn regionale en lokale energiestrategieën opgesteld door provincie en gemeenten. De gemeente Wijchen heeft in december 2023 de route van een lokale energiestrategie vastgelegd, met daarin het doel om in 2050 energieneutraal te zijn. Vooralsnog legt de gemeente de focus op zonne- en windenergie projecten met in totaal meer dan 1.000 TJ aan hernieuwbare elektriciteit. Dit omdat deze technieken bewezen marktrijp zijn en binnen de eigen gemeentegrenzen toegepast kunnen worden.
Samen met andere gemeenten en de provincie Gelderland, heeft de gemeente Wijchen in de Groene Metropoolregio (GMR) een regionale energiestrategie ontwikkeld. De GMR heeft zich tot doel gesteld om in 2030 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, als bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh. In 2023 is door de GMR een plan MER RES gepresenteerd, waarin mogelijk geschikte gebieden voor de opwekking van windenergie onderzocht zijn. In Wijchen zijn 8 mogelijk geschikte gebieden gevonden. Om te beslissen waar de meest geschikte plekken voor windenergie zijn, laat de gemeente Wijchen in 2024 onderzoek doen naar de mate van geschiktheid van deze gebieden en zal de gemeente een beleidskader met onder andere randvoorwaarden voor de opwek van duurzame energie opstellen. De huidige gedragscode maakt geen afweging tussen gebieden en locaties; de code wordt toegepast op elk project dat zich meldt. Met het nieuwe beleid kan de gemeente wel voorkeurslocaties aanwijzen. Hiervoor zal de gemeente in het onderzoek met alle betrokken belanghebbenden criteria opstellen om de gebieden te beoordelen. Omdat bij het maken van de gedragscode de belangen van de inwoners niet gewogen zijn tegen de belangen van andere belanghebbenden en de maatschappelijke opgave (de energietransitie) kan dit andere resultaten opleveren dan de artikelen die in de gedragscode omschreven staan.
3.2
Landelijke gedragscode Acceptatie & Participatie Wind op Land Ook het werken met gedragscodes heeft zich ontwikkeld. Bij het schrijven van de Gedragscode Windenergie in Wijchen had NLVOW een eigen gedragscode. De Nederlandse Windenergie Associatie (de branchevereniging van de windsector), de natuur- en milieuorganisaties (Greenpeace, Stichting de Natuuren Milieufederaties, Stichting Natuur & Milieu, Vereniging Milieudefensie) en Ode Decentraal (nu Energie Samen; de landelijke belangenorganisatie van energie coöperaties) hadden op dat moment een gezamenlijke gedragscode. In 2020 heeft ook NLVOW deze landelijke gedragscode ‘Acceptatie &
Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen
6
Siekman
Energie Advies
Participatie Wind op Land’2 ondertekend. Alle leden van deze partijen houden zich aan de code. De belangrijkste verschillen van de landelijke gedragscode met de gedragscode van Wijchen zijn:
3.3
•
Het doel verschilt in de Wijchense gedragscode is het doel omschreven als: ‘in afspraken vastleggen wat de betrokken partijen moeten doen en laten in de initiatief-, ontwikkel-/ bouwfase en de exploitatiefase van windparken.’ De landelijke gedragscode beschrijft als doel om de omgeving volwaardig te laten meepraten over het project en dat alle belangen serieus worden meegewogen. ‘Door de diverse (en soms tegenstrijdige) belangen is het, net als bij elk ander ruimtelijk project, helaas nooit mogelijk iedereen 100% tevreden te stellen. Het gaat om een optimaal evenwicht tussen alle belangen en de wil om samen tot oplossingen te komen. Door te werken aan een sfeer van onderling vertrouwen kan kennis worden gedeeld, kunnen verschillen worden overbrugd of geaccepteerd en kunnen afspraken over proces- en financiële participatie worden gemaakt.’
•
De landelijke code gaat uit van acceptatie, die van Wijchen gaat uit van draagvlak In de Wijchense code is draagvlak expliciet omschreven: minimaal 2/3e van de direct omwonenden moet voor het plan zijn. Bij acceptatie is er sprake van begrip bij omwonenden voor het algemeen maatschappelijk belang en een weging van hun eigen belang hieraan. De landelijke code definieert acceptatie als volgt: ‘als de belanghebbenden in de omgeving van het windproject op relatief korte termijn na realisatie geen grote verstorende beleving ervaren van het windproject en tevreden zijn over het gevoerde proces en de gemaakte afspraken waaronder financiële participatie. Dit betekent niet dat belanghebbenden positief over het windproject hoeven te zijn.’
•
Landelijke Gedragscode: elk project is maatwerk. Wijchen: vaste afspraken en proces De landelijke gedragscode geeft aan, dat elk project anders is en dus maatwerk. Er is ruimte om de beste instrumenten3 te kiezen, passend bij de situatie. Het proces wordt zodanig ingericht dat er per project een participatieplan gemaakt wordt en dat maatwerkafspraken gemaakt kunnen worden over bv compensatie en financiële participatie. Dit past ook in de aanpak van het Klimaatakkoord (zie 3.5) en ook de provincie Gelderland4 werkt op deze manier. De gedragscode van Wijchen bevat daarentegen vaststaande processtappen en vaststaande afspraken/ rechten op compensatie.
Normering verandert: Concept AMvB Besluit Windturbines Leefomgeving In 2021 zijn de landelijke milieuregels voor windparken onder het Activiteitenbesluit door de Raad van State buiten werking gesteld, omdat deze volgens Europees recht onderbouwd hadden moeten zijn met een PlanMER. Het Rijk heeft nieuwe landelijke normen in voorbereiding voor geluid, veiligheid, slagschaduw en afstand van grote en kleine windturbines. In het algemeen lijkt de normering voor geluid,
2
https://www.nwea.nl/gedragscode-wind-op-land/
3
Voorbeelden van participatie instrumenten:
https://www.klimaatakkoord.nl/participatie/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier 4
https://media.gelderland.nl/Beleidslijn_Windenergie_be0588e498.pdf
Evaluatie Gedragscode Windenergie in Wijchen
7
Siekman
Energie Advies
slagschaduw en externe veiligheid in de concepttekst van de AMvB Windturbines Leefomgeving5 aangescherpt t.o.v. het Activiteitenbesluit. Nieuw is een afstandsnorm: tot windturbinegevoelige objecten (zoals woningen) moet een afstand van minimaal 2x de tiphoogte van de turbines worden gehouden. De consultatie voor de concept AMvB is najaar 2023 afgesloten. Het is natuurlijk niet te voorspellen of deze nog tot wijzigingen van de concepttekst gaat leiden. De verwachting is, dat de AMvB uiterlijk 1 juli 2025 van kracht is. Tot die tijd mogen provincies en gemeenten eigen normen stellen. De Raad van State (RvS) heeft in 2023 een project getoetst6 van een gemeente die eigen normen heeft gesteld. De RvS heeft beschreven waar eigen normen aan moeten voldoen: De normen moeten voorzien zijn van een motivering die actueel en deugdelijk is, op zichzelf staand en op de lokale situatie toegesneden. De Gedragscode van Wijchen bevat een aantal generieke normen die uit 2015 stammen. Bij vergunningverlening voor een project zal de gemeente de meest actuele normen moeten hanteren. Een voorbeeld hiervan is de norm voor de tiphoogte. Bij behandeling van het windpark Bijsterhuizen, heeft de gemeenteraad van Wijchen in 2021 een afwijking van de tiphoogte toegestaan7 met als motivatie: De huidige subsidiebedragen zijn gebaseerd op turbines die groter zijn dan de 150 meter tiphoogte.