Agendabundel
Tekst van het document
Het in het vorige lid bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die
5/12
betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 6. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 7. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door de centrumgemeente die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 8. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de centrumgemeente die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 9. De centrumgemeente brengt de uittreedsom in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van deze uittreedsom. 10. De centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. 11. De uittreding uit de regeling geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot uittreding en de bekendmaking daarvan door de colleges van de deelnemende gemeenten. Tussen het besluit tot uittreding en de feitelijke uittreding moeten ten minste 2 jaren gelegen zijn. K.
Na het (nieuwe) artikel 11 wordt een nieuw artikel 12 ingevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 12 Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkend besluit van alle colleges van de deelnemende gemeenten. Een verzoek tot uittreding van minimaal twee derde 6/12
van de deelnemers wordt beschouwd als een verzoek tot opheffing. 2. Indien een besluit tot opheffing, als bedoeld in het vorige lid, wordt genomen, zal het college van de centrumgemeente een opheffingsplan opstellen. 3. Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en de personele gevolgen hiervan. Het opheffingsplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging voor de centrumgemeente heeft verband houdende met het personeel. 4. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan. L. Na het (nieuwe) artikel 12 wordt een nieuw artikel 13 ingevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 13 Evaluatie 1. Elke deelnemer kan een verzoek om evaluatie van de regeling bij het college van de centrumgemeente indienen. 2. Het college van de centrumgemeente beslist op het verzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast. M. Artikel 14 (na vernummering van artikel 9 naar artikel 14) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 14 Slotbepalingen Artikel 14 Bekendmaking en 1. De 'Regeling Gemeenschappelijk inwerkingtreding 1. De datum van ingang van deze regeling Belastingkantoor Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen, in werking is 1 januari 2012. 2.
Het college van de getreden per 1-1-2011 op basis van centrumgemeente maakt deze besluitvorming van de colleges van de deelnemende gemeenten, wordt regeling tijdig bekend in het ingetrokken met ingang van de in het 3e gemeenteblad overeenkomstig het lid genoemde datum van ingang, met bepaalde in artikel 26 van de wet. 3. Het college van de dien verstande dat zij van toepassing blijft op de feiten die zich voor die datum centrumgemeente voegt de hebben voorgedaan. gegevens van deze regeling toe in het register zoals bedoeld in artikel 136, lid 1 van de wet. 7/12
2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van deze regeling is 1 januari 2012. 4. De centrumgemeente zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Gelderland. 5. De gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor bekendmaking van de regeling. 6. Deze regeling wordt aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'. N. Na het (gewijzigde) artikel 14 wordt een nieuw artikel 15 ingevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'. O. De ondertekening wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Aldus vastgesteld door de colleges van Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de burgemeester en wethouders van de gemeenten Beuningen, Druten, gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Groesbeek, Heumen, Wijchen. Druten, Heumen, Wijchen. P. De toelichting op artikel 7 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Artikel 7. Archief Als er binnen een Gemeenschappelijke regeling geen Archiefverordening en/of Besluit Informatiebeheer zijn, gelden die van gemeente van vestiging. Voor wat betreft de archiefbepaling in de GR zijn destijds, in nauwe samenwerking met Bestuurlijk Juridische Zaken, zgn.
modelbepalingen opgesteld die ook zijn opgenomen ín de Modelbepalingen voor Gemeenschappelijke Regelingen zoals bv Nijmegen die hanteert. Lid 1 Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de regeling alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer
Nieuwe tekst Artikel 7.Archief Als er binnen een Gemeenschappelijke regeling geen Archiefverordening en/of Besluit Informatiebeheer zijn, gelden die van gemeente van vestiging. Het artikel is aangepast aan de bepalingen van de Archiefwet.
8/12
zijn de voorschriften van de gemeente van vestiging van overeenkomstige toepassing. Lid 2 De aan de uitvoering van het tweede lid verbonden kosten komen ten laste van de regeling. Lid 3 Als beheerseenheden worden aangemerkt de door het dagelijks bestuur als zodanig aangewezen organisatieonderdelen. Q. De toelichting op artikel 8 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Artikel 8. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Dit artikel regelt de procedure en gevolgen bij toetreding, uittreding, wijziging en opheffing van de Regeling. R. De toelichting op artikel 9 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Artikel 9. Slotbepalingen Deze regeling wordt begripsvormend en aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'.
Nieuwe tekst Artikel 8. Duur van de regeling Dit artikel bepaalt dat de regeling voor onbepaalde tijd is aangegaan.
Nieuwe tekst Artikel 9. Wijziging Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven om de regeling te wijzigen. Daarvoor is met deze bepaling een voorziening getroffen. Iedere deelnemer kan voorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling doen. De colleges besluiten hierover unaniem (art. 1 lid 5 jo. lid 1 Wgr), na toestemming van hun raden (art. 1 lid 5 jo. lid 4 Wgr).
S. De toelichting op artikel 10 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 10 Toetreding Dit artikel regelt de procedure voor toetreding van nieuwe partijen, voor zover die partijen daartoe op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd zijn. Toetreding kan geschieden bij gelijkluidend besluit van de colleges én het potentieel deelnemende college (art. 1 lid 3 jo. lid 1 Wgr). De colleges moeten daarvoor toestemming van hun raden
9/12
hebben (art. 1 lid 3 jo. lid 2 Wgr), zoals ook het potentieel toetredende college dat nodig heeft. Toetreding vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgens op het besluit tot toetreding. T. De toelichting op artikel 11 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 11 Uittreding Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van 1 juli 2022 is in artikel 9 Wgr expliciet bepaald dat er nu in de regeling (voor zowel bepaalde als onbepaalde tijd) bepalingen moeten worden opgenomen over de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon (GR) en de deelnemende gemeenten. Per regeling moet daarom worden opgenomen op welke wijze (proces en inhoud) wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. Met artikel 11 wordt dit geregeld. In deze artikelen wordt de procedure, de voorwaarden en de gevolgen van uittreding beschreven. Hiermee is het voor deelnemers op voorhand duidelijk hoe de procedure tot uittreding verloopt, hoe de uittreedsom wordt bepaald en dat de uittredende deelnemer deze moet betalen. Een uittredende deelnemer is verantwoordelijk voor de kosten die met de uittreding gepaard gaan. Daarbij valt te denken aan frictie-, desintegratie- en projectkosten.
Om de uittredingssom onafhankelijk te laten vaststellen is gekozen voor het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige door het college van de centrumgemeente.
10/12
U. De toelichting op artikel 12 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 12 Opheffing Dit artikel regelt de opheffing. Daartoe zijn gelijkluidende besluiten van minimaal twee derde van de individuele colleges vereist (lid 1), inclusief de benodigde toestemming van de raden. Het bestuur stelt vervolgens een opheffingsplan op (lid 2). Het opheffingsplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het opheffingsplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan (lid 4). V. De toelichting op artikel 13 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 13 Evaluatie Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van 1 juli 2022 is in artikel 11a Wgr de verplichting geïntroduceerd dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen omtrent de evaluatie van de regeling moeten worden opgenomen. Voor de centrumgemeente is gekozen om dat deelnemers een verzoek om evaluatie kunnen doen. W. De toelichting op artikel 14 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 14 Bekendmaking en inwerkingtreding Het oude artikel 9 is geheel gewijzigd en aangepast aan het nieuwe artikel 26 Wgr (inwerkingtreding Wet elektronische publicaties). X.
De toelichting op artikel 15 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
11/12
-
Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt begripsvormend en aangehaald als 'Regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen'.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2024.
Wijchen, 13 juni 2024 burgemeester en wethouders van Wijchen
gemeentesecretaris
burgemeester
12/12
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/149374
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Toestemming wijzigen gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax) Datum: 13 juni 2024 Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. toestemming te geven aan het college om de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax) te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. Aanleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd met als doel de democratische legitimatie en kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden te verstevigen. Een aantal wijzigingen is direct in werking getreden. Voor een aantal andere wijzigingen geldt een implementatietermijn van 2 jaar. Het ontwerp wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen is aan alle deelnemende gemeenteraden voor zienswijze voorgelegd. Uw raad heeft op 1 februari 2024, conform het voorstel van het college, besloten om geen zienswijze kenbaar te maken. De raden van de overige deelnemers hebben ook geen zienswijze ingediend. Concreet betekent dit dat alle raden kunnen instemmen met het ontwerp wijzigingsbesluit. Toch wordt het ontwerp besluit op één onderdeel aangepast. Dat wordt verder toegelicht onder het kopje “argumenten”. Het college is voornemens het bijgevoegde wijzigingsbesluit vast te stellen.
Voordat het college dit kan doen, moet het op grond van artikel 1, vierde lid, van de Wgr eerst toestemming vragen aan uw raad. Uw raad mag deze toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
1 februari 2024
Bespreken ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax) voor zienswijze.
Pagina 1 van 2
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/149374
Gewenst resultaat Het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax) zodat deze voldoet aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Argumenten 1.1 Het wijzigingsbesluit is gewijzigd ten opzichte van het eerder ontwerp. Hoewel er geen zienswijzen zijn ingediend op het ontwerp wijzigingsbesluit, wordt het besluit toch op één onderdeel gewijzigd. Het bleek dat op één plaats in het ontwerp besluit nog de naam Groesbeek stond vermeld. Dit was abusievelijk niet gewijzigd in Berg en Dal. Op dit onderdeel wordt het ontwerp wijzigingsbesluit dus gewijzigd. 1.2 Het vaststellingsbesluit is niet in strijd met het recht of het algemeen belang. Alleen om deze reden kan de raad afzien van het geven van toestemming. Dit volgt uit artikel 1, vierde lid, van de Wgr. Tegenargumenten en risico’s N.v.t. Financiële gevolgen Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. Communicatie Niet van toepassing. Inwonersparticipatie Niet van toepassing. Uitvoering of Vervolgstappen Nadat uw raad toestemming aan het college heeft gegeven, zal het college de gemeenschappelijke regeling, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit, vaststellen.
Nadat alle colleges zijn overgegaan tot vaststelling van het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, volgt een bekendmaking hiervan door de aangewezen gemeente, waarmee de nieuwe regeling in werking treedt. Geheimhouding: n.v.t. Advies Algemeen Juridische Zaken: positief Bijlagen 1. Ontwerp Vaststellingsbesluit gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax) 2. Geconsolideerde versie van de gemeenschappelijke regeling.
Pagina 2 van 2
Raad openbaar Wijchen Dossiernummer
5828
Extern Zaak ID
Z/24/238209
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
13 juni 2024
Agendapunt
3.d
Titel
238209 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN
Organisatieonderdeel
domein Sociale leefomgeving - team Welzijn, Onderwijs en Sport
Eigenaar
Ribbink, Rob
Soort nota
Beslisnota
Programma/Paragraaf
P3 Economie
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Derks, M. (Martijn)
Telefoonnummer steller
0884327344
E-mail adres steller
r.ribbink@drutenwijchen.nl
Bijlagen Bijlage_concept wijzigingsbesluit RBT KAN Bijlage_huidige regeling RBT KAN 238209 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
23 april 2024
Stukken Agendacommissie Wijchen
26 april 2024
Raad openbaar Wijchen
13 juni 2024
Voorgesteld besluit 1. Toestemming te geven aan het college om de gemeenschappelijke regeling financiële
grondslag stichting RBT KAN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. Besluit (Aangenomen) 1. Toestemming te geven aan het college om de gemeenschappelijke regeling financiële
grondslag stichting RBT KAN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit.
Besluit tot wijziging van de
Gemeenschappelijke regeling
financiële grondslag stichting
Regionaal Bureau voor Toerisme KAN
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen; overwegende dat -
de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd;
de gemeenschappelijke regelingen vóór 1 juli 2024 aan deze wet moeten zijn aangepast;
gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de verkregen
zienswijzen en toestemming van de gemeenteraad van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen; BESLUITEN vast te stellen de navolgende wijziging van de Gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting Regionaal Bureau voor Toerisme KAN.
ARTIKEL I De gemeenschappelijke regeling wordt als volgt gewijzigd. A. In de naam van de regeling, onder: aanhef, overwegingen, besluiten en in artikel 9 wordt stichting Regionaal Bureau voor Toerisme KAN gewijzigd in:
‘stichting Regionaal Bureau voor Toerisme Arnhem Nijmegen Veluwe’. B. Een nieuw artikel 7a wordt ingevoegd: ‘Artikel 7a Ingezetenen en ondernemers kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid inspreken bij de raden van de deelnemende gemeenten’. C. Aan artikel 8 worden nieuwe leden 3 tot en met 8 toegevoegd: 1/3
‘3. Het college van de centrumgemeente kan, met instemming van de meerderheid van de colleges van de deelnemende gemeenten, richtlijnen vaststellen voor de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de uittreding.
4. De in het derde lid genoemde richtlijnen worden niet eerder vastgesteld dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om hierover zienswijzen naar voren te brengen.
5. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties van de uitreding worden door het college van de centrumgemeente in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken.
6. Het college van de centrumgemeente neemt, met instemming van de meerderheid van de colleges van de deelnemende gemeenten, een besluit over de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties.
7. De deelnemende gemeenten doen redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden.
8. Bij een gemeentelijke herindeling van één of meerdere deelnemende gemeenten zoals bedoeld in de Wet algemene regels herindeling kan het college van de centrumgemeente besluiten om een termijn vast te stellen die afwijkt van de in lid 2 genoemde termijn. Rechten en verplichtingen van de
uittredende gemeente - voor herindeling - jegens het samenwerkingsverband, blijven gelden voor de toetredende gemeente na herindeling.’ D. Artikel 10 luidt na wijziging: ‘Artikel 10 Bekendmaking Het college van de gemeente Nijmegen draagt zorg voor de in artikel 26, eerste lid van de wet voorgeschreven bekendmaking.’
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag nadat deze op de voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 lid 3 van de wet.
Nijmegen, ………….. 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
Drs. A.P.W. van de Klift
drs. H.M.F. Bruls
gemeentesecretaris
burgemeester
2/3
3/3
7a Participatie ingezetenen en ondernemers Ingezetenen en ondernemers kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid inspreken bij de raden van de deelnemende gemeenten.
Openbaar
Zaaknummer: Z/24/238209
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN Datum: 23 april 2024 Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. Toestemming te geven aan het college om de gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. Aanleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd met als doel de democratische legitimatie en kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden te verstevigen. Een aantal wijzigingen is direct in werking getreden. Voor een aantal andere wijzigingen, zoals de hier voorgestelde wijzigingen, geldt een implementatietermijn van 2 jaar. Het ontwerpbesluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling is aan alle deelnemende gemeenteraden voor zienswijze voorgelegd. Uw raad heeft op 1 februari 2024 geen zienswijze naar voren gebracht. Het college is voornemens het bijgevoegde wijzigingsbesluit vast te stellen. Voordat het college dit kan doen, moet het op grond van artikel 1, lid 4 Wgr eerst toestemming vragen aan de raad. Uit de wet volgt dat de raad deze toestemming alleen mag onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
1 februari 2024
Z/23/147954 Ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN.
Gewenst resultaat De GR te laten voldoen aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Argumenten 1.1 Er zijn door uw raad geen zienswijzen naar voren gebracht over de voorgestelde wijzigingen. Voor de volgende onderwerpen wordt de gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN: - het vastleggen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan participatie; - het vastleggen van financiële afspraken voor uittreding uit de samenwerking; - de naam van de regeling wordt gewijzigd en in de tekst van de regeling wordt de naam aangepast omdat de stichting een naamswijziging heeft ondergaan;
Pagina 1 van 2
Openbaar -
Zaaknummer: Z/24/238209
omdat het een collegeregeling is hoeven de raden in de aanhef van de regeling niet genoemd te worden; de fusie-gemeente Berg en Dal was nog niet benoemd.
Tegenargumenten en risico’s Geen. Financiële gevolgen Geen. Communicatie Nadat alle colleges zijn overgegaan tot vaststelling van het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, volgt een bekendmaking hiervan, waarmee de gewijzigde regeling in werking treedt. Inwonersparticipatie n.v.t. Uitvoering of Vervolgstappen Nadat uw raad toestemming aan het college heeft gegeven, zal het college de gemeenschappelijke regeling, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit, vaststellen. Nadat alle colleges zijn overgegaan tot vaststelling van het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, volgt een bekendmaking hiervan, waarmee de gewijzigde regeling in werking treedt. Geheimhouding: n.v.t.
Pagina 2 van 2
Raad openbaar Wijchen Dossiernummer
5858
Extern Zaak ID
Z/24/238916
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
13 juni 2024
Agendapunt
3.e
Titel
238916 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland
Organisatieonderdeel
domein Sociale leefomgeving - team WMO, jeugd en gezondheid
Eigenaar
Kerssies, Kees
Soort nota
Beslisnota
Programma/Paragraaf
P6 Sociaal domein
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Schouten, B. (Bea)
Telefoonnummer steller
06-38990463
E-mail adres steller
k.kerssies@drutenwijchen.nl
Bijlagen Bijlage 1: Concept wijzigingsbesluit CR BW MO_1 Bijlage 2: Geconsolideerde regeling CR BW MO_1 238916 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
23 april 2024
Stukken Agendacommissie Wijchen
26 april 2024
Raad openbaar Wijchen
13 juni 2024
Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. Toestemming te geven aan het college om de Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit.
Besluit (Aangenomen) de Gemeenteraad besluit: 1. Toestemming te geven aan het college om de Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit.
Besluit tot wijziging van de
Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren,
Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, en Wijchen; overwegende dat -
de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd;
de gemeenschappelijke regelingen vóór 1 juli 2024 aan deze wet moeten zijn aangepast;
gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de verkregen
zienswijzen en toestemming van de gemeenteraad van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Wijchen; BESLUITEN vast te stellen de navolgende wijziging van de Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland.
ARTIKEL I De gemeenschappelijke regeling wordt als volgt gewijzigd. A. Aan artikel 11 worden nieuwe leden 5 en 6 toegevoegd onder vernummering van de leden 5, 6 en 7 naar; 7, 8 en 9:
‘5. De uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die
kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Deze komen eveneens ten laste van de uittredende regiogemeente en worden alleen in rekening gebracht als de regiogemeente daadwerkelijk besluit uit
te treden. Basis voor de desintegratie uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (balans, exploitatiecijfers, overige cijfers) van de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin het
voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. De kosten die niet direct aan de uittredende partij
kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen.
1/3
6. De uittredingskosten zoals bedoeld in lid 5 worden vastgesteld door een door de centrumgemeente en de uittredende deelnemer gezamenlijk aan te wijzen deskundige.’
B. Een nieuw artikel 13a wordt ingevoegd: ‘Artikel 13a. – Participatie van ingezetenen Ingezetenen kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid inspreken bij de raden van de deelnemende gemeenten.’
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag nadat deze op de voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt, onverminderd het bepaalde in artikel 26 lid 3 van de wet.
Nijmegen, ………….. 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
Drs. A.P.W. van de Klift
drs. H.M.F. Bruls
gemeentesecretaris
burgemeester
2/3
TOELICHTING OP HET WIJZIGINGSBESLUIT Artikelsgewijze toelichting A. De uittredingsprocedure was altijd al omschreven in de DVO maar dat is onvoldoende in het kader van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarom is deze nu aangepast, wat tot meer
duidelijkheid over de uittreding van een van de deelnemers leidt. Inhoudelijk is de regeling niet veranderd.
B. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt om en bepaling over participatie van ingezetenen, artikel 13a is daarom ingevoegd.
3/3
Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Wijchen ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft; overwegende dat: -
-
de 13 gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland de wens hebben uitgesproken om samen te werken op het gebied van beschermd wonen, beschermd thuis, maatschappelijke opvang, Openbare Geestelijke Gezondheidszorg, verslavingszorg en de centrale toegang voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; daarnaast het rijk gemeenten verplicht op bepaalde gebieden In het kader van de Wmo 2015 regionaal samen te werken; de gemeente Nijmegen bereid is om in het kader van deze samenwerking als centrumgemeente te fungeren voor een aantal in deze regeling benoemde uitvoeringstaken; het in dat kader, uit het oogpunt van kwaliteit, solidariteit, borging van continuïteit en verhoging van efficiency, gewenst is te komen tot een samenwerkingsverband tussen genoemde regiogemeenten; Nijmegen bereid is de in deze regeling genoemde taken uit te voeren op een zo efficiënt mogelijke wijze, waardoor de kosten voor de regiogemeenten zo laag mogelijk blijven, ook bij uittreding of opheffing; de regiogemeenten meerwaarde willen behalen uit deze samenwerking. Hiertoe werken zij concrete acties en doelen uit op basis van bestuurlijk geformuleerde ambities; de regiogemeenten investeren in het vergroten van commitment en gezamenlijkheid in deze samenwerking; de regiogemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een strakke en procesmatige bewaking van de regionale visie.
Zij ontwikkelen, waar nodig, een strategische agenda ter ondersteuning; de regiogemeenten de centrumgemeente daarbij helderheid bieden over de rollen, taken en verantwoordelijkheden voor alle partijen, zowel bestuurlijk als ambtelijk; een efficiënte overleg- en besluitvormingsstructuur wordt geborgd; het voornemen bestaat om de samenwerking te formaliseren in een centrumregeling en een aantal uitvoeringstaken van de regiogemeenten op te dragen aan de centrumgemeente;
gelet op: hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; de door de gemeenteraden van Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Wijchen verleende toestemming, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aan hun colleges van burgemeester en wethouders voor het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling. Besluiten: te treffen Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Regio Nijmegen en Rivierenland Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Regio Nijmegen en Rivierenland
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 – Begrippen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zijnde gemeente Nijmegen;
Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
1
b. regiogemeenten: de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, en Wijchen. Artikel 2 – Doel en belang 1. Het belang van deze regeling is het vorm geven van de samenwerking tussen de regiogemeenten op het terrein van: Beschermd wonen Beschermd thuis Maatschappelijke opvang Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) Verslavingszorg Centrale toegang beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2. Deze regeling heeft tot doel te komen tot een doelmatige uitvoering van de aan de centrumgemeente opgedragen taken.
Hoofdstuk 2: Centrumgemeente Artikel 3 – Aanwijzing centrumgemeente Nijmegen wordt aangewezen als centrumgemeente. Artikel 4 – Taken 1. De colleges van de regiogemeenten dragen in de dienstverleningsovereenkomst, aan het college van Nijmegen, taken op ter verwezenlijking van het doel. 2. De samenwerking zal zich in ieder geval richten op de inkoop of subsidiëring, declareren en betalen, contracten relatie management, monitoren, kwaliteitsbewaking en handhaving van beschermd wonen, beschermd thuis, maatschappelijke opvang, OGGz en verslavingszorg in het kader van de Wmo 2015. 3. Nijmegen kan als centrumgemeente nog andere taken uitvoeren voor de regiogemeenten, vast te leggen in de Dienstverleningsovereenkomst 4. Nijmegen zal haar rol als centrumgemeente in de zin van de Wmo 2015 in de geest van deze regeling invullen. De centrumgemeente krijgt van de regiogemeenten de ruimte om deze rol in te vullen. 5. Voor beschermd thuis geldt een ontwikkelpad met een duur van 7 tot 10 jaar. De uitvoering van dit ontwikkelpad kan gevolgen hebben voor de invulling van de taken. Artikel 5 – Bevoegdheden colleges 1. Ter verwezenlijking van het doel, kunnen de colleges van de regiogemeenten aan het college van Nijmegen taken opdragen en bevoegdheden mandateren. 2. De bevoegdheden die ter uitvoering van deze regeling worden gemandateerd, worden in een mandaatregeling opgenomen.
De mandaatregeling wordt vastgesteld en gewijzigd door eensluidende besluiten van de colleges en burgemeesters van de regiogemeenten. 3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van volmacht door de burgemeesters tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen door Nijmegen namens de regiogemeenten. 4. Nijmegen wordt aangewezen als centrumgemeente voor wat betreft de taken die aan Nijmegen worden opgedragen. Artikel 6 – Financiën 1. Voor de taakuitvoering, ontvangt Nijmegen van iedere deelnemer een nader te bepalen bedrag gebaseerd op een raming van de kosten voor de uitvoering van de taken. De raming van de uitvoeringskosten en de bijdrage per deelnemer wordt nader uitgewerkt in de te sluiten dienstverleningsovereenkomst. 2. Voor de kosten van de voorzieningen zelf ontvangt Nijmegen van iedere deelnemer een nader te bepalen bedrag gebaseerd op een raming van de aantallen voorzieningen, vast te leggen in de dienstverleningsovereenkomst. 3. Voor de taken beschermd wonen en bescherm thuis ontvangt Nijmegen van iedere deelnemer periodiek een voorschot, dat bestaat uit een in de dienstverleningsovereenkomst de bepalen percentage van het benodigde budget. 4. De bedragen, zoals bedoeld in lid 1 en 2, tezamen vormen het totaalbedrag wat jaarlijks door de deelnemers aan de centrumgemeente Nijmegen wordt betaald.
Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
2
5. Vanaf 2023 worden de centrumgemeentemiddelen die Nijmegen voor Beschermd Wonen en Maatschappelijk Opgaven ontvangt eerst volledig uitgenut alvorens een bijdrage van regiogemeenten wordt gevraagd. 6. Ieder jaar worden per deelnemer de voorschotten verrekend met de daadwerkelijk gerealiseerde kosten. Het tekort of overschot wordt conform de afspraken in de dienstverleningsovereenkomst met de deelnemers verrekend. Artikel 7 – Dienstverleningsovereenkomst 1. In een tussen de colleges van de regiogemeenten en Nijmegen te sluiten dienstverleningsovereenkomst, wordt nadere uitwerking gegeven aan deze regeling. In de dienstverleningsovereenkomst wordt in ieder geval geregeld: a. De uitvoeringskaders behorende bij de genoemde taken; b. De kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door Nijmegen moet voldoen; c. De hoogte van de financiële bijdrage voor de taakuitvoering door de centrumgemeente Nijmegen; d. De informatieplicht en verantwoordingsplicht van het college van Nijmegen aan de colleges van de regiogemeenten; e. De wijze waarop de colleges van de regiogemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden ; f. Nadere uitwerking van solidariteits- en vereveningsprincipe; g. Kosten verbonden aan uittreding en verrekening hiervan. 2.
De plicht, als bedoeld in het vorige lid, onder d, houdt in ieder geval in het verstrekken van alle gegevens aan de regiogemeenten die voor de uitvoering van de wetgeving door de gemeenten van belang zijn. 3. Indien partijen daartoe besluiten kan de dienstverleningsovereenkomst tussentijds gewijzigd worden. Artikel 8 – Voorzitter/ regionale procesmanager De deelnemende regiogemeenten kunnen kiezen voor de aanstelling van een onafhankelijke voorzitter en regionale procesmanager.
Hoofdstuk 3: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 9 – Wijziging van de regeling 1. Iedere deelnemende regiogemeente kan een voorstel doen tot wijziging van deze regeling. 2. De gewijzigde regeling wordt pas voorgelegd voor toestemming aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de gewijzigde regeling akkoord zijn. 3. De deelnemende regiogemeenten gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers. 4. De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag volgend op die waarop deze door centrumgemeente Nijmegen bekend is gemaakt, tenzij bij de gewijzigde regeling anders is bepaald. 5. Op wijziging van deze regeling is artikel 16 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel 10 – Toetreding tot de regeling 1. Iedere potentiële nieuwe deelnemer kan een voorstel doen tot toetreding van een college aan deze regeling. 2. Bij toetreding van een college maken de deelnemers afspraken over een herschikking van de financiële bijdragen. 3. De toetreding, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt pas voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de toetreding akkoord zijn. 4. De toetreding vindt niet plaats dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers en de gemeenteraad van het toetredende college. 5.
Toetreding tot deze regeling door andere colleges is gedurende het eerste jaar na het treffen van deze regeling niet mogelijk. 6. Op toetreding tot deze regeling is artikel 16 van deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel 11 – Uittreding uit de regeling 1. Een deelnemer die wenst uit te treden maakt dit voornemen schriftelijk kenbaar aan de overige deelnemers. 2. Een deelnemer besluit tot uittreding nadat zijn raad hiertoe toestemming heeft verleend. 3. Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan een jaar na afloop van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.
Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
3
4. Onverminderd het derde lid, is uittreding gedurende de eerste drie jaar na aangaan van deze regeling, niet mogelijk. 5. De uittredingskosten zijnde kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Deze komen eveneens ten laste van de uittredende regiogemeente en worden alleen in rekening gebracht als de regiogemeente daadwerkelijk besluit uit te treden. Basis voor de desintegratie uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (balans, exploitatiecijfers, overige cijfers) van de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. 6. De uittredingskosten zoals bedoeld in lid 5 worden vastgesteld door een door de centrumgemeente en de uittredende deelnemer gezamenlijk aan te wijzen deskundige. 7. De uittredende deelnemer ontvangt van de centrumgemeente bij uittreding een eindafrekening, met een verrekening van de voorschoten en de daadwerkelijk gemaakte kosten. Daarnaast worden in de eindafrekening de kosten opgenomen die verband houden met de uittreding. Een en ander wordt nader uitgewerkt in de dienstverleningsovereenkomst. 8.
Naar aanleiding van de uittreding wijzigen de overige deelnemers de regeling, conform artikel 9, of heffen zij de regeling op, conform artikel 12. 9. Op uittreding uit deze regeling is artikel 16 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12 – Opheffing van de regeling 1. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges van minimaal twee derde van de deelnemers. Een verzoek tot uittreding van minimaal twee derde van de deelnemers wordt beschouwd als een verzoek tot opheffing. 2. Indien een besluit tot opheffing, als bedoeld in het vorige lid, wordt genomen, geven de deelnemers een onafhankelijke registeraccountant de opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 3. Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de regiogemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en de personele gevolgen hiervan. 4. Het college van Nijmegen is belast met de uitvoering van het opheffingsplan bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 4: Overige bepalingen Artikel 13 – Evaluatie en doorontwikkeling Deze regeling zal binnen vier jaar na het treffen ervan worden geëvalueerd onder gemeenschappelijk opdrachtgeverschap van de deelnemers. De resultaten van deze evaluatie zullen worden verstrekt aan de colleges van de deelnemende regiogemeenten. Onderdeel van de evaluatie is de vraag op welke wijze de centrumregeling kan worden doorontwikkeld. Artikel 13a. – Participatie van ingezetenen Ingezetenen kunnen in verband met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid inspreken bij de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 14 – Duur Deze regeling is voor onbepaalde tijd getroffen. Artikel 15 – Geschillen Onverminderd artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden geschillen over deze regeling onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. Voordat een dergelijk advies wordt gevraagd, dient het geschil besproken te worden in een afvaardiging van de deelnemende colleges. Wanneer dit niet leidt tot overeenstemming wijst iedere deelnemer een onafhankelijke deskundige aan. De aangewezen deskundigen benoemen gezamenlijk een deskundige die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. Het opdrachtgeverschap aan de commissie wordt door de deelnemers gezamenlijk vervuld. De kosten van de onafhankelijke deskundige worden naar rato verdeeld over de deelnemende regiogemeenten.
Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
4
Artikel 16 – Inzending en bekendmaking 1 Het college van Nijmegen zendt deze regeling aan Gedeputeerde Staten van Gelderland. 2. Het college zoals genoemd in het eerste lid draagt tevens zorg voor bekendmaking van de regeling overeenkomstig artikel 26 van de wet. 3. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. Artikel 17 – Archivering 1. Het college van de centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden ten behoeve van de uitvoering van deze centrumregeling, op basis van de archiefverordening van de gemeente Nijmegen. 2. Ten aanzien van de door de colleges van de regiogemeenten gemandateerde taken, berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij die colleges, conform de archiefverordeningen van de regiogemeenten. 3. Eén van de gemeentearchivarissen van de centrumgemeente dan wel de regiogemeenten houdt namens alle deelnemende colleges toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. Bij opheffing van de centrumregeling treffen de colleges een voorziening voor het beheer van de overgebleven archiefbescheiden, de gemeentearchivarissen van de deelnemende gemeenten gehoord.
Artikel 18 – Privacy Het in achtnemen van de privacy met betrekking tot de door de centrumgemeente uitgevoerde taken geschiedt op basis van de bepalingen die de centrumgemeente ook voor haar eigen processen hanteert conform de privacy wet- en regelgeving. Artikel 19 – Klachten Klachten die betrekking hebben op de uitoefening van bevoegdheden die in mandaat van de centrumgemeente worden uitgevoerd door medewerkers van de centrumgemeente worden afgehandeld volgens de klachtenregeling van de centrumgemeente. Artikel 20 – Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop centrumgemeente Nijmegen deze regeling op de gebruikelijke wijze bekend heeft gemaakt. Artikel 21 – Intrekking bestaande regelingen en mandaten Met de inwerkingtreding van deze regeling vervallen eventuele bestaande regelingen en mandaten met betrekking tot de domeinen van deze regeling. Artikel 22 – Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als: centrumregeling ‘Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Regio Nijmegen en Rivierenland’. Aldus besloten door: De Colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Wijchen
Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
5
Toelichting bij Centrumregeling Beschermd Wonen en Opvang Regio Nijmegen en Rivierenland 1.1 Inleiding Voor wat betreft de verplichte samenwerkingstaken uit de Wmo 2015 op het gebied van bescherm wonen en opvang vervult Nijmegen de verplichte rol van centrumgemeente voor regionale samenwerking. Gelet op de verwachtte schaalvoordelen van regionale samenwerking en de verdere verplichting van rijkswege tot samenwerking binnen de Wmo 2015 is besloten om samenwerking te formaliseren in de vorm van een centrumregeling op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). 1.2 Aangaan centrumregeling Voor het aangaan van een centrumregeling op basis van de Wgr door colleges, dienen de deelnemende colleges toestemming te vragen aan hun gemeenteraden (art. 1, lid 2 Wgr). De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 1.3 Deelnemers Aan de centrumregeling nemen de colleges van burgemeester en wethouders deel van alle gemeenten in Regio Nijmegen en Rivierenland: Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Mook en Middelaar Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen De gemeente Nijmegen wordt aangewezen als centrumgemeente. Hiermee is sprake van een enkelvoudige centrumregeling. Wanneer er meer gemeenten zijn die taken uitoefenen voor andere deelnemers is er sprake van een meervoudige centrumregeling.
Het ligt voor de hand om Nijmegen aan te wijzen als centrumgemeente, aangezien deze de rol als centrumgemeente op grond van de Wmo BW en MO al vervult. Uit efficiency oogpunt is er voor gekozen om taakuitvoering waar mogelijk te concentreren bij één centrumgemeente. Centrumregeling – artikelsgewijze toelichting Artikel 1 – Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen nader toegelicht. Artikel 2 – Doel en belang Artikel 10, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) bepaalt dat het belang ter behartiging waarvan de regeling is getroffen in de regeling staat vermeld. Artikel 3 – Centrumgemeente De vorm voor samenwerking binnen het sociale domein in de provincie Gelderland is een centrumregeling op grond van artikel 8 lid 3 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Dit is de meest lichte –geformaliseerde – publieke samenwerkingsvorm die mogelijk is voor overheden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een gemeenschappelijk openbaar lichaam, wordt bij een centrumregeling geen nieuwe organisatie met rechtspersoonlijkheid in het leven geroepen. Ook kent een centrumregeling geen formeel besluitvormend orgaan zoals een algemeen of dagelijks bestuur of bestuurscommissie.
Bij een centrumregeling kan worden bepaald dat daarin omschreven bevoegdheden van bestuursorganen of van ambtenaren van de aan de regeling deelnemende gemeenten (regiogemeenten), voortaan in mandaat kunnen worden uitgeoefend door Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
6
bestuursorganen of ambtenaren van een van de deelnemende regiogemeenten (de centrumgemeente). De basis voor deze vorm van samenwerking wordt gelegd in de tekst van de centrumregeling. Per deelnemer kunnen er vervolgens in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken worden gemaakt. In dit artikel wordt Nijmegen aangewezen als centrumgemeente. Artikel 4 – Taken De taken die gedefinieerd zijn onder deze regeling worden beschouwd als een minimum pakket dat gelijk is voor alle deelnemende regiogemeenten. In onderling overleg kan het takenpakket worden uitgebreid of aangepast; dat kan gezamenlijk door aanpassing van het handvest of tussen betreffende regiogemeente en Nijmegen door aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst. Nijmegen zal haar rol als centrumgemeente in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de geest van deze regeling invullen. Het gaat daarbij zowel om de wettelijke taken: Beschermd wonen, Beschermd thuis, Maatschappelijke opvang, Daklozenopvang, OGGz, Verslavingszorg . Daarnaast gaat het om de organisatie van de centrale toegang beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De taken die krachtens de centrumregeling worden opgedragen aan de centrumgemeente, worden door de colleges bijgehouden in een register. Dit is in lijn met artikel 27 Wgr.
Artikel 5 – Bevoegdheden Per deelnemende regiogemeente moet een mandaatregeling worden gemaakt, waarin de relevante bevoegdheden van het college aan het college van Nijmegen wordt gemandateerd. Ook dient een volmacht te worden verstrekt voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Bevoegdheden die niet worden overgedragen blijven bij het bestuursorgaan dat de bevoegdheden bezit. De centrumgemeente kan door inkoop- of subsidie opgedragen taken laten uitvoeren. Bij inkoop in een samenwerkingsverband speelt aanbestedingsrecht een belangrijke rol. Een aankoopcentrale is een mogelijkheid op basis van de Aanbestedingswet 2012 (artikel 2.11) waarmee publieke organisaties gezamenlijk kunnen inkopen zonder tegen aanbestedingsrechtelijke problemen aan te lopen. Een aankoopcentrale plaatst opdrachten en sluit overeenkomsten op eigen naam, en hanteert daarbij de verplichtingen die de Europese aanbestedingsrichtlijnen opleggen. Bij gebruikmaking van een aankoopcentrale kunnen aanbestedende diensten […] zonder toepassing van een procedure hun producten of diensten bestellen bij die aankoopcentrale.1 Er is voor gekozen om de gemeente Nijmegen voor alle opgedragen taken aan te wijzen als aankoopcentrale. Dit betekent niet dat er altijd sprake moet zijn van inkoop, er is ook ruimte om te kiezen voor subsidie.
De deelnemers bepalen gezamenlijk welke zorg wordt ingekocht of gesubsidieerd. De inkoop of subsidiëring en de onderhandelingen hierover geschieden door de centrumgemeente Nijmegen – onder voorbehoud van instemming deelnemers – binnen de afgesproken kaders. Bij deze manier van inkopen, zijn maximale efficiencyvoordelen te behalen. Door grotere volumes, zal er sprake zijn van een sterkere onderhandelingspositie die tot kostenbesparingen en betere voorwaarden kan leiden. Ook kunnen voordelen (financieel en op het gebied van kennisopbouw) behaald worden door het centraliseren en standaardiseren van de inkoopprocessen en organisatie. 1 MvT, Kamerstukken 32440, nr. 3, p. 43. Daarnaast richt de samenwerking zich op overleg en afstemming tussen de deelnemende regiogemeenten met betrekking tot het sociale domein. Verbetering van kwaliteit en het benutten van schaalvoordeel is leidend. Artikel 6 – Financiën De kostenverdeling bestaat uit twee componenten: ˜ Een onderdeel voor de technische uitvoering van de inkoop en subsidie (lid 1). ˜ Een onderdeel voor de vergoeding van het daadwerkelijke gebruik van zorg (lid 2). Voorts wordt voor de kostenverdeling een solidariteitsprincipe gehanteerd. De deelnemers verklaren zich in financiële zin solidair gedurende drie jaar. De zorgvraag laat per regiogemeente jaarlijks grote fluctuatie zien.
Door gedurende drie jaar de budgetten samen te besteden, zal de zorgvraag dichter bij het gemiddelde komen, waardoor de budgetten afdoende moeten zijn. Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
7
Artikelen 7 dienstverleningsovereenkomst Binnen de variabelen die binnen de centrumregeling worden vastgelegd, kan de centrumgemeente met afzonderlijke regiogemeenten dienstverleningsovereenkomsten afsluiten. Het is ook mogelijk om als centrumgemeente met alle regiogemeenten één gezamenlijke dienstverleningsovereenkomst af te sluiten. Dienstverleningsovereenkomst (artikel 7) Tussen de colleges wordt een dienstverleningsovereenkomst gesloten waarin nadere uitwerking wordt gegeven aan de regeling. In dit handvest wordt tenminste geregeld: ˜ De uitvoeringskaders; ˜ De kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door Nijmegen moet voldoen; ˜ De uitwerking van de kostenverdeelsleutel cq.de wijze waarop de deelnemende regiogemeenten een financiële bijdrage leveren in de kosten die Nijmegen maakt voor de uitvoering van de krachtens de regeling opgedragen taken en bevoegdheden; ˜ De informatieplicht en verantwoordingsplicht van het college van de centrumgemeente Nijmegen aan de overige colleges van de deelnemende regiogemeenten; ˜ De wijze waarop de colleges van de regiogemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden. In een dienstverleningsovereenkomst tussen de centrumgemeente Nijmegen en elke andere deelnemer afzonderlijk wordt per taakgebied of per taak nadere uitwerking gegeven aan de regeling.
Tevens regelt de DVO het mandaat dat aan de centrumgemeente wordt verleend. Voor het wijzigen van de centrumregeling is toestemming van de gemeenteraden van alle deelnemers en besluitvorming in alle colleges vereisti. Voordat een wijziging wordt doorgevoerd, is instemming van twee derde van de deelnemende colleges vereist. Het wijzigen van het dienstverleningshandvest vereist besluitvorming in de deelnemende colleges. Toestemming van de raad is niet noodzakelijk. Ook hiervoor is instemming van vier van de deelnemende colleges vereist. Het wijzigen van een dienstverleningsovereenkomst vereist instemming van de betreffende regiogemeente(n) en de centrumgemeente. Artikelen 9, 10, 11 en 12 – Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Een gemeenschappelijke regeling die voor onbepaalde tijd is getroffen (zie artikel 14) dient bepalingen te bevatten omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (artikel 9, lid 1 Wgr). Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot wijziging. Over een wijziging moeten alle deelnemers overeenstemming bereiken. De colleges besluiten over de wijziging nadat ze daarvoor toestemming van hun gemeenteraden hebben gehad. Het eerste jaar na het aangaan van de regeling is toetreding van nieuwe deelnemers niet mogelijk.
Dit om de deelnemers in de nieuwe regeling de kans te geven onderling hun draai te vinden en om tijdige besluitvorming over het aangaan van de regeling te stimuleren. Toetreding van nieuwe deelnemers na het eerste jaar vergt een wijziging van de regeling. Dit kan op voorstel van elk van de deelnemers. Toetreding kan plaatsvinden, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt. Het besluit tot wijziging van de regeling vindt plaats na toestemming van hun gemeenteraden. Uittreding van deelnemers is de eerste drie jaar niet mogelijk. Na deze periode kan uittreding niet eerder worden geeffectueerd dan een jaar na afloop van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Uittreding van deelnemers vergt een wijziging van de regeling. Ook kan naar aanleiding van de uittreding besloten worden de regeling op te heffen. Na een daartoe strekkend besluit van de colleges van twee derde van de deelnemers zal de regeling worden opgeheven. Bij besluitvorming telt de stem van iedere regiogemeente even zwaar. Artikel 13 – Evaluatie De centrumregeling zal binnen twee jaar na aangaan worden geëvalueerd onder gezamenlijk opdrachtgeverschap van de deelnemers. De resultaten van deze evaluatie zullen worden verstrekt aan de deelnemende colleges. Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
8
Artikel 14 – Duur De voorkeur wordt gegeven aan een regeling voor onbepaalde tijd ten opzichte van een regeling voor bepaalde tijd. Wanneer na evaluatie geconcludeerd wordt dat de regeling effectief is en voortzetting behoeft, hoeft hiervoor geen nieuwe regeling in het leven te worden geroepen. Bij een regeling voor bepaalde tijd zou de regeling op een in de regeling genoemde datum vervallen. Artikel 15 – Geschillen Artikel 28 van de Wgr bepaalt dat geschillen omtrent de toepassing van de regeling door gedeputeerde staten worden beslecht, tenzij deze onder de bevoegdheid van een rechter vallen. Onverminderd deze bepaling worden geschillen over de regeling onderworpen aan een niet bindend deskundigenadvies. Voordat dit daadwerkelijk gebeurd, dient de kwestie besproken te worden in een afvaardiging van de deelnemende colleges. Wanneer dit niet tot een oplossing leidt benoemen de colleges elk een onafhankelijk deskundige. Deze deskundigen benoemen gezamenlijk een deskundige die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. De colleges van de deelnemende regiogemeenten treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. Artikel 16 – Inzending Het college van de centrumgemeente Nijmegen draagt zorg voor het insturen van de regeling aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Dit geldt ook voor het geval de regeling wordt gewijzigd.
Artikel 17 – Archivering De archivering met betrekking tot de door de centrumgemeente Nijmegen uitgevoerde taken geschiedt op basis van de bepalingen die deze gemeente ook voor haar eigen processen hanteert. Hierbij worden in ieder geval de van toepassing zijnde wet- en regelgeving in acht genomen, zoals (maar niet uitsluitend) de bepalingen uit de Archiefwet, de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wmo 2015. Artikel 20 – Inwerkingtreding De regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop het laatste deelnemende college deze regeling bekend heeft gemaakt. Wanneer een van de gemeenteraden geen toestemming verleent, heeft dit geen opschortende werking voor het aangaan van de regeling. De regeling zal dan zonder de betreffende deelnemer worden aangegaan. i
Artikel 1 Wgr. De toestemming van de raad kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang
Centrumregeling BW/MO regio Nijmegen en Rivierenland versie 3.5
9
Openbaar
Zaaknummer: Z/24/238916
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Toestemming wijzigingsbesluit Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland Datum: 23 april 2024 Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. Toestemming te geven aan het college om de Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit.
Aanleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd met als doel de democratische legitimatie en kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden te verstevigen. Een aantal wijzigingen is direct in werking getreden. Voor een aantal andere wijzigingen, zoals de hier voorgestelde wijzigingen, geldt een implementatietermijn van 2 jaar. Het ontwerpbesluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling is aan alle deelnemende gemeenteraden voor zienswijze voorgelegd. De raad heeft op 31 januari 2024 geen zienswijze naar voren gebracht. Het college is voornemens het bijgevoegde wijzigingsbesluit vast te stellen. Voordat het college dit kan doen, moet het op grond van artikel 1, lid 4 Wgr eerst toestemming vragen aan de raad. Uit de wet volgt dat de raad deze toestemming alleen mag onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Eerdere besluiten Datum
01-02-2024
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer) Beslisnota: Ontwerp wijzigingsbesluit Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen (Z/23/148471)
Gewenst resultaat De vast te stellen ontwerp wijzigingsbesluiten dragen er aan bij dat onze gemeenteraad samen met andere raden, regionaal kan sturen op de kaderstelling van taken die regionaal zijn belegd. Dit voorstel past bij de ambitie binnen het programma Welzijn, wijkontwikkeling en zorg; we willen dat zoveel mogelijk volwassenen, gezinnen en kinderen veilig opgroeien, zelfstandig blijven wonen en functioneren en actief deelnemen aan de maatschappij, met steun van het sociale netwerk en zo lang mogelijk op eigen kracht. Meer in het bijzonder het doel 4.1: We zorgen dat
Pagina 1 van 2
Openbaar
Zaaknummer: Z/24/238916
volwassenen/kinderen/gezinnen passende hulp ontvangen op grond van de Wmo en de Jeugdwet en zij deze voldoende tijdig en snel ontvangen. Argumenten 1.1 Er zijn door de raad geen zienswijzen naar voren gebracht over de voorgestelde wijzigingen. Voor de volgende onderwerpen wordt de Centrumregeling gewijzigd: - het vastleggen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan participatie; - het vastleggen van financiële afspraken voor uittreding uit de samenwerking. Tegenargumenten en risico’s Geen. Financiële gevolgen Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. Uitvoering of Vervolgstappen Nadat de raad toestemming aan het college heeft gegeven, zal het college de gemeenschappelijke regeling, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit, vaststellen. Nadat alle colleges zijn overgegaan tot vaststelling van het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, volgt een bekendmaking hiervan, waarmee de gewijzigde regeling in werking treedt. Geheimhouding Niet van toepassing. Advies Team AJZ. Bijlagen 1. CR BW MO 2023 concept wijzigingsbesluit; 2. CR BW MO geconsolideerde regeling.