621_PDFsam_Agendabundel
Tekst van het document
6.4.4
Ligging hemelwatervoorzieningen
Gezien de afwezigheid van nabijgelegen oppervlaktewater en de goede infiltratiesnelheid dient hemelwater lokaal verwerkt te worden. De infiltratievoorzieningen binnen 100 m uit oppervlaktewater dienen te voldoen aan de Keur van Waterschap Rivierenland. Pagina | 16
AM23193
Het waterschap stelt verder als voorwaarde dat er bij kunstmatige voorzieningen een beheers- en onderhoudsplan wordt geschreven mede gebaseerd op de gegevens van de leverancier zodat de effectiviteit bewaakt kan worden net als ook een stuk bewustwording voor de gebruiker(s). Dit zal te zijner tijd nader opgemaakt worden (voorafgaand aan vergunningsaanvraag). In het ontwerp is rekening gehouden met de bestaande ruimtelijke aspecten zoals het nabijgelegen rioolgemaal (centraal westelijk van het plangebied) en de riooltransportleidingen welke zuidelijk door het plangebied lopen. Hiervoor wordt een dubbelbestemming opgenomen. Aandachtspunten hiervoor zijn het gebruik van de bovengrond, de vrijwaringzone/zakelijk recht voor de leidingen en aandacht bij kruisingen van de leiding met infra/kabels/leidingen. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de planinvulling (geen graafwerken, bomen of bebouwing zonder toestemming / vergunning toegestaan). Bij de uitwerking van het ontwerp is rekening gehouden met de benodigde bergings- en infiltratieruimte die voorzieningen nodig hebben. De omvang en ledigingstijd van een voorziening is o.a. afhankelijk van het hierop aangesloten toekomstig verhard oppervlak.
Op basis van de waterwet artikel 3.5 en het beleidsplan water en riolering 2023-2027 (Wijchen) is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor de verwerking (bergen en infiltreren) van hemelwater op eigen terrein. Het gehele plangebied (particulier en openbaar) ligt binnen 100 m van een oppervlaktewater. Derhalve dient er gerekend te worden met 664 m3 berging per ha verhard oppervlak. In onderstaande afbeelding is een overzicht van de mogelijke HWA-verwerking schematisch opgenomen. Opgemerkt wordt dat dit een inschatting betreft op basis van kengetallen. Hierbij is geen rekening gehouden met o.a. stromingsverliezen. Hemelwater dient op eigen kavel verwerkt te worden. In het openbaar gebied is met ca. 1570 m2 afdoende ruimte aanwezig.
Afbeelding 6: Mogelijke HWA-afstroom en verwerking in openbaar gebied op planvoornemen Pagina | 17
AM23193
Op de uitgeefbare kavels kan afhankelijk van de terreininvulling gekozen worden voor een verlaagde tuin, diepere wadi of een ondergrondse voorziening boven de GHG van ca. 6 m +NAP (1,5 m onder huidig maaiveld). Bij de kleinere aaneen gebouwde kavels is een wadi of verlaagde tuin naar verwachting niet inpasbaar / wenselijk en zal ondergrondse verwerking benodigd zijn. Dit kan ingepast worden door het gebruik van IT-kratten, Rockflow of infiltratieputten. Met de inpassing van een infiltratievoorziening dient rekening gehouden te worden bij het ontwerp van een woonkavel. Aan de hemelwatervoorzieningen op particulier terrein stelt de gemeente geen nadere (technische) voorschriften. De aanleg en instandhouding van een dergelijke voorziening voor de benodigde waterverwerking op eigen terrein wordt opgenomen in de bestemmingsregels (voorwaardelijke verplichting aanleg waterberging). Deze voorziening dient tevens onderhouden te worden zodat de werking gewaarborgd blijft. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt hierop getoetst. Gezien de gemeten infiltratiewaardes zullen deze infiltratievoorzieningen na ca. 7-14 uur weer beschikbaar zijn.
De exacte omvang, specificaties en ledigingstijd is afhankelijk van het type voorziening, omvang, ontwerp en hierop aangesloten oppervlak en dient voorafgaand aan de aanleg (bij de gedetailleerde planuitwerking of door de constructeur) nader uitgewerkt te worden in een (definitief-) ontwerpplan. Onafhankelijk van de gekozen optie is er in het plangebied dus voldoende waterbergingsmogelijkheid aanwezig en is geen wateroverlast door de voorgenomen ontwikkeling te verwachten.
Pagina | 18
AM23193
7. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Door het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) blijft de afstromende neerslag schoon en kan dit rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen voor verwerking. In de afvoersystemen worden voorzieningen gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen dienen zo ingepast te worden dat deze goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Op eigen perceel is de eigenaar hiervoor verantwoordelijk. Regelmatig onderhoud van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop.
Het waterschap stelt als voorwaarde dat er bij kunstmatige voorzieningen een beheers- en onderhoudsplan wordt geschreven mede gebaseerd op de gegevens van de leverancier zodat de effectiviteit bewaakt kan worden net als ook een stuk bewustwording. Dit vormt een aandachtspunt bij de verdere planuitwerking en voor het verkrijgen van een watervergunning. Toe te passen duurzame materialen: •
Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.
•
Ontsluitingspaden/wegen/terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Bij de verdere planuitwerking dienen de benodigde voorzieningen conform het geldende beleid gedimensioneerd te worden zodat er geen wateroverlast ontstaat. Aeres Milieu is als adviseur niet verantwoordelijk voor (in)directe schade door gebreken of overlast vanuit een ontwikkeling. Op het toekomstig watersysteem mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van de bodem of water veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Vanwege het toekomstig watersysteem mogen alleen biologische bestrijdings- en strooimiddelen gebruikt worden en dient een toepassing zo gericht mogelijk plaats te vinden.
Pagina | 19
AM23193
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
AM23193
AM23193
Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen
AM23193
5 42A de Weem
Dorpsstraat
6
6
4
18
44-46
7
LEGENDA
1
2
15
20
Plangebied
Burgemeester Luskestraat
3 2
53
Rogstraat 55
24-30
Dorpsstraat
22 Bestemmingen
18 5
4
48
Plangrens
22 20
13
16
G
11 V
9 57
8
7 8
3 4
52
1
11
63
64
[aeg] 2
11
6
milieuzone - geurzone
2
milieuzone - hydrologische beschermingszone
Boekweitstraat 1 3
58 60
1
4
6
Functieaanduidingen
2
Tarweveld 67
(sv-calo)
3
(swr-aghw)
Dorpsstraat 70
specifieke vorm van verkeer - calamiteitenontsluiting
specifieke vorm van waarde - archeologisch gebied-hoge waarde
7
72
3
[tae]
Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
14
56
68
Waarde - Archeologie
Gebiedsaanduidingen
16 8
54
W
G
Leiding - Riool
6
65
11
[tae]
WR-CWG
8
4
6
5
WR-A
1
Burgemeester Luskestraat
66
W
L-R
Akkerstraat 3
62
Dubbelbestemmingen
5
[aeg] 6
Wonen
2 61
6
W
7
50
4
10
10
59
Verkeer
12
8 5
W
Groen
14
6
84
74
5
Dorpsstraat
(sw-srw)
specifieke vorm van wonen - seniorenwoningen
5 12
[vrij]
Bouwvlak
6
10
11
W
bouwvlak
3
G
80
86
(sv-calo)
1
71
Bouwaanduidingen
1 Boekweitstraat 88
78
G
3
5
8 [aeg]
aaneengebouwd
[tae]
twee-aaneen
[vrij]
vrijstaand
6
G 7
7A
7B
73
76/RG
2 Maatvoering
92
W W L-R 3
4
[vrij] 6
2
Wijksestraat
5
maximum aantal wooneenheden
2A
1
6
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
11
9 6 11
Figuren
V
gevellijn
2
6
W
11
Stompendijk Verklaring
G
(sw-srw)
12 10
(swr-aghw)
12
4
[aeg]
6
WR-A G
2
6
WR-CWG
Ondergrond
8
11
1
16
[vrij]
Gemeente Wijchen
5 6
10
W
NAAM
Veldsestraat 3
PLAN
Bergharen, Kerkenweide
7
5 NAAM GML-BESTAND
7
7A
DATUM
NL.IMRO.0296.00000-0000
11-1-2023
BLAD
VAN
BLADEN
1 VAN 1
TEKENAAR
MvL Stompendijk
Best M ingenieursbureau Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo Buiksloterdijk 338 1034 ZG 020 6338110
Amsterdam
www.bestm.nl
0546 454466
www.bjz.nu
FORMAAT
A3
SCHAAL
1 :1500
Overzicht toekomstige verharding middels kengetallen uitgeefbare kavels 0,7 aaneengebouwd 201 171 101 113 102 110 102 107 202 136 203 166 104 113 105 107 204 157 301 275 302 178 303 164 304 230 tweekapper 401 349 402 308 403 334 404 423 vrij 501 630 441,0 502 663 464,1 503 662 463,4 504 957 669,9 505 689 482,3 601 483 338,1
uitgeefbaar totaal openbaar verhard pp verhard pp halfverhard TOTALEN
7525 3215
9029
5814
bui t100 0,8
279,2 246,4 267,2 338,4
0,9 153,9 101,7 99 96,3 122,4 149,4 101,7 96,3 141,3 247,5 160,2 147,6 207
664 10,2 6,8 6,6 6,4 8,1 9,9 6,8 6,4 9,4 16,4 10,6 9,8 13,7 18,5 16,4 17,7 22,5 25,1 26,4 26,4 38,1 27,4 19,2
386,1 213,5 0,0 0,0 599,5
662
Uil
e
en ga t
494
965
62
52
64 66
2 67
8
Ta r
1
544
987
3 317 857
2
73
2
590
377
76
77
Wijkses
traat
689
pend ijk
692
7a 7b
5 37
Stom
379
688
378 616
304
303
75
690
5m 53.9 ren ha erg n-B rne He
192
92
1
312
3 5
984
m
377
7 5
543
71 1
542
t aa
86 88
351
at
983
986
m
3.00
m 0.75 m 0.750 m 0.7 5 m 0.4 5 m 0.1
5 m 19.5 307 0 5m .6 40.10m m .0m 0 0 4 3 .0 . 4 3
196
stra
3
7 460
16
eld wev 956
545
str
78
3
1
319
858
rp s
185
810
809
324 323
6 320
541
84
985
80
461
186
627
391
4
298 537
4
948
at
962
392 504
325
w ei t
961
6
Do
208
60
stra rps
72
54a
70
Do
967
184
1
947
58
8
2
321
539
959
12982
t aa st r
536
65
54
958
.L
B
3
54
960
963
506 urg
505
e usk
16
k Boe
68
380
306
7
5
14
538
5 5
503
393
63
926
8 52
964
9
t
12
487
11
tr a a
419
13
5
10
534
61
697
486 488
e rs
415
966
531
15
Akk
206
59
529
Breekwagen
500 495
502
473
474
696
495
8 530
532
382
6
501
533
50
7 49
ag en Breekw
57 396
493
496
210
489
t
414
425
340
204
10
9 49
413
205
48
498
4
500
at stra
423
456
30
207
t nga
rps Do
1
55
6
7
484
3 2
397
N
6
494
raa gst
384
24 12
499
53
469
346
fke 't Hu
't Hufke
4
1
20
497 498
6 472
483
1 490
Ro
424
44 46
6 2
496
3
385
5 475
4
492
491
at
197
547
762
305
18
482
493
8
em We
s tr a
546
2
De
rps
202
6
458
457
Do
't Hufke524
452
344
42
907
203
U il
453
Trace
910
663
51
386
909
664 454
376
45.80
m
.2 140
172.50 m
333
5m
373
378
12
0608P03
145.10 m
530
2
615
10
216
848
5
6
6.60 m
217
220
Veldses traat
m
t
462
traa
371
Veld ses
337
g
621 222
m 18.40
e Stomp
0608P01
221
7
m 24.90
619
7
ew e
0608P02
338
643
Ve ld s
m .30 204
617
5 420
335
529
27.80 m 528
54.90
18.40 m
644
m
592
4
ndijk
Topografische en Kadastrale Ondergrond © Topografische Dienst Kadaster
847
642
21.70 m
318.30 m
219
30.80
5m 9.6
33.10 m
m 00 12. 527
4 638 481 482 479
Lengteprofiel
LEGENDA RWZI
Afsluiter Gemaal
Knikpunt
hoogteschaal 1:100
1190.81
1218.61
1275.51 1279.51 1281.01 1283.51 1285.51
1489.81 1491.81 1494.10 1496.39 1499.46
1658.19
6.70 6.66
6.59 4.86 6.12 6.12 6.10
6.34 5.70 5.08 5.70 6.84
7.53
Maaiveld
6.45
NAP + 0.00m
1156.81
Afstand (m)
Mantelbuis, betonplaat, azobe-mat, antiworteldoek
6.30
lengteschaal 1:2000
Injectiepunt
NAP + 0.00m
Materiaal/diameterovergang
asbest-cement
asbest-cement
asbest-cement
asbest-cement
asbest-cement
Diameter(s)
300 (mm)
300 (mm)
300 (mm)
300 (mm)
300 (mm)
6.25
4.81 3.50 3.60 4.85 4.80
4.85 3.72 3.72 3.72 5.02
4.80 4.84
Materiaalsoort
Hoogte bok
3.70
4.80
Ontluchtingspunt
0608P02
0608P01
0608R01
0608T01
Bergharen
GIJ
100 (mm)
Terugslagklep in gemaal
GIJ
100 (mm)
Terugslagklep in gemaal
hoek 90 graden overig
koppeling
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
0608B01
ontluchting versleept: Nee
0608B02
drukmeetpunt aanwezig: Nee
ontstoppingspunt
0608B03
handbediend
ontstoppingspunt
Identificatie
ontstoppingspunt
Gegevens overige relevante objecten
diameter-1 300 diameter-2 300 (mm)
Transportleiding
0608T02
0603
BHR02 G 333
BHR02 G 528
BHR02 G 527
BHR02 G 529
BHR02 G 192
BHR02 G 335
BHR02 G 337
BHR02 G 461
Hoewel bij de samenstelling van deze kaart de grootste zorgvuldigheid is betracht, kan Waterschap Rivierenland niet garanderen dat de informatie compleet, actueel en/of accuraat is. Waterschap Rivierenland aanvaardt dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade ontstaan door gebruik van de informatie van deze kaart.
BHR02 G 196
BHR02 G 379
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
3800AA Amersfoort
Postbus 47
De Hervormde Kosterie Bergharen
4000AN Tiel
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
6617KC Bergharen
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
6573ZH Beek Ubbergen
Postbus 83
Verschuer van W.F.F.
6617KH Bergharen
Stompendk 4
Zoetekouw G.A.M.
4000AN Tiel
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
6617KH Bergharen
Stompendk 4
Zoetekouw G.A.M.
6801HA Arnhem
Postbus 7005
St Geldersch Landschap
6617KC Bergharen
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
6617KC Bergharen
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
6617KC Bergharen
BHR02 G 530
Stelsel Bergharen Bergharen - RWZI (0608_1) schaal 1:2000
4000AN Tiel
Kadastraal Id
Breekwagen 5
Derks T.A.M.
Gegevens belaste percelen
GEC.
BHR02 G 307
GEZ..
GET.
SYK
20/03/2007
formaat GEW.
WSRL_ROUTE_A1_stplot
tekening nr.
06087901
1 v.d. 2 WSRL Postbus 599 4000 AN TIEL
Kadastraal Id
Gegevens belaste percelen
BHR02 G 307 BHR02 G 375 BHR02 G 219 BHR02 G 619 BHR02 G 643 BHR02 G 640 BHR02 G 230 BHR02 G 361
Hoewel bij de samenstelling van deze kaart de grootste zorgvuldigheid is betracht, kan Waterschap Rivierenland niet garanderen dat de informatie compleet, actueel en/of accuraat is. Waterschap Rivierenland aanvaardt dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade ontstaan door gebruik van de informatie van deze kaart.
BHR02 G 366 BHR02 G 235 BHR02 E 337 BHR02 E 577
6600HA Wychen
0607P05
Postbus 0
0607V01
BHR02 E 73
1268.02
1182.36 1173.69 1156.19 1147.51
1109.78
6.24
7.40 3.65 3.65 6.20
6.47
0607P04
590
t
NAP + 0.00m
Materiaalsoort asbest-cement asbest-cement p.v.c. asbest-cement
Diameter(s) 150 (mm) 150 (mm) 150 (mm) 160 (mm) 150 (mm)
pe
str aa
t
80
1 596
8
79
597
577
602
603
5 47.8760 m
579
580
78
578
9
605
604
601
29.50 m
1
Die
555
73
04
5
598
23.10 m
592
Stompendijk
82
81
traa
7P
7P0
364
060
060
362
361
597
m
m
216
2
060
7
03
5
7P
847
om St
848
377
p
d en
341
101
7 ijk 3
4
342
25
689
75
13
71
2
28
68
1
76
543
809
4
5
5
346
77
3
5 7
487
9 11
486
6 320 319
W
ijk
se s
tra
7
31 2
at
7a
303
3
304
1
7b
317
544
8
4
537
298
351
627
6
2
321
536
32 3
8
1
13
697
696
484
3
7 5
545
340
546
1
956
Tarweveld
Burg. Luskestraat
506
24
49 5
858
810
857
3
505
10
5 488
aat
591
299
aar s es
337
363
06
365
7P
366
2
61 0
Sc h
232
230
060
29.10 m
7P 64107
06 0
0m
18.40
Stompendijk
4.96
1401.15 1396.75 1392.35 1387.96
6.20 6.19 4.60 4.60 6.32
231
639
640
4
18.4
Stompendijk
1.55 5.00
5.20 1.65
4.90
5.10 5.12 3.52 3.52 4.44
1502.36
6.30 6.28
421
224
ontstoppingspunt
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
hoek 0 graden gietijzer
diameter-1 160 diameter-2 160 (mm)
koppeling
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
ontstoppingspunt
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
handbediend
ontluchting versleept: Nee
drukmeetpunt aanwezig: Nee
4.80
1681.92
5.88
644
24.90
pendij k
Gemeente Wijchen
6631KK Horssen
0607B03
Kloosterwg 20
Summeren van W.M.
6631KK Horssen
0607P06
Kloosterwg 20
Summeren van W.M.
4000AN Tiel
0607P07
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
6617KH Bergharen
Stompendk 9
Clement A.L.J.
0607B04
handbediend
ontstoppingspunt
0607B05
6600HA Wychen
Postbus 0
4.80
638
0m
Gemeente Wijchen
hoek 0 graden gietijzer
diameter-1 150 diameter-2 150 (mm)
ontstoppingspunt
0607V02
4000AN Tiel
0607V03
koppeling
hoek 0 graden gietijzer
diameter-1 200 diameter-2 150 (mm)
diameterovergang
hoek 0 graden overig
643
642
2
376
Stom
Postbus 599
0607R01
Waterschap Rivierenland
0608T01
6617AA Bergharen
Gegevens overige relevante objecten
Veldsestr 6
0608T02 m
diameter-1 200 diameter-2 200 (mm)
53.95 m
Engels M.J.
617 30.80
621
619
375
2
itstr
koppeling
222
6
615
590
92
542
541
67
504
1
503
8
502
483
6
6
3
1 3
337
16 14 332
2
331
3
129 8
07
9
306
2
N
575
571
5
230
47 6
334
9a
6
574
572
7
4
2
9b
8
343
573
6
8 10
333
4
326
981
7
18
15
473
470
479
Korenstraat
5
325
471 472
477
475
3
1
14 16
474
5 7
478
Dis3t6 338 elst ra a t 57 1 10
308
324
335
4
83
309 310
4
Bo e k we
GIJ
1784.06
6.27
0m
984
98 3
391
531
501
494
2
480
570
569
6600HA Wychen
5.07
371
10 6.6
378
88
86
84
63 3 93 65 3 9 2
61 5 34
530
489
490
482
traat
100 (mm)
5
e s 217 tra at
692
98 7
986
947
54
59
3
1
493
514
rstraa t
Postbus 0
Terugslagklep in gemaal
221
7
21.7
Gemeente Wijchen
0603
6657CK BOVEN LEEUWEN
1831.52
7.47
Ve lds
0.75 m 0.75 m 0.70 m 0.45 m 0.15 m
373
en -Berghar
Boekweits
GIJ
6.24
9
12
616
690
80
985
948
54
533
4 6
500
2
492
539
100 (mm)
21
378
78
961
6 0 58
95 9
52
926
532
396
498 49 7
538
AMBACHTSWG 22
Identificatie
Terugslagklep in gemaal
220
140.25 m
ernen 3.00 m H
3.30 m19.55 m
4.00 4.00 m 4.01.m3065 0m 7m
962
72 70
958
960
50
382
57
499
Akkerstraat
OG MAATSCHAPPIJ TH.G. VAN DEN BOSCH
Hoogte bok
68
62
64
966
Dorpsstraat
4000AN Tiel
Bergharen
Maaiveld 528
Postbus 599
Waterschap Rivierenland
Afstand (m)
Dorpsstraat
529
1924.52 1923.52 1922.52
379
a
963
66
965
Dorpsstraat
54
967
964
55
Rogstraat
7.98 7.98 7.98
37 7
380
Zandstraat
6.05 6.05 6.05
hoogteschaal 1:100
lengteschaal 1:2000
Topografische en Kadastrale Ondergrond © Topografische Dienst Kadaster
Trace
Have
52.90 m
Sportlaantje
Sportlaantje
Lengteprofiel
LEGENDA RWZI
Afsluiter Gemaal
Injectiepunt
NAP + 0.00m
Knikpunt
Mantelbuis, betonplaat, azobe-mat, antiworteldoek Materiaal/diameterovergang
Ontluchtingspunt Transportleiding
0607B02
Stelsel Bergharen Hernen - Bergharen (0607_2) schaal 1:2000
GET.
GEC. GEZ..
GK
20/03/2007
formaat
GEW.
WSRL_ROUTE_A1_stplot tekening nr.
06077902
2 v.d. 2
WSRL Postbus 599 4000 AN TIEL
Bijlage 3: Situatietekening fotostandplaatsen
AM23193
met
boor-
en
Boorpuntenkaart (A3)
Legenda Plangebied
AM23193 Bergharen Kerkenweide Schaal
Boringen boring tot 1 meter in grondwater infiltratieboring Achtergrond: Luchtfoto PDOK met labels Actueel 25 cm
N v1.0_30-5-2023_LK
Foto's
Bijlage 4: Foto’s plangebied
AM23193
AM23193
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM23193
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM23193
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
Bijlage 5: Boorprofielen en meetgrafieken infiltratie
AM23193
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0
akker
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
02 Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen wortels, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50 80 90
Boring:
Zand matig fijn, zwak siltig, licht oranjebruin, Edelmanboor
03
Boring: 0
0
akker
50
50
70
Boring:
0
40 50
50 Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
Boring: 0
akker
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
05
0
04
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
akker
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
06 0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
40
50
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
50
60
Zand matig grof, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor 100
100 120 130
150
Klei, matig zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
150
150
Zand matig grof, matig siltig, Edelmanboor, Gestaakt: te natte zand… niks omhoog 200
200
180
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
200
250
250
Boring:
07
0
Boring: 0
akker
0
08 0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50
Zand matig grof, zwak siltig, sporen roest, donkerbeige, Edelmanboor
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
50 70
100
100
130
150
200
Zand matig grof, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
100 Zand matig grof, zwak siltig, sporen roest, donker oranjebeige, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Gestaakt: te natte zand
210
150 170
200
200 210
Zand matig grof, sterk siltig, matig roesthoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
250 280
300
Projectnaam: Bergharen kerkenweide Projectcode: AM23193-INF
Zand matig grof, matig siltig, sporen roest, donker bruinbeige, Edelmanboor
Zand matig grof, zwak siltig, sporen roest, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
300
Klei, zwak zandig, neutraalbruin, Edelmanboor
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
0
0
akker Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
60
Zand matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor 100
150
100 110
140 150
180
Zand matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, licht oranjebruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, sporen roest, donkergrijs, Edelmanboor Zand matig grof, matig siltig, sporen roest, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
200
240
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
Projectnaam: Bergharen kerkenweide Projectcode: AM23193-INF
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Projectnummer:
AM 23193
Bergharen Kerkenweide
Meetgegevens Open End 70
Drukhoogte (cm)
60 50 40 30 20
10 0
0
200
400
600
800
1000
Tijd (s)
Meetpunt
1
2
3
4
Daalsnelheid (grafiek): straal r:
0,0196 0,05
0,0108 0,05
0,0122 0,05
0,0103 0,05
cm/s m
oppervlakte buis drukhoogte H: k-waarde: k-waarde:
0,0079 51,2 1,1E-05 0,94
0,00785 52,2 5,9E-06 0,51
0,00785 48,3 7,2E-06 0,62
0,00785 45,8 6,4E-06 0,56
m2 cm m/s m/dag
Projectnummer:
AM 23193
Bergharen Kerkenweide
Meetgegevens Porchettest
Drukhoogte (cm)
40
20
0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1000
Tijd (s)
Meetpunt straal r:
1 5
5
5
5
cm
k-waarde eerste deel:
9,9E-03 8,59
2,9E-03 2,48
2,2E-02 18,96
3,2E-02 27,48
m/s m/dag
k-waarde tweede deel:
9,8E-03 8,45
2,3E-03 1,97
2
3
4
m/s m/dag
Bijlage 6: Korrelverdelingsanalyse
AM23193
% min. delen
Korrelverdeling AM23193 MM1 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
lutum
<2µm
<16µm
<32µm
<50µm
<63µm
<125µm <250µm
Classificatie Zuurgraad Kalk Organisch stof Soort grond Soort grind Grofheid zand Grofheid grind Spreiding Doorlatendheid
: zwak zurig : kalkarm : zeer humusarm : zwak lemig zand : grindarm : zeer grof : fijn : zeer groot : goed
Factoren geschiktheid Slempgevoeligheid Stuifgevoeligheid Verkruimelbaarheid Erosiebestendigheid
: gering : matig : gemakkelijk : -
Aanvul./ophog. nvt nvt <=8 nvt <=50 nvt voldoet
Zandbed <=3 nvt nvt <=3 <=15 nvt voldoet niet
Draineerzand <=3 nvt nvt nvt <=5 >= 250 voldoet niet
<500µm
3,9 m/d
Klei nvt <=5 nvt nvt >60 nvt voldoet niet
<1mm
<2mm
grind
Aeres Milieu B.V. T.a.v. Michiel Vrolix Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 25-May-2023
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2023074710/1 AM23193-INF Bergharen kerkenweide 22-May-2023
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
AM23193-INF Bergharen kerkenweide
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
1
% (m/m)
90.3
2023074710/1 22-May-2023 25-May-2023 25-May-2023/10:45 A,C 1/1
Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
1.7
Gloeirest
% (m/m) ds
98
Q Q
g/kg ds
<5.0
Anorg. koolstof (CaCO3)
% (m/m) ds
1.1
Anorganisch koolstof (als C) Korrelgrootte > 2 mm
% (m/m) ds
0.7
S
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
5.3
Q
Korrelgrootte < 2000 µm
% min. delen
100.0
Q
Korrelgrootte < 1000 µm
% min. delen
99.9
Q
Korrelgrootte < 500 µm
% min. delen
81.8
Q
Korrelgrootte < 250 µm
% min. delen
29.2
Q
Korrelgrootte < 125 µm
% min. delen
12.9
Q
Korrelgrootte < 63 µm
% min. delen
11.1
Q
Korrelgrootte < 50 µm
% min. delen
10.5
Q
Korrelgrootte < 32 µm
% min. delen
9.4
Q
Korrelgrootte < 16 µm
% min. delen
7.7
Q
Korrelgrootte < 8 µm
% min. delen
5.8
Q
Korrelgrootte < 2 µm (Stokes), laser
Q
Korrelgrootte < 2 µm, laser
% ds
5.0
% min. delen
2.1
°C
19
Fysisch-chemische bepalingen
Meettemperatuur (pH-CaCl2) S
Zuurgraad (pH-CaCl2)
4.8
Nr. Uw monsteromschrijving
1
01(1) 02(1) 03(1) 04(1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000)
13648376
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door IBAN: NL71BNPA0227924525 TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het BIC: BNPANL2A Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg. KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023074710/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
13648376
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
01(1) 02(1) 03(1) 04(1)
0536074632
02
0
50
17-May-2023
1
0536074616
03
0
50
17-May-2023
1
0536074621
01
0
50
17-May-2023
1
0536074628
04
0
40
17-May-2023
1
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2023074710/1
Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Calciet (TIC)
W0594
Elementanalyse
NEN-EN 15936 (meth.A)
Korrelgrootte > 2 mm (natzeving)
W0105
Zeven
NEN 5753
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Korrelgrootte (fractie < 2000 µm)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte (fractie < 1000 µm)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte (fractie < 500 µm)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte (fractie < 250 µm)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte (fractie < 125 µm)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte < 63 µm (MD) laser
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte (fractie < 50 µm)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte < 32 µm (minerale
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte (fractie < 8 µm)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
W0174
Laserdiffractie
NEN-ISO 13320
W0524
Potentiometrie
pb 3010-1 en NEN-ISO 10390
Pagina 1/1
Bodemkundige analyses
delen) Korrelgrootte < 16 µm (minerale delen)
(minerale delen) Korrelgrootte (fractie < 2 µm) Fysisch-chemische bepalingen
Zuurgraad (pH-CaCl2)
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Bijlage 7: Infiltratieonderzoek De aanleiding voor het infiltratieonderzoek is de voorgenomen planontwikkeling op het perceel en de verplichting tot compensatie van de verhardingstoename zodat geen verhoogd risico op wateroverlast ontstaat. Bij nieuwbouwprojecten dient hemelwater lokaal geïnfiltreerd te worden tenzij dit aantoonbaar niet mogelijk is. Hiervoor dient ruimte binnen een ontwikkeling voorzien te worden. Algemeen wordt een infiltratiesnelheid van ca. 0,4 meter per dag aangehouden voor het succesvol toepassen van een infiltratievoorziening. De gemeente Wijchen hanteert een minimale infiltratiesnelheid van 0,5 meter per dag. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed hebben op het verwerkingsvermogen van een voorziening. De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm en -hoeveelheid en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen.
Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de hydrogeologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van diverse afzettingen en sedimenten, zie tabel [Stichting Rioned C2510]. Materiaal
k [m/d]
klei
0,01 - 10-8
klei, zand en grind mengsels
0,01 – 0,001
silt, löss
1 - 10-4
silt, klei en mengsels van zand, silt en klei
0,1 - 10-4
fijn zand
2 – 0,02
middelfijn tot middelgrof zand
43 – 0,09
grof zand
400 – 0,09
Tabel 2: Waarden voor de doorlatendheid van diverse afzettingen, uit de hydrogeologische literatuur.
Als eenheid is gekozen voor m/d, hoewel in de literatuur ook mm/h (landbouw) en m/s (hydrogeologie) worden gehanteerd. De eenheid m/d sluit aan bij wat in Nederland gebruikelijk is en leidt bovendien tot overzichtelijke getallen. Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de infiltratiesnelheid meestal juist de verticale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 5 – 15 groter dan de verticale. Door de verzamelde gegevens uit de bureaustudie te combineren met een serie meetgegevens kan een uitspraak worden gedaan over de k-waarde van de bodem op de onderzoekslocatie. AM23193
De doorlatendheid boven de grondwaterstand (onverzadigde zone) is bepaald door middel van de “Open-end-test” en de “Porchettest”. De gebruikte meetmethoden worden reeds decennia lang toegepast en zijn uitvoerig gedocumenteerd. Deze test wordt als volgt uitgevoerd: Met een handboor wordt een gat geboord tot op de laag waarvan de doorlatendheid bepaald moet worden. In het boorgat wordt vervolgens een blinde verbuizing geplaatst, die aan de onder- en bovenzijde is geopend, en die boven het maaiveld uitsteekt. Deze buis wordt in de bodem gedrukt, en geheel gevuld met water, dat in de ondergrond infiltreert (de "voornatting"). Nadat de ondergrond aldus voldoende verzadigd is geraakt met water, wordt vervolgens met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit wordt berekend hoe groot de infiltratiesnelheid van het water in de bodem is. Deze is afhankelijk van de inwendige doorsnede van de buis, de drukhoogte (=de lengte van de waterkolom in de buis), het bodemtype en de snelheid waarmee het peil daalt. Met deze meetmethode wordt
Afbeelding: Principetekening Open-end-test
voornamelijk de verticale infiltratiesnelheid gemeten. Een aanvullende meetmethode is de zogenaamde “Porchettest”, ook wel omgekeerde boorgatmethode genoemd. Bij deze methode wordt in een, niet verbuisd, boorgat constant water gepompt en gemeten tot het waterpeil in het boorgat stabiel is. Vervolgens wordt het debiet bepaald waarmee het water in het boorgat gepompt wordt. Bij een te laag pompdebiet wordt met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit kan de doorlatendheid worden berekend. De keuze voor het type test is afhankelijk van de bodemsamenstelling en de visueel zichtbare snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Beide tests zijn voor het infiltratieonderzoek van belang voor de onverzadigde zone. Afbeelding: Principetekening Porchettest
Resultaten veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd op 17 mei 2023. Rekening houdend met de toekomstige planinvulling zijn op vier locaties infiltratiemetingen uitgevoerd. Voorts zijn er vijf profielboringen verricht om de lokale bodemopbouw vast te stellen. De resultaten van het uitgevoerde veldonderzoek zijn onderverdeeld in een nadere beschrijving van de lokale bodemopbouw en de infiltratiesnelheden van de onverzadigde bodem. De boor- en meetpuntlocaties staan weergegeven in bijlage 3.
AM23193
Lokale bodemopbouw Om de lokale bodemopbouw vast te stellen zijn er binnen het plangebied vijf handmatige profielboringen geplaatst tot circa 2-3 meter diepte. Hieruit blijkt dat er een matig humeuze toplaag aanwezig is van circa 50 tot 100 centimeter, bestaande uit een matig fijn, matig siltige zandlaag. Onder deze humeuze laag gaat de bodem over in een zwak siltig, matig grove zandlaag met een donkerbeige kleur tot de geboorde einddiepte. Er zijn enkele uitzonderingen. Bij boring 5 is er een dunne kleilaag aanwezig van ca. 10 cm dik op een diepte van 1,2 m-mv. Bij boring 8 is een kleilaag waargenomen vanaf ca. 2,8 m-mv tot de geboorde einddiepte van 3 m-mv. Noordelijk bij boring 9 is er vanaf ca. 1,8 m-mv. een zandige kleilaag waargenomen tot de geboorde einddiepte. Van de bovengrond zijn tevens grondmonsters genomen voor een zeefkromme-analyse. Het resultaat is opgenomen in bijlage 6. Uit de analyse blijkt dat de bovengrond een zwak zurig, humusarm, zwak lemig, zeer grof zandpakket betreft. De theoretische doorlatendheid is goed (3,9 m/dag). Het grondwater is bij de uitvoering aangetroffen op ca. 1,5 m-mv. of ca. 5,4 m +NAP. Onderstaande afbeelding geeft het profiel van boring 9 visueel weer. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 5 en een tekening met de boorlocaties is opgenomen in bijlage 3.
Afbeelding: Profielboring 9 vanaf maaiveld (linksboven) tot 2,4 meter onder maaiveld (rechtsonder).
Onverzadigde zone Op 4 locaties is eerst een open-end-test uitgevoerd met vervolgens ook een porchettest in hetzelfde boorgat. Na de voornatting is de meting gestart met een gemiddelde meetduur van circa 15 minuten per meetronde. Alle metingen zijn vastgelegd door middel van een diver, waarbij elke 5 seconden het drukverschil tussen het boorgat en de luchtdruk wordt gemeten. AM23193
De infiltratiesnelheid in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) is vervolgens berekend uit de veldmetingen van de open-end-test (verticale doorlatendheid) en de porchettest (horizontale doorlatendheid). Tabel 3 geeft een overzicht van de berekende resultaten weer. De meetgrafieken zijn opgenomen in bijlage 5. Meetpunt
Verticale infiltratiesnelheid [m/d]
Horizontale infiltratiesnelheid [m/d]
Diepte [m-mv.]
1
0,94
8,59 / 8,45
0,9
2
0,51
2,48 / 1,97
0,5
3
0,62
18,96
0,7
4
0,56
27,48
0,5
Tabel 3: Resultaten infiltratieonderzoek in de onverzadigde zone
Resultaten en conclusie Uit de metingen in de onverzadigde zone blijkt dat de toplaag en de ondiepe ondergrond tot ca. 1,0 m-mv een goede tot plaatselijk (meetpunt 1) zeer goede verticale infiltratiesnelheid vertoond. Bij de meetpunten is een goede tot zeer goede (meetpunten 3 en 4) horizontale doorlatendheid waargenomen. De gemeten waardes komen overeen met de verwachting voor de aangetroffen bodemopbouw en -samenstelling. Zoals blijkt uit de metingen laat de lokale bodem het goed toe om ter plaatse een infiltratievoorziening aan te leggen. In de ondergrond is plaatselijk (boring 5) een dunne infiltratie belemmerende bodemlaag aangetroffen met een kleiige bodemlaag op ca. 1,8-2,8 m-mv. Deze heeft een invloed op de verticale infiltratiesnelheid maar gezien de diepteligging, het dieper gelegen grondwater en het planvoornemen met bovengrondse infiltratie vormt dit geen directe belemmering. Voor de leegloop van een voorziening bedraagt de kv-waarde 0,5 en plaatselijk 0,9 meter per dag en kan behoudens de lagere horizontale doorlatendheid van meetpunt 2 met een kh-waarde van 4,0 meter per dag gerekend worden.
AM23193
Bijlage 8: Concept waterparagraaf Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro).
Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen.
Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau.
Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. • De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. • De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. • Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan Ter plaatse wordt een gescheiden stelsel aangelegd. De woningen zullen aangesloten worden op het aan te leggen DWAstelsel binnen het plangebied. Door het planvoornemen wordt er verhard oppervlak aangebracht wat leidt tot versnelde afstroom van hemelwater. Het algemeen beleid is er op gericht om nieuwe verharding binnen nieuwbouwprojecten zoveel mogelijk te beperken en hemelwater dient ter plaatse verwerk te worden (neutraal ontwikkelen). AM23193
Bij het gescheiden houden en lokaal infiltreren van neerslag dienen de juiste milieuhygiënische maatregelen getroffen te worden zodat het hemelwater schoon blijft (zie ook hoofdstuk 5). De voorkeur gaat uit bij voorkeur uit naar hergebruik met aanvullend lokaal infiltreren of bergen met vertraagde afvoer. Hiervoor dient binnen de ontwikkeling ruimte voor een voorziening gereserveerd te worden, tenzij dit fysiek niet mogelijk is door te hoge grondwaterstand of te slecht doorlatende bodem (Beleidsplan water en riolering 2023-2027). Het hemelwater wordt verwerkt conform de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren. Het opvangen van hemelwater in groendaken en wadi’s heeft hierbij de voorkeur, vanwege de bewustwording van de gebruikers voor de zichtbare verwerking van het hemelwater en voorkoming van hittestress. De groene en ruime inrichting binnen het plangebied maken dat er voldoende ruimte is om binnen het plangebied te voorzien in deze bergingscapaciteit. Het hemelwater wordt op het eigen perceel aan het oppervlak geborgen en in de bodem geïnfiltreerd. Waar er onvoldoende ruimte is, wordt het hemelwater op het eigen perceel ondergronds geborgen en in de bodem geïnfiltreerd. Om de waterbergingsopgave te beperken wordt er alleen verharding aangebracht waar dit strikt noodzakelijk is.
Het minimaliseren van de verhardingsoppervlak en maximaliseren van de hoeveelheid groen zorgt voor een beperking van de kans op hittestress. Verder wordt rekening gehouden met de bestaande ruimtelijke aspecten zoals het nabijgelegen rioolgemaal (centraal westelijk van het plangebied) en de riooltransportleidingen welke zuidelijk door het plangebied lopen. Hiervoor wordt een dubbelbestemming opgenomen. Aandachtspunten hiervoor zijn het gebruik van de bovengrond, de vrijwaringzone/zakelijk recht voor de leidingen en aandacht bij kruisingen van de leiding met infra/kabels/leidingen. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de planinvulling (geen graafwerken, bomen of bebouwing zonder toestemming/vergunning toegestaan).
Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. • Schoon hemelwater mag rechtstreeks in de bodem of op het oppervlaktewater worden geloosd. Verontreinigd hemelwater wordt alleen geloosd via een zuiverende voorziening. • Verontreiniging van hemelwater wordt voorkomen o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubobepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. • De kwaliteit van oppervlaktewater wordt zo mogelijk verbeterd door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. • Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden worden behouden of verder ontwikkeld door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. • De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. • Waterstromen, zoveel mogelijk, zichtbaar (bovengronds) afvoeren.
AM23193
Gevolgen van/voor het plan Met de belevingswaarde ten aanzien van cultuurhistorie wordt uitdrukkelijk rekening gehouden. In het ontwerp zijn cultuurhistorische landschapselementen verweven en onderdeel van het plan gemaakt. Verontreiniging van het hemelwater dat afstroomt naar de bodem en grondwater wordt voorkomen bij de bron. Daarom worden binnen de ontwikkeling geen uitlogende materialen toegepast. Het hemelwater wordt binnen het plangebied via groen en via wadi’s in de bodem geïnfiltreerd. Er vindt geen rechtstreekse lozing vanuit het plangebied plaats naar het oppervlaktewater. Door de bovengrondse berging van hemelwater in de wadi’s wordt de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn versterkt.
Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en water robuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. • Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. • Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. • Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. • Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. • De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. • Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). • Groenstructuren klimaat robuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. • Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. • Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. • Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan.
Gevolgen van/voor het plan Het plangebied ligt in de nieuwe situatie in een stedelijke omgeving en is hierdoor gevoeliger voor klimaatverandering. Hierdoor is het voorkomen van hittestress, droogte en wateroverlast een belangrijk ontwerpuitgangspunt. Bij het inrichtingsplan is hier nadrukkelijk rekening mee gehouden. O.a. door voldoende ruimte voor bomen/groen en voor het opvangen en verwerken van extreme neerslag. Het plangebied is zodanig klimaatbestendig ingericht dat bij bui T=10+10% geen hemelwater vanaf openbaar gebied op particulier terrein terecht komt. Het plangebied is daarnaast zodanig klimaatbestendig ingericht dat bij bui T=100+10% geen hemelwater in de gebouwen terecht komt.
AM23193
Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. • Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. • Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geinfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). • Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken.
En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/voor het plan Bij de uitwerking van het ontwerp is rekening gehouden met de benodigde bergings- en infiltratieruimte die de voorzieningen nodig hebben. De benodigde capaciteit van de infiltratievoorziening is afhankelijk van het hierop aangesloten toekomstig verhard oppervlak. De plantekeningen en oppervlakteberekening zijn opgenomen in bijlage 2. In eerste instantie is nieuw verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt gebleven. Aanvullend kan men groendaken, waterpasserende bestrating of halfverharding toepassen. Het openbaar gebied wordt onder afschot gelegd zodat hemelwater over maaiveld onder vrijverval getransporteerd wordt naar de toekomstige infiltratievoorzieningen. Hiervoor worden in het openbare gebied wadi’s aangelegd. De benodigde bergingshoeveelheid voor het openbaar gebied voor een bui van T=100+10% bedraagt minimaal ca. (3215*0,0664=) 214 m3 waarbij het hemelwater maximaal tot aan maaiveld in de infiltratievoorzieningen staat. In het plan is ca. 540 m2 als openbare wadi ingericht. Bij een talud van 1/3 en een diepte van ca. 50 cm zal deze voorziening bij een bui T=100+10% tot de rand gevuld zijn. Gezien de infiltratiewaardes zullen deze infiltratievoorziening na ca. 7-10 uur (afhankelijk van de buineerslag) weer beschikbaar zijn.
Voor de openbare verhardingstoename is dus afdoende bergingsruimte voorzien. Op onderstaande afbeelding is een globale verwerkingswijze voor het openbaar gebied opgenomen. De opzet is dat de woonkavels hun eigen hemelwater verwerken. De benodigde retentiehoeveelheid is afhankelijk van het toekomstig verhard oppervlak en is bepaald op basis van kengetallen (maximale variant). Deze bergingshoeveelheden zijn opgenomen in de rekensheet in bijlage 2 van dit rapport. AM23193
Per kavel dient een infiltratievoorziening voor een bui T=100+10% van ca. 7-25 m3 aangelegd te worden. Op de uitgeefbare kavels kan afhankelijk van de terreininvulling gekozen worden voor een verlaagde tuin, diepere wadi of een ondergrondse voorziening boven de GHG van 1,5 m-mv. Met de inpassing van een infiltratievoorziening dient rekening gehouden te worden bij het ontwerp van een woonkavel. Bij de kleinere aaneen gebouwde kavels zal een wadi of verlaagde tuin voor infiltratie niet inpasbaar zijn en zal een ondergrondse voorziening benodigd zijn. Afhankelijk van de vormgeving en het hierop aangesloten verhard oppervlak zal een voorziening op eigen terrein na ca. 8-16 uur weer beschikbaar zijn. De omvang en ledigingstijd is afhankelijk van het type voorziening en wordt nader uitgewerkt bij de aanvraag Omgevingsvergunning. Voor de leidingstelsels op particulier terrein zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit en NEN 3215 van toepassing. Aan de hemelwatervoorzieningen op particulier terrein stelt de gemeente geen nadere voorschriften. Wel wordt de aanleg en instandhouding van een dergelijke voorziening opgenomen in de bestemmingsregels (voorwaardelijke verplichting aanleg waterberging). Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt hierop getoetst.
Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico’s voor de volksgezondheid en veiligheid. • Risico’s van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). • Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. • Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico’s van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). • Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). • Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan De toekomstige bouwpeilen dienen nog vastgesteld te worden, maar zullen aansluiten op de huidige omgeving. Uitgangspunt is (geo)hydrologisch neutraal bouwen, zodat de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied ongewijzigd blijven.
Het grondwater is bij de uitvoering van het veldwerk aangetroffen op ca. 1,5 m-mv. of ca. 6 m +NAP. Dit komt overeen met de verwachte GHG voor het plangebied. Voor de toekomstige woonontwikkeling wordt gezien de bestaande hoogteligging en optredende grondwaterstanden ruimschoots voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte voor het beoogde gebruik (GHG > 1,0 m onder vloerpeil begane grond, > 0,7 m onder straatpeil en > 0,5 meter onder groenvoorzieningen). Daarnaast wordt gezien de bestaande hoogteligging en het zomerpeil van het oppervlaktewater van 5,35 m +NAP voldaan aan de benodigde drooglegging voor het beoogde gebruik (zomerpeil > 1,3 m onder vloerpeil begane grond, > 1,0 m onder straatpeil en > 0,7 meter onder groenvoorzieningen). Er vinden geen wijzigingen in het bestaand oppervlaktewatersysteem plaats. Het hemelwater van het plangebied wordt volledig binnen het plangebied verwerkt (geborgen en geïnfiltreerd) en niet op het oppervlaktewater of de openbare riolering AM23193
geloosd. Het hemelwater in de openbare ruimte stroomt over het oppervlak naar de hemelwatervoorzieningen (wadi's) in de openbare ruimte. Bij extreme buien kan daardoor kortstondig hinder of overlast worden ervaren, maar het veroorzaakt geen schade of letsel. Om dit risico tot een minimum te beperken, wordt het bouwpeil van de woningen minstens 20 cm boven het toekomstig maaiveld/straatpeil gerealiseerd. Door de voorgenomen nieuwbouw van woningen en te voldoen aan de algemene uitgangspunten en randvoorwaarden, zie ook hoofdstuk 4, is geen toekomstige vervuiling en dus geen nadelige invloed door het lokaal te verwerken hemelwater te verwachten.
Overwegingen en conclusie Gezien de toekomstige terreinhoogte en de aanwezige grondwaterstanden wordt voldaan aan de eisen voor klimaatbestendigheid en ontwaterings- en droogleggingseisen. Het hemelwater wordt binnen het projectgebied verwerkt door berging en infiltratie. De exacte afmetingen, specificaties en definitieve vormgeving van de voorzieningen zal worden uitgewerkt in een nader uit te werken (definitief-) ontwerp. Middels een bijhorend maaiveldprofilering kan er dan ook inzicht verkregen in de stromingsrichtingen. Insteek is dat hemelwater oppervlakkig afstroomt en ter plaatse verwerkt wordt en niet naar de naastgelegen (woon)percelen afstroomt. De planlocatie en het ruimtebeslag van de ontwikkeling is erop uitgelegd zodat de infiltratievoorzieningen grotendeels bovengronds worden aangebracht. Voor de hemelwaterverwerking op eigen perceel gaat de voorkeur uit naar bovengrondse verwerking maar plaatselijk (bij de kleinere percelen) zal naar verwachting een ondergrondse voorziening ingepast moeten worden. Voor de kavels zal te zijner tijd een aangevulde onderbouwing bij de omgevingsvergunning vastgesteld worden zodat door de planontwikkeling geen onaanvaardbare wateroverlast binnen of buiten het plangebied ontstaat.
Door met de genoemde aspecten rekening te houden, wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door het planvoornemen.
Overleg met waterbeheerder Voorafgaand aan de uitwerking is de digitale watertoets gedaan. Deze is als bijlage toegevoegd bij deze toelichting. De eisen en voorwaarden in de waterparagraaf vormen de basis voor de nadere uitwerking van de waterhuishouding. Het plan is vervolgens in samenspraak met waterschap en gemeente tot stand gekomen. De aandachtspunten en opmerkingen zijn verwerkt en waterschap en gemeente adviseren positief op het plan.
AM23193
Erfgoed landelijk Bouwen Verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan de “Kerkenweide” te Bergharen Projectnummer: 200854/am/sh Datum: 16 maart 2022
Opdrachtgever Erfgoed landelijk Bouwen Postbus 85 1850 AB HEILOO Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 8
3.1 3.2 3.3 3.4 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 5 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 6 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 7 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 8 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; NEN-PARAMETERS ................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; ASBEST .................................. 12
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 13
4.1 4.2 4.3
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 13 VASTE BODEM EN GRONDWATER ........................................................................ 13 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 14
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie
TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuizen
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van Erfgoed landelijk Bouwen is in januari en februari 2022, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de “Kerkenweide” te Bergharen. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie voor woningbouw. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele kwaliteit van de bodem. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA.
De van toepassing zijnde protocollen in dit onderzoek zijn: ☒ 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen ☒ 2002: Het nemen van grondwatermonsters ☐ 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek ☒ 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten